IT 101 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IT 101 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over IT 101 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IT 101 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IT 101 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING IT 101 BENNING
Gebruiksaanwijzing BENNING IT 101 Digitale multimeter voor het meten van: - isolatieweerstand - laagohmige weerstand - weerstand - gelijkspanning - wisselspanning - meting/ berekening van de polarisatie-index (PI) - meting/ berekening van de diëlektrische absorptieratio (DAR) Inhoud
1. Opmerkingen voor de gebruiker
2. Veiligheidsvoorschriften
4. Beschrijving van het apparaat
5. Algemene kenmerken
6. Gebruiksomstandigheden
7. Elektrische gegeven
8. Meten met de BENNING IT 101
10. Gebruik van de beschermingshoes
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor - elektriciens, bekwame personen en - elektrotechnisch opgeleide personen De BENNING IT 101 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V DC/ AC (zie hiervoor punt. 6: Gebruiksomstandigheden). In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING IT 101 worden de volgende symbolen gebruik: Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en ingeplante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.
Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Duidt op aanwijzingen die opgevolgd moeten worden om gevaar voor de gebruiker te vermijden.
Let op de gebruiksaanwijzing! Het symbool geeft aan, dat de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht moeten worden genomen, om gevaren te voorkomen.
Dit symbool geeft aan dat de BENNING IT 101 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II). Dit waarschuwingssymbool wijst erop dat de BENNING IT 101 niet mag worden ingezet in verdelersystemen met spanningen boven de 600 V. Dit symbool op de BENNING IT 101 betekent dat de BENNING IT 101 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is. Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. Dit symbool op de BENNING IT 101 duidt op de ingebouwde zekering.
(DC) Gelijk- of (AC) wisselstroom. Aarde (spanning t.o.v. aarde).01/ 2019 BENNING IT 101
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010 deel 2 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 DIN VDE 0413 deel 1, 2 en 4/ EN 61557 deel 1, 2 en 4 en heeft, vanuit een technisch veiligheidsoogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op aanwijzingen en waarschu- wingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en ingeplante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.
Het apparaat mag alleen in stroomkringen van de overspan- ningscategorie IV met max. 600 V tussen fase en aarde worden toegepast. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kann opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen - onder bepaalde omstandigheden - voor mensen levensbedreigend zijn. Vanaf een ingangsspanning van 30 V AC/ DC verschijnt in het display van de BENNING IT 101 het waarschuwingssymbool
R, dat waarschuwt voor een voorhandenzijnde gevaarlijke spanning. Aanvullend begint het rode hoogspanningscontrolelampje
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen te worden nagekeken.
LET OP! Bij metingen van isolatieweerstand kunnen bij de BENNING IT 101 gevaarlijke spanningen optreden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Er moet vanuit worden gegaan dat gebruik van het apparaat niet meer verant- woord is bij: - zichtbare schade aan de behuizing en/of meetsnoeren van het apparaat. - kennelijke meetfouten of gehele uitval van het apparaat. - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder minder gunstige omstandigheden. - vermoedelijke schade t.g.v. transport, onoordeelkundig gebruik etc.. - indien het apparaat vochtig zijn.01/ 2019 BENNING IT 101
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheids- meets- noeren niet worden aangeraakt. - verbreek bij spanningsmetingen eerste het contact van de schakelbare testpunt van de BENNING IT 101. - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de BENNING IT 101 worden aangesloten zie fig. 2: Voorzijde van het apparaat. - moet bij het ontkoppelen van de meetsnoeren van het gemeten circuit altijd eerst het spanningsvoerende meets- noer (fase) worden verwijderd en daarna pas het meetsnoer van de nul'-leiding. - mag de BENNING IT 101 nooit worden gebruiktin en omge- ving met explosieve gassen of stofdeeltjes.
Onderhoud: Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.
Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigings- middel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.
