HT2375D - Heggenschaar DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HT2375D DOLMAR in PDF-formaat.
| Technische Kenmerken | DOLMAR HT2375D heggenknipper, 2-takt motor, 23,6 cm8, vermogen 0,75 kW, meslengte 75 cm, tandafstand 30 mm. |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor het snoeien van hagen, struiken en kleine bomen, huishoudelijk en semi-professioneel gebruik. |
| Onderhoud en Reparatie | Controleer regelmatig de scherpte van de messen, maak het luchtfilter schoon, controleer het oliepeil en voer jaarlijks onderhoud uit. |
| Veiligheid | Draag beschermende handschoenen, een veiligheidsbril, gebruik niet bij vochtig weer, volg de veiligheidsinstructies in de handleiding. |
| Algemene Informatie | Gewicht 4,5 kg, geluidsniveau 94 dB(A), 2 jaar garantie, CE-conformiteit. |
Veelgestelde vragen - HT2375D DOLMAR
Gebruikersvragen over HT2375D DOLMAR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HT2375D - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HT2375D van het merk DOLMAR.
GEBRUIKSAANWIJZING HT2375D DOLMAR
Om het RISICO van letsel te verkleinen, moet de gebruiker de gebruiksaanwijzing lezen en begrijpen voordat hij/zij de heggenschaar gebruikt. De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder kennisgeving de technische gegevens te veranderen. De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Geef de heggenschaar alleen aan een ander tezamen met deze gebruiksaanwijzing.
ADVERTENCIA:
(Originele instructies)
Hartelijk dank voor uw keuze voor deze heggenschaar van DOLMAR. Met trots kunnen wij u deze heggenschaar van DOLMAR aanbieden als resultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis en ervaring.
De heggenschaarmodellen HT-2350D, HT-2360D en HT-2375D combineren de voordelen van uiterst moderne technologie met een ergonomisch ontwerp. Ze zijn licht van gewicht, handig in gebruik, compact vormgegeven en professionele stukken gereedschap geschikt voor vele verschillende toepassingen.
U dient deze gebruiksaanwijzing, met daarin beschrijvingen van de diverse punten die de uitstekende prestaties aantonen, te lezen, te begrijpen en u eraan te houden. Hierdoor bent u in staat de best mogelijke resultaten te behalen die de heggenscharen van DOLMAR u kunnen bieden.

Inhoud Pagina
Symbolen....59
Veiligheidsinstructies ....60
Namen van onderdelen....64
Brandstof en bijvullen 65
Voorzorgsmaatregelen vóór het starten ....66
De motor starten....67
De motor uitschakelen....67
Het gereedschap bedienen 68
De hoek van de achterhandgreep instellen....68
Onderhoud....69
Opslag 72
Onderhoudsschema 72
Storingzoeken....72
SYMBOLEN
Het is erg belangrijk dat u de volgende symbolen begrijpt wanneer u de gebruiksaanwijzing leest.

WAARSCHUWING/GEVAAR Benzine-oliemengsel


Lees, begrijp en houdt u aan Gebruiksaanwijzing

Motor handmatig starten

Verboden Noodstop


Verboden te roken EHBO


Geen open vuur Recyclen


Veiligheidshandschoenen vereist AAN/START


Houd mensen en huisdieren weg van het werkgebied

UIT/STOP

Veiligheidshelm, ogen- en gehoorbescherming dragen!

CE-symbol
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Algemene instructies
- DIT GEREEDSCHAP KAN ERNSTIG LETSEL VEROORZAKEN. Lees de instructies zorgvuldig door zodat u het gereedschap op de juiste manier kunt behandelen, voorbereiden, onderhouden, starten en stoppen. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsknoppen en de juiste omgang met het gereedschap (1).
- Het verdient aanbeveling de heggenschaar uitsluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn met het gebruik van een heggenschaar. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee.
- Beginnende gebruikers dienen de dealer om basisinstructies te vragen om zichzelf bekend te maken met het omgaan met een motoraangedreven heggenschaar.
- Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met de heggenschaar werken. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen, maar alleen onder toezicht van een gekwalificeerde begeleider.
- Gebruik de heggenschaar met de hoogstmogelijke zorg en aandacht.
- Gebruik de heggenschaar alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen.
- Gebruik nooit de heggenschaar nadat u alcohol of geneesmiddelen hebt gebruikt of als u zich moe of ziek voelt (2).
Bedoeld gebruik van het gereedschap
- De heggenschaar is uitsluitend bedoeld voor het snoeien van struiken en hagen, en mag niet worden gebruikt voor enig andere doel. Behandel de heggenschaar voorzichtig.
Persoonlijke-veiligheidsuitrusting
- De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen juwelen of losse kleding die zich kunnen vasthaken aan struiken en takken of het gereedschap.
- Om letsels aan ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gedragen tijdens het gebruik van de heggenschaar.
- Draag altijd een veiligheidsbril of een spatscherm wanneer u de heggenschaar gebruikt om oogletsel te voorkomen (3).
- Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen: oorbeschermers, oordopjes, enz. (3).
- Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen (4).
- Speciale handschoenen van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van de heggenschaar (4).
- Draag altijd stevige schoenen met een antislipzool tijdens het gebruik van de heggenschaar. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat (4).

