SCD469 - Babyfoons PHILIPS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCD469 PHILIPS in PDF-formaat.
| Producttype | Babyfoon |
| Merk | Philips |
| Model | SCD469 |
| Eenheden | Baby-eenheid en oudereenheid |
| Voeding baby-eenheid | Netstroom 220-240 V of 4 AA-batterijen 1,5 V (niet bijgeleverd) |
| Voeding oudereenheid | Oplaadbare batterij 4,8 V 800 mAh (SBC EB4880) via netadapter |
| Batterijduur oudereenheid | Ongeveer 12 uur (na volledig opladen) |
| Buitenbereik | Tot 200 meter |
| Binnenbereik | Tot 50 meter (afhankelijk van obstakels) |
| Beschikbare kanalen | 4 selecteerbare kanalen |
| Microfoongevoeligheid | 3 niveaus (laag, gemiddeld, hoog) |
| Werkingsmodi | Klassieke babyfoon en telefoonmodus |
| Nachtlampje | Ja, geïntegreerd in baby-eenheid |
| Systeemcontrolealarm | Optioneel (standaard uitgeschakeld) |
| Veiligheid | Minimale afstand van 1 meter tussen baby-eenheid en kind |
| Reiniging | Vochtige doek, niet onderdompelen |
| Oplaadbare batterij oudereenheid vervangbaar | Ja, model SBC EB4880 |
| Batterijen baby-eenheid vervangbaar | Ja, 4 AA-batterijen 1,5 V |
| Schermtalen | Engels, Frans, Duits, Spaans, Nederlands (programmeerbaar) |
| Pincode | Ja, voor telefoonmodus (4 cijfers) |
| Telefonische compatibiliteit | Vereist telefoonlijn en toonkiezentelefoon |
Veelgestelde vragen - SCD469 PHILIPS
Gebruikersvragen over SCD469 PHILIPS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Babyfoons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCD469 - PHILIPS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCD469 van het merk PHILIPS.
GEBRUIKSAANWIJZING SCD469 PHILIPS
Philips spant zich in om zorgzame, betrouwbare producten te maken die ouders de gerustheid geven die ze nodig hebben. Deze babyfoon bestaat uit een ouderunit en een babyunit en biedt 24-uurs ondersteuning door ervoor te zorgen dat u uw baby altijd duidelijk kunt horen.
Wanneer de units goed met elkaar in verbinding staan, kunt u uw baby horen waar u maar bent, zowel in huis als in de tuin. Als u zich buiten het bereik van de gewone babyfoon bevindt, kunt u deze aansluiten op uw (mobiele) telefoon.
Philips Baby Care: samen zorgen
Algemene beschrijving (fig. 1)
A Babyunit
1 M-knop (geheugen) 2 CHANNEL-schuifknop (voor kanaalselectie) 3 SENSITIVITY-schuifknop (voor microfoongevoeligheid) 4 Knop voor nachtlampje 5 Toetsenpaneel
PIN Druk op deze knop om een pincode in te voeren. - PRG (programmeerknop) Druk op deze knop om de programmeermodus te openen. - Druk op deze knop om de gevoeligheidstijd in te stellen. Met deze knop kunt u tevens een kiestoonpauze invoegen wanneer u een telefoonnummer invoert. C (wisknop) Druk op deze knop om de laatste invoer te wissen.
