ProInstall100EUR - Elektrische tester Beha-Amprobe - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ProInstall100EUR Beha-Amprobe in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ProInstall100EUR Beha-Amprobe
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische tester in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProInstall100EUR - Beha-Amprobe en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProInstall100EUR van het merk Beha-Amprobe.
GEBRUIKSAANWIJZING ProInstall100EUR Beha-Amprobe
Gebruikershandleiding
Beperkte garantie en beperking van aansprakelijkheid
Uw Beha-Amprobe-product is vrij van defecten in materiaal en fabricage gedurende tweeJAar vanaf de aankoopdatum behalte wonneer de plaatselijke wetgeving anders vereist. Deze garantie dekt geen zekeringen, wegwerpbatterijen of schade door ongelukken,verwaarlozing, misbruik, verandering, verruiling, of abnormale gebruiksomstandigheden.Wederverkopers zichniet geauthoriseerd tot het verlengen van andere garanties namensBeha-Amprobe.Omijdens de garantiperiode service te verkrijgen, moet u het product met aankoopbewijs terugsturen maar een geauthoriseerd Beha-Amprobe Service Center ofaar een dealer of distributeur van Beha-Amprobe.Zie de reparatesectie voor details.DEZEGARANTIE IS UW ENIGREMEDIE.ALE ANDERE GARANTIES-ZIJ HET UITDRUKKELIJK,IMPLICIET OF WETTELIJK-INCLUSIEF IMPLICIETE GARANTIE VOOR GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL OF VERKOOPBAARHEID,WORDEN HIERBIJ AFGWEZEN.DE FABRIKANT ISNIET AANSPRAKELIJK VOOR ENIGSE SPECIALE,INDIRECTE,INCIDENTELE OF GEVOLGSCHADEOF VERLIES VOORTVLOEIEND UIT ENIGE OORZAAK OF REGELS.Omdat sommige staten en landen het uitsluiten of beperken van een impliciete garantie of van incidentele ofgevolgschade Niet toestaan, is deze beperking van de aansprakelijkheid maybeijk nicht op uvan toepassing.
Reparatie
Bij alle gereedschap van Beha-Amprobe dat worden terug gezonden voor reparatie al dan Niet onder garantie of voor kalibratie moet het volgende worden meegezonden:uw naam, bedrijfsnaam, adres, telefoonnummer, en aankoopbewijs. Neem daarnaast een korte omschrijving op van het probleem of de bevraagde dienst en stuur de testsnoeren met het product mee. Kosten voor reparatie of verranging die Niet onder garantie plaatsvinden,要去en worden betaald in de vorm van een cheque, een betalingsopdracht, een credit card met verloopdatum of een aankooporder betaaalbaar gesteld aan Beha-Amprobe.
Reparatie en verranging onder garantie - alle landen
Lees de garantiebepalingen en controllere de batterij voordat u reparatie aanvraagt. Tijdens de garantieperiode kut u elk defect testgereedschap returneren aan uw Beha-Amprobe-distributeur om dit om te ruilen voor hetzelfde of een gelijksoortig product. Zie de sectie "Waar te kopen" op beha-amprobe.com voor een lijst met distributeurs in uw omgeving. Daarnaast kut u in de Verenigde Staten en Canada eenheden voor reparatie en verranging onder garantie tevens sturen maar een Amprobe Service Center (zie het adres hierna).
Reparatie en verrangingen buiten garantie - Europa
Europese eenheden die nicht onder de garantie vallen, können gegen nominale kosten verrangen worden door uw Beha-Amprobe-distributeur. Zie de sectie "Waar te kopen" op beha-amprobe.com voor een lijst met distributeurs in uw omgeving.
Beha-Amprobe
Afdeling en gedeponeerd handelsmerk van Fluke Corp. (USA)
Duitsland*
In den Engematten 14
79286 Glottertal
Duitsland
Telefoon: +49 (0) 7684 8009 - 0
beha-amprobe.de
Verenigd Koninkrijk
52 Hurricane Way
Norwich, Norfolk
NR6 6JB Verenigd Koninkrijk
Telefoon: +44 (0) 1603 25 6662
beha-amprobe.com
Nederland - Hoofdkantoor**
Science Park Eindhoven 5110
5692 EC Son
Nederland
Telefoon: +31 (0) 40 267 51 00
beha-amprobe.com
- (Alleen correspondentie - op dit adres+zijn reparatie en verrangng Niet beschikbaar. Europese klanten moeten contact opnemen met hun distributeur.)
**één contactadres in EEA Fluke Europe BV
INHOUD
INLEIDING 4
VEILIGHEID 4
DE TESTER UITPAKKEN 5
DE TESTER GEBRUIKEN 6
De draaischakelaar gebruiken 6
De betekenis van de drukknoppen 7
De betekenis van het scherm. 8
Ingangen 9
De IR-poort gebruiken 10
Foutcodes 10
Inschakelopties 10
METEN. 11
Spanningen en frequenities meten 11
Isolatieweerstand meten 12
Continuiteit meten 12
Lus-/lijnweerstand meten 13
Lusweerstand (lijn waar beschemend aarde I-pe) 13
Aardweerstand testen met lusmethode 13
Lusimpedantie (hoge stroom uitschakelmodus) in IT-systemen 14
Lijnweerstand 15
RCD-triptijd meten 16
RCD-tripstroom meten 19
RCD testen in IT-systemen 19
Aardweerstand meten 20
Fasesequentie meten 21
GEHEUGENMODUS 21
Een meting opslaan 22
Een meting oproepen 23
Het geheugen wissen 23
TESTRESULTATEN UPGADEN 23
DE TESTER ONDERHOUDEN 24
Reiniging 24
De batterijen testen en verrangen. 24
De zekering testen 25
UITGEBREIDE SPECIFICATIONS 25
25
Algemene specificaties 26
SPECIFICATIES ELEKTRISCHE METINGEN 27
Continuiteit (RLO). 27
Isolatieweerstand (RISO) 27
Modi Geen Trip en Krachtstroom RCD/Fl 28
Test op möglichke kortsluiting (PSC/IK) 29
RCD TESTS 29
RCD-types gestest 29
Testsignalen 29
RCD-types gestest 30
Maximale triptijd 30
RCD/Fl-tripstroommeting / hellingtest (I△N) 30
TEST AARDWEERSTAND (RE) 31
INDICATIE FASESEQUENTIAL. 31
TEST lichtnetSBEDRADING 32
WERKBEREIK EN ONZEKERHEDEN VOLGENS EN 61557 32
INLEIDING
De Amprobe Model Telaris ProInstall-100 en Telaris ProInstall-200 zijn testers voor elektrische installations op batterijlichtnet. Deze handleiding is van toepassing op alle modellen Alle afbeeldingen geben de Model Telaris ProInstall-200 waar.
Deze testers zijn ontworpen om het volgende te meten en testen:
- Spanning en frequenta
- Isolatieweerstand (EN61557-2)
- Continuiteit (EN61557-4)
Lus-/lijnweerstand (EN61557-3)
Triptijd reststroomapparaten (RCD) (EN61557-6)
RCD tripstroom (EN61557-6)
Aardweerstand (EN61557-5)
Fasesequentie (EN61557-7)
SYMBOLEN
| 4 | Let op! Risico op elektrische schok. |
| ~ | Let op! Zie de uitleg in deze handleiding. |
| □ | Dubbel geïsoleerde (klass II) apparatuur |
| ½ | Aarde (massa). |
| ¾ | Zekering. |
| € | Voldoet aan de eisen van de Europese Unie en de Europese Vrijhandels Associatie. |
| Δ>500V | Niet gebruiken in distributiesystemen met hogere spanningen dan 550 V. |
| CAT III/ CAT IV | CAT III-testersijken ontworpen om te beschemmenegen pieken in vaste apparatuur op distributieniveau; CAT IV-testersijken ontworpen om te beschemmenegen pieken op het primaire toeleveringsniveau (levering via masten of ondergronds). |
| ® | Werp dit product Niet weg als ongesorteerd gemeentelijk afval. Neem contact op met een gekwalificeerd recyclingbedrijf. |
INFORMATIE VOOR UW VEILIGHEID
Een Waarschuwing verwijst maar gevaarlijke omstandigheden en acties die lichamelijk letsel of de dood konnen verroorzaken.
Voorzichtig verwijst maar omstandigheden en acties die de tester kuren schaden of die血液循环 geveensverlies kuren voroorzaken.
Waarschuwingen: Lees dit voor het gebruik
Ter voorkoming van möglichke elektrische schokken, brand of persoonlijk letsel:
- Niet gebruiken in CAT III- of CAT IV-omgeving zonder dat beschemende kap is geinstalleerd. De beschemende kap vermindert de möglichkheid van elektrische boogvorming,veroorzaakt door kortsluitingen.
-
Gebruik het product uitsluitend zoals is aangegeven om de door het product geboden bescherming Niet in gevaar te brengen.
-
Gebruik het product Niet in de buurt van explosieve gassen, dampen of in vochtige omgevingen.
- Gebruik geen beschadigde testsnoeren. Controller de testsnoeren op schade aan de isolatie, blootliggend metaal of als de slijtageindicator dit aangeeft. Controller de continuiteit van de testsnoeren.
- Gebruik alleen stroomsondes, testsnoeren en adapters die met het product zijn meegeleverd.
- Meet eerst een bekende spanning om te controleren of het product correct werkt.
- Gebruik het product Niet als het beschadigd is.
- Laat het product door een erkendvakman repareren.
- Pas Niet meer dan de nominale spanning toe:tussen de aansluitklemmen of:tussen elke klem en aarde.
Maak de testsnoeren los van de tester voordat de behuizing hiervan geopend wordt. - Gebruik het product zich als de=kappen,zijn verwijderd of de behuizing geopend is. Hlerdoor kunt u wordenblootgesteld aangevaarlijke spanningen.
- Wees voorzichtig bij het werken met spanningen hoger dan 30V wisselstroom rms, 42 V wisselstroom piek, of 60V gelijkstroom.
- Gebruik alleen de opgegeven zekeringen.
- Gebruik de juiste aansluitklemmen, functies en bereik voor metingen.
- Houd uw vingers blijde vingerbescherming van de sondes.
- Sluit het nul-testsnoor aan voor het spanningsdragende testsnoor en verwijder het spanningsdragende testsnoor voor het nul-testsnoor.
- Vervang de batterijen als de batterijindicator oplicht om onjuiste metingen te voorkomen.
- Gebruik alleen de opgegeven verrangende onderdelen.
- De tester nicht gebruiken in distributiesystemen met hogere spanningen dan 550 V.
- Voldoe aan deplaatselijke en nationale veiligheidsregels. Gebruik persoonlijke beschermende uitrusting (goedgekeurde rubber handschoenen, gezichtsbescherming, en vlambestendige kleding) om schokken en letsel door vlambogen te voorkomen bij open stroomgeleiders.
UITPAKKEN EN CONTROLEREN
De doos moet bevatten:
1 Telaris ProInstall-100 of Telaris ProInstall-200
6 batterijen 1,5 V AA Mignon
3 testsnoeren
1 testsnoer voor Lichtnet
3 alligatorklemmen
3 testsondes
1 externesonde
1 Cd-rom met gebruikershandleiding
1 draagtas
1 Beklederiem
Als een of meer onderdelen beschadigd zijn of ontbreken, moet u het volledige pakket omruilen op het verkooppunt.
DE TESTER GEBRUIKEN
De draaischakelaar gebruiken
Gebruik de draaischakelaar (Afbeelding 1 en babel 4) om het type test te selecteren dat u wilt UITvoeren.
Waarschuwingen
Niet gebruiken in CAT III- of CAT IV-omgeving zonder dat beschemende kap is geinstalleerd. De beschemende kap vermindert het blootgestelde sondemetaal tot < 4 ~mm . Dit vermindert de möglichkheid op elektrische boogvorming door kortsluitingen.
De betekenis van de drukknoppen
Gebruik de draaischakelaar om het type test te kiezen dat u wiltuitvoeren. Gebruik dedrukknopen om de werkig van de tester te bedieren, de testresultaten voor weergave te selectoren en door de testresultaten te bladeren.
| 3 4 7 1 2 TEST 5 6 | |
| Nummer | Meetfungie |
| 1 | Start de geselecteerde test. Rondom de knop TEST is een "aanraakpaneel". Het aanraakpaneel meet de spanning:tussen de gebruiker en de aardaansluiting van de tester. Wordt een spanning van 100 V overschreden, dan worden het symbool △boven het aanraakpaneel verlicht. |
| 2 | • Geheugenlocaties scrollen. • Geheugenlocatiecodes instellen. |
| 3 | Is verlicht boven het aanraakpaneel. |
| 4 | • maar Geheugenstand. • Activeert de selecties van de zachtte geheugentoetsen (F1, F2, F3 of F4). |
| 5 | Schakelt verlichting in en uit. |
| 6 | Schakelt deTester in en uit. De tester zal ook automatisch uitschakelen als er gedurende 10 minuten geen aktiviteit is. |
| 7 | • Selectie van lusingang (L-N, L-PE). • Selectie van spanningsingang (L-N, L-PE, N-PE). • Huidige instelling van ALS (10, 30, 100, 300, 500, 1000 mA) • GeheugenSELECTIE. |
| 8 | • Stroomvermenigvuldiger van ALS (x1/2, x1, x5) • OPSLAG in geheugen. |
| 9 | • Selecteer RCD: Type AC (sinusvormig), Type AC selectief, Type A (halve golf), Type A selectief, Type B (gladde gelijkstroom) of Type B Selectief. • TERUGROEPENuit geheugen. |
| 10 | • testpolariteit van ALS (0, 180 grades). • Testspanning van isolatie (100, 250, 500 of 1000 V). • Geheugen WISSEN. |
| 11 Continuiiteit | |
| 12 Isolatieweerstand. | |
| 13 Lusweerstand - tripmodus groote stroomsterkte. | |
| 14 Lusweerstand - geen tripmodus | |
| 15 RCD triptijd. | |
| 16 RCD tripniveau. | |
| 17 Voltage. | |
| 18 Faserotatie | |
| 19 Aardweerstand. | |
| 20 Draaischakelaar. | |

