NZ85C6057KK - Fornuis SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis NZ85C6057KK SAMSUNG in PDF-formaat.

📄 884 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice SAMSUNG NZ85C6057KK - page 138
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SAMSUNG

Model : NZ85C6057KK

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NZ85C6057KK - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NZ85C6057KK van het merk SAMSUNG.

GEBRUIKSAANWIJZING NZ85C6057KK SAMSUNG

  • (opłata według taryfy operatora) http://www.samsung.com/pl/ support/ LITHUANIA 8-800-77777 www.samsung.com/lt/support LATVIA 8000-7267 www.samsung.com/lv/support ESTONIA 800-7267 www.samsung.com/ee/supportInductiekookplaat Gebruikershandleiding NZ84C5047** / NZ85C5047** / NZ84C6057** / NZ84C6058** / NZ85C6057** / NZ85C6058**2 Nederlands Inhoud Inhoud Timer 21 Onderbreken 22 Snelle stop 22 Kinderslot 22 Maximale vermogenslimiet 23 Geluid aan/uit 23 Smart Connect 23 Bedienbare afzuigkappen 24 Gebruik (NZ8*****8**) 24 Het apparaat inschakelen 24 Het apparaat uitschakelen 24 De kookzone en temperatuurinstelling selecteren 24 Vermogensversterking 25 De Flexzone gebruiken (Alleen voor modellen waarbij Flexzone van toepassing is) 25 Flexzone Plus (Alleen voor modellen waarbij Flexzone plus van toepassing is) 26 Warm houden 27 Timer 27 Onderbreken 27 Snelle stop 27 Het kinderslot gebruiken 28 Maximale vermogenslimiet 28 Geluid aan/uit 28 Smart Connect 29 Bedienbare afzuigkappen 29 Uw apparaat onderhouden 30 Kookplaat 30 Lichte bevuiling 30 Hardnekkig vuil 30 Probleemvuil 30 Frame van kookplaat (optioneel) 31 Voorkom schade aan uw apparaat 31 Probleemoplossing en service 31 Probleemoplossing 31 Service 33 Inhoud Deze handleiding gebruiken 3 De volgende symbolen worden gebruikt in deze gebruikershandleiding: 3 Modelnaam en serienummer 3 Veiligheidsinstructies 3 Verpakkingsmateriaal opruimen 7 De juiste wijze om uw oude apparatuur af te voeren 7 Correcte verwijdering van dit product (Afval elektrische en elektronische apparatuur) 7 De kookplaat installeren 8 Veiligheidsinstructies voor de installateur 8 Hulpmiddelen die u nodig hebt 8 Aansluiting op de stroomvoorziening 8 Installatie in het werkblad 9 Onderdelen 11 Voordat u begint 11 Kookzones 11 Bedieningspaneel 13 Inductieverwarming 14 Veiligheidsuitschakeling 15 Restwarmte-indicator 15 Temperatuurdetectie 15 Kookgerei 16 De tiptoetsbediening gebruiken 19 Bedieningsgeluiden 19 Eerste reiniging 19 Gebruik (NZ8*****7**) 19 Het apparaat inschakelen 19 Het apparaat uitschakelen 19 De kookzone en temperatuurinstelling selecteren 19 Vermogensversterking 20 De Flexzone gebruiken (Alleen voor modellen waarbij Flexzone van toepassing is) 20 Flexzone Plus (Alleen voor modellen waarbij Flexzone plus van toepassing is) 21Nederlands 3 Deze handleiding gebruiken Deze handleiding gebruiken Neemt u even rustig de tijd om deze gebruiksaanwijzing door te lezen alvorens u het apparaat aansluit en let daarbij in het bijzonder op de veiligheidsinformatie in de volgende paragraaf. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zodat u er ook in de toekomst gebruik van kunt maken. Wanneer u het apparaat verkoopt of overdraagt, dient u de gebruiksaanwijzing bij te voegen. De volgende symbolen worden gebruikt in deze gebruikershandleiding: WAARSCHUWING Risico’s of onveilige situaties die kunnen leiden tot ernstig lichamelijk letsel of de dood. LET OP Risico’s of onveilige situaties die kunnen leiden tot licht lichamelijk letsel of schade aan eigendommen. LET OP Om de kans op brand, explosies, elektrische schokken of persoonlijk letsel bij het gebruik van uw kookplaat te verminderen, dient u deze veiligheidsvoorschriften te volgen. OPMERKING Handige tips, aanbevelingen of informatie over het gebruik van het product. Modelnaam en serienummer Zowel de modelnaam als het serienummer staan op een etiket op de onderzijde van de kookplaat. Noteer deze informatie, of bevestig het extra productetiket (op de bovenzijde van het product) aan deze pagina voor later gebruik. Modelnaam Serienummer Veiligheidsinstructies De veiligheidsvoorzieningen van dit apparaat voldoen aan alle technische normen en veiligheidsnormen. Als producent van dit product zijn wij echter van mening dat het van belang is dat u de volgende veiligheidsinstructies grondig doorneemt. WAARSCHUWING Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of met te weinig ervaring en kennis, tenzij er sprake is van toezicht of uitleg over het gebruik van het apparaat door een persoon die zich verantwoordelijk stelt voor hun veiligheid. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat gaan spelen. Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen, of gebrek aan ervaring en kennis, worden gebruikt als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en ze de risico’s begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen alleen onder toezicht reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. De mogelijkheid om het apparaat los te koppelen, moet zijn ingebouwd in de vaste bedrading overeenkomstig de richtlijnen voor bedrading.4 Nederlands Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst, aangezien deze heet kunnen worden. Schakel na gebruik de betreffende kookzone uit via het bijbehorende bedieningselement en vertrouw niet slechts op de pandetector. Het apparaat is niet bedoeld voor bediening met een externe timer of een apart systeem voor bediening op afstand. LET OP: Houd het bereidingsproces in de gaten. Houd een bereidingsproces van korte duur voortdurend in de gaten. Om oververhitting te voorkomen, mag u dit apparaat niet achter een decoratieve deur installeren. WAARSCHUWING: Het apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. Zorg ervoor dat u de verwarmingselementen nooit aanraakt. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan. WAARSCHUWING: Als u met vet of olie op een kookplaat kookt en dit niet in de gaten houdt, kan dit gevaarlijk zijn en tot brand leiden. Probeer NOOIT brand te blussen met water, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen bijvoorbeeld met een deksel of een branddeken. Dit apparaat moet na installatie nog van het stroomnet kunnen worden losgekoppeld. U kunt het apparaat loskoppelen door de stekker toegankelijk te laten of door een schakelaar in de bedrading in te bouwen overeenkomstig met de richtlijnen voor bedrading. Als het snoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant, een servicemedewerker van de fabrikant of een vergelijkbaar gekwaliceerd persoon om gevaar te voorkomen. Voor de bevestigingsmethode mogen geen kleefstoffen worden gebruikt, aangezien deze niet als een betrouwbare bevestigingsmethode worden beschouwd. WAARSCHUWING: Als het oppervlak van de kookplaat barsten vertoont, schakelt u het apparaat uit om een eventuele elektrische schok te voorkomen. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat u de verwarmingselementen binnen in de kookplaat nooit aanraakt. WAARSCHUWING: Bereikbare onderdelen kunnen heet worden tijdens het gebruik Houd jonge kinderen uit de buurt. Gebruik geen stoomreiniger.Nederlands 5 Veiligheidsinstructies LET OP Zorg dat het apparaat op de juiste manier is geïnstalleerd en geaard door een gekwaliceerde monteur. Het apparaat mag alleen worden onderhouden door onderhoudspersoneel dat hiervoor gekwaliceerd is. Reparaties die worden uitgevoerd door niet-gekwaliceerde personen kunnen leiden tot ernstig letsel of storingen. Als uw apparaat moet worden gerepareerd, neemt u hiervoor contact op met uw plaatselijke servicecentrum. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot schade en het vervallen van uw garantie. Apparaten voor inbouw mogen pas worden gebruikt nadat ze zijn ingebouwd in kasten of werkbladen die aan de geldende normen voldoen. Hierdoor wordt contact met de elektrische eenheden voorkomen, zoals voorgeschreven in de geldende veiligheidsnormen. Wanneer het apparaat een storing vertoont, breekt, scheurt of er barsten in ontstaan:
  • schakel alle kookzones uit;
  • sluit u de kookplaat van de stroomvoorziening af; en
  • neemt u contact op met uw plaatselijke servicecentrum. Als de kookplaat barst, dient u het apparaat uit te schakelen om een eventuele elektrische schok te voorkomen. U kunt de kookplaat pas weer gebruiken wanneer het glazen oppervlak is vervangen. WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak. WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers van de fabrikant van het kookapparaat of waarvan door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies wordt aangegeven dat ze geschikt zijn, of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn ingebouwd. Het gebruik van ongeschikte beschermers kan leiden tot ongelukken. De oppervlakken kunnen heet worden tijdens het gebruik. Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen, of gebrek aan ervaring en kennis, worden gebruikt als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en ze de risico’s begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud wordt niet door kinderen gemaakt, tenzij ze ouder zijn dan 8 en gecontroleerd. Houd het apparaat en het netsnoer buiten het bereik van kinderen die jonger dan 8 jaar zijn.6 Nederlands Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies Plaats nooit ontbrandbare items op de kookplaat i.v.m. brandgevaar. Onzorgvuldig gebruik van het apparaat kan tot brandwonden leiden. Snoeren van elektrische apparaten mogen nooit in aanraking komen met het hete oppervlak van de kookplaat of hete pannen. Gebruik de kookplaat niet om kleding te drogen. Gebruikers met een pacemaker of een actief hartimplantaat moeten met hun bovenlichaam ten minste 30 cm afstand tot ingeschakelde inductiezones bewaren. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant van het apparaat of een arts. (Alleen modellen met een inductiekookplaat) Probeer het apparaat niet eigenhandig te repareren, te demonteren of aan te passen. Schakel de apparatuur altijd uit alvorens u deze gaat reinigen. Volg bij het reinigen van de kookplaat de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing. Houd huisdieren uit de buurt van het apparaat, aangezien ze op de bedieningselementen van het apparaat kunnen stappen en zo een storing kunnen veroorzaken. Gebruik de kookplaat nooit om aluminiumfolie, producten die in aluminiumfolie zijn gewikkeld of bevroren levensmiddelen in een aluminium verpakking te verhitten. Vloeistoffen tussen de onderkant van de pan en de kookplaat kunnen stoom onder hoge druk produceren. Hierdoor kan de pan omhoog springen. Zorg er altijd voor dat de kookplaat en de onderkant van de pan droog blijven. De kookzones worden warm wanneer u kookt. Houd kleine kinderen altijd uit de buurt van het apparaat. Houd alle verpakkingsmaterialen buiten bereik van kinderen, aangezien deze materialen gevaarlijk voor kinderen kunnen zijn. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt voor de normale bereiding van voedsel in een huishouden. Het is niet geschikt voor commercieel of industrieel gebruik. Gebruik de kookplaat nooit om een ruimte te verwarmen. Let op wanneer u elektrische apparaten aansluit op een stopcontact in de buurt van de kookplaat. Snoeren mogen nooit in aanraking met de kookplaat komen. Oververhitte vetten en olie kunnen snel ontvlammen. Blijf altijd bij het apparaat wanneer u voedsel bereidt in vetten of olie, bijvoorbeeld wanneer u friet bakt. Schakel de kookzones na gebruik uit. Houd de bedieningszones schoon en droog.Nederlands 7 Veiligheidsinstructies Correcte verwijdering van dit product (Afval elektrische en elektronische apparatuur) (Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld) Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd. Ga voor informatie over Samsung's toewijding aan het milieu en zijn productspecieke wettelijke verplichtingen, zoals REACH, naar: www.samsung. com/uk/aboutsamsung/sustainability/environment/our-commitment/data/ Verpakkingsmateriaal opruimen WAARSCHUWING Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn volledig recyclebaar. Vellen en harde schuimdelen zijn op de geëigende manier gemarkeerd. Let er bij de verwijdering van verpakkingsmateriaal en oude apparaten op dat u zich houdt aan veiligheids- en milieuvoorschriften. De juiste wijze om uw oude apparatuur af te voeren WAARSCHUWING Voordat u het oude apparaat afvoert, dient u het onklaar te laten maken om te voorkomen dat het een veiligheidsrisico vormt. Met dit doel laat u een bevoegd technicus het apparaat loskoppelen van de stroomvoorziening en het netsnoer verwijderen. Het apparaat mag niet worden meegegeven met het huisvuil. Informatie over het ophalen van grofvuil en eventuele stortplaatsen is beschikbaar bij de milieudienst van uw gemeente.8 Nederlands De kookplaat installeren Hulpmiddelen die u nodig hebt Potlood Kruiskopschroevendraaier Meetlat of liniaal Veiligheidsbril Reciprozaag Boormachine Aansluiting op de stroomvoorziening Alvorens u overgaat tot aansluiting, controleert u of het nominale voltage, d.w.z. het voltage op het typeplaatje, overeenkomt met het aangeboden voltage van de stroomvoorziening. Dit plaatje vindt u onder aan de behuizing van de kookplaat. WAARSCHUWING Installatie dient te gebeuren door een competent of daartoe opgeleid persoon. Sluit de stroom af alvorens u de bedrading aansluit. Het verwarmingselement heeft een voltage van AC 230 V