Bij de levering van de BENNING IT 101 behoren:
3.3 Twee veiligheidskrokodillenklem rood/ zwart, 4 mm stekertechniek
3.4 Één stuk schakelbare testpunt met geïntegreerde TEST-knop (ond. nr.
3.6 Één magneetbeugel met adapter en riem (ond. nr. 044120)
3.9 Één gebruiksaanwijzing
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - Voorts is de BENNING IT 101 voorzien van een smeltzekering tegen over- belasting, voor een nominale stroom van 315 mA (1000 V), 10 kA, FF, D = 6,3 mm, L = 32 mm (ond. nr. 757213) - De BENNING IT 101 wordt gevoed door vier batterijen van 1,5 V (mignon, IEC LR6, AA)
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: Voorzijde van het apparaat Zie fig. 2: Digitaal display Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 en 2 aangegeven informatie- en bedieningselementen:
Sensor, sensor van de automatische achtergrondverlichting
Digitaal display A AUTO SENSE, voor automatische detectie van de gelijk- (DC) en wissel- spanning (AC) B Digitaal display, voor de meetwaarde en het analoge staafdiagram, C TEST, verschijnt bij de activering van de meting van de isolatieweerstand en laagohmige weerstand D LOCK-toets (fixatie), maakt doorlopende (continue) meting mogelijk van isolatieweerstand en laagohmige weerstand, E APO, verschijnt bij Auto Power Off geactiveerd, F LPF, verschijnt bij geactiveerd laagdoorlaatfilter (low pass filter) G AC/ DC, verschijnt bij gemeten gelijk- (DC) en wisselspanning (AC) H , verschijnt bij compensatie (nulstelling) van de meetleidingen I Bereikweergave J COMPARE, verschijnt bij de vergelijkingsfunctie in de isolatieweerstandme- ting K DAR, verschijnt bij geactiveerde meting van de diëlektrische absorptieratio L PI, verschijnt bij geactiveerde meting van de polarisatie-index01/ 2019 BENNING IT 101
M Proefspanningsindicatie, verschijnt bij de meting van de isolatieweer- stand N Tijd, meettijd van de PI-/ DAR-meting O Symbool “ “, voor lege batterijen P Overschrijding bereik Q Polariteitsaanduiding,
(hoogspanningscontrolelampje), verschijnt voor het aanleggen van een gevaarlijke spanning S MEM, verschijnt bij geactiveerd intern meetwaardegeheugen
Knop (blauw), omschakelknop voor de dubbele functie
COMP-knop, activeert de vergelijkingsfunctie in de isolatieweerstandme- ting
STORE/RECALL-knop, opslaan en opvragen van meetwaarden
LOCK- (vergrendeling)/ PI/DAR-knop,, voor de doorlopende meting van isolatieweerstand en laagohmige weerstand en voor de berekening van de polarisatie-index (PI) en diëlektrische absorptieratio (DAR)
Groene LED (PASS), controlelampje brandt, als de gemeten waarde de referentiewaarde (weerstandswaarde) in de COMP-modus overschrijdt
Rode LED (hoogspanningscontrolelampje), brandt bij het aanleggen van een gevaarlijke spanning J Draaischakelaar, voor de keuze van de meetfuncties. K Ω-bus, voor de meting van weerstanden en laagohmige weerstanden L Bus (positief), voor spannings- en isolatiemetingen, polarisatie-index (PI), diëlektrische absorptieratio (DAR) M COM-bus, gemeenschappelijke bus voor spannings-, weerstands-, laag- ohmige, isolatiemetingen, polarisatie-index (PI), diëlektrische absorptieratio (DAR) N Rubber beschermingshoes.
5. Algemene kenmerken
De BENNING IT 101 voert elektrische metingen van de isolatieweerstand uit. De BENNING IT 101 ondersteunt elektrische veiligheidscontroles volgens DIN VDE 0100, IEC 60364, VDE 0701-0702, BGV A3, ÖVE/ ÖNORM E8701 en NEN 3140. Vooringestelde grenswaarden vergemakkelijken de beoordeling.
