MH 540 - Niet gecategoriseerd AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MH 540 AL-KO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MH 540 AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MH 540 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MH 540 van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING MH 540 AL-KO
Inhoudsopgave 1 Over deze gebruiksaanwijzing ................. 36
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik .... 36
2.3 Overige risico's .................................. 36
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
2.5 Symbolen op het apparaat................. 37
3.2 Veiligheid van het apparaat ............... 38
3.3 Veiligheid van personen, dieren en
3.5 Omgang met benzine en olie............. 39
3.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen . 40
4.1.4 Duwboom met handgreep mon-
4.2.5 Duwboom met handgreep mon-
4.3.1 Hakmes voormonteren (19) ......... 41
4.3.5 Duwboom met handgreep mon-
5.2 Oliehoeveelheid controleren en bij-
vullen.................................................. 42 6 Bediening.................................................. 42
6.1 Motorhak naar de werkplek rollen
6.4.2 Hakmessen uitschakelen (35)...... 43
6.5 Achteruitversnelling in- en uitschake-
36 MH540 | MH770 | MH1150 Over deze gebruiksaanwijzing
7.2 Tanndwielolie bijvullen of verversen
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hitte- bronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING
Deze machine is te gebruiken voor:
Het bewerken van vooraf rul gemaakte grond. Er mag alleen met het apparaat gewerkt worden als het volledig gemonteerd is. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerci- ele toepassing in openbare parken en sportfacili- teiten, noch voor de toepassing in land- en bos- bouw. Let vooral op:
Deze machine is niet geschikt voor het be- werken van vaste grond, bijv. vastgetrapte gazons.
2.3 Overige risico's
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze443277_b 37 Productomschrijving van het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge- bruik, de volgende potentiële gevaren worden af- geleid:
Schade aan het gehoor als er geen gehoor- bescherming wordt gedragen.
Lichamelijk letsel door hand-arm-trillingen als de machine gedurende een langere tijd ge- bruikt of niet als voorgeschreven onderhou- den wordt.
Wegslingeren van aarde en kleine stenen.
Snijwonden bij het reiken in de roterende hakmessen.
beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Laat defecte veiligheids- en beschermingsap- paratuur repareren.
De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.
De afschermkap beschermt de bediener tegen de roterende hakmessen en weggeslingerde voor- werpen.
2.5 Symbolen op het apparaat
2.5.1 Veiligheidstekens
Symbool Betekenis Lees de gebruiksaanwijzing vóór de ingebruikname! Roterend gereedschap! Handen en voeten uit de buurt houden.
Motortoerental of werksnelheid in- stellen: Richting H (hoog) = werksnelheid verhogen. Richting L (laag) = werksnelheid verlagen. Symbool Betekenis De chokehendel in de pijlrichting schuiven. Benzinehendel in pijlrichting schui- ven. Alleen MH770, MH1150: - 1 = achteruitversnelling 0 = stationaire loop 2= 2e versnelling (hoge snelheid) 1= 1e Versnelling (lage snelheid)
Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities zijn inbegre- pen: Nr. Onderdeel 1 Motor met versnellingsbak 2 Hakmessenset met hakmessenas Hakmes(sen) 3 Zijbeschermingsschijven (MH770/ MH1150) 4 Wiel (MH540/MH770) 5 Wielen met naven (MH1150) 6 Remspoor 7 Afschermkappen 8 Duwboom 9 Montagetoebehoren
2.7 Productoverzicht (01, 09, 18)
Het productoverzicht (01, 09, 18) geeft een over- zicht van de machine. Nr. Onderdeel 1 Koppelingshendel 2 DuwboomNL 38 MH540 | MH770 | MH1150 Veiligheidsinstructies Nr. Onderdeel 3 Versnellingshendel 4 Motor 5 Wiel 6 Hakmessen 7 Bescherming platen 8 Afschermkap 9 Remspoor 10 Gashendel 11 Hendel voor achteruitversnelling 12 Motorschakelaar 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel! Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Volg alle veiligheidsinstructies en bedienings- instructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u het apparaat ge- bruikt.
Bewaar alle bijgeleverde documenten voor toekomstig gebruik.
