CS 4030 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 4030 AL-KO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 4030 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 4030 van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 4030 AL-KO
Inhoudsopgave 1 Over deze gebruiksaanwijzing................. 48
2.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
2.4 Symbolen op het apparaat ................. 49
3 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap............................ 50
3.4 Gebruik en behandeling van het elek-
trische gereedschap........................... 51
3.5 Gebruik en behandeling van het ac-
- 4 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen p. 52
- 5 Oorzaken en vermijding van een terug- slag p. 53
- 6 Belasting door trillingen p. 53
- 7 Geluidsbelasting p. 54
- 8 Veiligheidsinstructies voor de accu p. 54
- 9 Veiligheidsinstructies voor de lader p. 55
- 10 Veiligheidsaanwijzingen voor de werk- zaamheden p. 55
10.3 Werken met de kettingzaag ............... 56
11 Montage................................................... 57
11.1 Monteren van het zaagblad (05, 06) .. 57
11.2 Monteren van de zaagketting (05, 06) 57
11.3 Spannen van de zaagketting (05, 07). 57
12.3 Accu verwijderen (03)......................... 58
12.4 Kettingspanning controleren............... 58
12.5 Functie van de kettingrem testen ....... 58
12.6 Functietest van kettingrem bij uitge-
schakelde motor (08).......................... 58
12.7 Functietest van kettingrem bij inge-
schakelde motor (08).......................... 58
12.8 Kettingzaagolie bijvullen (09).............. 59
13.4 De motor in- en uitschakelen.............. 60
14 Werkhouding en werktechniek .................. 60
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Lees voor de ingebruikname deze gebruiks- aanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een sto- ringsvrij gebruik.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over het appa- raat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze gebruikshandleiding beschrijft een handge- dragen elektrische kettingzaag, die wordt aange- dreven door een accu.
De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor parti- culier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag wor- den gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:
verzagen van snoeihout
zagen van brandhout Dankzij de elektrische aandrijving kan de accu- kettingzaag niet alleen in de buitenlucht, maar ook in afgesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet over- eenkomstig het gebruiksdoel. De kettingzaag mag niet commercieel worden gebruikt. VOORZICHTIG! Letselgevaar door on- doelmatig gebruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroe- ven, hang- en sluitwerk.
2.2 Overige risico's
Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet wor- den uitgesloten.
Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).
Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
Loskomen van delen van het bewerkte hout.
Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.469861_c 49 Productomschrijving
beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veilig- heids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemani- puleerd, kan tijdens werkzaamheden met de ket- tingzaag zwaar letsel worden toegebracht.
Stel de beschermings- en beveiligingsvoor- zieningen nooit buiten werking!
Werk uitsluitend met de kettingzaag, wan- neer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzie- ningen correct functioneren.
2.3.1 Inschakelbeveiliging
Wanneer de gebruiker herhaald snel achter el- kaar gas geeft, schakelt de kettingzaag geduren- de enkele seconden uit, om de elektronica en de kettingzaag te beschermen. In dergelijke gevallen wacht u tot de kettingzaag weer kan worden in- geschakeld.
2.3.2 Kettingrem/kettingrembeugel
De kettingzaag is uitgerust met een handbedien- de kettingrem die bijv. bij een terugslag (kick- back) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de ket- tingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.
2.4 Symbolen op het apparaat
Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Terugslagrisico! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast! Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht! Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming! Symbool Betekenis Draag beschermende handschoe- nen! Draag stevige schoenen! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen altijd met beide handen vast!
De accu-kettingzaag is bedoeld voor gebruik met de accu B150 Li (B05-3640, art.nr. 113280) of B100 Li (B05-3650, art.nr. 113524). LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met een ongeschikte accu, kunnen apparaat en accu beschadigd raken.
Gebruik het apparaat alleen met de voorge- schreven accu. Voor het opladen van de accu is de oplader C130 Li (art.nr. 113281) nodig. OPMERKING De onderstaande aanwijzin- gen voor het gebruik bevatten belangrijke infor- matie:
Oplader C130 Li (doc. nr. 441633_d) Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zijn geleverd. OPMERKING De accu en de oplader zijn niet in de leveringsomvang inbegrepen.NL 50 CS 4030 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap
Nr. Component 1 Accu-kettingzaag CS 4030 2 Beschermende afdekking voor snijblad 3 Zaagblad 4 Zaagketting 5 Gebruiksaanwijzing
2.6 Productoverzicht (01)
Nr. Component 1 Zaagketting 2 Zaagblad 3 Snelspaninrichting met centrale slui- ting en draairing 4 Handbescherming 5 Beugelgreep 6 Accu 7 Gashendel 8 Blokkeerknop 9 Achterste handgreep 10 Afdekkap voor kettingwiel 11 Aanslagkam 12 Dop kettingoliereservoir 13 Kijkglas voor kettingoliereservoir 3 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- instructies en aanwijzingen. Wanneer de veilig- heidsinstructies en aanwijzingen niet worden op- gevolgd, kunnen er een elektrische schok, brand en/of zware verwondingen optreden.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip ''elektrisch gereedschap'' heeft betrekking op elektrisch gereedschap dat via stroom werkt (met netwerkkabel) en op elektrisch gereedschap dat via een accu werkt (zonder netwerkkabel).
