PVKO 50 B2 - Luchtcompressor PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PVKO 50 B2 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PVKO 50 B2 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Luchtcompressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PVKO 50 B2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PVKO 50 B2 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PVKO 50 B2 PARKSIDE
Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele handleiding
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
WAARSCHUWING - Ter vermindering van het risico op letsel, moet de gebruikshand- leiding worden gelezen.
Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
Waarschuwing voor hete oppervlakken.
Waarschuwing voor elektrische spanning
Waarschuwing! Compressor kan zonder waarschuwing starten.
Stel de machine niet bloot aan regen. Het apparaat mag alleen in droge omgevingscon- dities worden gestationeerd, opgeslagen en gebruikt.
Weergave van het geluidsvermogensniveau in dB m Let op!
In deze gebruiksaanwijzing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veilig- heid, van dit teken voorzien.41NL/BE
Fabrikant: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht ne- men van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113 Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelijker te ma- ken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassings- mogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het ap- paraat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het ap- paraat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheids- voorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handlei- ding of de veiligheidsvoorschriften.
3. Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 7)
5. Aftapplug voor condenswater
8. Aan/uit-schakelaar
A. zeskantbout B. moer C. Onderlegring D. flensmoer
De compressor wordt gebruikt voor het genereren van pers- lucht voor persluchtgereedschap dat kan worden bediend met een luchtvolume tot ca. 140 l/min. (bijv. bandenpomp, lucht- pistool en verfspuitpistool). Door de beperkte luchtstroom is het niet mogelijk om gereedschappen met een zeer hoog lucht- verbruik te bedienen (Bijv. vlakschuurmachine, rechte slijper en slagschroevendraaier). De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel wor- den gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.42 NL/BE Het apparaat mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. jaar hebben bereikt. Een uitzondering hierop vormt het gebruik door jongeren, mits dit gebruik plaatsvindt in het kader van een beroepsopleiding met betrekking tot het verkrijgen van vaardigheden onder toe- zicht van de opleider. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wan- neer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industri- ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
6. Algemene veiligheidsvoorschriften
voor elektrische apparaten m WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens, waarmee dit elektrisch apparaat is voorzien. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwij- zingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwon- dingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip “Elektrisch gereedschap” is van toepassing op netgevoed elektrisch ge- reedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereed- schap (zonder netsnoer). Veiligheid op de werkplek a. Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen lei- den tot ongevallen. b. Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevin- den. Elektrisch gereedschap kan vonken veroorzaken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken. c. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereed- schap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektri- sche apparaat verliezen. Elektrische veiligheid a. De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stek- ker mag op geen enkele wijze worden gewij- zigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok. b. Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radia- toren, elektrische haarden, koelkasten. Er be- staat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c. Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elek- trisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d. Gebruik het snoer niet om het elektrische ge- reedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok. e. Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruikt buiten. Het gebruik van een voor buiten geschikt verleng- snoer vermindert het risico op een elektrische schok. Ge- bruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld. Ge- bruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold. f. Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan wor- den vermeden, gebruik dan een aardlekscha- kelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok. Veiligheid van personen a. Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk- zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onacht- zaamheid bij gebruik van het elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig letsel. b. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescher- ming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepas- sing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c. Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con- troleer of het elektrisch gereedschap is uitge- schakeld voordat u het op de stroomvoorzie- ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden. d. Verwijder instelgereedschap of de moersleu- tel, voordat u het elektrische gereedschap in- schakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap be- vindt, kan verwondingen veroorzaken. e. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elek- trische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.43NL/BE f. Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kun- nen worden vastgegrepen door bewegende delen. Bij het werken in open lucht draagt u best rubber handschoenen en slipvast schoeisel. Draag bij lang haar een haarnetje. g. Als er stof- en opvangrichtingen gemonteerd kunnen worden, moet u controleren of deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h. Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos han- delen kan in een fractie van een seconde tot ernstige ver- wondingen leiden. Gebruik en behandeling van het elektrisch gereed- schap a. Zorg dat het elektrische gereedschap niet over- belast raakt. Gebruik voor de werkzaamhe- den het daarvoor bedoelde elektrische gereed- schap. Met het juiste elektrisch gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik. b. Gebruik geen elektrisch gereedschap, waar- van de schakelaar defect is. Een elektrisch gereed- schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c. Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de appa- raatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voor- zorgsmaatregelen voorkomen dat het elektrische gereed- schap onbedoeld start. d. Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap bui- ten het bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt. Elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt, moet op een droge, hooggelegen, afgesloten plaats, bui- ten het bereik van kinderen, worden bewaard. e. Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of be- wegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f. Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorg- vuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snij- randen komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken. g. Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties. h. Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greep- oppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden. Service a. Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel re- pareren met uitsluitend originele reserveon- derdelen. Hiermee blijft veilig gebruik van het elektrisch gereedschap gewaarborgd. Veiligheidsvoorschriften voor compressoren m Let op! Bij gebruik van deze compressor dient u de volgende funda- mentele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming te- gen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees deze aanwijzingen voordat u het apparaat gaat gebrui- ken. Veilig werken.
