EG5550A - Generator MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EG5550A MAKITA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - EG5550A MAKITA
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EG5550A - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EG5550A van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EG5550A MAKITA
Gebruiksaanwijzing Benzinegenerator
Tomoy asu Kato Direttore Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, 446-8502, JAPAN74 NEDERLANDS (Originele instructies) Uitleg bij het overzicht WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van dit product bevatten koolmonoxide, een giftig gas in een gesloten ruimte een levensgevaarlijke concentratie kan bereiken. Inademen van koolmonoxide kan iemand bewusteloos maken en dodelijk zijn. Laat de generator nooit draaien in een gesloten of gedeeltelijk gesloten omgeving waarin mogelijk mensen aanwezig zijn. WAARSCHUWING: De generator kan bij verkeerd gebruik een elektrische schok afgeven. Stel de generator niet bloot aan vocht, regen of sneeuw. Laat de generator niet nat worden en bedien hem niet met natte handen. Bewaar deze handleiding op een voor de hand liggende plaats voor naslag. De handleiding vormt een vast onderdeel van de generator en moet bij wederverkoop bij de generator blijven. Alle informatie en specificaties in deze publicatie zijn gebaseerd op de meest recente productinformatie op het moment van toestemming voor het drukken ervan. Makita Corporation behoudt zich echter het recht voor om de specificaties of het ontwerp op eender welk moment zonder kennisgeving en zonder enige verplichting te stoppen of te wijzigen. Geen enkel deel van deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemming worden gereproduceerd. VEILIGHEIDSINFORMATIE De veiligheid van de operator en andere personen is uiterst belangrijk, en u hebt een grote verantwoordelijkheid om de generator veilig te gebruiken. In deze handleiding en op etiketten op de generator vindt u bedieningsprocedures en andere informatie die u nodig hebt om geïnformeerde beslissingen te kunnen maken over de veiligheid. Deze informatie maakt de operator attent op mogelijke risico's waardoor de operator of andere personen verwondingen kunnen oplopen. Omdat het niet praktisch of mogelijk is om u te waarschuwen over alle risico's bij het gebruik en onderhoud van de generator, moet u altijd uw gezond verstand gebruiken. Belangrijke veiligheidsinformatie wordt gepresenteerd in de volgende vormen:
- Veiligheidsetiketten — op de generator.
- Veiligheidsmeldingen — worden voorafgegaan door een veiligheidssymbool en een van de drie signaalwoorden (GEVAAR, WAARSCHUWING, of LET OP). De signaalwoorden hebben de volgende betekenis: GEVAAR: Geeft aan dat een dodelijk ongeval, zwaar persoonlijk letsel of omvangrijke schade aan de apparatuur zal optreden als u de instructies niet volgt. WAARSCHUWING: Geeft aan dat persoonlijk letsel of schade aan de apparatuur kan optreden als u de instructies niet volgt. LET OP: Geeft aan dat persoonlijk letsel kan optreden als u de instructies niet volgt.
- Koptekst voor een gedeelte over veiligheid — bijvoorbeeld BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE.
- Gedeelte over veiligheid — bijvoorbeeld VEILIGHEID VAN DE GENERATOR.
- Instructies — informatie over correct en veilig gebruik van de generator. U vindt belangrijke veiligheidsinformatie op alle plaatsen in de handleiding. Lees die informatie zorgvuldig.
41. Verkeerd ingehaakt
47. Waarschuwingslampje voor het
ALGEMENE VEILIGHEID SYMBOLEN en BETEKENIS In overeenstemming met de Europese vereisten (EEG Richtlijnen) worden de symbolen in onderstaande tabel gebruikt voor de producten en in deze handleiding. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE Generators van Makita zijn ontwerpen voor een veilig en betrouwbaar bedrijf als ze volgens de instructies worden gebruikt. U moet deze handleiding lezen en begrijpen voordat u de generator bedient. Om ongevallen te voorkomen moet u vertrouwd zijn met de bedieningselementen van de generator en het apparaat altijd veilig bedienen. Verantwoordelijkheden van de operator
- De operator moet de generator in een noodgeval snel kunnen stoppen.
- De operator moet kennis hebben van het gebruik van alle bedieningselementen, uitgangscontacten en aansluitingen van de generator.
- De operator moet ervoor zorgen dat alle personen die de generator bedienen, behoorlijk worden opgeleid. Laat kinderen de generator niet gebruiken zonder ouderlijk toezicht. Gevaar van koolmonoxide
- De uitlaatgassen van de generator bevatten koolmonoxide, een giftig gas dat kleurloos en geurloos is. Inademen van koolmonoxide kan iemand bewusteloos maken en dodelijk zijn.
- Als de generator in een gesloten of gedeeltelijk gesloten ruimte wordt gebruikt, kan de concentratie aan uitlaatgassen in de lucht een gevaarlijk niveau bereiken.
- Gebruik de generator nooit in een garage, huis, of nabij open ramen of deuren. Gevaar van een elektrische schok
- De generator produceert genoeg elektrisch vermogen om bij verkeerd gebruik een ernstige elektrische schok of elektrocutie te veroorzaken.
- Gebruik de generator of een ander elektrisch apparaat niet als er vocht of water aanwezig is, zoals in regen of sneeuw, nabij een zwembad, sprinkler- of irrigatiesysteem, of met natte handen. Daarbij kan elektrocutie optreden. Houd de generator droog.
- Als de generator buiten wordt bewaard en niet is beschermd tegen weersinvloeden, moet u vóór elk gebruik alle elektrische componenten op het bedieningspaneel controleren. Vocht of ijs kunnen storing of kortsluiting in elektrische componenten veroorzaken, met mogelijk elektrocutie als gevolg.
- Sluit de generator niet aan op het elektrische systeem van gebouwen, tenzij een isolatieschakelaar is geïnstalleerd door een erkende elektricien. Gevaar voor brand en brandwonden
- Het uitlaatsysteem kan zo heet worden dat ontvlambare stoffen erbij in brand vliegen. - Houd de generator tijdens gebruik ten minste 1 meter verwijderd van structuren of gebouwen en andere apparatuur. - Sluit de generator niet in binnen een andere structuur. - Houd ontvlambare stoffen uit de buurt van de generator.
- De knaldemper wordt erg heet tijdens gebruik, en blijft nog een tijdlang heet nadat de motor is gestopt. Raak de knaldemper niet aan als hij heet is. Als de generator binnen wordt bewaard, moet u de motor laten afkoelen voordat u hem opbergt.
- Benzine is uiterst brandbaar en kan onder bepaalde omstandigheden ontploffen. Rook niet waar de benzine wordt bewaard en wanneer de generator wordt bijgevuld. Zorg dat er geen vuur/vonken zijn op de plaats waar de generator wordt bijgevuld en waar de benzine wordt bewaard. Voer het bijvullen uit in een goed geventileerde ruimte en bij gestopte motor. Lees de handleiding. Raak geen hete delen aan. Giftige uitlaatgassen. Niet gebruiken in een ongeventileerde ruimte. Motor stoppen voordat brandstof wordt bijgevuld. Let op: gevaar voor elektrische schok. Vlam, open vuur en roken zijn verboden. Sluit de generator niet aan op het openbare net. Benzine Onderhoud inroepen. Droog houden.76
- Brandstofwalmen zijn uiterst brandbaar en kunnen ontploffen wanneer de motor wordt gestart. Als brandstof wordt gemorst, moet u die wegvegen en laten drogen voordat de generator wordt gestart. Andere veiligheidsinformatie:
- Voor alle gebruik en onderhoud is persoonlijke beschermingsuitrusting vereist.
