RX497 - Hifi-systeem YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RX497 YAMAHA in PDF-formaat.

📄 326 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice YAMAHA RX497 - page 165
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : RX497

Categorie : Hifi-systeem

Download de handleiding voor uw Hifi-systeem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RX497 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RX497 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING RX497 YAMAHA

  • Rätt till ändringar av tekniska data utan föregående meddelande förbehålls. TEKNISKA DATA1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg voor een ventilatieruimte van tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 20 cm aan de achterkant van dit toestel. 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade. 9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat. 13 Om schade bij blikseminslag te voorkomen, dient u bij onweer de stekker uit het stopcontact te halen en eventuele buitenantennes los te koppelen van het toestel. 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Installeer dit toestel in de buurt van het stopcontact op zo’n manier dat u gemakkelijk bij de stekker kunt. 17 Lees het hoofdstuk “OPLOSSEN VAN PROBLEMEN” over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 18 Voor u dit toestel gaat verplaatsen, moet u op MASTER ON/ OFF drukken zodat de schakelaar naar buiten komt in de OFF (uit) stand, waarna u de stekker uit het stopcontact moet halen. 19 VOLTAGE SELECTOR (Alleen modellen voor Azië en algemene modellen) De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de ter plekke gebruikte netspanning VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. De geschikte voltages zijn als volgt: Algemene modellen .....................110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom Modellen voor Azië ................................... 220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. Zolang dit toestel is aangesloten op het stopcontact, is de stroomvoorziening niet afgesloten, ook niet wanneer u het toestel uitschakelt met MASTER ON/OFF, of met MAIN ZONE ON/OFF en ZONE 2 ON/OFF. In deze staat is dit toestel ontworpen om slechts een zeer kleine hoeveelheid stroom te gebruiken. Alleen voor klanten in Nederlands Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.1 VOORBEREIDINGEN INLEIDING BASISBEDIENING AANVULLENDE INFORMATIE GEAVANCEERDE BEDIENING Nederlands KENMERKEN ...................................................... 2 MEEGELEVERDE ACCESSOIRES .................. 2
  • Weergeven van een signaalbron p. 15
  • Regelen van de toonweergave p. 16
  • Opnemen van een signaalbron p. 17
  • Gebruiken van de slaaptimer p. 18
  • Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave p. 19

Ingebouwde 2-kanaals eindversterker ◆ Minimum RMS uitgangsvermogen 75 W + 75 W (8 Ω), 0,04% THV, 20 Hz t/m 20 kHz ◆ Zeer dynamisch vermogen, lage impedantie aandrijfmogelijkheden Verfijnde AM/FM tuner ◆ 40 Willekeurig toegankelijke voorkeuzezenders ◆ Automatisch voorprogrammeren ◆ Uitwisselen van voorkeuzezenders ◆ Radio Data Systeem ontvangst (Alleen modellen voor Europa) Overige kenmerken ◆ PURE DIRECT toets voor onveranderde geluidsweergave van de signaalbron ◆ Continu variabele loudnessregeling ◆ Slaaptimer ◆ Mogelijkheid tot afstandsbediening ◆ Zone 2 afstandsbediening (los verkrijgbaar) mogelijk ◆ Zone 2 aangepaste installatie mogelijk

  • y geeft een bedieningstip aan.
  • Sommige handelingen kunnen zowel worden uitgevoerd met de toetsen op het voorpaneel van dit toestel als met de afstandsbediening. Als de naam van een toets op de afstandsbediening verschilt van die op dit toestel zelf, zal de naam van de betreffende toets op de afstandsbediening tussen haakjes vermeld worden.
  • Deze handleiding is gedrukt voor uw toestel geproduceerd werd. Ontwerp en specificaties kunnen gewijzigd worden als gevolg van verbeteringen enz. Als de handleiding en het product van elkaar verschillen, heeft het product de prioriteit. Controleer of u alle volgende onderdelen inderdaad ontvangen hebt. KENMERKEN MEEGELEVERDE ACCESSOIRES STANDBYPOWER MD/TAPETUNERPHONODVDSLEEP

AVTV ENTER VCR DTV/CBLSPEAKERS TV VOL TV CH Afstandsbediening Batterijen (x2) (AA, R6, UM-3) FM binnenantenne (Modellen voor de V.S., Canada en algemene modellen) AM ringantenne FM binnenantenne (Modellen voor Europa en Australië)BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES

INLEIDING Nederlands

Druk naar binnen in de ON stand om dit toestel aan te zetten. Druk nog eens om de knop naar buiten te laten komen in de OFF stand om het toestel uit te zetten. Zie bladzijde 14 voor details. Ook wanneer het toestel uit staat, verbruikt het een klein beetje stroom om het geheugen in stand te houden.

Hiermee zet u de Main Zone van het toestel aan of uit (standby). Zie bladzijde

  • Deze schakelaar werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF is ingedrukt in de ON stand.
  • Wanneer het toestel uit (standby) staat, verbruikt het nog steeds een heel klein beetje stroom zodat er gereageerd kan worden op de infraroodsignalen van de afstandsbediening.

Hiermee zet u Zone 2 aan of uit (standby). Wanneer Zone 2 is ingeschakeld, worden er signalen geproduceerd via de ZONE 2 OUT aansluitingen. Deze schakelaar werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF is ingedrukt in de ON stand. 4 ZONE CONTROL Druk hierop om de signaalbron voor Zone 2 in te stellen.

  • Deze toets werkt alleen wanneer Zone 2 is ingeschakeld.
  • Wanneer u op deze toets drukt, zal de ZONE 2 indicator ongeveer 5 seconden knipperen op het display op het voorpaneel. Selecteer de signaalbron voor Zone 2 terwijl de indicator nog aan het knipperen is.
  • U kunt een voorkeuzezender selecteren wanneer TUNER is geselecteerd als signaalbron voor Zone 2. 5 Sensor voor de afstandsbediening Ontvangt de infraroodsignalen van de afstandsbediening. Schakel de afstandsbedienings-ID heen en weer tussen ID1 en ID2 wanneer u verschillende YAMAHA receivers of versterkers gebruikt (zie de bladzijden 29 en 30). 6 Display voorpaneel Hierop wordt informatie getoond over de bediening en de toestand waarin het toestel zich bevindt.

(Modellen voor Europa) Opmerking Geheugen back-up De geheugen back-up voorkomt dat opgeslagen gegevens verloren gaan. Wanneer echter de stekker langer dan een week uit het stopcontact gelaten wordt, zullen de opgeslagen gegevens verloren gaan. Opmerkingen Opmerking Opmerkingen OpmerkingBEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES

7 EDIT Laat twee voorkeuzezenders met elkaar wisselen wanneer de TUNER is geselecteerd als de signaalbron (zie bladzijde 25). 8 FM/AM Schakelt de radioband heen en weer tussen AM en FM wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 20). 9 TUNING l / h Kiest de frequentie waarop is afgestemd wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 20). 0 TUNING MODE Schakelt het afstemmen heen en weer tussen automatisch (de AUTO indicator zal verschijnen) en handmatig (de AUTO indicator zal verdwijnen) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron. A MEMORY Hiermee kunt u een zender in het systeemgeheugen opslaan (zie bladzijde 24). Zet het toestel in de automatische voorprogrammeerfunctie (zie bladzijde 22). B PURE DIRECT en indicator Stelt u in staat om te luisteren naar de onveranderde, pure weergave van een signaalbron. De indicator erboven zal oplichten wanneer deze functie is ingeschakeld (zie bladzijde 16).

Stelt u in staat te luisteren naar de weergave van een component die is verbonden met de MD/TAPE aansluitingen op het achterpaneel van dit toestel. Wanneer er wordt opgenomen met dit cassettedeck, kunt u het geluid dat wordt opgenomen volgen. De MD/TAPE MON indicator op het voorpaneel zal oplichten wanneer deze functie is ingeschakeld.

  • Wanneer deze functie is ingeschakeld (de indicator licht op), kan MD/TAPE niet worden geselecteerd met INPUT.
  • Om naar de signaalbron die met INPUT is geselecteerd te kunnen luisteren, dient u nog eens te drukken om de functie uit te zetten (de indicator zal dan ook uit gaan).
  • Wanneer MD/TAPE is geselecteerd met INPUT, kan deze functie niet worden ingeschakeld, ook niet door op MD/TAPE MONITOR te drukken. D VOLUME Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume. Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) niveau. E INPUT keuzeknop Hiermee kunt u kiezen naar welke signaalbron u wilt luisteren of kijken. F A/B/C/D/E Kiest de voorkeuzegroep (A t/m E) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 23). G PHONES aansluiting Produceert geluidssignalen waar u ongestoord naar kunt luisteren met een hoofdtelefoon. Druk op SPEAKERS A/B zodat de SP A/B indicators uit gaan voor u de hoofdtelefoon aansluit op de PHONES aansluiting.