. Het apparaat werkt echter ook prima op oudere netten met AC 220 V

. De kookplaat moet zodanig worden aangesloten dat hij aan alle polen kan worden afgesloten van de stroom en dat de contactpunten ten minste 3 mm van elkaar verwijderd kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van automatische overspanningsbeveiliging, aardlekschakelaars en zekeringen. WAARSCHUWING De kabelaansluitingen moeten voldoen aan de regelgeving en de schroeven van de aansluitingen moeten stevig worden aangedraaid. WAARSCHUWING Wanneer de kookplaat eenmaal is aangesloten op de stroomvoorziening, controleert u of alle kookzones gereed zijn voor gebruik door ze een voor een in te schakelen en met geschikte pannen op maximaal te zetten. De kookplaat installeren WAARSCHUWING Zorg dat uw apparaat uitsluitend wordt geïnstalleerd en geaard door een gekwaliceerde monteur. Houdt u zich aan deze instructie. De garantie geldt niet voor enige vorm van schade die het gevolg is van onjuiste installatie. Technische gegevens zijn te vinden achterin deze gebruiksaanwijzing. Veiligheidsinstructies voor de installateur

  • De elektrische installatie van het apparaat moet zodanig zijn dat het aan beide polen kan worden afgesloten van de stroom en dat de contacten ten minste 3 mm van elkaar verwijderd kunnen worden. Geschikte installaties hiervoor zijn onder meer smeltveiligheden, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden genomen), aardlekschakelaars en andere schakelaars.
  • Op het gebied van de brandveiligheid voldoet dit apparaat aan EN 60335 - 2 - 6. Dit type apparaat kan worden geïnstalleerd naast een hoge kast of een wand aan één kant.
  • De installatie moet bescherming bieden tegen schokken.
  • De keukeneenheid waarin het apparaat wordt gemonteerd, moet voldoen aan de stabiliteitseisen van DIN 68930.
  • Als beschermende maatregel tegen vocht dienen alle open oppervlakken te worden afgesloten met een geschikte afdichtingskit.
  • Op betegelde werkbladen moeten de voegen in de omgeving van de kookplaat volledig zijn gevuld met voegspecie.
  • Bij werkbladen van natuursteen, kunststof en aardewerk moeten de veren worden vastgezet met een geschikte kunsthars of een menglijm.
  • Zorg dat de afdichting goed aansluit op het werkblad en dat er geen openingen ontstaan. Gebruik nooit extra siliconenkit; hierdoor wordt verwijdering bij onderhoud en reparaties erg moeilijk.
  • De kookplaat moet van onderaf omhoog worden geduwd om hem te kunnen uitnemen.
  • Er kan een plank onder de kookplaat worden geplaatst.
  • De ventilatieopening tussen het werkblad en de voorkant van de eenheid eronder mag niet worden afgedekt.Nederlands 9 De kookplaat installeren WAARSCHUWING Let op (naleving) van de juiste aansluiting van fase en neutraal bij de aansluitingen in huis en van het apparaat (aansluitschema's); anders kunnen onderdelen beschadigd raken. De garantie geldt niet voor schade die het gevolg is van onjuiste installatie. WAARSCHUWING Als het snoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant, een servicemedewerker van de fabrikant of een vergelijkbaar gekwaliceerd persoon om gevaar te voorkomen.

04 Blauw 02 Zwart 05 Grijs 03 Bruin 06 Groen/Geel

(16A): Scheid de 2-fasige draden (L1 en L2) vóór aansluiting. 01 220-240 V

05 Blauw 02 380-415 V

06 Grijs 03 Zwart 07 Groen/Geel 04 Bruin

(16A): Scheid de draden vóór aansluiting. 01 220-240 V

05 Bruin 02 Zwart 06 Grijs 03 Blauw 07 Groen/Geel 04 220-240 V

WAARSCHUWING Volg voor een correcte aansluiting op de stroomtoevoer het bedradingsschema dat in de buurt van de aansluitingen te vinden is. Installatie in het werkblad

A. Serienummer OPMERKING Neem het serienummer van het apparaat over voordat u het installeert. Dit nummer hebt u nodig wanneer u om assistentie vraagt en het is niet langer zichtbaar na installatie, aangezien het zich op het typeplaatje bevindt op de boven- of onderzijde van het apparaat OPMERKING Let op de minimale vereisten voor ruimte en speling. OPMERKING De onderkant van de kookplaat is uitgerust met een ventilator. Als zich een lade onder de kookplaat bevindt, mag deze niet worden gebruikt voor kleine voorwerpen of papier, aangezien de ventilatoren beschadigd kunnen raken of de koeling nadelig kan worden beïnvloed als ze in de ventilatoren worden gezogen.10 Nederlands De kookplaat installeren De kookplaat installeren min. min. 50 mm50 mm min.min.500 mm500 mm Lade Oven min. min. 10 mm10 mm min. min. 59 mm59 mm min. min. 15 mm15 mm min. min. 20 mm20 mm min. min. 20 mm20 mm min. min. 15 mm15 mm min. min. 10 mm10 mm min. 2 mmmin. 2 mm Normaal installatietype

