C5000 - Home cinema versterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C5000 YAMAHA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over C5000 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Home cinema versterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C5000 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C5000 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING C5000 YAMAHA
Gebruikershandleiding
Dank u en proficiat met uw aankoop van dit Yamaha product.
U kunt thus genieten van het hoogwaardige stereogeluid van deze voorversterker.
Deze gebruikershandleiding beschrijft de functies en aansluithandelingen en bediening.
Om dit product op de juiste wijze en veilig te gebruiken adviseren we deze handleiding en de veiligheidsbrochure (apart boekje) grondig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige en toegankelijkke plaats om in de toekomst te konnen raadplegen.
U=knt een pdf-versie van deze handleiding downloads vanaf de volgende website.
Het links-rechts symmetrisch ontwerp creëert een rechtlijnige structuur
Class A werking met full stage, full floating gebalanceerde signaaltransmissie van ingang maar uitgang
Full floating en gebalanceerde phono EQ-versterker met gebalanceerde ingangen
Zeer nauwkeurige regelaars die gebruik make n van een zelf ontwikkelde lagerstructeur en zeer robuuste schakelaars.
Dubbel transformatorontwerp dat specifiek voor audio is ontworpen en volledig geschaden is van de besturingsvoeding.
Stabilemechanische basisconstructie vermindert de impact van externe trillingen dramatisch.
Toonregelingsschakeling met een zichl ontwikkeld parallel volumesystem
Nieuw ontworpen koperen spikevoeten
Gainregelfunctie die ultranauwkeurige volumeaanpassingen möglichk maakt
Over deze handleiding
De in deze handleiding weergegeven illustraties dienen uitsluitend voor instructiedoeleinden.
De nomen van bedrijven en producten die in deze handleiding worden genoemd, zichn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaars.
WAARSCHUWING" beschrijft voorzorgsmaatregelen die要去en worden gevolgd om ernstig letsel of zelfs overlijden te vermijden.
“VOORZICHTIG” beschrijft voorzorgsmaatregelen die要去en worden gevolgd om mogelijk hetsel te vermijden.
“LET OP” beschrijft voorzorgsmaatregelen die要去en worden gevolgd om möglichke storing/schade aan het product of dataverlies te voorkomen.
"Opmerking" beschrijft aanvullende informatatie over het product.
Zorg dat u voor gebruik van het product deAPE "veiligheidsbrochure"leest.
Inhoudsopgave
Eigenschappen 242
Overdeze handleiding. 242
Meegeleverde accessoires 244
Onderhoud 244
Glanzende zijpanelen 244
Oppervlakken anders dan de glanzende ijpanelen 244
Namen en functies van onderdelen
Voorpaneel 246
Achterpaneel 250
Gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen. 254
Afstandsbediening 256
Inzetten van batterijen in de afstandsbediening 258
Deafstandsbediening bedienen 258
Aansluitingen
Een externe component aansluiten 260
Eendraaitafelaansluiten 262
Een opnamecomponent aansluiten . . . 262
Een andere voorversterker aansluiten . . 263
Een eindversterker en actieve subwoofer aansluiten 263
Triggeraansluitingen. 264
Het bedieren van aan- en uitzetten van een aangesloten component, zoals een eindversterker, gesynchroniseerd met dit toestel 264
Het in- en uitschakelen van dit toestel synchroniseren met een aangesloten component, zoals een AV-receiver . . . 264
Externevibindingen 265
Het toestel vanuit een andere kamer bedieren 265
Afstandsverbinding tessen
Yamaha-componenten 265
Het netsnoer aansluiten 266
Bediening
Het toestel inschakelen 268
De ingang en uitgang selecteren 268
De ingang vanaf de EXT.IN-aansluitingen selectoren 269
De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen. 269
PHONO-keuzeschakelaar 269
Subsonic filter 270
Het volumeniveau aanpassen 270
Het volumeniveau tijdelijk verlagen . . . 271
De toon aanpassen 271
Hoofdtelefoon aansluiten. 272
Referentimaterialiaal
Algemene specificities 274
Schema 276
Audiokenmerken 277
Frequentierespons (toonregeling) 277
Totale harmonische verrorming (PHONO). 277
Subsonic filter 278
Volumecurve. 278
Problemen oplossen 279
Index 281
Meegeleverde accessoires
Controller of de volgende accessoires in de verpakking zitten.
- Afstandsbediening
- Batterijen (AAA, R03, UM-4) (x2)
- Netsnoer
- Gebruikershandleiding (dit boek)
Veiligheidsbrochure (apart boekje)

WAARSCHUWING
Gebruik het meegeleverde netsnoer nicht voor andere apparaten.
Onderhoud
Om dit product langereijd te konnen gebruiken adviseren wij om het regelmatig te onderhouden.

WAARSCHUWING
- Controller regelmatig of het netsnoer Niet vuil is geworden. Zo ja, veegt het vuil dan volledig af. Anders konnen er brand of elektrische schokken ontstaan.
- Gebruik geen spuitbussen of brandbare gasspray voor reinigen of smeren. Anders kan er zich brandhaar gas in het toestel ophopen, wat möglichk een explosie of brand kan veroorzaken.
LET OP
- Reinig het toestel met een droge zachte doeck. Gebruik van oplosmiddelen, zoals benzine of thinner, reinigingsmiddel of een chemisch behandelde doeck kan verkleuring of aanstasting van het oppervlak veroorzaken. Als het oppervlak erg vuil worden, gebruik dan een in verdund schoonmaakmiddel gedrenkte doeck, knijp deze stevig uit en wrijf het vuil weg.
- Als u in de buurt van het Yamaha logo met kracht wrijft, kan het logo loslaten of hunnen er verzels van de doek aan het oppervlak blijven hangen.
Glanzende lijpanelen
Wij adviseren gebruik van een reinigingsdoek, zoals die voor piano's worden gebruikt. Als het oppervlak erg vuil is, gebruik dan een zachte doek die is bevochtig met water en stevig isuitgeknenpen.
Oppervlakken anders dan de glanzende ijspanelen
Wrijf andere oppervlakken schoon met een zachte droge doeck. Als het oppervlak erg vuil wordt, gebruik dan een in verdund schoonmaakmiddel gedrenkte doeck, knijp deze stevig uit en wrijf het vuil van het oppervlak.

