MultiMeter XP - Multimeter Laserliner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MultiMeter XP Laserliner in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MultiMeter XP Laserliner
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MultiMeter XP - Laserliner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MultiMeter XP van het merk Laserliner.
GEBRUIKSAANWIJZING MultiMeter XP Laserliner
Lees de handleiding, de bijgevoegde brochure 'Garantie- en aanvullende aanwijzingen' evenals de actuele informatie en aanwijzingen in de internet-link aan het einde van deze handleiding volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie en geef ze door als u het apparaat doorgeeft.
Functie / toepassing
Multimeter voor de meting in het bereik van de overspanningscategorie CAT III tot max. 1000 V / CAT IV tot max. 600 V. Met dit meetapparaat kunnen gelijk- en wisselspanningsmetingen, gelijken wisselstroommetingen, doorgangs- en diodetests, weerstandsmetingen, capaciteits-, frequentie- en tastgraadmetingen binnen de gespecificeerde bereiken worden uitgevoerd.
Symbolen
| Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning: door onbeschermde, spanningvoerende onderdelen in de behuizing bestaat gevaar voor elektrische schokken. | |
| Waarschuwing voor een gevarenpunt | |
| Veiligheidsklasse II: het controleapparaat beschikt over een versterkte of dubbele isolatie. | |
| CAT II | Overspanningscategorie II: eenfasige verbruikers die op normale contactdozen worden aangesloten; bijv. huishoudelijke apparaten, draagbare gereedschappen. |
| CAT III | Overspanningscategorie III: bedrijfsmiddelen in vaste installaties en voor toepassingen waarbij bijzondere vereisten aan de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de bedrijfsmiddelen worden gesteld, bijv. schakelaars in vaste installaties en apparaten voor industriële toepassingen met constante aansluiting op de vaste installatie. |
| CAT IV | Overspanningscategorie IV: apparaten bedoeld voor de toepassing aan of in de buurt van de voeding in de elektrische installatie van gebouwen en vanaf de hoofdverdeler gezien in de richting van het net bijv. verbruiksmeter, overstroomschakelaar en stuureenheid voor dag- en nachtstroom |
Veiligheidsinstructies
- Gebruik het apparaat uitsluitend doelmatig binnen de aangegeven specificaties.
- De meetapparaten en het toebehoren zijn geen kinderspeelgoed. Buiten het bereik van kinderen bewaren.
- Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan, hierdoor komen de goedkeuring en de veiligheidsspecificatie te vervallen.
- Stel het apparaat niet bloot aan mechanische belasting, extreme temperaturen of sterke trillingen.
- Bij het werken met spanningen van meer dan 24 V/AC rms resp. 60 V/DC dient u uiterst voorzichtig te zijn. Bij contact met de elektrische geleiders bestaa.
- Als het apparaat met vocht of andere geleidende resten bevochtigd is, mag niet onder spanning worden gewerkt. Vanaf een spanning van 24 V/AC rms resp. 60 V/DC bestaat gevaar voor levensgevaarlijke schokken op grond van de vochtigheid.
- Reinig en droog het apparaat vóór gebruik.
- Let bij gebruik buitenshuis op dat het apparaat alleen onder dienovereenkomstige weersomstandigheden resp. na het treffen van geschikte veiligheidsmaatregelen toegepast wordt.
-
In overspanings-categorie III (CAT III - 1000 V) mag de spanning van 1000 V tussen het controleapparaat en de aarding niet worden overschreden.
-
In overspanings-categorie IV (CAT IV - 600 V) mag de spanning van 600 V tussen het controleapparaat en de aarding niet worden overschreden.
- Bij de toepassing van het apparaat samen met het meettoebehoren geldt de telkens kleinste overspanningscategorie (CAT), nominale spanning en nominale stroom.
- Waarborg vóór iedere meting dat het te controleren bereik (bijv. leiding), het testapparaat en het toegepaste toebehoren (bijv. aansluitleiding) in optimale staat verkeren. Test het apparaat op bekende spanningsbronnen (bijv. 230 V-contactdoos voor de AC-controle of de autoaccu voor de DC-controle).
- Het apparaat mag niet meer worden gebruikt als een of meerdere functies uitvallen of de batterijlading zwak is.
- De verbinding van het apparaat naar alle stroombronnen en meetkringen moet worden onderbroken voordat u de afdekking opent om de batterij(en) / zekering(en) te vervangen. Schakel het apparaat niet in als de afdekking geopend is.
- Neem de veiligheidsvoorschriften van lokale resp. nationale instanties voor het veilige en deskundige gebruik van het toestel in acht en draag eventueel voorgeschreven veiligheidsuitrusting (bijv. elektricien-handschoenen).
- Grijp de meetpunten alleen vast aan de handgrepen. De meetcontacten mogen tijdens de meting niet worden aangeraakt.
- Let op dat altijd de correcte aansluitingen en de correcte positie van de draaischakelaar evenals het correcte meetbereik voor de betreffende meting geselecteerd zijn.
- Voer werkzaamheden in gevaarlijke nabijheid van elektrische installaties niet alleen uit en uitsluitend volgens de instructies van een verantwoordelijke elektromonteur.
- Schakel vóór het meten resp. controleren van dioden, weerstanden of batterijladingen de spanning van de stroomkring uit.
- Let op dat alle hoogspanningscondensators ontladen zijn.
- Verbind altijd eerst de zwarte meetleiding voordat u de rode op de spanning aansluit. Bij het verwijderen gaat u in omgekeerde volgorde te werk.
- Gebruik uitsluitend de originele meetleidingen. Deze moeten over dezelfde nominale spannings-, categorie- en ampère-waarden beschikken als het meetapparaat.
Aanvullende opmerking voor het gebruik
Neem bij werkzaamheden aan elektrische installaties altijd de van toepassing zijnde technische veiligheidsregels in acht, onder andere: 1. Vrijschakelen, 2. Tegen hernieuwd inschakelen beveiligen, 3. Spanningsvrijheid tweepolig controlleren, 4. Aarden en kortsluiten, 5. Aangrenzende, spanningvoerende onderdelen beveiligen en afdekken.
Veiligheidsinstructies
Omgang met kunstmatige, optische straling OStrV (verordening inzake kunstmatige optische straling)
Uittree-opening led

