Unico AIR 25 HP - Airconditioning OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Unico AIR 25 HP OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.
| Merk | Olimpia Splendid |
| Model | Unico AIR 25 HP |
| Producttype | Wandgemonteerde monoblock airconditioner met warmtepomp |
| Afmetingen (B × H × D) | 980 × 500 × 160 mm |
| Gewicht (zonder verpakking) | 38 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Koelmiddel | R32 (gef fluorideerd, GWP = 675) |
| Werkingsmodi | Koeling, Verwarming, Ontvochtiging, Ventilatie, Automatisch |
| Speciale functies | ECO, Stil (nachtcomfort), Programmeerbare timer, Lameloscillatie, Free cooling (niet beschikbaar) |
| Afstandsbediening | Infrarood, maximaal bereik 8 m |
| Luchtfilter | Wasbaar, elke 2 weken reinigen |
| Bedrijfstemperaturen (koeling) | Binnen: 18-35 °C, Buiten: -10 tot 43 °C |
| Bedrijfstemperaturen (verwarming) | Binnen: max 27 °C, Buiten: -15 tot 24 °C |
| Installatie | Aan de muur, gaten van 162 mm, minimale afstand 60 mm zijkant, 80 mm boven |
| Beveiliging | Aarding verplicht, 10 A stroomonderbreker, kinderveiligheid |
| Periodiek onderhoud | Filterreiniging door gebruiker, batterijonderhoud door technicus |
| Batterijen van de afstandsbediening | 2 × AAA 1,5 V (niet meegeleverd) |
Veelgestelde vragen - Unico AIR 25 HP OLIMPIA SPLENDID
Gebruikersvragen over Unico AIR 25 HP OLIMPIA SPLENDID
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Unico AIR 25 HP - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Unico AIR 25 HP van het merk OLIMPIA SPLENDID.
GEBRUIKSAANWIJZING Unico AIR 25 HP OLIMPIA SPLENDID
GEBRUKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN NL
INSTRUKTIONER FÖR ANVÄNDNING OCH UNDERHÄLL SV

- Het apparatus bevat het gas R32. R32 is een gefluoreerd broeikasgas.
- Leef de toepasselijkne normen na. Lekkend koudegas en open vuur verboden.
- Let goed op aangezien het koudemiddel R32 geurloos is.
- Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8aar of ouder en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkke bekwaamheden, of zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan, of nadat ze instructies over het veilige gebruik van het apparaat ontvangen hebben en de bevaren die daaraan inherent�n begrepen hebben.
- Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
- De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker uitgevoerd要去en worden mogen nicht uitgevoerd worden door kinderen zonder toezicht.
- Laat de beschadigde voedingskabel verrangen door de fabrikant of diens servicecentrum of een technicus met soortgelijke bekwaamheid om risico's te vermijden.
- De installmentie, eerste inwerkingstelling en de volgende onderhoudsfasen, met uitzondering van de reiniging of het wassen van het luchtfilter, mogen uitsluitend door bevoegt en bekwaam personeel worden verricht.
- Om ieder risico op elektrrocutie te voorkomen,要去 de stekker uit het stopcontact worden verwijderd en/of de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld alvorens ongeacht welke onderhoudsingreep aan de apparaten te verrichten.
- Raadpleegijdens de installment de minimumafstanden gegeven in afbeelding 2.
- De unit要去 zodenig worden geplaatst dat mechanische schade worden vermeden. Plaats waar in een goed geventileerde ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen of open vuur.

2.4.1 -Gaten in de muur boren 14
2.4.2 - Aanleggen van de condensafvoerlijn 15
2.4.3 - Montage van de luchtkanalen en de uitwendige roosters 16
2.4.4 -Gaten voor de machine voorbereiden 16
2.4.5 - Plaatsing van het apparaat op de bevestigingsbeugels 16
2.4.6 - Elektrische aansluiting 17
2.5- CONFIGURATIE HOGE/LAGE INSTALLATIE 18
2.5.1 - Configuratie van de elektronica voor de installmentie hoog of laag op de muur 18
RUBRIEK VOOR DE TECHNICUS EN DE GEBRUIKER
3 -GEBRUIK 18
3.1 - WAARSCHUWINGEN 18
3.2-BESCHRIJVING VAN HET SIGNALERINGSPANEEL 19
3.3- GEBRUK VAN DE AFSTANDSBEDIENING 19
3.3.1 - De batterijenplaatsen 19
3.3.2 - Vervanging van de batterijen 19
3.3.3 - Positie van de afstandsbediening 20
3.4-BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDBEDIENING 20
3.4.1 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening 20
3.4.2 - Beschrijving van het display van de afstandsbediening 21
3.5-BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIONS VAN DE KLIMAATREGELAAR 22
3.5.1 - Algemene inschakeling en beheer van de werkig 22
3.5.2-Toets ECO 22
3.5.3 - In-/uitschakeling van het apparatus 22
3.5.4 - Werking "Koeling" 22
3.5.5 - Werking enkel "Ontvochtiging" 22
3.5.6 - Werking enkel "Ventilatie" 23
3.5.7 - Werking enkel "Welzijn" 23
3.5.8 - Werking "Verwarming" 23
3.5.9 - Regeling van de richting van de luchtstroom 24
NL-1
3.5.10 - Regeling van de ventilatorsnelheid 24
3.5.11 - Toets welzijn 's nachts (SILENT) 24
3.5.12 -Installing van de timer 25
3.5.13 - Installing van de klok en de timer (T1) 25
3.5.14 - Instelling van de klok en de timer (T2) 25
3.5.15 - Instelling van de timertijden (T1) 26
3.5.16 - Instelling van de timertijden (T2) 27
3.5.17 -Activering en deactivering van de timer 28
3.5.18 - Reset van alle functies van de afstandsbediening 28
3.5.19 - Beheer van het apparaat als de afstandsbediening Niet beschikbaar is 28
3.6- ADVIES VOOR ENERGIEBESPARING 28
4 - REINIGING EN ONDERHOUD 29
4.1- REINIGING 29
4.1.1 - Reiniging van het apparaat en de afstandsbediening 29
4.1.2 - Reiniging van het luchtfilter 29
4.2 - ONDERHOUD 30
4.2.1 - Periodiek onderhoud 30
4.2.2 - Afvoer van condenswater in geval van nood 30
4.3 - DIAGNOSE, ALARMEN EN PROBLEMEN 31
4.3.1 - Storingsdiagnose 31
4.3.2 - Functionele aspecten die nicht als storingen moeten worden beschouwd 31
4.3.3 - LED-signaleringen panele 31
4.3.4 - Alarmen paneel 32
4.3.5 - Storingen en oplossingen 33
Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het Niet bij het normale huisvuil mag worden gestopt, maar waar een erkend inzamelbedrijf voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur要去 worden gebracht. Door het product op passende wijze te verwijderen helpt u möglichke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid als gevolg van een ongeschikte verwijdering van het product vermijden.
Informeer bij de gemeente, deplaatselijke afvalverwijderingsdienst of de winkel waar het product aangeschaft is maar meer informatie over de recycling van dit product.
Dit voorschrift is uitsluitend geldig binnen EU-lidstaten.
NL-2
ILLUSTRATIES
De illustraties zich gegroepeerd op de eerste pagina's van de handleiding

INHOUDSOPGAVE
De pagina "NL-1" bevat de inhoudsopgave van deze handleiding

0 - WAARSCHUWINGEN
0.1 - ALGEMENE INFORMATIE
Wij wensen u eerst en vooral te bedanken odomat u de voorkeur hebt gegeven aan een door ons geproducedeerd apparaat.
Dit is een voorbehonden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonder uitdrukkelijktoestemming van de fabrikant. fabrikant.
Het apparaat kan worden bijgewerkt enkaarom andere details vertonen dan aangeduid, zichonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
0.2 - SYMBOLEN
De pictogrammen die in dit hoofdstuk beschreiben worden, worden gebrukt om snel en eensluidend de informatatie te verstrekken die nodig is om de machine veilig te konnen gebruiken.
0.2.1 - Pictogrammen
Service
Geeft situations aan waarin de interne SERVICE moet worden gewaarschuwd: TECHNISCHE KLANTENDIENST
Inhoudsopgave
Paragraphen die van dit symbol voorzien zijn, bevatten zeer belangrijke informatie en voorschriften die voornamelijk de verilgheid betreffen.
De veronachtzaming ervan kan resulteren in:
-GeVaren voor de gezondheid van de operators
- verval van de contractuele garantie
- weigering van aansprakelijkheid door de fabrikant.

Opgeheven hand
Geft handelingen aan die om geen enkele reden mogen worden verricht.
GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING

eert aan het betrokken personeel dat de beschreiben handeling elektrocutiegevaar kan veroorzaken indien de veiligheidsnormen nicht in acht worden genomen.
NL-3

ALGEMEEN GEVAAR
aleert aan het betrokken personeel dat de beschreiben handeling risico's inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen Niet in acht worden genomen.

GEVAAR
Signaleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gezruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en worden blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand.

GEVAAR HOGE TEMPERATURE
aleert aan het betrokken personeel, dat de beschreiben handeling risico's inhoudt voor brandwonden door contact met zeer hare componenten, indien deeiligheidsnormen Niet in acht worden genomen.

NIET AFDEKKEN
aleert aan het betrokken personeel dat het verboden is om het apparaat af te dekken om oververhitting te voorkomen.

OPGELET
Signaleert dat dit document aandachtig moet worden gelezen alvorens het apparaat te installereren en/of te gebruiken.

Geeft aan dat dit document aandachtig moet worden gelezen voordat onderhouds- en/of reinigingswerkzaamheden worden verricht.

OPGELET
Signaleert dat er extra informatie in de meegeleverde handleidingen kan aanwezig sein.
- Duidt aan dat er informatie in de gebruiksaanwijzing of installmenthandleidir beschikbaar is.

