Tanaka ECV-5601 - Zaag

ECV-5601 - Zaag Tanaka - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ECV-5601 Tanaka in PDF-formaat.

📄 163 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Tanaka ECV-5601 - page 102

Gebruikersvragen over ECV-5601 Tanaka

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ECV-5601 - Tanaka en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ECV-5601 van het merk Tanaka.

GEBRUIKSAANWIJZING ECV-5601 Tanaka

85 dB(A) OF MEER Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u de machine bedient. Draag veiligheidshelm, veiligheidsbril en gehoorbescherming. Bedien de motorzaag met twee handen. Waarschuwing! Terugslaggevaar. Zorg ervoor, dat u alle waarschuwingen aandachtig leest, goed begrijpt en nauwlettend volgt. MODEL ECV-5601 49,3 cm

1. Voor veilig gebruik

1. Gebruik nooit een motorzaag wan-

neer u vermoeid, ziek of geërgerd of onder invloed van medicijnen die de aandacht kunnen verslappen, of onder invloed van alcohol of verdo- vende middelen bent.

2. Draag werkschoenen, nauwzittende

kleding, veiligheidsbroek, veilig- heidshelm en gehoorbescherming. Gebruik een trillingsbestendige handschoen.

3. Wees bij het hanteren van brandstof

altijd uiterst voorzichtig. Veeg even- tueel gemorste brandstof weg en start de motorzaag op tenminste 3 m afstand van de plek waar u brandstof heeft bijgevuld.

4. Zorg dat de zaagketting scherp is en

de zaag, inclusief het AV-systeem, in goede staat. Bij gebruik van een botte zaag is de zaagtijd langer en wanneer u een botte ketting door het hout drukt nemen de trillingen die op uw handen worden overgebracht toe. Een zaag met losse onderdelen of met beschadigde of versleten AV-buffers heeft ook een hoger trillingsniveau.

5. Bij het in acht nemen van alle

bovenstaande voorzorgsmaatregelen kan toch het optreden van het witte vinger syndroom of het carpaal tunnelsyndroom niet uitgesloten worden. Wanneer u de zaag veelvuldig en langdurig gebruikt, dient u zorgvuldig de toestand van uw handen en vingers te controleren. Als de hierboven vermelde verschijnselen optreden, moet u onmiddellijk de hulp van een arts inroepen.

6. Verwijder alles wat kan vonken of

brand kan veroorzaken (d.w.z. niet roken, open vuur vermijden en geen werk uitvoeren waarbij vonken kunnen ontstaan) op plaatsen waar brandstof wordt gemengd, bijgevuld of bewaard.

7. Bij het mengen van brandstof en het

bedienen van de motorzaag mag niet gerookt worden.

8. Sta bij het starten en het gebruik van

de motorzaag niet toe, dat andere personen zich in de buurt van de motorzaag bevinden. Houd omstan- ders en dieren buiten de werkplek. Kinderen, huisdieren en omstanders moeten zich bij het starten en tijdens het gebruik van de motorzaag op een afstand van tenminste 10 m bevinden.

9. Begin niet met zagen voordat u de

werkplek volledig heeft vrijgemaakt, een stevige standplaats heeft ge- vonden en u er zeker van bent dat u goede uitwijkmogelijkheden van de omvallende boom heeft.

10. Houd de motorzaag altijd met beide

handen vast wanneer de motor loopt. Omvat de handgrepen van de motor- zaag met de duim en vingers van uw hand.

11. Houd al uw lichaamsdelen uit de

buurt van de zaagketting wanneer de motor loopt.

12. Controleer of de zaagketting volledig

vrij is voordat u de motor start.

13. Verplaats de kettingzaag altijd met

afgezette motor, waarbij het zaagblad en de zaagketting naar achteren wijzen en de uitlaat van uw lichaam af wordt gehouden.

14. Breng nooit modificaties in de ma-

chine aan en verwijder ook geen veiligheidsonderdelen. Gebruik de machine niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze is ontworpen. Gebruik uitsluitend originele Tanaka vervangingsonderdelen zoals aanbevolen door de fabrikant.

Inspecteer de motorzaag voor ge- bruik altijd op versleten, loszittende of beschadigde onderdelen. Gebruik nooit een motorzaag die beschadigd, verkeerd afgesteld, of onvolledig of onveilig gemonteerd is. Controleer of de zaagketting stopt wanneer de gashendel losgelaten wordt.

16. Al het onderhoud aan de motorzaag,

met uitzondering van het in deze ge- bruiksaanwijzing beschreven onder- houd, moet door vakkundig onder- houdspersoneel worden uitgevoerd. (Wanneer bijvoorbeeld voor het verwij- deren van het vliegwiel het verkeerde gereedschap wordt gebruikt, of wanneer het vliegwiel met het verkeerde gereedschap wordt vastgehouden om de koppeling te kunnen verwijderen, kan het vliegwiel structureel worden beschadigd waardoor het uiteindelijk uit elkaar zou kunnen vallen.)