Eenheid : mmEenheid : mm Type inbouwmontage (Alleen het NZ8******FK-model kan worden geïnstalleerd) Table Hob

max. R7max. R7 min.min. 50 50 min.min. 55 55 max. R10max. R10 90 90 °° max. R10max. R10 max. R7max. R7 6,5 6,5 +0,5+0,5 ※ ※ Verwijder de siliconen met Verwijder de siliconen met een mes voordat u installeert.een mes voordat u installeert.Nederlands 11 Voordat u begint Onderdelen Inductiekookplaat Beugelveren (8) en bouten (16) Voordat u begint Kookzones NZ84C5047**

0212 Nederlands Voordat u begint Voordat u begint NZ85C6057**

01 Inductiekookzone 02 Bedieningspaneel NZ84C6057**

02Nederlands 13 Voordat u begint Bedieningspaneel 4 - NZ84C6058**

0314 Nederlands Voordat u begint Voordat u begint Inductieverwarming

A. Inductiespoel B. Geïnduceerde stromen C. Elektronische circuits

  • Het principe achter verhitting door inductie: Wanneer u een pan op een kookzone plaatst en deze inschakelt, produceert het stroomcircuit in de inductiekookplaat een 'inductiestroom' in de bodem van de pan, waardoor de temperatuur van de pan onmiddellijk stijgt.
  • Sneller koken en bakken: Doordat de pan rechtstreeks wordt verhit, dus zonder dat het glas eerst wordt verhit, is dit systeem efciënter dan andere, omdat er geen warmte verloren gaat. De meeste opgenomen energie wordt in warmte omgezet. 01 Aan/uit Om de kookplaat te activeren en te deactiveren.

Flexzone Om de exzone te selecteren. 03 Bedieningsbalk Om een temperatuur in te stellen en de tijdsduur te vergroten of verkleinen.

Vermogens- versterking Om de functie te activeren.

Timer Om de timer aan of uit te zetten en om de timer in te stellen. 06 Display Om temperatuurinstellingen, restwarmte en wiverbinding te laten zien.

Pauze Om alle kookzones naar laag vermogen te schakelen.

Vergrende- ling Raak 3 seconden aan om het bedieningspaneel te vergrendelen of ontgrendelen. (Het kinderslot gebruiken)

Vergrende- ling Om alle kookzones naar laag vermogen te schakelen. Raak 3 seconden aan om het bedieningspaneel te vergrendelen of ontgrendelen. (Het kinderslot gebruiken)

Kookzone Om de kookzone te selecteren. 11 Bedieningsknop Om een temperatuur in te stellen en de tijdsduur te vergroten of verkleinen.

Warm houden Om bereide gerechten warm te houden.Nederlands 15 Voordat u begint Restwarmte-indicator Als een afzonderlijke kookzone of de gehele kookplaat wordt uitgeschakeld, wordt de aanwezigheid van restwarmte weergegeven met een , (voor "heet") in het juiste kookzonevenster. Zelfs nadat de kookzone is uitgeschakeld, gaat de restwarmte-indicator pas uit wanneer de kookzone weer is afgekoeld. U kunt de restwarmte gebruiken om voeding te ontdooien of voeding warm te houden. WAARSCHUWING Zo lang de restwarmte-indicator brandt, bestaat de kans op brandwonden. WAARSCHUWING Als de voeding wordt onderbroken, gaat het symbool , uit en is er geen informatie meer beschikbaar over restwarmte. U kunt zichzelf echter nog altijd verbranden. Dit is te voorkomen door altijd voorzichtig te zijn in de buurt van de kookplaat. Temperatuurdetectie Als de temperatuur van een of meer kookzones om welke reden dan ook de veiligheidsniveaus overschrijden, worden de desbetreffende kookzones automatisch op een lager vermogen gezet. Nadat u klaar bent met het gebruik van de kookplaat, treedt de ventilator in werking totdat de elektronica is afgekoeld. De ventilator wordt automatisch uitgeschakeld, afhankelijk van de temperatuur van de elektronica. Veiligheidsuitschakeling Als een van de kookzones niet wordt uitgeschakeld of als de temperatuurinstelling gedurende langere tijd niet wordt gewijzigd, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. De kookzones worden na de onderstaande perioden automatisch uitgeschakeld. Temperatuurinstelling Uitschakelen 1-3 Na 6 uur 4-6 Na 5 uur 7-9 Na 4 uur 10-15 Na 1,5 uur OPMERKING Als de kookplaat oververhit is vanwege onjuist gebruik, wordt afgebeeld. De kookplaat wordt vervolgens uitgeschakeld. OPMERKING Als de pan ongeschikt of te klein is, of als er geen pan op de kookzone is geplaatst, wordt weergegeven. Vervolgens wordt de desbetreffende kookzone na 1 minuut uitgeschakeld. OPMERKING Als een of meer van de kookzones wordt uitgeschakeld vóór de aangegeven tijd verstreken is, raadpleegt u gedeelte 'Probleemoplossing'. Andere redenen waarom een kookzone soms automatisch wordt uitgeschakeld Alle kookzones worden uitgeschakeld wanneer vloeistof overkookt en op het bedieningspaneel terechtkomt. Deze automatische uitschakeling wordt ook geactiveerd wanneer u een vochtige doek op het bedieningspaneel legt. In beide gevallen moet het apparaat opnieuw worden ingeschakeld met de Aan/Uit -toets nadat de vloeistof of de doek is verwijderd.16 Nederlands Voordat u begint Voordat u begint Kookgerei voor inductiekookzones De inductiekookzone kan alleen aan worden gezet wanneer er kookgerei met een magnetische basis op een van de kookzones wordt geplaatst. U kunt het kookgerei dat hieronder als geschikt wordt benoemd gebruiken. Materiaal Geschiktheid Staal, geëmailleerd staal, gietijzer

Roestvrij staal Ja (Indien de magneet zich vasthoudt aan de onderkant van de pan) Aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein Nee OPMERKING

  • Pannen die geschikt zijn voor koken op inductie worden als geschikt aangeduid door de fabrikant.
  • Bepaalde pannen kunnen geluid maken wanneer ze worden gebruikt op inductiekookzones.
  • Deze geluiden betekenen niet dat de kookplaat defect is en beïnvloeden de werking ervan op geen enkele manier.
  • Speciaal kookgerei van roestvrij staal is mogelijk niet geschikt voor koken op inductie. Controleer of de basis van het kookgerei wordt aangetrokken door een magneet. Formaten kookgerei voor inductiekookzones Induction cooking zones adapt automatically to the bottom size of the cookware up to a certain limit. Het magnetische deel van de onderkant van het kookgerei moet echter een minimale diameter hebben, afhankelijk van het formaat van de kookzone. Gebruik voor de beste resultaten kookgerei waarvan de ferromagnetische diameter overeenkomt met een kookzone. Als het kookgerei niet wordt gevoeld door een kookzone, probeer dan een grotere kookzone. OPMERKING Bekijk voor de diameter van pannen de specicaties van de kookzones van het model dat u gebruikt. Kookgerei Gebruik pannen met een platte bodem die de volledige kookzone bedekken. Controleer op platheid door een liniaal langs de bodem van de pan te draaien. Volg alle aanbevelingen op wat betreft het gebruik van pannen.
  • Gebruik kookgerei dat van het correcte materiaal is gemaakt voor koken op inductie.
  • Gebruik pannen van goede kwaliteit met een zwaardere onderkant voor betere warmteverdeling. Dit leidt tot betere kookresultaten.
  • Zorg ervoor dat het formaat van de pannen overeenkomt met de hoeveelheid voedsel die u bereidt.
  • Laat kookgerei niet droogkoken. Dit kan permanente schade opleveren in de vorm van breuken, samensmelting of krassen die de keramische plaat kunnen aantasten. (Dit soort schade wordt niet vergoed door uw garantie).
  • Gebruik geen vuile pannen of pannen waarin veel vet is opgehoopt. Gebruik altijd pannen die makkelijk te reinigen zijn na het koken. LET OP
  • De kookzones lijken wellicht afgekoeld nadat ze zijn uitgezet. Echter kan het glazen oppervlak nog heet zijn door de restwarmte die is overgedragen via het kookgerei. Er bestaat nog steeds een risico op verbranding.
  • Raak hete pannen nooit aan met uw handen. Gebruik altijd ovenwanten of pannenlappen om uw handen te beschermen tegen verbranding.
  • Verschuif pannen niet over het kookplaatoppervlak. Dit kan de plaat permanent beschadigen.Nederlands 17 Gebruik Ander inductiekookgerei Sommige pannen hebben dun magnetisch materiaal aan de onderkant om te functioneren met een inductiekookplaat. Deze pannen zijn maar licht magnetisch en werken mogelijk niet goed. (Licht magnetisch houdt in dat een magneet zich niet stevig vasthoudt of dat het gebied waar de magneet zich vasthoudt klein is.)

