Silex 95 H - Freesmachine STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Silex 95 H STIGA in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur Silex 95 H STIGA
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Silex 95 H - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Silex 95 H van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Silex 95 H STIGA
DEUTSCH 27n STÖRUNG Vor allen Wartungs- und Reinigungsarbeiten Zündkerzenstecker abziehen! Störung Beseitigung Motor springt nicht an Benzin auftanken Gashebel auf Position “START” stellen Zündkerzenstecker auf die Zündkerze aufstecken Zündkerze überprüfen, eventuell erneuern Kraftstoffhahn aufdrehen (nur für Motoren mit Kraftstoffhahn) Motorleistung lässt nach Luftlter reinigen Hackmesser drehen nicht Bowdenzug nachstellen. Hackmesser auf der Getriebwelle lose. Unsauberer Schnitt Messerklingen nachschleifen / erneuern Schnittspiel nachstellen Mähwerk / Radantrieb funktioniert nicht Bowdenzug nachstellen Montage der Räder überprüfen Keirliemen überprüfen / einstellen und/oder erneurn Störungen, die mit Hilfe dieser Tabelle nicht behoben werden können, dürfen nur durch einen autorisierten Fachbetrieb behoben werden. DEUTSCH 28INHOUDSTAFEL Inleiding Gebruiksvoorwaarden Veiligheidsvoorschriften Gebruiksinstructies Transport Montage Afregeling Onderhoud Technische gegevens Geluidsniveau Groot gevaar voor lichamelijke letsels bij de gebruiker en de personen binnen de reikwijdte van de machine. INLEIDING Geachte klant, Wij zouden u willen bedanken voor de aankoop van deze machine en voor het vertrouwen dat u daarmee in onze kwaliteitsproducten stelt. Wij wensen u dan ook veel plezier toe met uw nieuwe machine. Om van het begin af een betrouwbare ingebruikname te waarborgen, hebben we deze handleiding opgesteld. Wanneer u de volgende instructies nauwkeurig opvolgt, zal uw machine jarenlang naar wens werken. Onze machines worden vóór de serieproductie aan de zwaarste proeven onderworpen en tijdens de productie zelf voortdurend streng gecontroleerd. Hierdoor kunnen wij u steeds een machine van topkwaliteit garanderen. Deze machine werd in het land van productie door onafhankelijke keuringsinstituten volgens strenge arbeids- en veiligheidsnormen getest. Om die functionering en veiligheid te blijven waarborgen, mogen in geval van vervanging enkel originele onderdelen van de producent gebruikt worden. Indien u voor de herstelling van de machine andere onderdelen gebruikt, verliest u elke mogelijke aanspraak. De producent behoudt zich het recht voor om veranderingen aan de constructie en uitvoering van de machine aan te brengen. Vermeld bij de vraag om informatie of bij de bestelling van onderdelen steeds het stuknummer en productienummer. n HERKENNINGSTEKENS (g.1) Het plaatje met de gegevens van de machine en het serienummer bevindt zich aan de van de multifunctionele machine, meer bepaald onder de motor. Wenk: Vermeld bij eventuele technische inlichtingen of bij de bestelling van onderdelen steeds het identicatie- nummer van de machine. n GEBRUIKSVOORWAARDEN - GEBRUIKSBEPERKINGEN De lichte tuinbouwmachine is geschikt voor hakwerk en voor het maaien van grasland. Deze multifunctionele machine mag enkel met originele hulpstukken en originele onderdelen functioneren. Elk gebruik dat hiervan afwijkt, is verboden. Niet alleen vervalt hierdoor de garantie, het ongeoorloofde gebruik brengt bovendien de gebruiker en alle personen binnen de reikwijdte van de machine in gevaar. n VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Opgelet: Lees de gebruiksaanwijzing grondig door, alvorens de machine te monteren en in gebruik te nemen. De personen die niet vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing, mogen de machine niet ge- bruiken.