1. Onderhoud zorgvuldig uw gereedschap
- Houd uw compressor schoon om beter en veiliger te wer- ken. - Neem de onderhoudsvoorschriften in acht. - Controleer regelmatig het netsnoer van het elektrisch gereedschap en laat deze bij beschadiging door een er- kende specialist vervangen. - Controleer regelmatig de verlengsnoeren en vervang deze als ze zijn beschadigd.
2. Neem de stekker uit het stopcontact
- Als u het elektrisch gereedschap niet gebruikt, voordat u onderhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbladen, boren en frezen.
3. Controleer het elektrisch gereedschap op eventuele be-
schadigingen - Voor verder gebruik van het elektrisch gereedschap moe- ten veiligheidsvoorzieningen of licht beschadigde onder- delen zorgvuldig op probleemloze en beoogde werking worden gecontroleerd. - Controleer of de bewegende delen probleemloos functio- neren en niet vastklemmen of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen moeten juist zijn gemonteerd en aan alle voorwaarden voldoen om het probleemloos gebruik van het elektrisch gereedschap te kunnen waarborgen. - Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en onderdelen moeten conform de voorschriften door een erkende dea- ler worden gerepareerd en vervangen, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing is aangegeven. - Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitkabels.44 NL/BE
- Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen toebehoren en hulpappparaten, die in de gebruikshandleiding zijn aangegeven of door de gereedschapsfabrikant worden aanbevolen of aangegeven. Bij gebruik anders dan in de gebruikshandleiding of in de catalogus aanbevolen ge- bruiksgereedschappen of toebehoren kan er persoonlijk letsel ontstaan.
5. Vervangen van netsnoer
- Als het netsnoer van het elektrisch gereedschap bescha- digd is, moet deze door een speciaal uitgevoerde nets- noeraansluiting, dat verkrijgbaar is bij de klantendienst, worden vervangen.
6. Vullen van banden
- Controleer de bandenspanning direct na het vullen met behulp van een geschikte manometer, bijvoorbeeld bij een tankstation.
7. Mobiele wegcompressoren in de bouw
- Let op dat alle slangen en armaturen geschikt zijn voor de hoogst toelaatbare werkdruk van de compressor.
8. Opstellingslocatie
- Plaats de compressor op een vlak oppervlak. - Het is verboden de motor bij lage temperaturen onder 0°C te starten. - De hete componenten van de compressor niet aanraken. - Het is aan te bevelen, om toevoerslangen bij een druk boven 7 bar van een veiligheidskabel te voorzien, bijv. een staalkabel. - Vermijdt zware belasting van het leidingsysteem door flexi- bele slangaansluitingen te gebruiken en knikken te vermijden. - Kantel de compressor niet verder dan 30° uit de verticale stand. Aanvullende veiligheidsvoorschriften Gebruik de compressor niet in de regen. Neem bij gebruik met het sproeiapparaat (bijv. verfspuitpistool- spuit) de afstand tot het apparaat in acht en spuit niet in de richting van de compressor. Neem de overeenkomstige gebruikshandleidin- gen van de betreffende persluchtgereedschappen / persluchtvoorzetapparatuur in acht! De volgende algemene aanwijzingen moeten eveneens in acht worden genomen: Veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden met perslucht en luchtpistolen
- Neem voldoende afstand tot het product, ten minste echter 2,50 m en houd de persluchtgereedschappen / perslucht- voorzetapparatuur tijdens het gebruik uit de buurt van de compressor.
- Compressorpomp en leidingen bereiken tijdens bedrijf hoge temperaturen. Contact leidt tot brandwonden.