OPGELET
Duidtaan dathet servicepersoneel methet apparaat moet omgaan, in overeenstemming met de installmentehandleiding.
0.3 - ALGEMEEN ADVIES
QUANDO SI UTILIZZANO APPARECCHIATURE ELETTRICHE, è SEMPRE NECCESSARIO SEGUIRE PRECAUZIONI DI SICUREZZA DI BASE PER RIDURRE RISCHI DI INCENDIO, SCOSSE ELETTRICHE E INFORTUNI A PERSONE, INCLUSO QUANTO SEGUE:
- Dit is een voorbehonden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonderuitdrukkelijke toestemming van OLIMPIA SPLENDID.
De machines können worden bijgewerkt enaarom andere details vertonen dan aangeduid, zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
- Lees deze handleiding aandachtig door alvorens een handeling (installatie, gebruik, onderhoud) te verrichten en leef de aanwijzingen van de verschillende hoofdstukken aandachtig na.
NL-4
- Al het personeel, betrokken bij het transport en de installmentie van de machine,要去 op de hoogte worden gesteld van de onderhavige instructies.
- DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOARTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.
- De fabrikant behoudt zich hetrecht voor om de modellen op elk gewenst moment te wijzigen, waar bij de essentiele eigenschappen die in deze handleiding beschreibenন gezijn beholdoven blijven.
- De installmentie en het onderhoud van apparatuur voor de klimaatregeling, zoals dit apparaat,{kunnen gevaarlijk blijken teijken,ondat koudemiddel onder druk en elektrische onderdelen onder spanning in deze apparaten aanwezigল.
Deinstallatie, deeersteinschakelingendeaaropvolgendeonderhoudsfasen mogen uitsluitend door erkend en bekwaam personeel worden verricht.
7. De garantie vervalt in het geval van installations die verricht worden+zonder dat de waarschuwingen van deze handleiding in acht worden genomen en gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten.
8. Het normale onderhoud aan de filters en de algemene uitwendige reiniging konnen ook door de gebruiker worden verricht, aangezien ze geen bevaren vormen of ingewikkeld zich.
9. Tijdens de montage, en bij iedere onderhoudsingreep, is het nodig de voorzorgsmaatregelen in acht te nemen die vermeld worden in deze handlede ingegeven worden en opgelegd worden door de Veiligheidsvoorschriften die van kracht zich in het land van installmentie.
- Draag algijd veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril bij werkzaamheden aan de koudemiddelzijde van de apparaten.

- De klimaatregelaars mogen nicht worden geinstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig়, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of opplaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren.

- Gebruik uitsluitend originele onderdelen van OLIMPIA SPLENDID voor de verrangig van componenten.

- BELANGRIJK! Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen, moet de stekker uit het stopcontactwordenverwijderdalvorensongeachtwelkeonderhoudsingreep aan de apparaten te verrichten.

- Blikseminslag, naburige auto's en mobiele telefoons können storingenveroorzaken. Het apparaat enkele seconden van de stroom afsluiten enervolgens weeer starten.

- Op regenachtige davon is het raadzaam om de elektrische voeding te af te sluiten om schade door blikseminslag te voorkomen.

- Als het apparaat een langearend Niet wordt gebruikt of niemand de geklimatiseerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevallen te vermijden.

- Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het apparaat te reinigen, verstuif geen water of andere vloeistoffen op het apparaat waar ze de onderdelen in pvc hunnen beschadigen of zelfs elektrische schokken hunnen verroorzaken.

- Het apparaat en de afstandsbediening nicht nat make. Itsluitingen of brand zou{kunnen optreden.

- Bij storingen in de werkking (bv: abnormale geluiden, een slechte geur, rook, een abnormale temperatuurtoename, elektrische dispersie, enz.) de elektrische stroomtoevoer onmiddelijk afsluiten.
Neem contact op met uwplaatselijkke verkoper.
- De klimaatregelaar Niet langdurig latent werken bij een hoge luchtvochtigheid of als deuren en/of ramen open staan.
Het vocht kangaan condenserenende meubels bevochtigen of beschaden.

- De voedingsstekkerijdens de werkung nicht aansluiten of loskoppelen. Brand- of elektrocutiegevaar.

- Het (werkende) product nicht met vochtige handen anraken.
nd- of elektrocutiegevaar.

- Het verwarmingstoestel of andere apparatuur buiten bereik van de voedingskabel houden. Brand- of elektrocutiegevaar.

- Zorg ervoor dat het water Niet in de elektrische delen dringt.
Zou brand, storingen of elektrische schokken können teweegbrengen.

- Open het rooster voor luchtingang Nietijdens de werkking van het apparaat. Kans op letsel, schokken of beschadiging van het product.

- Blokpeer de luchtinlaat of -uitlaat Niet; het kan het product beschadenig.

-
Tijdens de werkking van het apparaat geen vingers of andere voorwerpen aanbrengen in de luchtin- of luchtuittrede. De aanwezigheid van scherpe bewegende delen kan leiden tot verwondingen.
-
Het water dat door het apparaat uitgestoten worden nicht drinken.
Dit is Niet hygienisch en kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

-
Bij gaslekken van andere apparaten de omgeving goed verluchten alvorens de airco in te schakelen.
-
De apparatuur nicht demonteren of aanpassen.
NL-6

- De ruimte goed ventileren als het apparaat worden gebruikt in combinatie met een kachel. enz.
- Het apparaat Niet gebruiken voor andere doeleinden dan degene waarvoort het is ontworpen.
- De Personen die op een koelcircuit werken of ingrijpen,要去en in het bezit zich van de ges paste certificatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die hun bevoegdheid vaststelt om koelmiddelen verig te behandelen volgens een door brancheverenigingen erkende beoordelingsspecificatie.
- Het gas R32 nicht in de atmoseer uitstoten. R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een aardopwarmingspotentieel (GWP) = 675.

- Het apparaat dat in de handleiding beschreiben wordt, stemt overeen met de volgende Europese verordeningen
ECODESIGN 2009/125/EG, 206/2012/EU
- ENERGY LABELLING 2012/30/EU, 626/2011/EU
en de eventuele waaropvolgende wijzigingen.
0.4 - OPMERKINGEN OVER DE GEFLUOREERDE GASSEN

- Deze klimaatregelaar bevat gefluoreerde gassen.
Jaadpleeg het typeplaatje op het apparaat voor specifieke informatatie over het type en de hoeveelheid gas.
- De installment, assistentie, het onderhoud en de reparatie van het apparaat要去en worden uitgevoerd door een erkend technicus.
-
De demontage en recyclage van het apparatusat要去en worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.
-
Als er een lekzoeker op het systeme is geinstalleerd, moet u minstens om de 12 maanden op lekkage controleren.
-
Als worden gecontroleerd of geenlekken aanwezig zijn, is het raadzaam om een gedetailleerd register van alle inspecties bij te houden.
- Controller de zone rondon de apparatuur, voordat werkzaamheden aan het apparaat worden verricht, om na te gaan dat er geen brand- en/of verbrandingsgevaar heersen.

Dit product mag uitsluitend worden gebruikt volgens de specificaties, aangeduid in deze handleiding. Als het op een andere wijze worden gebruikt dan aangeduid kan dit leiden tot zware ongevallen. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.
Tref de volgende maatregelen voor de reparatie van het koelsystem, voordat werkzaamheden aan het system worden verricht.

- Baken de zone rondon de werkruimte af en vermijd werkzaamheden in enge ruimten. Zorg voor veilige werkomstandigheden door het ontvlambare materiaal te controeren.
NL-7

- Het onderhoudspersoneel en iedereen die in de omringende zone werkzaamheden verricht,要去 ingelicht zich over de te verrachten werkzaamheden.

-
Vóor enijdens de werkzaamheden MOET de zone gecontroleerd worden met een specifieke koudemiddeldetector, zodat de monteur een möglichke gevaarlijke atmoseer kan herkennen. Controller of de lekdeterctor geschikt is voor het gebruik in combinatie met ontvlambare koudemiddelen, geen vonden verroorzaakt en afgedicht of intrinsiek veilig is.
-
De kalibratie van elektronische lekdetectoren kan vereist zich. Kalibreer ze, indien nodig, in en zone waar geen koudemiddel in aanwezig is.
- Controller of de detector geen potentièle ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. De detector要去 ingesteld zijn op een LFL-percentage van het koudemiddel en要去 voor het gebruikte koudemiddel�zijn gekalibreerd. Het geschikte gaspercentage (maximaal 25% )要去 bevestigd worden.
- Elimineer open vuur als u vermoedt dat er spreke is van een lekkage.
Als u een lekkage vaststelt waarvoor gesoldeerd moet worden, dient alle koudemiddel uit het systeme te worden afgetapt of moet het in een deel van het systeme buiten bereik van de lekkage worden geisoleerd (met afluiers). Spoel het systeme verwolgens voor en na het solderen met zuurstofvrije stikstof (OFN).

- HOUD een CO _2 - of poederblusser binnen handbereik als werkzaamheden aan het warme apparaat要去en worden verricht.

- Gebruik GEEN enkele ontstekingsbron voor werkzaamheden waar bij de leidingen要去en worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat.
Brand- of explosivesievaar!
- Alle ontstekingsbronnen (ook een brandende sigaret)要去en buiten bereik worden gehonden van de plaat waar alle werkzaamheden worden verricht waar bij ontvlambaar koudemiddel in de omringende ruimte kan vrijkomen.
- Controller of de ruimte voldoende geventileerd is, voordat werkzaamheden in het system worden verricht. Er要去 een continue ventilatie worden gewaarborgd.

-
Gebruik GEEN middelen om het ontdoolingsproces te versnellen, of voor de reiniging, met uitzondering van de door de producent aanbevolen middelen.
-
Controller altijd voór elke handeling of:
-
de condensors leeg�.
Deze handeling moet veilig worden verricht om möglichke vonkvorming te vermijden;
NL-8
- geen enkele elektrische component onder spanning staat en er geer blootliggende kabels+zijn tijdens het vullen, aftappen of spoelen van het systeme;
-
de aarding nicht onderbroken is.
-
De elektrische voedingen van het apparaat, waar de werkzaamheden aan worden verricht,要去en zijn losgekoppeld. Breng een permanentelekdetector aan op het meest kritieke sunt als het apparaat absolut elektrisch gevoed moet worden.

