ClampMeter XP - Multimeter Laserliner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ClampMeter XP Laserliner in PDF-formaat.
| Producttype | Stroomtangmultimeter (ampèremetertang) |
| Merk | Laserliner |
| Model | ClampMeter XP |
| Afmetingen (L x H x D) | 76 x 230 x 40 mm |
| Gewicht (inclusief batterijen) | 496 g |
| Voeding | 1 batterij 9V (6LR61) |
| Tangopening | 48 mm |
| Display | LCD 50000 counts |
| Meetfrequentie | 3 metingen/s |
| Hoofdfuncties | Meten AC/DC stroom 1000A, AC/DC spanning 1000V, weerstand, capaciteit, frequentie, temperatuur, diodetest, continuïteit, contactloze spanningsdetectie (100-600V AC), PEAK-functie, INRUSH, MIN/MAX, Hold, Bluetooth, zaklamp, achtergrondverlichting, auto-uitschakeling, autorange |
| Overspanningscategorie | CAT III 1000V, CAT IV 600V |
| Bescherming | Dubbele isolatie (klasse II) |
| Werkomstandigheden | 5 tot 40°C, 80% RV max, max. hoogte 2000 m |
| Opslagomstandigheden | -20 tot 60°C, 80% RV max |
| Bluetooth | Bluetooth LE 4.x, max. bereik 10 m |
| Conformiteit | EU (RED, EMC, WEEE) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met licht vochtige doek, vermijd oplosmiddelen; batterijen verwijderen bij langdurige opslag; jaarlijkse kalibratie aanbevolen |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Meetsnoeren (met/zonder dop), batterij 9V |
| Garantie | Zie volledige handleiding en specifieke voorwaarden |
| Algemene informatie | Automatische uitschakeling na 30 min; uitschakelbaar; gegevensoverdracht via mobiele app (iOS/Android) |
Veelgestelde vragen - ClampMeter XP Laserliner
Gebruikersvragen over ClampMeter XP Laserliner
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ClampMeter XP - Laserliner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ClampMeter XP van het merk Laserliner.
GEBRUIKSAANWIJZING ClampMeter XP Laserliner
Lees de handleiding, de bijgevoegde brochure 'Garantie- en aanvullende aanwijzingen' evenals de actuele informatie en aanwijzingen in de internet-link aan het einde van deze handleiding volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie en geef ze door als u het apparaat doorgeeft.
Functie / toepassing
Meettang voor de meting in het bereik van de overspanningscategorie CAT III tot max. 1000 V / CAT IV tot max. 600 V Met het meetapparaat kunnen gelijk- en wisselstroommetingen, gelijk- en wisselspannings-metingen, weerstandsmetingen en doorgangstests binnen de gespecificeerde bereiken worden uitgevoerd. Het toestel beschikt bovendien over een PEAK-functie, een MAX-/MIN-weergave en een Hold-functie. Het toestel is uitgerust met een zaklamp, een verlicht display en een bluetooth-interface voor de overdracht van de meetgegevens.
Symbolen
| Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning: door onbeschermde, spanningvoerende onderdelen in de behuizing bestaat gevaar voor elektrische schokken. | |
| Waarschuwing voor een gevarenpunt | |
| Veiligheidsklasse II: het controleapparaat beschikt over een versterkte of dubbele isolatie. | |
| CAT II | Overspanningscategorie II: eenfasige verbruikers die op normale contactdozen worden aangesloten; bijv. huishoudelijke apparaten, draagbare gereedschappen. |
| CAT III | Overspanningscategorie III: bedrijfsmiddelen in vaste installaties en voor toepassingen waarbij bijzondere vereisten aan de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de bedrijfsmiddelen worden gesteld, bijv. schakelaars in vaste installaties en apparaten voor industriële toepassingen met constante aansluiting op de vaste installatie. |
| CAT IV | Overspanningscategorie IV: apparaten bedoeld voor de toepassing aan of in de buurt van de voeding in de elektrische installatie van gebouwen en vanaf de hoofdverdeler gezien in de richting van het net bijv. verbruiksmeter, overstroomschakelaar en stuureenheid voor dag- en nachtstroom. |
Veiligheidsinstructies
- Gebruik het apparaat uitsluitend doelmatig binnen de aangegeven specificaties.
