S_SG502DC - Niet gecategoriseerd Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S_SG502DC Vonroc in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S_SG502DC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S_SG502DC van het merk Vonroc.
GEBRUIKSAANWIJZING S_SG502DC Vonroc
Lees de bijgesloten veiligheids waarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheids- waarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuw ingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de gebruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding. Gevaar voor lichamelijk letsel, overlijden of schade aan de machine wanneer de instructies in deze handleiding niet worden opgevolgd. Gevaar voor elektrische schok. Draag oogbescherming Draag bij gebruik van deze machine een stofmasker. Bij het werken met hout, metaal en andere materialen kunnen stoffen vrijkomen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Werk niet met asbesthou- dend materiaal! Draag veiligheidshandschoenen. Niet gebruiken in regen. Niet gebruiken bij open vuur. Rook niet. Houd omstanders uit de buurt van het werkgebied. Max temperatuur 45
Accu niet verbranden. Accu niet in het water gooien. Klasse II apparaat - Dubbel geisoleerd - Een geaarde stekker is niet noodzakelijk. Miniatuurzekering met vertragingstijd. Aparte inzameling van Li-ion-accu’s. Werp het product niet weg in ongeschikte containers. Het product is in overeenstemming met de van toepassing zijnde veiligheidsnormen in de Europese richtlijnen.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).
a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werkomgevingen leiden tot ongelukken
Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een omgeving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereedschappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcontact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstekkers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaardeNL
oppervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnendringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet te voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast gebruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereedschap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inschakelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden.
Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen.
Wanneer er voorzieningen zijn voor de aansluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat u gereedschap vaak gebruikt, u wel weet hoe het allemaal werkt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid gebeurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elektrisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereedschappen, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veiligheidsmaatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart.
Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeoefende gebruikers.26
e) Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap. f) Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, accessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereedschap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
5) Gebruik en onderhoud accugereedschap
a) Laad alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaalde accu geschikt is, kan brand veroorzaken wanneer deze met een andere accu wordt gebruikt.
Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal hiervoor bedoelde accu’s. Gebruik van andere accu’s kan kans op letsel en brand geven.
Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen twee polen kunnen maken. Kortsluiting tussen de accupolen kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Wanneer de accu niet juist wordt gebruikt, kan er vloeistof uit lopen; raak dit niet aan. Wanneer dit per ongeluk wel gebeurt, spoel dan met water. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet u een arts raadplegen. De vloeistof uit de accu kan irritaties of brandwonden veroorzaken.
Gebruiken niet een accu of gereedschap dat beschadigd is of gemodificeerd. Beschadigde of gemodificeerde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat brand, explosie of een risico van letsel met zich meebrengt. f) Stel een accu over het gereedschap niet bloot aan open vuur of een uitzonderlijk hoge temperatuur. Blootstelling aan vuur of een temperatuur hoger dan 130 °C, kan een explosie veroorzaken. NB De temperatuur van “130 °C” kan worden vervangen door de temperatuur van “265 °F”. g) Houd u aan alle instructies voor het laden en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt aangeduid. Op een onjuiste wijze laden of laden bij temperaturen buiten het aangeduide bereik kan de accu beschadigen en het risico van brand doen toenemen.
a) Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangingsonderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft. b) Voer nooit servicewerkzaamheden uit aan beschadigde accu’s. Alleen de fabrikant of geautoriseerde service-providers mogen ser- vicewerkzaamheden aan accu’s uitvoeren. AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- SPUIT NOOIT NAAR PERSONEN - richt de sproei- er nooit naar een persoon of een dier. Zorg ervoor, dat het sproeimiddel nooit direct contact maakt met de huid.
- VLAMPUNT - de verfspuit mag niet worden gebruikt voor het versproeien van ontvlambare verfsoorten en oplosmiddelen met een vlam- punt van minder dan 32 ºC.
- VENTILATIE - zorg te allen tijde voor voldoende ventilatie tijdens het spuiten in het bedrijfsbe- reik.
- SPROEIER - Houd de sproeier tijdens gebruik altijd op zijn plaats.
- CONTROLEER DE BEDRIJFSOMGEVING - nooit verfspuiten gebruiken als er sprake is van ge- vaar voor brand of explosie.
- WEES U BEWUST VAN EVENTUEEL GEVAAR - wees u bewust van eventueel gevaar als gevolgNL
van het materiaal, dat wordt gespoten en raad- pleeg de aanwijzingen op de verpakking ervan of de door de fabrikant beschikbaar gestelde informatie.