3.1 Veiligheid op de werkplek
Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroor- zaken.
Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.
Houd kinderen en andere personen tij- dens het gebruik van het elektrische ge- reedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektri- sche gereedschap verliezen.
De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in de contactdoos pas- sen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stek- kers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde op- pervlakken zoals bij buizen, verwarmin- gen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.
Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, ver- hoogt dit de kans op een elektrische schok.469861_c 51 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap
Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvoor deze niet is bedoeld. De kabel mag niet worden gebruikt om het elektri- sche gereedschap te dragen, op te han- gen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewe- gende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte kabels is er een hoger risico op een elektrische schok.
Wanneer u met een elektrisch gereed- schap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengkabel te gebruiken die ook voor buiten geschikt is. Door het gebruik van een dergelijke verlengkabel neemt het ri- sico op een elektrische schok af.
Wanneer het gebruik van elektrisch ge- reedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektri- sche schok.
3.3 Veiligheid van personen
Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische gereedschap ernstige verwondingen veroor- zaken.
Draag een persoonlijke beschermingsuit- rusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermings- uitrusting verlaagt het risico op verwondin- gen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, vei- ligheidsschoenen met goede grip, een veilig- heidshelm of gehoorbescherming.
Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereed- schap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.
Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Gereedschap of sleu- tels die in de draaibare onderdelen terecht komen, kunnen verwondingen veroorzaken.
Voorkom een abnormale lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.
Draag geschikte kleding. Draag geen wij- de kleding of sieraden. Houd haar en kle- ding weg van bewegende delen. Loszitten- de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegre- pen.
Wanneer er stofafzuig- en opvangvoorzie- ningen kunnen worden gemonteerd, dient u te controleren of deze aangesloten zijn en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof ver- kleinen.
3.4 Gebruik en behandeling van het
Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste elektri- sche gereedschap. Met het passende ge- reedschap werkt u beter en veiliger in het be- schreven toepassingsgebied.
Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgescha- keld kan worden, is gevaarlijk en moet wor- den gerepareerd.
Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de accu voordat u instellingen aan het apparaat verandert, toebehoren vervangt of het apparaat opruimt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar ongebruikt elektrisch gereed- schap buiten het bereik van kinderen. Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren men- sen.
Onderhoud elektrisch gereedschap zorg- vuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrische gereed-NL 52 CS 4030 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen schap wordt belemmerd. Laat beschadig- de onderdelen repareren voordat u het ap- paraat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektri- sche gereedschappen.
Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereed- schap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.
Gebruik het elektrische gereedschap, de toebehoren, inzetgereedschap enz. con- form deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
3.5 Gebruik en behandeling van het
Laad de accu's uitsluitend in opladers op die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij een oplader die voor een bepaald type ac- cu's geschikt is, bestaat brandgevaar wan- neer deze met andere accu's wordt gebruikt.
Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondin- gen en brandgevaar leiden.
Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spij- kers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan ver- brandingen of vuur veroorzaken.
Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier- mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wan- neer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandin- gen veroorzaken.
Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met ori- ginele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft. 4 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KETTINGZAGEN
Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro- leer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaam- heden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegre- pen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechter- hand aan de achterste greep en uw linker- hand aan de voorste greep vast. De ket- tingzaag in omgekeerde werkhouding vast- houden, verhoogt het risico op letsels en mag niet toegepast worden.
Het elektrische gereedschap moet altijd uitsluitend aan de geïsoleerde grepen worden vastgehouden, omdat de zaagket- ting verborgen leidingen kan raken. Wan- neer zaagkettingen een onder spanning staande draad raken, komen de metalen de- len van het elektrische gereedschap onder spanning te staan, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan oplopen.
Draag veiligheidsbril en gehoorbescher- ming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevo- len. Geschikte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.
Werk nooit vanuit een boom met de ket- tingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
Let altijd op een stabiele positie en ge- bruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder, kunnen leiden tot even- wichtsverlies of tot controleverlies over de kettingzaag.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanneer de spanning in de houten vezels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.
