Kärcher KM 9060 R G - Stofzuiger

KM 9060 R G - Stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 9060 R G Kärcher in PDF-formaat.

📄 402 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher KM 9060 R G - page 63
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : KM 9060 R G

Categorie : Stofzuiger

Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 9060 R G - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 9060 R G van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 9060 R G Kärcher

4.762-442.0 Con spazzole natuali indicate per spazzo- lare polveri fini su pavimenti lisci in am- bienti interni. Non resistente all'acqua, non indicato per superfici abrasive. Rullo spazzola, duro 4.762-443.0 Per rimuovere lo sporco molto aderente in ambienti esterni, resistente all'acqua. Filtro della polvere 6.414-576.0 Rullo spazzola, anti- statico 4.762-441.0 Kit di montaggio Pneu- matici a gomma piena 2.641-129.0 Kit di montaggio spaz- zola laterale sx 2.644-268.0 Kit di montaggio luce a 360 gradi 2.643-887.0 Kit di supporto spaz- zola Homebase 4.035-523.0 Kit pinza per lo sporco grossolano Homebase 4.035-524.0 61IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar deze voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Vóór eerste ingebruikneming veiligheids- maatregelen absoluut lezen! Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. GEVAAR Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat vei- lig en storingsvrij gebruikt kan worden. – Informatie over het toebehoren en de reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com. GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. Inhoudsopgave Algemene aanwijzingen . . . NL . . 1 Zorg voor het milieu . . .

Symbolen in de gebruiks- aanwijzing . . . . . . . . . . . NL

Symbolen op het toestel

Reglementair gebruik . . . . . NL . . 2 Voorzienbaar verkeerd ge- bruik . . . . . . . . . . . . . . . NL

Geschikte ondergronden

Veiligheidsinstructies . . . . . NL . . 2 Algemene veiligheidsin- structies. . . . . . . . . . . . . NL

Veiligheidsinstructies voor de bediening . . . . . . . . . NL

Veiligheidsinstructies voor de rijmodus . . . . . . . . . . NL

Veiligheidsinstructies voor de verbrandingsmotor . . NL

Veiligheidsinstructies over het transport van het appa- raat . . . . . . . . . . . . . . . . NL

Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud NL

Functie . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 3 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . NL . . 4 Bedieningspaneel . . . . .

Voor de inbedrijfstelling . . . NL . . 4 Apparaatkap openen / slui- ten . . . . . . . . . . . . . . . . . NL

Instructies inzake uitladen

Veegmachine zonder zelf- aandrijving bewegen . . . NL

Veegmachine met zelfaan- drijving bewegen . . . . . . NL

Inbedrijfstelling . . . . . . . . . . NL . . 5 Algemene aanwijzingen

Apparaat verrijden. . . . .

Veegbedrijf . . . . . . . . . .

Apparaat uitschakelen. .

Stillegging . . . . . . . . . . . . . . NL . . 7 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . NL . . 7 Algemene aanwijzingen

Onderhoudsintervallen. .

