RX797 - Audiosysteem YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RX797 YAMAHA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RX797 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audiosysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RX797 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RX797 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING RX797 YAMAHA
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzocken.
2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg voor een ventilatieruimte van tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 20 cm aan de achterkant van dit toestel.
3Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen.
4Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel:
- Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren.
- Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
- Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn.
8Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade.
9Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren.
10Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek.
12Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade bij blikseminslag te voorkomen, dient u bij onweer de stekker uit het stopcontact te halen en eventuele buitenantennes los te koppelen van het toestel.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Ncem contact op met erkend YAMAHA servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behocft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
15Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16Installeer dit toestel in de buurt van het stopcontact op zo'n manier dat u gemakkelijk bij de stekker kunt.
17Lees het hoofdstuk "OPLOSSEN VAN PROBLEMEN" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
18 Voor u dit toestel gaat verplaatsen, moet u op MASTER ON/OFF drukken zodat de schakelaar naar buiten komt in de OFF (uit) stand, waarna u de stekker uit het stopcontact moet halen.
19VOLTAGE SELECTOR
(Alleen modellen voor Azië en algemene modellen) De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de ter plekke gebruikte netspanning VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. De geschikte voltages zijn als volgt: Algemene modellen ....110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom Modellen voor Azië ....220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom
WAARSCHUWING
OM DE RISICO'S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
Zolang dit toestel is aangesloten op het stopcontact, is de stroomvoorziening niet afgesloten, ook niet wanneer u het toestel uitschakelt met MASTER ON/OFF, of met MAIN ZONE ON/OFF en ZONE 2 ON/OFF. In deze staat is dit toestel ontworpen om slechts een zeer kleine hoeveelheid stroom te gebruiken.

Alleen voor klanten in Nederlands
Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.
INHOUD
INLEIDING
KENMERKEN 2
MEEGELEVERDE ACCESSOIRES...... 2
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES...... 3
Voorpaneel.... 3
Display voorpaneel 5
Achterpaneel....6
Afstandsbediening 7
Zone 2 afstandsbediening 9
Inzetten van batterijen in de afstandsbedieningen... 10
Gebruiken van de afstandsbedieningen 10
VOORBEREIDINGEN
AANSLUITINGEN 11
Aansluiten van de luidsprekers.... 11
Aansluiten van audio- en video-apparatuur...... 12
Aansluiten van de AM en FM antennes 13
Aansluiten van het netsnoer.... 15
Aan en uit zetten van dit toestel.... 16
BASISBEDIENING
Weergeven van een signaalbron 17
Regelen van de toonweergave 19
Opnemen van een signaalbron.... 20
Gebruiken van de slaaptimer 21
Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave ..... 22
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO 23
Automatisch afstemmen 23
Handmatig afstemmen.... 24
Automatisch voorprogrammeren.... 25
Handmatig afstemmen.... 27
Selecteren van voorkeuzezenders 28
Omwisselen van voorkeuzezenders.... 28
RADIO DATA SYSTEM (ALLEEN
MODELLEN VOOR EUROPA).... 29
Ontvangen van Radio Data Systeem zenders ..... 29
Overschakelen naar een bepaalde Radio Data Systeem functie .... 29
De PTY SEEK functie.... 30
De EON functie 31
GEAVANCEERDE BEDIENING
GEAVANCEERDE SETUP....32
Wijzigen van ADVANCED SETUP menu parameters 32
Omschakelen van de ID van de afstandsbediening 33
ZONE 2 ....34
Aansluiten van Zone 2 componenten .... 34 Bediening Zone 2.... 35
KENMERKEN VAN DE
AFSTANDSBEDIENING....36
Set bedieningstoetsen 36
Bedienen van andere componenten 37
Instellen van afstandsbedieningscodes 38
AANVULLENDE INFORMATIE
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN....39
Ingebouwde 2-kanaals eindversterker
◆Minimum RMS uitgangsvermogen
100 W + 100 W (8 Ω), 0,019% THV, 20 Hz t/m 20 kHz
◆Zeer dynamisch vermogen, lage impedantie aandrijfmogelijkheden
Verfijnde AM/FM tuner
◆40 Willekeurig toegankelijke voorkcuzezenders
◆Automatisch voorprogrammeren
◆Uitwisselen van voorkeuzezenders
◆Radio Data Systeem ontvangst (Radio Data System) (Alleen modellen voor Europa)
Overige kenmerken
◆PURE DIRECT toets voor onveranderde geluidsweergave van de signaalbron
◆CD DIRECT AMP toets voor onveranderde geluidsweergave van CD's
◆REC OUT keuzemogelijkheid onafhankelijk van de geselecteerde signaalbron
◆Continu variabele loudnessregeling
◆Slaaptimer
◆Mogelijkheid tot afstandsbediening
◆Zone 2 Meegeleverde afstandsbediening
◆Zone 2 aangepaste installatiemogelijkheid
• geeft een bedieningstip aan.
- Sommige handelingen kunnen zowel worden uitgevoerd met de toetsen op het toestel zelf als met de afstandsbediening. Als de naam van een toets op de afstandsbediening verschilt van die op het toestel zelf, zal de naam van de betreffende toets op de afstandsbediening tussen haakjes vermeld worden.
- Als de toetsen op de afstandsbediening en die op de Zone 2 afstandsbediening bepaalde functies gemeen hebben, worden in deze handleiding de afbeeldingen van deze afstandsbediening gebruikt ter illustratie.
- Deze handleiding is gedrukt voor uw toestel geproduceerd werd. Ontwerp en specificaties kunnen gewijzigd worden als gevolg van verbeteringen enz. Als de handleiding en het product van elkaar verschillen, heeft het product de prioriteit.
MEEGELEVERDE ACCESSOIRES
Controleer of u alle volgende onderdelen inderdaad ontvangen hebt.
Afstandsbediening

text_image
POWER TX POWER JO ORDER 8 SUPPORT 1 GO MONTAPE TURER DVD BV/VOOL VCM PICKIN REC CD3 CCK SET STRESS A R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R300 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R30 R2567676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676767676 + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + -Zone 2 afstandsbediening

text_image
ZONE 2 CPU NUMBER TYPICAL VOLUME VOLUME OFF + - VOLUME - - AUTO ON ON ON ON YAMAHAStroomkabel
(Twee bij modellen voor Azië)

FM binnenantenne (Alleen modellen voor de V.S., Canada en algemene modellen)

Batterijen (x2)
(AA, R6, UM-3)

AM ringantenne

FM binnenantenne (Modellen voor Europa en Australië)

Batterijen (x2)
(AAA, R03, UM-4)

BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES
Voorpaneel

text_image
YAMAHA ZONE 3 ON/OFF ZONE CONTROL EQUADI OUT NEUROCY TREES MEE INTULED IN CD DIRECT ANHYRNE DIRECT MASTER SPEAKERS MAIN ZONE INPUT ANNUER REC OUT SOLVING PHOENIX VINHATZ 10 V 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20①MASTER ON/OFF
Druk naar binnen in de ON stand om dit toestel aan te zetten. Druk nog eens om de knop naar buiten te laten komen in de OFF stand om het toestel uit te zetten. Zie bladzijde 16 voor details.
Opmerking
Ook wanneer het toestel uit staat, verbruikt het een klein beetje stroom om het geheugen in stand te houden.
Geheugen back-up
De geheugen back-up voorkomt dat opgeslagen gegevens verloren gaan. Wanneer echter de stekker langer dan een week uit het stopcontact gelaten wordt, zullen de opgeslagen gegevens verloren gaan.
②MAIN ZONE ON/OFF
Hiermee zet u de Main Zone van het toestel aan of uit (standby).
Zie bladzijde 16 voor details.
Opmerkingen
- Deze schakelaar werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF is ingedrukt in de ON stand.
- Wanneer het toestel uit (standby) staat, verbruikt het nog steeds een heel klein beetje stroom zodat er gereageerd kan worden op de infraroodsignalen van de afstandsbediening.
③SPEAKERS A/B
Met elke druk op de bijbehorende toets zet u de set luidsprekers aangesloten op de SPEAKERS A en/of SPEAKERS B aansluitingen op het achterpaneel aan of uit (zie bladzijde 17).
④ZONE 2 ON/OFF
Hiermee zet u Zone 2 aan of uit (standby). Wanneer Zone 2 is ingeschakeld, worden er signalen geproduceerd via de ZONE 2 OUT aansluitingen.
Opmerking
Deze schakelaar werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF is ingedrukt in de ON stand.
⑤ZONE CONTROL
Druk hierop om de signaalbron voor Zone 2 in te stellen.
Opmerkingen
- Deze toets werkt alleen wanneer Zone 2 is ingeschakeld.
- Wanneer u op deze toets drukt, zal de ZONE 2 indicator ongeveer 5 seconden knipperen op het display op het voorpanel. Selecteer de signaalbron voor Zone 2 terwijl de indicator nog aan het knipperen is.
- U kunt een voorkeuzezender selecteren wanneer TUNER is geselecteerd als signaalbron voor Zone 2.
⑥Sensor voor de afstandsbediening
Ontvangt de infraroodsignalen van de afstandsbediening.
Opmerking
Schakel de afstandsbedienings- ID heen en weer tussen ID1 en ID2 wanneer u verschillende YAMAHA receivers of versterkers gebruikt (zie de bladzijden 9, 32 en 33).
⑦Display voorpaneel
Hierop wordt informatie getoond over de bediening en de toestand waarin het toestel zich bevindt.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES
⑧EDIT
Laat twee voorkeuzezenders met elkaar wisselen wanneer de TUNER is geselecteerd als de signaalbron (zie bladzijde 28).
⑨FM/AM
Schakelt de radioband heen en weer tussen AM en FM wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 23).
⑩TUNING ◀/▶
Kiest de frequentie waarop is afgestemd wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 23).
⑪ TUNING MODE
Schakelt het afstemmen heen en weer tussen automatisch (de AUTO indicator zal verschijnen) en handmatig (de AUTO indicator zal verdwijnen) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron.
⑫MEMORY
Hiermee kunt u een zender in het systeemgeheugen opslaan (zie bladzijde 27).
Zet het toestel in de automatische voorprogrammeerfunctie (zie bladzijde 25).
⑬PURE DIRECT en indicator
Stelt u in staat om te luisteren naar de onveranderde, pure weergave van een signaalbron. De indicator erboven zal oplichten wanneer deze functie is ingeschakeld. Zie bladzijde 19 voor details.
⑭CD DIRECT AMP en indicator
Stelt u in staat om te luisteren naar de onveranderde, pure weergave van een CD. De indicator erboven zal oplichten en het display op het voorpancel zal uit gaan wanneer deze functie wordt ingeschakeld.
Zie bladzijde 19 voor details.
⑮VOLUME
Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume.
Opmerking
Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) niveau.
⑯INPUT keuzeknop
Hiermee kunt u kiezen naar welke signaalbron u wilt luisteren of kijken.
⑰A/B/C/D/E
Kiest de voorkeuzegroep (A t/m E) wanneer de TUNER is geselectcerd als signaalbron (zie bladzijde 26).
⑱PHONES aansluiting
Produceert geluidssignalen waar u ongestoord naar kunt luisteren met een hoofdtelefoon.
Opmerking
Druk op SPEAKERS A/B zodat de SP A/B indicators uit gaan voor u de hoofdtelefoon aansluit op de PHONES aansluiting.
⑲REC OUT keuzeknop
Selecteert een signaalbron voor opname op een MD-recorder of cassettedeck onafhankelijk van de instelling met INPUT, zodat u kunt opnemen van de geselecteerde signaalbron terwijl u luistert naar een andere (zie bladzijde 20).
⑳BASS
Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de lage tonen. De 0 stand geeft een neutrale weergave (zie bladzijde 19).
②1TREBLE
Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de hoge tonen. De 0 stand geeft een neutrale weergave (zie bladzijde 19).
⑳BALANCE
Regelt de balans tussen de linker en rechter luidsprekers ter compensatie van afwijkingen die worden veroorzaakt door de opstelling van de luidsprekers of door de omstandigheden in de luisterruimte (zie bladzijde 19).
②3LOUDNESS
Bewaart een volledig toonbereik bij elk volumeniveau om te compenseren voor het feit dat het menselijk gehoor bij lage volumes minder gevoelig is voor zowel hogere als lagere tonen (zie bladzijde 19).
⑳Voorkeuzetoetsen
(1 t/m 8)
Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 28).
Display voorpaneel

