HS6100 - Cirkelzaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HS6100 MAKITA in PDF-formaat.

📄 72 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MAKITA HS6100 - page 32
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : HS6100

Categorie : Cirkelzaag

SKIP

Veelgestelde vragen - HS6100 MAKITA

Download de handleiding voor uw Cirkelzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HS6100 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HS6100 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING HS6100 MAKITA

Tomoyasu Kato Amministratore Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, 446-8502, JAPAN32 NEDERLANDS (Originele instructies) Verklaring van algemene gegevens 1 Hendel 2 Voorste hendel 3 Achterste vleugelmoer 4 Verstekhoekknop 5 0°-markering 6 45°-markering 7 Zaagsnedelijn 8 Schroef 9 Aan/uit-schakelaar 10 Uit-vergrendelknop 11 Lampje 12 Inbussleutel 13 Losmaken 14 Vastzetten 15 Asvergrendeling 16 As 17 Binnenflens 18 Zaagblad 19 Buitenflens 20 Zeskantbout 21 Ring 22 Stofzuigmondstuk 23 Stofzuiger 24 Slang 25 Klemhendel 26 Breedtegeleider (Liniaal) 27 Instelschroef voor 0° 28 Instelschroef voor 45° 29 Tekendriehoek 30 Zoolplaat 31 Limietmarkering 32 Schroevendraaier 33 Borstelhouderkap TECHNISCHE GEGEVENS

  • In verband met ononderbroken research en ontwikke- ling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land ver- schillen.
  • Gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2003 ENE078-1 Doeleinden van gebruik Het gereedschap is bedoeld voor het rechtzagen in lengterichting en in dwarsrichting en voor het verstekzagen van hoeken in hout terwijl het gereedschap stevig tegen het werkstuk wordt gehouden. Met een geschikt zaagblad is ook zagen in aluminium mogelijk. ENF100-1 Voor openbare laagspanningsverdeelsystemen van tussen 220 V en 250 V Schakelbedieningen van elektrische toestellen veroorza- ken spanningsschommelingen. De bediening van dit gereedschap onder ongunstige lichtnetomstandigheden kan een nadelige invloed hebben op de bediening van andere apparatuur. Het kan worden aangenomen dat er geen negatieve effecten zullen zijn wanneer de netimpe- dantie gelijk is aan of minder is dan 0,32 Ohm. Het stopcontact dat voor dit gereedschap wordt gebruikt, moet beveiligd zijn door een zekering of een stroomon- derbreker met trage afschakelkarakteristieken. GEA010-1 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaar- schuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. GEB013-6 VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN SPECIFIEK

VOOR EEN CIRKELZAAGMACHINE

Werkwijze bij het zagen

1. GEVAAR: Houd uw handen uit de buurt van

het zaaggebied en het zaagblad. Houd met uw andere hand de voorhandgreep of de behuizing van het gereedschap vast. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen.

2. Reik nooit met uw handen onder het werkstuk.

De beschermkap kan u niet beschermen onder het werkstuk tegen het zaagblad.

3. Stel de zaagdiepte in overeenkomstig de dikte

van het werkstuk. Minder dan een volledige tand- hoogte dient onder het werkstuk uit te komen. Model HS6100 HS6101 HS7100 HS7101 Bladdiameter 165 mm 190 mm Max. zaagdiepte Bij 0° 54,5 mm 67 mm Bij 45° 39,5 mm 48,5 mm Bij 50° 35,5 mm 43,5 mm Nullasttoerental (min

4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit

vast met uw handen of benen. Zorg dat het werk- stuk stabiel is ten opzichte van de ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te ondersteunen om de kans te minimaliseren dat uw lichaam eraan blootgesteld wordt, het zaagblad vastloopt of u de controle over het gereedschap verliest.

5. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan

het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen, wanneer u werkt op plaatsen waar het zaagge- reedschap met verborgen bedrading of met zijn eigen snoer in aanraking kan komen. Bij contact met onder spanning staande draden zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan, zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

6. Gebruik bij het schulpen altijd de breedtegelei-

der of de langsgeleider. Hierdoor wordt de nauw- keurigheid van het zagen vergroot en de kans op vastlopen van het zaagblad verkleint.

7. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van

de juiste afmetingen en vorm (diamand of rond). Zaagbladen die niet goed passen op de bevesti- gingsmiddelen van de cirkelzaag, zullen excentrisch draaien waardoor u de controle over het gereed- schap verliest.

8. Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde

bouten en ringen om het zaagblad mee te beves- tigen. De bouten en ringen voor de bevestiging van het zaagblad zijn speciaal ontworpen voor gebruik met uw cirkelzaag voor optimale prestaties en veilig gebruik. Oorzaken van terugslag en waarschuwingen daar- voor – Terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld, vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad, waardoor de oncontroleerbare cirkelzaag omhoog, uit het werk- stuk en in de richting van de gebruiker gaat. – Wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt doordat de zaagsnede naar beneden toe smaller wordt, vertraagt het zaagblad en komt als reactie de motor snel omhoog in de richting van de gebruiker. – Als het zaagblad gebogen of niet-uitgelijnd raakt in de zaagsnede, kunnen de tanden aan de achterrand van het zaagblad zich in het bovenoppervlak van het hout vreten, waardoor het zaagblad uit de zaag- snede klimt en omhoog springt in de richting van de gebruiker. Terugslag is het gevolg van misgebruik van de cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatre- gelen te treffen, zoals hieronder vermeld:

9. Houd de cirkelzaag stevig vast met beide han-

den en houd uw armen zodanig dat een terug- slag wordt opgevangen. Plaats uw lichaam zijwaarts versprongen van het zaagblad en niet in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de cirkelzaag achterwaarts springen, maar de kracht van de terugslag kan met de juiste voorzorgsmaat- regelen door de gebruiker worden opgevangen.

10. Wanneer het zaagblad vastloopt, of wanneer u

om een of andere reden het zagen onderbreekt, laat u de aan/uit-schakelaar los en houdt u de cirkelzaag stil in het materiaal totdat het zaag- blad volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit het zaagblad uit het werkstuk te halen of de cirkelzaag naar achteren te trekken, terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom het zaagblad is vastgelopen en tref afdoende maatrege- len om de oorzaak ervan op te heffen.

11. Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl

het zaagblad in het werkstuk zit, plaatst u het zaagblad in het midden van de zaagsnede en controleert u dat de tanden niet in het materiaal grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen, kan wan- neer de cirkelzaag wordt ingeschakeld het zaagblad uit het werkstuk lopen of terugslaan.

12. Ondersteun grote platen om de kans te minimali-

seren dat het zaagblad bekneld raakt of terug- slaat. Grote platen neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet de plaat ondersteunen aan beide zijranden, vlakbij de zaaglijn en vlakbij het uit- einde.

Een typische afbeelding van goede handplaat- sing, werkstukondersteuning en netsnoer- route (indien van toepassing). Om terugslag te voorkomen, ondersteun de plank of het paneel dichtbij de zaagsnede. Ondersteun de plank of het paneel niet van de zaagsnede weg.34

13. Gebruik een bot of beschadigd zaagblad niet

meer. Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden maken een smalle zaagsnede wat leidt tot grote wrij- ving, vastlopen en terugslag.

14. De vergrendelhendels voor het instellen van de

zaagbladdiepte en verstelhoek moeten vastzitten alvorens te beginnen met zagen. Als de instellin- gen van het zaagblad zich tijdens het zagen wijzi- gen, kan dit leiden tot vastlopen of terugslag.

15. Wees extra voorzichtig wanneer u een zaag-

snede maakt in een bestaande wand of een andere plaats waar u de achterkant van het zaag- oppervlak niet kunt zien. Wanneer het zaagblad door het materiaal heen breekt, kan het een voor- werp raken waardoor een terugslag optreedt.