Wees bijzonder voorzichtig bij het knip- pen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.469861_c 53 Oorzaken en vermijding van een terugslag
Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagket- ting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de ketting- zaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de ketting- zaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van toebehoren. Een foutief gespannen of ge- smeerde ketting kan scheuren of het terug- slagrisico verhogen.
Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot controle- verlies.
Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de ket- tingzaag niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.
5 OORZAKEN EN VERMIJDING VAN
EEN TERUGSLAG Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt. Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachte, achterwaartse reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van de bedienaar wordt gesla- gen. Wanneer de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan. Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn inge- bouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongeval- en letselvrij te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het elektrische gereedschap. Die kan vermeden worden door geschikte voor- zorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven:
Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li- chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslag- krachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bedienaar de optredende terug- slagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daar- door wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een bete- re controle van de kettingzaag in onverwach- te situaties mogelijk gemaakt.
Gebruik altijd vervangbladen en zaagket- tingen die de fabrikant voorschrijft. Foutie- ve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.
Respecteer de aanwijzingen van de fabri- kant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegren- zers verhogen de neiging tot een terugslag.
Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het be- oogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze ge- sneden of verwerkt?
Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juis- te snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, op- tionele trillingsdempende handgrepen ge- monteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
Gebruik het apparaat alleen met het motor- toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toe- rental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai vanNL 54 CS 4030 Geluidsbelasting het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.
De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10°C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd. 7 GELUIDSBELASTING Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.
8 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE
ACCU In dit hoofdstuk vindt u alle elementaire veilig- heidsaanwijzingen voor het gebruik van de accu. Lees de instructies!
Accu uitsluitend reglementair gebruiken, dit is voor apparaten met accuvoeding van de fir- ma AL-KO. Accu alleen laden met de daar- voor bestemde AL-KO oplader.
Nieuwe accu voor ingebruikname eerst uit de originele verpakking halen.
De accu voor ingebruikname volledig opla- den en daarvoor altijd de voorgeschreven op- lader gebruiken. De instructies in deze ge- bruiksaanwijzing voor het laden van de accu opvolgen.
Gebruik de accu niet in omgevingen waar ge- vaar voor explosie en brand bestaat.
Stel de accu niet bloot aan water en vocht wanneer u de accu in het apparaat gebruikt.
De accu beschermen tegen hitte, olie en vuur, zodat ze niet beschadigd wordt en er geen elektrolyt kan vrijkomen. Er bestaat ge- vaar voor explosies!
De accu niet stoten of werpen.
De accu niet vuil of nat gebruiken. Voor ge- bruik de accu met een droge, schone doek reinigen en drogen.
De opgeladen en niet gebruikte accu uit de buurt van metalen voorwerpen houden, om de contacten niet te overbruggen (bijvoor- beeld paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven). Bewerk de accu nooit met scher- pe voorwerpen (bijv. schroevendraaiers). Een hierdoor opgeroepen inwendige kortsluiting kan leiden tot oververhitting, brand of het ex- ploderen van de accu.
Accu niet openen, uit elkaar halen of slopen. Er bestaat gevaar voor elektrocutie en kort- sluiting.
Bij niet reglementair gebruik en beschadigde accu kunnen dampen en elektrolyt vrijkomen.469861_c 55 Veiligheidsinstructies voor de lader De ruimte voldoende ventileren en in geval van klachten een arts raadplegen. Bij contact met elektrolyt grondig afspoelen en de ogen direct grondig uitspoelen. Daarna een arts raadplegen.
Deze accu mag niet worden gebruikt door onbevoegden, behalve wanneer ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of wanneer ze in- structies hebben gekregen hoe ze de accu moeten gebruiken. Onbevoegde personen zijn bijv.:
Personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen.
Personen die geen ervaring met en/of geen kennis over de accu hebben.
Kinderen mogen niet alleen in de buurt van de accu komen om te garanderen dat ze niet met de accu spelen.
De accu mag niet langdurig aan de oplader gekoppeld blijven. Bij langdurige opslag accu van de oplader loskoppelen.
Accu uit het apparaat verwijderen wanneer het niet wordt gebruikt.
De ongebruikte accu droog en op een afge- sloten plaats opslaan. Bescherm de accu te- gen hitte en rechtstreekse zonnestraling. On- bevoegde personen en kinderen mogen geen toegang tot de accu krijgen.
9 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE
LADER In deze paragraaf worden alle basis veiligheids- en waarschuwingsinstructies opgesomd, die bij het gebruik van de oplader moeten worden ge- respecteerd. Lees de instructies!
