MultiMeterCompact - Multimeter Laserliner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MultiMeterCompact Laserliner in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - MultiMeterCompact Laserliner
Gebruikersvragen over MultiMeterCompact Laserliner
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MultiMeterCompact - Laserliner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MultiMeterCompact van het merk Laserliner.
GEBRUIKSAANWIJZING MultiMeterCompact Laserliner
Lees de bedieningshandleiding en de bijgevoegde brochure, Garantie- en aanvullende aanwijzingen' volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie goed.
Functie / toepassing
Multimeter voor de meting in het bereik van de overspanningscategorie CAT III tot max. 1.000 V / CAT IV tot max. 600 V. Met dit meetapparaat kunnen gelijk- en wisselspanningsmetingen, gelijken wisselstroommetingen, doorgangs- en diodetests, weerstandsmetingen, capaciteits-, frequentie- en tastgraadmetingen binnen de gespecifi ceerde bereiken worden uitgevoerd. Bovendien is het meetapparaat uitgerust met een contactloze spannings-detector met vibratiealarm.
Symbolen

Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning: door onbeschermde, spanningvoerende onderdelen in de behuizing bestaat gevaar voor elektrische schokken.

Waarschuwing voor een gevarenpunt

Veiligheidsklasse II: het controleapparaat beschikt over een versterkte of dubbele isolatie.
CAT III
Overspanningscategorie III: bedrijfsmiddelen in vaste installaties en voor toepassingen waarbij bijzondere vereisten aan de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de bedrijfsmiddelen worden gesteld, bijv. schakelaars in vaste installaties en apparaten voor industriële toepassingen met constante aansluiting op de vaste installatie.
CAT IV
Overspanningscategorie IV: apparaten bedoeld voor de toepassing aan of in de buurt van de voeding in de elektrische installatie van gebouwen en vanaf de hoofdverdeler gezien in de richting van het net bijv. verbruiksmeter, overstroomschakelaar en stuureenheid voor dag- en nachtstroom
Veiligheidsinstructies
- Let op dat altijd de correcte aansluitingen, de correcte positie van de draaischakelaar en het correcte bereik voor de betreffende meting geselecteerd zijn.
- Schakel vóór het meten resp. controleren van weerstand, doorgang, dioden of capaciteit de spanning van het stroomcircuit uit. Let op dat alle hoogspanningscondensators ontladen zijn.
- Vóór het openen van het batterijvakdeksel dient de stroomtoevoer naar het apparaat te worden onderbroken.
- Werk bij voorkeur niet alleen.
- Grijp de meetpunten alleen vast aan de handgrepen. De meetcontacten mogen tijdens de meting niet worden aangeraakt.
- Als het apparaat met vocht of andere geleidende resten bevochtigd is, mag niet onder spanning worden gewerkt. Vanaf een spanning van 25V AC resp. 60V DC bestaat gevaar voor levensgevaarlijke schokken op grond van de vochtigheid. Reinig en droog het apparaat vóór gebruik. Let bij gebruik buitenshuis op dat het apparaat alleen onder dienovereenkomstige weersomstandigheden resp. na het treffen van geschikte veiligheidsmaatregelen toegepast wordt.
- Bij de omgang met spanningen van meer dan 25V AC resp. 60V DC dient uiterst voorzichtig te worden gewerkt. Bij contact met de elektrische geleiders bestaat bij deze spanningen al levensgevaar door elektrische schokken.
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen die met geleidende deeltjes belast zijn of waarin door optredend vocht (bijv. door condensatie) een tijdelijk geleidende atmosfeer ontstaat.
- Gebruik het apparaat uitsluitend doelmatig binnen de aangegeven specifi caties.
- Voer metingen die gevaarlijk dicht bij elektrische installaties moeten worden uitgevoerd, niet alleen uit en alléén na instructie van een verantwoordelijke elektromonteur.
- Waarborg vóór iedere meting dat het te controleren bereik (bijv. leiding), het testapparaat en het toegepaste toebehoren (bijv. aansluitleiding) in optimale staat verkeren. Test het apparaat op bekende spanningsbronnen (bijv. 230V-contactdoos voor de AC-controle of de autoaccu voor de DC-controle). Het apparaat mag niet meer worden gebruikt als één of meerdere functies uitvallen.