- Controller of de pakkingen en afldichtende materialen nicht+zijn aangetast. Mogelijkke ontwikkeling van een ontvlambare atmosefer.

Pas geen enkele permanente capacitieve of inductieve lading op het circuit toe, zonder te hebben gecontroleerd of hierdoor de toelaatbare spanning en stroom van het gebruikte apparaat worden overschreden. testapparaat要去 correcte nominale waarden hebben.

- Controleer regelmatig of de kabels nicht blootgesteld worden aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of aan ieder ander nadelig effect van de omgeving.
- Verricht de onderstaande standard procedures bij reparatiewerkzaamheden of andersoorlige werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit:
verwijder het koudemiddel;
- spoel het circuit met inert gas;
- evacueer;
- spoel het circuit opnieuw met inert gas;
open het circuit door de snijbranden of lessen.
-
Het koudemiddel moet in specifieke gasflessen worden opgeslagen. Het systeme moet "gereinigd" worden met OFN om de unit veilig te make. Het kan zich dat deze procedure meerere malen要去 worden herhaald. Gebruik GEEN perslucht of zuurstof voor deze handeling.
-
De gasflessen要去 in de verticaal worden gehonden. Gebruik uitsluitend gasflessen die voor het opvangen van koudemiddelen geschikt zich. De gasflessen要去 voorzien zich van een terugstroomklep uitschakelkleppen die in goede staat verkeren. Bovendien要去 een set gekalibreerde weegschalen aanwezig zich.

- De leidingen要去en beschikken over afkoppelsystemen en mogen GEENlekken vertonen. Controller, voordat het aftapapparaat gebruikt worden, of het apparaat goed onderhonden is en de eventueel aanverwante elektrische componenten zijn afgedacht, om te vermijden dat eventueel vrijkomend koudemiddel vlam kan vatten.
- Controller of het koelsysteme geaard is, voordat het systeme met koudemiddel worden gezuld. Breng een label op het systeme aan als het is gezuld. Let bijzonder goed om te vermijden dat het koelsystem overbelast worden.
NL-9

- Onderwerp het system aan een druktest met OFN, voordat het worden gezuld, en aan een dichtingstest nadat het is gezuld voordat het in werkig worden gesteld.
Onderwerp het system aan een extra dichtingstest, voordat deplaats worden verlaten.
- Het opgevangen koudemiddel moet in de geschikte gasfles aan de leverancier worden afgegeven, met ondertekening van het afvaloverdrachtsbewijs. Koudemiddelen moot NIET worden gemengd in het aftapapparaat of de gasflessen.
- Als de compressors, of de compressoroliën verwijderd moeten worden, contrôleer dan ofze geleegd+zijn toteen aanvaardbaariveau om erzekervan teijken dat het ontvlambare koudemiddel Niet in het smeermiddel achechterblijft. Verricht deze procedure voordat de compressoraar de leverancier worden teruggezonden. Gebruik de elektrische verwarming uitsluitend op hetuis van de compressor, om dit proces te versnellen.
- Controleer aan het einde van de installmentie of er geen koudemiddel lekt (koudemiddel dat aan open vuur blootgesteld worden, produeert een gifting gas).
0.5 - EIGENLIJK GEBRUIK
- De klimaatregelaar mag uitsluitend gezruikt worden voor het producereren van warmer of koude lucht (aar keuze) met als enig doel de temperatuur in de omgeving aangenaam te make.
- Een oneigenlijk gezebruik van de (externe en interne) apparatuur met eventuele schade die berokkend worden aan mensen, voorwerpen of dieren, ontheft OLIMPIA SPLENDID vanijdere vorm van aansprakelijkheid.
0.6 - RISICOZONES
- De klimaatregelaars mogen nicht worden geinstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig়, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of opplaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water.
- Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeistoffen in de buurt van de airconditioner.

- De airco heeft geen ventilator om frisse lucht in het lokaal te brengen. Verlucht door de deuren en vensters te openen.

Installer altijd een automatische schakelaar en leg een specifiek voedingscircuit aan.
NL-10

OLIMPIA SPLENDID
De units die het airconditioningsystem samenstellen worden apart verpakt in karton.
Elke afzonderlijke eenheid kan handmatig door twee personeelsleden worden getransporteerd of ze{kunnen op een hefrtruck worden geladen. Stapel maximaal drie verpakkingen als het gaat om een binnenunit of plaats elke verpakking afzonderlijk als het gaat om een buitenunit.
Zorg ervoor dat u alles binnen handbereik heeft, voordat u met de montage aanvangt.
A. Apparaat UNICO Air R32
T1. Afstandsbediening
T2. Afstandsbediening
C. Handleidingen + garantie
D. Isolatiestrip (2)
E. Schroeven en pluggen
F. Luchtin- en luchtuittrederoosters met kettingen en installmentesetjes (2)
G. Interne flens (2)
H. Blad voor leidingen in de muur (2)
L. Bevestigingsbeugel aan de muur (2)
M. Boormal van papier.
N. Condensafvoerleiding
*Controller het geleverde model

De batterijen (T3) voor de afstandsbediening, 2 in aantal - type AAA van 1,5 V, zich componenten die nodig�n maar geen deel uitmaken van de levering.
1.2 - OPSLAG
Sla de verpakkingen op in een gesloten ruimte waar ze tegen weersinvloeden worden beschermd. Breng matten of een pallet aanCUSen de verpakkingen en de vloer.

DE VERPAKKING NIET OMDRAAIEN OF HORIZONTAL PLAATSEN.
1.3 - ONTVANGST EN UITPAKKEN
De verpakking besteht uit geschikt materiaal. Het product worden verpakt door ervaren personeel.
De apparatuur worden compleet en in perfecte staat geleverd. Om darüber de kwaliteit van het transportbedrijf te controlleren,要去h et volgende doen:
a. Bij ontvangst van de colli, controlleren op de verpakking is beschadigd. Als dit zo is de goederen onder voorbehoud aanvaarden en Foto's maken van de schijnbare schade.
b. Uitpakken en op de paklijst controlleren of alle componenten aanwezig zijn.
c. Controlleren of de onderdelen Niet werden beschadigdijdens het transport; anders binnen 3 dagen na ontvangst de schade aan het transportbedrijf meedelen d.m.v. aangetekende brief met ontvangstbewijs en Foto's toevoegen.
d. Let goed opijdens het uitpakken en de installmentie van de apparatuur. Scherpe delen konnen verwondingen verooorzaken. Let op voor scherpe de hoeken van de structuur en de vinnen van de condensor en verdamper.

Informatie over transportschade worden na de levering nicht meer onderzocht.
Voor geschillen is de bevoegderechtbank het Hof van BRESCIA.
Het verpakkingsmaterial verwijderen volgens de geldende normen inzake afvalverwijdering.
1.4 - BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN VAN HET APPARAAT
De afbeelding 36 toont de belangrijkste onderdelen van de klimaatregelaar.
- Luchtuittredeflap
- Paneel voor de weergave van de functies en alarmen
- Luchtintrederooster
- Luchtfilter
- Klepje condensafvoer
- Klepjneoodcondensafvoer
- Voedingskabel
36


2-INSTALLATIE
2.1 - INSTALLATIEMODUS
Voln nauwgezet de aanwijzingen van de handleiding voor een correcte installment en optimale prestaties.

Het Niet inacht nemen van de aangeduide normen, waardoor een slechte werking van de apparatuur kan optreden, ontheft het bedrijf OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van garantie en van eventuele schade,veroorzaakt aan Personen, dieren of zaken.

Het is belangrijk dat de elektrische installmentie aan de normen en de gegevens van het technische blad voldoet en geaard is.
NL-12

OLIMPIA SPLENDID
2.2 - AFMETINGEN EN EIGENSCHAPPEN VAN DE INSTALLATIERUIMTE VAN DE KLIMAATREGELAAR
- Bereken de thermische belasting in de zomer (en winter in het geval van een model met warmtepomp) van de ruimte, alvorens de klimaatregelaar te installereren.
Hoe nauwkeuriger deze berekening is, des te beter het apparaat zal werken. - Raadpleeg de toepasselijke normen voor deze berekeningen.
- Voor bijzonder belangrijke toepassingen adviseren we u om u door gespecialiseerde technici te lien bijstaan.
- Probeer groterthermische belastingen zo veel möglich te beperken aan de hand van de volgende maatregelen. Breng gordijnen of exter zonwering (luiken, veranda's, reflecterende folie, enz.) aan op große ruiten waar de zon op staat. De ruimte waar de klimaatregeling in geinstalleerd is, moet zo veel möglich gesloten blijven.
Maak geen gebruik van halogeenlampen of andere elektrische apparatuur die veel energie verbruiken (ovens, stoomstrijkijzers, kookplaten, enz.).
2.3 - KEUZE VAN DE POSITIE VAN DE UNIT
Om een better rendement te bereiken en storingen of gevaarlijke situatuies te vermijden, moet de installment van de interne apparatuur voldoen aan de volgende eisen:
a. Plaats de apparatuur Niet bloot aan warmte of damp (afb. 3).
b. Zorg ervoor dat rechts en links van het apparaat minstens 60~mm en boven het apparaat minstens 80 mm vrijhehonden wordt (afb.2).
c. Bij de installmentie laag aan de muur moet tussen de onderkant van de unit en de vloer een ruimte van minstens 100mm vrijgehonden worden. Bij de installmentie hoog aan de muur moet een ruimte van minstens 80~mm vrijgehonden worden (afb. 2).
d. De wand waarop de binnenunit zal worden gemonteerd, moet stabel, stevig en geschikt zich om het gewicht te dragen.
e. Rondom de unit moet voldoende ruimte vrijehouden worden zodat onderhoud kan worden verricht.
f. De vrije circulatie van lucht aan de luchtintrede bovenaan en de luchtuittrede aan de voorkant mag nicht verhinderd worden (door bijv. gordijnen, planten of meubels). Hierdoor zou turbulentie konnen ontstaan die de correcte werkig van het apparaat verhindert (afb. 3).
g. Sproei geen water of andere vloeistoffen op het apparatus (afb. 3).
h. Plaats het apparaat Niet zodenig dat de luchtstroom direct op mensen in de nabijheid wordt gericht (afb. 3).
i. De uittredelouvres nooit geforceerd openen (afb. 3).
I. Geen flessen, blikjes, kleding, planten of andere voorwerpen op het luchtintrederooosterplaatsen (afb. 3).
m. De klimaatregelaar Niet direct boven een huishoudelijk apparaat (tv, radio, koelkast enz.) of boven een warmtebron installeren (afb. 3).