Gebruik de oplader alleen voor het beoogde gebruik, d.w.z. voor het opladen van de ge- specificeerde accu. Uitsluitend originele ac- cu's van AL-KO met de oplader laden.
Voor elk gebruik de volledige oplader en vooral de netkabel en de accuschacht op be- schadigingen controleren. Gebruik de opla- der alleen wanneer het in perfecte staat is.
Gebruik de lader niet in explosie- en brand- gevaarlijke omgevingen.
Gebruik de oplader alleen binnenshuis en stel hem niet bloot aan regen of vocht.
De oplader altijd op een goed verlucht en niet brandbaar oppervlak plaatsen, omdat hij bij het opladen warm wordt. De ventilatie-ope- ningen vrijhouden en de oplader niet afdek- ken.
Voor het aansluiten van de oplader controle- ren of de in de technische gegevens vermel- de netspanning beschikbaar is.
Het netsnoer uitsluitend gebruiken voor het aansluiten van de oplader, niet voor andere doeleinden. De oplader niet aan het netsnoer optillen, en de stekker niet door trekken aan het snoer uit het stopcontact trekken.
Het netsnoer beschermen tegen hitte, olie en scherpe kanten, zodat het niet beschadigd raakt.
De oplader en accu niet vuil of nat gebruiken. Voor gebruik de oplader en de accu reinigen en drogen.
Oplader en accu niet openen. Er bestaat ge- vaar voor elektrocutie en kortsluiting.
Laat de oplader voor uw persoonlijke veilig- heid alleen repareren door gekwalificeerd ge- specialiseerd personeel dat gebruik maakt van originele reserveonderdelen.
Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, mits zij onder toe- zicht staan of voorgelicht zijn over het veilige gebruik van het apparaat, en de gevaren be- grijpen die ervan uit kunnen gaan. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reini- ging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden.
Personen met zeer sterke en complexe be- perkingen kunnen behoeften hebben die bo- ven de hier beschreven aanwijzingen uit gaan.
Ongebruikte oplader opslaan op een droge en afgesloten plaats. Onbevoegde personen en kinderen mogen geen toegang hebben tot de oplader. 10 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN VOOR DE WERKZAAMHEDEN
Neem de voor uw land specifieke veiligheids- voorschriften in acht, bijv. van beroepsorgani- saties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-in- stanties.
Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslinge- rende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikel- gevaar.NL 56 CS 4030 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu- eel letsel bij derden en voor materiële scha- de.
Wanneer u voor het eerst met een ketting- zaag werkt:
Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de ketting- zaag uitleggen, of volg een cursus.
Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.
Personen van jonger dan 16 jaar en perso- nen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet ge- bruiken.
Iedereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheids- overwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem mogelijk is met een kettingzaag te wer- ken.
Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gel- den.
10.3 Werken met de kettingzaag
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn. WAARSCHUWING! Letselgevaar door onbedoeld startende kettingzaag. Een onbe- doeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:
Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden
Werkzaamheden aan het snijgereedschap
Het achterlaten van de kettingzaag
Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Nooit alleen werken.
Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.
Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbon- den aan een elektrische leiding.
De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:
gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
veiligheidsbroek met ingelegde snijbevei- liging
stevige werkhandschoenen
veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen
De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.
Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.
Breng op een buiten gebruik zijnde ketting- zaag altijd de kettingbeschermer aan en ver- wijder de accu.
De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.
De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.
Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vak- man worden omgezaagd.
Plaats de zaagketting alleen voor een zaags- nede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.469861_c 57 Montage
Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzienin- gen nooit buiten werking. 11 MONTAGE WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn. VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.
Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.
Draag veiligheidshandschoenen bij de mon- tage van de zaagketting en het zaagblad.
11.1 Monteren van het zaagblad (05, 06)
1. Trek de handbescherming (05/1) naar de
neem deze, samen met afdekkap (05/3) van de zaag.
3. Plaats het zaagblad (06/1) over de geleider-
bout (06/2) en schuif deze zo ver naar achte- ren, dat de zaagketting kan worden gemon- teerd.
11.2 Monteren van de zaagketting (05, 06)
1. Leg de zaagketting om het kettingwiel (06/3)
en in de groef van het zaagblad (06/1) aan- brengen.
2. Leid de zaagketting om het omkeerwiel op
het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.
11.3 Spannen van de zaagketting (05, 07)
aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken
op het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden gehaald
1. De ligging van de zaagketting controleren,
deze moet correct aanliggen in de zaagblad- groef en over het kettingwiel.
2. Draai de draairing (05/4) zo naar de afdekkap
(05/3), dat beide driehoeken tegenover el- kaar staan (05/B).
