STIGA Combi 53 SQ H - Grasmaaier

Combi 53 SQ H - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Combi 53 SQ H STIGA in PDF-formaat.

📄 249 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice STIGA Combi 53 SQ H - page 159
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Technische kenmerken STIGA Combi 53 SQ H grasmaaier, benzinemotor, maaibreedte 51 cm, instelbare maaihoogte van 25 tot 80 mm, opvangbakcapaciteit 60 L.
Gebruik Ideaal voor middelgrote tot grote tuinen, geschikt voor gras maaien, mulchen en afval verzamelen.
Onderhoud en reparatie Controleer regelmatig het oliepeil, reinig het mes na elk gebruik, vervang filters en bougies volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
Veiligheid Draag persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, bril), verwijder nooit de opvangbak tijdens gebruik, volg de veiligheidsinstructies in de handleiding.
Algemene informatie Gewicht: 36 kg, 2 jaar garantie, geluidsniveau: 98 dB, brandstofverbruik: 1,5 L/u.

Veelgestelde vragen - Combi 53 SQ H STIGA

Hoe start ik de STIGA Combi 53 SQ H grasmaaier?
Zorg ervoor dat de brandstoftank vol is, dat de veiligheidshefboom in de startpositie staat en trek aan het startkoord.
Wat te doen als de grasmaaier niet start?
Controleer of de brandstoftank vol is, of de bougie in goede staat is en of de decompressiekabel is losgelaten.
Hoe stel ik de maaihoogte in?
Gebruik de instelhendel op de wielen om de maaihoogte naar wens aan te passen.
Wat is de capaciteit van de brandstoftank?
De brandstoftank van de STIGA Combi 53 SQ H grasmaaier heeft een capaciteit van 1,5 liter.
Hoe maak ik het mes van de grasmaaier schoon?
Koppel de bougie los, kantel de grasmaaier op zijn kant en gebruik een borstel of doek om gras en vuil van het mes te verwijderen.
Hoe onderhoud ik de grasmaaier?
Controleer regelmatig het oliepeil, maak de grasmaaier na elk gebruik schoon en slijp het mes minstens één keer per seizoen.
Wat te doen als de grasmaaier niet goed maait?
Zorg ervoor dat het mes goed geslepen is, dat de maaihoogte correct is ingesteld en dat de opvangbak niet vol is.
Wat is de garantie op de STIGA Combi 53 SQ H grasmaaier?
De grasmaaier wordt meestal geleverd met een garantie van 2 jaar, maar dit kan per verkoper verschillen.
Hoe sla ik de grasmaaier op voor de winter?
Maak de grasmaaier goed schoon, leeg de brandstoftank en bewaar hem op een droge plek beschermd tegen vorst.
Zijn er reserveonderdelen beschikbaar voor dit model?
Ja, reserveonderdelen voor de STIGA Combi 53 SQ H grasmaaier zijn verkrijgbaar bij erkende dealers en op de officiële STIGA-website.

Gebruikersvragen over Combi 53 SQ H STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Combi 53 SQ H - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Combi 53 SQ H van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Combi 53 SQ H STIGA

LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

Handfort gresskipper - INSTRUKSJONSBOK

ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noge for du bruker maskinen.

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veriligheid of de werkung, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:

OPMERKING of BELANGRIJK If verstrekt details ofmeer gegevens ter aanvulling op voorgaande informatatie om te voorkomen dat schade worden aangericht aan de machine of andere zaken.

Het symbol wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijkeLetsels of letsels aan anderen en/of schade.

  • De door een kader van vrijze stippen aangegeven
    paragrafen wijzen op optionele kenmerken die
    -iet aanwezig zich op alle modellen die in deze
  • handleiding beschreibenlijk. Controller of het
    *kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" gaan uit van de positie van de bediener.

1.2 REFERENCES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1,2,3 enz.

De onderdelen die op de afbeeldingen zich aangegeven, zich gekentekend met de letters A, B, C enz.

Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst:"Zie afbeelding 2.C"of eenvoudigweg "Afb.2.C").

De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigden ten opzichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2.

Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen maar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreffend nummer. Voorbeeld: "hst. 2" of "par. 2.1"

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 TRAINING

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken.

Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letselsveroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerdহn.
  • Gebruik de machine nooit wannesr de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed konnen hebben op+zijn reactievermogen en aandacht.
  • Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
    Denk eraan dat de person on die machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kuren overkomen. Het valt onder de verantwoerdelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij要去 werkken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op+zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,要去 men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiks-aanwijzingen in dit handboek doormeemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschemingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werksochoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine Niet wanner u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschemmingen.
  • Het gebruik van gehoorbeschemers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
  • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kannen zijn voor de handen.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of denen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.

Werkzone / Machine

  • Controller grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou konnen uitgestoten worden of het maaimechanisme/draaiende organen zou konnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).

Explosiemotoren: brandstof

GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambaar.

  • Bewaar de brandstof in speciale holders die waarvoorgehomologeerd zich, op een veilige plaats,uit de buurt vanwarmtebronnen of open vuur.
    Zorg dat de houders vrij blijven van gras- en bladresten of vet.
  • De recipiën要么en buiten het bereik van kinderen bewaar worden.
  • Rook Nietijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanner men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.

  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.

  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te lately.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.
  • In geval van brandstoflekkage Niet de motor opstarten, maar de machine verwijderen uit de buurt van de gemorste brandstof. Voorkom elk risico van ontbranding totdat de brandstof is verdampt en de brandstofdampen verdwenen.
  • Reinig onmiddelijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop altijd werk goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op deplaats waar de brandstof bijgevuld werk; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van deplaats waar de brandstof bijgevuld werk.
  • Vermijd dat brandstof met kledij in contact kommt. Als dit toch gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten.

2.3 Tijdens HET GEBRUK

Werkzone

  • Start de motor nicht in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchteplaatsplaatsvinden. Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn.
  • Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluids-demper en dus de uitlaatgassen nooit maar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonden die stof of dampen können doen ontvlammen.
  • Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid.
  • Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Werk Niet op nat grayscale, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wonneer er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen bevaren en op de aanwezigheid van eventuele hinderissen die de zichtbaarheid zouden konnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij steile niveauverschillen, sloten of vrijden. De machine kan omkanteelen indien een wil over der randGaat of indien de rand inzakt.
  • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen Niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden hunnenveroorzaken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine zich bij de straat gezebruikt worden.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine Niet met warme motor achechterlaten op bladeren, droog gras of andere ontvliambare materialien.

Gedrag

  • Let op wanner u achechteruit of achefterwaarts rijdt. Kijk achechteruit voor enijdens het achechteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
  • Niet rennen, maar lopen.

  • Laat u niedoor de grasmaaier trekken.

  • Houd als de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wonneer de motor gestart worden als tijdens het gebruik van de machine.
  • Let op: het maai-element blijt gedurende enkele seconden na+zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
  • Houd steeds afstand van de uitlaatopening.
  • De delen van de motor Niet aanraken, waar dieijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden.

In geval van breuken of ongevalten tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevalten met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschichte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheids-structuur terichten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren konnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

Beperkingen voor het gebruik

  • Gebruik de machine nooit wanner de beveiligingen beschadigd zich, ontbreken of Niet correct geplaatst zich (opvangzaken, afvoerbeveiliging aan de zich- en achterkant).
  • Gebruik de machine Niet indien de toebehoren/werktuigen Niet op de voorziene plaatsen geinstalleerd�.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
  • De afstelingen van de motor Niet wijzigen, en de motor Niet op een te hoog toerental brengen. Indien de motor op een te hoog toerental draait, neemt het risico voor lichamelijke letsels toe.
  • Overbelast de machine Niet en gebruik geenkleine machine om zware werken te verrachten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen za de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VEROER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligkeit van de machine en het niveau van de performance.

Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zich. De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en nicht gerepareererd worden.
  • Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt.
  • Tijdens de afstelingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers NietCUSSEN het bewegende maaimechanisme en de vaste delen van de machine beklemd geraken.

De in deze aanwijzingen genoemde geluids- en vibratie-niveauzijk bovengrenzen bij het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerd maai-element, een overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is hetoodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om möglichke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, kaak pauzesijdens het werk.

Stalling

  • Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zouden kuren komen.
  • Laat geen houders met restmaterialiaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

De milieubeschemming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijkke uren (niet's ochtends vroeg of's avonds maar wanner dit andere personen zou(APennen).
  • Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialien zullen verzorgen.
  • Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze�en een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijke normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUK Deze machine is een lopend bediende grasmaier.

De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maai-mechanisme inschakelt dat omgeven is door een behuizing, voorzien van wielen en een handgreep.

De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedieren terwijl hij steeds acheter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende maaimechanisme. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en het maaimechanisme na enkele seconden stil.

Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien (en vergaren) van gras en soortgelijke gewassen in tuinen en overige zones met een oppervlak dat door een zich te voet bewegen de bediener gemaaid kan worden.

Deze machine kan, in het algemeen:

  1. gras maaien en vergaren in de opvangzak.
  2. Gras maaien en dit aan dechterzijde op het terrein afvoeren (indien gewenst).
  3. Gras maaien en het zijdelings afvoeren (indien gewenst).
  4. Gras maaien, versnipperen en over het terrein verspreiden ("mulchen" - indien gewenst).

Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreibenন.

3.1.1 Onjuist gebruik

Elk ander gebruik dat afwikt van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijkঃ en schade berokkenen aan Personen en/of zaken.

De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):

  • andere Personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, die bij een möglichke val ernstige letsels hunnen oplopen en veilig sturen van de machine hunnen belemmeren;
  • zich door de machine lien vervoeren;
  • de machine te gebruiken om lasten te trekken of voort te duwen;
  • het maaimechanisme aanschakelen op zones zonder gras;
  • de machine te gebruiken voor het verzamelen van bladeren of afval;
  • de machine gebruiken voor het bijknippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatiesoorten dan gras;
  • gebruik van de machine door meer dan een persoon tegelijk.

BELANGRIJK Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ongel-dig; in dit geval is de gebruiker zich aansprakelijk voor schade of letsel die hij/zij of andereen door dit gebruik oplopen.

3.1.2 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumen, d.w.z. door Niet professionele bedieners.

Ze is bestemd voor een "amateurieel gelebruik".

BELANGRIJK De machine mag door Niet meer dan een bediener worden gebruikt.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb.2.0). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhonden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigte gebruiken. Betekenis van de symbolen:

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 2

Let op.Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 3

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 4

Waarschuwing! Steek uw handen of voeten Niet in de behuizing van het maaimechanisme. Haal de kap van de bougie af enlees de aanwijzingen voordat u welk onderhoud of welke reparatie dan ook uitvoert.

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 5

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 6

Gevaar!Risico opwegschietende voorwerpen.Zorgijdens het gebruik dat zich geen personen in de werkzone bevinden.

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 7

STIGA Combi 53 SQ H - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 8

Gevaar!Gevaar voor snijwonden.Bewegend maaimechanisme. Steek uw handen of voeten Niet in de behuizing van het maaimechanisme.

BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels dienen te worden verrangen.Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identificatie-label geeft de volgende gegevens aan (afb.1.0).

  1. Geluidsniveau.
  2. CE-conformiteitsteken.
  3. Bouwjaar.
  4. Machinetype.
  5. Serienummer.
  6. Naam en adres van de fabrikant.
  7. Artikelcode.
  8. Nominal vermogen en maximum snelheid van de motor.
  9. Gewicht in kg.

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.

BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens aangegeven op het identificatielabel van het product wanner u contact opneemt met de geauthoriseerde werkplaats.

BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van confor-miteit bevindt zich op de LASTE pagina's van de handleiding.

3.4 VOORNAAMSTE ONDERDELEN (Afb.1)

A. Chassis.
B.Motor.
C. maiaimechanisme.
D. Afvoerbeveiliging anschterzijde.
E. Afvoerbeveiliging zichkant (indien voorzien).
F. Afvoergeleiding zichkant (indien voorzien).
G. Opvangzak.
H. Handgreep.
I. Hendel motorrem / maaimechanisme.
J. Aandrijfhendel.

Houdt u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsregels opgevoerd in hst. 2..

4. MONTAGE

Enkele onderdelen van de machine worden Niet in gemonteerde vorm geleverd, maar dieren na het uitpakken van de machine te worden gemonteerd aan de hand van de volgende instructies.
De machine要去envlakke en solide ondergrond worden uittgepakt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machine Niet voordat u alle aanwijzingen in de sectie "MONTAGE" hebt uittgevoerd.

4.1 UITPAKKEN (Fig.3.0)

  1. Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zich uit de doos.
  2. Haal de machine uit de doos en voer doos en verpakking af in overeenstemming met lokale regelgeving.

4.2 MONTAGE VAN DE HANDGREEP (Afb.4.A/B/C)
4.3 MONTAGE VAN DE ZAK (Afb.5,6,7)

5. BEDIENINGSELEMENTEN

5.1 HANDGREEP VOOR HANDMATIG OPSTAR- TEN (Afb.8.A)
5.2 BEDIENING ELEKTRISCHE STARTKNOP (Afb.8.B)

5.3 HENDEL MOTORREM / MAAIMECHANISME (Afb.9.A)
5.4 AANDRIJFHENDEL (Afb.9.B)

BELANGRIJK MotorstartClient to allen tijde worden,uitgevoerd bijuitgeschakelde aanrijving.
BELANGRIJK De machine nicht achechteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving.

5.5 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE

STIGA Combi 53 SQ H - BEDIENINGSELEMENTEN - 1

Doe dit enkel wanner het maaimechanisme stil staat.

BELANGRIJK Voor de aanwijzingen over motor en accu(in-dien voorzien),zie de betreffende handleidingen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Plaats de machine horizontal en stevig op het terrein.

6.1.1 Olie en benzine bijvullen

BELANGRIJK De machine worden geleverd zonder motorolie en brandstof.

Voordat u de machine gebruikt,Clientu brandstof en motorolie toe te voeren. Zie de gebruikshandleiding van de motor, par. 7.2.1/7.2.2.

6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien.

a. Instellen op maaien en opvangen van het maaisel in de opvangzak):

  1. Voor modellen met afvoer aan zijkant: vergewis u ervan dat de beveiliging (Afb. 11.A) omlaag is gebracht en worden geblokkeerd door de verilgheidshendel (Afb. 11.B).
  2. De opvangzak inschuiven (Afb.11.C).

b. Instellen op maaien en afvoer van het maaisel op het terrein zich:

  1. Hef de beveiliging van de afvoer achechterzijde (Afb.12.A) en monteer de blokkeerpen (Afb.12.B).
  2. Voor modellen met möglichkheid tot zijdelingse af- voer: vergewis u ervan dat de beveiliging (Afb. 12.C) omlaag is gebracht en worden geblokkeerd door de veiligeidshendel (Afb. 12.B).

Om de blokkeerpen te verwijderen: zie Afb.12.A/B.

c. Instellen op maaien en versnipperen van het maaisel ("mulch"-functie):

Til de achechterste aflaatbeveiliging (Afb.13.A) op en voer de deflectordop (Afb.13.B),lichtjesaarrechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beiden spillen (Afb.13.B.1) vast in de voorziene gaten tot vastklikken.

