WHADC0309J3E5B - Airconditioner PANASONIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WHADC0309J3E5B PANASONIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WHADC0309J3E5B PANASONIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WHADC0309J3E5B - PANASONIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WHADC0309J3E5B van het merk PANASONIC.
GEBRUIKSAANWIJZING WHADC0309J3E5B PANASONIC
Hartelijk dank voor het aanschaffen van een Panasonic-product.
Lees voor u het apparaat gebruikt deze gebruikshandleiding grondig en bewaar deze voor toekomstig gebruik.
De instructies voor installatie zijn bijgevoegd.
Voor het serienummer en jaar van fabricage zie de naamplaat.
Inhoudsopgave
Veiligheidsmaatregelen 112-124
Knoppen en scherm van de afstandsbediening ....125-127
Initialisering 127
Snelmenu 128
Menu's 128-139
Voor gebruiker
1 Functie instellen 128-129
1.1 Week-timer
1.2 Vakantie-timer
1.3 Geluidsreductie-tim.
1.4 Vrijg. back-up heat.
1.5 Tankverwarming
1.6 Sterilisatie
1.7 Mode tapw.
2 Systeem check 130
2.1 Energiemonitor
2.2 Systeeminformatie
2.3 Fout geschiedenis
2.4 Compressor
2.5 Verwarmer
3 Persoonlijke instell. 130-131
3.1 Toetsgeluid
3.2 Contrast LCD
3.8 Wachtwoord ontgr.
4 Service contactpers. 131
4.1 Cont.per 1 / Cont.per 2
Voor installateur
5 Instell. installateur > Systeeminstellingen .....132-134
5.1 Optionele print
5.2 Zone & sensor
5.3 Verw.cap. Back-up
5.4 Vorstbeveiliging
5.5 W.tapwatercapaciteit
5.6 Bodemplaat-verw.
5.7 Alternatieve buitensensor
5.8 Externe schakeling
5.9 Externe foutmelding
5.10 Vraagsturing
5.11 Gereed voor SG
5.12 Externe compressor schakeling
5.13 Vloeistofcirculatie
5.14 Modeschakeling
5.15 Geforceerd verw.
5.16 Gef. Ontdooi
5.17 Ontdooisignaal
5.18 Debiet pomp
6 Instell. installateur > Bedrijfsinstellingen .....134-138
6.1 Verw.
6.2 Koelen
6.3 Auto
6.4 Tapwater
7 Instell. installateur > Service instellingen .....138-139
7.1 Maximale pompsnelheid
7.2 Afpompen
7.3 Betondrogen
Reinigingsinstructies ....140
Problemen Oplossen 141-142
Informatie 143-144

Zorg ervoor dat het systeem juist is geïnstalleerd door een erkende dealer volgens de verstrekte instructies, voordat u het gaat gebruiken.
- De Panasonic lucht-naar-water warmtepomp is een split-systeem, bestaande uit twee units: een binnen- en een buitenunit. De binnenunit bestaat uit de hydromodule en een warmtapwatertank van 200 l.
- In deze bedieningshandleiding wordt uitgelegd hoe u het systeem met de binnen- en buitenunits bedient.
- Raadpleeg voor de bediening van andere producten, zoals de radiator, de externe thermocontroller en de units onder de vloer, de bedieningshandleiding van het betreffende product.
- Het systeem kan vergrendeld worden om te werken in de stand HEAT en de stand COOL uit te schakelen.
- De beschrijving van sommige functies in deze handleiding geldt misschien niet voor uw systeem.
- Er moet water worden gebruikt dat voldoet aan de Europese norm voor waterkwaliteit 98/83/EG. De levensduur van de tankunit is korter als grondwater (inclusief bronwater en putwater) wordt gebruikt.
- De tankunit mag niet worden gebruikt met kraanwater dat verontreinigingen bevat, zoals zout, zuren en andere onzuiverheden waardoor de tank en zijn onderdelen kunnen corroderen.
- Neem contact op met een erkende dealer bij u in de buurt voor meer informatie.
*1 Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is)
Systeemoverzicht

text_image
Afstandsbediening Binnenunit Voorplaat Buitenunit Radiator Douche Ventilator convector Vloerverwarming Sroom Toevoer Opmerking: Het is niet aanbevolen de Voorplaat er af te nemen. (Slechts voor gebruik door officiele dealer/speciaal opgeleide monteur)De afbeeldingen in deze handleiding zijn alleen bedoeld als toelichting en kunnen afwijken van het daadwerkelijke uiterlijk van het apparaat.
Deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd ter verbetering.
Gebruiksomstandigheden
| VERWARMEN (TANK) | VERWARMEN (CIRCUIT) * | 1. *2 KOELEN (CIRCUIT) | |
| Wateruitlaattemperatuur (°C)(Min. / Max.) | - / 65*3 | 20 / 55 (onder omgevingstemperatuur -15 °C) *420 / 60 (boven omgevingstemperatuur -10 °C) *4 | 5 / 20 |
| Omgevingstemperatuur buiten (°C)(Min. / Max.) | -20 / 35 -20 / 35 | 10 / 43 |
Wanneer de buitentemperatuur buiten het in de tabel vermelde temperatuurbereik ligt, zal de verwarmingscapaciteit aanzienlijk afnemen en zal de buitenunit door een beveiligingsvoorziening misschien niet meer functioneren.
De unit wordt automatisch heropgestart wanneer de buitentemperatuur terugkeert binnen het vermelde bereik.
*3 Boven 55 °C alleen mogelijk met gebruik van reserve-verwarming.
* Tussen een omgevingstemperatuur buiten van -10 °C en -15 °C, zal de wateruitlaattemperatuur geleidelijk verminderen van 60 °C naar 55 °C.
Houd u aan de volgende instructies zodat persoonlijk letsel, bij u of bij iemand anders, of materiële schade wordt voorkomen: Onjuiste bediening wegens het niet opvolgen van de instructies kan leiden tot letsel of schade, waarvan de ernst wordt geclassificeerd zoals hieronder is aangegeven: Het is niet de bedoeling dat dit apparaat toegankelijk is voor leken.

WAARSCHUWING
Met dit teken wordt u gewaarschuwd voor de dood of ernstig letsel.

VOORZICHTIG
Met dit teken wordt u gewaarschuwd voor letsel of schade aan eigendommen.
De op te volgen instructies worden aangeduid met de volgende symbolen:

Dit symbool verwijst naar een handeling die VERBODEN is.



Deze symbolen geven VERPLICHE acties aan.

WAARSCHUWING
Binnenunit En Buitenunit

Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf de leeftijd van 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of zonder ervaring of kennis, als dat plaatsvindt onder toezicht of na instructie over het veilig gebruik van het apparaat en zij begrijpen welke risico's er zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door gebruiker uit te voeren onderhoud mag niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd.
Neem contact op met een erkende dealer of gespecialiseerde vakman voor het schoonmaken, repareren, installeren, verwijderen, demonteren of opnieuw installeren van de unit. Onjuiste installatie en behandeling kan lekkage, elektrische schokken of brand tot gevolg hebben.
Vraag een gekwalificeerde dealer of specialist voor eventueel te gebruiken koelmiddel. Het gebruik van koelmiddelen anders dan aangegeven kan schade aan het product, ongevallen en letsel veroorzaken, enz.

Gebruik geen hulpmiddelen om het ontdooiproces te versnellen en gebruik geen andere schoonmaakmiddelen dan door de fabrikant voorgeschreven. Elke ondeugdelijke methode of gebruik van ongeschikt materiaal kan schade aan het product, barsten en ernstig letsel veroorzaken.
Installeer de unit niet in een ruimte waar explosie- of brandgevaar kan ontstaan. Houdt u zich niet aan deze instructie, dan kan dat brand tot gevolg hebben.

Pas op dat uw vingers of andere voorwerpen niet in de binnen- of buitenunit van de lucht-naar-water airconditioner terecht komen, de draaiende delen kunnen letsel veroorzaken.

Raak de buitenunit niet aan tijdens onweer, het zou kunnen leiden tot een elektrische schok.
Ga niet op het apparaat zitten of staan, omdat u per ongeluk zou kunnen vallen.

Installeer de binnenunit niet buiten. Deze unit is uitsluitend ontworpen voor installatie binnen.
Stroom Toevoer

Voorkom oververhitting of brand, gebruik niet een snoer waarin


wijzigingen zijn aangebracht of dat uit meerdere stukken is samengesteld of een verlengsnoer of een snoer van onbekende herkomst.
Om oververhitting, brand of elektrische schokken te voorkomen:
- Sluit geen andere apparaten aan op hetzelfde stopcontact.
- Bedien het apparaat niet met natte handen.
- Laat geen knikken in het stroomsnoer komen.

Als het netsnoer beschadigd is, moet deze door de fabrikant, een onderhoudsmonteur of een vergelijkbaar gekwalificeerd persoon vervangen worden om mogelijk risico te voorkomen.
Deze unit is voorzien van een aardlekautomaat / aardlekschakelaar. Vraag een erkende dealer om de aardlekautomaat / -schakelaar regelmatig na te kijken, in het bijzonder na installatie, inspectie en onderhoud. Storing van de aardlekautomaat / -schakelaar kan een elektrische schok en/of brand veroorzaken.

U wordt ten zeerste geadviseerd de apparatuur ter plaatse te installeren met een reststroomonderbreker zodat een elektrische schok en/of brand wordt voorkomen.
Ontkoppel alle stroomcircuits voordat u aansluitcontacten opent of manipuleert.
Stop gebruik van het product als u een abnormaliteit of een storing opmerkt en ontkoppel de stroomtoevoer.
(Risico op rook/brand/elektrische schok)
Voorbeelden van abnormaliteit/storing
- De aardlekautomaat / -schakelaar schakelt vaak uit.
- U ruikt een brandgeur.
- U merkt een abnormaal geluid of trillingen op in de unit.
- Er lekt heet water uit de binnenunit. Neem onmiddellijk contact op met uw plaatselijke leverancier voor onderhoud/reparatie.
Draag handschoenen tijdens inspectie en onderhoud.

Deze apparatuur moet worden geaard om te voorkomen dat een elektrische schok of brand ontstaat.

Voorkom elektrische schokken door de stroomvoorziening uit te schakelen:
-Voordat de apparatuur wordt gereinigd of nagezien.
-Wanneer de apparatuur lange tijd niet wordt gebruikt.
Dit toestel heeft meerdere toepassingen. Ontkoppel de stroomtoevoer volledig voordat u een aansluitpunt in de binnenunit opent of manipuleert om een elektrische schok, verbranding en/of dodelijke verwonding te voorkomen.

