ESE 506 DHS-GT - Generator Endress - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ESE 506 DHS-GT Endress in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ESE 506 DHS-GT Endress
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ESE 506 DHS-GT - Endress en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ESE 506 DHS-GT van het merk Endress.
GEBRUIKSAANWIJZING ESE 506 DHS-GT Endress
Datum van publicatie Mei 2011
Op deze documentatie, inclusief alle onderdelen ervan, rust een copyright. Ieder gebruik of iedere wijziging buiten de beperkte grenzen van de Wet op het Auteursrecht zonder toestemming van ENDRESS Elektrogerätebau GmbH, is verboden en kan een sanctie tot gevolg hebben.
Dit geldt vooral voor kopieën, vertalingen, microfilms maar ook voor opslag en verwerking in elektronische systemen.
1 Algemene informatie....5
1.1 Documentatie en accessoires ....6
1.2 Veiligheidssymbolen....6
2 Algemene veiligheidsvoorschriften....7
2.1 Bedoeld gebruik....7
2.1.1 Bedoeld gebruik 7
2.1.2 Voorzienbaar onjuist gebruik of ongeschikte behandeling ....8
2.1.3 Overige risico's....9
2.2 Kwalificatie en verplichtingen 11
2.3 Persoonlijke beschermende uitrusting....11
2.4 Gevarenzones en werkterreinen ....11
2.5 Labels op de generator....12
2.6 Algemene veiligheidsvoorschriften....14
3 Beschrijving....18
3.1 Functie en werking 19
4 Ingebruikstelling ....20
4.1 De generator transporteren....20
4.2 De generator klaarmaken voor gebruik 21
4.3 De brandstof van de generator bijvullen....22
4.4 Vul de generator met motorolie 23
4.5 De generator starten....25
4.6 Apparaten aansluiten....28
4.7 De generator uitschakelen....29
4.8 De generator buiten gebruik stellen....30
5 De generator onderhouden....34
5.1 Onderhoudschema....34
5.2 De elektrische veiligheid controlleren....35
6 Oplossien van problemen ....36
7 Technische specificaties....38
8 Garantie....41
9 Conformiteitsverklaring....42
1 Algemene informatie

Lees deze bedieningsinstructies aandachtig door en zorg ervoor dat u ze begrijpt voordat u de generator in gebruik neemt.
De bedoeling van deze bedieningsinstructies is dat u vertrouwd wordt met de elementaire bedieningshandelingen van de generator.
Deze bedieningsinstructies bevatten belangrijke informatie voor het veilig en juist gebruiken van de generator.
Wanneer u deze informatie volgt, helpt dat:
- risico's te vermijden
- reparatiekosten te verminderen en de tijd dat u de apparatuur niet kunt gebruiken, te beperken
- de betrouwbaarheid en de levensduur van de generator te doen toenemen.
Maar niet alleen deze bedieningsinstructies, maar ook de wetten, bepalingen, richtlijnen en normen die gelden in het land en op de locatie waar u de apparatuur gebruikt, moeten in acht worden genomen.
Deze bedieningsinstructies beschrijven alleen de bediening van de generator.
De bedieningshandleiding voor de motor is een integraal onderdeel van deze instructies.
Het personeel dat de apparatuur bedient, moet te allen tijde kunnen beschikken over een kopie van deze bedieningsinstructies.
1.1 Documentatie en accessoires
Behalve de bedieningshandleiding zijn er ook de volgende documenten en standaard-accessoires voor de generator.
• Bedieningshandleiding voor de motor
• Informatie over de garantie van de motor
• Bedieningshandleiding voor de generator
1.2 Veiligheidssymbolen
Het veiligheidssymbool geeft een oorzaak van gevaar weer.

Algemeen gevaar
Dit waarschuwingsteken duidt op activiteiten waarbij er diverse oorzaken van risico's kunnen zijn.

Mogelijk explosieve materialen
Dit waarschuwingssymbool duidt op activiteiten, waarbij er een risico is van explosie, mogelijk met dodelijke gevolgen.

Waarschuwing voor een gevaarlijke elektrische spanning
Dit waarschuwingssymbool duidt op activiteiten, waarbij er een gevaar is voor een elektrische schok, mogelijk met dodelijke gevolgen.

Waarschuwing voor stoffen die schadelijk zijn voor het milieu
Dit waarschuwingssymbool duidt op activiteiten, waarbij het milieu kan worden bedreigd, mogelijk met rampzalige gevolgen.

Hete oppervlakken
Dit waarschuwingssymbool duidt op activiteiten, waarbij u verbrandingen kunt oplopen, mogelijk met langdurige gevolgen.
2 Algemene veiligheidsvoorschriften