5.1 Algemene gegevens van BENNING IT 101
5.1.1 De digitale weergave van de gemeten waarde B is in het display (LCD)
B af te lezen met 3½ cijfers van 15 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 4000.
5.1.2 De weergave van een staafdiagram B bestaat uit 49 segmenten.
Weerstand wordt in een logaritmische schaal weergegeven.
5.1.3 De polariteitsaanduiding Q werkt automatisch. Er wordt slechts één
pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met "-".
5.1.4 De digitale weergave van de proefspanning M is in het LCD-scherm af
te lezen met 3½ cijfers van 7 mm. hoog. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 1999.
5.1.5 Overschrijding van het bereik van weergave in het display wordt met
het teken ">" P weergegeven.
5.1.6 De BENNING IT 101 heeft een automatische keuze van het meetbe-
5.1.7 De BENNING IT 101 heeft een automatische achtergrondverlichting
(auto backlight). In het kopgedeelte bevindt zich de helderheidssensor
. Vermindert het omgevingslicht, dan wordt de achtergrondverlichting automatisch ingeschakeld.
5.1.8 Bij elke geldige toetsdruk weerklinkt eenmaal een akoestisch signaal
(zoemer), bij een ongeldige toetsdruk tweemaal.
5.1.9 De knop (blauw)
activeert de dubbele functie van de draaischa- kelaarstand. In de stand V wordt het laagdoorlaatfilter (LPF) inge- schakeld. In de stand Ω wordt een compensatie (nulstelling) van de meetleidingen mogelijk gemaakt ( ). In de schakelaarstanden 50 V, 100 V, 250 V, 500 V en 1000 V wordt de isolatieweerstand of lekstroom weergegeven.
activeert de vergelijkingsfunctie in de isolatieweer- standsmeting.
dient om meetwaarden op te slaan en weer op te vragen.
5.1.12 De LOCK-toets (fixatie)
maakt het mogelijk om voortdurend (conti- nue) isolatieweerstand en laagohmige weerstand te meten, zonder dat daarvoor de TEST -toets
telkens opnieuw moet worden ingedrukt, dan wel steeds vastgehouden moet worden. Voor een doorlopende01/ 2019 BENNING IT 101
meting dient u op de LOCK-knop te drukken en vervolgens op de TEST-knop. In het display
verschijnt dan het symbool “LOCK“ D. Bij meting van isolatieweerstand zorgt de TEST-toets ervoor dat de proefspanning steeds op het meetpunt staat. Bij laagohmige weer- standsmeting zorgt de TEST-toets ervoor dat de teststroom steeds op het meetpunt staat. De fixatie kan worden opgeheven door indrukken van de LOCK -toets of de TEST -toets.
In gefixeerde status (LOCK-toets) herkent de BENNING IT 101 geen vreemde spanning aan de ingang van het apparaat. Overtuig u er dus van dat er geen spanning staat op het meet- punt vóórdat u de fixatie activeert, daar anders de zekering zou kunnen doorbranden. De knop LOCK activeert de meting van de diëlektrische absorptieratio (DAR) K en van de polarisatie-index (PI) L.
(PASS-controlelampje) brandt tijdens de vergelij- kingsfunctie (knop COMP
), wanneer de gemeten waarde de refe- rentiewaarde (weerstandswaarde) overschrijdt.
maakt compensatie van de meetsnoeren mogelijk (nulstelling) bij het meten van laagohmige weerstand.
hoogspanningscontrolelampje) brandt bij aan- wezigheid van een gevaarlijke spanning. Op het display
van de BENNING IT 101 verschijnt het waarschuwingssymbool
5.1.16 De BENNING IT 101 wordt in- of uitgeschakeld met de draaischakelaar
gefixeerde status (“LOCK“) D (continumeting) vindt uitschakeling plaats na ca. 30 min. Opnieuw inschakelen gebeurt door bediening van een toets, verdraaien van functiedraaischakelaar of door het aanleggen van een spanning > 30 V AC/ DC aan de ingang van het apparaat.