VOORZICHTIG
Binnenunit En Buitenunit

Was de interne unit niet met water, benzeen, thinner of schuurpoeder om schade en roest bij de unit te vermijden.
Installeer de unit niet dicht bij brandgevaarlijke materialen of in een badkamer. Anders kan de unit een elektrische schok en/of brand veroorzaken.
Raak de scherpe aluminium vin niet aan; scherpe delen kunnen blessures veroorzaken.

Gebruik het systeem niet tijdens sterilisatie om verbranding door heet water of oververhitting van douchewater te voorkomen.
Haal de unit niet uit elkaar om schoon te maken. Hierdoor voorkomt u letsel. Stap niet op een bank die niet stevig staat. Zo voorkomt men letsel.
Zet geen vaas of object met water op de unit. Water kan de unit binnendringen en de kwaliteit van de isolatie verslechteren. Dit kan tot een elektrische schok leiden.

Voorkom lekkend water door te zorgen dat de aftapslang:
-Goed aangesloten is, -Uit de buurt van dakgoten en containers loopt of, -Niet ondergedompeld is in water
Na een lange periode van gebruik of ook gebruik met brandbare apparatuur, moet u de ruimte goed luchten.
Controleer, wanneer u de apparatuur lange tijd hebt gebruikt, dat het installatierek nog in goede staat is, zodat u er zeker van kunt zijn dat de unit niet kan vallen.
Afstandsbediening

Maak de afstandsbediening niet nat. Als dit toch nat wordt, kan dat een elektrische schok en/of brand veroorzaken.
Druk de toetsen van de afstandsbediening niet in met een hard en scherp voorwerp. Dit kan schade aan de unit toebrengen.
Maak de afstandsbediening niet schoon met water, wasbenzine, thinner of een schuurmiddel.
Voer niet zelf inspecties of onderhoud uit aan de afstandsbediening. Neem contact op met een erkende dealer om persoonlijk letsel veroorzaakt door onjuiste bediening te voorkomen.

WAARSCHUWING

Dit apparaat is gevuld met R32 (matig brandbaar koelmiddel).
Als er koelmiddel lekt dat wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, ontstaat er brandgevaar.
Binnenunit En Buitenunit

Het apparaat moet worden geïnstalleerd en/of gebruikt in een ruimte met een vloeroppervlakte van meer dan Amin (m²) en moet uit de buurt worden gehouden van ontstekingsbronnen zoals hitte/vonken/open vuur, of gevaarlijke gebieden zoals gastoestellen, kooktoestel op gas, leidingsysteem gastoevoer, of elektrisch kookapparaten, enz. (zie tabel I in de installatiehandleiding voor Amin (m²))
Let op dat koelmiddel wellicht geen geur heeft. Het is sterk aanbevolen dat er voor brandbaar koelmiddel geschikte gasdetectoren aanwezig zijn die werken en waarschuwen bij lekkage.
Houd alle noodzakelijke ventilatieopeningen vrij van belemmeringen.

Het apparaat staat onder druk, dus probeer het niet te doorboren of te verbranden. Stel het apparaat niet bloot aan hitte, vlammen, vonken of andere ontstekingsbronnen. Anders zou het kunnen exploderen en verwondingen of overlijden veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van R32-koelmiddel
De procedures voor de standaard installatiewerkzaamheden zijn hetzelfde als voor modellen met een conventioneel koelmiddel (R410A, R22).

Omdat de bedrijfsdruk hoger is dan bij modellen met R22-koelmiddel zijn er enkele speciale leidingen met installatie en speciaal gereedschap nodig. In het bijzonder als een model met R22-koelmiddel wordt vervangen door een model met het nieuwe R32-koelmiddel moeten de normale leidingen en wartelmoeren worden vervangen door leidingen geschikt voor R32 en R410A en de wartelmoeren die op de buitenzijde van de buitenunit zitten.
Voor R32 en R410A kunnen dezelfde leidingen en de wartelmoeren die op de buitenunit zitten, worden gebruikt.
Mengen van verschillende koelmiddelen in één systeem is verboden. Modellen die R32- en R410A-koelmiddel gebruiken, hebben een andere schroefdraaddiameter van de vulpoort, zodat per ongeluk vullen met R22 wordt voorkomen en voor de veiligheid.
Controleer daarom vooraf. [De schroefdraaddiameter van de vulpoort voor R32 en R410A is 1/2".]
Zorg er altijd voor dat er geen verontreinigingen (olie, water, enz.) in de leidingen terecht komen. Zorg daarnaast bij opslag van de leidingen voor een goede afdichting van de opening door deze dicht te knijpen, af te tapen, enz. (Behandeling van R32 is gelijk aan R410A.)

- Bediening, onderhoud, reparatie en terugwinning van koelmiddel moet worden uitgevoerd door personeel, opgeleid en gecertificeerd voor het gebruik van brandbare koelmiddelen, zoals aanbevolen door de fabrikant. Alle personeel dat handelingen, service of onderhoud uitvoert aan een systeem of de bijbehorende onderdelen van de apparatuur, moet opgeleid en gecertificeerd zijn.
- Elk onderdeel van het koelcircuit (verdampers, luchtkoelers, luchtbehandelingsunit, condensors of vloeistofvaten) of de leidingen mogen niet vlakbij warmtebronnen, open vuur, werkende gastostellen of een werkende elektrische verwarmer worden gesitueerd.
- De gebruiker/eigenaar of hun bevoegde vertegenwoordiger moeten regelmatig maar ten minste eenmaal per jaar de alarmen, mechanische ventilatie en detectoren controleren, zoals in nationale verordeningen is vereist om te zorgen dat deze goed blijven functioneren.
- Er moet een logboek worden bijgehouden. Het resultaat van deze controles moet in het logboek worden vastgelegd.
- Bij ventilatie in intensief gebruikte ruimten moet worden gecontroleerd dat en geen belemmeringen zijn.
- Voordat een nieuw koelsysteem in gebruik wordt genomen, moet degene die voor ingebruikname verantwoordelijk is, ervoor zorgen dat opgeleid en gecertificeerd bedieningspersoneel worden geïnstrueerd. Hierbij moet op basis van de gebruiksaanwijzing de uitvoering, het toezicht, de bediening en het onderhoud van het koelsysteem, zowel als de te nemen veiligheidsmaatregelen, en de eigenschappen en het omgaan met het gebruikte koelmiddel worden uitgelegd.

- De algemene eisen aan goed opgeleid en gecertificeerd personeel zijn hieronder aangegeven:
a) Kennis van wet- en regelgeving en normen met betrekking tot brandbare koelmiddelen; en
b) Gedetailleerde kennis over en vaardigheden in het omgaan met brandbare koelmiddelen, persoonlijke beschermingsmiddelen, voorkoming van lekkage van koelmiddel, omgaan met cilinders, vullen, lekdetectie, terugwinning en verwijdering; en
c) Het kunnen begrijpen en in de praktijk toepassen van de eisen in de nationale wet- en regelgeving en normen; en
d) Het doorlopend volgen van periodieke en uitgebreide opleidingen om deze expertise te behouden.
e) De leidingen van de airconditioner moeten in de gebruikte ruimte zo worden geïnstalleerd dat ze beschermd zijn tegen toevallig beschadiging tijdens het gebruik en onderhoud.
f) Er moeten voorzorgsmaatregelen worden genomen om overmatige trillingen of slaan van koelleidingen te voorkomen.
g) Zorg ervoor dat beschermingsmiddelen, koelleidingen en hulpstukken goed beschermd zijn tegen negatieve omgevingseffecten (zoals het gevaar van verzameld water dat bevriest in schuine leidingen of de ophoping van vuil en resten).
h) Uitzetting en krimpen van lange leidingen in koelsystemen moet zorgvuldig worden ontworpen en gemonteerd (bevestigd en beschermd) om de mogelijkheid te minimaliseren dat het systeem beschadigd wordt door waterslag.

i) Bescherm het koelsysteem tegen toevallige breuk door het verschuiven van meubilair of verbouwingswerkzaamheden.
j) Om lekkages te voorkomen, moeten ter plaatse gemaakte verbindingen in koelleidingen binnen op dichtheid worden getest. De testmethode moet een gevoeligheid hebben van 5 gram koelmiddel per jaar of beter, bij een druk van tenminste 0,25 maal de maximaal toelaatbare druk (>1,04 MPa, max. 4,15 MPa). Er mag geen lekkage worden gedetecteerd.

1. Installatie (Ruimte)
- Producten met brandbare koelmiddelen moeten in overeenstemming met de minimum ruimteafmetingen Amin (m ^2 ) genoemd in tabel I van de installatiehandleiding worden geïnstalleerd.
- Als ter plekke wordt bijgevuld, moet het effect van het verschil in leidinglengte op het vullen met koelmiddel worden bepaald, gemeten en vastgelegd.
- Zorg ervoor dat de installatie van leidingen zo kort mogelijk wordt gehouden. Vermijd het gebruik van gedeukte leidingen en pas geen scherpe bochten toe.
- Zorg ervoor dat het leidingwerk beschermd is tegen fysieke beschadiging.
- Het moet voldoen aan de nationale gasvoorschriften en lokale weten regelgeving. De betreffende autoriteiten moeten worden geïnformeerd conform alle van toepassing zijnde voorschriften.
- Zorg ervoor dat mechanische verbindingen toegankelijk zijn voor onderhoud.

- Daar waar mechanische ventilatie vereist is, moeten de ventilatieopeningen vrij worden gehouden van belemmeringen.
- Volg de voorzorgsmaatregelen op van #12 en voldoe aan de nationale voorschriften als u het product afdankt. Neem altijd contact op met uw gemeente voor de juiste behandeling.

2.Onderhoud
2-1.Onderhoudspersoneel
- Het systeem wordt geïnspecteerd, periodiek bewaakt en onderhouden door opgeleid en gecertificeerd onderhoudspersoneel in dienst van de gebruiker of verantwoordelijke partij.
- Zorg ervoor dat de hoeveelheid koelmiddel in overeenstemming is met de afmetingen van de ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten zijn gemonteerd.
- Zorg ervoor dat bij het vullen geen koelmiddel lekt.
- Elke bevoegde persoon die werkt aan een koelcircuit of het openmaakt, moet een op dat moment geldig certificaat hebben van een door de bedrijfstak goedgekeurde beoordelingsinstantie, die de deskundigheid erkent veilig om te kunnen gaan met koelmiddelen conform een door de bedrijfstak goedgekeurde beoordelingsspecificatie.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals door de fabrikant van de apparatuur is aanbevolen. Onderhoud en reparatie waarbij de hulp van ander deskundig personeel nodig is, moet worden uitgevoerd onder toezicht van iemand die deskundig is in het werken met brandbare koelmiddelen.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals door de fabrikant is aanbevolen.

