HWW 550050 M - Pomp METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HWW 550050 M METABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HWW 550050 M - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HWW 550050 M van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING HWW 550050 M METABO
1. Het apparaat in een oogopslag
HWW 5500/20 M, HWW 5500/50 M: 1 manometer 2 drukaansluiting 3 drukschakelaar 4 watervulschroef 5 aanzuigaansluiting 6 wateraftapschroef 7 metalen slang 8 pomp 9 drukvat („ketel“) 10 netsnoer met stekker 11 luchtventiel voor voorvuldruk Aan aanzuigaansluiting:
Oppassen! Als de te pompen vloeistof verontreinigd is, moet u een aan- zuigfilter gebruiken (zie „Lever- baar toebehoren“).
Oppassen! Om te vermijden dat het water afloopt als de pomp uitge- schakeld is, is een terugslagklep absoluut noodzakelijk. XP0019H3.fm Handleiding NEDERLANDS23 NEDERLANDS
1. Het apparaat in een
3. Toepassingsgebied en
4.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem ........................23
5. Voor het gebruik ......................24
5.1 Plaatsing....................................24
5.2 Aanzuigleiding aansluiten..........24
5.3 Drukleiding aansluiten ...............24
5.4 Aansluiting op een buizennet ....24
5.5 Netaansluiting............................24
5.6 Pomp vullen en aanzuigen ........24
6. Bediening .................................25
6.1 Apparaat in gebruik nemen ....... 25
8.3 Voorvuldruk verhogen ...............26
- Voordat u het apparaat in gebruik neemt, moet u eerst de handleiding lezen en daarbij vooral aandacht besteden aan het hoofdstuk „Veilig- heid”.
- Bij niet-inachtneming van de hand- leiding vervalt de garantie; de fabri- kant kan in dat geval niet aanspra- kelijk worden gesteld voor beschadigingen.
- Als u bij het uitpakken van het appa- raat transportschade vaststelt, dan moet u daar onmiddellijk uw leve- rancier van op de hoogte stellen. In dat geval mag u het apparaat niet in gebruik nemen!
- De verpakking moet, conform de lokale wetgeving inzake de bescher- ming van het milieu, met een bevoegde ophaaldienst meegege- ven worden.
- Bewaar deze handleiding zorgvuldig zodat u ze bij onduidelijkheden steeds kunt raadplegen.
- Als u het apparaat uitleent of door- verkoopt, dan moet u deze handlei- ding erbij voegen. Dit apparaat dient voor het pompen van zuiver water in huis- en tuinomgevingen, bijvoorbeeld: − voor beregening en besproeiing, − als fontein-, regen- en gebruikswa- terpomp, − voor het leegpompen van zwemba- den, tuinvijvers en waterreservoirs. De vloeistoftemperatuur mag maximaal 35 °C bedragen.
4.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem Het apparaat mag niet worden gebruikt voor drinkwatervoorziening of het pom- pen van levensmiddelen. Explosieve, ontvlambare, agressieve of schadelijke stoffen mogen niet worden gepompt. Het apparaat is niet geschikt voor indus- trieel gebruik. Wijzigingen aan het apparaat of het gebruik van onderdelen die niet zijn goedgekeurd en vrijgegeven door de fabrikant zijn niet toegelaten. Elk ander gebruik van het apparaat is in strijd met de veiligheidsvoorschriften; hierdoor kunnen onvoorzienbare beschadigingen optreden!
4.2 Algemene veiligheids-
voorschriften Kinderen en personen die niet vertrouwd zijn met de inhoud van de handleiding mogen het apparaat niet gebruiken. Bij het gebruik in zwembaden en tuinvij- vers of het veiligheidsbereik ervan moe- ten de bepalingen van DIN VDE 0100 - 702, -738 worden nageleefd. Als het apparaat wordt gebruikt voor de huishoudelijke watervoorziening, moe- ten de wettelijke water- en afvalwater- voorschriften volgens DIN 1988 worden nageleefd. De volgende risico's blijven bij het gebruik van pompen en drukvaten prin- cipieel bestaan – ze kunnen ook door veiligheidsvoorzieningen niet volledig worden vermeden.