text_image
SP A B DVD VCD/DTUB/TUNER PHON/TOO/TAPE ZONE2 MEMORY AUTO TUNED STEREO SLEEP MUTE HOLDPTY EON PS PTY RT CT①SP (SPEAKERS) A/B indicators
Lichten op om aan te geven welke set luidsprekers is geselecteerd.
Beide indicators lichten op wanneer beide sets luidsprekers worden geselecteerd.
②ZONE 2 indicator
Licht op wanneer Zone 2 is ingeschakeld.
③Signaalbron indicators
Licht op wanneer het toestel in de corresponderende stand staat.
④MEMORY indicator
Knippert ongeveer 5 seconden lang nadat er op MEMORY op het voorpanel is gedrukt. Terwijl de MEMORY indicator knippert, kunt u de getoonde zender in het geheugen opslaan met behulp van A/B/C/D/E en één van de voorkeuzetoetsen op het voorpanel.
⑤AUTO indicator
Licht op wanneer het toestel in de automatische afstemfunctie staat.
⑥STEREO indicator
Licht op wanneer het toestel een sterk FM stereosignaal ontvangt en de AUTO indicator brandt.
⑦SLEEP indicator
Licht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld.
⑧MUTE indicator
Knippert wanneer de MUTE functie (tijdelijk uitschakelen geluidsweergave) is ingeschakeld.
⑨Multifunctioneel display
Toont informatie bij het regelen of wijzigen van instellingen.
⑩ TUNED indicator
Licht op wanneer dit toestel is afgestemd op een zender.
■Alleen modellen voor Europa
⑪ Radio Data Systeem indicators
De vierkante indicator naast elk van de Radio Data Systeem functies zal oplichten wanneer de bijbehorende Radio Data Systeem functie is geselecteerd.
PTY HOLD indicator
Licht op wanneer er met de PTY SEEK zoekfunctie naar zenders wordt gezocht.
EON indicator
Licht op wanneer er is afgestemd op een Radio Data Systeem zender die EON gegevens aanbiedt.
Achterpaneel

text_image
(Algemene modellen) TUNER GND AVG ANT TCO PICAL TM ATP GND CO VIDEO VIDEO VDD DVD OUT BTV CBL IN VCR OUT PRETEN OUT VBR OUT REMOTE IN 1 OUT IN 3 CONTROL OUT +2kV 10mA STAX COUPLER MAIN MAIN PLANT MAIN TAPE MAIN SUE WOMER OUTPUTAUDIO AUDIO SPEAKERS A B IMPEDANCE SELECTOR SET BEFORE DIVISION AC IN: 1. MIN. SPONSOR R.E. SLIMIN. SPONSOR A-ETELIMN SPONSOR VEE NAME SELECTOR A OUT: 2. MIN. SPONSOR A-ETELIMN SPONSOR AC OUTLETS SWITCHED①Antenne-aansluitingen
Aansluiten van de FM en AM antennes.
Zie 13 voor meer informatie over deze aansluiting.
②AUDIO/VIDEO aansluitingen
Hicrop kunt u audio- en video-apparatuur aansluiten. Zie 12 voor meer informatie over deze aansluiting.
③REMOTE aansluitingen
Deze aansluitingen worden gebruikt voor het ontvangen/doorgeven van afstandsbedieningssignalen. Zie 34 voor meer informatie over deze aansluiting.
④CONTROL OUT aansluiting
Dit is een aparte uitbreidingsaansluiting. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service-centrum naar de mogelijkheden met deze aansluiting.
⑤AC IN
Hierop dient u het meegeleverde netsnoer aan te sluiten. Zie bladzijde 15 voor meer informatie over deze aansluitingen.
⑥AC OUTLET(S) (SWITCHED)
Hiermee kunt eventueel andere audio/video componenten van stroom voorzien. Zie bladzijde 15 voor details.
⑦CD aansluitingen
Hierop kunt u een CD-speler aansluiten. Zie 12 voor meer informatie over deze aansluiting.
⑧PHONO aansluitingen en GND aansluiting
Hierop kunt u een draaitafel aansluiten. Zie 12 voor meer informatie over deze aansluiting.
⑨ZONE 2 aansluitingen
Hierop kunt u apparatuur voor Zone 2 aansluiten. Zie 34 voor meer informatie over deze aansluiting.
⑩SUBWOOFER OUTPUT aansluiting
Hierop kunt u een subwoofer met ingebouwde versterker aansluiten.
⑪COUPLER aansluitingen
Hierop kunt u andere externe apparatuur aansluiten. Zie 15 voor meer informatie over deze aansluiting.
⑫SPEAKERS aansluitingen
Sluit hierop uw luidsprekers aan. Zie bladzijde 11 voor meer informatie over deze aansluitingen.
⑬ IMPEDANCE SELECTOR schakelaar
Hiermee kunt u de instelling voor de impedantie omschakelen. Zie bladzijde 15 voor details.
■Alleen modellen voor Azië en algemene modellen
⑭ VOLTAGE SELECTOR
Zie bladzijde 15 voor details.
Afstandsbediening
In dit hoofdstuk worden de functies beschreven van de toetsen op de bij dit toestel behorende afstandsbediening waarmee u andere apparatuur van YAMAHA of andere fabrikanten kunt bedienen. De functies van de toetsen waarmee andere audio en video componenten worden bediend zijn hetzelfde als die van de corresponderende toetsen op de componenten in kwestie. Raadpleeg de handleiding van de component in kwestie voor details. Zie "KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING" op bladzijde 36 voor het bedienen van andere apparatuur met deze afstandsbediening.

text_image
POWER POWER STANDBY POWER TV AV I CD MD/TAPE TUNER DTV/CBL VCR PHONODVD REC CODE SET SPEAKERS DISC SKIP A B FREQ/TEXT EON SLEEP MODE-FY-SEEK START + TV VOL + VOLUME - - - TV MUTE TV INPUT MUTE 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 +10 INT. BAND MENUTITLE < ENTER > A/B/C/D/E A/B/C/D/E PRESET/CH DISPLAYRETURN YAMAHA(Modellen voor Europa)
①Infraroodzender
Zendt infrarode signalen uit.
②Ingangskeuzetoetsen
Hiermee selecteert u de gewenste signaalbron en bepaalt u welke set bedieningstoetsen gebruikt wordt (zie bladzijde 36).
③Toetsen voor Radio Data Systeem radio- ontvangst
Overschakelen naar een bepaalde Radio Data Systeem functie.
Opmerking
De Radio Data Systeem functies (FREQ/TEXT, EON, PTY SEEK MODE en PTY SEEK START) zijn alleen van toepassing op modellen voor Europa en functioneren alleen wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron. Zie voor details "Ontvangen van Radio Data Systeem zenders" op bladzijde 29.
④Cijfertoetsen (1 t/m 8)
Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron.
⑤BAND
Schakelt over naar de eerder gebruikte radioband (FM of AM) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron.
Opmerking
Er wordt automatisch afgestemd op de frequentie van de laatst ontvangen zender.
⑥A/B/C/D/E < / >
Kiest de voorkeuzegroep (A t/m E) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 28).
PRESET/CH ∧ I ∨
Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 28).
⑦STANDBY
Hiermee zet u het toestel uit (standby).
Opmerkingen
- Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF op het voorpaneel is ingedrukt in de ON stand.
- Wanneer het toestel uit (standby) staat, verbruikt het nog steeds een heel klein beetje stroom zodat er gereageerd kan worden op de infraroodsignalen van de afstandsbediening.
- Met deze toets wordt Zone 2 niet uit (standby) gezet.
⑧ POWER
Hiermee zet u het toestel aan.
Opmerkingen
- Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF op het voorpaneel is ingedrukt in de ON stand.
- Met deze toets wordt Zone 2 niet aan gezet.
⑨ ☆☆
Overschakelen naar een andere set bedieningstoetsen (zie bladzijde 36).
⑩SPEAKERS A/B
Met elke druk op de bijbehorende toets zet u de set luidsprekers aangesloten op de SPEAKERS A en/of SPEAKERS B aansluitingen op het achterpancel aan of uit.
⑪CODE SET
Hiermee kunt u afstandsbedieningscodes instellen (zie bladzijde 38).
⑫SLEEP
Hiermee kunt u de slaaptimer instellen.
⑬VOLUME +/-
Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume.
Opmerkingen
- Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) niveau.
- Wanneer u op VOLUME +/- drukt om het volume van dit toestel te regelen, zal VOLUME op het voorpaneel meedraaien.
⑭MUTE
Hiermee schakelt u de geluidsweergave tijdelijk uit. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten (zie bladzijde 22).
Opmerking
De geluidsweergave in Zone 2 zal niet worden uitgeschakeld.
Zone 2 afstandsbediening
In dit hoofdstuk worden de functies van de toetsen op de Zone 2 afstandsbediening beschreven waarmee de Zone 2 functies kunnen worden bediend. U kunt met de Zone 2 afstandsbediening ook YAMAHA CD-spelers en een YAMAHA cassettedeck bedienen.

text_image
ZONE 2 CD PHONO TUNER MD/TAPE VCR DTV/CBL DVD POWER | STANDBY ⑦ ⑧ ③ PRESET + VOLUME - ⑨ A/B/C/D/E MUTE ⑩ ④ ⑤ A/B DISPLAY DIR BDIR REC DISC ⑥ TAPECDDX/D1 (Modellen voor Europa) YAMAHA①Infraroodzender
Zendt infrarode signalen uit.
②Ingangskeuzetoetsen
Selecteer de signaalbron voor Zone 2.
③PRESET ∧ I ∨
Kiest het voorkeuzenummer (1 t/m 8) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron.
④A/B/C/D/E
Kiest de voorkeuzegroep (A t/m E) wanneer de TUNER is geselecteerd als signaalbron.
⑤CD/TAPE bedieningstoetsen
Hiermee kunt u YAMAHA CD-spelers of een YAMAHA cassettedeck bedienen.
⑥ID1/ID2 schakelaar
Hiermee kunt u de afstandsbedienings-ID heen en weer schakelen tussen ID1 en ID2 (zie bladzijde 33).
⑦ POWER
Schakelt de Zone 2 functie in.
⑧STANDBY
Hiermee zet u Zone 2 uit (standby).
⑨VOLUME +/-
Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume voor Zone 2.
Opmerking
Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) niveau.
⑩MUTE
Hiermee schakelt u de geluidsweergave in Zone 2 tijdelijk uit. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten.
⑪CD/TAPE schakelaar
Hiermee schakelt u de bedieningstoetsen met het nummer ⑤ heen en weer tussen het bedienen van YAMAHA CD-spelers en het bedienen van YAMAHA cassettedecks.
Inzetten van batterijen in de afstandsbedieningen
■Opmerkingen over batterijen
- Vervang alle batterijen wanneer u merkt dat het bereik van de afstandsbediening afneemt.
- Gebruik AA, R6, UM-3 batterijen voor de gewone afstandsbediening en AAA, R03, UM-4 batterijen voor de Zone 2 afstandsbediening.
- Zorg ervoor dat de polen de goede kant op zitten. Bekijk daarvoor de afbeelding binnenin het batterijvak van elk van de afstandsbedieningen.
- Haal de batterijen eruit wanneer u de afstandsbedieningen langere tijd niet zult gebruiken.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (alkali en gewone (mangaan) batterijen bijvoorbeeld). Lees de informatie op de verpakking aandachtig door, want de verschillende soorten batterijen kunnen erg op elkaar lijken.
- We raden u sterk aan alkali batterijen te gebruiken.
- Als de batterijen zijn gaan lekken, moet u ze onmiddellijk weggooien. Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en zorg ervoor dat het niet op uw kleding enz. komt. Maak het batterijvak goed schoon voor u er nieuwe batterijen in doet.
- Gooi batterijen nooit samen met gewoon huishoudelijk afval weg; neem bij het weggooien van batterijen de plaatselijk geldende regelgeving in acht.
Afstandsbediening Zone 2 afstandsbediening