16. Houd het gereedschap ALTIJD met beide handen

stevig vast. Plaats NOOIT uw hand of vingers achter het zaagblad. Als een terugslag optreedt, kan het zaagblad gemakkelijk achteruit en over uw hand springen waardoor ernstig persoonlijk letsel ontstaat.

17. Dwing de cirkelzaag nooit. Duw de cirkelzaag

vooruit met een snelheid waarbij het zaagblad niet vertraagt. Als u het zaagblad dwingt, kan dat leiden tot een ongelijkmatige zaagsnede, vermin- derde nauwkeurigheid en mogelijke terugslag. Functie van de onderste beschermkap

18. Controleer voor ieder gebruik of de onderste

beschermkap goed sluit. Gebruik de cirkelzaag niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en onmiddellijk sluit. Zet de onderste beschermkap nooit vast in de geopende stand. Als u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan de onderste beschermkap worden verbogen. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en controleer dat deze vrij kan bewegen en niet het zaagblad of enig ander onderdeel raakt, onder alle verstekhoeken en op alle zaagdiepten.

19. Controleer de werking van de veer van de onder-

ste beschermkap. Als de beschermkap en de veer niet goed werken, dienen deze te worden gerepareerd voordat de cirkelzaag wordt gebruikt. De onderste beschermkap kan traag wer- ken als gevolg van beschadigde onderdelen, gom- of hardafzetting, of opeenhoping van vuil.

20. De onderste beschermkap mag alleen met de

hand worden geopend voor het maken van spe- ciale zaagsneden, zoals een “blinde” zaagsnede en “samengestelde” zaagsnede. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het materiaal zaagt. Bij alle andere typen zaagsneden, dient de onderste beschermkap automatisch te werken.

21. Let er altijd op dat de onderste beschermkap het

zaagblad bedekt voordat u de cirkelzaag op een werkbak of vloer neerlegt. Een onbeschermd zaagblad dat nog nadraait, zal de cirkelzaag achter- uit doen lopen waarbij alles op zijn weg wordt gezaagd. Denk aan de tijd die het duurt nadat de cir- kelzaag is uitgeschakeld voordat het zaagblad stil- staat.

22. U kunt de onderste beschermkap controleren,

door deze met de hand te openen, los te laten en te kijken hoe hij sluit. Controleer tevens of de terugtrekhendel de behuizing van het gereed- schap niet raakt. Het zaagblad onbeschermd laten is UITERST GEVAARLIJK en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Aanvullende veiligheidsvoorschriften

23. Wees extra voorzichtig bij het zagen in nat hout,

druk-behandeld timmerhout en hout met knoes- ten. Zorg dat de cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de snelheid van het zaagblad lager wordt, om oververhitting van de zaagtanden te voor- komen.

24. Probeer niet afgezaagd materiaal te verwijderen

terwijl het zaagblad nog draait. Wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voor- dat u het afgezaagde materiaal vastpakt. Het zaagblad draait nog na nadat het gereedschap is uitgeschakeld.

25. Voorkom dat u in spijkers zaag. Inspecteer het

hout op spijkers en verwijder deze zonodig voor- dat u begint te zagen.

26. Plaats het bredere deel van de zool van de cirkel-

zaag op het deel van het werkstuk dat goed is ondersteund, en niet op het deel dat omlaag valt nadat de zaagsnede gemaakt is. Als voorbeeld laat Fig. A zien hoe u het uiteinde van een plank GOED afzaagt, en Fig. B hoe u dit VERKEERD doet. Als het werkstuk kort of smal is, klemt u het vast. PROBEER NOOIT EEN KORT WERK- STUK IN UW HANDEN VAST TE HOUDEN!

27. Voordat u het gereedschap neerlegt na het vol-

tooien van een zaagsnede, controleert u dat de onderste beschermkap gesloten is en het zaag- blad volledig tot stilstand is gekomen.