Laserliner
- Het apparaat werkt met leds uit de risicogroep RG0 (vrij van gevaar) overeenkomstig de geldende normen voor fotobiologische veiligheid (EN 62471:2008-09 / IEC/TR 62471:2006-07vv) in de telkens actuele lezing.
- Stralingsvermogen: peak-golflengte is 456 nm. De gemiddelde stralingsdichtheid ligt onder de grenswaarden van de risicogroep RG0.
- De toegankelijke straling van de leds is bij doelmatig gebruik en onder redelijkerwijs te voorziene voorwaarden ongevaarlijk voor het menselijk oog en de menselijke huid.
- Tijdelijke, irriterende optische uitwerkingen (bijv. verblinding, flitsblindheid, nabeelden, belemmeringen van het kleurenzien) kunnen niet helemaal worden uitgesloten, in het bijzonder bij weinig omgevingslicht.
- Kijk niet langer met opzet in de stralingsbron.
- Er is geen onderhoud vereist om de grenswaarden van de risicogroep RG0 te waarborgen.
Veiligheidsinstructies
Omgang met elektromagnetische straling
- Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de elektromagnetische compatibiliteit volgens de EMC-richtlijn 2014/30/EU die wordt afgedekt door de radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED).
- Plaatselijke gebruiksbeperkingen, bijv. in ziekenhuizen, in vliegtuigen, op pompstations of in de buurt van personen met een pacemaker, moeten in acht worden genomen. Een gevaarlijk effect op of storing van en door elektronische apparaten is mogelijk.
Veiligheidsinstructies
Omgang met radiografische straling
- Het meettoestel is uitgerust met een radiografische interface.
- Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de elektromagnetische compatibiliteit en radiografische straling volgens de radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED).
- Bij dezen verklaart Umarex GmbH & Co. KG dat het radiografische installatietype MultiMeter XP voldoet aan de wettelijke eisen en verdere bepalingen van de Europese radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED). De volledige tekst van de EU-verklaring van overeenstemming is beschikbaar onder het volgende internetadres: http://laserliner.com/info?an=mumexp
Meetpunten
Met beschermkap: CAT III tot max. 1000 V / CAT IV tot max. 600 V