- De meetapparaten en het toebehoren zijn geen kinderspeelgoed. Buiten het bereik van kinderen bewaren.
- Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan, hierdoor komen de goedkeuring en de veiligheidsspecificatie te vervallen.
- Stel het apparaat niet bloot aan mechanische belasting, extreme temperaturen of sterke trillingen.
- Bij het werken met spanningen van meer dan 24 V/AC rms resp. 60 V/DC dient u uiterst voorzichtig te zijn. Bij contact met de elektrische geleiders bestaa.
- Als het apparaat met vocht of andere geleidende resten bevochtigd is, mag niet onder spanning worden gewerkt. Vanaf een spanning van 24 V/AC rms resp. 60 V/DC bestaat gevaar voor levensgevaarlijke schokken op grond van de vochtigheid.
- Reinig en droog het apparaat vóór gebruik.
-
Let bij gebruik buitenshuis op dat het apparaat alleen onder dienovereenkomstige weersomstandigheden resp. na het treffen van geschikte veiligheidsmaatregelen toegepast wordt.
-
In overspanings-categorie III (CAT III - 1000 V) mag de spanning van 1000 V tussen het controleapparaat en de aarding niet worden overschreden.
- In overspanings-categorie IV (CAT IV - 600 V) mag de spanning van 600 V tussen het controleapparaat en de aarding niet worden overschreden.
- Gebruik het toestel met het meettoebehoren alleen in de juiste overspanningscategorie (zonder beschermkap CAT II - 1000 V; met beschermkap CAT III - 1000 V en CAT IV - 600 V).
- Bij de toepassing van het apparaat samen met het meettoebehoren geldt de telkens kleinste overspanningscategorie (CAT), nominale spanning en nominale stroom.
- Waarborg vóór iedere meting dat het te controleren bereik (bijv. leiding), het testapparaat en het toegepaste toebehoren (bijv. aansluitleiding) in optimale staat verkeren. Test het apparaat op bekende spanningsbronnen (bijv. 230 V-contactdoos voor de AC-controle of de autoaccu voor de DC-controle).
- Het apparaat mag niet meer worden gebruikt als een of meerdere functies uitvallen of de batterijlading zwak is.
- De verbinding van het apparaat naar alle stroombronnen en meetkringen moet worden onderbroken voordat u de afdekking opent om de batterij(en) / zekering(en) te vervangen. Schakel het apparaat niet in als de afdekking geopend is.
- Neem de veiligheidsvoorschriften van lokale resp. nationale instanties voor het veilige en deskundige gebruik van het toestel in acht en draag eventueel voorgeschreven veiligheidsuitrusting (bijv. elektricien-handschoenen).
- Grijp de meetpunten alleen vast aan de handgrepen. De meet contacten mogen tijdens de meting niet worden aangeraakt.
- Let op dat altijd de correcte aansluitingen en de correcte positie van de draaischakelaar evenals het correcte meetbereik voor de betreffende meting geselecteerd zijn.
- Voer werkzaamheden in gevaarlijke nabijheid van elektrische installaties niet alleen uit en uitsluitend volgens de instructies van een verantwoordelijke elektromonteur.
- Schakel vóór het meten resp. controleren van dioden, weer standen of batterijladingen de spanning van de stroomkring uit.
- Let op dat alle hoogspanningscondensators ontladen zijn.
- Verbind altijd eerst de zwarte meetleiding voordat u de rode op de spanning aansluit. Bij het verwijderen gaat u in omgekeerde volgorde te werk.
- Gebruik uitsluitend de originele meetleidingen. Deze moeten over dezelfde nominale spannings-, categorie- en ampère-waarden beschikken als het meetapparaat.
Aanvullende opmerking voor het gebruik
Neem bij werkzaamheden aan elektrische installaties altijd de van toepassing zijnde technische veiligheidsregels in acht, onder andere: 1. Vrijschakelen, 2. Tegen hernieuwd inschakelen beveiligen, 3. Spanningsvrijheid tweepolig controleren, 4. Aarden en kortsluiten, 5. Aangrenzende, spanning-voerende onderdelen beveiligen en afdekken.
Veiligheidsinstructies
Omgang met kunstmatige, optische straling OStrV (verordening inzake kunstmatige optische straling)
Uittree-opening led