text_image
(1)
De heggenschaar starten
- Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een werkbereik van 15 meter (5) en let ook op of er geen dieren in de werkomgeving zijn.
- Controleer voor gebruik altijd of de heggenschaar veilig is om te gebruiken.
- Controleer de juiste werking van de gashendel. De gashendel moet worden gecontroleerd op soepele werking en gemakkelijke bediening. Controleer de juiste werking van de gashendelvergrendeling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de I-O-schakelaar. Voorkom dat olie of brandstof op de handgrepen komt.
Start de heggenschaar alleen op de manier beschreven in de instructies.
Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten (6)!
- Gebruik de heggenschaar uitsluitend voor de beschreven toepassingen.
- Start de motor van de heggenschaar alleen nadat deze volledig is gemonteerd. De heggenschaar mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd!
- Alvorens de motor te starten, controleert u of de messenbladen geen voorwerpen raken, zoals takken, stenen, enz.
- Schakel de motor onmiddellijk uit in het geval zich enig motorprobleem voordoet.
- Houd tijdens het gebruik de voor- en achterhandgrepen met beide handen stevig vast door uw vingers rond de handgrepen te vouwen. Houd de handgrepen schoon, droog en vrij van hars, olie en vet.
Zorg er altijd voor dat u stevig staat met goede balans.
- Gebruik uitsluitend buiten.
- Let altijd goed op uw omgeving en wees bedacht op mogelijke gevaren die u mogelijk niet kunt horen vanwege het geluid van het gereedschap.
- Gebruik de heggenschaar zo, dat u geen uitlaalgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (risico van verstikking en gasvergiftiging). Koolmonoxide is een geurloos gas. Zorg altijd voor voldoende ventilatie.
- Schakel de motor uit wanneer u een pauze neemt en wanneer u de heggenschaar onbeheerd achter laat. Leg hem op een veilige plaats om gevaar voor anderen, in brand vliegen van ontvlambare materialen of beschadiging van het gereedschap te voorkomen.
- Leg nooit een warme benzinebosmaaier op droog gras of enige andere ontvlambare materialen.
- Om brandgevaar te beperken moet u de motor en geluiddemper vrij houden van afval, bladeren en overtollig smeermiddel.
- Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper.
- Schakel de motor uit tijdens vervoer (7).
- Schakel de motor uit voordat u:
- een verstopping opheft;
- het gereedschap controleert, onderhoudt of ermee werkt.
- Leg de heggenschaar op een veilige plaats neer wanneer u hem per auto of vrachtwagen vervoert om te voorkomen dat er brandstof uit lekt.
- Wanneer u de heggenschaar vervoert, zorgt u ervoor dat de brandstoftank volledig leeg is om te voorkomen dat er brandstof uit lekt.
- Bij het vervoeren of opbergen van het gereedschap moet altijd de beschermstrip om de messenbladen worden gedaan.
Brandstof bijvullen
- Schakel de motor uit voordat u brandstof bijvult (7), blijf ver uit de buurt van open vuur (8) en rook niet.
- Nooit brandstof bijvullen bij een warme of draaiende motor.
- Vermijd huidcontact met brandstoffen. Adem de brandstofdampen niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt.
- Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemvervuiling te voorkomen (milieubescherming). Veeg de heggenschaar onmiddellijk schoon nadat brandstof erop is gemorst. Droog de doek waarmee de brandstof is afgeveegd in een goed geventileerde ruimte voordat u deze weggooit. Als u dat niet doet, kan spontane ontbranding optreden.
- Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Trek onmiddellijk andere kleding aan als brandstof op uw kleding is gemorst (gevaarlijke situatie).
- Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig en controleer of deze stevig vastgedraaid zit.
- Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats het gereedschap voordat u de motor start (tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld) (9).
- Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie).
- Vervoer en bewaar brandstoffen alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen.
- Bij het mengen van benzine met tweetaktmotorolie, mag u alleen benzine gebruiken waarin geen ethanol of methanol (soorten alcohol) zit. Dit helpt schade aan brandstofleidingen en andere motoronderdelen te voorkomen.

text_image
STOP (1) • Pauzeren • Vervoeren • Brandstof bijvullen • Onderhouden (7) • Vervangen van onderdelen
text_image
(8)
- Houd tijdens het werken altijd met beide handen de handgrepen vast.
- Gebruik de heggenschaar alleen bij goede verlichting en zicht. Wees bij koud weer bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (risico van uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Werk nooit op instabiele plaatsen of een steile ondergrond.
- Sta nooit op een ladder terwijl u de heggenschaar gebruikt.
- Klim nooit in een boom om daar de heggenschaar te gebruiken.
- Om het risico van struikelen en verlies van controle te verkleinen, mag u niet achteruit lopen tijdens het gebruik van het gereedschap.
- Schakel de motor altijd uit voordat u het gereedschap schoonmaakt, onderhoudt of onderdelen vervangt.
- Gebruik de heggenschaar niet wanneer de messenbladen beschadigd of sterk gesleten is.

