EG601A - Generator MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EG601A MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EG601A - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EG601A van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EG601A MAKITA
VOORWOORD INHOUD Hartelijk bedankt voor de aanschaf van deze MAKITA GENERATOR. Deze handleiding beschrijft het onderhoud en de bediening van deze MAKITA GENERATOR. Deze MAKITA GENERATOR kan als wisselstroombron worden gebruikt voor algemene elektrische apparatuur, toestellen, lampen en gereedschappen. Wat gelijkstroom betreft, kunnen de aansluitingen uitsluitend worden gebruikt om een 12 Volt accu op te laden.Gebruik deze generator in geen geval voor enig ander doel.Neem alstublieft even de tijd om vertrouwd te raken met de juiste procedures voor de bediening en het onderhoud om een veilig en doelmatig gebruik van dit product te kunnen waarborgen. Houd dit instructieboekje bij de hand zodat u er indien noodzakelijk iets in kunt opzoeken. Vanwege het feit dat wij te allen tijde proberen onze producten te verbeteren, kunnen bepaalde procedures en speci caties zonder kennisgeving vooraf gewijzigd worden. Als u onderdelen bestelt, geef dan altijd het MODEL, het PRODUCTIENUMMER en het SERIENUMMER van uw product op.Hieronder kunt u het productienummer en serienummer zoals vermeld op het product zelf invullen. (De plaats van het label verschilt afhankelijk van de het model.) OPMERKING Raadpleegt u alstublieft de afbeeldingen binnenin de voor- of achterfl ap waar in de tekst verwezen wordt naar Afb.
U dient al deze veiligheidsinstructies zorgvuldig te lezen en in acht te nemen. Let in het bijzonder op de gedeeltes die voorafgegaan worden door de volgende aanduidingen. WAARSCHUWING PAS OP “WAARSCHUWING” geeft aan dat dat er groot gevaar bestaat voor ernstig persoonlijk letsel of zelfs levensgevaar als de aanwijzingen niet worden opgevolgd. “PAS OP” geeft aan dat er gevaar bestaat voor persoonlijk letsel of beschadiging van de apparatuur als de aanwijzingen niet worden opgevolgd WAARSCHUWING Stel de generator niet in werking in de buurt van benzine of andere vloeibare of gasvormige brandstoffen, daar dit explosie- of brandgevaar oplevert.Vul de brandstoftank niet wanneer de motor aan staat. Rook niet in de buurt van de brandstoftank en gebruik geen open vuur. Let op dat tijdens het vullen geen brandstof wordt gemorst. Als er brandstof gemorst wordt, dient u deze te verwijderen en op te laten drogen alvorens de motor te starten. WAARSCHUWING Plaats geen brandbare stoffen in de buurt van de generator. Let op dat er zich geen brandstof, lucifers, buskruit, lappen met olie, stro, afval of andere brandbare stoffen in de buurt van de generator bevinden. WAARSCHUWING Laat de generator niet werken in een vertrek, grot, tunnel, of andere ruimte die onvoldoende geventileerd is. Gebruik het toestel altijd in een goed geventileerde omgeving, want anders kan de motor oververhit raken en kan het giftige koolmonoxide, een geurloos, kleurloos en giftig uitlaatgas menselijke levens in gevaar brengen. Gebruik de generator alleen buiten en uit de buurt van open ramen en deuren, ventilatie-openingen en andere openingen.Houdt tijdens het gebruik de generator tenminste 1 meter (3 feet) verwijderd van een constructie of gebouw. WAARSCHUWING Bouw de generator niet in en plaats hem niet in een kist. De generator heeft een ingebouwd geforceerd luchtkoelsysteem en kan oververhit raken als hij wordt ingesloten. Als de generator bedekt is ter bescherming tegen weersinvloeden wanneer hij niet wordt gebruikt, dient u er voor te zorgen dat de afdekking uit de omgeving wordt verwijderd wanneer de generator wel gebruikt wordt. WAARSCHUWING Laat de generator werken op een vlakke ondergrond. Het is niet noodzakelijk een speciale grondplaat voor de generator te vervaardigen. Op een ongelijke ondergrond zal de generator echter gaan trillen, dus u dient een vlakke ondergrond te kiezen, zonder onregelmatigheden in het oppervlak.Als de generator schuin staat of verplaatst wordt wanneer hij in bedrijf is, kan brandstof geknoeid worden en/of kan de generator omvallen, waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.U kunt niet verwachten dat de generator goed wordt doorgesmeerd als de generator in werking wordt gesteld op een steile glooiing of helling. De zuigers kunnen dan vastlopen, zelfs als het oliepeil boven het hoogste niveau ligt. WAARSCHUWING Let op de bedrading of de verlengsnoeren van de generator naar het aangesloten apparaat. Als de draad onder de generator ligt of in contact komt met een trillend gedeelte, kan de draad breken of brand veroorzaken, de generator kan doorbranden, of een elektrische schok veroorzaken. Vervang beschadigde of versleten snoeren onmiddellijk.Replace damaged or worn cords immediately.
