46.9 Li SP - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 46.9 Li SP AL-KO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 46.9 Li SP - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 46.9 Li SP van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING 46.9 Li SP AL-KO
94.2dB(A) / 96dB(A)442482_a 45 Vertaling van de originele gebruikershandleiding
VERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDING
Inhoudsopgave 1 Over deze gebruikershandleiding ............ 45
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 46
2.3 Overige risico's................................... 46
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
ningen ................................................ 46
2.5 Symbolen op het apparaat ................. 47
3.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaai-
3.1.4 Onderhoud en opslag .................. 50
3.4 Veiligheidsinstructies voor accu en
5.3 Accu plaatsen en verwijderen (08)..... 54
5.4 Voeding in- en uitschakelen (09)........ 54
6.3 Maaien met de grasopvangbak (12,
13) ...................................................... 56
6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen
(14)..................................................... 56
6.5 Mulchen met het mulchinzetstuk
[46.9 Li SP] (15,16)............................ 56 7 Werkinstructies.......................................... 57 8 Onderhoud en verzorging.......................... 57
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaam-
8.4 Bowdenkabel van de wielaandrijving
(optie) afstellen (17)............................ 58
8.5 Reparatiewerkzaamheden.................. 58
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over het appa- raat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.NL 46 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Productomschrijving
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing
Ga voorzichtig met Li-Ion accu´s om! Neem met name de aanwijzin- gen voor transport, opslag en afval- verwijdering in acht!
1.2 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële scha- de kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duide- lijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING
Dit apparaat voor particulier gebruik is bedoeld voor het maaien van gazons en mag uitsluitend bij droog gras worden gebruikt. Elke andere of verder strekkende toepassing wordt beschouwd als niet overeenkomstig het ge- bruiksdoel. Er mag alleen met het apparaat ge- werkt worden als het volledig gemonteerd is. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een ver- boden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE- markering) en de afwijzing van elke verantwoor- delijkheid vanwege de fabrikant wat betreft scha- de aan de gebruiker of derden.
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerci- ele toepassing in openbare parken en sportfacili- teiten, noch voor de toepassing in land- en bos- bouw.
Het apparaat niet gebruiken bij regen of op nat gazon.
Veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden gedemonteerd of overbrugd.
2.3 Overige risico's
Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat, res- teert altijd een zeker restrisico dat niet kan wor- den uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen.
Inademen van deeltjes van afgesneden ge- wasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
Snijwonden als gevolg van het reiken naar het draaiende maaimes.
beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Risico op letsel Defecte en buiten werking gestelde vei- ligheids- en beveiligingsvoorzieningen kunnen tot ernstig letsel leiden.
Laat defecte veiligheids- en beveili- gingsvoorzieningen repareren.
De beschermings- en beveiligings- voorzieningen nooit buiten werking stellen.442482_a 47 Productomschrijving Sleutelschakelaar met veiligheidssleutel Om onbedoeld inschakelen te voorkomen, is het apparaat voorzien van een veiligheidssleutel. Na het uitschakelen en voor aanvang van onder- houdswerkzaamheden moet altijd eerst de veilig- heidssleutel uit het apparaat worden getrokken. Veiligheidsbeugel Het apparaat is voorzien van een veiligheidsbeu- gel. Laat in geval van gevaar eenvoudig de veilig- heidsbeugel los. De motor en het maaimechanis- me vallen stil. Start-knop Om de motor door middel van de veiligheidsbeu- gel te kunnen inschakelen, moet eerst op de Start-knop worden gedrukt. Klep De klep beschermt bijv. tegen maaigoed-deeltjes en stenen die eruit kunnen worden geslingerd.
2.5 Symbolen op het apparaat
Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Risico op wegslingeren van voor- werpen! Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone! Handen en voeten uit de buurt van het maaimechanisme houden! Trek voor aanvang van werkzaam- heden aan het apparaat altijd eerst de veiligheidssleutel uit het appa- raat! Symbool Betekenis Snijmes blijft draaien, nadat het ap- paraat is uitgeschakeld. Maaimes pas aanraken als alle delen van het apparaat stilstaan! Apparaat niet gebruiken als het re- gent en niet opslaan in de buiten- lucht! Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische of benzinegrasmaaiers. Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische of benzinegrasmaaiers. Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische of benzinegrasmaaiers. Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische of benzinegrasmaaiers.