text_image
8 7 AUTO HOURS REL AC DC -0.000 Max Hz nF 10 6 5 MODE RANGE HOLD NO. 12 1 4 3 2 TBA COM VDHA
text_image
IHGE AUTO HOLD REL D AC DC 0.0Ω C - 8.0Ω B A J MkΩ Hz% mA nF
text_image
rood 13 14 zwart1 Draaischakelaar voor de instelling van de meetfunctie
2 Ingangsbus rood (+)
3 COM-bus zwart (−)
4 10A ingangsbus rood (+)
5 Handmatige bereikskeuze
6 Omschakelen van de meetfunctie
7 Weergave (contactloze spanningsdetector)
8 Sensor (contactloze spanningsdetector)
9 LC-display
10 Houder voor meetpunten
11 Relatief-functie
12 Actuele meetwaarde behouden, LCD-verlichting
13 Meetpunten
14 Meetcontacten
A Meetwaardeweergave (4 cijfers, 4.000 digits)
B Batterijlading gering
C Negatieve meetwaarden
D Gelijk- (DC) of wisselgrootheden (AC)
E Automatische bereikskeuze
F Actuele meetwaarde wordt behouden
G Relatief-functie
H Diodetest
I Doorgangstest
J Meeteenheden: mV, V, μA, mA, Ohm, kOhm, MOhm, nF, μF, Hz, kHz, MHz, %
Displayweergave: O.L: Open line / overfl ow: Meetkring niet gesloten resp. meetbereik overschreden
Maximaal ingangsvermogen
| Functie Maximale ingang | |
| V DC / V AC 1.000 V DC, 1.000 V AC | |
| A DC/AC 10 A DC/AC (max. 30 seconden om de 15 minuten) | |
| Frequentie, weerstand, capaciteit, tastgraad, diodetest, doorgangstest | 1.000 V DC/AC |
AUTO-OFF-functie
Het meetapparaat schakelt na 15 minuten inactiviteit automatisch uit om de batterijen te sparen.
Plaatsen van de batterijen

Bevestiging van de meetpunten
Bij niet-gebruik en tijdens het transporteren dienen de meetpunten steeds in de houder op de achterzijde te worden geplaatst om letsel door de meetpunten te vermijden.

3 Aansluiting van de meetpunten

text_image
10A COM VΩHz 10A COM VΩHzDe zwarte meetpunt (-) moet altijd op de 'COM-bus' worden aangesloten. Bij stroommetingen moet de rode meetpunt (+) op de '10A-bus' worden aangesloten. Bij alle andere meetfuncties moet de rode meetpunt (+) op de 'VΩHz-bus' worden aangesloten.
!
Let vóór iedere meting op de correcte aansluiting van de meetpunten. Spanningsmeting met aangesloten stroomaansluitingen 10A kan leiden tot aanspreken van de ingebouwde zekering en tot schade aan de meetkring.
Zet de draaischakelaar voor de stroom- meting op ,10A' en druk op de toets ,Mode' om de spanningsssoort (AC, DC) in te stellen. Schakel de stroomkring uit voordat u het meetapparaat aansluit. Verbind vervolgens de meetcontacten met het meetobject. De berekende meetwaarde en de polariteit worden op het display weergegeven. Schakel de stroomkring opnieuw uit voordat u het meetapparaat verwijdert.

text_image
rood zwart
pie
| Category | Value (%) | |---|---| | High | 10 | | Low | 2 | | Medium | 5 | | Low | 3 |
text_image
AUTO AC DC 16.8 m A MODE!
Meet geen stromen boven 10 A gedurende meer dan 30 seconden. Hierdoor kan/kunnen het apparaat of de meetpunten beschadigd raken.
Zet de draaischakelaar op 'V' en druk op de toets, Mode' om de spanningssoort (AC, DC) in te stellen. Verbind vervolgens de meetcontacten met het meetobject. De berekende meetwaarde en de polariteit worden op het display weergegeven.

text_image
zwart rood
pie
| Category | Value (%) | |---|---| | Cap | 10 | | Div | 25 | | Diff | 30 | | 16.6 mm | 40 |
text_image
AUTO AC DC .000 v
text_image
AUTO AC DC 1455 v MODE6 Ω Weerstandsmeting
Zet de draaischakelaar op ,Ω' voor de weerstandsmeting. Verbind vervolgens de meetcontacten met het meetobject. De berekende meetwaarde wordt op het display weergegeven. Indien geen meetwaarde, maar ,O.L' op het display wordt weergegeven, werd het meetbereik overschreden of de meetkring is niet gesloten resp. onderbroken. Weerstanden kunnen alleen separaat correct worden gemeten, daarom moeten beide onderdelen eventueel van de resterende schakeling worden gescheiden.