Dit hoofdstuk beschrijft de elementaire veiligheidsvoorschriften voor het bedienen van de generator.
Wie ook maar de generator bedient of ermee werkt, moet dit hoofdstuk lezen en in de praktijk voldoen aan de voorschriften.
2.1 Bedoeld gebruik
De generator was in een algemeen geaccepteerde staat en er werd aan alle geldende veiligheidsvoorschriften voldaan op het tijdstip dat het apparaat op de markt werd gebracht, gesteld dat het apparaat wordt gebruikt zoals bedoeld.
Het was niet mogelijk door middel van ontwerpmaatregelen voorzienbaar misbruik of de risico's in de woonomgeving te vermijden, zonder de bedoelde functionaliteit te beperken.
De informatie over risico's wordt gegeven met behulp van speciale waarschuwingstekens die direct op de generator zijn geplaatst en/of in de technische documentatie worden vermeld.
2.1.1 Bedoeld gebruik
De generator produceert elektriciteit in plaats van het elektriciteitsnet, zodat een mobiel distributiesysteem ontstaat.
De generator mag alleen buitenshuis worden gebruikt, binnen het aangeduide bereik van spanning, vermogen en nominale toerental (zie modelplaatje).
De generator mag niet worden aangesloten op andere energiedistributiesystemen (bijv. een openbaar toegankelijke netvoeding) en ook niet op andere systemen voor opwekking van energie (bijv. andere generatoren).
De generator mag niet worden gebruikt in omgevingen waar explosions kunnen plaatsvinden.
De generator mag niet worden gebruikt in omgevingen waar brand kan ontstaan.
De generator moet worden bediend volgens de specificaties in de technische documentatie.
leder niet-bedoeld gebruik of iedere activiteit op de generator die niet in deze bedieningsinstructies wordt beschreven, wordt gezien als niet-toegestaan, onjuist gebruik buiten de wettelijke grenzen van de aansprakelijkheid van de fabrikant.
2.1.2 Voorzienbaar onjuist gebruik of ongeschikte behandeling
Voorzienbaar onjuist gebruik of ongeschikte behandeling van de generator maakt de EG Verklaring van Conformiteit van de fabrikant ongeldig en daarbij automatisch ook de gebruikslicentie.
Voorzienbaar onjuist gebruik of ongeschikte behandeling is onder meer:
- Gebruik in omgevingen waar explosies kunnen plaatsvinden
- Gebruik in omgevingen waar branden kunnen ontstaan
- Gebruik in beperkte ruimten
- Gebruik met direct contact met de regen of vallende sneeuw
- Gebruik zonder de noodzakelijke veiligheidsmarges
- Gebruik in bestaande elektriciteitsnetwerken
- Brandstof bijvullen wanneer de generator heet is
• Brandstof bijvullen tijdens gebruik - Afspuiten met hogedrukspuiten of brandblusapparatuur
- Gebruik terwijl veiligheidsvoorzieningen zijn verwijderd
- Niet-inachtneming van onderhoudsperioden
- Niet meten of testen, zodat beschadiging niet in een vroeg stadium kan worden herkend
- Niet vervangen van aan slijtage ond erhevige onderdelen
- Onjuist uitgevoerd onderhouds- of reparatiewerk
- Storingen ontstaan door onjuist uitgevoerd onderhouds-of reparatiewerk
- Onbedoeld gebruik
Voordat werd begonnen met het ontwerp en de planning van de generator, werden de overige risico's geanalyseerd en geëvalueerd met een instrument voor risicoanalyse.
Overige risico's die gedurende de gehele levencyclus van de generator niet door implementatie van ontwerpmaatregelen kunnen worden vermeden, kunnen zijn:
- Het risico van een ongeval met dodelijke afloop
- Het risico van letsel
- Nadelige gevolgen voor het milieu
- Materièle schade (generator)
- Materiële schade (anders)
- Beperkte prestaties of functionaliteit
U kunt bestaande overige risico's vermijden door deze richtlijnen in acht te nemen en op te volgen:
- De speciale vermeldingen en waarschuwingen op de generator
- De algemene veiligheidsinstructies die in deze bedieningsinstructies worden gegeven
- De specifieke waarschuwingen die in deze bedieningsinstructies worden vermeld
Het risico van een ongeval met dodelijke afloop
Een ongeval met de generator met mogelijk dodelijke afloop kan worden veroorzaakt door:
- Onjuist gebruik
• Ongeschikte behandeling - Ontbrekende beschermende uitrusting
- Niet goed functionerende of beschadigde elektrische componenten
- De generator aanraken met natte handen
- Brandstofdampen
- Uitstoot van de motoren
Het risico van letsel
Een ongeval met de generator met als gevolg lichamelijk letsel kan worden veroorzaakt door:
• Ongeschikte behandeling
- Transport
• Hete componenten
• Het startkoord van de motor dat oprolt
Nadelige gevolgen voor het milieu
Nadelige gevolgen voor het milieu door de generator kunnen worden veroorzaakt door:
• Ongeschikte behandeling
- Vloeistoffen voor de generator (brandstof, smeermiddelen, motorolie, enz.)
- Uitstoot van uitlaatgassen
- Geluidsemissie
- Brandgevaar
Materièle schade (generator)
De generator kan beschadigd raken:
• Door ongeschikte behandeling
• Door overbelasting
- Door oververhitting
- Door een te hoog/te laag oliepeil van de motor
- Doordat niet wordt voldaan aan de specificaties voor bediening en onderhoud
- Door vloeistoffen die niet geschikt zijn voor de generator
Materièle schade (anders)
Materiële schade in het werkbereik van de generator kan zich voordoen door:
• Door ongeschikte behandeling
- Een te hoge en/of te lage spanning
Beperkte prestaties of functionaliteit
De prestaties of de functionaliteit van de generator kunnen/kan worden beperkt door:
• Door ongeschikte behandeling
- Onjuist uitgevoerd onderhouds- of reparatiewerk
- Door vloeistoffen die niet geschikt zijn voor de generator
- Installatie op een hoogte van meer dan 100 meter boven zeeniveau
- Een omgevingstemperatuur boven 25° C
- Een te ruime configuratie van het distributienetwerk
2.2 Kwalificatie en verplichtingen
Alle werkzaamheden die aan de generator worden uitgevoerd, moeten worden uitgevoerd door personen die hiervoor zijn gekwalificeerd:
Zij moeten
- bekend zijn met voorschriften ter voorkoming van ongevallen en de veiligheidsinstructies van de generator en deze kunnen toepassen.
- het hoofdstuk "Algemene veiligheidsvoorschriften" hebben gelezen.
- de inhoud van het hoofdstuk "Algemene veiligheidsvoorschriften" hebben begrepen.
- weten hoe zij de inhoud van het hoofdstuk "Algemene veiligheidsvoorschriften" in de praktijk moeten gebruiken en implementeren.
- de technische documentatie hebben begrepen en weten hoe zij deze in de praktijk moeten implementeren.
2.3 Persoonlijke beschermende uitrusting
Deze persoonlijke beschermende uitrusting moet worden gedragen, tijdens alle activiteiten met de generator die in deze bedieningsinstructies worden beschreven:
• Gehoorbescherming
• Veiligheidshandschoenen
2.4 Gevarenzones en werkterreinen
De gevarenzones op het werkterrein van de generator worden bepaald door de activiteiten die binnen de individuele levenscycli worden uitgevoerd:
| Levenscyclus | Activiteit | Gevarenzone | Werkterrein |
| Transport In het voertuig Binnen een straal | van 1,0 m | geen | |
| Binnen een straal van 1,0 m | |||
| Bediening | Installeren | ||
| Bedienen Binnen een straal van 5,0 m | |||
| Brandstof bijvullen Binnen een een straal van 2,0 m | |||
| Service en onderhoud | Reiniging Binnen een straal van 1,0 m | ||
| Afsluiten | |||
| Onderhoud | |||
Tabel2 1: Gevarenzones en werkterreinen van de generator
2.5 Labels op de generator
Deze labels moeten op de generator worden bevestigd en er moet voor worden gezorgd dat zij duidelijk leesbaar blijven:

text_image
ISL 300 1 2 3
Afb. 2.1: Labels op de generator
1 Aanwijzing geluidsniveau
2 Opmerking over het bijvullen van brandstof
3 Algemene
veiligheidsvoorschriften
(Motor)
4 Opmerking over hete oppervlakken
5 Algemene veiligheidsvoorschriften
6 Opmerking over de gevaarlijke elektrische spanning
7 Modelplaatje generator (Aan de zijkant van de generator))
| Label Benaming | Nr. | ||
![]() | Algemene waarschuwingen | 1 | |
![]() | Opmerking over het bijvullen van brandstof | 2 | |
![]() | Algemene waarschuwingen over de motor | 3 | |
![]() | Opmerking Hete oppervlakken | 4 | |
| [PHYC] | Algemene veiligheidsvoorschriften | 5 | |
![]() | Opmerking over de gevaarlijke elektrische spanning | 6 | |
![]() | Typeplaatje Zie pagina 38 voor een toelichting | 7 | |
Tabel 2.2: Labels op de generator
2.6 Algemene veiligheidsvoorschriften
De gebruiker moet de verschillende onderdelen van de generator en hun functies kennen en moet in staat zijn deze te gebruiken.
De gebruiker is verantwoordelijk voor de bedrijfsveiligheid van de generator.
De gebruiker is er verantwoordelijk voor dat de generator niet door onbevoegden kan worden gebruikt.
De gebruiker moet zijn persoonlijke veiligheidsuitrusting dragen.
Markeringen op de generator moeten altijd volledig zijn en er moet voor worden gezorgd dat zij de leesbaar blijven.
De constructie van de generator mag op geen enkele wijze worden gewijzigd.
Het nominale toerental van de motor is in de fabriek ingesteld en mag niet worden gewijzigd.
De bedrijfszekerheid en de functionaliteit moet voor en na ieder gebruik/iedere bediening worden gecontroleerd.
Er mag alleen in de open lucht met de generator worden verwerkt.
Gebruik geen open vuur, lamp of apparaten die vonken genereren binnen de gevarenzone van de generator.
Roken is absoluut verboden in de gevarenzone van de generator.
Bescherm de generator tijdens het gebruik tegen vocht en neerslag (regen, sneeuw).
Bescherm de generator tijdens het gebruik tegen vuil en vreemde stoffen.
Transport
De generator mag alleen worden getransporteerd wanneer het apparaat is afgekoeld.
De generator mag alleen in een voertuig worden getransporteerd als het apparaat stevig is vastgezet en niet kan omvallen.
De generator mag alleen worden getakeld op een ondersteunend frame dat voor dit doel wordt geleverd.
Installeren
De generator mag alleen worden geïnstalleerd op een ondergrond die stevig genoeg is.
De generator mag alleen worden geïnstalleerd op een vlakke ondergrond.
De generator mag niet op een natte ondergrond worden gezet.
Elektriciteit genereren
De elektrische veiligheid moet steeds worden gecontroleerd voordat het apparaat wordt opgestart.
Dek de apparatuur niet af tijdens het gebruik.
Belemmer of blokkeer de luchttoevoer niet.
Gebruik geen starchulpmiddelelen.
Tijdens het opstarten mogen er geen apparaten aangesloten zijn.
Voor het elektriciteitsnetwerk mogen alleen geteste en goedgekeurde kabels worden gebruikt.
Het totale onttrokken vermogen mag het maximale nominale vermogen van de generator niet overschrijden.
Gebruik de generator niet zonder een geluidsdemper.
Het is verboden de generator te gebruiken zonder luchtfilters en met een geopend deksel van het luchtfilter.
Brandstof bijvullen
Het is verboden de brandstoftank bij te vullen wanneer de generator werkt.
Het is verboden de brandstoftank bij te vullen wanneer de generator nog warm is.
Gebruik een trechter wanneer u brandstof bijvult.
Reiniging
Het is verboden de generator te reinigen wanneer het apparaat werkt.
Het is verboden de generator te reinigen wanneer het apparaat nog warm is.
Onderhoud en reparatiewerk
Het is verboden servicewerk aan de generator uit te voeren wanneer het apparaat werkt.
Het is verboden servicewerk aan de generator uit te voeren wanneer het apparaat nog warm is.
De gebruiker mag alleen onderhoud en reparatiewerk uitvoeren dat in deze handleiding wordt beschreven.
Alle andere onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal opgeleide en erkende specialisten.
Verwijder altijd de kap van de bougie voordat u onderhoudsen/of reparatiewerk begint uit te voeren.
De onderhoudsperioden die worden opgegeven in de handleiding van de motor en in deze bedieningsinstructies, moeten in acht worden genomen.
Buitengebruikstelling
De generator moet buiten werking worden gesteld als u het apparaat langer dan 30 dagen niet nodig hebt.
Berg de generator op in een droge, afgesloten ruimte.
Voorkom opeenhoping van harsachtige resten in het brandstofsysteem, voeg een additief toe aan de benzine.
Opmerking over bescherming van het milieu
Het verpakkingsmateriaal moet worden gerecycled in overeenstemming met de voorschriften voor milieubescherming die gelden op de plaats waar u werkt.
De werkplek moet worden beschermd tegen vervuiling met vloeistoffen afkomstig uit werkende apparatuur.
Gebruikte of resterende vloeistoffen moet worden gerecycled in overeenstemming met de voorschriften voor milieubescherming die gelden op de plaats waar u werkt.
Elektrische en elektronische apparaten, en ook batterijen en oplaadbare batterijen, mogen niet bij het huishoudelijk afval worden weggegooid.
De gebruiker is wettelijk verplicht elektrische en elektronische apparatuur, en ook batterijen en accu's, aan het einde van hun levensduur aan te bieden bij openbare inzamelpunten die voor dit doel zijn opgezet of op de plaats waar zij zijn aangeschaft. Het symbool op het product, de bedieningsinstructies op de verpakking verwijzen hiernaar.
Verwisselbare batterijen en accu's moeten uit de apparaten worden verwijderd en apart ter verwerking worden aangeboden.
Wanneer u goederen recyclet, materialen hergebruikt of andere vormen van het benutten van oude apparatuur toepast, levert u een aanzienlijke bijdrage aan de bescherming van ons milieu.
3 Beschrijving