2-2. Werkzaamheden
- Voordat er begonnen wordt met werk aan systemen met brandbare koelmiddelen zijn er veiligheidscontroles nodig om het risico op ontbranding te minimaliseren. Voor reparaties aan het koelsysteem moeten de voorzorgsmaatregelen in #2-2 tot #2-8 worden opgevolgd, voordat het werk aan het systeem wordt uitgevoerd.
- Werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico te minimaliseren dat een brandbaar gas of damp aanwezig is terwijl het werk wordt uitgevoerd.
- Alle onderhoudspersoneel en anderen die in de buurt werken, moeten worden ingelicht over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd en er moet toezicht worden gehouden.
- Vermijd het werken in beperkte ruimten. Zorg er altijd voor dat er minimaal 2 meter veiligheidsruimte is vanaf de apparatuur of een vrije ruimte met een straal van tenminste 2 meter.
- Draag de juiste beschermingsmiddelen inclusief ademhalingsbescherming als de omstandigheden dit vereisen.
- Houd alle ontstekingsbronnen en hete metalen oppervlakken uit de buurt.

2-3. Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
- De ruimte moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte detector voor koelmiddel om ervoor te zorgen dat de monteur op de hoogte is van een mogelijk brandbare atmosfeer.
- Zorg ervoor dat de gebruikte detectieapparatuur voor lekkages geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen, d.w.z. vonkvrij, goed afgedicht of intrinsiek veilig.
- Als er lekkage is opgetreden, moet de ruimte onmiddellijk worden geventileerd en moet u aan de kant blijven waar de wind vandaan komt en uit de buurt van de lekkage.
- Als er lekkage is opgetreden, moet u personen waarschuwen die zich bevinden aan de kant waar de wind naartoe gaat, het gevaarlijke gebied onmiddellijk afzetten en onbevoegd personeel uit de buurt houden.

2-4. Aanwezigheid van een brandblusser
- Als er werk aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moet worden uitgevoerd waarbij warmte vrijkomt, moet er direct geschikt brandblusmateriaal beschikbaar zijn.
- Er moet een poeder- of CO _2 -brandblusser aanwezig zijn in het gebied waar gevuld wordt.

2-5. Geen ontstekingsbronnen
- lemand die werk uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidingwerk betrokken is dat brandbaar koelmiddel bevat of heeft bevat, mag niet op een zodanige manier ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot risico's op brand of explosie. Bij het uitvoeren van zulke werkzaamheden mag niet gerookt worden.
- Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief roken, moeten voldoende ver weg blijven van de plaats van installatie, reparatie of verwijdering zolang er brandbaar koelmiddel kan ontsnappen naar de omliggende ruimte.
- Voordat het werk plaatsvindt, moet de ruimte rond de apparatuur worden onderzocht om zeker te zijn dat er geen brandgevaar of ontstekingsrisico's zijn.
- Er moeten "Niet roken"-borden worden geplaatst.

2-6. Geventileerde ruimte
- Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat u het systeem openmaakt of werk uitvoert waarbij warmte vrijkomt.
- Tijdens de periode dat het werk wordt uitgevoerd, moet voortdurend in zekere mate geventileerd worden.
- De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur het naar buiten afvoeren in de buitenlucht.

2-7. Controles van de koelapparatuur
- Als elektrische onderdelen worden uitgewisseld, moeten deze geschikt zijn voor hun doel en de juiste specificatie hebben.
- De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd.
- Bij twijfel kunt u contact opnemen met de technische dienst van de fabrikant voor hulp.
- De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken.
-De werkelijke hoeveelheid koelmiddel moet in overeenstemming zijn met de afmetingen van de ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten zijn gemonteerd.
-De ventilatieapparatuur en uitlaten werken afdoende en zijn niet geblokkeerd.
-Als een indirect koelcircuit wordt toegepast, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel.
-Markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven. Markeringen en aanduidingen die onleesbaar zijn moeten worden gecorrigeerd.
-Koelleidingen of onderdelen moeten op een plaats worden geïnstalleerd waar het onwaarschijnlijk is dat deze worden blootgesteld aan stoffen die onderdelen die koelmiddel bevatten corroderen, tenzij die onderdelen zijn gemaakt van materialen die corrosiebestendig zijn of goed worden beschermd tegen corrosie.

2-8. Controles van elektrische apparaten
- Bij reparatie en onderhoud aan elektrische onderdelen moeten veiligheidscontroles en procedures voor inspectie van onderdelen worden uitgevoerd.
- De eerste veiligheidscontroles houden onder andere in dat:
-De condensatoren ontladen zijn; dit moet op een zodanig veilige manier gebeuren dat er geen vonken ontstaan.
-Er geen elektrische onderdelen en bedrading zijn die onder spanning staan tijdens het vullen, terugwinnen of doorspoelen van het systeem.
-Er doorlopend verbinding met de aarde is.
- De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd.
- Bij twijfel kunt u contact opnemen met de technische dienst van de fabrikant voor hulp.
- Als er een storing is die de veiligheid in gevaar brengt, mag er geen elektrische voeding worden aangesloten op het circuit, totdat de storing voldoende is verholpen.
- Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen maar het nodig is dat de apparatuur blijft werken, moet er een afdoende tijdelijke oplossing worden gebruikt.
- De eigenaar van de apparatuur moet worden ingelicht, zodat alle partijen hierover zijn geïnformeerd.

3. Reparatie aan afgedichte onderdelen
- Tijdens reparaties aan afgedichte onderdelen moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat afdekkingen e.d. worden verwijderd.
- Als het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens het onderhoud een elektrische voeding is naar de apparatuur, dan moet er een doorlopend werkende vorm van lekdetectie worden aangebracht op het meest kritische punt om te waarschuwen voor mogelijk gevaarlijke situaties.
- In het bijzonder moet er aandacht worden besteed dat bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Dit houdt ook in schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, niet originele aansluitklemmen, schade aan afdichtingen, onjuist aanbrengen van doorvoeringen, enz.
- Zorg ervoor dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
- Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmateriaal niet zodanig is verweerd dat ze niet langer geschikt zijn om het binnendringen van brandbare gassen te voorkomen.
- Vervangende onderdelen moeten overeenkomen met de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige typen detectieapparatuur voor lekkages negatief beïnvloeden. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden afgeschermd voordat er aan gewerkt wordt.

4. Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen
- Breng niet een permanente inductieve belasting of belastingscapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat deze niet de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur overschrijdt.
- Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt mag worden in de buurt van brandbare gassen, terwijl er spanning op staat.
- De testapparatuur moet de juiste specificaties hebben.
- Vervang onderdelen alleen met onderdelen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Andere dan de door de fabrikant voorgeschreven onderdelen kunnen ontbranding veroorzaken van koelmiddel dat door een lek in de lucht is terechtgekomen.

5. Bekabeling
- Controleer dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve effecten uit de omgeving.
- De controle moet ook rekening houden met het effect van veroudering of doorlopende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.

6. Detectie van brandbare koelmiddelen
- Onder geen enkele omstandigheid mogen mogelijke ontstekingbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van lekkages van koelmiddel.
- Een halogenide fakkel (of elke andere detector met een onafgeschermde vlam) mag niet worden gebruikt.

7. De volgende methods voor lekdetectie zijn toegestaan voor alle koelsystemen
- Er mag geen lekkage worden gedetecteerd bij gebruik van testapparatuur met een gevoeligheid van 5 gram koelmiddel per jaar of beter, bij een druk van tenminste 0,25 maal de maximaal toelaatbare druk (>1,04 MPa, max. 4,15 MPa), bijvoorbeeld een standaard lekdetector.
- Er kunnen elektronische lekdetectoren worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koelmiddelen, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet afdoende is of opnieuw gekalibreerd moet worden. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddel.)
- Zorg ervoor dat de detector niet een mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.
- Detectieapparatuur voor lekkages moet worden ingesteld op een percentage van de brandbaarheidsgrens-laag van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koelmiddel met toepassing van het juiste percentage gas (25% maximaal).
- Vloeistoffen voor lekkagedetectie zijn ook geschikt om met de meeste koelmiddelen te gebruiken, bijvoorbeeld middelen voor de bellenmethode of de fluorescentiemethode. Het gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet worden vermeden omdat de chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan corroderen.
- Als er een lek wordt vermoed, moeten alle onafgeschermde vlammen worden verwijderd/ gedoofd.

- Als er een lekkage van koelmiddel is ontdekt waarvoor soldeerwerk nodig is, moet alle koelmiddel uit het systeem worden verwijderd of afgescheiden (d.m.v. afsluitventielen) in een deel van het systeem dat van het lek verwijderd is. De voorzorgsmaatregelen in #8 moeten voor de verwijdering van het koelmiddel worden opgevolgd.

8. Verwijdering en leegmaken
- Als het koelcircuit moet worden geopend voor reparaties – of voor andere doeleinden – moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste methode wordt gebruikt omdat de brandbaarheid in overweging moet worden genomen. De volgende procedure moet worden gevolgd: verwijder koelmiddel -> spoel het circuit met inert gas -> leegmaken -> spoel met inert gas -> open het circuit door zagen of solderen.
- De vulling van koelmiddel moet worden opgevangen in de juiste cilinders voor terugwinning.
- Het systeem moet worden gespoeld met OFN om de unit veilig te maken.
- Het kan zijn dat dit proces een paar keer moet worden herhaald.
- Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt.
- Het doorspoelen moet worden uitgevoerd door het vacuum in het systeem met zuurstofvrije stikstof (OFN) op te heffen en door te gaan met vullen tot de bedrijfsdruk is bereikt, daarna naar de buitenlucht te ventileren en tenslotte een vacuum te trekken.
- Dit proces moet worden herhaald tot er geen koelmiddel meer in het systeem is.

- Als het systeem voor de laatste keer met OFN is gevuld, moet het worden doorgespoeld tot atmosferische druk, zodat de werkzaamheden plaats kunnen vinden.
- Deze uitvoering is absoluut cruciaal als er gesoldeerd moet worden aan de leidingen.
- Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp niet dichtbij een mogelijke ontstekingsbron is en dat er ventilatie aanwezig is.
OFN = distikstof, een type inert gas.