A. Gebied waar de magneet zich niet vasthoudt B. Gebied waar de magneet zich vasthoudt

  • Ook al is een pan ontworpen voor een inductiekookplaat, toch kan de verwarmingsprestatie zwak zijn, of het kan voorkomen dat de kookplaat de pan niet detecteert, afhankelijk van het formaat en de sterkte van het magnetische gebied aan de onderkant van de pan. Wanneer u grotere pannen gebruikt met een kleiner ferromagnetisch element, wordt enkel het ferromagnetische element verwarmd. Daardoor wordt de warmte mogelijk niet gelijkmatig verdeeld. Geschiktheidstest Pannen zijn geschikt voor inductiekoken als er een magneet door de bodem van de pan wordt aangetrokken en de pan als geschikt wordt aangemerkt door de fabrikant van de pan.
  • U herkent geschikte pannen aan hun onderkant. De onderkant dient zo dik en zo plat mogelijk te zijn.
  • Wanneer u nieuwe pannen koopt, dient u vooral ook te letten op de diameter van de onderkant. Fabrikanten geven vaak alleen de diameter van de bovenrand van de pan aan.
  • Gebruik geen pannen die een beschadigde onderzijde hebben met ruwe randen of bramen. Er kunnen krassen ontstaan wanneer deze pannen worden verschoven.
  • De onderzijde van koude pannen is normaal gesproken iets naar binnen gebogen (concaaf). Deze mag nooit naar buiten gebogen zijn (convex).
  • Als u een speciaal type pan wilt gebruiken, bijvoorbeeld een hogedrukpan, een sudderpan of een wok, raadpleegt u de instructies van de fabrikant.18 Nederlands Gebruik Gebruik Juiste plaatsing Juist Onjuist Pannen met een platte onderkant en rechte zijkanten Pannen met gebogen of vervormde onder- en zijkanten De pan voldoet aan of is groter dan het aanbevolen minimale formaat voor de kookzone. De pan voldoet niet aan het minimale formaat dat vereist is voor de betreffende kookzone. De pan bedekt het oppervlak van de kookplaat volledig. De pan staat op de rand van de kookplaat of staat niet volledig op het oppervlak van de kookplaat. De pan is goed uitgebalanceerd. Het zware handvat zorgt ervoor dat de pan kantelt. Tips voor energiebesparing U kunt kostbare energie besparen door op de volgende zaken te letten.
  • Zorg altijd dat de potten en pannen op de kookplaat staan voordat u de kookzone inschakelt.
  • Houd de kookzones en de basis van pannen schoon. Anders wordt er meer energie verbruikt.
  • Plaats zo veel mogelijk de deksels stevig op de pannen om deze geheel af te sluiten. Dit bespaart energie.
  • Schakel de kookzones uit voordat het einde van de kooktijd is bereikt. Gebruik de restwarmte om voedsel warm te houden. Geschiktheidstest van kookgerei U kunt kookgerei testen om te kijken of ze geschikt zijn voor gebruik met het product.

1. Raak de tiptoets Aan/Uit

1-2 seconden aan om de kookplaat aan te zetten.

2. Als u het kinderslot wilt inschakelen, raakt u de tiptoets voor Vergrendeling

gedurende 3 seconden aan.

3. Als u de testmodus voor geschiktheid van kookgerei wilt inschakelen, raakt

u de tiptoets voor Timer gedurende 3 seconden aan.

4. Plaats het kookgerei op een van de kookzones en raak de tiptoets voor

Vermogensversterking gedurende 3 seconden aan. Display Omschrijving 0 Pan is ongeschikt

1 - 7 Pan is geschikt, maar inefciënt

8 - 10 Pan is geschiktNederlands 19

Gebruik (NZ8*****7**) De tiptoetsbediening gebruiken Als u de tiptoetsen wilt bedienen, raakt u het gewenste paneel met de top van uw wijsvinger aan totdat het betreffende display oplicht of uitgaat of tot de gewenste functie is geactiveerd. Zorg dat u slechts een tiptoets tegelijk aanraakt wanneer u het apparaat bedient. Als de vinger te plat op het paneel wordt gedrukt, kan een tiptoets ernaast ook worden ingeschakeld. Bedieningsgeluiden Als u het volgende hoort.

  • Krakend geluid: de pan is vervaardigd van verschillende materialen.
  • Geuit: u gebruikt meer dan twee kookzones en de pan is gemaakt van verschillende materialen.
  • Gezoem: u gebruikt een hoog vermogensniveau.
  • Geklik: er vinden elektrische schakelingen plaats.
  • Gesis, gezoem: de ventilator is in bedrijf. Deze geluiden zijn normaal en duiden niet op een defect. WAARSCHUWING Gebruik geen pannen met een ander formaat en materiaal. Als u pannen van verschillende groottes of materialen gebruikt, kan dit lawaai en trillingen veroorzaken. OPMERKING Als u lage vermogensstanden (1-5) gebruikt, kan dit een klikgeluid geven. Eerste reiniging Veeg het keramisch glazen oppervlak schoon met een vochtige doek en een speciale reiniger voor keramische kookplaten. WAARSCHUWING Gebruik nooit bijtende of schurende reinigingsmiddelen. Het oppervlak zou hierdoor kunnen worden beschadigd. Gebruik (NZ8*****7**) Het apparaat inschakelen Het apparaat kan worden in-/uitgeschakeld met de tiptoets Aan/Uit . Raak de tiptoets Aan/Uit ongeveer 1 à 2 seconden aan. OPMERKING Nadat de tiptoets Aan/Uit is aangeraakt om het apparaat in te schakelen, moet binnen ongeveer 20 seconden een temperatuur worden ingesteld. Anders schakelt het apparaat zichzelf om veiligheidsredenen weer uit. Het apparaat uitschakelen Om het apparaat volledig uit te schakelen gebruikt u de tiptoets Aan/Uit . Raak de tiptoets Aan/Uit ongeveer 1 à 2 seconden aan. OPMERKING Nadat u een kookzone of het gehele kookoppervlak hebt uitgeschakeld, wordt de aanwezigheid van restwarmte aangegeven op de digitale displays van de betreffende kookzones in de vorm van een , (twee stappen voor 'heet'). De temperatuur daalt, , verdwijnt. De kookzone en temperatuurinstelling selecteren

2. Voor het instellen en aanpassen van het temperatuurniveau, gebruikt u de

bedieningsbalk. Bedienings- balk Bedienings- knop OPMERKING Wanneer meer dan een tiptoets gedurende langer dan 8 seconden wordt ingedrukt, wordt weergegeven op het kookzonedisplay.20 Nederlands Gebruik (NZ8*****7**) Gebruik (NZ8*****7**) Vermogensversterking De functie voor Vermogensversterking zorgt dat er extra vermogen voor de kookzones beschikbaar komt. (Voorbeeld: om een grote hoeveelheid water aan de kook te brengen.) Na gebruik van Vermogensversterking, keren de kookzones automatisch terug naar de hoogste temperatuurinstelling. OPMERKING

  • Onder bepaalde omstandigheden kan de Vermogensversterking automatisch worden uitgeschakeld, om de interne elektronische onderdelen van de kookplaat te beschermen. Het is bijvoorbeeld onmogelijk om tegelijkertijd maximaal vermogen toe te passen op Flexzone achter en Flexzone voor.
  • Raadpleeg de kookzonespecicaties van uw model voor de Vermogensversterking-tijd. Energiebeheer De kookzones kennen een maximaal vermogen. Als dit maximum wordt overschreden doordat de Vermogensversterking wordt ingeschakeld, wordt de temperatuurinstelling van een kookzone automatisch door de vermogensbeheerfunctie verlaagd. Daarna verandert de indicator van de ingestelde temperatuur naar de maximale temperatuurinstelling. De Flexzone gebruiken (Alleen voor modellen waarbij Flexzone van toepassing is) Met de Flexfunctie kan een volledig kookzonedeel worden ingeschakeld voor gebruik met grotere pannen. (voorbeeld: ovalen pannen, vispan)

2. Voor het instellen en aanpassen van het temperatuurniveau, gebruikt u de

bedieningsbalk. OPMERKING

  • Als u tijdens de werking de Flexzone -toets aanraakt, wordt de functie Flexzone uitgeschakeld.
  • Als u op de toets voor Flexzone drukt terwijl elke kookzone een ander temperatuurniveau heeft, wordt de kookzone op een hoge temperatuur ingesteld. Suggesties voor het bereiden van bepaalde levensmiddelen De waarden in de onderstaande tabel zijn algemene richtlijnen. De vereiste temperatuurinstellingen voor de verschillende kookmethoden zijn afhankelijk van een aantal variabelen, zoals de kwaliteit van de gebruikte pannen en de hoeveelheid voedsel die wordt bereid. Tempera- tuurinstelling Bereidingswijze Praktische voorbeelden 14-15 Verwarmen / Sauteren / Braden Het verwarmen van grote hoeveelheden vloeistof, het koken van pasta, dichtschroeien van vlees, goulash bruinen, vlees smoren 8-11 Intensief braden Steak, lendenstuk, gebakken aardappels, worst, pannenkoeken/poffertjes 7-10 Braden Schnitzel/karbonade, lever, vis, rissole, gebakken ei 5-7 Koken Het koken van tot 1,5 l vloeistof, aardappels, groenten 2-4 Stomen / Stoven / Koken Stomen en stoven van kleine hoeveelheden groenten, rijst koken en gerechten met melk 1-2 Smelten Boter smelten, gelatine oplossen, chocolade smelten OPMERKING Al naar gelang de gebruikte pannen en de hoeveelheden voedsel dient u de temperatuurinstellingen aan te passen.Nederlands 21 Gebruik (NZ8*****7**)
  • U hoort mogelijk een geluid terwijl de kookplaat het kookgerei herkent.
  • Verwijder het kookgerei niet tijdens het koken. De kookplaat stopt om veiligheidsredenen automatisch als kookgerei wordt verwijderd voor meer dan 5 seconden. De Flexzone Plus gebruiken (Alleen voor modellen waarbij Flexzone plus van toepassing is)

2. Voor het instellen en aanpassen van het temperatuurniveau, raakt u de toets

Temperatuurinstelling aan. OPMERKING

  • Als u op de tiptoets voor Flexzone duwt terwijl u het apparaat bedient, gaat de functie Flexzone uit.
  • Als u de toets Flexzone aanraakt terwijl iedere kookzone op verschillende niveaus aanstaan, wordt het automatisch aangepast naar een hoger niveau.
  • Wanneer u kookgerei verwijdert van of toevoegt aan de nieuwe Flexzone, annuleer dan de huidige bediening en raak de betreffende toets Kookzone aan om de kookzone te activeren. Timer De timer als veiligheidsuitschakeling gebruiken Wanneer er een specieke tijd wordt ingesteld voor een kookzone, wordt deze kookzone automatisch uitgeschakeld zodra deze tijd is verstreken. Deze functie kan worden gebruikt voor meerdere kookzones tegelijk. De timer instellen De kookzones waarop u de veiligheidsschakeling wilt toepassen moeten zijn ingeschakeld.