Laserliner
- Het apparaat werkt met leds uit de risicogroep RG0 (vrij van gevaar) overeenkomstig de geldende normen voor fotobiologische veiligheid (EN 62471:2008-09 / IEC/TR 62471:2006-07vv) in de telkens actuele lezing.
- Stralingsvermogen: peak-golflengte is 456 nm. De gemiddelde stralingsdichtheid ligt onder de grenswaarden van de risicogroep RG0.
- De toegankelijke straling van de leds is bij doelmatig gebruik en onder redelijkerwijs te voorziene voorwaarden ongevaarlijk voor het menselijk oog en de menselijke huid.
- Tijdelijke, irriterende optische uitwerkingen (bijv. verblinding, flitsblindheid, nabeelden, belemmeringen van het kleurenzien) kunnen niet helemaal worden uitgesloten, in het bijzonder bij weinig omgevingslicht.
- Kijk niet langer met opzet in de stralingsbron.
- Er is geen onderhoud vereist om de grenswaarden van de risicogroep RG0 te waarborgen.
Veiligheidsinstructies
Omgang met elektromagnetische straling
- Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de elektromagnetische compatibiliteit volgens de EMC-richtlijn 2014/30/EU die wordt afgedekt door de radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED).
- Plaatselijke gebruiksbeperkingen, bijv. in ziekenhuizen, in vliegtuigen, op pompstations of in de buurt van personen met een pacemaker, moeten in acht worden genomen. Een gevaarlijk effect op of storing van en door elektronische apparaten is mogelijk.
Veiligheidsinstructies
Omgang met radiografische straling
- Het meettoestel is uitgerust met een radiografische interface.
- Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de elektromagnetische compatibiliteit en radiografische straling volgens de radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED).
- Bij dezen verklaart Umarex GmbH & Co. KG dat het radiografische installatietype ClampMeter XP voldoet aan de wettelijke eisen en verdere bepalingen van de Europese radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED). De volledige tekst van de EU-verklaring van overeenstemming is beschikbaar onder het volgende internetadres: http://laserliner.com/info?an=clmexp
Meetpunten
Met beschermkap: CAT III tot max. 1000 V / CAT IV tot max. 600 V