Zonder beschermkap: CAT II tot max. 1000 V


Automatische uitschakeling
LOZ Low Z-spanningsmeting
A Ampere (stroomsterkte)
n nano (10 ^-9 ) (capaciteit)
F Farad (capaciteit)
M Mega (ohm)
k Kilo (ohm)
Ω Ohm (weerstand)
1 Zaklamp
2 MIN-/MAX-/AVG-meting
3 PEAK-functie (spanningspiek-functie), Zaklamp AAN / UIT
4 Actuele meetwaarde behouden, Lcd-verlichting AAN/UIT
5 Draaischakelaar voor de instelling van de meetfunctie
6 Ingangsbus rood (+)
7 COM-bus zwart (−)
8 μA / mA Ingangsbus rood (+)
9 10A ingangsbus rood (+)
10 Batterijvakje aan de achterzijde
11 Omschakelen van de meetfunctie, Bluetooth AAN/UIT
13 Vergelijkende meting (REL), AC+DC-functie
14 LC-display
Hz Hertz (frequentie)
Diodetest
Doorgangstest
% Procent (tastgraad)
F ° Fahrenheit
°C ° Celsius
Bluetooth actief
AC+DC AC+DC-functie
Gelijkstroommetingen
■ Negatieve meetwaarde
\~ Wisselspanningsmetingen
Batterijlading gering
Actuele meetwaarde wordt behouden
REL Vergelijkende meting
Peak PEAK-functie (spanningspiek-functie)
MAX Maximale waarde
MIN Minimale waarde
AVG Gemiddelde waarde
15 Meetwaardeweergave
16 Staafdiagram-weergave
Maximale grenswaarden
| Functie | Maximale grenswaarden |
| Max. ingangsspanning tussen de betreffende ingangsklemmen en de aarde: | |
| V AC, V DC 1000 V AC RMS / 1000 V DC | |
| Low Z | 600 V AC RMS / 600 V DC |
| Weerstand, doorgang, diodetest, capaciteit, frequentie, tastgraad | 600 V AC RMS / 600 V DC |
| Temperatuur (°C/°F) | 600 V AC RMS / 600 V DC |
| Max. ingangsstroom en zekering in het te meten stroombereik: | |
| μA AC/DC, mA AC/DC snelle zekering 800 mA (6,3 x 32 mm) / 1000 V eff | |
| 10A AC/DC | snelle zekering 10A (10 x 38 mm) / 1000 V eff(inschakelduur max. 30 sec. om de 15 min.) |
AUTO-OFF-functie
Het meetapparaat schakelt na 15 minuten inactiviteit automatisch uit om de batterijen te sparen.
Houd de Mode-toets tijdens het inschakelen ingedrukt om de functie uit te schakelen.
1laatsen van de batterijen
Open het batterijvakje (10) en plaats de batterijen overeenkomstig de installatiesymbolen. Let daarbij op de juiste polariteit.

2evestiging van de meetpunten
Bij niet-gebruik en tijdens het transport dienen de meetpunten steeds in de houder op de achterzijde gepositioneerd en de beschermkappen geplaatst te zijn om letsel door de meetpunten te vermijden.

Bansluiting van de meetpunten
De zwarte meetpunt (-) moet altijd op de 'COM-bus' worden aangesloten. De rode meetpunt (+) moet worden aangesloten volgens de afbeelding.

Let vóór iedere meting op de correcte aansluiting van de meetpunten. Spanningsmetingen met aangesloten stroomaansluitingen 10 A of in mA-bereik kunnen leiden tot activering van de ingebouwde zekering en tot schade aan de meetkring.
4 troommeting AC/DC
Schakel de stroomkring uit voordat u het meetapparaat aansluit.
1.2.3.