De betekenis van het scherm
| 24 | Indicatorsymbol van aansluiting. Een indicatorsymbol met een punt (O) in het midden geeft aan dat de aansluiting gebruikt worden voor de geseleterde functie. De aansluitingen zijn: • L (Fase) • PE (Aarde) • N (Nul) | |||
| 25 | Geeft de geseleterde instelling van de draaischakelaar waar. De meetwaarde in het primaire scherm komt eveneens met de instilling van de schakelaar overeen. Instellenen voor de draaischakelaar�! | |||
| RISO | Isolatie RCD triptijd | ΔT | ||
| RLO | Continuiteit RCD tripstroom | IΔ | ||
| Z1→ | Lus geen trip Aarde | RE | ||
| Z1← | Lus trip groet stroomsterkte | Q | Phase Rotation (Faserotatie) | |
| 26 | Geeft de Vooringsestelde limiet voor de spanningsafwijking waar. De standardinstalling is 50 V. Voor sommige locaties要去 dit worden ingesteld op 25 V zoals opgegeven door deplaatselijkke elektriciteitsregels. Druk op F4 tijdens het inschakelen van de tester om de spanningsafwijking te wisselenussen 25 V en 50 V. De ingestelde waardeverschijnt op het scherm en wordt opgeslagen bij het uitschakelen van de tester. | |||
| 27 | Primair scherm en meeteenheden. | |||
| 28 | Geheugenlocaties. Zie pagina 37 voor uitgebreide infomratie over het gebruik van geheugenlocaties. | |||
| 29 | Pictogram batterij bijna leeg. Zie "Batterijen testen en verrangen" op pagina 41 voor meer informatie over batterijen en energiebeheer. | |||
| 30 | Verschijnt als u op de knop Oproepen drukt en u kijktnaar opgeslagen gevevens. | |||
| 31 | Verschijnt als u op de knop Geheugen drukt. | |||
| 32 | Verschijnt als u op de knop Testen drukt. Verdwijnt na afloop van de test. | |||
| 33 | Verschijnt als het instrument oververhit raakt. De functies lustest en RCD worden geblokkeerd als het instrument oververhit raakt. | |||
| 34 | Verschijnt als een fout optreedt. Testen wordt uitgeschakeld. Zie "Foutcodes" op pagina 16 voor een lijst en uitleg van maybele foultcodes. | |||
| 35 | Verschijnt als het instrument geveens uploaddt met Amprobe pc-software. | |||
| 36 | Naam van de secundaire meetfunctie. UN: testspanning voor isolatietest. UF: spanningsafwijking. Meet neutraal maar aarde. PSC - Prospective Short Circuit (Mogelijkke kortsluiting). Berekend uit gemeten spanning en overstand | |||
| 37 | Secundair scherm en meeteenheden. Sommige tests goneermeer dan eenresultaat terug of goneen een berekende waarde terug die op het testresultaat isgebaseerd. Dit treedt op bij: • Spanningen • RCD schakeltijd • Isolatietests • RCD tripstroom • Lus-/lijnweerstand | |||
| 38 | Druk op F3 om de testdraad te compenseren voor de continuuieteitsfunctie. | |||
| 39 | Verschijnt als er een compensatiewaarde voor de test bestaat. | |||
| 40 | Mogelijk gevaar. Verschijnt bij het meten of sourcen van hoge spanningen. | |||
Ingangen
Gebruik de draaischakelaar om het type test te kiezen dat u wilt UITvoeren.

| Nummer | Omschrijving |
| 42 | L (Lijn) |
| 43 PE | Beschemend aarde) |
| 44 N | Neutraal) |
De IR-poort gebruiken
De Model Telaris ProInstall-100 en Telaris ProInstall-200 beschikken over een IR (Infrarood) poort, die aufbeeding 23. Hiermee kunt u de tester op een computer aansluiten en tetstgegevens uploaden met Amprobe PC software. Dit automatiseert het proces voor het oplossen van problemen of registeren, verkleint de kans op handmatige fouten en stelt u in staat om testgegevens te verzamelen,ordenen en wee ter geven op een manier die aan uw wensen voldoet. Zie "Testresultaten uploaden" op pagina 40 voor extra informatie over het gebruik van de IR-poort.
Foutcodes
De t esteert verschllende fouten die worden aangegeven met het pictogram "Err", en een boutnummer op het primaire scherm. Zie de volgende tabel. Deze boutcondities schakelen het testen uit en stoppen indien nodig een lopende test.