Zonder beschermkap: CAT II tot max. 1000 V


1 Meettang
2 Zaklamp
3 Zaklamp AAN / UIT, Bluetooth AAN / UIT
4 Draaischakelaar voor de instelling van de meetfunctie
5 Vergelijkende meting (REL), frequentie- en tastgraadmeting (Hz%)
6 MIN-/MAX-meting in de bereiken spanning, hertz (frequentie), procent (tastgraad), temperatuur en stroom
7 LC-display
8 Ingangsbus rood (+)
9 COM-bus zwart (−)
10 Batterijvakje aan de achterzijde
11 Omschakelen van de meetfunctie
12 Spannings-/stroompiek-functie
13 Actuele meetwaarde behouden, LCD-verlichting AAN/UIT
14 Drukschakelaar voor het openen van de tang
15 Sensor (contactloze spanningsdetector)
Automatische uitschakeling
m Milli (10 ^-3 ) (volt, ampère)
v Volt (spanning)
M Mega (ohm)
k Kilo (ohm)
Ω Ohm (weerstand)
Doorgangstest
→ Diodetest
n Nano (10 ^-9 ) (capaciteit)
μ Micro (10 ^-6 ) (ampère, capaciteit)
F Farad (capaciteit)
Hz Hertz (frequentie)
% Procent (tastgraad)
°F °Fahrenheit
°C ° Celsius
A Ampère (stroomsterkte)
Bluetooth actief
Gelijkstroommetingen
■ Negatieve meetwaarde
\~ Wisselspanningsmetingen
Batterijlading gering
HOLD Actuele meetwaarde wordt behouden
PMAX Hoogste positieve piek
PMIN Hoogste negatieve piek
MAX Maximale waarde
MIN Minimale waarde
REL Vergelijkende meting
INRUSH Functie voor stroompieken
16 Meetwaardeweergave
17 Staafdiagram-weergave
Maximale grenswaarden
| Functie | Maximale grenswaarden |
| Stroom AC/DC 1000A AC/DC | |
| Spanning AC/DC 1000V AC/DC | |
| Frequentie, doorgang, weerstand, diodetest, continuïteit, capaciteit | 600V AC/DC |
| Temperatuur (°C/°F) 600V AC/DC |
AUTO-OFF-functie
Het meetapparaat schakelt na 30 minuten inactiviteit automatisch uit om de batterijen te sparen.
Deactiveren van de AUTO-OFF-functie
1.2.3.