1 Open de klep van het batterijvak.
2 Doe de meegeleverde batterijen in elk van de afstandsbedieningen met de polen de goede kant op (+ en −) zoals aangegeven in het batterijvak.
Gebruiken van de afstandsbedieningen
De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit.
Richt de afstandsbediening op de sensor op het voorpaneel van dit toestel wanneer u dit toestel wilt bedienen, of op de infraroodontvanger in Zone 2 wanneer dat vereist is.

text_image
Ongeveer 6 m 30° 30°■Omgaan met de afstandsbedieningen
- Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en het te bedienen toestel (of de infraroodontvanger in Zone 2).
- Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbedieningen.
- Laat de afstandsbedieningen niet vallen.
- Laat de afstandsbedieningen niet liggen en bewaar ze niet op de volgende plekken:
- zeer vochtige plekken, bijvoorbeeld bij een bad
- plekken waar de temperatuur hoog kan oplopen, zoals naast de verwarming of kachel
- heel koude plekken
- stoffige plekken
- Stel de sensor voor de afstandsbediening niet bloot aan sterke verlichting, in het bijzonder van TL lampen en dergelijke; anders is het mogelijk dat de afstandsbedieningen niet goed werken. Indien nodig dient u dit toestel uit direct licht te zetten.
AANSLUITINGEN
Aansluiten van de luidsprekers
Let crop dat u de linker (L) en rechter (R) kanalen, “+” (rood) en “-” (zwart) op de juiste manier aansluit. Als de aansluitingen niet kloppen, zal er geen geluid worden weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet correct is, zal de weergave onnatuurlijk klinken met te weinig lage tonen.
LET OP
- U moet dit toestel uit zetten voor u de luidsprekers gaat aansluiten.
- Laat de blote luidsprekerdraden elkaar niet raken en zorg ervoor dat ze geen contact maken met de metalen onderdelen van het toestel. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.
- Gebruik magnetisch afgeschermde luidsprekers. Als dergelijke luidsprekers toch uw beeldscherm storen, zet de luidsprekers dan verder bij het beeldscherm vandaan.
1 Strip ongeveer 10 mm van de isolatie van het uiteinde van elk van de luidsprekerkabels en draai de ontblootte draadjes netjes in elkaar om kortsluiting te voorkomen.

text_image
10 mmRood: positief (+) Zwart: negatief (−)
3 Steek een ontbloot draadeind in het gat aan de zijkant van de aansluiting.

Rood: positief (+) Zwart: negatief (−)
4 Draai de draad vervolgens met de knop weer vast.

Rood: positief (+) Zwart: negatief (−)
■Opmerkingen over het luidsprekersnoer
Een luidsprekersnoer bestaat uit twee geïsoleerde draden naast elkaar. De ene draad is anders van kleur of vorm dan de andere, misschien door middel van een streep, groef of ribbels. Sluit de afwijkend gestreepte (gegroefde, geribbelde enz.) draad aan op de “+” (rode) aansluitingen van dit toestel en uw luidspreker. Sluit de gewone draad aan op de “-” (zwarte) aansluitingen van dit toestel en uw luidspreker.
■Aansluiten van bananenstekkers
(Alleen modellen voor de V.S., Canada, Australië en algemene modellen)
Draai eerst de knop vast en steek vervolgens de bananenstekker in het uiteinde van de corresponderende aansluiting.

text_image
BananenstekkerOpmerkingen
- U kunt één of twee luidsprekersets aansluiten op dit toestel. Als u een enkel luidsprekersysteem gebruikt, kunt u dit naar keuze met de SPEAKERS A of SPEAKERS B aansluitingen verbinden.
- Gebruik uitsluitend luidsprekers met de op het achterpaneel van dit toestel aangegeven impedantie.
Aansluiten van audio- en video-apparatuur
LET OP
- Sluit dit toestel of één van de andere componenten pas aan op het lichtnet wanneer alle verbindingen tussen de componenten gemaakt zijn.
- Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, “+” op “+” en “-” op “-”. Raadpleeg tevens de handleidingen van elk van uw componenten.
- Gebruik RCA (tulp) stekkerkabels voor audio/video apparatuur met uitzondering van luidsprekers.

- De PHONO aansluitingen zijn ontworpen voor draaitafels met een MM of hoogvermogen MC cartridge. Als u een draaitafel heeft met een laagvermogen MC cartridge, dient u een in-line versterkermodule of een MC-head versterker te gebruiken wanneer u uw draaitafel op de PHONO wilt aansluiten.
- Sluit uw draaitafel tevens aan op de GND aansluiting om storende ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige draaitafels is het echter mogelijk dat u minder ruis hoort wanneer u de GND aansluiting niet gebruikt.

flowchart
graph TD
A["Video monitor"] -->|V| B["Video ingang"]
B --> C["CD-speler"]
C --> D["Audio uitgang"]
D --> E["Draaitafel"]
E --> F["Audio uitgang"]
F --> G["GND"]
G --> H["75Ω UNBAL FM ANT"]
H --> I["TUNER"]
I --> J["DVD"]
I --> K["DVD"]
I --> L["AM ANT"]
I --> M["VCR OUT"]
I --> N["MONITOR OUT"]
I --> O["PHONO"]
I --> P["VIDEO"]
I --> Q["VIDEO AUDIO"]
Q --> R["Audio audio"]
R --> S["Audio uitgang"]
S --> T["MD-recorder, cassettedeck, enz."]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
style J fill:#cfc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
style L fill:#cfc,stroke:#333
style M fill:#cfc,stroke:#333
style N fill:#cfc,stroke:#333
style O fill:#cfc,stroke:#333
style P fill:#cfc,stroke:#333
style Q fill:#cfc,stroke:#333
style R fill:#cfc,stroke:#333
style S fill:#cfc,stroke:#333
style T fill:#cfc,stroke:#333
Aansluiten van de AM en FM antennes
Dit toestel wordt geleverd met zowel een AM als een FM binnenantenne. Normaal gesproken zorgen deze antennes voor een voldoende sterke ontvangst. Verbind de antennes op de juiste manier met de bijbehorende aansluitingen.

flowchart
graph TD
A["AM ringantenne (meegeleverd)"] --> B["AM battenantenne"]
B --> C["FM battenantenne (meegeleverd)"]
C --> D["FM battenantenne"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Aarde (GND aansluiting)
Voor de grootst mogelijke veiligheid en zo min mogelijk storing dient u de antenne GND aansluiting goed te aarden. Een goede aarding wordt bijvoorbeeld verzorgd door een metalen staaf die in vochtige grond gedreven is.
Opmerkingen
- Een goed geïnstalleerde buitenantenne geeft een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u last heeft van een slechte ontvangst, probeer dan of de ontvangst verbetert met een buitenantenne. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service-centrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
- Als u een FM buitenantenne aansluit, mag de FM binnenantenne niet meer zijn aangesloten op het toestel.
- Om storing door bijvoorbeeld de ontsteking van verbrandingsmotoren te minimaliseren, dient u de antenne zo ver mogelijk bij druk verkeer vandaan te plaatsen.
- Houd de antennekabel, plat of coaxiaal, zo kort mogelijk. Is de kabel te lang, rol het overtollige stuk dan niet op.
- De antenne dient minstens 2 meter uit de buurt van gewapend betonnen muren of metalen constructies geplaatst te worden.
AANSLUITINGEN
■Aansluiten van de AM ringantenne
1 Maak de AM ringantenne voor gebruik gereed.

2 Houd het lipje ingedrukt.

3 Doe de ene draad van de AM ringantenne in de AM ANT aansluiting.

4 Laat het lipje weer los.

5 Herhaal de stappen 2 t/m 4 en steek de andere draad van de AM ringantenne in de GND aansluiting.
6 Stel de AM ringantenne zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt.

- De AM ringantenne moet niet te dicht bij dit toestel geplaatst worden.
- Een goed geïnstalleerde buitenantenne geeft een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u last heeft van een slechte ontvangst, probeer dan of de ontvangst verbetert met een buitenantenne. Wij bevelen u aan een 5 tot 10 meter lange geïsoleerde draad aan te sluiten op de AM ANT aansluiting en deze via een raam of zo naar buiten te leiden. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service-centrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
- De AM ringantenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM buitenantenne op dit toestel is aangesloten.
Aansluiten van het netsnoer
Doe het ene uiteinde van het netsnoer in AC IN op het achterpaneel van dit toestel en steek vervolgens de stekker aan het andere uiteinde in het stopcontact wanneer alle andere aansluitingen gemaakt zijn.