1. Personen die niet vertrouwd zijn met de bedieningshandleiding, kinderen jonger dan 16 jaar en personen
die onder invloed zijn van alcohol, drugs of medicijnen mogen de machine niet bedienen.
2. De gebruiker van de machine moet erop toezien, dat er zich geen andere personen en kinderen binnen
het werkbereik van de machine bevinden. Binnen het werkbereik draagt de gebruiker van de machine NEDERLAND
Vertaling van de originele gebruikershandleidingde verantwoordelijkheid ten opzichte van derden.
3. Verwijder, alvorens met het maaien te beginnen, alle vreemde voorwerpen van het grasoppervlak.
4. Start de machine nooit wanneer u voor de frees of de maaibalk staat. Wanneer men aan het startsnoer van de motor trekt, mag de frees of de maaibalk nog niet bewegen. (Indien dit wel het geval is, dan moeten de instellingen veranderd worden.)
5. Draag handschoenen, veiligheids-schoeisel met antislipzool en een veiligheidsbril. Gebruik gehoor-bescherming.
6. Schakel de motor uit en wacht tot de hakmessen stilstaan, alvorens de machine met behulp van de wielset op de weg te rijden. 7. Onderhoud en reiniging van de machine alsook afstelling van de remschoenen of van de wielen mag enkel gebeuren, wanneer de motor uitgeschakeld is en de hakmessen tot stilstand gekomen zijn, of wanneer de bougiestekkerbus losgemaakt is.
8. Tijdens de werking van de machine dient de gebruiker beide stuurstangen stevig vast te houden.
9. Laat een deskundige de machine controleren, wanneer deze onmiddellijk uitvalt nadat u ergens tegenaan gereden bent (beschadiging van de aandrijving, verbogen messen). 10. Machines die met een verbrandingsmotor uitgerust zijn, mogen vanwege het hiermee gepaard gaande vergiftigingsgevaar nooit in gesloten ruimtes gebruikt worden. 11. Vul nooit benzine bij wanneer de motor nog draait. Rook niet wanneer u benzine bijvult. Gebruik voor het tanken een speciale trechter zodat er geen brandstof op de motor en de motorkast of op de grond lopen kan.
12. Pas op voor brandwonden aangezien de uitlaat en de onderdelen errond tot 80°C heet kunnen worden.
13. Wij willen nogmaals benadrukken dat wij niet aansprakelijk zijn voor schade en verwondingen die veroorzaakt werden door: - ondeskundige respectievelijk niet door onze klantenservice uitgevoerde herstellingen; - geen gebruik te maken van originele onderdelen bij vervangingen. Voor het toebehoren gelden dezelfde gebruiksvoorwaarden. n GEBRUIKSINSTRUCTIES n INSTRUCTIES VOOR DE MOTOR - Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van de motorfabricant. n INGEBRUIKNAME - Opgelet: Plaats de bedieningshendel voor rij- en maaiaandrijving in de neutrale stand. Plaats de gashandgreep van de motor op “Start”. Trek aan de starthandgreep van de motor totdat u compressieweerstand voelt. Laat de kabel langzaam terugrollen. Trek dan in één armzwaai krachtig aan de kabel om de motor te starten. Hou de starthandgreep vast en laat de kabel weer langzaam terugrollen. Plaats de gashandgreep, de maaiaandrijving en de rij-aandrijving op “Stop” om de motor uit te schakelen. n VEILIGHEIDSINRICHTING - Alle multifunctionele machines zijn krachtens de maatregelen ter voorkoming van ongevallen met een veili- gheidsinrichting uitgerust. Door de besturingshendel te bewegen, wordt de aandrijfas automatisch uitgeschakeld. n TRANSPORT - Gebruik een vorkheftruck om de