Namen en functies van onderdelen
Dit deel beschrijft de namen en functies van diverse onderdelen op het voor- en achterpaneel en de afstandsbediening.
Voorpaneel

NATURAL SOUND PRE-AMPLIFIER C-6000



STANDBY/ON/OFF (aan/uit)-schakelaar/indicator
Schakelt het toestel in (stand-by) ofuit.
STANDBY/ON: schakelt over van stand-by en aan met behulp van de tocts AMP op dc afstandsbediening.
OFF: schakelt het toesteluit.
| Aan/uit status Indicator | |
| Aan-modus Fel verlicht | |
| Stand-by-modus Matig verlicht | |
| Uit-modus Off |
Het toestel gaat Niet alleen in standby-modus als u op de AMP-tocts op dc afstandsbceding drukt, maar ook bij een van de volgende gebeurtenissen::
- Als het toestel is ingeschakeld maar gedurende acheit uur nicht worden bediend, verwijl de functie voor automatische standby is ingeschakeld, of
- Als de stroomtoevoer wordenuitgeschakeld van het apparaat dat is aangesloten op de TRIGGER IN-aansluiting van dit toestel.
Raadpleeg AUTO POWER STANDBY-schakelaar in het gedeelte Achterpaneel (pagina 253) en "Triggcraansluitingen" (pagina 264).
Opmerking
Nadat het toestel wordt ingeschakeld, duurt het enkele seconden alvorens het toestel geluid kan produceren.
LETOP
Wonneer u dit toestel voor langereijd Niet gebruikt, haal dan de stekker uit het stopcontact. Zelfs als de STANDBY/ON/OFF (aan/uit)-schakelaar op uit staat (de aan/uit-indicator is donker), stroom er een minieme hoeveelheid stroom maar het toestel.
Sensor voor de afstandsbediening
Deze ontvangt de signalen van de afstandsbedietening. Raadpleeg "De afstandsbedietening bedieren" (pagina 258) voor meer informatie.
3 PHONES-aansluiting
Sluit hier uw hoofdtelefoon aan om in alle rust muziek te luisteren. Raadpleeg "Hoofdtelcofoon aansluiten" (pagina 272) voor meer informatie.

4 TRIM-keuzeschakelaar
Schakelt de ingangsgevoeligkeit van de hoofdtelefoonversterker om. Het toestel past het volumeniveau aan als er een hoofdtclefoo is aangesloten om plotselinge volumewijzigingen te voorkomen die optreden door het wijzigen van de niveaubalansussen de audiouitgang van de PHONES-aansluiting en van de luidsprekers.
Keuzes: -6 dB, 0 dB, +6 dB, +12 dB
GAIN-keuzeschakelaar
Schakelt de ingangsgveeligheid van de voorsterker om. Dit toestel past zich soepel aan de ingangsgveeligheid voor de eindversterker en luidsprekkergevoeligheid aan, waardoor u nauwkeurige volume-aanpassingen kunt realizeren. Raadpleeg "Het volumeniveau aanpassen" (pagina 270) voor meer informatie.
Keuzes: -12 dB, -6 dB, 0 dB
OUTPUT-keuzeschakelaar
Bepaalt welke OUTPUT-aansluitingen signaal verzenden, cn wcl als volgt:
Gebruik deze keuzeschakelaar als er meertere cindversterkers zijn aangesloten.
| OUTPUT-keuzeschakelaar | |||||
| OFF ALL BAL LINE1 LINE2 | |||||
| BAL-aan-sluitingen | — | Uitgangs-siŋnaal | Uitgangs-siŋnaal | — | — |
| LINE 1-aansl. | — | Uitgangs-siŋnaal | — | Uitgangs-siŋnaal | — |
| LINE 2-aansl. | — | Uitgangs-siŋnaal | — | — | Uitgangs-siŋnaal |
7 PHONO-keuzeschakelaar
Geeft het type element aan dat is geinstalleerd op de draaitafel die is aangesloten op de PHONO-aansluitingen op het achterpancel (MM, MC 300Ω, MC 100Ω, MC 30Ω, MC 10Ω). Raadpleeg "De ingangsinstelling van dc draaitafel aanpassen" (pagina 269) voormeer informatie.
LET OP
Schakel dit toestel uit alvorens het element te verrangen.
Voorpaneel

BASS-regelaar
Past de laagfrequente karakteristiek aan in het bereik van -10dB tot +10dB (in stappen van 0,5 dB). De middelste stand levert een vlakke klank op.
TREBLE-regelaar
Past de hoogfrequente karamteristiek aan in het bereik van -10dB tot +10dB (in stappen van 0,5 dB). De middelste stand levert een vlakke klank op.
10 BALANCE-regelaar
Regelt de geluidsbalansussen de linker en rechter luidsprekers binnen het bereik L (rechter kanaal is gedempt) tot R (het linker kanaal is gedempt) ter compensatie van geluidsafwijkingen die wordenveroorzaakt door de opstelling van de luidsprekers of door de omstandigheden in de luisterruimte.
EXT.DIRECT schakelaar/indicator
Als u de EXT. DIRECT-schakelaar eén keer indrukt, gaat de EXT. DIRECT-indicator branden en wordt het signaal van de audiobron bij EXT. IN-aansluitingen verzonden maar de aangesloten uitgangen. Raadpleeg voor meer informatie "Een andere voorversterker aansluiten" (pagina 263) en "De ingang en uitgang selecteren" (pagina 268).
Als u de EXT. DIRECT-schakelaar drukt of aan de INPUT-keuzeschakelaar draait, wordt het signalaal dat is gcspecificcard bij dc INPUT-keuzeschakelaar dc signaalbron en gaat de EXT. DIRECT-indicatoruit.
Opmerking
Als EXT. DIRECT is geseleerd, worden er geen signalaal verzonden maar de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen, noch op de PHONES-aansluiting.

INPUT-keuzeschakelaar/indicator
Hiermee kunt u de signaalbron selecteren voor afspelen. Optiesijken: PHONO, PHONO BAL, TUNER, CD, BAL 1, BAL 2, LINE 1, en LINE 2. De indicator voor de geselecteerde signaalbron gaat branden.
Opmerking
Als hier LINE 2 is geselechteerd, worden er geen audiosignalen verzondenaar de LINE 2 OUT (opname)- aansluitingen.
SUBSONIC FILTER-schakelaar
Schakelt over tussen ON (ingeschakeld) en THROUGH (uitgeschakeld) voor het subsonic filter. Raadpleeg "De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen" (pagina 269) voormeer informatie.
Opmerking
Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op een andere optie dan PHONO of PHONO BAL, worden het filteruitgeschakeld.
AUDIO MUTE schakelaar/indicator
Druk op deze schakelaar om het huidige volumeniveau met ongeveer 20 dB te verlagen. De indicator gaat branden. Druk nogCcns op dcze tocts om dc geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten. De indicator gaatuit.
VOLUME-regelaar
Past het volumeniveau aan. Deze instelling heeft geen invloed op het uitgangsniveau van de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen.
Opmerking
VOLUME-regelaar heeft geen effect op het volumeniveau als EXT. DIRECT is geseleedeerd als signaalbron. Om het volume aan te passen gebruikt u de volumeregelaar op de externe voorsterker of een andere component die is aangesloten op de EXT. IN-aansluitingen.
Voeten
Als hct toestel onstabil staat, stel dan dc hoogte van dc voeten bij door deze te draaien.
Achterpaneel

Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over het aansluiten "Aansluitingen" (pagina 259).
1 PHONO-aansluitingen
RCA- en XLR-aansluitingen. Als de INPUTkeuzeschakelaar is ingesteld op PHONO, vormende signalen van dc RCA PHONO-aansluitingen dc signaalbron. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op PHONO BAL, vormen dc signalen van dc XLR PHONO-aansluitingen de signaalbron.
Uw voorversterker worden geleverd met een kortsluitplug die is geinstalleerd op alle RCA PHONO-ingangen. Als u een externen component op dcze aansluitingen wilt aansluten, verwijder dan de kortsluitpluggen. Raadpleeg "Een draaitafel aansluiten" (pagina 262) voormeer informatie.


