NEXYA S5 E DUCT - Airconditioning OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NEXYA S5 E DUCT OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NEXYA S5 E DUCT - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NEXYA S5 E DUCT van het merk OLIMPIA SPLENDID.
GEBRUIKSAANWIJZING NEXYA S5 E DUCT OLIMPIA SPLENDID
1. Het apparaat bevat het gas R32 (classicatie ontvlambaarheid A2L).
2. Neem de van kracht zijnde wetten in acht (bijv. de nationale wet inzake het gas).
3. Besteed aandacht aan het feit dat het koelmiddel R32 geurloos is.
Houd er rekening mee dat toestellen met ontvlambaar koelgas niet in te kleine ruimtes mogen worden geïnstalleerd. De afmetingen die voor de kamer zijn toegestaan, zijn afhankelijk van de hoogte waarop het toestel wordt geïnstalleerd t.o.v. de vloer en de totale hoeveelheid koelgas. Raadpleeg de relatieve tabel in de handleiding voor meer informatie.
5. Het apparaat kan gebruikt worden door kinderen niet jonger dan 8 jaar en door personen met verminderde
lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke capaciteiten, dan wel zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat zij onder toezicht staan of dat zij instructies voor het gebruik van het apparaat ontvangen hebben en begrepen hebben welke gevaren daaraan inherent zijn.
6. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
7. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker uitgevoerd moeten worden, mogen niet zonder toezicht door
kinderen uitgevoerd worden.
8. Als het netsnoer beschadigd is, moet dit vervangen worden door de fabrikant of diens technische assistentiedienst
of hoe dan ook door iemand met een gelijkaardige kwalicatie, zodat ieder risico voorkomen wordt.
De installatie, de eerste start en de daarop volgende fasen van onderhoud, met uitzondering van de reiniging of van het wassen van het omgevingsluchtlter, moet uitsluitend uitgevoerd worden door geautoriseerd en gekwaliceerd personeel.
Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen, is het absoluut van belang de hoofdschakelaar af te sluiten voordat de elektrische aansluitingen tot stand gebracht worden en voordat enig onderhoud op de apparaten uitgevoerd wordt.
11. Tijdens de installatie moeten referenties en minimum ruimtes, die in de afbeelding aangeduid worden, in acht
12. Volg tijdens de elektrische aansluiting van het apparaat de aanwijzingen die in de afbeelding staan.
13. Maak geen gebruik van middelen ter versnelling van het ontdooiingsproces of voor de reiniging, die niet door de
producent aanbevolen worden.
14. Het apparaat moet in een vertrek geplaatst worden die geen inschakelingsbronnen heeft die voortdurend in werking
zijn (bijvoorbeeld open vuur, een gastoestel dat in werking is of een elektrische verwarming die in werking is).
15. Niet perforeren of boren.
16. Let op het feit dat koelvloeistoen soms geen geur hebben.
17. Gebruik NIET de reeds eerder gebruikte aansluitingen.
De pictogrammen die in het volgende hoofdstuk staan, maken het mogelijk de benodigde informatie voor het correcte gebruik van de machine onder veilige omstandigheden snel en op eenduidige wijze te verstrekken. Inhoudsopgave De paragrafen die voorafgegaan worden door dit symbool bevatten zeer belangrijke informatie en voorschriften, met name over de veiligheid. De veronachtzaming ervan kan de volgende gevolgen hebben: - gevaar voor de persoonlijke veiligheid van de operators - verlies van de contractuele garantie - afwijzing van aansprakelijkheid door de fabrikant. GEVAAR Signaleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand.
GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING
Wijst het betrokken personeel op het feit dat indien de beschreven handeling niet uitgevoerd wordt met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften, het risico bestaat een elektrische schok te krijgen.
ALGEMEEN GEVAAR Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen.
Document van vertrouwelijke aard, volgens de wettelijke bepalingen, met verbod op reproductie of versturing aan derden zonder de uitdrukkelijke autorisatie van de rma OLIMPIA SPLENDID. De machines kunnen bijwerkingen ondergaan en dus andere onderdelen vertonen dan die afgebeeld worden zonder om deze reden de teksten van deze handleiding te compromitteren.
2. Lees deze handleiding met aandacht alvorens verder te gaan met om het even welke handeling
(installatie, onderhoud, gebruik) en houd u strikt aan hetgeen in de afzonderlijke hoofdstukken beschreven wordt.
3. Al het personeel, betrokken bij het transport en de installatie van de machine, moet op de
hoogte worden gesteld van de onderhavige instructies.
5. De fabrikant behoudt zich het recht voor om ieder gewenst moment wijzigingen aan de eigen
modellen aan te brengen terwijl de essentiële kenmerken die in deze handleiding beschreven worden onveranderd blijven.
6. De installatie en het onderhoud van de apparatuur voor klimaatregeling, zoals dit apparaat,
zouden gevaarlijk kunnen zijn omdat binnenin deze apparaten onder druk staand koelgas en onder spanning staande elektrische componenten aanwezig zijn. De installatie, het eerste starten en de daarop volgende onderhoudsfasen dienen dan ook uitsluitend door geautoriseerd en gekwaliceerd personeel worden uitgevoerd.
7. Installaties die uitgevoerd worden zonder inachtneming van de aanwijzingen die in deze
handleiding staan en het gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten doen de garantie komen te vervallen.
Het gewone onderhoud van de lters en de algemene externe reiniging kunnen ook door de gebruiker ALS ELEKTRISCHE APPARATUUR WORDT GEBRUIKT,MOETEN DE BASISVEILIGHEIDS- VOORSCHRIFTEN STEEDS WORDEN GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKENEN ONGEVALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE: ILLUSTRATIES De illustraties zijn gegroepeerd op de eerste pagina’s van de handleidingNEDERLANDS NL - 4 uitgevoerd worden omdat hierbij geen moeilijke of gevaarlijke handelingen betrokken zijn.
9. Tijdens de montage en bij elk onderhoud is het noodzakelijk de voorzorgsmaatregelen in acht
te nemen die in deze handleiding genoemd worden en die ook op de stickers binnenin de apparaten staan. Bovendien moeten alle voorzorgsmaatregelen getroen worden die door het gezonde verstand ingegeven worden alsmede door de veiligheidsvoorschriften die van kracht zijn in de plaats van installatie.
10. Gebruik voor de installatie en het onderhoud gereedschappen, geschikt voor
11. Het is nodig om altijd veiligheidshandschoenen en -bril te dragen wanneer ingrepen aan de
koelzijde van de apparaten uitgevoerd worden.
12. De klimaatregelaars MOGEN NIET geïnstalleerd worden in een ruimte waar ontvlambare en/
of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige ruimtes (wasruimtes, kassen, enz.) of in ruimtes waar andere machines een sterke warmtebron vormen.
13. In geval van vervanging van de componenten mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
van OLIMPIA SPLENDID gebruikt worden.
Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen is het absoluut van belang om de hoofdschakelaar af te sluiten alvorens elektrische aansluitingen tot stand te brengen en bij iedere vorm van onderhoud die op de apparaten uitgevoerd wordt.
15. Blikseminslag, naburige auto’s en mobiele telefoons kunnen storingen veroorzaken. Het
apparaat enkele seconden van de stroom afsluiten en vervolgens weer starten.
16. Op regenachtige dagen is het raadzaam om de elektrische voeding te af te sluiten om schade
door blikseminslag te voorkomen.
Als het apparaat een lange tijd niet wordt gebruikt of niemand de geklimatiseerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevallen te vermijden.
18. Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het apparaat te reinigen, verstuif
geen water of andere vloeistoen op het apparaat daar ze de onderdelen in pvc kunnen beschadigen of zelfs elektrische schokken kunnen veroorzaken.
19. De binnenkant van het apparaat en de afstandsbediening niet nat maken.
Kortsluitingen of brand zou kunnen optreden.
20. Bij storingen in de werking (bv: abnormale geluiden, een slechte geur, rook, een abnormale
temperatuurtoename, elektrische dispersie, enz.) de elektrische stroomtoevoer onmiddellijk afsluiten. Neem contact op met uw plaatselijke verkoper.
21. Laat de klimaatregelaar niet gedurende lange tijd in werking indien het vochtgehalte hoog
is en deuren of ramen open zijn. De vochtigheid zou condensvorming kunnen veroorzaken waardoor het interieur nat of beschadigd wordt.
22. Sluit de voedingsstekker tijdens de werking niet aan of af.
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
23. Raak het product (indien in werking) niet aan met natte handen.
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
24. Plaats de verwarming of andere apparatuur niet in de nabijheid van de voedingskabel. Gevaar
voor brand en elektrische schokken.
25. Zorg ervoor dat het water niet in de elektrische delen dringt.
Dit zou brand, storingen of elektrische schokken kunnen teweegbrengen.
26. Open het rooster voor luchtingang niet tijdens de werking van het apparaat. Kans op
letsel, schokken of beschadiging van het product.
27. Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat niet; het kan het product beschadigen.NEXYA S5 E
28. Steek geen vingers of objecten in de luchtinlaat of -uitlaat wanneer het apparaat in
werking is. De aanwezigheid van scherpe bewegende delen kan leiden tot verwondingen.
29. Het water dat uit het apparaat komt niet drinken.
Dit is niet hygiënisch en zou ernstige gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken.
30. Bij gaslekken van andere apparaten de omgeving goed verluchten alvorens de airco in te
31. Het apparaat niet demonteren noch wijzigingen erop aan brengen.
32. Ventileer de ruimte goed indien het apparaat samen met een kachel enz. gebruikt wordt.
33. Gebruik de apparatuur niet voor andere doeleinden dan waarvoor het ontworpen is.
34. De personen die op een koelcircuit werken of ingrijpen, moeten in het bezit zijn van
de gepaste certicatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die hun bevoegdheid vaststelt om koelmiddelen veilig te behandelen volgens een door brancheverenigingen erkende beoordelingsspecicatie.
35. Laat geen R32-gas in de atmosfeer ontsnappen; R32 is een geuoreerd broeikasgas met
een aardopwarmingspotentieel (GWP) = 675.
36. De apparaten die worden beschreven in deze handleiding zijn conform de toepasselijke
Europese Richtlijnen en de eventuele daaropvolgende wijzigingen.
37. Het apparaat bevat ontvlambaar gas A2L. Raadpleeg deze handleiding voor de
correcte installatiewijze.
- Deze airconditioner bevat geuoreerde gassen. Raadpleeg het typeplaatje op het apparaat voor specieke informatie over het type en de hoeveelheid gas.
- De installatie, assistentie, het onderhoud en de reparatie van het apparaat moeten worden uitgevoerd door een erkend technicus.
- De demontage en recyclage van het apparaat moeten worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.
- Als er een lekzoeker op het systeem is geïnstalleerd, moet u minstens om de 12 maanden op lekkage controleren.
- Als wordt gecontroleerd of geen lekken aanwezig zijn, is het raadzaam om een gedetailleerd register van alle inspecties bij te houden.
- Controleer de zone rondom de apparatuur, voordat werkzaamheden aan het apparaat worden verricht, om na te gaan of er geen brand- en/of verbrandingsgevaar heerst. Tref de volgende maatregelen voor de reparatie van het koelsysteem, voordat werkzaamheden aan het systeem worden verricht.
Vóór en tijdens de werkzaamheden MOET de zone gecontroleerd worden met een specieke koudemiddeldetector, zodat de monteur een mogelijk gevaarlijke atmosfeer kan herkennen. Controleer of de lekdetector geschikt is voor het gebruik in combinatie met ontvlambare koudemiddelen, geen vonken veroorzaakt en afgedicht of intrinsiek veilig is.
2. De kalibratie van elektronische lekdetectoren kan vereist zijn. Kalibreer ze, indien nodig,
in en zone waar geen koudemiddel in aanwezig is.
3. Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het
gebruikte koudemiddel. De detector moet ingesteld zijn op een LFL-percentage van het koudemiddel en moet voor het gebruikte koudemiddel zijn gekalibreerd. Het geschikte gaspercentage (maximaal 25%) moet bevestigd worden. 3a. De lekdetectievloeistoen kunnen voor het merendeel van de koudemiddelen worden gebruikt. Het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten MOET worden vermeden. Gevaar voor corrosie van de koperen leidingen.
4. Elimineer open vuur als u vermoedt dat er sprake is van een lekkage.
5. Alle ontstekingsbronnen (ook een brandende sigaret) moeten buiten bereik worden
gehouden van de plaats waar alle werkzaamheden worden verricht waarbij ontvlambaar koudemiddel in de omringende ruimte kan vrijkomen.
6. Controleer of de ruimte voldoende geventileerd is, voordat werkzaamheden in het
systeem worden verricht. Er moet een continue ventilatie worden gewaarborgd.NEDERLANDS NL - 6
7. Controleer altijd vóór elke handeling of:
- de condensors leeg zijn. Deze handeling moet veilig worden verricht om mogelijke vonkvorming te vermijden;
- geen enkele elektrische component onder spanning staat en er geen blootliggende kabels zijn tijdens het vullen, aftappen of spoelen van het systeem;
- de aarding niet onderbroken is.
Controleer regelmatig of de kabels niet blootgesteld wordt aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of aan ieder ander nadelig eect van de omgeving.
9. Verricht de onderstaande standaardprocedures bij reparatiewerkzaamheden of
andersoortige werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit:
- verwijder het koudemiddel;
- spoel het circuit met inert gas;
- spoel het circuit opnieuw met inert gas;
- open het circuit door de snijbranden of solderen. 9a. De stikstof zonder zuurstof (OFN) MOET doorgeblazen worden via het systeem, zowel voorafgaand aan als tijdens het soldeerproces. 9b. Wanneer de denitieve OFN-vulling gebruikt wordt, moet het systeem ontlucht zijn tot aan de atmosferische druk om de uitvoering van het werk toe te staan. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als soldeerwerken op de leidingen uitgevoerd moeten worden.
Het koudemiddel moet in specieke gasessen worden opgeslagen. Het systeem moet “gereinigd” worden met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat deze procedure meerdere malen moet worden herhaald. Gebruik GEEN perslucht of zuurstof voor deze handeling. 10a. Controleer tijdens de vulling van het systeem of er GEEN contaminatie van verschillende elementen is. De buizen of leidingen MOETEN zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin tot een minimum te beperken.
11. De gasessen moeten verticaal worden gehouden. Gebruik uitsluitend gasessen die
voor het opvangen van koudemiddelen geschikt zijn. De gasessen moeten voorzien zijn van een terugstroomklep en uitschakelkleppen die in goede staat verkeren. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen aanwezig zijn.
12. De leidingen moeten beschikken over afkoppelsystemen en mogen GEEN lekken vertonen.
Controleer, voordat het aftapapparaat gebruikt wordt, of het apparaat goed onderhouden is en de eventueel aanverwante elektrische componenten zijn afgedicht, om te vermijden dat eventueel vrijkomend koudemiddel vlam kan vatten.
13. Controleer of het koelsysteem geaard is, voordat het systeem met koudemiddel wordt
gevuld. Breng een label op het systeem aan als het is gevuld. Let bijzonder goed om te vermijden dat het koelsysteem overbelast wordt.
14. Onderwerp het systeem aan een druktest met OFN, voordat het wordt gevuld, en aan een
dichtingstest nadat het is gevuld voordat het in werking wordt gesteld. Onderwerp het systeem aan een extra dichtingstest, voordat de plaats wordt verlaten. 14a. Tap het koudemiddel veilig af. Draag het koudemiddel over naar gasessen die voor het opvangen hiervan geschikt zijn. Zorg voor voldoende gasessen, zodat de volledige hoeveelheid kan worden opgevangen. Alle gasessen zijn voor dit type koudemiddel van een label voorzien (speciale gasessen voor het terugwinnen van koudemiddel). De gasessen moeten voorzien zijn van een terugstroomklep en een afsluiter die in goede staat verkeren. Lege gasessen moeten worden afgevoerd en, indien mogelijk, voor de terugwinning worden gekoeld. 14b. De technicus moet alle benodigde hulpmiddelen, die in goede staat verkeren, beschikken over een reeds aanwijzingen en voor de terugwinning van koudemiddelen (ook ontvlambaar) geschikt zijn, binnen handbereik hebben. Bovendien moeten een reeks gebalanceerde weegschalen,die in goede staat verkeren, aanwezig zijn. Controleer of de leidingen in goede staat verkeren en voorzien zijn van lekvrije koppelingen. 14c. Controleer vóór het gebruik of de machine voor het terugwinnen in goede staat verkeert, goed is onderhouden en alle elektrische componenten ervan zijn geïsoleerd, zodat eventueel vrijkomend koudemiddel ze niet kan binnendringen. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
15. Het opgevangen koudemiddel moet in de geschikte gases aan de leverancier worden
afgegeven, met ondertekening van het afvaloverdrachtsbewijs. Koudemiddelen mogenNEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 7 NIET worden gemengd in het aftapapparaat of de gasessen.
16. Controleer, wanneer vulapparatuur gebruikt wordt, of geen contaminatie tussen
verschillende koudemiddelen plaatsvindt. De slangen of de leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin tot het minimum te beperken.
17. De unit niet doorboren of verbranden.
18. Elektrische componenten die vervangen worden MOETEN geschikt zijn voor en
overeenstemmen met de specicaties van het apparaat. Elk onderhoud MOET worden verricht in overeenstemming met de aanwijzingen van deze handleiding. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
19. Verricht de volgende controles:
- De afmetingen van de kamer, waarin de delen aanwezig zijn die het koudemiddel bevatten, zijn in overeenstemming met de huidige vulhoeveelheid van het koudemiddel;
- Het ventilatie-apparaat werkt correct en de uitgangen zijn niet verstopt;
- De markeringen op de unit zijn altijd leesbaar en goed zichtbaar. Herstel ze als dit niet het geval is;
- De leidingen of componenten die het koudemiddel bevatten, MOETEN geïnstalleerd worden op een plaats waar ze door geen enkele substantie kunnen corroderen, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die intrinsiek corrosiebestendig zijn of op passende wijze tegen dit risico zijn beschermd.
20. De koelgassen zijn reukloos.
21. Raadpleeg de plaatselijke regelgeving voor de verwijdering en de markering (door middel
van opschriften) van het apparaat dat koelgas bevat.
Voor de opslag van het apparaat: De verpakking voor de opslag moet zo resistent zijn dat het apparaat geen beschadigingen kan ondergaan en een mogelijke lekkage van koelgas wordt vermeden.
23. Het teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem worden aangebracht,
tenzij het is gezuiverd en gecontroleerd.
24. De ontmanteling MOET uitgevoerd worden door een gekwaliceerd technicus die de PBM
correct MOET gebruiken en de apparatuur perfect MOET kennen. Alle koudemiddelen MOETEN in veiligheid teruggewonnen worden; neem altijd een monster van olie en van koudemiddel op alvorens het circuit te legen.
25. Alvorens ongeacht welke handeling in het kader van de ontmanteling te beginnen:
- Isoleer het systeem elektrisch. - Controleer of de hulpmiddelen voor de mechanische verplaatsing ter beschikking zijn, voor de verplaatsing van de gasessen, indien nodig. - De hulpmiddelen en gasessen voor de terugwinning MOETEN in overeenstemming zijn met de normen.
26. De apparatuur moet geëtiketteerd zijn met de aanduiding dat het buiten dienst gesteld is en
het koudemiddel verwijderd is. Het etiket moet voorzien zijn van datum en handtekening. Controleer of op de apparatuur etiketten aanwezig zijn die aangeven dat de apparatuur een ontvlambaar koudemiddel bevat.
Als de compressoren, of de oliën voor compressoren, verwijderd moeten worden, controleer dan of ze in veiligheid zijn afgevoerd en een aanvaardbaar niveau hebben, om er zeker van te zijn dat het ontvlambare koudemiddel niet in het smeermiddel achterblijft. Het afvoerproces moet uitgevoerd worden voordat de compressor naar de leveranciers teruggebracht wordt. Om dit proces te versnellen mag alleen de elektrische verwarming van de romp van de compressor gebruikt worden.