machine te transporteren. Stel de vorken zo breed mogelijk in en schuif ze in de ruimte onder de pallet. Het gewicht van de machine staat vermeld op het typeplaatje en bij de technische gegevens. n MONTAGE VAN DE MULTIFUNCTIONELE MACHINE - Behoudens anders afgesproken, wordt de multifunctionele machine in gedemonteerde toestand en in een aangepaste verpakking geleverd. De montage van de machine wordt hieronder beschreven. n MONTAGE VAN DE STUURSTANGEN (g. 2) - Bevestig de stuurstang (g.2, onderdeel 1) op de steun (2) met behulp van de NEDERLAND 30schroeven (3). Opgelet: De afsluitringen met de grootste diameter moeten ter hoogte van de ovale openingen gemonteerd worden. Stel de hoogte van de stuurstangen in met dezelfde schroeven (3) waarmee ze op de steun gemonteerd werden. Maak de versnellingsstang (4) vast door hem door de geleider (5) te steken en het uiteinde ervan in de opening van het scharnierstuk (6) te steken. Vergrendel alles met de splitpen (7). n MONTAGE VAN DE GASHENDELKABEL (g. 3) (met metalen huls) - Druk de op de motor aangebrachte hendel (g.3, detail 1) tot tegen de eindstop zoals op de guur met pijl “A” aangeduid is. Duw de gashendelstuurknop (2) op de ’staart’ van de machine tot tegen de eindstop zoals op de guur met pijl “B” aangegeven is. Breng de stalen kabel (3) in de opening (4) aan en bevestig de huls (5) met behulp van beugel (6) en schroeven (7). De gaskabel moet op de motor aan de kant van de bougies vastgemaakt worden. Opgelet: Bevestig de kabel zodanig dat de motor uitschakelt wanneer de gashendel in de “Stop”-stand gezet wordt. n BOWDEN-KABEL VOOR DE RIJ-AANDRIJVING (g. 4) - De rijkabel (1) is reeds bevestigd aan de spanpulley en aan de rijhendel (2). Draai de hendel (2) op de stuurboom vast door middel van de schroef (3) die u kunt vinden in het bijgesloten zakje met losse delen. n WERKTUIGEN MONTAGE (Fig. 5) De multifunctionele machine is uitgerust met een snelkoppeling voor machines. Monteer de V-riem op de bovenste pulley A bij de volgende werktuigen: cirkelmaaier en frees. Monteer de V-riem op de onderste pulley B bij de volgende werktuigen: veegmachine en messenbalk maaier. n MONTAGE VAN DE MAAIBALK (g. 6a) - De multifunctionele machine is uitgerust met een snelkoppeling voor machines. Schakel de motor uit. Bevestig de bout (1) in de opening (2) en leg de V-riem op de onderste riemschijf. Posities 1 en 2: draai de hendel (13), todat u in staat bent om de veer (14) te koppelen aan de verbinding (15). Posities 2 en 3: Om de bovenstaande koppeling te voltooien, draait u de hendel (13), in de tegenovergestelde richting, totdat u in staat bent om de veer (14) op spanning te zetten. Monteer de afsluitkap met behulp van centreer- en draadpennen. Draai de moer en de overeenkomstige pakkingschijf op de afsluitkap vast. n MONTAGE VAN DE FREES (g. 6b) - De multifunctionele machine is uitgerust met een snelkoppeling voor machines. Zorg ervoor dat de motor uitgeschakeld is en dat de machine horizontaal staat en steek de bout van de frees (1) half in de daarvoor bestemde tting. Leg de riem (3) op de schijf en draai de bout (1) vast tot tegen de aanslag. Posities 1 en 2: draai de hendel (13), todat u in staat bent om de veer (14) te bevestigen in de sleuf (15). Posities 2 en 3: Om de bovenstaande koppeling te voltooien, draait u de hendel (13), in de