5.1.18 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,15 x (aangege-
ven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.19 De BENNING IT 101 wordt gevoed door vier batterijen 1,5 V (mignon,
Zodra het batterijsymbool O verschijnt, dient u de batte-verschijnt, dient u de batte- rijen onmiddellijk te vervangen, om risico’s voor mensen door meetfouten te voorkomen.
5.1.20 Bij volledige batterijcapaciteit is het mogelijk met de BENNING IT 101
het volgende aantal metingen te verrichten: - 2600 laagohmige weerstandsmetingen (volgens EN 61557-4) [1 Ω, bij 5 sec meetduur] of - 1100 metingen isolatieweerstand (1000 V) (volgens EN 61557-2) [1 MΩ, bij 1000 V en 5 sec meetduur]
5.1.21 Afmetingen van het apparaat:
(L x B x H) = 200 x 85 x 40 mm zonder rubber beschermingshoes (L x B x H) = 207 x 95 x 52 mm met rubber beschermingshoes Gewicht: 470 gram zonder rubber beschermingshoes 630 gram met rubber beschermingshoes
5.1.22 De meegeleverde meetsnoeren zijn zonder meer geschikt voor de voor
de BENNING IT 101 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.23 De BENNING IT 101 wordt beschermd tegen mechanische beschadi-
gingen door een rubber beschermingshoes N. Deze beschermings- hoes maakt het tevens mogelijk de BENNING IT 101 neer te zetten of op te hangen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING IT 101 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal - Overspanningscategorie IEC 61010-1, 600 V categorie IV - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Beschermingsgraad: IP 40 (EN 60529) Betekenis IP 40: Het eerste cijfer (4); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 1 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van01/ 2019 BENNING IT 101
de lucht < 80 %. Bij een omgevingstemperatuur van 31 °C tot 40 °C relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %. Bij een omgevingstemperatuur van 41 °C tot 50 °C relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING IT 101 kan worden opgeslagen bij tem- peraturen van - 20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dienen dan wel de batterijen verwijderd te worden.
7. Elektrische gegevens
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een rela- tieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Meetbereik voor spanning (schakelaarpositie: V)
Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting 600 V DC 0,1 V ± (1,0 % meetwarde + 5 Digit) 600 V AC 0,1 V ± (1,5 % meetwarde + 5 Digit) bij 50 Hz - 60 Hz ± (2,0 % meetwarde + 5 Digit) bij 61 Hz - 500 Hz 600 V AC met laagdoorlaatfilter (LPF) 0,1 V ± (1,5 % meetwarde + 5 Digit) bij 50 Hz - 60 Hz ± (5,0 % meetwarde + 5 Digit) bij 61 Hz - 400 Hz Visuele waarschuwing bij een gevaarlijke spanning vanaf 30 V AC/ DC (
Minimale meetspanning: 0,6 V (AC) Overspanningsbeveiliging: 600 V RMS of DC Grensfrequentie van het laagdoorlaatfilter (LPF): 1 kHz Ingangsimpedantie: 3 MΩ/ minder dan 100 pF AC-omrekening De AC-omrekening is capacitief gekoppeld (AC-gekoppeld), TRUE RMS- gedrag, gekalibreerd op een sinussignaal. Bij niet-sinusvormige signaalprofielen wordt de uitkomst onnauwkeuriger. Daardoor ontstaat voor de volgende Crest- factoren een extra afwijking: Crest-factor 1,4 tot 2,0: extra afwijking + 1,0 %. Crest-factor 2,0 tot 2,5: extra afwijking + 2,5 %. Crest-factor 2,5 tot 3,0: extra afwijking + 4,0 %.
