C5000 - Ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C5000 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C5000 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C5000 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING C5000 YAMAHA
VOLUME, control ........................ 230242 Dank u en prociat met uw aankoop van dit Yamaha product.
U kunt thuis genieten van het hoogwaardige stereogeluid van deze voorversterker.
Deze gebruikershandleiding beschrijft de functies en aansluithandelingen en bediening.
Om dit product op de juiste wijze en veilig te gebruiken adviseren we deze handleiding en de veiligheidsbrochure (apart boekje) grondig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige en toegankelijke plaats om in de toekomst te kunnen raadplegen. U kunt een pdf-versie van deze handleiding downloaden vanaf de volgende website. https://download.yamaha.com/ Eigenschappen
Het links-rechts symmetrisch ontwerp creëert een rechtlijnige structuur
Class A werking met full stage, full oating gebalanceerde signaaltransmissie van ingang naar uitgang
Full oating en gebalanceerde phono EQ-versterker met gebalanceerde ingangen
Zeer nauwkeurige regelaars die gebruik maken van een zelf ontwikkelde lagerstructuur en zeer robuuste schakelaars.
Dubbel transformatorontwerp dat speciek voor audio is ontworpen en volledig gescheiden is van de besturingsvoeding.
Toonregelingsschakeling met een zelf ontwikkeld parallel volumesysteem
Nieuw ontworpen koperen spikevoeten
Gainregelfunctie die ultranauwkeurige volumeaanpassingen mogelijk maakt Over deze handleiding
De in deze handleiding weergegeven illustraties dienen uitsluitend voor instructiedoeleinden.
De namen van bedrijven en producten die in deze handleiding worden genoemd, zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaars.
WAARSCHUWING ” beschrijft voorzorgsmaatregelen die moeten worden gevolgd om ernstig letsel of zelfs overlijden te vermijden.
VOORZICHTIG ” beschrijft voorzorgsmaatregelen die moeten worden gevolgd om mogelijke letsel te vermijden.
LET OP ” beschrijft voorzorgsmaatregelen die moeten worden gevolgd om mogelijke storing/schade aan het product of dataverlies te voorkomen.
Opmerking ” beschrijft aanvullende informatie over het product.
- Zorg dat u vóór gebruik van het product de aparte “veiligheidsbrochure” leest. Nederlands243 Nederlands Inhoudsopgave Eigenschappen p. 242
- Over deze handleiding p. 242
- Meegeleverde accessoires p. 244
- Onderhoud p. 244
- Glanzende zijpanelen p. 244
- Oppervlakken anders dan de glanzende zijpanelen p. 244
- Namen en functies van onderdelen Voorpaneel p. 246
- Achterpaneel p. 250
- Gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen p. 254
- Afstandsbediening p. 256
- Inzetten van batterijen in de afstandsbediening p. 258
- De afstandsbediening bedienen p. 258
- Aansluitingen Een externe component aansluiten p. 260
- Een draaitafel aansluiten p. 262
- Een opnamecomponent aansluiten p. 262
- Een andere voorversterker aansluiten p. 263
- Een eindversterker en actieve subwoofer aansluiten p. 263
- Triggeraansluitingen p. 264
- Het bedienen van aan- en uitzetten van een aangesloten component, zoals een eindversterker, gesynchroniseerd met dit toestel p. 264
- Het in- en uitschakelen van dit toestel synchroniseren met een aangesloten component, zoals een AV-receiver p. 264
- Externe verbindingen p. 265
- Het toestel vanuit een andere kamer bedienen p. 265
- Afstandsverbinding tussen Yamaha-componenten p. 265
- Het netsnoer aansluiten p. 266
- Bediening Het toestel inschakelen p. 268
- De ingang en uitgang selecteren p. 268
- De ingang vanaf de EXT.IN-aansluitingen selecteren p. 269
- De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen p. 269
- PHONO-keuzeschakelaar p. 269
- Subsonic lter p. 270
- Het volumeniveau aanpassen p. 270
- Het volumeniveau tijdelijk verlagen p. 271
- De toon aanpassen p. 271
- Hoofdtelefoon aansluiten p. 272
- Referentiemateriaal Algemene specicaties p. 274
- Schema p. 276
- Audiokenmerken p. 277
- Frequentierespons (toonregeling) p. 277
- Totale harmonische vervorming (PHONO) p. 277
- Subsonic lter p. 278
- Volumecurve p. 278
- Problemen oplossen p. 279
- Index 44 Meegeleverde accessoires Controleer of de volgende accessoires in de verpakking zitten. p. 2812
- Afstandsbediening• Batterijen(AAA,R03,UM-4)(x2)• Netsnoer• Gebruikershandleiding(ditboek)• Veiligheidsbrochure(apartboekje) WAARSCHUWING Gebruikhetmeegeleverdenetsnoernietvoorandereapparaten. Onderhoud Om dit product langere tijd te kunnen gebruiken adviseren wij om het regelmatig te onderhouden. WAARSCHUWING
- Controleerregelmatigofhetnetsnoernietvuilisgeworden.Zoja,veegthetvuildanvolledigaf.Anderskunnenerbrandof elektrischeschokkenontstaan.
- Gebruikgeenspuitbussenofbrandbaregassprayvoorreinigenofsmeren.Anderskanerzichbrandbaargasinhettoestel ophopen,watmogelijkeenexplosieofbrandkanveroorzaken. LET OP
- Reinighettoestelmeteendrogezachtedoek.Gebruikvanoplosmiddelen,zoalsbenzineofthinner,reinigingsmiddelofeen chemischbehandeldedoekkanverkleuringofaantastingvanhetoppervlakveroorzaken.Alshetoppervlakergvuilwordt,gebruikdaneeninverdundschoonmaakmiddelgedrenktedoek,knijpdezesteviguitenwrijfhetvuilweg.