Kies voor de installmentie gegen een buitenmuur.

Controller, als de installmentiek bepaald is, of op de punten waar gaten geboard要去en worden geen structuren of installations (balken, kolommen, waterleidingen, elektrische kabels, enz.) aanwezig zijn die de installmentie zouden können verhinderen.
NL-13
Controleer tevens of de vrije circulatie van de lucht door de aan te leggen gaten Niet verhinderd worden (door planten en loof, houtwerk, luiken, roosters met een te fijnne maas, enz.).
2.4 - MONTAGE VAN DE UNIT

De toegestane maximale lenghte van de leidingen is 1 m. De leidingen要去en glad zich en mogen geen bochten vertonen.
Gebruik de geleverde roosters of roosters met identieke eigenschappen.
2.4.1 - Gaten in de muur boren
Voor de werkung van de unit moeten twee gaten worden geboard in de muur, zoals op de boormal is aangegeven. De gaten konnen een diameter van 162 mm hebben.
- De unit UNICO PRO INVERTER kan geinstalleelr worden in plaats van een unit UNICO SKY, UNICO STAR, UNICO SMART of UNICO INVERTER zonder dat de reeds bestaande gaten要去en worden aangepast, met uitzondering van hetkleine gat voor de condensafvoer. Verwijder in dit geval het isolatiematerialaal dat eventuel in het gat voor de luchtuittrede aanwezig is om de prestaties Niet te benadelen. Bovendien要去en十几年e waten worden geboard voor de bevestigingsbeugel.
- De gaten moeten in de muur worden geboord met een specifiek gereedschap dat de werkzaamheden vereenvoudigt en schade of overmatige last voor de klant vermijdt.
De Beste instrumenten die voor het boren van groe gaten in muren gebruikt kuren worden, zich speciale boormachines (zogenaamde Kernboormachines) met een hoog torsiekoppel en een rotatiesnelheid die maar aanleiding van het te boren gat kan worden aangepast.
-
Om te vermijden dat veel stof en vuil in de omgeving verspreid worden, können de Kernboormachines worden verbonden met afzuiginstallaties die voornamelijk bestaan uit een stofzuiger die verbonden要去 worden met een accessoire (bijvoorbeeld zuignap) zodate deze in de buurt van het te boren punt kan worden aangebracht.
Boor de gaten als volgt: -
Plaats de geleverde boormal (M) op de muur met inachtneming van de minimumaufstanden tot het plafond, de vloer en de zijmuren die op de boormal aangegeven zijn. De boormal kan met plankband (Y) in de juiste positie worden gehonden (afb. 4).
- Geef met eenkleine boor of priem nauwkeurig het midden van de te boren gaten aan, voordat u de gaten zult boren (afb.4).
- Boor de twee gaten voor de luchtin- en luchtuittrede met een fernboor met een diameter van 162 mm.

Boor de gaten met een lichte inclatie waar beneden om te vermijden dat water afkomstig uit de kanalen maar binnen kan stromen (afb.5).

Het merendeel van het verwijderde materiaal worden maar buiten gestoten. Zorg er waarom voor dat het Niet op mensen of voorwerpen eronder kan vallen.
Wees bijzonder voorzichtig en verminder de druk op de kernboor aan het einde van het gat, om zo veel möglich te vermijden dat het stucwerk aan de buitenkant beschadigd raakt.
Boor de eerder gemarkeerde gaten voor de pluggen van de bevestigingsbeugels (afb. 6).

Bestudeer aandachtig de eigenschappen en consistentie van de muur voor de eventuele keuze van pluggen die voor bijzondere omstandigheden geschikt zich.

De fabrikant acht zich nicht aansprakelijk voor een eventuele ontoreikende beoordeling van de structurele consistentie van de verankering door de installerateur.
We adviseren waarom om bijzonder goed op te letten aangezien deze handeling, als deze verkeerd uitgevoerd worden, ernstig persoonlijk letsel en materiele schade kan verroorzaken.
In het geval van apparaten met warmtepomp waardoor geen condensafvoer in de muur ingebouwd is (zie paragraaf 2.4.2), moet een gat in de muur geboord worden op deplaats die op de boormal is aangegeven, zodat de condens kan worden afgevoerd.
2.4.2 - Aanleggen van de condensafvoerlijk
In het geval van machines met warmtepomp要去 de klimaatregelaar worden aangeslo condensafvoerleiding (afb. 1 - ref. N) (meegeleverd) die要去 worden aangesloten op de specifieke aansluiting (A).
Verwijder de dop (B) alvorens de afvoerslang aan te sluiten (afb. 7).
Een magneetklep zorgt ervoor dat de condens uit het inwendige reservoir kan stromen als het maximumniveau bereikt worden.
In het geval van machines die uitsluitend koelen要去 de condensafvoerleiding worden aangesloten als ze werkken bij een lage buitentemperatuur (lager dan 23^ ).
- De afvoer vindt dankzij de zwaartekrachtplaats. Daarom要去 de afvoerleiding op elk punt een minimale helling van 3% vertonen.
De te gebruiken leiding kan star of flexibel zich en moet een minimale diameter van 16 mm hebben.
- Als de leiding maar een riool voert,要去en sifon worden geinstalleerd voordat de leiding de afvoer bereikt. De sifon要去 minstens 300mm onder de opening van het apparaat zijn aangebracht (afb.8).
- Als de afvoerleiding voert maar een recipient (vat, enz.)要去 vermeden worden dat deze hermetisch worden gesloten en met name dat de afvoerleiding in het water blijf (zie afb.9).
- Het gat voor de passage van de condensleiding maar buiten要去 algid een helling vertonen (zie afb.10). De exacte positie van de opening van de leiding ten opzichte van de machine is op de boormal bepaald.

Zorg er in dit geval voor dat het afgevoerde water geen persoonlijk letsel of materièle schade kan veroorzaken.
In de winter kan dit water buiten bevriezen.

Let goed op en zorg ervoor dat de rubberen leiding Niet bekneld raakt wanner de condensafvoer worden aangesloten.

Controleer of de condensafvoerleiding gegen vorst beschermd wordt om de afvoer te waarborgen als de unit in de winter moet werken bij een temperatuur lager dan of gelijk aan 0^
Installer de optionele verwarmingskit voor een langdurige werkinq in de winter bij temperaturen lager dan -5^ .
NL-15
2.4.3 - Montage van de luchtkanalen en de uitwendige roosters
- Breng de plasticfolie (H) die met de klimaatregelaar geleverd is aan als de gaten zichn geboard (met de fernboormachine) (afb. 11).
Snij aan de lange zichde van de folie (H) een strook van 130mm af (afb. 11).

De folie要去 65 mm korter zich dan de lengte van de muur.
- Rol de folie (H) op en breng deze in het gat aan. Let waar bij goed op de seallijn (deze moet altijd maar boven+zijn gedraaid) (afb.11).
De buis (H) kan met een normala stanleymes worden afgesneden (afbeeldingen 11 - 12).
Plaats de roosters als volgt:
a. Breng de afdichting (D) aan op de buitenste rand van de flenzen op de muur (G) zoals in afbeelding 13 is getoond.
b. Zet de twee flenzen vast door 2 pluggen met een diameter van 6mm aan te brengen in de twee horizontala geplaatste bevestigingsgaten (afbeeldingen 14 - 15 - 16).
c. Breng hetkleine oogje, met de lange poot, van de veer aan op de pen van de dop (op de beiden componenten) (afb.17).
d. Breng de twee doppen (met veer) vanuit de Voorkant van het buitenste rooster aan op de twee zittingen ervan, trek ze helemaal aan (afb.18) en bevestig de twee kettingen aan het groe oogje van de veer.
e. Pak de twee kettingen, bevestigd aan het rooster, met een hand beet;
f. Vouw de buitenste roosters dubbel door het vouwgedeelte met de vrije hand beet te pakken en de vingers in de louvres aan te brengen (afb.19).
g. Steek de arm in de leiding tot het buitenste rooster volledig maar buiten steekt.
h. Vouw het rooster open en zorg ervoor dat de vingers in de louvres blijven.
i. Draai het rooster tot de louvres horizontal een geplaatst enaar beneden zichn gericht.
I. Span de veer door aan te ketting te trekken en haal de ring van de ketting aan de pen van de interne doorvoerflens voor de leidingen (afb. 20).
m. Verwijder de overtollige schakels van de ketting met een tang.

Gebruik uitsluitend de geleverde roosters (F) of roosters met identieke eigenschappen.
2.4.4 -Gaten voor de machine Voorbereiden
De unit is uitsluitend bestemd voor de aansluiting op luchtin- en luchtuitredeleidingen met een diameter van 162mm
2.4.5 - Plaatsing van het apparaat op de bevestigingsbeugels.
Bevestig de steunbeugels (L) in de erder geboorde gaten (zie afb. 6) aan de muur met de geleverde schroeven en pluggen (E) (afb. 21).
Als u gecontroleerd heeft of
de bevestigingsbeugels correct aan de muur+zijn bevestigd,
alle Voorbereidingen voor de elektrische aansluiting en de condensafvoer verricht zijn (indien nodig),
kan de klimaatregelaar worden opgehangen.
Ga als volgt te werk:
a. Breng tape (A) aan als referentie voor de bevestigingspunten van de unit (afb. 22).
De tape kan verwijderd worden als de unit aan de muur hangt.
b. Til de klimaatregelaar op door hem aan de zijkanten onderaan beet te pakken en aan de beugels (L) te haken (afb. 23).
Kantel de onderzijde van het apparaat iets maar u om het vasthaken te vereenvoudigen.
NL-16


-
Verricht de handelingen voor de elektrische aansluiting en de bevestiging van de condensafvoer na het apparaat met een houten blok of soortgelijk voorwerp van de muur te hebben verwijderd (zie aflb. 24).
-
Controller aan het einde van de werkzaamheden zorgvuldig ofchter het achterpaneel van het apparaat geen spleten zich onderchtegleven (de isolerende afdichting moet goed aan de muur hechten). Dit geldt met name in de zone van de luchtin-en luchtuittredekanalen.
2.4.6 - Elektrische aansluiting
Het apparaat is voorzien van een voedingskabel met stekker (aansluiting type Y).
Als in de buurt van het apparaat een stopcontact aanwezig is, volstaat het om de stekker in het stopcontact te steken.