WAARSCHUWING Stel de generator niet in bedrijf in de regen, onder natte of vochtige omstandigheden, of met natte handen. De gebruiker kan een ernstige elektrische schok krijgen als de generator te nat is ten gevolge van regen of sneeuw. WAARSCHUWING Als de generator nat is, dient u hem goed af te drogen alvorens hem in werking te stellen. U mag nooit water over de generator gieten of met water afwassen. WAARSCHUWING Let op dat bij elk gebruik alle noodzakelijke procedures voor het aarden van elektrische apparatuur worden opgevolgd. Het nalaten hiervan kan fataal zijn. WAARSCHUWING Sluit de generator niet aan op een normale commerciële elektriciteitsleiding daar een dergelijke aansluiting de generator kan kortsluiten en vernietigen of elektrische schokken kan veroorzaken. Gebruik de transferschakelaar voor de aansluiting op het gewone elektriciteitsnet. WAARSCHUWING Rook niet wanneer u met de accu bezig bent. De accu geeft brandbaar waterstofgas af dat kan ontploffen wanneer het wordt blootgesteld aan elektrische vonken of een open vuur. Zorg voor een goede ventilatie in het vertrek en houdt open vuur/vonken uit de buurt wanneer u met de accu bezig bent. WAARSCHUWING De motor wordt ontzettend heet tijdens het gebruik en blijft dit nog geruime tijd daarna. Houdt brandbaar materiaal uit de buurt van de generator. Zorg er voor geen delen van de hete motor aan te raken, vooral het gedeelte met de knaldemper, daar u anders ernstige brandwonden kunt oplopen. WAARSCHUWING Houd kinderen en toeschouwers op een veilige afstand van het werkgebied. WAARSCHUWING Het is van wezenlijk belang dat u bekend bent met het veilig en juist gebruik van het elektrische gereedschap of apparaat dat u gaat gebruiken. Alle gebruikers dienen de handleiding van het gereedschap of apparaat te lezen, te begrijpen en op te volgen. De toepassingen en grenzen van het gereedschap of apparaat moeten bekend zijn. Volg alle aanwijzingen op die op labels en in waarschuwingen gegeven worden. Bewaar alle instructiehandleidingen op een veilige plaats voor latere raadpleging. WAARSCHUWING Gebruik uitsluitend “ERKENDE” verlengsnoeren. Wanneer een gereedschap of apparaat buiten wordt gebruikt, dienen slechts verlengsnoeren gebruikt te worden waarop staat aangegeven “Geschikt voor gebruik buiten”. Wanneer de verlengsnoeren niet gebruikt worden, dienen ze in een droge en goed geventileerde omgeving te worden bewaard. WAARSCHUWING Als de generator niet gebruikt wordt, dient u deze uit te schakelen met de wisselstroomonderbreker; ook moeten gereedschap en apparaten worden uitgeschakeld en losgekoppeld voordat ze worden schoongemaakt of afgesteld, of wanneer accessoires of hulpstukken worden aangebracht. PAS OP Zorg ervoor dat de motor gestopt is voor u onderhoud, service of reparaties gaat uitvoeren. Zorg ervoor dat onderhoud en reparatie aan de generator uitsluitend wordt uitgevoerd door daartoe bevoegd personeel. EG671AnlGU6838.indd3 2010/01/0411:41:224
- (Zie Afb. -①,②) Voordat de olie wordt gecontroleerd of bijgevuld, dient u er voor te zorgen dat de generator op een stabiele en vlakke ondergrond staat en dat de motor is afgezet. Verwijder de olievuldop en controleer het peil van de motorolie. (Zie Afb.-①)❶ OLIEPEILSTOK❷ OLIE-VULOPENING❸ HOOGSTE PEIL❹ LAAGSTE PEIL Als het oliepeil beneden het laagste niveau ligt, dient met geschikte olie (zie tabel) te worden bijgevuld tot het streepje dat het bovenste niveau aangeeft. Draai de olievuldop niet in tijdens het controleren van het oliepeil. (Zie Afb.-②)❶ HOOGSTE PEIL❷ LAAGSTE PEIL Vervang de olie wanneer deze vervuild is. (Zie het gedeelte over Zelf uit te voeren onderhoud.)Olie-inhoud (Bij Hoogste niveau) : (L)EG241A p. 0
- ,6EG321A, EG321AE p. 0
- ,6EG441A, EG441AE p. 1
- ,0EG601A, EG601AE p. 1
- ,2EG671A, EG671AE ,2 Aanbevolen motorolie: Gebruik zelfreinigende 4-takt olie voor automobielen van API klasse SE, of een olie van een hogere klasse (SG, SH of SJ wordt aanbevolen). SAE 10W-30 of 10W-40 wordt aangeraden voor algemeen gebruik bij alle temperaturen. Als olie met enkele viscositeit wordt gebruikt, dient de juiste viscositeit voor de gemiddelde temperatuur in uw omgeving gekozen te worden.Omgevings-temperatuurSingle gradeMultigrade p. 1
MOTOR (Zie Afb. -③,④) WAARSCHUWING Vul nooit bij met brandstof terwijl u rookt of u in de buurt bevindt van een open vuur of in andere omstandigheden die brand kunnen veroorzaken.
Controleer het brandstofpeil op de meter voor het brandstofpeil. (Zie Afb.-③)
Als het brandstofpeil laag is, dient te worden bijgevuld met loodvrije benzine.
Vul de tank niet wanneer de motor loopt of heet is.
Sluit de brandstofkraan voordat de brandstof wordt bijgevuld.
Let op dat er geen stof, vuil, water of andere vreemde stoffen in de brandstof terecht komen.
Houdt open vuur uit de buurt.
Controleer het onderstaande alvorens de motor te starten:
Lekkage van brandstof uit de brandsto eiding, enz.
Schade of breuk van onderdelen.
Of de generator niet op of tegen enige bedrading rust.
4. CONTROLEER DE OMGEVING VAN DE
GENERATOR WAARSCHUWING Zorg er voor dat u alle waarschuwingen naleest, om brandgevaar te voorkomen.