9. Vulprocedures
- In aanvulling op de normale vulprocedures moeten de volgende voorschriften worden opgevolgd.
-Zorg ervoor dat er geen vervuiling van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van de vulapparatuur.
-Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die het bevat te minimaliseren.
-De cilinders moeten op de juiste positie worden gezet in overeenstemming met de instructies.
-Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koelmiddel wordt gevuld.
-Breng labels aan op het systeem als het compleet gevuld is (tenzij ze reeds aanwezig zijn).
-Er moet heel goed voor worden gezorgd dat het koelsysteem niet te veel gevuld wordt.
- Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet een druktest met OFN worden uitgevoerd (zie punt 7).
- Het systeem moet worden getest op lekkages na het vullen maar voor de inbedrijfstelling.
- Voordat de locatie wordt verlaten, moet er nog een vervolgtest op lekkage worden uitgevoerd.

- Bij het vullen en aftappen van koelmiddel kan er een gevaarlijke situatie ontstaan door opbouw van elektrostatische lading. Om brand of explosie te voorkomen moet statische elektriciteit tijdens de overdracht afgevoerd worden door aarding en verbinding van houders en apparatuur vóór het vullen/aftappen.

10. Buitenbedrijfstelling
- Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en alle details.
- Het is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddelen veilig worden teruggewonnen.
- Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen, indien er een analyse nodig is om het teruggewonnen koelmiddel te kunnen hergebruiken.
- Het is essentieel dat er stroom beschikbaar is voordat de taak wordt uitgevoerd.
a) Zorg ervoor dat u bekend bent met de apparatuur en zijn werking.
b) Isoleer het systeem elektrisch.
c) Voordat u de procedure gaat uitvoeren, moet u ervoor zorgen dat:
- er zo nodig apparatuur voor mechanische bewerking aanwezig is voor het werken met cilinders met koelmiddel;
- alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en juist worden gebruikt;
- het terugwinningsproces doorlopend door een deskundig persoon wordt bewaakt;
- de apparatuur en cilinders voor terugwinning voldoen aan de van toepassing zijnde normen.

d) Pomp het koelsysteem zo mogelijk leeg.
e) Als een vacuum niet mogelijk is, moet er een verdeelleiding worden gemaakt, zodat het koelmiddel uit de diverse onderdelen van het systeem kan worden verwijderd.
f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat, voordat de terugwinning plaatsvindt.
g) Start de machine voor terugwinning en werk volgens de instructies.
h) Vul de cilinders niet te veel. (Niet meer dan 80% volume gevuld met vloeistof.)
i) Overschrijd de maximale bedrijfsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
j) Als de cilinders op de juiste manier zijn gevuld en het proces klaar is, moeten de cilinders en apparatuur direct van de locatie worden afgevoerd en alle afsluitventielen op de apparatuur worden gesloten.
k) Teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gebruikt voor vulling van een ander koelsysteem voordat het is gereinigd en gecontroleerd.
- Bij het vullen en aftappen van koelmiddel kan er een gevaarlijke situatie ontstaan door opbouw van elektrostatische lading. Om brand of explosie te voorkomen moet statische elektriciteit tijdens de overdracht afgevoerd worden door aarding en verbinding van houders en apparatuur vóór het vullen/aftappen.

11. Etikettering
- De apparatuur moet worden voorzien van een label waarop staat dat deze buiten bedrijf is gesteld en het koelmiddel is verwijderd.
- Het label moet worden gedateerd en ondertekend.
- Zorg ervoor dat er op de apparatuur labels zitten die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat.

12. Terugwinning
- Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem hetzij voor onderhoud dan wel buitenbedrijfstelling, is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddel veilig wordt verwijderd.
- Bij het overbrengen van koelmiddel in de cilinders moet u ervoor zorgen dat alleen juiste cilinders voor teruggewonnen koelmiddel worden gebruikt.
- Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders beschikbaar is voor het opvangen van de totale hoeveelheid in het systeem.
- Alle gebruikte cilinders moeten geschikt zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en worden voorzien van labels voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel).
- Cilinders moeten in goede staat verkeren en voorzien zijn van overdrukklep en bijbehorende afsluitkleppen.
- Cilinders voor terugwinning moeten leeg zijn gemaakt en zo mogelijk worden gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt.
- De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een set instructies voorhanden over de apparatuur en moet geschikt zijn voor de terugwinning van brandbaar koelmiddel.

- Daarnaast moet er een set geijkte weegschalen aanwezig zijn die in goede staat verkeren.
- Slangen moeten compleet zijn met lekvrije verbindingskoppelingen en in een goede staat verkeren.
- Voordat u de terugwinningsapparatuur gebruikt, moet worden gecontroleerd dat het in voldoende goede staat verkeert, juist onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen zijn afgedicht om ontbranding te voorkomen als er koelmiddel is vrijgekomen. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant.
- Het teruggewonnen koelmiddel moet teruggestuurd worden naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste cilinder en voorzien van het betreffende afvalverzendformulier.
- Meng koelmiddelen niet in de terugwinningsunits en zeker niet in cilinders.
- Als compressoren of compressorolie moet worden verwijderd, moet u ervoor zorgen dat ze op een acceptabel niveau zijn geleegd, zodat zeker is dat er geen brandbaar koelmiddel bij het smeermiddel aanwezig is.
- Dit proces van leegmaken moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggezonden.
- Om dit proces te versnellen mag alleen elektrische verwarming op de compressorbehuizing worden gebruikt.
- Als de olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren.
Knoppen en scherm van de afstandsbediening
Knoppen / Controlelampjes
Snelmenu-knop
① (Zie voor meer details de aparte snelmenuhandleiding.)
② Terug-knop
Gaat terug naar het vorige scherm.
③LCD-scherm
④ Hoofdmenu-knop
Voor het instellen van de functies.
⑤ AAN/UIT-knop
Start/stopt de werking.
⑥ Controlelampje bediening
Brandt tijdens de werking, knippert bij alarm.

text_image
Panasonic 10:34am,Ma 23 44 40°C 18°C ③ ② ④ ① ⑤ ⑥Pijltjestoetsen
Selecteert een onderdeel.

text_image
Omhoog Links Rechts OmlaagEnter-knop
Bevestigt het gekozen onderdeel.

Druk in het
midden


Geen
handschoenen

Knoppen en scherm van de afstandsbediening

text_image
10:34am,Ma ① ② ③ ④ 1 2 23 44 40℃ 18℃ ⑤ ⑥ ⑦Scherm
① Standkeuze

flowchart
graph TD
A["AUTO"] --> B["*1, *2"]
B --> C["• Afhankelijk van de vooraf ingestelde buitentemperatuur selecteert het systeem de stand VERW. of *1, *2 KOELEN."]
B --> D["Automatisch verwarmen"]
B --> E["Automatisch koelen"]
F["TAPWATER"] --> G["*1, *2"]
G --> H["• De koeelfunctie staat AAN of UIT."]
G --> I["De buitenunit voorziet in koeling voor het systeem."]
J["VERW."] --> K["• Afhankelijk van de vooraf ingestelde buitentemperatuur selecteert het systeem de stand VERW. + TAPWATER of *1, *2 KOELEN + TAPWATER."]
J --> L["Automatisch verwarmen"]
J --> M["Automatisch koelen"]
N["VERW. + TAPWATER"] --> O["• De verwarmingsfunctie staat AAN of UIT."]
N --> P["De buitenunit voorziet in verwarming voor het systeem."]
N --> Q["De buitenunit voorziet in verwarming voor de watertank en het systeem."]
R["• De written unit voorziet in verwarming voor de watertank is geïnstalleerd."] --> S["• Deze stand kan alleen worden geselecteerd als de watertank is geïnstalleerd."]
T["• De richting-icoontjes geven de huidige actieve stand aan."] --> U["Ruimte in bedrijf / Tank in bedrijf."]
T --> V["Ontdooien in bedrijf."]
② Functie-icoontjes
De bedrijfstoestand wordt weergegeven.
Icoontje wordt niet weergegeven (ook bij scherm UIT) als de functie UIT staat, met uitzondering van het week-timer icoontje.



Vakantiestand ingeschakeld Weel-merstand ingeschakeld Slaapstand ingeschakeld
Zone: Ruimtethermostaat → Interne sensor ingeschakeld Extra vermogen stand ingeschakeld
Ruimteverwarming ingeschakeld 89 Tankverwarming ingeschakeld


Vraagbesturing of Gereed voor SG of SHP ingeschakeld
* Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
③Temperatuur van elke zone
④ Tijd en dag
⑤Temperatuur watertank
⑥Buitentemperatuur
⑦Type sensor/ Icoontjes ingestelde temperatuur

Watertemperatuur → Compensatiecurve Ruimtethermostaat → Extern

Watertemperatuur → Direct Ruimtethermostaat → Intern

Alleen zwembad Ruimtethermistor
Initialisering
Voordat de diverse menu-instellingen worden geconfigureerd, moet u eerst de afstandsbediening opstarten door de taal te kiezen en de datum en tijd in te stellen.
Als de stroom voor het eerst wordt ingeschakeld, wordt automatisch het instellingsscherm getoond. Het kan ook ingesteld worden door een persoonlijke instelling in het menu.
Kiezen van de taal
Wacht terwijl het scherm opstart.
Zodra het scherm is opgestart, verandert het naar het normale scherm.
Als een willekeurige knop wordt ingedrukt, verschijnt het scherm voor de taalinstellingen.
① Loop met ▼ en ▲ door het menu en kies de taal.
② Druk op ← om de keuze te bevestigen.
Instellen van de klok
① Kiesmet ▼ of hoe de tijd moet worden weergegeven, hetzij 24- of 12-uursnotatie (bijv. 15:00 of 3:00).
② Druk op ← om de keuze te bevestigen.
③ Gebruik ▼ en om het jaar, de maand, dag, uur en minuten te kiezen. (Selecteer en beweeg met den druk op voorbevestiging.)
④ Zodra de tijd is ingesteld, wordt de tijd en dag op het scherm weergegeven zelfs als de afstandsbediening UIT staat.

text_image
Initialisering 12:00am, Ma LCD knippert Initialiseren . . . 12:00am, Ma [◀] Start Taal 12:00am, Ma NORWEGIAN POLISH CZECH NEDERLANDS ◀Select [←]Bevest. Klokweergave 12:00am, Ma 24 uur am/pm ◀Select [←] Bevest. Datum & tijd 12:00am, Ma Jaar/maand/dag Uur : Min. 2015 / 01 / 01 12 : 00 am ◀> Select [←] Bevest. 10:00am, Wc [◀] StartNadat de eerste instellingen afgerond zijn, kunt u een snelmenu kiezen uit de volgende opties en de instellingen bewerken.
① Druk op □om het snelmenu weer te geven.