Alvorens de klimaatregelaar aan te sluiten, contrôleert u of: spanning- en freiuentiewaarden overeenstemmen met de gegevens op de typeplaat van het apparaat.
- De voedingslijn is voorzien van een doeltreffende aardaansluiting, geschikt voor de maximale absorptie van de klimaatregelaar (kabels met een minimale doorsnede van 1,5mm^2 ).
- Het apparaat uitsluitend worden gevoed aan de hand van een stopcontact dat voor de geleverde stekker geschikt is.

Laat de voedingskabel eventueel uitsluitend verrangen door een erkend servicecentrum of bekwaam personeel.

Op het voedingsnet van het apparaat要去 geschiktemeerpolige scheidingsschakelaar worden voorzien, in overeenstemming met de nationale installmentenormen.
Controleer ook of de elektrische voeding is voorzien van een doeltreffende aardaansluiting en geschikte beveiliging gegen overbelasting en/of kortsluiting (het wordt aanbevolen om een vertraagde zekering type 10 AT of andere elementen met soortgelijke functies te gebruiken).
Pas de volgende procedure toe voor de verranging van de voedingskabel:
a. Til het luchtintrederooster (3) op en verwijder de twee schroeven (1a) (afb. 27).
b. Open de flap (1) en verwijder de schroef (1b) (afb. 28).
c. Verwijder de voorste afdekking (afb.29).
d. Draai de drie bevestigingschroeven (X2) los om de voorklep van de schakelkast (X1) te verwijderen (afb. 30).
e. Verwijder de schakelkast (X1) (afb. 30).
f. Draai de kabelklem (J1) los (afb. 31).
g. Draai de bevestigingschroeven van de kabels van het klemmenbord (J2) los (afb. 31)
h. Verwijder de kabel en breng de(APieke kabel opdezelfde manier aan.
i. Zet de drie polen van de kabel op het klemmenbord (J2) vast en draai de schroeven vast (afb. 31).
I. Zet de kabel vast met de klem (J1) (afb. 31).
m. Sluit de schakelkast.
n. Hermonteer de Voorste afdekking op de machine.
o. Draai de schroeven (1a) en (1b) vast.
2.5 - CONFIGURATIE HOGE/LAGE INSTALLATIE
De unit kan hoog (net onder het plafond) of laag (vlak boven de vloer) op de muur worden geinstalleerd. Afhankelijk van de installatione (aan het plafond of op de vloer)要去 de elektronische configuratie gewijzigd worden om de openingshoeken van de luchtuittredeflap te optimaliseren.
2.5.1 - Configuratie van de elektronica voor de installmentie hoog of laag op de muur
Ga als volgt te werk (zie afb. 37):
a. Steek de stekker van de klimaatregelaar in het stopcontact en controllerer of de klimaatregelaar in stand-by is geplaatst.
b. Controller of alle leds op het display uitgeschakeld zichn; houd de knop H ingedrukt en LAST hem los wanner u een geluidssignaal hoort.
c. Druk op de knop H om de unit voor de installmentie hoog aan de muur te configureren. De LED C branden.
D. Druk op de knop H om de unit voor de installmentie laag aan de muur te configureren. De LED D (groen) gaat branden.
e. Wacht een aantal minuten tot de unit waar in stand-by wordt geplaatst en controllerer of alle leds op het displayuitgeschakeld zich, alvorens de unit in te schakelen.



Tijdens de stappen (c) en (d) van de configuratie gaand de LED D (groen) en de LED A (rood) branden.
3 - GEBRUIK
Laat de elektrische aansluiting van het apparaat verrachten door gespecialiseerd personeel dat aan de door de wet voorgeschreven bekwaamheden voldoet. De installmente-instructies zich opogenomen in de specifieke paragraaf van deze handleiding.

De normale luchtstroom door de in- en externe roosters mag door geen enkel voorwerp of obstaktel (meubels, gordijnen, planten, loof, luiken, enz.) worden verhinderd.

- Plaats niets op de omkasting van de klimaatregelaar en ga er nicht op zitten om ernstige schade aan de uitwendige onderdelen te vermijden.
- Probeer de luchtuittredeflap Niet met de hand te lately bewegen. Gebruik hiervoort altijd de afstandsbediening.
Schakel het apparaat onmiddelijk uit en koppel het van de elektrische voeding los als het water lekt. Neemervoigens contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
Tijdens het verwarmen zal de klimaatregelaar regelmatig het ijs verwijderen dat op de uitwendige warmtewisselaar ontstaat. In dit geval blijdt de machine werken, maar stuart ze geen warme lucht de ruimte in. Deze fase kan 3 tot 10 minuten duren.
Maak het luchtfilter regelmatig schoon zoals in de specifieke paragraaf (4.1.2) is beschreiben.
NL-18

Het apparaat mag Niet geinstalleerd worden in ruimtes waar explosieve gassen ontstaan of een luchtvochtigheid of temperaturen die de maximale limieten beschreiben in de installmentehandleiding overschrijden.
3.2 - BESCHRIJVING VAN HET SIGNALERINGSSPANEEL
Rechts bovenaan op het apparaat+zijn knoppen en leds aangebracht die hieronder worden beschreiben (4.3.3).
3.3 - GEBRUK VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening die bij de klimaatregelaar geleverd is, is een instrument dat u in staat stelt de apparatuur op een zo comfortabel möglichke manier te gebruiken.
Dit instrument moet zorgvuldig worden gehanteerd:
- Maak het Niet nat (reinig het Niet met water en stel het Niet aan weersinvloeden bloot).
- Laat het Niet op de grond vallen of hard stoten.
- Stel het Niet bloot aan direct zonlicht.


- De afstandsbediening werkt met infrarood.
- Zorg erijdens het gebruik voor dat:tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar geen obstakels aanwezig zich.
- Als in de ruimte andere apparaten met een afstandsbediening gebruikt worden (tv, stereoinstallations, enz.) kan het verzonden signal gestoord worden of verloren gaan.
- Elektronische en fluorescentielampen können de verzending:tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar storen.
Haal de batterijen uit de afstandsbediening als deze langeijd nicht zal worden gebruikt.
- Het display van het apparaat schakelt uit als de afstandsbediening een aantal seconden nicht gebruikt worden. Druk op een willekeurige toets om het display waar in te schakelen.
3.3.1 - De batterijenplaatsen (afb. 35)
Om de batterijen correct teplaatsen:
a. Verwijder het klepje van het batterijvak.
b. Breng de batterijen in het specifieke vak aan volgens de aangegeven polariteit.

Houd u nauwgez et aan de polariteit die op de bodem van het batterijvak is aangegeven.
c. Sluit het klepje goed af.
3.3.2 - Vervanging van de batterijen
Vervang de batterijen als het display van de afstandsbediening Niet langer holder is of de instellenen van de klimaatregelaar Niet langer met de afstandsbediening konnen worden gewijzigd.

Gebruik algijdijke batterijen en verrang ze allebei.
Als oude batterijen worden gebruikt of batterijen van een ander type kan dit een slechte werkung van de afstandbediening veroorzaken.
Voor de afstandsbediening zijn twee droge alkalinebatterijen vereist van 1,5V (AAA.LR03/) (afb. 35).
Na het verwangen van de batterijen, de klok met de afstandsbediening regelen.
NL-19

Uitgeputte batterijen要去en worden verwijderd en worden ingeleverd bij erkende afvalinzamelbedrijven of in overeenstemming met deplaatselijke voorschriften worden afgevoerd.
- Als u de afstandsbediening enkele weken ofeer Niet gebruikt, de batterijen verwijderen. Batterijlekken konnen de afstandsbediening beschadigen.
- De gemiddelde levensduur van de batterijen, bij een normala gebruik, is ongeveer zes maanden. Vervang de batterijen als u de "biep" voor de ontvangst van het commando Niet meer hoort of als de indicator voor de overdracht op de afstandsbediening Niet aangaat.

De batterijen nicht laden of demonteren. De batterijen nicht in het vuur werpen. I tunnen branden of ontploffen.