- De door de compressor aangezogen lucht moet vrijgehou- den worden van toevoegingen die brand of explosies in de compressorpomp kunnen veroorzaken.
- Houd bij het losmaken van de slangkoppeling het koppelstuk van de slang met de hand vast. Zo voorkomt u letsel door de terugspringende slang.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u met het luchtpistool werkt. Door vreemde deeltjes en weggeblazen onderdelen kunnen verwondingen ontstaan.
- Draag bij de werkzaamheden met het persluchtpistool een veiligheidsbril en luchtwegmasker. Stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid! Door vreemde deeltjes en weggebla- zen onderdelen kunnen verwondingen ontstaan.
- Met het luchtpistool niet richting personen blazen of kleding op het lichaam wordt gedragen, reinigen. Gevaar voor let- sel! Veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van spuit- en sproeivoorzetapparaten (bijv. spuiten):
1. Houd bij het vullen het sproeivoorzetapparaat uit de
buurt van de compressor, zodat er geen vloeistof in aan- raking kan komen met de compressor.
2. Spuit met de sproeivoorzetapparaten (bijv. verf spuiten)
nooit in de richting van de compressor. Vocht kan leiden tot elektrische gevaren!
3. Geen lakken of oplosmiddelen met een vlampunt van
minder dan 55° C verwerken. Explosiegevaar!
4. Lak en oplosmiddelen niet verwarmen. Explosiegevaar!
5. Als er vloeistoffen worden verwerkt die schadelijk zijn
voor de gezondheid, zijn er filterapparaten (gelaatsmas- kers) nodig ter bescherming. Neem ook de specificaties in acht die door de fabrikanten van dergelijke stoffen wordt verstrekt met betrekking tot voorzorgsmaatregelen.
6. De specificaties en aanduidingen van de veror-
dening inzake gevaarlijke stoffen die op de om- verpakking van de verwerkte materialen zijn aangebracht, moeten in acht worden genomen. Indien nodig moeten aanvullende voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name wat betreft het dragen van geschikte kleding en maskers.
7. Tijdens het spuiten alsook in de werkruimte mag niet wor-
den gerookt. Explosiegevaar! Ook verfdampen zijn licht ontvlambaar.
8. Vuur, open verlichting of vonkende machines mogen niet
aanwezig zijn resp. bediend worden.
9. Bewaar of consumeer geen voedsel en dranken in de
werkomgeving. Verfdampen zijn schadelijk voor de ge- zondheid.
10. De werkruimte moet groter zijn dan 30 m³ en er moet
worden gezorgd voor voldoende luchtverversing tijdens het spuiten en drogen.
11. Spuit niet tegen de wind in. Neem altijd de voorschrif-
ten van de plaatselijke politie in acht bij het spuiten van brandbare of gevaarlijke spuitmateriaal.
12. Verwerk geen media zoals testbenzine, butylalcohol en
methyleenchloride in combinatie met de PVC-drukslang. Deze media vernietigen de drukslang.
13. De werkomgeving moet door de compressor zijn losge-
koppeld, zo dat deze niet direct met het werkbereik in aanraking kan komen. Gebruik van drukvaten
- Iedereen die een drukvat bedient, moet het conform de voorschriften in goede staat houden, goed bedienen, con- troleren, noodzakelijke onderhouds- en instandhoudings- werkzaamheden onverwijld uitvoeren en de door de om- standigheden vereiste veiligheidsmaatregelen treffen.45NL/BE
- De toezichthoudende autoriteit kan in individuele gevallen nodige controlemaatregelen vereisen.
- Een drukvat mag niet worden gebruikt als het defecten ver- toont die werknemers of derden in gevaar brengen.
- Controleer vóór elk gebruik het drukvat op roestvorming en beschadigingen. De compressor mag niet gebruikt worden als het drukvat beschadigd of roestig is. Neem contact op met de klantendienst-werkplaats als u beschadigingen con- stateert. Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstan- digheden interfereren met actieve of passieve medische implan- taten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt. Bewaar de veiligheidsvoorschriften zorgvuldig. Restrisico‘s De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tij- dens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico’s.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico’s bestaan.
- Restrisico’s kunnen worden geminimaliseerd als de “veilig- heidsvoorschriften” en het “gebruik conform de voorschrif- ten”, alsook de gebruikshandleiding in acht worden geno- men.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet wor- den ingedrukt. Gebruik gereedschap dat in deze gebruiks- handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de ma- chine in bedrijf is.