7.2 Meetbereik voor isolatieweerstand
Automatische ontlaadfunctie: ontlaadtijd < 1 s voor C < 1 µF Maximale capacitieve belasting: bruikbaar tot 1 µF belasting Detectie van een aangesloten stroomkring: indien > 30 V AC/ DC, dan
7.3 Bereik voor weerstand (bereik voor laagohmige weerstand)
(schakelaarpositie: Ω ) Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting 40 Ω 0,01 Ω ± (1,5 % meetwarde + 5 Digit)* 400 Ω 0,1 Ω ± (1,5 % meetwarde + 3 Digit) 4000 Ω 1 Ω ± (1,5 % meetwarde + 3 Digit) 40 kΩ 0,01 kΩ ± (1,5 % meetwarde + 3 Digit)
- < 1 Ω extra 3 Digit Proefspanning: > 4 V en 8 V Kortsluitstroom: > 200 mA Detectie van een aangesloten stroomkring: indien > 2 V AC/ DC, dan
8. Meten met de BENNING IT 101
8.1 Voorbereiden van de metingen
Gebruik en bewaar de BENNING IT 101 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING IT 101 meege- leverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets- noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Voor dat met de draaischakelaar J een andere functie wordt gekozen, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING IT 101 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spanningsmeting met AUTO SENSE-functie (automatische AC/
DC-detectie) - Verbreek het contact van de schakelbare testpunt van de BENNING IT 101. - Kies met de draaischakelaar J de gewenste functie (V) - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus M van de BENNING IT 101. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Insulation L van de BENNING IT 101. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
- Spanningen boven 660V AC/ DC worden in het display met “>660 V AC/DC“ aangegeven. - Bij spanningen vanaf 30 V AC/ DC verschijnt een knipperend waar- rschuuwingssignaal “
De BENNING IT 101 geeft noch DC (gelijk-) noch AC (wissel- spanning) aan. Als de gemeten spanning zowel een DC- als een AC- aandeel heeft, wordt altijd alleen de grootste component aangegeven. Bij AC (wisselspanning) wordt de gemeten waarde verkregen door middeling van de gelijkrichtingen aangegeven als effectieve waarde. Zie fig. 3: Spanningsmeting met AUTO SENSE-functie
8.2.1 Spanningsmeting met laagdoorlaatfilter (LPF)
- De BENNING IT 101 heeft een geïntegreerd laagdoorlaatfilter met een grensfrequentie van 1 kHz. - Met de knop (blauw)
aan de BENNING IT 101 wordt het laagdoorlaat- filter geactiveerd (knop eenmaal indrukken). - Is het filter actief, dan verschijnt op het display
het symbool 'LPF' F.
8.3 Weerstands- en laagohmige meting
- Maak het te meten schakelcircuit c.q. het object, spanningsvrij. - Kies met de draaischakelaar J de gewenste functie (Ω) - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus M van de BENNING IT 101. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de Ω-contactbus K van de01/ 2019 BENNING IT 101
BENNING IT 101. - Om een compensatie (nulstelling) van de weerstand van de meetleidingen uit te voeren, dient u contact te maken tussen de meetleidingen (kortsluiten) en vervolgens op de blauwe knop
te drukken. De nulstelling is voltooid, zodra op het display
“ “ H verschijnt. - De veiligheidsmeetleidingen met het meetpunt in contact brengen, de knop TEST
indrukken en de meetwaarde op het display
van de BENNING IT 101 aflezen. - Bij een spanning vanaf 2 V AC/ DC wordt extra gewaarschuwd met behulp van een knipperend waarschuwingssymbool (
) R, vóór een vreemde spanning wordt aangelegd. De weerstandsmeting wordt dan afgebroken. Schakel het schakelcircuit spanningsvrij en herhaal de meting. - De weerstandswaarde wordt op het display
aangegeven. Weerstanden boven de 40 kΩ worden op het display aangegeven met “>40kΩ“. - Om de weerstandswaarde continu te meten, drukt u op de knop LOCK
en vervolgens op TEST
. De waarde wordt continu gemeten, tot de knop TEST
nogmaals wordt ingedrukt. Zie fig. 4: Weerstands- en laagohmige meting
8.4 Meten van isolatieweerstand
LET OP: maximale spanning t.o.v. aarde! Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen: - COM-contactbus M - Contactbus voor V, Insulation
van de BENNING IT 101 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V zijn. Vermijd bij metingen vonkbogen gedurende langere tijd tussen de testpennen/ meetpun- ten, deze kunnen apparatuurstoringen veroorzaken.