Onderhoudswerkzaamhede n . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL

  • Hulp bij storingen
  • NL Technische gegevens p. 13
  • NL EU-conformiteitsverklaring p. 14
  • NL Toebehoren p. 15
  • NL Algemene aanwijzingen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor recycling. Lever ze daarom in voor herge- bruik. Verwijder afgedankte appa- raten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. Gelieve motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu te laten terecht- komen. Gelieve de bodem te beschermen en oude olie op milieuvriendelijke manier te verwijderen. Garantie Accessoires en reserveonderdelen Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het toestel Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Geen brandende of gloeiende voorwerpen opvegen zoals bij- voorbeeld sigaretten, lucifers e.d. Gevaar van kneuzingen en schuurwonden door riemen, zijbezems, reservoirs, appa- raatkap. De luchtaanzuigopeningen achter de chauffeursstoel mo- gen niet afgedekt worden. Er mogen geen voorwerpen naast of achter de stoel neergelegd worden. Bandenspanning Opnamepunt voor krik Vastsjorpunt Nat-/droogklep 62 NL- 2 Gebruik deze veegmachine uitsluitend vol- gens de gegevens in deze gebruiksaanwij- zing. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken bui- ten. – Het apparaat is niet toegestaan voor het openbare verkeer op de weg. – Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabri- kant niet aansprakelijk, het risico hier- voor draagt alleen de gebruiker. – Het gebruik in gesloten ruimtes is ver- boden. – Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing ge- noemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. – Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). – Nooit explosieve vloeistoffen, brandba- re gassen of onverdunde zuren en op- losmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdun- ner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder ace- ton, onverdunde zuren en oplosmidde- len omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. – Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu- minium, magnesium, zink) opvegen/op- zuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmid- delen explosieve gassen. – Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. – Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen. – Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar. – Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. – Het is niet toegestaan om met dit appa- raat voorwerpen te verschuiven of te transporteren. – Asfalt – Industrievloer – Estrik – Beton – Klinkers – Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet ge- bruiken. – Bij gebruik van het apparaat in gevaar- lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta- tions) moeten de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht geno- men worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. – Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschrif- ten. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen. – Voor de aanvang van de werkzaamhe- den moet de bediener zich ervan verge- wissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aange- bracht en functioneren. – De bediener van het apparaat is verant- woordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. – Erop letten dat de bediener nauw aan- sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. – Voor het starten de onmiddellijke om- geving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! – Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa- raat pas verlaten, als de motor is uitge- zet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contact- sleutel uit het contact is gehaald. – Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de op- dracht hebben gekregen voor het ge- bruik. – Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door ge- brek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geob- serveerd die voor hun veiligheid verant- woordelijk zijn of door deze hun instructies hebben verkregen, hoe het apparaat dient te worden gebruikt. – Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen. Gevaar Verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij de sterke hellingen. – Er mogen enkel hellingen en dalingen in rijrichting tot 18% bereden worden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 18% berijden. Gevaar Verwondingsgevaar! – Gelieve in het bijzonder de veiligheids- instructies in de gebruiksaanwijzing voor apparaten met benzinemotor in acht te nemen. – De uitlaat mag niet geblokkeerd worden. – Niet over de uitlaat buigen of deze aan- raken (verbrandingsgevaar). – Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak- ken (verbrandingsgevaar). – Bij de werking van het apparaat in ruim- tes moet gezorgd worden voor voldoen- de verluchting en afvoer van de uitlaatgassen (vergiftigingsgevaar). – Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden in- geademd. – De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na- loop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. – Bij vervoer van het apparaat dient u de motor af te zetten en het apparaat goed vast te zetten. Reglementair gebruik Voorzienbaar verkeerd gebruik Geschikte ondergronden Veiligheidsinstructies Algemene veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies voor de be- diening Veiligheidsinstructies voor de rij- modus Veiligheidsinstructies voor de ver- brandingsmotor Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat 63NL- 3 – Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie moet het apparaat uitgeschakeld en de contactsleutel verwijderd worden. – Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. – Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Veiligheidscontrole volgens de plaatse- lijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. – Werkzaamheden aan het apparaat al- tijd met geschikte handschoenen uit- voeren. De veegmachine werkt volgens het over- slagprincipe. – De zijbezems (3) reinigen hoeken en kanten van het veegoppervlak en trans- porteren het vuil in de baan van de vee- grol. – De roterende veegrol (4) transporteert het vuil direct in de veeggoedcontainer (5). – Het in de container opgejaagde stof wordt via de stoffilter (2) gescheiden en de gefilterde schone lucht wordt door het zuigventiel (1) weggezogen. Veiligheidsinstructies over verzor- ging en onderhoud Functie 64 NL- 4 1 Bedieningsveld 2 Stuurwiel 3 Hefboom stoelverstelling 4 Stoel (met zitcontactschakelaar) 5 Aflegvlak 6 Steunrail voor Homebase 7 Apparaatkap 8 Benzinemotor 9 Brandstoftank 10 Tankweergave 11 Stop-schakelaar 12 Achterwiel 13 Veeggoedreservoir (beide kanten) 14 Toegang keerrol 15 Voorste afdichtlijst 16 Zijdelingse afdichtlijst 17 Achterste pakkingrand 18 Veegrol 19 Linker zijbezem (optie) 20 Pedaal grofvuilklep omhoog/omlaag 21 Voorwiel 22 Rechter zijbezem 23 Gaspedaal 24 Nat-/droogklep 25 Zekeringen (achter frontplaat) 26 Stoffilter 27 Onderhoudsvrije batterij 1 Programmaschakelaar 2 Bedrijfsurenteller 3 Filterreiniging 4 Claxon 5 Contactslot 6 Choke (koude start) GEVAAR Knelgevaar bij het sluiten van de apparaat- kap. Daarom de apparaatkap langzaam la- ten zakken. Voor de inbedrijfstelling, het onderhoud of instelwerkzaamheden moet de apparaat- kap opengeklapt worden. Apparaatkap vooraan vasthouden en met de zitplaats naar achteren klappen. Een veiligheidsband houdt de appa- raatkap in de achterste stand. Elementen voor de bediening en de functies Bedieningspaneel Voor de inbedrijfstelling Apparaatkap openen / sluiten 65NL- 5 p. 15