Levensgevaar door vergiftiging De uitlaatgassen van de motorhak bevatten koolmonoxide dat bij inademing binnen enke- le minuten dodelijk kan zijn. Let voor of tij- dens het gebruik op het volgende:
Gebruik de motorhak nooit binnenshuis, maar alleen buitenshuis.
Adem geen uitlaatdampen in.
Schakel de motorhak uit als u zich misse- lijk, duizelig of zwak voelt tijdens het ge- bruik van deze machine.
Motorhak alleen in technisch perfecte staat gebruiken.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzienin- gen niet buiten werking.
Draag gehoorbescherming.
De instructies in deze gebruiksaanwijzing en de gebruiksaanwijzing voor de motor zorgvul- dig doorlezen en in acht nemen. Leer de mo- torhak snel uit te schakelen.
Gebruik nooit startsprays of soortgelijke mid- delen.
Personen van jonger dan 16 jaar en perso- nen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet ge- bruiken. Eventuele landspecifieke veiligheids- voorschriften voor de minimumleeftijd van de gebruiker naleven.
Een onervaren bediener moet worden geïn- strueerd en opgeleid in de bediening van het apparaat.
Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
3.2 Veiligheid van het apparaat
Het apparaat alleen gebruiken onder de vol- gende omstandigheden:
De machine is niet vervuild.
De machine vertoont geen beschadigin- gen.
Het apparaat niet overbelasten. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van de machine.
Het apparaat nooit gebruiken met versleten of defecte onderdelen. Defecte onderdelen altijd vervangen door oorspronkelijke reser- veonderdelen van de fabrikant. Wanneer het apparaat met versleten of defecte onderdelen wordt gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden ge- maakt.
Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd in de vakhandel of op on- ze Servicevestigingen.
3.3 Veiligheid van personen, dieren en
Gebruik de machine alleen voor werkzaam- heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle- mentair gebruik kan letsel en materiële scha- de veroorzaken.
Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwe- zig zijn.
Houd een veiligheidsafstand aan tot perso- nen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.443277_b 39 Veiligheidsinstructies
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit ge- richt op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kun- nen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhoudswerk- zaamheden, bij het tanken van het benzine- oliemengsel.
Schakel het apparaat bij een ongeval onmid- dellijk uit om verder letsel en materiële scha- de te voorkomen.
Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte on- derdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
3.4 Veiligheid op de werkplek
Alleen bij daglicht of zeer helder kunstlicht werken.
De machine alleen op een vaste en vlakke ondergrond en niet op steile hellingen gebrui- ken.
Gebruik de machine niet op ruw terrein met stenen.
Altijd dwars ten opzichte van de helling wer- ken.
Niet naar boven en naar beneden op de hel- ling werken en evenmin op hellingen met een inclinatie van meer dan 10°.
Op stabiliteit letten.
Verwijder vreemde voorwerpen uit het te be- werken terrein.
Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van roterende onderdelen.
Machine nooit met lopende motor optillen of dragen.
Bij het starten van de motor mag niemand voor de machine of het gereedschap (hak- messen) staan – de aandrijving van de hak- messen moet uitgeschakeld zijn.
Het bevestigen en verwijderen van het trans- portwiel of het afstellen van de remspoor al- leen met een uitgeschakelde motor en stil- staande hakmessen.
Voor het rijden met gemonteerd transportwiel de motor afzetten en wachten op stilstand van de hakmessen.
Het gebruik van de machine is slechts toege- staan, als men zich houdt aan de veilige af- stand, die door de duwboom wordt bepaald.
Uitlaat en motor schoonhouden.
De tank of tankdop bij beschadiging vervan- gen.
3.5 Omgang met benzine en olie
Explosie- en brandgevaar: Bij het ontsnappen van een benzine-lucht- mengsel ontstaat potentieel explosieve atmo- sfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, explo- deren en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het vol- gende in acht:
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist altijd de volgende gedrags- regels in acht.
Transporteer en bewaar benzine en olie uit- sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieube- scherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde te- rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trech- ter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruim- ten. Op de vloer kunnen zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weggooit. Anders kan spontane zelfont- branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzin- edampen. Start het apparaat daarom nooit op dezelfde plaats, maar altijd op een plaats die minimaal 3 m daarvan is verwijderd.