Tijdens het meten van isolatieweerstand kunnen aan de punten van de meetpennen van de BENNING IT 101 gevaarlijke span- ningen voorkomen. Denk er aan dat deze spanningen ook kun- nen optreden aan blanke metaaldelen van het schakelcircuit. Vermijd contact met de testpennen wanneer de draaischakelaar J op positie 50 V, 100 V, 250 V, 500 V of 1000 V staat. - Maak het te meten schakelcircuit c.q. het object, spanningsvrij. - Kies met de draaischakelaar J de gewenste functie (MΩ) - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus M van de BENNING IT 101. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Insulation L van de BENNING IT 101. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. - Bij een spanning vanaf 30 V AC/ DC wordt extra gewaarschuwd met behulp van een knipperend waarschuwingssymbool (
) R, vóór een vreemde spanning wordt aangelegd. De isolatieweerstandsmeting wordt dan afge- broken. Schakel het schakelcircuit spanningsvrij en herhaal de meting. - Om de meting te starten, drukt u op de knop TEST
- Druk op de blauwe knop
, om de isolatieweerstand of de lekstroom weer te geven. - Om de isolatieweerstand continu te meten, drukt u eerst op de knop LOCK
en vervolgens op TEST
. De waarde wordt continu gemeten, tot de knop TEST
nogmaals wordt ingedrukt.
Alvorens de meetleidingen te verwijderen, dient u de knop TEST
los te laten en te wachten tot de spanning weer tot 0 V is gedaald. Op deze manier worden de interne energiebuffers van het te testen onderdeel via het meettoestel ontladen - Weerstandswaarden die groter dan het meetbereik zijn, worden op het display
8.4.1 Compare-functie (vergelijkingsfunctie)
- Het isolatieweerstandsmeettoestel BENNING IT 101 heeft 12 opgeslagen grenswaarden: 100 kΩ, 200 kΩ, 500 kΩ, 1 MΩ, 2 MΩ, 5 MΩ, 10 MΩ, 20 MΩ, 50 MΩ, 100 MΩ, 200 MΩ en 500 MΩ. - Vóór het begin van de meting dient u op de knop COMP
te drukken, om de grenswaarde te selecteren. In de vergelijkingsmodus verschijnt het sym- bool “COMPARE“ J, de geselecteerde grenswaarde wordt rechtsonder op het display
vermeld. De vergelijkingsfunctie maakt een directe controle01/ 2019 BENNING IT 101
op onderschrijding van de geselecteerde grenswaarde mogelijk. - Het groene PASS-controlelampje
brandt, als de gemeten waarde de referentiewaarde (weerstandswaarde) overschrijdt. - Met een druk op de knop COMP
kan de grenswaarde geselecteerd en geactiveerd worden. - Door de knop COMP
langer ingedrukt te houden (2 seconden), wordt de vergelijkingsfunctie weer uitgeschakeld.