De componenten en de functionaliteit van de generator worden in dit hoofdstuk beschreven.

text_image
1 2 3 4 PROFESSIONAL OT LINE
text_image
8 9 5 6 7 10 11 12 13Afb. 3.1: Onderdelen van de generator
| 1 | Brandstoftank | 8 | Tankdop | |
| 2 | Motorschakelaar | 9 | Indicator | brandstofniveau |
| 3 | Olieaftapplug | 10 | Brandstofkraan | |
| 4 | Olievuldop/oliepeilstok | 11 | Brandstofffilter | |
| 5 | Bougie | 12 | Trekstarter | (starthandgreep) |
| 6 | Uitlaat | 13 | Luchtfilter |
7 Schroef voor mogelijke afvlakking
3.1 Functie en werking
De synchrone generator is stevig aan de aandrijfmotor gekoppeld. Het aggregaat is in een stabiel frame geïnstalleerd en elastisch gemonteerd op de trillingselementen zodat alleen geringe trillingen zullen ontstaan.
De manier waarop stroom wordt opgenomen is afhankelijk van het model en er wordt een spatwaterbeveiligd veiligheidsstopcontact van 230 V / 50 Hz of een 230V / 400V CEE krachtstroomcontact 230V / 400V CEE gebruikt.
De stroomgenerator is ontworpen voor mobiel gebruik en voor één of meer electrische afnemers (gescheiden beveiliging volgens VDE 100, Deel 551).
4 Ingebruikstelling

De werking van de generator worden in dit hoofdstuk beschreven.
4.1 De generator transporteren
Ga als volgt te werk als u de generator wilt transporteren.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
- De generator moet zijn uitgeschakeld
- De generator moet zijn afgekoeld
- De brandstofkraan moet in de stand "Closed" (Gesloten) staan

WAARSCHUWING!
Een toestel dat wegglijdt kan hand of voet verbrijzelen.
- N.B. het gewicht van de machine kan variëren tussen 41 en 86 kg (afhankelijk van het model).
- Het apparaat moet worden gedragen door 2 (ESE 206 / 306 HS-GT) of 4 personen (ESE 406 / 606 (D) HS-GT (ES))
- Loop langzaam.
- Zet niet uw voeten onder het apparaat

- Pak het apparaat vast aan het ondersteunende frame.
- Til de generator op.
- Draag de generator naar de plaats van de werkzaamheden.
- Zet de generator neer.
- Laat het ondersteunende frame los.
√ De generator is naar de plaats van de werkzaamheden gedragen.
4.2 De generator klaarmaken voor gebruik
Ga als volgt te werk als u de generator klaar wilt maken voor gebruik.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
- Een vlakke en stevige ondergrond buitenshuis
- Er zijn geen brandbare materialen op de plaats van de werkzaamheden
- Er zijn geen explosieve materialen op de plaats van de werkzaamheden
- Het apparaat moet vrij worden opgesteld (het mag niet worden afgedekt).

WAARSCHUWING!
Lekkende motorolie en benzine kunnen de bodem en het grondwater verontreinigen.
• Voorkom het lekken van motorolie en benzine

De generator klaarmaken voor gebruik
Zo maakt u de generator klaar voor gebruik:
- Bereid de werklocatie voor.
- Transporteer de generator naar de werklocatie.
- Zet zo nodig de generator vast zodat deze niet kan omvallen / wegglijden.
√ Het apparaat staat op zijn plaats.
4.3 De brandstof van de generator bijvullen
Ga als volgt te werk als u de brandstof van de generator wilt bijvullen.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
• De generator moet zijn uitgeschakeld
- De generator moet zijn afgekoeld.
- Er moet voldoende ventilatie beschikbaar zijn.

WAARSCHUWING!
Benzine die weglekt kan ontbranden of exploderen.
- Let goed op dat er geen benzine kan weglekken.
- De generator is uitgeschakeld.
• De generator is afgekoe Id. - Houd open vuur en vonken weg bij de generator.

WAARSCHUWING!
Benzine die weglekt kan de bodem en het grondwater verontreinigen.
• Maak de tank niet te vol.
- Gebruik een trechter.

WAARSCHUWING!
Onjuiste brandstof beschadigt de motor.
- Gebruik alle en loodvrije normale benzine ROZ 91.

WAARSCHUWING!
Gebruik metE10 is mogelijk.
- Gebruik E10 alleen met ROZ 95.
- Brandstof die die langer dan 4 weken opgeslage n heeft gelegen, kan beter niet worden gebruikt.
- Leeg de brandstoftak en de carburateur als het toestel gedurende een langere periode niet gebruikt zal worden.
- Veeg brandstof die op het toestel is gesproeid, zorgvuldig af.

text_image
MAX
De brandstof van het apparaat bijvullen
Vul als volgt de brandstof van de generator bij:
- Zet de brandstofkraan in stand "OFF".
- Scroef de tankdop los.
- Plaats de trechter in de vulopening.
- Vul de benzine bij.
- Neem de trechter uit.
- Schroef de tankdop weer vast
√ Het apparaat is weer gevuld met brandstof.
4.4 Vul de generator met motorolie

WAARSCHUWING!
De generator wordt altijd geleverd zonder motorolie.
- U kunt de generator niet starten als er te weinig motorolie in zit, omdat de motoren zijn voorzien van een oliepeilbewakingssysteem.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
- De generator moet zijn uitgeschakeld
- De generator moet zijn afgekoeld.