VOORZICHTIG
Behandel de kortsluitpluggen zorgvuldig. Laat kinderen nicht met de kortsluitpluggen spelen, anders können ze die misschien inslikken.
LET OP
Kortsluitpluggen zijn alleen bedoeld voor ONGEBRUIKTE INGANGEN. Gebruik op UITGANGEN kan uw componenten series beschadigen.
- Als u Niet van plan bent om de RCA PHONO-ingangen te gebruiken,plaats dan de kortsluitpluggen in de aansluitingen om te voorkomen dat staatische elektricitit of ruis het audiosignal negatief beinvloedt.
2 SIGNAL GND (ground)-aansluiting
Als u een draaitafel op de RCA PHONO-ingangen aansluit, sluit dan ook de draaitafel ook op deze aansluiting aan. Hierdoor kurz u brom voorkomen.

BAL 1/BAL 2-aansluitingen
Dit zijn twee sets gebalanceerde XLR-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op BAL 1 of BAL 2, vormen dc signalen van dc bijbehorende XLR-aansluitingen de signaalbron.
Opmerking
Stel de ATTENUATOR-keuzeschakelaar en PHASE-keuzeschakelaar juist in voor de afspeel componenten die op het toestel zichn aangesloten.
4 ATTENUATOR-keuzeschakelaar
Hiermee kan het toegestane ingangsniveau voor dc gcbalanceerde XLR-ingangen (BAL 1 en BAL 2-aansluitingen) worden ingesteld. Raadpleeg "Het volumeniveau aanpassen" (pagina 270) voor meer informatatie.
BYPASS het toegestanc ingangsniveauu verandert nict. Meestal selekteert u deze optie.
ATT. (-6 dB): ingangsgveoeligheid wordt verlaagd met 6 dB om het toegestane ingangsniveau te verhogen. Selecteer deze optie als het geluid van de audio-uitgang van de aangesloten component verrormt.
5 PHASE-keuzeschakelaar
Bepaalt de positie van de HOT-pin voor de gebalancerde XLR-ingangen (BAL 1 en BAL 2-aansluitingen).
INV: Pin #3 is gespecifieerd als HOT.
Raadpleeg "Gebalanceerde en ongebalancererde aansluitingen" (pagina 254) voor mocr informatic.
TUNER-aansluitingen
Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op TUNER, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron. Sluit hier uw tuner aan.
Achterpaneel

CD-aansluitingen
Dit় RCAG-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op CD, vormen de signalen van deze aansluitingen dc signaalbron. Sluit hier uw cd-speler aan.
LINE 1-aansluitingen
Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 1, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron.
9 LINE 2 IN-aansluitingen
Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 2, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron.
LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen
Dit zijn RCA-ingangen voor opname. Deze aansluitingen verzenden normaliter het ingangssignaal dat is geseleeteerd op het Voorpanel of met de afstandsbediening. Raadpleeg "Een opnamecomponent aansluiten" (agina 262) voor informatie over de aansluitprocedure.
Opmerking
- Sluit de LINE 2 IN-aansluitingen en de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen aan opdezelfde component.
- De LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen verzenden geen signalaal als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 2 of als de EXT. DIRECT-schakelaar is ingedrukt.
EXT.IN-aansluitingen
Deze aansluitingen zijn er in de vorm van XLR-ingangen en RCA-ingangen. Als de EXT. DIRECT-schakelaar is ingedrukt, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron. Sluit hierop uw voorversterker aan. Raadpleeg "Een andere voorversterker aansluiten" (pagina 263) voor meer informatie.

VOORZICHTIG
Het volumeniveau van de signalen die binnenkomen via EXT. IN-aansluitingen. Zorg waarom dat op de EXT. IN-aansluitingen een component is aangesloten met een volumeregeling.

Opmerking
Het volumeniveau is vast. Het bedieren van de VOLUMEregelaar of GAIN-keuzeschakelaar op dit toestel verandert het volume van het signala via de EXT. IN-aansluitingen. Stel het volume in met de volumeregeling van de externe component die is verbonden met de EXT. IN-aansluitingen.

BAL-aansluitingen
Dit zijn gebalanceerdeuitgangen van het type XLR. Verbind deze aansluitingen met de gebalanceerde ingangen op de eindversterker.

LINE 1/LINE 2-aansluitingen
Dit zich RPC-uitgangen Verbind denen aansluitingen met de RCA-ingangen op de eindversterker.

TRIGGER IN/TRIGGER OUT-aansluitingen
Dit zijn mono mini-jacks. Sluit hier externe componenten aan die de triggerfunctie ondersteunen. Raadpleeg "Triggeraansluitingen" (pagina 264) voor meer informatic.

REMOTE IN/REMOTE OUT-aansluitingen
Dit zijn mono mini-jacks. Sluit hier externe componenten aan die de functie externe bediening ondersteunen. Raadplecg "Externe verbindingen" (pagina 265) voormeer informatie.

SERVICE-aansluiting
Deze aansluiting worden gebruikt om het product te repareren. Deze worden zelden gebruikt.

AUTO POWER STANDBY-schakelaar
Specifieert of het toestel automatisch in stand-bymodus gaat.
ON: het toestel gaat automatisch in stand-bymodus als het is ingeschakeld, maar gedurcnde ache tuer nicht worden bediend.
OFF: het toestel gaat Niet automatisch in stand-bymodus.

AC IN-aansluiting
Sluit hier het mccgeleverde netsnocr aan. Raadpleeg "Het netsnocr aansluten" (pagina 266) voor meer informatie.
Gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen
Dit toestel heeft gebalanceerde XLR-aansluitingen en ongebalanccerde RCA-aansluitingen.
Opmerking
Gebruik geen gebalanceerde en oncegebalanceerde aansluitingen tegelijkkertijdCUSSEN twee componenten.Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektricitie en brom kan genereren.
Gebalanceerde verbinding
Een gebalanceerde verbinding is ontworpen om ongewenste interferentie te voorkomen en te verhinderen. Omdat langere kabels sneller interferentie oppikken, is een gebalanceerde verbinding nuttig als er langere kabels要去en worden gebruikt. In het algemeen, als uw component beschikt over gebalanceerdeuitgangen, kutu het best een gebalanceerde verbinding gebruiken.
Aansluitingen voor gebalanceerde verbindingen
De XLR-aansluitingen op dit toestel worden gebruikt voor gebalanceerde verbindingen. De ingangen en uitgangen zich verzschillend uitgevoerd. De ingangen zich vrijwelijk en de uitgangen mannelijk. Voor gebalanceerde verbindingen worden gebalanceerde kabels met XLR-pluggen gebruikt. Sluit een mannelijk plug van dc kabel aan op een vrouwelijk aansluiting op het toestel, en een vrouwelijk plug van de kabel op een mannelijk aansluiting op het toestel.