Vermijd huidcontact met producten van mine- rale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
Let erop dat uw kleding niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddel-NL 40 MH540 | MH770 | MH1150 Montage lijk wanneer benzine op uw kleding terecht- gekomen is.
Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of hete motor.
3.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen
Om verwondingen aan hoofd en ledematen evenals gehoorschade te voorkomen, wordt aanbevolen beschermende kleding en uitrus- ting te dragen.
De kleding moet functioneel (nauwsluitend) zijn en mag niet hinderen bij het dragen. Bij lang haar beslist een haarnetje dragen. Nooit losse kledingstukken of accessoires dragen die in het apparaat kunnen worden getrok- ken, bijv. sjaals, wijde shirts, lange halskettin- gen.
De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:
Gehoorbescherming en veiligheidsbril
Lange broek en schoenen
Beschermende handschoenen 4 MONTAGE WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- ledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!
Controleer voor het inschakelen alle veilig- heids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
1. De bijgeleverde hakmessensets (02/1) op de
voorgemonteerde hakmessens (02/2) steken.
2. Hakmessenset uitlijnen zodat de boringen
Splitpen (02/3) door het gat in de as steken en vasttikken.
4.1.2 Remspoor monteren (03)
1. Bevestigingsbus van het remspoor (03/1) in
de basissteun (03/2) schuiven (03/a).
2. Zeskantbout (03/3) door het gat steken en
1. Wielbeugel met wiel (04/1) door de boring in
voorste basissteun (04/2) schuiven.
2. Veer (04/3) aanbrengen.
3. Schijf (04/4) en moer (04/5) aanbrengen en
4.1.4 Duwboom met handgreep monteren
2. Bouten (05/3) doorsteken.
3. Moeren aanbrengen en vastdraaien.
4. Bovenboom (06/1) op de onderboom plaat-
6. Ringen en moeren aanbrengen en vastdraai-
1. Koppelingshendel (07/1) met stelschroeven
door de boringen van de duwboom (07/2) steken.
2. De moeren (07/3) aanbrengen en vastdraai-
De afschermkappen worden links en rechts van de motor op dezelfde wijze gemonteerd.
1. Afschermkap (08/1) op bevestigingsstaal-
plaat (08/2) plaatsen (08/a), zodat de borin- gen overeenkomen.
2. Schroeven (08/3) van boven in de boringen
3. Moeren aanbrengen en vastdraaien.
4.2.1 Hakmessen voormonteren (10)
Aan iedere flens van de as worden vier hakmes- sen gemonteerd.
1. Twee hakmessen (10/1) aan elke zijde van
de flens (10/2) aanleggen. Daarbij ieder hak- mes 90° ten opzichte van het volgende ver- zetten.
2. Vier bouten (10/3) door de boringen in hak-
messen en flens steken.
1. Aan beide zijden een hakmessenset (11/1)
op de asopname steken.
2. Andere hakmessensets aanbrengen.
3. Alle hakmessensets met klapspieën aan el-
kaar verbinden.443277_b 41 Montage
4. Aan beide zijden een schijf (11/2) plaatsen
en elk met een klapspie bevestigen.
4.2.3 Remspoor monteren (12)
1. Bevestigingsbus van het remspoor (12/1) in
de basissteun (12/2) schuiven (12/a).
2. Pen (12/3) door het gat steken en met veer-
1. Wielbeugel met wiel (13/1) op de voorste ba-
sissteun schuiven (13/a) zodat de boringen overeenkomen.
2. Wielbeugel door de boring (13/2) steken.
3. Veer (13/3) op de wielbeugel schuiven.
4. Schijf (13/4) en moer (13/5) aanbrengen en
4.2.5 Duwboom met handgreep monteren
2. Schroef (14/3) door het rasterscharnier ste-
door de boringen van de duwboom (16/2) steken.
2. De moeren (16/3) aanbrengen en vastdraai-
De afschermkappen worden links en rechts van de motor op dezelfde wijze gemonteerd.
1. Afschermkap (17/1) op bevestigingsstaal-
plaat (17/2) plaatsen (17/a), zodat de borin- gen overeenkomen.
2. Dwarsversteviging (17/3) van onderen op de
afschermkappen aanbrengen.
3. Schroeven van boven door de boringen ste-
4. Moeren aanbrengen en vastdraaien.
4.3.1 Hakmes voormonteren (19)
Aan iedere flens van de as worden vier hakmes- sen gemonteerd.
