DEWALT DW711 - Zaag

DW711 - Zaag DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DW711 DEWALT in PDF-formaat.

📄 116 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DEWALT DW711 - page 58
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DEWALT

Model : DW711

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DW711 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DW711 van het merk DEWALT.

GEBRUIKSAANWIJZING DW711 DEWALT

TAFELBLAD VERSTEKZAAG DW711 Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot één van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professionele gereedschapsautomaten. Technische gegevens DW711 DW711-LX Voltage V 230 115 Type 6 6 Vermogen W 1 300 1 100 Uitgangsvermogen W 900 800 Max. zaagbladsnelheid min-

Zaagbladdiameter mm 260 260 Zaagbladboorgat mm 30 30 Zaagbladdikte mm 2,0 2,0 Splijtmes dikte mm 2,3 2,3 Splijtmes hardheid mm 43 ±5 43 ±5 Gewicht kg 20 20 SNIJCAPACITEITEN Verstekzaag modus Verstekzaag (max. posities) links 50˚ 50˚ rechts 50˚ 50˚ Schuine hoek (max. posities) links 48˚ 48˚ rechts 0˚ 0˚ Bij 90º op max. hoogte 50 mm, max. breedte van snede mm 134 134 Bij 45º op max. hoogte 50 mm, max. breedte van snede mm 94 94 Bij 45º schuine hoek op max. hoogte 45 mm, max. breedte van snede mm 134 134 Bij 90º op max. diepte van snede 96 mm, max. breedte 20 mm, max. afsnijding 15 mm Zaagbank modus max. diepte van snede mm 0-50 0-50

(akoestisch vermogen) dB(A)

(onzekerheid akoestisch vermogen) dB(A) 3,7 3,7 Vibratie totaalwaarden (triax vectorsom) vastgesteld in overeenstemming met EN 61029: Vibratie-emissiewaarde a

m/s² 1,9 1,9 Onzekerheid K = m/s² 1,5 1,5 Het vibratie-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN 61029 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van blootstelling. WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale arbeidsduur. Een inschatting van het blootstellingniveau aan vibratie dient ook te worden overwogen wanneer het gereedschap wordt uitgeschakeld of als het aan staat maar geen daadwerkelijke werkzaamheden uitvoert. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur. Stel aanvullende veiligheidsmaatregelen op om de operator te beschermen tegen de effecten van vibratie, zoals: onderhoud het gereedschap en de accessoires, houd de handen warm, organisatie van werkpatronen. Zekeringen: Europa 230 V gereedschappen, 10 Ampère, hoofdstroom OPMERKING: Dit toestel is bedoeld voor aansluiting op een stroomvoorzieningssysteem met een maximale toegestame systeemimpedantie Zmax van 0,30 Ω op het interfacepunt (elektriciteitskast) van de voorziening van de gebruiker. De gebruiker moet ervoor zorgen dat dit toestel alleen wordt aangesloten op een elektriciteitssysteem dat aan bovenvermeld vereiste voldoet. Indien nodig kan de gebruiker het elektriciteitsbedrijf vragen naar de systeemimpedantie op het interfacepunt. Defi nities: Veiligheidsrichtlijnen De onderstaande definities beschrijven het veiligheidsniveau voor ieder signaleringswoord. Lees de gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en let op deze symbolen. GEVAAR: Geeft een dreigend gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, leidt tot de dood of ernstig letsel. WAARSCHUWING: Geeft een mogelijk gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, kan leiden tot de dood of ernstig letsel. VOORZICHTIG: Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien dit niet wordt voorkomen, zou kunnen leiden tot gering of matig letsel. OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken. Wijst op het gevaar voor elektrische schok. Wijst op brandgevaar. EG verklaring van overeenstemming

RICHTLIJN VOOR MACHINES

DW711 DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder “technische gegevens” in overeenstemming zijn met: 2006/42/EG; EN 61029-1; EN 61029-2-11 Deze producten voldoen ook aan Richtlijn 2004/108/EG. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT. Horst Grossmann Vice President Engineering and Product Development

Veiligheidsinstructies WAARSCHUWING! Wanneer u gebruik maakt van elektrisch gereedschap, is het belangrijk dat u zich altijd houdt aan elementaire veiligheidsmaatregelen om de kans op brand, elektrische schok en lichamelijk letsel te verkleinen, met inbegrip van de onderstaande maatregelen. Lees al deze instructies voordat u dit product tracht te bedienen en bewaar deze instructies.

BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK

Algemene veiligheidsregels

1. Zorg voor een opgeruimde werkomgeving.

Rommelige plaatsen en werkbanken werken letsel in de hand.

2. Houd rekening met de omgeving van de werkplek.

Stel het gereedschap niet bloot aan regen. Gebruik het gereedschap niet in een vochtige of natte omgeving. Houd de werkplek goed verlicht (250–300 Lux). Gebruik het gereedschap niet op plaatsen waar brand- of explosiegevaar bestaat, bijv. in de buurt van brandbare vloeistoffen en gassen.

3. Bescherm uzelf tegen elektrische schokken.

Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken (bijvoorbeeld pijpen, radiatoren, kooktoestellen en koelkasten). Bij gebruik van het gereedschap onder extreme omstandigheden (bijvoorbeeld hoge luchtvochtigheid, als er metaalslijpsel wordt geproduceerd enz.) kan de elektrische veiligheid worden verbeterd door een scheidingstransformator of een (FI) aardlekschakelaar te plaatsen.

4. Houd andere mensen uit de buurt.

Laat niet toe dat personen, vooral kinderen, die niet bij het werk zijn betrokken het gereedschap of het verlengsnoer aanraken en houd ze uit de buurt van de werkplek.

5. Berg ongebruikt gereedschap op.

Wanneer het gereedschap niet gebruikt wordt, moet het op een droge plek bewaard worden en veilig opgeborgen zijn, buiten het bereik van kinderen.

6. Forceer het gereedschap niet.

Het zal de taak beter en veiliger uitvoeren wanneer het op de bedoelde wijze wordt gebruikt.

7. Maak gebruik van het juiste gereedschap.

Gebruik geen licht gereedschap om het werk van zware machines uit te voeren. Gebruik het gereedschap niet voor doeleinden waarvoor het niet bestemd is; gebruik bijvoorbeeld cirkelzagen niet om boomtakken of houtblokken te zagen.

