ST 784576 - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 784576 KETTLER in PDF-formaat.

📄 40 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KETTLER ST 784576 - page 14
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KETTLER

Model : ST 784576

Categorie : Hometrainer

Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 784576 - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 784576 van het merk KETTLER.

GEBRUIKSAANWIJZING ST 784576 KETTLER

Functies en bediening van de trainingscomputer

Bedieningsaanwijzingen voor de trainingscom- puter met digitale weergave Starten van het apparaat Plaats 2 batterijen. (1,5 V UM 3/AA). De computer voert een segmenttest uit en toont alle weergeefbare tekens. U hoort een pieptoon ter bevestiging.

1. Start zonder voorkennis

U kunt zonder voorkennis met de training beginnen. Op de display worden de diverse informaties weergegeven. Voor een efficiënte training en voor het instellen van uw persoonlijke trainingsprogrammeringen, a.u.b. deze bedieningshandleiding doorlezen en de instructies opvolgen. Instellen van de tijd Na inschakelen van het apparaat of RESET-Start verschijnen alle displayvelden = segmenttest met een geluidsignaal. Daarna wordt kort de tijd weergegeven. De tijd wordt met de toetsen SET en MODE gewijzigd: eerst het uur SET dan met MODE beve- stigen, daarna minuten en weer met MODE de gekozen tijd beve- stigen. Lees ook de algemene aanwijzingen in de trainingshand- leiding.

MODE Kies door kort indrukken van de MODE-toets tussen de functies [TIME; DISTANCE, CALORIES of PULSE] zowel voor de weergave, als voor uw persoonlijke instellingen. Als u de MODE-toets lang ingedrukt houdt, worden alle waardes op >0< gezet. SET Met de SET-toets worden geprogrammeerde waardes inge- voerd. Daarvoor moet het apparaat zich in de ruststand bevinden > weergave links boven in de display: STOP. Door kort indrukken van de SET-toets verhoogt u de instelwaardes van de diverse functies > [TIME; DISTANCE, CALORIES of PULSE]. Als u de SET- toets langer ingedrukt houdt, versnelt de telling van de instel- waarde. RESET Met de RESET-toets worden de functies op >0< gezet. Bij de programmering van een willekeurige functie wordt alleen de waarde van deze functie door het kort indrukken van de RESET- toets op >0< gezet. Als de RESET-toets langer dan 2 seconden ingedrukt wordt, worden alle waardes op >0< gezet; dit is het- zelfde als een herstart van de computer. Bij het verwisselen van de batterijen worden ook alle waardes op >0< teruggezet. RECOVERY Gebruik de RECOVERY-toets voor het activeren van de her- stelpolsfunctie na de training.

3. Funkties – display weergaves

Algemeen: In de display verschijnt steeds een groot veld en tegelijkertijd onder in het veld meerdere segmentvelden naast elkaar. Na het beëindigen van de training worden de trainingsge- geven opgeslagen en deze kunnen bij een nieuwe training opge- vraagd worden. De nieuwe gegevens worden dan erbij opgeteld. Uitzondering: de computer werd met RESET op >0< gezet, in de persoonlijke trainingsprogrammeringen werd de waarde op >0< gezet of de batterijen werden verwisseld. – Bij onderbreking van de training langer dan 4 minuten wordt de display uitgeschakeld. – Als de computer ondefinieerbare velden toont, de batterijen verwijderen, weer terug plaatsen en het nogmaals proberen. SCAN Wisselende weergave van alle fun- cties in het grote veld. Links in de display verschijnt afwisselend de omschrijving in afgekorte vorm: RPM = Round Per Minute = omwen- telingen per minuut/trapfrequentie SPD = SPEED = snelheid TM = TIME = trainingstijd DST = DISTANCE = afgelegde afstand CAL = CALORIES = energie/calorieënverbruik PLS = PULSE = polsslagfrequentie Als in het grote veld de betreffende eenheid verschijnt, knippert in het kleine veld de functieomschrijving. RPM /SPEED In dit veld wordt afwisselend (elke 6 seconden) de trapfrequentie als RPM (= omwentelingen per minuut) en de snelheid SPEED in km/h weergegeven. De hoogst mogelijke snelheid bedraagt 99,9 km/h TIME In dit veld wordt de trainingstijd gemeten. De maximale tijd bedraagt 99:99 minuten.15 DISTANCE De afgelegde afstand wordt in km gemeten. De afstandtelling begint met >0< en kan maximaal tot 99,99 km weergeven worden. De telling gebeurt in 0,01 km stappen = 10 meter. CALORIES In dit veld wordt het berekende calorieënverbruik weergegeven. De maximale weergave ligt bij