Met elke druk op de bijbehorende toets zet u de set luidsprekers aangesloten op de SPEAKERS A en/of SPEAKERS B aansluitingen op het achterpaneel aan of uit (zie bladzijde 15). I BASS Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de lage tonen. De 0 stand geeft een neutrale weergave (zie bladzijde 16). J TREBLE Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de hoge tonen. De 0 stand geeft een neutrale weergave (zie bladzijde 16). K BALANCE Regelt de balans tussen de linker en rechter luidsprekers ter compensatie van afwijkingen die worden veroorzaakt door de opstelling van de luidsprekers of door de omstandigheden in de luisterruimte (zie bladzijde 16). L LOUDNESS Bewaart een volledig toonbereik bij elk volumeniveau om te compenseren voor het feit dat het menselijk gehoor bij lage volumes minder gevoelig is voor zowel hogere als lagere tonen (zie bladzijde 16). M Voorkeuzetoetsen (1 t/m 8) Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 25). Opmerkingen Opmerking OpmerkingBEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES INLEIDINGNederlands1 SP (SPEAKERS) A/B indicatorsLichten op om aan te geven welke set luidsprekers is geselecteerd.Beide indicators lichten op wanneer beide sets luidsprekers worden geselecteerd.2 ZONE 2 indicatorLicht op wanneer Zone 2 is ingeschakeld.3 Signaalbron indicatorsLicht op wanneer het toestel in de corresponderende stand staat.4 MD/TAPE MON (MONITOR) indicatorLicht op wanneer MD/TAPE volgfunctie is ingeschakeld.5 MEMORY indicatorKnippert ongeveer 5 seconden lang nadat er op MEMORY op het voorpaneel is gedrukt. Terwijl de MEMORY indicator knippert, kunt u de getoonde zender in het geheugen opslaan met behulp van A/B/C/D/E en één van de voorkeuzetoetsen op het voorpaneel.6 AUTO indicatorLicht op wanneer het toestel in de automatische afstemfunctie staat.7 STEREO indicatorLicht op wanneer het toestel een sterk FM stereosignaal ontvangt en de AUTO indicator brandt.8 SLEEP indicatorLicht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld.9 MUTE indicatorKnippert wanneer de MUTE functie (tijdelijk uitschakelen geluidsweergave) is ingeschakeld.0 Multifunctioneel displayToont informatie bij het regelen of wijzigen van instellingen.A TUNED indicatorLicht op wanneer dit toestel is afgestemd op een zender. ■ Alleen modellen voor Europa B Radio Data Systeem indicatorsDe vierkante indicator naast elk van de Radio Data Systeem functies zal oplichten wanneer de bijbehorende Radio Data Systeem functie is geselecteerd.PTY HOLD indicatorLicht op wanneer er met de PTY SEEK zoekfunctie naar zenders wordt gezocht.EON indicatorLicht op wanneer er is afgestemd op een Radio Data Systeem zender die EON gegevens aanbiedt. Display voorpaneel

1 Antenne-aansluitingen Aansluiten van de FM en AM antennes. Zie 12 voor meer informatie over deze aansluiting. 2 AUDIO/VIDEO aansluitingen Hierop kunt u audio- en video-apparatuur aansluiten. Zie 10 voor meer informatie over deze aansluiting. 3 SUB WOOFER OUTPUT aansluiting Hierop kunt u een subwoofer met ingebouwde versterker aansluiten. 4 REMOTE aansluitingen Deze aansluitingen worden gebruikt voor het ontvangen/ doorgeven van afstandsbedieningssignalen. Zie 31 voor meer informatie over deze aansluiting. 5 AC OUTLET(S) (SWITCHED) Hiermee kunt eventueel andere audio/video componenten van stroom voorzien. Zie bladzijde 14 voor details. 6 CD aansluitingen Hierop kunt u een CD-speler aansluiten. Zie 10 voor meer informatie over deze aansluiting. 7 PHONO aansluitingen en GND aansluiting Hierop kunt u een draaitafel aansluiten. Zie 10 voor meer informatie over deze aansluiting. 8 ZONE 2 aansluitingen Hierop kunt u apparatuur voor Zone 2 aansluiten. Zie 31 voor meer informatie over deze aansluiting. 9 SPEAKERS aansluitingen Sluit hierop uw luidsprekers aan. Zie bladzijde 11 voor meer informatie over deze aansluitingen. 0 IMPEDANCE SELECTOR schakelaar Hiermee kunt u de instelling voor de impedantie omschakelen. Zie bladzijde 11 voor details. ■ Alleen modellen voor Azië en algemene modellen

De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de bij u ter plaatse gangbare netspanning VOOR u de stekker in het stopcontact doet. De mogelijke voltages zijn als volgt: Modellen voor Azië ............................ 220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom Algemene modellen .............. 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom Achterpaneel GND

INLEIDING Nederlands In dit hoofdstuk worden de functies beschreven van de toetsen op de bij dit toestel behorende afstandsbediening waarmee u andere apparatuur van YAMAHA of andere fabrikanten kunt bedienen. De functies van de toetsen waarmee andere audio en video componenten worden bediend zijn hetzelfde als die van de corresponderende toetsen op de componenten in kwestie. Raadpleeg de handleiding van de component in kwestie voor details. Zie “KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING” op bladzijde 33 voor het bedienen van andere apparatuur met deze afstandsbediening. 1 Infraroodzender Zendt infrarode signalen uit. 2 Ingangskeuzetoetsen Hiermee selecteert u de gewenste signaalbron en bepaalt u welke set bedieningstoetsen gebruikt wordt (zie bladzijde 33). 3 Toetsen voor Radio Data Systeem radio- ontvangst Overschakelen naar een bepaalde Radio Data Systeem functie De Radio Data Systeem functies (FREQ/TEXT, EON, PTY SEEK MODE en PTY SEEK START) zijn alleen van toepassing op modellen voor Europa en functioneren alleen wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron. Zie voor details “Ontvangen van Radio Data Systeem zenders” op bladzijde 26. 4 Cijfertoetsen (1 t/m 8) Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron. 5 BAND Schakelt over naar de eerder gebruikte radioband (FM of AM) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron. Er wordt automatisch afgestemd op de frequentie van de laatst ontvangen zender. 6 A/B/C/D/E j / i Kiest de voorkeuzegroep (A t/m E) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 25). PRESET/CH u / d Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 25). 7 STANDBY Hiermee zet u het toestel uit (standby).

  • Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF op het voorpaneel is ingedrukt in de ON stand.
  • Wanneer het toestel uit (standby) staat, verbruikt het nog steeds een heel klein beetje stroom zodat er gereageerd kan worden op de infraroodsignalen van de afstandsbediening.
  • Met deze toets wordt Zone 2 niet uit (standby) gezet. 8 POWER Hiermee zet u het toestel aan.
  • Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF op het voorpaneel is ingedrukt in de ON stand.
  • Met deze toets wordt Zone 2 niet aan gezet. Afstandsbediening STANDBYPOWER MD/TAPETUNERPHONODVDSLEEP

(Modellen voor Europa) Opmerking Opmerking Opmerkingen OpmerkingenBEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES

Overschakelen naar een andere set bedieningstoetsen (zie bladzijde 33).

Met elke druk op de bijbehorende toets zet u de set luidsprekers aangesloten op de SPEAKERS A en/of SPEAKERS B aansluitingen op het achterpaneel aan of uit.

Hiermee kunt u afstandsbedieningscodes instellen (zie bladzijde 35). B SLEEP Hiermee kunt u de slaaptimer instellen. C VOLUME +/– Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume.

  • Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) niveau.
  • Wanneer u op VOLUME +/– drukt om het volume van dit toestel te regelen, zal VOLUME op het voorpaneel meedraaien. D MUTE Hiermee schakelt u de geluidsweergave tijdelijk uit. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten (zie bladzijde 19). De geluidsweergave in Zone 2 zal niet worden uitgeschakeld. Opmerkingen OpmerkingBEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES

INLEIDING Nederlands ■ Opmerkingen over batterijen

  • Vervang alle batterijen wanneer u merkt dat het bereik van de afstandsbediening afneemt.• Gebruik AA, R6, UM-3 batterijen voor de afstandsbediening.
  • Zorg ervoor dat de polen de goede kant op zitten. Bekijk daarvoor de afbeelding binnenin het batterijvak van elk van de afstandsbedieningen.
  • Haal de batterijen eruit wanneer u de afstandsbediening langere tijd niet zult gebruiken.
  • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
  • Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (alkali en gewone (mangaan) batterijen bijvoorbeeld). Lees de informatie op de verpakking aandachtig door, want de verschillende soorten batterijen kunnen erg op elkaar lijken.
  • We raden u sterk aan alkali batterijen te gebruiken.
  • Als de batterijen zijn gaan lekken, moet u ze onmiddellijk weggooien. Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en zorg ervoor dat het niet op uw kleding enz. komt. Maak het batterijvak goed schoon voor u er nieuwe batterijen in doet.
  • Gooi batterijen nooit samen met gewoon huishoudelijk afval weg; neem bij het weggooien van batterijen de plaatselijk geldende regelgeving in acht. 1 Open de klep van het batterijvak. 2 Doe de meegeleverde batterijen in elk van de afstandsbedieningen met de polen de goede kant op (+ en –) zoals aangegeven in het batterijvak. 3 Doe de klep weer dicht. De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit. Richt de afstandsbediening op de sensor op het voorpaneel van dit toestel of op de infraroodontvanger in Zone 2 wanneer dat vereist is. ■ Omgaan met de afstandsbediening
  • Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en het te bedienen toestel (of de infraroodontvanger in Zone 2).• Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.• Laat de afstandsbediening niet vallen.• Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plekken:– zeer vochtige plekken, bijvoorbeeld bij een bad– plekken waar de temperatuur hoog kan oplopen, zoals naast de verwarming of kachel– heel koude plekken– stoffige plekken• Stel de afstandsbediening niet bloot aan sterke verlichting, in het bijzonder van TL lampen en dergelijke; anders is het mogelijk dat de afstandsbediening niet goed werkt. Indien nodig dient u dit toestel uit direct licht te zetten. Inzetten van batterijen in de afstandsbediening

Gebruiken van de afstandsbediening

  • Sluit dit toestel of één van de andere componenten pas aan op het lichtnet wanneer alle verbindingen tussen de componenten gemaakt zijn.
  • Laat de blote luidsprekerdraden elkaar niet raken en zorg ervoor dat ze geen contact maken met de metalen onderdelen van het toestel. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.
  • Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, “+” op “+” en “–” op “–”. Als de aansluitingen niet kloppen, zal er geen geluid worden weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet correct is, zal de weergave onnatuurlijk klinken met te weinig lage tonen. Raadpleeg tevens de handleidingen van elk van uw componenten.
  • Gebruik RCA (tulp) stekkerkabels voor audio/video apparatuur met uitzondering van luidsprekers.
  • De PHONO aansluitingen zijn ontworpen voor draaitafels met een MM of hoogvermogen MC cartridge. Als u een draaitafel heeft met een laagvermogen MC cartridge, dient u een in-line versterkermodule of een MC-head versterker te gebruiken wanneer u uw draaitafel op de PHONO wilt aansluiten.
  • Sluit uw draaitafel tevens aan op de GND aansluiting om storende ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige draaitafels is het echter mogelijk dat u minder ruis hoort wanneer u de GND aansluiting niet gebruikt. AANSLUITINGEN LET OP GND

Draaitafel DVD-speler Videorecorder CD-speler MD-recorder, cassettedeck, enz. GND Audio uitgang Digitale tv, kabel-tv Video uitgang Video uitgang Audio uitgang Video uitgang Beeldscherm Video ingang Video ingang Audio uitgang Audio ingang Audio uitgang Audio ingang Audio uitgang Audio uitgang Luidsprekers A Luidsprekers B11 AANSLUITINGEN VOORBEREIDIN GEN Nederlands 1 Strip ongeveer 10 mm van de isolatie van het uiteinde van elk van de luidsprekerkabels en draai de ontblote draadjes netjes in elkaar om kortsluiting te voorkomen. 2 Schroef de knop los. 3 Steek een ontbloot draadeind in het gat aan de zijkant van de aansluiting. 4 Draai de draad vervolgens met de knop weer vast. ■ Aansluiten van bananenstekkers (Alleen modellen voor de V.S., Canada, Australië en algemene modellen) Draai eerst de knop vast en steek vervolgens de bananenstekker in het uiteinde van de corresponderende aansluiting.

  • U kunt één of twee luidsprekersets aansluiten op dit toestel. Als u een enkel luidsprekersysteem gebruikt, kunt u dit naar keuze met de SPEAKERS A of B aansluitingen verbinden.
  • Gebruik uitsluitend luidsprekers met de op het achterpaneel van dit toestel aangegeven impedantie. ■ IMPEDANCE SELECTOR U mag de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar in geen geval omzetten terwijl dit toestel aan staat, want hierdoor zal het toestel kapot gaan. Kies de stand van de schakelaar (links of rechts) aan de hand van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem.
  • Modellen voor Canada kunnen niet tegelijkertijd gebruik maken van twee aparte luidsprekersets (A en B) wanneer de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op de rechter stand staat.
  • Als dit toestel niet aan gaat, is het mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet helemaal in de gewenste stand staat. In een dergelijk geval dient u de schakelaar helemaal in de juiste stand te zetten wanneer de stroomvoorziening van dit toestel volledig is afgesloten. Aansluiten van de luidsprekers 10 mmRood: positief (+)Zwart: negatief (–)Rood: positief (+)Zwart: negatief (–)Rood: positief (+)Zwart: negatief (–) Opmerkingen Stand van

schakelaar Impedantieniveau Rechts Als u één set (A of B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8 Ω of hoger zijn. Als u twee sets (A en B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 16 of hoger zijn. Links Als u één set (A of B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4 Ω of hoger zijn. Als u twee sets (A en B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8 Ω of hoger zijn. Opmerkingen Bananenstekker LET OP12 AANSLUITINGEN Dit toestel wordt geleverd met zowel een AM als een FM binnenantenne. Normaal gesproken zorgen deze antennes voor een voldoende sterke ontvangst. Verbind de antennes op de juiste manier met de bijbehorende aansluitingen.

  • Een goed geïnstalleerde buitenantenne geeft een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u last heeft van een slechte ontvangst, probeer dan of de ontvangst verbetert met een buitenantenne. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service- centrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
  • Als u een FM buitenantenne aansluit, mag de FM binnenantenne niet meer zijn aangesloten op het toestel.
  • Om storing door bijvoorbeeld de ontsteking van verbrandingsmotoren te minimaliseren, dient u de antenne zo ver mogelijk bij druk verkeer vandaan te plaatsen.
  • Houd de antennekabel, plat of coaxiaal, zo kort mogelijk. Is de kabel te lang, rol het overtollige stuk dan niet op.
  • De antenne dient minstens 2 meter uit de buurt van gewapend betonnen muren of metalen constructies geplaatst te worden. Aansluiten van de AM en FM antennes Opmerkingen GND

TUNER AM ringantenne (meegeleverd)

binnenantenne (meegeleverd) AM buitenantenne Gebruik 5 tot 10 meter geïsoleerd draad en leid dit via een raam of zo naar buiten.

buitenantenne Aarde (GND aansluiting) Voor de grootst mogelijke veiligheid en zo min mogelijk storing dient u de antenne GND aansluiting goed te aarden. Een goede aarding wordt bijvoorbeeld verzorgd door een metalen staaf die in vochtige grond gedreven is. of13 AANSLUITINGEN VOORBEREIDIN GEN Nederlands ■ Aansluiten van de AM ringantenne 1 Maak de AM ringantenne voor gebruik gereed. 2 Houd het lipje ingedrukt. 3 Doe de ene draad van de AM ringantenne in de AM ANT aansluiting. 4 Laat het lipje weer los. 5 Herhaal de stappen 2 t/m 4 en steek de andere draad van de AM ringantenne in de GND aansluiting. 6 Stel de AM ringantenne zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt.

  • De AM ringantenne moet niet te dicht bij dit toestel geplaatst worden.
  • Een goed geïnstalleerde buitenantenne geeft een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u last heeft van een slechte ontvangst, probeer dan of de ontvangst verbetert met een buitenantenne. Wij bevelen u aan een 5 tot 10 meter lange geïsoleerde draad aan te sluiten op de AM ANT aansluiting en deze via een raam of zo naar buiten te leiden. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service-centrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
  • De AM ringantenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM buitenantenne op dit toestel is aangesloten. Opmerkingen14 AANSLUITINGEN Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact nadat u alle overige aansluitingen heeft verricht. ■ AC OUTLET(S) (SWITCHED) Modellen voor Australië .............. 1 Netstroomaansluiting Overige modellen ...................... 2 Netstroomaansluitingen Via de netstroomaansluitingen op dit toestel kunt u andere componenten in uw systeem van stroom voorzien. Deze aansluiting(en) voorzien de erop aangesloten componenten van stroom wanneer dit toestel aan staat. Voor informatie over het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) zie “TECHNISCHE GEGEVENS” op bladzijde 39. Wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, kunt u dit toestel aan zetten. 1 Druk MASTER ON/OFF naar binnen in de ON stand om dit toestel aan te zetten. De Main Zone voor dit toestel zal worden ingeschakeld.
  • U kunt de Main Zone voor dit toestel uit (standby) zetten door op MAIN ZONE ON/OFF op het voorpaneel of op STANDBY op de afstandsbediening te drukken. Druk op MAIN ZONE ON/OFF op het voorpaneel of op POWER op de afstandsbediening om de Main Zone voor dit toestel weer aan te zetten.
  • Druk nog eens op MASTER ON/OFF op het voorpaneel om de knop naar buiten te laten komen in de OFF stand om het toestel uit te zetten.