μA / mA / 10A Omschakeling

AC en DC

Meetcontacten met het meetobject verbinden
Met stromen in het bereik tot 10 A niet langer dan 30 seconden. Hierdoor kan / kunnen het apparaat of de meetpunten beschadigd raken.
5panningsmeting AC/DC
1.

V AC/DC
2.3.

Omschakeling AC, DC, Hz en %

Meetcontacten met het meetobject verbinden
6 frequentie- en tastgraadmeting
1.2.3.

Hz / % Meetcontacten met het, DC, Hz en %

Omschakeling

Meetcontacten met het meetobject verbinden
roodzwart
8 Diodetest
1.2.3.

Diodetest

Omschakeling Ω, doorgangstest en diodetest

Indien geen meetwaarde, maar 'O.L' op het display wordt weergegeven, werd de diode in blokkeerrichting gemeten of is de diode defect. Als 0,0 V gemeten wordt, is de diode defect of er is een kortsluiting voorhanden.
9. Capaciteitsmeting

Capaciteitsmeting Meetcontacten

met het meetobject verbinden
3.2.1.

Bij gepoolde condensatoren moet de pluspool met de rode meetpunt worden verbonden.
| ! | Onderdelen (7: weerstanden, 8: dioden, 9: capaciteiten) kunnen alleen apart correct worden gemeten. Daarom moeten de onderdelen van de resterende schakeling worden gescheiden. | ![]() |
| ! | De meetpunten moeten vrij van vuil, olie, soldeerlak of dergelijke verontreinigingen zijn omdat anders verkeerde meetresultaten kunnen optreden. | |
| ! | De onderdelen moeten spanningsvrij zijn. |
10oorgangstest
1.3.2.

Doorgangstest

Omschakeling Ω,
doorgangstest
en diodetest
rood roodzwart zwart

Als doorgang wordt een meetwaarde van < 50 Ohm herkend, hetgeen door middel van een akoestisch signaal wordt bevestigd. Indien geen meet-waarde, maar 'O.L' op het display wordt weergegeven, werd het meet-bereik overschreden of de meetkring is niet gesloten resp. onderbroken.

De onderdelen moeten spanningsvrij zijn.
11 bntacttemperatuurmeting
Voor de contacttemperatuurmeting sluit u de bijgeleverde temperatuursensor (K-type) op het toestel aan. Let daarbij op de juiste polariteit.
1.

°C / °F
2.3.

Omschakeling
°C en °F

12w Z-spanningsmeting
1.2.3.


13utorange
Bij het inschakelen van het meetapparaat wordt automatisch de Autorange-functie geactiveerd. Deze functie zoekt in de dienovereenkomstige meetfuncties naar het optimale bereik voor de meting.
14 bluetooth activeren / deactiveren
Bluetooth wordt geactiveerd en gedeactiveerd door het lang indrukken van toets 11.
15EL-functie (vergelijkende meting)
De vergelijkende meting meet relatief ten opzichte van een tevoren opgeslagen referentiewaarde. Op deze wijze wordt het verschil tussen de actuele meetwaarde en de opgeslagen referentiewaarde op het display weergegeven. Druk bij de dienovereenkomstige meetfunctie tijdens een referentiemeting op de toets 'REL'. Op het display wordt nu de differentiewaarde tussen de actuele meting en de ingestelde referentiewaarde weergegeven. Druk opnieuw op de toets ,REL' om deze functie te deactiveren.
16C+DC-functie
AC+DC-functie meet zowel de AC- als de DC-component voor de afleiding van het actieve RMS.
1.

2.