flowchart
graph TD
A["Stroomkabel"] --> B["VOLTAGE SELECTOR"]
B --> C["AC IN"]
C --> D["AC OUTLETS SWITCHED"]
D --> E["AC OUTLET(S)"]
F["(Algemene modellen)"] --> G["IMPEDANCE SELECTOR schakelaar"]
G --> H["AC OUTLET(S)"]
I["VEGETABLE SELECTOR"] --> J["VEGETABLE SELECTOR SET BEFORE POWER ON"]
J --> K["A OR E 1, LUMIN, SPEAKER\nA-E LUMIN, SPEAKER"]
K --> L["AC OUTLET(S)"]
M["AC OUTLET(S)"] --> N["AC OUTLET(S)"]
■COUPLER aansluitingen
Als u de jumpers van de PRE OUT/MAIN IN aansluitingen afhaalt, kan dit toestel apart worden gebruikt als een aansturende versterker of als eindversterker. Deze aansluitingen kunnen worden gebruikt om een signaalverwerkend systeem op aan te sluiten, bijvoorbeeld een grafische equalizer of een aparte surround processor. Als dergelijke externe apparatuur wordt aangesloten op dit toestel, kunt u met de VOLUME regeling van dit toestel het algemene geluidsniveau regelen. Om externe apparatuur aan te kunnen sluiten, moet u eerst de jumper (korstsluitpen of -plaatje) verwijderen van de PRE OUT/MAIN IN aansluitingen en dient u vervolgens de ingangsaansluitingen van de externe apparatuur te verbinden met de PRE OUT aansluitingen, of de uitgangsaansluitingen daarvan met de MAIN IN aansluitingen. Voor details dient u tevens de handleiding van de externe apparatuur in kwestie te raadplegen.
Opmerkingen
- Wanneer u de COUPLER aansluitingen niet gebruikt, mag u in geen geval de jumpers verwijderen. Als deze verwijderd zijn, zal dit toestel namelijk geen geluid meer produceren.
- Wanneer u dit toestel gebruikt met externe apparatuur aangesloten via de COUPLER aansluitingen, moet u ervoor zorgen dat de CD DIRECT AMP toets en de PURE DIRECT toets op het voorpaneel beide uitgeschakeld zijn.
- Wanneer u dit toestel als eindversterker gebruikt, dient u de uitgangsaansluitingen van een externe aansturende versterker enz. te verbinden met de MAIN IN aansluitingen van dit toestel. In dit geval zullen de bedieningsorganen van dit toestel niet functioneren, met uitzondering van de PHONES aansluiting en de SPEAKERS A/B toetsen. Gebruik in plaats daarvan de bedieningsorganen op de aansturende versterker voor het regelen van het volume enz.
■AC OUTLET(S) (SWITCHED)
Modellen voor Australië .... 1 Netstroomaansluiting Overige modellen.... 2 Netstroomaansluitingen Via de netstroomaansluitingen op dit toestel kunt u andere componenten in uw systeem van stroom voorzien. Deze aansluiting(en) voorzien de crop aangesloten componenten van stroom wanneer dit toestel aan staat. Voor informatie over het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) zie "TECHNISCHE GEGEVENS" op bladzijde 42.
■VOLTAGE SELECTOR
(Alleen modellen voor Azië en algemene modellen)
De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de bij u ter plaatse gangbare netspanning VOOR u de stekker in het stopcontact doet.
De mogelijke voltages zijn als volgt:
Modellen voor Azië
220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom
Algemene modellen
..... 110/120/220/230-240 V, 50/60 Hz wisselstroom
■IMPEDANCE SELECTOR schakelaar
LET OP
U mag de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar in geen geval omzetten terwijl dit toestel aan staat, want hierdoor zal het toestel kapot gaan.
Kies de stand van de schakelaar (links of rechts) aan de hand van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem.
| Stand van de schakelaar | Impedantieniveau |
| Rechts | Als u één set (A of B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 6 of hoger zijn. |
| Als u twee sets (A en B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 12 of hoger zijn. | |
| Links | Als u één set (A of B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4 of hoger zijn. |
| Als u twee sets (A en B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8 of hoger zijn. |
Opmerkingen
- Modellen voor Canada kunnen niet tegelijkertijd gebruik maken van twee aparte luidsprekersets (A en B) wanneer de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op de 6 Ω stand staat.
- Als dit toestel niet aan gaat, is het mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet helemaal in de gewenste stand staat. In een dergelijk geval dient u de schakelaar helemaal in de juiste stand te zetten wanneer de stroomvoorziening van dit toestel volledig is afgesloten.
Aan en uit zetten van dit toestel
Wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, kunt u dit toestel aan zetten.

text_image
1 CD-ROM DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 DC-2000 AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V AC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 1.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.5V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 2.8V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.1V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.4V DC 3.7V DC 3.7V DC 3.7V DC 3.7V DC 3.7V DC 3.7V DC 3.7V DC 3.9V DC 3.9V DC 3.9V DC 3.9V DC 3.9V DC 3.9V DC 3.9V DC 4.2V DC 4.2V DC 4.2V DC 4.2V DC 4.2V DC 4.2V DC 4.2V DC 4.2V1 Druk MASTER ON/OFF naar binnen in de ON stand om dit toestel aan te zetten.
Main Zone voor dit toestel zal worden ingeschakeld.

U kunt de Main Zone voor dit toestel uit (standby) zetten door op MAIN ZONE ON/OFF op het voorpanel of op STANDBY op de afstandsbediening te drukken.
Druk op MAIN ZONE ON/OFF op het voorpaneel (of op POWER op de afstandsbediening) om de Main Zone voor dit toestel weer aan te zetten.
Druk nog eens op MASTER ON/OFF op het voorpaneel om de knop naar buiten te laten komen in de OFF stand om het toestel uit te zetten.

Terwijl MASTER ON/OFF op het voorpanel naar binnen gedrukt in de ON stand staat, kunt u Zone 2 naar believen inschakelen of uit (standby) zetten (zie bladzijde 35).
WEERGAVE EN OPNAME
LET OP
Wees zeer voorzichtig wanneer u CD's en dergelijke afspeelt die zijn gecodeerd met DTS.
Als u een DTS gecodeerde CD afspeelt met een CD-speler die niet geschikt is voor DTS, zult u alleen maar een zeer storend geruis horen die uw luidsprekers kan beschadigen. Controleer of uw CD-speler geschikt is voor DTS gecodeerde CD's. Controleer ook het uitgangsniveau van uw CD-speler voor u een DTS gecodeerde CD gaat afspelen.
Weergeven van een signaalbron

text_image
CD-ROM 2 5 5 6 1 5 4
text_image
6 1 2 41 Verdraai INPUT op het voorpaneel (of gebruik de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de signaalbron waar u naar wilt luisteren te selecteren.

text_image
INPUT ofVoorpaneel Afstandsbediening
2 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of de afstandsbediening om de luidsprekersets A en/of B te selecteren.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
Opmerkingen
- Zowel SPEAKERS A als B kan worden geselecteerd.
- Controleer of de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar correct is ingesteld (zie bladzijde 15).
3 Laat de signaalbron weergeven.
4 Druk op VOLUME op het voorpaneel (of op VOLUME +/- op de afstandsbediening) om het uitgangsniveau van de geluidsweergave in te stellen.

text_image
VOLUMEVoorpaneel
of

Afstandsbediening
5 Regel de toonweergave met BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS, of met CD DIRECT AMP en de PURE DIRECT toetsen op het voorpaneel.

text_image
BASS TREBLE BALANCE LOUDNESS PURE DIRECT CD DIRECT AMP6 Druk nog eens op MAIN ZONE ON/OFF op het voorpaneel (of op STANDBY op de afstandsbediening) wanneer u klaar bent en het toestel uit (standby) wilt zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
Regelen van de toonweergave
■Regelen van de BALANCE
Regelt de balans tussen het volume van de linker en rechter luidsprekers ter compensatie van afwijkingen die worden veroorzaakt door de opstelling van de luidsprekers of door de omstandigheden in de luisterruimte.

■Gebruiken van de CD DIRECT AMP toets
Hiermee worden signalen van uw CD-speler direct naar de speciale ingebouwde versterker voor de CD-speler geleid. Deze signalen passeren ongewijzigd de INPUT en BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS schakelingen en gaan rechtstreeks naar de eindversterker zodat de CD-signalen niet gewijzigd worden en de meest natuurgetrouwe weergave verkregen wordt. De CD DIRECT AMP indicator licht op en na een paar seconden gaat het display op het voorpaneel uit.

■Gebruiken van de PURE DIRECT toets
Signalen van uw audiobronnen zullen zo worden geleid dat deze de BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS schakelingen passeren, zodat de audiosignalen niet gewijzigd worden en de meest natuurgetrouwe weergave verkregen wordt.

Opmerking
Als zowel de CD DIRECT AMP als PURE DIRECT toetsen zijn ingeschakeld, zal alleen de CD DIRECT AMP toets in werking zijn.
■Regelen van de BASS en TREBLE
Hiermee kunt u de weergave van de hoge en lage tonen regelen.
BASS
Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de lage tonen.
TREBLE
Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de hoge tonen.


■Regelen van de LOUDNESS
Bewaart een volledig toonbereik bij elk volumeniveau om te compenseren voor het feit dat het menselijk gehoor bij lage volumes minder gevoelig is voor zowel hogere als lagere tonen.
LET OP
Als CD DIRECT AMP of PURE DIRECT is ingeschakeld met LOUDNESS ingesteld op een bepaald niveau, zullen de ingangssignalen de LOUDNESS schakeling passeren, waardoor het uitgangsniveau plotseling zal toenemen. Om te voorkomen dat uw gehoor of uw luidsprekers beschadigd raken, moet u daarom op CD DIRECT AMP of PURE DIRECT drukken nadat u het geluidsniveau verlaagd heeft of nadat u gecontroleerd of LOUDNESS correct is ingesteld.
1 Zet de LOUDNESS regeling op het voorpaneel op de FLAT stand.

2 Verdraai VOLUME op het voorpaneel (of gebruik VOLUME +/- op de afstandsbediening) om het uitgangsniveau van de geluidsweergave in te stellen op het hardste niveau waar u naar zou willen luisteren.

text_image
VOLUMEVoorpaneel
of

Afstandsbediening
3 Verdraai LOUDNESS tot u het gewenste volume heeft ingesteld.

Opnemen van een signaalbron
Opmerkingen
- De VOLUME, BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS regelaars en de CD DIRECT AMP en PURE DIRECT toetsen hebben geen effect op het signaal van de bron waarvan wordt opgenomen.
- Controleer de regelingen met betrekking tot het auteursrecht in het gebied waar u zich bevindt voor u opnamen gaat maken van platen, CD's, radio enz. Opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk maken op de op het materiaal rustende rechten.

text_image
YUMA 3 1 41 Verdraai REC OUT op het voorpaneel en selecteer de signaalbron waarvan u wilt opnemen.

Om op te nemen van de signaalbron waar u op dit moment naar kijkt of luistert, dient u REC OUT op SOURCE te zetten.
Om op te nemen van een andere signaalbron dan die waar u op dit moment naar kijkt of luistert, dient u REC OUT op de signaalbron te zetten waarvan u wilt opnemen.
2 Laat de signaalbron waarvan u wilt opnemen vervolgens afspelen.
3 Verdraai INPUT op het voorpaneel eventueel om de signaalbron waarvan u wilt opnemen te controleren.

4 Verdraai VOLUME op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/- op de afstandsbediening) om het uitgangsniveau van de geselecteerde signaalbron waarvan u wilt opnemen in te stellen.

5 Begin de opname op de op dit toestel aangesloten MD-recorder, cassettedeck of videorecorder.
Opmerking
Als u REC OUT instelt op een signaalbron anders dan die waar u op dit moment naar luistert of kijkt, zal de opname geen invloed ondergaan wanneer u vervolgens tijdens de opname een andere signaalbron kiest met INPUT op het voorpaneel (of met de corresponderende ingangskeuzetoets op de afstandsbediening).

U kunt het geluid en/of beeld dat wordt opgenomen volgen door INPUT op het voorpaneel te verdraaien (of op MD/TAPE of VCR op de afstandsbediening te drukken) en de MD-recorder, het cassettedeck of de videorecorder waarmee wordt opgenomen te selecteren.
Gebruiken van de slaaptimer
Met deze functie kunt het toestel zichzelf uit (standby) laten schakelen na een door u bepaalde tijd. Deze slaaptimer is bijvoorbeeld handig wanneer u gaat slapen terwijl uw installatie nog aan het spelen of opnemen is. De slaaptimer schakelt ook automatisch de op de AC OUTLET(S) netstroomaansluitingen aangesloten externe apparatuur uit.

text_image
POWER/POWER 1 2 3Opmerkingen
- De slaaptimer kan alleen worden ingesteld via de afstandsbediening.
- De slaaptimer schakelt automatisch Zone 2 uit. De stroom voor de Zone 2 componenten wordt echter niet uitgeschakeld.
1 Gebruik één van de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening om de gewenste signaalbron te selecteren.

2 Begin de weergave op de geselecteerde signaalbron.
3 Druk net zo vaak op SLEEP tot u de gewenste tijd heeft ingesteld voor dit toestel zichzelf zal uitschakelen.
Met elke druk op SLEEP zal het display op het voorpaneel als volgt veranderen.


text_image
→ SLEEP 120 min → SLEEP 90 min SLEEP OFF ← SLEEP 30 min ← SLEEP 60 minDe SLEEP indicator knippert terwijl u de tijd voor de slaaptimer aan het instellen bent.

