EB7650WH - Bladblazer MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EB7650WH MAKITA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - EB7650WH MAKITA
Gebruikersvragen over EB7650WH MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bladblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EB7650WH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EB7650WH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EB7650WH MAKITA
Lees altijd erst de veiligheidsvoorschriften aandachtig door en neem deze in acht voordat u de machine in gebruik neemt. Bewaar deze gebruksaanwijzing zorgvuldig.
Important:
Hartelijk dank voor uw keuze van deze Makita bladblazer. Wij zijn ervan overtuigd dat de Makita bladblazer u zal bevallen, waar deze het resultaat is van een jarenlang ontwikkelingsprogramma op basis van荃 brede kennis enerving.
Deze modellen bladblazers combineren de Voorden van de laatste technische vindingen met uitgekiend ergonomisch design. Ze zijnlicht in gewicht, handig, compact en staan voor professionele inzet in tal van verschillende werkzaamheden.
Lees, begrijp en volg de instructies in deze handledging, om tot in o details volledig gebruik te make n van de prima prestaties die deze machine biedt. Dit garandeert u een optimaal veilige en doeltreffende werking van uw Makita bladblazer.

Inhoudsopgave
Pagina
Symbolen 82
Veiligheidsvoorschriften 83
EU-verklaring van conformiteit 86
Technische gegevens 87
Benaming van de onderdelen 88
Opbouwinstructies 89
Voor u de motor.gaat starten 90
Bediening 92
Stationairloop afstellen 94
Ijsafzetting in de carburateur voorkomen 94
Bedieningsmethode 95
Inspectie en onderhoud 97
Opslag apparatuur 99
Storingen verhelpen 101
SYMBOLEN
Het is erg belangrijk dat u de volgende symbolen herkent en begrijpt wanner u deze gebruiksaanwijzing doorleest.

WAARSCHUWING/GEVAAR Laat omstanders


Lees, begrijp en volg de gebruiksaanwijzing Brandsta


Verboden Handmatige motorstart


Niet roken Noodstop


Geen open vuur Eerste hulp


Draag beschermende handschoenen AAN/START


Houd uw werkomgeving vrij van personen en dieren


Draag oog- en oorbescherming


Hete delen - brandgevaar voor vingers en handen

UIT/STOP
Gevaar voor verlies van vingers of hand, door impellerbladen
Lang haar kan verstrikt raken en ongelukken veroorzaken.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Algemene aanwijzingen
- Om verzekerd teijken van een correcte en veilige bediening moet de gebruiker de instructies in deze handleiding lezen, begrijpen en opvolgen om vertrouwd te geraken met de bladblazer (1). Gebruikers die onvoldoende deskundigijken risken ongelukken voor zichzelf en anderen door onjuiste bediening.
- Het is aan te bevelen de bladblazer alleen uit te lenen aan personen die vertrouwd zijn met de werkking hiervan.
- Reik alkijd de gebruiksaanwijzing over.
- Onervaren gebruikers要去en zich door de dealer lately instrueren in de eerste beginselen voor het correcte gebruik van de bladblazer.
- Kinderen en Personen onder de 18JAar mogen Niet werken met de bladblazer. Personen boven de 16JAar mogen in hun trainingsfase het gereedschap wel bedieren, maar dan alleen onder direct toezicht van een bevoegt instructeur.
- Gebruik de bladblazer algijd met uiterste zorg en waakzaamheid.
- Gebruik de bladblazer enkel wonneer u in goede lichamelijke conditie verkeert.
- Verricht alle werkzaamheden steeds zorgvuldig en nauwbezet. De gebruiker is verantwoordelijk voor de verilgheid van derden.
- Gebruik de bladblazer nooit wanner u onder de invloed van alcohol of medicijnen bent (2).
- Gebruik het apparaat zich wanner u zich eigenglijk te moe voelt.
- Bewaar deze instructies voor latere naslag.
Beschermende kleding en veiligheidsvoorzieningen
Zorg dat uw kleding passend en functioneel is, m.a.w. Niet loshangend maar nauwsluitend zonder dat het u hindert in uw bewegingen. Draag nooit sieraden zoals kettingen, loszittende kledingstukken of lang的那一 dat in de luchtinlaat kan worden gezogen.
- Ter Voorkoming van hoofd-, oog-, hand- of voetverwondingen en om uw gehoor te beschermen要去ijdens het gebruik van de bladblazer de volgende beschermende kleding en veiligheidsvoorzieningen dragen.
Neem vooral de volgende voorschriften zorgvuldig inRCT
-
Kleding要去 nauwsluitend en afgekleed zitten, maar moet wel steeds voldoende bewegingsruimte bieden. Vermijd loshangende jasjes, wijde, geschuurde of omgeslagen broeken en denen, shawls of loshangend haar dat in de luchtinlaat gezogen kan worden. (4) Draag een overall of Lange broek om uw benen te beschermen. Werk Niet in korte broek. (4)
-
Gemotoriseerde apparatuur kan vaak zoveel lawaai voortbrengen dat het uw gehoor kan beschadigen. Draag oorbeshermers (oordoppen of oorkleppen) om uw oren te beschermen. Zeer regelmatie of veelvuldige gebruikers要去en hun gehoor regelmatig latent testen. (3)
- Bij het gebruik van de bladblazer is het aanbevolen om handschoenen te dragen.
Draag stevig schoeisel met anti-slipzolen. (4)
- Deugdelijke oogbescherming is vereist. Alhoewel de luchtstroom van u af gericht is, kuren erijdens het gebruik van de bladblazer soms steentjes of takjes terugkaatsen. (3)
- Werk nooit met de blazer zonder uwogen te beschermen met een goed passende veiligheidsbril of gezichtsmasker met afdoende bescherming van boven en opzij, die voldoet aan de voorschriften van EN166 en deplaatselijke veiligheidssein.
- Om inwendig letsel door het inademen van stof te voorkomen, dient u in stoffige omstandigheden een stofmasker te dragen.
Starten van de blazer
- Verzeker uervaan dat er geen kinderen of andere Personen zich binnen een straal van 15 meter bevinden (5), en let ook op de eventuele aanwezigheid van dierenicht bij uw werkplek. Gebruik de blazer nicht in druk bevolkte gebieden.
- Voor ingebruikname要去 u altijd eerst de blazer controleren op veilig gebruik: Controller of de gashendel goed functioneert. De gashendel要去 vooral vrij en soepel kannen bewegen. Controller oek de juiste werking van de gasvergrendelknop. Controller op vetvrije en droge handgrepen en test het functioneren van de I-O aan/uit-schakelaar. Houd hendels en grepen vrij van olie en benzine.