17. Schakel altijd de motor uit voordat de

18. Wees altijd uiterst voorzichtig bij het

zagen van kleine struiken of takken, omdat dergelijke materiaal in de zaagketting kan blijven hangen en naar u toe kan worden getrokken waar- door u uw evenwicht kunt verliezen. 19.Laat u bij het zagen van een tak die onder spanning staan niet verrassen door het ogenblikkelijke spannings- verlies van het hout, waardoor de tak kan terugspringen.

20. Zaag niet bij harde wind, slecht

weer, slecht zicht of bij zeer hoge of zeer lage temperaturen. Controleer bomen altijd op dood hout dat tijdens het zagen uit de boom zou kunnen vallen.

21. Houd de handgrepen schoon, droog

en vrij van brandstof en olie.

22. Gebruik de motorzaag alleen in goed

geventileerde ruimten. Start de mo- tor niet in een gesloten ruimte of ge- bouw. De uitlaatgassen bevatten het gevaarlijke koolmonoxide.

23. Om ademhalingsproblemen te

voorkomen, dient u een veiligheidsmasker te dragen wanneer er kettingolienevel en stof van de kettingzaag afkomt.

24. Gebruik de motorzaag alleen in

bomen wanneer u daarvoor bent opgeleid.

25. Denk aan de terugslag. Terugslag is

een felle opwaartse beweging van het zaagblad, die wordt veroorzaakt wanneer de zaagketting aan het uit- einde van het zaagblad een voor- werp raakt. Door een terugslag kunt u de controle over de motorzaag ge- heel verliezen, wat tot een zeer ge- vaarlijke situatie kan leiden.

26. Voordat u de kettingzaag vervoert of

opbergt, dient u te controleren of de juiste geleidestaafbeveiliging is aangebracht.

27. Reinig en onderhoud de machine

zorgvuldig en berg deze op een droge plaats op. VOORZORGSMAATREGELEN

  • Wanneer het uiteinde van het zaag- blad een voorwerp raakt of wanneer het hout naar beneden drukt en de zaagketting in de zaagsnede vastknijpt, dan kan de motorzaag een terugslag krijgen. Bij aanraking van het zaagbladuiteinde kan het zaagblad bliksemsnel worden omhoog geworpen in de richting van de ge- bruiker. Door het afknijpen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad kan het zaagblad razendsnel in de richting van de gebruiker worden gedrukt. In beide gevallen kan de terugslag u de controle over de motorzaag doen verliezen, wat ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben.
  • U kunt niet volledig op de ingebouwde beveiligingen van de motorzaag vertrouwen. Als gebruiker van een motorzaag dient u diverse voorzorgsmaatregelen te nemen om het werk veilig en zonder gevaar op verwondingen te kunnen uitvoeren. (1) Met een goed begrip van terugslag kunt u het verrassingselement ver- kleinen of zelfs volledig wegnemen. Ongelukken worden vaak veroorzaakt doordat mensen worden verrast. (2) Als de motor loopt, zorg er dan voor dat u de motorzaag altijd goed met beide handen vasthoudt, met de rechterhand op de achterste hand- greep en de linkerhand op de voorste handgreep. Omvat de handgrepen van de motorzaag met de duim en vingers van uw hand. Door de motorzaag stevig vast te houden, kunt u de terugslag opvangen en de controle over de motorzaag behouden. (3) Controleer of het terrein waar u werkt volledig vrij van obstakels is. Voor- kom dat het uiteinde van het zaag- blad tijdens het zagen in contact kan komen met een andere stam, tak of enig ander voorwerp. (4) Zaag bij een hoog motortoerental. (5) Voorkom dat u te ver moet reiken en zaag niet boven schouderhoogte. (6) Volg de aanwijzingen van de fabri- kant over het vijlen en voor het onder- houd van de zaagketting. (7) Gebruik alleen de door de fabrikant voorgeschreven, of gelijkwaardige bladen en kettingen.ECV-5601 NL-6

2. Uitleg van symbolen op de motorzaag

De opening voor het bijvullen van de „MENGSMERING” Plaats: Brandstofdop De opening voor het bijvullen van de kettingolie Plaats: Oliedop De motor start wanneer de schakelaar in de stand „I” wordt gezet. De motor stopt onmiddellijk wanneer de schakelaar in de „O” stand wordt gezet. Plaats: Linker achterkant van de motorzaag Voor het starten van de motor. Wanneer u de chokeknop (aan de achterzijde, rechts van de handgreep) tot de pijl uittrekt, kunt u de startmodus als volgt instellen:

Stand voor de eerste fase – starten met een warme motor. (start met warme motor)

Stand voor de tweede fase – starten met een koude motor. (start met koude motor) Plaats: Rechtsboven het luchtfilterdeksel De schroef onder de „H” aanduiding is de stelschroef voor het hoge toerental. De schroef onder de „L” aanduiding is de stelschroef voor het lage toerental. De schroef links van de „T” aanduiding is de stelschroef voor het stationair toerental. Plaats: Linkerkant van de achterste handgreep Geeft aan in welke richting de kettingrem vrij staat (witte pijl) en in werking is gezet (zwarte pijl). Plaats: Voorkant van het kettingdeksel WAARSCHUWING Om de veiligheid tijdens het gebruik en het onderhoud te vergroten, zijn er op de motorzaag enkele symbolen in reliëf aangebracht. Let op deze aanwijzingen en maak hierbij geen vergissingen.ECV-5601 NL-7

Aangezien in deze handleiding meerdere modellen worden beschreven, is het mogelijk dat de afbeeldingen niet altijd precies overeenkomen met uw machine.Volg de aanwijzingen die op uw machine van toepassing zijn.

1. Activeringsschakelaar

2. Veiligheidsschakelaar

17. Klemmoer voor geleidestaafECV-5601

NL-8 OPMERKING Let op de juiste draairichting van de zaagketting.

5. Plaats het kettingdeksel op het motorhuis en draai de

6. Houd het uiteinde van het zaagblad vast en verdraai de

kettingspanschroef om de kettingspanning zodanig af te stellen, dat de kettinggeleiders net met de onderkant van zaagbladlopers in aanraking komen.

7. Houd het zaagbladuiteinde omhoog en draai de moeren

stevig vast (12 ~ 15 N·m). Controleer vervolgens of de ket- ting soepel draait en de juiste spanning heeft. Zo nodig opnieuw afstellen met loszittende kettingdeksel.

8. Draai de kettingspanschroef vast.

OPMERKING Een nieuwe ketting rekt in het begin enigszins uit. Controleerde spanning regelmatig, omdat een loszittende kettinggemakkelijk kan aflopen en extra slijtage aan de ketting zelfen aan het zaagblad kan veroorzaken.

4. Installing Guide Bar and Saw Chain

A standard saw unit package contains the items as illustrated. Open de doos en monteer het zaagblad en de zaagketting alsvolgt op het motorhuis:* Monteer de bijgeleverde puntbumper (1) met twee schroeven aan de machine. WAARSCHUWING De zaagketting heeft scherpe hoeken. Draag veilig-heidshalve dikke werkhandschoenen.1. Trek de remhendel naar de voorste handgreep toe om dekettingrem vrij te zetten.2. Draai de moeren los en verwijder het kettingdeksel.3. Monteer de pen op het motorhuis.4. Leg de ketting om het kettingwiel en bevestig het zaagbladaan het motorhuis terwijl u de zaagketting op het zaagbladlegt. Stel de stand van de kettingspanmoer op hetkettingdeksel af op het onderste gat van het zaagblad.Draairichting (1) Kettingspanschroef(2) Losdraaien(3) Vastdraaien(1) Gat(2) Kettingspanner(3) KettingdekselPen en montageboutenMotorhuisZaagbladbeschermerZaagbladZaagkettingPijpsleutelSchroevendraaier voor afstelling vande carburateurECV-5601 NL-9

  • Benzine is zeer licht ontvlambaar. Rook niet, maak geenvuur aan en voorkom dat er vonken ontstaan in de buurtvan de brandstof. Stop de motor en laat hem voldoendeafkoelen voordat u brandstof bijvult. Kies voor het bijvul-len van de brandstof bij voorkeur een open plek buitens-huis en start de motor op tenminste 3 m afstand van deplek waar u de brandstof heeft bijgevuld.bevatten waardoor het mengen moeizaam verloopt. Houdin gedachten dat een onvoldoende gemengde brandstofde motor kan doen vastlopen omdat het mengsel te arm is.5. Zet een merkteken op de buitenkant van de jerrycan omverwisseling met gewone benzine of andere stoffen tevoorkomen.6. Geef op de buitenkant van de jerrycan aan wat er in zit.