- De belasting moet binnen de waarde worden gehouden die is aangegeven op het vermogensplaatje op de generator. Door overbelasting wordt de generator beschadigd of wordt de levensduur bekort.
- De generator mag niet met buitensporig hoge snelheden draaien. Gebruik bij buitensporig hoge snelheden vergroot het risico op persoonlijk letsel.
- Wijzig geen onderdelen die de vastgestelde snelheid kunnen verhogen of verlagen.
- Gebruik alleen een verlengsnoer dat geaard is en een voldoende draaddikte heeft voor het beoogde gebruik. Een verlengsnoer of verplaatsbaar elektrisch netwerk met een draaddiameter van 1,5 mm
mag maximaal 60 meter lang zijn. Bij een draaddiameter van 2,5 mm
bedraagt de maximale lengte 100 meter.
- Het uitlaatsysteem kan zo heet worden dat ontvlambare stoffen erbij in brand vliegen. Laat de motor niet draaien in de buurt van ontvlambare stoffen. Gebruik de generator niet in vochtige omstandigheden.
- Bewaar brandstof niet binnenshuis en vul de generator niet bij terwijl de motor draait.
- Dek het apparaat niet af terwijl hij wordt gebruikt.
- Gebruik de generator nooit in de buurt van ontvlambare stoffen om vergifitiging en brand tijdens gebruik te voorkomen.
- Het apparaat moet zijn bedrijfssnelheid bereikt hebben voordat er elektrische belasting op mag worden aangesloten. Ontkoppel de belasting voordat de generator wordt uitgeschakeld. Schakel alle apparaten die door de generator worden gevoed uit voordat u de generator zelf uitzet. Het apparaat mag niet worden aangesloten op een andere voedingsbron.
- De beveiliging tegen een elektrische schok is afhankelijk van stroomonderbrekers die speciaal voor deze generator zijn bedoeld. Contacteer bij vervanging een plaatselijke handelaar en gebruik alleen stroomonderbrekers met identieke waarden en karakteristieken.
- Controleer de generator vóór gebruik op beschadigde leidingen, loszittende of ontbrekende klemmen, en beschadigingen aan de tank of de dop. Alle gebreken moeten vóór gebruik worden verholpen.
- De installatie en grotere reparaties aan de generator mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal opgeleide technici. Voordat u de generator transporteert, moet u alle brandstof aftappen om lekkage te voorkomen.
- Bewaar de generator op een goed geventileerde plaats en met een lege brandstoftank. COMPONENTEN (fig. 1) BEDIENINGSPANEEL (fig. 2 en 3)
- Noteer het serienummer van de motor en het frame evenals de aankoopdatum voor als u die later nodig hebt. Vermeld de serienummers wanneer u onderdelen bestelt en bij vragen in verband met technische kenmerken en de garantie. Aankoopdatum: Serienummer van motor: Serienummer van frame: BEDIENINGSELEMENTEN Motorschakelaar (fig. 4) De motor starten en stoppen. Sleutelpositie: O (UIT): De motor stoppen. U kunt de sleutel verwijderen en insteken. I (AAN): De motor laten draaien na het starten. S (START): De motor starten met de startmotor.
- EG2250A en EG2850A die alleen zijn voorzien van de schakelaar I (AAN)/O (UIT) Startgreep (fig. 5) Om de motor te starten, trekt u de startgreep eerst langzaam naar buiten tot u weerstand voelt, en dan trekt u hem snel aan. OPMERKING: Laat de startgreep voorzichtig in zijn uitgangspositie terugkomen om schade aan de startmotor te voorkomen. Laat hem niet losschieten. Als de generator niet is voorzien van een 12 voltaccu voor de startmotor, of als de accu niet voldoende capaciteit heeft om de startmotor te laten werken, dan gebruikt u de trekstarter om de motor te starten. Brandstofkraan (fig. 6) De brandstofkraan bevindt zich tussen de brandstoftank en de carburator. Als de brandstofkraan in de positie "I (AAN)" staat, stroomt er brandstof van de brandstoftank naar de carburator. Draai de brandstofkraan in de positie "O (UIT)" nadat de motor is gestopt. Chokehendel (fig. 7) De choke wordt gebruikt om een rijker brandstofmengsel te leveren wanneer de motor koud wordt gestart. U opent en sluit de choke door de chokehendel met de hand te bedienen. Trek de chokeknop naar buiten naar de positie "GESLOTEN" om het brandstofmengsel te verrijken bij een koude start. Aardaansluiting (fig. 8) De aardaansluiting van de generator is aangesloten op het frame, de metalen niet-stroomvoerende delen, en de aardaansluiting van elk contact van de generator. Voordat u de aardaansluiting gebruikt, moet u contact opnemen met een erkende elektricien, een elektrische keuringsinstantie of een plaatselijk agentschap dat bevoegd is voor de plaatselijke codes en regelgeving voor het beoogde gebruik van de generator.77 Gelijkstroomaansluiting De gelijkstroomaansluiting wordt alleen gebruikt voor het opladen van 12 voltaccu's zoals gebruikt in auto's. De rode aansluiting is positief (+) en de zwarte aansluiting is negatief (-). Let op dat u de accu met de juiste polariteit op de gelijkstroomaansluiting van de generator aansluit (positieve accupool op rode aansluiting van generator, en negatieve accupool op zwarte aansluiting van generator). Gelijkstroombeveiliging (fig. 9) De gelijkstroombeveiliging schakelt het oplaadcircuit van de accu automatisch uit als het oplaadcircuit overbelast wordt, als er een probleem is met de accu, of bij een verkeerde aansluiting tussen de accu en de generator. Waarschuwingssysteem voor de olie (fig. 14) Als er onvoldoende olie is in het carter kan de motor beschadigd worden. Het waarschuwingssysteem voor de olie voorkomt dit door automatisch de motor te stoppen voordat het oliepeil in het carter onder het veilige niveau daalt. (De motorschakelaar blijft in de positie "I (AAN)".) Als het waarschuwingssysteem voor de olie in werking treedt, gaat het waarschuwingslampje voor het oliepeil rood branden. Controleer altijd het oliepeil vóór elk gebruik, ongeacht dit waarschuwingssysteem voor de olie. Als de motor stopt en niet meer herstart kan worden, moet u eerst het oliepeil controleren voordat u mogelijke andere problemen controleert. OPMERKING: Als er voldoende olie is in het carter, brandt het indicatielampje groen. Als er onvoldoende olie is, brandt het waarschuwingslampje voor het oliepeil rood. Voeg olie toe voordat u de generator gebruikt. Wisselstroomonderbreker (fig. 10) De wisselstroomonderbreker wordt automatisch uitgeschakeld bij kortsluiting of een aanzienlijke overbelasting van de generator bij het contact. Als de wisselstroomonderbreker automatisch is uitgeschakeld, moet u controleren of het apparaat correct werkt en de nominale belasting van het circuit niet wordt overschreden voordat u de onderbreker weer inschakelt. De wisselstroomonderbreker mag worden gebruikt om de generator in- en uit te schakelen. Wisselstroombeveiliging (alleen EG4550A, EG5550A, EG6050A) (fig. 11) De wisselstroombeveiligingen worden automatisch uitgeschakeld bij kortsluiting of een aanzienlijke overbelasting van de generator bij de 26 A 230 V. Als een wisselstroombeveiliging automatisch is uitgeschakeld, moet u controleren of het apparaat correct werkt en de nominale belasting van het circuit niet wordt overschreden voordat u de beveiliging weer inschakelt.