(1)
(2)



(3)




(4)
- Start de blazer enkel volgens de instructies. Probeer nooit om de motor op een andere manier te starten (6).
- Gebruik de blazer en de bijgeleverde gereedschappen alleen voor de specifiek aangegeven doeleinden.
- Start de motor van de blazer pas wanner het apparaat volledig is gemonteerd. Het gebruik van dit apparaat is alleen toegestaan wanner alle vereiste toebehoren er op+zijn gemonteerd.
- De motor要去 direct worden uitgeschakeld, indien zich hier problemen mee voordoen.
- Wonneer u werkkt met de blazer, moet u altijd uw vingers stevig rond de handgreep honden, met de bedieningshendel:tussen uw duim en wijsvinger. Houd uw hand in deze positie zodat u de machine voortdurend goed onder controle kunt honden. Zorg ervoor dat uw bedieningshendel in goede staat verkeert en vrij blijft van vocht, vuil, olie en vet. Zorg er altijd voor dat u zich velig en stevig staat.
- Draag de bladblazerijdens het werk allijd evenwichtig op beiden scholders. Draag de bladblazer Niet aan een enkele schouderband. Anders zou u een blessure+kennen oplopen.
- Werk met de blazer steeds in een zodanige stand dat u geen uitlaatgassen inademt. Laat nooit de motor van het apparaat draaien in een afgesloten ruimte (gevaar voor verstikking en gasvergiftiging). Koolmonoxide is een geur- en kleurloos gas. Zorg algijd voor voldoende ventilatie.
Schakel de motor aktijd uit wanner u even uitrust of wanner u de blazer onbeheerd achterlaat. Berg het apparaat op in een veilige plaats om te voorkomen dat er schade aan ontstaat, dat het gevaar voor anderen kan opleveren of Licht ontvliambare stoffen kan doen ontbranden. - Leg een warmgelopen bladblazer nooit neer in droog gras of andere brandbare materialen.
Tijdens het werken要去en alle bij het apparaat geleverde veiligheidsonderdelen en -voorzieningen er op worden gebruikt. - Werk nooit met een defecte of verstopte uityaat.
Schakel de motoruit voor vervoer van het apparaat (7).
Zorg dat de blazer tijdens vervoer in een auto of vrachtwagen stabel is neergezet, om brandstofflekkage te voorkomen. - Voor transport van de blazer dient u te zorgen dat de brandstoftank helemaal leeg is.
- Draag de bladblazer aan de draagbeugel. Sleep de bladblazer Niet mee aan het mondstuk, de blaasijp of andere onderden.
- Voor het optillen van de bladblazer dient u de knieën te buigen en voorzichtig te zijn dat u uw rug Niet overbelast.


Tanken
- Schakel de motoruit voor het bijtanken (7), houd de machine weg bij open vuur (8) en rook beslilstiet.
- Voorkom huidcontact met benzine. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd beschermende handschoenen bij het tanken. VerwisseI regulmatig uw beschermende kleding en reinig die ook regulmatig.
Vermijd het morsen van benzine of olie om verruiling van de grond te voorkomen (ter bescherming van het milieu). Veeg gemorste benzine direct af en maak de bladblazer goed schoon. Laat natte lappen opdrogen voordat u ze wegwerpt in een goed sluitende afvalbak, om het gevaar van spontane ontbranding te voorkomen.
Zorg dat u geen benzine op uw kleding morst. Verkleed u onmiddelijk als er benzine op uw kleding is gemorst (vanwege brandgevaar). - Controller regelmatig de benzinetankdop op lekkage en let op dat dedop goed aflsuit.
- Draai de borgschoef van de benzinetankdop stevig vast. Start de motor alsijd op een andere plaat (tenminste 3 meter verwijderd) dan waar u hebt bijgetankt (9).
Tank nooit bij in een afgesloten ruimte. Benzinedampen vormen zeer brandbare gassen op grondiveau (explosiegevaar). - Vervoer en bewaar benzineuitsluitend in goedgekeurde jerrycans. Zorg dat uw brandstofvoorraad Niet toegankelijk is voor kinderen.
Tank nooit een hete of nog draaiende motor bij.


Bedieningsvoorschriften
- Gebruik de blazer enkel bij HOLDERlicht en goed zicht. Pas op voor natte of glibberigeplaatsen, ijzel, sneeuw en ijs (gevaar voor uitgliden) en krappe ruimten.
Zorg dat u.altijd stevig staat. - Werk nooit op een instabiele ondergrond of een steile helling.
- Werk nooit vanaf een ladder of een hoge plaat. Anders loopt u gevaar voor verwondingen.
- Om gevaar voor persoonlijk letsel te voorkomen, mag u nooit de luchtstroom op omstanders richten, want de hove luchtdruk kan schadelijk zijn voor deogen en de krachtige luchtstroom kan gruis e.d. met groe sleheid uitwerpen.
- Plaatns nooit enig voorwerp in de luchtinlaat van het apparaat of in de blaaspijp van de bladblazer. Dat kan de ventilator beschaden en kan gevaar voor ernstig letsel opleveren zowel voor u als gebruiker en voor omstanders, als het voorwerp of gebroken onderdelen met kracht worden weggeslingerd.
- Let allijn op de windrichting; werk vooral Niet gegen de windrichting in.
- Om gevaar voor struikelen en vallen te voorkomen, mag u nooit inchterwaartserichtinglopend met het apparaat werken.
- Schakel de motor altiijd uit voordat u het apparaat gaat reinigen of onderhonden of voordat u onderdelen gaat verrangen.
- Neem regelmatig even rust om verlies aan beheersing door vermoeidheid te voorkomen. Wij raden u aan om elk uu ern rustpauze van 10 tot 20 minuten in te lassen.
- Gebruik het apparaat Niet al te zich bij vensterruiten e.d.
- Om schade door trillingen en/of gehoorschade te voorkomen, dient u het apparaat zo veel möglich op lage snelheid te gebruiken en de gebruiksduur te beperkten.
- Gebruik het apparaat alleen op een redelijkteijd van de dag. Gebruik de blazer niot op de vroege ochtend of erg LAST in de avond, wonneer het apparaat hinter voor omwonenden kan opleveren.
- Het is aanbevolen om het afval voor het blazen los te makeen met een hark of bezem.
- Onder stoffige omstandigheden(Int) u de omgeving voor het blazen licht besproeien, desnoods met een mistapparaat.
- Verstel de lenghte van het blaasmondstuk zodate de luchtstroom dichtbij de grond kan werkken.
- Om het geluidsniveau te minimisieren, dient u het aantal tegelijk gebruikte gereedschappen beperkt te honden.
Na het gebruik van de bladblazer en andere apparatuur, OPRUIMEN a.u.b.!.
Werp alle afval in een afvalbak.
Onderhoudsaanwijzingen
- Ga milieubewust te werk. Gebruik de bladblazer met zo min möglichk lawaai en luchtvervuiling als möglichk. Laat vooral de afstelling van de carburatore regelmatif controlichen.
Maak de blazer regelmatig schoon en controllerer of alle bouten en moeren stevig vast zitten. - Onderhoud of bewaar de blazer nooit in de nabijheid van open vuur, vonken, enz. (11).
- Sla de bladblazer altijd op met een lege brandstoftank in een goed geventileerde, met een slot afgesloten ruimte.
Pas op voor ongelukken en volg alle relevante verilgheidsinstructies, uitgeveen door overheidsinstelleningen en verzekeringsinstanties. Maak geen enkele aanpassing of modificatie aan uw blazer, want dat kan uw verilgheid in gevaar brengen.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de in deze gebruiksaanwijzing omschreven punten. Alle andere werkzaamheden dieren door een erkende onderhoudsdienst uitgevoerd te worden.
Gebruik enkel originele reservenderdelen en accessoires geleverd door Makita.
Het gebruik van Niet-goedgekeurde onderdelen of toebehoren verhoogt de kans op ontelukken en verwondingen. Makita aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ontelukken of schade die voortvloeit uit het gebruik van Niet-goedgekeurde onderdelen of toebehoren.
Maak nooit aanpassingen aan de apparatuur. Dat kan gevaarlijke ongelukken veroorzaken, met kans op verwondingen.