Gevaar Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! Geen heftruck gebruik voor het afladen, het apparaat kan daarbij beschadigd raken. Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan ge- bruikt worden! Wanneer het apparaat op een pallet ge- leverd wordt, moet met de meegelever- de planken een platform gebouwd worden. Ga bij het afladen als volgt te werk: Kunststof pakband opensnijden en folie verwijderen. Accu aansluiten (zie hoofdstuk 'Repa- raties en onderhoud'). Spanbandbevestiging bij de aanslag- punten verwijderen. Vier gemarkeerde vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken er af. Leg de planken op de kant van de pal- let. Plaats de planken zo, dat ze voor de wielen van het apparaat liggen. Beves- tig de planken met de schroeven. De in de verpakking bijgevoegde bal- ken voor ondersteuning van de helling gebruiken. Houten blokken voor het vastzetten van de wielen verwijderen en onder de hel- ling schuiven. Apparaat over de zo verkregen helling van de pallet duwen. Het apparaat kan op 2 manieren bewogen worden: (1) Apparaat schuiven (zie veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen). (2) Apparaat verrijden (zie veegmachine met zelfaandrijving bewegen). Gevaar Verwondingsgevaar! Voor het inleggen vande vrijloop moet het apparaat beveiligd worden tegen wegrollen. – Rijaandrijving is buiten werking. – Remwerking is niet meer voorhanden. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar van de hydrostati- sche asaandrijving! Veegmachine slechts langzaam en kleine eindjes verschuiven. Apparaatkap openen. Stand vrijloophendel bovenaan - apparaat kan verschoven. Vrijloophefboom in de bovenste positie laten vastklikken. Instructie: Wanneer de vrijloophef- boom niet vastgeklikt kan worden, het apparaat lichtjes naar voren en naar achteren bewegen. Na het verschuiven van het apparaat de vrijloophefboom in de onderste positie laten vastklikken. Apparaatkap sluiten. Apparaatkap openen. Stand vrijloophefboom omlaag - apparaat is rijklaar Vrijloophefboom in de onderste positie laten vastklikken. Apparaatkap sluiten. Instructie: Het apparaat is uitgerust met een automatische parkeerrem die na het uitzetten van de motor en bij het verlaten van de stoel geactiveerd wordt. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uitnemen. Motoroliepeil controleren. Vulpeil brandstoftank controleren op de tankweergave. Vulpeil van de hydraulische olie contro- leren. Zijbezems controleren. Veegwals op slijtage en ingedraaide banden controleren. Veeggoedcontainer legen. Luchtdruk banden controleren. Zitcontactschakelaar op functionaliteit controleren. Controleren of stop-schakelaar op de ver- brandingsmotor in de stand „ON“ staat. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Re- paraties en onderhoud. Gevaar Explosiegevaar! – Tank allen bij een uitgeschakelde motor. – Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden ge- bruikt. – Niet in gesloten ruimtes tanken. – Roken en open vuur is verboden. – Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. 1 Tanksluiting 2 Tankweergave 3 Brandstofkraan Motor uitzetten. Apparaatkap openen. Vulpeil aflezen op de tankweergave. Het rode bereik geeft het vulpeil aan. Tankdop openen. Trechter met filter gebruiken en aan- brengen. 'Normale loodvrije benzine' tanken. Tankvulling bij lege tank ca. 5 liter. Overgelopen brandstof afvegen, trech- ter verwijderen en tankdop sluiten. Apparaatkap sluiten. Instructies inzake uitladen Leeggewicht (transportge- wicht) 265 kg *

  • Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. Veegmachine zonder zelfaandrij- ving bewegen Veegmachine met zelfaandrijving bewegen Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Vóór de start/veiligheidscontrole Onderhoudswerkzaamheden Tanken 66 NL- 6 VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar van de aandrijving! Voor elke rit garanderen dat de vrijloophef- boom in de onderste stand staat. VOORZICHTIG De luchtaanzuigopeningen achter de chauffeursstoel mogen niet afgedekt wor- den. Er mogen geen voorwerpen naast of achter de stoel neergelegd worden. Hefboom stoelverstelling naar binnen trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit. Instructie: De max. toegelaten lading van het aflegvlak bedraagt 20 kg. Er moet voor een veilige bevestiging van de lading gezorgd worden. 1 Rijden Naar gebruiksplaats rijden. Veegrol en zijbezems zijn opgeheven. 2 Vegen met veegrol Veegrol wordt neergelaten. 3 Vegen met keerrol en zijbezems Keerrol en zijbezems worden neergelaten. Instructie: Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel wordt het appa- raat uitgeschakeld. Instructie: Indien de zitcontactschakelaar het apparaat uitgeschakeld heeft, contact- sleutel op “0“ draaien om te verhinderen dat de batterij ontlaadt. Apparaatkap openen. Controleren of stop-schakelaar op de ver- brandingsmotor in de stand „ON“ staat. Brandstoftoevoer openen. Apparaatkap sluiten. Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Rijpedaal NIET gebruiken. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Alleen bij koud of nat weer: choke-hen- del naar boven trekken. Loopt de motor, dan de choke-hendel weer naar bene- den duwen. Contactsleutel boven stand 1 uitdraaien. Is het apparaat gestart, dan contact- sleutel loslaten. Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten. VOORZICHTIG Gaspedaal altijd voorzichtig en langzaam induwen. Niet schokkend van achteruit- naar vooruitrijden omschakelen en omge- keerd. 1 Rijpedaal "vooruit" 2 Rijpedaal "achteruit" Gaspedaal "vooruit" langzaam indrukken. Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij het achteruit- rijden mogen derden niet in gevaar ge- bracht worden, eventueel aanwijzingen laten geven. Gaspedaal "achteruit" langzaam in- drukken. – Met de rijpedalen kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. – Vermijd schokkerig gebruik van het pe- daal, omdat de hydraulische installatie anders beschadigd kan raken. – Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen. Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. VOORZICHTIG Er mag niet over voorwerpen of vrijstaande hindernissen gereden worden; deze mo- gen ook niet verschoven worden. Vaste hindernissen tot 5 cm kunnen lang- zaam en voorzichtig bereden worden. Vaste hindernissen van meer dan 5 cm mogen enkel met een geschikt platform bereden worden. Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij geopende grofvuilklep kan de veegwals stenen of split naar voren wegslingeren. Erop letten, dat geen mensen, dieren of voorwerpen in ge- vaar gebracht worden. VOORZICHTIG Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. VOORZICHTIG Om een beschadiging van de vloer te ver- mijden de veegmachine niet ter plaatse ge- bruiken. Instructie: Om een optimaal reinigingsre- sultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet het veeggoedreservoir op gezette tijden gele- digd worden. Instructie: Bij oppervlaktereiniging alleen veegrol laten zakken. Instructie: Bij reiniging van zijranden ook de zijbezems laten zakken. Programmaschakelaar op markering 2 zetten. Veegrol wordt neergelaten. Instructie: Keerrol start automatisch. Instructie: Voor het opvegen van grotere deeltjes tot een hoogte van 50 mm, bv. si- garettenpakjes, moet de grofvuilklep kort opgeheven worden. Grofvuilklep opheffen: Pedaal grofvuilklep naar voren drukken en vastgedrukt houden. Voor het legen voet van het pedaal nemen. Instructie: Alleen bij volledig naar be- neden gelaten grofvuilklep ist een opti- maal reinigingsresultaat te bereiken. Programmaschakelaar op markering 3 zetten. Zijbezems evenals keerrol wor- den neergelaten. Instructie: Veegrol en zijbezems lopen automatisch aan. Nat-/droogklep sluiten. Nat-/droogklep openen. Instructie: Op die manier wordt een verstopping van het filtersysteem ver- meden. Werking Chauffeursstoel instellen Aflegvlak Programma's selecteren Apparaat starten Brandstofkraan openen Apparaat inschakelen Apparaat verrijden Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen Over hindernissen heen rijden

Veegbedrijf Vegen met keerrol Vegen met opgeheven grofvuilklep Vegen met zijbezems Droge bodem vegen Vezelachtig en droog keergoed (bv. droog gras, stro) opvegen

67NL- 7 Nat-/droogklep openen. Instructie: De filter wordt zo tegen vochtigheid beschermd. Het apparaat beschikt over een automati- sche filterreiniging. De ingebouwde stoffilter regelmatig op verontreiniging controleren. Een te sterk verontreinigde of defecte filter ver- vangen. Instructie: Na het uitzetten van het appa- raat minstens 1 minuut wachten vooraleer u het veeggoedreservoir opent of leeg- maakt. Op die manier kan het stof zakken. Veeggoedreservoir lichtjes optillen en uittrekken. Veeggoedcontainer legen. Veeggoedreservoir erin schuiven en la- ten vastklikken. Tegenoverliggend veeggoedreservoir leegmaken. Instructie: Na het uitschakelen van het ap- paraat wordt de stoffilter automatisch gerei- nigd. Ca. 2 minuten wachten vooraleer de apparaatkap geopend wordt. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Zijbezems en veegrol worden opgeheven. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaatkap openen. Brandstoftoevoer sluiten. Apparaatkap sluiten. GEVAAR Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het ge- wicht van het apparaat. GEVAAR Bij het verladen van het apparaat moet de vrijloophefboom in de onderste stand staan. Pas dan zijn de rijaandrijving en de parkeerrem bedrijfsklaar. Het apparaat moet bij hellingen of dalingen altijd met zelfaandrijving worden bewogen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Brandstoftank leegmaken. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Apparaat met spankabels of koorden vastzetten. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Instructie: Markeringen voor bevestigings- punten op het basisframe in de gaten hou- den (kettingsymbolen). Het apparaat mag voor het laden of lossen alleen op hellingen tot max. 18 % gebruikt worden. GEVAAR Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Als de veegmachine voor langere tijd niet ge- bruikt wordt, let dan op de volgende punten: Brandstoftank voltanken en brandstof- kraan sluiten. Motorolie verversen. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol en zijbezems worden opgeheven om de borstels niet te beschadigen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Bougies eruitschroeven en ca. 3 cm