GEBRUIK VAN DE GENERATOR
Aansluiting op het elektrische systeem van gebouwen Aansluitingen voor stand-by vermogen op het elektrische systeem van gebouwen moeten worden gemaakt door een erkende elektricien. Zorg ervoor dat de voeding van de generator geïsoleerd is van de voeding van het openbare net, en voldoet aan alle toepasselijke wetten en elektrische codes. Een transferschakelaar voor isolatie van de generator van het openbare net is verkrijgbaar via een erkende dealer van Makita-generators. WAARSCHUWING: Als de aansluiting op het elektrische systeem van een gebouw niet correct wordt uitgevoerd, kan de elektrische stroom van de generator overslaan naar leidingen van het openbare net. Daardoor kunnen onderhoudspersoneel van het openbare net en andere personen die delen van het net tijdens een stroomuitval aanraken geëlektrocuteerd worden, en de generator kan exploderen, ontbranden of brand veroorzaken wanneer het openbare net wordt hersteld. Vraag advies bij het nutsbedrijf of een erkende elektricien. Aardsysteem Draagbare generators van Makita zijn voorzien van een systeemaarde die de componenten van het generatorframe verbindt met de aardaansluitingen van de wisselstroomuitgangscontacten. Omdat de systeemaarde niet is aangesloten op de neutrale wisselstroomdraad, vertoont de generator bij een contacttest dezelfde toestand van het aardcircuit als een thuiscontact. Wisselstroomtoepassingen Voordat u een apparaat of stroomkabel aansluit op de generator:
- Controleer of hij in goede staat verkeert. Gebrekkige apparaten en stroomkabels kunnen een elektrische schok veroorzaken.
- Als een apparaat abnormaal werkt, vertraagt of plotseling stopt, moet u het onmiddellijk uitschakelen. Ontkoppel het apparaat en controleer of er een probleem is met het apparaat en of de nominale belasting van de generator werd overschreden.
- Controleer of de nominale elektrische waarden van het gereedschap of apparaat de specificaties van de generator niet overschrijden. Overschrijd nooit het aangegeven maximale vermogen van de generator. Een vermogen tussen het nominale en het maximale vermogen mag maximaal gedurende één uur worden gebruikt. OPMERKING: Door een aanzienlijke overbelasting wordt de stroomonderbreker uitgeschakeld. Als de generator langer dan de toegestane tijdslimiet maximaal wordt belast of een klein beetje wordt overbelast, treedt de stroomonderbreker of stroombeveiliging wellicht niet in werking, maar wordt de levensduur van de generator wel verkort. Beperk bedrijf op het maximale vermogen tot maximaal één uur. Het maximale vermogen is als volgt: EG2250A: 2,2 kW78 EG2850A: 2,8 kW EG4550A: 4,5 kW EG5550A: 5,5 kW EG6050A: 6,0 kW Bij continu bedrijf mag het nominale vermogen niet worden overschreden. Het nominale vermogen is als volgt: EG2250A: 2,0 kW EG2850A: 2,6 kW EG4550A: 4,0 kW EG5550A: 5,0 kW EG6050A: 5,5 kW Houd daarbij rekening met het totale vermogen (VA) van alle apparaten tezamen die op de generator zijn aangesloten. Informatie over de nominale waarden van apparaten en gereedschappen wordt gewoonlijk vermeld bij het modelnummer of serienummer. Gebruik met wisselstroom (fig. 12)
3. Sluit het apparaat aan.
OPMERKING: Voordat u een apparaat op de generator aansluit, moet u controleren of het in goede staat verkeert. Als een apparaat abnormaal werkt, vertraagt of plotseling stopt, moet u onmiddellijk de contactschakelaar uitzetten. Ontkoppel daarna het apparaat en controleer het op tekenen die op een storing wijzen. De meeste gemotoriseerde apparaten vereisen bij het starten meer dan het nominale vermogen. Overschrijdt niet de aangegeven stroomlimiet voor elk contact. Als de wisselstroomonderbreker of -beveiliging door overbelasting wordt uitgeschakeld, moet u de elektrische belasting van het circuit verminderen, enkele minuten wachten, en vervolgens de onderbreker of de beveiliging resetten. Gebruik met gelijkstroom De gelijkstroomaansluiting wordt alleen gebruikt voor het opladen van 12 voltaccu's zoals gebruikt in auto's. De accuoplaadkabels aansluiten:
1. Voordat u de accuoplaadkabels op een accu in een
auto aansluit, moet u de aardkabel van de accu losmaken van de negative (-) accupool. WAARSCHUWING: De accu geeft explosieve gassen af. Houd vonken, vuur en sigaretten op een afstand. Zorg voor afdoende ventilatie bij het opladen en gebruik van accu's. WAARSCHUWING: In accu's, aansluitklemmen en verwante onderdelen worden lood en loden componenten gebruikt. Was altijd uw handen nadat u met dergelijke onderdelen hebt gewerkt.
2. Sluit de positieve (+) accukabel aan op de positieve
3. Sluit het andere uiteinde van de positieve (+)
accukabel aan op de positieve (+) aansluiting van de generator.
4. Sluit de negatieve (-) accukabel aan op de negatieve
5. Sluit het andere uiteinde van de negatieve (-)
accukabel aan op de negatieve (-) aansluiting van de generator.
6. Start de generator.
OPMERKING: Start het voertuig niet wanneer de oplaadkabel is aangesloten en de generator draait. Daardoor kunnen het voertuig en de generator worden beschadigd. De gelijkstroombeveiliging treedt in werking (de drukknop steekt naar buiten) als het gelijkstroomcircuit wordt overbelast, als de accu bovenmatig veel stroom trekt, of als er een probleem is met de bedrading. Wacht in dat geval enkele minuten voordat u de circuitbeveiliging weer induwt om het bedrijf te hervatten. Als de gelijkstroombeveiliging opnieuw in werking treedt, moet u het opladen onderbreken en contact opnemen met een erkende dealer van Makita-generators. De accukabels ontkoppelen:
negatieve (-) aansluiting van de generator.
3. Ontkoppel het andere uiteinde van de negatieve (-)
(+) aansluiting van de generator.
5. Ontkoppel het andere uiteinde van de positieve (+)
accukabel van de positieve (+) accupool.