Eerste hulp
Voor het geval van ongelukken dient een goed gemulde eerste-hulpkoffer in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig te zich. Vul direct na gebruik van de inhoud de eerste-hulpkoffer waar volledig aan.
Wanner u hulp inroept, geef dan altijd de volgende informatatie:
- Plaats van het ongeluk
Water gebeurd is
Aantal verwonde Personen
Aard van de verwondingen
Uw naam

(12)
Alleen voor Europese landen
EU-verklaring van conformiteit
Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijk fabrikant, verklaren dat de volgende Makita-machine(s):
Aanduiding van de machine: Benzine bladblazer
Modelnr./Type: EB7650TH, EB7650WH
Technische gegevens: zie de tabel "TECHNISCHE GEGEVENS"
in sériearend geproduceden
Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen:
2000/14/EU, 2006/42/EU
En zijn gefabricieerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten:
EN15503
De technische documentatie worden bewaard door once erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten:
Makita International Europe Ltd.,
De conformiteitsbeoordelingsprocedure vereist door richtlij 2000/14/EU was in overeenstemming met annex V.
Gemeten geluidsvermogenniveau:110 dB
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau: 111 dB
6.8.2013

Tomoyasu Kato
Director
Makita Corporation
3-11-8,Sumiyoshi-cho,
Anjo, Aichi, JAPAN
TECHNISCHE GEGEVENS
| Model EB7650TH EB7650WH | ||||||
| Type gasklep | Buisgasklep Heupgasklep | |||||
| Gewicht (zonder blaaspijp) (kg) 10,8 11,0 | ||||||
| Afmetingen (zonder blaaspijp, L x B x H) (mm) 332 x 460 x 480 332 x 510 x 480 | ||||||
| Luchtstroomsnelheid | (met lange plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) | (m/s) | 89 | ||
| (met volumeblaasmondstuk) 81 | ||||||
| (met plat blaasmondstuk) 86 | ||||||
| (met korte plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) 90 | |||||
| (met volumeblaasmondstuk) 81 | ||||||
| (met plat blaasmondstuk) 87 | ||||||
| Luchtstroomvolume | (met lange plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) | (m³/ minuut) | 17 | ||
| (met volumeblaasmondstuk) 19 | ||||||
| (met plat blaasmondstuk) 17 | ||||||
| (met korte plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) 17 | |||||
| (met volumeblaasmondstuk) 19 | ||||||
| (met plat blaasmondstuk) 17 | ||||||
| Max. mortoerental (met snelheidblaasmondstuk) (min -1) 7 100 | ||||||
| Stationair toerental (min -1) 2 800 | ||||||
| Cylinderinhoud (cm³) | 75,6 | |||||
| Brandstof | Autobenzine | |||||
| Inhoud brandstoffank (cm³) | 900 | |||||
| Motorolie | SAE 10W-30 olie van API-classificatie SF-klasse of hoger (4-takt motorolie voor auto's) | |||||
| Olievolum van de motor (cm³) | 220 | |||||
| Carburateur (type) Membraan | ||||||
| Bougie | NGK CMR6A | |||||
| Elektrodenafstand (mm) | 0,7-0,8 | |||||
| Trillingen volgens EN15503 2009 | Rechter handgreep | a_hv_eq | (met lange plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) | (m/s²) | 2,5 |
| (met volumeblaasmondstuk) | 2,3 | |||||
| (met plat blaasmondstuk) | 4,1 | |||||
| (met korte plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) | 3,1 | ||||
| (met volumeblaasmondstuk) | 2,8 | |||||
| (met plat blaasmondstuk) | 3,7 | |||||
| Onzekerheid K | 2,2 | 3,0 | ||||
| Linker handgreep (bedieningsarm) | a_hv_eq | (met lange plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) | 0,7 | ||
| (met volumeblaasmondstuk) | 0,7 | |||||
| (met plat blaasmondstuk) | 0,9 | |||||
| (met korte plijp) | (met snelheidblaasmondstuk) | 0,8 | ||||
| (met volumeblaasmondstuk) | 0,7 | |||||
| (met plat blaasmondstuk) | 0,9 | |||||
| Onzekerheid K | 0,5 | |||||
| Gemiddeld geluidsdrukniveau volgens EN15503: 2009 | L_PA_eq dB(A) | 100 | ||||
| Onzekerheid K dB(A) | 1,5 | |||||
| Gemiddeld geluidsvermogenniveau volgens EN15503: 2009 | L_WA_eq dB(A) | 110 | ||||
| Onzekerheid K dB(A) | 1,0 | |||||
Opmerkingen:
Vanwege ons voortgaand onderzoek- en ontwikelingsprogramma konnen de hier vermelde technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
- De technische gegevens kunnen per land verschillend zich.

| 1. Schouderband 9. Olievuldop 17. | Luchtinaatrooster (onderaan) 25. Stopschakelaar | |
| 2. Bougiedeksel 10. Knaldemper 18. | Luchtfilterdeksel 26. Bedieningsarm | |
| 3. Chokehendel 11. Elleboogpijp 19. | Bout (van luchtfilterdeksel) 27. Snelheidblaasmondstuk | |
| 4. Opvoerpomp 12. Flexibele pijp 20. | Draagbeugel 28. Volumeblaasmondstuk | |
| 5. Startknop 13. Hendelgreep 21. Sopregelhendel 29. Piat blaasmondstuk | ||
| 6. Brandstoffankdop | 14. Zwenkpijp | 22. Bedieningshendel |
| 7. Brandstofflank | 15. Pijp (lang/kort) | 23. Gaskleptrekker |
| 8. Olieaftapbout | 16. Blaasmondstuk | 24. Gasklephendel |
- De standardaccessoires können van land tot land verschillen.
OPBOUWINSTRUCTIES
BEVESTIGEN VAN DE BLAASPIJPEN
LET OP:
- Alvorens u enig werk aan de blazer gaat verrachten, zet u altijd eerst de motor af en trekt u de bougiedoppen van de bougie af. Draag altiijd beschermende handschoenen!
- Start de blazer pas nadat die volledig is gemonteerd.
-
Draag algähd beschermende handschoenen!
-
Steek de zwenkpijp (3) in de flexibele pijp (1) enzet deze bevde vast met de slangklem (2).
- Bevestig de bedieningshendel / hendelgreep (4) aan de zwenkpijp en zet deze vast met de klemschroef (5).