- NIET SPUITEN - niet spuiten in bereiken, waar- van de gevaren niet bekend zijn.
- MAAK GEBRUIK VAN OOGBESCHERMING - zorg te allen tijde voor goede oogbescherming om gevaarlijke dampen of gassen buiten het bereik van de ogen te houden.
- DRAAG EEN MASKER - werk nooit met een verfspuit zonder een gezichtsmasker te dragen.
- BESCHERM UW OREN - draag oorbeschermers als de geluidsdruk 85 dB(A) overschrijdt.
- ZORG VOOR HET ONDERHOUD VAN HET GE- REEDSCHAP - houd de verfspuit, het verfvat en de sproeiers goed schoon. Maak niet schoon met ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt van minder dan 32 ºC. Controleer de span- ningstoevoer regelmatig en laat deze in geval van schade door een gekwalificeerde vakman repareren.
- OPEN VLAMMEN - spuit nooit in de buurt van open vuur of vlammen of een eventuele waak- vlam.
- ROKEN - rook niet tijdens het spuiten.
- VERDUNNEN - lees de informatie of aanbevelin- gen van de fabrikant omtrent verdunning aan- dachtig alvorens de verf of andere materialen te gebruiken.
- LOSKOPPELING VAN DE SPANNINGSTOEVOER - Koppel altijd de accu los wanneer u de verfcon- tainer vult of het spuitpistool reinigt.
- SCHAKEL UIT ALS ER NIET WORDT GESPOTEN - zorg ervoor, dat de unit buiten bedrijf is, als de knop voor de doorstroming volledig gesloten is. Houd rekening met uw omgeving wanneer u buiten spuit, wind kan onbedoeld bespuiten van uw omgeving veroorzaken. Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor schade, die wordt veroorzaakt door ongeschikte stoffen of verfmateriaal, dat niet op de juiste wijze is verdund en eventuele gevaren voor de gezondheid, die kunnen ontstaan door gebrek aan voldoende ventilatie. Schakel de verfspuit onmiddellijk uit bij:
- Een defecte schakelaar.
- Rook of de geur van schroeiende isolatie.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE ACCU
a) Open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kort- sluiting. b) Bescherm de accu tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. c) Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de lucht wegen irriteren. d) Gebruik de accu alleen in combinatie met uw Vonroc product. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke over belasting beschermd.
Door scherpe voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Het kan tot een interne kortsluiting leiden en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE LADER
Bedoeld gebruik Laad uitsluitend herlaadbare accupacks van het type CD801AA en CD803AA. Andere typen accu’s kunnen exploderen, wat lichamelijk letsel en schade kan veroorzaken. a) Het apparaat dient niet te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale functies of per- sonen zonder enige ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd. b) Laat kinderen onder toezicht niet met het appa- raat spelen. c) Laad niet-herlaadbare accu’s niet opnieuw op! d) Plaats de accu’s tijdens het opladen in een goed geventileerde ruimte! Elektrische veiligheid Controleer altijd of de spanning van de stroomtoevoer overeenkomt met de spanning op het typeplaatje.
Gebruik de machine niet indien het netsnoer of de netstekker zijn beschadigd.