OPMERKING De accu en de oplader zijn alleen inbe- grepen bij bepaalde artikelnummers, zie hiervoor de technische gegevens voorin deze gebruikshandleiding. Voor het model 46.9 Li SP is een mulchinzetstuk verkrijgbaar als accessoire.
2.7 Productoverzicht (01)
Het productoverzicht (01) geeft een overzicht van het apparaat. Nr. Component 01/1 Start-knop 01/2 Veiligheidsbeugel 01/3 Duwboom 01/4 Schakelbeugel voor wielaandrijving* 01/5 Grasopvangbak 01/6 MaaimechanismeNL 48 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Veiligheidsinstructies Nr. Component 01/7 Accuvak 01/8 Maaihoogte-instelling 01/9 Afsluitklep 01/10 Niveau-indicator 01/11 Acculader** 01/12 Accu** 01/13 Veiligheidssleutel voor sleutelscha- kelaar in het accuvak 01/14 Mulchinzetstuk***
- Alleen bij 42.9 Li SP en 46.9 Li SP. ** Afhankelijk van het artikelnummer, zie techni- sche gegevens. *** Voor 46.9 Li SP verkrijgbaar als accessoire. 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel! Onbekendheid met de veiligheidsinstruc- ties en bedieningsinstructies kan bijzon- der ernstig letsel en zelfs de dood tot ge- volg hebben.
Volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze ge- bruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u het appa- raat gebruikt.
Bewaar alle bijgeleverde documen- ten voor toekomstig gebruik.
3.1 Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedienings- elementen en het juiste ge- bruik van het apparaat.
Laat kinderen of andere per- sonen die de gebruiksaanwij- zing niet kennen, de gras- maaier nooit gebruiken.
Kinderen dienen onder toe- zicht te staan zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen.
Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd.
De lokale voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de bediener vastleg- gen.
Dit apparaat mag worden ge- bruikt door personen met be- perkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toe- zicht staan of instructies heb- ben gekregen voor een veilig gebruik van het apparaat en inzicht hebben in de daaruit voortvloeiende gevaren.
Ga nooit maaien terwijl er die- ren of mensen, met name kin- deren, in de nabijheid zijn.
Vergeet niet dat de gebruiker verantwoordelijk is voor onge- lukken met andere personen of hun eigendommen.442482_a 49 Veiligheidsinstructies
Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alco- hol, drugs of geneesmiddelen.
Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u het apparaat bedient. Ge- bruik het apparaat niet met blote voeten of in lichte san- dalen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende veters of riemen.
Controleer het gebied waar het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen die door het apparaat kunnen worden gegrepen en wegge- slingerd.
Controleer voor het gebruik van het apparaat altijd of de maaimessen, de bevesti- gingsbouten en het gehele maaimechanisme versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde messen en be- vestigingsbouten mogen al- leen in sets worden vervan- gen om onbalans te voorko- men. Versleten of beschadig- de tekens moeten worden vervangen.
Maai alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
Vermijd – indien mogelijk – het gebruik van het apparaat op nat gras.
Zorg altijd voor een goede lig- ging op hellingen.
Verplaats het apparaat alleen op loopsnelheid.
Maai dwars op de helling, nooit omhoog of omlaag.
Wees vooral voorzichtig wan- neer u van rijrichting veran- dert op een helling.
Maai niet op te steile hellin- gen.
Wees vooral voorzichtig als u de grasmaaier draait of naar u toe trekt.
Stop het maaimes (de maai- messen) als de grasmaaier moet worden gekanteld voor transport over andere terrei- nen dan gras en als de gras- maaier van en naar het te maaien gebied wordt ver- plaatst.
Gebruik het apparaat nooit met beschadigde afschermin- gen of beschermroosters of zonder gemonteerde afscher- mingen, bijv. keerschotten en/ of grasvangers. Beschadigde beschermingsvoorzieningen en -afdekkingen moeten wor- den vervangen, ontbrekende beschermingsvoorzieningenNL 50 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Veiligheidsinstructies en -afdekkingen moeten goed worden aangebracht.
Start de motor voorzichtig en volgens de instructies van de fabrikant. Zorg voor voldoen- de afstand tussen de voeten en het maaimes (de maai- messen).
Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet wor- den gekanteld, behalve als de grasmaaier tijdens het proces moet worden opgetild. Kantel hem in dit geval alleen voor zover dit absoluut noodzake- lijk is en til alleen de van de gebruiker af gerichte kant op.
Start de motor niet wanneer u voor de uitwerpschacht staat.
Plaats nooit handen of voeten op of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
Til het apparaat nooit op met een draaiende motor.
Zet de motor af en verwijder de veiligheidssleutel. Overtuig uzelf ervan dat alle bewegen- de delen volledig tot stilstand zijn gekomen:
wanneer u de grasmaaier verlaat,
voordat u blokkades verwij- dert of verstoppingen uit de uitwerpschacht verwijdert,
voordat u de grasmaaier controleert, schoonmaakt of eraan werkt,
als een vreemd voorwerp is geraakt. Zoek naar schade aan de grasmaaier en voer de vereiste reparaties uit voordat u de grasmaaier opnieuw in gebruik neemt en ermee werkt.
Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen, is een onmid- dellijke controle vereist:
Voer de vereiste reparaties aan beschadigde onderde- len uit.
Zorg ervoor dat alle moe- ren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid.
Werk niet met het apparaat in slechte weersomstandighe- den, vooral niet bij regen of dreigend onweer.
3.1.4 Onderhoud en opslag
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangehaald zijn en dat het ap- paraat zich in een veilige werkpositie bevindt.
Controleer de grasvanger re- gelmatig op slijtage of verlies van functionaliteit.442482_a 51 Veiligheidsinstructies
Vervang om veiligheidsrede- nen versleten of beschadigde onderdelen.
Houd er rekening mee dat bij apparaten met meerdere maaimessen de draaiing van één maaimes tot draaiing van de andere maaimessen kan leiden.
Let er bij het afstellen van het apparaat op dat er geen vin- gers klem komen te zitten tus- sen bewegende maaimessen en vaste delen van het appa- raat.
Laat de motor afkoelen voor- dat u het apparaat opbergt.
Let er bij het onderhoud van de maaimessen op dat de maaimessen zelfs wanneer de stroom is uitgeschakeld kunnen worden bewogen.
Vervang om veiligheidsrede- nen versleten of beschadigde onderdelen. Gebruik alleen originele reserveonderdelen en accessoires.
Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissie- waarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant op- gegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de vol- gende factoren die van in- vloed zijn:
Wordt het apparaat ge- bruikt voor het beoogde ge- bruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
Bevindt het apparaat zich in een goede staat van ge- bruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad in- gebouwd?
Zijn de handgrepen en, in- dien nodig, optionele tril- lingsdempende handgre- pen gemonteerd en zijn de- ze vast verbonden met het apparaat?
Gebruik het apparaat alleen met het motortoerental dat no- dig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillin- gen te beperken.
Als gevolg van verkeerd ge- bruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de ge- zondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren doorNL 52 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Veiligheidsinstructies een geautoriseerde service- werkplaats.
De mate van belasting als ge- volg van trillingen is afhanke- lijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepas- sing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de be- lasting door trillingen geduren- de de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bedie- ner blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsom- loop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, hand- schoenen dragen en de han- den warmhouden. Wanneer een symptoom van ‘dode vin- gers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp in- roepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelin- gen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargeno- men aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt her- stellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zo- danig dat het gebruik van ap- paraten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
Wanneer u een onaange- naam gevoel of een verkleu- ring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk on- middellijk. Las voldoende pau- zes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyn- droom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aan- wijzingen in de gebruiksaan- wijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillings- dempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10°C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillin- gen kan worden begrensd.442482_a 53 Montage
3.3 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijde- lijk. Plan luidruchtige werkzaam- heden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het mi- nimum. Voor uw persoonlijke be- scherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden ge- dragen.
3.4 Veiligheidsinstructies
voor accu en oplader Neem de veiligheidsinstructies voor de accu en de oplader in de afzonderlijke handleiding in acht. Zie:
Gebruikshandleiding 441633: Oplader C130 Li (C05-4230) 4 MONTAGE Montage: Zie afbeeldingen (02) tot (04). WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!
Plaats de accu pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is!