8. Draag geschikte kleding.

Draag geen loszittende kleding of juwelen, want deze kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. Schoenen met profielzolen zijn aanbevolen wanneer u buitenshuis werkt. Houd lang haar bijeen.

9. Gebruik beschermend materiaal.

Draag altijd een veiligheidsbril. Draag een gezichts- of stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof of rondvliegende deeltjes vrijkomen. Draag ook een hittebestendige schort indien deze deeltjes heet kunnen zijn. Draag altijd gehoorbescherming. Draag altijd een veiligheidshelm.

10. Sluit voorziening voor stofafvoer aan.

Als er hulpmiddelen zijn geleverd voor de aansluiting van voorzieningen voor afvoer en opvang van stof, zorg dan dat deze zijn aangesloten en naar behoren worden gebruikt.

11. Gebruik het snoer niet verkeerd.

Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen. Draag het gereedschap nooit aan het snoer.

12. Zeker het werkstuk.

Gebruik waar mogelijk klemmen of een bankschroef om het te bewerken deel vast te zetten. Dit is veiliger dan wanneer u uw handen gebruikt en bovendien kunt u de machine dan met beide handen bedienen.

13. Zorg voor een veilige houding.

Zorg altijd voor een juist, stabiele houding.

14. Onderhoud gereedschap met zorg.

Houd zaagwerktuigen scherp en schoon voor betere en veiligere prestaties. Volg aanwijzingen voor het smeren en verwisselen van hulpstukken. Inspecteer het gereedschap regelmatig en laat het repareren door een bevoegde reparatieservice als het is beschadigd. Houd handgrepen en schakelaars droog, schoon en vrij van olie en vet.

15. Trek de stekker van het gereedschap altijd uit het stopcontact.

Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine niet gebruikt en wanneer u onderhoud aan de machine uitvoert of accessoires als bladen, boren en snijstukken verwisselt.

16. Verwijder stel- en moersleutels.

Maak er een gewoonte van om te controleren dat de stel- en moersleutels zijn verwijderd voordat u het gereedschap gebruikt.

17. Vermijd onbedoeld inschakelen.

Draag het gereedschap niet met een vinger op de schakelaar. Zorg ervoor dat het gereedschap uit staat voordat u de stekker in het stopcontact steekt.

18. Maak gebruik van verlengsnoeren die geschikt zijn voor

buitengebruik. Controleer voor gebruik de verlengkabel en vervang deze als die beschadigd is. Gebruik, wanneer het gereedschap buiten wordt gebruikt, alleen verlengsnoeren die geschikt zijn voor buitengebruik en als zodanig zijn gemarkeerd.

Kijk wat u doet. Gebruik uw gezond verstand. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of wanneer u drugs of alcohol hebt gebruikt.

20. Controleer op beschadigde onderdelen.

Controleer voor gebruik het gereedschap en het stroomsnoer zorgvuldig om vast te stellen dat het op juiste wijze werkt en de bedoelde taken uitvoert. Controleer of bewegende delen zich in de juiste positie bevinden en goed zijn bevestigd, of er defecte onderdelen zijn, of ze juist zijn gemonteerd en of er sprake is van andere zaken die bediening kunnen beïnvloeden. Een beschermstuk of ander onderdeel dat is beschadigd dient op de juiste wijze te worden vervangen of gerepareerd door een bevoegde reparatieservice, tenzij in de handleiding anders wordt aangegeven. Laat een bevoegde reparatieservice defecte schakelaars vervangen. Gebruik het gereedschap niet als de aan-/uitschakelaar niet naar behoren werkt. Probeer nooit zelf reparaties uit te voeren. WAARSCHUWING! Het gebruik van een accessoire of hulpstuk of het uitvoeren van werkzaamheden met dit gereedschap buiten wat is aanbevolen in deze instructiehandleiding, kan risico op persoonlijk letsel met zich meebrengen.

21. Laat uw gereedschap repareren door een bevoegd persoon.

Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de relevante veiligheidsvoorschriften. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen die gebruikmaken van originele reserveonderdelen; dit kan anders resulteren in aanzienlijk gevaar voor de gebruiker. Aanvullende Veiligheidsregels voor Tafelverstekzagen