Terwijl MASTER ON/OFF op het voorpaneel naar binnen gedrukt in de ON stand staat, kunt u Zone 2 naar believen inschakelen of uit (standby) zetten (zie bladzijde 32). Aansluiten van het netsnoer A OR B: 4ΩMIN. /SPEAKER A + B: 8ΩMIN. /SPEAKERA OR B: 8ΩMIN. /SPEAKERA + B:16ΩMIN. /SPEAKERIMPEDANCE SELECTORSET BEFORE POWER ONSPEAKERSVOLTAGESELECTORAC OUTLETSSWITCHED(Algemene modellen)NetsnoerAC OUTLET(S) Aan en uit zetten van dit toestel ON/OFF INPUT MAIN ZONE PHONES BASS MASTER ON OFF

BASISBEDIENING Nederlands

Wees zeer voorzichtig wanneer u CD’s en dergelijke afspeelt die zijn gecodeerd met DTS. Als u een DTS gecodeerde CD afspeelt met een CD-speler die niet geschikt is voor DTS, zult u alleen maar een zeer storend geruis horen die uw luidsprekers kan beschadigen. Controleer of uw CD-speler geschikt is voor DTS gecodeerde CD’s. Controleer ook het uitgangsniveau van uw CD-speler voor u een DTS gecodeerde CD gaat afspelen. 1 Verdraai INPUT op het voorpaneel (of gebruik de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de signaalbron waar u naar wilt luisteren te selecteren. 2 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of de afstandsbediening om de luidsprekersets A en/of B te selecteren.

  • Zowel SPEAKERS A als B kan worden geselecteerd.• Controleer of de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar correct is ingesteld (zie bladzijde 11). 3 Laat de signaalbron weergeven. 4 Druk op VOLUME op het voorpaneel (of op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het uitgangsniveau van de geluidsweergave in te stellen. 5 Druk nog eens op MAIN ZONE ON/OFF op het voorpaneel (of op STANDBY op de afstandsbediening) wanneer u klaar bent en het toestel uit (standby) wilt zetten.

LET OP Weergeven van een signaalbron

■ Regelen van de BALANCE Regelt de balans tussen het volume van de linker en rechter luidsprekers ter compensatie van afwijkingen die worden veroorzaakt door de opstelling van de luidsprekers of door de omstandigheden in de luisterruimte. ■ Gebruiken van de PURE DIRECT toets Signalen van uw audiobronnen zullen zo worden geleid dat deze de BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS schakelingen passeren, zodat de audiosignalen niet gewijzigd worden en de meest natuurgetrouwe weergave verkregen wordt. ■ Regelen van de BASS en TREBLE Hiermee kunt u de weergave van de hoge en lage tonen regelen. BASS Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de lage tonen. TREBLE Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de hoge tonen. ■ Regelen van de LOUDNESS Bewaart een volledig toonbereik bij elk volumeniveau om te compenseren voor het feit dat het menselijk gehoor bij lage volumes minder gevoelig is voor zowel hogere als lagere tonen. Als PURE DIRECT is ingeschakeld met LOUDNESS ingesteld op een bepaald niveau, zullen de ingangssignalen de LOUDNESS schakeling passeren, waardoor het uitgangsniveau plotseling zal toenemen. Om te voorkomen dat uw gehoor of uw luidsprekers beschadigd raken, moet u daarom op PURE DIRECT drukken nadat u het geluidsniveau verlaagd heeft of nadat u gecontroleerd of LOUDNESS correct is ingesteld. 1 Zet de LOUDNESS regeling op het voorpaneel op de FLAT stand. 2 Verdraai VOLUME op het voorpaneel (of gebruik VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het uitgangsniveau van de geluidsweergave in te stellen op het hardste niveau waar u naar zou willen luisteren. 3 Verdraai LOUDNESS tot u het gewenste volume heeft ingesteld. Regelen van de toonweergave BALANCE

BASISBEDIENING Nederlands

  • De VOLUME, BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS regelaars en de PURE DIRECT toetsen hebben geen effect op de bron waarvan wordt opgenomen.
  • Controleer de regelingen met betrekking tot het auteursrecht in het gebied waar u zich bevindt voor u opnamen gaat maken van platen, CD’s, radio enz. Opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk maken op de op het materiaal rustende rechten. 1 Laat de signaalbron waarvan u wilt opnemen vervolgens afspelen. 2 Verdraai INPUT op het voorpaneel (of gebruik de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de signaalbron waar u van wilt opnemn te selecteren. U kunt geen signaalbron selecteren terwijl de MD/TAPE MON indicator op het display op het voorpaneel nog brandt. 3 Verdraai VOLUME op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het uitgangsniveau van de geselecteerde signaalbron waarvan u wilt opnemen in te stellen. 4 Begin de opname op de op dit toestel aangesloten MD-recorder, cassettedeck of videorecorder.

Als er wordt opgenomen met een cassettedeck met 3 koppen, kunt u het opgenomen geluid volgen door op MD/TAPE MONITOR op het voorpaneel te drukken. Opnemen van een signaalbron Opmerkingen Opmerking

Met deze functie kunt het toestel zichzelf uit (standby) laten schakelen na een door u bepaalde tijd. Deze slaaptimer is bijvoorbeeld handig wanneer u gaat slapen terwijl uw installatie nog aan het spelen of opnemen is. De slaaptimer schakelt ook automatisch de op de AC OUTLET(S) netstroomaansluitingen aangesloten externe apparatuur uit.

  • De slaaptimer kan alleen worden ingesteld via de afstandsbediening.
  • De slaaptimer schakelt automatisch Zone 2 uit. De stroom voor de Zone 2 componenten wordt echter niet uitgeschakeld. 1 Gebruik één van de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening om de gewenste signaalbron te selecteren. 2 Begin de weergave op de geselecteerde signaalbron. 3 Druk net zo vaak op SLEEP tot u de gewenste tijd heeft ingesteld voor dit toestel zichzelf zal uitschakelen. Met elke druk op SLEEP zal het display op het voorpaneel als volgt veranderen. De SLEEP indicator knippert terwijl u de tijd voor de slaaptimer aan het instellen bent. 4 Druk net zo vaak op SLEEP tot SLEEP OFF op het display op het voorpaneel verschijnt. Na een paar seconden zal SLEEP OFF verdwijnen van het display en de SLEEP indicator uit gaan.

U kunt de slaaptimer ook annuleren door met STANDBY op de afstandsbediening (of MAIN ZONE ON/OFF of MASTER ON/ OFF op het voorpaneel) het toestel uit (standby) te zetten. Gebruiken van de slaaptimer Opmerkingen STANDBYPOWER MD/TAPETUNERPHONODVDSLEEP

BASISBEDIENING Nederlands 1 Druk op MUTE op de afstandsbediening om de geluidsweergave tijdelijk uit te schakelen. De MUTE indicator gaat knipperen op het display op het voorpaneel. Na een paar seconden zal MUTE ON verdwijnen van het display op het voorpaneel. 2 Druk op MUTE op de afstandsbediening om de geluidsweergave te hervatten. De MUTE indicator zal verdwijnen van het display op het voorpaneel. Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave MUTE MUTE

MUTEAFSTEMMEN OP FM/AM RADIO

U kunt op 2 manieren afstemmen op een radiozender: automatisch of met de hand. Kies welke methode u wilt gebruiken aan de hand van uw persoonlijke voorkeur en de sterkte van de te ontvangen zenders. Automatisch afstemmen gaat goed wanneer u sterke signalen ontvangt en er weinig storing is. 1 Verdraai INPUT (of druk op TUNER op de afstandsbediening) om de TUNER als signaalbron te selecteren. 2 Druk op FM/AM op het voorpaneel om de radioband te kiezen (FM of AM). FM of AM zal op het display op het voorpaneel verschijnen. 3 Druk op TUNING MODE op het voorpaneel zodat de AUTO indicator op het display oplicht. 4 Druk één keer op TUNING l / h om het automatisch afstemmen te laten beginnen. Druk op h om af te stemmen op een hogere frequentie. Druk op l om af te stemmen op een lagere frequentie.

  • Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display.• Om af te stemmen op een andere zender dient u nog eens op TUNING l / h te drukken.
  • Als het automatisch afstemmen niet stopt bij de gewenste zender omdat de signalen daarvan te zwak zijn, kunt u proberen er met de hand op af te stemmen.

AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO

BASISBEDIENING Nederlands Handmatig afstemmen is nuttig wanneer u wilt afstemmen op zwakke zenders. 1 Verdraai INPUT (of druk op TUNER op de afstandsbediening) om de TUNER als signaalbron te selecteren. 2 Druk op FM/AM op het voorpaneel om de radioband te kiezen (FM of AM). FM of AM zal op het display op het voorpaneel verschijnen. 3 Druk op TUNING MODE op het voorpaneel zodat de AUTO indicator van het display verdwijnt. 4 Druk op TUNING l / h om met de hand af te stemmen op de gewenste zender. Houd de toets ingedrukt om de frequentie doorlopend te laten veranderen.

  • Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display.
  • Als u afstemt op een FM zender, zal deze automatisch in mono worden ontvangen om de geluidskwaliteit te verbeteren. Handmatig afstemmen

Met de automatische voorprogrammering kunt u FM zenders automatisch laten voorprogrammeren. Met deze functie zal het toestel automatisch afstemmen op FM zenders met een goede ontvangst en deze, op volgorde, opslaan tot een maximum van 40 stuks (8 zenders in 5 groepen, A1 t/m E8). U kunt vervolgens gemakkelijk via de bijbehorende voorkeuzenummers afstemmen op de voorgeprogrammeerde zenders.

  • Zendergegevens die reeds zijn opgeslagen onder een bepaald nummer zullen worden gewist wanneer u een andere zender onder dat voorkeuzenummer opslaat.
  • Als het aantal voorgeprogrammeerde zenders niet tot het maximum 40 (E8) komt, konden er met het automatisch voorprogrammeren niet meer geschikte zenders gevonden worden.
  • Alleen FM zenders met een voldoende sterke ontvangst worden opgeslagen bij het automatisch voorprogrammeren. Als de zender die u wilt voorprogrammeren te zwak is, kunt u deze met de hand voorprogrammeren. 1 Verdraai INPUT (of druk op TUNER op de afstandsbediening) om de TUNER te selecteren. 2 Druk op FM/AM op het voorpaneel en kies FM als radioband. FM zal op het display op het voorpaneel verschijnen. 3 Houd MEMORY op het voorpaneel tenminste 3 seconden ingedrukt. De voorkeuzegroep en de MEMORY en AUTO indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel. 4 Druk één keer op TUNING l / h om het automatisch voorprogrammeren te laten beginnen. Druk op h om af te stemmen op een hogere frequentie. Druk op l om af te stemmen op een lagere frequentie. Wanneer het automatisch voorprogrammeren klaar is, zal de frequentie voor de laatst voorgeprogrammeerde zender op het display getoond worden.
  • Als er niet op TUNING l / h binnen ongeveer 5 seconden terwijl de MEMORY en AUTO indicators nog aan het knipperen zijn, zal het automatisch voorprogrammeren beginnen vanaf de getoonde frequentie naar hogere frequenties toe.
  • Zenders worden voorgeprogrammeerd op de volgorde waarin ze gevonden worden, tot een maximum van 8 in elk van de voorkeuzegroepen. Als er al 8 zenders in een voorkeuzegroep staan, wordt er automatisch overgeschakeld naar de volgende voorkeuzegroep met 8 plaatsen. Automatisch voorprogrammeren Opmerkingen

BASISBEDIENING Nederlands ■ Aangepast automatisch voorprogrammeren U kunt een bepaalde groep en een bepaald nummer opgeven waar het automatisch voorprogrammeren van FM zenders moet beginnen. 1 Houd MEMORY op het voorpaneel tenminste 3 seconden ingedrukt. 2 Druk op A/B/C/D/E en vervolgens op één van de voorkeuzenummers op het voorpaneel om de voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer te selecteren waaronder de eerst gevonden zender moet worden opgeslagen. Als u bijvoorbeeld C5 selecteert, zal de eerste zender die wordt gevonden worden geprogrammeerd onder C5, en de volgende zenders onder C6, C7 enz. 3 Druk één keer op TUNING l / h om het automatisch voorprogrammeren te laten beginnen. Druk op h om af te stemmen op een hogere frequentie. Druk op l om af te stemmen op een lagere frequentie. Wanneer het automatisch voorprogrammeren klaar is, zal de frequentie voor de laatst voorgeprogrammeerde zender op het display getoond worden. Het automatisch voorprogrammeren stopt wanneer voorkeuzenummer E8 bereikt is. MEMORYMAN'L/AUTO FMA/B/C/D/E12345678 Opmerking l TUNING h24

AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO

U kunt ook met de hand maximaal 40 zenders (8 zenders in 5 groepen; A1 t/m E8) voorprogrammeren. U kunt vervolgens gemakkelijk via de bijbehorende voorkeuzenummers afstemmen op de voorgeprogrammeerde zenders. 1 Herhaal de stappen 1 t/m 4 bij “Automatisch afstemmen” of bij “Handmatig afstemmen” en stem af op de gewenste zender. Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display. 2 Druk op MEMORY op het voorpaneel. De MEMORY indicator gaat ongeveer 5 seconden lang knipperen op het display op het voorpaneel. 3 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E op het voorpaneel om de voorkeuzegroep te selecteren (A t/m E). De geselecteerde zendergroep zal verschijnen op het display op het voorpaneel. 4 Druk op het gewenste voorkeuzenummer op het voorpaneel om het voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren waaronder u de zender wilt opslaan. Deze handeling moet worden verricht binnen 5 seconden, terwijl de MEMORY indicator nog knippert op het display. Anders zal het handmatig voorprogrammeren automatisch worden geannuleerd. 5 Druk op MEMORY op het voorpaneel om de zender in het geheugen op te slaan. 6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 om andere zenders op te slaan.

  • Zendergegevens die reeds zijn opgeslagen onder een bepaald nummer zullen worden gewist wanneer u een andere zender onder dat voorkeuzenummer opslaat.
  • De soort ontvangst (stereo of mono) wordt samen met de frequentie van de zender opgeslagen. Handmatig afstemmen

BASISBEDIENING Nederlands U kunt op de gewenste zender afstemmen door eenvoudigweg het voorkeuzenummer waaronder die zender is opgeslagen te selecteren. 1 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E op het voorpaneel (of op A/B/C/D/E j / i op de afstandsbediening) en selecteer een zendergroep (voorkeuzegroep) (A t/m E). De geselecteerde zendergroep zal verschijnen op het display op het voorpaneel. 2 Druk op het gewenste voorkeuzenummer op het voorpaneel (of op PRESET j / i op de afstandsbediening) om het voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren waaronder u de zender wilt opslaan. Het voorkeuzenummer verschijnt op het display op het voorpaneel, samen met de radioband en de frequentie. U kunt twee voorkeuzezenders van plaats laten wisselen. De volgende procedure geeft een voorbeeld waarin voorkeuzezender E1 wordt omgewisseld met voorkeuzezender A5. 1 Herhaal de stappen 1 en 2 onder “Selecteren van voorkeuzezenders” en selecteer voorkeuzezender E1. 2 Druk op EDIT op het voorpaneel. De E1 en MEMORY indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel. 3 Herhaal de stappen 1 en 2 onder “Selecteren van voorkeuzezenders” en selecteer voorkeuzezender A5. De A5 en MEMORY indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel. 4 Druk nog eens op EDIT op het voorpaneel. E1-A5 zal verschijnen op het display op het voorpaneel ten teken dat de beide voorkeuzezenders van plaats hebben gewisseld. Selecteren van voorkeuzezenders

Voorpaneel Afstandsbediening Omwisselen van voorkeuzezenders

Radio Data Systeem is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM zenders in een groot aantal landen worden gebruikt. De Radio Data Systeem functies worden verzorgd door zenders in een netwerk. Dit toestel is geschikt voor verschillende soorten Radio Data Systeem gegevens, zoals PS (Programma Service naam), PTY (Programmatype), RT (Radio Tekst), CT (Klok-tijd), EON (Enhanced Other Networks; Verbeterde service andere netwerken) wanneer er wordt afgestemd op Radio Data Systeem zenders. ■ PS (Programma Service naam) functie De naam van de Radio Data Systeem zender waarop is afgestemd zal worden getoond. ■ PTY (Programmatype) functie Radio Data Systeem zenders maken onderscheid tussen 15 soorten programma’s. ■ RT (Radio Tekst) functie Informatie over het programma (de titel van het muziekstuk, naam van de artiest enz.) op de Radio Data Systeem zender waar u op afgestemd heeft kan tot maximaal 64 alfanumerieke tekens, inclusief het trema, op het display worden getoond. Als er andere tekens worden gebruikt voor de RT gegevens, zullen deze worden aangegeven met een streepje (_). ■ CT (Klok Tijd) functie De tijd op dit moment wordt getoond en elke minuut bijgewerkt. In het geval deze gegevens wegvallen, kan “CT WAIT” verschijnen. ■ EON (Enhanced Other Networks; Verbeterde service andere netwerken) Zie “De EON functie” op bladzijde 28. Er zijn vier manieren waarop de Radio Data Systeem gegevens getoond kunnen worden. De PS, PTY, RT en/of CT indicators die corresponderen met de Radio Data Systeem gegevens die door de huidige zender verzorgd worden zullen oplichten op het display op het voorpaneel. 1 Druk op TUNER op de afstandsbediening om dit toestel in de tunerfunctie (radio) te zetten. 2 Druk herhaaldelijk op FREQ/TEXT op de afstandsbediening om de diverse Radio Data Systeem gegevens te bekijken die worden verzorgd door de huidige zender. RADIO DATA SYSTEM (ALLEEN MODELLEN VOOR EUROPA) Ontvangen van Radio Data Systeem zenders NEWS NieuwsAFFAIRS ActualiteitenINFO Algemene informatieSPORT SportEDUCATE EducatiefDRAMA TheaterCULTURE CultuurSCIENCE WetenschapVARIED Licht amusementPOP M PopROCK M RockM.O.R. M Middle-of-the-road muziek (easy-listening)LIGHT M Licht klassiekCLASSICS KlassiekOTHER M Overige muziek Overschakelen naar een bepaalde Radio Data Systeem functie TUNERFREQ/TEXT