Controleer voor het inschakelen of alle beschermings- en bescher- mingsvoorzieningen aanwezig zijn en functioneren! 5 INGEBRUIKNAME
5.1 Accu opladen (05)
OPMERKING De accu en de oplader zijn alleen inbe- grepen bij bepaalde artikelnummers, zie hiervoor de technische gegevens voorin deze gebruikshandleiding. De volgende Li-Ion accu's en opladers van AL- KO kunnen worden gebruikt: Product Aanduiding Art.nr. Li-ion accu B150 Li (B05-3640) 113280 Li-ion accu B200 Li (B05-3650) 113524 Acculader C130 Li (C05-4230) 113281 De meegeleverde accu is gedeeltelijk opgeladen. De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke wille- keurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken. OPMERKING Neem de gedetailleerde gegevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.NL 54 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Ingebruikname VOORZICHTIG! Brandgevaar bij het opladen! Er bestaat brandgevaar wanneer de la- der op een makkelijk brandbare onder- grond is geplaatst en niet voldoende wordt geventileerd.
Gebruik de lader altijd op een niet- brandbare ondergrond of in een niet- brandbare omgeving.
Indien beschikbaar: Houd de ventila- tieopeningen vrij.
1. Schuif de accu (05/1) in de oplader (05/2) en
steek dan de stekker (05/3) in het stopcon- tact. Het opladen begint en de LED voor weergave van de laadtoestand (05/4) knip- pert groen.
2. Houd de LED (05/4) in de gaten. Het volledig
opladen duurt ongeveer 1,5 - 2,0 uur. Het proces stopt automatisch wanneer de accu volledig opgeladen is. De LED (05/4) licht dan continu groen op.
3. Trek de stekker uit het stopcontact (05/3)
wanneer de LED (05/4) continu groen brandt.
4. Druk op de vergrendelknop aan de onderkant
van de accu het houd hem vast.
5. Trek de accu (05/1) uit de oplader (05/2).
Statusweergaven op de oplader (06) De led (06/1) op de lader duidt de laadconditie van de accu en de bedrijfstoestand van de lader aan. De symbolen (06/2) op de oplader verduide- lijken deze condities: Sym- bool LED en laadtoestand Led brandt groen: Accu is volledig opgeladen. Led knippert groen: Accu laadt op. Led brandt rood: Er bevindt zich geen accu in de oplader. Led knippert rood: Accu is te warm en wordt daarom niet opgeladen.
5.2 Laadtoestand van de batterij vaststellen
(07) Aan de voorzijde van de accu bevindt zich een bedieningspaneel met een druktoets (07/1) en laadtoestand-leds (07/2 tot 07/5).
1. De drukknop (07/1) indrukken. De laadtoe-
stand-leds branden op basis van de laadtoe- stand.
2. Lees de laadtoestand af, zie paragraaf
“Laadtoestand-leds op de accu”. Weergave laadtoestand Leds Acculaadtoestand Groen (07/2) Accu is volledig geladen, dus voor 100 %. Groen (07/3) Accu is voor meer dan 50 % ge- laden. Groen (07/4) Accu is voor minder dan 50 % geladen. Rood (07/5) Accu is volledig ontladen of accu is oververhit/onderkoeld.
5.3 Accu plaatsen en verwijderen (08)
LET OP! Beschadigingsgevaar van de accu Als de accu na gebruik in het apparaat blijft zitten kan dit een beschadiging van de accu veroorzaken.
Trek de accu direct na gebruik uit het apparaat en bewaar hem be- schermd tegen vorst.
Plaats de accu pas weer voor het begin van de werking. Accu plaatsen
2. Accu (08/2) van bovenaf in het accuvak
plaatsen totdat hij vastklikt (08/b).
3. Afdekking van de accuschacht sluiten.
1. Ontgrendelingsknop op de accu indrukken en
5.4 Voeding in- en uitschakelen (09)
Met de veiligheidssleutel voor de sleutelschake- laar in het accuvak kan de elektrische voeding van het volledige apparaat worden in- en uitge- schakeld.442482_a 55 Bediening WAARSCHUWING! Risico op letsel Onbedoeld inschakelen kan leiden tot ernstig letsel.