  • Zorg ervoor dat, voordat u met het werk begint, de machine op een vlak oppervlak met voldoende stabiliteit is geplaatst.
  • Zaag nooit een lichtmetaallegering. De machine is niet ontworpen voor deze toepassing.
  • Gebruik geen slijpschijven of diamantschijven.
  • Schakel bij een ongeval of bij storing van de machine de machine onmiddellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact. Rapporteer de storing en breng een geschikte markering op de machine aan zodat wordt voorkomen dat anderen de niet goed functionerende machine gebruiken.
  • Wanneer het zaagblad is geblokkeerd als gevolg van abnormale aanvoerdruk tijdens het zagen, zet de machine dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder het werkstuk en zorg voor vrijloop van het zaagblad. Zet de machine weer aan start de zaagwerkzaamheden met verminderde aanvoerdruk.
  • Verwijder geen uitgezaagde of andere delen van het werkstuk uit het zaaggebied terwijl de machine loopt en de zaagkop niet in rustpositie staat.
  • Het is belangrijk dat u met uw lichaam altijd links of rechts van de zaaglijn staat.
  • Zorg altijd voor voldoende algemene en plaatselijke verlichting.NEDERLANDS
  • Schakel de machine uit wanneer u deze zonder toezicht achterlaat.
  • Zorg ervoor dat de gebruiker voldoende getraind is in het gebruik, de aanpassing en de bediening van de machine.
  • Sluit de zaag aan op een stofopvangapparaat wanneer u hout zaagt. Houd altijd rekening met factoren die van invloed zijn op de blootstelling aan stof, zoals: – Type materiaal dat moet worden bewerkt (Spaanplaat produceert meer stof dan hout) – Juiste afstelling van het zaagblad – Controleer dat de lokale afzuiging en ook kappen, schermen en kokers goed zijn afgesteld. – Stofafzuiging met luchtsnelheid van niet minder dan 20 m/s.
  • Deze machine heeft een Klasse I-constructie; daarom is een geaarde aansluiting vereist.
  • Oefen geen grote kracht op het gereedschap uit. Het gereedschap geeft een beter resultaat en werkt veiliger bij de snelheid waarvoor het is bedoeld.
  • Gebruik het juiste gereedschap. Het bedoeld gebruik wordt beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Probeer niet met klein gereedschap of kleine hulpstukken het werk van zwaar gereedschap te doen. Gebruik gereedschap niet voor doeleinden waarvoor het niet is ontworpen.
  • Houd het zaagblad scherp.
  • De maximaal toegestane snelheid van het zaagblad moet altijd gelijk zijn of hoger zijn dan de niet-belaste snelheid van het gereedschap dat op het typeplaatje wordt aangeduid.
  • Gebruik geen tussenringen om een zaagblad passend te maken voor de as.
  • Gebruik de zaag niet voor het zagen van ander materiaal dan hout en kunststof. Aanvullende Veiligheidsregels voor het Zagen in de Tafelzaagstand
  • Zaag nooit wanneer het spouwmes en/of de bovenste beschermkap zijn verwijderd. WAARSCHUWING! Bij dit ontwerp is het niet toegestaan de zaag als tafelzaag te gebruiken als de U-vormige beschermkap niet is gemonteerd.
  • Gebruik altijd de aanduwstok. Zaag nooit werkstukken kleiner dan 30 mm.
  • Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een maximaal werkstukformaat van: – Hoogte 50 mm bij breedte 400 mm bij lengte 500 mm. – Een langer werkstuk moet worden ondersteund door een geschikte aanvullende tafel.
  • Stel het schuivende scherm altijd goed af zodat het niet in contact komt met de onderste beschermkap.
  • Gebruik geen zaagbladen met een body-dikte groter dan of een breedte van tanden kleiner dan de dikte van het spouwmes.
  • Zorg ervoor dat de werktafel stevig vaststaat.
  • Houd de aanduwstok (58) altijd op dezelfde plaats wanneer u hem niet gebruikt (afb. A2).
  • Vervang de tafelinzet wanneer deze versleten is.
  • Sleuven, sponningen en groeven zagen is niet toegestaan.
  • Tijdens transport is het belangrijk dat het bovenste gedeelte van het zaagblad bedekt is, bijv. met de beschermkap.
  • Gebruik de bovenste beschermkap niet om de machine vast te pakken of te transporteren.
  • Verwijder niet het tableau van de zaagtafel wanneer u het spouwmes afstelt. Gebruik als verstekzaag
  • Zorg ervoor dat het bovenste gedeelte van het zaagblad volledig ingesloten is als u de zaag als verstekzaag gebruikt. Verwijder nooit de bovenste bescherming van het zaagblad wanneer u de zaag als verstekzaag gebruikt.
  • Zaag nooit werkstukken korter dan 20 mm.
  • Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een maximaal werkstukformaat van: – Hoogte 40 mm bij breedte 140 mm bij lengte 400 mm – Langere werkstukken moeten worden ondersteund door een geschikte aanvullende tafel.
  • Klem het werkstuk altijd stevig vast.
  • Pas, als u met de zaag verticale rechte zaagsneden maakt, de stand van het schuivende scherm goed aan zodat een vrije ruimte van 5 mm tussen het zaagblad en het scherm gewaarborgd is (afb O).
  • Pas, wanneer u zaagt in verstek, schuin of samengesteld in verstek, het glijdende verstekscherm aan zodat een juiste vrije ruimte voor de applicatie gewaarborgd is (afb. P).
  • Zorg ervoor dat het bovenste gedeelte van het zaagblad volledig ingesloten is als u de zaag als verstekzaag gebruikt.
  • Verwijder geen uitgezaagde of andere delen van het werkstuk uit het zaaggebied terwijl de zaag loopt en de zaagkop niet in rustpositie staat. Overige risico‘s De volgende risico‘s zijn inherent aan het gebruik van zagen: – letsel veroorzaakt door het aanraken van roterende delen Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten, kunnen sommige overige risico‘s niet worden vermeden. Dit zijn: – Gehoorbeschadiging. De volgende factoren zijn van invloed bij het produceren van geluid: ~ het materiaal dat gesneden moet worden; ~ het type zaagblad; ~ de aanzetkracht. – Het risico van ongelukken die worden veroorzaakt door de onbedekte delen van het roterende zaagblad. – Het risico op letsel als u het zaagblad vervangt. – Het risico om uw vingers te beknellen als u de bescherming openmaakt. – Gezondheidsrisico‘s veroorzaakt door het inademen van stof dat ontstaat bij het zagen van hout, in het bijzonder eiken, beuken en MDF. De volgende factoren zijn van invloed bij blootstelling aan stof: ~ versleten zaagblad; ~ stofverwijderingapparaat met een luchtsnelheid lager dan 20 m/s; ~ werkstuk niet precies geleid. – Onvoldoende stofafzuiging doordat uitlaatfilters niet zijn gereinigd. Markeringen op het gereedschap De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld: Lees de gebruiksaanwijzing voor gebruik. Zorg er als u de machine in de verstekzaagmodus gebruikt voor dat het bovendeel van het zaagblad volledig bedekt is door de bovenste zaagbladbescherming. Gebruik de machine alleen als de zaagbank tafel zich in de hoogste positie bevindt. Zorg er als u de machine in de zaagbank modus gebruikt voor dat de bovenste en onderste bescherming op hun plaats zitten. Gebruik de machine alleen als de zaagbank tafel zich in horizontale positie bevindt. Draagpunt NOOIT gebruik de machine als tafelzaag wanneer de bovenste zaagbladbeschermkap en de onderste beschermkap niet zijn gemonteerd.NEDERLANDS

De datumcode (59), die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint. Voorbeeld: 2010 XX XX Jaar van fabricage Inhoud van de verpakking De verpakking bevat: 1 Gemonteerde tafelblad verstekzaag 1 Parallelle splijtafscheiding 1 Bescherming voor bankzaag positie 1 Onderste bescherming voor bankzaag positie 1 Drukhendel 1 Zeskantsleutel 4/6 mm 1 Zeskantsleutel 5 mm 1 Tweepins spanner 1 Stofverwijdering adapter voor bovenste bescherming 1 Gebruiksaanwijzing 1 Vergrote tekening

  • Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport.
  • Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt. Beschrijving (fi g. A1–A5) WAARSCHUWING: Pas de gereedschapsautomaat of een onderdeel ervan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.