Afbeelding 6. Foutweergave
| Foutvoorwaarde Code | de Oplossing | |
| Zelftest mislukt 1 Bréng de tester | haar een Amprobe Service Center. | |
| Te hoge temperatuur | 2 | Wacht verwijl de tester afkoelt. |
| Onjuiste spanning 4 | Controller de installation en met name de spanning:tussen N en PE. | |
| Uitzonderlijke sondereweerstand | 6 | Steek de staken dieper in de grond. Stamp de gronddirect rond de staken aan. Giet water rond de stakenmaar nicht op de aardegrond die getest worden. |
Inschakelopties
Druk om een inschakeloptie te selecteren tegelijkkertijd op en de functietoets en LAST voervogens de knop Ios. Inschakelopties blijven beholden na het uitschakelen van de tester. Zie de volgende tabel.
| UK - Modus geselecteerd Modus automatisch snoer omwisselen geselecteerd Afbeelding 7. Modi voor snoeren omwisselen | |
| Knuppen Inschakelopties | |
| F3 | Wisselmodus Lijn en neutraal. Er zijn twee gebruiksmodi beschikbaar. Ukte de tester instellen om te werken in de modus L-n of L-n n-L,zie afbeelding 7. • In de modus L-n mogen de fasegeleiders L en N NOOIT worden omgewisseld. Dit is een vereiste in bepaalde regio's waaronder het VK. Het pictogram verschijnt op het scherm om aan te given dat de systemegeleiders L en Nijken omgewisseld en dat testen geblokkeerd is. Onderzoek en herstel deoorzaak van deze systemfout voordat u doorgaat. De modus L-n verandert ook de RCD x1/2 triptijdsduur tot 2 seconden zoals is vereist in het VK. • In de modus L-n n-L staat de eenheid toe dat de fasegeleiders L en N worden omgewisseld en gaat het testen door. NB: op locaties waar gemolariseerde stekkers en stopcontacten gebruikt worde, kan het pictogram voor een omgewissele draad ( ) er op wijzen dat het stopcontact onjuist bedraad is. Corrigeer dit probleem voordat u met testen doorgaat. |
| F4 | Limiet spanningsafwijking. Wisselt de spanningsafwijking:tussen 25 V en 50 V. De standaardwaarde is 50 V. |
| MEMORY | Geef het seriENUMmer van deTester weeR. Het primaire scherm toont de eerste vier cijfers en het secundaire scherm toont de volgende vier cijfers. |
| Wisselen continuiteitszoemer. Schakelt de continuiteitszoemer in en uit. De standaard is aan. | |
METEN
Spanningen en frequenties meten

Afbeelding 8. Spanningsweergave/Instellenen schakelaar en aansluitingen
Spanning en frequentie meten:
-
Plaats de draaischakelaar in de stand V.
-
Gebruik voor deze test alle aansluitingen (rood, blauw en groen). U(Intestsnoeren of een netwerksnoor gebruiken bij het meten van de wisselstroomspanning.
-
Het primaire (bovenste) scherm geeft de wisselstroomspanning weeR. De tester leest de wisselstroomspanning tot 500 V. Druk op F1 om de spanningsaflezing te wisselen tussen L-PE, L-N en N-PE.
- Het secundaire (onderste) scherm toont de frequentie van het Lichtnet.
Waarschuwing
Het is nicht möglich de verbindingen van N- en PE-circuits betrouwbaar in de socket te controlleren via spanningsmeting. Om dit te garanderen raden wij u aan dit te controleren tijdens het uitvoeren van de meting van de lus- en lijnimpedantie.
De reden hiervoor is dat de spanningen L-N, L-PE en N-PE tegelijkkertijd worden gemeten door de tester en dat ze worden beinvloed door open draden, samen met waarstanden (belastingen) en capaciteiten van het installationenetwerk in combinatie met interne waarstanden van de tester zich.
Dit probleem doet zich vooral voor wanner N ontbreekt/open is en kan leiden tot een verkeerde aflezing.
Isolatiewerstand meten

Afbeelding 9. Weergave isolatieweerstand/Instellenen schakelaar en aansluitingen
Waarschuwing
Om elektrische schokken te vermijden, moeten metingen uitsluitend worden verricht op stroomloze circuits.
De isolatieweerstand meten:
- Zet de draaischakelaar in de stand R_ISO
- Gebruik de aansluitingen L en PE (rood en groen) voor deze test.
-
Druk op F4 om de testspanning te selecteren. De meeste isoltatietests worden verricht op 500V maar houd u aan deplaatselijke testeisen.
-
Houd (TEST) ingedrukt tot de aflezing stabel is.
NB: testen worden geblokkeerd als op de lijn een spanning worden waargenomen.
- Het primaire (bovenste) scherm geeft de isolatieweerstand weir.
- Het secundaire (onderste) scherm toont de feitelijke testspanning.
NB: Bij een normale isolatie met een hoge waarstand要去 de feitelijke testspanning (UN).altijd gelijk of hoger zich dan de geprogrammeerde spanning. Als de isolatieweerstand slecht is, wordt de testspanning automatisch verlaagd om de teststroom te beperken tot een veilig bereik.
Continuiteit meten


Afbeelding 10. Weergave continuiteit nul/Instellen gen schakelaar en aansluitingen
Een continuiteitstest worden uitgevoerd om de integriteit van aansluitingen te controleren door een onderstandsmeting met een hoge resolutie uit te voeren. Dat is met name van belang bij het controleren van PE-aansluitingen.
NB: in landen waar elektrische circuits ringvormig worden aangelegd, worden aanbevolen om op het elektrische paneel een eind-naar-eind controle van de ring uit te voeren.
△Waarschuwing
- Metingen要去en alleen worden uitgevoerd op stroomloze circuits.
- Metingen können nadelig worden beinvloed door weiterden of parallelle circuits of piekstromen.
Continuiteit meten:
- Plaats de draaischakelaar in de stand RLO.
- Gebruik de aansluitingen L en PE (rood en groen) voor deze test.
- Voordat u een continuiteitstest UITvoert, moet u de testsnoeren kortsluiten. Houd F3 ingedrukt tot de comp-melding verschijnt. De tester meet de waterdan van de sonde, slaat de lezing in het geheugen op en trekt deze van de lezingen af. De waarde van de waterdan worden opgeslagen ook als het apparaat isuitgeschakeld, zodat u de handeling Niet telkens opnieuw hoeft te herhalen.
Opmerking: controller of de batterijen goed zich opgeladen voordat u de testsnoeren compenseert.
- Houd Trsgedrukt tot de aflezing stabel is. Als de continuiteitszoemer is ingeschkalet, geeft de tester voortdurend een signaal voor lagere gemeten waarden dan 2 en is er geen signaal voor een stabiele lezing voor waarden groter dan 2 . Als een circuit onder stroom staat, worden de test geblokkeerd en worden de wisselstroomspanning weergegeven op het secundaire (onderste) scherm.
Meetlus / Lijnimpedantie