Altijd voor pauzes en onderhouds- werkzaamheden: Schakel het appa- raat uit en trek de veiligheidssleutel uit het apparaat. Voeding inschakelen
1. Open de afdekking (09/1) van het accuvak
2. Steek de veiligheidssleutel (09/2) in het ap-
paraat (09/b). Daardoor wordt het apparaat van bedrijfsspanning voorzien, begint echter nog niet te werken.
3. Afdekking van de accuschacht dichtklappen.
4. Apparaat inschakelen: De motor starten zie
Hoofdstuk 6.2 "Motor starten en stop- pen(11)", pagina55. Voeding uitschakelen
1. Trek de veiligheidssleutel (09/2) uit het appa-
2. Onmiddellijk na het gebruik de accu verwijde-
ren uit het apparaat, laden en vorstvrij op- slaan. Plaats de accu pas weer voor het vol- gende gebruik in het apparaat. 6 BEDIENING WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!
Plaats de accu pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is!
Controleer voor het inschakelen of alle beschermings- en bescher- mingsvoorzieningen aanwezig zijn en functioneren!
6.1 Maaihoogte instellen (10)
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme.
Pas de maaihoogte alleen aan wan- neer de motor is uitgeschakeld en het maaimechanisme stilstaat.
1. Hendel (10/1) om te ontgrendelen iets naar
buiten drukken (10/a) en vasthouden.
Duw voor laag gras de hendel in de rich- ting van het voorwiel (10/b), minimale stand 1: 3cm
Duw voor hoger gras de hendel in de richting van het achterwiel (10/c), maxi- male stand 6: 7,5cm
2. Hendel loslaten totdat hij in de gewenste
stand wordt vergrendeld.
6.2 Motor starten en stoppen(11)
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat Door kort na elkaar in- en uit te schake- len worden motor en snijmechanisme beschadigd.
Schakel de motor alleen in als het maaimechanisme stilstaat. Start de motor
1. Druk de Start-knop (11/1) in en houd deze in-
2. Trek de veiligheidsbeugel (11/2) naar de
duwboom (11/3) toe (11/b). Motor en maai- mechanisme starten.
3. Laat de Start-knop (11/1) los en houd hierbij
de veiligheidsbeugel (11/2) vast. OPMERKING De veiligheidsbeugel wordt niet vastge- zet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast. Motor stoppen
1. Laat de veiligheidsbeugel (11/2) los. Deze
gaat automatisch naar de nulstand. De motor stopt onmiddellijk. Het maaimechanis- me blijft draaien totdat het stilstaat.NL 56 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Bediening VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel Wanneer u in het nalopende maaime- chanisme reikt, bestaat gevaar voor snij- letsel.
6.3 Maaien met de grasopvangbak (12, 13)
Het apparaat kan worden gebruikt met of zonder grasopvangbak. Grasopvangbak ophangen
1. Stop de motor zie Hoofdstuk 6.2 "Motor star-
Vulpeil controleren (13) Het doek (13/1) van de niveau-indicator bolt op door de luchtstroom tijdens het maaien (13/a). Wanneer de grasopvangbak vol is, zakt het doek. De grasopvangbak moet worden geleegd. De grasopvangbak verwijderen en legen VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme.
Verwijder de grasopvangbak alleen als het maaiwerk stilstaat. OPMERKING Reinig bij het legen van de grasopvang- bak ook de uitblaasopeningen van de ni- veau-indicator, zodat deze correct blijft werken.
1. Stop de motor zie Hoofdstuk 6.2 "Motor star-
3. Til de grasopvangbak (12/2) op uit het appa-
raat en neem deze naar achteren toe weg.
4. Leeg de grasopvangbak.
5. Reinig de uitblaasopeningen (13/2) onder het
doek van de niveau-indicator.
6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (14)
OPMERKING De wielaandrijving kan alleen bij draai- ende motor worden ingeschakeld. Wielaandrijving inschakelen
1. Apparaat inschakelen en motor starten.
2. Duw de schakelbeugel voor de wielaandrij-
ving (14/1) tegen de duwboom (14/2) en houd deze vast (14/a). De schakelbeugel voor de wielaandrijving klikt niet vast. Wielaandrijving uitschakelen
1. Laat de schakelbeugel voor de wielaandrij-
ving (14/1) los (14/b). Deze gaat automatisch naar de nulstand.
