AL-KO CS 4030 - Zag

CS 4030 - Zag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 4030 AL-KO in PDF-formaat.

📄 232 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice AL-KO CS 4030 - page 48
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Accuzagen (draadloze zaag)
Merk AL-KO
Model CS 4030
Referentie 113616
Lengte van het geleideblad Ongeveer 350 mm
Nuttige zaaglengte 265 mm
Zaagketting 91P045X (steek 3/8", dikte 1,27 mm)
Onbelaste snelheid 17 m/s
Kettingrem Ja, elektrisch (handmatig)
Inhoud van de kettingolietank 180 ml
Gewicht (met geleideblad en ketting) 4.45 kg
Gewicht (zonder geleideblad en ketting) 3.9 kg
Geluidsvermogensniveau LwA 101 dB(A)
Nominale accuspanning 36 V (40 V max.)
Accucapaciteit 4 Ah (B150 Li) of 5 Ah (B200 Li)
Compatibele lader C130 Li
Netspanning van de lader 100-240 V AC, 50/60 Hz
Laadtijd Ongeveer 90 min (4 Ah) / 120 min (5 Ah)
Gebruikstemperatuurbereik +5 °C tot +40 °C
Conform gebruik Lichte houtzaagwerkzaamheden (houtzagen, heggenknippen, brandhout)
Veiligheidsvoorzieningen Kettingrem, startbeveiliging, handbeschermer
Smering Automatisch, biologisch afbreekbare olie aanbevolen
Montage Geleideblad en ketting te monteren, spanning instelbaar

Veelgestelde vragen - CS 4030 AL-KO

Hoe span ik de ketting van de kettingzaag CS 4030?
Om de ketting te spannen, verwijder eerst de accu. Draai de centrale vergrendeling los, draai vervolgens de draaiknop met de klok mee totdat de ketting 3 tot 4 mm in het midden van het geleideblad kan worden opgetild. Draai de vergrendeling weer vast. Controleer of de ketting met de hand kan worden bewogen zonder aan de onderkant te gaan hangen.
Welke olie moet ik voor de ketting gebruiken?
Gebruik een hoogwaardige biologisch afbreekbare kettingolie. Gebruik geen gebruikte olie. De tank heeft een inhoud van 180 ml. Controleer het niveau via het kijkglas en vul indien nodig voor elk gebruik.
Hoe start ik de kettingzaag CS 4030?
Zorg ervoor dat de kettingrem is losgemaakt (trek de handbeschermer naar de handgreep). Druk op de vergrendelknop en houd deze ingedrukt, knijp vervolgens de gashendel in. Laat de vergrendelknop los zodra de motor loopt.
Hoe stop ik de kettingzaag?
Laat eenvoudig de gashendel los. De motor stopt. In geval van nood duwt u de handbeschermer naar voren om de kettingrem te activeren, die onmiddellijk de ketting en de motor stopt.
Hoe test ik de kettingrem?
Test vóór gebruik de kettingrem met uitgeschakelde motor: de ketting mag niet met de hand kunnen worden bewogen wanneer deze is geactiveerd. Zet vervolgens de motor aan en duw de handbeschermer naar voren: de ketting en de motor moeten onmiddellijk stoppen. Is dit niet het geval, gebruik de kettingzaag dan niet en neem contact op met de klantenservice.
Welke accu's zijn compatibel met de CS 4030?
De kettingzaag is ontworpen voor AL-KO B150 Li (ref. 113280, 36 V, 4 Ah) en B200 Li (ref. 113524, 36 V, 5 Ah) accu's. De bijbehorende lader is de C130 Li (ref. 113281). Gebruik geen andere accu's.
Hoe slijp ik de zaagketting?
Gebruik een ronde vijl met een diameter van 4,0 mm met een vijlhouder. Vijl elke tand van binnen naar buiten onder de juiste hoek (30°). Breng de ketting na 3-4 slijpbeurten naar een professional. Vervang de ketting als de tandlengte kleiner is dan 4 mm.
Wat te doen als de ketting niet draait terwijl de motor draait?
Controleer eerst of de kettingrem niet is geactiveerd (maak hem los). Als het probleem aanhoudt, kan de ketting te strak zijn: draai hem los via de draaiknop. Als er niets verandert, neem dan contact op met de AL-KO klantenservice.
Hoe vervoer en bewaar ik de kettingzaag?
Verwijder vóór transport de accu en monteer de kettingbeschermkap. Draag de zaag aan de beugelgreep, met het geleideblad naar achteren. Voor opslag (langer dan 30 dagen) leegt u de olietank, reinigt en oliet u de ketting en het geleideblad, en bewaart u deze op een droge plaats buiten bereik van kinderen.
Wat zijn de essentiële veiligheidsmaatregelen?
Draag altijd een helm, een veiligheidsbril, gehoorbescherming, handschoenen en veiligheidsschoenen. Houd de kettingzaag met beide handen vast (rechterhand op de achterste handgreep, linkerhand op de voorste handgreep). Werk nooit alleen en houd een EHBO-kit binnen handbereik.