Gevaar door omgevings- invloeden! Stel het apparaat niet bloot aan regen. Gebruik het apparaat niet in een voch- tige omgeving. Richt de waterstraal niet direct op het apparaat of andere elektrische toestel- len! Levensgevaar door elektrocutie! Gebruik het apparaat niet in ruimten waar explosiegevaar bestaat of in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen!
Gevaar door heet water! Als de uitschakeldruk van de drukscha- kelaar door slechte drukverhoudingen of door een defecte drukschakelaar niet wordt bereikt, kan het water in het appa- raat verhit raken door interne circulatie. Daardoor kunnen beschadigingen en lekken optreden aan het apparaat en de aansluitleidingen, waardoor heet water kan ontsnappen. Verbrandingsgevaar!
- Apparaat max. 5 minuten tegen gesloten drukleiding laten werken.
- Apparaat van het stroomnet schei- den en laten afkoelen. Correcte wer- king van de installatie laten contro- leren vooraleer deze opnieuw in gebruik te nemen.
Gevaar door elektrische stroom! Tijdens installatie- of onderhoudswerk- zaamheden mag het apparaat niet aan- gesloten zijn op het stroomnet. Raak de netstekker nooit aan met natte handen! Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact! Zorg ervoor dat net- en verlengsnoeren niet geknikt worden of geklemd raken en dat niemand eraan trekt of erover rijdt. Bescherm net- en verlengsnoeren bovendien tegen scherpe randen, olie en hitte.
Gevaar door gebreken aan het apparaat! Controleer het apparaat, vooral het net- snoer, de netstekker en elektrische onderdelen, telkens op beschadigingen voor u het in gebruik neemt. Levensge- vaar door elektrocutie! Een beschadigd apparaat mag pas opnieuw worden gebruikt nadat het des- kundig werd hersteld. Voer nooit zelf herstellingen aan het apparaat uit! Herstellingen aan pompen of drukvaten mogen alleen worden uit- gevoerd door vaklui.
Opgelet! Om waterschade te vermijden, bijv. overstroomde kamers, veroor- zaakt door storingen of gebreken van het apparaat:
- Geschikte veiligheidsmaatregelen plannen, bijv.: − Alarminrichting of − opvangbekken met bewaking Inhoudstafel
3. Toepassingsgebied en
NEDERLANDS De fabrikant aanvaardt geen aansprake- lijkheid voor eventuele schade die vero- orzaakt wordt door − foutief gebruik van het apparaat. − overbelasting van het apparaat door permanent gebruik. − gebruik of bewaring van het appa- raat zonder vorstbescherming. − het uitvoeren van eigenmachtige veranderingen aan het apparaat. Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen worden uitgevoerd door een elektromonteur! − het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gecontroleerd en vrijgegeven zijn. − het gebruik van ongeschikt installa- tiemateriaal (armaturen, aansluitlei- dingen, enz.). Geschikt installatiemateriaal: − drukbestendig (min. 10 bar) − warmtebestendig (min. 100 °C) U kunt het apparaat makkelijk zelf plaat- sen en aansluiten. In geval van twijfel raadpleegt u uw han- delaar of een elektromonteur.
- Het apparaat moet op een horizon- tale, vlakke ondergrond staan, die sterk genoeg is voor het gewicht van het apparaat met watervulling.
- Om vibraties te vermijden, mag het apparaat niet worden vastge- schroefd; het moet op een elasti- sche ondergrond worden geplaatst.
- De montageplaats moet goed ver- lucht zijn en beschermd tegen weersinvloeden.
- Bij gebruik aan tuinvijvers en zwembaden moet het apparaat zo worden opgesteld dat het niet nat kan worden bij overstromingen en niet in het water kan vallen. Bijko- mende wettelijke voorschriften moe- ten worden nageleefd.