text_image
zwart rood
Bij weerstandsmetingen dienen de meetpunten vrij van verontreinigingen, olie, soldeerlak of vergelijkbare verontreinigingen te zijn omdat anders verkeerde meetresultaten kunnen optreden.
7 Doorgangstest
Zet de draaischakelaar op de positie, Ω' en druk twee keer op de toets, Mode' om de functie, Doorgangstest' te activeren. Verbind vervolgens de meetcontacten met het meetobject. Als doorgang wordt een meetwaarde van < 150 Ohm herkend, hetgeen door middel van een akoestisch signaal wordt bevestigd. Indien geen meetwaarde, maar, O.L' op het display wordt weergegeven, werd het meetbereik overschreden of de meetkring is niet gesloten resp. onderbroken.

text_image
zwart rood
text_image
G CAP FHL CFP SEAL
text_image
01 呼 n8 Diodetest
Zet de draaischakelaar voor de diodetest op ,Ω' en druk een keer op de toets ,Mode' om de functie ,Diodetest' te activeren. Verbind vervolgens de meetcontacten met de diode. De berekende meetwaarde van de doorlaatspanning wordt op het display weergegeven. Indien geen meetwaarde, maar ,O.L' op het display wordt weergegeven, werd de diode in blokkeerrichting gemeten of is de diode defect. Als 0,0 V gemeten wordt, is de diode defect of er is een kortsluiting voorhanden.

text_image
rood zwart + - + - Doorlaatrichting
text_image
CAP TCS OFF TCA.m
text_image
.01 v
text_image
.700 v .1009 CAP Capaciteitsmeting
Zet de draaischakelaar voor de capaciteitsmeting op de positie 'CAP' en druk drie keer op de toets 'Mode' om de functie 'Capaciteitsmeting' te activeren. Verbind vervolgens de meetcontacten met het meetobject. Bij gepoolde condensatoren moet de pluspool met de rode meetpunt worden verbonden.

text_image
zwart rood +
10 Hz % Frequentie- en tastgraadmeting
Zet de draaischakelaar voor de frequentiemeting op ,Hz'. Verbind vervolgens de meetcontacten met het meetobject. Druk op de toets 'Mode' om van Hz naar %-tastgraad om te schakelen.

text_image
zwart rood
pie
| Category | Value (%) | |---|---| | Low | 10 | | Medium | 25 | | High | 40 | | Total | 100 |
Bij het inschakelen van het meetapparaat wordt automatisch de Autorange-functie geactiveerd. Deze functie zoekt in de dienovereenkomstige meetfuncties naar het optimale bereik voor de meting. Druk op de toets, Range' om het handmatige bereik te activeren. Druk meerdere keren op de toets, RANGE' totdat het gewenste bereik is ingesteld. Let daarbij op de veranderingen van de kommaplaatsen resp. de eenheden. Houd de toets, RANGE' gedurende 2 seconden ingedrukt om weer naar het, Autorange'-bereik terug te schakelen. Op het display verschijnt weer, AUTO'. De, Range'-functie is alleen mogelijk voor de bereiken spannings-, stroom- en weerstandsmeting.
12 Vergelijkende meting
De vergelijkende meting meet relatief ten opzichte van een tevoren opgeslagen referentiewaarde. Op deze wijze wordt het verschil tussen de actuele meetwaarde en de opgeslagen referentiewaarde op het display weergegeven. Druk bij de dienovereenkomstige meetfunctie tijdens een referentiemeting op de toets 'REL'. Op het display wordt nu de differentiewaarde tussen de actuele meting en de ingestelde referentiewaarde weergegeven. Druk opnieuw op de toets 'REL' om deze functie te deactiveren. De REL-functie is alleen mogelijk voor de bereiken spannings- en stroommeting, doorgangstest en capaciteitsmeting.
Hold-functie
Met de Hold-functie kan de actuele meetwaarde op het display worden gehouden. Druk opnieuw op de toets 'HOLD' om deze functie te deactiveren.
LCD-Backlight

flowchart
graph LR
A["ON"] --> B["2 sec"]
B --> C["HOLD"]
D["OFF"] --> E["2 sec"]
E --> F["HOLD"]
15 Spanningslokalisatie, contactloos (AC-warning)
De in het meetapparaat geïntegreerde, contactloze spannings-detector lokaliseert wisselspanningen van 100 V tot 600 V. Zo kunnen bijv. spanningvoerende leidingen of kabelonderbrekingen worden opgespoord. Zet de draaischakelaar op ,V' en beweeg de spanningsdetector langs het meetobject (5 tot 10 mm). Zodra wisselspanning wordt gelokaliseerd, brandt de weergave en begint het apparaat te trillen.