Gebruikersvragen over CS 4030 AL-KO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 4030 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 4030 van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING CS 4030 AL-KO

1 Over deze gebruiksaanwijzing...... 48

1.1 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden.... 48

2 Productomschrijving 48

2.1 Beoogd gebruik 48

2.2 Overige risico's.... 48

2.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie- ningen 49

2.3.1 Inschakelbeveiliging 49

2.3.2 Kettingrem/kettingrembeugel..... 49

2.4 Symbolen op het apparaat 49

3 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap.... 50

3.1 Veiligheid op de werkplek 50

3.2 Elektrische veiligheid.... 50

3.3 Veiligheid van personen.... 51

3.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap.... 51

3.5 Gebruik en behandeling van het accugereedschap.... 52

3.6 Service 52

4 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen.. 52

5 Oorzaken en vermijding van een terug- slag 53

6 Belasting door trillingen 53

7 Geluidsbelasting 54

8 Veiligheidsinstructies voor de accu...... 54

9 Veiligheidsinstructies voor de lader ..... 55

10 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden 55

10.1 Gebruiker 56

10.2 Werktijden 56

10.3 Werken met de kettingzaag 56

11 Montage.... 57

11.1 Monteren van het zaagblad (05, 06) .. 57

11.2 Monteren van de zaagketting (05, 06) 57

11.3 Spannen van de zaagketting (05, 07). 57

12 Inbedrijfstelling 57

12.1 Accu opladen (02) 57

12.2 Accu plaatsen (03).... 58

12.3 Accu verwijderen (03).... 58

12.4 Kettingspanning controlleren.... 58

12.5 Functie van de kettingrem testen ..... 58

12.6 Functietest van kettingrem bij uitgeschakelde motor (08).... 58

12.7 Functietest van kettingrem bij ingeschakelde motor (08).... 58

12.8 Kettingzaagolie bijvullen (09)...... 59

13 Bediening 59

13.1 Laadtoestand van de batterij vaststellen (04) 59

13.2 Controleren van de kettingzaagolie .... 59

13.3 Testen van de kettingrem 60

13.4 De motor in- en uitschakelen.... 60

14 Werkhouding en werktechniek 60

14.1 Bomen kappen 60

14.2 Takken afzagen 61

14.3 Boom in stukken zagen 61

14.4 Zaaghout verzagen (12) 62

15 Onderhoud en verzorging.... 62

15.1 Zaagketting slijpen (13) 62

15.2 Reinigen binnenruimte kettingwiel..... 63

15.3 Snelspanner omzetten (16) 63

15.4 Zaagblad controleren, omkeren en invetten (14, 15)....63

16 Hulp bij storingen.... 64

17 Transport.... 65

18 Opslag....65

19 Verwijderen 65

1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
■ Lees voor de ingebruikname deze gebruiks-aanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over het apparaat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden

⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.

HOPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.

Deze gebruikshandleiding beschrijft een handgedragen elektrische kettingzaag, die wordt aangedreven door een accu.

2.1 Beoogd gebruik

De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag worden gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:

■ verzagen van snoeihout

■ snoeien van hagen ■ zagen van brandhout Dankzij de elektrische aandrijving kan de accukettingzaag niet alleen in de buitenlucht, maar ook in afgesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel.

De kettingzaag mag niet commercieel worden gebruikt.

⚠️ VOORZICHTIG! Letselgevaar door on-doelmatig gebruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.

  • Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
    ■ Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroeven, hang- en sluitwerk.

Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet worden uitgesloten.

■ Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
■ Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
■ Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).
■ Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
■ Loskomen van delen van het bewerkte hout.
■ Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.

2.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemanipuleerd, kan tijdens werkzaamheden met de kettingzaag zwaar letsel worden toegebracht.

Stel de beschermings- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking!
■ Werk uitsluitend met de kettingzaag, wanneer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen correct functioneren.

2.3.1 Inschakelbeveiliging

Wanneer de gebruiker herhaald snel achter elkaar gas geeft, schakelt de kettingzaag geduren-de enkele seconden uit, om de elektronica en de kettingzaag te beschermen. In dergelijke gevallen wacht u tot de kettingzaag weer kan worden ingeschakeld.

2.3.2 Kettingrem/kettingrembeugel

De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.

2.4 Symbolen op het apparaat

Symbool Betekenis
AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 1

Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 2

Terugslagrisico!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 3

Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 4

Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 5

Draag een veiligheidshelm, gehoorbescherming en oogbescherming!

Symbool Betekenis
AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 6

Draag beschermende handschoenen!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 7

Draag stevige schoenen!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 8

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

AL-KO CS 4030 - Symbolen op het apparaat - 9

Houd de kettingzaag tijdens het za- gen altijd met beide handen vast!

2.5 Leveringsomvang

De accu-kettingzaag is bedoeld voor gebruik met de accu B150 Li (B05-3640, art.nr. 113280) of B100 Li (B05-3650, art.nr. 113524).

LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met een ongeschikte accu, kunnen apparaat en accu beschadigd raken.

- Gebruik het apparaat alleen met de voorge-schreven accu.

Voor het opladen van de accu is de oplader C130 Li (art.nr. 113281) nodig.

OPMERKING De onderstaande aanwijzingen voor het gebruik bevatten belangrijke informatie:

■ Li-ionenaccu B150 Li / B200 Li (doc. nr. 441630_b)
■ Oplader C130 Li (doc. nr. 441633_d)

Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zijn geleverd.

i OPMERKING De accu en de oplader zijn niet in de leveringsomvang inbegrepen.