olie in de bougieopeningen doen. De motor zonder bougie meerdere malen laten draaien. Bougie terugschroeven. Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Accu afklemmen. Accu elke 2 maanden opladen. Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie moet het apparaat uitgeschakeld en de contactsleutel verwijderd worden. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. – Gebruik uitsluitend de bij het apparaat geleverde of de in de gebruiksaanwij- zing bepaalde veegrollen/zijbezems. De toepassing van andere veegrollen/ zijbezems kan negatieve gevolgen heb- ben voor de veiligheid. – De in het apparaat gemonteerde batte- rij is onderhoudsvrij. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schade). Geen agressieve en schurende reinigings- middelen gebruiken. Gevaar Verwondingsgevaar! Stofmasker en veilig- heidsbril dragen. Apparaatkap openen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Apparaatkap sluiten. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Inspectiechecklijst in acht nemen! Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Onderhoud dagelijks: Motoroliepeil controleren. Luchtdruk banden controleren. Vulpeil van de hydraulische olie contro- leren. Vochtige of natte bodem vegen Filterreiniging Veeggoedcontainer leegmaken Apparaat uitschakelen Brandstofkraan sluiten Transport Opslag Stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant 68 NL- 8 Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Zitcontactschakelaar op functionaliteit controleren. Onderhoud wekelijks: Brandstofleidingsysteem op dichtheid controleren. Luchtfilter controleren. Controleren of beweeglijke onderdelen gemakkelijk lopen. Afdichtlijsten in het veegbereik contro- leren op instelling en slijtage. Stoffilter controleren en indien nodig fil- terkast reinigen. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren: Motorolie verversen (eerste verversing na 20 bedrijfsuren). Bougie controleren. Spanning, slijtage en werking van de aandrijfriemen (V-snaar en rondprofiel- snaar) controleren. Luchtfilter reinigen. Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Onderhoud na 20 bedrijfsuren: Eerste inspectie uitvoeren. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren Onderhoudswerkzaamheden laten uit- voeren volgens de inspectiechecklijst. Onderhoud alle 200 bedrijfsuren Onderhoudswerkzaamheden laten uit- voeren volgens de inspectiechecklijst. Onderhoud alle 300 bedrijfsuren Onderhoudswerkzaamheden laten uit- voeren volgens de inspectiechecklijst. GEVAAR Verwondingsgevaar! De motor heeft ca. 3 - 4 seconden naloop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. Verbrandingsgevaar! Voor alle onderhouds- en reparatiewerk- zaamheden apparaat voldoende laten af- koelen. VOORZICHTIG Motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu terecht laten komen. Gelieve bodem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier tot afval verwer- ken. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaat voldoende laten afkoelen. Voor bepaalde onderhoudswerkzaamheden (bv. batterijwissel) is het noodzakelijk om de achterwandbekleding weg te nemen. Apparaatkap openen. 1 Schroeven zuigturbineslang 2 Schroeven achterwandbekleding 2 schroeven aan de zuigturbineslang losdraaien en zuigslang wegnemen. Alle 6 schroeven links, rechts en achter- aan op de achterwandbekleding los- draaien. Apparaatkap sluiten. 1 Achterwandbekleding 2 Accu Achterwandbekleding samen met de zuig- turbineslang naar achteren wegnemen. Let er bij de montage van de hoekbe- kleding op dat de montageband altijd boven het hoekprofiel ligt. Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: Gevaar Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der- gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen. Gevaar Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het wer- ken aan accu's altijd de handen reinigen. GEVAAR Brand- en explosiegevaar! – Roken en open vuur is verboden. – Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. GEVAAR Gevaar van brandwonden! – Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen. – Daarna direct een dokter raadplegen. – Verontreinigde kleding met water uit- wassen. – Andere kledij aantrekken. Achterwandbekleding wegnemen. Zie hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamhe- den/achterwandbekleding wegnemen“. Accu in de accuklemmen plaatsen. Instructie: Inbouwrichting wat betreft de poolaansluitingen in acht nemen! Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. Poolklem op minpool (-) aansluiten. Instructie: Controleren of de batterijpolen en poolklemmen voldoende door poolbe- schermingsvet beschermd worden. Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies Voorbereiding Achterwandbekleding wegnemen Veiligheidsvoorschriften accu's Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Accu in apparaat plaatsen en aansluiten 69NL- 9