5.2 Aanzuigleiding aanslui-
Aanwijzing: Voor de aansluiting heeft u even- tueel toebehoren nodig (zie „Leverbaar toebehoren“).
Oppassen! De aanzuigleiding moet zo worden gemonteerd dat ze geen mechanische krachten of spanningen kan uitoefenen op de pomp.
Oppassen! Bij verontreinigde pompmedia moet u absoluut een aanzuigfilter gebruiken om de pomp te bescher- men tegen zand en vuil.
Oppassen! Om te vermijden dat het water afloopt als de pomp uitgeschakeld is, moet absoluut een terugslagklep wor- den gebruikt.
- Alle schroefverbindingen moeten worden afgedicht met schroefdraad- tape; lekken veroorzaken luchtaan- zuiging of verminderen resp. verhin- deren de wateraanzuiging.
- De aanzuigleiding moet een binnen- diameter van tenminste 1" (25 mm) hebben; ze moet knik- en vacuüm- bestendig zijn.
- De aanzuigleiding moet zo kort mogelijk worden gehouden omdat het pompvermogen met toene- mende lengte van de aanzuigleiding afneemt.
- De aanzuigleiding moet naar de pomp toe constant stijgen om lucht- bellen te vermijden.
- De watertoevoer moet verzekerd zijn, en het einde van de aanzuiglei- ding moet zich steeds in het water bevinden.
5.3 Drukleiding aansluiten
Aanwijzing: Voor de aansluiting heeft u even- tueel toebehoren nodig (zie „Leverbaar toebehoren“).
Oppassen! De drukleiding moet zo worden gemonteerd dat ze geen mechanische krachten of spanningen kan uitoefe- nen op de pomp.
- Alle schroefverbindingen moeten worden afgedicht met schroefdraad- tape om te verhinderen dat er water ontsnapt.
- Alle delen van de drukleiding moe- ten drukbestendig zijn.
- Alle delen van de drukleiding moe- ten deskundig gemonteerd zijn.
Gevaar! Door het gebruik van niet-druk- bestendige delen of ondeskundige montage kan de drukleiding tijdens het gebruik klappen. Vloeistof die onder hoge druk uit de leiding spuit kan verwondingen veroorzaken!
5.4 Aansluiting op een bui-
zennet Ook een vaste installatie (bijv. huishou- delijke watertoevoer) is mogelijk.
- Om vibraties en geluiden te vermij- den, moet het toestel met elastische slangen op het buizennet worden aangesloten.
Gevaar door elektrische stroom! Gebruik het apparaat niet in een natte omgeving en alleen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
- Het apparaat mag alleen worden aangesloten aan veiligheidscon- tactdozen die deskundig geïnstal- leerd, geaard en getest zijn.
- Netspanning en afzekering moe- ten overeenstemmen met de Technische gegevens.
- Bij zwembaden, tuinvijvers en op soortgelijke plaatsen moet het apparaat worden uitgerust met een foutstroomschakelaar (FI- schakelaar, 30 mA) (DIN VDE 0100 -702, -738). Het gebruik van een foutstroom- schakelaar wordt algemeen aan- bevolen als veiligheidsmaatregel.
- Bij gebruik in open lucht moeten de elektrische verbindingen beschermd zijn tegen spatwater; ze mogen niet in het water liggen.
- Verlengsnoeren moeten een vol- doende grote aderdiameter heb- ben (zie „Technische gegevens“). Kabeltrommels moeten volledig afgerold zijn.
5.6 Pomp vullen en aanzui-
Oppassen! Telkens de pomp wordt aange- sloten of bij waterverlies resp. lucht- aanzuiging moet de pomp met water worden gevuld. Inschakelen zonder watervulling vernielt de pomp!
Aanwijzing: De aanzuigleiding hoeft niet gevuld te worden daar de pomp zelfaan- zuigend is. Afhankelijk van de lengte van de leiding kan het een tijdje duren voor de druk is opgebouwd.
1. Verwijder de watervulschroef en de
3. Als u de aanzuigtijd wilt verkorten,
kunt u ook de aanzuigleiding vullen.