AL-KO CS 4030 - Leveringsomvang - 1

1 Accu-kettingzaag CS 4030
2 Beschermende afdekking voor snijblad
3 Zaagblad
4 Zaagketting
5 Gebruiksaanwijzing

2.6 Productoverzicht (01)

Nr. Component

1 Zaagketting
2 Zaagblad
3 Snelspaninrichting met centrale sluiting en draairing
4 Handbescherming
5 Beugelgreep
6 Accu
7 Gashendel
8 Blokkeerknop
9 Achterste handgreep
10 Afdekkap voor kettingwiel
11 Aanslagkam
12 Dop kettingoliereservoir
13 Kijkglas voor kettingoliereservoir

3 ALGEMENE

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

AL-KO CS 4030 - VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP - 1

instructies en aanwijzingen. Wanneer de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet worden opgevolgd, kunnen er een elektrische schok, brand en/of zware verwondingen optreden.

Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap dat via stroom werkt (met netwerkkabel) en op elektrisch gereedschap dat via een accu werkt (zonder netwerkkabel).

3.1 Veiligheid op de werkplek

Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroorzaken.
■ Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereedschap verliezen.

3.2 Elektrische veiligheid

De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stekkers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals bij buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.
Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, verhoogt dit de kans op een elektrische schok.

  • Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvoor deze niet is bedoeld. De kabel mag niet worden gebruikt om het elektrische gereedschap te dragen, op te han-gen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewe-gende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte kabels is er een hoger risico op een elektrische schok.
    ■ Wanneer u met een elektrisch gereedschap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengkabel te gebruiken die ook voor buiten geschikt is. Door het gebruik van een dergelijke verlengkabel neemt het risico op een elektrische schok af.
    ■ Wanneer het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektrische schok.

3.3 Veiligheid van personen

■ Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische gereedschap ernstige verwondingen veroorzaken.
Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting verlaagt het risico op verwondingen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, veiligheidsschoenen met goede grip, een veiligheidshelm of gehoorbescherming.
■ Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.

■ Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Gereedschap of sleutels die in de draaibare onderdelen terecht komen, kunnen verwondingen veroorzaken.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.
Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar en kleding weg van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen.
■ Wanneer er stofafzuig- en opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u te controleren of deze aangesloten zijn en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.

3.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap

Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste elektrische gereedschap. Met het passende gereedschap werkt u beter en veiliger in het beschreven toepassingsgebied.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
■ Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de accu voordat u instellingen aan het apparaat verandert, toebehoren vervangt of het apparaat opruimt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren mensen.
- Onderhoud elektrisch gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrische gereed-

schap wordt belemmerd. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische gereedschappen.

Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.
- Gebruik het elektrische gereedschap, de toebehoren, inzetgereedschap enz. conform deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

3.5 Gebruik en behandeling van het accugereedschap

Laad de accu's uitsluitend in opladers op die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt gebruikt.
- Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondingen en brandgevaar leiden.
Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan verbrandingen of vuur veroorzaken.
Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier-mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandingen veroorzaken.

3.6 Service

Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met originele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft.

4 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KETTINGZAGEN

Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegrepen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste greep en uw linkerhand aan de voorste greep vast. De kettingzaag in omgekeerde werkhouding vasthouden, verhoogt het risico op letsels en mag niet toegepast worden.
- Het elektrische gereedschap moet altijd uitsluitend aan de geïsoleerde grepen worden vastgehouden, omdat de zaagketting verborgen leidingen kan raken. Wanneer zaagkettingen een onder spanning staande draad raken, komen de metalen de- len van het elektrische gereedschap onder spanning te staan, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan oplopen.
Draag veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Geschikte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.
■ Werk nooit vanuit een boom met de kettingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
Let altijd op een stabiele positie en gebruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder, kunnen leiden tot evenwichtsverlies of tot controleverlies over de kettingzaag.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanneer de spanning in de houten vezels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.
Wees bijzonder voorzichtig bij het knippen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.

Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de kettingzaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van toebehoren. Een foutief gespannen of gesmeerde ketting kan scheuren of het terugslagrisico verhogen.
Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot controle-verlies.
■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.

5 OORZAKEN EN VERMIJDING VAN EEN TERUGSLAG

Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt.

Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachte, achterwaartse reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van de bedienaar wordt geslagen.

Wanneer de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan.

Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongevalen letselvrij te kunnen werken.

Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het elektrische gereedschap.

Die kan vermeden worden door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven:

Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li-chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslagkrachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bedienaar de optredende terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
- Gebruik altijd vervangbladen en zaagkettingen die de fabrikant voorschrijft. Foutieve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.
■ Respecteer de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag.

6 BELASTING DOOR TRILLINGEN

■ Gevaar door trillingen

De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgende factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

  • Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
    ■ Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van

het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerkplaats.

De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
- Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10 °C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.

7 GELUIDSBELASTING

Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.

8 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE ACCU

In dit hoofdstuk vindt u alle elementaire veiligheidsaanwijzingen voor het gebruik van de accu. Lees de instructies!