Gevaar Gevaar voor verwonding! Houd u aan de veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri- kant van het laadapparaat opvolgen. Gevaar Accu alleen met het geschikte laadappa- raat opladen. Accu afklemmen. Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu ver- binden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. Instructie: Wanneer de batterij opgeladen is, het laadapparaat eerst van het stroom- net en dan van de batterij halen. Achterwandbekleding wegnemen. Poolklem op minpool (-) afklemmen. Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Batterij uit de batterijhouder nemen. Verbruikte batterijen moeten volgens de Europese richtlijn 91/ 157 EWG of de overeenkomstige nationale voor- schriften op milieuvriendelijke wijze ver- wijderd worden. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel. Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen. Toegestane bandenluchtdruk zie tech- nische gegevens. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uitnemen. Ondergrond controleren op stabiliteit. Apparaat tegen het wegrollen beveili- gen. Krik op het betreffende opnamepunt van de voor- resp. achteras plaatsen. OPMERKING Geschikte, in de handel gebruikelijke krik gebruiken. Wielmoeren met passend gereedschap ca. 1 omwenteling lossen. Achterwiel vervangen 1As 2 Achterwiel 3 Borgplaat 4 Borgring Veeggoedreservoir aan de overeen- komstige kant lichtjes optillen en eruit trekken. Apparaat met de krik opheffen. Borgring en borgplaat verwijderen. Wiel wegnemen. Defect wiel in een vakgarage laten re- pareren. Wiel op as tot de aanslag indrukken. Borgplaat en borgring monteren. Apparaat met de krik laten zakken. Veeggoedreservoir erin schuiven en la- ten vastklikken. Voorwiel vervangen 1 Voorwiel 2 Moer 3 Opname Apparaat met de krik opheffen. Beide moeren aan de wielas 1-2 om- draaiingen loszetten. Om los te draaien eventueel met een tweede schroeven- draaier tegenhouden. Wiel samen met de as wegnemen. Defect wiel in een vakgarage laten re- pareren. Gerepareerd voorwiel met as en moer op de opname vastschroeven. Apparaat met de krik laten zakken. GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Motor laten afkoelen. Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren. Apparaatkap openen. 1 Olieaftapslang 2 Oliepeilstok Oliepeilstok uitdraaien. Oliepeilstok afvegen en inschuiven (niet indraaien). Oliepeilstok nog een keer eruit trekken en het oliepeil controleren. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, motorolie bijvullen. – Motor niet boven „MAX"-markering bij- vullen. Motorolie in de olievulopening vullen. Instructie: Om motorolie te vullen hulp- middelen gebruiken zoals bijvoorbeeld een gebogen vultrechter of een oliewis- selpomp 6.491-538. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Minstens 5 minuten wachten. Klopt het motoroliepeil, oliepeilstok in- draaien. Gevaar Verbrandingsgevaar door hete olie! Motor laten afkoelen. Apparaatkap openen. Opvangreservoir voor minstens 1 liter olie klaarzetten. Sluitschroef van de olieaftapschroef draaien en olie aflaten. Sluitschroef opnieuw indraaien en aan- spannen. Oliepeilstok uitdraaien. Motorolie in de olievulopening vullen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Techni- sche gegevens. Minstens 5 minuten wachten. Motoroliepeil controleren. Klopt het motoroliepeil, oliepeilstok in- draaien. Afgewerkte olie naar de betreffende in- zamelcentra brengen. Accu laden Batterij demonteren Bandenluchtdruk controleren Band verwisselen Aanhaalmoment (Nm) 56 Nm Motoroliepeil controleren en olie bijvul- len Motorolie verversen 70 NL- 10

GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Motor laten afkoelen. 1 Vleugelschroef 2 Luchtfilterbehuizing 3 Filterelement Vleugelschroef eruit draaien. Luchtfilterbehuizing wegnemen. Filterinzet eruit nemen. Binnenkant van de luchtfilterbehuizing reinigen. Filterelement reinigen of vervangen. Filterelement inbouwen. Luchtfilterbehuizing erop zetten en met de vleugelmoer bevestigen. VOORZICHTIG Verwondingsgevaar! Bougiestekker niet met de hand verwijderen. 1 Onderdrukleiding 2 Bougiestekker 3 Behuizing Onderdrukleiding uit de behuizing trekken. Bougiestekker verwijderen, daartoe ge- schikt gereedschap/tang gebruiken. Bougie uitschroeven en reinigen. Gereinigde of nieuwe bougie inschroeven. Bougiestekker opsteken. Onderdrukleiding opnieuw in de behui- zing steken. GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! VOORZICHTIG Die controle mag alleen gebeuren bij een warme motor. Apparaatkap openen. 1 Expansievat 2 Oliepeil MAX 3 Oliepeil MIN Oliepeil op het expansievat controleren. Het vulpeil moet opnieuw tussen de „Max“- en „Min-“markering staan. Bij te weinig hydraulische olie: deksel van het expansievat wegnemen en hydraulische olie navullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Deksel sluiten. Luchtdruk banden controleren. Zijbezems opheffen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Zijbezems laten zakken en een tijdje la- ten draaien. Zijbezems opheffen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Veegspiegel controleren. De breedte van de veegspiegel moet tussen 40-50 mm liggen. Instructie: Door de drijvende kogellager van de zijbezem stelt de veegspiegel zich bij slijtage van de borstels automatisch bij. Bij te sterke slijtage moet de zijbezem ver- vangen worden. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Zijbezems worden om- hoog gebracht. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. 1 Zijbezem 2 Vleugelschroef (bevestiging) De vleugelschroef aan de onderkant losschroeven en de zijbezem naar be- neden toe verwijderen. Indien nodig opname reinigen. Nieuwe zijbezem erop steken (let op bevestigingen) en met de vleugel- schroef bevestigen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaat met blok tegen wegrollen be- veiligen. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Instructie: Door het drijvende kogellager van de keerrol stelt de veegspiegel zich bij slijtage van de borstels automatisch bij. Bij te sterke slijtage moet de veegrol vervan- gen worden. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol en zijbezems worden opgeheven. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Veegrol laten zakken en korte tijd laten draaien. Veegrol omhoog brengen. Pedaal voor het opheffen van de grof- vuilklep bedienen en pedaal ingedrukt houden. Apparaat achterwaarts wegrijden. Luchtfilter vervangen Bougie reinigen of vervangen Oliepeil hydraulisch systeem controle- ren en hydraulische olie bijvullen Veegspiegel van de zijbezems controle- ren Zijbezem verwisselen Veegrol controleren Keerspiegel van de keerrol controleren 71NL- 11 Veegspiegel controleren. De vorm van de veegspiegel vormt een gelijkmatige rechthoek die tussen 50 - 70 mm breed is. Het verwisselen is nodig, als door het ver- slijten van de borstels het veegresultaat zichtbaar minder wordt. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaat met blok tegen wegrollen be- veiligen. Veeggoedreservoir aan de linkerkant lichtjes optillen en eruit trekken. 1 Schroef 2 Zijbekleding Bevestigingsschroef van het zijpaneel links losdraaien. Zijpaneel wegnemen. 1 Veer Beide trekveren eruit halen. 1 Bevestigingsschroef van de onderdruk- doos 2 Bevestigingsmoer van de grofvuilklep 3 Schroef van de veegrolcoulisse Bevestigingsschroef uit de onderdruk- doos draaien en hendel loszetten. Bevestigingsmoer van de grofvuilklep eruit draaien en grofvuilklep eruit halen. Schroef op de veegrolcoulisse uitdraaien. 1 Afdekking 2 Veegrol Veegrolafdekking naar links schuiven en wegnemen. Veegrol uitnemen. Nieuwe veegrol in de veegrolkast schui- ven en op de aandrijfpen steken. Instructie: Bij de inbouw van de nieu- we veegrol op de positie van de borstel- set letten. Inbouwplaats van de veegrol in de rijrich- ting Veegrolafdekking aanbrengen. Bevestigingsschroeven en -moer vast- schroeven. Trekveer eruit halen. Zijpaneel opschroeven. Veeggoedreservoir aan beide kanten erin schuiven en laten vastklikken. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaat met blok tegen wegrollen be- veiligen. Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Bevestigingsschroeven van de zijpane- len aan beide kanten losdraaien. Zijpanelen wegnemen. Voorste afdichtlijst Bevestigingsmoeren van de voorste af- dichtlijst (1) ietsje losdraaien, voor de verwisselingen afschroeven. Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en moeren nog niet helemaal vastschroe- ven. Afdichtlijst richten. Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 10 - 15 mm naar achteren ligt. Moeren aandraaien. Rubberlijst

Bij slijtage verwisselen. Bevestigingsmoeren van de rubberlijst (2) afschroeven. Nieuwe rubberlijst opschroeven. Achterste afdichtlijst Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 5 - 10 mm naar achteren ligt. Bij slijtage verwisselen. Bevestigingsmoeren van de achterste afdichtlijst (3) afschroeven. Nieuwe afdichtlijst opschroeven. Zijdelingse afdichtlijsten Bevestigingsmoeren van de zijdelingse afdichtlijst ietsje losdraaien, voor de verwisselingen afschroeven. Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en moeren nog niet helemaal vastschroeven. Ondergrond met 1 -3 mm sterkte onder- schuiven om de bodemafstand instellen. Afdichtlijst richten. Moeren aandraaien. Zijpanelen opschroeven. Veeggoedreservoir aan beide kanten erin schuiven en laten vastklikken. Veegrol verwisselen Afdichtlijsten instellen en verwisselen 72 NL- 12