- AlsuindebuurtvanhetYamahalogometkrachtwrijft,kanhetlogoloslatenofkunnenervezelsvandedoekaanhet oppervlakblijvenhangen. Glanzende zijpanelen Wij adviseren gebruik van een reinigingsdoek, zoals die voor piano's wordt gebruikt. Als het oppervlak erg vuil is, gebruik dan een zachte doek die is bevochtigd met water en stevig is uitgeknepen. Oppervlakken anders dan de glanzende zijpanelen Wrijf andere oppervlakken schoon met een zachte droge doek. Als het oppervlak erg vuil wordt, gebruik dan een in verdund schoonmaakmiddel gedrenkte doek, knijp deze stevig uit en wrijf het vuil van het oppervlak. Glanzende zijpanelen245 Nederlands Namen en functies van onderdelen Dit deel beschrijft de namen en functies van diverse onderdelen op het voor- en achterpaneel en de afstandsbediening.246 Voorpaneel
STANDBY/ON/OFF (aan/uit)- schakelaar/ indicator Schakelt het toestel in (stand-by) of uit.STANDBY/ON: schakelt over van stand-by en aan met behulp van de toets AMP op de afstandsbediening. OFF : schakelt het toestel uit.Aan/uit status IndicatorAan-modus Fel verlichtStand-by-modus Matig verlichtUit-modus OffHet toestel gaat niet alleen in standby-modus als u op de AMP-toets op de afstandsbediening drukt, maar ook bij één van de volgende gebeurtenissen::• Als het toestel is ingeschakeld maar gedurende acht uur niet wordt bediend, terwijl de functie voor automatische standby is ingeschakeld, of• Als de stroomtoevoer wordt uitgeschakeld van het apparaat dat is aangesloten op de TRIGGER IN-aansluiting van dit toestel.Raadpleeg “ AUTO POWER STANDBY-schakelaar” in het gedeelte “Achterpaneel” (pagina 253) en “Triggeraansluitingen” (pagina 264). Opmerking Nadat het toestel wordt ingeschakeld, duurt het enkele seconden alvorens het toestel geluid kan produceren. LET OP Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet gebruikt, haal dan de stekker uit het stopcontact. Zelfs als de STANDBY/ON/OFF (aan/uit)-schakelaar op uit staat (de aan/uit-indicator is donker), stroomt er een minieme hoeveelheid stroom naar het toestel.
Sensor voor de afstandsbediening Deze ontvangt de signalen van de afstandsbediening. Raadpleeg “De afstandsbediening bedienen” (pagina 258) voor meer informatie.
PHONES-aansluiting Sluit hier uw hoofdtelefoon aan om in alle rust muziek te luisteren. Raadpleeg “Hoofdtelefoon aansluiten” (pagina 272) voor meer informatie.
TRIM-keuzeschakelaar Schakelt de ingangsgevoeligheid van de hoofdtelefoonversterker om. Het toestel past het volumeniveau aan als er een hoofdtelefoon is aangesloten om plotselinge volumewijzigingen te voorkomen die optreden door het wijzigen van de niveaubalans tussen de audio- uitgang van de PHONES-aansluiting en van de luidsprekers. Keuzes : −6 dB, 0 dB, +6 dB, +12 dB
GAIN-keuzeschakelaar Schakelt de ingangsgevoeligheid van de voorversterker om. Dit toestel past zich soepel aan de ingangsgevoeligheid voor de eindversterker en luidsprekergevoeligheid aan, waardoor u nauwkeurige volume-aanpassingen kunt realiseren. Raadpleeg “Het volumeniveau aanpassen” (pagina 270) voor meer informatie. Keuzes : −12 dB, −6 dB, 0 dB
OUTPUT-keuzeschakelaar Bepaalt welke OUTPUT-aansluitingen signaal verzenden, en wel als volgt: Gebruik deze keuzeschakelaar als er meerdere eindversterkers zijn aangesloten. OUTPUT-keuzeschakelaar
Uitgangs- signaal Uitgangs- signaal
PHONO-keuzeschakelaar Geeft het type element aan dat is geïnstalleerd op de draaitafel die is aangesloten op de PHONO-aansluitingen op het achterpaneel ( MM, MC 300, MC 100, MC 30, MC 10 ). Raadpleeg “De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen” (pagina 269) voor meer informatie. LET OP Schakel dit toestel uit alvorens het element te vervangen.
BASS-regelaar Past de laagfrequente karakteristiek aan in het bereik van −10 dB tot +10 dB (in stappen van 0,5 dB). De middelste stand levert een vlakke klank op.
TREBLE-regelaar Past de hoogfrequente karakteristiek aan in het bereik van −10 dB tot +10 dB (in stappen van 0,5 dB). De middelste stand levert een vlakke klank op.
BALANCE-regelaar Regelt de geluidsbalans tussen de linker en rechter luidsprekers binnen het bereik L (rechter kanaal is gedempt) tot R (het linker kanaal is gedempt) ter compensatie van geluidsafwijkingen die worden veroorzaakt door de opstelling van de luidsprekers of door de omstandigheden in de luisterruimte.
EXT.DIRECT schakelaar/indicator Als u de EXT. DIRECT-schakelaar één keer indrukt, gaat de EXT. DIRECT-indicator branden en wordt het signaal van de audiobron bij EXT. IN-aansluitingen verzonden naar de aangesloten uitgangen. Raadpleeg voor meer informatie “Een andere voorversterker aansluiten” (pagina 263) en “De ingang en uitgang selecteren” (pagina 268). Als u de EXT. DIRECT-schakelaar drukt of aan de INPUT-keuzeschakelaar draait, wordt het signaal dat is gespeciceerd bij de INPUT-keuzeschakelaar de signaalbron en gaat de EXT. DIRECT-indicator uit. Opmerking Als EXT. DIRECT is geselecteerd, wordt er geen signaal verzonden naar de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen, noch op de PHONES-aansluiting. Voorpaneel
INPUT-keuzeschakelaar/indicator Hiermee kunt u de signaalbron selecteren voor afspelen. Opties zijn: PHONO, PHONO BAL, TUNER, CD, BAL 1, BAL 2, LINE 1, en LINE 2 . De indicator voor de geselecteerde signaalbron gaat branden. Opmerking Als hier LINE 2 is geselecteerd, worden er geen audiosignalen verzonden naar de LINE 2 OUT (opname)- aansluitingen.
(ingeschakeld) en THROUGH (uitgeschakeld) voor het subsonic lter. Raadpleeg “De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen” (pagina 269) voor meer informatie. Opmerking Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op een andere optie dan PHONO of PHONO BAL, wordt het lter uitgeschakeld.