■ BIJVULLEN VAN DE BRANDSTOF

Draai de tankdop los. Leg de dop op een schone plaats neer.2. Vul de tank voor 80% met brandstof.3. Draai de tankdop goed vast en veeg eventueel gemorstebrandstof met een doek weg. WAARSCHUWING 1. Bijvullen moet op vlakke, onbegroeide grondplaatsvinden.2. Start de motor op tenminste 3 meter afstand van deplaats waar u de brandstof heeft bijgevuld.3. Stop de motor voordat u brandstof bijvult. Schud dejerrycan goed voordat u brandstof bijvult. ■ OM DE LEVENSDUUR VAN UW MOTOR TE VERLENGEN, VERMIJDT U: 1. BRANDSTOF ZONDER MENGSMERING (GEWONE BEN-ZINE) – Dit zal de motor erg snel beschadigen.2. ALCOHOLBENZINE – Dit kan de rubber en/of plastic delenaantasten en het smeersysteem van de motor verstoren.3. OLIE VOOR 4-TAKTMOTOREN – Dit kan de bougievervuilen, de uitlaatpoort blokkeren of de zuigerring doenvastlopen.4. Mengsmering die een maand of langer ongebruikt blijft,kan de carburateur doen verstoppen en de motor slechterlaten lopen.5. Wanneer u de motorzaag gedurende langere tijd wiltopbergen, reinigt u de brandstoftank nadat u hem heeftgeleegd. Start vervolgens de motor om de carburateur vande resterende brandstof te ontdoen.6. Lever de voor de mengsmering gebruikte jerrycans in alsklein chemisch afval wanneer u de jerrycan wilt weggooien. OPMERKING Lees voor de details van de kwaliteitsgarantie het hoofdstukBeperkte garantie zorgvuldig door. Gewone slijtage enveranderingen van het product zonder functionele invloedenworden niet door de garantie gedekt. Houd ook in gedachtendat wanneer de aanwijzingen van de gebruiksaanwijzing metbetrekking tot de mengsmering, enz., niet wordenopgevolgd, de garantie kan komen te vervallen. ■ KETTINGOLIE Gedurende het gehele jaar kunt u SAE #10W-30 motoroliegebruiken. Ook kunt u ervoor kiezen om gedurende de zomerSAE #30 ~ #40 en gedurende de winter SAE #20 motorolie tegebruiken. OPMERKING Gebruik geen afgewerkte olie om beschadiging van deoliepomp te voorkomen.• De motoren van Tanaka Kogyo worden gesmeerd door oliedie speciaal is ontwikkeld voor gebruik met luchtgekoelde2-takt benzinemotoren. Als er geen olie van Tanaka Kogyoverkrijgbaar is, kies dan een met een antioxidans aangevuldeolie van goede kwaliteit voor luchtgekoelde 2-taktmotoren(JASO FC GRADE OIL of ISO EGC GRADE).• Gebruik nooit BIA of TCW (voor watergekoelde 2-taktmotoren) gemengde olie. ■ AANBEVOLEN MENGVERHOUDING BENZINE 50 : OLIE 1

  • De uitstoot van uitlaatgassen wordt bepaald door debasisafstelling van de motor en de motoronderdelen(d.w.z. carburatie, ontstekingstijdstip en poortafstelling)zonder toevoeging van onderdelen of inert materiaaltijdens de verbranding.• Deze motoren zijn geschikt voor gebruik met loodvrije ben-zine.• Gebruik benzine met een minimum octaangehalte van89RON (Verenigde Staten/Canada: 87AL).• Bij gebruik van benzine met een lager octaangehalte kande motortemperatuur te hoog oplopen, waardoor de motorkan vastlopen.• Om het milieu minder te belasten verdient ongelode ben-zine de voorkeur.• Kwalitatief slechte brandstoffen en oliën kunnen de pakkin-gen, brandstofleidingen en brandstoftank van de motoraantasten.

■ MENGEN VAN BRANDSTOF

WAARSCHUWING Zorg er door voldoende met de jerrycan te schudden voor,dat de mengsmering goed wordt gemengd.1. Meet de te mengen hoeveelheden benzine en olie af.2. Giet een gedeelte van de benzine in een schone jerrycanvan goede kwaliteit.3. Giet alle olie erbij en schud de jerrycan goed.4. Giet de rest van de benzine er bij en schud de jerrycanopnieuw gedurende tenminste 1 minuut. Voor een langelevensduur van de motor is het van belang dat de meng-smering goed wordt geschud, omdat sommige oliën stoffenECV-5601 NL-10 MAX MIN

6. Bedienen van de motorzaag

6. Zodra de motor een keer heeft geprutteld, drukt u dechokeknop in de stand voor de eerste fase en trekt u nogmaalsaan het startkoord om de motor te starten.7. Laat de motor met licht ingedrukte gashendel warmlopen. WAARSCHUWING Blijf uit de buurt van de zaagketting omdat deze begint tedraaien zodra de motor wordt gestart.