1. Druk op de tiptoets Timer

2. Stel de timer in door meerdere keren de tiptoets Timer aan te raken.

3. Om de timerinstellingen te annuleren, raakt u de tiptoets Timer

gedurende 3 seconden aan. OPMERKING

  • Om de instellingen sneller te wijzigen, raakt u de tiptoets Timer aan en houdt u deze ingedrukt totdat de gewenste waarde is bereikt.
  • Wanneer de timer is afgelopen, hoort u meerdere keren een piep. Vervolgens wordt de kookzone uitgeschakeld. Flexzone Plus (Alleen voor modellen waarbij Flexzone plus van toepassing is) Kookzone 4 Kookzone 3 Kookzone 2 Kookzone 1 De Flexzone is het grote kookgedeelte aan de linkerkant van de kookplaat (zie het linkerguur), dat speciaal is ontworpen om meerdere potten en pannen van verschillende vormen en maten tegelijkertijd te kunnen gebruiken. De Flexzone heeft vier zones die worden bediend door individuele inductoren, waardoor u, ongeacht waar de pannen worden geplaatst op een kookzone, kunt koken. Met Flexzone Plus kunt u een combinatie gebruiken van verschillende kookzones om het kookgebied uit te breiden. Raak de toets Flexzone aan om de kookzone als volgt te gebruiken. Kookzone 4 Kookzone 4Kookzone 4Kookzone 4 Kookzone 3 Kookzone 3Kookzone 3Kookzone 3 Kookzone 2 Kookzone 2Kookzone 2Kookzone 2 Kookzone 1 Kookzone 1Kookzone 1Kookzone 1 OPMERKING
  • Wanneer u een enkele kookzone gebruikt, moet de onderkant van het kookgerei minder dan 14 cm zijn.
  • De kookplaat kan er 5-10 seconden over doen om de plaatsing van het kookgerei te herkennen.22 Nederlands Gebruik (NZ8*****7**) Gebruik (NZ8*****7**) Kinderslot U kunt het kinderslot gebruiken om de apparatuur te vergrendelen tegen onbedoeld inschakelen van een kookzone en activering van het kookoppervlak. Het bedieningspaneel, met uitzondering van de tiptoets Aan/uit (Alleen mogelijkheid voor uitschakelen), kan worden vergrendeld om te voorkomen dat de instellingen onbedoeld worden gewijzigd door over het paneel te vegen met een doek. Het kinderslot in- en uitschakelen

1. Raak de tiptoets Vergrendeling

ongeveer 3 seconden aan. Er klinkt een geluid ter bevestiging.

2. Druk op een willekeurige toets.

verschijnt nu op het display om aan te geven dat het kinderslot is geactiveerd.

3. Als u het kinderslot wilt uitschakelen, raakt u de tiptoets voor

Vergrendeling nogmaals gedurende 3 seconden aan. Er klinkt een geluid ter bevestiging. OPMERKING

  • Het kinderslot is geactiveerd, ongeacht of het apparaat uit of aan is.
  • Tijdens het koken kunt u het kinderslot gebruiken. Raak de tiptoets Aan/Uit aan om de kookzone met geactiveerd kinderslot uit te zetten. Onderbreken De functie Onderbreken schakelt alle actieve kookzones tegelijkertijd naar laag vermogen en vervolgens terug naar de eerder ingestelde temperatuurinstelling. Deze functie kan worden gebruikt om het bereidingsproces kort te onderbreken en vervolgens voort te zetten, bijvoorbeeld om een telefoongesprek aan te nemen. Wanneer de functie Onderbreken is geactiveerd, worden alle tiptoetsen met uitzondering van de toetsen Pauze , Vergrendeling en Aan/Uit uitgeschakeld. Als u verder wilt gaan met koken, drukt u nogmaals op de toets Pauze . Bedieningspaneel Display Inschakelen Raak Pauze aan Uitschakelen Raak Pauze aan Terug naar vorig vermogensniveau Snelle stop Deze functie zorgt ervoor dat u sneller kunt stoppen met koken. Als u een kookzone wilt uitschakelen, drukt u gedurende 2 seconden op de toets Kookzone . OPMERKING De toets Flexzone werkt niet met de functie Snelle stop.Nederlands 23 Uw apparaat onderhouden Smart Connect De kookplaat heeft een ingebouwde wimodule die u kunt gebruiken om de kookplaat te synchroniseren met de SmartThings-app. Via de app op uw telefoon kunt u:
  • de bedieningsstatus en de temperatuurinstellingen van de kookplaatelementen zien.
  • de timerinstellingen bekijken Functies die kunnen worden bediend via de SmartThings-app werken mogelijk niet goed als er slechte verbinding is of als het product is geplaatst op een plek met een zwak WiFi-signaal. Hoe u verbinding kunt maken met de kookplaat Voordat u de functies op afstand van uw Samsung-kookplaat kunt gebruiken, moet u deze koppelen aan de SmartThings-app.

1. Download en open de SmartThings-app op uw smart-apparaat.

2. Druk gedurende ongeveer 5 seconden op de toets Pauze

om de 'AP' in te schakelen.

3. Terwijl er verbinding wordt gemaakt, knippert de wi-indicator. Zodra het

proces is voltooid, brandt de indicator continu zonder te knipperen. Nu is de kookplaat verbonden.

4. Als de Smart Connect WiFi-indicator niet aangaat, volg dan de instructies in

de app om opnieuw verbinding te maken. OPMERKING

  • Zorg ervoor dat de Smart Connect-functie alleen aanstaat wanneer de kookplaat niet wordt bediend.
  • Voor verdere instructies kunt u de webhandleiding op www.samsung.com raadplegen Wi-Fi Aan/Uit Om de Wi-Fi Aan/Uit te wijzigen, herhaalt u de stappen 1 tot 3

1. Raak de tiptoets Aan/Uit

ongeveer 1 à 2 seconden aan om de kookplaat aan te zetten.

2. Als u het kinderslot wilt inschakelen, raakt u de tiptoets voor

Vergrendeling gedurende 3 seconden aan.

3. Volg de instructies op de app en duw op de

-toets en houd deze 3 seconden vast. Maximale vermogenslimiet Met deze functie kunt u het maximale vermogen van het apparaat aanpassen.

1. Houd de stroom uitgeschakeld.

2. Druk gedurende ongeveer 3 seconden tegelijkertijd op de

Vermogensversterking -toets linksvoor en de Timer -toets linksachter.

3. Raak de tiptoets Timer rechtsvoor ongeveer 3 seconden aan.

4. Raak de tiptoets Timer linksvoor ongeveer 1,5 seconden aan.

Het display geeft en het huidige maximale vermogen weer.

5. U kunt de vermogenslimiet aanpassen door middel van de Pauze -toets.

(3000 W, 4000 W, 7400 W)

6. Druk op de Aan/uit -toets om instellingen in te stellen.

OPMERKING In de modus laag vermogen (3000 W, 4000 W), wordt het vermogensniveau automatisch aangepast. Geluid aan/uit

1. Raak de tiptoets Aan/Uit ongeveer 1 à 2 seconden aan.

2. Raak de Timer -toets rechtsvoor gedurende 2 seconden aan binnen

10 seconden nadat het apparaat is aangezet.

3. Het geluid wordt uitgeschakeld en

wordt weergegeven op het display.