6.5 Mulchen met het mulchinzetstuk [46.9 Li
SP] (15,16) Bij het mulchen wordt het gemaaid materiaal niet verzameld, maar blijft het versnipperd op het ga- zon achter. Het mulchmaaisel voedt de bodem en beschermt tegen uitdrogen. De beste resulta- ten worden geboekt wanneer regelmatig ong. 2 cm worden weggemaaid. Alleen jonge gras- scheuten met zacht bladweefsel rotten snel.
Grashoogte voor het mulchen: max. 8 cm
Grashoogte na het mulchen: max. 4cm OPMERKING De snelheid aan het mulchen aanpas- sen, niet te snel stappen. Mulchinzetstuk bevestigen VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme.
Schakel het apparaat uit en trek de veiligheidssleutel uit het apparaat, voordat u het mulchinzetstuk plaatst resp. verwijdert.
1. Apparaat uitschakelen: Draai de veiligheids-
sleutel in stand 0 en trek deze uit het appa- raat.
2. Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
3. Grasopvangbak verwijderen.
4. Til de afsluitklep (15/1) op en plaats het mul-
chinzetstuk (15/2) in het uitwerpkanaal (15/3) (15/a). Het geheel moet hoorbaar vastklik- ken.442482_a 57 Werkinstructies LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat Als het mulchinzetstuk niet vastklikt, kunnen mulchinzetstuk en maaiwerk worden beschadigd.
Let erop dat de vergrendeling vast- klikt. Mulchinzetstuk verwijderen
1. Apparaat uitschakelen: Draai de veiligheids-
sleutel in stand 0 en trek deze uit het appa- raat.
4. Maak de vergrendeling (16/1) van het mul-
chinzetstuk los (16/a).
5. Trek het mulchinzetstuk (16/2) uit het appa-
raat (16/b). 7 WERKINSTRUCTIES Neem de veiligheidsinstructies in acht (Veilig- heidsinstructies). OPMERKING Neem de lokale voorschriften met be- trekking tot het gebruik van een gras- maaier in acht.
Let op voorwerpen op het gras en verwijder ze uit het werkgedeelte.
Alleen bij goed zicht maaien.
Uitsluitend met scherp mes maaien.
Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom.
Beweeg het apparaat alleen stapvoets.
Beweeg het apparaat altijd dwars tegen een helling. Niet naar boven en naar beneden op de helling werken en evenmin op hellingen met een inclinatie van meer dan 10°. Grote zorgvuldigheid is geboden bij het veranderen van de rijrichting. Maaiprestaties en gebruiksduur van de accu
De maaiprestaties, d.w.z. het oppervlak dat kan worden gemaaid, hangt af van de eigen- schappen van het gazon. Factoren zoals de lengte van het gras, de dichtheid, de gekozen maaihoogte en een vochtig gazon beïnvloe- den de maaiwerking.
Vaak maaien en een kort gehouden gazon vergroot de autonomie van de accu.
Vaak in- en uitschakelen van de grasmaaier tijdens het maaien vermindert de maaipresta- ties evenzeer als een niet volledig geladen accu.
Het inschakelen van de wielaandrijving ver- mindert de maaiprestaties of de levensduur van de batterij.
Voor een optimale maaiprestaties wordt aan- bevolen het gazon vaak te maaien, een hoge maaihoogte in te stellen het gras stapvoets te maaien.
Maaiwerking in m² bij100%-acculading:
OPMERKING Om de autonomie te vergroten kan een bijkomende accu worden aangeschaft. Tips bij het maaien
Houd een gelijkmatige maaihoogte aan tot 3–-5 cm, maai niet meer af dan de helft van de grashoogte.
Grasmaaier niet overbelasten! Als het motor- toerental in dichtbegroeid, hoog gras merk- baar daalt, vergroot dan de maaihoogte en maai vaker.
Wind en zon kunnen het gazon na het maai- en uitdrogen, daarom laat in de namiddag maaien.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
WAARSCHUWING! Gevaar voor snijletsel Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende de- len van het apparaat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onder- houds-, verzorgings- en reinigings- werkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen.
onderhoudswerkzaamheden
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangehaald zijn en dat hetNL 58 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Onderhoud en verzorging apparaat zich in een veilige werkpositie be- vindt.
LET OP! Gevaar door water Water in het apparaat leidt tot kortsluitin- gen en vernieling van de elektrische on- derdelen.