Onderhoudsinstructies
- Denk aan uw omgeving. Bedien de heggenschaar met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer met name de carburator op een verkeerde afstelling.
- Maak de heggenschaar regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig zijn vastgedraaid.
- Onderhoud of bewaar de heggenschaar nooit in de buurt van open vuur, vonken, enz. (11).
- Maak de brandstoftank leeg voordat u de heggenschaar opslaat.
- Bewaar de heggenschaar nooit in de buurt van open vuur om brand te voorkomen.
- Bewaar de heggenschaar in een goed geventileerde ruimte op een hoge of afgesloten plaats buiten het bereik van kinderen.
- Probeer niet het gereedschap te repareren, behalve wanneer u vakbekwaam bent dit te doen.

text_image
(11)Houd u aan en volg alle relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de veiligheidscommissies van de beroepsverenigingen en door de verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven.
Breng geen wijzigingen aan de heggenschaar aan, omdat hiermee uw veiligheid gevaar loopt.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum.
Gebruik uitsluitend originele onderdelen en accessoires die zijn geleverd door een erkend DOLMAR-servicecentrum of de DOLMAR-fabriek. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen en verwonding. DOLMAR accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires.
EHBO
Voor het geval zich een ongeval voordoet, zorgt u ervoor dat een goed gevulde EHBO-dood volgens DIN 13164 beschikbaar is in de buurt van de werkplek. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen.
Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept:
- Plaats van het ongeval
- Beschrijving van het ongeval
- Aantal gewonden
- Aard van de verwondingen
- Uw naam

Verpakking
De DOLMAR-heggenschaar wordt geleverd in een beschermende kartonnen doos om beschadiging tijdens transport te voorkomen. Karton is een ruw basismateriaal en kan daarom opnieuw worden gebruikt en is geschikt om te recyclen (recyclen papierafval).


EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT
Alleen voor Europese landen
De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als Bijlage A in deze instructiehandleiding.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Model HT-2350D HT-2360D HT-2375D | ||||||
| Afmetingen (I x b x h) mm 1.014 x 262 x 216 1.119 x 262 x 216 1.259 x | 262 x 216 | |||||
| Gewicht (zonder schede voor de messenbladen) kg 4,8 5,0 5,2 | ||||||
| Volume (brandstoftank) I 0,4 | ||||||
| Cilinderinhoud cm ^3 | 22,2 | |||||
| Lengte van messenbladen mm 483 588 728 | ||||||
| Maximaal motorvermogen kW 0,68 | ||||||
| Aantal snijbewegingen per minuut min^-1 | 4.270 | |||||
| Stationair toerental min^-1 | 3.000 | |||||
| Toerental op aangrijppunt van koppeling min^-1 | 4.000 | |||||
| Type carburator type | WALBRO WYL | |||||
| Ontstekingssysteem type | Transistorontsteking | |||||
| Bougie type | NGK CMR6A | |||||
| Elektrodenafstand mm | 0,7 - 0,8 | |||||
| Trillingen volgens EN ISO 10517 | Rechterhandgreep | a_hv eq m/s ^2 | 3,7 3,4 3,0 | |||
| Onzekerheid (K) m/s ^2 | 1,7 1,8 1,3 | |||||
| Linkerhandgreep | a_hv eq m/s ^2 | 5,9 5,3 3,1 | ||||
| Onzekerheid (K) m/s ^2 | 1,7 2,2 0,5 | |||||
| Geluid volgens EN ISO 10517 | Geluidsdrukniveau dB (A) | 93,0 | 92,8 | 93,9 | ||
| Onzekerheid (K) dB (A) 1,4 2,2 1,2 | ||||||
| Geluidsvermogenniveau dB (A) | 104,5 | 104,4 | 104,4 | |||
| Onzekerheid (K) dB (A) 1,2 1,2 0,8 | ||||||
| Mengverhouding (brandstof: motorolie) | Originele tweetaktmotorolie van DOLMAR | 50 : 1 | ||||
| Tweetaktmotorolie van andere fabrikant | 25 : 1 | |||||
| Overbrengingsverhouding van tandwielen | 9 : 43 | |||||