4. Als u de geluidsinstelling wilt wijzigen, herhaalt u stap 1 en 2. Het geluid

wordt ingeschakeld en wordt weergegeven op het display. OPMERKING Na het inschakelen is het gedurende 10 seconden niet mogelijk om de geluidsinstellingen te wijzigen.24 Nederlands Gebruik (NZ8*****8**) Gebruik (NZ8*****7**) Gebruik (NZ8*****8**) Het apparaat inschakelen Het apparaat kan worden in-/uitgeschakeld met de tiptoets Aan/Uit . Raak de tiptoets Aan/Uit ongeveer 1 à 2 seconden aan. OPMERKING Nadat de tiptoets Aan/Uit is aangeraakt om het apparaat in te schakelen, moet binnen ongeveer 20 seconden een temperatuur worden ingesteld. Anders schakelt het apparaat zichzelf om veiligheidsredenen weer uit. Het apparaat uitschakelen Het apparaat kan volledig worden uitgeschakeld met de tiptoets Aan/Uit . Raak de tiptoets Aan/Uit ongeveer 1 à 2 seconden aan. OPMERKING Nadat u een kookzone of het gehele kookoppervlak hebt uitgeschakeld, wordt de aanwezigheid van restwarmte aangegeven op de digitale displays van de betreffende kookzones in de vorm van een , (twee stappen voor 'heet'). De temperatuur daalt, , verdwijnt. De kookzone en temperatuurinstelling selecteren

1. Om de kookzone te selecteren, raakt u de tiptoets van de betreffende

2. Voor het instellen en aanpassen van het temperatuurniveau, gebruikt u de

bedieningsbalk, -toets of -knop. Bedieningsbalk Bedieningsknop OPMERKING

  • Het standaardniveau is ingesteld op 15 wanneer u de kookzone selecteert.
  • Wanneer meer dan een tiptoets gedurende langer dan 8 seconden wordt ingedrukt, wordt weergegeven op het kookzonedisplay. Bedienbare afzuigkappen Dit product bevat een Bluetooth-systeem dat u kunt gebruiken om de kookplaat te verbinden met bedienbare afzuigkappen van Samsung. Via de Bluetooth- verbinding kunt u de bedieningsfunctie voor de afzuigkap op de SmartThings- app gebruiken. Voor meer informatie over afzuigkappen die u kunt bedienen, bezoekt u www.samsung.com Verbinding maken met een bedienbare afzuigkap

1. Volg de Bluetooth-instructies van de bedienbare afzuigkap en activeer de

Bluetooth-verbinding.

2. Duw tegelijkertijd rechtsvoor op de toetsen Timer

en Pauze om verbinding te maken met Bluetooth. Wanneer de Bluetooth-verbinding tot stand is gekomen, verschijnt er op het display. OPMERKING

  • Als de Smart Connect-verbinding niet succesvol is, kunt u de SmartThings- app gebruiken om de afzuigkap te bekijken en bedienen.
  • Zonder een Smart Connect-verbinding met de kookplaat, kunt u een Bluetooth-verbinding gebruiken om de kookplaat te koppelen aan de afzuigkap en om ze te synchroniseren. Om dit te doen volgt u de stappen 2 en 3 hierboven.Nederlands 25 Gebruik (NZ8*****8**) Vermogensversterking De functie voor Vermogensversterking zorgt dat er extra vermogen voor de kookzones beschikbaar komt. (Voorbeeld: om een grote hoeveelheid water aan de kook te brengen.) Na gebruik van Vermogensversterking, keren de kookzones automatisch terug naar de hoogste temperatuurinstelling. OPMERKING
  • Onder bepaalde omstandigheden kan de Vermogensversterking automatisch worden uitgeschakeld, om de interne elektronische onderdelen van de kookplaat te beschermen. Het is bijvoorbeeld onmogelijk om tegelijkertijd maximaal vermogen toe te passen op Flexzone achter en Flexzone voor.
  • Raadpleeg de kookzonespecicaties van uw model voor de Vermogensversterking-tijd. Energiebeheer De kookzones kennen een maximaal vermogen. Als dit maximum wordt overschreden doordat de Vermogensversterking wordt ingeschakeld, wordt de temperatuurinstelling van een kookzone automatisch door de vermogensbeheerfunctie verlaagd. De indicator voor deze kookzone wisselt enkele seconden tussen de ingestelde temperatuur en de maximale temperatuurinstelling. Daarna verandert de indicator van de ingestelde temperatuur naar de maximale temperatuurinstelling. De Flexzone gebruiken (Alleen voor modellen waarbij Flexzone van toepassing is) Met de exfunctie kan de volledige linkerkookzone worden ingeschakeld voor gebruik met grotere pannen. (Voorbeeld: ovalen pannen, een vispan, enz.)

2. Voor het instellen van het temperatuurniveau voor koken, raakt u de

Temperatuurinstelling aan. OPMERKING

  • Als u tijdens de werking de Flexzone -toets aanraakt, wordt de functie Flexzone uitgeschakeld.
  • Als u op de toets voor Flexzone drukt terwijl elke kookzone een ander temperatuurniveau heeft, wordt de kookzone op een hoge temperatuur ingesteld. Suggesties voor het bereiden van bepaalde levensmiddelen De waarden in de onderstaande tabel zijn algemene richtlijnen. De vereiste temperatuurinstellingen voor de verschillende kookmethoden zijn afhankelijk van een aantal variabelen, zoals de kwaliteit van de gebruikte pannen en de hoeveelheid voedsel die wordt bereid. Temperatuurinstelling Bereidingswijze Praktische voorbeelden 14-15 Verwarmen / Sauteren / Braden Het verwarmen van grote hoeveelheden vloeistof, het koken van pasta, dichtschroeien van vlees, goulash bruinen, vlees smoren 8-11 Intensief braden Steak, lendenstuk, gebakken aardappels, worst, pannenkoeken/poffertjes 7-10 Braden Schnitzel/karbonade, lever, vis, rissole, gebakken ei 5-7 Koken Het koken van tot 1,5 l vloeistof, aardappels, groenten 2-4 Stomen / Stoven / Koken Stomen en stoven van kleine hoeveelheden groenten, rijst koken en gerechten met melk 1-2 Smelten Boter smelten, gelatine oplossen, chocolade smelten OPMERKING Al naar gelang de gebruikte pannen en de hoeveelheden voedsel dient u de temperatuurinstellingen aan te passen.26 Nederlands Gebruik (NZ8*****8**) Gebruik (NZ8*****8**) OPMERKING
  • Wanneer u een enkele kookzone gebruikt, moet de onderkant van het kookgerei minder dan 14 cm zijn.
  • De kookplaat kan er 5-10 seconden over doen om de plaatsing van het kookgerei te herkennen.
  • U hoort mogelijk een geluid terwijl de kookplaat het kookgerei herkent.
  • Verwijder het kookgerei niet tijdens het koken. De kookplaat stopt om veiligheidsredenen automatisch als kookgerei wordt verwijderd voor meer dan 5 seconden. De Flexzone Plus gebruiken (Alleen voor modellen waarbij Flexzone plus van toepassing is)

2. Voor het instellen en aanpassen van het temperatuurniveau, raakt u de toets

Temperatuurinstelling aan. OPMERKING

  • Als u op de tiptoets voor Flexzone duwt terwijl u het apparaat bedient, gaat de functie Flexzone uit.
  • Als u de toets Flexzone aanraakt terwijl iedere kookzone op verschillende niveaus aanstaan, wordt het automatisch aangepast naar een hoger niveau.
  • Wanneer u kookgerei verwijdert van of toevoegt aan de nieuwe Flexzone, annuleer dan de huidige bediening en raak de betreffende toets Kookzone aan om de kookzone te activeren. Flexzone Plus (Alleen voor modellen waarbij Flexzone plus van toepassing is) Kookzone 4 Kookzone 3 Kookzone 2 Kookzone 1 De Flexzone is het grote kookgedeelte aan de linkerkant van de kookplaat (zie het linkerguur), dat speciaal is ontworpen om meerdere potten en pannen van verschillende vormen en maten tegelijkertijd te kunnen gebruiken. De Flexzone heeft vier zones die worden bediend door individuele inductoren, waardoor u, ongeacht waar de pannen worden geplaatst op een kookzone, kunt koken. Met Flexzone Plus kunt u een combinatie gebruiken van verschillende kookzones om het kookgebied uit te breiden. Raak de toets Flexzone aan om de kookzone als volgt te gebruiken. Kookzone 4 Kookzone 4Kookzone 4Kookzone 4 Kookzone 3 Kookzone 3Kookzone 3Kookzone 3 Kookzone 2 Kookzone 2Kookzone 2Kookzone 2 Kookzone 1 Kookzone 1Kookzone 1Kookzone 1Nederlands 27 Gebruik (NZ8*****8**) Onderbreken De functie Onderbreken schakelt alle actieve kookzones tegelijkertijd naar laag vermogen en vervolgens terug naar de eerder ingestelde temperatuurinstelling. Deze functie kan worden gebruikt om het bereidingsproces kort te onderbreken en vervolgens voort te zetten, bijvoorbeeld om een telefoongesprek aan te nemen. Wanneer de functie Onderbreken is geactiveerd, worden alle tiptoetsen met uitzondering van de toetsen Vergrendeling en Aan/Uit uitgeschakeld. Als u de bereiding wilt hervatten, drukt u nogmaals op de toets Vergrendeling

Bedieningspaneel Display Inschakelen Raak Vergrendeling aan Uitschakelen Raak Vergrendeling aan Terug naar vorig vermogensniveau Snelle stop Deze functie zorgt ervoor dat u sneller kunt stoppen met koken. Als u een kookzone wilt uitschakelen, drukt u gedurende 2 seconden op de toets Kookzone . OPMERKING De toets Flexzone werkt niet met de functie Snelle stop. Warm houden

1. Gebruik deze functie om bereide gerechten warm te houden. Raak de

tiptoets voor de betreffende kookzone aan.