4 Druk net zo vaak op SLEEP tot SLEEP OFF op het display op het voorpaneel verschijnt.

Na een paar seconden zal SLEEP OFF verdwijnen van het display en de SLEEP indicator uit gaan.

U kunt de slaaptimer ook annuleren door met STANDBY op de afstandsbediening (of MAIN ZONE ON/OFF of MASTER ON/OFF op het voorpaneel) het toestel uit (standby) te zetten.
Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave
1 Druk op MUTE op de afstandsbediening om de geluidsweergave tijdelijk uit te schakelen.
De MUTE indicator zal gaan knipperen en MUTE ON zal verschijnen op het display op het voorpaneel.


NOTE ON

Na een paar seconden zal MUTE ON verdwijnen van het display op het voorpaneel.
2 Druk op MUTE op de afstandsbediening om de geluidsweergave te hervatten.
De MUTE indicator zal verdwijnen van het display op het voorpanel.

AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
U kunt op 2 manieren afstemmen op een radiozender: automatisch of met de hand. Kies welke methode u wilt gebruiken aan de hand van uw persoonlijke voorkeur en de sterkte van de te ontvangen zenders.
Automatisch afstemmen
Automatisch afstemmen gaat goed wanneer u sterke signalen ontvangt en er weinig storing is.

text_image
2 4 3 11 Verdraai INPUT (of druk op TUNER op de afstandsbediening) om de TUNER als signaalbron te selecteren.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Druk op FM/AM op het voorpaneel om de radioband te kiezen (FM of AM (MG)).
FM of AM zal op het display op het voorpaneel verschijnen.

3 Druk op TUNING MODE op het voorpaneel zodat de AUTO indicator op het display oplicht.


AUTO
Licht op
4 Druk één keer op TUNING ◀/▷ om het automatisch afstemmen te laten beginnen.
Druk op ▷ om af te stemmen op een hogere frequentie.
Druk op ◀ om af te stemmen op een lagere frequentie.

Opmerkingen
- Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display.
- Om af te stemmen op een andere zender dient u nog eens op TUNING / te drukken.
- Als het automatisch afstemmen niet stopt bij de gewenste zender omdat de signalen daarvan te zwak zijn, kunt u proberen er met de hand op af te stemmen.
Handmatig afstemmen
Handmatig afstemmen is nuttig wanneer u wilt afstemmen op zwakke zenders.

text_image
TANANA 2 4 3 11 Verdraai INPUT (of druk op TUNER op de afstandsbediening) om de TUNER als signaalbron te selecteren.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Druk op FM/AM op het voorpaneel om de radioband te kiezen (FM of AM (MG)).
FM of AM zal op het display op het voorpaneel verschijnen.

3 Druk op TUNING MODE op het voorpaneel zodat de AUTO indicator van het display verdwijnt.


AUTO
Verdwijnt
4 Druk op TUNING ◀/▷ om met de hand af te stemmen op de gewenste zender.
Houd de toets ingedrukt om de frequentie doorlopend te laten veranderen.

Opmerkingen
- Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display.
- Als u afstemt op een FM zender, zal deze automatisch in mono worden ontvangen om de geluidskwaliteit te verbeteren.
Automatisch voorprogrammeren
Met de automatische voorprogrammering kunt u FM zenders automatisch laten voorprogrammeren. Met deze functie zal het toestel automatisch afstemmen op FM zenders met een goede ontvangst en deze, op volgorde, opslaan tot een maximum van 40 stuks (8 zenders in 5 groepen, A1 t/m E8). U kunt vervolgens gemakkelijk via de bijbehorende voorkeuzenummers afstemmen op de voorgeprogrammeerde zenders.
Opmerkingen
- Zendergegevens die reeds zijn opgeslagen onder een bepaald nummer zullen worden gewist wanneer u een andere zender onder dat voorkeuzenummer opslaat.
- Als het aantal voorgeprogrammeerde zenders niet tot het maximum 40 (E8) komt, konden er met het automatisch voorprogrammeren niet meer geschikte zenders gevonden worden.
- Alleen FM zenders met een voldoende sterke ontvangst worden opgeslagen bij het automatisch voorprogrammeren. Als de zender die u wilt voorprogrammeren te zwak is, kunt u deze met de hand voorprogrammeren.

text_image
TUNUA 1 2 3 41 Verdraai INPUT (of druk op TUNER op de afstandsbediening) om de TUNER te selecteren.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Druk op FM/AM op het voorpaneel en kies FM als radioband.
FM zal op het display op het voorpaneel verschijnen.

3 Houd MEMORY op het voorpaneel tenminste 3 seconden ingedrukt.
De voorkeuzegroep en de MEMORY en AUTO indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel.

4 Druk één keer op TUNING ◀/▷ om het automatisch voorprogrammeren te laten beginnen.
Druk op ▷ om af te stemmen op een hogere frequentie.
Druk op ◀ om af te stemmen op een hogere frequentie.
Wanneer het automatisch voorprogrammeren klaar is, zal de frequentie voor de laatst voorgeprogrammeerde zender op het display getoond worden.

Opmerkingen
- Als er niet op TUNING / binnen ongeveer 5 seconden terwijl de MEMORY en AUTO indicators nog aan het knipperen zijn, zal het automatisch voorprogrammeren beginnen vanaf de getoonde frequentie naar hogere frequenties toe.
- Zenders worden voorgeprogrammeerd op de volgorde waarin ze gevonden worden, tot een maximum van 8 in elk van de voorkeuzegroepen. Als er al 8 zenders in een voorkeuzegroep staan, wordt er automatisch overgeschakeld naar de volgende voorkeuzegroep met 8 plaatsen.
■Aangepast automatisch voorprogrammeren
U kunt een bepaalde groep en een bepaald nummer opgeven waar het automatisch voorprogrammeren van FM zenders moet beginnen.
1 Houd MEMORY op het voorpaneel tenminste 3 seconden ingedrukt.

2 Druk op A/B/C/D/E en vervolgens op één van de voorkeuzenummers op het voorpaneel om de voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer te selecteren waaronder de eerst gevonden zender moet worden opgeslagen.
Als u bijvoorbeeld C5 selecteert, zal de eerste zender die wordt gevonden worden geprogrammeerd onder C5, en de volgende zenders onder C6, C7 enz.

text_image
A/B/C/D/E 1 2 3 4 5 6 7 83 Druk één keer op TUNING ◀/▷ om het automatisch voorprogrammeren te laten beginnen.
Druk op ▷ om af te stemmen op een hogere frequentie.
Druk op ◀ om af te stemmen op een lagere frequentie.
Wanneer het automatisch voorprogrammeren klaar is, zal de frequentie voor de laatst voorgeprogrammeerde zender op het display getoond worden.

Opmerking
Het automatisch voorprogrammeren stopt wanneer voorkeuzenummer E8 bereikt is.
Handmatig afstemmen
U kunt ook met de hand maximaal 40 zenders (8 zenders in 5 groepen; A1 t/m E8) voorprogrammeren. U kunt vervolgens gemakkelijk via de bijbehorende voorkeuzenummers afstemmen op de voorgeprogrammeerde zenders.

text_image
TUNUS 2 3 41 Herhaal de stappen 1 t/m 4 bij "Automatisch afstemmen" of bij "Handmatig afstemmen" en stem af op de gewenste zender.
Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display.
2 Druk op MEMORY op het voorpaneel.
De MEMORY indicator gaat ongeveer 5 seconden lang knipperen op het display op het voorpaneel.


MEMORY Knippert
3 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E op het voorpaneel om de voorkeuzegroep te selecteren (A t/m E).
De geselecteerde zendergroep zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

4 Druk op het gewenste voorkeuzenummer op het voorpaneel om het voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren waaronder u de zender wilt opslaan.

Opmerking
Deze handeling moet worden verricht binnen 5 seconden, terwijl de MEMORY indicator nog knippert op het display. Anders zal het handmatig voorprogrammeren automatisch worden geannuleerd.
5 Druk op MEMORY op het voorpaneel om de zender in het geheugen op te slaan.
6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 om andere zenders op te slaan.
Opmerkingen
- Zendergegevens die reeds zijn opgeslagen onder een bepaald nummer zullen worden gewist wanneer u een andere zender onder dat voorkeuzenummer opslaat.
- De soort ontvangst (stereo of mono) wordt samen met de frequentie van de zender opgeslagen.
Selecteren van voorkeuzezenders
U kunt op de gewenste zender afstemmen door eenvoudigweg het voorkeuzenummer waaronder die zender is opgeslagen te selecteren.

text_image
YAMAR 1 21 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E op het voorpaneel (of op A/B/C/D/E < / > op de afstandsbediening) en selecteer een zendergroep (voorkeuzegroep) (A t/m E).
De geselecteerde zendergroep zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

of

flowchart
graph TD
A["▲"] --> B["ENTER"]
C["<<"] --> B
D["A/B/C/D/E"] -.-> B
E["✓"] --> B
F[">"] --> B
G["A/B/C/D/E"] --> H["Arrow Down"]
I["PRESSET/CH"] --> B
Afstandsbediening
2 Druk op het gewenste voorkeuzenummer op het voorpaneel (of op PRESET/CH ∧ / ∨ op de afstandsbediening) om het voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren waaronder u de zender wilt opslaan.
Het voorkeuzenummer verschijnt op het display op het voorpaneel, samen met de radioband en de frequentie.

Voorpaneel

flowchart
graph TD
A["ENTER"] --> B["A/B/C/D/E"]
A --> C["A/B/C/D/E"]
A --> D["PRESET/CH"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Afstandsbediening
Omwisselen van voorkeuzezenders
U kunt twee voorkeuzezenders van plaats laten wisselen. De volgende procedure geeft een voorbeeld waarin voorkeuzezender E1 wordt omgewisseld met voorkeuzezender A5.

text_image
TANANA 2,41 Herhaal de stappen 1 en 2 onder "Selecteren van voorkeuzezenders" en selecteer voorkeuzezender E1.
2 Druk op EDIT op het voorpaneel.
De E1 en MEMORY indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel.

→
MEMORY Knippert
3 Herhaal de stappen 1 en 2 onder "Selecteren van voorkeuzezenders" en selecteer voorkeuzezender A5.
De A5 en MEMORY indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel.
MEMORY
Knippert
4 Druk nog eens op EDIT op het voorpaneel.
E1-A5 zal verschijnen op het display op het voorpaneel ten teken dat de beide voorkeuzezenders van plaats hebben gewisseld.