Accu uitsluitend reglementair gebruiken, dit is voor apparaten met accuvoeding van de firma AL-KO. Accu alleen laden met de daarvoor bestemde AL-KO oplader.
Nieuwe accu voor ingebruikname eerst uit de originele verpakking halen.
De accu voor ingebruikname volledig opladen en daarvoor altijd de voorgeschreven oplader gebruiken. De instructies in deze gebruiksaanwijzing voor het laden van de accu opvolgen.
- Gebruik de accu niet in omgevingen waar gevaar voor explosie en brand bestaat.
Stel de accu niet bloot aan water en vocht wanneer u de accu in het apparaat gebruikt.
De accu beschermen tegen hitte, olie en vuur, zodat ze niet beschadigd wordt en er geen elektrolyt kan vrijkomen. Er bestaat gevaar voor explosies!
■ De accu niet stoten of werpen.
De accu niet vuil of nat gebruiken. Voor gebruik de accu met een droge, schone doek reinigen en drogen.
De opgeladen en niet gebruikte accu uit de buurt van metalen voorwerpen houden, om de contacten niet te overbruggen (bijvoorbeeld paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven). Bewerk de accu nooit met scherpe voorwerpen (bijv. schroevendraaiers). Een hierdoor opgeroepen inwendige kortsluiting kan leiden tot oververhitting, brand of het exploderen van de accu.
Accu niet openen, uit elkaar halen of slopen. Er bestaat gevaar voor elektrocutie en kort-sluiting.
- Bij niet reglementair gebruik en beschadigde accu kunnen dampen en elektrolyt vrijkomen.

De ruimte voldoende ventileren en in geval van klachten een arts raadplegen.

Bij contact met elektrolyt grondig afspoelen en de ogen direct grondig uitspoelen. Daarna een arts raadplegen.

- Deze accu mag niet worden gebruikt door onbevoegden, behalve wanneer ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of wanneer ze instructies hebben gekregen hoe ze de accu moeten gebruiken. Onbevoegde personen zijn bijv.:

  • Personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen.
  • Personen die geen ervaring met en/of geen kennis over de accu hebben.

  • Kinderen mogen niet alleen in de buurt van de accu komen om te garanderen dat ze niet met de accu spelen.
    De accu mag niet langdurig aan de oplader gekoppeld blijven. Bij langdurige opslag accu van de oplader loskoppelen.
    Accu uit het apparaat verwijderen wanneer het niet wordt gebruikt.
    De ongebruikte accu droog en op een afgesloten plaats opslaan. Bescherm de accu tegen hitte en rechtstreekse zonnestraling. Onbevoegde personen en kinderen mogen geen toegang tot de accu krijgen.

9 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE LADER

In deze paragraaf worden alle basis veiligheids- en waarschuwingsinstructies opgesomd, die bij het gebruik van de oplader moeten worden ge- respecteerd. Lees de instructies!

  • Gebruik de oplader alleen voor het beoogde gebruik, d.w.z. voor het opladen van de gespecificeerde accu. Uitsluitend originele accu's van AL-KO met de oplader laden.
    ■ Voor elk gebruik de volledige oplader en vooral de netkabel en de accuschacht op beschadigingen controleren. Gebruik de opla- der alleen wanneer het in perfecte staat is.
  • Gebruik de lader niet in explosie- en brandgevaarlijke omgevingen.
  • Gebruik de oplader alleen binnenshuis en stel hem niet bloot aan regen of vocht.
    ■ De oplader altijd op een goed verlucht en niet brandbaar oppervlak plaatsen, omdat hij bij het opladen warm wordt. De ventilatie-ope-

ningen vrijhouden en de oplader niet afdekken.

■ Voor het aansluiten van de oplader controle- ren of de in de technische gegevens vermel- de netspanning beschikbaar is.
- Het netsnoer uitsluitend gebruiken voor het aansluiten van de oplader, niet voor andere doeleinden. De oplader niet aan het netsnoer optillen, en de stekker niet door trekken aan het snoer uit het stopcontact trekken.
■ Het netsnoer beschermen tegen hitte, olie en scherpe kanten, zodat het niet beschadigd raakt.
■ De oplader en accu niet vuil of nat gebruiken. Voor gebruik de oplader en de accu reinigen en drogen.
■ Oplader en accu niet openen. Er bestaat gevaar voor elektrocutie en kortsluiting.
Laat de oplader voor uw persoonlijke veiligheid alleen repareren door gekwalificeerd gespecialiseerd personeel dat gebruik maakt van originele reserveonderdelen.
- Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, mits zij onder toezicht staan of voorgelicht zijn over het veilige gebruik van het apparaat, en de gevaren begrijpen die ervan uit kunnen gaan. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden.
■ Personen met zeer sterke en complexe beperkingen kunnen behoeften hebben die boven de hier beschreven aanwijzingen uit gaan.
Ongebruikte oplader opslaan op een droge en afgesloten plaats. Onbevoegde personen en kinderen mogen geen toegang hebben tot de oplader.

10 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN VOOR DE WERKZAAMHEDEN

■ Neem de voor uw land specifieke veiligheidsvoorschriften in acht, bijv. van beroepsorganisaties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-instanties.
■ Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslingerende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikelgevaar.