De gegevens dienen echter uitsluitend als een grove richtlijn ter vergelijking van de diverse oefeningen en kunnen niet voor medische doeleinden gebruikt worden. PULSE Als u met beide handen de handsensoren vasthoudt, toont de display de actuele pols- slagfrequentie. U kunt voor de training een doelwaarde programmeren. Als de polsslag dit doel overschrijdt, hoort u een alarm om u hierop te atten- deren. SLAAPSTAND Als geen RPM of PULSE gemeten wordt of binnen 4 minuten geen manuele instellingen plaatsvinden, schakelt het apparaat in de slaapstand.

4. Persoonlijke trainingsprogrammeringen

Algemeen – Zonder aparte programme- ringen tellen de waardes in de diverse functies [TIME, DISTANCE, CALORIES en PULSE] van >0< omhoog. – Voor een zinvolle training is het voldoende bij slechts in één functie [TIME, DISTANCE, CALORIEN of PULSE] een doel- waarde in te stellen. – Als een persoonlijke doelwaarde als trainingsprogrammering ingesteld wordt, telt de computer vanaf deze waarde terug. Bij het bereiken van de doelwaarde > 0< hoort u een signaal. Als daarna, zonder programmering van een nieuwe doel- waarde, verder getraind wordt, telt de computer in deze modus weer van >0< omhoog. – Eenmaal ingestelde doelwaardes kunnen tijdens de training niet gewijzigd worden, uitsluitend als het apparaat stil staat. Doelwaardeprogrammering Het instellen van de doelwaardes is bij alle functies hetzelfde: bijv. DISTANCE

1. Druk op de MODE-toets totdat in het veld DISTANCE het

getal knippert en het grote getal in de display staat (afkorting links > DST)

2. Door kort indrukken van de toets SET wordt de waarde ver-

hoogd. Bijv. DISTANCE in 0,5 km stappen. Als u de SET- toets ingedrukt houdt vindt er een snellere telling plaats.

3. Als u de doelwaarde weer wilt verlagen, druk dan kort op

de RESET-toets. Er wordt weer van >0< opgeteld. Druk nog- maals op de SET-toets tot aan de doelwaarde.

4. Als u de doelwaarde ingesteld heeft, druk dan op de

MODE-toets. De waarde is dan in deze functie opges- lagen en u gaat naar de volgen functie bijv. CALORIES.

5. Programmeer de waarde

indien mogelijk slechts in een functie, omdat de trai- ningsdoelen elkaar anders overlappen. Bijv. als u het geprogrammeerde tijddoel eerder zou bereiken als het voorgeprogrammeerde afstandsdoel.

6. De voorgeprogrammeerde

waardes in de andere fun- cties [TIME, CALORIES of PULSE] worden, als onder 1-4 beschreven, ook met de toetsen SET, RESET en MODE ingevoerd. Na het afsluiten van de programmeringen kunt u met trainen beginnen. Tijdens de training wisselt in de display de weergave van de diverse functies elke 6 seconden. Als u tijdens deze weergave op de MODE-toets drukt, blijft de gekozen functie in de display in grote getallen staan. In het kleine veld knippert de functienaam bijv. PULSE. Nogmaals indrukken van de MODE- toets activeert de SCAN-functie > elke 6 seconden weergave- wisseling. RECOVERY Met de RECOVERY-toets activeert men een herstelpolsmeting aan het einde van de training. Uit de begin- en eindpolsslag van één minuut wordt de afwijking en een conditiecijfer berekend. Bij een gelijke training is de verbetering van dit cijfer een maatstaf voor de conditieverbetering. Als u de doelwaarde bereikt heeft, de training beëindigen, druk op de RECOVERY-toets en laat daarna de handen op de handsensoren liggen. Bij voorgenoemde polsslagmeting verschijnt in de display 00:60 als tijd en in de PULSE-display knippert de actuele polsslagwaarde. De tijd begint van 00:60 terug te tellen. Laat uw handen op de polssensoren liggen totdat tot >0< teruggeteld is. Rechts in de display wordt een waarde tussen F1 en F6 weergegeven. F1 is de beste en F6 is de slechtste stand. Nogmaals indrukken van RECOVERY beëindigt de functie. Functies en bediening van de trainingscomputer NL16