tegenovergestelde richting, totdat u in staat bent om de veer (14) op spanning te zetten. Monteer de kap (6) met behulp van de centreerschroef. De vertragingshendel voor de achterwaartse versnelling (8) wordt correct ten opzichte van de versnellingshendel (9) geplaatst. Draai de moer en de pakkingschijf op de kap vast. n MONTAGE OMKEERSTANG (g. 12) - Steek het uitcinde van de stang (2) in de opening van de hendel (3) en bevestig hem dan met de R-vormige pin. n INSTELLING VAN DE AANDRIJFRIEM VAN DE MACHINE (g. 7) - Gebruik de stelschroef om de spanning van de riem tussen machine en toestel te verhogen. De machine mag pas aanslaan wanneer de schakelaar voorbij de middenpositie geduwd wordt (g.7): Bij de maaibalk wordt de spanning tussen de beide onderste schijven die voor de aandrijving van de maaibalk dienen, verhoogd door de moeren los te draaien en vervolgens de afstandsstukken tussen beide schijfhelften te verwijderen (g.5). Bij de frees dient de riemspanning na twee bedrijfsuren gecontroleerd te worden (3, g.6). NEDERLAND 31n INSCHAKELING VAN DE BEWEGING VAN DE MAAIBALK (Fig. 7): Haak het veiligheidshendeltje (3) los en zet de hendel voor de inschakeling van het werktuig (4) omlaag. n INSTELLING VAN DE V-RIEMSPANNING (g. 8) - Opgelet: De wielen mogen pas beginnen draaien wanneer de bedieningshendel voorbij de middenpositie geduwd wordt. Bij volledig neerdrukken moet de hendel (2) van de V-riemspanning een regelafstand van 6 tot 8 mm aantonen. Regel de regelafstand van de V-riemspanning achteraf bij met behulp van de instelschroef (1). n INSTELLING VAN DE STUURSTANGEN - De stuurstangen van de multifunctionele machine kunnen zijdelings gedraaid en in de hoogte aangepast worden. Alvorens de machine in gebruik te nemen, moeten de stuurstangen aan de eisen van de gebruiker in kwestie aangepast worden zodat deze de machine op een veilige manier kan gebruiken. De zijdelingse stand van de stuurstangen laat toe dat de gebruiker niet terug over reeds bewerkte grond loopt en de aanwezige planten niet beschadigt. n ZIJDELINGSE INSTELLING VAN DE STUURSTANGEN (g. 2) - De stuurstangen kunnen zijdelings in drie verschillende stan- den ingesteld worden, zowel bij het gebruik met hakhulpstukken (bv. frees) als bij het gebruik met hulpstukken die op de voorzijde van de machine gemonteerd worden (bv. maaibalk). Ga hiervoor als volgt te werk: draai de hendel (8) in tegenwijzerzin om de stuurstangen te ontgrendelen. Zet de stuurstangen in de gewenste positie en vergrendel ze opnieuw door de hendel (3) in wijzerzin te draaien. Zorg ervoor dat de tanden perfect in elkaar klikken. Wenst u de stuurstang 180° te draaien, draai hem dan in wijzerzin zodat de kabel langsheen de stuurkolom niet beschadigd wordt. Het is bovendien noodzakelijk om de versnellingsstang (4) los te koppelen. Bevestig deze opnieuw nadat de stuurstang in de gewenste positie gedraaid is. Nadat u de stuurstang 180° gedraaid hebt, staan de schakelingen van de versnelling in omgekeerde volgorde, d.w.z. de achterwaartse versnelling wordt de voorwaartse versnelling en omgekeerd. n INSTELLING VAN DE HOOGTE VAN DE STUURSTANGEN (g. 2) - Draai de schroeven (3) los, plaats de stuurstangen op de gewenste hoogte en draai de schroeven (3) weer vast. n INSTELLING VAN DE HOOGTE VAN DE MAAIBALK (g. 9) - Deze instelling is afhankelijk van de aard