Gebruik uitsluitend verlengkabels die geschikt zijn voor het vermogen van de machine met een minimale dikte van 1.5 mm
. Indien u een verlengkabelhaspel gebruikt, rol dan altijd de kabel volledig uit.28
Bedoeld gebruik Het spuitpistool is bedoeld voor verf- en lakwerk in een huishoudelijke omgeving. Het spuitpistool is geschikt voor water-, olie en oplosmiddelgedragen verf/lak/beits. Aanbevolen wordt milieuvriendelijke lakken en oplosmiddelen te gebruiken. Gebruik het spuitpistool uitsluitend voor het doel waarvoor het bedoeld is. Gebruik de machine niet voor andere dingen buiten het in deze handleiding beschreven toepassingsgebied. De machine is niet geschikt voor professioneel of industrieel gebruik. Neem de veilig- heidswaarschuwingen in acht en gebruik de volgende producten niet: zuur coating-product, granulaat-pro- ducten, corroderende producten, bijtende producten. De machine is ook niet bedoeld voor het spuiten van beschermingsmiddelen voor planten, voor de behan- deling van planten of de tuin, en niet voor het spruiten van verf, inkt of andere materialen op mens of dier. TECHNISCHE SPECIFICATIES Deze gebruikshandleiding is opgesteld voor verschillende sets / artikelnummers. Controleer het bijbehorende artikelnummer in de onderstaande specificaties voor de juiste samenstelling en inhoud van uw set. Model Nr. Batterijen meegeleverd Acculader meegeleverd SG502DC
S_SG502DC CD801AA CD802AA S2_SG502DC 2 x CD801AA CD802AA S3_SG502DC CD803AA CD802AA Technische informatie Spanning 20V Maximale waterstroomsnel-heid 500 ml/minMax verfstroom 100-200ml/minViscositeit Max 70 DIN/sInhoud materiaalbeker 800 mlDiameter sproeikop 1mm, 1,8mm & 2,5mmGewicht 0,84 kgLpa (Geluidsdruk) 81,1 dB(A) K=3dB(A)Lwa (Geluidsniveau) 92,1 dB(A) K=3dB(A)Vibratiewaarde 2,578m/s2 K=1,5 m/s2 Model Nr. CD801AA Accu type Lithium-IonVoltage 20V Vermogen 2,0 AhAanbevolen laadapparaat CD802AAGewicht 0,3 kg Model Nr. CD802AA Acculader ingang 220-240V, 50Hz 0,4AAcculader uitgangsvermogen 21V 2,5AOplaadtijd 2Ah accu 60 minutenOplaadtijd 4Ah accu 120 minutenAanbevolen accu’s CD801AA, CD803AAGewicht 0,36 kg Model Nr. CD803AA Accu type Lithium-IonVoltage 20V Vermogen 4,0 AhAanbevolen laadapparaat CD802AAGewicht 0,65 kg Gebruik uitsluitend de volgende accu’s van het VONROC VPOWER 20V accu-platform. Gebruik van andere accu’s kan leiden tot ernstig letsel of tot beschadiging van het gereedschap. CD801AA 20V, 2Ah Lithium-Ion CD803AA 20V, 4Ah Lithium-Ion De volgende lader kan worden gebruikt voor het opladen van deze accu’s. CD802AA Snellader De accu’s van het VONROC VPOWER 20V accu- platform kunnen worden gewisseld tussen alle gereedschappen van het VONROC VPOWER 20V accu-platform. Trillingsniveau Het trillingsemissieniveau, dat in deze gebruiks- aanwijzing wordt vermeld, is gemeten in over-NL
een stem ming met een gestan daar diseerde test volgens EN 62841; deze mag worden gebruikt om twee machines met elkaar te vergelijken en als voorlopige beoordeling van de blootstelling aan trilling bij gebruik van de machine voor de vermelde toepassingen.
- Het gebruik van de machine voor andere toe- passingen, of met andere of slecht onderhou- den accessoires, kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen.
- Wanneer de machine is uitgeschakeld of wan- neer deze loopt maar geen werk verricht, kan dit het blootstellingsniveau aanzienlijk reduceren. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trilling door de machine en de accessoires te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkwijze te organiseren. BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de diagram- men op pagina 2 - 4.
2. Knop voor afstelling spuitstroom
4. Accu (niet inbegrepen)
(2,5 mm aangebracht op de machine)
(2,5 mm aangebracht op de machine)
Neem altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de accu uit het gereedschap. De accu moet zijn opgeladen voordat deze voor het eerst wordt gebruikt. De accu in de machine plaatsen (Afb. C-1) Zorg ervoor dat het oppervlak van de accu schoon en droog is voordat u deze op de acculader of de machine aansluit.
1. Plaats de accu (4) in de onderkant van de ma-
chine, zoals is weergegeven in Fig. C-1.
2. Duw de accu verder naar voren tot deze vast-
klikt. De accu van de machine verwijderen (Afb. C-1)
1. Duw op de ontgrendelingsknop van de accu (5).
2. Trek de accu (4) uit de machine zoals afgebeeld
in Fig. C-1. De laadstatus van de accu controleren (Afb. C-2)
- Druk kort op de knop (28) op de accu om de laadstatus van de accu te controleren.
- Op de accu bevinden zich 3 lampjes die het laadniveau aangeven. Hoe meer lampjes bran- den, des te meer is de accu opgeladen.
- Wanneer de lampjes niet branden, wil dit zeg- gen dat de accu leeg is en onmiddellijk moet worden opgeladen. De accu laden met de acculader (Afb. C-2)
1. Haal de accu (4) uit de machine.
2. Draai de accu (4) ondersteboven en schuif deze
op de acculader (30), zoals is weergegeven in Afb. C-2.