Zorg dat u bij het aansluiten van een kabel op een ingang de pinnen van de plug uitlijnt op de openingsen van de aansluiting, en steek daarna de plug in de aansluiting tot u een klik hoor. Verwijder dc kabel door het lipje op de ingang in te drukken en vast te houden en zo de mannelijke XLR-connectoruit de aansluiting te trekken.

Zorg dat u bij het aansluiten van een kabel op een uitgang de pinnen van de plug uiftlijnt met de openingsen van de uitgang, en steek daarna de plug in de aansluiting tot u een klik hoor. Verwijder de kabel door het lipje op de rouwelijke XLR-plug in te drukken en uit de aansluiting te trekken.
Polariteit gebalanceerde verbinding
Bij het uitvoeren van een gebalanceerde aansluiting moet de polariteit correct worden ingesteld. In het algemeen is pin #2 Hot, maar soms is pin #3 Hot. Raadpleeg de bedieningsinstrumenties van de aangesloten component voor de positie van de HOT-pin op de gebalanceerdeuitgangen.
Gcbruik de PHASE-kuuzeschakelaar op hct achterpancel om de polariteit van de pinnen van de BAL 1- en BAL 2-ingangen in te stellen.
Opmerking
- De PHONO en EXT. IN-aansluitingen hebben geen PHASEschakelaar. De pinpolariteit van deze aansluitingen is standarden vast.
Pin #2 is Hot op Yamaha spelers.

Als de PHASE-keuzeschakelaar is ingesteld op NORMAL is pin #2 HOT.
XLR-ingangen

Als de PHASE-keuzeschakelaar is ingesteld op INVERTED is pin #3 Hot.
XLR-ingangen

XLR-uitgang

Ongebalanceerde verbinding
Als u een audiocomponent aansluit die alleen standard RCA-aansluitingen heeft, gebruik dan de RCA- aansluitingen op dit toestel voor een ongebalanceerde verbinding. Voor ongebalanceerde verbindingen worden ongebalanceerde kabels met RCA-pluggen gebruikt. Deze aansluitingen en pluggen hcbben geen mannelijke of rouwelijkke vom en ook geen verschillende polariteiten.

Afstandsbediening

Infraroodzender
Deze produeert de infrarode bedieningssignalen maar het toctstcl.
2 AMP-toets
Het toestel inschakelen ofaar stand-by-modus schakelen.Raadpleeg vooreer informatie over standby-modus "Voorpaneel" (pagina 246).
3 Signaalbron selectietoetsen
Hiermec selecteert u de weer te gehen signalbron.
BAL: Hiermee selecteert u de component die verbonden is met dc XLR-aansluitingen BAL 1 of BAL 2 als signaalbron.
PHONO: Hiermee selecte t u de draaitafel die verbonden is met de PHONO-aansluitingen (XLR of RCA) als signaalbron. Druk op de BAL-toets om de bron voor de XLR-aansluitingen of de UNBAL-toets om de bron voor de RCA-aansluitingen te selecteren.
LINE: Hiermee selecteert u de component die verbonden is met de RCA-aansluitingen LINE 1 of LINE 2 als signaalbron.
EXT. DIRECT: Selecteert de component verbonden met de EXT. IN-aansluitingen als signalbron. Als EXT. DIRECT is geseleeteerd als signalbron worden er audiosignalen verzonden maar de LINE 2 OUT- of PHONES-aansluitingen.
CD: Hiermee selectecrt u dc component (meestal een cdspeler) die verbonden is met de RCA-aansluitingen CD als signaalbron.
TUNER: Hiermee selecteert u de component (meestal een tuner) die verbonden is met de RCA-aansluitingen TUNER als signaalbron.
Opmerking
De audiosignalen van de geselecteerde signaalbron worden gereproduerd via de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen. Als LINE 2 is geselecteerd als signaalbron worden er audiosignalen verzonden maar de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen.
Bedieningstoetsentuner
Hiermee kunt u de functies van de aangesloten Yamaha tuner bediennen. Schakel met de BAND-tocts de ontvangstfrequentieband over en selecteer met de PRESET -toetsen een voorkeuzestation. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding van de tuner.
Opmerking
Sommige Yamaha tuners ondersteunen deze toetsfuncties möglichk nicht.


CD-toets
Schakelt een aangesloten Yamaha cd-speler in, of schakelt dcze aan stand-by-modus.


OPEN/CLOSE-toets
Opent of sluit de disklade van een aangesloten Yamaha cd-speler. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding van de cd-speler.
Opmerking
Sommige Yamaha cd-spelers ondersteunendez CDtoets en/of OPEN/CLOSE toetsfuncties möglichniet.

Bedieningstoetsen cd-speler
Hiermee kunt u de functies van de aangesloten Yamaha cd-speler bedicinen. Raadplecg voor meer informatic de gebruikershandleiding van de cd-speler.

(Weergave)
Hiermee begint u de weergave.

(Pauze)
Hiermee pauzeert u de weergave. Druk op om het afspelen voort te zetten.

(Stop)
Hiermee stopt u de weergave.

(overslaan)
Gaat verdneraar de volgende track,ofgaat terug naar het begin van de huidige track.
SOURCE-toets
Selecteert de bron die moet worden afgespeeld op de Yamaha cd-spcler. De wcergavebron verandert telkens u op deutsche toets drukt.
LAYER-toets
Schakelt de weergavelaag van een hybride super audiocd om+tussen "Super audio CD"en "CD."
Opmerking
Sommige Yamaha cd-spelers ondersteunendez toetsfuncties mogelijk Niet.

VOLUME + / - toetsen
Passen het volumeniveau aan.
Opmerking
De toetsen VOLUME + / - op de afstandsbediening beinvloeden het volume Niet als EXT. DIRECT is geselecteerd als signalbron. Om het volumeniveau aan te passen gebruikt u de volumeregelaar op de externe versterker die is aangesloten op de EXT. IN-aansluitingen.

MUTE-toets
Reduceert het huidige volume met onceveer 20dB Druk nogmaals op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten. Indrukken van de toets VOLUME + of - op de afstandsbediening annuleert ook het dempen.
Inzetten van batterijen in de afstandsbediening
1 Verwijder de klep van het batterijvak.
2 Plaats twee batterijen (AAA, R03, UM-4) in hetvak met de polen (+ en -) de goede kant op, zoals aangegeven in het batterijvak.