| NAMEN VAN ONDERDELEN NAMEN VAN ONDERDELEN NAMEN VAN ONDERDELEN | ||||
| 1 Messenblad 7 Carburator (niet afgebeeld) 13 Ontgrendelknop | ||||
| 2 Stompe kant 8 I-O-schakelaar (aan/uit) 14 Uitlaatdemper | ||||
| 3 Voorste handgreep 9 Bougie 15 Brandstofhandpomp | ||||
| 4 Trekstartinrichting 10 Uit-vergrendelhendel 16 Brandstoftank | ||||
| 5 Brandstofvuldop 11 Gashendel 17 Schede | ||||
| 6 Chokehendel 12 Achterste handgreep | ||||
BRANDSTOF EN BIJVULLEN
Benzine-oliemengsel
- De motor van de heggenschaar is een zeer efficiënte tweetaktmotor.
Hij loopt op een mengsel van benzine en tweetaktmotorolie. De motor is ontwikkeld voor gebruik met loodvrije benzine met een minimaal octaangehalte van 91 ROZ.
In het geval dergelijke benzine niet beschikbaar is, mag u benzine met een hoger octaangehalte gebruiken. Hierdoor zal de motor niet worden beschadigd, maar kan wel slechter werken.
Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij gebruik van loodhoudende benzine. Voor een optimale werking van de motor en om uw gezondheid en het milieu te beschermen, gebruikt u alleen loodvrije benzine!
- Om de motor te smeren gebruikt u een tweetaktmotorolie (kwaliteitsklasse TSC-3) en voegt u deze toe aan de benzine.
De motor is ontwikkeld voor gebruik met tweetaktmotorolie van DOLMAR, uitsluitend in een mengverhouding van 50:1 ter bescherming van het milieu. Daarnaast wordt een lange levensduur en een betrouwbare werking met een minimale uitstoot aan uitlaatgassen gegarandeerd. Het is van het grootste belang dat u de mengverhouding 50:1 (tweetaktmotorolie van DOLMAR) aanhoudt omdat anders de betrouwbare werking van de heggenschaar niet kan worden gegarandeerd.
- De juiste mengverhouding:
Benzine: opgegeven tweetaktmotorolie = 50: 1 of
Benzine: Tweetaktmotorolie van andere fabrikant = 25: 1
aanbevolen.
OPMERKING: Bij het bereiden van het benzine-oliemengsel, mengt u eerst de volledige hoeveelheid olie met de helft van de benodigde hoeveelheid benzine in een goedgekeurde tank die aan alle normen van de plaatselijk geldende regelgeving voldoet of deze overschrijdt. Vul daarna de rest van de benodigde hoeveelheid benzine bij. Schud het mengsel goed voordat u de brandstoftank van de heggenschaar ermee vult. Het is met het oog op de veilige werking onverstandig om meer motorolie toe te voegen dan gespecificeerd is. Dit leidt alleen maar tot een hogere productie van verbrandingsresten die het milieu vervuilen en zowel het uitlaatkanaal in de cilinder als de uitlaatdemper verstoppen. Bovendien zal het brandstofverbruik oplopen en zullen de motorprestaties afnemen.
Omgaan met brandstoffen
Tijdens het omgaan met brandstoffen moet u uiterste voorzichtigheid betrachten. Brandstoffen kunnen stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Vul brandstof bij in een goed geventileerd vertrek of buiten. Adem de brandstofdampen niet in en vermijd dat de benzine of olie in aanraking komt met uw huid.
Als uw huid bij herhaling en gedurende een langere tijdsduur in aanraking komt met deze stoffen, zal hij uitdrogen.
Dit kan leiden tot diverse huidaandoeningen. Daarnaast zijn ook allergische reacties bekend.
Uw ogen kunnen geïrriteerd raken door contact met benzine, olie, enz.
Als benzine, olie, enz., in uw ogen komt, moet u ze onmiddellijk uitspoelen met schoon water.
Als uw ogen nog steeds geïrriteerd zijn, raadpleegt u onmiddellijk een huisarts.

text_image
STOP
Houdt u aan de veiligheidsinstructies op pagina 61.

- De motor moet zijn uitgeschakeld.
- Schakel de motor uit tijdens het bijvullen van brandstof, houd het gereedschap uit de buurt van vuur en rook niet.
- Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemvervuiling te voorkomen.
Reinig de heggenschaar onmiddellijk nadat brandstof erop is gemorst. - Mors geen brandstof op de motor. Veeg onmiddellijk schoon nadat brandstof is gemorst.
- Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Kleed u onmiddellijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat).
- Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig kan worden aangedraaid en niet lekt.
- Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats de heggenschaar voordat u de motor start (tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld).
- Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de grond (risico van explosie).
- Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen.
- Maak het gebied rondom de brandstofvuldop grondig schoon om te voorkomen dat vuil in de brandstoftank komt.
- Draai de dop los en vul de brandstoftank met brandstof. Gebruik een trechter met zeef om de brandstof te filteren.
- Draai de dop met de hand stevig vast.
- Maak het gebied rondom de dop en de brandstoftank na het bijvullen van brandstof schoon.
- Veeg gemorste brandstof altijd af om brand te voorkomen.
Opslag van brandstof
- Brandstof kan niet gedurende een onbeperkte tijd worden bewaard.
- Koop alleen de hoeveelheid brandstof die u gedurende een periode van 4 weken opgebruikt.
- Gebruik uitsluitend goedgekeurde brandstofopslagtanks.