4. Breng de watervulschroef en de
dichting opnieuw aan.
5. Open de drukleiding (waterkraan
resp. spuitkop opendraaien), zodat bij het aanzuigen lucht kan ontsnap- pen.
6. Schakel het apparaat in (zie
7. Sluit de drukleiding zodra het water
gelijkmatig uit de opening stroomt.
5. Voor het gebruik25
NEDERLANDS De pomp en de aanzuigleiding moeten aangesloten en gevuld zijn (zie „Voor het gebruik“).
Oppassen! De pomp mag niet drooglopen. Er moet steeds genoeg transport- vloeistof (water) aanwezig zijn.
- Als de motor niet start, de pomp geen druk opbouwt of soortgelijke effecten optreden, schakelt u het toestel uit – en probeert u de fout te herstellen (zie „Problemen en storin- gen“).
- Als de pomp geblokkeerd wordt door een vreemd voorwerp of de motor oververhit is, wordt de motor door een veiligheidsschakeling uit- geschakeld.
6.1 Apparaat in gebruik
Aanwijzing: De drukschakelaar − schakelt de pomp in als de druk in de ketel door het aftappen van water onder de inschakeldruk daalt; − schakelt de pomp uit zodra de uit- schakeldruk bereikt is.
Aanwijzing: De ketel bevat een rubberbalg die in standaardtoestand onder lucht- druk („voorvuldruk“) staat; op die manier kunnen kleine waterhoeveelheden wor- den afgetapt zonder dat de pomp wordt ingeschakeld.
1. Steek de netstekker in het stopcon-
resp. spuitkop opendraaien).
3. Controleer of er water uit de opening
6.2 Pompkarakteristiek
Op de pompkarakteristiek kunt u de ver- houding tussen de pompopvoerhoogte en het pompdebiet aflezen. Pompkarakteristiek bij opvoerhoogte 0,5 m en 1"-aanzuigslang – voor model:
Gevaar! Alvorens u met werkzaamhe- den aan het apparaat begint: − trekt u de stekker uit het stopcon- tact, − controleert u of het apparaat en het aangesloten toebehoren druk- loos is. Andere dan de hier beschreven onderhouds- of herstellingswerk- zaamheden mogen alleen worden uit- gevoerd door vaklui.
7.1 Regelmatig onderhoud
- Controleer het apparaat en het toe- behoren, vooral elektrische en druk- voerende delen, regelmatig op beschadigingen en laat het even- tueel herstellen.
- Controleer de aanzuig- en druklei- dingen op lekken.
- Als het pompvermogen afneemt, rei- nigt of vervangt u de aanzuigfilter en het filterelement (indien aanwezig).
- Controleer de voorvuldruk van de ketel, eventueel moet u de druk ver- hogen (zie „Voorvuldruk verhogen“).
Oppassen! Vorst vernielt het apparaat en het toebehoren omdat deze altijd water bevatten!
- Als er kans op vorst bestaat, moet het apparaat samen met het toebe- horen worden gedemonteerd en opgeborgen (zie volgend hoofd- stuk).
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Open de drukleiding (waterkraan
resp. spuitkop opendraaien) en laat het water volledig aflopen.
3. Maak de pomp en de ketel volledig
leeg; ga als volgt te werk: − verwijder de wateraftapschroef aan de onderzijde van de pomp (behalve bij HWW 3300/20 K), − maak de dopmoer van de meta- len slang aan de ketel los.
4. Demonteer de aanzuig- en druklei-
dingen van het apparaat.
5. Bewaar het apparaat in een vorst-
vrije ruimte (min. 5 °C).
Gevaar! Alvorens u met werkzaamhe- den aan het apparaat begint: − trekt u de stekker uit het stopcon- tact, − controleert u of het apparaat en het aangesloten toebehoren druk- loos is.
- Er is geen spanning. − Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de betreffende zekering.
- De netspanning is te laag. − Gebruik een verlengsnoer met voldoende doorsnede (zie „Tech- nische gegevens“).