3. Duw op de accu tot deze volledig in de sleuf zit.
4. Steek de stekker van de acculader in een
stopcontact en wacht even. De Led-lampjes op de acculader (31) gaan branden en tonen de status van de lader.30
De acculader heeft 2 led-controlelampjes (29) dat de status van het laadproces aangeeft: Status rode LEDStatus groene LED Status van acculaderUit Uit Geen stroomUit AanStandby mode:- Geen accu geplaatst, of- Opladen van de accu is beëindigd, de accu is volledig opgeladenAan UitBezig met opladen van accu
- Het kan tot 60 minuten duren voordat de 2Ah accu volledig is opgeladen.
- Het kan tot 120 minuten duren voordat de 4Ah accu volledig is opgeladen. Verwijder, als de accu volledig is opgeladen, de stekker van de acculader uit het stopcontact en haal de accu uit de acculader. Wanneer deze machine gedurende een langere tijd niet wordt gebruikt, is het raadzaam de accu te bewaren in opgeladen toestand. De motor-unit op de spuit-unit aansluiten (Afb. D)
- Houd met één hand de motor-unit (8) rechtop en plaats met de andere hand de spuit-unit (7) onder een hoek van 90˚ op de motor-unit (8). Zoals afbeelding D laat zien.
- Houd de sleuf van de spuit-unit (7) tegenover de nok binnen in de motor-unit (8). Draai de spuit-unit (7) 90 graden omlaag tot u een klik hoort. De motor-unit loskoppelen van de spuit-unit (Afb. E)
- Houd de motor-unit (8) vast, druk de ontkoppe- lingsgrendel (6) in de richting van de spuit-unit (7) en neem de unit (7) los door 90 graden te draaien. De container op de spuit-unit bevestigen en van de unit loskoppelen.
- Bevestigen: Houd de container (11) tegenover de containerdop (10) en draai vast.
- Loskoppelen: Draai de container (11) los van de containerdop (10). De spuitmond en de spuitmondnaald vervangen De spuitmond wordt op het spuitpistool gemon
teerd bij het uit de verpakking halen. Ga voor het vervangen van de spuitmond als volgt stapsgewijs te werk.
- Draai de spuitmondmoer (17) van de unit.
- Neem de spuitmondkop (15) en de spuitmond (14) van de machine.
- Draai de spuitmondnaald (13) los met de naald- sleutel (18), zoals wordt getoond in afbeelding
- Pak de nieuwe spuitmondnaald (24, 26) en plaats deze in de sproei-unit, draai vast met de spuitmondsleutel (18).
- Pak de nieuwe spuitmond (25, 27) en bevestig deze op de spuitmondkop (15).
- Plaats de spuitmondkop (15) En de spuitmond in de spuit-unit.
- Sluit deze door de spuitmondmoer vast te draai- en (17).
Het spuitpistool klaarmaken voor gebruik Stap 1: Viscositeit/de verf verdunnen Dit apparaat kan te sproeien materialen verwerken tot max. 70DIN/sec (viscositeit). Coating-substan- ties met een lage viscositeit, verven op basis van water en oplosmiddel, lakken, grondverven, 2-com- ponentverven, heldere vernissen, beitsafwerkers en houtveredelende middelen hoeven vaak niet te worden verdund. Wandverven, dikke vernissen en dikke beitsen met een hoge viscositeit moeten vaak worden verdund. Waarschuwing! Gebruik altijd wandverf die glad is en geen korrels of klonten bevat. Doet u dat wel dan zal de spuitmond verstopt raken. Tip! Bij een lage viscositeit dient een kleiner mond- stuk gebruikt te worden en bij een hoge viscositeit een groter mondstuk. VERFVOORBEREIDING Controleer/test de viscositeit van het te spuiten materiaal.NL
- Steek de roerstaaf (12) in de container (11) waarin het te spuiten materiaal zit, haal de staaf op en kijk hoe het materiaal druipt. Wanneer het eruit ziet als vloeibare chocolade, dan is dit materiaal gereed voor de test van stap 4 (Het spuitstraal-effect, spuitvolume en de spuit- stroom testen en afstellen). Wanneer het te spuiten materiaal erg dik is en als gel, verdunnen het dan 5 of 10%. Bij kleine partijen kan dit gemakkelijk worden gedaan met een speciale roerstaaf:
1. Steek de roerstaaf (12) in de container, Zoals
wordt getoond in afbeelding E1, en voeg het te spuiten materiaal toe tot één van de lijnen. Zoals afbeelding E2 laat zien.