0.3 - BEOOGD GEBRUIK
- De klimaatregelaar mag uitsluitend gebruikt worden voor het produceren van warme of koude lucht (naar keuze) met als enig doel de omgevingstemperatuur comfortabel te maken.
- Een oneigenlijk gebruik van de (binnen- en buiten-) apparatuur, met eventueel persoonlijk letsel, letsel aan dieren of materiële schade, ontheft OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van aansprakelijkheid.
- De airconditioners mogen niet worden geïnstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen,NEDERLANDS NL - 8 enz.) of op plaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water.
- Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeistoen in de buurt van de airconditioner.
- De airco heeft geen ventilator om frisse lucht in het lokaal te brengen. Verlucht door de deuren en vensters te openen.
- Installeer altijd een automatische schakelaar en zorg voor een speciaal voedingscircuit.
Dit product mag uitsluitend worden gebruikt volgens de specicaties, aangeduid in deze handleiding. Als het op een andere wijze wordt gebruikt dan aangeduid kan dit leiden tot zware ongevallen. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.
0.5 - SPECIFICATIES VAN DE ZEKERING
- Het apparaat is uitgerust met een veiligheidszekering, de specicaties staan afgedrukt op het blad: T20A/250 VAC (voor units <24000 Btu/h) T30A/250 VAC (voor units >24000 Btu/h)
- Gebruik voor de units met koelmiddel R32 alleen explosiebestendige zekeringen van keramiek.
0.6 - UIT TE VOEREN CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE
a. Controles van het gebied Alvorens de werkzaamheden te starten op systemen met ontvlambare koelvloeistoffen zijn veiligheidscontroles vereist om het risico op ontsteking tot het minimum te herleiden. Om een koelsysteem te repareren moeten de volgende voorzorgsmaatregelen genomen worden alvorens op het systeem in te grijpen. b. Werkprocedure Het werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd zodat het risico op aanwezigheid van ontvlambaar gas of damp tijdens de werkzaamheden wordt voorkomen. c. Algemeen werkgebied Al het onderhoudspersoneel en al het personeel dat in het lokaal werkt, moet op de hoogte worden gesteld van de aard van het uit te voeren werk. Vermijd om in enge ruimtes te werken. De zone rond het werkgebied moet worden ingedeeld. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het werkgebied veilig zijn en controleer het ontvlambaar materiaal. d. Controle van de aanwezigheid van koelvloeistof Het gebied moet voor, tijdens en na de uitvoering van het werk met behulp van een specieke koelmiddeldetector gecontroleerd worden zodat de technicus ervan op de hoogte is als potentieel ontvlambare atmosferen aanwezig zijn. Controleer of het apparaat om lekken op te sporen geschikt is voor ontvlambare koelvloeistoffen, m.a.w. dat het geen vonken veroorzaakt, verzegeld en veilig is. e. Aanwezigheid van brandblussers Als op het koelsysteem of de relatieve componenten werkzaamheden bij hoge temperaturen moeten worden uitgevoerd, moet een geschikt brandbeveiligingssysteem voorzien zijn. Plaats brandblussers op basis van CO2 of droge blusstoffen in de buurt van de vulzone. f. Geen ontstekingsbronnen Personen die werkzaam zijn op de koelsystemen en worden blootgesteld aan contact metNEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 9 buizen waarin ontvlambare koelmiddelen vloeien of vloeiden, mogen geen ontstekingsbronnen gebruiken om het risico op brand of explosie te vermijden. Elke mogelijke ontstekingsbron, zoals sigarettenrook, moet op een veilige afstand van de plaats worden gehouden waar de installatie, de reparatie, de verwijdering plaatsvindt daar koelvloeistoekken zich in de omgeving kunnen bevinden. Alvorens het werk uit te voeren, moet het gebied rond het apparaat worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambare stoffen ontstekingsrisico’s aanwezig zijn. Plaats borden met ROOKVERBOD. g. Geventileerd gebied Zorg ervoor dat de zone open is of op geschikte wijze wordt geventileerd alvorens met het systeem te werken of werkzaamheden bij hoge temperaturen uit te voeren. Zorg voor een constante ventilatie tijdens de werkzaamheden. De ventilatie moet op veilige wijze elk spoor van het koelmiddel kunnen verwijderen en indien mogelijk naar buiten leiden. h. Controles op het koelsysteem Als de elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en voldoen aan de specicaties. Volg altijd de richtlijnen van de fabrikant voor het onderhoud en de technische assistentie. Bij twijfels de klantendienst van de fabrikant raadplegen. De systemen met ontvlambare koelmiddelen moeten aan de volgende controles worden onderworpen:
- de omvang van de lading moet overeenkomen met die van de kamer waarin de componenten met het koelmiddel zijn geïnstalleerd;
- de ventilatiesystemen en -uitgangen moeten correct werken en mogen niet verstopt zijn;
- als een indirect koelcircuit in gebruik is, moet u de aanwezigheid van het koelmiddel in het secundair circuit controleren; de markering, aanwezig op de installaties, moet zichtbaar en leesbaar blijven;
- onleesbare markeringen en signaleringen moeten worden gecorrigeerd;
- de koelleidingen of -onderdelen moeten zodanig worden geïnstalleerd dat het onmogelijk is dat ze aan stoffen worden blootgesteld, die de componenten met koelmiddelen zouden kunnen aantasten, tenzij deze componenten werden geproduceerd met corrosiebestendige materialen of ze tegen corrosieve stoffen zijn beschermd.
i. Controles van de elektrische apparatuur
Voor de reparatie en het onderhoud van de elektrische onderdelen zijn een aanvankelijke veiligheidscontrole en inspectieprocedures op de componenten vereist. Bij een storing, die de veiligheid in het gedrang kan brengen, geen elektrische voeding aan het circuit aansluiten tot de reparatie heeft plaatsgevonden. Als de storing niet onmiddellijk kan worden gerepareerd en de werkzaamheid moet worden verdergezet, een geschikt tijdelijke oplossing aanwenden. Deel deze oplossing aan de eigenaar van het systeem mee zodat alle partijen ervan op de hoogte zijn. Voor de aanvankelijke veiligheidscontroles:
- de condensors legen: deze werkzaamheid moet op veilige wijze worden uitgevoerd om het ontstaan van vonken te vermijden;
- controleer of de onderdelen en de stroomkabels niet worden blootgesteld aan spanning tijdens het vullen, repareren of zuiveren van de installatie;
- controleer de continuïteit van de aarding. l. Reparaties van hermetische componenten
- Bij reparatiewerkzaamheden van hermetische componenten de stroomtoevoerlijnen van het apparaat afsluiten alvorens hermetische afdekkingen e.d. te verwijderen. Als absoluut stroomtoevoer voor het apparaat is vereist tijdens het onderhoud moet u een constant actieve lekzoeker in het meest kritische punt plaatsen zodat gevaarlijke situaties worden gesignaleerd.
- Lees aandachtig het volgende om in geval van interventies op de elektrische onderdelen te waarborgen dat de behuizing niet worden gewijzigd, wat het beschermingsniveau zouNL
De units die het airconditioningssysteem samenstellen worden apart verpakt in karton. Elke afzonderlijke eenheid kan handmatig door twee personeelsleden worden getransporteerd of ze kunnen op een heftruck worden geladen. Stapel maximaal drie verpakkingen als het gaat om een binnenunit of plaats elke verpakking afzonderlijk als het gaat om een buitenunit. De hierna aangeduide onderdelen zijn in de levering inbegrepen, alle andere onderdelen, nodig voor de installatie, moeten worden aangekocht.
1. Gebruiksaanwijzing
2a. Binnenunit I 2b. Buitenunit
3. Bevestigingsschroeven plaat
7. Bevestigingsplaat binnenunit
8. Afstandsbediening
9. Batterijen voor de afstandsbediening
aantal 2 - type AAA van 1,5V kunnen beïnvloeden. Dit omvat kabelschade, een overmatig aantal aansluitingen, kabelschoenen die niet zijn vervaardigd volgens de oorspronkelijke specicaties, pakkingschade, de verkeerde installatie van sluitingen, enz.
- Controleer of de apparaten stevig zijn gemonteerd.
- Controleer of de pakkingen of de afdichtingsmaterialen niet zijn versleten en dus niet meer kunnen worden gebruikt om de inlaat van ontvlambare atmosferen te voorkomen. De vervangingsonderdelen moeten voldoen aan de indicaties van de fabrikant. Het gebruik van afdichtingsmiddelen op basis van silicone kan de doeltreffendheid van bepaalde apparatuur voor de detectie van lekken beletten. Intrinsiek veilige componenten mogen niet worden geïsoleerd voordat eraan wordt ge- werkt.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 11
1.2 - NIET MEEGELEVERD VEREIST MATERIAAL
Om de apparatuur correct te kunnen installeren, moeten componenten worden gebruikt die niet zijn meegeleverd. a. Groep verbindingsbuizen (waterzijde) b. Groep verbindingsbuizen (gaszijde) c. Magnetische ring
Een verkeerde installatie kan het lekken van water, elektrische schokken en brand veroorzaken of tot gevolg hebben dat het apparaat kapot gaat. Naam van Accessoires Q'ty (pc) Vorm Installatieplaat (sommige modellen)
Plastic uitbreidingsmantel (sommige modellen) 5-8 (afhanke- lijk van de modellen) Zelftappende schroef A (sommige modellen) 5-8 (afhanke- lijk van de modellen) Overdrachtsconnector (meegeleverd met de binnen- of buitenunit, afhankelijk van het model) OPMERKING: De afmetin- gen van de leidingen kunnen per toestel verschillen. Om te voldoen aan verschillende eisen voor de afmetingen van de leidingen, moet voor de leidingaansluitingen soms een verbindingsstuk worden geïnstalleerd op de buitenunit. Optioneel onderdeel (één stuk/ één bin- nenunit) Optioneel onderdeel (1-5 stuks voor bui- tenunit, afhanke- lijk van de modellen) Naam van Accessoires Q'ty (pc) Vorm Afvoerkanaal (sommige modellen)
Magnetische ring (Bevestig deze op de verbindingskabel tussen de binnenunit en de buitenunit na de installatie). (sommige modellen) Verschilt per model Rubberen ring ter bescher- ming van het snoer (Als de snoerklem niet op een klein snoer kan worden be- vestigd, gebruik dan de rub- beren ring ter bescherming van het snoer [geleverd bij de accessoires] om het snoer te omwikkelen. Bevestig het dan op zijn plaats met de snoerklem). (sommige modellen)
Bewaar de verpakkingen in een gesloten ruimte die bescherming biedt tegen de weersomstandigheden en van de grond geïsoleerd door dwarsbalken of pallets.
De verpakking bestaat uit geschikt materiaal. Het product wordt verpakt door ervaren personeel. De apparatuur wordt compleet en in perfecte staat geleverd. Om echter de kwaliteit van het transportbedrijf te controleren, moet u het volgende doen: a. Bij ontvangst van de colli, controleren op de verpakking is beschadigd. Als dit zo is de goederen onder voorbehoud aanvaarden en foto’s maken van de schijnbare schade. b. uitpakken en op de paklijst controleren of alle componenten aanwezig zijn. c. controleren of de onderdelen niet werden beschadigd tijdens het transport; anders binnen 3 dagen na ontvangst de schade aan het transportbedrijf meedelen d.m.v. aangetekende brief met ontvangstbewijs en foto’s toevoegen. d. Let goed op tijdens het uitpakken en de installatie van de apparatuur. Scherpe delen kunnen verwondingen veroorzaken. Let op voor scherpe de hoeken van de structuur en de vinnen van de condensor en verdamper. e. Zend analoge informatie via fax naar OLIMPIA SPLENDID. Informatie over transportschade wordt 3 dagen na de levering niet meer onderzocht. Voor geschillen is de bevoegde rechtbank het hof van BRESCIA. Bewaar de verpakking minstens tijdens de garantieperiode om ze te kunnen gebruiken om het product naar het servicecentrum te zenden als een reparatie is vereist. Het verpakkingsmateriaal verwijderen volgens de geldende normen inzake afvalverwijdering.
2 - INSTALLATIEWIJZEN
Het apparaat moet geïnstalleerd, geactiveerd en bewaard worden in een omgeving die ruimer is dan X m
(zie tabellen paragraaf 7.4). Het apparaat moet geïnstalleerd worden in een niet geventileerde ruimte als het oppervlak kleiner is dan X m
(zie tabellen paragraaf 7.4). Het niet in acht nemen van de aangeduide normen, waardoor een slechte werking van de ap- paratuur kan optreden, ontheft het bedrijf OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van garantie en van eventuele schade, veroorzaakt aan personen, dieren of zaken. Het is belangrijk dat de elektrische installatie in overeenstemming is met de normen en dat de gegevens die op het technische blad staan in acht genomen zijn. Bovendien dient een goede aardverbinding aanwezig te zijn. Installeer, verwijder of herinstalleer de apparatuur niet alleen (klant). Risico op brand of elektrische schokken, explosie of letsel. Neem voor de installatie altijd contact op met de verkoper of een bevoegd assistentiecentrum. Risico op brand of elektrische schokken, explosie of letsel.
Controleer of de installatiezone in de loop der tijd niet verslechtert. Indien de basis instort, zou ook de airconditioner kunnen vallen en het meubilair kunnen be- schadigen, evenals het product zelf en verwondingen kunnen veroorzaken.
Installeer de apparatuur op een stevige en solide plaats die in staat is het gewicht ervan te dragen. Installeer de apparatuur niet in een plaats waar ontvlambaar gas kan lekken. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 13 10m(32.8ft) 15m(49ft) 15m(49ft)
Specificaties Eenheid: m Specificaties Aantal eenheden dat samen kan worden gebruiktCompressor stop/startfrequentieAangesloten eenheden1-5 eenhedenDual Trial Quadri Penta3 min of meer±10% van de nominale span-ning±15% van de nominale span-ning±3% van de nominale spanningStop de tijd.voltageschommelinginterval onbalansspanningsval tijdens de startSpanning voedingsbronMax. lengte voor alle kamersMax. lengte voor één binnenunitMax. hoogteverschil tussen binnen- en buitenunitMax. hoogteverschil tussen binnenunits BuitenunitBinnenunitBinnenunitBinnenunitMax.Hoogte verschil OPMERKING: Voor de eenheden die snelkoppelingen gebruiken, kunnen niet meer dan twee leidingen worden aangesloten, en de Max. lengte voor elke pijp is 7,5 meter. Wanneer u meerdere binnenunits met één buitenunit installeert, moet u ervoor zorgen dat de lengte van de koelmiddelleiding en de valhoogte tussen de binnen- en buitenunits voldoen aan de vereisten die zijn weergegeven in de volgende tekening: ◄ Bladzijde 20 ► 10m(32.8ft) 15m(49ft) 15m(49ft)
Specificaties Eenheid: m Specificaties Aantal eenheden dat samen kan worden gebruikt Compressor stop/startfrequentie Aangesloten eenheden 1-5 eenheden Dual Trial Quadri Penta 3 min of meer ±10% van de nominale span-ning ±15% van de nominale span-ning ±3% van de nominale spanning Stop de tijd. voltageschommeling interval onbalans spanningsval tijdens de start Spanning voedingsbron Max. lengte voor alle kamers Max. lengte voor één binnenunit Max. hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit Max. hoogteverschil tussen binnenunits Buitenunit Binnenunit Binnenunit Binnenunit Max.Hoogte verschil OPMERKING: Voor de eenheden die snelkoppelingen gebruiken, kunnen niet meer dan twee leidingen worden aangesloten, en de Max. lengte voor elke pijp is 7,5 meter. Wanneer u meerdere binnenunits met één buitenunit installeert, moet u ervoor zorgen dat de lengte van de koelmiddelleiding en de valhoogte tussen de binnen- en buitenunits voldoen aan de vereisten die zijn weergegeven in de volgende tekening: ◄ Bladzijde 20 ►
2.2 - SPECIFICATIES VOOR DE INSTALLATIE VAN DE BUITENUNIT
Voor de eenheden die snelkoppelingen gebruiken, kunnen niet meer dan twee leidingen worden aangesloten, en de Max. lengte voor elke pijp is 7,5 meter. Wanneer u meerdere binnenunits met één buitenunit installeert, moet u ervoor zorgen dat de lengte van de koelmiddelleiding en de valhoogte tussen de binnen- en buitenunits voldoen aan de vereisten die zijn weer- gegeven in de volgende tekening:L N MC MC(L1) (L2) NEDERLANDS NL - 14
Installatie buitenunit Installatie-instructies - BuitenunitInstallatie buitenunit60cm (24in) boven 30cm (12in) links 200cm (79in) vooraan 60cm (24in) aan de rechterkant 30cm (12in) van achterwand Stap 1: Installatieplaats kiezen Als het toestel wordt blootgesteld aan hevige wind: Als het toestel vaak wordt blootgesteld aan hevige regen of sneeuw: Als het toestel vaak wordt blootgesteld aan zoute lucht (zee): Correcte installatielocaties voldoen aan de volgen- de normen: Installeer het toestel volgens de plaatselijke veror- deningen en voorschriften, die van regio tot regio licht kunnen verschillen. Voordat u de buitenunit installeert, moet u een geschik- te plaats kiezen. Hieronder volgen normen die u zullen helpen bij het kiezen van een geschikte plaats voor het toestel. Voldoet aan alle ruimtelijke eisen die zijn vermeld in Installatie Ruimte Eisen hierboven. Dichtbij een obstakel dat de luchtinlaten en -uitlaten kan blokkeren Dichtbij een openbare straat, drukke gebieden, of waar lawaai van de eenheid anderen zal storen In de buurt van dieren of planten die schade kunnen ondervinden van het uitstoten van hete lucht Dichtbij een bron van brandbaar gas Op een plaats die blootgesteld is aan grote hoev- eelheden stof Op een plaats die blootgesteld is aan een buiten- sporige hoeveelheid zoute lucht Installeer het toestel zodanig dat de ventilator van de luchtuitlaat in een hoek van 90° staat ten opzichte van de windrichting. Bouw indien nodig een barrière voor de eenheid om deze te beschermen tegen extreem harde wind. Zie onderstaande cijfers. Bouw een afdak boven het toestel om het te bescher- men tegen regen of sneeuw. Zorg ervoor dat de luchtstroom rond het toestel niet wordt belemmerd. Gebruik een buitenunit die speciaal is ontworpen om bestand te zijn tegen corrosie. Stevig en solide - de plaats kan het toestel dragen en zal niet trillen Neem bij verwachte sneeuwval de nodige maatre- gelen om ijsafzetting en schade aan de batterij te voorkomen. Beschermd tegen langdurige perioden van direct zonlicht of regen Goede luchtcirculatie en ventilatie Het geluid van het toestel zal anderen niet storen Installeer de eenheid NIET op de volgende plaatsen: ◄ Bladzijde 21► SPECIALE OVERWEGINGEN VOOR EXTREEM WEERSterke windWindschermSterke windSterke wind