■ CONTROLEREN VAN DE OLIETOEVOER

WAARSCHUWING Zorg dat de stang en de ketting overeind gezet wordenwanneer de olietoevoer wordt gecontroleerd.Als dit niet wordt gedaan, komen de draaiende delenbloot te liggen. Dit is bijzonder gevaarlijk.Laat de motor na het starten op een matig toerental lopen encontroleer of er kettingolie van de ketting afspat, zoals deafbeelding laat zien.Voor het verversen van de kettingolie moet een schroevendraaierin het gat in de bodem aan de koppelingskant worden gestoken.Nastellen aan de hand van de werkomstandigheden. OPMERKING De olietank moet vrijwel leeg zijn tegen de tijd dat de brandstofop is. Vergeet niet de olietank te vullen wanneer u brandstofbijvult.

■ AFSTELLEN VAN DE CARBURATEUR

De carburateur van uw motorzaag is op de fabriek afgesteld,maar kan door veranderende gebruiksomstandigheden fijn-afstelling verlangen.Controleer voordat u de carburateur afstelt of de brandstof- enluchtfilters schoon zijn en of de brandstof de juiste mengverhou-ding heeft.Voer voor afstelling de volgende stappen uit: OPMERKING De carburateur moet worden afgesteld terwijl het zaagbladmet zaagketting is gemonteerd. WAARSCHUWING Het is bijzonder gevaarlijk om een kettingzaag te gebruikenwaarvan onderdelen ontbreken of defect zijn.Voordat u de motor start, moet u zorgvuldig controleren ofalle onderdelen, inclusief de stang en de ketting, juistgemonteerd zijn.

■ STARTEN VAN DE MOTOR

1. Vul de brandstof- en kettingolietanks en draai de doppen vanbeide tanks goed vast.2. Zet de schakelaar op „I”. Druk op decompressieklep (3).3. Houd de gashendel en de gashendelblokkering ingedrukt,druk de knop aan de zijkant in en laat de gashendel los omdeze in de startpositie te blokkeren.4. Trek de choke dicht. OPMERKING Om de motor direct weer te starten nadat u hem heeft uitgezet,zet u de chokeknop in de stand voor de eerste fase(luchttoevoer geopend en de gashendel in de startpositie). OPMERKING Als de chokeknop eenmaal is uitgetrokken, keert deze niet vanzelf in de normale stand terug, ook niet als u er met de vinger op drukt. Om de chokeknop in de normale stand terug te zetten, moet u de gashendel indrukken.

5. Houd de motorzaag met de voet op de grond en trek flink

aan het startkoord. WAARSCHUWING Start de motor niet terwijl u de motorzaag in de hand heeft. De zaagketting kan in contact met uw lichaam komen. Dit is bijzonder gevaarlijk. (1) Kettingolie (2) Brandstof (3) Decompressieklep (1) Schakelaar (2) Klink (3) Gashendel (4) Gashendelblokkering Chokeknop Kettingolie (1) L-naald (2) H-naald (3) Stelschroef voor stationair toerental Kettingolietoevoer nastellenECV-5601 NL-11

2. Zet de schakelaar op „O” (STOP).

Antibevriezingsmechanisme van de carburateur Bij het gebruik van motorzagen bij temperaturen van 0 – 5 °C en een hoge luchtvochtigheid kan er in de carburateur ijsvor- ming optreden, waardoor het vermogen van de motor afneemt of de motor gaat stotteren. Daarom heeft deze motorzaag aan de rechterkant van het cilinderdeksel een ventilatieklepje waardoor er warme lucht naar de motor geblazen wordt, zodat er geen ijsvorming kan optreden. Onder normale omstandigheden moet de motorzaag in de normale bedrijfsstand worden gebruikt, d.w.z. in de stand waarin de motorzaag standaard is ingesteld. Als echter de kans bestaat dat er ijsvorming kan optreden, moet de motorzaag voor gebruik op de antibevriezingsstand worden ingesteld. WAARSCHUWING Indien de motorzaag in de antibevriezingsstand gebruikt blijft worden wanneer de temperaturen weer zijn gestegen, dan is het mogelijk dat de motor moeilijk te starten is of bij normale snelheid niet goed loopt. Daarom is het van groot belang dat de motorzaag weer op de normale bedrijfsstand wordt inge- steld zodra het gevaar voor ijsvorming geweken is.

■ SCHAKELEN TUSSEN BEDRIJFSSTANDEN

1. Schakel de motor uit met de schakelaar.

2. Neem de luchtfilterkap van het cilinderdeksel

3. Los een schroef en verwijder de zeef op de achterkant van

4. Draai de zeef een halve slag en breng deze op de

achterkant van de kap aan. Bij het gebruik van de motorzaag in de antibevriezingsstand moet de zeef veelvuldig gecontroleerd en vrijgehouden worden van zaagsel.