Afbeelding 11. Lus/lijnweerstand/Instellenen schakelaar en aansluitingen
Lusweerstand (lijn waar beschemend aarde L-PE)
De lusweerstand is de bronweerstand gemeten:tussen Lijn (L) en beschemend aarde (PE). U kunt ook de mogelijk aardstoringsstroom (PCS) bepalen, de stroom die möglichk kan stromen als de fasegeleider is kortgesloten met de aardgeleider. De tester berekent de PSC door de gemeten lichtnetspanning te delen door de lusweerstand. De functie lusweerstand past een teststroom toe die maar aarde stroomt. Als in het circuit RCD's aanwezig zijn, kunnen ze trippen. Om trippen te voorkomen, moet u altijd de functie ZI Geen Trip gebruiken op de draaischakelaar. De test Geen trip past een speciale test toe die voorkomt dat RCD's in het systemeem trippen. Als u er zeker van bent dat op het circuit geen RCD's aanwezig়n, kunt u de functie ZI groote stroomsterkte gebruiken voor een snellere test.
NB: Als de aansluitingen L en N worden verwisseld, wisselt de tester ze intern automatisch om en gaat door met testen. Als de tester is ingesteld op gebruik in het VK stopt het testen. Deze conditie worden aangegeven door het symbol ( ).
Tip: wij raden u aan om, naast de meting van elke lusimpendantie, ook de lijnimpedantie te meten om een correcte bedrading te garanderen.
Hiermee worden de correcte aansluiting van de draad onder spanning (L) en de neutrale draad (N) gecontroleerd op kortsluiting en worden beschermd gegen overbelasting.
Om de lusweerstand modus geen trip te meten:
Waarschuwing
Om het trippen van RCD's in het_circuit te vermijden:
- Gebruik altijd de stand Zydertusmetingen.
- Voorbelaste condities können de RCDCTX trippen.
- Een RCD met een nominale stroomafwijking van 10mA tript.
NB: om een lusweerstandstest uit te voeren in een circuit met een 10mA RCD adviseren we een triptijd RCD-test. Gebruik een nominale teststroom van 10mA en de factor × 1 / 2 voor deze test.
Als de spanningsafwijking lager is dan 25V of 50V , afhankelijk van de lokale eisen, is de Ius in orde. Om de Iusweerstand te berekenen, deelt u de spanningsafwijking door 10mA (Lusweerstand = spanningsafwijking x 100).
- Zet de draaischakelaar in de stand Z1 NO TRIP.
- Sluit alle drie de snoeren aan op de aansluitingen L, PE en N (rood, groen en blauw) van de tester. Gebruik alleen het gekalibreerde testsnoer dat is meegeleverd. De waarstand van de gekalibreerde testsnoeren worden automatisch van het resultaat afgetrokken.
- Druk op F1 om L-PE te selecteren. Het scherm geeft Z_ en de indicator -weer.
- Sluit de drie snoeren aan op L, PE, en N van het geteste systeme of steek het netsnoer in het te testen stopcontact.

Afbeelding 12. Weergeven na nulstelling
- Druk op Test laat los. Wacht tot de test is voltooid. Het primaire (bovenste) scherm geeft de lusweerstand weer. Het secundaire (onderste) scherm toont de möglichke kortsluitstroom (PSC) in ampères of kilo-ampères.
Het duurt eenaar seconden voor de test is voltooid. Als de stroomtoevoer wordt losgemaaktijdens het uitvoeren van de test, stopt de test automatisch.
NB:ijdens het voorbelasten van het circuitijdens de test+kunnen fouten optreden.
Om de lusweerstand modus trip große stroomsterkte te meten:
alsijdens het testen geen RCD's aanwezig zijn op het systeme,(Int u de lusweerstandstest groete stroomsterkte Lijn Aarde (L-PE) gebruiken.
1.Zet de draaischakelaar in de stand ZTRIP
2. Sluit alle drie de snoeren aan op de aansluiitingen L, PE en N (rood, groen en blauw) van de tester. Gebruik alleen het gekalibreerde testsnoer dat is meegeleverd. De waarstand van de gekalibreerde testsnoeren worden automatisch van het resultaat afgetrokken.
3. Druk op F1 om L-PE te selecteren. De verschijnt om aan te geben dat de tripmodus große stroomsterkte geselecteerd is.
4. Herhaal de stappen 4 tot en met 8 van de vorige test.
Waarschuwing
Het symbol op de LCD geeft de lusmodus große stroomsterkte aan - alle RCD's in het system zullen trippen - controllerDat geen RCD's aanwezig+zijn.
Lusimpedantie (hoge stroom uitschakelmodus) in IT-systemen
De impedantie die worden gemeten door een fase-naar-aarde-test is afhankelijk van de toestand van het IT-systeme. Dit zou een zeer hoge impedantie moeten zijn op een gezond systeme. Lage impedantiewaarden können worden veroorzaakt door een kortgesloten disneuter, ladingen die met het systeme�n werden verboden of een bestaande eerste foutoestand. Dit is geen gewone test onder dat de status van het systeme moetbekend+zijn voordat u de betekenis van de gameten waardekt kunst bepalen.
Gebruik het testnetsnoer, maar sluit de N-draad Niet aan op het instrument. Alleen de PE-en L-ingangen worden dus gebruikt. Zie afbeelding 18a.
Opmerking: Een RCD za tijdens deze test uitschakelen als de impedantie laag is.
Lijnweerstand
Lijnweerstand is de bronweerstgand gemeten:tussen de lijngeleiders of de lijn en neutraal. Deze functie maakt de volgende tests maybe:
Lusweerstand Lijn waar Neutraal.
Tip: wij raden u aan om, naast de meting van elke lusimpendantie, ook de lijnimpedantie te meten om een correcte bedrading te garanderen.
Hiermee worden de correcte aansluiting van de draad onder spanning (L) en de neutrale draad (N) gecontroleerd op kortsluiting en worden beschermd gegen overbelasting.
-
Weerstand Lijnaar Lijn in 3-fase systemen.
-
Tweedraads L-PE-lusmeting wanner Neutral nicht beschikbaar is. Dit is een manier om een 2-draads lusmeting van krachtstroom uit te voeren. Sluit waarom Line aan op de L-ingang en PE op de N-ingang. Dit is Niet bruikbaar voor circuits die met RCD's zijn beveiligd,ondat deze hierdoor trippen.
-
Prospective Short Circuit (PSC - Mogelijkke kortsluiting). PSC is de stroom die möglichk kan stromen als de fasegeleider worden kortgesloten met de neutrale geleider of een andere fasegeleider. De tester berekent de PSC-stroom door de gemeten Lichtnetspanning te delen door de lusweerstand.

Afbeelding 14. Weergave lijnweerstand
De lijnweerstand meten:
-
Zet de draaischakelaar in de stand ZIy. De LCD geeft aan dat de lusmodus groeter stroomsterkte geselecteerd is door het symbool te tonen.
-
Sluit het rode snoer aan op L (rood) en het blauwe snoer op N (blauw). Gebruik alleen het gekalibreerde testsnoer dat is meegeleverd. De waarstand van de gekalibreerde testsnoeren worden automatisch van het resultaat afgetrokken.
-
Druk op F1 om L-N te selecteren.
Waarschuwing
Zorg er in deze stap voor dat u Niet L-PE selecteert waar een lustest met groeste stroomsterkte worden uitgevoerd. Alle RCD's in het system zullen trippen als u doorgaat.
NB: Sluit de snoeren in een enkelfasetste aan op system stroomvoerend en neutraal. Om de waarstand lijn-naar-lijn te meten in eenriefasesystem sluit u de snoeren aan op 2 fasen.
-
Druk op TEST en LAST los. Wacht tot de test is voltooid.
-
Het primaire (boyenste) scherm geeft de lienweerstand weer.
-
Het secundaire (onderste) scherm toont de Prospective Short Circuit Current (PSC).
Gebuik de in afbeelding 15 weergegeven aansluiting bij het meten in een driefase 500 V-systeem.

Afbeelding 15. Meten in een driefasesystem
RCD-triptijd meten

Afbeelding 16. Weergave RCD triptijd/Instelleningen schakelaar en aansluitingen
In deze test worden een gekalibreerde stroomafwijking in het circuit gevoerd waardoor de RCD tript. De meter meet de tijd die nodig is om de RCD teCTXen en geeft deze wee. U kunt deze test uitvoeren met testsnoeren of met het lichtnetsnoer. De test wordt uitgevoerd met een circuit dat onder stroom staat.
U kunt de tester ook gebruiken om de RCD triptijdtest uit te voeren in de automatische modus, waardoor het eenvoudiger worden om een persoon de test te latelyuitvoeren.
NB: Bij het meten van de triptijd voor elk type RCD voert de tester eerst een proeftestuit om te bepalen of de eigenlijke test een spanningsafwijking za veroorzaken die de limiet overschrijdt (25 V of 50 V).
Om een onnauwkeurige triptijd voor S-type (tijdvertraging) RCD's te vermijden, worden een vertraging van 30 seconden geactiveerdussen de proeftest en de eigennenke test. Dit type RCD heeft een vertraging nodig omdat het RC-circuits bevat die stabel moeten worden voordat de volledige test worden uitgevoerd.
Waarschuwing
- Lekstromen in het circuit anschter het apparaat voor bescherming gegen reststromen können de metingen beinvloeden.
- De weergegeven spanningsafwijking heeft betrekking op de nominale reststroom van de RCD.
- Mogelijk velden van andere aardinstallaties konnen de meting beinvloeden.
- Apparatuur (motoren, condensatoren) die stroomafwaarts van de RCD zijn aangesloten, können de triptijd aanzienlijk verlügen.
NB: Als de aansluitingen L en N worden verwisseld, wisselt deTester ze intern automatisch om en gaat door met testen. als de tester is ingesteld voor gebruik in het VK, stopt het testen en moet u bepalen waarom L en N zijn verwisseld.
Deze conditie worden aangegeven door het symbol (
Voor RCD's type A en type B is de optie 1000mA Niet beschikbaar.
De RCD triptijd meten:
- Zet de draaischakelaar in de stand T .
- Druk op F1 om de nominale RCD-stroom te selecteren (10, 30, 100, 300, 500 of 1000mA ).
- Druk op F2 om een vermeningvuldiger voor de teststroom te selecteren (x 1/2, x 1, x 5, of Auto). Normaal zult u x 1 gebruiken voor deze test.
- Druk op F3 om de golfvorm voor de RCD teststroom te selecteren:

Wisselstroom om type AC (standaard AC RCD) en type A (puls-DC gevoelige RCD) te selecteren

- Halfgolfstroom om type A (puls-DC gevoelige RCD) te testen
Vertraagde reactie om S-type AC (tijdvertraagde AC RCD) te testen
Svertaagde reactie om S-type A (tijdvertraagde puls-DC gevoelige RCD) te testen
- Gladde gelijkstroom om type B RCD te testen
Vertraagde reactie om S-type B (tijdvertraagde gladde gelijkstroom RCD) te testen
- Druk op F4 om de fase van de teststroom te selecteren, 0^ of 180^ . RCD's moeten worden getest met beiden fase-instelingen,ondat hun reactietijd aanzienlijk kan verzillen afhankelijk van de fase
NB: Voor RCD type B ( ) of S-type B ( )要去 testen met beiden faseinstellungen, alle drie de testsnoeren zijn nodig.
-
Druk op TEST en LAST los. Wacht tot de test is voltooid.
-
Het primaire (bovenste) scherm geeft de triptijd weer.
- Het secundaire (onderste) scherm geeft de spanningsafwijking wee der gekoppeld is aan de nominale reststroom.
De RCD-triptijd meten met de modus Auto:
- Steek de tester in het stopcontact.
- Zet de draaischakelaar in de stand T .
- Druk op F1 om de nominale RCD-stroom te selecteren (10, 30 of 100mA ).
- Druk op F2 om de modus Auto te selecteren.
- Druk op F3 om de golfvorm voor de RCD teststroom te selecteren.
- Druk op TEST en LAST los. De tester levert 12 x de nominale RCD-stroom gedurende 310 of 510 ms (2 seconden in het VK). Als de RCD tript, stopt de test. Als de RCD Niet tript, keert de tester de fase om en wordt de test herhaald. De test stopt als de RCD tript.
Als de RCD Niet tript, herstelt de tester de aanvankelijkke instelling vor de fase en levert 1x de nominale RCD-stroom. De RCD要去 trippen en de testresultaten verschijnen op het primaire scherm.
- Reset de RCD.
- De tester keert de fase om en herhaalt de 1x test. De RCD要去 trippen en de testresultaten verschijnen op het primaire scherm.
- Reset de RCD.
- De tester herstelt de oorspronkelijke instelling voor de fase en levert 5x de nominale RCD-stroom gedurende maximaal 50 ms. De RCD要去 trippen en de testresultaten verzchijnen op het primaire scherm.
- Reset de RCD.
- De tester keert de fase om en herhaalt de 5x test. De RCD要去 trippen en de testresultaten verschijnen op het primaire scherm.
-
Reset de RCD.
-
U kunt de pijltjestoetsen gebruiken om de testresultaten te beoordelen. Het eerste weergegeven resultaat is de LAST uitgevoerde meting, de 5x stroomtest. Druk op het pijltje omlaag om terug te gaan maar de eerste test met 1 / 2x de nominale stroom.
-
De testresultaten staan in hetijdelijk geheugen. Als u de testresultaten wilt opslaan, drukt u op MEMORY en gaat u door zoals is beschreiben in "Metingen opslaan en
"ophalen" op pagina 37 van deze handleiding.
NB: U moet elk resultaat apart opslaan nadat u het met de pijltjestoetsen hebt geselecteerd.
RCD-tripstroom meten

Afbeelding 17. RCD tripstroom/Instellenen schakelaar en aansluitingen
Deze test meet de RCD tripstroom door een teststroom toe te passen en deze langzaam te verhogen tot de RCD tript. Voor deze testskest u de testsnoeren of het lichtnetsnoor gebruiken. Om een RCD type B te testen, is een driedraads aansluiting nodig.
Waarschuwing
- Lekstromen in het circuit anschter het apparaat voor bescherming gegen reststromen können de metingen beinvloeden.
- De weergegeven spanningsafwijking heeft betrekking op de nominale reststroom van de RCD.
- Mogelijkke velden van andere aardinstallaties konnen de meting beinvloeden.
NB: Als de aansluitingen L en N worden verwisseld, wisselt deTester ze intern automatisch om en gaat door met testen. als de tester is ingesteld voor gebruik in het VK, stopt het testen en moet u bepalen waarom L en N zijn verwisseld.
Deze conditie worden aangegeven door het symbol ( ).
Voor RCD's type A en type B is de optie 1000mA nicht beschikbaar.
De RCD tripstroom meten:
- Zet de draaischakelaar in de stand IAN.
- Druk op F1 om de nominale RCD-stroom te selecteren (10, 30, 100, 300 of 500mA ).
- Druk op F2 om de golfvorm voor de RCD teststroom te selecteren:

Wisselstroom om type AC (standaard AC RCD) en type A (puls-DC gevoelige RCD) te selecteren

- Halfgolfstroom om type A (puls-DC gevoelige RCD) te testen

Svertraagde reactie om S-type AC (tijdvertraagde AC RCD) te testen

Svertraagde reactie om S-type A (tijdvertraagde puls-DC gevoelige RCD) te testen

- Gladde gelijkstroom om type B RCD te testen

Svertaagde reactie om S-type B (tijdvertraagde gladde gelijkstroom RCD) te testen
- Druk op F4 om de fase van de teststroom te selecteren, 0^ of 180^ . RCD's要去en worden getest met beiden fase-instellen omdat hun reactietijd aanzienlijk kan verschillen afhankelijk van de fase
NB: Voor RCD type B ( ) of S-type B ( ) testen met beiden
faseinstellungen, alle drie de testsnoeren zichn nodig.
-
Druk op TEST en LAST los. Wacht tot de test is voltooid.
-
Het primaire (bovenste) scherm geeft de triptijd weer.
RCD testen in IT-systemen
Voor RCD-tests op locaties met IT-systemen is een speciale testprocedure nodig omdat de aansluiting beschermende aarde lokaal geaard is en nicht rechtstreeks is verbonden met het stroomsysteme.
De test worden met sondes uitgevoerd op het elektrische paneel. Gebruik de in afbeelding 18 getoonde aansluiting bij het uitvoeren van RCD-tests op elektrische IT-systemen.

Afbeelding 18. Aansluiting voor RCD-tests op elektrische IT-systemen
De teststroom stroomt door de bovenkant van de RCD, in de L-aansluiting, en keert terug door de PE-aansluiting.
Alternativeve procedure
Een RCD za tijdens deze test uitschakelen als de impedantie laag is. Gebruik het testnetsnoer, maar sluit de N-draad Niet aan op het instrument. Alleen de PE- en L-ingangen worden dus gebruikt. Zie afbeelding 18a.

Afbeelding 18a.
Aardweerstand meten

Afbeelding 19. Weergave aardweerstand/Instellenen schakelaar en aansluitingen
De aardweerstandstest is een driedraads test bestaande uit twee teststaken en de te testen aardelectrode. Voor deze test is een staakset als toebehoren nodig. Sluit aan als getoond in afbeelding 20.
- De Beste nauwkeurigheid worden verkreten met de middelste staak op 62% van de afstand tot de verste staak. De staken要去en in een rechte vrijstaan en de draden要去en gezendearen bij om onderlinge koppeling te vermijden.
- De te testen aardelectrode moet worden ontkoppeld van het elektrische systeme tijdens het uitvoeren van de test. Testen van de aardweerstand mag nicht worden uitgevoerd op een actief system.