3. Voor het model met buisgasklep
Steek de flexibele pijp in de elleboogpijp (6) van de bladblazer.
Bevestig de kabelhouser (7) tussen de slangklem (8) en de alleloogpijp.
Maak de kabelhouser, de flexibele pijp en de elleboogpijp vast met de slangklem.
Plaats de bedieningskabel (9) in de kabelhouser (7).
Voor het model met heupgasklep
Steek de flexibele pijp in de alleloogpijp (6) van de bladblazer.
Maak de flexibele pijp en de alleloogpijp vast met de slangklem (8).


- Bevestig de lange/korte pijp (10) aan de zwenkpijp. Draai de lange/korte pijp klosgewijze om die vast te zetten.
Bevestig cervolgens het blaasmondstuk (11) aan de lange/korte pijp. Draai het blaasmondstuk kloksgewijze om het vast te zetten. - Zorg dat ale klemmen stevig vast zitten.

VOOR U DE MOTOR GAAT STARTEN
1. Controlleren en bijvullen van motorolie
1) Verricht de volgende procedure allijd pas nadat de motor is afgekoeld. Anders zou brandwonden können oplopen.
- Inspectorie: Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond en verwijder de olievuldop.
- Controleer het oliepeil (1). Let op of het oliepeilussen de bovenste (2) en onderste (3) limietmarkeringen staat. Als de olie Niet tot aan de 100 ml markering (4) komt, dient u verse olie bij te vullen.
- Olie bijvullen: Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond en verwijder de olievuldop.
Vul olie bij tot aan het bovenste peilstreepje van het oliepeilglas.
2) Over het algemeen zult u na ongeveer elke 20 gebruiksuren motorolie要去en bijvullen (om de 10 - 15 koer dat u benzine bijtankt).
3) Ververs de olie wanner die vuil is of duidelijk vankleur verandererd is. (Zie onder "Motorolie verversen" voor de werkwijze en deregelmaat waarmee u de olie moet verversen.)

Aanbevolen olie: Originele Makita motorolie of SAE10W-30 olie van API-classificatie SF-klasse of hoger (4-takt motorolie voor auto's)
Oliecapaciteit: Ongeveer 0,22 L (220 ml)
OPMERKING:
- Als de blazer in opslag Niet precinctsrechtop staat, kan de olie uit het peilglas in de motor vloeien, hetgeen bij controeren van het oliepeil een onjuiste oliepeilaanduiding geeft. Dit kan resulteren in het overmatig bijvullen telkens wonneer u motorolie bijvult. Zorg dat de bladblazer bij opslag precinctsrechtop staat.
- Als er te veel motorolie is, kan de olie uit de ontluchting van het luchtfilter komen en de omringende onderdelen bevuielen, of kan witte rook vrijkomen doordat overtollige olie worden verbrand.
Vervangen van olie "olievuldop"
- Verwijder stof of vuil rond de olievulopening en maak de olievuldop los.
Zorg dat er geen stof of zand op de losse olievuldop komt. Anders kan zand of stof dat aan de olievuldop kleeft leiden tot onregelmatie olietoevoer of slijtage aan de motoronderdelen, hetgeen storingen kan veroorzaken.
Na het bijvullen van olie
Veeg alle gemorste olie weg met een lap.
2. Brandstof tanken
WAARSCHUWING:
- Bij het tanken van brandstof dient u vooral de volgende punten in acht te nemen om ontbranding en gevaar voor brand of verwondingen te voorkomen:
- Het bijtanken van brandstof moet gebeuren op eenplaats waar geen open vuur is. Breng nooit enig brandend voorwerp (sigaret e.d.) zicht bij deplaats waar u brandstof tankt.
- Zet de motor af en laat die afkoelen voordat u brandstof gaat tanken.
- Kies een vlakke ondergrond voor het tanken van brandstof. Vermijd onstabiele of slecht geventileerdeplaatsen voor het tanken van brandstof.
- Verricht het tanken van brandstof bij helderlicht en goed zicht.
- Kies een vrij open omgeving voor het tanken van brandstof.
- Open de brandstoffankdop heel voorzichtig. Door inwendige druk zou er brandstof uit de vulopening konnen komen.
- Wees voorzichtig dat u geen brandstof morst. Veeg eventuele gemorste brandstof onmiddelijk weg.
- Verricht het tanken van brandstof op een goed geventileerdeplaats.
Ga voorzigom met brandstof.
- Als er brandstof op uw huid of in uw ogen komt, kan dit leiden tot allergische reacties of irritatie. Roep onmiddelijk medische assistentie in wanner u een fysieke afwijking bespeurt.
DOE GEEN olie in de brandstoftank.
OPSLAGTERMIJN VAN BRANDSTOF
Brandstof hoor binnen 4 weken opgebruikt te worden, zelfs al bewaart u die in een speciale container in een goed geventileerde, donkere ruimte. Bij mindere omstandigheden kan brandstof al binnen een dag onbruikbaar worden.
Opslag van de machine en de brandstoftank
- Bewaar de machine en de brandsloftank op een koele plek,uit dezon.
- Bewaar brandstof nooit in uw auto.
BRANDSTOF
De motor is een 4-lakt motor. Zorg dat u allijd benzine voor auto's gezruikt (normaal of super).
Opmerkingen over brandstof
- Gebruik nooit een benzine-olie mengsel (mengsmering). Dat kan overmatige koolafzetting en mechanische storingen veroorzaken.
- Bij gezbruik van slechte olie/brandstof za de motor onregelmatig starten.
Voor het bijtanken stopt u de motor en wacht u tot die afgekoeld is.
METHODE VOOR HET BIJTANKEN
- Draai de brandstoftankdop een beetje los om de overdruk geleidelijk te lately ontsnappen.
Haal de tankdop er af en vul brandstof in de tank terwijl u er voor zorgt dat de gassen in de tank kuren ontsnappen door de vulopening maar boven te honden. VUL NOOT de tank tot aan de nok toe vol. - Draai de tankdop wee stervig vast nadat u klaar bent met tanken.
- Als de tankdop beschadig is, dient udezte vervangen.
- De tankdop za na verloop vanijd slijtage vertonen. Vervang de dop om de tweet tot drieIRR.
DOE NOOIT brandstof in de vulopening voor de motorolie.
BEDIENING
1. Starten
WAARSCHUWING:
- Start de motor in geen geval opdezelfde plek als waar u brandstof getankt heeft.
- Dat zou gevaar voor brand hunnen veroorzaken. Ga minstens 3 meter bij de tankplek vandaan voordat u de motor start.
- De uitlaatgassen van de motor zijn giftig. Laat de motor niets draaien op een slecht geventileerde plaat, bijvoorbeeld in een tunnel, in een gebouw enz.
- Gebruik van de motor op een slecht geventileerde plek kan leiden tot vergiftigding door uitlaatgassen.
- Stop en inspecteer de motor onmiddelijk wonneer u na het starten iets abnormaalis bespeurt, Zoals een vreemd geluid, geur, of trilling.
- Als u de motor blijft gebruiken verwijl zich een dergelijk abnormala verschijnse voordoet, kan dat leiden tot ongelukken.
- Raak de hete motorkap Niet aan. Anders zou u brandwonden können oplopen.
- Let voor het starten van de motor goed op dat er geen sporen van brandstoflekkage�.
- Controller of de motor daadwerkelijk stopt wanner u de stopschakelaar in de "O" stand zet.