6. Sluit de aardkabel van de accu terug aan op de
negatieve (-) accupool. Gebruik op grote hoogte Op grote hoogte is het standaard lucht-brandstofmengsel van de carburator te rijk, en nemen de prestaties af en het brandstofverbruik toe. Een zeer rijk mengsel kan de bougie aantasten en het starten bemoeilijken. Langdurig gebruik op een andere hoogte dan waarvoor de motor is goedgekeurd, kan leiden tot hogere emissiewaarden. Het motorvermogen neemt af met ongeveer 3,5% voor elke 300 meter die u stijgt, zelfs met een aangepaste carburator. Als de carburator niet is aangepast, is de invloed van de hoogte op het vermogen zelfs nog groter. De prestaties op grote hoogte kunnen worden verbeterd door bepaalde aanpassingen aan de carburator. Als de generator altijd op een hoogte boven 1500 meter zal worden gebruikt, kan uw dealer de carburator aanpassen. Als de motor met een aangepaste carburator op grote hoogte wordt gebruikt, voldoet hij gedurende zijn hele levensduur aan de emissievoorschriften. OPMERKING: Als de carburator is aangepast voor bedrijf op grote hoogte, is het lucht-brandstofmengsel te laag bij gebruik op lage hoogte. Door gebruik met een aangepaste carburator op een hoogte onder 1500 meter kan de motor oververhitten en ernstig beschadigd worden. Laat voor gebruik op lage hoogte uw dealer de carburator terugzetten naar de oorspronkelijke fabrieksinstelling.79
CONTROLES VÓÓR BEDRIJF
De motorolie controleren (fig. 13) Controleer vóór elk gebruik het oliepeil; daarbij moet de motor uit staan en de generator op een stabiel en vlak oppervlak staan. Gebruik olie voor viertaktmotoren die voldoet aan (of beter is dan) API-klasse SJ of hoger (of equivalent). Controleer altijd het API-etiket op de olieverpakking en vergewis u ervan dat de klasse SJ of hoger (of equivalent) wordt vermeld.
1. Verwijder de dop/peilstok van de olievulopening en
veeg de peilstok schoon.
2. Steek de peilstok in de vulhals en controleer het
oliepeil. Schroef de dop van de vulopening niet vast.
3. Als de olie laag staat, vult u die bij tot aan de
bovengrens van de vulhals. Gebruik alleen de aanbevolen soort olie. De brandstof controleren (fig. 14) Controleer de brandstofmeter bij gestopte motor. Vul de brandstoftank bij als er weinig brandstof is. WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar en explosief. De omgang met brandstof kan leiden tot brandwonden of zwaar persoonlijk letsel.
- Stop de motor en houd hitte, vonken en vuur op een afstand.
- Vul de brandstof alleen buiten bij.
- Veeg gemorste vloeistof onmiddellijk weg. Voer het bijvullen uit in een goed geventileerde ruimte en bij gestopte motor. Laat de motor eerst afkoelen als hij draaide. Wees voorzichtig bij het bijvullen en mors geen brandstof. Vul niet zoveel bij dat de markering voor het maximale niveau wordt overschreden. Vul de motor nooit bij in een gebouw waar benzinewalmen in contact kunnen komen met vuur of vonken. Houd benzine uit de buurt van apparaten met controlelampjes, barbecues, elektrische apparaten, machinegereedschap, e.d. Gemorste brandstof kan brand en milieuverontreiniging veroorzaken. Veeg gemorste vloeistof onmiddellijk weg. OPMERKING: Let op dat er geen brandstof wordt gemorst bij het tanken omdat de brandstof de verf en het plastic kan aantasten. Schade die is veroorzaakt door gemorste brandstof wordt niet gedekt door de garantie. Plaats na het tanken de tankdop stevig terug. Aanbevolen brandstoffen De motor is goedgekeurd voor bedrijf met gewone loodvrije benzine met een octaangehalte van 86 of hoger. Gebruik nooit oude of vervuilde benzine of een olie- benzinemengsel. Zorg dat er geen vuil of water in de brandstoftank terechtkomt. Gewone loodvrije benzine met minder dan 10 volumeprocent ethanol (E10) of 5 volumeprocent methanol kan worden gebruikt. Bovendien moet de methanol bijkomende oplosmiddelen en corrosieremmers bevatten. Als de brandstof meer ethanol of methanol bevat dan de bovenvermelde waarde, kunnen er start- en prestatieproblemen optreden. De metalen, rubberen en plastic onderdelen van het brandstofsysteem kunnen ook beschadigd worden. Motorschade of prestatieproblemen als gevolg van het gebruik van brandstof met een hoger ethanol- of methanolgehalte dan hierboven is aangegeven, worden niet gedekt door de garantie.
STOPPEN De motor starten Veiligheidshalve mag de generator niet worden gebruikt in een gesloten ruimte zoals in een garage. De uitlaatgassen van de generator bevatten koolmonoxide, een giftig gas dat in een gesloten ruimte snel een gevaarlijke concentratie aanneemt en bewusteloosheid en overlijden kan veroorzaken. WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de generator bevatten koolmonoxide, een giftig gas dat in een gesloten ruimte een gevaarlijke concentratie kan bereiken. Inademen van koolmonoxide kan iemand bewusteloos maken en dodelijk zijn. Laat de generator nooit draaien in een gesloten of gedeeltelijk gesloten omgeving waarin mogelijk mensen aanwezig zijn. Om brand te voorkomen moet de generator tijdens gebruik ten minste 1 meter verwijderd blijven van gebouwen en andere structuren. Houd ontvlambare voorwerpen uit de buurt van de generator. OPMERKING: Gebruik de generator niet op een afstand van minder dan 1 meter van een gebouw of ander voorwerp. Daardoor kan de generator oververhit en/of beschadigd raken. Om voldoende koeling te garanderen, moet ten minste 1 meter ruimte vrij blijven boven en rondom de generator. Raadpleeg het gedeelte "GEBRUIK MET WISSELSTROOM" en "GEBRUIK MET GELIJKSTROOM" in deze handleiding voor informatie over het aansluiten van de generator.
1. Voer de CONTROLES VÓÓR BEDRIJF uit.
2. Controleer of de wisselstroomonderbreker in de
positie "O (UIT)" staat. De generator kan wellicht moeilijk gestart worden als een belasting is aangesloten.
5. Trek de startgreep eerst langzaam naar buiten tot u
weerstand voelt, en trek hem dan snel aan. OPMERKING: Laat de startgreep voorzichtig in zijn uitgangspositie terugkomen om schade aan de startmotor te voorkomen. Laat hem niet losschieten. Met de elektrische startmotor:
1. Sluit de accukabels aan op de generator.
2. Draai de motorschakelaar in de positie "S (START)"
en houd hem daar 5 seconden vast of totdat de motor start.80 OPMERKING:
- De motor kan beschadigd worden als de startmotor langer dan 5 seconden wordt gebruikt. Als de motor niet wil starten, laat u de schakelaar los en wacht u 10 seconden voordat u de startmotor opnieuw gebruikt.
- Als de startmotor na een tijdje vertraagt, moet de accu worden opgeladen. Als de motor is gestart, laat u de motorschakelaar terugkeren naar de positie "I (AAN)". Als u de choke met de hand had gesloten, duwt u hem in de positie "OPEN" wanneer de motor opwarmt. De motor stoppen In een noodgeval: Om de motor in een noodgeval te stoppen, zet u de motorschakelaar in de positie "O (UIT)". Bij normaal gebruik:
1. Zet de wisselstroomonderbreker in de positie
"O (UIT)". Ontkoppel de gelijkstroomoplaadkabels van de accu.