1 Aan/uit schakelaar 2 Kopvergrendeling vrijgavehendel 3 Extra vergrendelingknop zaagbank tafel 4 Verplaatsbare lagere bladbescherming 5 Vaste tafel 6 Zaagbladingang 7 Verstekzaag hendel 8 Verstekslot 9 Roterende tafel/verstekarm 10 Verstekschaal 11 Afscheiding 12 Schuine hoek klemhendel

13 Vergrendelingsschroef van de kop 14 Zaagbank tafel 15 Splijtmes 16 Bescherming bovenste zaagblad 17 Snijdafscheiding 18 Vaste onderste bescherming (voor gebruik in bankzaag positie) 19 Bevestigingsgaten OPTIONELE ACCESSOIRES

20 Tafeleinde plaat 21 Ondersteunende geleidende rails 22 Plaat voor materiaalondersteuning 23 Materiaalklem 24 Draaistop 25 Verstelbare standaard 760 mm (max. hoogte) 26 Pootstandaard

27 Lengtestop voor korte werkstukken (te gebruiken met geleidende rails [21])

26 Pootstandaard 29 Roltafel GEBRUIKSDOEL Uw DW711 tafelverstekzaag is ontwikkeld voor het professioneel zagen van hout, houtproducten en kunststoffen. Deze uiterst nauwkeurig werkende machine kan gemakkelijk en snel worden ingesteld op afkorten, afschuinen, verstekzagen of samengesteld verstekzagen. Het apparaat is ontworpen voor gebruik met een hardmetaal zaagblad met nominale zaagbladdiameter van 260 mm, voor het professioneel zagen van hout, houtproducten en kunststoffen. NIET GEBRUIKEN bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen. Deze tafelverstekzagen zijn professioneel elektrisch gereedschap. LAAT NIET kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers dit gereedschap bedienen. WAARSCHUWING: Gebruik deze machine niet voor andere doeleinden dan wordt beschreven. Elektrische veiligheid De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of de stroomvoorziening overeenkomt met de voltage op het typeplaatje. Machines in de zin van EN 61029 mogen niet voor productiedoeleinden worden gebruikt. Als het stroomsnoer vervangen dient te worden, dient dit uitsluitend te worden gedaan door een geautoriseerde servicemedewerker of een erkende elektricien. Een verlengsnoer gebruiken Als een verlengsnoer nodig is, gebruikt u een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroomtoevoer van dit gereedschap (zie technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1.5 mm

; de maximale lengte is 30 m. Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen. Montage en aanpassing WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen, moet u het apparaat uitschakelen en de stroombron van de machine afsluiten voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of wanneer u reparaties uitvoert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. DE BOVENSTE BESCHERMKAP MONTEREN (AFB. B)

1. Zet de beschermkap (16) vast op het spouwmes (15) met de bout (32),

2. Plaats de bus door het spouwmes en de beschermkap. Schuif bout

(32) door de bus en zet vast met de moer. Zet stevig vast. Let er op dat de fl appen (31) op de beschermkap zijn geplaatst zoals wordt getoond. DE SNIJDAFSCHEIDING BEVESTIGEN EN AANPASSEN (FIG. C1–C4) De snijdafscheiding bestaat uit een vaste en glijdende afscheiding.

1. Maak de vergrendelingknop van de afscheidingsondersteuning (34) los

die de klemplaat in positie houdt (fig. C1).

2. Schuif de afscheiding naar de voorkant van de tafel waarbij u de

U-vormige ingang als richtlijn gebruikt (fig. C2, C3).

3. Schuif de afscheiding richting het zaagblad en maak de

vergrendelingknop vast.

4. Controleer dat de afscheiding parallel aan het zaagblad staat.

5. Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk:

6. Maak de vergrendelingknop van glijdende afscheiding (35) los (fig. C1)

en schuif de glijdende afscheiding naar achteren om volledig zicht op de twee gaten (36) aan de bovenkant van de afscheiding te krijgen (fig. C4).NEDERLANDS

7. Draai met behulp van de kleine zeskantsleutel de twee zeskantsleutels

los die de afscheiding aan de afscheidingondersteuning vastmaken. Toegang wordt verkregen door de twee gaten in de bovenkant van de afscheiding.

8. Pas de afscheiding aan zodat deze parallel aan het zaagblad staat door

de afstand tussen het zaagblad en de afscheiding te controleren aan de voor- en achterkant van het zaagblad.

9. Als de aanpassing is uitgevoerd maakt u de zeskantschroeven weer

vast en controleert u nogmaals of de afscheiding parallel aan het zaagblad staat. DE ZAAGBANK TAFEL AANPASSEN (FIG. A2, B, D) De tafel (14) schuift handmatig omhoog en omlaag en wordt op de gewenste hoogte gehouden met behulp van twee vergrendelingknoppen.

1. Maak de tafel vergrendelingknoppen los, zowel de hoofdknop (37) (fig.

D) als de extra knop (3) (fig. A1), maar verwijder ze niet.

DE ZAAGBANK TAFEL VERWIJDEREN (FIG. B) De tafel kan worden verwijderd om toegang tot het zaagblad te krijgen.

1. Verwijder de bovenste zaagbladbescherming (16) (fig. B).

2. Maak de tafel vergrendelingknoppen los, zowel de hoofdknop (37) (fig.

D) als de extra knop (3) (fig. A1), maar verwijder ze niet.

3. Gebruik de zeskantsleutel om de schroef (38) te verwijderen uit de

achterste tafelkolom (fig. D). Neem de moer en sluitring vanuit het andere einde van de schroef.

4. Verwijder de tafel.

5. Ga in omgekeerde volgorde te werk om de tafel weer te plaatsen.

HET ZAAGBLAD BEVESTIGEN (FIG. E1-E5) WAARSCHUWING: De tanden van een nieuw zaagblad zijn zeer scherp en kunnen gevaarlijk zijn. Om een nieuw zaagblad te bevestigen is het noodzakelijk de tafel in de hoogste positie te plaatsen en de zaagkop in de hoogste positie op te tillen.

1. Trek de onderste beschermkap (4) terug door op de vrijgaveknop (42)

te drukken en de onderste beschermkap terug te schuiven. Laat de beschermkap in deze stand.

2. Plaats met behulp van de steeksleutel (39) de twee gaten aan de

buitenzijde van de buitenste fl ens (40) (afb. E2).