De gebruiker is verantwoordelijk voor eventueel letsel bij derden en voor materiële schade.
■ Wanneer u voor het eerst met een kettingzaag werkt:

Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de kettingzaag uitleggen, of volg een cursus.

- Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.

10.1 Gebruiker

■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken.
ledereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met een kettingzaag te werken.

10.2 Werktijden

Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gelden.

10.3 Werken met de kettingzaag

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar

letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.

  • Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
    ■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

⚠ WAARSCHUWING! Letselgevaar door onbedoeld startende kettingzaag. Een onbedoeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:

■ Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden
■ Werkzaamheden aan het snijgereedschap
■ Het achterlaten van de kettingzaag
Transport
Opslag
■ Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Gevaar

Nooit alleen werken.
■ Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.
Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbonden aan een elektrische leiding.
■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:

■ een veiligheidshelm
- gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
■ veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
■ veiligheidsbroek met ingelegde snijbeveiliging
■ stevige werkhandschoenen
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen

  • De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.
    ■ Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.
    ■ Breng op een buiten gebruik zijnde kettingzaag altijd de kettingbeschermer aan en verwijder de accu.
    ■ De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.
    ■ De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.
    Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vakman worden omgezaagd.
    Plaats de zaagketting alleen voor een zaagsnede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.

■ Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
■ Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking.

11 MONTAGE

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar

letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.

  • Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
    ■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.

■ Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.
Draag veiligheidshandschoenen bij de montage van de zaagketting en het zaagblad.

11.1 Monteren van het zaagblad (05, 06)

  1. Trek de handbescherming (05/1) naar de beugelgreep (05/a) om zo de kettingrem los te zetten.
  2. Draai de centrale sluiting (05/2) linksom en neem deze, samen met afdekkap (05/3) van de zaag.
  3. Plaats het zaagblad (06/1) over de geleiderbout (06/2) en schuif deze zo ver naar achteren, dat de zaagketting kan worden gemonteerd.

11.2 Monteren van de zaagketting (05, 06)

  1. Leg de zaagketting om het kettingwiel (06/3) en in de groef van het zaagblad (06/1) aanbrengen.
  2. Leid de zaagketting om het omkeerwiel op het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.
  3. Monteer de afdekkap (05/3) en draai de centrale sluiting (05/2) licht vast.

11.3 Spannen van de zaagketting (05, 07)

i OPMERKING De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:

■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken
op het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden gehaald

  1. De ligging van de zaagketting controleren, deze moet correct aanliggen in de zaagblad-groef en over het kettingwiel.
  2. Draai de draairing (05/4) zo naar de afdekkap (05/3), dat beide driehoeken tegenover elkaar staan (05/B).
  3. Plaats de afdekkap (07/1) en draai de centrale sluiting (07/2) rechtsom. Draai de centrale sluiting daarbij niet helemaal vast, of draai deze een omwenteling terug.
  4. Draai de draairing (07/3) rechtsom, totdat de zaagketting correct is gespannen zoals hierboven beschreven.
  5. Draai de centrale sluiting (07/2) rechtsom, tot deze is vastgezet.

12 INBEDRIJFSTELLING

⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

■ Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde onderdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.

■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

12.1 Accu opladen (02)

De meegeleverde accu is gedeeltelijk opgeladen. De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke wille- keurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken.

HOPMERKING Neem de gedetailleerde gegevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.

12.2 Accu plaatsen (03)

  1. Schuif de accu (03/1) van bovenaf in de accu-uitsparing (03/2) (03/A) tot hij vastklikt.

12.3 Accu verwijderen (03)

  1. De ontgrendelingsknop (03/3) op de accu (03/1) indrukken en ingedrukt houden.

  2. Accu (03/1) verwijderen (03/B).

12.4 Kettingspanning controlleren

De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt.

Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door.

i OPMERKING De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:

■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.

in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.

⚠️ VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door los- springen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het ge- bruik losspringen en letsel veroorzaken.

■ Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de kettingschakels aan de onderkant van het zaagblad uit de groef komen.
■ Span de zaagketting volgens voorschrift, zo- dra de kettingspanning te laag is.

12.5 Functie van de kettingrem testen

De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de handbescherming wordt geactiveerd.

Bij activering van de kettingrem wordt de zaagketting onmiddellijk gestopt en de motor uitgeschakeld.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar vanwege achte-loos gebruik! Door onvoorzichtige en onvoorzie-ne bewegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroorzaakt.

Ga bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.
- Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken.

⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot do- delijk letsel toebrengen.

■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.

12.6 Functietest van kettingrem bij uitgeschakelde motor (08)

  1. De accu uit het apparaat trekken, zie hoofdstuk zie Hoofdstuk 12.3 "Accu verwijderen (03)", pagina 58.
  2. Om de kettingrem los te zetten moet de handbescherming (08/1) in de richting van de beugelgreep (08/2) (08/A) worden getrokken. De zaagketting kan nu met de hand rond worden getrokken.
  3. Om de kettingrem in te schakelen mote de handbescherming (08/1) naar voren (08/B) gedrukt worden. Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting rond te trekken.

12.7 Functietest van kettingrem bij ingeschakelde motor (08)

i OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.