WAARSCHUWING Gezondheidsgevaar! Voor aanvangen van het verwisselen van de stoffilter veeggoedcontainer le- gen. Bij werkzaamheden aan de filterin- stallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de om- gang met fijne stoffen in acht nemen. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. Apparaatkap openen. Schroeven losdraaien. Filterhouder naar boven duwen er weg- nemen. Lamellenfilter wegnemen. Nieuwe filter plaatsen. Op aandrijfkant meenemer in sponning laten vallen. Filterhouder terugplaatsen en naar be- neden duwen. Schroeven aanspannen. Instructie: Bij het aanbrengen van een nieuwe filter erop letten dat de lamellen on- beschadigd blijven. Dichting van de filterkast uit de spon- ning in de apparaatkap nemen. Nieuwe dichting plaatsen. Slangen aan de zuigturbine regelmatig op dichtheid en correcte positie contro- leren. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Gevaar De motor heeft ca. 3 - 4 seconden naloop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. Apparaatkap openen. V-riem asaandrijving (1) en V-riem zuigtur- bine (2) V-riem asaandrijving (1) en V-riem zuig- turbine (2) controleren op spanning, slij- tage en beschadiging. Aandrijfriem (3) Aandrijfriem (3) op spanning, slijtage en beschadiging controleren. Aandrijfriem (4) Aandrijfriem (4) op spanning, slijtage en beschadiging controleren. Rondprofielsnaar zijbezem (5) Rondprofielsnaar zijbezem (5) op span- ning, slijtage en beschadiging controleren. V-riem keerrolaandrijving (6) en stelschroef (7) V-riem van de keerrolaandrijving (6) op spanning, slijtage en beschadiging con- troleren. Indien nodig de V-riem aan de schroef naspannen. De rijsturing/elektronica is ingebouwd ach- ter het frontpaneel. Als er een zekering ver- vangen dient te worden, dan moet het frontpaneel weggenomen worden. Schroeven van het frontpaneel los- draaien. Frontbekleding wegnemen. Defecte zekeringen vervangen. Instructie: Zekeringsbekleding zie bin- nenkant. Alleen zekeringen met dezelf- de zekeringswaarde gebruiken. Frontpaneel weer aanbrengen. Stoffilter verwisselen Filterkastdichting verwisselen Zuigturbine controleren Aandrijfriem controleren Zekeringen rijsturing/elektronica ver- vangen 73NL- 13 Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Controleren of stop-schakelaar op de verbrandingsmotor in de stand „ON“ staat. Brandstof tanken Brandstofkraan openen Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren Accu laden Bougies controleren en reinigen, indien nodig vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loop onregelmatig Luchtfilter reinigen of vervangen Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loopt, maar apparaat rijdt niet Positie vrijloophefboom controleren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loopt, maar apparaat rijdt maar langzaam Bij temperaturen onder nul apparaat ca. 3 minuten laten warmlopen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat veegt niet goed Veegrol en zijbezems controleren op slijtage, indien nodig verwisselen Werking van de grofvuilklep controleren Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Riem van de veegaandrijving controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Onvoldoende zuigcapaciteit Veeggoedcontainer legen Slangen aan de zuigturbine controleren op dichtheid. Stoffilter reinigen en controleren, zo nodig vervangen. Stoffilter controleren op correcte positie. Nat-/droogklep sluiten. Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Zijbezem- of veegrolverlaging functioneert niet, onderdruksy- steem defect Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Keerrol draait niet Programmaschakelaar op trap 2 of 3 zetten. Banden of snoeren van veegrol verwijderen V-snaarspanning controleren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor kan niet uitgezet worden (sleutelstand op „0“) Apparaatkap openen en benzinekraan sluiten. Verwondingsgevaar door draaiende riem! Kap sluiten en wachten tot de motor uit gaat. 74 NL- 14 Technische gegevens KM 90/60 R G Apparaatgegevens Lengte x breedte x hoogte mm 1695 x 1060 x 1260 Leeggewicht (transportgewicht) kg 265 Toelaatbaar totaalgewicht kg 440 Rijsnelheid km/h 8 Veegsnelheid km/h 4 Klimvermogen (max.) %18 Veegrol-diameter mm 250 Veegrol-breedte mm 615 Zijbezem-diameter mm 410 Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m

/h 4920 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezems m

/h 7200 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems m

/h 9480 Werkbreedte zonder zijbezems mm 615 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 900 Werkbreedte met 2 zijbezems mm 1185 Inhoud van de veeggoedcontainer l 60 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 Motor Type -- Worms EX27 1-cil.-viertakt Slagvolume cm

Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) g/kWh 661 Soort brandstof -- Normale benzine, loodvrij Inhoud brandstoftank l 5,6 Bougie, NGK -- BR-4HS Onderhoudsvrije batterij V, Ah 12, 40 Oliesoorten Motorolie - type -- SAE 15 W 40 Inhoud l 1,0 Aandrijfas hydraulisch gedeelte -- SAE 20 W 50 Bandenuitrusting Grootte voor -- 3.00-4 4PR Luchtdruk voor bar 4,0 Grootte achter -- 4.00-8 6PR Luchtdruk achter bar 4,0 Rem Bedrijfsrem -- hydrostatisch Handrem -- automatisch (met veer) Filter- en zuigsysteem Filteroppervlakte stoffilter m

4,0 Gebruikscategorie filters voor stoffen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid -- M Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C 0...+ 40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L

dB(A) 78 Onzekerheid K

0,2 75NL- 15 Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2020/11/01 EU-conformiteitsverklaring Product: Veegstofzuiger Type: 1.047-xxx Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 62233: 2008 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 TCU EN 301 511 V12.5.1 EN 300 440 V2.1.1 EN 300 328 V2.1.1 EN 300 330 V2.1.1 Toegepaste landelijke normen