Houdt de omgeving vrij van brandbaar of ander gevaarlijk materiaal.
Houdt de generator tenminste 1 meter verwijderd van gebouwen of andere constructies.
Laat de generator slechts werken in een droge, goed geventileerde omgeving.
Houdt de uitlaatpijp vrij van vreemde voorwerpen.
Houdt de generator weg van open vuur. Niet roken!
Plaats de generator op een vlakke en stabiele ondergrond.
Blokkeer geen luchtkanalen van de generator met papier of ander materiaal.
Om de generator te aarden dient het aansluitpunt voor het aarden van de generator verbonden te worden met een aardepen die in de aarde wordt gestoken of met een geleider die reeds geaard is. (Zie Afb.-⑤) ❶ AARDEPEN
Als een dergelijke aardegeleider of -elektrode niet voorhanden is, dient het aansluitpunt voor het aarden van de generator verbonden te worden met de aansluitklem voor het aarden van het gebruikte elektrisch gereedschap of apparaat. (Zie Afb.-⑥) ❶ AARD-AANSLUITING
PAS OP Controleer het oliepeil voor u de machine gaat gebruiken zoals beschreven in het hoofdstuk “HET CONTROLEREN VAN DE MOTOROLIE”.(a) Zet de motorschakelaar op de stand “ | ” (AAN).(Zie Afb.-①)❶ “ | ” (AAN)❷ “ 〇 ” (UIT)(b) Open de brandstofkraan. (Zie Afb.-②)❶ OPEN❷ DICHT(c) Zet de chokehendel dicht als de motor koud is.(Zie Afb.-③)❶ CHOKEHENDEL❷ DICHT❸ OPEN WAARSCHUWING Overlijden, persoonlijk letsel en/of zaakschade kunnen het gevolg zijn wanneer de aanwijzingen niet zorgvuldig worden opgevolgd. Gebruik uitsluitend een accu met het aanbevolen vermogen. Draai de startschakelaar naar de
(STOPPEN) stand voor u de accu monteert of verwijdert. Bij het monteren of aanbrengen van de accu moet u eerst de positieve (+) kabel aansluiten op de accu en daarna pas de negatieve (-) kabel. Wees voorzichtig dat er geen kortsluiting ontstaat tussen de kabels. Bij het verwijderen van de accu moet de negatieve kabel (-) eerst losgekoppeld worden. RODE KABEL: Naar de positieve (+) aansluiting ZWARTE KABEL: Naar de negatieve (-) aansluiting Als de aansluiting niet op de juiste manier wordt gemaakt, zal de generator kapot gaan. Draai de bouten en moeren van de aansluitingen goed vast zodat ze niet los kunnen trillen. Koppel de accu los van andere apparatuur wanneer de accu moet worden opgeladen.(d) [Model met trekstarter]Trek zachtjes aan de handgreep van de starter totdat u weerstand voelt (dit is de compressie). Laat de handgreep terugkeren naar de uitgangspositie en trek dan krachtig.(Zie Afb.-④) ❶ KRACHTIG TREKKEN Als de motor ook na een paar keer proberen niet wil starten, dient u de bovenstaande procedure opnieuw te volgen met de chokehendel open. Trek de starter niet volledig uit. Laat de handgreep van de starter terugkeren in zijn oorspronkelijke stand wanneer de motor eenmaal draait, maar laat de handgreep hierbij niet los.(e) [Model met elektrische startmotor]Doe de sleutel in het contactslot en draai deze met de klok mee naar “ | ” (ANN).. Draai vervolgens het contact verder naar “ (START). De startmotor zal gaan draaien om de motor te starten. (Zie Afb.-⑤)❶ “ 〇 ” (STOPPEN)❷ “ | ” (ANN)❸ “ ” (START) PAS OP Gebruik de startmotor niet langer dan 5 seconden achter elkaar.Draai de sleutel weer naar de “ | ” (ANN) stand en wacht 10 seconden alvorens opnieuw te starten. Draai de sleutel niet naar “ ” (START) position when the engine is running to wanneer de motor draait om schade aan de startmotor te voorkomen. Draai de sleutel naar “ | ” (ANN) voor het starten van de motor met de trekstarter en trek vervolgens aan de handgreep.(f) Wanneer de motor eenmaal draait kunt u de chokehendel geleidelijk terugzetten in de “OPEN” stand. (Zie Afb.-⑥)❶ CHOKEHENDEL❷ DICHT❸ OPEN(g) Laat de motor een paar minuten onbelast warmdraaien. EG671AnlGU7107.indd7 2010/09/1413:47:448
Controleer of de apparatuur UIT (OFF) staat voor u deze aansluit op de generator. Verplaats of beweeg de generator niet terwijl deze loopt. U moet de generator te aarden als de aangesloten apparatuur geaard is.Als u de machine niet aardt, kunt u een elektrische schok oplopen. BEDIENINGSPANEEL (EG441A, EG441AE, EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE) (EG241A, EG321A, EG321AE) Motorschakelaar [Model met elektrische startmotor] [Model met elektrische startmotor] Aardaansluiting Voltmeter Motorschakelaar Wisselstroom- onderbreker Voltmeter Aardaansluiting Wisselstroom- onderbreker Wisselstroom- aansluitingen 20A Wisselstroom- aansluitingen 20A Gelijkstroom- onderbreker Gelijkstroom- onderbreker Gelijkstroom- aansluitingen Gelijkstroom- aansluitingen Contactslot Contactslot EG671AnlGU6838.indd8 2010/01/0411:41:249
(1) WISSELSTROOM GEBRUIK (a) Controleer het juiste voltage met behulp van de voltmeter. (Zie Afb.-①)
Deze generator is in de fabriek zorgvuldig getest en afgesteld. Als de generator de gespeci ceerde spanning niet produceert, neem dan onmiddellijk contact op met uw dichtstbijzijnde Makita vertegenwoordiger of een erkende onderhoudsmonteur. (b) Zet de schakelaar(s) van de elektrische apparatuur uit voordat ze op de generator worden aangesloten. (c) Steek de stekker(s) van de elektrische apparatuur in de aansluiting(en).