3 Plaats de klep van het batterijvak terug.

WAARSCHUWING
- Gooi de batterijen Niet in open vuur en stel ze Niet bloot aan hoge temperaturen, zoals direct zonlicht of open vlammen. Anders kan de batterij explodeden, wat brand of letsel kanveroorzaken.
- Laad geen Niet-oplaadbare batterijen op. Anders kuren batterijen exploderen of lekken, wat blindheid, chemische brandwonden of ander letsel kan yeroorzaken.
- Als een batterij lekt, raak de vloeistof dan Niet aan. Anders bestaat het gevaar op blindheid of chemische brandwonden. Als uw ogen, mond of huid in contact komen met de vloeistof, was deze plek dan onmiddelijk af met water en raadpleeg een arts.
! VOORZICHTIG
- Gebruik geen oude en neue batterijen tegelijkertijd. Anders können brand, brandwonden of irritatie ontstaan als geolg van lekkende batterijvloeistof.
- Gebruik nooit twee verschillende typen batterijen tegelijkkertijd. Als u bijvoorbeeld alkaline-en mangaanbatterijen tengelijk gekruikt, of twee batterijen van verschillende fabrikanten of met verschillende productnummers konnen brand, brandwonden of huidirritatie ontstaan als gevolg van lekkende batterijvloeistof.
Berg batterijen op buiten het bereik van kinderen. Anders kan een kind de batterij per ongeluk inslikken. Ook kan lekkende batterijvloeistof huidirritatie yeroorzaken. - Plaats de twee batterijen volgens de polariteitmarkeringen (+ en -). Anders+kunnen brand, brandwonden of huidirritatie ontstaan als gevolg van lekkende batterijvloeistof.
- Wonneer u de afstandsbediening voor langerearendiet Niet gebruikt of als de batterijen helemaal leeg zijn, verwijder deze dan uit de afstandsbediening. Anders raken alle batterijen uiteindelijk op en gaan ze lekken, wat huidirritatie of schade aan de afstandsbediening kan overoorzaken.
Deafstandsbediening bedienen
Zorg dat u de afstandsbediening recktstrecks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel richt.

Aansluitingen
In dit gedeelte worden het aansluiten van het toestel op een audiobron, zoals een tuner of cd-speler, en een eindversterker behandeld.

VOORZICHTIG
Schakel alle componenten uit, alvorens aansluitingen te realiseren.
LET OP
- Gebruik geen gebalanceerde en oncegebalanceerde aansluitingen tegelijkertijdCUSen twee componenten.Dit kan een aardlusveroorzaken die statische elektricitieit en brom kan genereren.
- Als u van plan bent externe componenten aan te sluiten, lees dan de bedieningsinstrumenties van deze componenten en volg deze op. Anders können dit toestel of externe componenten möglichk storingen vertonen.
Een externe component aansluiten


LETOP
Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen tegelijkkertijdCUSen twee componenten.Dit kan een aardlusveroorzaken die statice elektricitieit en brom kan genereren.
Eendraaitafelaansluiten
Sluit uw draaitafel aan op dc PHONO-aansluitingen van dit toestel. Dit toestel heeft gebalancecerde XLR-aansluitingen en ongebalancerde RCA-ingangen.
Gebalanceerd aansluiting

Ongebalanceerde aansluiting

Opmerking
Als u de draaitafel aansluit op de RCA-aansluitingen van dit toestel, luister dan maar het geluid en vergelijk het geluid met de SIGNAL GND (ground)-aansluiting aangesloten en Niet aangesloten, en kies de best klinkende variant.
LET OP
Gebruik geen gebalanceerde en oncegebalanceerde aansluitingen tegelijkertijdCUSden dit toestel en de draaitafel.Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektricitieen brom kan genereren.
Een opnamecomponent aansluiten
U kunt een opnameapparaat aansluiten op het toestel, zoals een hardschijfrecorder, en het signal van de audio-uitgang opnemen. Sluit de opnamecomponenten aan op zowel de LINE 2 IN-aansluiting als de LINE 2 OUT (opname)-aansluiting.
Opmerking
Zorg dat u de LINE 2 IN-aansluitingen en de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen opdezelfde component aansluit.
- Het signal van de LINE 2 OUT (opname)-aansluiting is in principe identiek aan het signal van de uitgangen dieijken gekozen met de OUTPUT-keuzeschakelaar. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 2, worden geen uitgangssignal verzonden via de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen.

Een andere voorversterker aansluten
Als u de uitgang van een andere voorversterker aansluit op dc EXT. IN-aansluitingen op dit apparaat en drukt op de EXT. DIRECT-schakelaar, gaat het bronsignaal door het toestel en wordt verzondenaar de aangesloten eindversterker. Het bronsignaal dat binnenkomt op de gcbalancecerde EXT. IN-aansluitingen wordt verzonden via de gebalanceerde BAL-aansluitingen. Het bronsignaal dat binnenkomt op dc ongebalancecerde EXT. INaansluitingen wordt verzonden via de LINE 1- en LINE 2-aansluitingen.
Opmerking
Als de EXT. DIRECT-schakelaar is ingeschakeld hoort u geen geluiduit de hoofdtelefoon die is aangesloten op de PHONES-aansluiting.

Andere versterker

AV-versterker,etc.
Een eindversterker en actieve subwoofer aansluiten
U kunt een eindversterker en een actieve subwoofer aansluiten op dc BAL, LINE 1, of LINE 2-uitgangen van dit toestel.

Gebalanceerd aansluiting

Ongebalanceerde aansluiting
LETOP
Gebruik geen gebalanceerde en oncegalanceerde aansluitingen tegelijkkertijdCUSSEN twee componenten.Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren.
Triggeraansluitingen
Het bedieren van aanen uitzetten van een aangesloten component, zoals een eindversterker, gesynchroniseerd met dit toestel
U kunt het aan- cn uitzieten van een aangcsloten component bedieren, zoals een Yamaha cd-speler of eindversterker, gesynchroniscerd met dit toestel. Gebruik een systeemkabel om de TRIGGER OUT-aansluiting van dit toestel aan te sluiten op dc TRIGGER IN-aansluiting van de aangcsloten component.

Het in- en uitschakelen van dit toestel synchroniseren met een aangesloten component, zoals een AV-receiver
U kunt het in- en uitschakelen van dit toestel synchroniseren met een aangesloten component, zoals een Yamaha AV-receiver. Gcbruik een optioncle systeemkabel om de TRIGGER IN-aansluiting van dit toestel aan tc sluiten op dc TRIGGER OUT-aansluiting van de aangesloten component. Zelfs als het toestel zich in stand-by-modus bevindt, worden door het inschakelen van de aangesloten component ook het toestel ingeschakeld, en het signalaan van de EXT. IN-aansluitingen worden geseleeteerd als de signalbron. Als de aangesloten component wordenuitgeschakld, schakelt dit toestcl over op stand-bymodus.