7. Technische gegevens
netaansluiting 230 V
50 Hz motorvermogen 1500 W Bedrijfsmodus S3 25%* Toerental compressor 4000 min
Inhoud drukvat ca. 50 l Bedrijfsdruk max. 10 bar Theor. Aanzuigcapaciteit ca. 240 l/min Theor. afgegeven vermogen ca. 140 l/min Beschermingsgraad IP 30 Gewicht 24 kg Max. plaatsingshoogte (boven NAP) 1000 m Technische wijzigingen voorbehouden! *Bedrijfsmodus S3, periodieke intervalwerking Geluid en trilling m Waarschuwing: Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Draag geschikte gehoorbescherming indien de geluidsproductie van de machine groter is dan 85 dB (A). geluidswaarden De geluidswaarden zijn volgens EN ISO 3744:1995 bepaald. Geluidsvermogensniveau L
............................................................. 1,5 m/s² Draag gehoorbescherming. - De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven geluidsemissiewaarde zijn gemeten volgens een stan- daardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektri- sche apparaten met elkaar te vergelijken. - De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven geluidsemissiewaarde kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. Een waarschuwing: - De trillings- en geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt. - Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen vast te stel- len om de gebruiker te beschermen, op basis van een eer- ste indicatie van de trillingsbelasting tijdens de gebruiks- omstandigheden (hierbij moeten alle onderdelen van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd waarin deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport- schade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderde- len uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.46 NL/BE m WAARSCHUWING! Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeel- goed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstik- kingsgevaar!
9. Voor de ingebruikname
- Controleer vóór het aansluiten of de specificaties op het ty- peplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroom- net.
- Controleer het apparaat op transportschade. Meld eventu- ele schade direct bij het transportbedrijf dat de compressor heeft bezorgd.
- De opstelling van de compressor moet nabij de verbruiker plaatsvinden.
- Lange luchtleidingen en lange snoeren (verlengsnoeren) moeten worden voorkomen.
- Let er op dat de aanzuiglucht droog en stofvrij is.
- Stel de compressor niet op in een vochtige of natte ruimte.
- De compressor mag slechts in gepaste ruimten (goed ge- ventileerd, omgevingstemperatuur +5°C tot 40°C) worden gebruikt. In de ruimte mag geen sprake zijn van stof, zuren, dampen, explosieve of brandbare gassen.
- De compressor is geschikt voor gebruik in droge ruimtes. In het bereik waar met spatwater wordt gewerkt, is gebruik niet toegestaan.
- Bij mooi en droog weer mag de compressor alleen korte tijd buiten worden gebruikt.
- De compressor moet altijd droog worden gehouden en mag na de werkzaamheden niet buitenshuis achter worden ge- laden.
10. Montage en bediening
m Let op! Het apparaat moet voor de ingebruikname volle- dig zijn gemonteerd! Voor de montage heb je nodig: 2 x vorksleutel 13 mm (niet bij de levering inbegrepen)
10.1 Montage van de wielen (afb. 5)
- Voer de wielbout (12) door het boorgat in het wiel (4).
- Draai de moer (B) op de wielbout (12). Let op dat het wiel (4) nog op de schroef kan worden gedraaid.
- Voer de wielbout (12) door het boorgat op de wielstang.
- Bevestig het wiel (4) met de flensmoer (D). Gebruiker hier- voor bijv. een steeksleutel (niet bij de levering inbegrepen).
- Herhaal de stappen met het andere wiel (4).
10.2 Montage van de standaard (afb. 4)
- Monteer de meegeleverde standaard (6) met de 2 zeskant- bouten (A), de 2 onderlegringen (C) en de 2 flensmoeren (D) zoals in afbeelding 4 weergegeven.
- De compressor is voorzien van een netsnoer met een geaar- de stekker. Deze kan op elke geaard stopcontact 230 V
50 Hz, welke met 16 A is afgezekerd, worden aangesloten.
- Let bij de ingebruikname er op dat de netspanning overeen- komt met de bedrijfsspanning met het machinevermogen overeenkomstig de gegevens op het gegevensplaatje van de machine.
- Lange toevoerleidingen, alsook verlengstukken, kabelhas- pels enz. veroorzaken spanningsverlies en kunnen het star- ten van de motor verhinderen.