text_image
STOP
- Zorg ervoor dat geen kinderen of andere personen zich binnen het werkgebied met een bereik van 15 meter bevinden. Let ook op of er geen dieren in de werkomgeving zijn.
- Controleer voor gebruik altijd of de heggenschaar veilig is om te gebruiken. Controleer of de messenbladen niet beschadigd zijn, controleer de gashendel op soepele bediening, en controleer de juiste werking van de I-O-schakelaar. Zorg ervoor dat de messenbladen niet bewegen wanneer de motor stationair draait.
Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de I-O-schakelaar. - Start de heggenschaar alleen op de manier beschreven in de instructies. Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten (zie De motor starten).
- Start de motor alleen nadat deze volledig is gemonteerd. De motor mag uitsluitend worden gestart nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd. Anders bestaat de kans op letsel.
- Alvorens de motor te starten, controleert u of de messenbladen geen voorwerpen raken, zoals takken, stenen, enz.
- Vóór het snoeien, inspecteert u het gebied op draden, snoeren, glas en andere vreemde voorwerpen die in aanraking zouden kunnen komen met de messenbladen.
- Elektrische schokken. Wees u bewust van alle elektriciteitskabels en schrikdraadafrastering. Controleer alle plaatsen op elektriciteitskabels voordat u begint te snoeien.

Houd tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats de heggenschaar op een schone ondergrond. Zorg ervoor dat de messenbladen de grond of andere voorwerpen niet raken.
Koud starten: (Wanneer de motor koud is of langer dan 5 minuten geleden is uitgeschakeld, of nadat brandstof is bijgevuld.)
- Zet de I-O-schakelaar (1) in de stand "I" (aan).
- Druk meerdere keren (7 tot 10 keer) voorzichtig op de brandstofhandpomp (2) totdat de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt.
- Zet de chokehendel (3) in de stand "|k|".
- Houd de heggenschaar stevig op de grond om te voorkomen dat u de controle erover verliest wanneer u de motor aantrekt. Als u dat niet doet kan dat leiden tot ernstig letsel en/of materiële schade als gevolg van vallen of aanraking van de messenbladen.
- Trek de trekstrekstarthandgreep langzaam 10 tot 15 cm uit tot u weerstand voelt.
- Trek hard aan de trekstarthandgreep terwijl u de weerstand voelt en start de motor.
- Nadat de motor is gestart of ploft en afslaat, zet u de chokehendel (4) terug in de stand "|↓|".
- Laat de motor ongeveer 1 minuut op een matig toerental draaien voordat u versnelt naar volgas.
Opmerking: • Als herhaaldelijk aan de trekstarthandgreep wordt getrokken terwijl de chokehendel in de stand "|\" staat, zal de motor niet gemakkelijk starten vanwege een overmatige brandstofoevoer.
- In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodegedeelte van de bougie droog.
Warm starten: (Opnieuw starten onmiddellijk nadat de motor werd uitgeschakeld.) Probeer eerst een warme motor opnieuw te starten door de bovenstaande procedurestappen 1, 2, 4, 5 en 6 uit te voeren met de chokehendel (4) in de stand "|+". Als de motor niet start, herhaalt u de procedurestappen 1 tot en met 8.
Opmerking: Trek het startkoord niet over zijn volledige lengte eruit. Laat de trekstarthandgreep niet ongecontroleerd terugschieten. Zorg ervoor dat het langzaam teruggetrokken wordt.

- Laat de gashendel helemaal los.
- Zet de I-O-schakelaar (1) in de stand "O" (uit). De motor zal vertragen en stoppen.