1. De H- en L-naalden kunnen het aantal slagen nagesteld

worden dat hieronder is aangegeven. H naald : -

2. Start de motor en laat deze bij laag toerental een paar

minuten op temperatuur komen.

3. Draai de stationairschroef (T) tegen de wijzers van de klok

in tot de ketting niet meer wordt aangedreven. Wanneer het stationaire toerental te laag is, moet de schroef met de wijzers van de klok mee worden gedraaid.

4. Voer een zaagtest uit en stel de H-naald af voor het grootste

zaagvermogen en niet op het maximumtoerental. ■ KETTINGREM Deze motorzaag is uitgerust met een automatische rem die de zaagketting tot stilstand brengt zodra er tijdens het zagen een terugslag optreedt. De rem wordt automatisch in werking gezet door inertiekracht die reageert op het gewicht in de remhendel. Deze rem kan ook met de hand in werking worden gezet door de remhendel in de richting van de zaagblad te duwen. Om de rem vrij te zetten trekt u de remhendel in de richting van de voorste handgreep totdat er een „klik” hoorbaar is. [Let op] Controleer de werking van de rem tijdens de dagelijkse inspectie. De werking controleren:

1) Schakel de motor uit.

2) Houd de motorzaag horizontaal, neem uw hand van de

voorste handgreep, tik met het uiteinde van het zaagblad op een boomstronk of een stuk hout en controleer of de rem in werking is gezet. De kracht die hiervoor nodig is, hangt af van de lengte van het zaagblad. Als de rem niet werkt, raadpleeg dan uw dealer voor inspectie en reparatie. Als de motor bij hoge snelheid blijft draaien terwijl de rem grijpt, oververhit de koppeling waardoor er problemen ontstaan. Als de rem grijpt tijdens gebruik van de zaag, meteen de gashendel loslaten om de motor te stoppen. (4) Normale bedrijfsstand (5) Antibevriezingsstand (6) Zeef (1) Luchtfilterkap (2) Klep (3) SchroefECV-5601 NL-12 op maximaal vermogen te laten lopen en vervolgens de remhendel naar voren te drukken. De ketting moet onmiddellijk tot stilstand komen terwijl de motor op volle snelheid loopt. Wanneer de ketting lang- zaam of geheel niet tot stilstand komt, dan moeten de remband en de koppe- lingstrommel direct vervangen worden.

  • Het is zeer belangrijk om voor elk gebruik te controleren of de rem goed functio- neert en of de zaagketting scherp is, zodat de terugslag van de motorzaag beheersbaar blijft. Verwijdering van de veiligheidsvoorzieningen, onvoldoende onderhoud of onjuiste vervanging van het zaagblad of de zaagketting kan het gevaar voor letsel als gevolg van een terugslag aanzienlijk vergroten.

■ KAPPEN VAN EEN BOOM

1. Bepaal de gewenste valrichting van de boom en houd

daarbij rekening met de wind, de groeirichting van de boom, de plaats van de zwaarste takken, bereikbaarheid voor het nawerk en eventuele andere factoren.

2. Maak het terrein rondom de boom vrij en zorg voor een

goede standplaats en goede uitwijkmogelijkheden.

3. Maak aan de kant van de boom waar de boom naar toe

moet vallen een schuine zaagsnede tot ongeveer eenderde van de stamdiameter.

4. Maak de laatste zaagsnede vanaf de andere kant van de

boom, iets boven de onderkant van de schuine zaagsnede. WAARSCHUWING Waarschuw omstanders voor het gevaar voordat u met kappen begint. Takken afzagen en doorzagen WAARSCHUWING

  • Zorg altijd voor een goede standplaats. Ga niet op het houtblok staan.
  • Denk eraan dat een doorgezaagd houtblok kan gaan rollen. Ga vooral bij het werken op een heuvelachtig terrein altijd aan de heuvelkant van het houtblok staan.
  • Volg de aanwijzingen van „Voor veilig gebruik” om terugslag van de motorzaag te voorkomen. Controleer voordat u met het werk begint aan welke kant de buigkracht van het hout zich bevindt. Eindig altijd aan de tegenovergestelde kant van de buigrichting om te voorkomen dat het zaagblad in de zaagsnede bekneld raakt. Schuine zaagsnede Laatste zaagsnede Valrichting
  • Lees het hoofdstuk „Voor veilig gebruik” voordat u begint. Het verdient aanbeveling om te oefenen door wat hout door te zagen. Hierdoor kunt u met uw motorzaag vertrouwd raken.
  • Neem altijd alle voorschriften voor de veiligheid in acht. De motorzaag mag alleen worden gebruikt voor het zagen van hout. Het zagen van ander materiaal is niet toegestaan. De mate van trillingen en terugslag is afhankelijk van het materiaal en de veiligheidsvoor schriften zouden niet gerespecteerd worden. Gebruik de motorzaag niet als hefboom voor het heffen, verplaatsen en scheiden van voorwerpen. Zet de motorzaag niet vast op een statief. Het gebruik van de motorzaag voor andere doeleinden is verboden.
  • Bij het voltooien van een zaagsnede moet u de ma- chine goed vasthouden wanneer deze vrijkomt, zodat de machine niet doorschiet en tegen uw benen, voeten of lichaam, of tegen een obstakel stoot.
  • Houd de puntbumper altijd naar de boom gekeerd, want de ketting kan plotseling in de boom getrokken worden.
  • Het is niet nodig om op de motorzaag te duwen. Oefen slechts lichte druk uit en laat de motor tijdens het zagen op maximaal vermogen lopen.
  • Wanneer de zaagketting in de zaagsnede vast komt te zitten, probeer de zaag dan niet met geweld los te trekken, maar gebruik een wig of hefboom om de zaagsnede te vergroten.