6 Microfoon 7 POWER-knop (babyunit aan/uit) 8 Aan-lampje 9 Display
- Unit in normale babyfoonmodus
- Unit in belmodus
- M1-M5 geeft de telefoonnummers aan die in het geheugen zijn opgeslagen (M1-M5)
- B geeft telefoonnummers aan
- Unit niet/verkeerd aangesloten op het stopcontact of werkt op batterijen
- Unit niet verbonden met telefoonnetwerk
- Geeft aan dat er een niet-standaard gevoeligheidstijd is geprogrammeerd (de standaard gevoeligheidstijd is 10 seconden) PIN geeft aan dat er een pincode is geprogrammeerd
- geeft de batterijstatus aan. Wanneer het energieniveau van de batterij afneemt, worden het aantal getoonde segmenten kleiner. Als de batterijen leeg zijn en moeten worden vervangen, begint het batterijsymbool te knipperen. 10 MODE-knop (voor belmodus/babyfoonmodus) 11 Klep toetsenpaneel 12 RESET-knop 13 Volumeregelaar 14 Toon/pulsknop 15 Luidspreker 16 Uitschuifbare en draaibare antenne 17 Aansluitopening telefoonlijn-uit 18 Aansluitopening telefoonlijn-in 19 Aansluitopening voor kleine stekker 20 Klep van batterijvak 21 Adapter met kleine stekker Niet afgebeeld: telefoonkabel en stekker B Ouderunit 1 Oplaadlampje
2 Oplader 3 SYSTEM CHECK-lampje (voor systeemcontrole) 4 Luidspreker 5 Geluidsniveaulampjes 6 Antenne 7 Aan-lampje 8 Volumeregelaar met uitknop 9 CHANNEL-schuifknop (voor kanaalselectie) 10 Aansluitopening voor kleine stekker 11 Aan/uitschakelaar systeemcontrolealarm 12 Batterijvak 13 Klep van batterijvak 14 Adapter met kleine stekker
Belangrijk
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u het apparaat gaat gebruiken. Bewaar de gebruiksaanwijzing om deze indien nodig te kunnen raadplegen.
Deze babyfoon is bedoeld als hulpmiddel. Het is geen vervanging voor verantwoordelijk en degelijk toezicht door volwassenen en moet niet als zodanig worden gebruikt. Controleer of het voltage aangegeven op de adapter overeenkomt met de plaatselijke netspanning voordat u het apparaat aansluit. Het apparaat is geschikt voor een netspanning tussen 220 en 240V. Maak de behuizing van de babyunit en de ouderunit niet open, behalve de batterijvakken, om elektrische schokken te voorkomen. Als de adapter van de babyunit of ouderunit beschadigd is, zorg er dan voor dat deze altijd wordt vervangen door een adapter van hetzelfde type om gevaar te voorkomen. Als de oplader van de ouderunit beschadigd is, zorg er dan voor dat deze altijd wordt vervangen door een oplader van hetzelfde type om gevaar te voorkomen. Gebruik en bewaar het apparaat bij een temperatuur tussen 10°C en 40°C. Stel de babyfoon niet bloot aan extreem hoge of lage temperaturen of direct zonlicht. (fig. 2) Zorg dat de babyunit en het snoer niet binnen het bereik van de baby komen (ten minste 1 meter verwijderd). Plaats de babyunit niet in het bed of de box van de baby. Gebruik de babyfoon niet in een vochtige omgeving of nabij water. Dek de babyfoon niet af met een handdoek of deken. Dompel geen enkel deel van de babyfoon in water of een andere vloeistof. Plaats altijd batterijen van het goede type in de babyunit om het risico op explosies te voorkomen. Vervang het oplaadbare batterijpak van de ontvanger altijd door een batterijpak van het goede type. Gebruik alleen de bijgeleverde adapter om de babyunit aan te sluiten op netspanning. Gebruik alleen de bijgeleverde lader om de ouderunit op te laden. De adapters bevatten een transformator. Knip de adapters niet af om deze te vervangen door een andere stekker, want dit levert een gevaarlijke situatie op. Omdat continue uitzending niet is toegestaan, hoort u uw baby alleen wanneer hij of zij geluid maakt. De antenne van de ouderunit is niet buigbaar. Trek niet aan de antenne en buig deze niet. De antenne van de babyunit kan worden uitgetrokken en naar boven worden gericht.
Klaarmaken voor gebruik
Babyunit
De babyunit werkt op netspanning of op batterijen. Zelfs indien u van plan bent de babyunit op netspanning te laten werken, raden we u aan batterijen te plaatsen. Hierdoor blijft het apparaat werken wanneer de stroom uitvalt.
Gebruik op netspanning
1 Steek de kleine stekker in de aansluitopening van de babyunit en steek de adapter in een stopcontact. (fig. 3)
Gebruik op batterijen
De babyunit werkt op vier R6 1,5V AA-batterijen (niet bijgeleverd). We raden u sterk aan om Philips LR6 PowerLife-batterijen te gebruiken.
Zorg ervoor dat uw handen en de babyunit droog zijn wanneer u de batterijen plaatst.