1) Wanner de motor koud is of na het bijtanken (koude start)
(1) Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond.
(2) Voor het model met buisgasklep Zet de stopregelhendel (1) in de "I" stand.
(2) Voor het model met heupgasklep Zet de stopschakelaar (1) in de "I" stand. En zorg dat de gasklephendel (2) staat ingesteld op een laag toerental.
(3) Blij op de opvoerpomp (3) drukken totdat er brandstof in de opvoerpomp komt.
- Meestal komt er na 7 tot 10 maal drukken brandstof in de carburateur.
- Als u de opvoerpomp overmatig gebruikt, za het teveel aan benzine teruggevoerd worden maar de brandstoffank.
(4) Zet de chokehendel (4) omhoog in de gesloten stand.
(5) Trap met uwrechtervoet op het pedaal en houd de bovenkant van de apparaatkap met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor in beweging komt.
(6) Trek de starthendel langzaam uit totdat u compressie voelt. Geef er verrolgens een stevige ruk aan.
- Trek het trekstartkoord nooit vollediguit.
- Laat de trekstartknop geleidelijk terugkeren tot in de behuizing.
Laat de trekstartknop Niet abrupt los, want dan kan de knop gegen uw lichaam aan zwiepen of nicht goed terugkeren.
(7) Wanner de motor start, zet u de chokehendel omlaag in de open stand.
- Open de chokehendel—helemaal wanner u controleert hoe de motor loopt.
Bij koud werk of wonneer de motor is afgekoeld, mag u nooit de chokehendel ineens helemaal open zetten. Anders kan de motor afslaan.
(8) Laat de motor 2 tot 3 minuten warmdraaien.
(9) De motor is voldoende warmgedraaid wanner deze snel op toeren komt zodra u vol gas geeft.


OPMERKING:
- De motor kan beschadigd raken als de chokehendel verder gezet worden dan de "CLOSE" stand.
- Als de motor knalt en afslaat, zet u deze hendel terug in de "OPEN"-stand en trekt u enkele malen aan de starthendel om de motor opnieuw te starten.
- Als u aan de starthendel blijft trekken met de chokehendel in de "CLOSE" stand, kan de motor Niet of nauwelijks更是 starten omdat die door een teveel aan brandstof is verzopen.
- Als de motor door te veel brandstof is verzopen, verwijdert u de bougie en trekt u eenaar keer snel aan de starthendel om het teveel aan brandstof te lozen. Maak de elektrde van de bougie goed droog.
- Wanner de gasklep (1) Nietteringkomt in een stand waarin deze de stationairstelschroef (2) raakt, zichs Niet wanner de gasklep staat ingesteld op een laag toerental, stel dan bedieningskabel (3) opnieuw af zodate klep terugkeert in de correcte stand.

2) Wanner de motor warm is (warme start)
(1) Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond.
(2) Druk enkele malen op de opvoerpomp.
(3) Zorg dat de chokehendel open staat.
(4) Trap met uwrechtervoet op het pedaal en houd de bovenkant van het apparaat met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor in beweging komt.
(5) Trek langzaam aan de starthendel totdat u compressie voelt.
(6) Wanner de motor Niet gemakkelijk start, draait u de gasklep ongeveer 1/3 open.
2. Stoppen
Voor het model met buisgasklep
Laat de gaskleptrekker (2) los en zet dan de stopregelhendel (1) in de "O" stand.
Voor het model met heupgasklep
Stel de gasklephendel (1) in op lage snelheid om het motortoerental te verminderen. Zetervogens de stopschakelaar (2) in de "O" stand.

STATIONAIRLOOP AFSTellen
LET OP:
- De carburateur is in de fabriek afgesteld. Maak nooit enige andere afstelling dan alleen voor het stationair-toerental. Voor andere afstellingen dient u contact op te nemen met een erkend Makita servicecentrum.
Controleren van het stationair-toerental
Stel het stationair-toerental in op 2800 toeren/min.
- Als het nodig is het toerental bij te regelen, kut u de stelschroef (1) bijstellen met een kruskopschroevendraaier.
- Draai de stelschroefaar rechts om het toerental van de motor te verhogen.Draai de stelschroefaar links om het motortoerental te verlagen.

IJSAFZETTING IN DE CARBURATEUR VOORKOMEN
LET OP:
- Wonneer de omgevingstemperatuur hoger is dan 10^ , zet u de hendel algid terug in de normale stand (geremkt met een zonnetje). Ander zou de motor door overhitting beschadigd können worden.
Wanner de omgevingstemperatuur laag is, met veel vocht in de lucht, kan er waterdamp binnenin de carburateur bevriezen, waardoor de motor onregelmatig za gaan lopen (jjsafzetting in de carburateur). Verander indien nodig de stand van de antivrieshendel als volgt.
- Voor een omgevingstemperatuur boven 10^ : Draai de hendel in de normale stand (gemerkt met een zonnetje).
- Voor een omgevingstemperatuur gegelijk aan of onder 10^ : Draai de hendel maar de antivirusiesstand (met het teken voor sneeuw).

BEDIENINGSMETHOD
1. Verstellen van de schouderband
Stel de schouderband (1) in op een lenghte waar bij u veilig en comfortabel kunt werkken met de bladblazer op uw rug. Om de schouderband strak te trekken (A) trekt u het uiteinde van de schouderband omlaag. Om de schouderband loser te make (B) trekt u het uiteinde van de gesp (2) omhoog.

Trek aan de stabilisatieband (3) totdat er geen speling meer open blijftussen uw rug en het blazerhuis. Om de schouderband strak te trekken (C) trekt u het uiteinde van de schouderband omlaag. Om de schouderband loser te makesen (D) trekt u het uiteinde van de gesp (4) omhoog.