Voor modellen met möglichkheid tot zichdelingse afvoer: vergewis u ervan dat de zij-beveiliging (Afb. 13.C/D) omlaag is gebracht en worden geblokkeerd door de verilgheidshendel (Afb. 13.D).

d. Instellen op maaien en zij-afvoer van het maaisel op het terrein zich:

  1. Til dechterste aflaatbeveiliging (Afb.14.A) op en voer de deflectordop (Afb.14.B),lichtjes waar rechts hellend, in de aflaatopening: zet hem met beiden spillen (Afb.14.B.1) vast in de voorziene gaten tot vastklikken.
  2. Druk zachtjes op de veiligheidschendel (Afb.14.C) en hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
  3. Voer de geleider voor de zich.afvoer in (Afb.14.E).
  4. Sluit de beveiliging van de zich-afvoer (Afb.14.D) zo-danig dat de beveiliging voor de zich-afvoer (Afb.14.E) worden vastgezet.

Om de geleidedop voor de zij-afvoer te verwijderen:

  1. Druk zachtjes op de veiligheidschendel (Afb.14.C) en hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
  2. Maak de geleider voor de zich.afvoer los (Afb.14.E).

6.1.3 Afstelling van de hoek van de handgreep (Afb.15/16)

Doe dit enkel wonneer het maaimechanisme stil staat.
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer voor het gebruik.altijd een veiligheidscontroleuit.

6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik

  • Controller de goede staat en juiste montage van alle machine-onderdelen:
    vergewis u ervan dat alle bevestigingschroeven goed zijn aangedraaid:
  • houd alle machine-oppervlakken schoon en droog

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat
1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De hendel van de mo-torrem / maaimecha-nisme loslaten.1. Het maaimechanisme要去 bewegen.2. De hendels要去 automatisch en snel maar de neutrale stand terugkeren, de motor要去 stilvallen en het maaimechanisme要去 binnen enkele seconden stoppen.
1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De aandrijfhendel bewegen.3. Laat de hendel van de aandrijving los.2. De wielen doe n de machine vooruit gaan.3. De wielen stoppen en de machine stopt de voortbeweging.
Rijtest Geen abnormale trillingen.Geen abnormaal geluid.

Indien eender welke van deze resultaten verschl. van wa aangegeven is in de tabellen, mag de machine nicht gebrukt worden! Richt u tot een Dienstcentrum voor denodige controles en herstellung.

6.3 STARTEN

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.

6.3.1 Modellen met handgreep voor handicapig opstarten (Afb.17.A/B)

OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehonden; zo Niet, dan stopt de motor.

6.3.2 Modellen met elektrische startknop (Afb.18.A/B/C/D/E)

  • Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor (Afb.18.A); (volg de aanwijzingen in de handleiding van de motor.).

Op sommige modellen is er een motor met geintegreerde Niet-verwijderbare accu voorzien (Afb.18.B).

OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehonden; zo nicht, dan stopt de motor.

6.4 HET WERKEN

BELANGRIJK Behoudijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die overeenstem met de lengte van de steel.

6.4.1 Het gras maaien

  1. Start de voortbeweging en het maaien van de met gras bedekte zone.
  2. Pas werksnelheid en maaihoogte (par. 5.5) aan de toestand van het gazon aan (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gewas).
  3. Wij raden aan elke maaing opdezelfde hoogte en in tweetrichtingenuit te voeren (Afb.20).

In geval van "mulchen" of achefterwaartse afvoer van het maaisel:

Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt (afb.19).
Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.4.2).

In geval van zij-afvoer: het maaisel Niet afvoeren aan de zije van het gazon dat nog gemaad moet worden.

6.4.2 Lediging van de opvangzak

In geval van een opvangzak met een volumeaanwijzer:

STIGA Combi 53 SQ H - In geval van een opvangzak met een volumeaanwijzer: - 1

Hoog = leeg.

STIGA Combi 53 SQ H - In geval van een opvangzak met een volumeaanwijzer: - 2

Laag = vol *

  • de opvangzak is vol en dient geledigd te worden.