AUDIO MUTE schakelaar/indicator Druk op deze schakelaar om het huidige volumeniveau met ongeveer 20 dB te verlagen. De indicator gaat branden. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten. De indicator gaat uit.
VOLUME-regelaar Past het volumeniveau aan. Deze instelling heeft geen invloed op het uitgangsniveau van de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen. Opmerking VOLUME-regelaar heeft geen eect op het volumeniveau als EXT. DIRECT is geselecteerd als signaalbron. Om het volume aan te passen gebruikt u de volumeregelaar op de externe voorversterker of een andere component die is aangesloten op de EXT. IN-aansluitingen.
Voeten Als het toestel onstabiel staat, stel dan de hoogte van de voeten bij door deze te draaien.
Opmerking Raadpleeg voor meer informatie over het aansluiten “Aansluitingen” (pagina259).
PHONO-aansluitingen RCA- en XLR-aansluitingen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op PHONO, vormen de signalen van de RCA PHONO-aansluitingen de signaalbron. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op PHONO BAL, vormen de signalen van de XLR PHONO-aansluitingen de signaalbron.Uw voorversterker wordt geleverd met een kortsluitplug die is geïnstalleerd op alle RCA PHONO-ingangen. Als u een externe component op deze aansluitingen wilt aansluiten, verwijder dan de kortsluitpluggen. Raadpleeg “Een draaitafel aansluiten” (pagina 262) voor meer informatie.PHONO VOORZICHTIG Behandel de kortsluitpluggen zorgvuldig. Laat kinderen niet met de kortsluitpluggen spelen, anders kunnen ze die misschien inslikken. LET OP
- Kortsluitpluggen zijn alleen bedoeld voor ONGEBRUIKTE INGANGEN. Gebruik op UITGANGEN kan uw componenten serieus beschadigen.• Als u niet van plan bent om de RCA PHONO-ingangen te gebruiken, plaats dan de kortsluitpluggen in de aansluitingen om te voorkomen dat statische elektriciteit of ruis het audiosignaal negatief beïnvloedt.
SIGNAL GND (ground)-aansluiting Als u een draaitafel op de RCA PHONO-ingangen aansluit, sluit dan ook de draaitafel ook op deze aansluiting aan. Hierdoor kunt u brom voorkomen. Achterpaneel
BAL 1/BAL 2-aansluitingen Dit zijn twee sets gebalanceerde XLR-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op BAL 1 of BAL 2, vormen de signalen van de bijbehorende XLR- aansluitingen de signaalbron. Opmerking Stel de ATTENUATOR-keuzeschakelaar en PHASE- keuzeschakelaar juist in voor de afspeel componenten die op het toestel zijn aangesloten.
ATTENUATOR-keuzeschakelaar Hiermee kan het toegestane ingangsniveau voor de gebalanceerde XLR-ingangen (BAL 1 en BAL 2-aansluitingen) worden ingesteld. Raadpleeg “Het volumeniveau aanpassen” (pagina 270) voor meer informatie. BYPASS : het toegestane ingangsniveau verandert niet. Meestal selecteert u deze optie. ATT. (−6 dB) : ingangsgevoeligheid wordt verlaagd met 6 dB om het toegestane ingangsniveau te verhogen. Selecteer deze optie als het geluid van de audio-uitgang van de aangesloten component vervormt.
PHASE-keuzeschakelaar Bepaalt de positie van de HOT-pin voor de gebalanceerde XLR-ingangen (BAL 1 en BAL 2-aansluitingen). NORMAL : Pin #2 is HOT. INV. : Pin #3 is gespeciceerd als HOT. Raadpleeg “Gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen” (pagina 254) voor meer informatie.
TUNER-aansluitingen Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op TUNER, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron. Sluit hier uw tuner aan.
CD-aansluitingen Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op CD, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron. Sluit hier uw cd-speler aan.
LINE 1-aansluitingen Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 1, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron.
LINE 2 IN-aansluitingen Dit zijn RCA-ingangen. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 2, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron.
LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen Dit zijn RCA-ingangen voor opname. Deze aansluitingen verzenden normaliter het ingangssignaal dat is geselecteerd op het voorpaneel of met de afstandsbediening. Raadpleeg “Een opnamecomponent aansluiten” (pagina 262) voor informatie over de aansluitprocedure. Opmerking
- Sluit de LINE 2 IN-aansluitingen en de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen aan op dezelfde component.• De LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen verzenden geen signaal als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 2 of als de EXT. DIRECT-schakelaar is ingedrukt.
EXT.IN-aansluitingen Deze aansluitingen zijn er in de vorm van XLR-ingangen en RCA-ingangen. Als de EXT. DIRECT-schakelaar is ingedrukt, vormen de signalen van deze aansluitingen de signaalbron. Sluit hierop uw voorversterker aan. Raadpleeg “Een andere voorversterker aansluiten” (pagina 263) voor meer informatie. VOORZICHTIG Het volumeniveau van de signalen die binnenkomen via EXT. IN-aansluitingen. Zorg daarom dat op de EXT. IN-aansluitingen een component is aangesloten met een volumeregeling. Achterpaneel
Nederlands Opmerking Het volumeniveau is vast. Het bedienen van de VOLUME- regelaar of GAIN-keuzeschakelaar op dit toestel verandert het volume van het signaal via de EXT. IN-aansluitingen. Stel het volume in met de volumeregeling van de externe component die is verbonden met de EXT. IN-aansluitingen.
BAL-aansluitingen Dit zijn gebalanceerde uitgangen van het type XLR. Verbind deze aansluitingen met de gebalanceerde ingangen op de eindversterker.
LINE 1/LINE 2-aansluitingen Dit zijn RCA-uitgangen Verbind deze aansluitingen met de RCA-ingangen op de eindversterker.
aansluitingen Dit zijn mono mini-jacks. Sluit hier externe componenten aan die de triggerfunctie ondersteunen. Raadpleeg “Triggeraansluitingen” (pagina 264) voor meer informatie.
REMOTE IN/REMOTE OUT-aansluitingen Dit zijn mono mini-jacks. Sluit hier externe componenten aan die de functie externe bediening ondersteunen. Raadpleeg “Externe verbindingen” (pagina 265) voor meer informatie.
SERVICE-aansluiting Deze aansluiting wordt gebruikt om het product te repareren. Deze wordt zelden gebruikt.