1 Draai de schroef van de klep van het batterijvak met een schroevendraaier los en verwijder de klep. (fig. 4) 2 Plaats vier 1,5V AA-batterijen.
Zorg ervoor dat de + en - polen van de batterijen in de juiste richting wijzen. 3 Plaats de klep van het batterijvak terug op het apparaat en draai de schroef met een schroevendraaier vast. (fig. 5)
Opmerking: Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
Opmerking: Verwijder de batterijen als u de babyunit een maand of langer niet gaat gebruiken.
Opmerking: Als er batterijen in de babyunit zitten wanneer u deze op netspanning gebruikt, dient u de batterijen elk halfjaar op lekkage te controleren.
Opmerking: Als de batterijen bijna leeg zijn, gaan het batterijsymbool op het display en het aan-lampje knipperen. Zijn de batterijen leeg, dan gaan het aan-lampje en het display niet aan.
Ouderunit
De ouderunit heeft een oplaadbaar batterijpak en kan in de oplader worden opgeladen. Als het batterijpak volledig is opgeladen, kunt u de ouderunit maximaal 12 uur draadloos gebruiken.
1 Steek de kleine stekker in de aansluitopening van de oplader en steek de adapter in een stopcontact. (fig. 6) 2 Plaats de ouderunit in de oplader. (fig. 7)
De oplaadlampjes branden rood. 3 Laat de ouderunit in de oplader staan totdat het batterijpak volledig is opgeladen.
- Het duurt minimaal 14 uur om het batterijpak volledig op te laden.
- De oplaadlampjes branden rood zolang de ouderunit in de oplader staat, zelfs als het batterijpak volledig is opgeladen.
Opmerking: Als het batterijpak bijna leeg is, knipperen het aan-lampje en het SYSTEM CHECK-lampje. Als het aan-lampje en het SYSTEM CHECK-lampje helemaal niet gaan branden, is het batterijpak leeg.
Opmerking: U kunt de ouderunit ook in de oplader laten staan om deze op netspanning te gebruiken.
Klaarmaken voor belmodus
Babyunit
1 Volg de bovenstaande instructies om de babyunit gereed te maken voor gebruik op netspanning. 2 Steek een van de connectoren van de bijgeleverde telefoonkabel in de juiste telefoonstekker. Steek de stekker in de telefooncontactdoos. 3 Steek de andere connector van de telefoonkabel in de aansluitopening telefoonlijn-in van de babyunit. (fig. 8)
- Als u wilt dat uw telefoon gewoon werkt wanneer de babyunit in de belmodus staat, steek dan de kabel van de telefoon in aansluitopening telefoonlijn-uit van de babyunit. 4 Druk op de toon/pulsknop om toon- of pulsbellen te selecteren. (fig. 9)
Opmerking: Selecteer altijd toonbellen tenzij uw telefoon met pulsbellen werkt of als uw telefoonmaatschappij alleen pulsbellen ondersteunt.
Tip: De meeste oudere telefoons met draaischijf maken gebruik van pulsbellen, terwijl de meeste druktoetstelefoons gebruikmaken van toonbellen.
Programmeren voor belmodus met Snelinstallatie
Wanneer u de babyunit inschakelt, knippert M1 op het display. Dit geeft aan dat de babyunit zich in de Snelinstallatiemodus bevindt. Hiermee kunt u de babyunit snel in de belmodus zetten zonder voorprogrammeren.
1 Voer een telefoonnummer in en druk op OK om het te bevestigen. (fig. 10)
Opmerking: Druk op de knop om een kiestoonpauze in het telefoonnummer in te voegen. Op het display wordt de pauze met een P aangegeven.
Het ingevoerde telefoonnummer wordt opgeslagen in M1. PIN en --- beginnen op het display te knipperen. 2 Voer een 4-cijferige pincode in en druk op OK om deze te bevestigen. en 10 (standaard gevoeligheidstijd) beginnen op het display te knipperen.
3 Stel de gevoeligheidstijd in en druk op OK om deze te bevestigen.
- De gevoeligheidstijd is de tijd waarna de babyunit het geselecteerde telefoonnummer belt wanneer er geluid wordt waargenomen.
- U kunt een gevoeligheidstijd instellen van 10 tot 360 seconden. De standaard gevoeligheidstijd is 10 seconden.