Installatie buitenunit Installatie-instructies - BuitenunitInstallatie buitenunit60cm (24in) boven30cm (12in) links200cm (79in) vooraan60cm (24in) aan de rechterkant30cm (12in) van achterwandStap 1: Installatieplaats kiezenAls het toestel wordt blootgesteld aan hevige wind:Als het toestel vaak wordt blootgesteld aan hevige regen of sneeuw:Als het toestel vaak wordt blootgesteld aan zoute lucht (zee):Correcte installatielocaties voldoen aan de volgen-de normen:Installeer het toestel volgens de plaatselijke veror-deningen en voorschriften, die van regio tot regio licht kunnen verschillen. Voordat u de buitenunit installeert, moet u een geschik- te plaats kiezen. Hieronder volgen normen die u zullen helpen bij het kiezen van een geschikte plaats voor het toestel.Voldoet aan alle ruimtelijke eisen die zijn vermeld in Installatie Ruimte Eisen hierboven.Dichtbij een obstakel dat de luchtinlaten en -uitlaten kan blokkerenDichtbij een openbare straat, drukke gebieden, of waar lawaai van de eenheid anderen zal storenIn de buurt van dieren of planten die schade kunnen ondervinden van het uitstoten van hete luchtDichtbij een bron van brandbaar gasOp een plaats die blootgesteld is aan grote hoev-eelheden stofOp een plaats die blootgesteld is aan een buiten-sporige hoeveelheid zoute luchtInstalleer het toestel zodanig dat de ventilator van de luchtuitlaat in een hoek van 90° staat ten opzichte van de windrichting. Bouw indien nodig een barrière voor de eenheid om deze te beschermen tegen extreem harde wind.Zie onderstaande cijfers.Bouw een afdak boven het toestel om het te bescher-men tegen regen of sneeuw. Zorg ervoor dat de luchtstroom rond het toestel niet wordt belemmerd.Gebruik een buitenunit die speciaal is ontworpen om bestand te zijn tegen corrosie.Stevig en solide - de plaats kan het toestel dragen en zal niet trillenNeem bij verwachte sneeuwval de nodige maatre-gelen om ijsafzetting en schade aan de batterij te voorkomen.Beschermd tegen langdurige perioden van direct zonlicht of regenGoede luchtcirculatie en ventilatieHet geluid van het toestel zal anderen niet storenInstalleer de eenheid NIET op de volgende plaatsen:◄ Bladzijde 21►SPECIALE OVERWEGINGEN VOOR EXTREEM WEERSterke windWindschermSterke windSterke wind
2.3 - PROCEDURES VOOR DE INSTALLATIE VAN DE BUITENUNIT
- Installeer de buitenunit• Sluit de leidingen van het koelmiddel aan• Sluit de draden aan
- Evacueer het koelsysteem • Voer een test uit2.3.1 - Stap 1: Installatieplaats kiezenInstalleer het toestel volgens de plaatselijke verordenin-gen en voorschriften, die van regio tot regio licht kunnen verschillen. Voordat u de buitenunit installeert, moet u een geschikte plaats kiezen. Hieronder volgen normen die u zullen helpen bij het kiezen van een geschikte plaats voor het toestel.Correcte installatielocaties voldoen aan de volgende normen:• Neem de afstanden in acht die aangeduid worden op de afbeelding.• Goede circulatie van de lucht en ventilatie.• Stabiel en genivelleerd steunvlak.• Het geluid van de unit mag anderen niet storen.• Bevestigingsmuur in staat om de unit te verdragen.• Als sneeuw voorspeld wordt, tref dan passende maatregelen om de ophoping van ijs en beschadigingen van de unit te voorkomen.Installeer de eenheid NIET op de volgende plaatsen:• Vlakbij een obstakel dat de intrede en de uitlaat van de lucht kan belemmeren.• Dichtbij een openbare straat, drukke gebieden, of waar lawaai van de eenheid anderen zal storen • In de buurt van dieren of planten die schade kunnen ondervinden van het uitstoten van hete lucht Dichtbij een bron van brandbaar gas• Op een plaats die blootgesteld is aan grote hoeveelheden stof• Op een plaats die blootgesteld is aan een buitensporige hoeveelheid zoute lucht2.3.2 - Speciale overwegingen voor extreem weerAls het toestel wordt blootgesteld aan hevige wind:Installeer het toestel zodanig dat de ventilator van de luchtuitlaat in een hoek van 90° staat ten opzichte van de windrichting. Bouw indien nodig een barrière voor de eenheid om deze te beschermen tegen extreem harde wind.NEXYA S5 E 946x810x410 673 403805x554x330 511 317890x673x342 663 354 Misure di sicurezza Fase 2: Installare il giunto di scarico (solo unità pompa di calore)Prima di bullonare l'unità esterna in posizione, è necessario installare il giunto di scarico nella parte inferiore dell'unità. Si noti che ci sono due diversi tipi di giunti di scarico a seconda del tipo di unità esterna. Se il giunto di scarico viene fornito con una guarnizione in gomma (vedi Fig. A), eettuare le seguenti operazioni:
1. Montare il sigillo di gomma all'estremità del giunto di
Installatie buitenunit1. Breng de rubberen afdichting aan op het uiteinde van de afvoerkoppeling dat op de buitenunit zal worden aang-esloten.2. Steek de aftapplug in het gat in de bodemplaat van het toestel.3. Draai de afvoerkoppeling 90° totdat deze vastklikt in de richting van de voorkant van het toestel.4. Sluit een verlengstuk voor de afvoerslang (niet meege-leverd) aan op de aftapplug om water uit het toestel te leiden tijdens de verwarmingsmodus.1. Steek de aftapplug in het gat in de bodemplaat van het toestel. De afvoer zal vastklikken.2. Sluit een verlengstuk voor de afvoerslang (niet meege-leverd) aan op de aftapplug om water uit het toestel te leiden tijdens de verwarmingsmodus. Stap 2: Installeer afvoerkanaal Stap 3: Anker buitenunit Als de aftapverbinding is voorzien van een rubberen afdichting (zie Fig. A ), doe het volgende: Als de aftapplug niet is voorzien van een rubberen afdichting (zie Fig. B ), doe dan het volgende:(Alleen warmtepompunit)Zorg er in koude klimaten voor dat de afvoerslang zo verticaal mogelijk staat om een snelle waterafvoer te verzekeren. Als het water te langzaam wegloopt, kan het in de slang bevriezen en het toestel overspoelen.De buitenunit kan met een bout (M10) aan de grond of aan een muurbeugel worden verankerd. Bereid de installatiebasis van het toestel voor aan de hand van de onderstaande afmetingen.Hieronder volgt een lijst van verschillende maten buitenunits en de afstand tussen hun montagevoeten. Bereid de installatiebasis van het toestel voor aan de hand van de onderstaande afmetingen.Voordat u de buitenunit op zijn plaats schroeft, moet u de aftapvoeg aan de onderkant van de unit aanbrengen. Merk op dat er twee verschillende soorten aftapvoegen zijn, afhankelijk van het type buitenunit. ◄ Bladzijde 22 ► ZegelZegelAfvoerkanaalGat in bodemplaat van buitenunit Typen buitenunits en specificaties v Afmetingen buitenunitW × H × D (mm)Montage Afmetingen (mm)Afstand A Afstand B Als het toestel vaak wordt blootgesteld aan hevige regen of sneeuw: Bouw een afdak boven het toestel om het te beschermen tegen regen of sneeuw. Zorg ervoor dat de lucht- stroom rond het toestel niet wordt belemmerd. Als het toestel vaak wordt blootgesteld aan zoute lucht (zee): Gebruik een buitenunit die speciaal is ontworpen om bestand te zijn tegen corrosie.
2.3.3 - Stap 2: Installeer afvoerkanaal (Alleen warmtepompunit)
Voordat u de buitenunit op zijn plaats schroeft, moet u de aftapvoeg aan de onderkant van de unit aanbrengen. Merk op dat er twee verschillende soorten aftapvoegen zijn, afhankelijk van het type buitenunit. Als de aftapverbinding is voorzien van een rubberen afdichting (zie Fig. A ), doe het volgende:
1. Breng de pakking in positie op de afvoerkoppeling.
2. Plaats de koppeling op het gat dat op de basis van de
buitenunit aanwezig is.
3. Draai de koppeling 80° tot de klik gehoord wordt en
breng hem in positie ertegenover.
4. Sluit een (niet geleverde) afvoerbuis aan op de koppeling
en richt die op een afvoerputje. Als de aftapplug niet is voorzien van een rubberen afdichting (zie Fig. B ), doe dan het volgende:
1. Plaats de koppeling op het gat dat op de basis van de
buitenunit aanwezig is.
2. Draai de koppeling 80° tot de klik gehoord wordt en
breng hem in positie ertegenover.
3. Sluit een (niet geleverde) afvoerbuis aan op de koppeling en richt die op een afvoerputje.
Controleer in een koud klimaat of de afvoerbuis zo verticaal mogelijk staat om een snelle drai- nage van het water mogelijk te maken. Als het water te langzaam afgevoerd wordt, kan het in de buis bevriezen en de unit schade toebrengen.
2.3.4 - Stap 3: Anker buitenunit
De buitenunit kan met een bout (M10) aan de grond of aan een muurbeugel worden verankerd. Bereid de installatiebasis van het toestel voor aan de hand van de onderstaande afmetingen.
2.4 - AFMETINGEN MONTAGE EENHEID
Hieronder volgt een lijst van verschillende maten buitenunits en de afstand tussen hun montagevoeten. Bereid de installatiebasis van het toestel voor aan de hand van de onderstaande afmetingen.NEDERLANDS NL - 16 Outdoor Unit
- Om schade aan de muur te voorkomen, moet u een spijkerzoeker gebruiken om de spijkers te lokaliseren.
- Een minimale lengte van 3 meter is vereist om trillingen en overmatig lawaai te minimaliseren.
- Twee van de luchtcirculatieroutes A, B en C moeten te allen tijde vrij zijn van belemmeringen.
- Deze illustratie is alleen bedoeld als demonstratie.
- De werkelijke vorm van uw airconditioner kan iets anders zijn.
- Koperen leidingen moeten afzonderlijk worden geïsoleerd.OPMERKING: De installatie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de plaatselijke en nationale normen. De installatie kan in verschil-lende gebieden enigszins anders zijn.◄ Bladzijde 19► Meer dan 12 cm Meer dan 12 cm Meer dan 12 cm Meer dan 12 cm Luchtfilter Luchtfilter LuchtfilterLuchtfilterMeer dan 30 cmMeer dan 30 cmMeer dan 30 cmMeer dan 30 cmMeer dan 60 cmMeer dan 200 cmMeer dan 200 cmLuchtfilterMeer dan 60 cmMeer dan 60 cmMeer dan 60 cmMeer dan 12 cmMeer dan 12 cmAfstandsbe-dieningAfstandsbe-dieningAfstandsbe-dieningAfstandsbe-dieningAfstandsbe-diening houderLuch-trem-schake- laar Montageschroef ST3.9×25-C-HMeer dan 15 cmInstallatieplaatKlemankerLuchtremschakelaarAfvoerpijpStroomkabel voor buitenunitInstallatie-plaatKoelmiddel-leidingAfstandsbe-diening houder KlemankerMeer dan 15 cmMontageschroef ST3.9×25-C-HHet maximum aantal aansluitkabels is 5.Dit gedeelte is alleen ter referentie.Lucht uitLucht uitAfstandsbe-dieningOne-TwoOne-ThreeOne-FourOne-Five Dual TrialQuadriPenta 7K/9K/12K 1/4 3/8 12K/18K 1/4 1/2 24K 3/8 5/8 760x590x285 (29.9x23.2x11.2) 530 (20.85) 290 (11.4) 810x558x310 (31.9x22x12.2) 549 (21.6) 325 (12.8) 845x700x320 (33.27x27.5x12.6) 560 (22) 335 (13.2) 900x860x315 (35.4x33.85x12.4) 590 (23.2) 333 (13.1) 945x810x395 (37.2x31.9x15.55) 640 (25.2) 405 (15.95) 990x965x345 (38.98x38x13.58) 624 (24.58) 366 (14.4) 946x810x420 (37.2x31.9x16.53) 673 (26.5) 403 (15.87) 946x810x410 (37.2x31.9x16.14) 673 (26.5) 403 (15.87) 952x1333x410 (37.5x52.5x16.14) 634 (24.96) 404 (15.9) 952x1333x415 (37.5x52.5x16.14) 634 (24.96) 404 (15.9) 845x702x363 (33.27x27.6x14.3)540 (21.26)350 (13.8) 938x1369x392 (36.93x53.9x15.43) 634 (24.96) 404 (15.9) 900x1170x350 (35.4x46x13.8) 590 (23.2) 378 (14.88) 800x554x333 (31.5x21.8x13.1) 514 (20.24) 340 (13.39) L A LHA 890x673x342 (35.0”x 26.5”x 13.5”) 663 (26.1”)354 (13.9”) (eenheid: mm/inch)(eenheid: inch)Aantekeningen over het boren van een gat in de muurWanneer u een 24K binnenunit kiestRijen serie-installatie De relaties tussen H, A en L zijn als volgt. Aansluitende pijpmaat van een A en B systeem Installatie buitenunit1. Bepaal de plaats van het muurgat op basis van de plaats van de buitenunit.
2. Boor met een kernboor van 65 mm (2,5") een
gat in de muur.3. Plaats de beschermende muurmanchet in het gat. Dit beschermt de randen van het gat en helpt het af te dichten wanneer u klaar bent met de installatie.Afmetingen buitenunitB x H x DCapaciteit binnenunit (Btu/h)VloeistofGasMontage AfmetingenAfstand A Afstand BU moet een gat in de muur boren voor de koelmiddel-leidingen en de signaalkabel die de binnen- en buitenunits met elkaar zal verbinden.De 24K binnenunit kan alleen worden aangesloten op een A-systeem. Als er twee 24K binnenunits zijn, kunnen deze worden aangesloten op A- en B-syste-men. OPMERKING: Let er bij het boren van het gat in de muur op dat u draden, leidingen en andere gevoelige onderdelen vermijdt.◄ Bladzijde 23► 25 cm of meerL ≤1/2U1/2U < L ≤ H L≤ H L > U30 cm of meerKan niet worden geïnstalleerd 25 cm of meer25 cm of meer150 cm / 59" of meer 60 cm / 23.6" of meer300 cm / 118" of meer 7K/9K/12K 1/4 3/8 12K/18K 1/4 1/2 24K 3/8 5/8 760x590x285 (29.9x23.2x11.2) 530 (20.85) 290 (11.4) 810x558x310 (31.9x22x12.2) 549 (21.6) 325 (12.8) 845x700x320 (33.27x27.5x12.6) 560 (22) 335 (13.2) 900x860x315 (35.4x33.85x12.4) 590 (23.2) 333 (13.1) 945x810x395 (37.2x31.9x15.55) 640 (25.2) 405 (15.95) 990x965x345 (38.98x38x13.58) 624 (24.58) 366 (14.4) 946x810x420 (37.2x31.9x16.53) 673 (26.5) 403 (15.87) 946x810x410 (37.2x31.9x16.14) 673 (26.5) 403 (15.87) 952x1333x410 (37.5x52.5x16.14) 634 (24.96) 404 (15.9) 952x1333x415 (37.5x52.5x16.14) 634 (24.96) 404 (15.9) 845x702x363 (33.27x27.6x14.3)540 (21.26)350 (13.8) 938x1369x392 (36.93x53.9x15.43) 634 (24.96) 404 (15.9) 900x1170x350 (35.4x46x13.8) 590 (23.2) 378 (14.88) 800x554x333 (31.5x21.8x13.1) 514 (20.24) 340 (13.39) L A
890x673x342 (35.0”x 26.5”x 13.5”) 663 (26.1”)354 (13.9”) (eenheid: mm/inch)(eenheid: inch)Aantekeningen over het boren van een gat in de muurWanneer u een 24K binnenunit kiestRijen serie-installatie De relaties tussen H, A en L zijn als volgt. Aansluitende pijpmaat van een A en B systeem Installatie buitenunit1. Bepaal de plaats van het muurgat op basis van de plaats van de buitenunit.
2. Boor met een kernboor van 65 mm (2,5") een
gat in de muur.3. Plaats de beschermende muurmanchet in het gat. Dit beschermt de randen van het gat en helpt het af te dichten wanneer u klaar bent met de installatie.Afmetingen buitenunitB x H x DCapaciteit binnenunit (Btu/h)VloeistofGasMontage Afmetingen Afstand A Afstand B U moet een gat in de muur boren voor de koelmiddel-leidingen en de signaalkabel die de binnen- en buitenunits met elkaar zal verbinden.De 24K binnenunit kan alleen worden aangesloten op een A-systeem. Als er twee 24K binnenunits zijn, kunnen deze worden aangesloten op A- en B-syste-men. OPMERKING: Let er bij het boren van het gat in de muur op dat u draden, leidingen en andere gevoelige onderdelen vermijdt.◄ Bladzijde 23►25 cm of meerL ≤1/2U 1/2U < L ≤ H L≤ HL > U30 cm of meerKan niet worden geïnstalleerd25 cm of meer25 cm of meer150 cm / 59" of meer60 cm / 23.6" of meer300 cm / 118" of meer De relaties tussen H, A en L :
2.5 - INSTALLATIESCHEMA
- Om schade aan de muur te voorkomen, moet u een spijkerzoeker gebruiken om de spijkers te lokaliseren.
- Een minimale lengte van 3 meter is ver- eist om trillingen en overmatig lawaai te minimaliseren.
- Twee van de luchtcirculatieroutes A, B en C moeten te allen tijde vrij zijn van belemmeringen.
- Deze illustratie is alleen bedoeld als demonstratie.
- De werkelijke vorm van uw airconditi- oner kan iets anders zijn.
AANTEKENINGEN OVER HET BOREN VAN EEN GAT IN DE MUUR Het is noodzakelijk een gat in de muur te boren voor de passage van de koelmiddelleidingen en de signaalkabel tussen de binnen- en buitenunit.
1. Bepaal de positie van het gat in de muur op grond van de positie van de buitenunit.
2. Maak een gat van minstens 65 mm in de muur.
Let er bij het boren van het gat in de muur op dat u draden, leidingen en andere gevoelige onderdelen vermijdt.
3. Bescherm de randen van het gat om buizen en kabels niet te beschadigen.
Capaciteit binnenunit(Btu/h)Vloeistof (inch) Gas (inch)9K/12K 1/4 3/812K/18K 1/4 1/2
2.7 - KEUZE VAN DE POSITIE VAN DE BINNENUNIT
Om een beter rendement te bereiken en storingen of gevaarlijke situaties te vermijden, moet de installatie van de interne apparatuur voldoen aan de volgende eisen:a. Stel de binnenunit niet bloot aan warmtebronnen of stoom. b. Zorg ervoor dat de ruimte rechts en links van het apparaat minstens 120 mm is en boven het apparaat minstens 150 mm. (afbeelding 1). c. Monteer de binnenunit minstens op een hoogte van 2 meter en maximaal 3 m van de vloer. d. De wand waarop de binnenunit zal worden gemonteerd, moet stabiel, stevig en geschikt zijn om het gewicht te dragen. e. Zorg ervoor dat geen obstakels aanwezig zijn op de aanzuigzijde een vooral op de uitlaatzijde zodat de lucht vrij circuleert. Op minder dan 2000 mm mag geen enkel obstakel aanwezig zijn. Een kleinere afstand kan ertoe leiden dat turbulentie de correcte werking van het apparaat belemmert. f. Installeer, indien mogelijk, de unit op een muur die aan de buitenkant uitgeeft, zodat de afwatering van de condens naar buiten kan worden geleid. g. Plaats de binnenunit niet zodanig dat de luchtstroom direct op de onderstaande personen wordt gericht (afb. 3). h. De binnenunit mag niet direct boven een huishoudapparaat (tv, radio, koelkast enz.) of boven een warmtebron worden geplaatst (afb.2).
i. Monteer de binnenunit zodanig dat geen obstakels aanwezig zijn die de correcte ontvangst van de
signalen van de afstandsbediening beletten (afb.4).