text_image
STOP
text_image
STOP (1)HET GEREEDSCHAP BEDIENEN
- Bedien de heggenschaar nooit terwijl u hem losjes vasthoudt.
- Raak nooit de messenbladen aan bij het starten van het gereedschap en tijdens bedrijf.
- Gebruik de heggenschaar zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (risico van gasvergiftiging). Koolmonoxide is een geurloos gas.
- De volledige veiligheidsuitrusting, zoals een beschermkap die bij het gereedschap wordt geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt.
- Gebruik de motor nooit als de uitlaatdemper defect is of ontbreekt.
- Gebruik de heggenschaar alleen bij goede verlichting en zicht.
- Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (risico van uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Sta nooit op een ladder terwijl u de heggenschaar gebruikt. Houd beide voeten op de grond.
- Klim nooit in een boom om daar de heggenschaar te gebruiken.
- Werk nooit op een instabiele ondergrond.
- Verwijder zand, stenen, spijkers, draad, enz., die u binnen uw werkgebied vindt. Vreemde voorwerpen kunnen de messenbladen beschadigen.
- Voordat u begint te snoeien, knipt u met een snoeischaar de takken van 8 mm en dikker af.
- Voordat u begint te snoeien, moeten de messenbladen op maximaal toerental draaien.
- Houd de heggenschaar altijd met beide handen stevig vast aan de handgrepen.
- Pak de handgreep stevig vast door uw duim en vingers er rondom te vouwen.
- Wanneer u de gashendel loslaat, duurt het enkele momenten voordat het messenblad stopt.
- Bedien de heggenschaar nooit met een verhoogd toerental. U kunt de snoeisnelheid niet regelen met de gashendel als het stationair toerental te hoog is.
- Tijdens het snoeien moet de heggenschaar zodanig worden gehouden dat de messenbladen onder een hoek van 15° tot 30° staan ten opzichte van de snoeilijn.
- Wees met name voorzichtig wanneer u hagen snoeit dichtbij of tegen afrasteringen.
- Zorg ervoor dat de messenbladen geen harde voorwerpen raken, zoals een afrastering, een muur of de grond. Hierdoor kunnen de messenbladen barsten, schilferen of afbreken.
- Als de messenbladen stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en de messenbladen controleren op beschadiging. Vervang beschadigde messenbladen voordat u verder gaat met de snoeiwerkzaamheden.
- Neem regelmatig een rustpauze. DOLMAR adviseert om na 50 minuten gebruik een rustpauze van 10 tot 20 minuten te nemen.
- In geval van enige motorproblemen, schakelt u onmiddellijk de motor uit.
- Bedien de heggenschaar met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer met name de juiste afstelling van de carburator en de mengverhouding van het benzine-oliemengsel.
- Probeer nooit vastgeklemd materiaal te verwijderen terwijl het messenblad beweegt. Zet het gereedschap neer, schakel het uit en verwijder het afgesnoeide materiaal.

De achterhandgreep kan 90° linksom en rechtsom worden gedraaid en op elke 45°
worden vastgezet.
De hoek instellen:
- Duw de ontgrendelknop omlaag om de vergrendeling te ontgrendelen.
- Draai de achterhandgreep naar een hoek van 0°, 45° of 90°.
- Controleer dat de ontgrendelknop terugkeert naar zijn oorspronkelijke stand om de achterhandgreep te vergrendelen.
Knijp de gashendel niet in terwijl de achterhandgreep ontgrendeld is.
Ontgrendel de achterhandgreep niet tijdens gebruik.

- Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u de messenbladen schoonmaakt, vervangt of slijpt, en wanneer u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Probeer nooit beschadigde messenbladen recht te trekken of te lassen.
- Inspecteer de messenbladen regelmatig op beschadigingen met uitgeschakelde motor.
- Houd de messenbladen scherp.
- Maak de heggenschaar regelmatig schoon en controleer regelmatig of alle bouten en moeren stevig vastgedraaid zijn.
- Onderhoudt de heggenschaar nooit in de buurt van open vuur om brand te voorkomen.
- Draag altijd leren handschoenen tijdens het hanteren en slijpen van de messenbladen aangezien deze scherp zijn.
Het messenblad slijpen
Als de randen afgerond zijn en niet meer goed snijden, slijpt u alleen de gearceerde gedeelten in de afbeelding eraf. Slijp niet op de raakvlakken (glijoppervlakken) van de boven- en onderranden.
- Zet voordat u begint te slijpen het messenblad goed vast en schakel de motor uit en trek de bougiekap van de bougie af.
- Draag handschoenen, veiligheidsbril, enz.
- Verwijder niet te veel materiaal. Hierdoor wordt de geharde laag verwijderd en worden de messenbladen tijdens gebruik erg snel bot.
De speling tussen de messenbladen instellen
De bovenste en onderste messenbladen slijten. Als schoon snoeien niet meer mogelijk is ondanks dat de messenbladen scherp genoeg zijn, stelt u de speling tussen de messenbladen als volgt in.
- Verwijder de stompe kant door de bouten los te draaien.
- Draai de moer (1) los met een ring- of steeksleutel.
- Draai de platbolkopbout (2) met een inbussleutel iets vast tot deze stopt en draai hem vervolgens een kwartslag terug.
- Draai de moer (1) vast terwijl u de platbolkopbout (2) op zijn plaats houdt.
-
Breng lichte olie aan op de glijoppervlakken van de messenbladen.
-
Start de motor en knijp beurtelings de gashendel in en laat deze weer los gedurende een minuut.
-
Meet de tijd die de messenbladen nodig hebben om tot stilstand te komen nadat de gashendel is losgelaten. Als dit twee seconden of langer duurt, schakelt u de motor uit en herhaalt u de stappen 2 tot en met 7.
-
Stop de motor en raak het oppervlak van de messenbladen aan. Als deze niet te heet zijn om aan te raken, is de afstelling correct. Als ze te heet zijn om aan te raken, draait u de platbolkopbout (2) een klein stukje terug en herhaalt u de stappen 6 tot en met 8.
-
Bevestig de stompe kant door de bouten vast te draaien.