RADIO DATA SYSTEM (ALLEEN MODELLEN VOOR EUROPA)
Ontvangen van Radio Data Systeem zenders
Radio Data Systeem is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM zenders in een groot aantal landen worden gebruikt. De Radio Data Systeem functies worden verzorgd door zenders in een netwerk. Dit toestel is geschikt voor verschillende soorten Radio Data Systeem gegevens, zoals PS (Programma Service naam), PTY (Programmatype), RT (Radio Tekst), CT (Klok-tijd), EON (Enhanced Other Networks; Verbeterde service andere netwerken) wanneer er wordt afgestemd op Radio Data Systeem zenders.
■PS (Programma Service naam) functie:
De naam van de Radio Data Systeem zender waarop is afgestemd zal worden getoond.
■PTY (Programmatype) functie:
Radio Data Systeem zenders maken onderscheid tussen 15 soorten programma's.
| NEWS Nieuws | |
| AFFAIRS Actualiteiten | |
| INFO Algemene informatie | |
| SPORT Sport | |
| EDUCATE Educatief | |
| DRAMA Theater | |
| CULTURE Cultuur | |
| SCIENCE Wetenschap | |
| VARIED Licht amusement | |
| POP M Pop | |
| ROCK M Rock | |
| M.O.R. M | Middle-of-the-road muziek (easy-listening) |
| LIGHT M | Licht klassiek |
| CLASSICS | Klassiek |
| OTHER M Overige muziek | |
■RT (Radio Tekst) functie:
Informatie over het programma (de titel van het muziekstuk, naam van de artiest enz.) op de Radio Data Systeem zender waar u op afgestemd heeft kan tot maximaal 64 alfanumerieke tekens, inclusief het trema, op het display worden getoond. Als er andere tekens worden gebruikt voor de RT gegevens, zullen deze worden aangegeven met een streepje (_).
■CT (Klok Tijd) functie:
De tijd op dit moment wordt getoond en elke minuut bijgewerkt. In het geval deze gegevens wegvallen, kan "CT WAIT" verschijnen.
Verbeterde service andere netwerken):
Zie “De EON functie” op bladzijde 31.
Overschakelen naar een bepaalde Radio Data Systeem functie
Er zijn vier manieren waarop de Radio Data Systeem gegevens getoond kunnen worden. De PS, PTY, RT en/of CT indicators die corresponderen met de Radio Data Systeem gegevens die door de huidige zender verzorgd worden zullen oplichten op het display op het voorpaneel.
1 Druk op TUNER op de afstandsbediening om dit toestel in de tunerfunctie (radio) te zetten.

2 Druk herhaaldelijk op FREQ/TEXT op de afstandsbediening om de diverse Radio Data Systeem gegevens te bekijken die worden verzorgd door de huidige zender.

flowchart
graph TD
A["AFstandsbediening"] --> B["PS"]
B --> C["PTY"]
C --> D["RT"]
D --> E["CT"]
E --> F["Frequentiedisplay"]
Opmerkingen
- Druk pas op FREQ/TEXT wanneer er een Radio Data Systeem indicator oplicht op het display op het voorpaneel. Er zal niets kunnen veranderen wanneer u eerder op de toets drukt. De reden hiervoor is dat het toestel dan nog niet alle relevante Radio Data Systeem gegevens heeft ontvangen van de zender.
- U kunt natuurlijk geen Radio Data Systeem gegevens selecteren die niet worden verzorgd door de zender in kwestie.
- Dit toestel kan geen gebruik maken van de Radio Data Systeem gegevens indien het ontvangen signaal te zwak is. Voor met name de RT functie is een grote hoeveelheid gegevens nodig, dus het kan gebeuren dat de RT functie niet beschikbaar is, terwijl andere Radio Data Systeem functies (PS, PTY enz.) wel naar behoren functioneren.
- Wanneer de ontvangst slecht is kunnen er mogelijk helemaal geen Radio Data Systeem gegevens worden ontvangen. Druk in een dergelijk geval op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de AUTO indicator van het display verdwijnt. Alhoewel hierdoor op handmatig afstemmen wordt overgeschakeld, is het mogelijk dat er nu wel Radio Data Systeem gegevens verschijnen wanneer u overschakelt naar de Radio Data Systeem functie.
- Als de ontvangst gestoord wordt door externe omstandigheden terwijl u afgestemd heeft op een Radio Data Systeem zender, is het mogelijk dat de Radio Data Systeem gegevensoverdracht plotseling wordt onderbroken en dat de melding “...WAIT” op het display op het voorpaneel verschijnt.
De PTY SEEK functie
U kunt het door u gewenste programmatype kiezen en het toestel vervolgens automatisch alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders laten afzoeken naar een zender die een programma van dat type aan het uitzenden is.

text_image
1 2 3 YAMAHA
Wanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening, moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de tunerfunctie te zetten.
1 Druk op PTY SEEK MODE op de afstandsbediening om dit toestel in de PTY SEEK zoekfunctie te zetten.
Het type van het programma dat op dit moment wordt ontvangen, of "NEWS", gaat knipperen op het display op het voorpaneel.
Om de PTY SEEK functie af te sluiten, dient u nog een keer op PTY SEEK MODE te drukken.

flowchart
graph LR
A["AFstandsbediening"] --> B["KNippert"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
2 Druk op PRESET/CH ∧ / ∨ op de afstandsbediening om het gewenste programmatype te selecteren.
Het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["ENTER"] --> B["A/B/C/D/E"]
B --> C["A/B/C/D/E"]
C --> D["PRESET/CH"]
D --> E["POP M"]
3 Druk op PTY SEEK START op de afstandsbediening om te zoeken onder alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders.
Het geselecteerde programmatype blijft knipperen op het display op het voorpaneel en de PTY HOLD indicator licht op terwijl er naar een geschikte zender gezocht wordt.
Druk nog eens op PTY SEEK START om het zoeken te annuleren.

- Het toestel stopt met zoeken zodra er een zender gevonden is die een programma van het geselecteerde type uitzendt.
- Als de gevonden zender niet naar uw wens is, kunt u nog eens op PTY SEEK START drukken. Het toestel gaat dan op zoek naar een andere zender die het gewenste programmatype uitzendt.
De EON functie
Deze functie maakt gebruik van de EON gegevens die worden uitgezonden door het Radio Data Systeem zendernetwerk. Als u een bepaald programmatype selecteert (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT), zal dit toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders die een uitzending van het gewenste type in hun zendschema hebben opgenomen opzoeken en overschakelen naar de nieuwe zender wanneer de uitzending van het gewenste soort programma begint.

text_image
PCORP POWER VOUT RANGE 1 MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX MAX Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max MinWanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening, moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de tunerfunctie te zetten.
Opmerking
Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer u heeft afgestemd op een Radio Data Systeem zender die EON gegevens aanbiedt. Wanneer u heeft afgestemd op een dergelijke zender, zal de EON indicator op het display op het voorpaneel oplichten.
1 Controleer of de EON indicator inderdaad verschijnt op het display op het voorpaneel.
Als de EON indicator niet oplicht, dient u af te stemmen op een andere Radio Data Systeem zender waarbij de EON indicator wel gaat branden.
2 Druk herhaaldelijk op EON op de afstandsbediening om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) te selecteren.
Het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.

- Zodra een voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zender begint met de uitzending van een programma van het gewenste type, zal het toestel automatisch van het huidige programma daarnaar overschakelen. (De EON indicator knippert.)
- Wanneer de uitzending van het programma van het geselecteerde type afgelopen is, zal het toestel weer terugkeren naar de oorspronkelijke zender (of een ander programma op dezelfde zender).
■Annuleren van deze functie
Druk net zo vaak op EON tot er geen programmatype meer op het display op het voorpaneel staat.
GEAVANCEERDE SETUP
■ADVANCED SETUP menu parameters
Verander de begininstellingen (hieronder vet gedrukt aangeduid) op basis van uw specifieke systeem en uw voorkeuren.
Fabrieksinstellingen PRESET
Via deze functie kunt u alle parameters terugzetten op de fabricksinstellingen.
Keuzes: CANCEL, RESET
- Selecteer CANCEL als u niet wilt dat de parameters van dit toestel worden geïntialiseerd wanneer u het terugzet op de fabricksinstellingen.
- Selecteer RESET als u wilt dat alle parameters van dit toestel worden geïntialiseerd wanneer u het terugzet op de fabrieksinstellingen.
Opmerkingen
- Deze instelling heeft geen invloed op de parameters in het ADVANCED SETUP menu.
- Het resetten gebeurt de volgende keer dat u dit toestel aan zet.
Afstandsbediening REMOTE
Hiermee kunt u de afstandsbedienings-ID van dit toestel omschakelen.
Keuzes: ID1, ID2
- Selecteer ID1 om dit toestel met een alternatieve code te bedienen.
- Selecteer ID2 om dit toestel met de standaardcode te bedienen.
Opmerking
U moet de afstandsbediening zelf ook instellen (zie bladzijde 33), evenals de Zone 2 afstandsbediening (zie bladzijde 9).
Tuner TU
(Alleen modellen voor Azië en algemene modellen)
Stel de frequentiestap in op de waarde die geldt voor het gebied waar u het toestel gaat gebruiken.
Keuzes: AM10/FM100, AM9/FM50
- Noord, Midden en Zuid Amerika: AM10/FM100 (kHz)
• Overige gebieden: AM9/FM50 (kHz)
Wijzigen van ADVANCED SETUP menu parameters
Het ADVANCED SETUP menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

- Tijdens de ADVANCED SETUP zal er geen geluid worden weergegeven.
- Tijdens de ADVANCED SETUP, kunnen alleen de MASTER ON/OFF, A/B/C/D/E en voorkeuzetoetsen (1 en 2) op het voorpaneel worden gebruikt.

text_image
1,2,5 T-80032 2,4 31 Druk op MASTER ON/OFF op het voorpaneel zodat deze naar buiten komt in de OFF stand.

2 Houd A/B/C/D/E op het voorpaneel ingedrukt en druk vervolgens MASTER ON/OFF naar binnen in de ON stand.
Dit toestel wordt ingeschakeld en het ADVANCED SETUP menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

Houd ingedrukt
en druk op

3 Gebruik de voorkeuzetoetsen (1 en 2) op het voorpaneel om door het menu te bladeren en de parameter waarvoor u de instelling wilt wijzigen te selecteren.
Zie bladzijde 32 voor een complete lijst van mogelijke parameters.

4 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E op het voorpaneel om heen en weer te schakelen tussen de beschikbare parameters.

5 Druk nog eens op MASTER ON/OFF om de knop naar buiten te laten komen in de OFF stand om uw instelling te bevestigen.

Opmerking
De gewijzigde instellingen treden de volgende keer dat u dit toestel aan zet in werking.
Omschakelen van de ID van de afstandsbediening
U kunt het toestel dat u wilt bedienen met de afstandsbediening zelf instellen door de afstandsbedienings-ID te wijzigen.
1 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en druk vervolgens op TUNER op de afstandsbediening.

2 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en voer met de cijfertoetsen op de afstandsbediening de code van drie cijfers in zoals gegeven in de tabel hieronder.

text_image
CODE SET YAMAHA| Afstandsbedienings-ID*(instelling van dit toestel) | Functie Code | |
| ID1 | Om dit toestel met een alternativeve code te bedienen. | 801 |
| ID2(standaardinstelling) | Om dit toestel met de standaardcode te bedienen. | 802 |
* Wanneer u de ID van de afstandsbediening verandert, moet u de ID op dit toestel ook veranderen (zie bladzijde 32).
Wanneer u verschillende YAMAHA receivers of versterkers met dezelfde standaardinstelling voor de afstandsbedieningscode heeft, is het mogelijk dat u onbedoeld verschillende toestellen tegelijk bedient. In dit geval kunt u een alternatieve code instellen zodat u dit toestel apart kunt bedienen.
Opmerking
Wijzig ook de ID voor de Zone 2 afstandsbediening (zie bladzijde 9).
ZONE 2
Aansluiten van Zone 2 componenten
Dit toestel stelt u in staat een audio- en videosysteem in verschillende kamers samen te stellen. De Zone 2 functie geeft u de mogelijkheid dit toestel tegelijkertijd verschillende signaalbronnen te laten weergeven in twee verschillende ruimten, bijvoorbeeld in uw woonkamer en in Zone 2 (uw werkkamer bijv.). U kunt het toestel ook bedienen vanuit de tweede ruimte met behulp van de Zone 2 afstandsbediening.
Om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden voor weergave in een andere ruimte, heeft u naast dit toestel de volgende apparatuur nodig:
- Een infraroodontvanger voor de tweede ruimte.
- Een infraroodzender voor de eerste ruimte. Deze zender geeft de infraroodsignalen van de Zone 2 afstandsbediening uit Zone 2 door aan de apparatuur in de eerste ruimte.
- Een versterker en luidsprekers voor de tweede ruimte.
- Een beeldscherm voor de tweede ruimte.