WAARSCHUWING!
Lekkende motorolie kan de bodem en het grondwater verontreinigen.
- Vul het carter niet maxi maal (controleer het vulniveau met de peilstok).
- Gebruik een trechter.

WAARSCHUWING!
Gebruik van de verkeerde motorolie zal een verwoestende uitwerking hebben op de motor. Controleer de gemiddelde omgevingstemperatuur en vul het carter met het type olie volgens de volgende tabel:
- .... < 0^ = > SAE 10 of 10W30; 10W40
- < 0^ - 25^ = > SAE 20 of 10W30; 10W40
- 25^ - 35^ SAE 30 of 10W30; 10W40
- 35^ > SAE 40 of 10W30; 10W40
- Voeg nooit een in de handel verkrijgbaar additief toe aan de olie.
Vul het apparaat met motorolie
Vul de generator als volgt met motorolie:
- Neem de peilstok uit.
- Plaats de trechter in de vulopening. (een trechter is niet bij de levering inbegrepen)
- Giet de motorolie tot de rand van de hals van de olievulopening. (zie bladzijde 38 "Technische gegevens") voor de hoeveelheid olie die moet worden gebruikt).
- Neem de trechter uit.
- Schroef de oliepeilstok op zijn plaats.
- Herhaal de procedure voor het vullen als het oliepeil te laag is.
- Schroef de oliepeilstok weer op zijn plaats.
√ Het apparaat is nu gevuld met motorolie.

Ga als volgt te werk als u de generator wilt starten.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
- test en controle op elektrische veiligheid
• een volle brandstoftank - olie tot een geschikt oliepeil
• voldoende luchttoevoer/ventilatie
• apparaten uitgeschakeld of niet aangesloten

WAARSCHUWING!
Vloeistoffen die nodig zijn voor de werking kunnen branden of exploderen
• Voorkom het lekken van motorolie en benzine.
- Gebruik geen starchulpmiddelelen.
- Houd open vuur en vonken weg bij de generator.
De brandstofoevoer tot stand brengen
De brandstoftoevoer vindt plaats uit de eigen tank van de generator.

text_image
(1) (2) (3)Afb. 4.1: Open / sluit de brandstofkraan
| Stand van de schakelaar | Bediening Stand | |
| UIT | gesloten | horizontaal |
| AAN | open | verticaal |
Tabel 4.1: Standen van de brandstofkraan
Breng als volgt een aansluiting op het systeem voor de brandstoftoevoer tot stand:
- Zet de brandstofkraan in de stand "ON".
√ De brandstoftoevoer is tot stand gebracht.

WAARSCHUWING!
Uitlaatgassen kunnen verstikking de dood ten gevolg hebbende veroorzaken
• Zorg voor voldoende ventilatie.
- Werk alleen buitenshuis met de generator.

WAARSCHUWING!
Hete onderdelen kunnen brandbare en explosieve materialen doen ontvlammen.
- Houd brandbare materialen weg van de locatie van de werkzaamheden.
- Houd explosieve materialen weg van de locatie van de werkzaamheden.

WAARSCHUWING!
Hitte en vocht hebben een verwoestende uitwerking op het apparaat.
- Zorg ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt (voldoende ventilatie).
• Vermijd vochtige omstandigheden.

HANDSTART: Start de motor als volgt:
- Duw de choke in de stand Start "zie inscriptie op het luchtfilter" (alleen voor een koude motor).
- Zet de motorschakelaar in de stand "ON".
- Trek de greep van het startkoord langzaam tot aan het drukpunt, en trek vervolgens snel en gelijkmatig aan het startkoord.
√ De motor start.
Zet uzelf schrap met een hand op handgreep op het apparaat zodat u gemakkelijke kunt trekken.
- Zet de choke in de basisstand.
- Duw de choke in de stand Start "zie inscriptie op het luchtfilter" (alleen voor een koude motor).
- Draai de met de sleutel bediende schakelaar geheel naar rechts in de stand START tot de motor start en laat de schakelaar los.
√ De motor start. - Zet de choke in de basisstand.
√ De motor is gestart.
OPMERKING
Zet de starter slechts kort in werking (max. 5 – 10 seconden). Start of gebruik de motor nooit zonder dat de accu is aangesloten.
OPMERKING
De elektrische afnemers kunnen worden aangesloten of ingeschakeld na een opwarmperiode van ongeveer een minuut.
4.6 Apparaten aansluiten
Ga als volgt te werk als u apparaten op de generator wilt aansluiten.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
- generator gestart
• opwarmperiode voltooid
• apparaat uitgeschakeld

WAARSCHUWING!
Elektrische schokken kunnen letsel of ongelukken met dodelijke afloop tot gevolg hebben.
- De generator mag niet worden aangesloten op andere energiedistributiesystemen (bijv. een openbaar toegankelijke netvoeding) en ook niet op andere systemen voor opwekking van energie (bijv. andere generatoren).
Apparaten aansluiten
U kunt het apparaat aansluiten met een beveiligde stekker 230 V wisselstroom (of 400 V drie-fase wisselstroom, alleen ESE 506 / 606 DHS-GT).

Afb. 4.2: Apparaten aansluiten
4.7 De generator uitschakelen
Ga als volgt te werk als u de generator klaar wilt uitschakelen.