Controleer het amperage van de aansluitingen. Zorg ervoor dat de stroomsterkte niet boven het aangegeven amperage kan komen.
Zorg ervoor dat het totale vermogen van alle apparaten het nominale vermogen van de generator niet overschrijdt. PAS OP Steek geen vreemde voorwerpen in de stopcontacten of andere aansluitingen. WAARSCHUWING Zorg ervoor de generator te aarden als de aangesloten elektrische apparatuur geaard is
OPMERKING Wanneer de wisselstroomonderbreker afslaat terwijl het apparaat in bedrijf is, is de generator overbelast, of is de aangesloten apparatuur defect. Stop de generator onmiddellijk, controleer de apparatuur en / of de generator op overbelasting en laat indien nodig reparaties uitvoeren door uw Makita vertegenwoordiger of erkende onderhoudsmonteur. (d) Controleer of de onderbreker inderdaad op de stand “ | ” (AAN) staat. (Zie Afb.-②) ❶ “ | ” (AAN) (e) Zet de aangesloten apparatuur aan met de eigen hoofdschakelaar. (2) GELIJKSTROOMAPPLICATIE (Alleen voor het opladen van een 12 Volt accu) Gelijkstroomaansluiting (Alleen voor het opladen van een 12 Volt accu) (Zie Afb.-③) ❶ RODE KABEL ❷ ZWARTE KABEL Voor het opladen van een 12 Volt accu, kan er maximaal een stroom van 12 V-8,3 A (100 W) worden afgetakt via de gelijkstroomaansluiting door middel van de speciale gelijkstroomkabel. (Zie Afb.-④) Deze speciale gelijkstroomkabel wordt meegeleverd met uw generator (bevindt zich in de verpakking). (Zie Afb.-⑤). Gelijkstroomonderbreker De gelijkstroomonderbreker schakelt de gelijkstroomvoorziening uit wanneer de gelijkstroom te hoog oploopt, of wanneer de accu defect is. Controleer de generator en/of de accu op overladen of defecten en schakel de gelijkstroomonderbreker weer in als u geen problemen en defecten kunt vinden. Aansluiten van de speciale gelijkstroomkabel :
Verbindt de positieve aansluitklem (rood) op de generator met de positieve aansluitklem (+) op de accu.
Verbindt de negatieve aansluitklem (zwart) op de generator met de negatieve aansluitklem (-) op de accu. EG671AnlGU7107.indd9 2010/09/1413:47:4510
Procedure voor het opladen van de accu:
2) Verwijder alle aansluitingen van de accu.
3) Steek de stekker van de speciale gelijkstroomkabel
in de gelijkstroomaansluiting.
4) Verbind de positieve (rode) klem van de
gelijkstroomkabel met de positieve (+) aansluiting van de accu en verbind daarna de negatieve (zwarte) klem van de gelijkstroomkabel met de negatieve (-) aansluiting van de accu.
5) Verwijder alle doppen van de vulopeningen voor de
accuvloeistof (elektrolyt).
6) Controleer het peil van de accuvloeistof (elektrolyt)
en vul indien nodig bij met gedestilleerd water.
8) Kijk of het controlelampje inderdaad gaat branden.
9) Controleer of de gelijkstroomonderbreker AAN
10) De accu wordt nu geladen.
Gebruik de uitgangsaansluitingen voor wisselstroom en gelijkstroom in geen geval tegelijk.
Bevestig de positieve (rode) en negatieve (zwarte) kabels aan de juiste polen van de accu.
Sluit de gelijkstroomkabel aan en koppel deze weer los wanneer de motor gestopt is.
Tijdens het laden ontwijkt er ontplofbaar waterstofgas via de ontluchtingsopeningen in de accu. Zorg er daarom voor dat er tijdens het laden geen vonken of open vuur voorkomen in de buurt van de generator.
De accuvloeistof (elektrolyt) bevat zwavelzuur, een bijtende vloeistof die uw ogen en kleding kan aantasten. Wees zeer voorzichtig en vermijd contact te allen tijde. In geval van verwonding dient u het lichaamsdeel in kwestie onmiddellijk af te spoelen met grote hoeveelheden water en dient u een arts te raadplegen.
De oplaadtijd hangt mede af van het soort accu en hoe leeg de accu is. Meet tijdens het laden om het uur de relatieve dichtheid van de accuvloeistof met een hydrometer. Controleer of de gelijkstroomonderbreker niet uit staat. De accu is volledig opgeladen wanneer de relatieve dichtheid zich tussen 1,26 en 1,28 bevindt.