Als de vloeistof van de batterijen op de huid of kleding verechtkomt, zorgvuldig wassen met zuiver water. De afstandsbediening Niet gebruiken met batterijen die reeds lekten. De chemische producten aanwezig in de batterijen können brandwonden of andere risico's voor de gezondheid met zich meebrengen.
3.3.3 - Positie van de afstandsbediening
- Houd de afstandsbediening in een positie waarin het signal de ontvanger van het apparaat kan bereiken (maximumafstand circa 8 meter - met volle batterijen) (afb. 25).
Door de aanwezigheid van obstakels (meubels, gordijnen, warden enz.) tussen de afstandsbediening en het apparaat worden het bereik van de afstandsbediening verminderd.
3.4 - BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIERING
De afstandsbediening fungeert als een interface:tussen de gebruiker en de klimaatregelaar. Daarom is het heel belangrijk dat elke functie, het gebruik van de bedieningen en de weergegeven symbolenbekend is.
3.4.1 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening (afb. 38-39)

B1 Activering/deactivering (stand-by) van de unit
B2 Toets ECONOMY/ECO
B3 Toets welzijn's nachts (SILENT)
B4 Selectie werkwijze - koeling > verwarming > ventilatie > ontvochtiging > automatisch
B5 Verhaging/verlaging ventilatorsnelheid
B6 Installing klok/programmering
B7 Verhoging/verlaging gewenste temperatuur/klok/programmering
B8 Activering/deactivering van het oscilleren van de luchtuittredeflap
B9 Activering/deactivering luchtverversingssysteme FREE COOLING (niet beschikbaar voor dit model)
B10 Toets RESET
B11 Activering/deactivering programma's
B12 Selectie gewenste meeteenheid temperatuur ^ C / ^ F door de toetsen B7 tegelijkertijd in te drukken

NL-20
3.4.2 - Beschrijving van het display van de afstandsbediening (afb. 40-41)
D1 Aanduiding ventilatorsnelheid of automatische werking (AUTO)
D2 Verwarming
D3 Koeling
D4 Ontvochtiging
D5 Luchtverversingsfunctie (niet beschikkaar voor dit model)
D6 Nachtfunctie (SILENT)
D7 Automatische functie
D8Programma 1
D9 Programma 2
D10 Temperatuurindicator/klok
D11 Functie ECO geactiveerd
D12 Ventilatiesnelheid minimum - medium - maximum
D13 Commando worden verzonden
D14 Installing uitschakeltijd programma
D15 Instselling klok/programma
D16 Installing inschakeltijd programma
D17 Signalering batterij ontladen
D18 Timer minuten
D19 Gewenste temperatuur/klok/programmering


3.5 - BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIONS VAN DE KLIMAATREGELAAR
3.5.1 - Algemene inschakeling en beheer van de werkinq
- De afstandsbediening kan geleukt worden om de installmente te beheren.
Richt de voorkant van de afstandsbediening maar het paneel van het apparaat om commando'saar de klimaatregelaar te sturen.
Het apparaat LAST een geluidssignaal horen om te bevestigen dat het commando is ontvangen.
- De commando's können worden verzonden vanaf een maximumafstand van ongeveer 8 meter (met volle batterijen).
3.5.2-Toets ECO
- Met een druk op de toets B2 op de afstandsbediening worden de energiespaarfunctie geactiveerd. Deze functie optimaliseert automatisch de functies van de machine op het display worden het symbol D11 weergegeven.
3.5.3 - In-/uitschakeling van het apparaat
- Activeer/deactiveer (stand-by) de klimaatregelaar met een druk op de knop B1 op de afstandsbediening. Het besturingsysteme van de unit is voorzien van een geheugen, zodat de instellenen Niet verloren gaan wanner het apparaat wordenuitgeschakeld.

Als het apparaat mange tijd Niet gebruikt za worden, moeth het met de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld door de hoofdschakelaar of worden afgekoppeld door de stekker uit het stopcontact te halen.
3.5.4 - Werking "Koeling"
-
Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt en koelt het apparaat de omgeving.
Activeer deze werkwijze door meerere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D3 op het display van de afstandsbediening weergegeven worden.
In deze werkwijze konnen de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid worden ingesteld. -
Drie minuten (maximaleijd) na de activering van de werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat koude lucht af te gehen.
-
De (groene) LED B op het paneel gaat branden om aan te gezven dat de compressor is ingeschakeld (afb.37).
3.5.5 - Werking enkel "Ontvochtiging"
- Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt het apparaat de omgeving.
De activering van deze functie is bijzonder nuttig in het voor- en naseizoen, d.w.z. op (bijvoorbeeld regenachtige) dagen met een aangename temperatuur, maar met een dergelijk hoge luchtvochtigheid dat een bepaald ongemak ervaren worden.
- In denen werkwijze worden de instelling van de omgevingstemperatuur en deinstilling ventilatorsnelheid, die.altijd minimum is, genedeerd.
- Op het display van de afstandsbediening (afb.40-41) worden waarom geen enkele aanuidin temperatuur en de ventilatorsnelheid weergegeven.
- Activeer deze werkwijze door meerere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D4 en het symbool automatische ventilatie D1 op het display van de afstandsbediening weergegeven worden.
In deze werkwijze is het normaal dat het apparaat onderbroken werkt.
NL-22
3.5.6 - Werking enkel "Ventilate"
In deze werkwijze voert het apparaat geen enkele ingreep uit op de temperatuur of de vochtigheid van de lucht in de ruimte.
- Activeer deze werkwijze door meerere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool van de automatische ventilatie D1 op het display van de afstandsbediening weergegeven worden.
In deze werkwijze worden de temperatuur van de installmente en de ventilatorsnelheid automatisch geregel (met uitzondering van de werking "ontvochtiging") maar aanleiding van de temperatuur in de ruimte en de ingestelde gewenste temperatuur.
Activeer deze werkwijze door meerere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D7 op het display weergegeven worden.
3.5.8 - Werking "Verwarming" (enkel voor modellen met warmtepomp)
- Door deze werkwijze in te stellen, verwarmt het apparaat de omgeving. Deze functie is uitsluitend beschikkaar voor modellen met warmtepomp (h
Activeer deze werkwijze door meerere keren op de toets B4 op de afstandsbediening te drukken tot het symbool D2 op het display van de afstandsbediening weergegeven worden.
In deze werkwijze kuren de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid worden ingesteld. Drie minuten (maximale tijd) na de activering van de werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat warmte af te given. - De (groene) LED B op het paneel gaat branden om aan te geben dat de compressor is ingeschakeld (afb.37).

Het apparatusz al de warmtewisselaar regelmatig ontdooien.
Gedurende deze fase stuurt de klimaatregelaar geen warme lucht de ruimte in, ook al blijven de inwendige onderdelen ingeschakeld, met uitzondering van de ventilator van de omgevingslucht.
Bij een lage buitentemperatuur kan een vertraging optreden bij de overschakeling van de minimumsnelheid maar de medium- of maximumsnelheid wanner het signal met de afstandsbediening worden gezonden.
Soortgelijke vertragingen können optreden bij de activering van het Oscilleren van de beweegbare flap.
Na de uitschakeling van de unit blijdt de interne ventilator nog een aantal seconden werkken. Vervolgens worden de ventilator uitgeschakeld en worden de beiden flappen gesloten.
3.5.9 - Regeling van de richting van de luchtstroom
- Activeer/deactivateer het continu schommelen van de beweegbare luchtuiittredeflap (afb.36 - ref. 1) met een druk op de toets B9 van de afstandsbediening.
- Als het continu schommelen geactiveerd is, kan de flap geblokkeerd worden zodat de Lichtstroom in de gewenste verticale richting worden gestuurd door nogmaals op de toets B9 te drukken.

Probeer de positie van de beweegbare flap nooit met de hand te forceren.
3.5.10 - Regeling van de ventilatorsnelheid
- De ventilatorsnelheid kan geregeld worden met de toets B5 (op de afstandsbediening).
- De snuglid wizigt volgens de onderstaande volgorde door meerdere keren op de toets te drukken: Laag > Medium > Hoog > Automatisch.
- Hoe hoger de ingestelde snelheid, hoe hoger het rendement van de machine, maar ho geruisloosheid ervan.
- De microprocessor in de machine regelt automatisch de snelheid wanneer de snelheid Automatisch is ingesteld. Hoe groter het verschil in de gemeten omgevingstemperatuur en de ingestelde temperatuur, hoe langer de hoge snelheid ingeschakeld blijft.
- De snugelid wirdt automatisch verlaagd naarmate de omgevingstemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt.
In de werkwijze ontvochtiging kan de slelheid Niet geregeld worden aangezien het apparaat uitsluitend op de lage slelheid kan werken.
3.5.11 - Toets welzijn's nachts (SILENT)
-
Activeer deze werkwijze door op de toets B3 op de afstandsbediening te drukken, op het display worden het symbool D6 weergegeven.
Activeer de functie welzijn 's nachts (SILENT) voor meerde resultaten: -
graduele verhoging van de ingestelde temperatuur in koeling
-graduele verlaging van de ingestelde temperatuur in verwarming (enkel modellen HP) -
verlaging van het geluidsniveau van het apparatus
- Activeer de functie welzijn 's nachts door eerst de werkwijze en de gewenste temperatuur te selecteren en verrolgens met een druk op de toets B3 de functie welzijn 's nachts te activeren.
- het Beste kunt u de toets welzijn 's nachts activeren vlak voordat u in slaap valt.
- Tijdens koeling blijft de ingestelde temperatuur tot een uur na de activering van de toets welzijn's nachts behonden. Gedurende deaarop volgende twee uren worden deinstilling geleidelijk aan verhoogd, verwijl de ventilator op de lage snelheid is ingesteld.
- Als deze twee uren verstreten zijn, worden de instelleningen van de temperatuur en de ventilator Niet langer gewijzigd.
-
Tijdens verwarming blijdt de ingestelde temperatuur tot een uur na de activering van de toets welzijn 's nachts behouden. Gedurende deaarop volgende twee uren wordt de instelling geleidelijk aan verlaagd, terwijl de ventilator op de lage snelheid is ingesteld.
-
Als deze twee uren verstreten zijn, worden de instellenen van de temperatuur en de ventilator Niet langer gewijzigd.
- De toets welzijn's nachts is Niet beschikbaar voor de werking enkel ontvochtiging en ventilatie.
- De toets welzijn's nachts kan op elk moment uitgesloten worden (het Beste wanner u opstaat) door wederom op de knop B3 te drukken.
- Nu worden de instelleningen van de temperatuur en de ventilator hersteld maar de instelleningen die golden voordat deze functie werden geactiveerd.
3.5.12 - Installing van de timer
- De logica van het apparaat besteht de gebruiker de möglichkheid om gebruik te makeen van twee verschillende timerprogramma's (zie de paragraaf 3.5.14) aan de hand waarvan het apparaat op maar wens ingesteldeijdstippen kan worden geactiveerd en gedeactiveerd (zo kan het bijvoorbeeld vlak voor uw thuiskomst worden ingeschakeld, zodate u een aangename temperatuur in uw woning aantreft).
- Stel eerst de juisteijd in (zie de paragraaf 3.5.13) en cervolgens de timer op de gewenste tijdstippen als u deze functies wilt gebruiken.
3.5.13 - Installing van de klok en de timer (T1)
Ga als volgt te werk om dearend in te stellen met de afstandsbediening:
a. Druk op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display de uren h (D10) worden aangegeven
b. Stel de uren in met de toetsen B7 (+ en -).
c. Druk op de toets B6 tot op het display de minutes m (D10) worden aangegeven.
d. Stel de minutes in met de toetsen B7 (+ en -).
e. Sla deijd op met een druk op de toets B6 en ga verder met het programmeren van de timer.
3.5.14 - Instelling van de klok en de timer (T2)
Ga als volgt te werk om dearend in te stellen met de afstandsbediening:
a. Druk op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display de uren h (D10) worden aangegeven
b. Stel de uren in met de toetsen B7 (+ en -).
c. Druk op de toets B6 tot op het display de minutes m (D10) worden aangegeven.
d. Stel de minutes in met de toetsen B7 (+ en -).
e. Sla de tijd op met een druk op de toets B6 en ga verdier met het programmeren van de timer.