Opmerking
- Als de aan/uit-schakelaar van dit toestel op OFF staat, worden dit toestel Niet getriggerd vanaf een aangesloten component,
- tenzij de ingangsbron is geselecteerd via de EXT. DIRECT-schakelaar. Uitschakelen van de aangesloten component schakelt dit toestel Niet UIT.
External verbindungen
Het toestel vanuit een andere kamer bedieren
Als u een infraroodontvanger en -zender op de REMOTE IN/OUT-aansluitingen van dit toestel aansluit, kutu vanuit een andere kamer het toestel en/of een externe component vanuit een andere kamer bedieren met behulp van de meegeleverde afstandsbediening.

Afstandsverbinding:tussen Yamaha-componenten
Wanneer u over een andere Yamaha-component beschikt die afstandsverbinding ondersteunt, Zoals bij dit toestel, dan is een infraroodzender nicht nodig. U kunt afstandsbedieningssignalen verzenden door een infraroodontvanger aan te sluiten op de REMOTE IN-aansluiting van het toestel, en dc REMOTE INaansluitingen van de andere component op de REMOTE OUT-aansluiting van dit toestel, met mono mini-jackkabels. Maximaal drie Yamaha componenten (inclusief dit toestel) können worden geconfigureerd voor afstandsverbinding.

Het netsnoer aansluiten
Zorg nadat alle aansluitingen voltooid zich dat de STANDBY/ON/OFF (Power)-schakCLAar op uit staat, sluit verwolgens het netsnoer aan op de AC IN-aansluiting van het toestel en steek daarna de stekker in het stopcontact.


WAARSCHUWING
- Als zich een van de volgende onregelmatigheden voordoet, schakel het apparaat dan onmiddelijkukt en trek de stekkeruit het stopcontact.
-Het netsnoer is beschadigd.
- Het toestel verspreidt een vreemde geur, een vreemd geluid of rook.
-Er is vloeistof gemorst of er zich objecten in het toestel gevallen.
- Het geluid wordtijdens bediening plotseling onderbroken.
-Het toestel is gebarsten of beschadigd.
Anders kan voortgezet gebruik van het toestel elektrische schokken, brand of storingen tot bevolg hebben. Neem contact op met uw dichtst bijzijnde Yamaha dealer of service center voor controle of reparatie.
- Raak tijdens onweer het netsnoer of de stekker Niet aan.
Anders kan er zich een elektrische schok voordoen.
Zorg dat u een stopcontact gebrukt met het op het toestel vermelde voltage. Als het toestel worden aangesloten op een stopcontact met het verkeerde voltage+kennen brand, elektrische schokken of storing hemgete volg+zijn. - Gebruik alleen het meegeleverde netsnoer. Gebruik het meegeleverde netsnoer Niet voor andere apparaten. Anders+kennen er brand,brandplekken of storingen ontstaan.
-
Sluit het toestel aan op een stopcontact dat duidelijk zichtbaar en makkelijk bereikbaar is, zodate het toestel in geval van nood snel en makkelijk van het stopcontact kan worden losgekoppeld. Zelfs als de aan/uit-schakelaar op uit staat, stroomt er een minieme hoeveelheid stroomaar het toestel, tenzij u de stekker uit het stopcontact trekt.
-
Als er onweer op komst is, schakel het apparaat dan onmiddelijk uit en trek de stekker uit het stopcontact. Anders können er brand of storingen ontstaan.
- Wonneer u dit toestel voor langereijd Niet gezruikt dient u het uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Anders+kennen er brand of storingen ontstaan.

VOORZICHTIG
- Gebruik geen stopcontact waarin de stekker Niet goed blijft zitten. Anders können er brand, elektrische schokken of brandplekken ontstaan.
- Trek het netsnoer algijd met de stekker UIT het stopcontact en Niet aan het snoer. Anders kan het netsnoer beschadigen, wat tot een elektrische schok of brand kan leiden.
- Steek de stekker stevig en helemaal in het stopcontact. Als de stekker Niet—helemaal in het stopcontact worden gestoken kan het gebruik van het toestel een elektrische schok veroorzaken. Of er kan zich vuil op de stekker vormen, wat brand of brandplekken kan veroorzaken.
LET OP
Wonneer u dit toestel voor langerearendiet gebruikt dient u het uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen.Zelfs als de STANDBY/ON/OFF-schakelaar op uit staat (de aan/uit-indicator is donker), stroom er een minieme hoveeelheid stroomaar het toestel.
Bediening
Dit gedeelte behandelt de basisbedieningshandelingen.
Met deze procedures haalt u het meeste uit de functies van dit toestel.
Deze procedures zijn alleen bedoeld als voorbeeld.
Het toestel inschakelen

VOORZICHTIG
Zorg dat het volumeniveau is verlaagd tot het minimum, alvorens in te schakelen.
Schakel hct toestel in door dc schakelaar STANDBY/ ON/OFF (aan/uit) op het voorpaneel op STANDBY/ON tc zieten.

Als het toestel in stand-by modus staat,(Int knt u het ook inschaken met behulp van de afstandsbediening.

LET OP
Schakel de componenten in deze volgorde in:
eindversterker, voorversterker (dit toestel), andere
componenten (zoals een cd spelere en tuner).
Gebruik bij het uitschaken de omgekeerde volgo
De ingang en uitgang selecteren
Selecteer een paar uitgangen met de OUTPUTkeuzeschakelaar.

Selecteer de audiobron met de INPUT-keuzeschakelaar.

De betreffende indicators gaan branden.
De ingang vanaf de EXT.IN-aansluitingen selecteren

Druk op de EXT. DIRECT-schakelaar. De EXT. DIRECT-indicator gaat branden. De instelling van de INPUT-keuzeschakelaar wordenuitgeschakeld en de audiobron van dc EXT. IN-aansluitingen worden verzondenaar een aan uitgangen. Het bronsignaal bij de gebalancecerde ingangen worden verzondenaar de gebalancecerde BALuitgangen. Het bronsignaal bij de LINE-ingangen worden verzondenaar de LINE 1 en LINE 2-uitgangen.
Als u de EXT. DIRECT-schakelaar indrukt of aan de INPUT-keuzeschakelaar draait, worden het signal dat is gespecifieerd bij de INPUT-keuzeschakelaar de signaalbron. De EXT. DIRECT-indicatoruit.
Opmerking
Als EXT. DIRECT is geselecteerd, wordt er geen signala vergonden maar de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen, noch op de PHONES-aansluiting.
De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen
PHONO-keuzeschakelaar
Stel de PHONO-keuzeschakelaar in volgens het draaitafelclement.
Opties voor het draaitafelelement


VOORZICHTIG
Als er een MM-element in de draaitafel worden gebruikt, zet de PHONO-keuzeschakelaar dan op MM.
Opmerking
De impedantie-aanduidingen op de PHONOkeuzeschakelaar geen bij benadering de waarden aan. Luister en vergelijk het geluid van de verschillende impedantie-instellenen om de Beste optie te selecteren.
LET OP
Schakel dit toesteluit alvorens het element te verrangen.
Subsonic filter
Zet de SUBSONIC FILTER-schakelaar aan om zo nods het subsonic filter toe te passen.
Een resonerende draaitafelarm of een vervormde vinyl grammofoonplaat kan een rumble op zeer lage freiagentie (subsonic gluid) veroorzaken die dc luidsprekers kan belasten en beschadigen. Een subsonic filter filter dergelijkce geluiden om de luidsprekers te beschemen.