AUTO POWER STANDBY-schakelaar Speciceert of het toestel automatisch in stand-bymodus gaat.
: het toestel gaat automatisch in stand-bymodus als het is ingeschakeld, maar gedurende acht uur niet wordt bediend. OFF : het toestel gaat niet automatisch in stand-bymodus.
AC IN-aansluiting Sluit hier het meegeleverde netsnoer aan. Raadpleeg “Het netsnoer aansluiten” (pagina 266) voor meer informatie.
Gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen Dit toestel heeft gebalanceerde XLR-aansluitingen en ongebalanceerde RCA-aansluitingen. Opmerking Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen tegelijkertijd tussen twee componenten. Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren. Gebalanceerde verbinding Een gebalanceerde verbinding is ontworpen om ongewenste interferentie te voorkomen en te verhinderen. Omdat langere kabels sneller interferentie oppikken, is een gebalanceerde verbinding nuttig als er langere kabels moeten worden gebruikt. In het algemeen, als uw component beschikt over gebalanceerde uitgangen, kunt u het best een gebalanceerde verbinding gebruiken. Aansluitingen voor gebalanceerde verbindingen De XLR-aansluitingen op dit toestel worden gebruikt voor gebalanceerde verbindingen. De ingangen en uitgangen zijn verschillend uitgevoerd. De ingangen zijn vrouwelijk en de uitgangen mannelijk. Voor gebalanceerde verbindingen worden gebalanceerde kabels met XLR-pluggen gebruikt. Sluit een mannelijke plug van de kabel aan op een vrouwelijke aansluiting op het toestel, en een vrouwelijke plug van de kabel op een mannelijke aansluiting op het toestel.
Hendel XLR-plug (mannelijk) XLR-aansluiting (vrouwelijk) Zorg dat u bij het aansluiten van een kabel op een ingang de pinnen van de plug uitlijnt op de openingen van de aansluiting, en steek daarna de plug in de aansluiting tot u een klik hoort. Verwijder de kabel door het lipje op de ingang in te drukken en vast te houden en zo de mannelijke XLR-connector uit de aansluiting te trekken.
XLR-plug (vrouwelijk) XLR-aansluiting (mannelijk) Hendel Zorg dat u bij het aansluiten van een kabel op een uitgang de pinnen van de plug uitlijnt met de openingen van de uitgang, en steek daarna de plug in de aansluiting tot u een klik hoort. Verwijder de kabel door het lipje op de vrouwelijke XLR-plug in te drukken en uit de aansluiting te trekken. Polariteit gebalanceerde verbinding Bij het uitvoeren van een gebalanceerde aansluiting moet de polariteit correct worden ingesteld. In het algemeen is pin #2 Hot, maar soms is pin #3 Hot. Raadpleeg de bedieningsinstructies van de aangesloten component voor de positie van de HOT-pin op de gebalanceerde uitgangen. Gebruik de PHASE-keuzeschakelaar op het achterpaneel om de polariteit van de pinnen van de BAL 1- en BAL 2-ingangen in te stellen. Opmerking
- De PHONO en EXT. IN-aansluitingen hebben geen PHASE- schakelaar. De pinpolariteit van deze aansluitingen is standaard en vast.
- Pin #2 is Hot op Yamaha spelers.255 Nederlands Als de PHASE-keuzeschakelaar is ingesteld op NORMAL is pin #2 HOT. XLR-ingangen 1: aarde (earth) 3: Cold (−) 2: Hot (+) Hendel Als de PHASE-keuzeschakelaar is ingesteld op INVERTED is pin #3 Hot. XLR-ingangen 1: aarde (earth) 3: Hot (+) 2: Cold (−) Hendel XLR-uitgang 1: aarde (earth) 3: Cold (−) 2: Hot (+) Ongebalanceerde verbinding Als u een audiocomponent aansluit die alleen standaard RCA-aansluitingen heeft, gebruik dan de RCA- aansluitingen op dit toestel voor een ongebalanceerde verbinding. Voor ongebalanceerde verbindingen worden ongebalanceerde kabels met RCA-pluggen gebruikt. Deze aansluitingen en pluggen hebben geen mannelijke of vrouwelijke vorm en ook geen verschillende polariteiten. Pin Ring256 Afstandsbediening
Infraroodzender Deze produceert de infrarode bedieningssignalen naar het toestel.
AMP-toets Het toestel inschakelen of naar stand-by-modus schakelen. Raadpleeg voor meer informatie over stand- by-modus “Voorpaneel” (pagina 246).
Signaalbron selectietoetsen Hiermee selecteert u de weer te geven signaalbron. BAL : Hiermee selecteert u de component die verbonden is met de XLR-aansluitingen BAL 1 of BAL 2 als signaalbron. PHONO : Hiermee selecteert u de draaitafel die verbonden is met de PHONO-aansluitingen (XLR of RCA) als signaalbron. Druk op de BAL-toets om de bron voor de XLR-aansluitingen of de UNBAL-toets om de bron voor de RCA-aansluitingen te selecteren. LINE : Hiermee selecteert u de component die verbonden is met de RCA-aansluitingen LINE 1 of LINE 2 als signaalbron. EXT DIRECT : Selecteert de component verbonden met de EXT. IN-aansluitingen als signaalbron. Als EXT. DIRECT is geselecteerd als signaalbron worden er audiosignalen verzonden naar de LINE 2 OUT- of PHONES-aansluitingen.
: Hiermee selecteert u de component (meestal een cd- speler) die verbonden is met de RCA-aansluitingen CD als signaalbron. TUNER : Hiermee selecteert u de component (meestal een tuner) die verbonden is met de RCA-aansluitingen TUNER als signaalbron. Opmerking De audiosignalen van de geselecteerde signaalbron worden gereproduceerd via de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen. Als LINE 2 is geselecteerd als signaalbron worden er audiosignalen verzonden naar de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen.
Bedieningstoetsen tuner Hiermee kunt u de functies van de aangesloten Yamaha tuner bedienen. Schakel met de BAND-toets de ontvangstfrequentieband over en selecteer met de PRESET
-toetsen een voorkeuzestation. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding van de tuner. Opmerking Sommige Yamaha tuners ondersteunen deze toetsfuncties mogelijk niet.AMP CD BAL PHONO LINE
CD-toets Schakelt een aangesloten Yamaha cd-speler in, of schakelt deze naar stand-by-modus.