WAARSCHUWING!
Hete onderdelen kunnen brandbare en explosieve materialen doen ontvlammen.
- Houd brandbare materialen weg van de locatie van de werkzaamheden.
- Houd explosieve materialen weg van de locatie van de werkzaamheden.
• Laat het apparaat afkoelen.
Zo schakelt u de generator uit:
- Schakel afnemers uit of koppel deze los.
- Laat de motor nog ongeveer 2 minuten ingeschakeld.

text_image
PROFESSIONAL GT LINEAfb. 4.3: De motor uitzetten
- Zet de motorschakelaar in de stand "OFF".
√ De motor is uitgeschakeld. - Zet de brandstofkraan in stand 'OFF'.
- Laat de generator afkoelen.
√ De generator is uitgeschakeld.
4.8 De generator buiten gebruik stellen
Wordt slechts zelden gebruikt
Als de generator slechts zeer zelden wordt gebruikt, kan het moeilijk zijn het apparaat te starten.
De generator moet daarom ongeveer 30 minuten worden ingeschakeld zodat deze problemen worden voorkomen.
Opslag
Als u de generator gedurende een langere periode niet nodig hebt, kunt u het apparaat het beste buiten gebruik stellen en opbergen.

WAARSCHUWING!
Lekkende motorolie en brandstof kunnen de bodem en het grondwater vervuilen.
Ga als volgt te werk als u de generator buiten gebruik wilt stellen.
Vereisten
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
• Apparaten uitgeschakeld of niet aangesloten
- De generator moet zijn uitgeschakeld.
• De generator is nog wat warm
De motorolie aftappen
Tap de motorolie in de generator als volgt af:

- Plaats een opvangbak voor de olie onder de olieaftapplug.
Opmerking
Welke capaciteit de olieopvangbak moet hebben is afhankelijk van het model (0,6 tot 1,1 liter). Exacte gegevens kunt u vinden op bladzijde 38 in de tabel "Hoeveelheden motorolie".
Bescherming van het milieu
- Draai de olieaftapplug los met een steeksleutel en neem de plug los.
- Tap de motorolie af
Gebruikte of resterende vloeistoffen moet worden gerecycled in overeenstemming met de voorschriften voor milieubescherming die gelden op de plaats waar u werkt.
- Schroef de olieafvoerdop weer in en vast met de steeksleutel.
√ De motorolie is afgetapt
De benzinetank leegmaken
Maak de benzinetank van de generator als volgt leeg:

Afb. 4.5: Sluit de brandstofkraan

WAARSCHUWING!
Benzine die weglekt kan ontbranden of exploderen.
- Laat geen benzine weglekken.
• De generator is uitgeschakeld.
• De generator is afgekoe Id. - Houd open vuur en vonken weg bij de generator.
OPMERKING
- Plaats de opvangtank naast de generator.
De vereiste capaciteit van de opvangtank varieert. Exacte gegevens kunt u vinden op bladzijde 38 in de tabel "Inhoud van de tank".
- Zet de brandstofkraan in stand "OFF".
- Maak voorzichtig de brandstofslang los van de carburateur en steek de slang in de opvangtank.
- Zet de brandstofkraan in stand "ON".
√ De brandstof wordt afgetapt.
Bescherming van het milieu
Gebruikte of resterende vloeistoffen moet worden gerecycled in overeenstemming met de voorschriften voor milieubescherming die gelden op de plaats waar u werkt.
- Zet de brandstofkraan in stand "OFF".
- Zet voorzichtig de brandstofslang weer vast op de carburateur.
Het motorcompartiment tegen corrosie beschermen Vereisten
U kunt als volgt het motorcompartiment van de generator tegen corrosie beschermen:
Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:
- het apparaat moet zijn uitgeschakeld
• er mag geen brandstof meer in de tank zitten
• de brandstofkraan staat op "OFF".

- Maak de bougiedop los
- Draai de bougie los met een bougiesleutel.
- Giet 1 ml olie in de opening van de bougie.
- Draai de bougie weer op zijn plaats en zet deze vast.
- Trek langzaam een aantal keren aan het trekkoord voor het starten van de motor, zodat de olie over het gehele motorcompartiment wordt verdeeld.
- Zet de bougiedop weer op zijn plaats.
√ Het motorcompartiment is nu tegen corrosie beschermd.
Het luchtfilter reinigen U kunt als volgt het luchtfilter van de generator reinigen:

Afb. 4.7: Verwijder het luchtfilter
- Verwijder de kap van het luchtfilter van de luchtfilterbehuizing.
- Reinig de luchtfilterpatroon in een geschikte bak in warm water met een schoonmaakmiddel of met een niet-brandbare wasbenzine.
- Giet motorolie op het filter en duw overvloedige motorolie uit het filter.
- Plaats het luchtfilter.
- Bevestig de kap van het luchtfilter weer op de luchtfilterbehuizing.
√ Het luchtfilter is gereinigd en weer gemonteerd.
Bescherming van het milieu
Gebruikte of de resterende vloeistoffen en schoonmaakmiddelen moeten ter bescherming van het milieu worden gerecycled volgens de voorschriften die gelden op de plaats van toepassing.
5 De generator onderhouden