Opmerking
Het subsonic filter is uitgeschakeld als er een andere bron dan de draaitafel (aangesloten op de PHONO-aansluitingen) is geselecteerd als signaalbron, zelfs als de SUBSONIC FILTER-schakelaar op aan staat.
Het volumeniveau aanpassen
Stel de versterking in met de GAIN-keuzeschakelaar, zDat u nauwkeurige aanpassingen van het volume kunt realiseren.

Pas het volumeniveau aan met de VOLUME-regelaar.

Opmerking
Als u nog steeds verrorming hoort, zichs als de VOLUMEregelaar is teruggedraaid, overschrijdt het signaal mogelijk het toegestane ingangsniveau. Als de audiobron binnenkomt bij de gebalanceerde ingangen (BAL 1 of BAL 2), stel de ATTENUATOR-keuzeschakelaar dan in op ATT. (-6 dB).

Het volumeniveau tijdelijk verlagen
Druk op de AUDIO MUTE-schakelaar om het huidige volumeniveau met onceveer 20 dB te verlagen. Druk nogmaals op de schakelaar om het vorige volumeniveau weer te herstellen.

De toon aanpassen
Pas de volumeniveaubalans:tussen de linker en rechterluidsprckers aan met dc BALANCE-regelaar.

Pas het volumeniveau van de hoge en lage frequentiebereiken aan met de BASS- en TREBLEregelaars.

Opmerking
- Als zowel de BASS- als TREBLE-regelaars in het midden staan, passeert het audiosignal ontgewijzigd de toonregeling.
- De instellingen van de BASS-, TREBLE- en BALANCEregelaars hebben geen invloed op de ingangssignalen van de EXT. IN-aansluitingen noch de uitgangssignalen van de LINE 2 OUT (opname)-aansluiting.
Hoofdtelefoon aansluiten
Als er een hoofdtelefoon is aangesloten op de PHONES-aansluiting, worden er geen signaal verzondenaar deuitgangen (BAL, LINE 1 en LINE 2) op het achterpaneel.

Gebruik de TRIM-keuzeschakelaar om de versterking van de hoofdtelefoonversterker om te schakelen, zodat u de niveaubalansussenaudio-uitgangssignaal van de PHONES-aansluiting en de luidspeakers kunt aanpassen om plotselinge volumenivcauwijzigingen te vermijden.

Opmerking
Als EXT. DIRECT is geseleerd, worden er geen signala verzonden maar de PHONES-aansluiting.
Referentiematerialiaal
Algemene specificities
Gewogenuitgangsspanning/uitgangsimpedantie (ingang 200mV 20 Hz tot 20 kHz,THD 0,01%)
Maximaaluitgangsspanning(1kHz,THD0,05%)
BAL. 6 Vrms
LINE 1/LINE 2 3 Vrms
LINE 2 OUT (opname) 3 Vrms
Ingangsgveogeligheid/ingsimpedantie
BAL/LINE 1/LINE 2, 1 V
BAL 1/BAL 2. 200mVrms / 52k
TUNER/CD/LINE 1/LINE 2 IN 200mVrms / 47k
Signaal/ruis-verholding
(IHF-A-network, ingang 1,0 kΩ terminated, JEITA)
BAL 1/BAL 2/TUNER/CD/LINE 1/LINE 2 IN 110 dB of hogcr
PHONO (MC 300Ω) 80 dB of hoger
PHONO (MM) 98 dB of hoger
Restruis (IHF-A-network)
BAL/LINE 1/LINE 2 3 V
Karakteristieken toonregeling
Bass
Versterken/verzwakken 30 Hz/±9 dB
Turnoverfrequencie. 350 Hz
Treble Versterken/verzwakken. 20kHz / ± 9 dB Turnoverfrequentie. 3,5 kHz
Nominaluitgangsvermogen van de hoofdtelefoonaansluiting (1 kHz, 32Ω, 0,2% THD)
35mW + 35mW
RIAA Equalisatie-deviatie
MC/MM ± 0,5 dB
Subsonic filtrereigenschappen
MC/MM 15 Hz/-3 dB
Stroomvoorziening
[Modellen voor de VS en Canada] AC 120 V, 60 Hz
[Model voor China]. AC 220 V, 50 Hz
[Model voor Korea]. AC 220 V, 60 Hz
[Model voor Australie] AC 240 V, 50 Hz
[Models voor het Verenigd Koninkrijk en Europa] AC 230 V, 50 Hz
[Model voor Braziliè] AC 220-240 V, 50 Hz/60 Hz
[Modellen voor Midden- en Zuid-Amcrika en Taiwan] .AC 110 V,60 Hz
Stroomverbruik
60W
Stroomverbruik in stand-bystand
Off modus 0,1 W
Stand-by-modus 0,2 W
- De inhoud van deze handleiding geldt voor de meest recente specificaties op de datum dat de handleiding werk gepublicccrd. Voor de meest recente handleiding gaat u maar de website van Yamaha, waar u het bestand met de handleiding kutn downloaden.
Schema