8.5 Polarisatie-index (PI) en diëlektrische absorptieratio (DAR)
- Maak het te meten schakelcircuit c.q. het object, spanningsvrij. - Kies met de draaischakelaar J de gewenste functie (MΩ) - Om de polarisatie-index (PI) te bepalen, houdt u de knop LOCK
(PI/DAR) langer ingedrukt (2 seconden). Op het display
verschijnt het symbool “PI“ L. Door nogmaals op de knop te drukken, kan worden gekozen tussen de meting van de diëlektrische absorptieratio (DAR) of van de polarisatie-index (PI). De gekozen meting (PI L of DAR K) wordt op het display
aange- geven. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus M van de BENNING IT 101. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Insulation L van de BENNING IT 101. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten. - Bij een spanning vanaf 30 V AC/ DC wordt extra gewaarschuwd met behulp van een knipperend waarschuwingssymbool (
) R, vóór een vreemde spanning wordt aangelegd. De meting wordt dan afgebroken. Schakel het schakelcircuit spanningsvrij en herhaal de meting. - De knop TEST
start en onderbreekt de meting. - De blauwe knop
bepaalt de benodigde resttijd voor de waardebepaling. - Indien de meetwaarde het meetbereik overschrijdt, verschijnt op het display de foutmelding “Err“. Zie fig. 6: Meting polarisatie-index (PI)/ diëlektrische absorptieratio (DAR) Polarisatie-index (PI) = R10-min/ R1-min Met: R10-min = gemeten isolatieweerstand na 10 minuten R1-min = gemeten isolatieweerstand na 1 minuut Diëlektrische absorptieratio (DAR) = R1-min/ R30-s Met: R1-min = gemeten isolatieweerstand na 1 minuut R30-s = gemeten isolatieweerstand na 30 seconden Opmerking: Een polarisatie-index > 2 of een diëlektrische absorptieratio > 1,3 zijn kenmer- kend voor een goede isolatiekwaliteit.
8.5.1 Meetresultaten na PI-meting
- Na de beëindiging van de meting wordt met een druk op de knop “<“ (knop blauw
) door de meetresultaten gebladerd. Zie fig. 7: Meetresultaten na PI-meting
8.5.2 Meetresultaten na DAR-meting
- Na de beëindiging van de meting wordt met een druk op de knop “<“ (knop blauw
) door de meetresultaten gebladerd. Zie fig. 8: Meetresultaten na DAR-meting
De BENNING IT 101 heeft een intern meetwaardegeheugen met 100 geheu- genplaatsen per meetfunctie.
8.6.1 STORE (meetwaarden opslaan)
- Druk op de knop STORE/RECALL
om de meetwaarden in het geheugen op te slaan. Bij een druk op deze toets knippert het symbool “MEM“ S en verschijnt het aantal opgeslagen meetwaarden M op het display
Het geheugen is in vijf segmenten verdeeld. Elk segment bestaat uit 100 geheugenplaatsen. Spanning Weerstand Isolatieweerstand DAR PI 1 Spanning Weerstand Weerstand DAR-waarde PI-waarde 2 Lekstroom R30-s R1-min 3 Proefspanning R1-min R10-min Tabel 1: Geheugenwaarden van de betreffende meting01/ 2019 BENNING IT 101
- Om een opgeslagen meetwaarde op te vragen, houdt u de knop STORE/ RECALL
langer ingedrukt (2 seconden). Het symbool “MEM“ S en het aantal opgeslagen meetwaarden M verschijnen op het display
- Met de blauwe knop
kan door het geheugen worden gebladerd. - Als het geheugen leeg is, verschijnt "nOnE" op het display. Zie fig. 9: Opgeslagen meetwaarden opvragen Zie fig. 10: Opgeslagen waarden van de isolatiemeting
8.6.3 Opvragen van de opgeslagen meetwaarden van de PI/ DAR-meting
(PI/DAR) langer ingedrukt (2 seconden). Op het display
verschijnt het symbool “PI“ L. - Selecteer de gewenste functie (DAR) K of (PI) L, door nogmaals op de knop te drukken. De geselecteerde functie wordt op het display
langer ingedrukt, om de RECALL-modus te activeren. - Met de blauwe knop
kan door het geheugen worden gebladerd. - Als het geheugen leeg is, verschijnt "nOnE" op het display. Zie fig. 11: Opgeslagen waarden van de DAR-meting Zie fig. 12: Opgeslagen waarden van de PI-meting
8.6.4 Meetwaardegeheugen wissen
- Om het meetwaardegeheugen van een meetfunctie (segment) te wissen, houdt u de knop STORE/ RECALL
langer dan 5 seconden ingedrukt. Op het display
knipperen de symbolen “MEM“ S en “clr“ B tweemaal. - Om het complete meetwaardegeheugen te wissen (alle segmenten), dient u het meettoestel uit te schakelen, de knop STORE/ RECALL
ingedrukt te houden en het meettoestel weer in te schakelen. Op het display
De BENNING IT 101 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING IT 101 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING IT 101 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING IT 101 - Zet de draaischakelaar J in de positie ‘Off’.