3. Draai met de inbussleutel van 6 mm de zaagbladbout (41) naar rechts

los. Neem de zaagbladbout en de uiterste fl ens uit.

4. Neem het zaagblad uit (43).

5. Plaats het nieuwe zaagblad op de schouder (44) op de binnenste

fl ens (afb. E3). Let erop dat de tanden aan de onderste rand van het zaagblad naar het scherm wijzen (van de gebruiker af).

6. Plaats de buitenste fl ens (40) weer, en zorg er daarbij voor dat de

locatieogen (46) (afb. E4) goed zijn vastgezet, één aan iedere zijde van de as.

7. Draai de zaagbladbout (41) vast door deze naar links te draaien.

8. Verplaats de onderste beschermkap naar beneden.

9. Laat na het monteren of vervangen van het zaagblad de zaagkop een

volledige beweging maken en controleer dat de beweegbare onderste beschermkap in de rustpositie wordt vergrendeld. WAARSCHUWING: Het zaagblad MOET moet worden vervangen zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven. Gebruik ALLEEN zaagbladen die worden aangeduid bij Technische Gegevens. Wij adviseren DT4375. Monteer NOOIT andere zaagbladen. HET ZAAGBLAD AANPASSEN (FIG. E2) Als het zaagblad trilt tijdens het starten en de werkzaamheden, pas het dan als volgt aan.

1. Maak de schroef voor de eindring (40) los en draai het zaagblad (43)

2. Maak de schroef weer vast en controleer om te kijken of het zaagblad

3. Herhaal deze stappen totdat het zaagblad niet meer trilt.

DE VASTE ONDERSTE BESCHERMKAP MONTEREN EN UITNEMEN (AFB. I1, I2) Wanneer de unit wordt gebruikt als een zaagtafel, moet de vaste beschermkap (18) altijd worden gebruikt (afb. I1).

1. Zet de zaagkop in de verticale positie.

2. Maak de vergrendelingsknop (60) aan de linkerzijde van het scherm

(11) los en verplaats het scherm naar de nieuwe positie, zoals wordt afgebeeld (afb. I1).

3. Schuif de beschermkap (18) over de roterende tafel/verstekarm (9)

totdat het schroefdraad van de kopvergrendelingsschroef op één lijn staat met de bus met schroefdraad in de kop (afb. I2).

4. Druk de vrijgavehendel van de kopvergrendeling (2) in en druk op de

kop terwijl u de vergrendelingsschroef van de kop vastdraait (13).

5. U kunt de beschermkap uitnemen door in omgekeerde volgorde te

werk te gaan. DE VASTE ONDERSTE BESCHERMKAP OPBERGEN (AFB. Q1, Q2) Wanneer de unit wordt gebruikt als verstekzaag, kan de vaste onderste beschermkap (18) worden opgeborgen op de tafel (14).

1. Neem de vaste onderste beschermkap uit, raadpleeg De vaste

onderste beschermkap monteren en uitnemen.

2. Knijp in de vaste onderste beschermkap (18) en leid de opbergpoten

(61) in de sleuven (62) aan de voorzijde van de tafel (14).

3. Duw tegen de vaste onderste beschermkap totdat de opbergpoten (61)

in de tafel klikken. Afbeelding Q2 laat de vaste onderste beschermkap zien in opgeborgen positie.

4. U kunt de beschermkap uitnemen door in de vaste beschermkap te

knijpen en de beschermkap van de tafel te lichten. HET ZAAGBLAD CONTROLEREN EN AAN DE AFSCHEIDING AANPASSEN (FIG. F1–F4)

1. Maak het veerslot (8) van de verstekzaag los.

2. Plaats uw duim op de verstekzaagarm (7) en druk het veerslot van de

verstekzaag (8) in om de verstekzaagarm (9) vrij te geven (fig. F1)

3. Draai de verstekzaagarm totdat het veerslot het in de 0º

verstekzaagpositie plaatst.

4. Controleer dat de twee 0º markeringen (47) op de verstekzaagschaal

(10) nét zichtbaar zijn (fig. F2).

5. Plaats een tekenhaak (48) tegen de linkerzijde van de afscheiding (11)

en het zaagblad (43) (fig. F3). WAARSCHUWING: Raak de punten van de zaagtanden niet aan met de tekenhaak. Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk:

1. Maak de schroeven (49) los en beweeg de schaal/verstekzaagarm

assemblage naar links of rechts, totdat het zaagblad 90º ten opzichte van de afscheiding staat, zoals gemeten met de tekenhaak (fig. F4).

2. Druk de zaagkop naar rechts om er zeker van te zijn dat hij volledig

verticaal staat, en maak de schuine klemhendel vast.

3. Plaats een ingestelde tekenhaak (48) op de tafel en omhoog tegen het

zaagblad (43) (fig. G2). WAARSCHUWING: Raak de punten van de zaagtanden niet aan met de tekenhaak. Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk:

1. Maak de schuine klemhendel (12) (fig. G1) los en draai de stopschroef

voor verticale positieaanpassing (50) naar binnen of naar buiten (fig. G3) totdat het zaagblad op 90º ten opzichte van de tafel staat, zoals gemeten met de tekenhaak (fig. G2).

2. Als de schuine aanwijzer (51) geen nul (0) op de schuine schaal (52)

aangeeft, maakt u de schroeven (53) los die de schaal beveiligen en beweegt u de schaal naar behoefte (fig. G4). DE SCHUINE HOEK CONTROLEREN EN AANPASSEN (FIG. H1, H2) De schuine negeerknop (54) maakt het mogelijk de max. schuine hoek naar wens in te stellen op 45º of 48º (fig. H1). – Links = 45º – Rechts = 48º

1. Zorg ervoor dat de negeerknop (54) zich in de linkerpositie bevindt.NEDERLANDS

2. Maak de schuine klemhendel (12) los en beweeg de zaagkop naar

links. Dit is de 45º schuine positie.

3. Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk:

4. Draai de stopschroef (55) naar binnen of buiten zoals gewenst totdat de

wijzer (51) 45º aangeeft (fig. H2). WAARSCHUWING: Als u deze aanpassing uitvoert, is het aan te bevelen om het gewicht van de zaagkop te halen door deze vast te houden. Dit maakt het makkelijker om de aanpasschroef te draaien. HET SPLIJTMES AANPASSEN (FIG. A2, J1, J2) De instelling is correct is als de bovenkant van het splijtmes (15) zich niet meer dan 2 mm onder de hoogste tand van het zaagblad bevindt. Daarnaast mag de afstand tussen de uiteinden van de zaagbladtanden en de kromming van het splijtmes maximaal 5 mm bedragen (fig. J1).