Met de heupriem (optioneel accessoire) kan de gebruiker het gereedschap stabieler dragen.

2. Afstellen van de bedieningshendel
Voor het model met buisgasklep
Verschuif de bedieningshendel langs de zwenkpijpaar de meest comfortablee stand. Draai verrolgens de bedieningshendel vast met deschroef (1).

Voor het model met heupgasklep
Verschui de hendelgreep langs de zwenkpijpaar de meest comfortabele stand.Draaiervolgens de hendelgreep vast met de schroef (1). Verstel de hoek van de bedieningsarm voor comfortabele bediening.

3. Bediening van de blazer
1) Tijdens het werk den met de blazer kunt u de gaskleptrekker / gasklephendel zo instellen dat de blaaslichtdruk precies goed is voor de omstandigheden waaronder u werkt.
2) Afstellen van het motortoerental
Voor het model met buisgasklep
U verhoegt het motortoerental door de gaskleptrekker (1) verder in te drukken. Om het motortoerental te verlagen, waar u de gaskleptrekker een ietsje los.
Afstellen van het motortoerental met de "cruise control" functie:
Met de zgn. "cruise control" functie kurz u de motor op een constant toerental lately draaien zonder dat u uw vinger aan de trekker hoeft te houden.
Voor een hoger motortoerental draait u de stopregelhendel (2) maar de stand voor hogs nselheid.
Voor een lager motortoerental draait u de stopregelhendel maar de stand voor lage snelheid.
Voor het model met heupgasklep
Voor een hoger motortoerental draait u de gasklephendel (1) maar de stand voor hoge slelheid.
Voor een lager motortoerental draait u de gasklephendel maar de stand voor lage slelheid.


VERVOER EN OPSLAG VAN DE BLAZER
LET OP:
Voordat u de blazer gaat vervoeren, zet u altijd eerst de motor af.
Ga Niet op de bladblazer zitten of staan enplaats er geen zware voorwerpen bovenop. Dat kan het gereedschap beschadigen.
Zorg bij vervoer en opslag dat de blazer zo goed möglichkrechtop staat. Bij vervoer of opslag in een andere danrechtopstaande stand kan er olie in de motor van de blazer lekken. Dat kan leiden tot olielekkage uit het apparaat en witte rook door de verbrandende olie en bovendien kan het blazerhuis door de olie vuil worden.
Bij vervoer of verplaatsen mag u de bladblazer nicht over de grond laten slepen. Anders kan de behuizing van de bladblazer of het luchtinlaatrooster beschadigd worden en+kunnen er onderdelen gaan roesten.
- Het luchtinaatrooster heeft aardingscontacten (1) die staatische elektriciteit maar de aarde laten afvloeien.


INSPECTIE EN ONDERHOUD
LET OP:
Voor het verrachten van onderhoud en inspectie stopt u de motor en laat u die afkoelen. Verwijder de bougie en de bougiedop.
- Als u dit nalaat, loopt u de kans op brandwonden of ernstig letsel als de motor onverwacht zou starten.
- Controller na inspectie of onderhoud zorgvuldig of alle onderdelen goed op hun plaats zitten. Zo ja, dan kunt u het apparaat weer gebruiken.
1. Motorolie verversen
Te lang gebruekte motorolie za de levensduur van de heen en weer bewegende en roterende onderdelen aanzienlijk bekorten. Vergeet nicht te controeren wanner en hoeveel olie er ververst moet worden.
LET OP:
- Meestal zullen de motor zich en de motorolie nog enigeijd heb het blijven, ook nadat de motor is gestopt. Als u de olie wilt gaan verversen, moet u eerst controleren of de motor zich en de motorolie daarin voldoende zijn afgekoeld. Doet u dat Niet, dan bestaat het gevaar dat u zich zult branden. Wacht na het stoppen van de motor nog even zodate de motorolie kan terugkeren maar de oliepan, om een juiste aanduiding van het oliepeil te garanderen.
- Als u olie bijvult tot voorbij de aangegeven limiet, kan de olie verontreinigd raken of verbranden met een witte rookontwikkeling
Verversingsinterval: Na de eerste 20 gebruiksuren, en daarna om de 50 gebruiksuren.
Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API- Classificatie SF-Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's)
Werkwijze voor het verversen van de olie
Volg de onderstaande stappen wanner u de olie gaat verversen:
(1) Zet de bladblazer neer op een egale ondergrund.
(2) Plaats een bak voor afgewerkte motorolie onder het aflapgat (1) om de olie in op te vangen. De olieopvangbak要去 tenminste een inhoud hebben van 220 ml om alle olie te konnen bevatten.
(3) Draai de olieaftapbout (2) los om de olie te lately weglopen. Wees voorzichtig dat er geen olie morst op de brandstoftank of andere onderdelen.

LET OP:
- Pas op dat u de pakking (aluminium tussenring) (3) nicht kwijt raakt. Leg de olieaftapbout (2) op een plek waar deze nicht vuil kan worden.
(4) Verwijder de olievuldop (4). (Door de olievuldop (4) te verwijden kan de olie gemakkelijker uit de motor weglopen.)
LET OP:
Leg de olievuldop (4) op een plek waar deze Niet vuil kan worden.
(5) Naarmate het oliepeil lager worden, zult u de blazer geleidelijk maar de kant van het aflapgat要去en kantelen zodat alle olieuit de motor kan weglopen.
(6) Nadat alle olie uit de motor gelopen is, draait u de olieaftapbout (2) weeer stevig vast. Als de bout Niet goed vast zit, kan er olie uit de motor blijven lekken.
LET OP:
- Vergeet Niet de pakking (aluminium tussenring) (3) waar op+zijnplaats te brengen wanner u de olieaftapbout weeer aanbrengt.
(7) Extra olie bijvullenijdens het olie verversen gaat op bezelfdemanier als eerder werk Beschreven voor het bijvullen van olie wanner het oliepeil te laag geworden is. Olie bijvullen moet altijd via de opening van de olievuldop. (Voorgeschreiben oliepeil: Ongeveer 220 ml)
(8) Nadat u de olie bijgevuld heeft, draait u de olievuldop (4) wee stevig vast, om oilelekkage te voorkomen.
Opmerkingen bij het verversen van de motorolie
- Gooi afgewerkte motorolie nied wet met het huisvuil en loos het niet in de natureur of in een sloot. Het afvoeren van olie is wettelijk geregold. Volg allijd de geldende wetten en voorschriften wonneer u zich van afgewerkte motorolie wilt ontdoen. Raadpleeg een erkende onderhoudsdienst als u hieromtrent vragen heb.
- Ock wanner u olie gewoon bewaart za de olie op den duur bederven. Controleer regelmatig of de olie die u wilt gebruiken nog goed is (ervang de olie minstens elke 6 maanden).
2. Reinigen van het luchtfilter