3. HET STOPZETTEN VAN DE GENERATOR
(a) Zet de aangesloten elektrische apparatuur uit en haal de stekkers uit de stopcontacten (aansluitingen) op de generator. (b) Laat de motor zonder belasting ongeveer 3 minuten afkoelen voordat hij wordt stopgezet. (c) [Model met trekstarter] Zet de motorschakelaar op “ 〇 ” (UIT). (Zie Afb.-⑥) ❶ “ | ” (AAN) ❷ “ 〇 ” (UIT) [Model met elektrische startmotor] Draai het contactslot naar STOPPEN stand. (Zie Afb.-⑦) ❶ “ 〇 ” (STOPPEN) ❷ “ | ” (ANN)
❶ OLIESENSOR (a) De oliesensor neemt de verlaging van het oliepeil waar in het carter en zet de motor automatisch stop als het oliepeil beneden een van te voren bepaald niveau komt. (b) Wanneer de motor automatisch gestopt is, moet u de wisselstroomonderbreker van de generator uitschakelen en het oliepeil controleren. Vul olie bij tot het hoogste peil zoals aangegeven op bladzijde 5 en start de motor opnieuw op. (c) Als de motor niet start met behulp van de normale startprocedure, moet het oliepeil worden EG671AnlGU6838.indd10 2010/01/0411:41:2411
Sommige apparaten hebben een piekstroom nodig om te kunnen starten. Dit betekent dat de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om het apparaat te starten groter kan zijn dan de hoeveelheid die nodig is om het apparaat te laten draaien. Elektrische apparaten en gereedschappen hebben normaal gesproken een label waarop hun spanning, cycli/Hz, stroomsterkte in ampère en elektrisch vermogen staat aangegeven die nodig zijn om het apparaat of gereedschap te laten werken. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde dealer of servicedienst als u vragen heeft die betrekking hebben op de piekstroom van bepaalde apparaten of elektrisch gereedschap.
Elektrische belastingen zoals gloeilampen en warmhoudplaten hebben dezelfde stroomsterkte nodig tijdens het opstarten als in het gebruik.
De belasting van bijvoorbeeld een TL-lamp is 1,2 tot 2 keer de aangegeven hoeveelheid Watt tijdens het starten.
De belasting voor kwiklampen is 2 tot 3 keer de aangegeven hoeveelheid Watt tijdens het starten.
Elektrische motoren vereisen een grote hoeveelheid stroom bij het opstarten. Het benodigde vermogen is afhankelijk van het soort motor en het gebruik van die motor. Zodra genoeg “piekstroom” is bereikt om de motor te starten, heeft het apparaat nog slechts 50% tot 30% van de stroomsterkte nodig om te blijven lopen.
De meeste elektrische apparaten hebben 1,2 tot 3 keer zoveel stroom nodig om tijdens gebruik onder belasting te lopen. Zo gerekend kan een generator van 5.000 Watt stroom leveren voor elektrisch gereedschap van 1.800 tot 4.000 watt.
Apparaten zoals onderwaterpompen en luchtcompressoren vereisen een zeer grote kracht om te starten. Zij hebben 3 tot 5 keer de normale stroomsterkte nodig om te kunnen starten. Een generator van 5.000 watt kan op zo’n manier bijvoorbeeld slechts een pomp van 1.000 tot 1.700 watt aandrijven. OPMERKING De volgende tabel met stroomsterkten is slechts een algemene richtlijn.Bekijk uw apparaat voor de correcte stroomsterkte. Om de totale stroomsterkte te kunnen bepalen die nodig is om een bepaald elektrisch apparaat of gereedschap te laten werken, dient het getal van de spanning van het apparaat / gereedschap vermenigvuldigd te worden met het ampèregetal (amp) van datzelfde apparaat / gereedschap. De spanning en ampères (amp) kunnen gevonden worden op een plaatje dat gewoonlijk op elektrische apparaten en gereedschap is aangebracht. Toepassingen Vereiste vermogen (ca. W) EG241A EG321A EG321AE EG441A EG441AE EG601A EG601AE EG671A EG671AE Gloeilamp, verwarmingselement 2000 2400 3600 4600 5500 TL-lampen, Elektrisch gereedschap 1100 1300 2000 2550 3050 Kwiklamp 800 950 1450 1850 2200 Pomp, compressor 500 600 900 1150 1400
VOLTAGE VERMINDERING DOOR VERLENGKABELS
Wanneer er een lang verlengsnoer of lange kabel wordt gebruikt om een apparaat of een stuk gereedschap aan te sluiten op de generator zal er in dat snoer een voltageverlies optreden zodat de effectieve spanning voor het apparaat of gereedschap lager is dan wat de generator produceert. In de tabel hieronder is te zien wat een verlengkabel van 100 m voor invloed heeft op de spanning voor het aangesloten apparaat of gereedschap. Diameter v/d binnenkabel A.W.G. Toegestaan amperage Aantal draden / diameter draden Weerstand Stroom in ampères
In een droge of beboste omgeving verdient het aanbeveling dit product te gebruiken met een vonkenvanger. In sommige gebieden is het gebruik van een vonkenvanger verplicht. Controleer de regelgeving die geldt op de plek waar u de machine wilt gebruiken voor u begint.De vonkenvanger moet regelmatig schoongemaakt worden om ervoor te zorgen dat deze naar behoren functioneert. Een verstopte vonkenvanger: Belemmert de uitstroom van uitlaatgassen. Verlaagt het vermogen van de motor. Verhoogt het brandstofverbruik. Maakt het starten moeilijker.Als de motor gelopen heeft, zullen de knaldemper en de vonkenvanger zeer heet zijn. Laat de uitlaat afkoelen voor u de vonkenvanger gaat schoonmaken. Verwijderen van de vonkenvanger 1. Verwijder de ensbouten van de afdekking van de uitlaat en verwijder de afdekking van de uitlaat.2. Verwijder de speciale schroef van de vonkenvanger en verwijder de vonkenvanger van de knaldemper. Reinig het scherm van de vonkenvanger Gebruik een borstel om koolafzetting van het scherm van de vonkenvanger te verwijderen.Wees voorzichtig dat u het scherm niet beschadigt.De vonkenvanger moet vrij zijn van breuken en gaten. Vervang de vonkenvanger indien deze beschadigd is.Installeer de vonkenvanger en de bescherming van de knaldemper in de omgekeerde volgorde van demontage. EG601A, EG601AE EG671A, EG671AE Scherm vonkenvangerSchroefKnaldemper EG601A, EG601AE EG671A, EG671AE Scherm vonkenvanger EG671AnlGU6838.indd12 2010/01/0411:41:2413
De olie dient voor de eerste keer te worden ververst na twintig (20) uur gebruik. Daarna dient olie verversen elke 100 uur plaats te vinden.