3. Plaats de afdekkap (07/1) en draai de centra-
le sluiting (07/2) rechtsom. Draai de centrale sluiting daarbij niet helemaal vast, of draai deze een omwenteling terug.
4. Draai de draairing (07/3) rechtsom, totdat de
zaagketting correct is gespannen zoals hier- boven beschreven.
5. Draai de centrale sluiting (07/2) rechtsom, tot
deze is vastgezet. 12 INBEDRIJFSTELLING GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be- dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij- zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde on- derdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.
Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
12.1 Accu opladen (02)
De meegeleverde accu is gedeeltelijk opgeladen. De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke wille- keurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken.NL 58 CS 4030 Inbedrijfstelling OPMERKING Neem de gedetailleerde ge- gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.
12.2 Accu plaatsen (03)
1. Schuif de accu (03/1) van bovenaf in de ac-
cu-uitsparing (03/2) (03/A) tot hij vastklikt.
12.3 Accu verwijderen (03)
1. De ontgrendelingsknop (03/3) op de accu
(03/1) indrukken en ingedrukt houden.
2. Accu (03/1) verwijderen (03/B).
12.4 Kettingspanning controleren
De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt. Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door. OPMERKING De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:
aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.
in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild. VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door los- springen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het ge- bruik losspringen en letsel veroorzaken.
Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de ket- tingschakels aan de onderkant van het zaag- blad uit de groef komen.
Span de zaagketting volgens voorschrift, zo- dra de kettingspanning te laag is.
12.5 Functie van de kettingrem testen
De kettingzaag is uitgerust met een handbedien- de kettingrem die bijv. bij een terugslag (kick- back) via de handbescherming wordt geacti- veerd. Bij activering van de kettingrem wordt de zaag- ketting onmiddellijk gestopt en de motor uitge- schakeld. GEVAAR! Levensgevaar vanwege achte- loos gebruik! Door onvoorzichtige en onvoorzie- ne bewegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroorzaakt.
Ga bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.
Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken. WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot do- delijk letsel toebrengen.
Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een des- kundige werkplaats.
12.6 Functietest van kettingrem bij
uitgeschakelde motor (08)
1. De accu uit het apparaat trekken, zie hoofd-
stuk zie Hoofdstuk 12.3 "Accu verwijderen (03)", pagina58.
2. Om de kettingrem los te zetten moet de
handbescherming (08/1) in de richting van de beugelgreep (08/2) (08/A) worden getrokken. De zaagketting kan nu met de hand rond worden getrokken.
3. Om de kettingrem in te schakelen mote de
handbescherming (08/1) naar voren (08/B) gedrukt worden. Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting rond te trekken.
12.7 Functietest van kettingrem bij
ingeschakelde motor (08) OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.
1. De kettingzaag veilig en stevig beethouden
bij de beugelgreep en de handgreep.
2. Geef de kettingrem vrij.
3. Schakel de motor in.
4. Druk de handbescherming (08/1) naar voren
(08/B). De zaagketting en de motor moeten direct tot stilstand komen.469861_c 59 Bediening
12.8 Kettingzaagolie bijvullen (09)
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar bescha- digd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wan- neer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/ vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!
Vul voor ingebruikname het reservoir met kettingzaagolie.
Gebruik geen afgewerkte olie!
Vul minimaal bij elke accuwissel het oliere- servoir bij met kettingzaagolie. De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een auto- matisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn. Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biolo- gisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen. Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het ver- wisselen van de accu en vul, indien nodig, ket- tingzaagolie bij:
1. Controleer het oliepeil in het kijkglas van het
reservoir (09/1). Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschre- den.
2. Vul, indien nodig, kettingzaagolie bij via de
vulhals (09/2). 13 BEDIENING GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be- dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij- zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt!
Neem de nationale voorschriften voor de ge- bruiksduur in acht.
Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de lin- kerhand.
De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.
Gebruik de kettingzaag niet bij:
Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs
13.1 Laadtoestand van de batterij vaststellen
(04) Aan de voorzijde van de accu bevindt zich een bedieningspaneel met een druktoets (04/1) en laadtoestand-leds (04/2 tot 04/5).
1. Druk de druktoets in (04/1).
De laadtoestand-leds branden op basis van de laadtoestand.
2. Lees de laadstatus af.
Brandende LED’s Laadtoestand Groen (04/2) Accu is volledig opgeladen. Groen (04/3) en (04/4) Accu is voor meer dan 50% geladen. Groen (04/4) Accu is voor minder dan 50% geladen. Rood (04/5) Accu is volledig ontladen of accu is oververhit/onderkoeld.