OPEN/CLOSE-toets Opent of sluit de disklade van een aangesloten Yamaha cd-speler. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding van de cd-speler. Opmerking Sommige Yamaha cd-spelers ondersteunen deze
CD- toets en/of OPEN/CLOSE toetsfuncties mogelijk niet.
Bedieningstoetsen cd-speler Hiermee kunt u de functies van de aangesloten Yamaha cd-speler bedienen. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding van de cd-speler. (Weergave) Hiermee begint u de weergave. (Pauze) Hiermee pauzeert u de weergave. Druk op of om het afspelen voort te zetten. (Stop) Hiermee stopt u de weergave. / (Overslaan) Gaat verder naar de volgende track, of gaat terug naar het begin van de huidige track. SOURCE-toets Selecteert de bron die moet worden afgespeeld op de Yamaha cd-speler. De weergavebron verandert telkens u op deze toets drukt. LAYER-toets Schakelt de weergavelaag van een hybride super audio- cd om tussen “Super audio CD” en “CD.” Opmerking Sommige Yamaha cd-spelers ondersteunen deze toetsfuncties mogelijk niet.
VOLUME +/− toetsen Passen het volumeniveau aan. Opmerking De toetsen VOLUME +/− op de afstandsbediening beïnvloeden het volume niet als EXT. DIRECT is geselecteerd als signaalbron. Om het volumeniveau aan te passen gebruikt u de volumeregelaar op de externe versterker die is aangesloten op de EXT. IN-aansluitingen.
MUTE-toets Reduceert het huidige volume met ongeveer 20 dB. Druk nogmaals op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten. Indrukken van de toets VOLUME + of − op de afstandsbediening annuleert ook het dempen.258 Inzetten van batterijen in de afstandsbediening
Verwijder de klep van het batterijvak. Plaats twee batterijen (AAA, R03, UM-4) in het vak met de polen (+ en −) de goede kant op, zoals aangegeven in het batterijvak.
Plaats de klep van het batterijvak terug.
- Gooi de batterijen niet in open vuur en stel ze niet bloot aan hoge temperaturen, zoals direct zonlicht of open vlammen. Anders kan de batterij exploderen, wat brand of letsel kan veroorzaken.• Laad geen niet-oplaadbare batterijen op. Anders kunnen batterijen exploderen of lekken, wat blindheid, chemische brandwonden of ander letsel kan veroorzaken.• Als een batterij lekt, raak de vloeistof dan niet aan. Anders bestaat het gevaar op blindheid of chemische brandwonden. Als uw ogen, mond of huid in contact komen met de vloeistof, was deze plek dan onmiddellijk af met water en raadpleeg een arts. VOORZICHTIG
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen tegelijkertijd. Anders kunnen brand, brandwonden of irritatie ontstaan als gevolg van lekkende batterijvloeistof.• Gebruik nooit twee verschillende typen batterijen tegelijkertijd. Als u bijvoorbeeld alkaline- en mangaanbatterijen tegelijk gebruikt, of twee batterijen van verschillende fabrikanten of met verschillende productnummers kunnen brand, brandwonden of huidirritatie ontstaan als gevolg van lekkende batterijvloeistof.• Berg batterijen op buiten het bereik van kinderen. Anders kan een kind de batterij per ongeluk inslikken. Ook kan lekkende batterijvloeistof huidirritatie veroorzaken.• Plaats de twee batterijen volgens de polariteitmarkeringen (+ en −). Anders kunnen brand, brandwonden of huidirritatie ontstaan als gevolg van lekkende batterijvloeistof.• Wanneer u de afstandsbediening voor langere tijd niet gebruikt of als de batterijen helemaal leeg zijn, verwijder deze dan uit de afstandsbediening. Anders raken alle batterijen uiteindelijk op en gaan ze lekken, wat huidirritatie of schade aan de afstandsbediening kan veroorzaken. De afstandsbediening bedienen Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel richt.Sensor voor de afstandsbediening30 30Maximaal 6 m259 Nederlands Aansluitingen VOORZICHTIG Schakel alle componenten uit, alvorens aansluitingen te realiseren. LET OP
- Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen tegelijkertijd tussen twee componenten. Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren.
- Als u van plan bent externe componenten aan te sluiten, lees dan de bedieningsinstructies van deze componenten en volg deze op. Anders kunnen dit toestel of externe componenten mogelijk storingen vertonen. In dit gedeelte wordt het aansluiten van het toestel op een audiobron, zoals een tuner of cd-speler, en een eindversterker behandeld.260 Een externe component aansluiten Draaitafel Netwerkaudiospeler Cd-speler Harddiskrecorder, etc.Tuner Cd-spelerDraaitafel Bd-speler261 Nederlands LET OP Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen tegelijkertijd tussen twee componenten. Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren. Eindversterker Andere versterker AV-versterker, etc. Actieve subwoofer Eindversterker262 Een draaitafel aansluiten Sluit uw draaitafel aan op de PHONO-aansluitingen van dit toestel. Dit toestel heeft gebalanceerde XLR- aansluitingen en ongebalanceerde RCA-ingangen. Gebalanceerd aansluiting
BALANCE Draaitafel Ongebalanceerde aansluiting
OUTPUTDraaitafel Opmerking Als u de draaitafel aansluit op de RCA-aansluitingen van dit toestel, luister dan naar het geluid en vergelijk het geluid met de SIGNAL GND (ground)-aansluiting aangesloten en niet aangesloten, en kies de best klinkende variant. LET OP Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen tegelijkertijd tussen dit toestel en de draaitafel. Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren. Een opnamecomponent aansluiten U kunt een opnameapparaat aansluiten op het toestel, zoals een hardeschijfrecorder, en het signaal van de audio-uitgang opnemen. Sluit de opnamecomponenten aan op zowel de LINE 2 IN-aansluiting als de LINE 2 OUT (opname)-aansluiting. Opmerking
- Zorg dat u de LINE 2 IN-aansluitingen en de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen op dezelfde component aansluit.• Het signaal van de LINE 2 OUT (opname)-aansluiting is in principe identiek aan het signaal van de uitgangen die zijn gekozen met de OUTPUT-keuzeschakelaar. Als de INPUT-keuzeschakelaar is ingesteld op LINE 2, wordt er geen uitgangssignaal verzonden via de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen.