Spuit het apparaat niet met water af.
Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger of en borstel.
4. Kantel het apparaat opzij en reinig het maai-
mechanisme met een handveger of een bor- stel.
8.3 Messen controleren en vernieuwen
WAARSCHUWING! Ernstig letsel door wegslingerende mesdelen Een versleten, gebroken of beschadigd snijmes kan breken en delen ervan kun- nen veranderen in gevaarlijke projectie- len.
Controleer het snijmes regelmatig op beschadigingen.
Gebruik de grasmaaier niet als het snijmes versleten of beschadigd is.
Laat botte of beschadigde snijmes- sen alleen door een AL-KO service centre of door een geautoriseerd ge- specialiseerd bedrijf slijpen of ver- nieuwen.
Om trillingen te voorkomen, moeten het snij- mes en de messchroef altijd samen worden vervangen.
Opnieuw geslepen messen moeten uitgeba- lanceerd worden. Niet-uitgebalanceerde messen leiden tot hevige trillingen en be- schadigen het apparaat.
8.4 Bowdenkabel van de wielaandrijving
(optie) afstellen (17) Als de wielaandrijving bij een draaiende motor niet meer kan worden ingeschakeld, is de bow- denkabel te lang geworden en moet hij aange- spannen worden. VOORZICHTIG! Risico op letsel Scherpe en draaiende onderdelen (bijv. mes) en een plots startende grasmaaier kunnen letsel veroorzaken.
Pas de bowdenkabel alleen bij uitge- schakelde motor aan.
1. Apparaat stoppen en wachten tot het maai-
2. Draai de stelwartel (17/1) aan de bowdenka-
bel een stukje in de richting van de pijl (17/a).
3. Om de afstelling van de bowdenkabel te con-
troleren start u de motor en probeert u de wielaandrijving in te schakelen.
4. Wanneer de wielaandrijving dan nog niet
werkt, brengt u de grasmaaier naar een ser- vicepunt of een erkend gespecialiseerd be- drijf.
8.5 Reparatiewerkzaamheden
WAARSCHUWING! Letselgevaar bij reparatiewerkzaam- heden Ondeskundige reparaties kunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat ver- oorzaken.
Reparatiewerkzaamheden alleen la- ten uitvoeren in servicewerkplaatsen van AL-KO of bij geautoriseerde montagebedrijven! In de volgende gevallen moet u een servicepunt van AL-KO opzoeken:
Motor start niet meer.
Apparaat is tegen een obstakel aan gereden.
Mes en/of motoras zijn verbogen.
Apparaat trilt en loopt onrustig.
Accu lekt of is beschadigd.442482_a 59 Hulp bij storingen
9 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel ver- oorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigings- werkzaamheden altijd beschermen- de handschoenen! OPMERKING Neem contact op met onze klantenser- vice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt op- lossen. Storing Oorzaak Oplossing Motor draait niet. De veiligheidssleutel is niet in de sleutelschakelaar gestoken. Steek de veiligheidssleutel in de sleutel- schakelaar. Accu ontbreekt of is niet goed aangebracht. Accu correct plaatsen. Accu is leeg. Accu opladen. Maaimes is geblokkeerd.
Start het apparaat op een gazon met laag gras. Kabels of schakelaars zijn de- fect. Apparaat niet gebruiken! Bezoek een AL- KO service centre. Motorvermogen is onvoldoende. Accu is leeg. Accu opladen. Mes is bot. Maaimes laten scherpen bij AL-KO service- punten. Te veel gras is in de uitworp.
Stootklep reinigen. Motor blokkeert tij- dens het maaien. Mes is bot. Maaimes laten scherpen bij AL-KO service- punten. Motor is overbelast. Apparaat uitschakelen, op effen ondergrond of laag gras plaatsen en opnieuw starten. De grasopvangbak wordt niet voldoen- de gevuld. Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. De grasopvangbak is verstopt. Reinig het rooster van de grasopvangbak. Er zit te veel gras in de uit- werpschacht of in de behui- zing.
Uitwerpschacht / behuizing reinigen
Maaihoogte corrigeren Mes is bot. Maaimes laten scherpen bij AL-KO service- punten. Het vermogen van de accu neemt dui- delijk af. Maaihoogte is te laag. Stel een hogere maaihoogte af.NL 60 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Transport Storing Oorzaak Oplossing Gras te hoog of te nat. Lat het gras drogen en stel een hogere maaihoogte af. Maaisnelheid is te hoog.