13.2 Controleren van de kettingzaagolie
Handelwijze zie Hoofdstuk 12.8 "Kettingzaagolie bijvullen (09)", pagina59.NL 60 CS 4030 Werkhouding en werktechniek LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar bescha- digd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wan- neer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/ vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!
Controleer voor aanvang van de werkzaam- heden altijd of het reservoir voldoende is ge- vuld met kettingzaagolie.
Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is.
Gebruik geen afgewerkte olie!
13.3 Testen van de kettingrem
Handelwijze zie Hoofdstuk 12.5 "Functie van de kettingrem testen", pagina58. WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot do- delijk letsel toebrengen.
Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een des- kundige werkplaats.
13.4 De motor in- en uitschakelen
VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorscha- de! Door het gebruik van het apparaat ontstaat sterke geluidsvorming die gehoorschade kan ver- oorzaken.
Draag bij het werken met de kettingzaag al- tijd gehoorbescherming. OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven. Motor inschakelen:
1. Geef de kettingrem vrij.
2. De blokkeerknop (01/8) met de duim indruk-
ken en ingedrukt houden.
3. Druk de gashendel (01/7) in en houd deze in-
keerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de kettingzaag loopt. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de ket- tingzaag te verhinderen. Motor uitschakelen:
OPMERKING Regelmatig worden door be- roepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek. GEVAAR! Levensgevaar door onvol- doende vakkennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
Uitsluitend goed geschoolde en ervaren men- sen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bomen. GEVAAR! Levensgevaar door versplinte- ring van hout! Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorza- ken!
Losse spaanders en houtsplinters verwijde- ren van het te verzagen gedeelte.
Voordat met de kapwerkzaamheden wordt be- gonnen moeten de volgende maatregelen wor- den genomen.
Controleren dat zich geen andere personen, dieren of voorwerpen in de gevarenzone be- vinden.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.
Let ook op leidingen voor nutsvoorzieningen en eigendommen van derden. Eventueel het nutsbedrijf of de eigenaar op de hoogte stel- len.
De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:
de natuurlijke helling van de boom
de hoogte van de boom
eenzijdige groei van takken
windrichting en windsnelheid
sneeuwbelasting469861_c 61 Werkhouding en werktechniek
Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.
Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (17).
De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klem- men, draad etc.). Om een boom te kappen moeten er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.
1. Bij zagen van de valkerf en bij in stukken za-
gen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.
2. De valkerf (18/C) wordt eerst horizontaal en
vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De val- kerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (18/E) worden aan- gebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.
3. De velsnede (18/D) tegenover de valkerf
exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizon- tale vlak van de valkerf worden ingezaagd.
4. De velsnede (18/D) zo diep inzagen dat er
een breuklijst (18/F) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (18/C) en de velsnede (18/D) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (18/D) de breuklijst (18/F) nadert moet de boom beginnen te vallen. Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:
Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de ket- tingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.
Weglopen via de vluchtroute.
Opletten voor neervallende takken en twijgen.
5. Als de boom blijft staan deze door het inslaan
van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen.
6. Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct
de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep. OPMERKING Uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium gebruiken. GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wij- ken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!
Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd. GEVAAR! Levensgevaar door ongecon- troleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel ver- oorzaken!
Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt, moet een breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hier- van moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.
Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
De kettingzaag tijdens de werkzaamheden tegen de boomstam afsteunen.
Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten (19).
Kleinere takken in één keer doorzagen.
Opletten op onder spanning staande takken; deze van onderaf naar boven toe doorzagen om te voorkomen dat de kettingzaag vast- klemt (19).
Vrijhangende takken niet van onderaf afza- gen.
Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide personen (18).
14.3 Boom in stukken zagen
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, om- dat de boomstam kan wegrollen (19).
De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.NL 62 CS 4030 Onderhoud en verzorging
De aanslagkam pal naast de snijkant plaat- sen en de kettingzaag rondom dit punt draai- en. Aan het einde van de zaagsnede niet lan- ger druk uitoefenen.
Erop letten dat de zaagketting niet tegen de bodem komt.
Wacht na het beëindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de ket- tingzaag verwijdert.
De motor van de kettingzaag altijd uitschake- len alvorens door te gaan naar de volgende boom. De boomstam wordt over de hele lengte gelijk- matig ondersteund:
De boomstam van bovenaf doorzagen en niet in de grond zagen (20). Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:
Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen, vervolgens de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede doorzagen (10). De boomstam wordt op beide uiteinden onder- steund: Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen, vervolgens de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede doorzagen (11). GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk wor- den verwond.
Houd u steeds aan de voorgeschreven maat- regelen ter voorkoming van een terugslag!