- Motor oververhit, motorveiligheid geactiveerd. − Na het afkoelen wordt het appa- raat automatisch opnieuw inge- schakeld. − Zorg voor voldoende verluchting, houd de verluchtingsopeningen vrij. − Houd rekening met de maximale toevoertemperatuur.
- Motor bromt maar start niet. − Steek een schroevendraaier o.i.d. door de verluchtingsopenin- gen van de uitgeschakelde motor en draai aan het ventilatorwiel.
- Pomp verstopt of defect. − Demonteer de pomp en reinig ze. − Diffusor reinigen, evt. vervangen. − Loopwiel reinigen, evt. vervan- gen. Pomp zuigt niet of loopt zeer luid:
- Watergebrek. − Controleer of de watervoorraad groot genoeg is.
- Aanzuigleiding lek. − Dicht de aanzuigleiding af, trek de schroefverbindingen aan.
- Aanzuighoogte te groot. − Houd rekening met de maximale opvoerhoogte. − Breng de terugslagklep aan en vul de aanzuigleiding met water.
- Aanzuigfilter (toebehoren) verstopt. − Reinigen, evt. vervangen.
- Terugslagklep (toebehoren geblok- keerd). − Reinigen, evt. vervangen.
- Waterlek tussen motor en pomp, schuifringdichting lek. − Vervang de schuifringdichting.
- Pomp verstopt of defect. − Zie hoger. Druk te laag of pomp loopt permanent:
- Aanzuigleiding lek of aanzuighoogte te groot. − Zie hoger.
6. Bediening 7. Service en onderhoud
- Drukschakelaar versteld. − Controleer de in- en uitschakel- druk, evt. instellen.
- De pomp wordt reeds bij geringe wateraftapping (ca. 0,5 l) ingescha- keld. − Voorvuldruk in de ketel te laag; verhogen.
- Er loopt water uit het luchtventiel. − Rubberbalg in de ketel lek; ver- vangen.
8.2 Drukschakelaar instellen
Als de in- of uitschakeldruk – na verloop van tijd – sterk afwijkt van de oorspron- kelijke waarde, kan de oorspronkelijke waarde opnieuw worden ingesteld (zie „Technische gegevens“).
Gevaar! Elektrocutiegevaar aan de aan- sluitklemmen in de drukschakelaar. Alleen vaklui mogen de drukschake- laar openen en instellen.
1. Verwijder het deksel van de druk-
resp. spuitkop opendraaien) en laat het water lopen. Als het apparaat wordt ingescha- keld, leest u de inschakeldruk af op de manometer.
3. Sluit de drukleiding opnieuw.
Als het apparaat wordt uitgescha- keld, leest u de uitschakeldruk af op de manometer.
Oppassen! De oorspronkelijke uitschakel- druk mag niet worden overschreden!
4. Om de uitschakeldruk te wijzigen,
draait u de moer (12) als volgt: − rechtsom verhoogt de uitschakel- druk; − linksom verlaagt de uitschakel- druk.
5. Om de inschakeldruk te wijzigen,
draait u de moer (13) als volgt: − rechtsom verhoogt de inschakel- druk; − linksom verlaagt de inschakel- druk.
6. Herhaal eventueel de stappen 2. tot
5., tot de gewenste waarden zijn ingesteld.
7. Breng het deksel van de drukscha-
8.3 Voorvuldruk verhogen
Als de pomp – na verloop van tijd – reeds bij een geringe wateraftapping (ca. 0,5 l) wordt gestart, moet de voor- vuldruk in de ketel opnieuw worden inge- steld.
Aanwijzing: De voorvuldruk kan niet worden afgelezen op de manometer.
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Open de drukleiding (waterkraan
resp. spuitkop opendraaien) en laat het water volledig aflopen.
3. Schroef de kunststofkap aan kop-
zijde van de ketel los; daarachter bevindt zich het luchtventiel.
4. Plaats een luchtpomp of een com-
pressorslang met een „bandventiel“- aansluiting en een drukmeter op het luchtventiel.