2.8 - MONTAGE VAN DE BINNENUNIT
2.8.1 - Montage van de bevestigingsplaat
Na gecontroleerd te hebben wat in de vorige paragraaf beschreven is, moet de bevestigingsplaat (7) gemon- teerd worden rekening houdend met de afmetingen die vermeld worden in afbeelding X1.a. Plaats de plaat tegen de wand. b. Maak tekens voor de boorpunten en zorg ervoor dat het apparaat horizontaal wordt geplaatst. c. Maak de boorgaten en gebruik een geschikte boorpunt. Controleer of in de zone waar u wilt boren geen waterleidingen of elektrische leidin- gen aanwezig zijn. d. Steek de pluggen (4) in de boorgaten en bevestig de plaat (7) aan de wand met behulp van de meegeleverde schroeven (3) (afb. 5). Controleer met een liniaal of de bevestigingsplaat (7) horizontaal staat. e. Als het gaat om een houten wand moet u schroeven met verzonken kop gebruiken (niet meegeleverd). f. Controleer de stabiliteit van de plaat (7) door ze zijdelings en verticaal te verplaatsen.X1
2.8.2 - Gaten boren voor de doorgang van de buizen
Als de verbindingslijnen van rechtsachter de binnenunit komen, het boorgat “R” maken voor de doorgang van de buizen, zoals vervolgens wordt beschreven (zie afb. X1). a. In het centrum van de positie “R” een gat van 6÷7mm maken die 5% naar buiten helt (om een correct afwatering van de condens toe te staan (afb. 6). b. Maak het gat “R” met een gatenzaag met de diameter, aangeduid in de tabel van afbeelding X1. c. Steek de leidingen van de koel- en afwateringslijn en de kabel voor de elektrische aansluiting in het gat. Als de verbindingslijnen van linksachter de binnenunit komen, het boorgat “L” maken voor de doorgang van de buizen (zie afb. X1).
2.8.3 - Aansluiting leidingen
a. Kies de zijde waaruit de koelleidingen uit de unit naar buiten moeten komen op grond van de positie van het gat in de muur ten opzichte van de montageplaat. b. Als het gat in de muur zich aan de zijde van de binnenunit bevindt, verwijder dan het voorgestanste plastic paneel van de zijkant van de unit. Het is mogelijk gebruik te maken van een tang om het openen van het voorgestanste paneel te vergemakkelijken (afb.7). De koelleidingen kunnen vanuit vier verschillende hoeken uit de binnenunit komen:
- Zijde rechtsachter Raadpleeg afbeelding 7 voor meer details. c. Koppel de bovenste beugel die op de achterzijde van de binnenunit aanwezig is, aan de bovenste haak van de bevestigingsbeugel (pos. L - afbeelding 8). d. Verplaats de binnenunit zijdelings om er zeker van te zijn dat hij correct aan de bevestigingsbeugel (7) gekoppeld is. e. Als de verbindingsleidingen al in de muur verzonken zijn, ga dan rechtstreeks over tot aansluiting van de drainageleiding. De verbinding van de buizen kan gemakkelijk worden uitgevoerd door de binnenunit te heffen en het opvulmateriaal tussen de wand en het apparaat te plaatsen (pos. N - afb. 8). Na de aansluitingen het opvulmateriaal verwijderen. f. Duw het onderste deel van de binnenunit naar de wand toe om het aan de bevestigingsbeugel te bevestigen (pos. M - afb. 8). g. Probeer de binnenunit zijdelings en verticaal te verplaatsen om er zeker van te zijn dat het apparaat op veilige wijze is bevestigd.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 19
2.8.4 - Aansluiting afwateringsbuis (afb. 9)
a. Plaats de afwateringsbuis (A) en zorg ervoor dat ze naar beneden helt. b. Sluit een verlengbuis (C) met de afwateringsbuis aan als het nodig is, isoleer de koppeling met een beschermbuis (B). Omwikkel het aansluitpunt strak met Teontape om een goede dichting te verzekeren en mogelijke lekkages te voorkomen. Het deel van de afvoerleiding dat intern blijft, moet omwikkeld worden met een schuimrubber huls om condensvorming te voorkomen. c. Verwijder het luchtlter en giet een beetje water in het afvoerbakje om te controleren of het water correct uit de unit stroomt.
2.8.5 - Aansluiting buizen en beschermende isolering (afb. 10)
Omwikkel de verbindingskabel, de afwateringsbuis en de elektrische kabels gelijkmatig met isolatietape zoals aangeduid op afb. 10. Daar het condenswater op de achterzijde van de binnenunit in het bakje “Pond Box” wordt verza- meld en vervolgens wordt afgevoerd, niets in het bakje plaatsen. Legenda (afb.10) A Opvangbakje B Leindingruimte C Isolatietape D Verbindingbuis E Verbindingskabel F Afwateringsbuis
2.8.6 - Aansluiting van de condensafvoerlijn
Sluit een afwateringsbuis van geschikte lengte aan met de condensafvoerlijn van de binnenunit en blokkeer met een klem. De buis in de kabelgoot plaatsen, evenwijdig met de buizen van de installatie, en hem eraan bevestigen met een klem. De klemmen niet te veel aanspannen om de isolering van de buizen niet te beschadigen en de afwateringsbuis niet te smoren. Voer de condens indien mogelijk af in de goot voor regenwater. Als de afvoerleiding in een rioleringssysteem terechtkomt, is een bocht nodig in de buis voor een sifon (afb. 11) om de verspreiding van onaangename geuren in de omgeving te voorkomen. De bocht van het sifon mag nooit lager staan dan 1500 mm van de onderste rand van het apparaat (afb.11). Bij afwatering in een recipiënt (afb. 12) mag deze nooit gesloten zijn om schadelijke tegen- druk te vermijden en de buis mag nooit het vloeistofniveau in de recipiënt bereiken.
2.9 - KOELMIDDEL LEIDING AANSLUITING
In de handleiding van de externe machine worden de instructies niet herhaald. Bij het aansluiten van de koelmiddelleidingen mogen geen andere stoffen of gassen dan het gespeciceerde koelmiddel in de unit terechtkomen. De aanwezigheid van andere gassen of stoffen verlaagt de capaciteit van het toestel en kan een abnormaal hoge druk in de koelcyclus veroorzaken. Dit kan ontplofng en verwonding veroorzaken.
- De aftakkende leiding moet horizontaal worden geïnstalleerd. Een hoek van meer dan 10° kan storingen veroorzaken.
- Installeer de verbindingspijp NIET voordat zowel de binnen- als de buitenunits geïnstalleerd zijn.
- Isoleer zowel de gas- als de vloeistoeidingen om waterlekkage te voorkomen.b
NEDERLANDSNL - 20 90° Koelmiddel Leiding Aansluiting LET OPKoelmiddel Leiding Aansluiting1. Meet de afstand tussen de binnen- en buitenunits.2. Snijd de pijp met een pijpsnijder iets langer dan de gemeten afstand.3. Zorg ervoor dat de pijp in een perfecte hoek van 90° wordt afgesneden.1. Houd de pijp onder een neerwaartse hoek om te voorkomen dat bramen in de pijp vallen.2. Verwijder met een ruimer of ontbraamgereedschap alle bramen van het gesneden pijpdeel.
- De aftakkende leiding moet horizontaal worden geïnstalleerd. Een hoek van meer dan 10° kan storingen veroorzaken.
- Installeer de verbindingspijp NIET voordat zowel de binnen- als de buitenunits geïnstal-leerd zijn.
- Isoleer zowel de gas- als de vloeistofleidingen om waterlekkage te voorkomen.1. Nadat u de bramen van de gesneden pijp hebt verwijderd, verzegelt u de uiteinden met PVC-tape om te voorkomen dat er vreemde materialen in de pijp terechtkomen.2. Omhul de pijp met isolatiemateriaal.3. Plaats flare moeren op beide uiteinden van de pijp.Zorg ervoor dat ze in de juiste richting wijzen, want je kunt ze niet aantrekken of van richting veran-deren na het affakkelen.Stap 1: Pijpen snijdenStap 2: Verwijder bramen.Stap 3: Afgebogen pijpeindenIn de handleiding van de externe machine worden de instructies niet herhaald.Bij het aansluiten van de koelmiddelleidingen mogen geen andere stoffen of gassen dan het gespecificeerde koelmiddel in de unit terechtkomen. De aanwezigheid van andere gassen of stoffen verlaagt de capaciteit van het toestel en kan een abnormaal hoge druk in de koelcyclus veroorzaken. Dit kan ontploffing en verwond- ing veroorzaken.Bij de voorbereiding van koelmiddelleidingen moet extra zorg worden besteed aan het op de juiste wijze afsnijden en afflenzen ervan. Dit zal een efficiënte werking waarborgen en de behoefte aan toekomstig onderhoud tot een minimum beperken.Wees extra voorzichtig dat u de pijp tijdens het snijden niet beschadigt, indeukt of vervormt. Dit zal het verwarmingsrendement van het toestel drastisch verminderen.Bramen kunnen de luchtdichte afdichting van de koelmiddelleidingverbinding aantasten. Ze moeten volledig verwijderd worden.Goed affakkelen is essentieel om een luchtdichte afsluiting te krijgen. OPMERKING: Voor modellen met snelkoppeling wordt verwezen naar de interne machinehandleiding voor de installatiemethode van de verbindingspijp. ◄ Bladzijde 24 ► Aansluitinstructies - Leidingen voor koelmiddelVERVORM DE PIJP NIET TIJDENS HET SNIJDEN Schuin Wartelmoer Koperen pijp Rough Warped Pijp Ruimer Punt naar beneden
90° Koelmiddel Leiding Aansluiting LET OP Koelmiddel Leiding Aansluiting 1. Meet de afstand tussen de binnen- en buitenunits.2. Snijd de pijp met een pijpsnijder iets langer dan de gemeten afstand.3. Zorg ervoor dat de pijp in een perfecte hoek van 90° wordt afgesneden.1. Houd de pijp onder een neerwaartse hoek om te voorkomen dat bramen in de pijp vallen.2. Verwijder met een ruimer of ontbraamgereedschap alle bramen van het gesneden pijpdeel.
- De aftakkende leiding moet horizontaal worden geïnstalleerd. Een hoek van meer dan 10° kan storingen veroorzaken.
- Installeer de verbindingspijp NIET voordat zowel de binnen- als de buitenunits geïnstal-leerd zijn.
- Isoleer zowel de gas- als de vloeistofleidingen om waterlekkage te voorkomen.1. Nadat u de bramen van de gesneden pijp hebt verwijderd, verzegelt u de uiteinden met PVC-tape om te voorkomen dat er vreemde materialen in de pijp terechtkomen.2. Omhul de pijp met isolatiemateriaal.3. Plaats flare moeren op beide uiteinden van de pijp.Zorg ervoor dat ze in de juiste richting wijzen, want je kunt ze niet aantrekken of van richting veran-deren na het affakkelen.Stap 1: Pijpen snijdenStap 2: Verwijder bramen.Stap 3: Afgebogen pijpeindenIn de handleiding van de externe machine worden de instructies niet herhaald.Bij het aansluiten van de koelmiddelleidingen mogen geen andere stoffen of gassen dan het gespecificeerde koelmiddel in de unit terechtkomen. De aanwezigheid van andere gassen of stoffen verlaagt de capaciteit van het toestel en kan een abnormaal hoge druk in de koelcyclus veroorzaken. Dit kan ontploffing en verwond- ing veroorzaken.Bij de voorbereiding van koelmiddelleidingen moet extra zorg worden besteed aan het op de juiste wijze afsnijden en afflenzen ervan. Dit zal een efficiënte werking waarborgen en de behoefte aan toekomstig onderhoud tot een minimum beperken.Wees extra voorzichtig dat u de pijp tijdens het snijden niet beschadigt, indeukt of vervormt. Dit zal het verwarmingsrendement van het toestel drastisch verminderen.Bramen kunnen de luchtdichte afdichting van de koelmiddelleidingverbinding aantasten. Ze moeten volledig verwijderd worden.Goed affakkelen is essentieel om een luchtdichte afsluiting te krijgen. OPMERKING: Voor modellen met snelkoppeling wordt verwezen naar de interne machinehandleiding voor de installatiemethode van de verbindingspijp. ◄ Bladzijde 24 ► Aansluitinstructies - Leidingen voor koelmiddel
VERVORM DE PIJP NIET TIJDENS
HET SNIJDEN Schuin WartelmoerKoperen pijpRough Warped Pijp RuimerPunt naar beneden 90° Koelmiddel Leiding Aansluiting LET OPKoelmiddel Leiding Aansluiting1. Meet de afstand tussen de binnen- en buitenunits.2. Snijd de pijp met een pijpsnijder iets langer dan de gemeten afstand.3. Zorg ervoor dat de pijp in een perfecte hoek van 90° wordt afgesneden.1. Houd de pijp onder een neerwaartse hoek om te voorkomen dat bramen in de pijp vallen.2. Verwijder met een ruimer of ontbraamgereedschap alle bramen van het gesneden pijpdeel.
- De aftakkende leiding moet horizontaal worden geïnstalleerd. Een hoek van meer dan 10° kan storingen veroorzaken.
- Installeer de verbindingspijp NIET voordat zowel de binnen- als de buitenunits geïnstal-leerd zijn.
- Isoleer zowel de gas- als de vloeistofleidingen om waterlekkage te voorkomen.1. Nadat u de bramen van de gesneden pijp hebt verwijderd, verzegelt u de uiteinden met PVC-tape om te voorkomen dat er vreemde materialen in de pijp terechtkomen.2. Omhul de pijp met isolatiemateriaal.3. Plaats flare moeren op beide uiteinden van de pijp.Zorg ervoor dat ze in de juiste richting wijzen, want je kunt ze niet aantrekken of van richting veran-deren na het affakkelen.Stap 1: Pijpen snijdenStap 2: Verwijder bramen.Stap 3: Afgebogen pijpeindenIn de handleiding van de externe machine worden de instructies niet herhaald.Bij het aansluiten van de koelmiddelleidingen mogen geen andere stoffen of gassen dan het gespecificeerde koelmiddel in de unit terechtkomen. De aanwezigheid van andere gassen of stoffen verlaagt de capaciteit van het toestel en kan een abnormaal hoge druk in de koelcyclus veroorzaken. Dit kan ontploffing en verwond- ing veroorzaken.Bij de voorbereiding van koelmiddelleidingen moet extra zorg worden besteed aan het op de juiste wijze afsnijden en afflenzen ervan. Dit zal een efficiënte werking waarborgen en de behoefte aan toekomstig onderhoud tot een minimum beperken.Wees extra voorzichtig dat u de pijp tijdens het snijden niet beschadigt, indeukt of vervormt. Dit zal het verwarmingsrendement van het toestel drastisch verminderen.Bramen kunnen de luchtdichte afdichting van de koelmiddelleidingverbinding aantasten. Ze moeten volledig verwijderd worden.Goed affakkelen is essentieel om een luchtdichte afsluiting te krijgen. OPMERKING: Voor modellen met snelkoppeling wordt verwezen naar de interne machinehandleiding voor de installatiemethode van de verbindingspijp. ◄ Bladzijde 24 ► Aansluitinstructies - Leidingen voor koelmiddelVERVORM DE PIJP NIET TIJDENS HET SNIJDENSchuin WartelmoerKoperen pijp Rough WarpedPijpRuimerPunt naar beneden 2.9.1 - Stap 1: Pijpen snijdeniBij de voorbereiding van koelmiddelleidingen moet extra zorg worden besteed aan het op de juiste wijze afsnijden en afenzen ervan. Dit zal een efciënte werking waarborgen en de behoefte aan toekomstig on- derhoud tot een minimum beperken.1. Meet de afstand tussen de binnen- en buitenunits.2. Snij de delen van de leiding af met circa 3÷4 cm extra lengte. Maak voor het snijden van de leidingen uitsluitend gebruik van een mesje voor het snijden van leidingen met een wieltje en druk met tussenpozen op de leiding om deze niet te plat te drukken. GEBRUIK NOOIT EEN GEWOON ZAAGJE , omdat de spaanders in de leiding terecht kunnen komen en in de installatie in circulatie worden gebracht waardoor de componen-ten ernstig beschadigd kunnen raken
3. Zorg ervoor dat de pijp in een perfecte hoek van 90° wordt afgesneden.
VERVORM DE PIJP NIET TIJDENS HET SNIJ- DEN. Wees extra voorzichtig dat u de pijp tijdens het snijden niet beschadigt, indeukt of ver-vormt. Dit zal het verwarmingsrendement van het toestel drastisch verminderen.2.9.2 - Stap 2: Verwijder bramenBramen kunnen de luchtdichte afdichting van de koelmiddelleidingverbinding aantasten. Ze moeten volledig verwijderd worden.1. Houd de pijp onder een neerwaartse hoek om te voorkomen dat bramen in de pijp vallen.2. Verwijder met een ruimer of ontbraamgereed-schap alle bramen van het gesneden pijpdeel.2.9.3 - Stap 3: Afgebogen pijpeindenGoed affakkelen is essentieel om een luchtdichte afsluiting te krijgen.1. Nadat u de bramen van de gesneden pijp hebt verwijderd, verzegelt u de uiteinden met PVC-tape om te voorkomen dat er vreemde materialen in de pijp terechtkomen.2. Omhul de pijp met isolatiemateriaal.3. Plaats are moeren op beide uiteinden van de pijp. Zorg ervoor dat ze in de juiste richting wijzen, want je kunt ze niet aantrekken of van richting veranderen na het affakkelen.NEXYA S5 E NEDERLANDSNL - 21 Min. Max.Ø 6.4R0.4~0.845°±290° ±4AØ 9.5Ø 12.7Ø 15.9Ø 19.1Ø 2265-67 N.m (663-683 kgf.cm)23.2/0.91 23.7/0.9375-85N.m (765-867 kgf.cm)26.4/1.04 26.9/1.0618-20 N.m (183-204 kgf.cm)8.4/0.33 8.7/0.3425-26 N.m (255-265 kgf.cm)13.2/0.52 13.5/0.5335-36 N.m (357-367 kgf.cm)16.2/0.64 16.5/0.6545-47 N.m (459-480 kgf.cm)19.2/0.76 19.7/0.78Koelmiddel Leiding Aansluiting4. Verwijder PVC-tape van de uiteinden van de pijp wanneer u klaar bent om het felsen uit te voeren.5. Klem de flarevorm op het uiteinde van de pijp. Het uiteinde van de pijp moet buiten de flarevorm uitsteken. Flare vorm Pijp
6. Plaats de flaring tool op de vorm.
7. Draai het handvat van het felsgereedschap met de klok mee totdat de pijp volledig is geflenst. De pijp afsnijden volgens de afmetingen .LEIDINGVERLENGING VOORBIJ FLARE VORMPijpme-terAanhaalkoppelFlare afmeting (A)(Eenheid: mm/lnch)Flare vorm8. Verwijder het felsgereedschap en de felsvorm en controleer het uiteinde van de pijp op scheuren en gelijkmatig felsen.Stap 4: Leidingen aansluitenSluit de koperen leidingen eerst aan op de binnenunit en daarna op de buitenunit. U moet eerst de lagedrukleid-ing aansluiten en dan de hogedrukleiding.1. Breng bij het aansluiten van de flare-moeren een dun laagje koelolie aan op de flare-uiteinden van de leiding-en.2. Lijn het midden uit van de twee pijpen die u gaat verbinden. Leidingen binnenunit Wartelmoer Pijp
3. Draai de flare-moer met de hand zo vast mogelijk aan.4. Pak met een sleutel de moer op de slang van het toestel vast.
5. Terwijl u de moer stevig vasthoudt, gebruikt u een
momentsleutel om de flare-moer aan te draaien volgens de koppelwaarden in bovenstaande tabel. OPMERKING: Gebruik zowel een moersleutel als een momentsleutel bij het aansluiten of loskoppelen van leidingen naar/van het toestel.LET OP
- Zorg ervoor dat u isolatie om de leidingen wikkelt. Direct contact met de blanke leidingen kan brand-wonden of bevriezing veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de pijp goed is aangesloten. Te strak aandraaien kan de belmonding beschadigen en te weinig aandraaien kan tot lekkage leiden. ◄ Bladzijde 25 ► Min. Max. Ø 6.4 R0.4~0.8
4. Verwijder PVC-tape van de uiteinden van de pijp
wanneer u klaar bent om het felsen uit te voeren.