17 AX-/MIN-/AVG-functie
De MAX-/MIN-/AVG-functie geeft de hoogste, de laagste en de gemiddelde meetwaarde weer. De meetwaarden worden steeds geactualiseerd wanneer een hogere of lagere meting geregistreerd wordt. Druk kort op de MAX-/MIN-/AVG-toets om de functie te activeren. 'MAX' verschijnt samen met de hoogste weergave op het lc-display. Door kort op de toets MAX-/MIN-/AVG te drukken, schakelt het meettoestel van MAX naar MIN en van MIN naar AVG. Houd de MAX-/MIN-/AVG-toets ingedrukt om MAX / MIN / AVG te beëindigen en terug te keren naar het normale bedrijf.
18 EAK-functie (spanningspiek-functie)
De PEAK-functie registreert de hoogste positieve en hoogste negatieve piek in een AC-spanning- of AC-stroomgolfvorm. De meetwaarden worden steeds geactualiseerd wanneer een hogere positieve of negatieve PEAK wordt geregistreerd.

'Peak MAX' hoogste positieve piek

Omschakelen
naar 'Peak MIN'

'Peak MIN' hoogste negatieve piek
Houd de PEAK-toets kort ingedrukt om tussen Peak MAX en Peak MIN om te schakelen. Om terug te keren naar het normale bedrijf houdt u de toets PEAK ingedrukt totdat de Peak-weergave op het lc-display verschijnt.
19 Functie-overzicht
De onder punt 15 - 18 beschreven functies staan ter beschikking in de afgebeelde meetgrootheden:
![]() | ![]() | ![]() | |
| Stroommeting AC (μA) | ● / - | ● / ● / ● ● | |
| Stroommeting DC (μA) | ● / - | ● / ● / ● | - |
| Stroommeting AC (mA) | ● / - | ● / ● / ● | - |
| Stroommeting DC (mA) | ● / - | ● / ● / ● | - |
| Stroommeting AC (10A) | ● / - | ● / ● / ● | - |
| Stroommeting DC (10A) | ● / - | ● / ● / ● | - |
| Spanningsmeting AC | ● / ● ● | / ● / ● ● | |
| Spanningsmeting DC | ● / ● ● | / ● / ● | - |
| Frequentiemeting - / - - / - / - - | |||
| Tastgraadmetingen - / - - / - / - - | |||
| Weerstandsmeting | ● / - | ● / ● / ● | - |
| Doorgangstest - / - | ● / ● / ● | - | |
| Diodetest - / - | ● / ● / ● | - | |
| Capaciteitsmeting | ● / - | - / - / - - | |
| Contacttemperatuurmeting | - / - | ● / ● / ● | - |
| Low Z-spanningsmeting | - / - | - / - / - | - |
20aklampfunctie
Druk kort op toets 3 om de zaklamp in- en uit te schakelen.
Laserliner
21D-Backlight
Druk lang op toets (4) om de achtergrondverlichting in- en uit te schakelen. In donkere omgevingen schakelt de achtergrondverlichting automatisch in.
22old-functie
Met de Hold-functie kan de actuele meetwaarde op het display worden gehouden. Druk opnieuw op de toets ,HOLD' (4) om deze functie te deactiveren.
23ervangen van de zekering
Bij de vervanging van de zekering onderbreekt u eerst de verbinding van de meetpunten naar alle spanningsbronnen en vervolgens naar het apparaat. Open de behuizing en vervang de zekering door een zekering van hetzelfde type en dezelfde specificatie (10A / 1000V resp. 800mA / 1000V). Sluit de behuizing en draai de schroeven goed vast.

Opmerkingen inzake onderhoud en reiniging
Reinig alle componenten met een iets vochtige doek en vermijd het gebruik van reinigings-, schuur- en oplosmiddelen. Verwijder de batterij(en) voordat u het apparaat gedurende een langere tijd niet gebruikt. Bewaar het apparaat op een schone, droge plaats.
Kalibratie
Het meetapparaat moet regelmatig gekalibreerd en gecontroleerd worden om de nauwkeurigheid van de meetresultaten te kunnen waarborgen. Wij adviseren, het apparaat een keer per jaar te kalibreren.
Gegevensoverdracht
Het toestel beschikt over een Bluetooth®*-functie die de gegevensoverdracht naar mobiele eindtoestellen met een Bluetooth®*-interface (bijv. smartphone, tablet) mogelijk maakt door middel van radiografische techniek.
Voor de systeemvereisten van een Bluetooth®*-verbinding verwijzen wij naar http://laserliner.com/info?an=ble
Het toestel kan een Bluetooth®*-verbinding opbouwen met toestellen die compatibel zijn met Bluetooth 4.0.
De reikwijdte is beperkt tot max. 10 m van het eindtoestel en is in sterke mate afhankelijk van de omgevingsvoorwaarden zoals bijv. de dikte en de samenstelling van muren, van radiografische storingsbronnen en van de verzendings-/ontvangsteigenschappen van het eindtoestel.
Bluetooth® * moet na het inschakelen altijd geactiveerd worden omdat het meetsysteem of meettoestel geconfigureerd is voor een heel gering stroomverbruik.
Via een app kan een mobiel eindtoestel een verbinding maken met het ingeschakelde meettoestel.
Applicatie (app)
Voor het gebruik van de Bluetooth®*-functie is een applicatie vereist.
Deze kunt u al naargelang het eindtoestel in de betreffende ,stores' downloaden:

Download on the
App Store

ANDROID APP ON
Google™ play

Let op dat de Bluetooth®*-interface van het mobiele eindtoestel geactiveerd moet zijn.
Na de start van de applicatie en de geactiveerde Bluetooth ^® *-functie kan een mobiel eindtoestel een verbinding maken met het meettoestel. Als de applicatie meerdere actieve meettoestellen herkent, kiest u het passende meettoestel uit de lijst.
Bij de volgende start kan de verbinding naar dit meettoestel automatisch tot stand worden gebracht.
* Het Bluetooth®-woordmerk en het logo zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc.
Technische gegevens (Technische veranderingen voorbehouden. 18W09)
| Functie Bereik Resolutie | Nauwkeurigheid% van de meetwaarde (rdg)+ minst significante cijfer (digits) | ||
| AC-stroomBandbreedte: 50-400 Hz | 600.0 μA 0.1 μA | ± (1,0% rdg ± 3 digits) | |
| 6000 μA 1 μA | |||
| 60.00 mA 10 μA | |||
| 600.0 mA 0.1 mA | |||
| 10.00 A 10 mA ± (2,0% rdg ± 8 digits) | |||
| DC-stroom | 600.0 μA 0.1 μA | ± (1,0% rdg ± 3 digits) | |
| 6000 μA 1 μA | |||
| 60.00 mA 10 μA | |||
| 600.0 mA 0.1 mA | |||
| 10.00 A 10 mA ± (1,5% rdg ± 3 digits) | |||
| AC-spanningBandbreedte: 50-1000 Hz | 6.000 V 1 mV | ± (1,0% rdg ± 5 digits)60.00 V 10 mV | |
| 600.0 V 0.1 V | |||
| 1000 V 1 V ± (1,2% rdg ± 5 digits) | |||
| FrequentieNauwkeurigheid: ± (1,0% rdg ± 5 digits)Gevoeligheid: > 15 V RMS | |||
| TastgraadNauwkeurigheid: 5% ... 95% ± (1,5% rdg ± 10 digits)Gevoeligheid: > 15 V RMS | |||
| DC-spanning | 600.0 mV 0.1 mV ± (0,5% rdg ± 8 digits) | ||
| 6.000 V 1 mV | ± (0,8% rdg ± 5 digits)60.00 V 10 mV | ||
| 600.0 V 0.1 V | |||
| 1000 V 1 V ± (1,0% rdg ± 3 digits) | |||
| AC+DC-spanningBandbreedte: 50-400 Hz | 6.000 V 1 mV | ± (1,5% rdg ± 20 digits)60.00 V 10 mV | |
| 600.0 V 0.1 V | |||
| 1000 V 1 V ± (1,5% rdg ± 5 digits) | |||
| AC+DC-spanning (LOW Z)Bandbreedte: 50-400 Hz | 6.000V 1 mV | ± (3,0% rdg ± 30 digits)60.00 V 10 mV | |
| 600.0 V 0.1 V | |||
| 1000 V 1 V ± (3,0% rdg ± 5 digits) | |||
| Weerstand | 600.0 Ω 0.1 Ω | ± (1,5% rdg ± 5 digits) | |
| 6.000 kΩ 1 Ω | |||
| 60.00 kΩ 10 Ω | |||
| 600.0 kΩ 100 Ω | |||
| 6.000 MΩ 1 kΩ | |||
| 60.00 MΩ 10 kΩ ± (2,0% rdg ± 10 digits) | |||
| Capaciteit | 60.00 nF 10 pF | ± (5,0% rdg ± 35 digits) | |
| 600.0 nF 100 pF | ± (3,0% rdg ± 5 digits) | ||
| 6.000 μF 0.001 μF | |||