28. Probeer nooit te zagen waarbij de cirkelzaagma-

chine ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit is uiterst gevaarlijk en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

die giftig kunnen zijn. Neem voorzorgsmaatrege- len tegen het inademen van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.

30. Breng het zaagblad niet tot stilstand door zijde-

lings op het zaagblad te drukken.

31. Gebruik altijd zaagbladen die in deze gebruiks-

aanwijzing aanbevolen worden. Gebruik geen slijpschijven.

32. Houd het zaagblad scherp en schoon. Gom of

hars dat op het zaagblad is opgedroogd vertraagt het zaagblad en verhoogt de kans op terugslag. Houd het zaagblad schoon door dit eerst van het gereedschap te demonteren en het vervolgens schoon te maken met een reinigingsmiddel voor gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooit benzine.

33. Draag een stofmasker en gehoorbescherming

tijdens gebruik van het gereedschap. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van com- fort en bekendheid met het gereedschap (na veelvul- dig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de vei- ligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen.

  • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. De zaagdiepte instellen (Fig. 1) LET OP:
  • Nadat u de zaagdiepte hebt ingesteld, zet u de hendel altijd stevig vast. Draai de hendel van de dieptegeleider los en beweeg de zool omhoog of omlaag. Zet de zool vast op de gewenste zaagdiepte door de hendel vast te zetten. Voor een schonere, veiligere zaagsnede, stelt u de zaag- diepte zodanig in dat niet meer dan een tandhoogte door het werkstuk heen steekt. Door de zaagdiepte goed in te stellen, verkleint u de kans op een potentieel gevaarlijke TERUGSLAG, en daarmee op persoonlijk letsel. Verticaal verstekzagen (Fig. 2, 3 en 4) Zet de voorste hendel en de achterste vleugelmoer los. Stel in op de gewenste zaaghoek (0° – 50°) door de zaag in die stand te kantelen en zet dan de voorste hendel en de vleugelmoer weer stevig vast. Gebruik de 45° verstekhoekknop als u in een precieze verstekhoek van 45° wilt zagen. Draai de knop volledig naar rechts voor verstek zagen (0° – 45°) of draai de knop naar links voor een andere zaaghoek van 0° – 50°. Zichtlijn (Fig. 5) Voor recht zagen lijnt u de 0°-markering vooraan de zool- plaat precies uit met uw zaagsnedelijn. Voor 45° verstek- zagen gebruikt u de 45°-markering. De stand van de bovenste geleider is instelbaar. Werking van de aan/uit-schakelaar (Fig. 6) LET OP:
  • Controleer altijd, voordat u de stekker in het stopcon- tact steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergren- delknop in en knijpt u de aan/uit-schakelaar in. Laat de aan/uit-schakelaar los om het gereedschap te stoppen. Trek niet hard aan de trekkerschakelaar zonder ook de uit-vergrendelknop in te drukken. De schakelaar zou daardoor kunnen breken. Fig. B36 Voor model HS6101, HS7101 Het lampje laten branden (Fig. 7) LET OP:
  • Kijk niet recht in het lamplicht of de lichtbron. Het lampje gaat branden wanneer u het gereedschap op de stroom aansluit. Het lampje blijft branden totdat u de stroom afsluit. OPMERKING:
  • Gebruik een zachte doek om vuil van het lensglas van het lampje te verwijderen. Let op dat u geen krassen maakt op het lensglas van het lampje, want dat kan het licht belemmeren.
  • Gebruik geen benzine, thinner e.d. om het lensglas van het lampje schoon te maken. Dergelijke stoffen kunnen het lensglas beschadigen. INEENZETTEN LET OP:
  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Het zaagblad aanbrengen en verwijderen (Fig. 8) LET OP:
  • Verzeker u ervan dat het zaagblad zodanig wordt aan- gebracht dat de tanden aan de voorkant van het gereedschap omhoog wijzen.
  • Gebruik uitsluitend de Makita-sleutel voor het aanbren- gen en verwijderen van het zaagblad. Als u het zaagblad wilt verwijderen, drukt u eerst de asvergrendeling in zodat het zaagblad niet meer kan draaien, en gebruikt u vervolgens de inbussleutel om de zeskantbout linksom los te draaien. Verwijder tenslotte de zeskantbout, de buitenflens en het zaagblad. Voor gereedschap met een binnenflens voor een zaagblad met een middengatdiameter van 15,88 mm (Fig. 9) Plaats de binnenflens met de verzonken kant naar buiten gericht op de as en breng daarna het zaagblad, de bui- tenflens en de zeskantbout aan.