ONDERHOUD Het belang van onderhoud Goed onderhoud is essentieel voor een veilige, zuinige en probleemloze werking van de generator. Zo vermindert u ook de luchtverontreiniging. WAARSCHUWING: Als u gebrekkig onderhoud pleegt of een probleem niet verhelpt vóór gebruik, kan een defect ontstaan met mogelijk zwaar persoonlijk letsel of een dodelijk ongeval tot gevolg. Volg altijd de aanbevelingen voor inspectie en onderhoud en de tijdschema's die in deze handleiding worden gegeven. Op de volgende pagina's vindt u een onderhoudsschema, procedures voor routine-inspectie en eenvoudige onderhoud met elementair handgereedschap die u moet volgen voor een goede zorg van de generator. Andere onderhoudstaken die ingewikkelder zijn of waarvoor speciaal gereedschap is vereist, worden het beste uitgevoerd door een vakman; normaal gesproken worden die uitgevoerd door een Makita-technicus of een andere erkende vakman. Het onderhoudsschema in deze handleiding is gebaseerd op normale bedrijfscondities. Als de generator wordt gebruikt onder veeleisende omstandigheden (zoals onder voortdurende zware belasting of bij hoge temperaturen) of in buitengewoon vochtige of stoffige omstandigheden, moet u contact opnemen met uw dealer voor advies over uw specifieke gebruikssituatie. Onderhoud, vervanging en reparatie van het emissieregelsysteem en systemen mogen worden uitgevoerd door een gewone persoon of reparatiezaak voor niet-wegmotoren, als onderdelen worden gebruikt die voldoen aan de EPA-normen. Veiligheid bij het onderhoud Hieronder volgen enkele belangrijke veiligheidsmaatregelen. Het is echter niet mogelijk om hier alle risico's te noemen die kunnen voorkomen bij onderhoudswerkzaamheden. Onthoud daarom dat u alleen zelf kunt beslissen of u een bepaalde taak wel of niet uitvoert. WAARSCHUWING: Als u de onderhoudsvoorschriften en voorzorgsmaatregelen niet goed opvolgt, kunt u zwaar persoonlijk letsel of een dodelijk ongeval veroorzaken. Volg altijd de procedures en voorzorgsmaatregelen in de handleiding. Veiligheidsmaatregelen
- Vergewis u ervan dat de motor is uitgeschakeld voordat u enig onderhoud of reparatie begint. Zo sluit u enkele risico's uit: - Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen. Gebruik het apparaat buiten en uit de buurt van vensters en deuren. - Verbranding door hete onderdelen. Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u ze aanraakt. - Letsel door bewegende delen. Laat de motor alleen draaien als u uitdrukkelijk daarom gevraagd wordt.
- Lees de instructies voordat u de generator bedient, en zorg ervoor dat u de instructies begrijpt en over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt.
- Wees voorzichtig wanneer u werkt in de buurt van benzine om het risico op brand of een ontploffing te verminderen. Reinig onderdelen uitsluitend met een niet-ontvlambaar oplosmiddel. Gebruik geen benzine. Houd sigaretten, vonken en vuur op een afstand van alle onderdelen die met de brandstof te maken hebben. Onthoud dat uw dealer de generator het beste kent en over alle middelen beschikt om hem te onderhouden en te repareren. Voor de beste kwaliteit en betrouwbaarheid mag u bij reparatie en vervanging alleen nieuwe, originele onderdelen van Makita of equivalent gebruiken.81 Onderhoudsschema *1: Controleer de motor vaker wanneer de generator wordt gebruikt in een stoffige, vuile of veeleisende omgeving. *2: Tenzij de eigenaar beschikt over het juiste gereedschap en de nodige technische kennis, moet onderhoud van dit onderdeel worden uitgevoerd door een erkende dealer van Makita-generators. Zie de Makita-winkelhandleiding. *3: Voor commercieel gebruik moet het aantal bedrijfsuren worden bijgehouden om het juiste onderhoudsinterval te bepalen. Als het onderhoudsschema niet wordt gevolgd, kunnen er defecten optreden die buiten de garantie vallen. De olie vervangen (fig. 15) Tap de olie af terwijl de motor nog warm is zodat u die sneller volledig kunt aftappen.
1. Vang de olie onder de motor op in een geschikte
2. Tap de olie af door de olieaftapplug, de afdichtring en
de dop/peilstok van de olievulopening te verwijderen.
3. Plaats de olieaftapplug en een nieuwe afdichtring
terug, en zet de dop stevig vast.
4. Vul bij met de aanbevolen soort olie en controleer het
oliepeil. Was uw handen met zeep en water nadat u met gebruikte olie hebt gewerkt. OPMERKING: Onjuiste verwijdering van gebruikte motorolie kan schadelijk zijn voor het milieu. Voordat u olie vervangt, moet u controleren of u de olie op de juiste wijze kunt verwijderen. Verwijder hem niet in een vuilnisbak, spoel hem niet door de goot en dump hem niet op de grond. U kunt meer informatie over de juiste verwijdering krijgen bij uw plaatselijke instantie voor zone- en milieuvoorschriften. Onderhoud van de luchtreiniger (fig. 16 & 17) Als de luchtreiniger vuil is, wordt de luchtstroom naar de carburator verminderd. Reinig de luchtreiniger regelmatig om een gebrekkige werking van de carburator te voorkomen. Reinig vaker als de generator in buitengewoon stoffige omstandigheden wordt gebruikt. OPMERKING: Als de motor draait zonder luchtfilter of met een beschadigd of verkeerd geplaatst luchtfilter, zal er vuil in de motor komen en verslijt de motor sneller. Dit soort schade wordt niet gedekt door de beperkte aansprakelijkheid van de distributeur.
1. Verwijder de knop, haak de twee klemmen van de
afdekking van de luchtreiniger los, en verwijder de afdekking en het element.
2. Was het luchtreinigerelement met een oplossing van
warm water en een huishoudelijk afwasmiddel en spoel hem grondig af, of was hem met een oplosmiddel dat niet ontvlambaar is of een hoog ontvlammingspunt heeft. Laat het luchtreinigerelement daarna volledig drogen.
3. Dompel het luchtreinigerelement in zuivere motorolie
en wring de overtollige olie eruit. Als er teveel olie achterblijft in het luchtreinigerelement, rookt de motor bij het opstarten. REGELMATIG ONDERHOUD
Elk gebruik Eerste maand of 20 uur Elke 3 maanden of 50 uur Elke 6 maanden of 100 uur Elk jaar of 300 uur ONDERHOUDSPUNTEN Voer deze uit na de aangegeven tijd of bedrijfsuren, naargelang welke eerst komt. Motorolie Peil controleren
Bougie Controleren en bijstellen
Stationair draaien Controleren en bijstellen Klepspeling Controleren en bijstellen
Reinigen Na elke 500 uur
4. Plaats het luchtreinigerelement en de afdekking terug
op hun plaats. De brandstofsedimentbeker reinigen De sedimentbeker voorkomt dat eventueel vuil of water in de brandstoftank in de carburator terechtkomt. Reinig de sedimentbeker als de motor gedurende langere tijd niet heeft gewerkt.
1. Draai de brandstofkraan in de positie "O (UIT)".
Verwijder de sedimentbeker, de O-ring en het filter.
2. Reinig de sedimentbeker en het filter met een niet-
ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog ontvlammingspunt.
3. Plaats het filter, een nieuwe O-ring en de
controleer of er geen lekken zijn. Onderhoud van de bougie (fig. 18 & 19) U hebt een bougiesleutel (in de winkel verkrijgbaar) nodig om de bougie bij nazicht los te draaien. Aanbevolen bougies: RN9YC (Champion), BPR5ES (NGK), W16EPR-U (DENSO) De bougie moet de juiste vonkafstand hebben en schoon zijn zonder afzettingen, anders zal de motor niet correct draaien. OPMERKING: Door gebruik van een verkeerde bougie kan de motor worden beschadigd. Laat de motor na gebruik afkoelen voordat u de bougie inspecteert.
1. Verwijder de bougiedop.
2. Verwijder eventueel aanwezig vuil rond de basis van
3. Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
4. Controleer de bougie op het oog.
Stop het gebruik als de isolator gebarsten of vuil is of als er stukjes uit zijn.