Maaisnelheid verminderen
Uitwerpschacht / behuizing reinigen, het maaimes moet vrij draaibaar zijn. De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerpscha- cht. Levensduur van de accu is af- gelopen. Accu vervangen. Gebruik alleen originele toebehoren van de fabrikant. Accu kan niet wor- den opgeladen. Accucontacten zijn vuil. Accucontacten met een niet-metalen voor- werp reinigen en met contactspray inspui- ten. Let op: De accucontacten niet met een me- talen voorwerp kortsluiten! Accu of oplader defect. Reserveonderdelen bij AL-KO bestellen. Accu is te warm. Laat de accu afkoelen. 10 TRANSPORT OPMERKING De nominale energie van de accu be- draagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het transport in acht! De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.
Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of de- monstraties), kunnen ook van deze vereen- voudigde maatregel gebruik maken. In beide hierboven vermelde gevallen moeten ab- soluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht ne- men kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen. Bijkomende instructies voor transport en verzending
Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu´s alleen in onbeschadigde hoedanigheid!
Gebruik voor het vervoer van de accu uitslui- tend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu’s met minder dan 100 Wh nominale energie).
Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.
Zorg voor een correcte aanduiding en docu- mentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).
Informeer vooraf of een transport met de ge- kozen dienstverlener mogelijk is en of de ver- zending wordt weergegeven. Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere natio- nale voorschriften in acht. 11 OPSLAG Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare442482_a 61 Verwijderen plaats en buiten het bereik van kinderen bewa- ren.
11.1 Accugazonmaaier opbergen (18)
VOORZICHTIG! Risico op letsel Als kinderen en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.
Bewaar het apparaat op een plek die ontoegankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.
Berg het apparaat alleen op nadat de accu's verwijderd zijn.
1. Apparaat uitschakelen: Trek de veiligheids-
sleutel uit het apparaat.
4. Motor laten afkoelen.
ming tegen corrosie dun met olie of silicone in.
7. Geleidestang inklappen.
8. Bewaar het apparaat op een droge, schone
en tegen vorst beschermde plek. Dek het ap- paraat met een luchtdoorlatend zeil af om het tegen stof te beschermen. Gebruik geen kunststof folie om opstuwing van vocht te voorkomen.
11.2 Accu en oplader opslaan
GEVAAR! Gevaar voor explosie en brand! Wanneer een accu explodeert kunnen personen gedood of zwaargewond ra- ken, omdat ze opgeslagen is in de buurt van vlammen en warmtebronnen.
Bewaar de accu op een koele en droge plaats, maar niet in de buurt van open vuur of warmtebronnen. OPMERKING De accu is bij het opladen dankzij de au- tomatische herkenning van de acculaad- conditie tegen overladen beschermd en kan dan ook een tijdje, maar niet op lan- ge termijn, in de oplader worden gela- ten. OPMERKING Neem de meegeleverde gebruiksaanwij- zingen van de accu en de oplader in acht.
Bewaar de accu op een droge, vorstvrije plek bij een opslagtemperatuur van 0°C - 25°C en met een lading van ong. 40 – 60%.
Bewaar de accu vanwege kans op kortslui- ting niet in de buurt van metalen of zuurhou- dende voorwerpen. 12 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)
Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!
Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten.NL 62 42.9 Li – 42.9 Li SP – 46.9 Li SP Klantenservice/service centre Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)
Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van batterijen en accu’s
Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen
Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 13 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts 14 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.442482_a 63 Vertaling van de oorspronkelijke EU-/EG-verklaring van overeenstemming 15 VERTALING VAN DE OORSPRONKELIJKE EU-/EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING We verklaren hierbij onder onze eigen verantwoordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, EU-veiligheidsnormen en productspecifieke normen. Product Accugazonmaaier Serienummer G1043011 Fabrikant AL-KO Geräte GmbH Ichenhauser Str. 14 89359 Kötz (D) Gemachtigde documentatie Andreas Hedrich Ichenhauser Str. 14 89359 Kötz (D) Type
Geluidsvermogensniveau EN ISO 3744 gemeten / gegarandeerd
Notice-Facile