Sommige YAMAHA modellen kunnen direct worden aangesloten op de REMOTE OUT aansluiting op het achterpaneel van dit toestel. Als u een dergelijk product in bezit heeft, heeft u wellicht geen infraroodzender nodig. Er kunnen maximaal zes YAMAHA componenten worden aangesloten zoals hieronder staat aangegeven.

flowchart
graph LR
A["Infraroodontvanger"] -->|IN| B["Dit toestel"]
B -->|IN| C["YAMAHA component"]
C -->|OUT| D["YAMAHA component"]
D -->|IN| C
C -->|OUT| E["Output"]
■Configuratie en aansluitingen bij meerdere ruimten
De volgende afbeelding toont een voorbeeld van de configuratie en de vereiste aansluitingen voor gebruik van het systeem in meerdere ruimten.

flowchart
graph TD
A["Main Zone"] -->|Dit toestel| B["Main"]
B --> C["Monitor OUT"]
C --> D["DVD-speler (of andere componenten)"]
D --> E["VIDEO IN"]
E --> F["AUDIO IN"]
F --> G["Remote OUT"]
G --> H["Infraroodzender"]
H --> I["Eerste ruimte (Main Zone)"]
I --> J["Remote IN"]
J --> K["Tweede ruimte (Zone 2)"]
K --> L["Remote OUT"]
L --> M["SpeakerS"]
M --> N["ZONE 2 VIDEO OUT"]
M --> O["ZONE 2 AUDIO OUT"]
N --> P["Versterker"]
O --> Q["Beeldscherm"]
P --> R["Zone 2 afstandsbedicening"]
Q --> S["Infraroodontvanger"]

Omdat er zoveel mogelijkheden zijn voor de aansluitingen en de manieren waarop u dit toestel in twee verschillende ruimten kunt gebruiken, raden we u aan uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of servicecentrum te raadplegen voor de Zone 2 configuratie en aansluitingen die het best tegemoetkomen aan uw eisen.
Opmerking
Als u het volume voor Zone 2 wilt regelen met de versterker in de tweede ruimte, raden we u aan het Zone 2 volumeniveau op of in de buurt van -16 dB in te stellen.
Bediening Zone 2
Gebruik de meegeleverde Zone 2 afstandsbediening om de signaalbron te kiezen of het uitgangsniveau (volume) voor Zone 2 te regelen zonder dat dit invloed heeft op de weergave in de eerste ruimte.
1 Druk op POWER op de Zone 2 afstandsbediening (of op ZONE 2 ON/OFF op het voorpaneel) om Zone 2 in te schakelen.

Zone 2
afstandsbediening
of

Voorpaneel
2 Gebruik één van de ingangskeuzetoetsen op de ZONE 2 afstandsbediening om de gewenste signaalbron voor Zone 2 te selecteren.


U kunt de signaalbron ook instellen met de bedieningsorganen op het voorpaneel.
Druk op ZONE CONTROL op het voorpaneel en en verdraai vervolgens INPUT op het voorpaneel om de gewenste signaalbron voor Zone 2 te selecteren.
3 Druk op VOLUME +/- op de Zone 2 afstandsbediening om het volume voor Zone 2 te regelen.


U kunt de geluidsweergave in Zone 2 tijdelijk uitschakelen door op MUTE op de ZONE 2 afstandsbediening te drukken. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten.
KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Set bedieningstoetsen
■Bedienen van dit toestel
De grijs aangegeven toetsen hieronder kunnen worden gebruikt om dit toestel te bedienen.

text_image
De toetsen binnen de stippellijnen bedienen dit toestel in elke bedieningsfunctie. (POWER, STANDBY, SLEEP, de ingangskeuzetoetsen, VOLUME +/- en MUTE).■Bedienen van andere componenten
De grijs aangegeven toetsen hieronder kunnen worden gebruikt om andere audio- en video-apparatuur zowel van YAMAHA als van andere fabrikanten te bedienen. De functies van de toetsen hangen mede af van de geselecteerde componenten. Selecteer de component die u wilt bedienen met een ingangskeuzetoets. De naam van de geselecteerde component zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

text_image
Met de ingangskeuzetoetsen kunt u, zoals hieronder aangegeven, een andere set bedieningstoetsen kiezen. Component Set bedieningstoetsen Door de juiste afstandsbedieningscodes in te stellen kunt u tot maximaal 7 verschillende componenten bedienen (zie bladzijde 38). YAMAHA
U kunt via de toets andere componenten bedienen, ongeacht of deze zijn aangesloten op dit toestel.
Bedienen van andere componenten
Naast dit toestel kan de meegeleverde afstandsbediening ook andere audio en video componenten van YAMAHA en van andere fabrikanten aansturen. Om andere componenten te kunnen bedienen, moet u de juiste afstandsbedieningscodes instellen.

text_image
POWER TV AV OTV/CDL CD MD/TAPE TUNER VCR PHONODVD REC DC SFP TEN/STI + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + -
text_image
T2/MUT TV/MPN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 TEN BKC RTRM RCD/RD PREFIX RENT/NALE RIFLY/RUN YAMAHA| DVD-speler Videorecorder | Digitale tv/Kabel-tv | TV CD-speler Cassettedeck | MD-recorder | Tuner | ||||
| 1 AV POWER | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | Videorecorder aan/uit | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 |
| 2 TV POWER | TV aan/uit TV aan/uit | TV aan/uit | Aan/uit *1 | TV aan/uit | TV aan/uit | TV aan/uit | TV aan/uit | TV aan/uit |
| 3 ◀◀ | Terug zoeken | Terug zoeken | Videorecorder zoeken terug | Videorecorder zoeken terug | Terug zoeken | Terug zoeken | Terug zoeken | PTY SEEK MODE *2 |
| ▷▷ | Vooruit zocken | Vooruit zocken | Videorecorder zocken vooruit | Videorecorder zocken vooruit | Vooruit zocken | Vooruit zocken | Vooruit zocken | PTY SEEK START *2 |
| ◀◀ | Terug springen | Terug springen | Richting A | Terug springen | FREQ/TEXT *2 | |||
| ▷▷ | Vooruit springen | Vooruit springen | Richting B | Vooruit springen | EON *2 | |||
| REC/DISC SKIP | Disc overslaan | Opname | Videorecorder opname | Videorecorder opname | Disc overslaan | Opname | Opname | |
| □ | Stop | Stop | Videorecorder stop | Videorecorder stop | Stop | Stop | Stop | |
| □□ | Pauze | Pauze | Videorecorder pauze | Videorecorder pauze | Pauze | Deck A/B | Pauze | |
| ▷ | Weergave | Weergave | Videorecorder weergave | Videorecorder weergave | Weergave | Weergave | Weergave | |
| 4 TV VOL + | Tv volume + | Tv volume + | Tv volume + | Volume + | Tv volume + | Tv volume + | Tv volume + | Tv volume + |
| TV VOL - | Tv volume - | Tv volume - | Tv volume - | Volume - | Tv volume - | Tv volume - | Tv volume - | Tv volume - |
| 5 TV CH + | Tv kanaal + | Kanaal + | Kanaal + | Kanaal + | Tv kanaal + | Tv kanaal + | Tv kanaal + | Tv kanaal + |
| TV CH - | Tv kanaal - | Kanaal - | Kanaal - | Kanaal - | Tv kanaal - | Tv kanaal - | Tv kanaal - | Tv kanaal - |
| 6 TV MUTE | TV geluid uit | TV geluid uit | TV geluid uit | Geluid uit | TV geluid uit | TV geluid uit | TV geluid uit | TV geluid uit |
| 7 TITLE | Titel | Titel | Titel | Titel | Band | |||
| 8 ENTER | Menu enter | Menu selecteren Menu selecteren | ||||||
| PRESET/CH ∧ | Menu hoger | Menu hoger | Menu hoger | Voorkeuzezender hoger (1 t/m 8) | ||||
| PRESET/CH ∨ | Menu lager | Menu lager | Menu lager | Voorkeuzezender lager (1 t/m 8) | ||||
| A/B/C/D/E < | Mcnu links | Mcnu links | Menu links | Voorkeuzezender lager (A t/m E) | ||||
| A/B/C/D/E > | Menu rechts | Menu rechts | Menu rechts | Voorkeuzezender hoger (A t/m E) | ||||
| 9 RETURN | Terug | Terug | Terug | Terug | ||||
| 10 TV INPUT | TV ingang | TV ingang | TV ingang | Ingang | TV ingang | TV ingang | TV ingang | TV ingang |
| 11 1-9, 0, +10 | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Voorkeuzezenders (1-8) | |
| 12 ENT. | Enter | Enter/oprocpn | Enter/Cijfertoetsen | Index | ||||
| 13 MENU | Menu | Menu | Menu | |||||
| 14 DISPLAY | Display | Display | Display | Display | Display | |||
*1 Deze toets werkt alleen wanneer de originele afstandsbediening van de component in kwestie een POWER (aan/uit) toets heeft.
*2 Deze toetsen werken alleen voor modellen voor Europa.
Instellen van afstandsbedieningscodes
U kunt andere componenten bedienen als u de bijbehorende afstandsbedieningscodes heeft ingesteld. Voor elke signaalbron kan een code worden ingevoerd. Raadpleeg de “LIJST MET
AFSTANDSBEDIENINGSCODES" aan het eind van deze handleiding voor een complete lijst met de beschikbare afstandsbedieningscodes.
De volgende tabel geeft de standaard ingestelde componentencategorie (archief) en afstandsbedieningscode aan voor elk van de signaalbronnen.
Standaardinstellingen afstandsbedieningscodes
| Signaalbron | Standaard componenten-categorie (archief) | Fabrikant | Standaard YAMAHA code |
| CD CD Y | AMAHA 199 | ||
| MD/TAPE TA | PEYAMAHA 499 | ||
| DVD DVD | YAMAHA 699 | ||
| DTV/CBL* — | — | — | |
| VCR | — | — | — |
| PHONO | — | — | — |
| ☆☆ | — | — | — |
* U kunt alleen maar tv afstandsbedieningscodes instellen onder de DTV/CBL toets. U kunt echter andere afstandsbedieningscodes instellen voor elk van de andere ingangskeuzetoetsen behalve DTV/CBL.
Opmerking
Het is mogelijk dat u uw specifieke YAMAHA component niet kunt bedienen, ook al is er een YAMAHA afstandsbedieningscode voorgeprogrammeerd. Probeer in een dergelijk geval een andere YAMAHA afstandsbedieningscode.
1 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en druk op één van de ingangskeuzetoetsen om de signaalbron die u wilt instellen te selecteren.