2. Voor 10%: Voeg een geschikte verdunningsvloei-
stof toe tot de volgende lijn. Voor 5%: Voeg een geschikte verdunningsvloei- stof toe tot halverwege de volgende lijn.
3. Roer de verdunningsvloeistof door het te spuiten
materiaal tot de vloeistof geheel is gemengd. Controleer de viscositeit opnieuw, wanneer je het eruit ziet als vloeibare chocolade is dit materiaal gereed voor de test van stap 4 (Het spuitstraal-ef- fect, spuitvolume en de spuitstroom testen en af- stellen). Nog te dik? Herhaalde procedure door nog eens 5 tot 10% verdunningsvloeistof toe te voegen. Tip! De meeste wandverven zijn dik en zullen mis- schien tot wel 40% moeten worden verdund. Stap 2: Het te spuiten oppervlak in gereedheid brengen
- Dek het gebied rond het te spuiten oppervlak grondig en over een grote breedte af. Ieder op- pervlak dat die niet is afgedekt kan onbedoeld worden gespoten. Waarschuwing! Houd rekening met uw omgeving wanneer u buiten spuit, wind kan onbedoeld bespuiten van uw niet afgedek- te omgeving veroorzaken.
- Het te spuiten oppervlak moet schoon, droog en vrij van vet en stof zijn.
- Gepolijste oppervlakken moeten licht worden geschuurd en het schuurstof moet worden verwijderd. Stap 3: De verfcontainer vullen
- Neem de container (11) van de spuit-unit.
- Vul de container met het te spuiten materiaal tot maximaal 800ml.
- Stel de stijgbuis (23) af op de positie waarin u het spuitpistool gaat gebruiken. Spuithoek om- hoog, zoals wordt getoond in Afb. F. spuithoek omlaag, zoals wordt getoond in Afb. G.
- Controleer dat de pakking en de stijgbuis (23) goed zijn geplaatst in de containerdop (10). Draai de container (11) op de containerdop (10). Stap 4: Het spuitstraal-effect, spuitvolume en de spuitstroom testen en afstellen. (Afb. A + B) NB: U kunt het beste, voor u het werkoppervlak begint te spuiten, beginnen met een test door een klein oppervlak van afvalmateriaal te spuiten. Tip! Bij een lage viscositeit dient een kleiner mond- stuk gebruikt te worden en bij een hoge viscositeit een groter mondstuk.
1. Kies het straaleffect: Horizontaal
. Door de stelring (16) van de spuitmond naar links of naar rechts te draaien.
2. Stel het spuitvolume af met het stelwiel (9) voor
het spuitvolume, door het naar links te draaien, - voor minder volume, + naar rechts voor meer volume. NB: Gering volume wordt geadviseerd voor een kleine object of oppervlak. Groot volume wordt geadviseerd voor grotere oppervlakken. Tip: Wij adviseren u op de minimumstand te be- ginnen.
3. Stel de spuitstroom af met de stelknop (2)
voor de spuitstroom: draai de knop naar links voor een kleinere stroom, naar rechts voor een grotere stroom. NB: Hoe dunner de verf is, des te minder moet de stroom zijn, wanneer u dikkere verf gebruikt, is het belangrijk dat u een grotere stroom ge- bruikt. Tip: Door een aantal lichte lagen te spuiten en niet een dikke laag, voorkomt u dat de verf gaat druipen.32
4. Ligt het spuitpistool op het te spuiten oppervlak
en trek de trekker (1) in. Houd de voorzijde van het spuitpistool op onge- veer 20 - 30 cm van het te spuiten oppervlak. Maak brede bewegingen met uw arm en niet korte bewegingen met uw pols, zoals wordt getoond in de afbeelding H. De meest geschikte methode voor het spuiten van een oppervlak is een kruislings patroon, te beginnen met horizontale streken en eindigend met lichte verticale streken. Zie afbeelding J.
5. Laat de trekker (1) los wanneer u het spuiten
6. Controleer de kwaliteit van het spuitpatroon
Een goed spuitpatroon wordt gelijkmatig ver- deeld wanneer het het oppervlak raakt, als dat niet het geval is (hoogste spuitstroom): - Spuitpunt kan versleten zijn. - U moet misschien met een kleinere spuit- punt werken. - Misschien moet het materiaal worden ver- dund.