Alleen personeel in dienst van de fabrikant mag niet in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of de reparatiewerkzaamheden uitvoeren.
5.1 Onderhoudschema
De onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens het onderhoudsschema dat in de bedieningsinstructies van de Honda-motor wordt vermeld. Ook moeten de schroefbevestigingen voorafgaand aan ieder gebruik worden gecontroleerd en moet het apparaat worden gereinigd, als dat nodig is.
Onderhoudswerkzaamheden mag alleen door geschikt personeel worden uitgevoerd.
Zorg ervoor dat alle onderhoudswerkzaamheden in het onderhoudsschema worden uitgevoerd volgens de gegevens die voor de motor worden vermeld in de bedienings- en onderhoudshandleiding.
Wij adviseerden deze werkzaamheden te laten uitvoeren door een officieel ENDRESS-servicecentrum.
^1 alleen een papieren inzetstuk
^2 laat uitvoeren door een officieel erkende ENDRESS-dealer
| Onderhoudsactiviteit Tijdsperiode in months of bedrijfsuren | |||||
| voorafgaand aan ieder gebruik | in de eerste maand of 20 uur | iedere 3 maanden of 50 uur | iedere 6 maanden of 100 uur | ieder jaar of iedere 300 uur | |
| Controleer het oliepeil | X | ||||
| Ververs de olie | X | ||||
| Controleer het luchtfilter | X | ||||
| Reinig het luchtfilter | X | ||||
| Vervang het luchtfilter | (X)^1 | ||||
| Controleer de bougies / stel deze af | X | ||||
| Vervang de bougies | X | ||||
| Reinig het overloopvat | X | ||||
| Reinig de ontbrandingskamer | iedere 500 uur^(2) | ||||
| Controleer de bougies / stel deze af | X^(2) | ||||
| Controleer de speling van de afsluiter / stel deze af | X^(2) | ||||
| Vervang de brandstoftank en het filter | X | ||||
| Reinig het gebied rond de dempers, verbindingen en veren | X | ||||
| Controleer of alle schroeven, moeren en bouten goed vast zitten | X | ||||
| Elektrische veiligheid | X | ||||
| Controleer de staat en de bevestiging van de brandstofslangen en de aansluitingen | ledere 2 jaar ^(2) (vervang indien nodig) | ||||
5.2 De elektrische veiligheid controleren
Alleen officieel erkend personeel mag de elektrische veiligheid controleren.
De elektrische veiligheid moet steeds voor dat de generator wordt gebruikt, worden gecontroleerd in overeenstemming met de geldende VDE-voorschriften, EN- en DIN-normen en in het bijzonder de actuele versie van deBGV A3-voorschriften voor ongevalspreventie.
6 Oplossien van problemen

Dit hoofdstuk behandelt storingen en problemen die tijdens het gebruik van generator kunnen worden verholpen door de juiste personen.
leder probleem dat zich voordoet, wordt beschreven met de mogelijke oorzaak en de bijbehorende herstelmaatregel.
Het personeel dat daartoe bevoegd is, moet onmiddellijk de generator uitschakelen en het verantwoordelijke en erkende servicepersoneel informeren als een probleem niet kan worden opgelost met behulp van de volgende tabel.
*U wordt geadviseerd een servicecentrum in te schakelen voor het uitvoeren van deze controles en reparaties
| Storing Mogelijke | oorzaak Herstel | |
| Geen stroom beschikbaar aan de stopcontacten | De snelheid van de machine is te laag | *Pas de snelheid van de machine aan |
| Kabels zijn losgekoppeld of maken kortsluiting. | Controleer de afnemers | |
| Winding rotor of stator - open /kortgesloten | *Test de weerstand van de wikkeling; vervang de wikkeling indien nodig | |
| Een lage uitgangsspanning bij nulbelasting | De snelheid van de machine is te laag. | *Pas de snelheid van de machine aan |
| Winding rotor of stator open /kortgesloten | *Test de weerstand van de wikkeling; vervang de wikkeling indien nodig | |
| Een hoge uitgangsspanning bij nulbelasting | De snelheid van de machine is te laag | *Pas de snelheid van de machine aan |
| Een lage uitgangsspanning bij belasting | De snelheid van de machine is te laag voor volle belasting | *Pas de snelheid van de machine aan |
| Te grote belasting Verminder de bestaande belasting | ||
| Een ongelijkmatige uitgangsspanning | Een ongelijkmatige belasting | Neem de totale belasting weg en breng deze een voor een weer aan zodat u kunt vaststellen welke de onregelmatige werking veroorzaakt |
| Storing Mogelijke | oorzaak Herstel | |
| Rumoerige werking Losse generator of machineschroeven | Draai alle montageonderdelen vast | |
| Kortsluiting in het generatorveld/belasting | ||
| *Controleer de weerstand van de wikkeling, vervang de veldwikkeling en controleer de apparaten die de belasting vormen op kortsluiting, als dat nodig is. Vervang het apparaat dat de belasting vormt. | ||
| Een kapot lager *Vervang het lager. | ||
| De machine start niet Geen brandstof | Brandstof Controleer de brandstof | |
| Brandstofkraan in de stand "OFF". | Zet de brandstofkraan in de open stand "ON" | |
| Kantelschakelaar in de stand "OFF" | Zet de kantelschakelaar in de stand "ON" | |
| Bougiedop vuil of los Maak de bougiedop schoon. Stel de opening af, als dat nodig is | ||
| Bougie vuil Maak de bougie schoon, vervang deze indien nodig | ||
Tabel 6.1: Ploblemen tijden het werken met de generator
*U wordt geadviseerd een servicecentrum in te schakelen voor het uitvoeren van deze controles en reparaties
7 Technische specificaties

