8433D - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 8433D MAKITA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 8433D MAKITA
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 8433D - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 8433D van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING 8433D MAKITA
- In verband met ononderbroken research en ontwikke- ling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids- voorschriften nauwkeurig op te volgen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK VAN DE ACCULADER EN DE ACCU
1. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN — In deze
gebruiksaanwijzing staan belangrijke veilig- heids- en bedieningsvoorschriften betreffende de acculader (snellader).
2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen
betreffende (1) de acculader, (2) de accu en (3) het gereedschap aandachtig door alvorens de acculader in gebruik te nemen.
3. LET OP — Om het gevaar voor ongelukken te
verminderen, dient u met de snellader uitslui- tend MAKITA oplaadbare accu’s te laden. Accu’s van andere merken kunnen gaan barsten en hier- door verwondingen of schade veroorzaken.
4. Stel de acculader niet bloot aan regen of
5. Het gebruik van accessoires die niet door de
fabrikant van de acculader worden verkocht of aanbevolen, kan brandgevaar, elektrische schok of verwondingen veroorzaken.
6. Om de stekker en het netsnoer niet te beschadi-
gen, trekt u het netsnoer uit het stopkontakt door de stekker vast te pakken.
7. Let op dat het snoer zodanig op de grond ligt,
dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen en dat er niets op het snoer geplaatst wordt.
8. Gebruik in geen geval de acculader als het nets-
noer of de stekker beschadigd is. Vervang deze onmiddellijk.
9. Gebruik de acculader ook niet als deze gevallen
is, aan een zware klap heeft blootgestaan, of als u vermoedt dat hij beschadigd is. Laat in deze gevallen de acculader eerst nakijken.
10. Haal de acculader of de accu niet uit elkaar; laat
eventuele servicebeurten of reparaties uitslui- tend vakkundig uitvoeren. Het onjuist opnieuw in elkaar zetten kan namelijk een elektrische schok of brandgevaar opleveren.
11. Om gevaar voor een elektrische schok te vermin-
deren, trekt u de stekker uit het stopkontakt alvo- rens de acculader te reinigen of een onderhoudsbeurt te geven. Door de acculader alleen maar uit te schakelen, vermindert u dit gevaar niet.
12. De acculader is niet bedoeld voor gebruik door
kleine kinderen of geestelijk gestoorden waarop geen toezicht wordt gehouden.
13. Houd toezicht op kleine kinderen om te voorko-
men dat ze met de acculader spelen.21 BIJGEVOEGDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK VAN DE ACCULADER EN DE ACCU
1. Laad de accu niet op als de temperatuur LAGER
is dan 10°C of HOGER dan 40°C.
2. Gebruik voor het laden nooit een step-up trans-
formator, een dynamo of een gelijkstroombron.
3. Zorg dat de ventilatiegaten van de acculader niet
afgesloten worden of verstopt raken.
4. Bedek altijd de polen van de accu met het kunst-
stof kapje wanneer u de accu niet gebruikt.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de aansluitklemmen nooit aan met geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet op een plaats waar ook andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan leiden tot een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden of zelfs tot defecten.
6. Bewaar de acculader en de accu niet in plaatsen
waar de temperatuur tot 50°C of hoger kan op lopen.
7. Werp zwaar beschadigde of volledig uitgeputte
accu’s niet in het vuur, omdat een gevaarlijke explosie er het gevolg van kan zijn.
8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen
en het niet aan schokken of stoten blootstelt.
9. Laad de accu niet op in een kist, een container
e.d. Om de accu op te laden, dient u dit in een goed geventileerde ruimte te plaatsen. BIJGEVOEGDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1. Denk eraan dat dit gereedschap altijd gebruiks-
klaar is, omdat het niet op een stopkontakt hoeft te worden aangesloten.
2. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de
voeten hebt. Controleer of er zich niemand bene- den bevindt wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken.
3. Houd het gereedschap stevig vast.
4. Houd uw handen uit de buurt van roterende
5. Wanneer u boort in muren, vloeren of andere
plaatsen waar er kans is dat u op elektrische kabels stoot die onder spanning staan, GEEN
VAN DE METALEN ONDERDELEN VAN HET
GEREEEDSCHAP AANRAKEN! Houd het gereedschap uitsluitend bij de geïsoleerde hand- grepen vast, om een elektrische schok te voor- komen wanneer u per ongeluk op een onder spanning staande kabel boort.
6. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog
in bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wan- neer u het met de handen vasthoudt.
7. Raak de boor of het werkstuk niet aan onmiddel-
lijk na gebruik; deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Plaatsen en verwijderen van accu (Fig. 1)
- Schakel de machine altijd uit voordat een accu geplaatst of verwijdert wordt.
- Om de accu te verwijderen, neemt u het uit het gereed- schap terwijl u de knoppen aan beide zijden van de accu indrukt.
- Om de accu te installeren, past u de rug op de accu in de groef in de behuizing van het gereedschap, en dan schuift u de accu naar binnen. Schuif de accu zo ver mogelijk erin, totdat het met een klikgeluid vergrendelt. Indien u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en uzelf of anderen verwonden.
- Als de accu moeilijk in de houder komt, probeer het dan niet met geweld in te duwen. Indien de accu er niet gemakkelijk ingaat, dan houdt u het verkeerd om. Werking van de trekschakelaar (Fig. 2) LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij het loslaten naar de “OFF” positie terugkeert. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u gewoon de trekschakelaar in. Hoe dieper de trekschakelaar wordt ingedrukt, hoe sneller het gereedschap draait. Om het gereedschap uit te schakelen, de trekschakelaar losla- ten. Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 3) LET OP:
- Controleer altijd de draairichting alvorens het gereed- schap te gebruiken.
- Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is geko- men. Indien u de draairichting verandert terwijl de boor nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
- Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschake- laar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schake- laar in de neutrale stand staat, kan de trekschakelaar niet worden ingedrukt. Veranderen van het toerental (Fig. 4) Om het toerental te veranderen, schakelt u eerst het gereedschap uit en dan schuift u de toerentalschakelaar naar de “II” zijde voor hoog toerental, of naar de “I” zijde voor laag toerental. Zorg ervoor dat de toerentalschake- laar in de juiste stand staat alvorens met het werk te beginnen. Gebruik het toerental dat geschikt is voor uw werk. LET OP:
- Schuif de toerentalschakelaar altijd volledig naar de juiste positie. Als u het gereedschap gebruikt met de toerentalschakelaar halverwege tussen de “I” en “II” posities, kan het gereedschap beschadigd raken.
- Verschuif de toerentalschakelaar niet terwijl het gereedschap draait. Hierdoor kan het gereedschap beschadigd raken.22 Kiezen van de gewenste werking (Fig. 5) Dit gereedschap heeft een keuzering voor het kiezen van de gewenste werking. Er zijn drie werkingen beschik- baar. Kies met deze ring de werking die geschikt is voor uw werk. Voor boren alleen, draait u de ring zodat de wij- zer op het gereedschap naar de M markering op de ring wijst. Voor boren en hameren, draait u de ring zodat de wijzer naar de X markering op de ring wijst. Voor boren en schroeven, draait u de ring zodat de wijzer naar de U markering op de ring wijst. LET OP: Zorg ervoor dat de gewenste markering op de ring juist overeenkomt met de wijzer. Indien u het gereedschap gebruikt wanneer de wijzer naar een positie halfweg tus- sen de markeringen op de ring wijst, kan het gereed- schap beschadigd raken. Instellen van het draaimoment (Fig. 6) Het draaimoment kan worden ingesteld in 16 stappen door de afstelring zodanig te draaien dat zijn schaalver- delingen overeenkomen met de wijzer op het huis van het gereedschap. Het draaimoment is minimaal wanneer het cijfer 1 met de wijzer overeenkomt, en is maximaal wanneer het cijfer 16 met de wijzer overeenkomt. Alvorens met het eigenlijke werk te beginnen, moet u het geschikte draaimoment bepalen door een proefschroef in uw werkstuk of in een stuk van