De contactloze spanningsdetectie vormt geen vervanging voor een gebruikelijke spanningstest. Het apparaat herkent een elektrisch veld en reageert dus ook bij statische oplading.
16 Spanningslokalisatie, eenpolige fasecontrole
Verwijder de zwarte meetleiding voor deze meting veiligheidshalve uit de COM-bus van het apparaat. Zet de draaischakelaar op 'V'. Verbind de rode meetpunt met de fase- resp. de neutrale geleider. De rode led brandt dan alleen bij de spanningvoerende fasegeleider. Bij de bepaling van de buitengeleider door middel van de eenpolige fasetest kan de weergavefunctie door bepaalde omstandigheden negatief worden beïnvloed (bijv. bij isolerende veiligheidskleding of op geïsoleerde standplaatsen).

De eenpolige fasetest is niet geschikt voor de controle op spanningsvrijheid. Hiervoor is een tweepolige fasetest vereist.
17 Vervangen van de zekering
Bij de vervanging van de zekering onderbreekt u eerst de verbinding van de meetpunten naar alle spanningsbronnen en vervolgens naar het apparaat. Draai alle schroeven aan de achterzijde los en verwijder de batterij. Open de behuizing en vervang de zekering door een zekering van hetzelfde type en dezelfde specifi catie (10 A / 600 V). Sluit de behuizing en draai de schroeven goed vast.

Het meetapparaat moet regelmatig gekalibreerd en gecontroleerd worden om de nauwkeurigheid van de meetresultaten te kunnen waarborgen. Wij adviseren, het apparaat een keer per jaar te kalibreren.
Technische gegevens
| Functie Bereik Nauwkeurigheid | ||
| DC-spanning | 400.0 mV ± (0,5% rdg ± 2 digits) | |
| 4.000 V40.00 V400.0 V | ± (1,2% rdg ± 2 digits) | |
| 600 V ± (1,5% rdg ± 2 digits) | ||
| AC-spanning | 400.0 mV ± (1,5% rdg ± 4 mV) | |
| 4.000 V ± (1,2% rdg ± 2 digits) | ||
| 40.00 V400.0 V | ± (1,5% rdg ± 3 digits) | |
| 600 V ± (2,0% rdg ± 4 digits) | ||
| DC-stroom | 10A | ± (2,5% rdg ± 5 digits) |
| AC-stroom 10A ± (3,0% | rdg ± 7 digits) | |
| Weerstand | 400.0 Ω ± (1,2% rdg ± 4 digits) | |
| 4.000 kΩ ± (1,0% rdg ± 2 digits) | ||
| 40.00 kΩ400.0 kΩ4.000 MΩ | ± (1,2% rdg ± 2 digits) | |
| 40.00 MΩ ± (2,0% rdg ± 3 digits) | ||
| Capaciteit | 40.000 nF ± (5,0% rdg ± 50 digits) | |
| 400.0 nF | ± (3,0% rdg ± 5 digits)4.000 μF | |
| 40.00 μF | ||
| 100.0 μF ± (5,0% rdg ± 5 digits) | ||
| Frequentie | 9.999 Hz | ± (1,5% rdg ± 5 digits) |
| 99.99 Hz | ||
| 999.9 Hz | ± (1,2% rdg ± 3 digits) | |
| 9.999 kHz | ||
| 99.99 kHz | ||
| 999.9 kHz | ||
| 9.999 MHz | ± (1,5% rdg ± 4 digits) | |
| Tastgraad 0.1%...99.9% | ± (1,2% rdg ± 2 | digits) |
| Diodetest 0.3 mA ± (10% rdg ± 5 digits) | ||
| Polariteit Voortekens voor negatieve polariteit | ||
| LC-display 0 ... 3999 | ||
| Zekering 10A / 600 V fl ink,240 A2/s (6,35 x 31,8 mm) | ||
| Veiligheidsklasse II, dubbele isolatie | ||
| Overspanning CAT III - 1000V, CAT IV - 600V | ||
| Verontreinigingsgraad 2 | ||
| Keuringsnorm EN 61326, | EN 61010-1, EN 61010-2-031 | |
| Max. rel.luchtvochtigheid | 80 % niet-condenserend | |
| Arbeidstemperatuur 0 °C | ... 55 °C | |
| Spanningsvoorziening 1 x 9V-batterij (NEDA 1604, IEC 6F22) | ||
| Afmetingen 150 x 70 x 48 mm | ||
| Gewicht 255 g | ||
Technische veranderingen voorbehouden. 06.2010
EU-bepalingen en afvoer
Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU.
Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden.
Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder: www.laserliner.com/info

!