en het proel van de grond. Draai de moeren (1) los, stel de bodemplaat (2) op de gewenste hoogte in en draai de moeren (1) weer vast. Zorg ervoor dat u de hoogte van beide bodemplaten instelt. n INSTELLING VAN DE MESSEN (g.10) - Omwille van de door slijtage ontstane speling tussen messen en messengeleider dient de messengeleider bijgeregeld te worden. Draai hiervoor de contramoeren (1) los en regel met een zeskantsleutel de regelschroef (1) bij. Nadat de messengeleider bijgeregeld is, moet u de maaimessen met de hand vrij kunnen bewegen. n INSTELLING VAN DE REMSCHOEN (g. 11) - Om precies te kunnen frezen en de multifunctionele machine ongehinderd vooruit te kunnen rijden, is de grondfrees uitgerust met een remschoen (5). Hiermee wordt de werkdiepte van de hakmessen ingesteld. Door de remschoenhendel (2) naar achter te trekken en hem naar boven of beneden te duwen, bepaalt u de indringingsdiepte in de bodem. De perfecte instelling is dan bereikt wanneer de machine zonder schokken en tegen een constante snelheid vooruit rijdt (beweeg in dit geval de hendel in richting B), of bij het neerlaten van wiel en frees (beweeg in dit geval de hendel in richting A). HARDE BODEM BEWERKEN MET EEN FREES: Plaats de remschoen in positie (B). Deze instelling komt overeen met een geringe werkdiepte. NEDERLAND 32ZACHTE BODEM BEWERKEN MET EEN FREES: Plaats de remschoen in positie (A). Deze instelling komt overeen met een grote werkdiepte. Start de motor met de remschoen in positie (B). Zo vermijdt u dat de hakmessen de grond raken. n VERSNELLINGEN (g.12-13) - Smeermiddel: Gebruik de oliesoort SAE 80. Olievolume : 0,40 l. Controle van het oliepeil: plaats de ma- chine op een effen ondergrond. Draai de schroefdop (1, g.12) los en controleer of de olie tot aan de onderkant van de opening reikt. De vulstop of oliepeilstop dient om de 60 bedrijfsuren gecontroleerd te worden. Olieverversing: om de olie te verversen, draait u de schroefdop (1, g.12) los. De olie moet ververst worden wanneer de motor warmgelopen is. Laat eerst de vuile olie weglopen en plaats de machine vervolgens weer rechtop. Vul nu nieuwe olie bij tot aan het voorgeschreven peil, d.w.z. tot aan de onderkant van de schroefdop (1, g.12). Draai de schroefdop (2, g.12) los en kantel de machine. Vul nu nieuwe olie bij in de versnellingskast, d.w.z. tot aan de onderkant van de boring. Draai de schroefdop vast. De olie moet om de 150 bedrijfsuren ververst worden. Respecteer het milieu. Gooi restanten of smeermiddelen niet op de grond of in het rioo. Wend u tot een benzinestation voor een correcte recycling van smeermiddelen en brandstoffen. n ZITTING VAN DE MACHINEKOPPELING (g.14) - Reinig de zitting (2) na elk gebruik van de machine en smeer de zitting met de smeernippel (1, g.14). n BELANGRIJKSTE RICHTLIJNEN VOOR HET ONDERHOUD VAN DE MESSEN - Een feilloze werking wordt enkel gegaran- deerd wanneer de messen in een onberispelijke staat verkeren. Het is aangewezen om de maaibalk na elk gebruik proper te maken. Hiervoor dient u het maaimes te demonteren zodat in de eerste plaats het vuil tussen de mesbladen en balkbladen verwijderd kan worden. Indien de maaibalk lange tijd niet gebruikt wordt, dient u hem met een roestwerend product te behandelen. n VERWIJDEREN VAN HET BOVENSTE MES (g.15) - Neem de beschermingskap weg. Draai de bevestigingsschroeven (1) los en verwijder de houder met schokdemper. Draai de regelschroeven van de messengeleiders los en schuif het bovenste mes er zijwaarts uit. Na veelvuldig opscherpen, is het aangeraden om de mesbladen te vervangen indien nodig. Het onderste mes alsook de in kunststof vervaardigde messenhouder dienen op slijtage gecontroleerd en eventueel vervangen te worden. n OPSCHERPEN VAN HET MAAIMES (g.16) - Naargelang van het gebruik zijn de messen zo bot geworden dat een opscherpbeurt noodzakelijk is. Een dergelijke opscherpbeurt moet minstens om de 15 bedrijfsuren gebeuren. Verwijder hiervoor het maaimes uit de maaibalk en maak het proper. Controleer of de mesrug of het mesblad niet verbogen zijn. Buig ze recht indien nodig. Pas dan mag u met het opscherpen begin- nen. Gebruik hiervoor een handslijpmachine (ca. 15000 tot 20000 tpm) samen met een potvormige slijpstift (25 mm en 35 mm lang). Slijp enkel met de kopse kant van de slijpstift en beweeg daarbij van de mesrug naar de mesbladpunten toe. De mesbladen voor maaibalken moeten een snijhoek van 35° tot 40° hebben. n ONDERHOUD VAN DE FREES (g.17) - Bij elk gebruik van de frees dient u het volgende te controleren: a) De schroeven en moeren voor de bevestiging van de hakmessen moeten stevig vastgedraaid zijn. Het oliepeil moet om de 60 bedrijfsuren gecontroleerd worden. Draai hiertoe de schroefdop (1, g.17) los. De olie moet tot aan de onderkant van de opening reiken. Ververs de olie om de 150 bedrijfsuren. Om de olie te laten aopen - doe dit wanneer de motor warmgelopen is - draait u de schroefdop (1) los en kantelt u de frees. Vul dan nieuwe olie bij tot aan de onderkant van de opening. Draai de schroefdop er weer op. Smeermiddel: Gebruik de oliesoort SAE 80. n BESCHRIJVING (g.18) 1) Start/Stop, gashendel - 2) Bedieningshendel voor de rijaandrijving - 3) Bedieningshendel voor de maaibalkaandrijving - 4) Motor met omkeerstar- tschakelaar 5) Hendel voor zijdelingse verstelling van de stuurstangen - 6) Versnellingsstang. NEDERLAND 33TECHNISCHE GEGEVENS MULTIFUNCTIONELE MACHINE MET MAAIBALK MEHRZWECKGERÄT MIT FRÄSE Maaibreedte 870 mm Freesbreedte 500 mm Lengte met maaibalk 1500 mm Max. breedte met frees 1400 mm Totale hoogte 1000 mm Totale hoogte 1000 mm Gewicht 65 Kg. Gewicht 78 Kg. Wielstand 430 mm Wielstand 430 mm Banden 2 banden 13x5.00-6 Banden 2 banden 13x5.00-6 Aantal slagen van de maaibalk 1300/ 1’ Aantal toeren van de hakmessenas 275 t/tpm Maaisnelheid: Freessnelheid: Snelheid vooruit “1” 2,2 km/h Snelheid vooruit “1” 1,1 km/u Snelheid achteruit “R” 1,1 km/h Snelheid achteruit “R” 2,2 km/u Motorkoeling: luchtkoeling; Inhoud van brandstoftank: 1,5 l Voor verdere technische gegevens en richtlijnen voor de motor raadpleegt u het bijgeleverde handboek van de motorfabricant.
GELUIDSNIVEAU EN TRILLINGEN
De geluidsdruk op de werkplaats mag volgens regulering EN 12733 Leq de waarde van 80,8 dB (A) niet overschrijden , K = ±1,1 dB(A). De trillingen aan de stuurstangen mogen volgens regulering EN 12733 en de EN 1033 de waarde van 7,51 m/s
niet overschrijden , K = 3.76 m/s
De geluidsdruk op de werkplaats mag volgens EN 709 LA e q de waarde van 77,8 dB (A) niet overschrijden , K = ±1,1 dB(A). De trillingen aan de stuurstangen mogen volgens EN 709 en de ISO-norm 5349 de waarde van 5,5 m/s
niet overschrijden , K = ±2,7 m/s
SimpelGids