optional optional Functies en bediening van de trainingscomputer

5. Mogelijkheden voor polsslagmeting

De polsslagberekening begint als het hart in de display synchroon met uw polsslag knippert. Met oorclip De polsslagsensor werkt met infraroodlicht en meet de wijzigingen in de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw polsslag opgewekt wordt. Wrijf 10 keer krachtig over uw oorlelletje eer u de sensor aan uw oorlelletje klemt. Vermijd stoorimpulsen:

  • Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorlelletje en zoek het beste punt voor de meting (hartsymbool knippert zonder onderbreking).
  • Train niet direct onder een sterke lichtbron zoals bijv. neon- licht, halogeenlicht, spotjes en zonlicht.
  • Sluit schudden en wakkelen van de oorsensor incl. kabel vol- ledig uit. Bevestig de kabel met de klemmetjes aan uw kleding of beter nog aan een hoofdband. Met borstgordel Als een borstgordel optioneel gebruikt wordt, dient de ver- binding tussen de borstgordel en de trainingscomputer via een insteekontvanger tot stand gebracht te worden. Borstgordel en insteekontvanger kunnen extra besteld worden. Met handsensoren Een door de contractie van het hart opgewekte kleine spanning wordt door de handsensoren gemeten en door de computer van een waarde voorzien.
  • Pak de contactvlakken altijd met beide handen vast.
  • Vermijd rukachtig vastpakken.
  • Houd de handen rustig en vermijd contracties en wrijven over de contactvlakken. Opmerking: Er is slechts één manier van polsslagmeting mogelijk: of met oorclip of met handsensoren of met de borstgordel. Bevindt zich géén oorclip resp. insteekontvanger in de polsslagbus, zijn de handsensoren actief. Wordt een oorclip resp. insteekontvanger in de polsslagbus gestoken, worden de handsensoren automatisch uitgeschakeld. Het is niet noodzakelijk om de stekker van de handsensoren eruit te trekken. Opmerkingen – Als gedurende 4 minuten géén signaal naar de computer gaat, schakelt het display automatisch uit en alle voor- gaande trainingsgegevens worden opgeslagen. Druk op een willekeurige toets om de computer opnieuw op te starten. – Als de display van de computer niet goed functioneert, a.u.b. de stroomverzorging verwijderen en het apparaat opnieuw aansluiten

6. Verwijderen van gebruikte batterijen en

accu’s. Dit symbool attendeert erop dat batterijen en accu’s niet met het normale huisvuil verwijderd mogen worden. De letters Hg (kwikzilver) en Pb (lood) onder de door- gestreepte vuilcontainer geven tevens aan dat de bat- terij / accu een aandeel van meer dan 0,0005% kwikzilver of 0,004% lood bevat. Foutieve verwijdering schaadt het milieu en de gezondheid, mate- riaalrecycling ontziet kostbare grondstoffen. Verwijder na het stilleggen van het product alle batterijen / accu’s en geef ze bij het afgeefpunt voor recycling van batterijen en elektrische en elektronische apparaten af. Informatie over genoemde afgeefpunten kunt u bij uw plaatse- lijke gemeente-instanties, het recyclingbedrijf of het verkooppunt van dit apparaat verkrijgen. Pb17 Trainingshandleiding