Afbeelding 20. Aansluiting voor aardweerstandstest
De aardweerstand meten:
- Zet de draaischakelaar in de stand R_E
-
Druk op TEST en LAST los. Wacht tot de test is voltooid.
-
Het primaire (bovenste) scherm geeft de aardweerstand weir.
-
Spanning gedetecteerd:tussen de teststaven wordt weergegeven op het secundairescherm. De test worden geblokkeerd als de waarde hoger dan 10V is.
-
Als de meting teveel ruis bevat, worden Err 5 weergegeven. (De nauwkeurigheid van de gemeten waarde worden door de ruis aangetast). Druk op het pijltje omlaag (om de gemeten waarde te tonen. Druk op het pijltje omhoog (om terug te keren maar de weergave Err 5.
- Als de waarstand van de sonde te hoog is, worden Err 6 weergegeven. U(Intert de sondeweerstand verminderen door de teststaken verder in de aarde te steken of door de aarde rond de teststaken te bevochtigen.
Fasesequentie meten


Afbeelding 21. Weergave fase sequentie/Instellingen schakelaar en aansluitingen
Gebruik de in afbeelding 22 getoonde aansluiting om de fasessequentie te testen.

Afbeelding 22. Aansluiting test fasessequential
Een test van de fasessequentie UITvoeren:
1.Zet de draaischakelaar in de stand
-
Het primaire (bovenste) scherm toont:
-
123 voor een correcte fasessequentie.
- 321 voor een omgekeerde fasessequentie.
- Streepjes (-) inplaats van cijfers als onvoldoende spanning is waargenomen.
Geheugenmodus
U kunt metingen op de tester opslaan:
- Telaris ProInstall-100 - maximaal 399
- Telaris ProInstall-200 - maximaal 1399
De informatatie die voor elke meting worden opgeslagen, bestaat uit de testfunctie en alle door de gebruiker selecteerbare testconditions.
Aan de gegevens voor elke meting worden een recordnummer, een nummer voor de recordsubset en een data ID toegevoegd. Velden voor de geheugenlocatie worden gezruikt als hieronder beschreven.
| Veld Omschrjving |
| a Gebruik het veld record (a) om een locatie aan te gehen zoals een kamer of het nummer voor een elektrisch paneel. |
| b Gebruik het veld record-subset (b) voor het circuitnummer. |
| c Het veld met het data-id (c) is het nummer van de meting. Het nummer van de meting worden automatisch opgehoogd. Het nummer van de meting kan ook worden ingesteld op een eerder gebruikte waarde om een bestaande meting te overschrijven. |
Naar de modus Geheugen gaan:
- Druk op de MEMORY om maar de modus Geheugen te gaan.
Het scherm verandert in een geheugenweergave. In de modus Geheugen verschijnt het pictogram Membey scherm.
Het primaire numerieke scherm toont het recordnummer (a, 1-9999). Het secundaire numerieke scherm toont het record-subsetnummer (b, 1-9999). Het data ID (c, 1-9999) verschijnt nadat u meerere malen op F1 hebt gedrukt. Een van de geheugenlocaties, a, b of c, knippert om aan te Geven dat u het nummer met de pijltjestoeten kunt
veranderen
- Druk op F1 om het nummer van de record-subset te konnen wijzigen. Het nummer van het record-subset knippert nu. Druk nogmaals op F1 om het nummer van de record-subset te wijzigen. Het recordnummer knippert nu. Druk nogmaals op F1 om het gegevens ID te wijzigen.
- Druk op het pijltje omlaag ( l ) om het ingestelde nummer te verlagen of op het pijltje omhoog ( l om het ingestelde nummer te verhogen. Voor het opslaan van de gegevens mag het nummer elke waarde hebben, het overschrijven van bestaande gegevens is toegestaan. Voor het oproepen van gegevens kunt u alleen gebruikte waarden instellen. NB: Als u eenmaal op de pijl omhoog of omlaag drukt ( l verhoegt of verlaagt het nummer met 1. Houd de pijl omhoog of omlaag ingedrukt om het verhogen of verlagen te versnellen.
Een meting opslaan
Zo slaat u een meting op:
- Druk op MEMORY om maar de modus Geheugen te gaan.
-
Druk op F1 en gebruik de pijltjestoetsen (om de gegevensidentiteit in te stellen
-
Druk op F2 om de gegevens op te slaan.
-
Als het geheugen vol is, verschijnt FULL (VOL) op het primaire scherm. Druk op F1 om een andere gevevensidentiteit te kiezen, druk op modus Geheugen af te sluiten.
- Als het geheugen Niet vol is, worden de gevevens opgeslagen. De tester sluit automatisch de modus Geheugen af en het scherm keert terug maar de LASTE testmodus.
- Als de gevegensidentiteit erder is gezrukt, verschijnt op het scherm STO? Druk nogmaals op F2 om de gevevens op te slaan, druk op F1 om een andere gevegensidentiteit te kiezen, druk op MEnReY modus Geheugen af te sluiten.
Een meting oproepen
Zo roept u een meting op:
- Druk op MEMORY om maar de modus Geheugen te gaan.
- Druk op F3 om maar de modus Oproepen te gaan.
- Druk op F1 en gebruik de pijltjestoetsen (om de gevevensidentiteit in te stellen Als geen gevevens zijn opgeslagen, bevatten alle velden streepjes.
- Druk op F3 om de gegevens op te halen. Het scherm van de tester keert'erug maar de testmodus die gebruikt is voor de opgehaalde testgegevens, maar het pictogram (MEMORY) is nog algijd zichtaar om aan te Geven dat de tester nog steeds de modus Geheugen gebruikt.
- Druk op F3 om te wisselen:tussen het gegevens ID-schem en het scherm met de opgeroepen gegevens om het gegevens-ID van de opgeroepen gegevens te controlen of om nog meer gegevens te selecteren om op te roepen.
- Druk op MEMORY om op elk gewenst moment de modus Geheugen af te sluiten.
Het geheugen wissen
Het gehele geheugen wissen
- Druk op MEMORY om maar de modus Geheugen te gaan.
- Druk op F4. Op het primaire scherm verschijnt Clr?
- Druk nogmaals op F4 om alle geheugenlocaties te wissen. De tester keert terug maar de meetmodus.
Testresultaten uploaden

Afbeelding 23. De IR-adapter bevestigen
Zo uploadt u testresultaten:
- Sluit de série IR-kabel aan op de série poort van de pc.
- Bevestig de IR-adapter en het apparaat op de tester zoals weergegeven in afbeelding 23.
- Start het Amprobe PC softwareprogramma.
- Druk op ① om de tester in te schakelen.
- Zie de documentatie van de software voor volledige aanwijzingen over hoe u gegevens vanaf de tester要去 uploaden.
DE TESTER ONDERHOUDEN
Kalibratie
Om de nauwkeurigheid van de metingen te garanderen, is het aanbevolen het instrument regelmatig teCTX kalibreren door once onderhoudsdienst. Wij bevelen een kalibratie-interval van een jaar aan.
Reiniging
Veeg de behuizing regelmatig af met een vochtige doek en een zacht wasmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen of oplosmiddelen.
Vuil of vocht in de aansluitingen kan de lezingen beinvloeden.
De aansluitingen reinigen:
- Schakel de meter uit en verwijder alle testsnoeren.
- Schuit het eventuele aanwezigveuil uit de aansluitingen.
- Dompel een neue wattenstaafje in de alcohol. Ga met het wattenstaafje door elke aansluiting. 23
De batterijen testen en verrangen
De tester contrôleert voortdurend de batterijspanning. Als de spanning lager wordt dan 6,0 V (1,0 V per cel) verschijnt het pictogram batterij bijna leeg or het scherm om aan te Geven dat de batterij bijna leeg is. Het pictogram blijft op het scherm verschijnen tot u de batterijen verrangt.
△Waarschuwing
Om onjuiste lezingen te vermijden, die möglichk elektrische schokken of persoonlijk letsel kurenveroorzaken, moet u de batterijen verrangen zodra het pictogram batterij bijna leeg (vverschijnt.
Let op de juiste polariteit van de batterij. Een omgekeerde batterij kan gaanlekken.
Vervang de batterijen door ces AA-batterijen. Met de tester worden alkaline-batterijen meegeleverd maar u kurz ook 1,2 V NiCd of NiMH-batterijen gebruiken. U kurz de lading van de batterijen ook controleren zodate u zeijdig kurz verwangen.
△Waarschuwing
Om elektrische schokken of persoonlijk letsel te voorkomen,要去 u de testsnoeren en eventuele invoersignalen verwijderen voordat u de batterij verrangt. Om schade of letsel te voorkomen,要去 u ALLEEN opgegevenzekeringen installereren met het nominale amperage, spanning en snugheid die in de Algemene specificaties in deze handleiding zich opgenomen.
De batterijen verrangen (zie afbeelding 24):
- Druk op ① om de tester uit te schakelen.
- Verwijder de testsnoeren uit de aansluitingen.
- Verwijder de batterijklep met een standard schroevendraier om de schroeven van de batterijklep (3) een kwart slag waar links te draaien.
- Druk op de vergrendeling en schuif de batterijhouseruit de tester.
- Plaats de batterijen en de batterijklep terug.
NB: Alle opgeslagen gegevens raken verloren als de batterijen nicht binnen ongeveer een minuut zijn verrangen
- Zet de klep vast door de schroeven een kwart slag waar rechts te draaien.