- Bij lage temperaturen onder +5°C wordt het starten van de motor door zwaar lopen in gevaar gebracht.
10.4 Aan/uit-schakelaar (afb. 2)
- Door de aan/uit-schakelaar (8) in stand I te zetten, wordt de compressor ingeschakeld.
- Om de compressor uit te schakelen, moet de aan/uit-schake- laar (8) in stand 0 worden gezet.
10.5 Drukinstelling: (Afb. 2)
- Met de Manometer (11) wordt de actuele aanwezige druk in het drukvat (3) weergegeven.
- Met de drukregelaar (10) kan de gewenste druk worden ingesteld, die met de snelkoppelingen (2) kan worden af- getapt.
- De ingestelde druk kunt u op de manometer (9) aflezen.
- De druk op de snelkoppeling (2) kan van 0 bar tot 10 bar worden ingesteld.
10.6 Instelling drukschakelaar
- De drukschakelaar is af fabriek ingesteld. - Inschakeldruk ca. 8 bar - Uitschakeldruk ca. 10 bar
10.7 Persluchtslang monteren
- Druk de persluchtslang in een van de beide snelkoppelingen (2). De persluchtslang klikt vast.
10.8 Persluchtslang demonteren
- Druk de koppelring op de snelkoppeling (2) naar de com- pressor. De persluchtslang springt uit de snelkoppeling (2). m Let op! De persluchtslang wordt afhankelijk van de aanwezige druk van de compressor weggeslingerd. Om verwondingen te voorkomen, houdt u de persluchtslang, bij het demonteren, direct achter de snelkoppeling (2) vast.
11. Gebruik accessoires (inhoud van de
m Let op! Knel of knik nooit de spiraalslang (13). De spiraal- slang kan hierdoor beschadigd raken. m Let op! Gebruik geen beschadigde persluchtslangen. Be- schadigde persluchtslangen kunnen verwondin- gen veroorzaken.47NL/BE
- Voor de montage van de spiraalslang (13) steekt u de aan- sluiting (13.1) van de spiraalslang (13) in de snelkoppeling (2) van de compressor (zie 10.7).
- Steek een persluchtinstallatie, bijv. het perslucht-banden- spanningsmeter (14) in de snelkoppeling (13.2).
- Voor demontage drukt u de koppelring tegen de snelkoppe- ling (13.2) naar de slang. De persluchtinstallatie, bijv. het perslucht-bandenvulapparaat, springt uit de snelkoppeling (13.2).
- Voor demontage van de persluchtslang op de compressor, zie 10.8.
11.2 Perslucht-bandenspanningsmeter (14)
aanwijzing De voor het bijvullen van een band benodigde perslucht moet vrij van olie zijn. Er mag geen oliespuit voor het apparaat zijn aangesloten. Het is het beste om een aparte persluchtslang te gebruiken alleen voor het werken met de bandenspanningsme- ter, aangezien er nog evt. olieresten in andere persluchtslan- gen kunnen zitten. aanwijzing Let op dat een met perslucht-bandenspanningsmeter (14) inge- stelde bandenspanning opnieuw moet worden gecontroleerd met een geijkte manometer.
11.2.1 Montage Perslucht-bandenspanningsmeter
(14) Om de perslucht-bandenspanningsmeter (14) moet de vulslang (14.1) met klepstekkerverbinding (14.2) worden gemonteerd.
- Draai de schroefaansluiting van de vulslang (14.1) in de schroefopname van de perslucht-bandenspanningsmeter (14).
- Haal de schroefaansluiting van de vulslang (14.1) voorzich- tig vast.
Het perslucht-bandenspanningsmeter (14) voldoet aan drie functies:
- Bijvullen van perslucht
- Aflaten van perslucht Druk meten
- Plaats de klepstekkerverbinding (14.2) op het bandenven- tiel. Bedien hiertoe de hendel op de klepstekkerverbinding (14.2) om het klemmechanisme te ontgrendelen.
- Zodra u de hendel loslaat, klemt de klemstekkerverbinding (14.2) zich op het bandenventiel vast.
- Lees de aanwezige druk van de manometer (14.3) af. Op de buitenste rand van de schaalverdeling (14.4) vindt u de eenheidsbalk (1 bar = 100 kPa).
- Op de binnenste rand van de schaalverdeling (14.4) vindt u de eenheid psi.