Voor uw veiligheid ■ Raadpleeg alvorens met de training te beginnen uw huisarts en vraag of de training met dit apparaat voor u geschikt is. Zijn diagnose is belangrijk voor het bepalen van de intensi- viteit van uw training. Een verkeerd uitgevoerde of te inten- sieve training kan uw gezondheid negatief beïnvloeden De hometrainer is speciaal voor de vrijetijdssporter ontwikkeld en uitstekend geschikt voor hart- en bloedsomlooptraining. Tips voor de training De training met de hometrainer dient te geschieden volgens een bepaalde methode en de principes van de duurtraining. Door de duurtraining ontstaan veranderingen en aanpas- singen van het hart/bloedsomloopsysteem zoals een lagere polsslag in rust en tijdens de training. Hierdoor heeft het hart meet tijd voor het vullen van de hartkamers en voor de door- bloeding van de hartmusculatuur (door de kransslagaders. Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolumen, dat kan worden inge ademd, toe (vitale capaciteit. Verdere posi- tieve veranderingen vinden plaats in het stofwisselsysteem. Om deze veranderingen te bereiken, moet men de training volgens bepaalde regels doorvoeren. Planning en sturing van de training De basis voor de trainingsplanning is uw actuele lichamelijke prestatievermogen. Met een belastingstest kan uw huisarts uw persoonlijke prestatievermogen bepalen. Dit is de basis voor uw trainingsplanning. Heeft u géén belastingstest uitgevoerd, vermijd dan te allen tijde een hoge trainingsbelasting resp. over- belasting. Houd bij de trainingsplanning rekening met de vol- gende basisregels: duurtraining wordt zowel via de belastin- gomvang als via het belastingniveau / de belastingintensiteit gestuurd worden. M.b.t. belastingintensiteit De belastingintensiteit dient bij een fitnesstraining bij voorkeur via de polsslag gecontroleerd worden. De maximale polsslag per minuut > 220 min leeftijd – mag niet overschreden worden. De optimale trainingspolsslag wordt door leeftijd en trai- ningsdoel bepaald. Trainingsdoel: vetverbranding / gewichtsvermindering De optimale polsslag wordt volgens de vuistregel (220 – leeftijd x 0,65 berekend. Aanwijzing: de vetverbranding voor het opwekken van energie wordt pas vanaf een trainingsduur van min. 30 minuten belan- grijk. Trainingsdoel: hart en bloedsomloop fitness De optimale polsslag wordt volgens de vuistregel (220 – leeftijd x 0,75 berekend. De intensiteit wordt tijdens de training via het remniveau bepaald. Vermijd als beginner een training met een te hoog remniveau, omdat hierbij snel het aanbevolen polsslagbereik overschreden kan worden. Begin met een laag remniveau en werk stap voor stap naar uw optimale trainingspolsslag. Controleer tijdens de training regelmatig of u binnen uw intensiteitbereik volgens bovengenoemde adviezen traint. Als trainingseffectief wordt door sportgeneeskundige de vol- gende belastingsomvang berekend: De eerste trainingseenheden zouden relatief kort en volgens een intervaltraining moeten worden opgebouwd. Als trainingsef- fectief wordt door sportgeneeskundige de volgende bela- stingsomvang berekend.In geen geval zijn trainingseenheden van 30-60 minuten raadzaam voor beginnelingen.Het debutan- tentraining kan in de eerste 4 weken als volgt ontworpen zijn: Als persoonlijke trainingsdokumentatie kunt U de bereikte trai- ningswaarden in de prestatietabel inschrijven. Voor en na elke trainingseenheid is een 5-min. opwarming res- pectievelijk cool-down gymnastiek raadzaam. Tussen twee trai- ningseenheiden zou een trainingsvrije dag moeten liggen, als later het 3 keer per week training van 20-30 minuten verkiest. In et andere geval spreekt er niets tegen een dagelijks training Trainingsfrequentie Trainingsduur Dagelijks 10 min 2-3 x per week 20-30 min 1-2 x per week 30-60 min Trainingsintensiteit Opbouw van de training3 x per week 2 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek2 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek2 minuten trainen3 x per week 3 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek3 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek2 minuten trainen3 x per week 4 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek3 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek3 minuten trainen3 x per week 5 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek4 minuten trainen1 minuut pauze voor gymnastiek4 minuten trainen

PolsslagLeeftijd Vetverbrandings-polsslag (65 % van Max. pols)