Om de opvangzak te verwijdersen en te ledigen:

  1. Wachten tot het maaimechanisme afslaat (Afb.21.A);

  2. verwijder de opvangzak (Afb.21.B/C/D).

6.5 UITSCHAKELING(Fig.22.A)

Na stopzetting van de machine dient u enkele secon- den wachten totdat het maaimechanisme tot stilstand is gekomen.
Na uitschakeling de motor nicht aanraken! Gevaar voor brandwonden.

BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit:

  • Tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.
    Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
    In de buurt van een obstakel.
    Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw bevestigt.
  • Elke keer dat u de geleider voor de zij-afoer verwijdert of opnieuw bevestigt.

6.6 NA GEBRUIK (Afb.23.A/B/C/D)

  1. Reinig de machine (par. 7.4).
  2. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zich weer vast.

BELANGRIJK Telkens wanner u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat;

  • De kap van de bougie af nemen (in modellen met handgreep voor handmatige start) (Afb.23.B/C).
  • Druk op het lipje en verwijder de vrijgavesleutel (in modellen met elektrische startknop) (Afb.23.D).

7. ONDERHOUD

7.1 ALGEMEEN

De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, worden beschreiben in hst. 2. Neem.Deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's te lopen:

Voordat u enigerlei controle, reiniging of onderhoudswerkzaamheid/afstelling op de machine uitvoert:

Zet de machine stil.
- Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stilstand is gekommen.
Wacht tot de motor is afgekoeld.
Haal het kapje van de bougie af (Afb.23.B).
- Verwijder de sleutel (Afb. 23.D) of de accu (in modellen met elektrische startknop).
Lees de desbetreffende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandsschoenen en een beschermende bril.

7.2 GEWOON ONDERHOUD

  • De frequentlyes en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (hst. 10).

BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreiben,zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2.1 Brandstof bijvullen

Plaats de machine horizontal en stevig op het terrein.

Wanner u brandstof bijvult, dient de machine uitgeschakeld te zich en het bougiekapje weggenomen.

Vul de brandstof bij op de wijze en met alle voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruikershandleiding van de motor.

Machines die in verticale stand können worden gestald (hst. 8.1) haben een tank waarop van het
brandstofpeil wordt aangegeven. De tank nicht vullen boven de onderzijde van de peilaanwijzer (Afb.24.A).

BELANGRIJK Verwijder alle gemorste benzine, hoe weinig ook. De garantie dekt geen schade veroorzaakt door op de kunststofdelen gemorste benzine.

NOTA De brandstof is beperkt houdbaar en mag nicht longer dan 30 dagen in de tank blijven.

7.2.2 Controle / bijvullen motorolie

Controleren en bijvullen van de motorolie op de wijze e me de voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruiks-handleiding van de motor.

Om goede werkung van uw machine te waarborgen, dient u regelmatig de motorolie te verversen volgens de aanwijzingen in de gebruikshandleiding van de motor.

Vergewis u ervan dat het motoroliepeil is aangevuld voordat u de machine opnieuw inzet.

7.3 BUITENGEWOON ONDERHOUD

7.3.1 maaimechanisme

Alle werkzaamheden aan de maai mechanismen (demontage, slijpen, uitbalanceren, reparatie, terugmon-teren en/of verrangen) dienen in een Gespecialiseerd Centrum te worden uitgevoerd.
Laat beschadigde, verrormde of versleten maia-mechanismen steeds tezamen met de bijbehorende schroeven verrangen, om de balans te behouden.

BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanismen, met de code als aangegeven in de tabel "Technische Gegevens".

7.4 REINIGING

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen.

7.4.1 Reiniging van de machine

  • Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij়n van afval.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen om het chassis schoon te make.
  • Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig vet om brandrisico te vermijden.
  • Reinig de machine met water na elke maaiing.

7.4.2 Reiniging van de snijgroep

  • Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin het chassis.