| 60.00 μF 0.01 μF | |||
| 600.0 μF 0.1 μF | |||
| 6000 μF 1 μF | ± (5,0% rdg ± 5 digits) | ||
| Frequentie | 9.999 Hz | 0.001 Hz | ± (1,0% rdg ± 5 digits) |
| 99.99 Hz | 0.01 Hz | ||
| 999.9 Hz | 0.1 Hz | ||
| 9.999 kHz 1 Hz | |||
| Pulsbreedte: 100 μs ... 100 msFrequentie: 10 Hz ... 1 kHzGevoeligheid: >8 V RMS | |||
| Tastgraad | 20% ... 80% | 0.1% | ± (1,2% rdg ± 2 digits) |
| Pulsbreedte: 100 μs ... 100 msFrequentie: 10 Hz ... 1 kHzGevoeligheid: >8 V RMS | |||
| Tastgraad | -20 ... 760°C | 0.1~1°C | ± (1% rdg ± 5°C) |
| -4 ... 1400°F | 0.1~1°F | ± (1% rdg ± 9°F) | |
| Functie Bereik Max. ingang | |||
| AC-stroom 10 A | |||
| DC-stroom 10 A | |||
| Functie Bereik Ingangsprotectie | |||
| AC-spanning 45 Hz ... 1000 Hz 1000V AC rms of 1000V DC | |||
| AC+DC-spanning 50 Hz ... 400 Hz 600V AC rms of 600V DC | |||
| LOW Z-spanning AC/DC 50 Hz ... 400 Hz 600V AC rms of 600V DC | |||
| DC-spanning 50 Hz ... 400 Hz 600V AC rms of 600V DC | |||
| Weerstand, capaciteit, diodetest, doorgang, temperatuur | 600V AC rms of 600V DC | ||
| Alle nauwkeurigheden in de AC-bereiken zijn gespecificeerd voor 5 % ... 95% van de meetwaarde | |||
| Diodetest | Teststroom / -spanning ≤ 1 mA /Nullastspanning < 3 VDC karakteristiek | ||
| Doorgangstest Aanspreekdrempel < 30Ω, Teststroom < 1 mA | |||
| LC-display 0 ... 6000 | |||
| Meetsnelheid 3 metingen/sec. | |||
| Ingangsweerstand 10 MΩ (VDC, VAC, V AC+DC), 3 kOhm (VDC Low Z, VAC Low Z) | |||
| Veiligheidsklasse II, dubbele isolatie | |||
| Overspanningscategorie | CAT III - 1000V, CAT IV - 600V | ||
| Verontreinigingsgraad | 2 | ||
| Werkomstandigheden | 0 ... 40°C, 75%rH, niet-condenserend, Werkhoogte max. 2000 m | ||
| Opslagvoorwaarden | -10 ... 60°C, 80%rH, niet-condenserend | ||
| Bedrijfsgegevens radiografische module | Interface Bluetooth LE 4.x;Frequentieband: ISM band 2400-2483.5 MHz, 40 kanalen;zendvermogen: max. 10 mW; bandbreedte: 2 MHzbitrate: 1 Mbit/s; modulatie: GFSK / FHSS | ||
| Stroomverzorging | 4 x AAA 1,5 Volt-batterijen | ||
| Afmetingen (B x H x D) | 75 x 170 x 48 mm | ||
| Gewicht (incl. batterijen) 416 g | |||
EU-bepalingen en afvoer
Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU.
Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden.
Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder:
http://laserliner.com/info?an=mumexp

!