NL-25
3.5.15 - Instelling van de timertijden (PROGR. 1 en PROGR. 2) (T1)
Het is möglichk om een van de tweete of de beiden timerprogramma's in te stellen.
Stel de tijden voor de activering en deactivering van het apparaat in de twee programme's in met de afstandsbediening en ga als volgt te werk:
a. Druk een of meerere keren op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbol (D8a) (inschakeltijd 1e programma) weergegeven worden.
b. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) hetijdstip waarop de klimaatregelaar ingeschakeld moet worden.
De toetsen B7 (+ en-) wijzig den de instelbareijd met stappen van 30 minutes.
c. Druk een tweede koer op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool (D8b) (uitschakeltijd 1e programma) weergegeven worden.
d. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) het tijdstip waarop de klimaatregelaar uitgeschakeld要去 worden. De toetsen B7 (+ en-) wijzigen de instelbarearend met stappen van 30 minutes.
e. Druk opniew op de toets B6 (SET TIMER). Op het display wordt het symbool (D9a) (inschakeltijd 2e programma) weergegeven.
f. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) het tijdstip waarop de klimaatregelaar ingeschakeld moet worden.
De toetsen B7 (+ en-) wijzigen de instelbareijd met stappen van 30 minutes.
g. Druk opniew op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbol (D9b) (uitschakeltijd 1e programme) weergegeven worden.
h. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) het tijdstip waarop de klimaatregelaar uitgeschakeld要去 worden. De toetsen B7 (+ en-) wijzig den instelbareijd met stappen van 30 minutes.
i. Hervat de normale werkung door een of meerere keren op de toets B6 (SET TIMER) te drukken tot de symbolen behorende bij deze instellenen van het display verdwijnen.


3.5.16 - Instelling van de timertijden (PROGR. 1 en PROGR. 2) (T2)
Het is möglichk om een van de twee of de beiden timerprogramma's in te stellen.
Stel de tijden voor de activering en deactivering van het apparaat in de twee programme's in met de afstandsbediening en ga als volgt te werk:
a. Druk een of meertere keren op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool 1 (D8) (inschakeltijd 1e programma) en het symbool ON (D16) weergegeven worden.
b. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) het tijdstip waarop de klimaatregelaar ingeschakeld moet worden.
De toetsen B7 (+ en-) wijzigende instelbare tijd met stappen van 30 minutes.
c. Druk een tweede koer op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool 1 (D8) (uitschakeltijd 1e programma) en het symbool OFF (D14) weergegeven worden.
d. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) hetijdstip waarop de klimaatregelaaruitgeschakeld moet worden. De toetsen B7 (+ en-) wijzig den instelbare tijd met stappen van 30 minutes.
e. Druk opniew op de toets B6 (SET TIMER). Op het display worden het symbool 2 (D9) (inschakeltijd 2e programma) en het symbool ON (D16) weergegeven.
f. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) het tijdstip waarop de klimaatregelaar ingeschakeld moet worden.
De toetsen B7 (+ en-) wijzigende instelbareijd met stappen van 30 minutes.
g. Druk opniew op de toets B6 (SET TIMER) tot op het display het symbool 2 (D9) (uitschakeltijd 2e programma) en het symbool OFF (D14) weergegeven worden.
h. Verhoog of verlaag met de toetsen B7 (+ en-) hetijdstip waarop de klimaatregelaaruitgeschakeld moet worden. De toetsen B7 (+ en-) wijzig den instelbare tijd met stappen van 30 minutes.


3.5.17 - Activering en deactivering van de timer
Als de timerprogramma's ingesteld zijn, können ze় gelang de behoefte geactiveerd of gedactiveerd worden.
De activering van een van de twee of beiden programma's betreffen.
Elke keer dat u op de knop B11 (activering van de programme's drukt) wijzigt de situatie als volgt:
- Activering 1e programma.
- Activering 2e programma.
Activering 1e en 2e programma. - Deactivering van de beide programme's.
3.5.18 - Reset van alle functies van de afstandsbedieten (uitsluitend voor de afstandsbedieten T1 - aflb.38)
Met een druk op de knop B10 (RESET) worden alle instellenen van de afstandsbediening gereset.
Op deze manier worden alle timerinstellungen die in de afstandsbediening opgeslagen zijn geannuleerd en worden de fabrieksinstellungen van de afstandsbedieningen hersteld.
Met een druk op de knop B10 worden op het display alle symbolen van weergegeven en kan gecontroleerd worden of het display intact is.
3.5.19 - Beheer van het apparaat als de afstandsbediening Niet beschikbaar is
De klimaatregelaar kan uitsluitend automatisch werkken door met een puntig voorwerp op de microschakelaar in het gaatje op het paneel te drukken als de afstandsbediening verloen gaat, de batterijen ontladen+zijn of de afstandsbediening een storing vertoont.
Druk de microschakelaar opnieuw in om de klimaatregelaar uit te schakelen.
Herstel de normale besturing van de klimaatregelaar als de afstandsbediening waar gebruikt kan worden, door een willekeurig commando te geben met de afstandsbediening.
3.6 - ADVIES VOOR ENERGIEBESPARING
Vervolgens enkele tips om het verbruik te beperken:
- Houd de filters altijd proper (zie hoofdstuk onderhoud en reiniging).
Houd de deuren en de vensters van de kamers gesloten waar de airco werk.
Vermijd dat zonlicht de kamer binnendringt (wij adviseren het gebruik van gordijnen, blinden of rolluiken). - De banen van de luchtstroming van de unit Niet verstoppen (inlaat en uitlaat); hierdoor verminder het rendement, het apparaat werkt Niet correct en onherroepelijke storingen+kennen optreden.
4 - REINIGING EN ONDERHOUD

Alvorens onderhoud of reinigingen uit te voeren, steeds controlleren of de installmente met de afstandsbediening werk uitgeschakeld en of de stekker uit het contact werk getrokken (of de algemene scheidingsschakelaar opwaarts op "0" OFF werk gezet).


De metalen delen van de unit Niet aanraken wanner de luchtfilters worden verwijderd.
jn zeer scherp. Risico op snijwonden.
4.1 - REINIGING
4.1.1 - Reiniging van het apparaat en de afstandsbediening
Gebruik een droge doeok om het apparaat en de afstandsbediening te reinigen (afb. 26).
Als het apparaat zeer vuil is kunt u voor de reiniging een met koud water bevochtigde doek gebruiken.
Zuig de ruimte tussen het introderooster en de luchtintrede schoon (afb. 26).

Gebruik geen antistatische of chemisch behandelde doek om het apparaat te reinigen.
Gebruik geen benzine, oplosmiddelen, polijstpasta of soortgelijke middelen. Deze producten können de pvc oppervlakken verrormen of breuken veroorzaken.
4.1.2 - Reiniging van het luchtfilter
Reinig het luchtfilter regelmatig om een doeltreffende filtering van de interne lucht en een goede werkinq van de klimaatregelaar te waarborgen, of wanner de (rode) LED A op de klimaatregelaar gaat branden.
Reinig filter:
a. Scheid het apparaat af van de elektrische voeding.
b. Schakel de unituit en wacht tot de intredeflap sluit.
c. Haak het luchtintrederooster (3) los en verwijder het met de hand (afb. 33).
Bij het model UNICO Air INVERTER 25 HP - 25 SF EVA要去en twee filters losgehaakt en verwijderd worden (afb. 34).
d. Was de filters en LAST ze goed drogen.
e. Plaats de filters in de originele stand terug.
Deactiveer de (brandende) LED A na de filters te hebben gereinigd en teruggeplaatst door het apparaat op de stroomvoorziening aan te sluiten en kort de resettoets H met suntig voorwerp in te drukken.
Op deze manier worden de melding dat het filter gereinigd moet worden geseset.
4.2 - ONDERHOUD
Als de apparatuur lange hijd nicht gebruikt za worden, handel dan als volgt:
a. Stop de klimaatregelaar en scheid de voeding af.
b. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.