2. Raak de tiptoets Warm houden

3. Het display van de kookzone wordt gewijzigd.

4. Raak de tiptoets Warm houden opnieuw aan om de kookzone uit te

schakelen. Timer De timer als veiligheidsuitschakeling gebruiken Wanneer er een specieke tijd wordt ingesteld voor een kookzone, wordt deze kookzone automatisch uitgeschakeld zodra deze tijd is verstreken. Deze functie kan worden gebruikt voor meerdere kookzones tegelijk. De timer instellen De kookzones waarop u de veiligheidsschakeling wilt toepassen moeten zijn ingeschakeld.

1. Druk op de tiptoets Timer

2. Stel de timer in door meerdere keren de tiptoets Timer aan te raken.

3. Om de timerinstellingen te annuleren, raakt u de tiptoets Timer

gedurende 3 seconden aan. OPMERKING

  • Om de instellingen sneller te wijzigen, raakt u de tiptoets Timer aan en houdt u deze ingedrukt totdat de gewenste waarde is bereikt.
  • Wanneer de timer is afgelopen, hoort u meerdere keren een piep. De kookzone wordt echter niet uitgeschakeld.28 Nederlands Gebruik (NZ8*****8**) Gebruik (NZ8*****8**) Maximale vermogenslimiet Met deze functie kunt u het maximale vermogen van het apparaat aanpassen.

1. Houd de stroom uitgeschakeld.

2. Duw gedurende 3 seconden op de toets voor Vergrendeling

om het kinderslot aan te zetten.

3. Raak de tiptoetsen Kookzone aan de linkervoorkant en Kookzone aan

de rechtervoorkant tegelijkertijd aan gedurende ongeveer 3 seconden.

4. Raak de tiptoets Timer ongeveer 3 seconden aan.

Het display weergeeft en het huidige maximale vermogen.

5. U kunt het vermogenslimiet aanpassen door middel van de toets

Vergrendeling . (3000 W, 4000 W, 7400 W)

6. Druk op de Aan/uit

-toets om instellingen in te stellen. OPMERKING In de modus laag vermogen (3000 W, 4000 W), wordt het vermogensniveau automatisch aangepast. Geluid aan/uit

1. Raak de tiptoets Aan/Uit ongeveer 1 à 2 seconden aan.

-toets gedurende 3 seconden aan binnen 10 seconden nadat het apparaat is aangezet.

3. Het geluid wordt uitgeschakeld en

wordt weergegeven op het display.

4. Als u de geluidsinstelling wilt wijzigen, herhaalt u stap 1 en 2. Het geluid

wordt ingeschakeld en wordt weergegeven op het display. OPMERKING Na het inschakelen is het gedurende 10 seconden niet mogelijk om de geluidsinstellingen te wijzigen. Het kinderslot gebruiken U kunt het kinderslot gebruiken om de apparatuur te vergrendelen tegen onbedoeld inschakelen van een kookzone en activering van het kookoppervlak. Het bedieningspaneel, met uitzondering van de tiptoets Aan/uit (Alleen mogelijkheid voor uitschakelen), kan worden vergrendeld om te voorkomen dat de instellingen onbedoeld worden gewijzigd door over het paneel te vegen met een doek. Het kinderslot in- en uitschakelen

1. Raak de tiptoets voor Vergrendeling

ongeveer 3 seconden aan. Er klinkt een geluid ter bevestiging.

2. Raak een tiptoets aan.

verschijnt nu op het display om aan te geven dat het kinderslot is geactiveerd.

3. Als u het kinderslot wilt uitschakelen, raakt u de tiptoets voor

Vergrendeling nogmaals gedurende 3 seconden aan. Er klinkt een geluid ter bevestiging. OPMERKING

  • Het kinderslot is geactiveerd, ongeacht of het apparaat uit of aan is.
  • Tijdens het koken kunt u het kinderslot gebruiken. Om de kookzone uit te zetten met het kinderslot ingeschakeld, drukt u op de tiptoets Aan/Uit of zet u eerst het kinderslot uit en duwt vervolgens op de betreffende Kookzone -toets.Nederlands 29 Gebruik (NZ8*****8**) Bedienbare afzuigkappen Dit product bevat een Bluetooth-systeem dat u kunt gebruiken om de kookplaat te verbinden met bedienbare afzuigkappen van Samsung. Via de Bluetooth- verbinding kunt u de bedieningsfunctie voor de afzuigkap op de SmartThings- app gebruiken. Voor meer informatie over afzuigkappen die u kunt bedienen, bezoekt u www.samsung.com Verbinding maken met een bedienbare afzuigkap

1. Download en open de SmartThings-app op uw smartphone. Vervolgens

voltooit u de procedure voor Smart Connect om verbinding te maken met de kookplaat.

2. Volg de Bluetooth-instructies van de bedienbare afzuigkap en activeer de

Bluetooth-verbinding.

3. Duw tegelijkertijd op de toetsen Timer

en Vergrendeling om verbinding te maken met Bluetooth. Wanneer de Bluetooth-verbinding tot stand is gekomen, verschijnt er op het display.

4. Volg de instructies op uit de gebruikershandleiding van de bedienbare

afzuigkap en de app-gids om de afzuigkapbediening te gebruiken. OPMERKING

  • Als de Smart Connect-verbinding niet succesvol is, kunt u de SmartThings- app gebruiken om de afzuigkap te bekijken en bedienen.
  • Zonder een Smart Connect-verbinding met de kookplaat, kunt u een Bluetooth-verbinding gebruiken om de kookplaat te koppelen aan de afzuigkap en om ze te synchroniseren. Om dit te doen volgt u de stappen 2 en 3 hierboven. Smart Connect De kookplaat heeft een ingebouwde Wi-Fi-module die u kunt gebruiken om de kookplat te synchroniseren met de SmartThings-app. Via de app op uw smartphone kunt u:
  • de bedieningsstatus en de temperatuurinstellingen van de kookplaatelementen zien.
  • de timerinstellingen bekijken en wijzigen. Functies die kunnen worden bediend via de SmartThings-app werken mogelijk niet goed als er slechte verbinding is of als het product is geplaatst op een plek met een zwak WiFi-signaal. Hoe u verbinding kunt maken met de kookplaat Voordat u de functies op afstand van uw Samsung-kookplaat kunt gebruiken, moet u deze koppelen aan de SmartThings-app.

1. Download en open de SmartThings-app op uw smart-apparaat.

2. Raak de tiptoets Aan/Uit

ongeveer 1 à 2 seconden aan om de kookplaat aan te zetten.

3. Als u het kinderslot wilt inschakelen, raakt u de tiptoets voor

Vergrendeling gedurende 3 seconden aan.

4. Volg de instructies op de app en duw op de

-toets en houd deze 3 seconden vast.

5. Terwijl er verbinding wordt gemaakt, knippert de WiFi-indicator. Zodra het

proces is voltooid, brandt de indicator continu zonder te knipperen. Nu is de kookplaat verbonden.

6. Als de Smart Connect WiFi-indicator niet aangaat, volg dan de instructies in

de app om opnieuw verbinding te maken. OPMERKING

  • Zorg ervoor dat de Smart Connect-functie alleen aanstaat wanneer de kookplaat niet wordt bediend.
  • Voor verdere instructies kunt u de webhandleiding op www.samsung.com raadplegen Wi-Fi Aan/Uit Om de Wi-Fi Aan/Uit te wijzigen, herhaalt u de stappen 2 tot 4.30 Nederlands Uw apparaat onderhouden Uw apparaat onderhouden Hardnekkig vuil

1. Gebruik voor het verwijderen van

overgekookte etensresten en ander hardnekkig vuil een glasschraper.

2. Zet de glasschraper onder een hoek op

het keramisch glazen oppervlak.

3. Verwijder het vuil door te schrapen.

OPMERKING Glasschrapers en reinigingsmiddelen voor keramisch glas zijn bij speciaalzaken verkrijgbaar. Probleemvuil

1. Verwijder vastgebrande suiker,

gesmolten plastic, aluminiumfolie of andere materialen direct met een glasschraper terwijl ze nog heet zijn. WAARSCHUWING Pas op dat u zich niet verbrandt wanneer u de glasschraper op een hete kookzone gebruikt:

2. Reinig de kookplaat op de normale

manier wanneer hij eenmaal is afgekoeld. Als de kookzone waarop iets is vastgesmolten inmiddels is afgekoeld, warmt u deze weer op om hem te reinigen. OPMERKING Krassen of donkere vlekken op het oppervlak van het keramische glas, die bijvoorbeeld zijn veroorzaakt door een pan met scherpe randen, kunnen niet worden verwijderd. Ze hebben echter geen nadelig effect op de werking van de kookplaat. Uw apparaat onderhouden Kookplaat WAARSCHUWING Reinigingsmiddelen mogen niet in contact komen met het verwarmde keramisch glazen oppervlak: Alle reinigingsmiddelen moeten na reiniging met voldoende schoon water worden verwijderd, aangezien ze anders een bijtend effect kunnen hebben wanneer het oppervlak wordt verwarmd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen zoals grill- of ovenspray en metalen of kunststof schuursponsjes. OPMERKING Reinig het keramisch glazen oppervlak steeds na gebruik wanneer het nog net warm aanvoelt. Zo voorkomt u dat eventueel gemorst voedsel op het oppervlak vastbrandt. Verwijder kalkresten, watervlekken, vetspetters en metaalverkleuring met een speciale reiniger voor keramisch glas of roestvrij staal. Lichte bevuiling

1. Veeg het keramisch glazen oppervlak met een vochtige doek schoon.

2. Droog vegen met een schone doek. Er mogen geen resten van het

reinigingsmiddel op het oppervlak achterblijven.