Extra vermogen Geluidsreductie Geforceerd verw.


Week-timer Forceren ontopieren Reset foutmelding Vergrendel R/C


② Gebruik ▲ ▼ om het menu te kiezen.
③ Druk op ← om het geselecteerde menu aan/uit te zetten.
Menu's
Voor gebruiker
Kies de menu's en bepaal de instellingen in overeenstemming met het aanwezige systeem in huis. Alle eerste instellingen moeten door een bevoegde dealer of een vakman worden uitgevoerd. Het is aanbevolen dat alle wijzigingen van de eerste instellingen ook door een bevoegde dealer of vakman worden uitgevoerd.
- Na de eerste instellingen kunt u deze handmatig aanpassen.
- De eerste instellingen blijven actief totdat de gebruiker deze wijzigt.
- De afstandsbediening kan voor meerdere installaties worden gebruikt.
- Zorg ervoor dat het controlelampje van de bediening UIT staat voordat u instellingen wijzigt.
- Mogelijk werkt het systeem niet juist als het niet goed is ingesteld. Vraag advies aan een officiële dealer.
Voor weergave van het
Voor het kiezen van het menu: ▲ ▼ ◀ ▶
Voor bevestiging van het gekozen onderdeel:

text_image
Panasonic Hoofdmenu 10:34am,Ma Functie instellen Systeem check Persoonlijke instell. Service contactpers. Select [←]Bevest.| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | |
| 1 Functie instellen | |||
| 1.1 >Week-timer | |||
| Zodra de week-timer is ingesteld, kan een gebruiker dit aanpassen in het snelmenu.Voor een dag kunnen er max.6 schema's voor de werking worden ingesteld.Niet beschikbaar als voor de verwarming-koeling schakeling "Ja" is geselecteerd of als forceren verwarming aan staat. | TimerinstellingSelecteer de dag van de week en stel de benodigde schema's in (tijd / Functie AAN/UIT / stand). | Week-timer 10:34am,Ma | |
| Timer kopieSelecteer de dag van de week. | Zo Ma Di Wo Do Vr Za1. 8:00am Aan 40°C2. 12:00pm Aan 24/28°C 40°C3. 1:00pm Aan 12/10°C↔Dag ▼Timer [-]Bewerken | ||
| 1.2 >Vakantie-timer | |||
| Om energie te besparen kunt u voor een vakantieperiode instellen dat het systeem uitgezet wordt of de temperatuur in deze periode verlaagd wordt. | UIT | Aan![]() | |
| >Aan | |||
| Begin en einde van de vakantie.Dag en tijd | Vakantie: Eind 10:34am, MaJaar/maand/dag Uur: Min. 01 / 07 10 : 00 amSelect ![]() | ||
| UIT of verlaagde temperatuur | |||
| • De instelling van de week-timer kan tijdelijk niet beschikbaar zijn tijdens het instellen van de vakantie-timer, maar wordt weer ingeschakeld als vakantie-timer is afgerond. | |||
| 1.3 >Geluidsreductie-tim. | |||
| Voor een stille werking tijdens de ingestelde periode.Er kunnen 6 schema's worden ingesteld.Niveau 0 betekent dat de stand uit staat. | Tijd voor start van de stille stand:Dag en tijd. | Geluidsreductie 10:34am, MaTimer Tijd Niv.1 8:00 am 02 5:00 pm 13 11:00 pm 3Select [--]-Bewerken | |
| Niveau van de stilte:0 ~ 3 | |||
| 1.4 >Vrijg. back-up heat. | |||
| Voor het AAN- of UITzetten van de ruimteverwarming. | UIT | ![]() | |
| 1.5 >Tankverwarming | |||
| Voor het AAN- of UITzetten van de tankverwarming. | UIT | ![]() | |
| 1.6 >Sterilisatie | |||
| Voor het AAN- of UITzetten van de automatische sterilisatie. | Aan | ![]() | |
| • Gebruik het systeem niet tijdens de sterilisatie om brandwonden door heet water of oververhitting van een douche te voorkomen.• Vraag een erkende dealer de hoogte van de instellingen voor de sterilisatiefunctie te bepalen in overeenstemming met plaatselijke wetgeving en voorschriften. | |||
| 1.7 >Mode tapw. (Warmtapwater) | |||
| Voor het instellen van warmtapwater op de stand standard of slim.• De stand standard heeft een kortere opwarmtijd van de warmtapwatertank.Daarentegen duurt in de stand slim het opwarmen van warmtapwater langer, maar met een lager energieverbruik. | Standaard | ![]() | |
| Voor het instellen van de tanksensor op boven of midden.• Keuze van de tanksensor op boven vertraagt de start van het opwarmen van de tank en vermindert het stroomverbruik.Verander deze keuze naar "midden" als er onvoldoende warm water is. | Boven | ![]() | |
| 2 Systeem check | |||
| 2.1 | >Energiemonitor | ||
| Grafiek van het huidige of historische energieverbruik opwekking of COP. | HuidigKiezen en ophalen. | Totaal verbruik (1 jaar)0.0Wh1 Jaar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 MaJan, 2015: 0.0 kWh CingeV.Maand Mode | |
| Historische grafiekKiezen en ophalen. | |||
| ·COP = Prestatiecoëfficiënt.·Voor de historische grafiek kunt u kiezen uit 1 dag/1 week/1 jaar.·U kunt het energieverbruik (kWh) ophalen van verwarming, *1,*2 koeling, tank en totaal.·Het totale energieverbruik is een schatting op basis van AC 230 V en kan verschillen van de werkelijke waarde zoals gemeten door precisieapparatuur. | |||
| 2.2 | >Systeeminformatie | ||
| Toont alle systeeminformatie in elke ruimte. | Actuele systeeminformatie van 8 onderdelen:Retour / Aanvoer / Zone 1 / Zone 2 / Tapwater / Zwembad / Compressorfreq. / Debiet pompKiezen en ophalen. | Systeeminformatie 10:34am,Ma1. Retour : 0°C2. Aanvoer : 0°C3. Zone 1 : 0°C4. Zone 2 : 0°CPágina | |
| 2.3 | >Fout geschiedenis | ||
| ·Zie hoofdstuk probleemoplossing voor foutcodes.·De laatste foutcode wordt bovenaan weergegeven. | Kiezen en ophalen. | Fout geschiedenis 10:34am,Ma1. --2. --3. --4. --[-] Wis geschiedenis | |
| 2.4 | >Compressor | ||
| Toont de prestaties van de compressor. | Kiezen en ophalen. | Compressor 10:34am,Ma1. Huidige freq. : 0 Hz2. Teller (AAN-UIT) : 03. Totale tijd AAN : 0 h[⊃] Terug | |
| 2.5 | >Verwarmer | ||
| Totale aantal uren dat back-up verwarming/tankverwarming AAN staat. | Kiezen en ophalen. | Verwarmer 10:34am,MaTotale tijd AAN: : 0h#: : 0h[⊃] Terug | |
| 3 Persoonlijke instell. | |||
| 3.1 | >Toetsgeluid | ||
| Zet het geluid voor de bediening AAN/UIT. | Aan | AanUIT | |
| 3.2 | >Contrast LCD | ||
| Instelling van het contrast van het scherm. | 3 | Contrast LCD 10:34am,MaLaag HoogSelect [-] Bevest. | |
* Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | |
| 3.3 | > Achtergrondverl. | ||
| Stelt de tijd in hoe lang de achtergrondverlichting van het scherm brandt. | 1 min | ||
| Achtergrondverl. 10:34am, Ma | |||
| UIT 5 min15 sec 10 min1 min | |||
| Select [-/-] Bevest. | |||
| 3.4 | > Achtergr. verlichting | ||
| Stelt de helderheid van de achtergrondverlichting van het scherm in. | 4 | ||
| Achtergr. verlichting 10:34am, MaDonker HelderSelect [-/-] Bevest. | |||
| 3.5 | > Klokweergave | ||
| Stelt het type klokweergave in. | 24 uur | ||
| Klokweergave 10:34am, Ma24 uuram/pmSelect [-/-] Bevest. | |||
| 3.6 | > Datum & tijd | ||
| Stelt de huidige datum en tijd in. | Jaar / maand / dag / Uur / Min. | Datum & tijd 10:34am, MaJaar/maand/dag Uur : Min.2015/01/07 10:00 amSelect [-/-] Bevest. | |
| 3.7 | > Taal | ||
| Stelt de weergavetaal voor het bovenste scherm in.Voor Grieks, zie de Engelse versie. | ENGLISH / FRANÇAIS / DEUTSCH / ITALIANO / ESPAÑOL / DANISH / SWEDISH / NORWEGIAN / POLISH / CZECH / NEDERLANDS / TÜRKÇE / SUOMI / MAGYAR / SLOVENŠČINA / HRVATSKI / LIETUVIŲ | Taal 10:34am, MaNORWEGIANPOLISHCZECHNEDERLANDSSelect [-/-] Bevest. | |
| 3.8 | > Wachtwoord ontgr. | ||
| Wachtwoord van 4 cijfers voor alle instellingen. | 0000 | ||
| Wachtwoord ontgr. 10:34am, MaSelect [-/-] Bevest. | |||
| 4 Service contactpers. | |||
| 4.1 | > Cont.per 1 / Cont.per 2 | ||
| Vooraf ingestelde nummer van de contactpersoon voor de installateur. | Kiezen en ophalen. | Service instellingen 10:34am, MaCont.per 1Naam : Bryan Adams08812345678Select | |
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | ||
| 5 Instell. installateur Systeeminstellingen | ||||
| 5.1 | >Optionele print | |||
| Voor aansluiting van een extern PCB dat nodig is voor onderhoud. | Ja | ![]() | ||
| • De externe PCB is aangesloten; het systeem zal de volgende aanvullende functies hebben:1 Besturing van 2 zones (inclusief zwembad en de verwarmingsfunctie van het water daarin).2 Externe compressor schakeling.3 Externe foutmelding.4 Besturing gereed voor Smart Grid.5 Vraagbesturing.6 Warmte-koude schakeling | ||||
| 5.2 | >Zone & sensor | |||
| Voor het selecteren van de sensoren en de keuze tussen 1-zone of 2-zone systeem. | Zone 2 systeem | Zone | Zone & sensor 10:34am, Ma | |
| • Na keuze van een 1- of 2-zone systeem gaat u verder met de keuze tussen kamer of zwembad.• Als zwembad wordt geselecteerd, moet de temperatuur voor △T worden gekozen tussen 0 °C ~ 10 °C. | Zone | |||
Zone 1 systeem Select [-] Bevest. | ||||
| Sensor | Zone & sensor 10:34am, Ma | |||
| * Voor de ruimtethermostaat is er een verdere keuze tussen intern of extern. | Sensor W Ruimtethermostaat Ruimtesensor Select [-] Bevest. | |||
| 5.3 | >Verw.cap. Back-up | |||
| Om het vermogen van de verwarming te verminderen als dat te hoog is.*3 kW / 6 kW / 9 kW* Opties voor kW variëren afhankelijk van het model. | Verw.cap. Back-up 10:34am, Ma3 kW west. | |||
| 5.4 | >Vorstbeveiliging | |||
| Voor het in- of uitschakelen van de vorstbeveiliging als het systeem UIT staat. | Ja | ![]() | ||
| 5.5 | >W.tapwatercapaciteit | |||
| Voor het selecteren van de verwarmingscapaciteit van de tank naar variabel of standaard.Met de variabele capaciteit wordt de tank snel opgewarmd en houd de temperatuur van de tank op een efficiënte stand.Met de standaard capaciteit wordt de tank met de nominale capaciteit opgewarmd. | Variabel | ![]() | ||
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | ||
| 5.6 | >Bodemplaat-verw. | |||
| Voor het selecteren of de optionele onderplaat-verwarming wel of niet is aangesloten.* Type A -De onderplaat-verwarming wordt alleen tijdens het ontdooien ingeschakeld.* Type B -De onderplaat-verwarming wordt ingeschakeld als de omgevingstemperatuur buiten 5 °C of lager is. | Nee | JaNee | ||
| >Ja | ||||
| A | Stel type onderplaat-verwarming in*.Type bodempl.verw. 10:34am, MaA▼BSelect [-]Bevest. | |||
| 5.7 | >Alternatieve buitensensor | |||
| Voor het selecteren van een alternatieve buitensensor. | Nee | JaNee | ||
| 5.8 | >Externe schakeling | |||
| Nee | JaNee | |||
| 5.9 | >Externe foutmelding | |||
| Nee | JaNee | |||
| 5.10 | >Vraagsturing | |||
| Nee | JaNee | |||
| 5.11 | >Gereed voor SG | |||
| Nee | JaNee | |||
| >Ja | ||||
| 120 % | Capaciteit (1) & (2) of warmtapwater (in %), verwarming (in %) en koeling (in °C)Gereed voor SG 10:34am, MaCapaciteit [1-0]: TapwaterBereik: (50%-150%) Stap: ±5%120 %Select [-]Bevest. | |||
| 5.12 | >Externe compressor schakeling | |||
| Nee | JaNee | |||
| 5.13 | >Vloeistofcirculatie | |||
| Voor het selecteren tussen water en glycol in het circulatiesysteem. | Water | Vloeistofcirculatie 10:34am, MaWater▼GlycolSelect [-]Bevest. | ||
| 5.14 | >Modeschakeling | |||
| Nee | JaNee | |||
| 5.15 | >Geforceerd verw. | |||
| Om verwarmen geforceerd op handmatig (standaard) of automatisch aan te zetten. | Handm | Geforceerd verw. 10:34am, Ma Select [-]Bevest. | ||
| 5.16 | >Gef. Ontdooi | |||
| Als automatisch selectie is ingesteld, zal de buitenunit beginnen met ontdooien als bij lage buitentemperatuur er langdurig verwarmd wordt. | Handm | ![]() | ||
| 5.17 | >Ontdooisignaal | |||
| Voor het inschakelen van het ontdooisignaal en de ventilator tijdens het ontdooien te stoppen. (Als het ontdooisignaal op ja is ingesteld, is de bivalente functie niet voor gebruik beschikbaar) | Nee | ![]() | ||
| 5.18 | >Debiet pomp | |||