Probeer nooit om de apparatuur zichstandig te repareren.
4.2.1 - Periodiek onderhoud
De klimaatregelaar is op dusdanige wijze ontwikkeld dat het normale onderhoud tot een minimum is beperkt.
Het normale onderhoud bestaat uitsluitend uit de volgende reinigingswerkzaamheden:
- Het omgevingsluchtfilter elke 2 weken reinigen of wassen of elke keer dat de rode led gaat branden (de gebruiker kan deze handeling verrachten zoals is beschreiben in de gebruikershandleiding).
- Het reinigen van de condensorbatterij en het condensopvangsystem.
Deze handelingen要去 periodiek door bekwaam technisch personeel worden verricht met een regelmaat die afhangt van de installmentielek en de gebruiksintensiteit.
Afhankelijk van de hoeveelheid vuil kan een droge reiniging (door te blazen met een compressorbatterij en een bakje en de louvres te reinigen met een zachte borstel, zonder ze te verrormen) volstaan of is een grondigere reiniging met gebruik van specifieke reinigingsmiddelen vereist.
Verzamel het verpakkingsmaterial en verwijder vuil dat zich tijdens de montage op het apparaat afgezet heeft voordat u de installmentiek verlaat (afb. 24).
Deze handelingen zijn nicht strikt moodzakelijk, maar zorgen ervoor dat de gebruiker zich een professioneel beeld van de installmenter van het apparatus vormt.
Om te vermijden dat de gebruiker verrolgens zinloos Telefonisch contact met u zoekt, adviseren we het volgende voordat u de installmentielek verlaat:
- de gebruiker de inhoud van de handleiding tonen,
- de gebruiker tonen hoe het filter moet worden gereinigd,
- de gebruiker uitleggen hoe en wanner contact moet worden gelegd met een erkend servicecentrum.
4.2.2 - Afvoer van condenswater in geval van nood
De klimaatregelaar worden gestopt en geeft het alarm aan door de LED A, LED B en LED C afwisseled te latenten knipperen als het condenswaterafvoersysteme een storing vertoont (afb.46).
Voer het water met de volgende eenvoudige handelingen uit het apparaat af wanner u op de ingreep van het servicecentrum wacht (afb. 32):

Controleer, voordat u de handelingen verricht, of de installmentie met de afstandsbediening is uitgeschakeld en of de stekker uit het stopcontact is verwijderd (of de Voorgeschakelde hoofdafscheider op "0" OFF is geplaatst).

a. Verwijder de dop (6a) na een voldoende grote houder (inhoud van minstens vijf liter) te hebben aangebracht waar het water in kan worden opgevangen.
b. Het servicecentrum zar het afvoerkanaal sluiten als het defect is verholpen.
NL-30
4.3 - DIAGNOSE, ALARMEN EN PROBLEMEN
4.3.1 - Storingsdiagnose
Het is heel belangrijk dat de gebruiker problemen of storingen kan herkennen die van de normale werking van het apparaat afwijken.
De meest voorkomende storingen kan de gebruiker zich eenvoudig oplossen (zie de paragraaf 4.3.5: Storingen en oplossingen).

Voor alle andere signaleringen (zie de paragraaf: 4.3.3 - 4.3.4)要去 altijd contact worden opgenomen met de technische assistentie

Elke vorm van garantie vervalt bij elke poging tot reparatie die door onbevoegd personeel worden verricht.
4.3.2 - Functionele aspecten die nicht als storingen要去en worden beschouwd
Tijdens de normale werkung kan het volgende voorallen:
a. De compressor start nicht voordat een bepaaldeijd (ongeveer drie minuten na de vorige stop) is verstreken.
- In de werkingslogica van het apparaat is een vertraging tussen de stop van de compressor en een waaropvolgende inschakeling voorzien, zodate de compressor gegen herhaaldelijk activeringen worden beschermd.
b. Bij apparaten met warmtepomp kan het zich dat de warme lucht tijdens de verwarming pas een aanl这段时间 na de inschakeling van de compressor afgeveen worden.
- Tijdens de eerste minuten werkung zou immers te koude lucht de ruimte ingeblazen konnen worden (die de aanwezigeme mensen zou konnen hinderen) bzwat het apparaat nog nicht op vol vermogen werden als de ventilator samen met de compressor ingeschakeld worden.
4.3.3 - LED-signaleringen paneel
Als de klimaatregelaar blokkeert, geven de leds een alarmsignaal, zoals is beschreiben in tabel "TAB1". neem contact op met een servicecentrum van Olimpia.
H Servicetoets (RESET). G Infraroodontvanger.

NL-31

Tabel "TAB1"
| OMSCHRIJVING | LED D groen | LED C geel | LED B groen | LED A rood |
| Signalering machine in stand-by OFF OFF OFF OFF | ||||
| Signalering werkende machine ON x x x | ||||
| Signalering activering timer, machine in wachtstand OFF ON OFF OFF | ||||
| Signalering activering timer, machine werkt ON ON x x | ||||
| Signalering inschakeling koelcompressor | ON | x | ON | x |
| Signalering eventueel reiniging luchtfilter vereist. ON x x ON | ||||
| ON: led aan - OFF: led UIT - x: nicht van belang | ||||
4.3.4 - Alarmen paneel
De leds knipperen zoals is aangegeven in babel "TAB2" als een alarm aanwezig is.
Neem contact op met een servicecentrum van Olimpia als een van de alarmen langer dan drie minuten weergegeven worden.
Tabel "TAB2"
| OMSCHRIJVING | LED D groen | LED C geel | LED B groen | LED A rood |
| Externe luchttemperatuursonde defect | x | x | 0 | 1 |
| Condensortemperatuurvoeler defect | x | x | 0 | 2 |
| Inlaattemperatuursonde defect | x | x | 0 | 3 |
| Compressor huidige bescherming | x | x | 0 | 4 |
| Communicatie foutr | x | x | 0 | 5 |
| Power line overstroom | x | x | 0 | 6 |
| Compressorsstroombeveiliging nicht geschikt | x | x | 0 | 7 |
| Power board DC voltage problem | x | x | 0 | 8 |
| Huidige afwijking | x | x | 0 | 9 |
| Condensortemperatuur te hoog | x | x | 1 | 0 |
| UIPM-bescherming | x | x | 1 | 2 |
| Leesfout EEPROM | x | x | 1 | 3 |
| Schrijffout EEPROM | x | x | 1 | 4 |
| Inlaattemperatuur te hoog | x | x | 1 | 7 |
| Ruimtetemperatuurvoeler defect | 0 | 1 | 0 | 0 |
| Verdamper-temperatuurvoeler defect | 0 | 2 | 0 | 0 |
| Verdamper temperatuur te laag | 0 | 3 | 0 | 0 |
| Verdamptemperatuur te hoog | 0 | 4 | 0 | 0 |
| Communicatiebout | 0 | 5 | 0 | 0 |
| Motorstoring verdampingsventilator | 0 | 8 | 0 | 0 |
| Waterniveau alarm | 1 | 1 | 0 | 0 |
| 1-9: aantal keer knipperen (1 keer = 1 seconde aan, 1 seconde uit) - 0: led uit - x: nicht van belang | ||||
| Slechte werking Oorzaak | Mogelijk oplossing | |
| Het apparaat start nicht Stroomonde | breking Wacht tot de stroom is hersteld. | |
| De unit is van de stroom ontkoppeld. | Controler of de stekker in het stopcontact zit. | |
| Dezekering is onderbroken of de magnetothermische schakelaar is geactiveerd. | Dezekering verrangen of de magnetothermische schakelaar herstellen. | |
| Debatterijenvandeafstandsbediening kannen uitgeput+zijn. | De batterijen verrangen. | |
| Het uw ingesteld met de timer kan verkeerd+zijn. | Wachten of de instelling van de timer annuleren. | |
| Het apparaat koelt/verwarmt nicht voldoende | Verkeerde temperatuurinstelling. Steel | de juiste temperatuur in. Raadpleeg voor de procedure het hoofdstuk "Gebruik van de afstandsbediening". |
| De luchtfilter is vuil. Het luchtfilter reinigen. | ||
| De deuren en vensters+zijn open. De | deuren en vensters sluiten. | |
| De luchtinlaat- of uitlaatopeningen van de binnenunit of buitenunit+zijn geblokkeerd. | Verwijder de verstopping en start opnieuw het apparaat. | |
| Als de storing Niet is opgelost, contact opnemen met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Gedetailleerde informatatie verstrekken over de storing en het model van de apparatuur. | ||
Voor de hieronder staande technische gegevens de typeplaat van het product raadplegen waarop de kenmerkende gegevens zijn aangeduid.
Voedingsspanning
Maximaal opgenomen vermogen
- Maximaal opgenomen stroom
Koelvermogen
Koelgas
- Beschermingsgraad van de ommantelingen
Max. bedrijfsdruk
- Hermetisch afgesloten apparaat.
Bevat het gefluoreerde broeikasgas R32
UNICO Air INVERTER 20SF-20HP EVA
- Afmetingen (bxhxd) mm 980 x 490 x 160
Gewicht (uitgepakt) kg 37
UNICO Air INVERTER 25SF-25HP EVA
- Afmetingen (bxhxd) mm 980 x 500 x 160
Gewicht (uitgepakt) kg 38
| GRENSVOORWAARDE VOOR DE WERKING | BINNENTEMPERTAUUR BUITENTEMPERTAUUR | |
| Maximale bedrijftemperaturen tijdens koeling | DB 35°C - WB 24°C DB 43°C - WB 32°C | |
| Minimale bedrijftemperaturen tijdens koeling | DB 18°C DB -10°C | |
| Maximale bedrijftemperaturen tijdens verwarming | DB 27°C DB 24°C - WB 18°C | |
| Minimale bedrijftemperaturen tijdens verwarming | --- DB -15°C | |
ALLMÄN INNEHÄLLSFORTECKNING
0 - VARNINGAR 3
0.1- ALLMAN INFORMATION 3
0.2 - SYMBOLER 3
0.2.1 - Redaktionella piktogram 3
0.3- ALLMÄNNA VARNINGSTEXTER 4
0.4 - ANMÄRKNINGAR OM FLUORERADE GASER
0.5- FORTSEDD ANVÄNDNING 10
0.6 - RISKZONER 10
1-BESKRIVNING AV APPARATEN 11
1.1 - LISTA OVER KOMPONENTER SOM LEVERERAS MED ANLAGGNINGEN 11
1.2 - MAGASINERING 11
1.3 - MOTTAGANDE OCH UPPACKNING 11
1.4 - BESKRIVNING AV APPARATENS KOMPONENTER 12
INFORMATION RESERVERAD FÖR "INSTALLATIONSTEKNIKERN"
2-INSTALLATION 12
2.1- INSTALLATIONSLAGE 12
2.2 - LOKALENS STORLEK OCH EGENSKAPER DAR KLIKMATANLAGGNINGEN
SKA INSTALLERAS 13
2.3- VALAVENHETENSPOSITION 13
2.4- MONTERING AV ENHETEN 14