  1. De kettingzaag veilig en stevig beethouden bij de beugelgreep en de handgreep.
  2. Geef de kettingrem vrij.
  3. Schakel de motor in.
  4. Druk de handbescherming (08/1) naar voren (08/B). De zaagketting en de motor moeten direct tot stilstand komen.

12.8 Kettingzaagolie bijvullen (09)

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

■ Vul voor ingebruikname het reservoir met kettingzaagolie.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!
Vul minimaal bij elke accuwissel het oliereservoir bij met kettingzaagolie.

De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een automatisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn.

Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biologisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen.

Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het verwisselen van de accu en vul, indien nodig, kettingzaagolie bij:

  1. Controleer het oliepeil in het kijkglas van het reservoir (09/1). Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschreden.

  2. Vul, indien nodig, kettingzaagolie bij via de vulhals (09/2).

13 BEDIENING

⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

■ Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!
■ Neem de nationale voorschriften voor de gebruiksduur in acht.
■ Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de linkerhand.
■ De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.
■ Gebruik de kettingzaag niet bij:
Vermoeidheid
Onwel zijn
- Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs

13.1 Laadtoestand van de batterij vaststellen (04)

Aan de voorzijde van de accu bevindt zich een bedieningspaneel met een druktoets (04/1) en laadtoestand-leds (04/2 tot 04/5).

  1. Druk de druktoets in (04/1). De laadtoestand-leds branden op basis van de laadtoestand.

  2. Lees de laadstatus af.

Brandende LED'sLaadtoestand
Groen (04/2) Accu is volledig opgeladen.
Groen (04/3) en (04/4)Accu is voor meer dan 50 % geladen.
Groen (04/4) Accu is voor minder dan 50 % geladen.
Rood (04/5) Accu is volledig ontladen of accu is oververhit/onderkoeld.

13.2 Controleren van de kettingzaagolie

Handelwijze zie Hoofdstuk 12.8 "Kettingzaagolie bijvullen (09)", pagina 59.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

■ Controleer voor aanvang van de werkzaamheden altijd of het reservoir voldoende is gevuld met kettingzaagolie.
■ Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!

13.3 Testen van de kettingrem

Handelwijze zie Hoofdstuk 12.5 "Functie van de kettingrem testen", pagina 58.

⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot do- delijk letsel toebrengen.

■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.

13.4 De motor in- en uitschakelen

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorschade! Door het gebruik van het apparaat ontstaat sterke geluidsvorming die gehoorschade kan veroorzaken. ■ Draag bij het werken met de kettingzaag altijd gehoorbescherming.

i OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.

Motor inschakelen:

  1. Geef de kettingrem vrij.
  2. De blokkeerknop (01/8) met de duim indrukken en ingedrukt houden.
  3. Druk de gashendel (01/7) in en houd deze ingedrukt.

  4. Laat de blokkeerknop (01/8) los. De blokkeerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de kettingzaag loopt. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de kettingzaag te verhinderen.

Motor uitschakelen:

  1. Laat de gashendel (01/7) los.

14 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

OPMERKING Regelmatig worden door be-roepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door onvoldoende vakkennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!

■ Uitsluitend goed geschoolde en ervaren mensen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bomen.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door versplintering van hout! Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken!

■ Losse spaanders en houtsplinters verwijderen van het te verzagen gedeelte.

14.1 Bomen kappen

Voordat met de kapwerkzaamheden wordt begonnen moeten de volgende maatregelen worden genomen.

■ Controleren dat zich geen andere personen, dieren of voorwerpen in de gevarenzone bevinden.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.
- Let ook op leidingen voor nutsvoorzieningen en eigendommen van derden. Eventueel het nutsbedrijf of de eigenaar op de hoogte stellen.

■ De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:

de natuurlijke helling van de boom
■ de hoogte van de boom
■ eenzijdige groei van takken
■ horizontale of hellende ondergrond
■ asymmetrische groei, houtschade
■ windrichting en windsnelheid
sneeuwbelasting

  • Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.
    ■ Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (17).
    De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klemmen, draad etc.).

Om een boom te kappen moeten er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.

  1. Bij zagen van de valkerf en bij in stukken zagen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.
  2. De valkerf (18/C) wordt eerst horizontaal en vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De valkerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (18/E) worden aan- gebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.

  3. De velsnede (18/D) tegenover de valkerf exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizontale vlak van de valkerf worden ingezaagd.

  4. De velsnede (18/D) zo diep inzagen dat er een breuklijst (18/F) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (18/C) en de velsnede (18/D) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (18/D) de breuklijst (18/F) nadert moet de boom beginnen te vallen.

Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:

Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de kettingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.
■ Weglopen via de vluchtroute.
- Opletten voor neervallende takken en twijgen.

  1. Als de boom blijft staan deze door het inslaan van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen.

  2. Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep.

HOPMERKING Uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium gebruiken.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wijken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!

■ Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!

Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt, moet een breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hiervan moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.
Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.

14.2 Takken afzagen

Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:

■ De kettingzaag tijdens de werkzaamheden tegen de boomstam afsteunen.
■ Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten (19).
■ Kleinere takken in één keer doorzagen.
- Opletten op onder spanning staande takken; deze van onderaf naar boven toe doorzagen om te voorkomen dat de kettingzaag vast-klemt (19).
Vrijhangende takken niet van onderaf afzagen.
■ Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide personen (18).