Afbeelding 24. De batterijen verrangen
De zekering testen
- Zet de draaischakelaar in de stand RLO
- Sluit de snoeren kort en druk op (TEST)
- Als de zekering slecht is, verschijnt FUSE (ZEKERING) of Err1 op het scherm om aan te gehen dat de tester beschadigd is en hersteld moet worden. Neem contact op met Amprobe Service voor reparatie (zie Contact opnemen met Amprobe).
GEDETAILLEERDE SPECIFICATIES
Functies
| Meetfunctie Telaris ProInstall-100 | Telaris ProInstall-200 | |
| Spanning en frequently √ √ | ||
| Controle polariteit bedrading √ √ | ||
| Isolatieweerstand √ √ | ||
| Lus- en lijnweerstand √ √ | ||
| Test op möglichke kortsluiting (PSC/IK) | √ | √ |
| RCD schakeltijd √ √ | ||
| RCD tripniveau √ √ | ||
| Automatische RCD testreeks Geen | √ | |
| Test pulsstroomgevoelige RCD's (Type A) | √ | √ |
| Test glacde gelijkstroomgevoelige RCD's (Type B) | Geen √ | |
| Aardweerstand Geen √ | ||
| Fasesequentie-indicator √ √ | ||
| Andere functies | ||
| Verlicht scherm √ √ | ||
| Geheugen | √ √ | |
| Geheugen, interface | ||
| Computerinterface | √ √ | |
| Software | √ √ | |
| Meegeleverde accessoires | ||
| Zachte tas | √ √ | |
| Sonde afstandsbediening | √ √ | |
Algemene specificities
| Specifications | Kenmerk |
| Grootte | 11 cm(L) x 26 cm(B) x 13 cm(H) |
| Gewicht (met batterijen) | 1,5 kg |
| Batterijmaat, aantal | Type AA, 6 ea. |
| Batterijtype | Alkaline meegeleverd. Geschikt voor 1,2 V NiCd of NiMH-batterijen (niet meegeleverd) |
| Levensduur batterij (standaard) | 200uur in rust |
| Zekering T3,15 A, 500 V, 1,5 kA 6,3 x 32 mm |
| Bedrijftstemperatuur 0 °C tot 40 °C |
| Relatieve vochtigheid 80% 10 tot 30°C; 70% 30 tot 40°C |
| Werkhoogte 0 tot 2000 meter |
| Afdichting IP 40 |
| EMC Voldoet aan EN61326-1: 2006 |
| Veiligheid Voldoet aan EN61010-1 Ed 3.Voldoet aan EN/IEC 61010-031:2002+A1:2008.Overspanning categorie: 500 V/CAT III300 V/CAT IVMeetCATEGORY III is voor metingen uitgevoerd in gebouweninstallaties. Voorbeelden zichindistributiepanelen, stroomonderbrekers, bedrading enbekabeling.Uitrusting categorie IV is ontworpen om te beschermen谈起zieken van het primaire toeleverniveau, zoals een elektrische meter of stroomtoevoer over luchtleidingen ofndergronds.Prestaties EN61557-1, EN61557-2, EN61557-3, EN61557-4, EN61557-5, EN61557-6, EN61557-7 Second edition.EN61557-10 First edition. |
| Mate van verriling 2 |
| Maximale spanning:tussen elkeaansluiting en aarde |
Elektrische meetspecificities
De nauwkeurigheidsspecificatie is gedefiniert als ± (% lezing ^+ cijfertelingen) bij 23^ ± 5^,≤ 80% RH. Tussen -10 ^ C en 18 ^ C en tussen 28^ en 40^ kan de nauwkeurigheid teruglopen met O,1 x (nauwkeurigheidsspecificatie) per ^ C. U kunt de volgende tabellen gebruiken om de maximale en minimale weergegeven waarden te bepalen, rekening houdend met de maximale werkonzekerheid van het instrument volgens EN61557-1, 5.2.4.
Spanningsmeting
| Bereik Reso | utie Nauwkeurigheid50 Hz - 60 Hz | Ingangsimpedantie | Overbelastingsbeveiliging | |
| 500 V 0,1 V | 2% + 3 cijfers | 3,3 MΩ 660 V rms | ||
Continuiteitstesten (R_LO)
| Bereik (Autom. bereik) | Resolutie | Spanning open circuit | Nauwkeurigheid |
| 20 Ω | 0,01 Ω | >4 V | ±(3 % + 3 cijfers) |
| 200 Ω | 0,1 Ω | >4 V | ±(3 % + 3 cijfers) |
| 2000 Ω | 1 Ω | >4 V | ±(3 % + 3 cijfers) |
| NB: Het,aantal,mogelijkcontinuiiteitstests met een neue set batterijen is 2500. | |||
| Bereik \( {\mathrm{R}}_{\mathrm{{LO}}} \) | Teststroom |
| 7,5 Ω 210 mA | |
| 35 Ω 100 mA | |
| 240 Ω 20 mA | |
| 2000 Ω 2 mA |
| Nulstelling testsonde Druk | op F3 om de testsonde te compenseren.Kan tot 2 Ω aftrekken van snoerweerstand.Foutmelding voor >2 Ω. |
| Detectie circuit onder stroom | Blokkeert test als spanning op aansluiting >10 V wisselstroom gedetecteerd voor start van test. |
Meting isolatieweerstand (_ISO)
| Testspanningen 100-250-500 | -1000 V |
| Nauwkeurigheid van testspanning (bij nominale teststroom) | +10 %, -0 % |
| Test Voltage (Spanning) | Isolatie Weerstamdbereik | Resolutie Tests | troom Nauwkeurig | gheid |
| 100 V | 100 kΩ tot 20 MΩ | 0,01 MΩ | 1 mA @ 100 kΩ5 cijfers) | ±(5 % + 5 cijfers) |
| 20 MΩ tot 100 MΩ 0,1 MΩ ±(5 % + | ||||
| 250 V | 10 kΩ tot 20 MΩ | 0,01 MΩ | 1 mA @ 250 kΩ5 cijfers) | ±(5 % + 5 cijfers) |
| 20 MΩ tot 200 MΩ 0,1 MΩ ±(5 % + | ||||
| 500 V | 10 kΩ tot 20 MΩ | 0,01 MΩ | 1 mA @ 500 kΩ5 cijfers) | ±(5 % + 5 cijfers) |
| 20 MΩ tot 200 MΩ 0,1 MΩ ±(5 % + | ||||
| 200 MΩ tot 500 MΩ 1 MΩ | ±10 % | |||
| 1000 V | 100 kΩ tot 200 MΩ | 0,1 MΩ | 1 mA @ 1 MΩ | ±(5 % + 5 cijfers) |
| 200 MΩ tot 1000 MΩ 1 MΩ | ±10 % | |||
| NB: Het,aantal,mogelijk isolatietestst met een十几年set batterijen is 1750. | ||||
| Automatisch ontladen | Constante ontlaadtijd <0,5 seconde voor C = 1 μF of minder. |
| Detectie circuit onder stroom | Blokkeert test als spanning op aansluiting >30 V gedetecteerd voor |
| Maximale capacitatieve belasting | Bruikbaar tot belasting van 5 μF. |
Lus-/Lijnimpedantie: Geen modi voor uitschakelstroom en krachtstroom
| Spanningsbereik netlichtnetsingang | 100 - 500 V wisselstroom, 50/60 Hz |
| Ingangsaansluiting(sneltoetsk euze) | Lusweerstand:fase maar aarde |
| Lijnweerstand:fase maar neutraal | |
| Beperking op opvolgende testen | Automatisch afsluiten als interne componenten te warm worden. Er is ook een thermische afsluiting voor RCD-testen. |
| Maximale teststroom bij 400 V 12 A sinusoidaal gedurende 10 ms | |
| Maximale teststroom bij 230 V 7 A sinusoidaal gedurende 10 ms | |
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid [1] | ||
| 20 Ω 0,01 Ω | Modus Geen trip: ±(4 % + 6 cijfers) | |
| Modus grote stroomsterkte: ±(3 % + 4 cijfers) | ||
| 200 Ω 0,1 Ω | ±(5 %) | |
| 2000 Ω 1 Ω | ±6 % | [2] |
| NB: [1] Geldig vooroor waerstand van neutraal circuit <20 Ω en tot een systemfasehoek van 30 °. [2] Geldig voorlichtnetsspanning >200 V. | ||
Test op möglichke kortsluiting (PSC / k)