5. Klem de flarevorm op het uiteinde van de pijp. Het
uiteinde van de pijp moet buiten de flarevorm uitsteken. Flare vorm Pijp
6. Plaats de flaring tool op de vorm.
7. Draai het handvat van het felsgereedschap met de
klok mee totdat de pijp volledig is geflenst. De pijp afsnijden volgens de afmetingen .
LEIDINGVERLENGING VOORBIJ FLARE VORM
Pijpme- ter Aanhaalkoppel Flare afmeting (A) (Eenheid: mm/lnch) Flare vorm
8. Verwijder het felsgereedschap en de felsvorm en
controleer het uiteinde van de pijp op scheuren en gelijkmatig felsen. Stap 4: Leidingen aansluiten Sluit de koperen leidingen eerst aan op de binnenunit en daarna op de buitenunit. U moet eerst de lagedrukleid- ing aansluiten en dan de hogedrukleiding.
1. Breng bij het aansluiten van de flare-moeren een dun
laagje koelolie aan op de flare-uiteinden van de leiding- en.
2. Lijn het midden uit van de twee pijpen die u gaat
verbinden. Leidingen binnenunit Wartelmoer Pijp
3. Draai de flare-moer met de hand zo vast mogelijk
4. Pak met een sleutel de moer op de slang van het
5. Terwijl u de moer stevig vasthoudt, gebruikt u een
momentsleutel om de flare-moer aan te draaien volgens de koppelwaarden in bovenstaande tabel. OPMERKING: Gebruik zowel een moersleutel als een momentsleutel bij het aansluiten of loskoppelen van leidingen naar/van het toestel. LET OP
- Zorg ervoor dat u isolatie om de leidingen wikkelt. Direct contact met de blanke leidingen kan brand- wonden of bevriezing veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de pijp goed is aangesloten. Te strak aandraaien kan de belmonding beschadigen en te weinig aandraaien kan tot lekkage leiden. ◄ Bladzijde 25 ►
Ø 9.5Ø 12.7Ø 15.9Ø 19.1 Ø 22 65-67 N.m (663-683 kgf.cm)23.2/0.91 23.7/0.9375-85N.m (765-867 kgf.cm)26.4/1.04 26.9/1.0618-20 N.m (183-204 kgf.cm)8.4/0.33 8.7/0.3425-26 N.m (255-265 kgf.cm)13.2/0.52 13.5/0.5335-36 N.m (357-367 kgf.cm)16.2/0.64 16.5/0.6545-47 N.m (459-480 kgf.cm)19.2/0.76 19.7/0.78Koelmiddel Leiding Aansluiting
4. Verwijder PVC-tape van de uiteinden van de pijp
wanneer u klaar bent om het felsen uit te voeren.5. Klem de flarevorm op het uiteinde van de pijp. Het uiteinde van de pijp moet buiten de flarevorm uitsteken.Flare vormPijp
6. Plaats de flaring tool op de vorm.
7. Draai het handvat van het felsgereedschap met de klok mee totdat de pijp volledig is geflenst. De pijp afsnijden volgens de afmetingen .
LEIDINGVERLENGING VOORBIJ FLARE VORM
Pijpme- ter AanhaalkoppelFlare afmeting (A)(Eenheid: mm/lnch)Flare vorm
8. Verwijder het felsgereedschap en de felsvorm en
controleer het uiteinde van de pijp op scheuren en gelijkmatig felsen.Stap 4: Leidingen aansluitenSluit de koperen leidingen eerst aan op de binnenunit en daarna op de buitenunit. U moet eerst de lagedrukleid-ing aansluiten en dan de hogedrukleiding.1. Breng bij het aansluiten van de flare-moeren een dun laagje koelolie aan op de flare-uiteinden van de leiding-en.2. Lijn het midden uit van de twee pijpen die u gaat verbinden. Leidingen binnenunit Wartelmoer Pijp
3. Draai de flare-moer met de hand zo vast mogelijk aan.4. Pak met een sleutel de moer op de slang van het toestel vast.
5. Terwijl u de moer stevig vasthoudt, gebruikt u een
momentsleutel om de flare-moer aan te draaien volgens de koppelwaarden in bovenstaande tabel. OPMERKING: Gebruik zowel een moersleutel als een momentsleutel bij het aansluiten of loskoppelen van leidingen naar/van het toestel. LET OP
- Zorg ervoor dat u isolatie om de leidingen wikkelt. Direct contact met de blanke leidingen kan brand-wonden of bevriezing veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de pijp goed is aangesloten. Te strak aandraaien kan de belmonding beschadigen en te weinig aandraaien kan tot lekkage leiden. ◄ Bladzijde 25 ►
4. Verwijder PVC-tape van de uiteinden van de pijp
wanneer u klaar bent om het felsen uit te voeren.
5. Breng de buis in positie in de ruimermodule. Het
uiteinde van de pijp moet buiten de arevorm uitsteken.6. Draai het handvat van het felsgereedschap met de klok mee totdat de pijp volledig is geenst.Leidingverlenging voorbij are vorm
7. Verwijder het felsgereedschap en de felsvorm en controleer het uiteinde van de pijp op scheuren en
gelijkmatig felsen.2.9.4 - Stap 4: Leidingen aansluitenSluit de koperen leidingen eerst aan op de binnenunit en daarna op de buitenunit. U moet eerst de lage-drukleiding aansluiten en dan de hogedrukleiding.1. Breng bij het aansluiten van de are-moeren een dun laagje koelolie aan op de are-uiteinden van de leidingen.2. Lijn het midden uit van de twee pijpen die u gaat verbinden.3. Draai de are-moer met de hand zo vast mogelijk aan. 4. Pak met een sleutel de moer op de slang van het toestel vast.5. Terwijl u de moer stevig vasthoudt, gebruikt u een momentsleutel om de are-moer aan te draaien volgens de koppelwaarden in bovenstaande tabel. Gebruik zowel een moersleutel als een momentsleutel bij het aansluiten of loskoppelen van leidingen naar/van het toestel.
- Zorg ervoor dat u isolatie om de leidingen wikkelt. Direct contact met de blanke leidingen kan brandwonden of bevriezing veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de pijp goed is aangesloten.Misure di sicurezza
9. Aprire le valvole di arresto dell'unità esterna
per avviare il usso del refrigerante tra l'unità interna ed esterna. ATTENZIONE Vericare che non vi sia alcuna perdita di refrigerante dopo aver completato i lavori di installazione. Se c'è una perdita di refrigerante, ventilare immediatamente l'area ed evacuare il sistema (fare riferimento alla sezione Evacuazione dell’aria di questo manuale). Pagina 26 Connessione tubazione refrigerante NEDERLANDSNL - 22 Buig de slang voorzichtig in het midden volgens het onderstaande schema. Buig de slang NIET meer dan 90° of meer dan 3 keer. Buig de buis met de handen.6. Na het aansluiten van de koperen leidingen op de binnenunit, wikkelt u de voedingskabel, de signaalkabel en de leidingen samen met bindtape. Verstrengel de signaalkabel NIET met andere draden. 7. Leid deze leiding door de muur en sluit hem aan op de buitenunit.8. Isoleer alle leidingen, inclusief de kleppen van de buitenunit.
9. Open de afsluitkranen van de buitenunit om de stroming van het koelmiddel tussen de binnen- en de
buitenunit op gang te brengen. Controleer of er geen enkele lekkage van koelmiddel is nadat de installatiewerken voltooid zijn. Als koelmiddel lekt, ventileer de zone dan onmiddellijk en leeg het systeem.
- Alle bedrading moet voldoen aan de plaatselijke en nationale elektrische voorschriften en regelgeving en moet worden geïnstalleerd door een gediplomeerd elektricien.
- Alle elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd volgens het elektrisch aansluit- schema dat zich op de panelen van de binnen- en buitenunits bevindt.
- Als er een ernstig veiligheidsprobleem is met de stroomvoorziening, stop dan onmiddellijk met werken. Leg uw redenering uit aan de klant, en weiger de eenheid te installeren tot het veiligheidsprobleem naar behoren is opgelost.
- De voedingsspanning moet binnen 90-110% van de nominale spanning liggen. Onvoldoende stroomtoevoer kan leiden tot storingen, elektrische schokken of brand.
- Sluit het toestel alleen aan op een individuele wandcontactdoos. Sluit geen ander apparaat op dat stopcontact aan.
- Elke draad moet stevig worden aangesloten. Losse bedrading kan leiden tot oververhitting van het aansluitpunt, wat kan resulteren in een slechte werking van het product en mogelijk brand.
- Zorg ervoor dat de draden de koelmiddelleidingen, de compressor en de bewegende delen van de unit niet raken of er tegenaan liggen.
- Zorg ervoor dat u uw elektrische bedrading niet kruist met uw signaalbedrading. Dit kan vervorming en interferentie veroorzaken.
- Het toestel moet op het hoofdstopcontact worden aangesloten. Normaal moet de voeding een impedantie van 32 ohm hebben.
- Er mag geen andere apparatuur op hetzelfde stroomcircuit worden aangesloten.
- Sluit de buitenkabels aan voordat u de binnenkabels aansluit. CONTROLEER OF:
- De spanning- en frequentiewaarden overeenstemmen met de gegevens op de typeplaat van het apparaat.
- De stroomtoevoerlijn is voorzien van een doeltreffende aardaansluiting, geschikt voor de maximale absorptie van de airconditioner.
- Op het voedingsnet van het apparaat moet een geschikte meerpolige scheidingsschakelaar worden voorzien, in overeenstemming met de nationale installatienormen.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 23 Controleer ook of de elektrische voeding is voorzien van een doeltreffende aardaansluiting en geschikte beveiliging tegen overbelasting en/of kortsluiting. We adviseren om een keramische zekering met de eigenschappen die in de tabel gegeven zijn te gebruiken (of andere elementen met gelijkwaardige functies).
SCHAKEL DE HOOFDSTROOM NAAR HET SYSTEEM UIT VOORDAT U ELEKTRISCHE OF BE- DRADINGSWERKZAAMHEDEN UITVOERT. Bereid de aansluitkabel voor door de isolerende mantel op de uiteinden van de geleiders af te pellen en de kabelschoen van het type “U” op de uiteinden van de geleiders te krimpen (Afb.14b). a. Draai de schroef (27) los en verwijder de bescherming van het schakelbord (26) van de buitenunit. b. Verbind de kabels met het klemmenbord (30) door de nummers te volgen op het klemmenbord van de binnen- en buitenunits. c. Om het binnendringen van water te voorkomen, een bocht met de verbindingskabel vormen, zoals weergegeven in het installatieschema van de binnen- en buitenunits. d. Isoleer de ongebruikte kabels (geleiders) met isolatietape. Zorg ervoor dat ze geen elektrische of metalen delen raken. e. Blokkeer de kabel (28) met de kabelklem (29). De aardingskabel moet aan de hiervoor bestemde kabelschoen worden bevestigd, aanwezig in de kamer voor de elektrische aansluitingen van de binnenunit.
Raadpleeg voor de keuze van de minimumdoorsnede van de stroomtoevoerkabel de onderstaande tabel. Maximaal geabsor- beerd (A) > 3 e ≤ 6 > 6 e ≤ 10 > 10 e ≤ 16 > 16 e ≤ 25 > 25 e ≤ 32 > 32 e ≤ 40 Nominale doorsne- de (mm²) 0,75 1 1,5 2,5 4 6 Op het voedingsnet van het apparaat moet een geschikte meerpolige scheidingsscha- kelaar worden voorzien, in overeenstemming met de nationale installatienormen. Controleer ook of de elektrische voeding is voorzien van een doeltreffende aardaan- sluiting en geschikte beveiliging tegen overbelasting en/of kortsluiting. We adviseren om een keramische zekering met de eigenschappen die in de tabel gegeven zijn te gebruiken (of andere elementen met gelijkwaardige functies). De aansluiting met het elektriciteitsnet moet door een installateur worden uitgevoerd (exclusief de mobiele apparaten waarvoor geen vaste installatie is vereist) in over- eenstemming met de geldende normen. ALVORENS DE ELEKTRISCHE AANSLUITING TE MAKEN, CONTROLEREN OF DE OPWAARTSE SCHEIDINGSSCHAKELAAR OP “0” (OFF) STAAT EN OF DE AFSCHER- MINGEN VAN DE BINNEN- EN BUITENUNIT CORRECT ZIJN GEPLAATST.Misure di sicurezza Pagina 29 Cablaggio
2. Verwijder de elektrische afdekking van de buitenunit. Als er geen afdekking op de buitenunit zit, verwijdert u de
bouten van het onderhoudspaneel en verwijdert u het beschermingspaneel. Dekking Schroef
3. Sluit de u-stekkers aan op de aansluitklemmen Stem de draadkleuren/labels overeen met de labels op het
aansluitblok, en schroef de u-stekker van elke draad stevig vast op de overeenkomstige klem.
4. Klem de kabel vast met de daarvoor bestemde kabelklem.
5. Isoleer ongebruikte draden met elektrische tape. Houd ze uit de buurt van elektrische of metalen onderdelen.
6. Plaats het deksel van de elektrische schakelkast terug.
Harmonische verklaring "De apparatuur M4OB-36HFN8-Q voldoet aan IEC 61000-3-12 op voorwaarde dat het kortsluitvermogen Ssc groter is dan of gelijk is aan 4787737,5 op het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en het openbare systeem. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of gebruiker van de apparatuur om, zo nodig door overleg met de distributienetbeheerder, ervoor te zorgen dat de apparatuur alleen wordt aangesloten op een voeding met een kortsluitvermogen Ssc groter dan of gelijk aan 4787737,5". "De apparatuur M5OD-42HFN8-Q voldoet aan IEC 61000-3-12 op voorwaarde dat het kortsluitvermogen Ssc groter is dan of gelijk is aan 3190042.5 op het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en het openbare systeem. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of gebruiker van de apparatuur om, zo nodig door overleg met de distributienetbeheerder, ervoor te zorgen dat de apparatuur alleen wordt aangesloten op een voeding met een kortsluitvermogen Ssc groter dan of gelijk aan 3190042.5". Bedrading Figuur LET OP Sluit de aansluitkabels aan op de klemmen, zoals geïdentificeerd, met hun overeenkomstige nummers op het klemmenblok van de binnen- en buitenunits. Bijvoorbeeld, aansluitklem L1(A) van de buitenunit moet verbonden worden met aansluitklem L1/1 op de binnenunit. De buitenunit kan overeenkomen met verschillende typen binnenunits, de nummers op het aansluitblok van de binnenunit kunnen enigszins afwijken. Let goed op bij het aansluiten van de draad.
1. Verwijder het deksel van het elektriciteitskastje
2. Sluit de kabels aan op de aansluitklemmen.
Combineer de kleuren / etiketten van de draad met de etiketten op het klemmenbord.
3. Haal de afzonderlijke aansluitklemmen aan.
4. Isoleer de ongebruikte draden met isolatieband.
Houd ze ver van eventuele elektrische of metalen delen.
5. Plaats het deksel van het elektriciteitskastje terug..
3.2 - BEKABELING BINNENUNIT (Afbeelding 14a)
Bereid de aansluitkabel voor door de isolerende mantel op de uiteinden van de geleiders af te pellen en de kabelschoen van het type “U” op de uiteinden van de geleiders te krimpen. a. Open het voorpaneel van de binnenunit. b. Gebruik een schroevendraaier en open het deksel (22) van het compartiment van de aansluitklemmen op de rechterzijde van de unit.
ALLE AANSLUITINGEN MOETEN EXACT UITGEVOERD WORDEN ZOALS AANGE- GEVEN WORDT OP HET ELEKTRISCHE SCHEMA. c. Schroef de kabelklem (23) onder het klemmenbord los. d. Voer de signaalkabel door de opening die op de linkerzijde aanwezig is en werk daarbij van de achterkant van de unit naar de voorkant. e. Sluit de kabels correct aan op het klemmenbord (24). f. Sluit opnieuw het deksel (22) en monteer opnieuw het plastic achterpaneel.
3.3 - ELEKTRISCHE AANSLUITING TUSSEN DE BINNEN- EN BUITENUNITS
De aansluitschema’s staan op de binnenkant van het deksel (22) en (26) van het compartiment met aansluitklemmen van de binnen- en buitenunit. De verbindingskabel tussen de buitenunits en binnenunits moet van het volgende type zijn “H07RN-F”.
Lucht evacuatie12. Draai de ventieldopjes met de hand vast en draai ze daarna vast met het juiste gereedschap.13. Als de buitenunit alle vacuümkleppen gebruikt, en de vacuümpositie is bij de hoofdklep, is het systeem niet verbonden met de binnenunit. De klep moet worden vastgedraaid met een schroefmoer. Controleer voor gebruik op gaslekken om lekkage te voorkomen.Draai bij het openen van de klepstelen de zeskantsleu-tel tot hij tegen de stopper slaat. Probeer NIET om de klep verder open te forceren.OPEN DE KLEPSTELEN VOORZICHTIG9. Houd de manometer een minuut lang in de gaten om er zeker van te zijn dat de druk niet verandert. Hij moet iets hoger dan de atmosferische druk worden afgelezen.10. Verwijder de laadslang uit de servicepoort.11. Open met een zeskantsleutel zowel de hogedruk- als de lagedrukklep volledig.WartelmoerKlepbehuizingKlepsteelPet8. Steek de zeskantsleutel in het verpakte ventiel (hogedrukventiel) en open het ventiel door de sleutel 1/4 tegen de wijzers van de klok in te draaien. Luister of er gas uit het systeem komt, sluit dan de klep na 5 seconden. OPMERKING: Als er geen verandering in de systeem- druk optreedt, schroeft u de dop van de overdrukklep (hogedrukklep). Als de druk in het systeem verandert, kan er een gaslek zijn.1. Sluit de laadslang van de manometer aan op de servicepoort op de lagedrukklep van de buitenunit.2. Sluit de laadslang van de spruitstukmeter aan op de vacuümpomp.3. Open de lagedrukzijde van de manometer. Houd de hogedrukzijde gesloten.4. Zet de vacuümpomp aan om het systeem te evacueren.5. Laat het vacuüm minstens 15 minuten draaien, of totdat de samengestelde meter -76cmHG (-1x105Pa) aangeeft.
6. Sluit de lagedrukklep van de manometer en zet de
vacuümpomp uit.7. Wacht 5 minuten en controleer dan of er geen verandering in de systeemdruk is opgetreden.Manifold GaugeSamengestelde meterLage druk ventielLaad slang Lage druk ventielManometerHoge druk ventielLaad slangVacuümpompVoordat u een spruitstukmeter en een vacumpomp gebruikt, moet u de gebruikshandleiding lezen om er zeker van te zijn dat u weet hoe u ze correct moet gebruiken.Evacuatie-instructiesC controleer of de verbindingsbuizen tussen de binnen- en buitenunits goed zijn aangesloten .C controleer of alle bedrading is aangesloten
VOOR HET UITVOEREN VAN EVACUATIE
Lucht evacuatie Voorbereidingen en voorzorgsmaatregelen Lucht en vreemde bestanddelen in het koelcircuit kunnen abnormale drukstijgingen veroorzaken, waardoor de airconditioner beschadigd kan raken, het rendement ervan verminderd kan worden en letsel kan ontstaan. Gebruik een vacuümpomp en een manifoldmeter om het koelmiddelcircuit te evacueren en verwijder alle niet-condenseerbare gassen en vocht uit het systeem. Evacuatie moet worden uitgevoerd bij de eerste installatie en wanneer de eenheid wordt verplaatst. ◄ Bladzijde 37 ►
Volg nadat de hiervoor beschreven voorwaarden bevestigd kunnen worden deze richtlijnen wanneer de bekabeling aangesloten wordt:
- Zorg altijd voor een afzonderlijk stroomcircuit speciaal voor de airconditioner. Volg altijd het schakelschema aan de binnenzijde van het bedieningsdeksel.
- Schroeven waarmee de bedrading in de behuizing van elektrische ttingen is bevestigd, kunnen tijdens het vervoer losraken. Omdat loszittende schroeven draaddoorbranding kunnen veroorzaken, moet u controleren of de schroeven goed vastzitten.