14.3 Boom in stukken zagen

Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:

  • Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, omdat de boomstam kan wegrollen (19).
    De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.

De aanslagkam pal naast de snijkant plaatsen en de kettingzaag rondom dit punt draaien. Aan het einde van de zaagsnede niet langer druk uitoefenen.
■ Erop letten dat de zaagketting niet tegen de bodem komt.
■ Wacht na het beeindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de kettingzaag verwijdert.
■ De motor van de kettingzaag altijd uitschakelen alvorens door te gaan naar de volgende boom.

De boomstam wordt over de hele lengte gelijkmatig ondersteund:

■ De boomstam van bovenaf doorzagen en niet in de grond zagen (20).

Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:

- Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen, vervolgens de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede doorzagen (10).

De boomstam wordt op beide uiteinden ondersteund:

Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen, vervolgens de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede doorzagen (11).

⚠ GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk worden verwond.

■ Houd u steeds aan de voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van een terugslag!

14.4 Zaaghout verzagen (12)

Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:

■ Een veilige ondersteuning gebruiken (zaagbok, wigvorm, balken).
- Letten op een veilige werkpositie en een gelijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
■ Rondhout blokkeren tegen verdraaien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ketting tegen het hout om een snede te beginnen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
■ Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.

15 ONDERHOUD EN VERZORGING

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.

Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini-gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen.

De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige, getrainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.

Na elk gebruik van de kettingzaag deze controleren op slijtage en beschadigde onderdelen eventueel vervangen.
■ Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmiddelen gebruiken.
■ Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.
■ Spuit de kettingzaag niet af met water en gebruik geen hogedrukreiniger.
■ Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschreven reserveonderdelen gebruiken.

15.1 Zaagketting slijpen (13)

⚠ GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Een ondeskundig geslepen zaagketting verhoogt de kans op een terugslag en daar-mee het gevaar voor dodelijk letsel.

■ Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen.

⚠️ VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door zaagketting! De scherpe randen van de zaagketting kunnen ernstige snijwonden veroorzaken.

Draag bij het slijpen van de zaaglketting veiligheidshandschoenen.

LET OP! Machineschade door ondeskundig slijpen! Ongelijke zaagtanden veroorzaken een onrustige kettingloop en kunnen zelfs zorgen voor kettingbreuk! Na het slijpen moeten alle zaagtanden even lang en breed zijn.

■ Slijp de zaagketting regelmatig!

i OPMERKING Onervaren gebruikers van de kettingzaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice.

Niet gaan werken met een botte of beschadigde zaagketting. Uw lichaam wordt dan zwaarder belast, het zaagresultaat verslechtert en de ketting zal sneller slijten.

Voor een optimaal zaagresultaat moet de zaagketting met regelmatige tussenpozen worden geslepen.

Bij een correct geslepen zaagketting is er minder risico op terugslag en wordt de slijtage beperkt.

Het slijpen is vereist wanneer:

■ Het zaagsel op stof lijkt.
■ Meer kracht nodig is om te zagen.
■ De snede niet recht is.
■ De vibraties toenemen.
■ Het brandstofverbruik toeneemt.

Voor het slijpen van de ketting:

  1. De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
  2. De kettingspanning controleren en eventueel nastellen.
  3. Bij het slijpen uitsluitend geschikt gereedschap gebruiken: Rondvijl ketting ∅ = 4,0 mm, vijlgeleider, kettingmeetkaliber. Dit gereedschap is verkrijgbaar in de vakhandel.
  4. Elke afzonderlijke kettingschakel bestaat uit een zaagelement (13/3), zaagtand (13/1) en een begrenzer (13/2).
  5. De vijl onder lichte druk en in verticale richting (13) vanaf de binnenkant naar de buitenkant over de zaagtand halen. Een vijlgeleider kan helpen om de vijl in de juiste stand te blijven houden. Twee of drie halen met de vijl zijn voldoende.
  6. Bij het slijpen de hoek (13) van de zaagtand en de hoogte van de begrenzer (13/2) voor de snijkant aanhouden. Na het slijpen controleren of alle zaagtanden van de ketting even lang en breed zijn.
  7. Bij gebruik van het voorgeschreven gereedschap volgens de juiste positie zullen de voorgeschreven hoekwaarden automatisch worden aangehouden. Deze waarden kunnen worden gecontroleerd met een kettingmesmal.

  8. Tot slot het voorste gedeelte van de begrenzer (13/2) iets rond maken.

De zaagketting dikwijls slijpen en daarbij weinig materiaal wegnemen. Na drie tot vier keer eigenhandig slijpen van de zaagketting deze in de werkplaats van een vakman laten naslijpen.

Daarbij wordt dan ook de dieptebegrenzer nageslepen.

De zaagketting vervangen zodra de snijtand de minimumlengte van 4 mm (13) heeft bereikt.

15.2 Reinigen binnenruimte kettingwiel

De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.

  1. Verwijder de accu en leg de kettingzaag neer op een stevige ondergrond.
  2. De kettingwielkap losschroeven.
  3. De binnenruimte met een geschikt borsteltje schoonmaken.
  4. De zaagketting loshalen en het zaagblad afnemen.
  5. De zaagbladmoer en de olietoevoeropening reinigen.