text_image
STOP
text_image
10° 10° Slijpschijf 45° Dwarsdoorsnede van de snijrand Houd de slijpschijf onder een hoek van 45° en slijp de rand af tot de stippellijn om de ronde punt scherp te maken.OPMERKING: Voordat u de afstelling maakt, schakelt u de motor uit en wacht u tot de messenbladen stilstaan.
In de messenbladen zit een gleuf rondom de schroef (2). In het geval u stof ziet in het uiteinde van de gleuf, verwijdert u dit.
① Moer
② Platbolkopbout
③ Messenbladgeleider
④ Bovenste messenblad
⑤ Onderste messenblad

Het stationair toerental controleren en afstellen
De messenbladen mogen niet bewegen wanneer de motor op stationair toerental draait.
- Het stationair toerental moet zijn ingesteld op 3.000 min ^-1 (tpm).
- Stel zo nodig het stationair toerental af met behulp van de stelschroef (de messenbladen mogen niet bewegen wanneer de motor op stationair toerental draait).
- De messenbladen bewegen tijdens stationair draaien: draai de stelschroef linksom om het stationair toerental te verlagen.
- De motor slaat af tijdens stationair draaien: draai de stelschroef rechtsom om het stationair toerental te verhogen.
Als na het afstellen de messenbladen bij stationair toerental nog steeds bewegen, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde, erkende servicecentrum.
- De koppeling moet aangrijpen bij 3.750 min ^-1 (tpm) of hoger toerental.
- Controleer de werking van de I-O-schakelaar, de uit-vergrendelhendel en de gashendel.
Het luchtfilter schoonmaken

WAARSCHUWING: Streng verboden voor ontvlambare materialen
Controleer en reinig het luchtfilter dagelijks of iedere 10 bedrijfsuren.
- Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburator vrij van stof of vuil.
- Draai de bevestigingsbout los.
- Trek de achterrand van de luchtfilterkap naar voren om deze los te maken.
- Als er olie op het luchtfilterelement (spons) zit, knijpt u deze goed uit.
- In geval van ernstige vervuiling:
1) Verwijder het filterelement (spons), dompel het in warm water of in een oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel in water, en droog het grondig.
2) Reinig het luchtfilterelement (vilt) met benzine en droog het grondig.
- Alvorens de luchtfilterelementen terug te plaatsen, moeten deze grondig droog zijn. Als de luchtfilterelementen onvoldoende droog worden teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten.
- Veeg olie rondom het luchtfilter weg met een poetsdoek.
- Onmiddellijk nadat het schoonmaken klaar is, plaatst u de luchtfilterkap terug en draait u de bevestigingsbout vast. (Bij het terugplaatsen haakt u eerst de bovenrand vast.)
Tips voor het omgaan met de luchtfilterelementen
- Maak de luchtfilterelementen meerdere keren per dag schoon als onder extreem stoffige omstandigheden wordt gewerkt.
- Als u blijft doorwerken terwijl de luchtfilterelementen vervuild zijn met olie, kan de olie buiten het luchtfilter terechtkomen en tot olievervuiling leiden.

Controleer en reinig de bougie dagelijks of iedere 8 bedrijfsuren.
- Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of te monteren.
- De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de bougie verstopt zit met roet of vuil, moet u deze grondig schoonmaken of vervangen. Gebruik een identieke vervangingsbougie.
Smeren
- Spuit na iedere 50 bedrijfsuren smeervet in de smeernippel (Shell Alvania nr. 3 of gelijkwaardig).
OPMERKING: Houd u aan de opgegeven intervaltijd en hoeveelheid smeervet. Als u dat niet doet, zal door onvoldoende smering een motorstoring optreden.
Het brandstofffilter (de zuigkop in de brandstoftank) schoonmaken
WAARSCHUWING: Streng verboden voor ontvlambare materialen
Controleer en reinig het brandstofffilter maandelijks of iedere 50 bedrijfsuren.
- Het vilten brandstofffilter (1) op de zuigkop wordt gebruikt om de brandstof die door de carburator wordt aangezogen, te filteren.
- Controleer het vilten brandstofffilter regelmatig op het oog.
- Om de vilten brandstofffilter te controleren, opent u de brandstofvuldop en gebruikt u een draadhaak om de zuigkop uit de tankopening te trekken. Vervang het vilten brandstofffilter als het hard geworden is, vervuild is of verstopt zit.
- Vervang het viltten brandstofffilter ten minste iedere drie maanden om verzekerd le zijn van een voldoende goede brandstofoevoer naar de carburator. Als u dat niet doet, zal door onvoldoende brandstofoevoer de motor moeilijk starten en het maximumtoerental lager zijn.
De brandstofleiding vervangen
LET OP: Streng verboden voor ontvlambare materialen
Controleer en reinig de brandstofleiding dagelijks of iedere 10 bedrijfsuren. Vervang de brandstofleiding iedere 200 bedrijfsuren of ieder jaar, ongeacht de gebruiksfrequentie. Als u dat niet doet, kan brandstoflekkage optreden waardoor brand kan worden veroorzaakt.
Als u tijdens de controle een lekkage vindt, vervangt u de brandstofleiding onmiddellijk.
De brandstofvuldop vervangen
- Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop wordt geconstateerd, moet deze worden vervangen.
- De brandstofvuldop is na verloop van tijd versleten. Vervang de brandstofvuldop iedere twee of drie jaar.