Deze motorzaag is voorzien van een remketting die de ketting tot stilstand brengt wanneer er bij normaal gebruik een terugslag optreedt. Controleer voor elk gebruik of de kettingrem functioneert door de motor gedurende 1 - 2 seconden WAARSCHUWINGECV-5601 NL-13

Smeerkanaal WAARSCHUWING Zorg ervoor dat de motor is uitgeschakeld en voldoendeis afgekoeld voordat u met onderhoud, inspectie ofreparatie van de motorzaag begint. Maak de bougiedoplos, zodat de motor niet per ongeluk gestart kan worden.

■ ONDERHOUD NA ELK GEBRUIK

1. LuchtfilterStof op het oppervlak van het filter kan worden verwijderd doormet de hoek van het filter voorzichtig tegen een hard voorwerpte tikken. Vuil in het filter kunt u verwijderen door het filter tesplitsen en de delen met een kwastje benzine af te borstelen.Bij gebruik van perslucht vanaf de binnenkant naar buiten blazen.Bij het sluiten van de filterdelen bij de rand aandrukken totdateen klik hoorbaar is. OPMERKING Let er bij het installeren van het filter op, dat de groeven aande rand van het filter goed aansluiten op de uitsteeksel ophet cilinderdeksel.2. SmeerkanaalVerwijder het zaagblad en controleer het smeerkanaal op ver-stopping.

Smeerkanaal3. ZaagbladNu het zaagblad is verwijderd, verwijdert u zaagsel uit de zaag-bladloper en het smeerkanaal.Smeer het neuskettingwiel via het smeerkanaal aan het uiteindevan het zaagblad.4. OverigeControleer op brandstoflekken, loszittende onderdelen en bescha-diging van belangrijke delen, zoals de verbindingen van dehandgrepen en de bevestiging van het zaagblad. Laat eventuelemankementen repareren voordat u de motorzaag weer gebruikt. ■ PERIODIEKE ONDERHOUDSPUNTEN 1. Koelribben van de cilinderOpeenhoping van zaagsel en stof tussen de koelribben vande cilinder kan oververhitting van de motor veroorzaken.Controleer en reinig de koelribben op periodieke basis. Hiervoormoeten luchtfilter en cilinderdeksel van de motorzaag wordengenomen. Let er bij het terugplaatsen van het cilinderdekselop, dat de bedrading van de schakelaar en de pakkingen opde juiste plaats zitten. OPMERKING Dek voor de zekerheid de luchtinlaatopening af. Een op de grond liggend blok hout Zaag het hout half door, rol het blok om en zaag het vanaf deandere kant door. Een boven de grond hangend blok hout Zaag het hout in het gedeelte A vanaf de onderkant vooreenderde door en eindig vanaf de bovenkant. Zaag het houtin het gedeelte B vanaf de bovenkant voor eenderde door eneindig vanaf de onderkant. Afzagen van takken van een gevelde boom Controleer eerst naar welke kant de tak buigt. Maak vervolgensde eerste snede vanaf de gebogen zijde naar binnen en eindigvanaf de andere kant. WAARSCHUWING Denk aan het mogelijk terugspringen van afgezaagdetakken. Snoeien van bomen Begin vanaf de onderkant, eindig vanaf de bovenkant. WAARSCHUWING

  • Voorkom dat u niet stevig kunt staan en gebruik geenladder.• Voorkom dat u te ver moet reiken.• Zaag niet boven schouderhoogte.• Houd de motorzaag altijd met beide handen vast.SmeerpoortKettingwielECV-5601 NL-14 Goede dieptemeter Standaard dieptebeperking 21BP: .025″ (0,64 mm) Rond afvijlen Oliefilter 0,6 ~ 0,7 mm

Reinig de elektrodes met een staalborstel en stel de elektroden- afstand zo nodig in op 0,65 mm.