| Berekening Mogelijk kortslu | tstroom (PSC/IK) bepaald door de gemetenlichtnetsspanning te delen door de gemeten Ius (L-PE)weerstand of Iijn (L-N) watertand, respectievelijk. | |
| Bereik 0 tot 10 kA | ||
| Resolutie en eenheden Resolu | tie Taal | |
| \( I_K < 1000 \text{ A } 1 \text{ A} \) | ||
| \( I_K >1000 \text{ A } 0,1 \text{ A} \) | ||
| Nauwkeurigheid | Bepaald door de nauwkeurigheid van de metingen van de Iusweerstand en delichtnetspanning. | |
RCD-tests
RCD-types gestest
| RCD Type[6] | Teleris ProInstall-100 | Teleris ProInstall-200 | |
| AC[1] | G[2] | ✓ | ✓ |
| AC | S[3] | ✓ | ✓ |
| A[4] | G | ✓ | ✓ |
| AS | ✓ | ✓ | |
| B[5] | G | ✓ | |
| AS | ✓ | ||
| NB: [1] AC – Reageert op ac [2] G – Algemeen, geen vertraging [3] S – Tijdvertraging [4] A – Reageert op pulssignaal [5] B – Reageert op vlakke gelijkstroom [6] RCD test geblokkeerd bij V >265 ac RCD tests alleen toegestaan als de geselecteerde stroom, vermenigvuldigd met de aardweerstand, < 50 V is. | |||
Testsignalen
| RCD Type Beschrijving tests | gnaal |
| AC (sinusoidal) | De golfvorm is een sinus golf die begint op een nulkruising, polariteit bepaald door faseselectie (0° fase begint met laag maar hoog nulkruising, 180° fase start met hoop maar laag nulkruising). De grotte van de teststroom is IΔn x vermenigvuldiger voor alle tests. |
| A (halve golf) | De golfvorm is een halve golf gelijkgerichte sinus golf die begint op nul, polariteit bepaald door faseselectie (0° fase begint met laag maar hoop nulkruising, 180° fase start met hoop maar laag nulkruising). De grotte van de teststroom is 2,0 × IΔn (rms) x vermenigvuldiger voor alle tests voor IΔn = 0,01 A. De grotte van de teststroom is 1,4 × IΔn (rms) x vermenigvuldiger voor alle tests voor alle andere IΔn-waarden. |
| B (DC) Dit is een gladly geleijktstroom volgens EN61557-6 Annex A | |
RCD-types gestest
| Testfunctie | RCD stroomselectie | |||||
| 10 mA 30 | mA 100 mA | [1] | 300 mA[1] | 500 mA[1] | 1.000 mA[2] | |
| X 1/2, 1 √ √ √ √ | √ √ | |||||
| X5 √ √ √ | ||||||
| Helling √ √ √ √ | √ √ | |||||
| Automatisch √ √ | √ | |||||
| NB:lichtnetsspanning 100 V - 265 V ac, 50/60 Hz[1] Type B RCDs vereisen een spanningsbereik voor het Lichtnet van 195 V - 265 V.[2] Alleen Type AC RCD's. | ||||||
| Stroomvermenigvuldiger | *RCD Type | Meetbereik | Nauwkeurigheid triptijd | |
| Europa VK | ||||
| X 1/2 G 310 ms 2000 ms | ± (2% lezing + 2ms) | |||
| X 1/2 S 510 ms | ± (2% lezing + 2ms) | |||
| X1 | G 310 ms | 310 ms | ± (2% lezing + 2ms) | |
| X1 | S | 510 ms | 510 ms | ± (2% lezing + 2ms) |
| X5 | G | 50 ms | 50 ms | ± (2% lezing + 2ms) |
| X5 | S | 160 ms | 160 ms | ± (2% lezing + 2ms) |
| NB:*G – Algemeen, geen vertraging*S – Tijdvertraging | ||||
Maximale triptijd
| RCD I | ΔN | Limieten triptijd |
| AC G, A, B X1 Minder dan | 300 ms | |
| AC G-S, A-S, B-S X1 Tussen | 130 ms en 500 ms | |
| AC G, A, B X5 Minder dan | 40 ms | |
| AC G-S, A-S, B-S X5 Tussen | 50 ms en 150 ms |
RCD/Fl-tripstrommeting / hellingtest (I_ N)
| Stroombereik Stapgroöte | Meetbereik | Meting Nauwkeurigheid | |
| Type G Type S | |||
| 30 % tot 110 % van nominale RCD stroom[1] | 300 ms/stap 500 ms/stap ±5 % | ||
| Opmerking [1] 30 % tot 150 % voor Type A IΔN >10 mA 30 % tot 210 % voor Type A IΔN =10 mA 20 % tot 210 % voor Type B Opgegeven tripstroombereiken (EN 61008-1): 50 % tot 100 % voor Type AC 35 % tot 140 % voor Type A (>10 mA) 35 % tot 200 % voor Type A (≤10 mA) 50 % tot 200 % voor Type B [2] 5% voor Type B | |||
Test aardweerstand
Alleen Telaris Proinstall-200. Dit product is bedoeld voor het meten van intallaties in fabrieken, industrielle installations en woningen.
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 200 Ω 0,1 Ω ±(3 % + 5 cijfers) | |
| 2000 Ω 1 Ω ±(5 % + 10 cijfers) |
| Bereik: \( {\mathrm{R}}_{\mathrm{E}} + {\mathrm{R}}_{\mathrm{{PROBE}}}{}^{\left\lbrack 1\right\rbrack } \) | Teststroom |
| 2200 Ω | 3,5 mA |
| 16000 Ω | 500 µA |
| 52000 Ω | 150 µA |
| Opmerking [1] Zonder externe spanningen | |
| Frequentie | Uitgangsspanning |
| 128 Hz | 25 V |
| Detectie circuit onder stroom | Blokkeit test als spanning op aansluiting >10 V wisselstroom gedetecteerd voor begin test. |
Fasesequentie-indicator
| Pictogram | Pictogram indicator fasesequentie is actief. |
| Weergave van fasesequentie Geeft "1-2-3" wee in digitaal schermveld voor juiste sequentie. Geeft "3-2-1" wee voor onjuiste fase.Streepjes inplaats van een getal geben aan dat een geldige vaststelling Niet möglichk was. | |
| Spanningsbereik netvoedingsingang (fase-topfase) | 100 tot 500 V |
Test lichtnetbedrading
Pictogrammen (gegen aan of L-PE of L-N aansluitingen verwisseld着眼. Bediening instrument is geblokkeerd en een foutcode verschijnt als de invoerspanning Nietussen 100 V en 500 V ligt. De UK Ius- en RCD-tests着眼 geblokkeerd als de L-PE of de L-N aansluitingen verwisseld着眼.
Werkbereik en onzekerheden volgens EN 61557
| FUNCTION | WEERGAVE BEREIK | EN 61557 MEETBEREIK BEDIENINGSFOUT | NOMINALE WAARDEN |
| RLO | 0,00 Ω - 2000 Ω | 0,3 Ω - 2000 Ω ± (10% + 3 cijfers) | 4,0 VDC < Uq < 12 VDC RLO ≤ 2,00 Ω IN ≥ 200 mA |
| RISO | 0,00 MΩ - 1000 MΩ | 1 MΩ - 200 MΩ ± (12% + 3 cijfers) 200 MΩ - 1000 MΩ ± (15% + 5 cijfers) | UN = 100 / 250 / 500 / 1000 VDC IN = 1,0 mA |
| ZI | Z1(GEEN TRIP) 0,00 Ω - 2000 Ω | 0,5 Ω - 2000 Ω ± (15% + 8 cijfers) | UN = 230 / 400 VAC f = 50 / 60 Hz IPSC = 0 A - 10,0 kA |
| Z1(GROTE STROOM-STERKTE) 0,00 Ω - 2000 Ω | 0,3 Ω - 200 Ω ± (10% + 5 cijfers) | ||
| ΔT, I ΔN | ΔT 0,0 ms - 2000 ms | 25 ms - 2000 ms ± (10% + 2 cijfers) | ΔT@ 10 / 30 / 100 / 300 / 500 / 1000 mA |
| IΔN 3 mA - 550 mA | 3 mA - 550 mA ± (10% + 2 cijfers) | IΔN = 10 / 30 / 100 / 300 / 500 mA | |
| Voltage | 0,0 VAC - 500 VAC | 50 VAC - 500 VAC ± (3% + 3 cijfers) | UN = 230 / 400 VAC f = 50 / 60 Hz |
| Fase | 1 : 2 : 3 | ||
| RE | 0,0 Ω - 2000 Ω | 10 Ω - 2000 Ω ± (10% + 3 cijfers) | f = 123 Hz |