ZORG ERVOOR DAT U DE ZESKANTBOUT

RECHTSOM STEVIG VASTDRAAIT. Voor gereedschap met een binnenflens voor een zaagblad met een andere middengatdiameter dan 15,88 mm (Fig. 10) De binnenflens heeft een uitstulping met een zekere dia- meter aan één zijde en een uitstulping met een andere diameter aan de andere zijde. Kies de juiste zijde waar- van de uitstulping perfect in het middengat van het zaag- blad past. Plaats vervolgens de binnenflens zodanig op de as dat de zijde met de juiste uitstulping naar buiten wijst, en breng daarna het zaagblad, de buitenflens aan.

  • Zorg ervoor dat de uitstulping “a” van de binnen- flens die naar buiten wijst, perfect past in het mid- dengat “a” van het zaagblad. Als u het zaagblad op de verkeerde kant van de binnenflens aanbrengt, kun- nen gevaarlijke trillingen het gevolg zijn. Bij het verwisselen van het zaagblad dient u vooral ook het opgehoopt zaagsel van de bovenste en onderste beschermkappen te verwijderen. Dit verlost u echter niet van de plicht om vóór elk gebruik de werking van de onderste beschermkap nog eens te controleren. (Fig. 11) Opbergplaats voor de inbussleutel (Fig. 12) Wanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te voorko- men dat deze wordt verloren. Aansluiten van een stofzuiger (Fig. 13 en 14) Wanneer u bij het zagen de omgeving schoon wilt hou- den, sluit u een Makita stofzuiger aan op uw gereed- schap. Zet het stofzuigmondstuk op het gereedschap vast met de schroef. Sluit vervolgens de stofzuigerslang aan op het mondstuk, zoals in de afbeelding getoond. BEDIENING (Fig. 15) LET OP:
  • Duw het gereedschap voorzichtig in een rechte lijn naar voren. Als u het gereedschap dwingt of verdraait, zal de motor oververhit raken en het gereedschap gevaarlijk terugslaan waardoor ernstig letsel kan wor- den veroorzaakt.
  • Gebruik altijd de voorhandgreep en achterhandgreep, en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast aan zowel de voorhandgreep als de achterhandgreep. Houd het gereedschap stevig vast. Het gereedschap is voorzien van zowel een voorhandgreep als een achter- handgreep. Gebruik beide handgrepen om het gereed- schap optimaal vast te houden. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. Plaats eerst de zool op het werkstuk dat u wilt zagen, zonder dat het zaagblad het werkstuk raakt. Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het zaagblad op volle snelheid draait. Duw het gereed- schap nu gewoon naar voren over het oppervlak van het werkstuk, houd het daarbij vlak, en duw gelijkmatig totdat het zagen klaar is. Zorg voor een schone zaagsnede door een rechte zaag- lijn en een constante voortgaande snelheid. Als de zaag- snede niet verloopt volgens de voorgenomen zaaglijn, mag u niet proberen het gereedschap iets te draaien of te dwingen terug te keren naar de zaaglijn. Als u dit doet, kan het zaagblad vastlopen en een gevaarlijke terugslag optreden met mogelijk ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. Laat de aan/uit-schakelaar los, wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen en trek vervolgens het gereedschap terug. Lijn het gereedschap opnieuw uit met een nieuwe zaaglijn en begin weer te zagen. Pro- beer te vermijden dat door de positie van het gereed- schap de gebruiker wordt blootgesteld aan zaagsel en spaanders die door het gereedschap worden uitgewor- pen. Gebruik oogbescherming om verwonding te voorko- men. Breedtegeleider (liniaal) (Fig. 16) Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig recht zagen. Schuif gewoon de breedtegeleider strak tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn plaats vast met behulp van de schroef op de voorkant van de zool van het gereedschap. Op deze manier is het tevens mogelijk een zaagbeweging te herhalen met iden- tieke breedte.37 ONDERHOUD LET OP:
  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud.
  • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Nauwkeurig de zaaghoek van 0° en 45° instellen (verticaal en 45° verstekzagen) (Fig. 17 en 18) Deze instelling is in de fabriek gemaakt. Maar als de instelling niet meer juist is, draait u met een inbussleutel de instelschroeven bij terwijl u de precieze hoek van 0° of 45° controleert met een tekendriehoek of een graden- boog, enz. Nauwkeurig parallel instellen (Fig. 19) De parallelstand van het zaagblad en de zoolplaat is in de fabriek ingesteld. Maar als die instelling niet meer juist is, kunt u deze als volgt corrigeren. Zorg dat alle hendels en schroeven stevig vast zijn gezet. Draai dan zoals in de afbeelding de schroef ietwat los. Open nu de onderste beschermkap en verstel de achterkant van de zoolplaat zo dat de afstanden A en B precies gelijk zijn. Wanneer dit in orde is, draait u de schroef weer vast. Maak een proefzaagsnede om te zien of er precies parallel gezaagd wordt. Vervangen van koolborstels (Fig. 20 en 21) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Ver- vang de koolborstels wanneer ze tot aan de limietmarke- ring versleten zijn. Houd de koolborstels schoon, zodat ze gemakkelijk in de houders glijden. Beide koolborstels dienen gelijktijdig te worden vervangen. Gebruik uitslui- tend gelijksoortige koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de kappen van de koolborstelhouders te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet daarna de kappen weer goed vast. Na het vervangen van de koolborstels sluit u de stroom van het gereedschap aan, om dan de koolborstels in te werken door het gereedschap onbelast zo'n 10 minuten lang te laten draaien. Controleer dan terwijl het gereed- schap draait de werking van de elektrische rem wanneer u de trekkerschakelaar loslaat. Als de elektrische rem niet goed werkt, laat u het gereedschap dan repareren door een Makita servicecentrum. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product te handhaven, dienen alle reparaties en alle andere onderhoudswerkzaamheden of afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita Servicecen- trum, en dat uitsluitend met gebruik van Makita vervan- gingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP:
  • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik de acces- soires of hulpstukken uitsluitend voor het gespecifi- ceerde doel. Wenst u meer informatie over deze accessoires, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde Makita service- centrum.
  • Breedtegeleider (Liniaal)
  • Aansluitstuk OPMERKING:
  • Sommige van de onderdelen in deze lijst kunnen bijge- leverd zijn als standaard-accessoires. Deze accessoi- res kunnen per land verschillend zijn. ENG905-1 Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld vol- gens EN60745: Model HS6100, HS6101 Geluidsdrukniveau (L

Gebruikstoepassing: zagen in metaal Trillingsemissie (a h, M ): 2,5 m/s

Gebruikstoepassing: zagen in metaal Trillingsemissie (a h, M ): 2,5 m/s

  • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten vol- gens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereed- schappen.
  • De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstel- ling. WAARSCHUWING:
  • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
  • Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getrof- fen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). ENH101-15 Alleen voor Europese landen EU-Verklaring van Conformiteit Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makita- machine(s): Aanduiding van de machine: Cirkelzaagmachine Modelnr./Type: HS6100, HS6101, HS7100, HS7101 in serie zijn geproduceerd en Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EC En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de vol- gende normen of genormaliseerde documenten: EN60745 De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, Engeland