OUTPUTINPUTHarddiskrecorder, etc.263 Nederlands Een andere voorversterker aansluiten Als u de uitgang van een andere voorversterker aansluit op de EXT. IN-aansluitingen op dit apparaat en drukt op de EXT. DIRECT-schakelaar, gaat het bronsignaal door het toestel en wordt verzonden naar de aangesloten eindversterker. Het bronsignaal dat binnenkomt op de gebalanceerde EXT. IN-aansluitingen wordt verzonden via de gebalanceerde BAL-aansluitingen. Het bronsignaal dat binnenkomt op de ongebalanceerde EXT. IN- aansluitingen wordt verzonden via de LINE 1- en LINE 2-aansluitingen. Opmerking Als de EXT. DIRECT-schakelaar is ingeschakeld hoort u geen geluid uit de hoofdtelefoon die is aangesloten op de PHONES-aansluiting.
PREOUTAV-versterker, etc. Een eindversterker en actieve subwoofer aansluiten U kunt een eindversterker en een actieve subwoofer aansluiten op de BAL, LINE 1, of LINE 2-uitgangen van dit toestel. Gebalanceerd aansluiting
Eindversterker Ongebalanceerde aansluiting
INPUT UNBALANCE EindversterkerActieve subwoofer LET OP Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde aansluitingen tegelijkertijd tussen twee componenten. Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren.264 Triggeraansluitingen Het bedienen van aan- en uitzetten van een aangesloten component, zoals een eindversterker, gesynchroniseerd met dit toestel U kunt het aan- en uitzetten van een aangesloten component bedienen, zoals een Yamaha cd-speler of eindversterker, gesynchroniseerd met dit toestel. Gebruik een systeemkabel om de TRIGGER OUT- aansluiting van dit toestel aan te sluiten op de TRIGGER IN-aansluiting van de aangesloten component. Cd-spelerEindversterkerTRIGGER IN-aansluitingTRIGGER IN-aansluiting Het in- en uitschakelen van dit toestel synchroniseren met een aangesloten component, zoals een AV-receiver U kunt het in- en uitschakelen van dit toestel synchroniseren met een aangesloten component, zoals een Yamaha AV-receiver. Gebruik een optionele systeemkabel om de TRIGGER IN-aansluiting van dit toestel aan te sluiten op de TRIGGER OUT-aansluiting van de aangesloten component. Zelfs als het toestel zich in stand-by-modus bevindt, wordt door het inschakelen van de aangesloten component ook het toestel ingeschakeld, en het signaal van de EXT. IN-aansluitingen wordt geselecteerd als de signaalbron. Als de aangesloten component wordt uitgeschakeld, schakelt dit toestel over op stand-bymodus. AV-ontvangerTRIGGER OUT-aansluiting Opmerking
- Als de aan/uit-schakelaar van dit toestel op OFF staat, wordt dit toestel niet getriggerd vanaf een aangesloten component,• tenzij de ingangsbron is geselecteerd via de EXT. DIRECT-schakelaar. Uitschakelen van de aangesloten component schakelt dit toestel niet uit.265 Nederlands Externe verbindingen Het toestel vanuit een andere kamer bedienen Als u een infraroodontvanger en -zender op de REMOTE IN/OUT-aansluitingen van dit toestel aansluit, kunt u vanuit een andere kamer het toestel en/of een externe component vanuit een andere kamer bedienen met behulp van de meegeleverde afstandsbediening. Externe component (Cd-speler etc.) Afstandsbediening Infraroodzender Infraroodontvanger Afstandsverbinding tussen Yamaha-componenten Wanneer u over een andere Yamaha-component beschikt die afstandsverbinding ondersteunt, zoals bij dit toestel, dan is een infraroodzender niet nodig. U kunt afstandsbedieningssignalen verzenden door een infraroodontvanger aan te sluiten op de REMOTE IN-aansluiting van het toestel, en de REMOTE IN- aansluitingen van de andere component op de REMOTE OUT-aansluiting van dit toestel, met mono mini- jackkabels. Maximaal drie Yamaha componenten (inclusief dit toestel) kunnen worden gecongureerd voor afstandsverbinding. REMOTEIN OUT Yamaha component (maximaal 3 componenten, inclusief dit toestel) Afstandsbediening Mono mini-jackkabel Infraroodontvanger266 Het netsnoer aansluiten Zorg nadat alle aansluitingen voltooid zijn dat de STANDBY/ON/OFF (Power)-schakelaar op uit staat, sluit vervolgens het netsnoer aan op de AC IN-aansluiting van het toestel en steek daarna de stekker in het stopcontact. Naar het AC-stopcontact C-5000 Achterpaneel Meegeleverd netsnoer WAARSCHUWING
- Als zich een van de volgende onregelmatigheden voordoet, schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact. - Het netsnoer is beschadigd. - Het toestel verspreidt een vreemde geur, een vreemd geluid of rook. - Er is vloeistof gemorst of er zijn objecten in het toestel gevallen. - Het geluid wordt tijdens bediening plotseling onderbroken. - Het toestel is gebarsten of beschadigd. Anders kan voortgezet gebruik van het toestel elektrische schokken, brand of storingen tot gevolg hebben. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha dealer of service center voor controle of reparatie.
- Raak tijdens onweer het netsnoer of de stekker niet aan. Anders kan er zich een elektrische schok voordoen.
- Zorg dat u een stopcontact gebruikt met het op het toestel vermelde voltage. Als het toestel wordt aangesloten op een stopcontact met het verkeerde voltage kunnen brand, elektrische schokken of storingen het gevolg zijn.
- Gebruik alleen het meegeleverde netsnoer. Gebruik het meegeleverde netsnoer niet voor andere apparaten. Anders kunnen er brand, brandplekken of storingen ontstaan.
- Sluit het toestel aan op een stopcontact dat duidelijk zichtbaar en makkelijk bereikbaar is, zodat het toestel in geval van nood snel en makkelijk van het stopcontact kan worden losgekoppeld. Zelfs als de aan/uit-schakelaar op uit staat, stroomt er een minieme hoeveelheid stroom naar het toestel, tenzij u de stekker uit het stopcontact trekt.