| Voor het instellen van variabele besturing van de stromingspomp of het regelen van de besturing van de pompcapaciteit. | T | ![]() | ||
| 6 Instell. installateur Bedrijfsinstellingen | ||||
| Voor toegang tot de vier belangrijkste functies en standen. | 4 hoofdstandenVerw. / *1, *2 Koelen / *1, *2 Auto / Tapwater | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaVerw.KoelenAutoTapwaterSelect [-]Bevest. | ||
| 6.1 | >Verw. | |||
| Om diverse water- en omgevingstemperaturen voor verwarming in te stellen. | Watertemperatuur verwarmen / Buitentemp. voor verwarm. UIT / T Aanvoer-retour / Verwarmer AAN/UIT | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaVerw.Watertemperatuur verwarmenBuitentemp. voor verwarm. UIT T Aanvoer-retourSelect [-]Bevest. | ||
| >Watertemperatuur verwarmen | ||||
| Stooklijn verw. | VerwarmingAAN-temperaturen in de compensatiecurve of met directe ingave.Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma T : Watertemp.Stooklijn verw.DirectSelect [-]Bevest. | |||
* Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | |
| > Watertemperatuur verwarmen >Stooklijn verw. | |||
| X-as: -5 °C, 15 °CY-as: 55 °C, 35 °C | Geef de 4 temperatuurpunten in (2 op de horizontale X-as, 2 op de verticale Y-as). | ΔT: Watertemp.:Zone1![]() | |
| • Temperatuurbereik: X-as: -20 °C ~ 15 °C, Y-as: Zie hieronder.• Temperatuurbereik voor de ingave Y-as:1. Model WH-UD: 20 °C ~ 60 °C2. Model WH-UH & back-upverwarming is ingeschakeld: 25 °C ~ 65 °C3. Model WH-UH & back-upverwarming is uitgeschakeld: 35 °C ~ 65 °C4. Model WH-UX: 20 °C ~ 60 °C• Als 2-zone systeem is geselecteerd, moeten de 4 temperatuurpunten ook voor zone 2 worden ingegeven.• “Zone1” en “Zone2” verschijnen bij een 1-zone systeem niet op het scherm. | |||
| > Watertemperatuur verwarmen >Direct | |||
| 35 °C | Temperatuur voor verwarming AAN | Bedrijfsinstellingen 10:34am,MaΔT: Watertemp.:Zone2Bereik: (20°C~60°C)Stap: ±1°C35 °CSelect [-/-]Bevest. | |
| • Min. ~ max. bereik heeft de volgende voorwaarden:1. Model WH-UD: 20 °C ~ 60 °C2. Model WH-UH & back-upverwarming is ingeschakeld: 25 °C ~ 65 °C3. Model WH-UH & back-upverwarming is uitgeschakeld: 35 °C ~ 65 °C4. Model WH-UX: 20 °C ~ 60 °C• Als een 2-zone systeem is geselecteerd, moeten de instelwaarden voor de temperatuur voor zone 2 worden ingegeven.• “Zone1” en “Zone2” verschijnen bij een 1-zone systeem niet op het scherm. | |||
| >Buitentemp. voor verwarm. UIT | |||
| 24 °C | Temperatuur voor verwarming UIT | Bedrijfsinstellingen 10:34am,MaVerwarming uit: Buitentemp.Bereik: (5°C~35°C)Stap: ±1°C24 °CSelect [-/-]Bevest. | |
| > T Aanvoer-retour | |||
| 5 °C | Stel ΔT in voor verwarming AAN.* Deze instelling kan niet worden ingesteld als het debiet van de pomp op max. capaciteit is ingesteld. | Bedrijfsinstellingen 10:34am,MaΔT: ΔTBereik: (1°C~15°C)Stap: ±1°C5 °CSelect [-/-]Bevest. | |
| > Heater AAN/UIT | |||
| > Heater AAN/UIT >Vrijgave buitentemperatuur | |||
| 0 °C | Temperatuur voor verwarming AAN | Bedrijfsinstellingen 10:34am,MaHeater AAN: Buitentemp.Bereik: (-20°C~15°C)Stap: ±1°C0 °CSelect [-/-]Bevest. | |
| >Heater AAN/UIT >Vertragingstijd voor Heater AAN | |||
| 0:30 min | Vertragingstijd om verwarming aan te zetten | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaHeater AAN: VertragingstijdBereik: (0:10~1:00) Stap: ±0:10 Select [-/-] Bevest. | |
| >Heater AAN/UIT >Watertemperatuur voor Heater AAN | |||
| -4 °C | Instelling van watertemperatuur voor het aanzetten van de ingestelde watertemperatuur. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaHeater AAN: ΔT van doeltemp.Bereik: (-10°C~-2°C) Stap: ±1°C Select [-/-] Bevest. | |
| >Heater AAN/UIT >Watertemperatuur voor Heater UIT | |||
| -2 °C | Instelling van watertemperatuur voor het uitzetten van de ingestelde watertemperatuur. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaVerwarm. UIT: ΔT van doeltemp.Bereik: (-8°C-0°C) Stap: ±1°C Select [-/-] Bevest. | |
| 6.2 >*1, *2 Koelen | |||
| Om diverse water- en omgevingstemperaturen voor koeling in te stellen. | Watertemperaturen voor koeling AAN en △T voor koeling AAN. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaKoelenStooklijn koelenΔT Retour-AanvoerSelect [-/-] Bevest. | |
| >Stooklijn koelen | |||
| Stooklijn verw. | Koeling AAN-temperaturen in de compensatiecurve of met directe ingave. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaKoel AAN: Watertemp.Stooklijn verw.DirectSelect [-/-] Bevest. | |
| >Stooklijn koelen >Stooklijn verm. | |||
| X-as: 20 °C, 30 °C Y-as: 15 °C, 10 °C | Geef de 4 temperatuurpunten in (2 op de horizontale X-as, 2 op de verticale Y-as) | Koel AAN: Watertemp.:Zone115°C2010°C515 20°C 30°C 30Select [-/-] Bevest. | |
| • Als 2-zone systeem is geselecteerd, moeten de 4 temperatuurpunten ook voor zone 2 worden ingegeven.• “Zone1” en “Zone2” verschijnen bij een 1-zone systeem niet op het scherm. | |||
*1 Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | |
| > Stooklijn koelen >Direct | |||
| 10 °C | Stel temperatuur in voor koeling AAN | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaKoel AAN: Watertemp.:Zone2Bereik: (5°C~20°C)Stap: ±1°C Select [-/-]Bevest. | |
| • Als een 2-zone systeem is geselecteerd, moeten de instelwaarden voor de temperatuur voor zone 2 worden ingegeven.• “Zone1” en “Zone2” verschijnen bij een 1-zone systeem niet op het scherm. | |||
| > △ Retour-Aanvoer | |||
| 5 °C | Stel △T in voor koeling AAN* Deze instelling kan niet worden ingesteld als het debiet van de pomp op max. capaciteit is ingesteld. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaKoel AAN: ΔTBereik: (1°C~15°C)Stap: ±1°C [5 °C]Select [-/-]Bevest. | |
| 6.3 > *1, *2 Auto | |||
| Automatisch wisselen van verwarmen naar koelen of koelen naar verwarmen. | Buitentemperaturen voor wisselen van verwarmen naar koelen of koelen naar verwarmen.Buitentemp. voor (verw -> koel) / Buitentemp. voor (koel -> verw) | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaAutoBuitentemp. voor (verw -> koel)Buitentemp. voor (koel -> verw)Select [-/-]Bevest. | |
| >Buitentemp. voor (verw -> koel) | |||
| 15 °C | Stelbuitentemperatuur in voor wisselen van verwarmen naar koelen. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaAuto:Buitentemp. (verw -> koel)Bereik: (11°C~25°C)Stap: ±1°C [15 °C]Select [-/-]Bevest. | |
| >Buitentemp. voor (koel -> verw) | |||
| 10 °C | Stelbuitentemperatuur in voor wisselen van koelen naar verwarmen. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaAuto:Buitentemp. (koel -> verw)Bereik: (5°C~14°C)Stap: ±1°C [10 °C]Select [-/-]Bevest. | |
| 6.4 > Tapwater | |||
| Instellingsfuncties voor de tank. | Werkingstijd verwarmen (max.) / Opwarmtijd tank (max.) / Schakel differentie tank / Sterilisatie | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaTapwaterWerkingstijd verwarmen. (max.)Opwarmtijd tank (max.)Schakel differentie tankSelect [-/-]Bevest. | |
| • Het scherm toont 3 functies tegelijk. | |||
| > Werkingstijd verwarmen (max.) | |||
| 8:00 | Maximale tijd voor werking van vloerverwarming. (in uren en minuten) | Bedrijfsinstellingen 10:34am, MaTapwater:Max. verw. TijdBereik: (0:30~10:00)Stap: ±0:30 [8:00]Select [-/-]Bevest. | |
*1 Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | |
| > Opwarmtijd tank (max.) | |||
| 1:00 | Maximale tijd voor opwarmen van de tank. (in uren en minuten) | Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma Tapwater:Opwarmtijd (max.) Bereik: (0:05~4:00) Stap: ±0:05 Select [-/-] Bevest. | |
| > Schakel differentie tank | |||
| -8 °C | Stel de temperatuur in waarbij het water in de tank weer moet worden opgewarmd. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma Tapwater:Schakel differentie Bereik: (-12°C~-2°C) Stap: ±1°C Select [-/-] Bevest. | |
| > Sterilisatie | |||
| Maandag | Sterilisatie kan voor 1 of meerdere dagen per week worden ingesteld. Zo / Ma / Di / Wo / Do / Vr / Za | Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma Sterilisatie: Dag Zo Ma Di Wo Do - √ - - - | |
| ↔Dag √/¬ [-/-]Bevest. | |||
| > Sterilisatie: Tijd | |||
| 12:00 | Tijd op de gekozen dag(en) van de week om de tank te steriliseren 0:00 ~ 23:59 | Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma Sterilisatie: Tijd 12:00 p Select [-/-]Bevest. | |
| > Sterilisatie: Tapwatertemp. | |||
| 65 °C | Stel de kooktemperatuur in voor het steriliseren van de tank. | Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma Sterilisatie: Tapwatertemp. Bereik: (55°C~65°C) Stap: ±1°C Select [-/-]Bevest. | |
| > Sterilisatie: Werk.tijd (max.) | |||
| 0:10 | Stel de sterilisatietijd in. (in uren en minuten) | Bedrijfsinstellingen 10:34am, Ma Sterilisatie: Werk.tijd (max.) Bereik: (0:05~1:00) Stap: ±0:05 Select [-/-]Bevest. | |
| 7 Instell. installateur Service instellingen | |||
| 7.1 > Maximale pompsnelheid | |||
| Voor het instellen van de maximum snelheid van de pomp. | Instelling van het debiet, max. taak en Aan/UIT werking van de pomp.Waterflow: XX:X I/minMax. flow: 0x40 ~ 0xFE,Pomp: Aan/UIT/Ontlucht. | Service instellingen 10:34am,MaWaterflow Max. flow Werking0.0 I/min 0xce Select | |
| Menu | Standaard instelling | Instellingsopties / Weergave | |
| 7.2 | >Fpompen | ||
| Voor het instellen van de functie afpompen. | AfpompenAan | ![]() | |
| 7.3 | >Betondrogen | ||
| Voor het drogen van beton (vloer, wanden, enz.) tijdens de bouw.Gebruik dit menu niet voor andere doeleinden en alleen in de periode tijdens de bouw. | Bewerk dit om de temperatuur in te stellen voor het drogen van beton.Aan / Bewerken | Service instellingen 10:34am,MaBetondrogenAanBewerkenSelect [-/-]Bevest. | |
| >Bewerken | |||
| Stappen: 1Temperatuur: 25 °C | Verwarmingstemperatuur voor het drogen van beton.Kies de gewenste stappen: 1 ~ 10, bereik: 1 ~ 99 | ||
| >Aan | |||
| Bevestig voor elke stap de ingestelde temperatuur voor het drogen van beton. | Service instellingen 10:34am,MaBetondrogen: StatusStap : 1/10Ingestelde watertemp : 25°CActuele watertemp. :25°C/25°C[◇]UIT | ||
| 7.4 | >Service contactpers. | ||
| Stel max. 2 namen en nummers in van contactpersonen voor de gebruiker. | Naam en telefoonnummer van onderhoudsmonteur.Cont.per 1 / Cont.per 2 | Service instellingen 10:34am,MaService contactpers.:Cont.per 1Cont.per 2Select [-/-]Bevest. | |
| >Cont.per 1 / Cont.per 2 | |||
| Naam of nummer contactpersoonNaam / icoontje telefoon | Service contactpers. 10:34am,MaCont.per 1Naam : Bryan Adams☎ : 08812345678Select [-/-]Bewerken | ||
| Geef naam en nummer inNaam contactpersoon: alfabet a ~ z.Nummer contactpersoon: 1 ~ 9 | Cont.per-1ABC/abc 0-9/OverigABCDEFGH I JKLMNOPQRSpat.STUVWXYZ abcdefghi Ter.jklmnopqrstuvwxyz Bev.<->Select [-/-]Bevest.Aantal:1 2 3 (4 5 6 )7 8 9 - Ter.* 0 # _ Bev.<->Select [-/-]Bevest. | ||
Reinigingsinstructies
Voor optimale prestaties van het systeem moet het apparaat regelmatig gereinigd worden. Neem contact op met een erkende dealer.
- Sluit de stroomvoorziening af voordat u het apparaat reinigt.
- Gebruik geen benzeen, verdunner of schuurpoeder.
- Gebruik alleen zeep ( pH7) of milde reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik.
- Gebruik geen water dat warmer is dan 40 °C.
Binnenunit
- Spat niet direct water op de unit. Veeg de unit zachtjes af met een zachte, droge doek.