5. Meet de elektrodenafstand van de bougie met een
draadvoelmaat. Pas de opening indien nodig aan door de zijelektrode voorzichtig bij te buigen. De afstand van de opening moet zijn: 0,7 - 0,8 mm
6. Controleer of de afdichtring van de bougie in goede
staat verkeert, en draai de bougie met de hand in om te voorkomen dat hij verkeerd wordt ingedraaid.
7. Nadat de bougie op zijn plaats zit, draait u hem met
een bougiesleutel vast om de sluitring aan te drukken. - Als u een nieuwe bougie plaatst, moet u hem nadat hij op zijn plaats zit nog een 1/2 slag aandraaien om de sluitring aan te drukken. Als u een gebruikte bougie terugplaatst, moet u hem nadat hij op zijn plaats zit nog een 1/8 tot 1/4 slag aandraaien om de sluitring aan te drukken. OPMERKING: Als de bougie loszit, kan hij oververhit raken en de motor beschadigen. Als de bougie te hard wordt aangedraaid, kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigd worden. Onderhoud van de vonkenvanger (verschillend per land) (fig. 20) De knaldemper is erg heet wanneer de generator werkt of gewerkt heeft. Laat hem afkoelen voordat u de vonkenvanger reinigt. De vonkenvanger moet elke 100 uur nagekeken worden om te zorgen dat hij blijft functioneren zoals bedoeld. Reinig de vonkenvanger als volgt:
1. Draai de schroef bij de uitlaatopening van de
knaldemper los, en verwijder de vonkenvanger.
2. Verwijder met een borstel koolstofresten van het
vonkenscherm. De vonkenvanger mag geen beschadigingen of scheuren vertonen. Inspecteer hem en vervang hem als hij beschadigd is.
3. Plaats de vonkenvanger terug in de omgekeerde
volgorde. BEWAREN Voorbereiding voor opslag Goede opslagomstandigheden zijn essentieel om te zorgen dat de generator goed blijft werken en er goed blijft uitzien. De volgende punten helpen om te voorkomen dat roest en corrosie de prestaties en het uiterlijk aantasten, en zorgen ervoor dat de motor gemakkelijker gestart kan worden. Reinigen Veeg de generator af met een vochtige doek en laat hem volledig drogen. Verf beschadigde verfplekken bij en coat andere oppervlakken die vatbaar zijn voor roest met een dunne laag olie. Brandstof OPMERKING: Brandstoffen kunnen verslechteren en snel oxideren, afhankelijk van het gebied waarin de apparatuur wordt gebruikt. Brandstof kan in minder dan 30 dagen verslechteren en oxideren en zo de carburator en/of het brandstofsysteem beschadigen. Neem contact op met uw dealer om de beste opslagplaats te selecteren. Benzine oxideert en verslechtert tijdens opslag. Oude benzine bemoeilijkt het opstarten en laat aanslag achter waardoor het brandstofsysteem kan verstoppen. Als de brandstof in de generator tijdens opslag verslechtert, moeten de carburator en andere onderdelen van het brandstofsysteem wellicht nagekeken of vervangen worden. Hoe lang benzine in de brandstoftank en de carburator mag blijven voordat er problemen ontstaan bij de werking, is afhankelijk van factoren zoals het brandstofmengsel, de opslagtemperatuur, en of de tank gedeeltelijk of helemaal vol is. De lucht in een gedeeltelijk lege tank tast de brandstofkwaliteit aan. Door opslag bij hoge temperatuur verslechtert de brandstof sneller. Kwaliteitsproblemen kunnen ontstaan binnen enkele maanden of minder als de benzine niet vers was toen de tank werd gevuld. Schade aan het brandstofsysteem of problemen met de motorprestaties door onachtzaamheid bij de opslag worden niet gedekt door de beperkte aansprakelijkheid van de distributeur.83 U kunt de opslagduur van benzine verlengen door een geschikte benzinestabilisator toe te voegen. Of u kunt de carburator, de sedimentbeker (indien van toepassing) en/ of de brandstoftank aftappen om kwaliteitsverlies van de brandstof te voorkomen. Voer onderhoud uit volgens onderstaande tabel: De brandstoftank en de carburator legen (fig. 21) WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar en explosief. De omgang met brandstof kan leiden tot brandwonden of zwaar persoonlijk letsel.
- Stop de motor en houd hitte, vonken en vuur op een afstand.
- Behandel brandstof alleen buitenshuis.
- Veeg gemorste vloeistof onmiddellijk weg.
1. Draai de aftapschroef los en laat de carburator
leeglopen. Tap de benzine af in een geschikte opvangbak.
2. Plaats een geschikte benzinehouder onder de
sedimentbeker, en gebruik een trechter om morsen van de brandstof te voorkomen.
3. Verwijder de sedimentbeker, en draai vervolgens de
brandstofkraan in de positie "I (AAN)".
4. Laat de brandstof volledig weglopen, en plaats daarna
de sedimentbeker opnieuw. Motorolie (fig. 22)
1. Vervang de motorolie.
2. Verwijder de bougie.
3. Giet een theelepel (5 - 10 cc) zuivere motorolie in de
4. Trek de startgreep enkele keren uit om de olie in de
cilinder rond te pompen.