3. Reinig het gehele keramisch glazen oppervlak minsten eenmaal per week

met een speciaal reinigingsmiddel voor keramisch glas of roestvrij staal.

4. Neem het keramisch glazen oppervlak met voldoende water af en wrijf het

met een niet-pluizende doek droog.Nederlands 31 Probleemoplossing en service Frame van kookplaat (optioneel) WAARSCHUWING Gebruik nooit azijn, citroensap of ontkalkingsmiddelen op het frame van de kookplaat; dit leidt tot doffe vlekken.

1. Veeg het frame met een vochtige doek schoon.

2. Maakt resten eerst met een natte doek vochtig. Veeg ze nu weg een wrijf de

plaats droog. Voorkom schade aan uw apparaat

  • Gebruik de kookplaat nooit als werkblad of om dingen op te zetten.
  • Zet nooit een kookzone aan als er geen pan op staat of wanneer de pan leeg is.
  • Keramisch glas is erg duurzaam en bestand tegen temperatuurschokken, maar het is niet onbreekbaar. Wanneer een scherp of hard object op de kookplaat valt, kan deze hierdoor worden beschadigd
  • Plaats nooit pannen op het frame van de kookplaat. Dit kan leiden tot krassen op en beschadigingen van de afwerking.
  • Voorkom dat u zure vloeistoffen, bijvoorbeeld azijn, citroensap en ontkalkingsmiddelen op het frame van de kookplaat morst, aangezien dit soort middelen doffe plekken kan veroorzaken.
  • Wanneer suiker of een gerecht dat met suiker is bereid in contact komt met een hete kookzone en smelt, moet dit direct met een glasschraper worden verwijderd terwijl het nog warm is. Als u dit soort vuil eerst laat afkoelen, kan bij het verwijderen beschadiging aan het oppervlak optreden.
  • Houd alle voorwerpen en materialen die kunnen smelten, bijvoorbeeld plastic, aluminiumfolie en ovenfolie uit de buurt van het keramisch glazen oppervlak. Als een dergelijk product op de kookplaat smelt, moet dit direct met een glasschraper worden verwijderd. Probleemoplossing en service Probleemoplossing Storingen kunnen het gevolg zijn van kleine kwesties, en u kunt dit helpen voorkomen aan de hand van de volgende instructies. Probeer geen verdere reparaties uit te voeren indien de instructies hieronder niet helpen in de aangegeven gevallen. WAARSCHUWING Reparaties aan de apparatuur mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwaliceerde onderhoudstechnicus. Onjuist uitgevoerde reparaties kunnen aanzienlijke risico's opleveren voor de gebruiker. Als uw apparaat gerepareerd moet worden, neemt u contact op met het servicecentrum. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Wat moet ik doen als de kookzones niet werken?
  • De zekering in de stoppenkast is doorgeslagen.
  • Als dit meerdere malen achtereen gebeurt, belt u een elektricien. Wat moet ik doen als de kookzones niet aangaan?
  • De On/Off (Aan/ Uit) -toets is per ongeluk geactiveerd.
  • Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof.
  • Is het apparaat ingeschakeld?
  • Maak het bedieningspaneel schoon. Wat moet ik doen als het gehele display, behalve de indicator voor restwarmte
  • De On/Off (Aan/ Uit) -toets is per ongeluk geactiveerd.
  • Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof.
  • Is het apparaat ingeschakeld?
  • Maak het bedieningspaneel schoon. Wat moet ik doen als de kookzones zijn uitgeschakeld en er geen restwarmte wordt aangegeven op het display?
  • Is de kookzone slechts kort gebruikt zodat er geen restwarmte is?
  • Als de kookzone heet is, neemt u contact op met een plaatselijk servicecentrum.32 Nederlands Probleemoplossing en service Probleemoplossing en service Informatiecode Mogelijke oorzaak Oplossing Er is een probleem met de temperatuursensor van de kookzone. Schakel het apparaat opnieuw in met de Aan/ uit -toets. Als het probleem aanhoudt, schakelt u alle stroom gedurende langer dan 30 seconden uit. Schakel vervolgens het apparaat opnieuw in en probeer het opnieuw. Als het probleem desondanks aanhoudt, neemt u contact op met een plaatselijk servicecentrum. De waargenomen temperatuur is hoger dan opgegeven. Er is een probleem met de PBA-sensor. De DC-motor functioneert niet vanwege problemen met de PCB of bedrading of een elektrische storing aan het motorblad. De tiptoets is langer dan 8 seconden ingedrukt. Controleer of de tiptoetsen nat zijn of ingedrukt zijn. Als het probleem aanhoudt, schakelt u het apparaat opnieuw in met de Aan/uit -toets. Als het probleem desondanks aanhoudt, neemt u contact op met een plaatselijk servicecentrum. Informatiecode Mogelijke oorzaak Oplossing Communicatie tussen de hoofd-PCB en sub-PCB's is mislukt. Schakel het apparaat opnieuw in met de Aan/ uit -toets. Als het probleem aanhoudt, schakelt u alle stroom gedurende langer dan 30 seconden uit. Schakel het apparaat vervolgens opnieuw in. Als het probleem desondanks aanhoudt, neemt u contact op met een plaatselijk servicecentrum. De aanraak-IC communiceert niet naar behoren. Het ligt buiten het normale voltagebereik (220

240 V). Controleer de stroomvoorziening in huis. Als de pot of pan niet geschikt is voor inductie of als de kookplaat zonder pot of pan werkt, wordt deze informatiecode weergegeven. Gebruik een pot of pan die geschikt is voor inductie.Nederlands 33 Probleemoplossing en service Wat moet ik doen als ik de kookzones niet kan in- of uitschakelen? Dit kan de volgende oorzaken hebben:

  • Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof.
  • Het kinderslot is geactiveerd en op het display staat

Wat moet ik doen als het -display knippert? Controleer het volgende:

  • Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof. Druk op de Aan/Uit -toets om het apparaat te resetten.
  • Als er vloeistof over het bedieningspaneel is gestroomd, veegt u de vloeistof weg. Wat moet ik doen als het -display knippert? Controleer het volgende:
  • De kookplaat is oververhit geraakt vanwege onjuist gebruik.
  • Raak nadat de kookplaat is afgekoeld de Aan/Uit -toets aan om het apparaat te resetten. Wat moet ik doen als het -display knippert? Controleer het volgende:
  • De pan is ongeschikt of te klein, of er is geen pan op de kookzone geplaatst.
  • Als u een geschikte pan gebruikt, verdwijnt de melding automatisch. Wat moet ik doen als de koelventilator draait nadat de kookplaat is uitgeschakeld? Controleer het volgende:
  • Als u klaar bent met het gebruik van de kookplaat, draait de koelventilator automatisch om het apparaat af te koelen.
  • Wanneer de elektronica van de kookplaat is afgekoeld of de max. tijd van 10 minuten is verstreken, wordt de koelventilator uitgeschakeld.
  • Als u een monteur laat komen als gevolg van een probleem bij het gebruik van het apparaat, kan dit voor u kosten opleveren, ook tijdens de garantietermijn. Service Raadpleeg voordat u belt voor hulp of onderhoud eerst het gedeelte 'Probleemoplossing'. Als u dan nog steeds hulp nodig heeft, volgt u de onderstaande aanwijzingen. Betreft het een technische storing? Als dit het geval is, neemt u contact op met uw servicecentrum. Zorg altijd dat u gegevens bij de hand hebt voordat u belt. Zo wordt het eenvoudiger om het probleem vast te stellen en te bepalen of er een monteur moet worden gestuurd. Zorg dat u de volgende gegevens klaar hebt.
  • Waaruit bestaat het probleem?
  • Onder welke omstandigheden doet het probleem zich voor? Houd het model en het serienummer van uw apparaat gereed wanneer u belt. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje:
  • S/N-code (15 cijfers) Wij raden u aan deze informatie hier te noteren voor uw gemak.
  • Serienummer: Wanneer kost service geld, zelfs tijdens de garantieperiode?
  • Als u het probleem zelf had kunnen verhelpen door een van de oplossingen te volgen die werd aangedragen onder 'Probleemoplossing'.
  • Als de servicemonteur meerdere bezoeken moet aeggen omdat u voor het eerste bezoek niet alle vereiste informatie hebt doorgegeven en hij daardoor extra onderdelen moet gaan halen. Als u het telefoongesprek goed voorbereidt zoals hierboven is aangegeven, kunt u zich deze kosten besparen.VRAGEN OF OPMERKINGEN? LAND BEL OF BEZOEK ONS ONLINE OP UK 0333 000 0333 www.samsung.com/uk/support IRELAND (EIRE) 0818 717100 www.samsung.com/ie/support GERMANY 06196 77 555 77 www.samsung.com/de/support FRANCE 01 48 63 00 00 www.samsung.com/fr/support SPAIN 91 175 00 15 www.samsung.com/es/support PORTUGAL

Juhtpaneel Juhtpaneel 1 - NZ84C5047**

Juhtpaneel 3 - NZ84C6057**