Draaischakelaar naar 'OFF'

MODE-toets ingedrukt houden en tegelijkertijd de draaischakelaar op de gewenste positie zetten


Op het lc-display
verschijnt 'APO d'
Het symbool '∅' wordt niet weergegeven als de automatische uitschakeling gedeactiveerd is. De automatische uitschakeling kan worden hersteld door het meettoestel uit te schakelen.
1laatsen van de batterijen
Open het batterijvakje (10) en plaats de batterijen overeenkomstig de installatiesymbolen. Let daarbij op de juiste polariteit.

2Bevestiging van de meetpunten
Bij niet-gebruik en tijdens het transport dienen de meetpunten steeds in de houder op de achterzijde gepositioneerd en de beschermkappen geplaatst te zijn om letsel door de meetpunten te vermijden.

B troommeting DC/AC
! Vóór de AC/DC-stroommeting moeten de meetpunten en de temperatuursensor (K-type) worden verwijderd.
1.2.3.

AC/DC
1000

Omsluit één leiding met de stroomtang

DC-stroommeting: de omschakeling naar de DCA-meting dient zonder te meten voorwerp te geschieden. Plan voldoende wachttijd in voor de nulstelling (ZERO) van de weergave van het meettoestel. Zo nodig kunnen DC-offsets met behulp van de REL-toets op nul worden gesteld.
4 Aansluiting van de meetpunten

5 Contacttemperatuurmeting
Voor de contacttemperatuurmeting sluit u de bijgeleverde temperatuursensor (K-type) op het toestel aan. Let daarbij op de juiste polariteit.

Na het inschakelen wordt kortstondig de omgevingstemperatuur weergegeven
2.3.1.

Omschakeling
°C en °F

6 frequentie- en tastgraadmeting
Frequentie- en tastgraadmeting
2.3.

Omschakeling
Hz en %

Meetcontacten met het meetobject verbinden
7. apaciteitsmeting
1.

2.

3.

Bij gepoolde condensatoren moet de pluspool met de rode meetpunt worden verbonden
8 Veerstandsmeting
1.

Meetcontacten met het meetobject verbinden
9Diodetest
1.3.2.

Indien geen meetwaarde, maar 'O.L' op het display wordt weergegeven, werd de diode in blokkeerrichting gemeten of is de diode defect. Als 0,0 V gemeten wordt, is de diode defect of er is een kortsluiting voorhanden.

Onderdelen (7: weerstanden, 8: capaciteiten, 9: dioden) kunnen alleen apart correct worden gemeten. Daarom moeten de onderdelen van de resterende schakeling worden gescheiden.


De meetpunten moeten vrij van vuil, olie, soldeerlak of dergelijke verontreinigingen zijn omdat anders verkeerde meetresultaten kunnen optreden.

De onderdelen moeten spanningsvrij zijn.
10oorgangstest
1.3.2.

Als doorgang wordt een meetwaarde van < 50 Ohm herkend, hetgeen door middel van een akoestisch signaal wordt bevestigd. Indien geen meet-waarde, maar 'O.L' op het display wordt weergegeven, werd het meet-bereik overschreden of de meetkring is niet gesloten resp. onderbroken.

Tijdens de Doorgangstest moeten de componenten worden gedeactiveerd.
11panningsmetingen AC/DC
Meetcontacten met het meetobject verbinden
12 banningslokalisatie, contactloos (AC-warning)
De in het meetapparaat geïntegreerde, contactloze spannings-detector lokaliseert wisselspanningen van 100 V tot 600 V.
Schakel hiervoor het apparaat in en beweeg de spanningsdetector langs het meet-object (5 tot 10 mm). Zodra wisselspanning wordt gelokaliseerd, brandt de weergave (15).

De contactloze spanningsdetectie vormt geen vervanging voor een gebruikelijke, tweepolige spanningstest.
Het apparaat herkent een elektrisch veld en reageert dus ook bij statische oplading.
!
De detector functioneert niet als de automatische uitschakelfunctie het meettoestel uitschakelt of als de draaischakelaar naar de UIT-positie gedraaid is.
13EAK-functie (spanningspiek-functie)
De PEAK-functie registreert de hoogste positieve en hoogste negatieve piek in een AC-spanning- of AC-stroomgolfvorm. De meetwaarden worden steeds geactualiseerd wanneer een hogere positieve of negatieve PEAK wordt geregistreerd.