1. Stel de zaagbanktafel in op de lage stand.

2. Maak de zeskantschroef (57) los die het mogelijk maakt dat de steun

ronddraait en het splijtmes omhoog en omlaag beweegt (fig. J2).

3. Draai de steun rond en schuif het mes ofwel omhoog ofwel omlaag

totdat de juiste positie is bereikt.

4. Maak de schroef (57) weer stevig vast.

5. Plaats de tafel opnieuw.

BEDIENING Instructies voor gebruik WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en toepassingregels. WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen, moet u het apparaat uitschakelen en de stroombron van de machine afsluiten voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of wanneer u reparaties uitvoert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. WAARSCHUWING:

  • Het is belangrijk dat de machine wordt geplaatst overeenkomstig ergonomische condities waar het betreft hoogte en stabiliteit van het werkblad. De plaats van de machine moet zo worden gekozen dat de gebruiker een goed overzicht heeft en voldoende ruimte rond de machine heeft voor het zonder enige beperkingen werken met het werkstuk.
  • Verminder de effecten van trillingen door ervoor te zorgen dat de omgevingstemperatuur niet te koud is, de machine en de accessoires goed zijn onderhouden en dat de omvang van het werkstuk geschikt is voor deze machine.
  • Zorg ervoor dat het te zagen materiaal stevig op zijn plaats is bevestigd.
  • Gebruik slechts licht druk op het gereedschap en oefen geen zijdelingse druk op het zaagblad uit.
  • Vermijd overbelasting.
  • Verwijder stof altijd uit de machine na gebruik om ervoor te zorgen dat de onderste bescherming correct functioneert. Gebruikers in het VK worden gewezen op de „voorschriften voor houtbewerkingsmachines 1974“ en alle aanvullingen daarop.
  • Installeer het geschikte zaagblad. Gebruik geen extreem versleten zaagbladen. De maximale rotatiesnelheid van het gereedschap mag die van het zaagblad niet overschrijden.
  • Probeer geen extreem kleine delen te zagen.
  • Laat het zaagblad vrij zagen. Forceer het niet.
  • Laat de motor de volledige snelheid bereiken voordat u zaagt.
  • Zorg ervoor dat alle vergrendelingknoppen en klemhendels vast zitten. AAN EN UIT SCHAKELEN (FIG. A1)
  • Om het gereedschap aan te zetten drukt u op de aan/uit schakelaar (1).
  • Om het gereedschap uit te zetten, drukt u nogmaals op de aan/uit schakelaar (1). Stofafvoer WAARSCHUWING! Sluit, wanneer dat maar mogelijk is, een toestel voor stofafzuiging aan dat is ontworpen in overeenstemming met de relevante voorschriften voor stofemissie Breng een stofverzamelsysteem aan dat is ontworpen in overeenstemming met de relevante voorschriften. De luchtsnelheid van externe verbonden systemen dient 20 m/s ±2 m/s te zijn. De snelheid dient te worden opgemeten in de verbindingsbuis op het punt waar deze wordt verbonden, waarbij het werktuig wel is verbonden maar niet aan staat. Zie Optionele accessoires voor meer informatie. Transporteren Transporteer de machine met behulp van de handgrepen. WAARSCHUWING: Transporteer de machine altijd in de zaagbank modus met de bovenste zaagbladbescherming aangebracht. Draag de machine nooit aan de bescherming. Basis zaagsneden

ZAGEN IN DE MODUS VERSTEKZAGEN

Het is gevaarlijk om zonder bescherming te werken. De beschermingen moeten tijdens het zagen op hun plaats zitten. Zorg ervoor dat aluminium werkstukken stevig vastgeklemd zitten. VERTICALE RECHTE SNEDE (FIG. A1, K)

1. Maak het veerslot van de verstekzaag (8) los en druk dit vervolgens in.

2. Zet het veerslot van de verstekzaag (8) in de 0º positie en maak het

veerslot van de verstekzaag vast.

3. Plaats het hout dat dient te worden gezaagd tegen de afscheiding (11)

4. Pak de machinehendel vast en druk op de kop vergrendeling

vrijgavehendel (2) om de kop vrij te laten komen.

5. Duw de kop ongeveer 10 mm naar beneden en laat de

vergrendelinghendel los.

6. Zet de machine aan en laat de druk op de kop vrijkomen zodat het

zaagblad door het werkstuk kan snijden en door de tafelgroef gaat.

7. Nadat de snede is voltooid schakelt u de machine uit en brengt u de

kop weer in de bovenste ruststand. VERTICALE VERSTEKZAAG SNEDE (FIG. A1, L)

1. Druk het veerslot (8) van de verstekzaag in. Beweeg de arm naar links

of rechts in de gewenste hoek.

2. Het veerslot van de verstekzaag lokaliseert zowel links als rechts

automatisch 0º; 15º; 22,5º; 45º en 50º. Als een tussenliggende hoek gewenst is, houdt u de kop stevig ingedrukt en vergrendelt u deze door het veerslot van de verstekzaag vast te maken.

3. Zorg er altijd voor dat de vergrendelinghendel van de verstekzaag stevig

vast zit voordat u gaat zagen.

4. Ga verder als bij een verticale rechte snede.

WAARSCHUWING: Als u het einde van een stuk hout met een kleine snede verstek zaagt, plaats u het hout zo dat u ervoor zorgt dat de snede aan de zijkant van het zaagblad plaatsvindt met de grotere hoek naar de afscheiding, d.w.z.: – linker verstekzaag, afsnijden naar rechts – rechter verstekzaag, afsnijden naar links SCHUINE SNEDEN (FIG. H1, M) Schuine hoeken kunnen worden ingesteld tussen 0º en 48º aan de linkerkant. Schuine sneden tot 45º kunnen worden gesneden als de verstekzaagarm is ingesteld tussen nul en een maximum van 45º verstekzaagpositie rechts of links.