De technische specificaties voor het gebruik van de generator worden in dit hoofdstuk beschreven.
Technische specificaties
| Benaming | |||
| Model ESE 206 HS-GT ESE 306 HS-GT ESE 406 HS-GT ES | |||
| Generator synchroon | synchroon synchroon | ||
| Frequentie / Beschermingsklasse | 50 Hz/IP 23 50 Hz/ | IP 23 50 Hz/IP 23 | |
| Nominale spanning 230 V | 1~ 230 V 1~ 230 V | 1~ | |
| Max. afgegeven vermogen (LTP) VA | 2900 | 3400 | 5100 |
| Continue vermogen (COP) in watt | 2200 | 2600 | 3900 |
| Nominale arbeidsfactor cos/(phi) | 0,9 | 0,9 | 0,9 |
| Motortype | Honda GX1601-cilinder 4-taktOHC, luchtgekoeld | Honda GX2001-cilinder 4-takt OHC,luchtgekoeld | Honda GX2701-cilinder 4-takt OHC,luchtgekoeld |
| Kubieke capaciteit in cm3 | 163 | 196 | 270 |
| Vermogen (3000 rpm) in kW | 2,5 | 3,3 | 4,6 |
| Tankinhoud (liter) | 20 | 20 | 30 |
| Geluidsdrukniveau op de werkplek LpA * | 88dB(A) | 89dB(A) | 89dB(A) |
| Geluidsdrukniveau op een afstand van 7mL pA ** | 71dB(A) | 71dB(A) | 72dB(A) |
| Geluidsintensiteitsniveau ** LWA | 96dB(A) | 96dB(A) | 97dB(A) |
| Lengte in mm | 637 | 637 | 800 |
| Breedte in mm | 473 | 473 | 538 |
| Hoogte in mm | 500 | 500 | 576 |
| Gewicht in kg | 41 | 43 | 61 / 66 (E-Start) |
| Motorolie hoeveelheid | 0.6 liter 0.6 liter | 1.1 liter | |
Tabel 7.1: Technische specificaties voor de Generator T1
* gemeten op een afstand van 1 m en een hoogte van 1,6 m volgens ISO 3744 (Deel 10)
**gemeten volgens ISO 3744 (deel 10)
| Benaming | |||||
| Model ESE 506 DHS-GT ESE 606 HS-GT ES ESE 606 DHS-GT ES | |||||
| Generator | synchroon synchroon synchroon | ||||
| Frequentie / Beschermingsklasse | 50 Hz/IP 23 50 Hz/IP | 23 50 Hz/IP 23 | |||
| Nominale spanning 230 V 1~400 V 3~ | 230 V 1~ | 230 V 1~ 400 V 3~ | |||
| Max. afgegeven vermogen (LTP) VA | 4200 | 6300 | 7200 | 5500 | 8300 |
| Continue vermogen (COP) in watt | 2800 | 4300 | 5500 | 3700 | 5600 |
| Nominale arbeidsfactor cos/(phi) | 0,9 | 0,8 | 0,9 | 0,9 | 0,8 |
| Motortype | Honda GX2701-cilinder 4-takt OHCluchtgekoeld | Honda GX3901-cilinder 4-takt OHCluchtgekoeld | Honda GX3901-cilinder 4-takt OHCluchtgekoeld | ||
| Kubieke capaciteit in cm3 270 | 389 | 389 | |||
| Vermogen (3000 rpm) in kW | 4,6 | 6,0 | 6,0 | ||
| Tankinhoud (liter) 30 | 30 | 30 | |||
| Geluidsdrukniveau op de werkplek LpA* | 89dB(A) | 89dB(A) | 89dB(A) | ||
| Geluidsdrukniveau op een afstand van 7mL pA** | 72dB(A) | 72dB(A) | 72dB(A) | ||
| Geluidsintensiteitsniveau ** LWA | 97dB(A) | 97dB(A) | 97dB(A) | ||
| Lengte in mm | 800 | 800 | 800 | ||
| Breedte in mm 538 | 538 | 538 | |||
| Hoogte in mm | 576 | 576 | 576 | ||
| Gewicht in kg | 69 | 73 / 78 (E-Start) | 81 / 86 (E-Start) | ||
| Motorolie hoeveelheid | 1.1 liter | 1.1 liter | 1.1 liter | ||
Tabel 7.2: Technische specificaties voor de Generator T2
* gemeten op een afstand van 1 m en een hoogte van 1,6 m volgens ISO 3744 (Deel 10)
**gemeten volgens ISO 3744 (deel 10)
Omgevingscondities
| Benaming Waarde Unit | ||
| Installatiehoogte boven zeeniveau | < 100 [m] | |
| Temperatuur | < | |
| Relatieve luchtvochtigheid < 30 [%] | ||
Tabel 7.3: Omgevingscondities voor de generator
Gereduceerd vermogen
| Vermogensreductie voor elke extra unit | Unit |
| 1% | 100 |
| 4% | 10 |
Tabel 7.4: Prestatiereductie van generator afhankelijk van de omgevingscondities
Distributienetwerk
| Leiding max. | leidinglengte | Unit |
| HO 7 RN-F (NSH öu) 1,5 mm ^2 | 60 | [m] |
| HO 7 RN-F (NSH öu) 2,5 mm ^2 | 100 | [m] |
Tabel 7.5: Maximale leidinglengte van het distributienetwerk als een functie van de doorsnede van de kabel
Verklaring van het typeplaatje
| CE | ENDRESS Elektrogerätebau GmbH | |||
| ESE 206 HS-GT | Neckartenzlinger Straße 39 | |||
| GeneratorsetISO 8528 D-72658 Bempflingen, Duitsland | ||||
| Pr (COP) 2,2 kW S/N | 112300/00001 | |||
| cos φr | 0,9 | fr | 50Hz | |
| Ur 1~ | 230 V | lr | 10,9A | |
| IP | 23 | hmax | 1000m | |
| Tmax | 40°C | Klasse | G1 | |
| Mfg | 2011 | m | 41 kg | |
| Nominaal vermogen in kW | Serienummer |
| Nominale vermogensfactor | Nominale frequentie in Hertz |
| Nominale spanning in Volt Nominale stroomsterkte in Ampère | |
| Internationale beschermingsklasse | Maximale installatiehoogte in meters |
| Maximale omgevingstemperatuur | Ontwerpklasse |
| Bouwjaar | Gewicht in kilogram |
25
[m]
[°C]
8 Garantie
Voor industrieel gebruik is de garantieperiode 6 maanden vanaf de datum van aankoop.
Neem contact op met de dealer waar u het product hebt gekocht als u aanspraak wilt maken op de garantie of als u vervangende onderdelen nodig hebt.
Laat uw defecte apparaat altijd vergezeld gaan van de volgende documenten:
- Het aankoopdocument (betalingsbewijs of factuur)
- Een beschrijving van de storing die is opgetreden
Service – Hotline
Tel:+49(0)7123-9737-44
E-mail: service@endress-generators.de
Als optie is een set wielen verkrijgbaar

Maak het u gemakkelijk met deze set wielen die speciaal geschikt is voor uw generator:
verkrijgbaar als accessoire* voor de volgende modellen:
ESE 406 / 506 / 606 (D)HS-GT (ES) Ordernr. 161 026
Opmerki
ENDRESS
Strömgeneratorer
BRUKSANVISNING