5. Plaats de bougie terug.
6. Trek de startgreep langzaam naar buiten tot u
weerstand voelt. De zuiger gaat nu op de compressieslag omhoog, en de inlaat- en uitlaatkleppen worden gesloten. Door de motor in deze positie te plaatsen, wordt hij beter beschermd tegen interne corrosie. Laat de startgreep voorzichtig terugkeren in zijn uitgangspositie. Maatregelen voor opslag Als de generator met een gevulde brandstoftank en carburator wordt opgeslagen, is het belangrijk dat u het risico op ontbranding van brandstofdampen beperkt. Kies een goed geventileerde opslagruimte ver uit de buurt van een fornuis, waterverwarmingstoestel, droogautomaat of enig ander apparaat dat met vuur of hitte werkt. Vermijd ook plaatsen met een elektromotor die vonken kan produceren of waar motorgereedschap wordt gebruikt. Omdat een hoge vochtigheid roest en corrosie versnelt, moet u opslagplaatsen met een hoge vochtigheid zoveel mogelijk vermijden. Behalve wanneer alle brandstof uit de brandstoftank is verwijderd, laat u de brandstofkraan in de positie "O (UIT)" om de kans op lekkage te beperken. Plaats de generator op een stabiel en vlak oppervlak. Als hij helt kan brandstof of olie gaan lekken. Nadat de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld, dekt u de generator af om hem tegen stof te beschermen. Als de motor of het uitlaatsysteem heet zijn, kunnen ze bepaalde materialen laten ontbranden of smelten. Gebruik geen plastic zeil als bescherming tegen stof. Een ondoorlaatbare afdekking houdt ook vocht vast rond de generator, waardoor roest en corrosie sneller optreden. Uit de opslag halen Controleer de generator zoals wordt beschreven in het gedeelte "CONTROLES VÓÓR BEDRIJF" in deze handleiding. Vul de tank met verse benzine als hij voor opslag was geleegd. Als de benzine in een houder wordt bewaard, moet u zich ervan vergewissen dat de benzine helemaal vers is. Benzine oxideert en verslechtert in de loop van de tijd, en als u geoxideerde en/of slecht geworden olie gebruikt, wordt het opstarten bemoeilijkt. Merk op dat het normaal is dat de motor bij het starten even rookt als de cilinder voor de opslag met een laagje olie was ingesmeerd. OPSLAGDUUR
AANBEVOLEN ONDERHOUDSPROCEDURES OM HANDMATIG STARTEN TE
VOORKOMEN Minder dan 1 maand Geen voorbereiding vereist. 1 tot 2 maanden Vul met verse benzine en voeg benzinestabilisator* toe. 2 maanden tot 1 jaar Vul met verse benzine en voeg benzinestabilisator* toe. Tap de vlotterkamer van de carburator en de brandstofsedimentbeker af. 1 jaar of langer Vul met verse benzine en voeg benzinestabilisator* toe. Tap de vlotterkamer van de carburator en de brandstofsedimentbeker af. Verwijder de bougie en doe een theelepel motorolie in de cilinder. Draai de motor langzaam met de trekstarter om de olie rond te pompen. Plaats daarna de bougie terug. Vervang de motorolie. Als u de generator uit de opslag haalt, moet u vóór het starten de brandstof die er nog inzit aftappen in een geschikte opvangbak, en verse benzine tanken. *Gebruik een benzinestabilisator die speciaal bedoeld is om de opslagduur te verlengen. Volg de aanwijzingen van de fabrikant. Neem contact op met een erkende dealer van Makita-generators voor aanbevelingen voor de stabilisator.84 TRANSPORT (fig. 23) Als u de generator wilt transporteren, moet u eerst de motorschakelaar en de brandstofkraan uitzetten. Houd de generator stabiel en vlak om morsen van de brandstof te vermijden. Brandstofdampen en gemorste brandstof kunnen ontbranden. WAARSCHUWING: Als u de motor of het uitlaatsysteem aanraakt wanneer ze heet zijn, kunt u ernstige brandwonden oplopen of brand veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de generator transporteert of opbergt. Let op dat u de generator niet laat vallen en ergens tegen stoot als u hem verplaatst. Plaats geen zware voorwerpen op de generator. Als de generator op een voertuig wordt getransporteerd, moet u het frame vastzetten zoals wordt getoond. PROBLEMEN OPLOSSEN Als de motor niet wil starten: Als de motor niet wil starten, moet u de generator laten nakijken bij een erkende dealer van Makita-generators. Als er geen elektriciteit staat op de wisselstroomcontacten: TECHNISCHE INFORMATIE Het emissieregelsysteem Emissiebronnen Bij het verbrandingsproces in de motor komen koolmonoxide, stikstofoxiden en koolwaterstoffen vrij. Regeling van de afgifte van koolwaterstoffen en stikstofoxiden is uiterst belangrijk, omdat deze stoffen onder bepaalde omstandigheden onder invloed van zonlicht reageren en fotochemische smog vormen. Koolmonoxide reageert niet op dezelfde wijze maar is giftig. Makita past de aangewezen lucht-brandstofverhouding en andere emissieregelsystemen toe om de afgifte van koolmonoxide, stikstofoxiden en koolwaterstoffen te beperken. Bovendien zijn brandstofsystemen van Makita voorzien van componenten en regeltechnologie om de afgifte van dampen te beperken. Onbevoegde demontage en wijzigingen Als het emissieregelsysteem door onbevoegden wordt gedemonteerd of gewijzigd, kan het emissieniveau het wettelijk toegestane niveau overschrijden. Onbevoegde handelingen zijn onder meer:
- Verwijderen of wijzigen van enig onderdeel van de inlaat, het brandstof- of het uitlaatsysteem.
- Het koppel- of snelheidsaanpassingssysteem wijzigen of overbruggen om de motor buiten de ontwerpparameters te kunnen laten werken. Problemen die het emissieniveau kunnen aantasten Als u een van de volgende symptomen opmerkt, moet u de motor laten nakijken en repareren door uw dealer.
- Moeilijk starten of stilvallen na het starten.
- Onregelmatig stationair draaien.
- Verkeerde ontsteking of ongecontroleerde verbranding onder belasting.
- Naverbranding (backfiring).
- Zwarte uitlaatrook of een hoog brandstofverbruik. Vervangingsonderdelen Het emissieregelsysteem op de Makita-motor is ontworpen, gebouwd en goedgekeurd overeenkomstig de toepasselijke emissiewetgeving. Daarom is het raadzaam om bij alle onderhoud alleen oorspronkelijke onderdelen van Makita te gebruiken. Vervangingsonderdelen van de fabrikant zijn betrouwbaar omdat ze zijn gemaakt volgens dezelfde normen als de oorspronkelijke onderdelen. Door gebruik van vervangingsonderdelen die verschillen van het oorspronkelijke ontwerp en de oorspronkelijke kwaliteit kan de effectiviteit van het emissieregelsysteem afnemen. Merk op dat fabrikanten van aftermarket-onderdelen ervoor verantwoordelijk zijn dat het betreffende onderdeel de emissiekenmerken niet negatief beïnvloedt. De fabrikant of constructeur die het onderdeel namaakt, moet aantonen dat de motor ook met gebruik van dat onderdeel nog voldoet aan de emissieregelgeving. Controleer of er nog brandstof is in de tank. Å Æ Als de brandstoftank leeg is, vult u hem bij. Controleer het oliepeil. Å Æ Als het peil laag is, vult u olie bij; gebruik alleen de aanbevolen soort. Controleer de bougie. Å Æ Als hij in slechte staat verkeert, stelt u de opening bij en droogt u hem. Vervang hem indien nodig. Controleer of de brandstof de carburator bereikt. Å Æ Als dat niet zo is, reinigt u
brandstofsedimentbeker. Controleer of de wisselstroomond erbreker in de positie "I (AAN)" staat. Å Æ Als dat niet zo is, schakelt u de wisselstroomonderbreker in. Controleer het elektrische apparaat of de uitrusting op defecten. Å Æ Als er geen gebreken zijn, moet u de generator laten nakijken bij een erkende dealer van Makita- generators. Als er defecten zijn: - Vervang het elektrische apparaat of de uitrusting. - Breng het elektrische apparaat of de uitrusting naar een vakhandel voor reparatie.85 Onderhoud Volg het onderhoudsschema. Onthoud dat dit schema is gebaseerd op de veronderstelling dat de machine wordt gebruikt voor het beoogde doel. Als de machine langdurig onder hoge belasting of bij hoge temperatuur wordt gebruikt, of in buitengewoon vochtige of stoffige omstandigheden, moet hij vaker nagekeken en onderhouden worden. BEDRADINGSSCHEMA Opmerking: De bedrading van de EG2250A en EG2850A is gelijk. Electric Generator 9.6/12.5A Overcurrent Protective Device Class 1 Mutual Inductor Class 2 Mutual Inductor Engine Engine Oil Level Switch Spark Plug Ignition Coil Main Coil Drive Coil Rotor Coil Direct- current Winding 8A Overcurrent Protective Device Stud Panel Oil LevelFlameout86 Opmerking: De bedrading van de EG4550A, EG5550A en EG6050A is gelijk. Panel Electric Generator 19.5/24/26A Overcurrent Protective Device Class 1 Mutual Inductor Class 2 Mutual Inductor 16A Overcurrent Protective Device 8A Overcurrent Protective Device 16A Overcurrent Protective Device Oil LevelFlameoutFuel CutCharging Coil Startup Engine Engine Oil Level Switch Spark Plug Ignition Coil Carburetor Oil Cut-off Valve Charging Coil Battery Starting Motor & Relay Main Coil Drive Coil Rotor Coil Direct- current Winding87 SPECIFICATIES MONTAGE Het belang van goede montage Goede montage is essentieel voor de veiligheid van de operator en de betrouwbaarheid van de machine. Een fout of onoplettendheid door de persoon die het apparaat monteert of onderhoudt, kan gemakkelijk leiden tot gebrekkige werking, schade aan de machine of verwonding van de operator. WAARSCHUWING: Gebrekkige montage kan leiden tot een onveilige situatie met mogelijk zwaar persoonlijk letsel of een dodelijk ongeval tot gevolg. Volg de procedures en voorzorgsmaatregelen in de montagevoorschriften nauwgezet op. Hieronder volgen enkele belangrijke veiligheidsmaatregelen. Het is echter niet mogelijk om hier alle risico's te noemen die kunnen voorkomen bij montagewerkzaamheden. Onthoud daarom dat u alleen zelf kunt beslissen of u een bepaalde taak wel of niet uitvoert. WAARSCHUWING: Als u de voorschriften en voorzorgsmaatregelen niet goed opvolgt, kunt u zwaar persoonlijk letsel of een dodelijk ongeval veroorzaken. Volg de procedures en voorzorgsmaatregelen in deze handleiding nauwgezet op. Belangrijke veiligheidsmaatregelen
- Zorg dat u volledig vertrouwd bent met alle elementaire veiligheidspraktijken, en draag geschikte kleding en MODEL EG2250A EG2850A EG4550A EG5550A EG6050A Generator Type Borstel, 2 polen, enkele fase Spanningsregeling AVR-type Wisselstroomuitgang
49,8 52,8 95,5 98,5 100,588 veiligheidsuitrusting. Let tijdens de montage in het bijzonder op de volgende punten: - Voordat u het werk begint, moet u de instructies lezen en controleren of u over alle vereiste kennis en gereedschap beschikt om het werk veilig te kunnen uitvoeren.