1. Maak de schuine klemhendel (12) los en stel de schuine hoek in naar

3. Houd de kop stevig vast en zorg dat deze niet valt.

4. Maak de schuine klemhendel (12) stevig vast.

5. Ga verder als bij een verticale rechte snede.NEDERLANDS

Zagen in de modus werkbank OVERLANGSZAGEN (AFB. A2, I1, I2, N) WAARSCHUWING: Het tableau van de zaagtafel is niet af te stellen in horizontale positie wanneer de schermkap (18) niet is gemonteerd.

1. Zet de zaagkop in de verticale positie.

2. Maak de vergrendelingsknop (60) aan de linkerzijde van het scherm

(11) los en verplaats het scherm naar de nieuwe positie, zoals wordt afgebeeld (afb. I1).

3. Schuif de beschermkap (18) over de roterende tafel/verstekarm (9)

totdat het schroefdraad van de kopvergrendelingsschroef op één lijn staat met de bus met schroefdraad in de kop (afb. I2).

4. Druk de vrijgavehendel van de kopvergrendeling (2) in en druk op de

kop terwijl u de vergrendelingsschroef van de kop vastdraait (13).

5. Stel de diepte van de snede in door de tafel (14) omhoog of omlaag te

schuiven. De juiste positie is wanneer de uiteinden van drie zaagtanden boven het bovenste oppervlakte van het hout uitsteken.

6. Stel de splijtafscheiding (17) naar wens in om het werkstuk zoveel

mogelijk te ondersteunen. Tenminste dient de achterkant van de afscheiding gelijk te staan aan de voorkant van het splijtmes.

7. Stel de splijtafscheiding in voor de gewenste breedte van de snede met

behulp van de schaal in de voorzijde van de tafel.

8. Schakel de machine aan.

9. Voer het werkstuk langzaam in onder de voorzijde van de

bescherming van het bovenste zaagblad, waarbij u dit stevig tegen de splijtafscheiding gedrukt houdt.

10. Onthoud dat u altijd de drukhendel (58) gebruikt (fig. N).

11. Nadat de snede is voltooid schakelt u de machine uit.

Kwaliteit van de snede De gladheid van iedere snede hangt af van een aantal variabelen, bv. het materiaal dat wordt gesneden. Als de gladste sneden gewenst zijn voor het profileren van een ander precisiewerk, zorgen een scherp (60-tands hardmetalen) zaagblad en een langzamere, gelijkmatige snijdratio voor het gewenste resultaat. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het materiaal niet wegkruipt tijdens het snijden; klem het stevig op zijn plaats. Laat het zaagblad altijd eerst volledig tot stilstand komen voordat u de arm optilt. Als vezels of kleine houtsplinters uit de achterkant van het werkstuk steken, plakt u een stuk markeringstape op het hout waar de snede gemaakt dient te worden. Zaag door het tape en verwijder het tape voorzichtig als u klaar bent. ONDERHOUD Uw DEWALT gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken. WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen, moet u het apparaat uitschakelen en de stroombron van de machine afsluiten voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of wanneer u reparaties uitvoert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. Smering Deze machine heeft geen aanvullende smering nodig. De lagers van de motor zijn voorgesmeerd en waterdicht.

  • Vermijd het gebruik van olie of vet, aangezien dit problemen als gevolg van verstopping door zaagsel en splinters kan veroorzaken.
  • Maak de onderdelen die blootstaan aan de opeenhoping van zaagsel of splinters regelmatig schoon met een droge borstel. Reinigen Controleer vóór gebruik zorgvuldig de bovenste beschermkap van het zaagblad, de beweegbare onderste beschermkap van het zaagblad en ook de stofafzuigbuis om vast te stellen dat zij goed zullen functioneren. Zorg ervoor dat spaanders, stof of een deel van het werkstuk niet kunnen leiden tot blokkering van één van de functies. Als delen van het werkstuk zijn vastgelopen tussen het zaagblad en de beschermkappen, trek de stekker van het netsnoer van de machine dan uit het stopcontact en volg de instructies die worden gegeven in het hoofdstuk Het zaagblad monteren. Verwijder de vastgelopen gedeelten en monteer het zaagblad opnieuw. WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof met droge lucht uit de behuizing, aangezien vuil zich vaak zichtbaar opstapelt in en rond de ventilatieopeningen. Draag goedgekeurde oogbescherming en goedgekeurd stofmasker bij het uitvoeren van deze procedure. WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere ruwe chemicaliën voor het reinigen van de niet-metalen onderdelen van het werktuig. Deze chemicaliën kunnen de materialen die in deze onderdelen gebruikt worden, verzwakken. Gebruik een doek alleen bevochtigd met water en zachte zeep. Laat nooit vloeistof in het gereedschap lopen en dompel nooit enig deel van het gereedschap onder in vloeistof. WAARSCHUWING: Reinig, om het risico op letsel te verkleinen, regelmatig de bovenzijde van de tafel. WAARSCHUWING: Reinig, om het risico op letsel te verkleinen, regelmatig het stofverzamelsysteem. Optionele accessoires WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet door DEWALT zijn aangeboden niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen dient u uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product te gebruiken. STOFAFZUIGING Er is een apart pakket voor stofafzuiging leverbaar voor optimale stofafzuiging (DE7779). HET WERKSTUK VASTKLEMMEN (FIG. A3)
  • In de meeste gevallen is de werking van het zaagblad voldoende om het materiaal stevig tegen de afscheiding te houden.
  • Als het materiaal ertoe neigt omhoog of naar voren te komen van de afscheiding, gebruikt u bij voorkeur de optionele materiaalklem (23).
  • Gebruik altijd een materiaalklem als u niet-ijzerhoudende metalen snijdt. KORTE WERKSTUKKEN ZAGEN (FIG. A3, A4) Het wordt aanbevolen de lengtestop (27) te gebruiken voor korte werkstukken, zowel voor het zagen van partijen als voor korte individuele werkstukken van verschillende lengtes. De lengtestop kan uitsluitend worden gebruikt samen met een paar optionele geleidende rails (21). LANGE WERKSTUKKEN ZAGEN (FIG. A3) WAARSCHUWING: Ondersteun lange werkstukken altijd. Figuur A3 laat de ideale opstelling voor het zagen van lange werkstukken zien als de zaag vrijstaand wordt gebruikt (alle items zijn optioneel leverbaar). Deze items (behalve de pootstandaard en de materiaalklem) zijn zowel aan de invoer als de uitvoerkant nodig: 20 Tafeleinde plaat voor het ondersteunen van de rails; ook wanneer u werkt aan een bestaande werkbank 21 Geleidende rails (500 of 1.000 mm). 22 Platen voor materiaalondersteuning 23 MateriaalklemNEDERLANDS

24 Draaistop 25 Standaarden om de geleidende rails te ondersteunen. De hoogte van de standaarden is instelbaar. WAARSCHUWING: Gebruik de standaarden niet om de machine te ondersteunen! 26 Pootstandaard (geleverd met montage-instructies). Procedure

1. Plaats uw zaag op de pootstandaard en breng de geleidende rails aan.

2. Schroef de materiaal ondersteuningsplaten (22) stevig vast aan de

geleidende rails (21). De materiaalklem (23) functioneert nu als een lengtestop.