  • Druk pas op FREQ/TEXT wanneer er een Radio Data Systeem indicator oplicht op het display op het voorpaneel. Er zal niets kunnen veranderen wanneer u eerder op de toets drukt. De reden hiervoor is dat het toestel dan nog niet alle relevante Radio Data Systeem gegevens heeft ontvangen van de zender.
  • U kunt natuurlijk geen Radio Data Systeem gegevens selecteren die niet worden verzorgd door de zender in kwestie.
  • Dit toestel kan geen gebruik maken van de Radio Data Systeem gegevens indien het ontvangen signaal te zwak is. Voor met name de RT functie is een grote hoeveelheid gegevens nodig, dus het kan gebeuren dat de RT functie niet beschikbaar is, terwijl andere Radio Data Systeem functies (PS, PTY enz.) wel naar behoren functioneren.
  • Wanneer de ontvangst slecht is kunnen er mogelijk helemaal geen Radio Data Systeem gegevens worden ontvangen. Druk in een dergelijk geval op TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) zodat de AUTO indicator van het display verdwijnt. Alhoewel hierdoor op handmatig afstemmen wordt overgeschakeld, is het mogelijk dat er nu wel Radio Data Systeem gegevens verschijnen wanneer u overschakelt naar de Radio Data Systeem functie.
  • Als de ontvangst gestoord wordt door externe omstandigheden terwijl u afgestemd heeft op een Radio Data Systeem zender, is het mogelijk dat de Radio Data Systeem gegevensoverdracht plotseling wordt onderbroken en dat de melding “...WAIT” op het display op het voorpaneel verschijnt. U kunt het door u gewenste programmatype kiezen en het toestel vervolgens automatisch alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders laten afzoeken naar een zender die een programma van dat type aan het uitzenden is.

Wanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening, moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de tunerfunctie te zetten. 1 Druk op PTY SEEK MODE op de afstandsbediening om dit toestel in de PTY SEEK functie te zetten. Het type van het programma dat op dit moment wordt ontvangen, of “NEWS”, gaat knipperen op het display op het voorpaneel. Om de PTY SEEK functie af te sluiten, dient u nog een keer op PTY SEEK MODE te drukken. Opmerkingen De PTY SEEK functie STANDBYPOWER MD/TAPETUNERPHONODVDSLEEP

Afstandsbediening Knippert28 RADIO DATA SYSTEM (ALLEEN MODELLEN VOOR EUROPA) 2 Druk op PRESET/CH u / d op de afstandsbediening om het gewenste programmatype te selecteren. Het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel. 3 Druk op PTY SEEK START op de afstandsbediening om alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders af te zoeken. Het geselecteerde programmatype blijft knipperen op het display op het voorpaneel en de PTY HOLD indicator licht op terwijl er naar een geschikte zender gezocht wordt. Druk nog eens op PTY SEEK START om het zoeken te annuleren.

  • Het toestel stopt met zoeken zodra er een zender gevonden is die een programma van het geselecteerde type uitzendt.
  • Als de gevonden zender niet naar uw wens is, kunt u nog eens op PTY SEEK START drukken. Het toestel gaat dan op zoek naar een andere zender die het gewenste programmatype uitzendt. Deze functie maakt gebruik van de EON gegevens die worden uitgezonden door het Radio Data Systeem zendernetwerk. Als u een bepaald programmatype selecteert (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT), zal dit toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders die een uitzending van het gewenste type in hun zendschema hebben opgenomen opzoeken en overschakelen naar de nieuwe zender wanneer de uitzending van het gewenste soort programma begint.

Wanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening, moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de tunerfunctie te zetten. Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer u heeft afgestemd op een Radio Data Systeem zender die EON gegevens aanbiedt. Wanneer u heeft afgestemd op een dergelijke zender, zal de EON indicator op het display op het voorpaneel oplichten. 1 Controleer of de EON indicator inderdaad verschijnt op het display op het voorpaneel. Als de EON indicator niet oplicht, dient u af te stemmen op een andere Radio Data Systeem zender waarbij de EON indicator wel gaat branden. 2 Druk herhaaldelijk op EON op de afstandsbediening om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) te selecteren. Het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.

  • Zodra een voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zender begint met de uitzending van een programma van het gewenste type, zal het toestel automatisch van het huidige programma daarnaar overschakelen. (De EON indicator knippert.)
  • Wanneer de uitzending van het programma van het geselecteerde type afgelopen is, zal het toestel weer terugkeren naar de oorspronkelijke zender (of een ander programma op dezelfde zender). ■ Annuleren van deze functie Druk net zo vaak op EON tot er geen programmatype meer op het display op het voorpaneel staat. POP M A/B/C/D/E A/B/C/D/EPRESET/CHENTERSTARTPTY SEEKPTY HOLDAfstandsbedieningLicht op De EON functie Opmerking STANDBY POWER

EON AfstandsbedieningGEAVANCEERDE SETUP GEAVANCEERDE BEDIENINGNederlands ■ ADVANCED SETUP menu parameters Verander de begininstellingen (hieronder vet gedrukt aangeduid) op basis van uw specifieke systeem en uw voorkeuren.Fabrieksinstellingen PRESETVia deze functie kunt u alle parameters terugzetten op de fabrieksinstellingen.Keuzes: CANCEL, RESET• Selecteer CANCEL als u niet wilt dat de parameters van dit toestel worden geïnitialiseerd wanneer u het terugzet op de fabrieksinstellingen.• Selecteer RESET als u wilt dat alle parameters van dit toestel worden geïnitialiseerd wanneer u het terugzet op de fabrieksinstellingen.• Deze instelling heeft geen invloed op de parameters in het ADVANCED SETUP menu.• Het resetten gebeurt de volgende keer dat u dit toestel aan zet.Afstandsbediening REMOTEHiermee kunt u de afstandsbedienings-ID van dit toestel omschakelen.Keuzes: ID1, ID2• Selecteer ID1 om het toestel te gebruiken met een alternatieve code.• Selecteer ID2 om het toestel te gebruiken met de standaardcode.U moet de ook de bijbehorende instellingen verrichten op de afstandsbediening zelf (zie bladzijde 30).Tuner TU(Alleen modellen voor Azië en algemene modellen)Stel de frequentiestap in op de waarde die geldt voor het gebied waar u het toestel gaat gebruiken.Keuzes: AM10/FM100, AM9/FM50• Noord, Midden en Zuid Amerika: AM10/FM100 (kHz)• Overige gebieden: AM9/FM50 (kHz)Het ADVANCED SETUP menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

  • Tijdens de ADVANCED SETUP zal er geen geluid worden weergegeven.• Tijdens de ADVANCED SETUP kunnen alleen de MASTER ON/OFF, A/B/C/D/E en voorkeuzetoetsen (1 en 2) op het voorpaneel worden gebruikt. 1 Druk op MASTER ON/OFF op het voorpaneel zodat deze naar buiten komt in de OFF stand. 2 Houd A/B/C/D/E op het voorpaneel ingedrukt en druk vervolgens MASTER ON/OFF naar binnen in de ON stand.Dit toestel wordt ingeschakeld en het ADVANCED SETUP menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel. GEAVANCEERDE SETUP OpmerkingenOpmerking Wijzigen van ADVANCED SETUP menu parameters

-dB -dB MASTER ON OFF Houd ingedrukt en druk op A/B/C/D/E MASTER ON OFF30 GEAVANCEERDE SETUP 3 Gebruik de voorkeuzetoetsen (1 en 2) op het voorpaneel om door het menu te bladeren en de parameter waarvoor u de instelling wilt wijzigen te selecteren. Zie bladzijde 29 voor een complete lijst van mogelijke parameters. 4 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E op het voorpaneel om heen en weer te schakelen tussen de beschikbare parameters. 5 Druk nog eens op MASTER ON/OFF om de knop naar buiten te laten komen in de OFF stand om uw instelling te bevestigen. De gewijzigde instellingen treden de volgende keer dat u dit toestel aan zet in werking. U kunt het toestel dat u wilt bedienen met de afstandsbediening zelf instellen door de afstandsbedienings-ID te wijzigen. 1 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en druk vervolgens op TUNER op de afstandsbediening. 2 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en voer met de cijfertoetsen op de afstandsbediening de code van drie cijfers in zoals gegeven in de tabel hieronder.