Voordat de olie wordt ververst, moet een geschikte manier worden gevonden om de afgewerkte olie weg te gooien. Gooi deze niet in de afvoer, in de tuin of in open water. Uw plaatselijke bestemmings- of milieuregels geven hieromtrent gedetailleerde instructies. DAGELIJKS
Was het lterelement - vaker als dit in een vuile of stof ge omgeving wordt gebruikt.
Controleer de bougie, reinig indien noodzakelijk. IEDERE 100 UUR
Vervang de motorolie * - vaker als de motor in een vuile of stof ge omgeving wordt gebruikt.
Stel de afstand van de bougie-elektroden in.
Controleer de onderdelen van het bedieningspaneel.
Vervang het rubberen montageblok van de motor.
Geef de motor een onderhoudsbeurt.
ONDERHOUD PAS OP Zorg ervoor dat de motor gestopt is voor u onderhoud, service of reparaties gaat uitvoeren. OPMERKING Het verdient aanbeveling gehoorbescherming te dragen wanneer u de generator gebruikt, of er onderhoud of reparaties aan uitvoert.
Ververs de motorolie elke 100 uur. (Bij een nieuwe motor dient de olie na 20 uur te worden ververst).(a) Laat de olie weglopen door de aftapplug en de olievuldop te verwijderen terwijl de motor warm is.❶ OLIE-AFTAPPLUG(b) Doe de aftapplug terug en vul de motor met olie totdat het maximum niveau op de olievuldop is bereikt. Gebruik verse motorolie van hoge kwaliteit tot het gespeci ceerde niveau zoals aangegeven op blz. 5. Als vervuilde olie of olie van een mindere kwaliteit wordt gebruikt of als de hoeveelheid motorolie niet voldoende is, wordt de motor beschadigd en wordt de levensduur aanzienlijk verkort.
SCHOONMAKEN VAN HET LUCHTFILTER
(Zie Afb. -② t/m ④) Het is erg belangrijk het lucht lter netjes te houden. Vuil dat binnen kan komen door slordig geïnstalleerde, slecht onderhouden of versleten lucht lter-elementen kan de motor beschadigen en sneller doen slijten. Houd daarom het lucht lter te allen tijde schoon.❶ BASIS ❷ ELEMENT❸ AFDEKKING LUCHTFILTER❹ BOUT(a) Verwijder de bout van de afdekking van het lucht lter. (EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE) (Zie Afb.-④)Verwijder de afdekking van het lucht lter en het lterelement.(b) Urethaanschuim: Was het urethaanschuim-element uit in schone kerosine of diesel. Laat vervolgens een mengsel van 3 delen kerosine of dieselolie en 1 deel motorolie in het element trekken.Knijp het element uit om dit mengsel te verwijderen en doe het terug in het lucht lter. OPMERKING In plaats van met schone olie (kerosine) kunt u het urethaan schuimelement ook wassen in een oplossing van een mild wasmiddel en warm water (een sopje). Spoel het element vervolgens grondig uit met schoon water. Laat het element heel goed drogen. Drenk het element in schone motorolie en knijp het teveel aan olie eruit.
HET SCHOONMAKEN EN AFSTELLEN VAN
DE BOUGIE (Zie Afb. -⑤) (a) Als de bougie vervuild is met koolstof, dient u dit te verwijderen met behulp van een schoonmaakmiddel voor bougies of een staalborstel.(b) Stel de afstand tussen de elektroden in op 0,6 tot 0,7 mm.Bougie : BR-6HS (NGK)
HET SCHOONMAKEN VAN HET
BRANDSTOFFILTER (Zie Afb. -⑥) Vuil en water in de brandstof worden verwijderd door het brandstof lter.(a) Verwijder de kom van het lter en gooi water en vuil weg.(b) Reinig het roostertje en de kom van het lter met benzine.(c) Bevestig de kom stevig op de behuizing en zorg er voor dat er geen brandstof lekt.
CONTROLEREN VAN DE KOOLBORSTELS
Onderhoudsgegevens koolborstels(Effectieve lengte) Het oppervlak van de koolborstel waar deze de sleepring raakt moet netjes glad zijn.Is dat niet het geval, dan is het mogelijk dat er stof o.i.d. tussen de koolborstel en de sleepring komt te zitten.Dit moet met schuurpapier o.i.d. worden weggehaald, want dit kan gevaarlijk zijn.De bruikbare lengte van de borstel is 5~11mm, dus vervang de borstel door een nieuwe wanneer deze 5 mm of korter is. (Zie Afb.-⑦)❶ NIEUWLENGTE❷ BRUIKBARE KOOLBORSTELLENGTE EG671AnlGU6838.indd14 2010/01/0411:41:2415
1. Verwijder de twee ensbouten (M5 x 20) en
verwijder vervolgens de afdekking van de beugel.