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING IT 101 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing. - Meetfouten. - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden. - Transportschade. In dergelijke gevallen dient de BENNING IT 101 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING IT 101 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het bat- terijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de bat- terij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij
De BENNING IT 101 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! De BENNING IT 101 wordt gevoed door vier batterijen 1,5 V (Mignon IEC LR6, AA) wisselen van batterijen is nodig als in het display
continu het bat- terijsymbool O verschijnt.01/ 2019 BENNING IT 101
De batterijen worden als volgt gewisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING IT 101 - Zet de draaischakelaar J in de positie “OFF”. - Neem de rubber beschermingshoes N af van de BENNING IT 101 - Leg de BENNING IT 101 op de voorkant en draai de schroef van het bat- terijdeksel los. - Neem het batterijdeksel van het apparaat weg. - Neem de ontladen batterijen uit het batterijvak. - Plaats de nieuwe batterijen in het batterijvak (op correcte polariteit letten). - Plaats het batterijdeksel en draai de schroef aan. - Plaats de rubber beschermingshoes N weer op de BENNING IT 101. Zie fig. 13: Batterij en zekering vervangen
Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
9.4 Testen en verwisselen van de zekering
De goede werking van de zekering kan als volgt worden getest: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING IT 101 - Met de draaischakelaar J de functie “Ω “ selecteren en op de knop TEST
drukken. - Wanneer op het display
“FUSE“ verschijnt, is de zekering defect en moet ze worden vervangen.
Voor het openen van de BENNING IT 101 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING IT 101 wordt door een ingebouwde zekering (315 mA, 1000 V, 10 kA, FF, afmetingen D = 6,3 mm, L = 32 mm), beschermd tegen overbelas- ting. Deze zekering wordt als volgt gewisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING IT 101 - Zet de draaischakelaar J in de positie “OFF”. - Neem de rubber beschermingshoes N af van de BENNING IT 101 - Leg de BENNING IT 101 op de voorkant en draai de schroef van het bat- terijdeksel los. - Neem het batterijdeksel van het apparaat weg. - Til de zekering aan één kant met een schroevendraaier uit de zekering- houder. - Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder. - Plaats de nieuwe zekering. Gebruik alleen zekeringen met gelijke nominale stroom, gelijke nominale spanning, gelijk scheidingsvermogen, gelijke uit- schakelkarakteristiek en gelijke afmetingen. - Positioneer de zekering in het midden van de houder. - Plaats het batterijdeksel en draai de schroef aan. - Plaats de rubber beschermingshoes N weer op de BENNING IT 101. Zie fig. 13: Batterij en zekering vervangen
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Om de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D – 46397 Bocholt
10. Gebruik van de rubber beschermingshoes
- U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes N wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt. - U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes klikken, dat het contactpunt vrij komt te staan en deze, samen met de01/ 2019 BENNING IT 101
BENNING IT 101 naar een meetpunt kan worden gebracht. - Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes maakt het mogelijk de BENNING IT 101 schuin neer te zetten of op te hangen. - De beschermingshoes heeft een oog waaraan het apparaat eventueel kan worden opgehangen. Zie fig. 14: Wikkelen van de veilighh eidsmeetsnoeren Zie fig. 15: Opstelling van de BENNING IT 101
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levens- duur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.01/ 2019 BENNING IT 101
SimpelGids