- Bedien opnieuw de hendel op de klepstekkerverbinding (14.2) om de klepsteekverbinding van het ventiel los te ma- ken. Bijvullen van perslucht
- Sluit de aansluiting (14.5) van de perslucht-bandenspan- ningsmeter (14) aan op een persluchtleiding, bijv. de spi- raalslang (13) (zie 11.1).
- Plaats de klepstekkerverbinding (14.2) op het bandenven- tiel. Bedien hiertoe de hendel op de klepstekkerverbinding (14.2) om het klemmechanisme te ontgrendelen.
- Zodra u de hendel loslaat, klemt de klemstekkerverbinding (14.2) zich op het bandenventiel vast.
- Druk de afvoerhendel (14.6) in. Perslucht stroomt in de ban- den. Op het moment van vullen geeft de manometer (14.3) een druk aan die iets boven de werkelijke bandenspanning ligt. Zodra u de afvoerhendel (14.6) loslaten, kunt u de werkelijke bandenspanning op de manometer (14.3) aflezen. Aflaten van perslucht Als de bandenspanning te hoog is, drukt u op de luchtaflaat- toets (14.7). Hierdoor kan perslucht vrijkomen. Verlaag de bandenspanning tot op de gewenste waarde.
11.3 Adapterset (15)
Met de adapterset (15) kunt u bijv. ballen, luchtbedden of fiets- banden voorzien van perslucht.
- Kies de bijbehorende adapter voor uw gebruik uit de adap- terset (15).
- Plaats de gekozen adapter op de klepstekkerverbinding (14.2) van de perslucht-bandenspanningsmeter (14). Be- dien hiertoe de hendel op de klepstekkerverbinding (14.2) om het klemmechanisme te ontgrendelen.
- Zodra u de hendel loslaat, klemt de klepstekkerverbinding (14.2) zich op de adapter vast.
- Bedien opnieuw de hendel op de klepstekkerverbinding (14.2) om de klepsteekverbinding van de adapter los te maken.
12. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de rele- vante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moe- ten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Bij werkzaamheden met spuit- en sproeivoorzetapparaten als- ook bij tijdelijk gebruik in de buitenlucht moet het apparaat ab- soluut middels een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van 30 mA of minder worden aangesloten. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de iso- latie op. Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deur- openingen worden geleid,
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel,
- Snijplekken omdat over de snoer is gereden,48 NL/BE
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken,
- Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moe- ten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Ge- bruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F. Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan. Veiligheidsvoorschriften voor het vervangen van beschadigde of defecte netsnoeren Type X: Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit wor- den vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat ver- krijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice. Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 VAC zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een door- snede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gege- vens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
13. Reiniging, onderhoud en opslag en
bestelling van reserveonderdelen m Let op! Trek bij reinigings- en montagewerkzaamheden altijd de stek- ker uit het stopcontact! Gevaar voor verwonding door stroom- stoten! m Let op! Wacht tot het apparaat volledig is afgekoeld! Gevaar voor brandwonden! m Let op! Voorafgaand aan alle reinigings- en onderhoudswerkzaam- heden moet het apparaat drukloos worden gemaakt! Gevaar voor letsel!
- Houd het apparaat zoveel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparaat met een schone doek schoon of blaas het met perslucht bij een lage druk uit.
- Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te reinigen.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmidde- len. Hierdoor kunnen de kunststofonderdelen van het ap- paraat worden aangetast. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
- Slang en spuitgereedschap moeten voor reiniging van de compressor worden losgekoppeld. De compressor mag niet met water, oplosmiddelen of soortgelijke worden gereinigd. worden gereinigd.
13.2 Onderhoud van het drukvat (afb. 3)
m Let op! Om het drukvat (3) in goede staat te houden, moet u na elk gebruik het condenswater aftappen door de aftapplug (5) te openen. Maak hiertoe eerst de ketel drukloos (zie 13.4.1). De aftapplug (5) wordt geopend door hem linksom te draai- en (gezien vanaf de onderzijde van de compressor op de schroef), zodat het condenswater volledig uit het drukvat (3) kan wegstromen. Om het condenswater volledig uit het drukvat (3) af te tappen, moet deze iets opzij worden gekanteld zodat de aftapplug (5) het laagste punt vormt. Draai vervolgens de aftapplug (5) weer vast (rechtsom). Con- troleer (3) vóór elk gebruik het drukvat op roestvorming en be- schadigingen. De compressor mag niet gebruikt worden als het drukvat (3) beschadigd of roestig is. Neem contact op met de klanten- dienst-werkplaats als u beschadigingen constateert. Het condenswater uit het drukvat kan olieresten bevatten. Lever het condenswater milieuvriendelijk bij een hiervoor aangewe- zen verzamelpunt in.