1. Twee hakmessen (19/1) aan elke zijde van
de flens (19/2) aanleggen. Daarbij ieder hak- mes 90° ten opzichte van het volgende ver- zetten.
2. Vier bouten (19/3) door de boringen in hak-
messen en flens steken.
1. Aan beide zijden een hakmesset (20/1) op de
3. Alle hakmessensets met klapspieën aan el-
4. Aan beide zijden een schijf (20/2) plaatsen
en elk met een klapspie bevestigen.
4.3.3 Remspoor monteren (21)
1. Bevestigingsbus van het remspoor (21/1) in
de houder (21/2) steken (21/a).
2. Pen (21/3) door het gat steken en met veer-
Wielen voormonteren (22) Het ventiel moet zich aan de buitenzijde van het wiel bevinden.
1. Wielnaaf (22/1) aan de binnenzijde van het
loopwiel (22/2) uitrichten zodat de boringen tegenover elkaar liggen.
2. Vier zeskantbouten (22/3) van de buitenzijde
door de openingen steken.
3. Ringen en moeren (22/4) aanbrengen en
vastdraaien. Wielen aanbrengen (23)
1. Wiel (23/1) op de as (23/2) steken (23/a).
2. Wiel zo uitlijnen dat de boringen aan de wiel-
naaf en de as samenvallen.
Klapspie (23/3) door het gat in de as steken en vasttikken.
4. Tweede wiel op dezelfde manier monteren.
4.3.5 Duwboom met handgreep monteren
2. Schroef (24/3) door het rasterscharnier ste-
door de boringen van de duwboom (26/2) steken.
2. De moeren (26/3) aanbrengen en vastdraai-
1. Voorste dwarsbeugel (27/1) midden op de
beugel (27/2) aanleggen, zodat de gaten overeenkomen.
2. Zeskantbout er doorheen steken en moer
van de beugel aanleggen.
4. Zeskantbout er doorheen steken en moer
6. Schroeven met ringen van boven door afdek-
kap en dwarsbeugel steken.
7. De moeren van onderen aanbrengen en
Duwboom in de hoogte verstellen De normale hoogte-instelling komt overeen met heuphoogte.
1. Klemhendel (29/1) aan het onderuiteinde van
de duwboom losmaken.
2. Duwboom neigen tot de passende hoogte
Duwboom opzij verstellen De zijdelingse verstelling van de duwboom maakt het mogelijk dat een al bewerkt gedeelte niet op- nieuw hoeft te worden betreden. De duwboom is naar links en naar rechts steeds met 35° verstel- baar.
1. Draaigreep (29/2) licht opdraaien tot de duw-
boom zich opzij laat bewegen.
2. Duwboom naar links of naar rechts in de ge-
wenste positie draaien (29/b).
3. Draaigreep vastdraaien.
5.2 Oliehoeveelheid controleren en bijvullen
1. Voor de inbedrijfstelling en voor ieder gebruik
het oliepeil in de versnellingsbak en in de motor nakijken.
2. Indien er te weinig tandwielolie of motorolie
aanwezig is: Olie bijvullen. Tandwielolie zie Hoofdstuk 7.2 "Tanndwielolie bijvullen of ver- versen MH770, MH1150 (38)", pagina44 Motorolie OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht. 6 BEDIENING WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel als gevolg van loskomende delen van het appa- raat. Delen van het apparaat die loskomen tij- dens het gebruik kunnen ernstig letsel veroorza- ken.
Controleer voordat het apparaat wordt inge- schakeld of alle delen van het apparaat ste- vig zijn vastgeschroefd.
Bevestig snijbladen zo dat ze niet kunnen loskomen tijdens het gebruik.
6.1 Motorhak naar de werkplek rollen (30,
31) MH540 (30) Voor het rollen van de motorhak het wiel in de transportstand (30/A) brengen.
1. Wielbeugel naar rechts trekken (30/a).
2. Wiel naar boven zwenken (30/b) en laten
vastklikken Vóór de bewerking van de grond het wiel in de werkstand (30/B) zetten.