Interval voor reiniging en inspectie: Dagelijks (om de 10 gebruiksuren)
(1) Draai de bouten (1) los.
(2) Verwijder het luchtfilterdeksel (2).
(3) Neem het het element (3) er uit en verwijder met een borstel alle vuil van het element.
Opmerking:
- Het element is van het droge type en het mag Niet nat worden. Was het in geen geval met water.
(4) Vervang het element door een nieuw als het beschadigd of te verzerr verwuild is.
(5) Veeg eventuele olie die op de luchtinlaat (4) is gekomen weg met een poetsdoek of lap.
(6) Installee het element in het luchtfilterhuis.
(7) Breng het luchtfilterdeksel weeer aan en draai de knopbout vast.
KENNISGEVING:
- Reinig het element verscheidene keren per dag als er erg veel stof door wordt opgevangen.
- Als u door blijft werkken verwijl er aan het element nog olie kleeft, kan er olie uit het luchtfilter lekken, met als gevolg olieverviling.
3. Bougie controlleren
LET OP:
- Raak nooit de bougie aan verwijl de motor nog loopt. Anders kunt u een elektrische schok krijgen.
- Zet de stopregelhendel/stopschakelaar in de "O" UI-T-stand.
- Controller regelmatig de bougiekabel. Als de kabel beschadigd of gerafeld is, verrangt u die. Anders kurz u een elektrische schok krijgen.
- Voor het verwijderen van de bougie maakt u eerst de bougie en de cilinderkop goed schoon, om te voorkomen dat er stof of zand e.d. in de cilinder kan komen.
- De motor要去 afgekoeld zijn voordat u de bougie verwijdert, om te voorkomen dat het inwendige schroefdraad in de cilinderkop beschadigd worden.
- Schroef de bougie naderhand weir preciesrecht in het schroefgat. Als u de bougie er scheef indraait, za dit het schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
(1) Openen/sluiten van het bougiedeksel Voor het openen (A) van het bougiedeksel (1) tilt u het op en draait u het een halve slag. Voor het sluiten (B) van het bougiedeksel draait u het een halve slag en drukt u het rond de uitholling zich.
(2) Verwijderen van de bougie Gebruik de bijgeleverde bougiesleutel om de bougie te verwijderen of weer vast te draaien.
(3) Controleren van de bougie De spel ing tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Stel de juiste spel ing bij als de elektrodenafstand te groot of te Klein is. Maak de bougie grondig schoon of verrang de bougie wanner deze verontreinigd is of veel koolaanslag heeft.
(4) Vervangen van de bougie Gebruik ter verwanging een NGK-CMR6A bougie.




4. Brandstofffilter schoonmaken
- Een verstopt brandstofffilter kan leiden tot startproblemen of de onmogelijkheid het toerental te verhogen.
- Controller het brandstofffilter regelmatig op de volgende wijze:
(1) Verwijder de brandstoffankdop (1) en tap de brandstof af totdat de tank helemaal leeg is. Controller de binnenkant van de tank op eventuele ongerechtigheden. Verwijder eventeel aanwezig vuil of gruis.
(2) Trek het brandstofffilter (2) met een draad uit de tank via develuopening.
(3) Als het brandstofffilter vuil is, reinigt u het met schone benzine. Gooi de benzine die u voor het schoonmaking hebt gebruikt weg in overeenstemming met de terplaatse geldende voorschriften. Als het brandstofffilter erg vuil is, verwangt u het.
(4) Na contrôle, reinigen of verrangenplaatst u het brandstofffilter in de brandstoffpijp en maakt u het vast met de slangklem (3). Doe het brandstofffilter terug in de benzinetank en breng de tankdop waar stevig op+zijn plaats.
- Controller of er geen schade aan de brandstoftank is.
5. Inspectie van bouten, moeren en schroeven
Draai losgetrilde bouten, moeren e.d. weer vast.
- Controller of er brandstof- of olielekkage is opgetreden.
- Vervang beschadigde of versleten onderdelen door neue om een veilige werkung van het apparatus te waarborgen.
6. Reinigen van onderdelen
- Houd de motor schoon door die met een lap af te vegen.
- Houd de cilinderkoelvinnen vrij van stof en vuil. Als de koelvinnen bedekt raken met stof of vuil, kan de motor vastlopen.
- De uitgeblazen lucht worden eerst aangezogen via de luchtinlaat met het inlautrooster (1). Wanner u merkt dat de blaaskracht afneemt, moet u de motor stoppen en controleren of het inlautrooster van de luchtinlaat Niet gedeelrijk verstoapt geraakt is. Maak indien nodig de verstopedelen schoon.
- Controller het luchtinaatrooster onderaan. Verwijder de schroef en dan het luchtinaatrooster. Controller of het verstopt of geblokkeerd is. Maak indien nodig de verstope delen schoon.
- Een dergelijkke verstopping kan leiden tot oververhitting en schade aan de motor.
WAARSCHUWING:
- Gebruik de blazer in geen geval zonder het rooster voor de luchtinlaat. Controlleroor elk gebruik even of het rooster goed op+zijnplaats zit en Niet beschadigd is.
7. Vervangen van pakkingen en afdichtingen
Bij het demonteren en weeer monteren van de motor verrangt u de pakkingen en afdichtingen door neue.
Onderhouds- of afstelwerkzaamheden die nicht beschreiben worden in deze handleiding mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende onderhoudsdienst.