2. Verwijder de twee ensbouten (M5 x 16) en
verwijder vervolgens de koolborstel. Montage
1. Druk de koolborstel tegen de sleepring en zet hem
vast (1,5~2N•m) met de twee ensbouten (M5 x 16). Blijf terwijl u dit doet controleren of de koolborstel zich in de juiste positie ten opzichte van de sleepring bevindt.
2. Zet de afdekking van de beugel vast (3~4N•m) door
de twee ensbouten (M5 × 20) aan te draaien. (a) Controleer de brandstof (benzine), de motorolie en het lucht lter. (b) Start de motor. (c) Laat de motor tenminste tien minuten lopen met ingeschakelde apparatuur, bijvoorbeeld verlichting. (d) Controleer de volgende punten:
Loopt de motor naar behoren.
Is het geproduceerde vermogen voldoende en brandt het indicatorlampje correct.
Werkt de motorschakelaar naar behoren.
Geen lekkage van motorolie en brandstof (benzine) Wanneer de generator vervoerd moet worden, moet u ervoor zorgen dat de brandstof (benzine) volledig uit de tank wordt afgetapt. WAARSCHUWING
Om morsen van brandstof door trillingen en schokken te voorkomen, mag u de generator nooit vervoeren wanneer er nog brandstof (benzine) in de tank zit.
Doe de tankdop goed vast.
Om het brandrisico dat samengaat met het gebruik van benzine te voorkomen, mag u de generator nooit lang in de zon laten staan.
Bewaar tijdens vervoer de brandstof (benzine) in een uitsluitend voor de opslag van benzine bedoelde stalen tank. (a) Zet de motorschakelaar op de (STOPPEN) stand. (b) Tap de brandstof uit de tank af. (c) Doe de tankdop weer vast. PAS OP
Plaats geen zware dingen op de generator.
Kies de juiste plek en plaats de generator op de juiste positie in het transportvoertuig zodat de generator niet kan bewegen of vallen. Zet de generator indien nodig met touwen e.d. vast. De reden hiervoor is dat de als de borstel nog korter zou zijn, de contactdruk op de sleepring minder zou worden, met als gevolg een vermindering van de ef ciëntie van de generator en van het uitgangsvoltage. Controleer de lengte van de koolborstels elke 500 bedrijfsuren. Controleer de lengte van de koolborstels ook wanneer de generator storingen vertoont, bijvoorbeeld wanneer er geen stroom geproduceerd wordt, of wanneer het voltage te laag is.
9. PERIODIEKE HANDELINGEN
EN INSPECTIES Wanneer u de generator gebruikt als nood- stroomvoorziening, is het nodig de machine periodiek te laten draaien en te controleren. Brandstof (benzine) en motorolie zullen slechter worden na verloop van tijd, waardoor de motor moeilijk zal starten en met als uiteindelijk resultaat storingen aan de motor en defecten. PAS OP Omdat de brandstof (benzine) mettertijd slechter zal worden, dient u de brandstof (benzine) regelmatig door verse te vervangen; we raden u aan dit één keer per drie (3) maanden te doen. EG671AnlGU6838.indd15 2010/01/0411:41:2416
Onderstaande procedures dienen gevolgd te worden voordat uw generator wordt opgeslagen voor een periode van 6 maanden of langer. Laat de brandstof voorzichtig uit de tank lopen door de brandsto eiding los te koppelen. Benzine die achterblijft in de tank zal na een tijdje achteruit gaan in kwaliteit en het moeilijk maken de motor te starten.
Verwijder de aftapschroef van de vlotterkamer van de carburateur en tap de brandstof af. (Zie Afb. -①) ❶ AFTAPSCHROEF Ververs de motorolie. Controleer of er bouten en schroeven zijn losgeraakt, schroef deze vast als dit nodig is. Reinig de generator grondig met behulp van een doek met olie. Spuit met een beschermingsmiddel indien dit voorhanden is. GEBRUIK NOOIT WATER OM DE GENERATOR TE REINIGEN ! Trek aan de handgreep van de starter totdat u weerstand voelt en laat de handgreep in die positie staan. Bewaar de generator in een goed geventileerde, niet te vochtige ruimte.Als de motor van de generator na verscheidene pogingen weigert te starten of als er geen elektriciteit geproduceerd wordt via de aansluitingen, dient u onderstaande tabel te raadplegen. Als uw generator vervolgens nog steeds niet start of geen elektriciteit opwekt, Neem contact op met de dichtstbijzijnde Makita vertegenwoordiger of een erkende onderhoudsmonteur voor meer informatie of maatregelen om het probleem te verhelpen. Als de motor weigert te starten: Als er geen elektriciteit geproduceerd wordt via de aansluitingen: (Zie Afb. ) Controleer of de chokehendel in de juiste stand staat.Zet de chokehendel “DICHT”.Controleer of de brandstofkraan open staat.Open de brandstofkraan als deze dicht staat.Controleer het brandstofpeil. Vul de tank als deze leeg is, zorg er voor niet te ver te vullen. Controleer