13.3 Veiligheidsklep (afb. 1/6)
De veiligheidsklep (7) is ingesteld op de maximaal toegestane druk van het drukvat (3). Het is niet toegestaan om de veilig- heidsklep (7) te verstellen of de verbindingsbeveiliging (7.2) tussen de aftapmoer (7.1) en de bijbehorende kap (7.3) te verwijderen. De veiligheidsklep (7) moet elke 30 bedrijfsuren ten minste echter 3 keer per jaar worden bediend, zodat deze correct functioneert als dit nodig mocht zijn. Draai de aftapmoer (7.1) linksom om uitloop van de veilig- heidsklep (7) te openen. De veiligheidsklep (7) laat nu hoorbaar lucht vrij. Aansluitend draait u de aftapmoer (7.1) weer rechtsom vast.
m Let op! Haal de stekker uit het stopcontact, ontluchten het apparaat en alle aangesloten persluchtgereed- schap. Stel de compressor dusdanig af dat deze niet door onbevoegden in gebruik kan worden genomen. m Let op! De compressor alleen bewaren in een droge om- geving die niet toegankelijk is voor onbevoegden. Niet kantelen, uitsluitend rechtop bewaren!49NL/BE
13.4.1 Aflaten van de overdruk
Laat de overdruk in de compressor ontsnappen door de com- pressor uit te schakelen en de nog aanwezige perslucht in het drukvat (3) te gebruiken, bijv. een persluchtgereedschap op stationair toerental of met een luchtpistool.
13.5 Transport (afb. 1)
De compressor kan door het kantelen aan de transportgreep (1) op de wielen (4) worden getransporteerd.
13.6 Bestelling van reserveonderdelen
Bij de bestelling van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld;
- Artikelnummer van het apparaat
13.7 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koppeling
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
14. Afvalverwerking en hergebruik
Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en kan dus op- nieuw gebruikt worden of kan terugkeren in de kringloop van grondstoffen. Het apparaat en de accessoires ervan bestaan uit verschillen- de soorten materiaal, zoals metaal en kunststoffen. Verwijder defecte componenten als speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speciaalzaak of bij de gemeente! De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen die u bij lokale recyclingcentra kunt in- leveren. Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Oude apparatuur mag niet bij het huisafval wor- den gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richt- lijn inzake verbruikte elektrische en elektronische appa- ratuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalin- gen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt wor- den afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend verzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist handelen van oude ap- paratuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn ver- werkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuur- lijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruik- te apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische appara- tuur of uw afvalverwerkingsstation.50 NL/BE
15. Verhelpen van storingen
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Compressor draait niet. Netspanning niet aanwezig. Kabel, stekker; zekering en stopcontact controleren. Netspanning te laag. Te lang verlengsnoer vermijden. Verleng- snoer met voldoende aderdoorsnede gebruiken. Buitentemperatuur te laag. Niet gebruiken bij een buitentemperatuur onder de 0 °C. Motor oververhit. Motor laten afkoelen, evt. de oorzaak van de oververhitting wegnemen. Compressor loopt, maar geen druk. Terugslagklep lekt Terugslagklep vervangen. Afdichtingen defect. Afdichtingen controleren, een defecte afdichting bij een gespecialiseerde werk- plaats laten vervangen. Aftapplug voor condenswater lek. Schroef met de hand aanhalen. Af- dichting op de schroef controleren, evt. vervangen. De compressor loopt, de druk wordt aange- geven op de manometer, maar het gereed- schap loopt niet. Slangverbindingen lek. Persluchtslang en gereedschap controle- ren, evt. vervangen. Snelkoppeling lek. Snelkoppeling controleren en evt. vervan- gen. Te lage druk op de drukregelaar ingesteld. Drukregelaar weer opendraaien.51NL/BE
Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of on- oordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebeho- ren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantie- claims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstuk- ken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantiepe- riode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang val- len. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Service-hotline / Hotline du service (NL):
SimpelGids