5. Pomp tot de voorziene voorvuldruk
(zie „Technische gegevens“) bereikt is.
6. Sluit het apparaat opnieuw aan en
controleer de goede werking.
Gevaar! Herstellingen aan elektrische apparaten mogen alleen worden uit- gevoerd door een elektromonteur! Defecte apparaten kunt u aan de servi- cevestiging van uw land zenden. Het adres vindt u terug bij de lijst met onder- delen. Geef bij inzending voor reparatie een omschrijving van het vastgestelde defect. Transportaanwijzingen:
- Laat de pomp en de ketel volledig leeglopen (zie „Apparaat demonte- ren en bewaren“).
- Verwijder de drukschakelaar en de manometer (transportbescherming).
- Verstuur het apparaat indien moge- lijk in de originele verpakking. Het verpakkingsmateriaal kan volledig worden gerecycleerd. Uitgediende apparaten en toebehoren bevatten grote hoeveelheden recycleer- bare grondstoffen en kunststoffen. Deze handleiding is gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Voor dit apparaat is het volgende toebe- horen verkrijgbaar.
Aanwijzing: Afbeeldingen en bestelnummers vindt u op het einde van deze handlei- ding. A Pompaansluitset, volledig met dubbele nippel, terug- slagklep, buisnippel 150 mm (2 stuks), filter lang, uitwasbaar fil- terelement, spiraalslang 1 m volle- dig, hoek, kogelkraan, schroef- draadtape. B Droogloop-stopschakelaar, met 10 m kabel, verhindert het drooglopen van de pomp bij het aanzuigen uit een reservoir, zwem- bad, enz. C Spiraalslang 1"
1) 1 m, volledig, met snelverbin-
ding aan beide zijden;
2) 4 m, volledig, met snelverbin-
ding en aanzuigkorf met voet- klep;
3) 7 m, volledig, met snelverbin-
ding en aanzuigkorf met voet- klep. D Filter, aansluiting 1", lang, volledig met uitwasbaar kunststoffil- terelement. E Wegwerpfilterelement, lang, voor de mechanische voorfiltering van zand. F Filterelement uitwasbaar, lang, voor de mechanische voorfiltering van zand, herbruikbaar. G Filterelement kool, lang, met actieve-koolvulling, bij chloor- houdend water, tegen geur- of kleurverontreiniging. H Filterelement poly, lang, met polyfosfaatvulling, bij kalkhou- dend water voor het gebruik in warmwatertoestellen. I Buisnippel 150 mm, aan beide zij- den 1" US, verzinkt, voor het ver- binden van pomp en aanzuigfilter. J Dubbele nippel, beide zijden 1" US. K Terugslagklep 1" IS, verhindert dat het water terugstroomt en de pomp droogloopt. L Schroefdraadtape, 12-m-rol. (US=uitwendige schroefdraad, IS=inwendige schroefdraad)
11. Leverbaar toebehoren27
Pompcapaciteit max. l/h 5500 Opvoerhoogte max. m 55 Pompdruk max. bar 5,5 Zuighoogte max. m 9 Toevoertemperatuur max. °C 50 Omgevingstemperatuur °C 5 … 40 Beveiligingstype IP 44 Beveiligingsklasse I Isoleerstofklasse F Materialen Pomphuis Pompas Pomploopwiel edelstaal edelstaal noryl – 5x Aansluitingen (inwendige schroefdraad) Aanzuigaansluiting Drukaansluiting
Drukschakelaar Inschakeldruk ca. Uitschakeldruk ca. bar bar 2,5 4,0 Ketel Ketelvolume Keteldruk max. Voorvuldruk
5,0 1,5 Afmetingen (zonder aansluiting) Lengte Breedte Hoogte
Geluidsemissiewaarden (bij max. druk) Geluidsvermogensniveau L WAm Geluidsdrukniveau L PAd dB (A) dB (A)
Maximale lengte voor verlengsnoeren bij 3x1,0mm
aderdiameter bij 3 x 1,5 mm2 aderdiameter
Notice-Facile