Gedurende deze hele procedure moet u CODE SET ingedrukt blijven houden.
2 Houd CODE SET op de afstandsbediening ingedrukt en voer met de cijfertoetsen op de afstandsbediening de driecijferige afstandsbedieningscode voor de geselecteerde signaalbron in.
Wanneer de instelling gelukt is, zal "PRESET OK" verschijnen; wanneer het niet gelukt is, zal "PRESET NG" op het display op het voorpaneel verschijnen. Om de code terug te zetten, kunt u gewoon de standaardcode invoeren voor elk van de in de tabel getoonde signaalbronnen.

text_image
CODE SET YAMAHAOpmerkingen
- Als er meerdere codes zijn voor de fabrikant van uw component, probeer ze dan één voor één tot u de juiste gevonden heeft.
- U kunt slechts één enkele afstandsbedieningscode toewijzen aan één ingangskeuzetoets.
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Raadpleeg de tabel hieronder wanneer het toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde YAMAHA dealer of servicecentrum.
■Algemeen
| Probleem Oorzaak Oplossing | Zie bladzijde | ||
| Het toestel gaat niet aan. | Het netsnoer of de stekker is niet of niet goed aangesloten. | Sluit het netsnoer op de juiste manier aan. | — |
| De instelling voor de impedantie is niet correct. | Stel de impedantie in zodat deze overeenkomt met die van uw luidsprekers. | 15 | |
| De beveiliging is in werking getreden vanwege kortsluiting enz. | Controleer of de luidsprekerbedrading elkaar niet raakt en zet vervolgens het toestel weer aan. | 11 | |
| De IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op het achterpaneel staat niet helemaal in de juiste stand. | Zet de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar helemaal in de juiste stand terwijl de stroomvoorziening van het toestel is uitgeschakeld. | 15 | |
| Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). | Zet het toestel uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact, wacht 30 seconden voor u de stekker weer terug doet en probeer het toestel vervolgens weer gewoon te gebruiken. | — | |
| Geen geluid In- of uitgangskabels niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. | 12 | |
| Er is geen geschikte signaalbron geselecteerd. | Selecteer een geschikte signaalbron met INPUT op het voorpaneel (of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening). | ||
| De SPEAKERS A/B schakelaars staan niet in de juiste stand. | Schakel de corresponderende SPEAKERS A of SPEAKERS B set in. | ||
| De luidsprekers zijn niet goed aangesloten. | Sluit de luidsprekers op de juiste manier aan. | ||
| Het geluid valt plotseling uit. | De beveiliging is in werking getreden vanwege kortsluiting enz. | Controleer of de IMPEDANCE SELECTOR correct is ingesteld. | 15 |
| Controleer of de luidsprekerbedrading elkaar niet raakt en zet vervolgens het toestel weer aan. | 11 | ||
| Alleen de luidspreker aan de ene kant doet het. | Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. | 11, 12 |
| De BALANCE regeling is niet correct ingesteld. | Zet BALANCE in de juiste stand. | 19 | |
| De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. | De + en – draden zijn verkeerdom aangesloten op de versterker of de luidsprekers. | Sluit de luidsprekerdraden correct aan op de + en – aansluitingen. | 11 |
| U hoort een zeker “gebrom”. | Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de audiostekkers stevig en op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. | 12 |
| De draaitafel is niet verbonden met de GND aansluiting. | Maak de GND verbinding tussen de aarding van de draaitafel en dit toestel. | 12 | |
| Het volume is te laag bij weergave van een plaat. | De plaat wordt afgespeeld op ene draaitafel met een MC cartridge. | De draaitafel moet op dit toestel worden aangesloten via een MC kopversterker. | — |
| Het volume kan niet worden verhoogd, of het geluid klinkt vervormd. | De op de MD/TAPE OUT aansluitingen van dit toestel aangesloten component staat uit. | Zet de betreffende component aan. | — |
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
| Het geluid klinkt slecht wanneer u luistert via een hoofdtelefoon die is aangesloten op een CD-speler of cassettedeck verbonden met dit toestel. | De stroom voor dit toestel is uitgeschakeld of het toestel staat uit (standby). | Zet het toestel aan. | 16 |
| Het volume is te laag. | De LOUDNESS functie is ingeschakeld. | Zet LOUDNESS op de FLAT stand. | 19 |
| De signaalbron kan niet worden gewijzigd ook al draait u aan INPUT. | De CD DIRECT AMP toets is ingeschakeld. | Zet de CD DIRECT AMP toets uit. | 19 |
| De BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS regelingen hebben geen effect op de toonweergave. | De CD DIRECT AMP of PURE DIRECT toets is ingeschakeld. | De CD DIRECT AMP of PURE DIRECT toets moet worden uitgeschakeld voor u deze regelingen kunt gebruiken. | 19 |
Tuner
| Probleem Oorzaak Oplossing | Zie bladzijde | |||
| FM | Veel ruis in de FM stereo- ontvangst. | Dit probleem is inherent aan FM stereo- uitzendingen wanneer de zender te ver weg is of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genocg is. | Controleer de aansluitingen van de antenne. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM antenne. | 13 |
| Stem met de hand af. | 24 | |||
| Er is vervorming en ook een betere FM antenne zorgt niet voor een betere ontvangst. | U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren ontvangen wordt. | Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze zg. multi-pad interferentie geen last meer hebt. | — | |
| Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Het radiosignaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM antenne. | 13 | ||
| Stem met de hand af. | 24 | |||
| Er kan niet langer worden afgestemd op eerder voorgeprogrammeerde zenders. | Het toestel is te lang zonder stroom geweest. | Programmeer de zenders opnieuw. | 25 | |
| AM | Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Het signaal is te zwak of de antenne is los. | Controleer de aansluitingen van de AM ringantenne en stel deze zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt. | — |
| Stem met de hand af. | 24 | |||
| U hoort doorlopend gekraak en gesis. | Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, TL verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. | Gebruik een buitenantenne en een goede aarding. Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. | — | |
| U hoort gezoem en gefluit. | Er wordt in de buurt van het toestel een TV gebruikt. | Zet dit toestel verder bij de tv vandaan. | — | |
■Afstandsbediening
| Probleem Oorzaak Oplossing | Zie bladzijde | |
| De afstandsbediening werkt niet of niet naar behoren. | Te ver weg of onder te scherpe hoek gebruikt. | De afstandsbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van loodrecht op het voorpaneel. |
| Direct zonlicht of sterke verlichting (vooral van TL lampen enz.) valt op de sensor voor de afstandsbediening van dit toestel. | Stel het toestel anders op. | |
| De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen. | 10 | |
| De ID van de afstandsbediening en de ID van dit toestel komen niet overeen. | Schakel de ID van de afstandsbediening of de ID van dit toestel om. | |
| De afstandsbedieningscode is niet goed ingesteld. | Probeer een andere code voor dezelfde fabrikant met behulp van de “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” achterin deze handleiding. | |
| Ook als de juiste afstandsbedieningscode is ingesteld is het mogelijk dat bepaalde modellen niet goed reageren op de afstandsbediening. | Gebruik de met de componenten in kwestie meegeleverde afstandsbedieningen. |
TECHNISCHE GEGEVENS
AUDIO GEDEELTE
• Minimum RMS uitgangsvermogen (8 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz, 0,019% THV) .... 100 W + 100 W (6 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz, 0,03% THV) .... 120 W + 120 W
• Dynamisch vermogen (IHF) (8/6/4/2 Ω) 140/170/220/290 W
• Maximum uitgangsvermogen [Alleen modellen voor Europa] (1 kHz, 0,7% THV, 4 Ω) 160 W
- IEC uitgangsvermogen [Alleen modellen voor Europa] (1 kHz, 0,019% THV, 8 Ω) .... 115 W
- Vermogensbandbreedtc (0,03% THV, 50 W, 8 Ω) ....10 Hz t/m 50 kHz
• Dempingsfactor (SPEAKERS A) 20 Hz t/m 20 kHz, 8 Ω....240 of meer
• Maximum uitgangsvermögen (EIAJ) [Alleen modellen voor Azië en algemene modellen] (1 kHz, 10% THV, 8/6 Ω) 145/170 W
• Maximum ingangssignaal PHONO (1 kHz, 0,019% THV) .... 70 mV of meer CD, enz. (1 kHz, 0,019% THV) .... 2,2 V of meer
- Frequentierespons CD, enz. (20 Hz t/m 20 kHz) .... 0 ± 0,5 dB CD DIRECT AMP ON (10 Hz t/m 100 kHz) .... 0 ± 1,0 dB
- RIAA Equalisatie-deviatie PHONO .... ± 0,5 dB
• Totale harmonische vervorming PHONO naar OUT (REC) (20 Hz t/m 20 kHz, 3 V) .... 0,008% of minder CD, enz. naar SP OUT (20 Hz t/m 20 kHz, 50 W, 8 Ω) .... 0,012% of minder
- Signaal-ruis verhouding (IHF-A netwerk) PHONO (5 mV ingang kortgesloten) .... 87 dB of meer CD DIRECT AMP (200 mV ingang kortgesloten) ....110 dB of meer
- Restruis (IHF-A network) CD DIRECT AMP ON .... 30 μV PURE DIRECT ON .... 110 μV
- Gain Tracking Error (0 t/m -60 dB) 2 dB of minder
- Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie PHONO .... 3,0 mV/47 kΩ CD, enz. .... 200 mV/47 kΩ MAIN IN .... 1 V/30 kΩ
- Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie OUT (REC) 200 mV/1,2 kΩ of minder PRE OUT 1 V/1,2 kΩ SUB WOOFER OUTPUT 4 V/1,2 kΩ ZONE 2 OUT 1 V/1,2 kΩ
- Hoofdtelefoon uitgang/impedantie (Ingang 1 kHz, 200 mV, 8 Ω, 0,015% THV) CD, enz. 0,47 V/470 Ω
- Kanaalscheiding CD, enz. (5,1 kΩ ingang kortgesloten, 1/10 kHz).... 65/50 dB of meer
- Karakteristieken toonregeling BASS Versterking/verzwakking (20 Hz) ....±10 dB Turnover frequentie ....350 Hz TREBLE Versterking/verzwakking (20 kHz) ....±10 dB Turnover frequentie ....3,5 kHz
- Continue Loudness regeling Demping (1 kHz) .... -30 dB
VIDEO GEDEELTE
- Videosignaaltype [Alleen modellen voor de V.S., Canada en algemene modellen] .... NTSC [Overige modellen] .... PAL
- Signaal-ruis verhouding 50 dB of meer
- Frequentierespons (MONITOR OUT) Composiet.... 5 Hz t/m 10 MHz, -3 dB
FM GEDEELTE
- Afstembereik [Modellen voor de V.S. en Canada] .... 87,5 t/m 107,9 MHz [Modellen voor Azië en algemene modellen] .... 87,5/87,50 t/m 107,9/108,00 MHz [Overige modellen] .... 87,50 t/m 108,00 MHz
- Bruikbare gevoeligheid (IHF) 1,0 μV (11,2 dBf)
• Signaal-ruis verhouding (IHF) Mono/Stereo 76 dB/70 dB
• Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/Stereo 0,2%/0,3%
- Stereoscheiding (1 kHz) 45 dB
- Frequentierespons 20 Hz t/m 15 kHz, +0,5/-2 dB
AM GEDEELTE
- Afstembereik [Modellen voor de V.S. en Canada] .... 530 t/m 1710 kHz [Modellen voor Azië en algemene modellen] .... 530/531 t/m 1710/1611 kHz [Overige modellen] .... 531 t/m 1611 kHz
- Bruikbare gevoeligheid .... 300 μV/m
ALGEMEEN
- Stroomvoorziening [Modellen voor de V.S. en Canada]..... 120 V, 60 Hz wisselstroom [Modellen voor Azië] ..... 220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Algemene modellen] ..... 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Modellen voor Australië] ..... 240 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor Europa] ..... 230 V, 50 Hz wisselstroom
- Stroomverbruik [Modellen voor de V.S. en Canada] 260 W/360 VA [Overige modellen] 260 W
- Stroomverbruik uit (standby).... 0,1 W
• Maximum stroomverbruik [Alleen algemene modellen] (6 Ω, 1 kHz, 10% THV) 650 W
- Netstroomaansluitingen [Modellen voor Australie] .... 1 (Totaal 100 W maximum) [Algemene modellen] .... 2 (Totaal 50 W maximum) [Overige modellen] .... 2 (Totaal 100 W maximum)
- Afmetingen (b x h x d) 435 x 151 x 389 mm
• Gewicht 10,9 kg
* Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.