text_image
STOP
text_image
0,7 - 0,8 mm
text_image
Smeernippel
Voor alle onderhoudswerkzaamheden en afstellingen die niet in deze handleiding worden beschreven, neemt u contact op met u uw plaatselijk, erkend DOLMAR-servicecentrum.
Dagelijkse controle en onderhoud
Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden.
Voor gebruik:
- Controleer het gereedschap op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let er met name goed op of de bouten van de messenbladen goed vastgedraaid zijn.
- Controleer altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak deze plaatsen zo nodig schoon.
- Reinig en controleer de brandstoftank op brandstoflekkage of vreemde voorwerpen in de brandstoftank.
Na gebruik:
- Reinig de buitenkant van de heggenschaar en inspecteer op beschadigingen.
- Maak het luchtfilter schoon. Maak het luchtfilter meerdere keren per dag schoon als u in onder extreem stoffige omstandigheden werkt.
- Controleer de messenbladen op beschadiging en verzeker u ervan dat ze stevig gemonteerd zijn.
OPSLAG

- Als u het gereedschap gedurende een lange tijd opslaat, tapt u de brandstof uit de brandstoftank en carburator als volgt af: Tap alle brandstof af uit de brandstoftank.
- Verwijder de bougie en breng enkele druppels olie via het bougiegat in de cilinder. Trek vervolgens voorzichtig aan de trekstarthandgreep zodat de olie de binnenkant van de motor bedekt, en draai de bougie weer vast.
- Verwijder vuil en stof vanaf de messenbladen en de buitenkant van de motor, veeg erover met een in olie doordrenkte doek, en sla het gereedschap op een zo droog mogelijke plaats op.
ONDERHOUDSSCHEMA
| Iedere keer na het bijvullen van brandstof | GashendelI-O-schakelaar | Controleer de werkingControleer de werking |
| Vóór ieder gebruik Montage van de motor | MotorBouten en moerenLuchtfilterKoelluchtinlaatkanaalMessenbladenStationair toerentalBrandstoftank | Voer een visuele controle uit op beschadigingen en goede bevestigingControleer de algemene toestand en veiligheid.Maak schoonMaak schoonControleer op beschadigingen en scherpteInspecteer (messenblad mag niet bewegen)Controleer en maak schoon |
| Ieder 50 bedrijfsuren Tandwielhuis Smeer | ||
| Wekelijks Bougie Controleer en vervang zo nodig | ||
| Jaarlijks Brandstofleiding Vervang | ||
| Iedere 2 jaar Brandstofvuldop Vervang | ||
| Uitschakel-procedure | BrandstoftankCarburatorBrandstoffilter | Maak leeg en reinigLaat de motor draaien tot de brandstof op is Vervang |
STORINGZOEKEN
| Probleem Systeem | Waarneming Oorzaak | ||
| Motor start niet of moeilijk | Ontstekingssysteem | Ontstekingsvonk is aanwezig | Storing in brandstofoevoer of compressiesysteem, mechanisch defect |
| Geen ontstekingsvonk aanwezig | I-O-schakelaar ingeschakeld, bedradingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, storing in ontstekingsmodule | ||
| Brandstoftoevoersysteem | Brandstoftank is vol | Onjuiste stand van chokehendel, carburator defect, zuigkop (brandstofffilter) vervuild, brandstofleiding verbogen of gebarsten | |
| Compressie | Binnenkant van de motor | Cilindervoetpakking is defect, krukaskeerringen zijn beschadigd, cilinder of zuigerveren zijn defect | |
| Buitenkant van de motor | Onjuiste afdichting van de bougie | ||
| Mechanisch defect | Starter grijpt niet aan | Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motor | |
| Problemen bij starten van warme motor | Brandstoftank is vol, ontstekingsvonk is aanwezig | Carburator is vervuild Laat deze schoonmaken | |
| Motor start, maar slaat direct weer af | Brandstoftoevoersysteem | Brandstoftank is vol | Verkeerde afstelling van stationair toerental, of brandstofffilter of carburator is vervuild |
| Ontluchting van de brandstoftank is defect, brandstofleiding is onderbroken, kabel of I-O-schakelaar is defect | |||
| Onvoldoende prestaties | Mogelijk zijn meerdere systemen tegelijk de oorzaak | Motor draait op stationair toerental | Luchtfilter is vervuild, carburator is vervuild, uitlaatdemper is verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder is verstopt |