- Controleer de specicaties van de stroombron.
- Controleer of de elektrische capaciteit voldoende is.
- Controleer of de startspanning gehandhaafd blijft op meer dan 90 procent van de no- minale spanning die op het typeplaatje is aangegeven.
- Controleer of de dikte van de kabel overeenstemt met de specicaties van de stroom- bron.
- Installeer altijd een aardlekschakelaar in natte of vochtige ruimten.
- Een daling van de spanning kan de volgende oorzaken hebben: trilling van een magneet- schakelaar, beschadiging van het contactpunt, doorslaan van zekeringen en verstoring van de normale werking.
- De ontkoppeling van een stroomvoorziening moet in de vaste bedrading worden op- genomen. Het moet een luchtspleet-contactscheiding hebben van ten minste 3 mm in elke actieve (fase) geleider.
- Alvorens toegang te krijgen tot de terminals, moeten alle voedingscircuits worden los- gekoppeld.
Lucht en vreemde bestanddelen in het koelcircuit kunnen abnormale drukstijgingen veroorzaken, waardoor de airconditioner beschadigd kan raken, het rendement ervan verminderd kan worden en letsel kan ontstaan. Gebruik een vacuümpomp en een manifoldmeter om het koelmiddelcircuit te evacueren en verwijder alle niet-condenseerbare gassen en vocht uit het systeem. Evacuatie moet worden uitgevoerd bij de eerste installatie en wanneer de eenheid wordt verplaatst.VOOR HET UITVOEREN VAN EVACUATIE C controleer of de verbindingsbuizen tussen de binnen- en buitenunits goed zijn aangesloten. C controleer of alle bedrading is aangesloten.Voordat u een spruitstukmeter en een vacumpomp gebruikt, moet u de gebruikshandleiding lezen om er zeker van te zijn dat u weet hoe u ze correct moet gebruiken.1. Sluit de laadslang van de manometer aan op de servicepoort op de lagedrukklep van de buitenunit.2. Sluit de laadslang van de spruitstukmeter aan op de vacuümpomp.3. Open de lagedrukzijde van de manometer. Houd de hogedrukzijde gesloten.4. Zet de vacuümpomp aan om het systeem te evacueren.5. Laat het vacuüm minstens 15 minuten draaien, of totdat de samengestelde meter -76cmHG (-1x105Pa) aangeeft.6. Sluit de lagedrukklep van de manometer en zet de vacuümpomp uit.
7. Wacht 5 minuten en controleer dan of er geen verandering in de systeemdruk is opgetreden.
Als er geen verandering in de systeemdruk optreedt, schroeft u de dop van de overdrukklep (hogedrukklep). Als de druk in het systeem verandert, kan er een gaslek zijn.NEDERLANDS NL - 28 -76cmHg
Lucht evacuatie12. Draai de ventieldopjes met de hand vast en draai ze daarna vast met het juiste gereedschap.13. Als de buitenunit alle vacuümkleppen gebruikt, en de vacuümpositie is bij de hoofdklep, is het systeem niet verbonden met de binnenunit. De klep moet worden vastgedraaid met een schroefmoer. Controleer voor gebruik op gaslekken om lekkage te voorkomen.Draai bij het openen van de klepstelen de zeskantsleu-tel tot hij tegen de stopper slaat. Probeer NIET om de klep verder open te forceren.OPEN DE KLEPSTELEN VOORZICHTIG9. Houd de manometer een minuut lang in de gaten om er zeker van te zijn dat de druk niet verandert. Hij moet iets hoger dan de atmosferische druk worden afgelezen.10. Verwijder de laadslang uit de servicepoort.11. Open met een zeskantsleutel zowel de hogedruk- als de lagedrukklep volledig. WartelmoerKlepbehuizing Klepsteel Pet 8. Steek de zeskantsleutel in het verpakte ventiel (hogedrukventiel) en open het ventiel door de sleutel 1/4 tegen de wijzers van de klok in te draaien. Luister of er gas uit het systeem komt, sluit dan de klep na 5 seconden. OPMERKING: Als er geen verandering in de systeem- druk optreedt, schroeft u de dop van de overdrukklep (hogedrukklep). Als de druk in het systeem verandert, kan er een gaslek zijn.1. Sluit de laadslang van de manometer aan op de servicepoort op de lagedrukklep van de buitenunit.2. Sluit de laadslang van de spruitstukmeter aan op de vacuümpomp.3. Open de lagedrukzijde van de manometer. Houd de hogedrukzijde gesloten.4. Zet de vacuümpomp aan om het systeem te evacueren.5. Laat het vacuüm minstens 15 minuten draaien, of totdat de samengestelde meter -76cmHG (-1x105Pa) aangeeft.
6. Sluit de lagedrukklep van de manometer en zet de
vacuümpomp uit.7. Wacht 5 minuten en controleer dan of er geen verandering in de systeemdruk is opgetreden.Manifold GaugeSamengestelde meterLage druk ventielLaad slang Lage druk ventielManometerHoge druk ventielLaad slangVacuümpompVoordat u een spruitstukmeter en een vacumpomp gebruikt, moet u de gebruikshandleiding lezen om er zeker van te zijn dat u weet hoe u ze correct moet gebruiken.Evacuatie-instructiesC controleer of de verbindingsbuizen tussen de binnen- en buitenunits goed zijn aangesloten .C controleer of alle bedrading is aangesloten
VOOR HET UITVOEREN VAN EVACUATIE
Lucht evacuatie Voorbereidingen en voorzorgsmaatregelen Lucht en vreemde bestanddelen in het koelcircuit kunnen abnormale drukstijgingen veroorzaken, waardoor de airconditioner beschadigd kan raken, het rendement ervan verminderd kan worden en letsel kan ontstaan. Gebruik een vacuümpomp en een manifoldmeter om het koelmiddelcircuit te evacueren en verwijder alle niet-condenseerbare gassen en vocht uit het systeem. Evacuatie moet worden uitgevoerd bij de eerste installatie en wanneer de eenheid wordt verplaatst. ◄ Bladzijde 37 ► 8. Steek de zeskantsleutel in het verpakte ventiel (hogedrukventiel) en open het ventiel door de sleutel 1/4 tegen de wijzers van de klok in te draaien. Luister of er gas uit het systeem komt, sluit dan de klep na 5 seconden.9. Houd de manometer een minuut lang in de gaten om er zeker van te zijn dat de druk niet verandert. Hij moet iets hoger dan de atmosferische druk worden afgelezen.10. Verwijder de laadslang uit de servicepoort.11. Open met een zeskantsleutel zowel de hogedru-kals de lagedrukklep volledig.
OPEN DE KLEPSTELEN VOORZICHTIG
Draai bij het openen van de klepstelen de zeskantsleutel tot hij tegen de stopper slaat. Probeer NIET om de klep verder open te forceren.
12. Draai de ventieldopjes met de hand vast en draai ze daarna vast met het juiste gereedschap.
13. Als de buitenunit alle vacuümkleppen gebruikt, en de vacuümpositie is bij de hoofdklep, is het systeem
niet verbonden met de binnenunit. De klep moet worden vastgedraaid met een schroefmoer. Controleer voor gebruik op gaslekken om lekkage te voorkomen.
- Na bevestiging van de bovenstaande voorwaarden, volgt u deze richtlijnen bij het uitvoeren van de bedrading:
- Het vullen met koelmiddel moet worden uitgevoerd na de bedrading, het vacumeren en de lektest.
- De maximaal toegestane hoeveelheid koelmiddel NIET overschrijden en het systeem NIET overbelasten. Als u dat wel doet, kan het toestel beschadigd raken of kan de werking ervan worden beïnvloed.
- Het laden met ongeschikte stoffen kan explosies of ongevallen veroorzaken. Zorg ervoor dat het juiste koelmiddel wordt gebruikt.
- Koelmiddelhouders moeten langzaam worden geopend. Gebruik altijd beschermende kleding bij het opladen van het systeem.
- Meng GEEN types koelmiddelen.
- Voor het model met koelmiddel R290 of R32 moet u ervoor zorgen dat de condties in de ruimte veilig zijn gemaakt door ontvlambaar materiaal te controleren wanneer het koelmid- del in de airconditioner wordt toegevoegd. Afhankelijk van de lengte van de aansluitleidingen of de druk van het geëvacueerde systeem, moet u koel- middel toevoegen. Raadpleeg de onderstaande tabel voor de hoeveelheden koelmiddel die moeten worden toegevoegd:Lengte verbindingspijp (m) Luchtzuiverings-methodeExtra koelmiddelMeer dan (lengte voorlaadpijpxN) m VacuümpompVloeibare kant: Ø 6,35 (Ø 1/4") (Totale pijplengte - voorlaad-pijplengtexN) x12g/mVloeibare kant: Ø 9,52 (Ø 3/8")(Totale pijplengte - voorlaad-pijplengtexN) x24g/m De standaardpijplengte is 7,5 m.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 29 Lucht evacuatie Veiligheid en Lekkage Controle Elektrische veiligheidscontrole Voer de elektrische veiligheidscontrole uit nadat de installatie is voltooid. De volgende gebieden bestrijken:
1. Geïsoleerde weerstand
De geïsoleerde weerstand moet meer dan 2MΩ zijn.
Meet na de aardingswerkzaamheden de aard- ingsweerstand door visuele detectie en met behulp van de aardingsweerstandtester. Zorg ervoor dat de aardingsweerstand minder is dan 4Ω.
3. Elektrische lekkagecontrole (uitvoeren tijdens
test terwijl toestel aan staat) Gebruik tijdens een testoperatie na voltooide installatie de elektrosonde en de multimeter om een elektrische lekkagecontrole uit te voeren. Schakel het apparaat onmiddellijk uit als er lekkage optreedt. Probeer verschillende oplossingen uit en evalueer ze tot het toestel goed werkt. Gaslekcontrole
1. Zeepwater methode:
Breng een zeep-water oplossing of een vloeibaar neutraal schoonmaakmiddel aan op de aansluiting van de binnenunit of de buitenunit met een zachte borstel om te controleren op lekkage van de aansluitpunten van de leidingen. Als er luchtbel- letjes ontstaan, zijn de leidingen lek.
Gebruik de lekdetector om te controleren op lekkage. OPMERKING: De illustratie dient slechts als voor- beeld. De werkelijke volgorde van A, B, C, D, en E op de machine kan enigszins verschillen van de eenheid die u hebt gekocht, maar de algemene vorm zal dezelfde blijven. Contro- lepunt binnenunit Controlepunt buitenunit A, B, C, D zijn punten voor type één-vier. A, B,C,D, en E zijn punten voor het type één-vijf. ◄ Bladzijde 39 ►
4.1 - INSTALLATIESCHEMA
Voer de elektrische veiligheidscontrole uit nadat de installatie is voltooid. De volgende gebieden bestrijken:1. Geïsoleerde weerstand De geïsoleerde weerstand moet meer dan 2MΩ zijn.2. Aardingswerk Meet na de aardingswerkzaamheden de aardingsweerstand door visuele detectie en met behulp van de aardingsweerstandtester. Zorg ervoor dat de aardingsweerstand minder is dan 4Ω.3. Elektrische lekkagecontrole (uitvoeren tijdens test terwijl toestel aan staat) Gebruik tijdens een testoperatie na voltooide installatie de elektrosonde en de multimeter om een elektri- sche lekkagecontrole uit te voeren. Schakel het apparaat onmiddellijk uit als er lekkage optreedt. Probeer verschillende oplossingen uit en evalueer ze tot het toestel goed werkt.Gaslekcontrole1. Zeepwater methode: Breng een zeep-water oplossing of een vloei-baar neutraal schoonmaakmiddel aan op de aansluiting van de binnenunit of de buitenunit met een zachte borstel om te controleren op lekkage van de aansluitpunten van de leidin-gen. Als er luchtbelletjes ontstaan, zijn de leidingen lek.2. Lekdetector Gebruik de lekdetector om te controleren op lekkage. De illustratie dient slechts als voorbeeld. De werkelijke volgorde van A, B, C, D, en E op de machine kan enigszins verschillen van de eenheid die u hebt gekocht, maar de algemene vorm zal dezelfde blijven.. A, B, C, D zijn punten voor type QUADRI. A, B,C,D, en E zijn punten voor het type PENTA.
Een proefrun moet worden uitgevoerd nadat het gehele systeem volledig is geïnstalleerd. Controleer de volgende punten voordat u de test uitvoert:a) De binnen- en buitenunits zijn correct geïnstalleerd.b) Leidingen en bedrading zijn correct aangesloten.c) Geen obstakels in de buurt van de inlaat en de uitlaat van het toestel die slechte prestaties of een slechte werking van het product kunnen veroorzaken.d) Het koelsysteem lekt niet.e) Het afvoersysteem is onbelemmerd en wordt afgevoerd naar een veilige plaats.f) De isolatie van de verwarming is goed aangebracht.g) De aardingsdraden zijn correct aangesloten.h) De lengte van de leidingen en de extra koelmiddelstuwcapaciteit zijn genoteerd.i) De voedingsspanning is de juiste spanning voor de airconditioner. Het niet uitvoeren van de test kan leiden tot schade aan de eenheid, materiële schade of per- soonlijk letsel. 1. Open zowel de vloeistof- als de gasafsluiter.2. Zet de hoofdschakelaar aan en laat het toestel opwarmen.3. Zet de airconditioner in de KOELEN-stand.4. Voor de binnenunita. Controleer of de afstandsbediening en de toetsen goed werken.b. Controleer of de louvres goed bewegen en met de afstandsbediening kunnen worden veranderd.c. Controleer tweemaal of de kamertemperatuur correct wordt geregistreerd.d. Controleer of de indicatoren op de afstandsbediening en het displaypaneel op de binnenunit goed werken.NEDERLANDS NL - 30
1. Controleer of de buitentemperatuur hoger is dan 5℃.
(Deze functie werkt niet wanneer de buitentemperatuur niet hoger is dan 5℃)
2. Controleer of de afsluitkranen van de vloeistofleiding en de gasleiding geopend zijn.
3. Zet de stroomonderbreker aan en wacht minstens 2 minuten.
4. Druk op de controleschakelaar op de printplaat van de buitenunit LED display "C E".
Hoe activeer je deze functie? Binnenunit ABinnenunit BBuitenunitSchakelaar controlerenLED-scherm Correct Klem-menblokVloeis-tof/Gas-leidingBuitenunitBinnenunit BBinnenunit A Onjuiste bedrading Klem-menblokVloeis-tof/Gas-leidingBinnenunit BBinnenunit ABuitenunit Onjuiste bedrading Klem-menblokVloeis-tof/Gas-leiding Recentere modellen hebben nu een automatische correctie van bedradings- en leidingfouten. Druk de "check switch" op de printplaat van de buitenunit gedurende 5 seconden in, totdat de LED "CE" weergeeft, wat aangeeft dat deze functie werkt. Ongeveer 5-10 minuten nadat de schakelaar is ingedrukt, verdwijnt de "CE", wat betekent dat de bedradings-/leidingfout is hersteld en dat alle bedradingen/leidingen correct zijn aangesloten. Automatische bedradings-/leidingscorrectiefunctie Functie van automatische bedradings-/leidingscorrectie Functie van automatische bedradings-/leidingscorrectie ◄ Bladzijde 42 ► e. Controleer of de handmatige toetsen op de binnenunit goed werken.f. Controleer of het afvoersysteem onbelemmerd is en goed afwatert.g. Zorg ervoor dat er geen trillingen of abnormaal geluid zijn tijdens de werking.5. Voor de buitenunita. Controleer of het koelsysteem lekt.b. Zorg ervoor dat er geen trillingen of abnormaal geluid zijn tijdens de werking.c. Zorg ervoor dat de wind, het lawaai en het water die door de eenheid worden voortgebracht, uw buren niet storen en geen gevaar voor de veiligheid vormen. Als de unit niet correct of niet naar verwachting werkt, raadpleeg dan het deel “Probleemoplossing” van deze handleiding alvorens de klantendienst te bellen.
FUNCTIE VAN AUTOMATISCHE BEDRADINGS-/LEIDINGSCORRECTIE
Recentere modellen hebben nu een automatische correctie van bedra-dings- en leidingfouten. Druk de "check switch" op de printplaat van de buitenunit gedurende 5 seconden in, totdat de LED "CE" weergeeft, wat aangeeft dat deze functie werkt. Ongeveer 5-10 minuten nadat de schakelaar is ingedrukt, verdwijnt de "CE", wat betekent dat de bedra-dings-/leidingfout is hersteld en dat alle bedradingen/leidingen correct zijn aangesloten.Om deze functie te activeren:
1. Controleer of de buitentemperatuur hoger is dan 5°C. (Deze functie werkt niet wanneer de buitentemperatuur
niet hoger is dan 5°C).2. Controleer of de afsluitkranen van de vloeistoeiding en de gasleiding geopend zijn.3. Zet de stroomonderbreker aan en wacht minstens 2 minuten.
4. Druk op de controleschakelaar op de printplaat van de buitenunit LED display " ".NEXYA S5 E
De werkingstest mag pas worden uitgevoerd nadat de volgende procedures voltooid zijn: - Controles van de elektrische veiligheid; - Controles van de gaslekken; - Controleer of de kleppen van de gaszijde en van de vloeistofzijde (hoge en lage druk) volledig geopend zijn. Voer de werkingstest uit zoals hierna beschreven wordt: De werkingstest moet gedurende minstens 30 minuten uitgevoerd worden. a. Sluit de unit op het elektriciteitsnet aan. b. Druk op de toets ON/OFF om de unit in te schakelen; druk op de toets MODE om de volgende functies een voor een langs te lopen:
- COOL – Selecteer de laagst mogelijke temperatuur
- HEAT – Selecteer de hoogst mogelijke temperatuur Laat iedere functie gedurende 5 minuten actief zijn. Controleer tijdens de werkingstest zorgvuldig of geen van de aansluitpunten van de koelmiddelleidingen een lekkage vertonen. c. Handel als volgt als alle controles die in de volgende tabel staan aan het einde van de werkingstest een positief resultaat gehad hebben:
- Gebruik de afstandsbediening om de unit weer op de normale werktemperatuur te brengen.
- Gebruik isolatietape voor het omwikkelen van de aansluitpunten van de koelmiddelleidingen die zich binnenin bevinden en bloot lagen tijdens de installatie van de binnenunit. Als de omgevingstemperatuur lager is dan 17°C wordt de koelfunctie (COOL) niet geactiveerd. Gebruik in dat geval de handmatige bediening zoals in de betreffende paragraaf beschreven wordt. Tabel met uit te voeren controles: Lijst met uit te voeren controles JA NEE Afwezigheid van lekstroom De unit is correct geaard Alle elektrische aansluitklemmen zijn correct bedekt De binnen- en buitenunit zijn stevig geïnstalleerd Geen van de verbindingspunten vertoont lekkage Buiten (2): Binnen (2): Het water stroomt correct uit de drainageleiding Alle leidingen zijn correct geïsoleerd De unit werkt correct in de koelmodus De unit werkt correct in de verwarmingsmodus De ventilatie-openingen van de binnenunit draaien correct (verticaal en horizontaal) De binnenunit reageert op de afstandsbediening
6.1 - LEVERING VAN DE INSTALLATIE
Nadat de controles op de goede werking van de installatie werden uitgevoerd, moet de installateur aan de klant het volgende illustreren: - de basiskenmerken van de werking, - de instructies voor de in- en uitschakeling van de installatie, - het normaal gebruik van de afstandsbediening, - praktische tips voor een correct gewoon onderhoud en de reiniging.PentaQuadriTrial Dual PentaQuadriTrial Dual
2. Luchtinlaatrooster achteraan
8. Knop voor handbediening (achter)
4. Elektriciteitskastje
Afvoerpomp (afvoerwater van binnenunit)
5. Luchtintrederooster
Hoeveelheid te vullen koelmiddel (kg) Installatiehoogte (m) Minimum oppervlakte
Bij airconditioners van het multi-splittype kan één buitenunit worden gekoppeld aan verschillende soorten binnenunits. Alle foto's in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld als demonstratie. Uw airconditioner kan iets anders zijn, maar de vorm is vergelijkbaar. Op de volgende pagina's vindt u verschillende soorten binnenunits die kunnen worden gecombineerd met de buitenunits.