Modellen zonder reinigings-aansluiting

  • Om ook de onderzieje te bereiken dient u de machine schuin te hondenaar de zijde als aangegeven in de motor-handleidingen volg de betreffende aanwijzingen;zorg ervoor dat de machine in stabiele positie is voordat u een werkzaamheid uityoert.
    In geval van zich-afvoer: verwijder de afvoer-geleider (indien gemonteerd - par. 6.1.2d.).

Ga voor reiniging van de binnenzijde van het maaimechanisme als volgt te werk (Afb.25.A/B/C):

  1. stel u altijd achter de handgreep van de grasmaaier op;
  2. start de motor.

Wanneer u ziet dat de lak aan binnenzijde van het chassis loslaat, zo snel möglichk de verflaag bijwerken met een antiroest-lak.

7.4.3 Reiniging van de opvangzak (Afb.26.A/B)

Reinig de zak en LAST deze drogen.

7.5 ACCU

  • Modellen met een elektrische startknop worden met een accu geleverd. Voor aanwijzingen over de bedrijfsduur,
  • opladen, opslag en onderhoud van de accu,zie de instructies in de gebruikshandleiding van de motor.

8. STALLING

Wanner de machine gestald moet worden:

  1. start de motor in de openlucht en LAST deze draaien tot hij afslaat, zodat alle in de carburator achtergebleven brandstof is verbruikt;
  2. reinig de machine met zorg (par. 7.4);
  3. controller de goede staat van de machine;
  4. Berg de machine op:

  5. in een droge omgeving;

  6. beschermd gegen slechte weersomstandigheden;
  7. buiten bereik van kinderen;
  8. na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijderd te hebben.

8.1 VERTICALE STALLING

Sommige modellen (zie de[tabel Technische Gegevens) kunnen in verticale stand worden opgeslagen (Afb.27).
Sla de machine nicht in verticale stand op wanner de tank tot over de onderzijde van de brandstofpeil-aanwijzer gezuld is (Afb.24.A).
Ga als volgt te werk:

  1. Verwijder het kapje van de bougie (Afb.23.B) of verwijder de sleutel (Afb.23.D) of de accu (in modellen met een elektrische startknop).
  2. Breng de maaihoogte in de op een na laagste stand (zie hst. 5.5);
  3. Vouw voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27);
  4. Breng de machine in verticale stand, breng voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27);

Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij möglichnestevalig of onopzettelijk contact met personen, kinderen of dieren.
Probeer geen machines in verticale stand te stallen, wanneer ze Niet hiervoortoor ontworpen zich.

9. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanner de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:

  • De machine uitschakelen (par. 6.5) en wachten tot alle bewegende delen stilstaan.
  • Het kapje van de bougie verwijderen (Afb.23.B) of de sleutel verwijderen (Afb.23.D), of de accu (in modellen met een elektrische startknop).
  • Stevige werkhandsschoenen dragen.
  • De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.

  • Een beroep doen op een toereikend aantal Personen die het gewicht van de machine können heffen.

  • U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken.

Wonneer men de machine met een wagon of aanhangwagen, peroert, moet men:

  • Opritten gebruiken met geschikte weiterstand, bredte en langte.
  • De machine laden met de motoruitgeschakeld, en ze op de oprpit duwen met behulp van een geschikt anteI整个人en.
  • Het maaimechanisme omlaagbrengen (par 5.5).
  • De machine zoplaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt.
  • De machine stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat deze kantelt en zo eventuele beschadigd kan worden of dat er brandstof zou kunnenlekken.

Machines die verticaal kuren worden gestald,
mogen nicht in verticale positie worden getranspor-teerd.