of de motorschakelaar niet op “UIT” staat.Zet de motorschakelaar op “AAN”.Controleer of de generator niet aan een apparaat is aangesloten.Zet de stroomschakelaar van een eventueel aangesloten apparaat uit en trek de stekker uit de aansluiting. Controleer de bougie op losse bougiedop.Duw de bougiedop op zijn plaats als deze los zit. Controleer de bougie op vuil.Verwijder de bougie en maak de elektroden schoon. Controleer of de wisselstroomonderbreker op “AAN” staat.Nadat u heeft gecontroleerd dat het totale wattage van de aangesloten elektrische apparatuur binnen de toegestane grenzen valt en de apparatuur niet defect is, kunt u de wisselstroomonderbreker op “AAN” zetten.Als er zekeringen blijven doorslaan, moet u contact opnemen met uw dichtstbijzijnde dealer.Controleer het wisselstroom stopcontact en de gelijkstroom aansluitingen op losse contacten.Zet indien nodig de aansluitingen goed vast.Ga na of het starten van de motor werd geprobeerd terwijl er reeds apparaten waren aangesloten. Zet de schakelaar op het aangesloten apparaat uit en trek de stekker uit de aansluiting. Doe de stekker weer terug in het stopcontact nadat de generator goed gestart is. Te laag vermogen. De koolborstel is versleten. EG671AnlGU6838.indd16 2010/01/0411:41:2517
EG321A EG321AE EG441A EG441AE EG601A EG601AE EG671A EG671AE Wisselstroomgenerator Type Borstel, zelfbekrachtigend, 2-polig, enkele fase Regelsysteem voor het voltage Automatische voltage-regelaar (AVR) Wisselstroomuitgang Nominaal voltage-Frequentie V-Hz 230 - 50 Nominale stroomsterkte A 8,7 10,4 15,7 20,0 23,9 Nominaal uitgangsvermogen VA (W) 2000 2400 3600 4600 5500 Maximum uitgangsvermogen VA (W) 2400 3200 4400 6000 6700 Nominale vermogensfactor 1,0 Type beveiliging Zekeringloze onderbreker Gelijkstroomuitgang Nominaal voltage V 12 Nominale stroomsterkte A 8,3 Type beveiliging Zekeringloze onderbreker Motor Model EX17D EX21D EX30D EX35D EX40D Type Robin Geforceerd luchtgekoelde, Viertakt, Benzinemotor met bovenliggende nokkenas Cilinderinhoud mL 169 211 287 404 Brandstof Ongelode benzine voor automobielen Benzinetankcapaciteit L 12,8 22,0 Oliecapaciteit motor L 0,6 1,0 1,2 Nominale constante werking H 10,5 9,0 5,6 7,5 6,6 Bougie BR-6HS (NGK) Startsysteem Trekstarter Elektrische startmotor / Trekstarter 3/4 belasting brandstofverbruik L/H 1,0 1,3 1,9 2,7 2,9 Draairichting Tegen de klok in Afmetingen Lengte mm 600
(116)*2 Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden. *1: ( ) toont de afmetingen inclusief het accuframe. *2: ( ) toont het gewicht inclusief de elektrische starter. EG671AnlGU7034.indd17 2010/06/079:21:2218
Brn Brn Blk GENERATOR BEDIENINGSPANEELMOTOR OntstekingsspoelOliesensorschakelaarOliesensoreenheidROTOR STATORSleepringSecundaire spoelAVR eenheidBrugdiodeRuisfilterWisselstroom-onderbrekerWisselstroom stopcontact Voltmeter MotorschakelaarWisselstroom stopcontactBougieGelijkstroom-onderbrekerGelijkstroomstopcontactWisselstroom wikkeling 1Wisselstroom wikkeling 2 Aard aansluiting Gelijkstroom wikkeling
Brn Brn Blk GENERATOR BEDIENINGSPANEELMOTOR OntstekingsspoelOliesensorschakelaarOliesensoreenheidROTOR STATORSleepringSecundaire spoelAVR eenheidBrugdiodeRuisfilterWisselstroom-onderbrekerWisselstroom stopcontact Voltmeter MotorschakelaarWisselstroom stopcontactBougieGelijkstroom-onderbrekerGelijkstroomstopcontactWisselstroom wikkeling 1Wisselstroom wikkeling 2 Aard aansluiting Gelijkstroom wikkeling Grn/Y Org Y/R RR RBlu BluGryGry Grn Grn Blk
Installatie van de wielenkit (1) Controleer de meegeleverde accessoires. (2) Voorbereiden van het benodigde gereedschap
2 sleutels (12 mm) (3) Installatieprocedure A) Gebruik de kraan of de hefboom om de generator ongeveer 100 mm van de grond te tillen. B) Installeer het wiel en de stopper aan de as. <Wiel met rem of stopper> Installeer de as ⑤ in de rem of stopper ① zodat het wiel ② in de rem zit en zet het geheel vast met de splitpen ③. Zet vervolgens de as ⑤ en de stopper ① vast met de moeren ④. <Wielen zonder rem of stopper> Installeer het wiel ② en de ring ⑧ op de as ⑤ en zet het geheel vast met de splitpen ③. C) Controleer of de wielen soepel kunnen draaien. D) Draai de stelmoer ⑨ en stelbout ⑩ voor de as ⑤ los, breng de gaten in het frame in lijn met de bevestigingsgaten voor de as ⑤ en gebruik de boten ⑥ en moeren ⑦ om de as aan het frame vast te zetten. Aanhaalkoppel: 20 - 25 Nm (2,0 - 2,5 kgm) E) Draai de stelmoer ⑨ en stelbout ⑩ aan om de lengte van de as ⑤ te bepalen. EG671AnlGU6838.indd20 2010/01/0411:41:291
Notice-Facile