- Vergewis u ervan dat de motor is uitgeschakeld voordat u enig onderhoud of reparatie begint. Zo sluit u enkele risico's uit: - Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen. Gebruik het apparaat buiten en uit de buurt van vensters en deuren. - Verbranding door hete onderdelen. Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u ze aanraakt. - Letsel door bewegende delen. Laat de motor alleen draaien als de instructies dat uitdrukkelijk vermelden. Houd ook dan uw handen, vingers en kleding op veilige afstand van het apparaat. Laat de motor niet draaien als een afscherming of beveiliging is verwijderd.
- Wees voorzichtig wanneer u werkt in de buurt van benzine of een accu om het risico op brand of een ontploffing te verminderen. Reinig onderdelen uitsluitend met een niet-ontvlambaar oplosmiddel. Gebruik geen benzine. Houd sigaretten, vonken en vuur altijd op een afstand van alle onderdelen die met de brandstof te maken hebben. Uitpakken
1. Neem de generator en doos met losse onderdelen uit
2. Controleer aan de hand van de inhoudslijst hieronder
of alle losse onderdelen aanwezig zijn. Vereist gereedschap: 12mm-sleutel (2), tang89 Losse onderdelen (wielenkit en greep) en voorsteun (alleen voor model EG4550A, EG5550A, EG6050A) Controleer aan de hand van de volgende lijst of alle losse onderdelen aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als een van de losse onderdelen niet is inbegrepen bij de generator. De greep installeren (fig. 24)
1. Verwijder de twee lipjes, steek de handgreep op het
rek, en breng het gat in de handgreep op een lijn met het gat in het rek. Steek vervolgens de as van de handgreep langs buiten door het rek, schroef de flensbout M8 aan de binnenkant erop, en draai de bout vast. DRAAIMOMENT: 24 - 29 N•m, 2,4 - 3,0 kgf•m De wielenkit installeren (fig. 25)
1. Breng het gat in het wiel op een lijn met het gat in het
rek, steek de wielas langs buiten in het rek, schroef de flensbout M8 aan de binnenkant erop, en draai de bout vast. DRAAIMOMENT: 24 - 29 N•m, 2,4 - 3,0 kgf•m De standaard voor de voorzijde monteren (fig. 26)
1. Steek een bout M8×100 door het rubberen voetje, de
standaard en de montageplaat van het rek.
2. Schroef een flensbout M8 op de bout M8×100 die
door de montageplaat steekt, en draai de bout vast. De motor met afstandsbediening stoppen
1. Druk op de stopknop.
2. Zet de motorschakelaar op de generator in de positie
"O (UIT)". Nr. Naam Aantal 110 inchwiel2 2Wielas2 3 As van transporthendel 2 4Bout M8 x 1002 5 Transporthendel 2 6 Standaard voor voorzijde 2 7 Rubberen voetje 2 8 Flensmoer M8 690 Accubak (fig. 27) OPMERKING: De accu is niet inbegrepen. Gebruik een in de handel verkrijgbare accu (nominale waarde: 12 V-10 Ah, L x B x H: maximaal 160 mm x 90 mm x 160 mm).
1. Sluit de zwarte kabel (aardelektrode) van de generator
aan op de negatieve accupool, en de rode kabel op de positieve accupool.
2. Nadat de accu is aangesloten, zet u hem in het
batterijvak in het rek.
3. Zet de accu met de rubberen riem vast door de twee
gespen ervan te bevestigen aan de haken van het accuvak. WAARSCHUWING: In accu's, aansluitklemmen en verwante onderdelen worden lood en loden componenten gebruikt. Was altijd uw handen nadat u met dergelijke onderdelen hebt gewerkt. Motorolie (fig. 13) De generator wordt geleverd ZONDER OLIE in de motor. Plaats de generator op een stabiel en vlak oppervlak. Vul voldoende olie bij (gebruik alleen de aanbevolen soort) tot het oliepeil tot bovenaan de vulhals komt. Gebruik olie voor viertaktmotoren van API-klasse SJ of hoger (of equivalent). Vul niet te veel olie in de motor. Als de motor te veel wordt bijgevuld, kan de overtollige olie overlopen naar de behuizing van de luchtreiniger en het luchtfilter. GARANTIE-INFORMATIE KLANTENSERVICE Het personeel bij de dealer bestaat uit opgeleide vaklieden. Zij zouden u met de meeste vragen moeten kunnen helpen. Als uw dealer een probleem niet naar tevredenheid oplost, bespreek het dan met de service manager of de algemeen directeur van het dealerkantoor. De meeste problemen kunnen op deze manier worden opgelost. Neem contact op met Makita Corporation als u niet tevreden bent over een beslissing van de dealer. Alleen voor Europese landen EC-verklaring van conformiteit Wij, Makita Corporation, verklaren als de verantwoordelijke fabrikant dat de volgende Makita- machine(s): Aanduiding van de machine: Benzinegenerator Modelnr./Type: EG2250A, EG2850A, EG4550A, EG5550A, EG6050A Specificaties: zie de tabel "SPECIFICATIES". in serie zijn geproduceerd en voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2000/14/EG, 2004/108/EG, 2006/42/EG, 2006/95/EG en zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten: EN12601, EN55012, EN61000, EN60204-1 De technische documentatie wordt bewaard door: Makita International Europe Ltd. Technical Department, Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, Engeland De conformiteitsbeoordelingsprocedure vereist door Richtlijn 2000/14/EG was in overeenstemming met bijlage VI. Officiële instantie:
Notice-Facile