14.4 Zaaghout verzagen (12)
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Een veilige ondersteuning gebruiken (zaag- bok, wigvorm, balken).
Letten op een veilige werkpositie en een ge- lijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
Rondhout blokkeren tegen verdraaien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ket- ting tegen het hout om een snede te begin- nen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.
15 ONDERHOUD EN VERZORGING
WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, ver- zorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen. De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen al- leen worden uitgevoerd door deskundige, ge- trainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.
Na elk gebruik van de kettingzaag deze con- troleren op slijtage en beschadigde onderde- len eventueel vervangen.
Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmid- delen gebruiken.
Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.
Spuit de kettingzaag niet af met water en ge- bruik geen hogedrukreiniger.
Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschre- ven reserveonderdelen gebruiken.
15.1 Zaagketting slijpen (13)
GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Een ondeskundig geslepen zaagket- ting verhoogt de kans op een terugslag en daar- mee het gevaar voor dodelijk letsel.
Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen. VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door zaagketting! De scherpe randen van de zaag- ketting kunnen ernstige snijwonden veroorzaken.
Draag bij het slijpen van de zaaglketting vei- ligheidshandschoenen. LET OP! Machineschade door ondeskundig slijpen! Ongelijke zaagtanden veroorzaken een onrustige kettingloop en kunnen zelfs zorgen voor kettingbreuk! Na het slijpen moeten alle zaagtanden even lang en breed zijn.
Slijp de zaagketting regelmatig!469861_c 63 Onderhoud en verzorging OPMERKING Onervaren gebruikers van de kettingzaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice. Niet gaan werken met een botte of beschadigde zaagketting. Uw lichaam wordt dan zwaarder be- last, het zaagresultaat verslechtert en de ketting zal sneller slijten. Voor een optimaal zaagresultaat moet de zaag- ketting met regelmatige tussenpozen worden ge- slepen. Bij een correct geslepen zaagketting is er minder risico op terugslag en wordt de slijtage beperkt. Het slijpen is vereist wanneer:
Het zaagsel op stof lijkt.
Meer kracht nodig is om te zagen.
De snede niet recht is.
De vibraties toenemen.
Het brandstofverbruik toeneemt. Voor het slijpen van de ketting:
1. De kettingzaag uitschakelen en de accu ver-
3. Bij het slijpen uitsluitend geschikt gereed-
schap gebruiken: Rondvijl ketting Ø = 4,0 mm, vijlgeleider, kettingmeetkaliber. Dit gereedschap is verkrijgbaar in de vakhan- del.
4. Elke afzonderlijke kettingschakel bestaat uit
een zaagelement (13/3), zaagtand (13/1) en een begrenzer (13/2).
5. De vijl onder lichte druk en in verticale rich-
ting (13) vanaf de binnenkant naar de buiten- kant over de zaagtand halen. Een vijlgeleider kan helpen om de vijl in de juiste stand te blij- ven houden. Twee of drie halen met de vijl zijn voldoende.
6. Bij het slijpen de hoek (13) van de zaagtand
en de hoogte van de begrenzer (13/2) voor de snijkant aanhouden. Na het slijpen contro- leren of alle zaagtanden van de ketting even lang en breed zijn.
7. Bij gebruik van het voorgeschreven gereed-
schap volgens de juiste positie zullen de voorgeschreven hoekwaarden automatisch worden aangehouden. Deze waarden kun- nen worden gecontroleerd met een ketting- mesmal.
8. Tot slot het voorste gedeelte van de begren-
zer (13/2) iets rond maken. De zaagketting dikwijls slijpen en daarbij weinig materiaal wegnemen. Na drie tot vier keer eigen- handig slijpen van de zaagketting deze in de werkplaats van een vakman laten naslijpen. Daarbij wordt dan ook de dieptebegrenzer nage- slepen. De zaagketting vervangen zodra de snijtand de minimumlengte van 4 mm (13) heeft bereikt.
15.2 Reinigen binnenruimte kettingwiel
De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.
1. Verwijder de accu en leg de kettingzaag neer
op een stevige ondergrond.
2. De kettingwielkap losschroeven.
3. De binnenruimte met een geschikt borsteltje
4. De zaagketting loshalen en het zaagblad af-
5. De zaagbladmoer en de olietoevoeropening
1. Zaagblad verwijderen (16/1).
2. Draai de kruisschroef (16/3) los en neem de
adapterplaat met de spanhaak (16/2) los van het zaagblad.
3. Draai het zaagblad om de lengteas.
4. Breng de adapterplaat met de spanhaak
weer aan op het zaagblad en draai deze met de kruiskopschroef weer vast.