text_image
act water op de unit. tachtjes af met een zachte, Warmtapwatertank
Waterdrukmeter

- Druk niet op het glas van de meter en raak het niet met een hard en scherp voorwerp. Dit kan schade aan de unit toebrengen.
• Zorg dat de waterdruk tussen 0,05 en 0,3 MPa (0,1 MPa = 1 bar) is. - Als de waterdruk buiten de hierboven genoemde waarden ligt, moet u contact opnemen met een erkende dealer.

Bij Langdurige Inactiviteit
- Het water in de warmtapwatertank moet worden afgetapt.
- Sluit de stroomvoorziening af.
Omstandigheden waarin u hulp moet inroepen
Sluit de stroomvoorziening af.
Neem dan contact op met een erkende dealer als de volgende omstandigheden optreden:
- Een abnormaal lawaai tijdens de werking.
- Er is water/verontreinigingen in de afstandsbediening binnengedrongen.
- Er lekt water uit de binnenunit.
- De zekering springt regelmatig uit.
- De stroomdraad wordt veel te warm.
Waterfilter
- Reinighet waterfilter minstens 1 keer per jaa. Het filter kan verstopt raken, wat kan leiden tot uitval van het systeem. Neem contact op met een geautoriseerde dealer.
- Verwijder ook het stof op de magneet.

- Blokkeer de luchtinlaat- of luchtuitlaatopening niet. Als dat toch gebeurt kan dit lagere prestaties of een storing van het systeem tot gevolg hebben. Verwijder alle belemmeringen om zeker te zijn van een goede ventilatie.
- Maak bij sneeuwval de ruimte rondom de buitenunit schoon om te voorkomen dat de luchtinlaat- en luchtuitlaatopening door sneeuw worden bedekt.
ONDERHOUD
Gebruiker
- Om zeker te zijn van een optimale werking van de units, moet de gebruiker de ventilatieopeningen van luchtinlaat en luchtuitlaat van de buitenunit inspecteren en belemmeringen verwijderen.
- Het uitvoeren van onderhoud of het vervangen van onderdelen van de unit mag niet door gebruikers worden uitgevoerd.
- Neem contact op met een erkende dealer voor planmatige inspecties.
Dealer
- Om te zorgen dat de units veilig en optimaal functioneren, moeten met regelmatige intervallen seizoensinspecties aan de units, en functionele controles van de bedrading van aardlekautomaat /-schakelaar en het leidingwerk worden uitgevoerd door een erkende dealer.
- Voor de warmtapwatertank is het met name van belang dat voor de waterfilterset periodiek onderhoud wordt uitgevoerd.
De volgende symptomen geven niet een defect aan.
| Symptoom Oorzaak | |
| Tijdens werking klinkt er geluid van stromend water. | • Stromend koelmiddel in het apparaat. |
| Het apparaat begint pas na enkele minuten vertraging nadat het opnieuw is opgestart. | • De vertraging dient ter bescherming van de compressor. |
| Er komt water/stoom uit de buitenunit. | • Er treedt condensatie of verdamping op in de leidingen. |
| In de verwarmingsstand komt er stoom uit de buitenunit. | • Dit wordt veroorzaakt door de werking van het ontdooien in de warmtewisselaar. |
| De buitenunit werkt niet. | • Dit wordt veroorzaakt door het beveiligingssysteem van de unit als de buitentemperatuur buiten het werkbereik ligt. |
| De werking van het systeem schakelt uit. | • Dit wordt veroorzaakt door het beveiligingssysteem van de unit. Als de waterinlaattemperatuur lager is dan 10 °C dan stopt de compressor en de back-up verwarming wordt ingeschakeld. |
| Het is moeilijk om het systeem op te warmen. | • Als het paneel en de vloer gelijktijdig worden verwarmd, kan de warmwatertemperatuur zakken waardoor de verwarmingscapaciteit van het systeem minder kan worden.• Als de buitentemperatuur laag is, kan het systeem meer tijd nodig hebben om op te warmen.• De uitlaatopening of inlaatopening van de buitenunit is door iets geblokkeerd, zoals bijvoorbeeld een laag sneeuw.• Als de vooraf ingestelde wateruitlaattemperatuur laag is, kan het systeem meer tijd nodig hebben om op te warmen. |
| Het systeem warmt niet onmiddellijk op. | • Het systeem heeft enige tijd nodig om het water op te warmen als het begint te werken op de koudwatertemperatuur. |
| De back-up verwarming schakelt automatisch AAN terwijl deze uitgeschakeld is. | • Dit wordt veroorzaakt door het beveiligingssysteem van de warmtewisselaar van de binnenunit. |
| De werking start automatisch als de timer niet ingesteld is. | • De sterilisatie-timer is ingesteld. |
| Hard lawaai van het koelmiddel duurt enige minuten. | • Dit wordt veroorzaakt door het beveiligingssysteem tijdens het ontdooien bij een omgevingstemperatuur buiten van minder dan -10 °C. |
| *1,*2 De stand COOL is niet beschikbaar. | • Het systeem is vergrendeld en werkt alleen in de stand HEAT. |
Controleer het volgende voordat u een onderhoudsmonteur belt.
| Symptoom Controleer | |
| De stand HEAT/^M,*2 COOL werkt niet goed. | Stel de temperatuur correct in.Sluit de thermostaatkraan van de radiator.Verwijder alle belemmeringen bij de luchtinlaat- en luchtuitlaatopeningen van de buitenunit. |
| Luidruchtig tijdens werking. | De buitenunit of binnenunit is niet waterpas geïnstalleerd.Sluit het deksel goed. |
| Het systeem werkt niet.De zekering is | doorgebrand/geactiveerd. |
| De controle LED van de bediening brandt niet of er wordt niets op het scherm van de afstandsbediening weergegeven. | De stroomvoorziening werkt niet juist of er is een stroomstoring opgetreden. |
*1 Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
Problemen Oplossen