Druk kort op de toets PEAK / INRUSH om heen een weer te schakelen tussen PMAX en PMIN. Om terug te keren naar het normale bedrijf houdt u de toets PEAK / INRUSH ingedrukt totdat de weergave 'AUTO' op het lc-display verschijnt.
14 RUSH-functie (stroompiekfunctie)
De INRUSH-functie registreert en toont stootstromen die karakteristiek optreden als motoren en andere apparaten ingeschakeld worden. Druk kort op de toets PEAK / INRUSH om de functie te activeren. De weergave 'INRUSH' verschijnt samen met de geregistreerde inschakelstroom op het lc-display. Druk kort op de toets PEAK / INRUSH om de terug te keren naar het normale bedrijf.
13EL-functie (vergelijkende meting)
De vergelijkende meting meet relatief ten opzichte van een tevoren opgeslagen referentiewaarde. Op deze wijze wordt het verschil tussen de actuele meetwaarde en de opgeslagen referentiewaarde op het display weergegeven. Druk bij de dienovereenkomstige meetfunctie tijdens een referentiemeting op de toets 'REL'. Op het display wordt nu de differentiewaarde tussen de actuele meting en de ingestelde referentiewaarde weergegeven. Druk opnieuw op de toets 'REL' om deze functie te deactiveren.
132-functie
Om de frequentie te selecteren als het meettoestel op wisselspanning of wisselstroom is ingesteld, houdt u de toets REL / HZ / % ingedrukt totdat de weergave 'Hz' op het lc-display verschijnt. Om de inschakelcyclus weer te geven, houdt u de REL / HZ / %-toets opnieuw ingedrukt totdat de '%'-weergave op het lc-display verschijnt. Druk opnieuw op de toets 'REL' om deze functie te deactiveren.
17 AX/MIN-functie
De MAX-/MIN-functie geeft de hoogste en de laagste meetwaarde weer. De meetwaarden worden steeds geactualiseerd wanneer een hogere of lagere meting geregistreerd wordt. Druk kort op de MAX-/MIN-toets om de functie te activeren. 'MAX' verschijnt samen met de hoogste weergave op het lc-display. Door het kort indrukken van de MAX-/MIN-toets wordt het meettoestel van MAX naar MIN, van MIN naar de actuele meetwaarde en van de daadwerkelijke meetwaarde naar MAX omgeschakeld. 'MIN' verschijnt als de laagste meetwaarde en 'MAX MIN' verschijnt als de actuele meetwaarde weergegeven wordt. Houd de MAX-/MIN-toets ingedrukt om MAX / MIN te beëindigen en terug te keren naar het normale bedrijf.
1aunctie-overzicht
De onder punt 13 - 17 beschreven functies staan ter beschikking in de afgebeelde meetgrootheden:
| PEAK INRUSH | REL Hz% | MIN MAX | |
| Stroommeting AC (1000 A) | ● / ● ● | / ● / ● ● | |
| Stroommeting DC (1000 A) - / - | ● / - / - | ● | |
| Stroommeting AC (500 A) | ● / ● ● | / ● / ● ● | |
| Stroommeting DC (500 A) - / - | ● / - / - | ● | |
| Contacttemperatuurmeting - / - | ● / - / - | ● | |
| Frequentiemeting - / - | ● / - / -- | ||
| Tastgraadmetingen - / - | ● / - / -- | ||
| Capaciteitsmeting - / - - / - / -- | |||
| Weerstandsmeting - / - | ● / - / -- | ||
| Diodetest | - / - | ● / - / -- | |
| Doorgangstest | - / - | ● / - / -- | |
| Spanningsmeting AC | ● / - | ● / ● / ● ● | |
| Spanningsmeting DC | - / - | ● / - / - | ● |
19old-functie
Met de Hold-functie kan de actuele meetwaarde op het display worden gehouden. Druk opnieuw op de toets ,HOLD' (10) om deze functie te deactiveren.
24 Autorange
Bij het inschakelen van het meetapparaat wordt automatisch de Autorange-functie geactiveerd. Deze functie zoekt in de dienovereenkomstige meetfuncties naar het optimale bereik voor de meting.
21acklight
Druk lang op toets 13 om de achtergrondverlichting in- en uit te schakelen.
22aklampfunctie
Druk kort op toets 3 om de zaklamp in- en uit te schakelen.
Opmerkingen inzake onderhoud en reiniging
Reinig alle componenten met een iets vochtige doek en vermijd het gebruik van reinigings-, schuur- en oplosmiddelen. Verwijder de batterij(en) voordat u het apparaat gedurende een langere tijd niet gebruikt. Bewaar het apparaat op een schone, droge plaats.
Kalibratie
Het meetapparaat moet regelmatig gekalibreerd en gecontroleerd worden om de nauwkeurigheid van de meetresultaten te kunnen waarborgen. Wij adviseren, het apparaat een keer per jaar te kalibreren.
Gegevensoverdracht
Het toestel beschikt over een Bluetooth®*-functie die de gegevensoverdracht naar mobiele eindtoestellen met een Bluetooth®*-interface (bijv. smartphone, tablet) mogelijk maakt door middel van radiografische techniek.
Voor de systeemvereisten van een Bluetooth®*-verbinding verwijzen wij naar http://laserliner.com/info?an=ble
Het toestel kan een Bluetooth ^®* -verbinding opbouwen met toestellen die compatibel zijn met Bluetooth 4.0.
De reikwijdte is beperkt tot max. 10 m van het eindtoestel en is in sterke mate afhankelijk van de omgevingsvoorwaarden zoals bijv. de dikte en de samenstelling van muren, van radiografische storingsbronnen en van de verzendings-/ontvangsteigenschappen van het eindtoestel.
Bluetooth® * moet na het inschakelen altijd geactiveerd worden omdat het meetsysteem of meettoestel geconfigureerd is voor een heel gering stroomverbruik.
Via een app kan een mobiel eindtoestel een verbinding maken met het ingeschakelde meettoestel.
Applicatie (app)
Voor het gebruik van de Bluetooth®*-functie is een applicatie vereist.
Deze kunt u al naargelang het eindtoestel in de betreffende 'stores' downloaden:

Download on the
App Store

ANDROID APP ON
Google play


Let op dat de Bluetooth ^® *-interface van het mobiele eindtoestel geactiveerd moet zijn.
Na de start van de applicatie en de geactiveerde Bluetooth®*-functie kan een mobiel eindtoestel een verbinding maken met het meettoestel. Als de applicatie meerdere actieve meettoestellen herkent, kiest u het passende meettoestel uit de lijst.
Bij de volgende start kan de verbinding naar dit meettoestel automatisch tot stand worden gebracht.
* Het Bluetooth®-woordmerk en het logo zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc.
Technische gegevens (Technische veranderingen voorbehouden. 18W09)
| Functie Bereik Resolutie | Nauwkeurigheid% van de meetwaarde (rdg)+ minst significante cijfer (digits) | ||
| AC-stroom50-60 Hz | 500.00 A 10 mA | ± (2,5% rdg ± 5 digits) | |
| 1000.0 A 0.1 A | |||
| DC-stroom | 500.00 A 10 mA | ± (2,5% rdg ± 5 digits) | |
| 1000.0 A 0.1 A | |||
| AC-spanning (Autorange) | 500.00 mV 0.01 mV | ± (1,0% rdg ± 30 digits) | |
| 5.0000 V 0.1 mV | |||
| 50.000 V 1 mV | |||
| 500.00 V 10 mV | |||
| 1000.0 V 0.1 V | ± (3,0% rdg ± 8 digits) | ||
| AC-spanning (Autorange) | Frequentie (Autorange)Nauwkeurigheid: ± (1,0% rdg ± 5 digits)Frequentiebereik: 40 Hz ... 1 kHzGevoeligheid: > 15 V RMS | ||
| TastgraadNauwkeurigheid: 5% ... 95% ± (1,5% rdg ± 10 digits)Frequentiebereik: 40 Hz ... 1 kHzGevoeligheid: > 15 V RMS | |||
| DC-spanning (Autorange) | 500.00 mV 0.01 mV | ± (1,0% rdg ± 8 digits) | |
| 5.0000 V 0.1 mV | |||
| 50.000 V 1 mV | |||
| 500.00 V 10 mV | |||
| 1000.0 V 0.1 V | ± (1,5% rdg ± 3 digits) | ||
| Weerstand (Autorange) | 500.00 Ω 0.01 Ω ± (1,0% rdg ± 9 digits) | ||
| 5.0000 kΩ 0.1 Ω | ± (1,0% rdg ± 5 digits)50.000 kΩ 1 Ω | ||
| 500.00 kΩ 10 Ω | |||
| 5.0000 MΩ 100 Ω ± (2,0% rdg ± 10 digits) | |||
| 50.000 MΩ 1 kΩ ± (3,0% rdg ± 10 digits) | |||
| Capaciteit (Autorange) | 500.00 nF 10 pF ± (3,5% rdg ± 40 digits) | ||
| 5000.0 nF 0.1 nF | ± (5,0% rdg ± 10 digits) | ||
| 50.000 μF 1 nF | |||
| 500.00 μF 10 nF | |||
| 5.000 mF 1 μF | |||
| Frequentie (Autorange) | 50.000 Hz | 0.001 Hz | ± (0,3% rdg ± 2 digits) |
| 500.00 Hz | 0.01 Hz | ||
| 5.0000 kHz 0.1 Hz | |||
| 50.000 kHz 1 Hz | |||
| 500.00 kHz 10 Hz | |||
| 5.0000 MHz | 100 Hz | ||
| 10.000 MHz | 1 kHz | ||
| Pulsbreedte: 100 μs ... 100 msFrequentie: 50 Hz...100 kHzGevoeligheid: > 15 V RMS | |||
| Tastgraad | 5% ... 95% | 0.1% ± (1,0% rdg ± 2 digits) | |
| Pulsbreedte: 100 μs ... 100 msFrequentie: 50 Hz...100 kHzGevoeligheid: > 15 V RMS | |||
| Temperatuur | -148 ... 1832°F | 0.1°F | ± (1% rdg ± 4.5°F) |
| -100 ... 1000°C | 0.1°C | ± (1% rdg ± 2.5°C) | |
| Functie Bereik Max. ingang | |||
| AC-stroom | Nauwkeurigheid gespecificeerd voor5 % ... 100 % van de meetwaarde | 1000 A | |
| DC-stroom 1000 A | |||
| Functie Bereik Ingangsprotectie | |||
| AC-spanning (Autorange) | 500 mV 600 AC/DC | ||
| 5V/50/500/1000 V 1000 AC/DC | |||
| Frequentie: 50 Hz ... 1000 Hz | |||
| DC-spanning | 500 mV 600 AC/DC | ||
| 5V/50/500/1000 V 1000 AC/DC | |||
| Weerstand (Autorange) 600 VAC | RMS of 600 VDC | ||
| Capaciteit (Autorange) 600 VAC | RMS of 600 VDC | ||
| Opening tang | 48 mm | ||
| Diodetest | Teststroom / -spanning ≤ 0,3 mA /nullastspanning < 2 VDC karakteristiek | ||
| Doorgangstest | Aanspreekdrempel < 35Ω + 5Ω, teststroom < 0,5 mA | ||
| LC-display | 0 ... 50000 | ||
| Meetsnelheid | 3 metingen/sec. | ||
| Ingangsweerstand | 1,0 MΩ (VDC, VAC) | ||
| Veiligheidsklasse II, dubbele isolatie | |||
| Overspanningscategorie | CAT III - 1000V, CAT IV - 600V | ||
| Verontreinigingsgraad | 2 | ||
| Werkomstandigheden | 5 ... 40°C, 80%rH, niet-condenserend, werkhoogte max. 2000 m | ||
| Opslagvoorwaarden | -20 ... 60°C, 80%rH, niet-condenserend | ||
| Bedrijfsgegevensradiografische module | Interface Bluetooth LE 4.x, Frequentieband: ISM band 2400-2483.5 MHz, 40 kanalen;zendvermogen: max. 10 mW;bandbreedte: 2 MHz, bitrate: 1 Mbit/s; modulatie: GFSK / FHSS | ||
| Stroomverzorging | 1 x 6LR61 9V | ||
| Afmetingen (B x H x D) | 76 x 230 x 40 mm | ||
| Gewicht (incl. batterijen) | 496 g | ||
EU-bepalingen en afvoer
Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU.
Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden.
Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder:
http://laserliner.com/info?an=cmxp

!