Wanneer uw airconditioner buiten de volgende temperatuurbereiken wordt gebruikt, kunnen bepaalde vei- ligheidsvoorzieningen in werking treden en de unit uitschakelen. KOEL mode VERWARMEN modus DROGEN modus Kamertemperatuur 17 °C / 32 °C 0 °C / 30 °C 10 °C / 32 °C Buitentemperatuur 0 °C / 50 °C -15 °C / 24 °C 0 °C / 50 °C -15 °C / 50 °C (Voor modellen met lage temp. koelsystemen.) 0 °C / 52 °C (Voor speciale tropische modellen) 0 °C / 52 °C (Voor speciale tropische modellen)NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 35 Relatieve vochtigheid van de kamer lager dan 80%. Als de relatieve vochtigheid hoger is dan deze waarde, kan de airconditioner condens genereren. Stel de luchtstroom van de verticale luchtopening op de maximumhoek (verticaal ten aanzien van de vloer) en zet de ventilatormodus op HIGH. Om de prestaties van uw toestel verder te optimaliseren, kunt u het volgende doen:• Houd deuren en ramen gesloten.• Beperk het energieverbruik door de functies TIMER AAN en TIMER UIT te gebruiken.• Blokkeer de luchtinlaten en -uitlaten niet.• Controleer en reinig de luchtlters regelmatig.
8.1 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening die bij de klimaatregelaar geleverd wordt, is het instrument dat de gebruiker in staat stelt het apparaat op een zo comfortabel mogelijke wijze te gebruiken.Dit instrument moet met zorg gehanteerd worden, met name:• Maak het niet nat (niet met water reinigen of aan de weers-omstandigheden blootgesteld laten).• Niet op de grond laten vallen of er hard tegen stoten.• Blootstelling aan direct zonlicht vermijden. • De afstandsbediening werkt met infrarood technologie. • Tijdens het gebruik mogen geen obstakels tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar aanwezig zijn.
- Indien andere apparaten met een afstandsbediening in de ruimte gebruikt worden (TV, stereo, enz..) zouden storingen kunnen ontstaan.
- Elektronische of uorescente lampen kunnen de zendingen tussen afstandsbediening en kli- maatregelaar storen.
- Verwijder de batterijen indien de afstandsbediening lange tijd niet gebruikt wordt. 8.1.1 - Plaatsing van de batterijenDe afstandsbediening wordt niet met toevoerbatterijen geleverd.Om de batterijen correct te plaatsen (afb. 15-16):a. Verwijder het deurtje van het batterijvak.b. Steek er de batterijen in. Neem de positie van de polen strikt in acht, deze staan aangeduid op de bodem van het vak.c. Sluit opnieuw het deurtje.8.1.2 - Vervanging van de batterijenDe batterijen moeten vervangen worden wanneer het display van de afstandsbediening niet meer helder is of wanneer deze de instellingen van de klimaatregelaar niet meer verandert. Gebruik altijd nieuwe batterijen en vervang beide. Als oude batterijen worden gebruikt of batterijen van een ander type kan dit een slechte werking van de afstandbediening veroorzaken. Voor de afstandsbediening zijn twee droge alkalinebatterijen vereist van 1,5V (AAA.LR03/LR03X2).Na het vervangen van de batterijen, de klok met de afstandsbediening regelen. Zijn de batterijen eenmaal op dan moeten beide vervangen worden en voor vuilverwer- king naar de speciale verzamelpunten gebracht worden, zoals geregeld wordt door de plaatselijke wetgevingK2 NEDERLANDS NL - 36• Als u de afstandsbediening enkele weken of meer niet gebruikt, de batterijen verwijderen. Batterijlekken kunnen de afstandsbediening beschadigen.• De gemiddelde levensduur van de batterijen, bij een normaal gebruik, is ongeveer zes maanden. Vervang de batterijen als u de “biep” voor de ontvangst van het commando niet meer hoort of als de indicator voor de overdracht op de afstandsbediening niet aangaat. De batterijen niet laden of demonteren. De batterijen niet in het vuur werpen. Ze kunnen branden of ontploffen.
Als de vloeistof van de batterijen op de huid of kleding terechtkomt, zorgvuldig wassen met zuiver water. De afstandsbediening niet gebruiken met batterijen die reeds lekten. De chemische producten aanwezig in de batterijen kunnen brandwonden of andere risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen.
8.1.3 - Positie van de afstandsbediening
- Houd de afstandsbediening in een positie waarin het signaal de ontvanger van de binnenunit kan bereiken (maximumafstand ong. 8 meter - met nieuwe batterijen (afb. 32). Door de aanwezigheid van obstakels (meubels, gordijnen, wanden enz.) tussen de afstandsbediening en de binnenunit wordt het bereik van de afstandsbediening verminderd.
8.2 - FUNCTIE-AANWIJZER OP HET DISPLAY VAN DE BINNENUNIT
(afb. K2) Het digitale display toont de huidig ingestelde temperatuur en de code van de geactiveerde/gedeactiveerde functie wanneer de airconditioner in werking is. In de modus “Ventilatie” en “Drogen” wordt de ruimtetemperatuur gevi-sualiseerd. Bij een storing wordt de foutcode weergegeven.
8.2.1 - FUNCTIECODES
Brandt 3 seconden wanneer: - TIMER ON ingesteld is - De functies SWING, TURBO of SILENCE ingeschakeld zijn Brandt 3 seconden wanneer: - TIMER OFF ingesteld is - De functies SWING, TURBO of SILENCE uitgeschakeld zijn Brandt wanneer de controlefunctie van de warme lucht in de modus Verwarming automatisch geacti- veerd wordt. Brandt wanneer de airconditioner automatisch de ontdooiing start. Brandt wanneer de functie SELF CLEAN geactiveerd wordt. Brandt wanneer de functie FROST PROTECTION actief is. Brandt wanneer de functie WIRELESS actief is (als die in dit model beschikbaar is)
8.3 - BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening is de interface tussen de gebruiker en de klimaatregelaar. Het is dus zeer belangrijk om elke functie ervan te kennen, alsmede het gebruik van de diverse bedieningsorganen en de aangeduide symbolen.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 37
8.3.1 - Aanduidingen op de afstandsbediening (afb. 18)
A. Transmission Deze led gaat branden wanneer de afstandsbediening signalen naar de binnenunit zendt. B. Werkingsmodus Geeft de actieve werkingsmodus weer. Omvat: AUTO , COOL , DRY , HEAT , FAN ONLY en terug naar AUTO . C. Functie Follow me D. Temperatuur Geeft de gewenste temperatuur weer (van 17°C tot 30°C). Indien de werkwijze FAN ONLY ingesteld wordt, wordt geen enkele temperatuur getoond. E. Timer Duidt op het tijdstip van inschakeling en uitschakeling Timer (0÷23:50). F. Ventilatorsnelheid Geeft de ingestelde snelheid van de ventilator weer, AUTO en drie snelheidsniveaus kunnen worden aangeduid “ “ (LOW) - “ “ (MED) - “ “ (HIGH). “AUTO” wordt weergegeven als de werkingsmodus “AUTO” of “DRY” is. G. Sleep Wordt weergegeven tijdens de werking in de werkwijze sleep. Druk op de knop SLEEP om de functie te annuleren. De display van de afstandsbediening wordt enkel voor de duidelijkheid getoond.
8.3.2 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening (afb. 19)
1. Toets KEUZE MODUS’
Telkens op deze toets wordt gedrukt, wordt in sequentie een modus geselecteerd, AUTO > COOL DRY > HEAT > FAN en terug naar AUTO.
Druk op deze toets om het apparaat te starten; als u er opnieuw op drukt stopt de werking.
3. Toets SWING/DIRECT
Druk op toets SWING om de werking van de verticale vinnen te activeren/deactiveren. Druk op toets DIRECT om de werking van de horizontale vinnen te activeren/deactiveren (niet beschikbaar voor dit model).
Druk op deze toets om de ingestelde interne temperatuur te verhogen of om de TIMER met de klok mee te regelen. Druk op deze toets om de ingestelde interne temperatuur te verlagen of om de TIMER tegen de klok in te regelen.
Deze wordt gebruikt om de snelheid van de ventilator te kiezen, er zijn vier niveaus AUTO, LOW, MED of HIGH. Telkens op deze toets wordt gedrukt, verandert de snelheid van de ventilator.
6. Toets TURBO/SELF CLEAN
Druk op het linker deel van deze toets om de TURBO-functie te starten. Druk op het rechter deel van deze toets om de SELF CLEAN-functie te activeren. 10.Toets SLEEP/FRESH Druk op toets (10) om de functie SLEEP te activeren/deactiveren. 11.Toets LED/FOLLOW ME Druk op het linker deel van deze toets om het interne display te activeren/deactiveren. Druk op het rechter deel van deze toets om de FOLLOW ME-functie te starten.NEDERLANDS NL - 38
8.3.3 - Functie Follow Me
De afstandsbediening dient ook als thermostaat op afstand en maakt een correcte controle van de temperatuur ter plaatse mogelijk.
- Om de functie Follow Me te activeren, de afstandsbediening naar de unit richten en op de drukknop “Follow Me” drukken. De afstandsbediening visualiseert de effectieve temperatuur in de positie waarin hij zich bevindt en zendt dit signaal om de 3 minuten naar de airconditioner tot opnieuw op de drukknop wordt gedrukt. Als de unit het FOLLOW ME signaal gedurende 7 minuten niet ontvangt, zult u een “biep” horen die meldt dat de modus Follow Me is afgerond. De functie Follow Me is niet beschikbaar in de modus DRY en FAN.
- Als op de werkingsmodus wordt gedrukt of het apparaat wordt uitgeschakeld, zal de Follow Me functie automatisch worden geannuleerd.
8.3.4 - TURBO functie
- In de TURBO modus, draait de motor van de ventilator op hoge snelheid zodat de ingestelde temperatuur zo snel mogelijk wordt bereikt.
8.3.5 - SELF CLEAN functie
- In de SELF CLEAN modus reinigt en droogt de airconditioner automatisch de verdamper en houdt hem fris voor het eerstvolgende gebruik. De functie wordt gebruikt bij de uitschakeling van de koelmodus om de verdamper te reinigen en hem fris te houden voor het eerstvolgende gebruik. Deze functie kan gemakkelijk worden geactiveerd en is toegankelijk via de afstandsbediening.
- De airconditioner zal als volgt werken: - Modus enkel ventilatie met de ventilator op lage snelheid (13 minuten) - - Modus verwarming met de ventilator op lage snelheid (1 minuut) - - Werking enkel ventilatie (2 minuten) - Stop werking - Uitschakeling unit. Deze functie is uitsluitend beschikbaar in de modus COOL (AUTO COOL, FORCED COOL) en DRY. Alvorens deze functie te kiezen is het raadzaam om ong. een half uur de airconditioner in de modus koeling te starten. Zodra de Auto Clean functie is geactiveerd, zullen alle instellingen van de timer gean- nuleerd worden. Als tijdens de werking in de auto-clean modus opnieuw op de AUTO CLEAN drukknop wordt gedrukt, zal de functie stoppen en de apparatuur zal uitgaan.
.6 - Functie SILENCE
- Deze functie beperkt het geluid.
- De FROST PROTECTION functie stelt de temperatuur op 8°C in. De functie is enkel beschikbaar in de “HEAT” modus.
- Deze toetsen worden gebruikt om het uur van inschakeling “ON” en uitschakeling “OFF” van de airconditioner in te stellen.
- Druk minder dan 2 seconden op deze toets om de SILENCE functie te starten. Als deze toets langer dan 2 seconden wordt ingedrukt, wordt de functie FP ingeschakeld (FROST PROTECTION).NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 39
- Druk op deze toets om naar de modus SLEEP te gaan; druk er opnieuw op om te annuleren. Deze functie kan uitsluitend worden geactiveerd in de modus COOL, HEAT en AUTO om de temperatuur zo comfortabel mogelijk te houden. Als de unit in SLEEP modus werkt, zal deze worden geannuleerd als op de toetsen MODE, FAN SPEED en ON/OFF wordt gedrukt.
- Druk minder dan 2 seconden op deze toets om de LED functie te starten. Als deze toets meer dan 2 seconden wordt ingedrukt, wordt de FOLLOW ME functie ingeschakeld.
Druk op de LED toets om de digitale display van de airco op nul te stellen; druk er opnieuw op voor de activatie.
.12 - Automatische werking Als de airconditioner in “AUTO” modus wordt gezet, zullen de koeling, de verwarming of de ventilatie automatisch worden geselecteerd, naargelang de temperatuur die werd gekozen en de ruimtetemperatuur. Zodra de werkingsmodus is gekozen, zullen de bedrijfsomstandigheden in het geheugen van de microcomputer van de unit worden opgeslagen en als gewoonweg op de “ON/OFF” toets van de afstandsbesturing wordt gedrukt, zal de airconditioner met dezelfde bedrijfsomstandigheden beginnen te werken. START Controleer of de apparatuur is aangesloten en elektrisch wordt gevoed. a. Druk op de “MODE” toets (1) om de “AUTO” modus te kiezen. b. Stel de gewenste temperatuur in door op de toetsen “TEMP” (4) te drukken. Gewoonlijk is de temperatuur begrepen tussen 21°C en 28°C. c. Wanneer de afstandsbediening op “OFF” staat, op de “ON/OFF” toets (2) drukken om de airconditioner te starten. STOP a. Druk op de “ON/OFF” toets (2) om de airconditioner te stoppen. Als u niet houdt van de AUTO modus, kunt u manueel de gewenste omstandigheden kiezen. Als u de AUTO modus selecteert is het niet nodig om de snelheid van de ventilator in te stellen; De ventilatorsnelheid wordt automatisch gecontroleerd.
8.3.13 - Werking in Koeling/Verwarming/Enkel ventilatie
START Controleer of de apparatuur is aangesloten en elektrisch wordt gevoed. a. Druk op de “MODE” toets(1) om de modus “COOL”, “HEAT” of “FAN ONLY” te kiezen. b. Stel de gewenste temperatuur in door op de toetsen “TEMP” (4) te drukken. Gewoonlijk is de temperatuur begrepen tussen 21°C en 28°C.
Wanneer de afstandsbediening op “OFF” staat, op de “ON/OFF” toets (2) drukken om de airconditioner te starten. d. Druk op de toets ventilatorsnelheid (FAN “5”) om “AUTO”, “LOW”, “MED” of “HIGH” te kiezen.
Wanneer de afstandsbediening op “OFF” staat, op de “ON/OFF” toets (2) drukken om de airconditioner te starten. De modus enkel ventilatie (FAN ONLY) regelt de temperatuur niet; om deze modus te kiezen enkel de punten “a”, “c”, “d”, “e” uitvoeren. STOP a. Druk op de “ON/OFF” toets (2) om de airconditioner te stoppen. Als u niet houdt van de AUTO modus, kunt u manueel de gewenste omstandigheden kiezen.
8.4 - INSTELLING VAN DE RICHTING VAN DE LUCHTSTROOM
Regel goed de richting van de luchtstroom zodat hij niet hinderlijk is (afb. 3) of onregelmatige ruimtetemperaturen verwekt. a. Regel de horizontale vinnen met de hand (afb.20). b. Druk op toets (3) om de werking van de verticale vinnen aan te sturen (afb.21).NEDERLANDS NL - 40
8.4.1 - Regeling van de verticale richting van de lucht
De airconditioner regelt automatisch de verticale richting van de lucht, al naargelang de werkmodus. Activeer deze functie terwijl de unit actief is.
- De knoppen SWING/ DIRECT zullen gedeactiveerd worden als de airconditioner niet in werking is (ook al is TIMER ON ingesteld).
- De airconditioner niet gedurende lange periodes laten werken met de lucht naar beneden gericht als hij in de modus koeling of drogen staat. Anders zou op het oppervlak van de horizontale vinnen vochtigheid kunnen ontstaan die op de vloer of op de meubels zou kunnen vallen.
- De verticale vinnen niet met de hand verplaatsen. Gebruik steeds de SWING drukknop. Als u ze manueel verplaatst kan dit een slechte werking veroorzaken. Als de vinnen slecht werken, de airco stoppen en weer starten.
- Als de airco wordt ingeschakeld onmiddellijk nadat hij werd uitgeschakeld, is het mogelijk dat de horizontale vinnen zich ongeveer 10 seconden niet bewegen.
- De openingshoek van de horizontale vinnen mag niet te klein zijn want bij een te kleine lucht- stroming zullen de prestaties in de modus KOELING of VERWARMING niet optimaal zijn.
- Het apparaat niet activeren als de vinnen zijn gesloten.
- Als de airconditioner op de netvoeding aangesloten wordt (aan het begin) kunnen de vinnen 10 seconden lang geluid maken. Dit is de normale werking. 8.5- DROGEN START Controleer of de apparatuur is aangesloten en elektrisch wordt gevoed. a. Druk op de “MODE” toets (1) om de “DRY” modus te kiezen. b. Wanneer de afstandsbediening op “OFF” staat, op de “ON/OFF” toets (2) drukken om de airconditioner te starten. STOP a. Druk op de “ON/OFF” toets (2) om de airconditioner te stoppen. Het is niet mogelijk om de snelheid van de ventilator te regelen wanneer de apparatuur in de AUTO of DRY modus is.
8.6- WERKING MET TIME
START Controleer of de apparatuur is aangesloten en elektrisch wordt gevoed. a. Druk op één van de TIMER toetsen (7 en 8), zoals gewenst. De actuele regeling van de timer wordt op de display weergegeven, naast de indicatoren Timer ON en Timer OFF en knippert. b. Druk op de “TEMP” toetsen (4) om het gewenste uur te selecteren. Vooruit Achteruit Bij elke druk op één van de “TEMP” toetsen (4) gaat het uur 30 minuten vooruit of achteruit, volgens de richting waarin u drukt. c. Nadat voor TIMER ON en TIMER OFF het uur werd ingesteld, controleren of de indicator van de TIMER aan is op de display van de binnenunit. WIJZIGINGEN
- Herhaal de punten “a”, “b” en “c” om de instellingen te wijzigen.
8.6.1 - Instelling van de timer voor inschakeling met behulp van de afstandsbediening (afb.
18, 19 en 22) Nadat de unit werd ingeschakeld, de werkingsmodus, de gewenste temperatuur en de ventilatiesnelheid kiezen waarmee de unit moet worden geactiveerd bij een geprogrammeerde inschakeling. Vervolgens het apparaat in stand-by zetten. Druk op de “TIMER ON” toets (7) om de gewenste vertraging in te stellen (van 1 tot 24 uren) waarna de unit zal worden ingeschakeld (start na bevestiging van timer).NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 41 Als binnen de 5 seconden op geen enkele toets wordt gedrukt, zal de instellingsfunctie van de timer automatisch eindigen. Op de display van de afstandsbediening wordt de aftelling voor de inschakeling weergegeven. Na verloop van de ingestelde tijd zal de unit starten met de laatst gekozen instellingen.
8.6.2 - Instelling van de timer voor uitschakeling met behulp van de afstandsbediening (afb.
18, 19 en 23) Druk op de “TIMER OFF” toets (8) om de gewenste vertraging in te stellen (van 1 tot 24 uren), welke ook de werkingsmodus is, waarna de unit zal uitgaan (na bevestiging van de timer). Als binnen de 5 seconden op geen enkele toets wordt gedrukt, zal de instellingsfunctie van de timer automatisch eindigen. Op de display van de afstandsbediening wordt de aftelling voor de uitschakeling weergegeven. Na verloop van de ingestelde tijd gaat de unit uit.