Wanneer u de ID van de afstandsbediening verandert, moet u de ID op dit toestel ook veranderen (zie bladzijde 29). Wanneer u verschillende YAMAHA receivers of versterkers met dezelfde standaardinstelling voor de afstandsbedieningscode heeft, is het mogelijk dat u onbedoeld verschillende toestellen tegelijk bedient. In dit geval kunt u een alternatieve code instellen zodat u dit toestel apart kunt bedienen. Opmerking

Omschakelen van de ID van de afstandsbediening Afstandsbedie nings-ID* (instelling van dit toestel) Functie Code ID1 Om het toestel te gebruiken met een alternatieve code.

ID2 (standaardinstelling) Bedienen van het toestel met de standaardcode.

GEAVANCEERDE BEDIENING Nederlands Dit toestel stelt u in staat een audio- en videosysteem in verschillende kamers samen te stellen. De Zone 2 functie geeft u de mogelijkheid dit toestel tegelijkertijd verschillende signaalbronnen te laten weergeven in twee verschillende ruimten, bijvoorbeeld in uw woonkamer en in Zone 2 (uw werkkamer bijv.). U kunt het toestel ook bedienen vanuit de tweede ruimte met behulp van de Zone 2 afstandsbediening (los verkrijgbaar). Om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden voor weergave in een andere ruimte, heeft u naast dit toestel de volgende apparatuur nodig:

  • Zone 2 afstandsbediening
  • Een infraroodontvanger voor de tweede ruimte
  • Een infraroodzender voor de eerste ruimte. Deze zender geeft de infraroodsignalen van de Zone 2 afstandsbediening uit Zone 2 door aan de apparatuur in de eerste ruimte.
  • Een versterker en luidsprekers in de tweede ruimte

Sommige YAMAHA modellen kunnen direct worden aangesloten op de REMOTE OUT aansluiting op het achterpaneel van dit toestel. Als u een dergelijk product heeft, is het mogelijk dat u geen infraroodzender nodig heeft. Er kunnen maximaal zes YAMAHA componenten worden aangesloten zoals hieronder staat aangegeven. ■ Configuratie en aansluitingen bij meerdere ruimten De volgende afbeelding toont een voorbeeld van de configuratie en de vereiste aansluitingen voor gebruik van het systeem in meerdere ruimten.

Omdat er zoveel mogelijkheden zijn voor de aansluitingen en de manieren waarop u dit toestel in twee verschillende ruimten kunt gebruiken, raden we u aan uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of servicecentrum te raadplegen voor de Zone 2 configuratie en aansluitingen die het best tegemoetkomen aan uw eisen. ZONE 2 Aansluiten van Zone 2 componenten OUTOUT REMOTE REMOTE OUT

REMOTEREMOTEDit toestelYAMAHA componentYAMAHA componentInfraroodontvangerREMOTE OUTVIDEO IN MONITOR OUT SPEAKERS

MAIN ZONE 2 AUDIO INInfraroodzenderDVD-speler (of andere componenten)VersterkerZone 2afstandsbedieningInfraroodontvangerTweede ruimte(Zone 2)Hoofdruimte(Main Zone)Dit toestel32 ZONE 2 Onafhankelijk van de omstandigheden in de eerste ruimte kunt u de gewenste signaalbron voor Zone 2 selecteren. 1 Druk op ZONE 2 ON/OFF op het voorpaneel om Zone 2 in te schekelen. 2 Druk op ZONE 2 CONTROL op het voorpaneel. De ZONE 2 indicator gaat knipperen op het display op het voorpaneel. 3 Terwijl de ZONE 2 indicator aan het knipperen is, dient u INPUT op het voorpaneel te verdraaien om de signaalbron voor Zone 2 te selecteren.

  • U kunt de signaalbron ook selecteren met de Zone 2 afstandsbediening (los verkrijgbaar). Druk op POWER op de Zone 2 afstandsbediening om Zone 2 in te schakelen en druk vervolgens op één van de ingangskeuzetoetsen om de gewenste signaalbron te selecteren.
  • U kunt de geluidsweergave in Zone 2 tijdelijk uitschakelen door op MUTE op de ZONE 2 afstandsbediening te drukken. Druk nog eens om de geluidsweergave te herstellen. Bediening Zone 2 ZONE 2 ON/OFFZONE CONTROLINPUTKENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

GEAVANCEERDE BEDIENING Nederlands ■ Bedienen van dit toestel De grijs aangegeven toetsen hieronder kunnen worden gebruikt om dit toestel te bedienen. ■ Bedienen van andere componenten De grijs aangegeven toetsen hieronder kunnen worden gebruikt om andere audio- en video- apparatuur zowel van YAMAHA als van andere fabrikanten te bedienen. De functies van de diverse toetsen hangen mede af van de geselecteerde componenten. Selecteer de component die u wilt bedienen met een ingangskeuzetoets. De naam van de geselecteerde component zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

U kunt via de toets andere componenten bedienen, ongeacht of deze zijn aangesloten op dit toestel.

TV VOL TV CH Component bedieningstoetsen Door de juiste afstandsbedieningscod es in te stellen kunt u tot maximaal 7 verschillende componenten bedienen (zie bladzijde 35). Met de ingangskeuzetoetse n kunt u, zoals hieronder aangegeven, een andere set bedieningstoetsen kiezen.34

KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

Naast dit toestel kan de meegeleverde afstandsbediening ook andere audio en video componenten van YAMAHA en van andere fabrikanten aansturen. Om andere componenten te kunnen bedienen, moet u de juiste afstandsbedieningscodes instellen.

Deze toets werkt alleen wanneer de originele afstandsbediening van de component in kwestie een POWER (aan/uit) toets heeft.

Deze toetsen werken alleen voor modellen voor Europa. Bedienen van andere componenten STANDBYPOWER MD/TAPETUNERPHONODVDSLEEP

DVD-speler Videorecorder Digitale TV/ Kabel-tv TV CD-speler Cassettedeck MD-recorder Tuner 1 AV POWER Aan/uit * Aan/uit * Aan/uit * Videorecorder aan/uitAan/uit * Aan/uit * Aan/uit * Aan/uit *

2 TV POWER TV aan/uit TV aan/uit TV aan/uitAan/uit *

TV aan/uit TV aan/uit TV aan/uit TV aan/uit 3 ll Terug zoeken Terug zoekenVideorecorder zoeken terugVideorecorder zoeken terugTerug zoeken Terug zoeken Terug zoekenPTY MODE *

hh Vooruit zoeken Vooruit zoeken Videorecorder zoeken vooruitVideorecorder zoeken vooruitVooruit zoeken Vooruit zoeken Vooruit zoekenPTY START *

b Terug springen Terug springen Richting A Terug springen FREQ/TEXT *

a Vooruit springen Vooruit springen Richting B Vooruit springen EON * REC/ DISC SKIPDisc overslaan OpnameVideorecorder opnameVideorecorder opnameDisc overslaan Opname Opnames Stop StopVideorecorder stop Videorecorder stop Stop Stop Stope Pauze PauzeVideorecorder pauzeVideorecorder pauzePauze Deck A/B Pauze h Weergave Weergave Videorecorder weergaveVideorecorder weergaveWeergave Weergave Weergave 4 TV VOL + Tv volume + Tv volume + Tv volume + Volume + Tv volume + Tv volume + Tv volume + Tv volume + TV VOL – Tv volume – Tv volume – Tv volume – Volume – Tv volume – Tv volume – Tv volume – Tv volume – 5 TV CH + Tv kanaal + Kanaal + Kanaal + Kanaal + Tv kanaal + Tv kanaal + Tv kanaal + Tv kanaal + TV CH – Tv kanaal – Kanaal – Kanaal – Kanaal – Tv kanaal – Tv kanaal – Tv kanaal – Tv kanaal – 6 TV MUTE TV geluid uit TV geluid uit TV geluid uit Geluid uit TV geluid uit TV geluid uit TV geluid uit TV geluid uit 7 TITLE Titel Titel Titel Titel Band 8 ENTER Menu enter Menu selecteren Menu selecterenPRESET/CH Menu hoger Menu hoger Menu hogerVoorkeuzezender hoger(1 t/m 8)PRESET/CH Menu lager Menu lager Menu lagerVoorkeuzezender lager(1 t/m 8) A/B/C/D/E j Menu links Menu links Menu links Voorkeuzezender lager(A t/m E) A/B/C/D/E i Menu rechts Menu rechts Menu rechts Voorkeuzezender hoger(A t/m E) 9 RETURN Terug Terug Terug Terug 0 TV INPUT TV ingang TV ingang TV ingang Ingang TV ingang TV ingang TV ingang TV ingang A 1-9, 0, +10 Cijfertoetsen Cijfertoetsen Cijfertoetsen Cijfertoetsen Cijfertoetsen Cijfertoetsen Voorkeuzezenders (1-8) B ENT. Enter Enter/oproepenEnter/CijfertoetsenIndex C MENU Menu Menu Menu D DISPLAY Display Display Display Display Display35

KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

GEAVANCEERDE BEDIENING Nederlands U kunt andere componenten bedienen als u de bijbehorende afstandsbedieningscodes heeft ingesteld. Voor elke signaalbron kan een code worden ingevoerd. Raadpleeg de “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” aan het eind van deze handleiding voor een complete lijst met de beschikbare afstandsbedieningscodes. De volgende tabel geeft de standaard ingestelde componentencategorie (archief) en afstandsbedieningscode aan voor elk van de signaalbronnen. Standaardinstellingen afstandsbedieningscodes

U kunt alleen maar tv afstandsbedieningscodes instellen onder de DTV/CBL toets. U kunt echter andere afstandsbedieningscodes instellen voor elk van de andere ingangskeuzetoetsen behalve DTV/CBL. Het is mogelijk dat u uw specifieke YAMAHA component niet kunt bedienen, ook al is er een YAMAHA afstandsbedieningscode voorgeprogrammeerd. Probeer in een dergelijk geval een andere YAMAHA afstandsbedieningscode. 1 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en druk op één van de ingangskeuzetoetsen om de signaalbron die u wilt instellen te selecteren. Gedurende deze hele procedure moet u CODE SET ingedrukt blijven houden. 2 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en voer met de cijfertoetsen op de afstandsbediening de driecijferige afstandsbedieningscode voor de geselecteerde signaalbron in. Wanneer de instelling gelukt is, zal “PRESET OK” verschijnen; wanneer het niet gelukt is, zal “PRESET NG” op het display op het voorpaneel verschijnen. Om de code terug te zetten, kunt u gewoon de standaardcode invoeren voor elk van de in de tabel getoonde signaalbronnen.

  • Als er meerdere codes zijn voor de fabrikant van uw component, probeer ze dan één voor één tot u de juiste gevonden heeft.
  • U kunt slechts één enkele afstandsbedieningscode toewijzen aan één ingangskeuzetoets. Instellen van afstandsbedieningscodes Signaalbron Standaard component encategorie (archief) Fabrikant Standaard YAMAHA code

Raadpleeg de tabel hieronder wanneer het toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde YAMAHA dealer of servicecentrum. ■ Algemeen

OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

Probleem Oorzaak Oplossing Zie bladzijde Het toestel gaat niet aan. Het netsnoer of de stekker is niet of niet goed aangesloten.Sluit het netsnoer op de juiste manier aan. De instelling voor de impedantie is niet correct.Stel de impedantie in zodat deze overeenkomt met die van uw luidsprekers. De beveiliging is in werking getreden vanwege kortsluiting enz.Controleer of de luidsprekerbedrading elkaar niet raakt en zet vervolgens het toestel weer aan. De IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op het achterpaneel staat niet helemaal in de juiste stand.Zet de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar helemaal in de juiste stand terwijl de stroomvoorziening van het toestel is uitgeschakeld. Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit).Zet het toestel uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact, wacht 30 seconden voor u de stekker weer terug doet en probeer het toestel vervolgens weer gewoon te gebruiken. Geen geluid In- of uitgangskabels niet op de juiste manier aangesloten.Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. Er is geen geschikte signaalbron geselecteerd.Selecteer een geschikte signaalbron met INPUT op het voorpaneel (of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening). De SPEAKERS A/B schakelaars staan niet in de juiste stand.Schakel de corresponderende SPEAKERS A of SPEAKERS B set in. De luidsprekers zijn niet goed aangesloten.Sluit de luidsprekers op de juiste manier aan. Het geluid valt plotseling uit.De beveiliging is in werking getreden vanwege kortsluiting enz.Controleer of de IMPEDANCE SELECTOR correct is ingesteld. Controleer of de luidsprekerbedrading elkaar niet raakt en zet vervolgens het toestel weer aan. Alleen de luidspreker aan de ene kant doet het. Bedrading niet op de juiste manier aangesloten.Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. De BALANCE regeling is niet correct ingesteld.Zet BALANCE in de juiste stand. De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos.De + en – draden zijn verkeerdom aangesloten op de versterker of de luidsprekers.Sluit de luidsprekerdraden correct aan op de + en – aansluitingen. U hoort een zeker “gebrom”.Bedrading niet op de juiste manier aangesloten.Sluit de audiostekkers stevig en op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. De draaitafel is niet verbonden met de GND aansluiting.Maak de GND verbinding tussen de aarding van de draaitafel en dit toestel. Het volume is te laag bij weergave van een plaat.De plaat wordt afgespeeld op ene draaitafel met een MC cartridge.De draaitafel moet op dit toestel worden aangesloten via een MC kopversterker. Het volume kan niet worden verhoogd, of het geluid klinkt vervormd.De op de MD/TAPE OUT aansluitingen van dit toestel aangesloten component staat uit.Zet de betreffende component aan. —37

OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

AANVULLENDE INFORMATIE Nederlands ■ Tuner Het geluid klinkt slecht wanneer u luistert via een hoofdtelefoon die is aangesloten op een CD-speler of cassettedeck verbonden met dit toestel. De stroom voor dit toestel is uitgeschakeld of het toestel staat uit (standby). Zet het toestel aan.

Het volume is te laag. De LOUDNESS functie is ingeschakeld. Zet LOUDNESS op de FLAT stand.

De BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS regelingen hebben geen effect op de toonweergave. De PURE DIRECT toets is ingeschakeld. De PURE DIRECT functie moet worden uitgeschakeld voor u deze regelingen kunt gebruiken.

Probleem Oorzaak Oplossing Zie bladzijde

Veel ruis in de FM stereo- ontvangst. Dit probleem is inherent aan FM stereo- uitzendingen wanneer de zender te ver weg is of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genoeg is. Controleer de aansluitingen van de antenne. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM antenne.

Stem met de hand af.

Er is vervorming en ook een betere FM antenne zorgt niet voor een betere ontvangst. U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren ontvangen wordt. Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze zg. multi-pad interferentie geen last meer hebt.

Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. Het radiosignaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM antenne.

Stem met de hand af.

Er kan niet langer worden afgestemd op eerder voorgeprogram meerde zenders. Het toestel is te lang zonder stroom geweest. Programmeer de zenders opnieuw.

Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. Het signaal is te zwak of de antenne is los. Controleer de aansluitingen van de AM ringantenne en stel deze zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt.

Stem met de hand af.

U hoort doorlopend gekraak en gesis. Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, TL verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. Gebruik een buitenantenne en een goede aarding. Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren.

U hoort gezoem en gefluit. Er wordt in de buurt van het toestel een TV gebruikt. Zet dit toestel verder bij de tv vandaan. —38

OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

■ Afstandsbediening Probleem Oorzaak Oplossing Zie bladzijde De afstandsbediening werkt niet of niet naar behoren. Te ver weg of onder te scherpe hoek gebruikt. De afstandsbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van loodrecht op het voorpaneel.

Direct zonlicht of sterke verlichting (vooral van TL lampen enz.) valt op de sensor voor de afstandsbediening van dit toestel. Stel het toestel anders op.

De ID van de afstandsbediening en de ID van dit toestel komen niet met elkaar overeen. Schakel de ID van de afstandsbediening of de ID van dit toestel om. 29, 30 De afstandsbedieningscode is niet goed ingesteld. Probeer een andere code voor dezelfde fabrikant met behulp van de “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” achterin deze handleiding.

Ook als de juiste afstandsbedieningscode is ingesteld is het mogelijk dat bepaalde modellen niet goed reageren op de afstandsbediening. Gebruik de met de componenten in kwestie meegeleverde afstandsbedieningen. —TECHNISCHE GEGEVENS

  • Maximum uitgangsvermogen (EIAJ) [Alleen modellen voor Azië en algemene modellen] (1 kHz, 10% THV, 8 Ω) ...................................................... 115 W
  • Afstembereik [Modellen voor de V.S. en Canada] .............. 87,5 t/m 107,9 MHz [Modellen voor Azië en algemene modellen] 87,5/87,50 t/m 107,9/108,00 MHz [Overige modellen] ................................... 87,50 t/m 108,00 MHz
  • Stroomvoorziening [Modellen voor de V.S. en Canada] ... 120 V, 60 Hz wisselstroom [Modellen voor Azië]....... 220/230-240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Algemene modellen] ........................ 110/120/220/230-240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Modellen voor Australië] .................. 240 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor Europa] ..................... 230 V, 50 Hz wisselstroom