- Als er onweer op komst is, schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact. Anders kunnen er brand of storingen ontstaan.
- Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet gebruikt dient u het uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Anders kunnen er brand of storingen ontstaan. VOORZICHTIG
- Gebruik geen stopcontact waarin de stekker niet goed blijft zitten. Anders kunnen er brand, elektrische schokken of brandplekken ontstaan.
- Trek het netsnoer altijd met de stekker uit het stopcontact en niet aan het snoer. Anders kan het netsnoer beschadigen, wat tot een elektrische schok of brand kan leiden.
- Steek de stekker stevig en helemaal in het stopcontact. Als de stekker niet helemaal in het stopcontact wordt gestoken kan het gebruik van het toestel een elektrische schok veroorzaken. Of er kan zich vuil op de stekker vormen, wat brand of brandplekken kan veroorzaken. LET OP Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet gebruikt dient u het uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Zelfs als de STANDBY/ON/OFF-schakelaar op uit staat (de aan/uit-indicator is donker), stroomt er een minieme hoeveelheid stroom naar het toestel.267 Nederlands Bediening Dit gedeelte behandelt de basisbedieningshandelingen. Met deze procedures haalt u het meeste uit de functies van dit toestel. Deze procedures zijn alleen bedoeld als voorbeeld.268 Het toestel inschakelen VOORZICHTIG Zorg dat het volumeniveau is verlaagd tot het minimum, alvorens in te schakelen. Schakel het toestel in door de schakelaar STANDBY/ ON/OFF (aan/uit) op het voorpaneel op STANDBY/ON te zetten. Als het toestel in stand-by modus staat, kunt u het ook inschakelen met behulp van de afstandsbediening. AMPCD BAL PHONO LINE
TUNERBANDPRESETSOURCE LAYEREXT.DIRECTBAL UNBAL21
OPEN/CLOSEVOLUME MUTE AMP LET OP Schakel de componenten in deze volgorde in: eindversterker, voorversterker (dit toestel), andere componenten (zoals een cd speler en tuner). Gebruik bij het uitschakelen de omgekeerde volgorde. De ingang en uitgang selecteren Selecteer één paar uitgangen met de OUTPUT- keuzeschakelaar. Alle aansluitingen Alleen BAL-aansluiting Alleen LINE 1-aansluitingen Alleen LINE 2-aansluitingen Uit Selecteer de audiobron met de INPUT-keuzeschakelaar. PHONO- aansluitingen (gebalanceerd) PHONO- aansluitingen (ongebalanceerd) De betreffende indicators gaan branden.269 Nederlands De ingang vanaf de EXT.IN- aansluitingen selecteren Druk op de EXT. DIRECT-schakelaar. De EXT. DIRECT-indicator gaat branden. De instelling van de INPUT-keuzeschakelaar wordt uitgeschakeld en de audiobron van de EXT. IN-aansluitingen wordt verzonden naar één paar uitgangen. Het bronsignaal bij de gebalanceerde ingangen wordt verzonden naar de gebalanceerde BAL-uitgangen. Het bronsignaal bij de LINE-ingangen wordt verzonden naar de LINE 1 en LINE 2-uitgangen.Als u de EXT. DIRECT-schakelaar indrukt of aan de INPUT-keuzeschakelaar draait, wordt het signaal dat is gespeciceerd bij de INPUT-keuzeschakelaar de signaalbron. De EXT. DIRECT-indicator uit. Opmerking Als EXT. DIRECT is geselecteerd, wordt er geen signaal verzonden naar de LINE 2 OUT (opname)-aansluitingen, noch op de PHONES-aansluiting. De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen PHONO-keuzeschakelaar Stel de PHONO-keuzeschakelaar in volgens het draaitafelelement. Opties voor het draaitafelelement MM-elementMC-element (ongeveer 300Ω)MC-element (ongeveer 100Ω)MC-element (ongeveer 30Ω)MC-element (ongeveer 10Ω) VOORZICHTIG Als er een MM-element in de draaitafel wordt gebruikt, zet de PHONO-keuzeschakelaar dan op MM. Opmerking De impedantie-aanduidingen op de PHONO-keuzeschakelaar geven bij benadering de waarden aan. Luister en vergelijk het geluid van de verschillende impedantie-instellingen om de beste optie te selecteren. LET OP Schakel dit toestel uit alvorens het element te vervangen.270 Subsonic lter Zet de SUBSONIC FILTER-schakelaar aan om zo nodig het subsonic lter toe te passen. Een resonerende draaitafelarm of een vervormde vinyl grammofoonplaat kan een rumble op zeer lage frequentie (subsonic geluid) veroorzaken die de luidsprekers kan belasten en beschadigen. Een subsonic lter ltert dergelijke geluiden om de luidsprekers te beschermen. Opmerking Het subsonic lter is uitgeschakeld als er een andere bron dan de draaitafel (aangesloten op de PHONO-aansluitingen) is geselecteerd als signaalbron, zelfs als de SUBSONIC FILTER-schakelaar op aan staat. Het volumeniveau aanpassen Stel de versterking in met de GAIN-keuzeschakelaar, zodat u nauwkeurige aanpassingen van het volume kunt realiseren. Versterking Pas het volumeniveau aan met de VOLUME-regelaar. Opmerking Als u nog steeds vervorming hoort, zelfs als de VOLUME-regelaar is teruggedraaid, overschrijdt het signaal mogelijk het toegestane ingangsniveau. Als de audiobron binnenkomt bij de gebalanceerde ingangen (BAL 1 of BAL2), stel de ATTENUATOR-keuzeschakelaar dan in op ATT. (−6 dB).271 Nederlands Het volumeniveau tijdelijk verlagen Druk op de AUDIO MUTE-schakelaar om het huidige volumeniveau met ongeveer 20 dB te verlagen. Druk nogmaals op de schakelaar om het vorige volumeniveau weer te herstellen. De toon aanpassen Pas de volumeniveaubalans tussen de linker en rechterluidsprekers aan met de BALANCE-regelaar. Pas het volumeniveau van de hoge en lage frequentiebereiken aan met de BASS- en TREBLE- regelaars. Opmerking