3. Installeer de tafeleinde platen (20).

4. Installeer de draaistop (24) op de achterste rails.

5. Gebruik de draaistop (24) om de lengte van middelgrote en lange

werkstukken aan te passen. Deze kan zijdelings worden ingesteld, of worden weggedraaid als hij niet in gebruik is. DE ROLTAFEL GEBRUIKEN (FIG. A3, A5) De roltafel (29) maakt het omgaan met grote en lange houtstukken zeer gemakkelijk (fig. A5). Deze kan ofwel aan de linkerzijde ofwel aan de rechterzijde van de machine worden aangesloten. De roltafel vereist het gebruik van de optionele pootstandaard (fig. A3). WAARSCHUWING: Zet de roltafel in elkaar met behulp van de instructies die bij de pootstandaard worden meegeleverd.

  • Vervang de korte ondersteuningsbalken die bij de pootstandaard worden meegeleverd voor de irreguliere rails van de tafel aan de kant van de tafel die dient te worden gebruikt.
  • Volg alle instructies op die bij de roltafel zijn meegeleverd. Aanbevolen leverbare zaagbladen Type zaagblad Zaagbladafmetingen Gebruik (diameter x boorgat x aantal tanden) Gebruik DT1529 serie 40 260 x 30 x 24 Voor algemeen gebruik, splijten en doorsneden van hout en plastic DT1530 serie 40 260 x 30 x 80 TCG voor gebruik met aluminium DT1736 serie 60 260 x 30 x 58 ATB voor fijnsnijden van door de mens gemaakt en natuurlijk hout DT1737 serie 60 260 x 30 x 80 TCG voor extra fijnsnijden van door de mens gemaakt en natuurlijk hout Raadpleeg uw dealer voor nadere informatie over de geschikte hulpstukken en accessoires. Milieubescherming Aparte inzameling. Dit product mag niet bij het normale huishoudafval worden gegooid. Als u op een dag merkt dat uw DEWALT product vervangen moet worden of dat u het verder niet kunt gebruiken, gooi het dan niet bij het huishoudafval. Dit product moet afzonderlijk ingezameld worden. Aparte inzameling van gebruikte producten en verpakkingen maakt recycling en hergebruik van materialen mogelijk. Hergebruik van gerecycleerde materialen helpt milieuvervuiling te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoffen. Plaatselijke voorschriften bepalen mogelijk een aparte inzameling voor elektrische producten, in containerparken of bij de verkoper wanneer u een nieuw product koopt. DEWALT beschikt over een gebouw voor de verzameling en recyclage van DEWALT producten die het einde van hun levensduur hebben bereikt. Om van deze dienst gebruik te maken, kunt u uw product terugbrengen naar elke erkende reparateur die hem voor ons zal inzamelen. U kunt de dichtstbijzijnde erkende reparateur vinden door contact op te nemen met uw plaatselijke D EWALT kantoor op het adres dat in deze handleiding staat. Of u kunt een lijst met erkende DEWALT reparateurs en alle gegevens over onze herstellingsdienst en contactinformatie vinden op www.2helpU.com. GARANTIE DEWALT vertrouwt op de kwaliteit van zijn producten en biedt een uitstekende garantie aan voor professionele gebruikers van het product. Deze garantieverklaring komt in aanvulling op, en beïnvloedt op geen enkele wijze uw contractuele rechten als een professioneel gebruiker of uw wettelijke rechten als een privé, niet-professioneel gebruiker. De garantie is geldig binnen het grondgebied van de Lidstaten van de Europese Unie en de Europese Vrijhandelszone.
  • 30 DAGEN NIET GOED GELD TERUG GARANTIE • Als u niet volkomen tevreden bent over de prestaties van uw DEWALT gereedschap, kunt u dit gewoon binnen 30 dagen terugbrengen, compleet met de originele onderdelen zoals u het aankocht, bij het verkooppunt. U krijgt uw geld volledig vergoed. Het product moet blootgesteld zijn geweest aan redelijke slijtage en u dient een aankoopbewijs te overleggen.
  • EEN JAAR GRATIS ONDERHOUDSCONTRACT • Als u onderhoud aan uw DEWALT gereedschap nodig hebt gedurende de 12 maanden volgend op uw aankoop, wordt dit gratis uitgevoerd door een erkende DEWALT reparateur. U dient een aankoopbewijs te overleggen. Inclusief arbeidskosten. Exclusief accessoires en reserveonderdelen, tenzij deze defect raakten en onder de garantie vielen.
  • EEN JAAR VOLLEDIGE GARANTIE • Als uw DEWALT product defect raakt als gevolg van verkeerd materiaal of onjuiste constructie binnen 12 maanden na de datum van aankoop, garandeert DEWALT alle defecte onderdelen gratis te vervangen of – naar onze beoordeling – het apparaat gratis te vervangen, op voorwaarde dat:
  • Het product niet verkeerd gebruikt is;
  • Het product is blootgesteld aan redelijke slijtage;
  • Er geen reparaties zijn ondernomen door niet-geautoriseerde personen;
  • U een aankoopbewijs kunt overleggen;
  • Het product compleet met alle originele onderdelen wordt geretourneerd. Als u een schadeclaim wilt indienen, neem dan contact op met uw verkoper of zoek de locatie op van de dichtstbijzijnde erkende DEWALT reparateur in de DEWALT catalogus, of neem contact op met uw DEWALT kantoor via het adres dat in deze handleiding staat vermeld. Een lijst van erkende DEWALT reparateurs en volledige details over onze after sales service zijn ook te vinden op internet via: www.2helpU.com.NORSK