10. TABEL ONDERHOUD

Ingreep Frequentie Opmerkingen
MACHINE
Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningsle-mentation; Controle van de bevellingingen van de afvoer achechterzijde / zij.afvoer; controle van de opvangzak en de geleider van de zij.afvoer; controle van het maaimechanis-me.Vóróh het gebruikpar. 6.2.2
Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geauthoriserde Dienstcentrum.Aan het einde van ieder ge-bruikpar. 7.4
Vervangning maaimechanisme - par. 7.3.1 ***
MOTOR
Controle/aanvullen brandstofpeil; Controle / bijvullen motorolieVóróh het gebruikpar. 6.1.1 / 7.2.1 * / 7.2.2 *
Controle en reiniging luchtfilter; Controle en reiniging bougiecontacten; Vervangning bougie; Lading van de batterij** / par. 75 *
  • Raadpleeg de handleiding van de motor. *** Werkzaamheid uit te voeren bij de eerste tekens van slechte werking
    *** Handling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden

11. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
PROBLEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. De motor start Niet, blijt nicht draaien, draait onregelmatig of slaat af tijdens het werk.Onjuiste startprocedure. Volg de aanwijzingen (zie hst. 6.3).
Geen olie of benzine in de motor. Controleer olie- en benzinepeil (zie hst. 7.2.1 / 7.2.2).
Vuile bougie of onjuiste afstandussen de elektroden.Controleer de bougie (Zie de motor-handleiding).
Verstopt luchtfilter. Reinig en/of verwanghet filter (Zie de motor-handleiding).
Problemen in de verbranding. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
De vlotter kan geblokkeerdijken.Raadpleeg de motor-handleiding en neem contact op met een bevoegd service-centrum.
2. Motor ver-dronken.De handgreep voor handmatige start is te vaak verdraaid met ingeschakelde starter.Raadpleeg de handleiding van de motor.
De handgreep voor handmatige start is herhaaldelijk verdraaid toenijl het kapje van de bougie verwijderd was.Plaats het kapje op de bougie en probeer de motor in te scha-kelen.(Raadpleeg de handleiding van de motor).
3. Het gemaaide gras komt Niet longer in de opvangzakterecht.Het maaimechanisme heeft een voor-werp geraakt en een klap ontvangen.Schakel de motor uit en neem het kapje van de bougie. Controleer op eventuele schade en neem contact op met het ser-vice-centrum (par. 7.3.1).
Vervuiling van de binnenzijde van het chassis.Reinig de binnenzijde van het chassis (par. 7.4.2).
4. Het maaien verloopt moei-zaam.Het maaimechanisme is Niet in goede staat.Contacteer een Dienstcentrum voor het bijslijpen en verwangen van het maaimechanisme.
5. Men hoor overdreven geluiden en/ of trillingen tijdens het werk.Beschadiging of geloste delen.De blokveerpen van het maaimechanisme is losgeraatk.Zet de machine stil en verwijder het kapje van de bougie (Afb. 23.B).Controleer op eventuele schade of losgeraatde delen.Laat de controles, verwangingen of reparaties uitvoeren bij een bevoegd servicecentrum.
Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme beschadigd.Schakel de motor uit en verwijder het kapje van de bougie (Fig.23.B).Neem contact op met een servicecentrum (par. 7.3.1).

12. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES

12.1 MULCHING KIT(Afb.28)

Versnippert het gemaaide gras en LAST het acheer op het terrein.

INNHOILDSFORTEGNESELL

  1. GENERELLE OPPLYSNINGER 1
  2. SIKKERHETSNORMER 1
  3. BLI KJENT MED MASKINEN 2
  4. MONTERING 3
  5. BETJENINGSUTSTYR 4
  6. BRUK AV MASKINEN 4
  7. VEDLIKEHOLD 5
  8. OPPBEVARING 6
  9. HANDTERING OG TRANSPORT 6
  10. TILBEHOR PÅ FORESPÖRSEL 8

1. GENERELLE OPPLYSNINGER

1.1 HVORDAN LESE BRUKSANVISNINGEN

Echipamente individuale de protectie (EIP)

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandeldeig den rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht - Elke Niet-gaeuriseerde reproductie of wijziging, ook gedeelijike, van het document is verboden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Combi 53 SQ H

Categorie : Grasmaaier