hetzelfde materiaal te schroeven. Installeren of verwijderen van schroefbit of boor (Fig. 7 en 8) Belangrijk: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de boor te installe- ren of te verwijderen. Draai de bus naar links om de klau- wen van de boorkop te openen. Steek de boor zo diep mogelijk in de boorkop. Draai daarna de bus naar rechts om de boorkop vast te zetten. Om de boor te verwijde- ren, draai de bus naar links. Plaats de boor in de boor- houder wanneer u deze niet gebruikt. In de boorhouder kunt u boren met een lengte van maximaal 45 mm plaat- sen. Zijhandgreep (hulphandgreep) (Fig. 9) Gebruik altijd de zijhandgreep om een veilige bediening te verzekeren. Monteer de zijhandgreep zodanig dat zijn tanden tussen de uitsteeksels op de schacht van het gereedschap passen. Zet daarna de handgreep vast door deze rechtsom naar de gewenste positie te draaien. De zijhandgreep is 360° draaibaar zodat u deze in elke gewenste positie kunt gebruiken. Afstelbare dieptestang (Fig. 10) De afstelbare dieptestang wordt gebruikt om gaten van gelijke diepte te boren. Draai de vleugelschroef los, zet de stang in de gewenste positie, en draai de vleugel- schroef weer vast. Indraaien van schroeven (Fig. 11) Draai eerst de werkingskeuzering zodat de wijzer op het gereedschap naar de U markering wijst. Kies met de afstelring het juiste draaimoment voor uw werk. Ga daarna als volgt te werk. Plaats de punt van de schroefbit in de schroefkop en oefen druk op het gereedschap uit. Start het gereed- schap langzaam en voer dan de draaisnelheid geleidelijk op. Laat de trekschakelaar los zodra de koppeling ingrijpt. OPMERKINGEN:
- Zorg ervoor dat u de schroefbit recht in de schroefkop plaatst, aangezien anders de schroef en/of de schroef- bit beschadigd kan raken.
- Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voor- boorgaten in het hout. Dit vergemakkelijkt het inschroe- ven en voorkomt dat het hout splijt. Zie de onderstaande tabel.
- Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuwe accu verder te werken. Boren Draai eerst de werkingskeuzering zodat de wijzer op het gereedschap naar de M markering wijst. Voor deze wer- king kunt u de afstelring voor het draaimoment op een willekeurig cijfer instellen.Ga daarna als volgt te werk.
- Boren in hout Voor boren in hout krijgt u de beste resultaten met houtboren die voorzien zijn van een geleideschroef. Het boren gaat dan gemakkelijker aangezien de gelei- deschroef de boor in het hout trekt.
- Boren in metaal Wanneer u begint te boren, gebeurt het vaak dat de boor slipt. Om dit te voorkomen, slaat u van tevoren met een drevel een deukje in het metaal op de plaats waar u wilt boren. Plaats vervolgens de boor in het deukje en start het boren. Gebruik altijd boorolie wan- neer u in metaal boort. De enige uitzonderingen zijn ijzer en koper die droog geboord dienen te worden. Nominale diameter van houtschroef (mm) Aanbevolen diameter voorboren (mm) 3,1 2,0 – 2,2 3,5 2,2 – 2,5 3,8 2,5 – 2,8 4,5 2,9 – 3,2 4,8 3,1 – 3,4 5,1 3,3 – 3,6 5,5 3,6 – 3,9 5,8 4,0 – 4,2 6,1 4,2 – 4,423 LET OP:
- Door overmatige druk op het gereedschap uit te oefe- nen verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel druk op het gereedschap zal alleen maar de boorpunt beschadigen, de prestatie van het gereedschap ver- minderen en de gebruiksduur verkorten.
- Wanneer de boor uit het gaatje te voorschijn komt, wordt een enorme kracht uitgeoefend op het gereed- schap en op de boor. Houd daarom het gereedschap stevig vast en wees op uw hoede wanneer de boor door het werkstuk begint te dringen.
- Wanneer de boor klemraakt, keert u met de omkeer- schakelaar de draairichting om, om de boor uit het gaatje te krijgen. Het gereedschap kan echter plotse- ling terugspringen indien u het niet stevig vasthoudt.
- Kleine werkstukken dient u altijd eerst vast te zetten in een klemschroef of iets dergelijks.
- Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuwe accu verder te werken. Hamerboren Draai eerst de werkingskeuzering zodat de wijzer op het gereedschap naar de X markering wijst. Voor deze wer- king kunt u de afstelring voor het draaimoment op een willekeurig cijfer instellen. Zet de boor op de plaats waar u een gat wilt boren, en druk de trekschakelaar in. For- ceer het gereedschap niet. Lichte druk geeft de beste resultaten. Houd het gereedschap goed op zijn plaats om te voorkomen dat de boor uit het boorgat wegslipt. Oefen geen grotere druk uit wanneer het boorgat met spaan- ders en boorafval verstopt raakt. Laat in zo’n geval het gereedschap onbelast draaien en verwijder de boor gedeeltelijk uit het boorgat. Herhaal dit een aantal keer. Het boorgat zal schoongemaakt worden zodat u weer normaal kunt boren. LET OP: Een enorme draaikracht wordt plotseling uitgeoefend op het gereedschap en op de boor wanneer de boor uit het gat te voorschijn komt, of wanneer het boorgat verstopt raakt met spaanders en boorafval, of wanneer de boor op wapeningsstangen in het beton stoot. Gebruik daarom altijd de zijhandgreep (hulphandgreep) en houd het gereedschap tijdens het gebruik zowel bij de zijhand- greep als bij de schakelhandgreep vast. Als u dit niet doet, kunt u de controle over het gereedschap verliezen, hetgeen ernstige verwonding kan veroorzaken. Blaasbalgje (Fig. 12) Gebruik het blaasbalgje om het boorgat schoon te maken. Installeren van de sluitplaat (Fig. 13) Voor 8413D Installeer altijd de sluitplaat wanneer u accus 1200, 1202 of 1202A gebruikt. Gebruik de bijgeleverde schroef om de sluitplaat aan het gereedschap te bevestigen. ONDERHOUD LET OP: Controleer altijd of de machine is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voeren aan de machine. Vervangen van koolborstels (Fig. 14 en 15) Vervang de borstels wanneer ze tot aan de aangegeven limiet zijn afgesleten. Beide koolborstels dienen tegelij- kertijd te worden vervangen. Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft, die- nen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita service centrum.24 ESPAÑOL Explicación de los dibujos 1 Botón pulsador 2 Cartucho de baterías 3 Interruptor de gatillo 4 Conmutador de inversión 5 Lado A 6 Lado B 7 Rotación hacia la derecha 8 Rotación hacia la izquierda 9 Baja velocidad 10 Alta velocidad 11 Palanca de cambio de veloci- dad 12 Anillo de cambio del modo de accionamiento 13 Flecha 14 Anillo de ajuste 15 Graduaciones 16 Apretar 17 Mandril 18 Implemento de atornillar 19 Portador de implemento de atornillar 20 Base de agarre 21 Dientes 22 Agarradera lateral 23 Aflojar 24 Varilla de profundidad 25 Tornillo de apriete manual 26 Tornillo 27 Placa de fijación 28 Marca de límite 29 Tapa del portaescobillas 30 Destornillador ESPECIFICACIONES Modelo 8413D 8433D 8443D Capacidades Hormigón .....................................................13 mm 14 mm 16 mm Acero ...........................................................13 mm 13 mm 13 mm Madera ........................................................30 mm 36 mm 38 mm Tornillo para madera ....................................6 x 75 mm 6 x 75 mm 10 x 90 mm Tornillo para máquina ..................................6 mm 6 mm 6 mm Velocidad en vacío (min
- Gebruik bit Nr. 1 voor het vastdraaien van kolomschroeven M3, of houtschroeven 2,1 mm – 2,7 mm.
- Gebruik bit Nr. 2 voor het vastdraaien van kolomschroeven M4 – M5, of houtschroeven 3,1 mm – 4,8 mm.
- Gebruik bit Nr. 3 voor het vastdraaien van kolomschroeven M6 – M8, of houtschroeven 5,1 mm – 6,4 mm. Bit No. L (mm) No. 1 65 No. 2 45 65 110 150 250 No. 345 65110 Bit No.
- Boor met wolfraamcarbide uiteinde
- “M” is de afkorting voor “maximale boordiepte.”
- Rubber steunschijf set
- Wollen poetsschijf 100
Geluidsniveau en trilling Het typische A-gewogen geluidsdrukniveau is 83 dB (A). Tij- dens het werken kan het geluidsniveau 85 dB (A) overschrij- den. – Draag oorbeschermers. – De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is 8 m/s
Notice-Facile