8.6.3 - Instelling timer combinatie (gelijktijdige instelling van de timers ON en OFF)
TIMER OFF > TIMER ON (afb. 18, 19 en 24) (On => Stop => Start werking) Deze functie is nuttig indien u de airco wilt uitschakelen nadat u bent gaan slapen en ‘s morgens opnieuw wilt inschakelen of voor u naar huis komt. Voorbeeld: Het is 20.00 u. U wilt de airco uitschakelen om 23.00 u en de volgende morgen opnieuw inschakelen om
a. Druk op de “TIMER OFF” toets (8) om op de display “TIMER OFF” te visualiseren; het uur knippert. b. Druk op de “TEMP” toetsen (4) tot de waarde “3:00” bij de indicator “TIMER OFF” wordt ingesteld. c. Druk op de toets “TIMER ON” (7) om op de display “TIMER ON” te visualiseren; het uur knippert. d. Druk op de “TEMP” toetsen (4) tot de waarde “10.00” bij de indicator “TIMER ON” wordt ingesteld. e. Wacht 3 seconden, het ingestelde uur zal stoppen met knipperen en de functie is actief. TIMER ON > TIMER OFF (afb. 18, 19 en 25) (On => Stop => Start werking) Deze functie is nuttig indien men de airco wenst in te schakelen voor men opstaat en uit te schaken nadat men het huis verlaat. Voorbeeld: Het is 20.00 u. U wilt de airco de volgende morgen om 6.00 u inschakelen en om 8.00 u. uitschakelen. a. Druk op de toets “TIMER ON” (7) om op de display “TIMER ON” te visualiseren; het uur knippert. b. Druk op de “TEMP” toetsen (4) tot de waarde “10:00” bij de indicator “TIMER ON” wordt ingesteld. c. Druk op de toets “TIMER OFF” (8) om op de display “TIMER OFF” te visualiseren; het uur knippert. d. Druk op de “TEMP” toetsen (4) tot de waarde “12:00” bij de indicator “TIMER OFF” wordt ingesteld. e. Wacht 3 seconden, het ingestelde uur zal stoppen met knipperen en de functie is actief.
8.7 - MANUELE WERKING
De manuele werking kan tijdelijk worden gebruikt indien u de afstandsbediening niet vindt of als de batterijen zijn opgebruikt. a. Open en hef het voorpaneel tot het zich blokkeert en u een “klik” hoort (afb. 26). b. Druk één maal op de manuele toets (AUTO/COOL) om de werking in “AUTO” modus te starten (afb. 27). c. Zet het paneel in de oorspronkelijke positie en sluit het goed.
- Door op de manuele toets te drukken gaat de werkingsmodus achtereenvolgens van:
AUTO > COOL > OFF.NEDERLANDS
- Druk twee maal op de toets om de unit in de geforceerde “COOL” modus te starten. Deze modus mag enkel voor de tests worden gebruikt.
- Door een derde maal op de toets te drukken, stopt de werking en gaat de airco uit.
8.8 - WENKEN VOOR DE ENERGIEBESPARING
Vervolgens enkele tips om het verbruik te beperken:• Houd de lters altijd proper (zie hoofdstuk onderhoud en reiniging).• Houd de deuren en de vensters van de kamers gesloten waar de airco werkt.• Vermijd dat zonlicht de kamer binnendringt (wij adviseren het gebruik van gordijnen, blinden of rolluiken).• De banen van de luchtstroming van de unit niet verstoppen (inlaat en uitlaat); hierdoor vermindert het rendement, het apparaat werkt niet correct en onherroepelijke storingen kunnen optreden.• Stel de unit NIET in op excessieve temperatuurniveaus.• Stel een timer in en gebruik de ingebouwde SLEEP/ECONOMY modus indien van toepassing.• Als u het toestel langere tijd niet zult gebruiken, verwijder dan de batterijen uit de afstandsbediening.
- Reinig het luchtlter om de twee weken. Een vuil lter kan het koelings- of verwarmingsrendement ver- minderen.• Stel de lamellen goed af en vermijd een directe luchtstroom.• Het sluiten van gordijnen tijdens het verwarmen helpt ook om de warmte binnen te houden. • Deuren en ramen moeten gesloten blijven.
8.9 - KEUZE BEDIENINGSMODUS
Wanneer twee of meer binnenunits gelijktijdig in werking zijn, moet u ervoor zorgen dat de modi niet met elkaar conicteren. De warmtemodus heeft voorrang op alle andere modi. Als het toestel in eerste instantie in de VERWARMEN modus is gaan werken, kunnen de andere toestellen alleen in de VERWARMEN modus werken.Bijvoorbeeld: Als het initieel opgestarte toestel in de KOELEN (of VENTILATOR) modus werkt, kunnen de andere toe- stellen in elke modus werken behalve in de VERWARMEN modus. Als één van de apparaten de VERWAR-MEN-modus selecteert, zullen de andere werkende apparaten stoppen met werken en "--" weergeven (alleen voor apparaten met een displayvenster) of het auto- en werkingsindicatielampje zal snel knipperen, het ontdooi-indicatielampje zal uitgaan en het timer-indicatielampje zal blijven branden (voor apparaten zonder een displayvenster). Als alternatief zullen het ontdooi- en alarm controlelampje (indien van toepassing) gaan branden, of het werkingscontrolelampje zal snel knipperen, en het timer controlelampje zal uitgaan (voor het vloertype en het staand type).
9 - ONDERHOUD EN REINIGING
Alvorens onderhoud of reinigingen uit te voeren, steeds controleren of de installatie met de afstandsbediening werd uitgeschakeld en of de stekker uit het contact werd getrokken (of de algemene scheidingsschakelaar opwaarts op “0” OFF werd gezet).
De metalen delen van de unit niet aanraken wanneer de luchtlters worden verwijderd. Ze zijn zeer scherp. Risico op snijwonden.
Handel als volgt indien men denkt de apparatuur lange tijd niet te gebruiken:a. Schakel de ventilator een halve dag in om de binnenkant van de unit te drogen.b. Reinig de binnenunit en het luchtlter.c. Stop de airco en sluit de voeding af.d. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening. Op de buitenunit moeten periodieke onderhoudswerkzaamheden en reinigingen worden uitgevoerd. VOER DEZE NIET OP UW EENTJE UIT. Neem contact op met uw dealer of de klantendienst.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 43 Controles alvorens de airco weer in werking te stellen: a. Controleer of de draden niet zijn gebroken of ontkoppeld. b. Controleer of de luchtlter zuiver is en correct is geïnstalleerd. Na een lange periode inactiviteit van de airconditioner de lters reinigen. c. Controleer of de uitgang of ingang van de lucht niet is verstopt (vooral na een lange periode van inactiviteit van de airconditioner).
De metalen delen van de unit niet aanraken wanneer de lter wordt verwijderd. Risico op letsels door de scherpe metalen randen.
Gebruik geen water om de interne delen van de airco te reinigen. De blootstelling aan water kan de isolatie beschadigen waardoor risico voor elektrische schokken optreedt.
Als u de unit reinigt controleren of de schakelaar uit is en de voeding is afgesloten.
9.2 - OPTIMALE WERKING
Om optimale prestaties te bereiken, gelieve het volgende in acht te nemen::
- Stel de richting van de luchtstroom zo in dat hij niet rechtstreeks op mensen blaast.
- Stel de temperatuur in om het hoogst mogelijke comfort te bereiken. Stel het toestel niet af op te hoge temperatuurniveaus.
- Sluit deuren en ramen in de modus KOELEN of VERWARMEN.
- Gebruik de toets TIMER AAN op de afstandsbediening om een tijdstip te selecteren waarop u de aircon- ditioner wilt laten starten.
- Plaats geen voorwerpen in de buurt van de luchtinlaat of luchtuitlaat, aangezien dit de efciëntie van de airconditioner kan verminderen en tot gevolg kan hebben dat de airconditioner niet meer werkt.
- Reinig het luchtlter regelmatig, anders kan de koeling of verwarming minder goed werken.
- Gebruik de unit niet met het horizontale rooster in gesloten positie. Wanneer de airconditioner weer gebruikt gaat worden:
- Gebruik een droge doek om het stof af te vegen dat zich op het achterste luchtinlaatrooster heeft opge- hoopt, om te voorkomen dat het stof uit de binnenunit wordt verspreid.
- Controleer of de bedrading niet is afgebroken of losgekoppeld.
- Controleer of het luchtlter is geïnstalleerd.
- Controleer of de luchtuitlaat of -inlaat geblokkeerd is nadat de airconditioner lange tijd niet is gebruikt.
9.3.1 - Reiniging van de binnenunit en de afstandsbediening
Gebruik een droog doek om de binnenunit en de afstandsbediening te reinigen. Als de binnenunit zeer vuil is kunt u ook een vochtig doek gebruiken, gedrenkt in koud water om hem te reinigen. Het voorpaneel kan worden verwijderd en met water worden gereinigd. Droog vervolgens met een droog doek.
Gebruik geen antistatisch of chemisch behandeld doek om de unit te reinigen. Gebruik geen benzine, oplosmiddelen, polijstpasta of soortgelijke middelen. Deze producten kunnen de pvc oppervlakken vervormen of breuken veroorzaken.
9.3.2 - Reiniging van het luchtlter (afb. 26, 27, 28, 29 en 30)
Een vuil luchtlter reduceert de koelcapaciteit van de apparatuur. Zorg er dus voor het lter om de twee weken te reinigen. a. Open het frontpaneel en til het op tot een hoek waarin blokkering plaatsvindt en een “klik” gehoord wordt (afb. 26). b. Dankzij de handgreep van het luchtlter kan dit enigszins opgetild worden om het vervolgens uit de lter- houder (afb. 28a ) te trekken. Trek het vervolgens omlaag (afb. 28b ).NEDERLANDS NL - 44 c. Verwijder de luchtlter. d. Reinig de luchtlter met een stofzuiger of met water en laat hem vervolgens op een koele plek drogen. e. Neem het luchtverfrissingslter (indien bijgeleverd) weg uit het luchtlter, zoals getoond wordt in afbeelding “38”.
Raak het elektrostatische lter gedurende 10 minuten nadat het inlaatrooster geopend is niet aan. Er bestaat het risico een schok te krijgen.
Reinig het elektrostatische lter met een mild reinigingsmiddel of met water en laat het twee uur in de zon drogen. g. Plaats opnieuw de elektrostatische lter (indien meegeleverd) + de actieve koolstoflter (indien meegeleverd). h. Plaats het bovenste deel van de luchtlter in de unit en zorg ervoor dat de linker- en rechterranden correct zijn uitgelijnd. Plaats vervolgens de lter weer in de zitting (afb. 39).
i. Zet het paneel in de oorspronkelijke positie en sluit het goed.
Als zich een van de volgende situaties voordoet, schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en sluit het af van de elektriciteit.
- De voedingskabel is beschadigd of abnormaal verwarmd.
- Je ruikt een brandlucht.
- Het toestel maakt luide of abnormale geluiden.
- Een zekering is doorgebrand of de stroomonderbreker springt vaak uit.
- Water of objecten zijn in het apparaat gevallen.
De volgende problemen zijn geen storing en zullen in de meeste situaties geen reparatie behoeven. Slechte werking Oorzaak Mogelijke oplossing Het apparaat start niet Stroomonderbreking Wacht tot de stroom is hersteld. De unit is van de stroom ontkoppeld. Controleer of de stekker in het stopcontact zit. Een zekering is gesprongen. De zekering vervangen. De batterijen vand e afstandsbediening kunnen uitgeput zijn. De batterijen vervangen. De bescherming van de compressor werd 3 minuten geactiveerd. Wacht. Het toestel start en stopt vaak Er zit te veel of te weinig koelmiddel in het systeem. Controleer of er lekken zijn, neem in dat geval contact op met de assistentiedienst. Er bevindt zich lucht, een niet-samen- drukbaar gas of een vreemd materiaal in het koelsysteem. Neem contact op met de assistentiedienst. Systeemcircuit is geblokkeerd. Neem contact op met de assistentiedienst. De compressor is kapot. Neem contact op met de assistentiedienst. De spanning is te hoog of te laag. Installeer een manometer voor het afstellen van de spanning; neem contact op met de assistentiedienst.NEXYA S5 E NEDERLANDS NL - 45 Slechte werking Oorzaak Mogelijke oplossing Het apparaat koelt of verwarmt niet goed de kamer terwijl de lucht uit de airco komt. Verkeerde temperatuurinstelling. Stel de juiste temperatuur in. De luchtlter is geblokkeerd. Het luchtlter reinigen. De deuren en vensters zijn open. De deuren en vensters sluiten. De luchtinlaat- of uitlaatopeningen van de binnenunit of buitenunit zijn geblokkeerd. Verwijder de verstopping en start opnieuw het apparaat. De temperatuurinstelling kan hoger zijn dan de omgevingstemperatuur in de kamer. Verlaag de temperatuurinstelling. Excessieve warmte gegenereerd door zonlicht. Sluit de ramen en de gordijnen. Lage koeling door lekken of langdurig gebruik. Controleer of er lekken zijn, neem in dat geval contact op met de assistentiedienst. De buitentemperatuur is lager dan 7°C. Controleer of er lekken zijn, neem in dat geval contact op met de assistentiedienst. Laag koelmiddelgehalte door lekkage of langdurig gebruik. Controleer of er lekken zijn, neem in dat geval contact op met de assistentiedienst. Laag koelmiddelniveau als gevolg van lekken of langdurig gebruik. Controleer of er geen lekken zijn, dicht het systeem indien nodig opnieuw af en vul het bij met koelmiddel. De functie SILENCE (optioneel) is actief. Controleer of er geen lekken zijn, dicht het systeem indien nodig opnieuw af en vul het bij met koelmiddel. Deactiveer de functie SILENCE.
10.3 - FUNCTIONELE ASPECTEN DIE NIET ALS ONGEMAKKEN BESCHOUWD
MOETEN WORDEN Tijdens de normale werking kunnen de volgende situaties zich voordoen:
1. BESCHERMING VAN DE AIRCONDITIONER.
a. De compressor zal gedurende 3 minuten niet opnieuw starten nadat hij werd uitgeschakeld. - De apparatuur werd zodanig ontworpen dat geen koude lucht wordt geblazen als het apparaat in de modus VERWARMING staat, als de warmtewisselaar zich in één van de volgende drie situaties bevindt en als de ingestelde temperatuur niet werd bereikt. - Als de verwarming zojuist werd gestart. - Ontdooiing. - Verwarming op lage temperatuur. b. De interne of externe ventilator stopt met werken tijdens de ontdooiing. - Rijp kan op de buitenunit komen tijdens de verwarmingscyclus, als de buitentemperatuur laag is en de vochtigheid groot, wat resulteert in een lagere verwarmings- of airconditioningcapaciteit. - In dit geval zal de airco de verwarmingsmodus stoppen en automatisch de ontdooiingsfunctie activeren. - De tijd die nodig is voor de ontdooiing kan variëren van 4 tot 10 minuten, naargelang de buitentemperatuur en de hoeveelheid rijp op de buiteneenheid.
2. ER KOMT WITTE DAMP UIT DE BINNENUNIT
- Het is mogelijk dat in een binnenkamer met een hoge graad van vochtigheid in de modus KOELING witte damp wordt verwekt, door het grote temperatuurverschil tussen de inlaatlucht en de uitlaatlucht. - De witte damp kan worden verwekt door de vochtigheid, geproduceerd door het ontdooiingsproces, wanneer de airco na de ontdooiing wordt gestart in de KOELMODUS.
3. DE AIRCO MAAKT EEN LICHT GELUID
- Een klein sissend geluid is hoorbaar wanneer de compressor in werking is of net is uitgeschakeld. Het is het geluid van het koelmiddel dat loopt of stopt. - Het is ook mogelijk om een klein “gepiep” te horen als de compressor draait of net is uitgeschakeld. Dit wordt veroorzaakt bij een temperatuurverandering door expansie van de pvc delen van de apparatuur, te wijten aan de warmte, of door contractie, te wijten aan de koude.NEDERLANDS NL - 46 - Het is mogelijk dat u bij de eerste ontsteking een geluid hoort, te wijten aan het herstel van de oorspronkelijke positie van de vinnen.
4. DE BINNENUNIT BLAAST STOF UIT.
- Dit is normaal als de airco de eerste keer wordt ingeschakeld of na een lange periode van inactiviteit opnieuw wordt gestart.
5. ER KOMT EEN VREEMDE GEUR UIT DE BINNENUNIT.
- Dit wordt veroorzaakt door de afgifte van geuren, geabsorbeerd door bouwmaterialen of meubels of door geabsorbeerde rook.
6. DE AIRCO GAAT IN DE MODUS ENKEL VENTILATIE VANUIT DE KOEL- OF VERWARMINGSMODUS.
- Wanneer de interne temperatuur de waarde bereikt, ingesteld op de airco, stopt de compressor automatisch en de airco gaat naar de modus enkel ventilatie. De compressor zal opnieuw in werking treden wanneer de interne temperatuur in de koelmodus stijgt of in de verwarmingsmodus afneemt.
7. MOGELIJK DRUPPELEN VAN WATER.
- Er kan water op het oppervlak van de binnenunit druppelen wanneer de koeling bij hoge relatieve vochtigheid wordt geactiveerd (relatieve vochtigheid boven 80%). Open de horizontale vinnen volledig zodat de lucht kan ontsnappen en selecteer de hoge snelheid van de ventilator.
- De airconditioner haalt warmte uit de buitenunit en geeft deze af via de binnenunit tijdens de werking in de verwarmingsmodus. De airconditioner haalt warmte uit de buitenunit en geeft deze af via de binnenunit tijdens de werking van de verwarmingsmodus. - Gelijktijdig verhoogt de warmteproductie van de airco door het grotere verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur. - Als met de airco geen comfortabele temperatuur kan worden bereikt, adviseren wij om een extra verwarmingstoestel te gebruiken.
9. AUTOMATISCHE STARTFUNCTIE
- De binnenunit is voorzien van een automatische startfunctie (auto-reset). Als plots stroom ontbreekt, zullen de instellingen worden hersteld die voor de spanningsval bestonden. Drie minuten nadat de spanning is hersteld, zal de unit opnieuw de vorige operatieve instellingen automatisch activeren.
10. BLIKSEM OF ELEKTRISCHE APPARATUUR
- Bliksem of een draadloze telefoon in de buurt kunnen een slechte werking van de airco veroorzaken.
10.4 - TIPS VOOR HET OPLOSSEN VAN STORINGEN
1. De unit kan de werking onderbreken of veilig blijven werken als:
- de leds blijven knipperen - Als op het display een van de volgende codes verschijnt: E(x), P(x), F(x), EH(xx), EL(xx), EC(xx), PH(xx), PL(xx), PC(xx) Wacht ongeveer 10 minuten. Het probleem zou uit zichzelf verholpen kunnen worden. Koppel de voeding los en sluit hem weer aan als dit niet het geval is. Schakel de unit in. Koppel de unit van de voeding los en neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum als het probleem niet verholpen kan worden.
Stop onmiddellijk de airco als één van de volgende storingen optreedt. Ontkoppel de elektrische stroomtoevoer en neem contact op met het dichtst bijgelegen service center. Storing: - De zekeringen of de automatische schakelaar springen vaak. - Er is water of iets anders in de airco gedrongen. - De afstandsbediening werkt niet of werkt slecht.
10.5 - OVERIGE FOUTEN
Het display kan een niet te ontcijferen code tonen, of een code die niet in de handleiding gedenieerd wordt. Controleer of een dergelijke code niet overeenkomt met de meting van de temperatuur. Test de unit met gebruik van de afstandsbediening. - Als de unit niet op de afstandsbediening reageert, moet de interne PCB vervangen worden. - Als de unit op de afstandsbediening reageert maar het display niet geactiveerd wordt, moet het display vervan- gen worden.NEXYA S5 E EL - 1
SimpelGids