Controleer het kettingwiel op beschadigingen en op overmatige slijtage die de kettingaandrijving kan beïnvloeden. Bij aan- zienlijke slijtage, vervangen door een nieuwe. Leg nooit een nieuwe ketting om een versleten kettingwiel, of een versleten ketting om een nieuw kettingwiel.

6. Voor- en achterdempers

Vervangen bij losgeraakt aangelijmd deel of wanneer het rub- ber deel gebarsten is.

(a) Neem het filter uit de vulopening met behulp van een haakje van ijzerdraad. (b) Demonteer het filter en reinig het met benzine. Zo nodig door een nieuwe vervangen. OPMERKING

  • Houd het uiteinde van de aanzuigbuis met een tangetje vast nadat u het filter heeft verwijderd.
  • Let er bij het monteren van het filter op, dat er geen filtermateriaal of stof in de aanzuigbuis terecht komen.

Neem het oliefilter uit de vulopening met een stuk ijzerdraad waaraan een haakje gebogen is en reinig het met benzine. Plaats het filter in de rechtervoorhoek. Verwijder eventueel vuil uit de tank.

9. Onderhoud van zaagketting en zaagblad

■ Zaagketting WAARSCHUWING Voor een soepele en veilige werking is het van groot belang om de ketting scherp te houden. De ketting moet worden geslepen wanneer:

  • Het zaagsel er poederachtig uitziet.
  • U bij het zagen extra kracht moet zetten.
  • De zaagsnede niet recht is.
  • Het trillen toeneemt.
  • Het brandstofverbruik toeneemt. Voorzorgsmaatregelen bij het slijpen: WAARSCHUWING Draag goede werkhandschoenen. Voor het vijlen:
  • Zorg ervoor dat de zaagketting goed vastzit.
  • Zorg ervoor dat de motor is uitgeschakeld.
  • Gebruik een ronde vijl met de juiste diameter. Type ketting: 21BP Vijldiameter: 3/16 in. (4,76 mm) Zet de vijl op de ketting en druk de vijl recht vooruit. Houd de vijl zoals afgebeeld vast. Nadat elke schakel is gevijld, controleert u de dieptebeperking en vijlt u deze zoals afgebeeld af. Brandstoffilter Champion NGK

10. Oplossen van problemen

Probleem 1. Motor start niet BELANGRIJK Controleer het antibevriezingssysteem is uitgeschakeld. Controleer de brandstof op water of verkeerde mengverhouding. Vervangen door de juiste brandstof. Controleer of de motor verzopen is. Controleer of de bougie vonkt. Neem de bougie uit de motor en droog de bougie. Trek zonder te choken nogmaals aan het startkoord. Vervang de bougie door een nieuwe. Probleem 2. Laag vermogen/Slechte acceleratie/ Onregelmatig stationair Probleem 3. Er komt geen olie uit Controleer de brandstof op water of verkeerde mengverhouding. Controleer luchtfilter en brandstoffilter op ver- stoppingen. Controleer de afstelling van de carburateur. Neem contact op met uw dealer wanneer de motorzaag ander onderhoud of reparatie behoeft. Vervangen door de juiste brandstof. Reinigen. Stel de stelschroeven opnieuw af. Controleer de kwaliteit van de olie. Controleer de smeer- kanalen en -poorten op verstoppingen. Verversen. Reinigen.

WAARSCHUWING Rond de voorste hoek af om de kans op terugslag of afbreken van de kettinggeleiders te verkleinen. Zorg ervoor dat elke schakel de afgebeelde lengte en randen heeft. ■ Zaagblad

Draai om gelijkvormige slijtage mogelijk te maken het zaagblad af en toe om.

  • De zaagbladloper moet altijd recht zijn. Controleer de loper op slijtage. Zet een duimstok op het zaagblad en de buiten- Schakellengte Vijlhoek Zijschakelhoek Bovenste schakelhoek Duimstok Ruimte Geen ruimte Ketting staat scheef kant van een kettingschakel. De zaagbladloper is normaal als er een ruimte is. Anders is de zaagbladloper versleten. In dat geval moet het zaagblad worden gerepareerd of vervangen. WAARSCHUWING Deze motorzaag is uitgerust met één van de volgende zaagblad/zaagketting-combinaties die een lage terugslag hebben: Tanaka Kogyo onderdeelnummer Bladgrootte Zaagblad Zaagketting 16 107-32625-20 138-32625-20 (21BP-66E) 18 105-32626-20 136-32578-20 (21BP-72E)ECV-5601 NL-16

11. Technische gegevens

Motorhuis: Cilinderinhoud (cm

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Tanaka

Model : ECV-5601

Categorie : Zaag