1. Wielbeugel naar rechts trekken (30/a).
2. Wiel naar beneden zwenken (30/b) en vast
laten klikken. MH770 (31) Wiel voor de bewerking van de grond in de werkstand zetten:
1. Wielbeugel (31/1) naar rechts trekken (31/a).
2. Wiel naar boven zwenken (31/b).
3. Wielbeugel (31/1) door de boring terugschui-
ven. Het zwenken in de transportstand vindt op gelijke wijze plaats.443277_b 43 Bediening MH1150 Voor het transport de wielen monteren:
1. zie Hoofdstuk 4.3.4 "Wielen monteren (22,
23)", pagina41. Vóór bewerking van de grond de loopwielen de- monteren en de hakmessensets monteren:
1. zie Hoofdstuk 4.3.2 "Hakmes monteren (20)",
6.2 Brandstof bijvullen
OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
benzinetoevoer te openen.
2. Alleen bij koude motor: De chokehendel
(32/2) in de pijlrichting schuiven.
3. Motorschakelaar "ON" (33/1) indrukken.
4. Gashendel (33/3) naar links draaien, zodat
de pijl naar H (hoog) wijst.
5. Het trekkoord (34/1) vlot uittrekken (34/a) en
vervolgens weer rustig laten terugrollen. De motor slaat aan.
1. Als de motor goed loopt: Choke-hendel tegen
de pijlrichting tot de aanslag terugschuiven.
2. Als de motor niet loopt: Werkstappen contro-
leren en het trekkoord er opnieuw uittrekken.
3. Als de motor stottert: De chokehendel licht in
de pijlrichting schuiven.
6.3.2 Motor uitschakelen (32, 33)
1. Gashendel (33/3) naar rechts draaien, zodat
de pijl naar L (laag) wijst.
2. Motorschakelaar "OFF" (33/2) indrukken.
3. Benzinekraan (32/1) tegen pijlrichting in du-
wen om benzinetoevoer te sluiten.
1. Veiligheidsknop (35/1) indrukken en inge-
2. Koppelingshendel (35/2) vast naar beneden
aan de duwboom drukken. Na de helft van de hendelslag beginnen de hak- messen te draaien en zet de motorhak zich in be- weging. Nadat de koppelingshendel volledig naar onderen gedrukt werd, zijn de hakmessen volle- dig ingeschakeld.
6.4.2 Hakmessen uitschakelen (35)
WAARSCHUWING! Gevaar door draaien- de delen van de machine! Als er in draaiende delen van de machine wordt gegrepen veroor- zaakt dit zeer ernstig letsel!
Reik nooit in draaiende delen van de machi- ne!
De hakmessen mogen niet draaien wanneer de koppelingshendel is losgelaten.
6.5 Achteruitversnelling in- en uitschakelen
1. zie Hoofdstuk 6.4.1 "Hakmessen inschakelen
2. Hendel voor achteruitversnelling (36/1) tot
aan de aanslag omhoog trekken. Achteruitversnelling uitschakelen:
1. Hendel voor achteruitversnelling (36/1) losla-
MH1150 (37) De motorhak beschikt 2 vooruit- en 1 achteruit- versnelling. De eerste vooruitversnelling is voor harde grond bestemd, waarbij de hakmessen langzaam draai- en. De tweede vooruitversnelling is voor minder harde grond bestemd, waarbij de hakmessen sneller draaien.
1. Koppelingshendel loslaten (zie Hoofdstuk
(37/a), dat deze met de gewenste versnelling op de versnellingsindicatie overeenstemt (1 = 1e versnelling, 2 = 2e versnelling, R = achter- uitversnelling).
3. Veiligheidsknop indrukken en koppelingshen-
del vast naar onderen aan de duwboom druk- ken (zie Hoofdstuk 6.4.1 "Hakmessen in- schakelen (35)", pagina43).
6.7 Remspoor benutten
1. De duwboom van de motorhak en dus ook
het remspoor naar beneden drukken om de snelheid van de motorhak te verlagen en de hakdiepte te beïnvloeden.NL 44 MH540 | MH770 | MH1150 Onderhoud en verzorging
2. De duwboom van de motorhak en dus ook
het remspoor op tillen om de snelheid van de motorhak te verhogen.
7 ONDERHOUD EN VERZORGING
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel bij een inge- schakelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakelde motor uit. GEVAAR! Levensgevaar door ondeskun- dig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel en het gebruik van niet toegestane reservedelen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot de dood toe.
Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking.
Gebruik uitsluitend originele, toegelaten re- servedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onder- houd ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen!
7.1 Hakmessen reinigen
Vóór en na het gebruik van de machine langve- zelige plantdelen en grove brokken aarde uit de messen verwijderen.
7.2 Tanndwielolie bijvullen of verversen
MH770, MH1150 (38) Controleer voor ieder gebruik van de motorhak- frees het oliepeil en vul indien nodig olie bij. Ver- vers de tandwielolie om de 100 werkuren. Noodzakelijke oliesoort en -hoeveelheid: Zie technische gegevens.
1. Motorhakfrees op werkstand zetten.
2. Sluitschroef (38/1) aan de rechterzijde van de
versnellingsbak losdraaien.
3. Bij olieverversing: Afgewerkte olie in een bak
4. Verse olie bijvullen tot hij aan de vulopening
6. Bij olieverversing: Afgewerkte olie conform
de wettelijke bepalingen afvoeren. OPMERKING De olie moet zichtbaar zijn bij de vulopening.
7.3 Bougies onderhouden
OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
7.5 Motorolie verversen
OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
7.6 De bowdenkabels afstellen
De fijnafstelling gebeurt met de stelschroef op de duwboom en op de motorconsole.
1. Contramoer van de stelschroef losdraaien.
2. Stelschroef draaien om de slag van de bow-
OPMERKING De hakmessen mogen pas vanaf halverwege de slag van de hendel begin- nen te draaien. Gaskabel OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
8 HULP BIJ STORINGEN
OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.443277_b 45 Transport Storing Oorzaak Maatregel Motorvermogen is onvol- doende. Luchtfilter verstopt Luchtfilter controleren en reinigen Verbrandingsproblemen Naar servicepunt gaan Hakmessen verontreinigd Hakmessen reinigen Motor slaat niet aan. Brandstof ontbreekt Vul brandstof bij Slechte, vervuilde brandstof, oude brandstof in de tank Tap de brandstoftank af en vul deze met verse brandstof Foute startprocedure De startprocedure correct uitvoeren Gashendel in de verkeerde stand De gashendel in de stand "START" zet- ten Defect aan de bougie Zie motorhandleiding. Luchtfilter Zie motorhandleiding. Hakmessen draaien niet V-riem defect Naar servicepunt gaan Schade aan de versnellings- bak Naar servicepunt gaan Hakmessen los Hakmessen vastdraaien Bowdenkabel uitgerekt of los Bowdenkabel instellen 9 TRANSPORT
Motorhak alleen transporteren met een lege brandstoftank.
Motorhak altijd horizontaal transporteren, an- ders gebeurt het volgende:
weglekkende brandstof en olie
roetafzettingen op de bougie 10 MACHINE OPBERGEN Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewa- ren. Wanneer u de machine langer dan 2 à 3 maan- den niet gaat gebruiken, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd, om bescha- digingen te voorkomen:
Laat de motor net zolang lopen totdat de- ze vanzelf stopt. Zo is er in de brandstof- tank en in de carburateur geen benzine- oliemengsel meer aanwezig en kunnen er zich geen afzettingen vormen.
Wis de gehele machine en de bijbeho- rende accessoires schoon met een poetsdoek. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen!
Verwijder eventueel vuil uit alle ope- ningen in de machine (bijv. koelope- ningen voor de motor).
Laat de machine volledig afkoelen.
Bougiestekker verwijderen en bougie los- draaien.
Druppel een klein beetje olie in de ope- ning voor de bougie.
Trek langzaam aan de starthandgreep, zodat de zuiger beweegt en de olie in de cilinder wordt verdeeld.
4. Apparaat op het wiel neerzetten en niet ge-
5. Apparaat op een zo droog mogelijke plaats
opbergen.NL 46 MH540 | MH770 | MH1150 Verwijderen 11 VERWIJDEREN
Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Voordat de machine wordt afgedankt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
Verpakking, apparaat en toebehoren zijn ver- vaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zijn. Verwijder deze daarom dien- overeenkomstig. 12 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts 13 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruiksaanwijzing
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo- torfabrikant) De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.443277_b 47 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 48
SimpelGids