5. Zaagblad weer monteren, zie Hoofdstuk 11.1
"Monteren van het zaagblad (05, 06)", pagi- na57.
15.4 Zaagblad controleren, omkeren en
invetten (14, 15) Zaagblad controleren Het zaagblad regelmatig controleren op bescha- diging. Eventuele bramen (14) verwijderen. Zaagblad omkeren Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zaagblad na elke kettingvervanging of kettings- lijpbeurt worden omgekeerd.
1. Snelspaninrichting aan het zaagblad omzet-
ten, zie Hoofdstuk 15.3 "Snelspanner omzet- ten (16)", pagina63.
2. Zaagblad omkeren.NL
64 CS 4030 Hulp bij storingen Zaagblad invetten
1. De zaagbladgroef (14/1) en olietoevoerope-
ning (14/2) zorgvuldig reinigen.
2. De boringen voor oliesmering (15/1) aan bei-
de zijden zorgvuldig reinigen.
3. Met een geschikte vetspuit achtereenvolgens
aan beide kanten zoveel vet indrukken dat het vet op het uiteinde van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Het omkeerwiel daarbij steeds blijven draaien.
16 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Risico op letsel. Onderde- len met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd veiligheidshand- schoenen!
Schakel het apparaat uit en trek de stekker los! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Oplossing Motor draait niet. Geen accuspanning aanwe- zig. De stroomvoorziening laten contro- leren door een deskundig elektro- technicus. Overlastbeveiliging heeft uit- geschakeld. Wacht tot de overlastbeveiliging de voeding weer inschakelt. Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij. Het zaagblad en de zaagket- ting draaien warm. Rookont- wikkeling. De zaagketting is te strak ge- spannen. Kettingspanning verlagen. De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. Het oliereservoir controleren op be- schadiging. De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad zijn/ is vervuild. Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. De motor draait, maar de zaagketting beweegt niet. De zaagketting is te strak ge- spannen. Kettingspanning verlagen. Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd. De zaagketting is stomp. Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt. Apparaat trilt meer dan nor- maal. Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre.469861_c 65 Transport 17 TRANSPORT WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
De kettingzaag nooit met lopende zaagket- ting dragen en vervoeren.
Voer voor het begin van het vervoer de on- derstaande maatregelen uit. Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
1. De kettingzaag uitschakelen en de accu ver-
2. Kettingbeschermer plaatsen.
3. Draag de kettingzaag altijd alleen aan de
beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.
4. In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen
omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie. 18 OPSLAG Reinig de kettingzaag na elk gebruik steeds gron- dig. De machine bewaren op een droge, afsluit- bare plek en buiten het bereik van kinderen. Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoe- ren:
De kettingzaag uitschakelen en de accu ver- wijderen.
Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.
De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
Kettingzaag grondig reinigen en bewaren in een droge ruimte. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. Ingedroogde/vastgekleefde ketting- zaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de olie- pomp.
Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag. 19 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)
Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!
Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)
Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.NL 66 CS 4030 Technische gegevens
Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van batterijen en accu’s
Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen
Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 20 TECHNISCHE GEGEVENS Type CS 4030 Art.nr. 113616 Stationaire snelheid 17m/s Bedrijfssnelheid 16m/s ± 0,7m/s Lengte van zaagblad ca. 350mm Nuttige zaaglengte 265mm Zaagketting 91P045X Dikte aandrijfschakels 1,27mm Steek kettingwiel 3/8“ Kettingrem Ja (elektrisch, printplaat en remstang) Nadraaitijd ketting (DIN EN 60745-2-13 – 19.107.1) max. 0,15s Nalooptijd ketting (DIN EN 60745-2-13 – 19.113) max. 2s Inschakeling ketting Tweevoudig Inhoud kettingoliereservoir 180ml Gewicht met zaagblad en zaagketting 4,45kg Gewicht zonder zaagblad en zaagketting 3,9kg Beveiliging tegen overbelasting Nee Geluidsvermogenniveau LwA (DIN EN ISO 3744) 101dB(A)469861_c 67 Klantenservice/service centre Type CS 4030 Geluidsvolume LpA (DIN EN ISO 3744) 91,5 dB(A), K = ±3dB(A) Trillingswaarde (DIN EN 28662-1) 3,159m/s
Accu B150Li / B200Li Nominale spanning 36V (40V max.) Nominale capaciteit 4Ah / 5Ah Duur opladen ca. 90min. / ca. 120min. Acculader C130Li Netspanning 100V - 240V (AC) Netfrequentie 50/60Hz Uitgangsspanning 42V (DC) Gebruikstemperatuurbereik +5°C - +40°C 21 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts 22 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.FR 68 CS 4030 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 69
Notice-Facile