7. Stel het straaleffect (stap A), spuitvolume (stap
B) en de spuitstroom (stap C) af op de verf, het object, het te spuiten oppervlak en de gewenste dekking. Herhaal stap D tot H wanneer u niet tevreden ben met de testresultaten. Laat de verf/lak/beits altijd drogen volgens de aan- bevolen droogtijd van het spuitmateriaal voordat u nieuwe lagen aanbrengt. Door een aantal lichte lagen te spuiten en niet een dikke laag, voorkomt u dat de verf gaat druipen
Schakel, voordat u met de reiniging en het onderhoud begint, altijd de machine uit en haal het accupack uit de machine. Steeds na gebruik schoonmaken Het is van essentieel belang dat u het spuitpistool steeds na gebruik schoonmaakt. Wanneer u het spuitpistool niet schoonmaakt dan zal het gevolg daarvan bijna zeker zijn dat het pistool de volgende keer niet werkt. De garantie dekt niet storingen die het gevolg zijn van het niet goed schoonmaken van het pistool. U moet na gebruik steeds als volgt te werk gaan:
1. Gooi eventuele ongebruikte verf uit de verfcon-
tainer (11). Laat nooit verf droog worden in de unit (container, stijgbuis, naald, spuitmond), omdat het gevolg van opgedroogde verf zal zijn dat het spuitpistool niet goed werkt. Wanneer u deze belangrijke voorzorgsmaatregel niet in acht neemt, zal de garantie komen te vervallen.
2. Maakt de container grondig schoon met de
verdunningsvloeistof die u hebt gebruikt.
3. Giet wat verdunningsvloeistof in de container
en spuit tot alleen nog schone verdunner uit het spuitpistool komt. Houd rekening met uw omgeving wanneer u buiten spuit, wind kan onbedoeld bespuiten van uw niet afgedekte omgeving veroorzaken
4. Maak de pakking en de stijgbuis (23) schoon
met verdunningsvloeistof.
5. Maak de spuitmond schoon en verwijder alle
resterende vuil en verf. - Verwijderde spuitmondmoer (17), spuit- mondkop (15), spuitmond (14) en spuit- mondnaald (13), volgens de uitleg in het hoofdstuk over het vervangen van de spuit- mond. - Maak alle onderdelen van de spuitmond grondig schoon, laat ze niet liggen in een reinigingsmiddel of in water.
6. Als het cilindergat geblokkeerd raakt, prik het
dan door met een geschikte naald.
7. Houd de ventilatiesleuven van het apparaat
schoon zodat oververhitting van de motor wordt voorkomen.
8. De ventilatiesleuven moeten vrij zijn van stof en
vuil. Gebruik een zachte met zeepwater vochtig gemaakte doek als u het vuil niet kunt verwijde- ren. Gebruik nooit oplosmiddelen zoals benzeen, alcohol, ammoniak, enz. Deze oplosmiddelen kunnen de kunststof onderdelen aantasten.
9. Het luchtfilter (22) moet vrij zijn van stof en vuil.
U moet zo nu en dan het luchtfilter schoonma- ken. Verwijder het luchtfilter volgens de uitleg in hoofdstuk "Het luchtfilter reinigen en vervan- gen".
10. Maak de buitenzijde van de machines schoon
- Maak bij voorkeur steeds na gebruik kunst- stof onderdelen schoon met een schone, zachte doek. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen (oplosmiddelen of schuurmiddelen), of een schuur- spons of scherpe voorwerpen.NL
Zet het product niet in water of een andere vloeistof en dompel het product niet onder. Lees altijd de voorzorgsmaatregelen die worden uiteengezet door de fabrikant van de verf/lak.
- Gebruik geen vloeistoffen die schurende bestanddelen bevatten, zoals rode loodoxi- de, emaille, bijtende en alkaline stoffen Het gebruik van deze vloeistoffen kan leiden tot ern- stige slijtage of corrosie van het pompelement. Het luchtfilter reinigen/vervangen (Afb. B)
- Draai de schroef (20) aan de achterzijde van de machine los.
- Verwijder de luchtfilterkap (21) en neem het luchtfilter (22) uit.
- Maak het luchtfilter (22) schoon, denk eraan dat het altijd droog moet zijn voor u het terug- plaatst.
- Plaats het droge luchtfilter/vervangende lucht- filter terug in de motor-unit (8).
- Plaats de luchtfilterkap (21) weer en draai de schroeven (20) vast. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfouten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantieperiode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieksfouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:
- Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een niet-geautoriseerd service centrum.
- De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.
- Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt. Dit vormt de enige garantie opgesteld door het bedrijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan VONROC aansprakelijk worden gesteld voor incidentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of ver- vanging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.34
Notice-Facile