15.3 Snelspanner omzetten (16)

  1. Zaagblad verwijderen (16/1).
  2. Draai de kruisschroef (16/3) los en neem de adapterplaat met de spanhaak (16/2) los van het zaagblad.
  3. Draai het zaagblad om de lengteas.
  4. Breng de adapterplaat met de spanhaak weer aan op het zaagblad en draai deze met de kruiskopschroef weer vast.
  5. Zaagblad weer monteren, zie Hoofdstuk 11.1 "Monteren van het zaagblad (05, 06)", pagina 57.

15.4 Zaagblad controleren, omkeren en invetten (14, 15)

Zaagblad controleren

Het zaagblad regelmatig controleren op beschadiging. Eventuele bramen (14) verwijderen.

Zaagblad omkeren

Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zaagblad na elke kettingvervanging of kettingslijpbeurt worden omgekeerd.

  1. Snelspaninrichting aan het zaagblad omzetten, zie Hoofdstuk 15.3 "Snelspanner omzetten (16)", pagina 63.
  2. Zaagblad omkeren.

Zaagblad invetten

  1. De zaagbladgroef (14/1) en olietoevoeropening (14/2) zorgvuldig reinigen.
  2. De boringen voor oliesmering (15/1) aan beide zijden zorgvuldig reinigen.
  3. Met een geschikte vetspuit achtereenvolgens aan beide kanten zoveel vet indrukken dat het vet op het uiteinde van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Het omkeerwiel daarbij steeds blijven draaien.

16 HULP BIJ STORINGEN

⚠️ VOORZICHTIG! Risico op letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen!
■ Schakel het apparaat uit en trek de stekker los!

H OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

Storing Oorzaak Oplossing
Motor draait niet. Geen accuspanning aanwezig.De stroomvoorziening laten contro-leren door een deskundig elektrotechnicus.
Overlastbeveiliging heeft uit-geschakeld.
Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij.
Het zaagblad en de zaagket-ting draaien warm. Rookont-wikkeling.De zaagketting is te strak ge-spannen.Kettingspanning verlagen.
De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij.
De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad zijn/is vervuild.Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad.
De motor draait, maar de zaagketting beweegt niet.De zaagketting is te strak ge-spannen.Kettingspanning verlagen.
Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre.
In plaats van spanen wordt al-leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd.De zaagketting is stomp. Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt.
Apparaat trilt meer dan nor-maal.Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre.

17 TRANSPORT

⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.
■ Voer voor het begin van het vervoer de onderstaande maatregelen uit.

Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:

  1. De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
  2. Kettingbeschermer plaatsen.
  3. Draag de kettingzaag altijd alleen aan de beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.
  4. In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie.

18 OPSLAG

Reinig de kettingzaag na elk gebruik steeds grondig. De machine bewaren op een droge, afsluitbare plek en buiten het bereik van kinderen.

Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoeren:

■ De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
■ Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.
De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
■ Kettingzaag grondig reinigen en bewaren in een droge ruimte.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.

■ Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag.

19 VERWIJDEREN

Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

AL-KO CS 4030 - VERWIJDEREN - 1

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!

  • Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
  • Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht.
    De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!

Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.

Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:

■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.

Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

AL-KO CS 4030 - Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG) - 1

Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.

Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.

Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.

Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu's niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.

Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

■ Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005 % kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium

Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood Accu's en batterijen kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van batterijen en accu's
■ Een verzamelpunt van het gemeenschappelijke recycling systeem voor gebruikte apparaten en batterijen
■ Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recycling systeem)

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.

Type CS 4030
Art.nr. 113616
Stationaire snelheid 17 m/s
Bedrijfssnelheid 16 m/s ± 0,7 m/s
Lengte van zaagblad ca. 350 mm
Nuttige zaaglengte 265 mm
Zaagketting 91P045X
Dikte aandrijfschakels 1,27 mm
Steek kettingwiel 3/8"
Kettingrem Ja (elektrisch, printplaat enremstang)
Nadraaitijd ketting (DIN EN 60745-2-13 – 19.107.1) max. 0,15 s
Nalooptijd ketting (DIN EN 60745-2-13 – 19.113) max. 2 s
Inschakeling ketting Tweevoudig
Inhoud kettingoliereservoir 180 ml
Gewicht met zaagblad en zaagketting4,45 kg
Gewicht zonder zaagblad en zaagketting3,9 kg
Beveiliging tegen overbelastingNee
Geluidsvermogenniveau LwA (DIN EN ISO 3744)101 dB(A)
Geluidsvolume LpA (DIN EN ISO 3744) 91,5 dB(A), K = ± 3 dB(A)
Trillingswaarde (DIN EN 28662-1) 3,159 m/s ^2 - 3,193 m/s^2 K = ± 1,5 m/s^2
Accu B150 Li / B200 Li
Nominale spanning 36 V (40 V max.)
Nominale capaciteit 4 Ah / 5 Ah
Duur opladen ca. 90 min. / ca. 120 min.
Acculader C130 Li
Netspanning 100 V - 240 V (AC)
Netfrequentie 50/60 Hz
Uitgangsspanning 42 V (DC)
Gebruikstemperatuurbereik +5 °C - +40 °C

21 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE

Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het

dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres:

Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid

De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matières

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : CS 4030

Categorie : Zag