Audiokenmerken

Frequentierresponds (toonregeling)
Raadpleeg de onderstaande tabel als dit toestel Niet juist functioneert. Als de onderstaande instructies het probleem nicht verhopen, of als het door u ervaren probleem hier nicht worden vermeld, zet het toestel dan uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtst bijzijnde Yamaha dealer of service center.
| Probleem Oorzaak | Oplossing | Zie pagina | |
| Toestel.gaat Niet aan. | Het netsnoer is Niet aangesloten op de AC IN-aansluiting op het中断paneel of is Niet in het stopcontact gestoken. | Zorg dat het netsnoer stevig vastzit. 266 | |
| Het toestel is blootgesteld geweest aan een sterke externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van staatische elektriciteit). | Schakel het toestel uit, trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, wacht 30 seconden en steek de stekker weein het stopcontact. | 266 | |
| Er is een probleem met de interne schakelingen van dit toestel. | Trek de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzijnde geauthoriserde Yamaha dealer of service center. | 266 | |
| Er is geen geluid hoorbaar. | In- of uitgangskabels Niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als het probleem blijft bestaan, zijn de kabels misschien defect. | 260 |
| Er is geen geschikte signaalbron geselecteerd. | Selecteer een geschikte signaalbron met de INPUT-keuzeschakelaar op het voorpaneel (of met een van de ingangskeuzetotoetsen op de afstandsbediening). | 268 | |
| De stand van de OUTPUT-keuzeschakelaar komt Niet overeen met de gebruikte uitgangen. | Kies de juiste uitgang met de OUTPUT-keuzeschakelaar. | 268 | |
| Het volume kan Niet worden ingesteld. | EXT. DIRECT is geselecteerd als signalbron. | Pas het volumeniveau van de aangesloten component aan. Of sluit de externe componenten aan op andere ingangen dan de EXT. IN-aansluitingen, en selecteer verrolgende betreffende signalbron. | 260 268 |
| Er is maar=eén kanaalluidspreker hoorbaar. | De afspeelcomponent is Niet juist aangesloten. | Zorg dat de aansluitingen op de juiste manier worden gemaakt. Als het probleem blijft bestaan, zijn de kabels misschien defect. | 260 |
| Er is een "brom"hoorbaar. | In- of uitgangskabels Niet op dejuiste manier aangesloten. | Sluit de kabels op de juiste wijze aan.Als het probleem blijft bestaan,zijn dekabels misschien defect. | 260 |
| De draaitafel is Niet geaard viade GND-aansluiting. | Sluit de draaitafel aan op de GND-aansluiting van dit toestel. | 262 | |
| Er worden zowel gebalanceerdeals ongebalanceerdekabels tegelijkCUSsen tweecomponenten gebruikt. | Gebruik geen gebalanceerde enongebalanceerde kabels tegelijkCUSsen twee componenten.Dit kaneen aardlus veroorzaken die statischeelektriciteit en brom kan genereren. | 261 | |
| De afgeseelde audiovan de op BAL 1 enBAL 2 gebalanceerde ingangen aangeslotencomponent klinktvervormd. | Het ingangsniveau bij degebalancerde ingangenoverschrijdt het toegestaneingangsniveau. | Als het uitgangsniveau bij degebalancerde XLR-uitgangenop de aangesloten componenthet dubbeis,vergelekenmet de ongebalanceerde RCA-aansluitingen,stel de ATTENUATOR-keuzeschakelaar die zich onder dedingangaansluitingen bevindt dan inop ATT.(-6 dB). | 270 |
| De bas heeft gendiepte als BAL 1 of BAL 2(gebalancerde ingang) is geselecteerd. | De polariteit is Niet juist. | Kies de correcte polariteit met behulpvan de PHASE-keuzeschakelaar. | 254 |
| Het volumeniveauvan de vinylgrammofoonplaat is telaag. | De PHONO-schakelaar op hetvoorpaneel is onjuist ingesteld. | Zet de PHONO-schakelaar op MM ofMC aan de hand van het type elementvan de draaitafel in kwestie. | 269 |
| De afstandsbedieningwerkt nicht of Niet maarbehoren. | De afstandsbediening is burenhaar bereik geleuikt. | De afstandsbediening werkt bennen maximaal bereik van 6 m enbinnen een hoek van 30 gradenten opzichte van loodrecht op hetvoorpaneel. | 258 |
| Direct zonlicht of verlichting(vooral van TL-lampen,stroboscoopverlichting enz.)valt op de sensor voor deafstandsbediening van dittoestel. | Verplaats de richting van deverlichting of het toestel. | 258 | |
| De batterijen raken leeg.Vervang allebatterijen.258 |
Index
A
AAN/UTT-indicator 246
AAN/UIT-schakelaar 246
Aarde-aansluiting 262
AC IN-aansluiting 266
Afstandsverbinding 265
ATTENUATOR-keuzeschakelaar 270
AUDIO MUTE-schakelaar 271
AUTO POWER STANDBY-schakclaar 253
B
BAL 1-aansluiting 251
BAL 2-aansluiting 251
BAL-aansluiting 253
BALANCE-regelaar 271
BASS-regelaar 271
D
De ingangsinstelling van dc draaitafel aanpassen 269
E
Ecn draaitafel aansluiten 262
Eeneindversterkeraansluiten 263
Een opnamecomponent aansluiten 262
Een subwoofer aansluiten 263
EXT.DIRECT-schakelaar. 269
External In-aansluiting 263
EXT. IN-aansluiting 263
G
GATN-keuzeschakelaar 270
Gebalancedercaansluiting 254
H
Het toestel inschakelen 246
Hoofdtelefoon aansluiten 272
1
INPUT-kcuzeschakkaar 268
L
LINE 1-aansluiting 253
LINE 2-aansluiting 253
LINE 2 IN-aansluiting. 252
LINE 2 OUT (opname)-aansluiting 252
0
Ongebalanceerde aansluiting 255
OUTPUT-keuzeschakelaar 268
P
PHASE-keuzeschakelaar 254
PHONES-aansluiting 272
PHONO-aansluiting 262
PHONO-keuzeschakelaar 269
R
REMOTE-aansluiting 265
s
Sensor voor de afstandsbediening 258
SERVICE-aansluiting 253
SIGNAL GND-aansluiting 262
STANDBY/ON/OFF-indicator 246
STANDBY/ON/OFF-schakelaar 246
SUBSONIC FILTER 270
SUBSONIC FILTER-schakelaar 270
T
TREBLE-regelaar 271
TRIGGER-aansluiting 264
Trigger-verbinding 264
TRIM-keuzeschakelaar 272
V
VOLUME-regelaar 270
P03IpaBIAeM Bac n 6JIaIgOApHm 3a npHObpeTeHnE JaHHoro IpoJyKta YamaHa.
BbMoKeTe HacJaXaTbcr CtepeO3ByKOM BbICOKOrKaueCTBa y ce6ra IOMa c IOMoIbIO daHHoro IIpeIyCnJIHTeJI.
B daHHOM HHCTpyKIIH NO 3KcJIyataaHn OINcaHbI fYHKIIH annapaTa, npOeDpybI NOkIIOUChHn I OIIepaIH.
IpaBnHbHO H6e30IaHcHOr HcIOJIb3OBaHHN IIpoJyKta Mbl IIpeJIaRaem BHNMaTeJIbHO O3HaKOMHTbcra CdaHHbIM pyKOBoCTBOM H6pOIIHOpoi NO 6e30NaChocTH (OTcJIbHbN 6yKlct). XpaHHTe pyKOBoCTBO HHaJeKHOM IOcTyIHOM MecTe IIAJIbHeIIIErO HcIOJIb3OBaHHN.
Mozho 3aIpy3HTb BepcHIO pyKOBIOCTBa B fOpMaTe PDF co cIeIyIOIero Be6-caiTa YamaHa.