text_image
Panasonic H76 Afstandsbediening-binnenunit communicatiefout Dicht ▶ ResetHieronder vindt u een lijst met foutcodes die op het scherm kunnen verschijnen als er problemen zijn met de instellingen of werking van het systeem.
Als het scherm een foutcode weergeeft zoals hieronder aangegeven, neem dan contact op met de contactpersoon aangegeven in de afstandsbediening of met de dichtstbijzijnde erkende installateur.
Alle knoppen zijn niet beschikbaar behalve

Foutnummer
Knippert
| Fout nr. | Foutbeschrijving |
| H12 | Capaciteit onjuist |
| H15 | Fout sensor van compressor |
| H20 | Fout pomp |
| H23 | Fout sensor van koelmiddel |
| H27 | Fout hoofdafsluiter |
| H28 | Fout sensor van zonnepanelen |
| H31 | Fout sensor van zwembad |
| H36 | Fout sensor buffertank |
| H38 | Fout niet-overeenkomend fabrikaat |
| H42 | Beveiliging lage druk |
| H43 | Fout sensor zone 1 |
| H44 | Fout sensor zone 2 |
| H62 | Fout waterdebiet |
| H63 | Fout sensor lage druk |
| H64 | Fout sensor hoge druk |
| H65 | Fout watercirculatie ontdooien |
| H67 | Fout externe thermistor 1 |
| H68 | Fout externe thermistor 2 |
| H70 | Fout overbelastingsbeveiliging back-up verwarming |
| H72 | Fout tanksensor |
| H74 | Communicatiefout PCB |
| H75 | Beveiliging lage watertemperatuur |
| H76 | Communicatiefout bediening binnen |
| H90 | Communicatiefout binnen-buiten |
| H91 | Fout overbelastingsbeveiliging tankverwarming |
| H95 | Fout aansluitspanning |
| H98 | Beveiliging hoge druk |
| H99 | Voorkoming bevriezing binnen |
| Fout nr. | Foutbeschrijving |
| F12 | Drukschakelaar geactiveerd |
| F14 | Slechte rotatie van compressor |
| F15 | Fout vergrendeling ventilatormotor |
| F16 | Stroombeveiliging |
| F20 | Overbelastingsbeveiliging compressor |
| F22 | Overbelastingsbeveiliging transistormodule |
| F23 | Piek in gelijkstroom |
| F24 | Fout koelcyclus |
| F25 | *1, *2 Fout koel- / verwarmingscyclus |
| F27 | Fout drukschakelaar |
| F29 | Lage afvoer oververhit |
| F30 | Fout sensor 2 wateruitlaat |
| F32 | Fout interne thermostaat |
| F36 | Fout sensor omgevingstemp. buiten |
| F37 | Fout sensor waterinlaat |
| F40 | Fout sensor afvoer buiten |
| F41 | Fout correctie vermogensfactor |
| F42 | Fout sensor warmtewisselaar buiten |
| F43 | Fout sensor ontdooien buiten |
| F45 | Fout sensor wateruitlaat |
| F46 | Uitschakeling stroomtransformator |
| F48 | Fout sensor verdamperuitlaat |
| F49 | Fout sensor bypassuitlaat |
| F95 | *1, *2 Fout koeling hoge druk |
* Sommige foutcodes kunnen niet van toepassing zijn voor uw model. Neem contact op met een erkende dealer voor meer informatie.
* Het systeem is beveiligd zodat het niet zonder de stand COOL kan worden gebruikt. De beveiliging kan worden verwijderd door een erkende installateur of onze erkende onderhoudspartners.
^*2 Wordt alleen weergegeven als de stand COOL niet beveiligd is (Dat wil zeggen als de stand COOL beschikbaar is).
Informatie bij verbinding met een netwerkadapter (optionele accessoire)

WAARSCHUWING
Controleer voor gebruik de veiligheid rond het Lucht-naar-Water systeem. Controleer of mensen en dieren in de buurt zijn vóór inbedrijfstelling.
Onjuiste werking door het niet opvolgen van de instructies kan letsel of schade veroorzaken.

Controleer het volgende vóór inbedrijfstelling (in het pand)
- Stand van de tijdsinstelling. Onverwachte in- en uitschakeling kan ernstig letsel of schade aan mensen en dieren veroorzaken.
Controleer het volgende vóór en tijdens de werking (buiten het pand)
- Als bekend is dat er iemand in het pand is, moet de persoon van buitenaf worden ingelicht over nieuwe instellingen, voordat ze worden toegepast.
Dit moet gebeuren om te vermijden dat de persoon door de gewijzigde werking een plotselinge schok ondervindt en ernstige gezondheidsklachten kan krijgen.
- Gebruik dit apparaat niet als er kinderen, lichamelijk gehandicapten of ouderen in het pand zijn die niet in staat zijn het apparaat zelf te bedienen.
- Controleer de instelling en staat van werking regelmatig.
- Stop de werking als er een foutcode wordt weergegeven en neem contact op met een erkende dealer of specialist.
Bevestig vóór het gebruik
- Als de communicatieverbinding slecht is, kan het systeem misschien niet worden gebruikt. Controleer na bediening de "staat van werking" op het scherm van de applicatie. De volgende problemen kunnen zich voordoen bij de bediening op afstand.
- Kan niet werken, inschakeltijd wordt niet weergegeven.
-
De werking van het Lucht-naar-Water systeem wordt niet weergegeven als de bediening buiten het pand plaatsvindt.
-
Het is aanbevolen om het scherm van de smartphone te vergrendelen om onbedoelde bediening te voorkomen.
- Gebruik geen ander apparaat voor afstandsbediening, communicatie en bediening dan gespecificeerd door een erkende dealer of specialist.
- Gebruik valt onder de overeenkomst over "servicevoorwaarden" en "behandeling van persoonlijke informatie" van de Panasonic Smart Application.
- Maak de netwerkadapter los van het apparaat, als u de Panasonic Smart Application langdurig niet gebruikt.
Informatie voor gebruikers met betrekking tot het verzamelen en verwijderen van oud apparatuur

Deze symbolen op de producten, verpakkingen, en/of begeleidende documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten niet met het algemene huishoudelijke afval gemengd mogen worden. Voor een juiste verwerking, hergebruik en recycling van oude producten, gelieve deze in te leveren bij de desbetreffende inleverpunten in overeenstemming met uw nationale wetgeving.
Door deze producten correct te verwijderen draagt u uw steentje bij tot het beschermen van waardevolle middelen en tot de preventie van potentiële negatieve effecten op de gezondheid van de mens en op het milieu die anders door een onvakkundige afvalverwerking zouden kunnen ontstaan.
Voor meer informatie over het verzamelen en recycleren van oude producten, gelieve contact op te nemen met uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwijderingsdiensten of de winkel waar u de goederen gekocht hebt. Voor een niet-correcte verwijdering van dit afval kunnen boetes opgelegd worden in overeenstemming met de nationale wetgeving.

Voor zakengebruikers in de Europese Unie
Indien u elektrische en elektronische uitrusting wilt vewijderen, neem dan contact op met uw dealer voor meer informatie.
[Informatie over de verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie]
Deze symbolen zijn enkel geldig in de Europese Unie. Indien u wenst deze producten te verwijderen, neem dan contact op met uw plaatselijke autoriteiten of dealer, en vraag informatie over de correcte wijze om deze producten te verwijderen.
WAARSCHUWING | Dit symbool geeft aan dat deze apparatuur een brandbaar koelmiddel gebruikt. Als er koelmiddel lekt en er is een externe ontstekingsbron aanwezig, kan dit leiden tot ontbranding. | ![]() | Dit symbool geeft aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. |
![]() | Dit symbool geeft aan dat onderhoudspersoneel dit apparaat moet behandelen zoals aangegeven in de installatiehandleiding. | ![]() | Dit symbool geeft aan dat er informatie is opgenomen in de bedieningshandleiding en/ of de installatiehandleiding. |

01 / 07 10 : 00 amSelect 






Select [-] Bevest.
Ruimtethermostaat Ruimtesensor Select [-] Bevest.
west.

Select [-]Bevest.



Select [-/-] Bevest.
Select [-/-] Bevest.
Select [-/-] Bevest.
Select [-/-]Bevest.
Select [-/-] Bevest.
Select [-/-] Bevest.
- √ - - -
Select [-/-]Bevest.
Select [-/-]Bevest.
Select [-/-]Bevest.
Select
WAARSCHUWING