- Als zowel de BASS- als TREBLE-regelaars in het midden staan, passeert het audiosignaal ongewijzigd de toonregeling.• De instellingen van de BASS-, TREBLE- en BALANCE-regelaars hebben geen invloed op de ingangssignalen van de EXT. IN-aansluitingen noch de uitgangssignalen van de LINE 2 OUT (opname)-aansluiting.272 Hoofdtelefoon aansluiten Als er een hoofdtelefoon is aangesloten op de PHONES- aansluiting, wordt er geen signaal verzonden naar de uitgangen (BAL, LINE 1 en LINE 2) op het achterpaneel. Gebruik de TRIM-keuzeschakelaar om de versterking van de hoofdtelefoonversterker om te schakelen, zodat u de niveaubalans tussen audio-uitgangssignaal van de PHONES-aansluiting en de luidsprekers kunt aanpassen om plotselinge volumeniveauwijzigingen te vermijden. Opmerking Als EXT. DIRECT is geselecteerd, wordt er geen signaal verzonden naar de PHONES-aansluiting.273 Nederlands Referentiemateriaal274 Algemene specicaties Totale harmonische vervorming met ruis (JEITA, ingang 0,5V, 20 Hz tot 20 kHz) BAL 1/BAL 2/TUNER/CD/LINE 1/LINE 2 IN →
- De inhoud van deze handleiding geldt voor de meest recente specicaties op de datum dat de handleiding werd gepubliceerd. Voor de meest recente handleiding gaat u naar de website van Yamaha, waar u het bestand met de handleiding kunt downloaden.276 Schema BAL 2 LINE 2 OUT (recording) PHONO INPUT INPUT L channel R channel OUTPUT SELECTOR BAL LINE 1 LINE 2 EXT. IN VOLUME
GAIN selector: –12 dB GAIN selector: –6 dB GAIN selector: 0 dB279 Nederlands Problemen oplossen Raadpleeg de onderstaande tabel als dit toestel niet juist functioneert. Als de onderstaande instructies het probleem niet verhelpen, of als het door u ervaren probleem hier niet wordt vermeld, zet het toestel dan uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha dealer of service center. Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Toestel gaat niet aan. Het netsnoer is niet aangesloten op de AC IN-aansluiting op het achterpaneel of is niet in het stopcontact gestoken. Zorg dat het netsnoer stevig vastzit. 266 Het toestel is blootgesteld geweest aan een sterke externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). Schakel het toestel uit, trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, wacht 30 seconden en steek de stekker weer in het stopcontact.
Er is een probleem met de interne schakelingen van dit toestel. Trek de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde Yamaha dealer of service center.
Er is geen geluid hoorbaar. In- of uitgangskabels niet op de juiste manier aangesloten. Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als het probleem blijft bestaan, zijn de kabels misschien defect.
Er is geen geschikte signaalbron geselecteerd. Selecteer een geschikte signaalbron met de INPUT-keuzeschakelaar op het voorpaneel (of met één van de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening).
De stand van de OUTPUT- keuzeschakelaar komt niet overeen met de gebruikte uitgangen. Kies de juiste uitgang met de OUTPUT- keuzeschakelaar.
Het volume kan niet worden ingesteld. EXT. DIRECT is geselecteerd als signaalbron. Pas het volumeniveau van de aangesloten component aan. Of sluit de externe componenten aan op andere ingangen dan de EXT. IN- aansluitingen, en selecteer vervolgens de betreffende signaalbron.
Er is maar één kanaalluidspreker hoorbaar. De afspeelcomponent is niet juist aangesloten. Zorg dat de aansluitingen op de juiste manier worden gemaakt. Als het probleem blijft bestaan, zijn de kabels misschien defect.
Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Er is een “brom” hoorbaar. In- of uitgangskabels niet op de juiste manier aangesloten. Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als het probleem blijft bestaan, zijn de kabels misschien defect.
De draaitafel is niet geaard via de GND-aansluiting. Sluit de draaitafel aan op de GND- aansluiting van dit toestel.
Er worden zowel gebalanceerde als ongebalanceerde kabels tegelijk tussen twee componenten gebruikt. Gebruik geen gebalanceerde en ongebalanceerde kabels tegelijk tussen twee componenten. Dit kan een aardlus veroorzaken die statische elektriciteit en brom kan genereren.
De afgespeelde audio van de op BAL 1 en BAL 2 gebalanceerde ingangen aangesloten component klinkt vervormd. Het ingangsniveau bij de gebalanceerde ingangen overschrijdt het toegestane ingangsniveau. Als het uitgangsniveau bij de gebalanceerde XLR-uitgangen op de aangesloten component het dubbele is, vergeleken met de ongebalanceerde RCA- aansluitingen, stel de ATTENUATOR- keuzeschakelaar die zich onder de ingangsaansluitingen bevindt dan in op ATT. (−6 dB).
De bas heeft geen diepte als BAL 1 of BAL 2 (gebalanceerde ingang) is geselecteerd. De polariteit is niet juist. Kies de correcte polariteit met behulp van de PHASE-keuzeschakelaar.
Het volumeniveau van de vinyl grammofoonplaat is te laag. De PHONO-schakelaar op het voorpaneel is onjuist ingesteld. Zet de PHONO-schakelaar op MM of MC aan de hand van het type element van de draaitafel in kwestie.
De afstandsbediening werkt niet of niet naar behoren. De afstandsbediening is buiten haar bereik gebruikt. De afstandsbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van loodrecht op het voorpaneel.
Direct zonlicht of verlichting (vooral van TL-lampen, stroboscoopverlichting enz.) valt op de sensor voor de afstandsbediening van dit toestel. Verplaats de richting van de verlichting of het toestel.
De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen. 258281 Nederlands Index
De ingangsinstelling van de draaitafel aanpassen ....................... 269
- Een draaitafel aansluiten p. 262
- Een eindversterker aansluiten p. 263
- Een opnamecomponent aansluiten p. 262
- Een subwoofer aansluiten p. 263
- EXT. DIRECT-schakelaar p. 269
- External In-aansluiting p. 263
- EXT. IN-aansluiting p. 263
GAIN-keuzeschakelaar .................... 270 Gebalanceerde aansluiting .................. 254
Het toestel inschakelen .................... 246 Hoofdtelefoon aansluiten ................... 272
Ongebalanceerde aansluiting ................ 255 OUTPUT-keuzeschakelaar ................. 268
Notice-Facile