OPSLAG APPARATUUR
WAARSCHUWING:
- Voordat u de brandstof aftapt, moet u de motor stoppen en lately afkoelen. - Als u dit vergeet, loopt u kans op brandwonden en kan er brand uittbreken.
LET OP:
- Als u het apparaat voor langere tijd opbergt, dient u alle brandstof uit de tank en de carburateur af te tappen, om het apparaat dan op te bergen op een droge en schone plek.
Tap de brandstofuit de tank en de carburateur af op de volgende wijze:
(1) Verwijder de brandstoffankdop en tap alle brandstof af. Als er verontreinigingen achechterblijven in de brandstoffank, dient u deze grondig te verwijderen.
(2) Trek het brandstofffilter met een draad uit de tank via de vulopening.
(3) Druk op de opvoerpomp totdat alle brandstof waaruit verwijderd is en tap daarna de instromende brandstof uit de tank af.
(4) Plaats het brandstofffilter wee terug in de brandstoftank en draai de tankdop stevig vast.
(5) Laat de motor verrolgens lopen tot deze vanzelf stopt.
(6) Verwijder de bougie en druppel een paar druppels motorolie in het bougiegat.
(7) Trek voorzichtig aan de starthendel om de motorolie door de motor te verspreiden en breng dan de bougie weeop+zijn plaats.
(8) Bewaar het apparaatrechtstandig, met de handgreep boven.
(9) Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan in een goed geventileerde ruimte.
Storing lokaliseren
| Probleem Systeme Waarne | emingen Oorzaak | ||
| Motor start nicht of slechts met moeite | Ontstekingssysteme Ontstekingsvonk in orde Probleem | met de brandstoffevoer of het compressiesystem, mechanisch defect | |
| ontstekingsvonk Niet goed | STOP-schakelaar ingedrukt, bedravingsfout of kortsluiting, bougie of bougiecontact Niet goed, defeche ontstekingseenheid | ||
| Brandstof tanken Brandstofftank gemvuld Onjuist ingestel | de chokehendel, carburateur Niet in orde, brandstoffleiding geknakt of geblokkeerd, vuil in de brandstof | ||
| Compressie Geen compresie bij aandraaien van de motor | Onderste cilinderpakking gescheurd, krukasaftdichting beschadigd, cilinder- of zuigerringen defect of Niet goed afluitende bougie | ||
| Mechanisch defect Trekster Werkt nicht Gebroken start | tveer, gebroken onderdelen in de motor | ||
| Problemen met warme start | Tank gemvuld, bougie vonkt | Carburateur verruild, laten reinigen | |
| Motor start maar slaat af Brandstof tank gemvuld | Onjuiste stationairafstelling | carburateur verruild | |
| Brandstoffankontluchting Niet in orde, brandstoffevoerleiding verstopt, kabel of STOP-schakelaar defect | |||
| Onvoldoende prestaties Diverse systemen können gelijktijdig Niet in ordeijken | Onregelmatte stationairloop | Luchtfilter verruild, carburateur verruild, knaldemper verstopt, uitlaatpoort van de cilinder verstopt | |
| Gebruiksduur Onderdeel | Vóör het gebruik | Na smering | Dagelijks (10 gelebr. uren) | 30 uu r 50 | uu 200 uu | Uitschaken/ rusten | Beteffende pagina | ||
| Motorolie | Inspecteren/ reinigen | ○ | 90 | ||||||
| Vervangen | ○1 | 97 | |||||||
| Onderdelen vastdraaien (bouten, moeren) | Inspecteren 99 | ○ | |||||||
| Brandstoftank | Reinigen/ inspecteren | ○ | - | ||||||
| Brandstof aftappen | ○3 | 99 | |||||||
| Gaskleptrekker/ gasklephendel | Werking controleren | ○ | - | ||||||
| Stopregelhendel/ stopschakelaar | Werking controleren | ○ | 93 | ||||||
| Lage-snelheid draaiing | Inspecteren/ bijstellen | ○ | 94 | ||||||
| Luchtfilter | Reinigen | ○ | 98 | ||||||
| Bougie/bougiekabel | Inspecteren 98 | ○ | |||||||
| Koelluchtleiding | Reinigen/ inspecteren | ○ | 99 | ||||||
| Brandstofpijp | Inspecteren 99 | ○ | |||||||
| Vervangen | ○2 | - | |||||||
| Brandstofffilter | Reinigen/ verwangen | ○ | 99 | ||||||
| Speling:tussen luchtinlaatklep en luchtuitblaasklep | Bijstellen | ○2 | - | ||||||
| Olieleiding | Inspecteren | ○2 | - | ||||||
| Motor latent reviseren | ○2 | - | |||||||
| Carburateur | Brandstof aftappen | ○3 | 99 |
1 Voer de eerste verversing UIT na 20 gebruiksuren.
2 Laat de inspectie na 200 gebruiksuren uitvoeren bij een erkende onderhoudsdienst of een servicecentrum.
*3 Laat de motor gewoon even doorlopen na het legen van de brandstofank om ook alle brandstof uit de carburateur te verwijderen.
STORINGEN VERHELPEN
Ga eerst zelf na wat er aan de hand zou hunnen zich voordat u om reparatie verzoekt. Als u ontdekt wat er mis kan zich, volgt u de herstelinstructies voor het apparaat zoals beschreven in die handleiding. Demonteer geen onderdelen en probeer geen ingrepen uit die Niet in de handleiding beschreiben staan. Als reparatie nodig is, neemt u contact op met een erkende onderhoudsdienst of uwplaatsilijke dealer.
| Abnormale toestand Waarschijn | Jikeoorzaak(storing)Oplossing | |
| De motor start nicht | Opvoerpomp is Niet gebruikt 7 tot 10 maal drukken. | |
| Trekstarter te traag uitgetrokken Trek harder aan het koord. | ||
| Onvoldoende brandstof Brandstof bijtanken. | ||
| Brandstofffilter verstoet Reinigen | ||
| Brandstoffleiding geknakt Haal de knik uit de brandstoffleiding. | ||
| Slechte brandstof Brandstof van mindere kwaliteitmaakt de motor moeilijker te starten. Vervangen door血液循环.Aanbevolen verversingstijd: 1 keer per maand | ||
| Verzopen door teveel brandstof Zet de gaskleihendel van gemiddelde waar hoge snug heid en trek aan de stathendel totdat de motor start.Als de motor nog steeds Niet start, verwijdert u de bougie, droegt u de elektroden en brengt u de bougie weer op+zijnplaats aan. Daarna start u volgens de instructies. | ||
| Losse bougidop Stevig vastmaken | ||
| Vervuilde bougie Reinigen | ||
| Onjuiste elektrodenafstand bougie Stel de elektronafstand bij | ||
| lets anders mis met de bougie Vervangen | ||
| Probleem met de carburateur Verzoek om inspectie en onderhoud. | ||
| Trekstarter werkt Niet Verzoek om inspectie en onderhoud. | ||
| Probleem met de aandrijving | Verzoek om inspectie en onderhoud. | |
| Motor stopt al gauw Het mortoroerental neemt Niet toe | Onvoldoende opgewarmd | Laat de motor even warmdraaien |
| De chokehendel staat op "CLOSE" toenwijl de motor al is warmgedraaid | Zet de hendel in de "OPEN"-stand. | |
| Brandstofffilter verstoet Reinigen | ||
| Vervuild of verstoet luchtfilter | Reinigen | |
| Probleem met de carburateur Verzoek om inspectie en onderhoud. | ||
| Probleem met de aandrijving | Verzoek om inspectie en onderhoud. | |
| Losgeraakte gasklepkabel | Stevig vastmaken | |
| De motor stopt nicht.↓ | Losgeraakte aansluitstekker | Stevig vastmaken |
| Fout in het elektrisch system | Verzoek om inspectie en onderhoud. | |
| Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel zich, in de "CLOSE"-stand. | ||
Als de motor wel warm is, maar nicht start:
Als u geen oplossing vindt via de bovenstaande controles, draait u het gas ongeveer 1/3 open en start u vervolgens de motor.
Espanol
AnwOn oumuoppwons EK
Eeic, n Makita Corporation, wC uTReUvoC kataoKeuaoTns 8nawovpe oTo(a) aKoAouO(o) pnxavnpa(ra) ts Makita:
Ovoaia tou mxaavmaos: Quanrnpas ns