Opmerking: Als u niet binnen 5 seconden op een andere knop drukt, keert de babyunit terug naar de normale babyfoonmodus.
Opmerking: Om alle instellingen te annuleren en terug te gaan naar de Snelinstallatiemodus, houdt u de RESET-knop langer dan 5 seconden ingedrukt.
Programmeren voor belmodus met de PRG-knop
1 Druk op PRG (programmeren) op het toetsenpaneel om de programmeermodus te openen. (fig. 11) - Gebruik de toetsen op het toetsenpaneel om instellingen in te voeren of te wijzigen. - Druk op OK op het toetsenpaneel om de instelling te bevestigen. - Om het LAATST ingevoerde cijfer te wissen, drukt u op de C-knop op het toetsenpaneel.
Opmerking: Als u niet binnen 5 seconden op een knop drukt, wordt de programmeermodus op de babyunit uitgeschakeld.
2 Druk eenmaal of meerdere keren op de M-knop (geheugen) om een lege locatie in het geheugen te zoeken. (fig. 12)
Het geheugenicoon (M1-M5) knippert als een geheugenlocatie vrij is. - Voer het gewenste telefoonnummer met het numerieke toetsenpaneel in. Het nummer mag uit maximaal 40 cijfers bestaan. Het geheugenicoon houdt op met knipperen. Op het display wordt het telefoonnummer kort weergegeven (slechts 11 cijfers). - Het nummer verdwijnt vervolgens van het display, maar het geheugenicoon blijft zichtbaar. Het nummer wordt opgeslagen in het geheugen van de babyunit.
- Herhaal bovenstaande stappen om andere telefoonnummers op te slaan.
Opmerking: Druk op de ① knop om een kiestoonpauze in het telefoonnummer in te voegen. Op het display wordt de pauze met een P aangegeven. 3 Kies de taal van het display.
- Druk op OK en het nummer van de taal die u voor de babyunit wilt gebruiken.
Opmerking: De beschikbare talen zijn Engels (1), Frans (2), Duits (3), Spaans (4) of Nederlands (5). Engels is de standaardtaal.
- Druk op OK om uw keuze te bevestigen.
Wanneer u de babyunit belt om naar uw baby te luisteren, wordt u in de door u geselecteerde taal gevraagd de pincode in te voeren.
4 Druk op PIN op het toetsenpaneel.
PIN en --- beginnen op het display te knipperen. Voer een 4-cijferige pincode in met het numerieke toetsenpaneel. - Druk op OK op het toetsenpaneel om de instelling te bevestigen.
5 Druk op de ① knop om de gevoeligheidstijd in te stellen.
● en 10 beginnen op het display te knipperen.
- De gevoeligheidstijd is de tijd waarna de babyunit het geselecteerde telefoonnummer belt wanneer er geluid wordt waargenomen.
- U kunt een gevoeligheidstijd instellen van 10 tot 360 seconden. De standaard gevoeligheidstijd is 10 seconden.
- Druk op OK om de installatie te bevestigen.
De babyunit is nu klaar voor gebruik in belmodus.
Het apparaat gebruiken
Normale babyfoonmodus
1 Plaats de ouderunit en de babyunit in dezelfde ruimte om de verbinding te testen. (fig. 13) Zorg dat de beide units ten minste 1 meter uit elkaar staan. 2 Druk op POWER om de babyunit in te schakelen. (fig. 14) Het display licht op en het aan-lampje brandt groen. Na enkele seconden begint M1 op het display te knipperen. De babyunit bevindt zich nu in Snelinstallatiemodus. - Als u de babyunit wilt klaarmaken voor gebruik in belmodus zonder te programmeren, volg dan stappen 1 tot en met 4 in 'Programmeren voor belmodus met Snelinstallatie'. - Als u de babyunit wilt klaarmaken voor gebruik als gewone babyfoon, kunt u de Snelinstallatiemodus overslaan (zie stap 3 hieronder). 3 Wacht 5 seconden of druk enkele keren op OK om de modus Snelle installatie over te slaan. (fig. 10) Kies met behulp van de MODE-knop de gewone babyfoonmodus Y. (fig. 15)
Schuif de antenne uit en draai deze naar boven voor een goede ontvangst. 6 Draai de volumeknop van de ouderunit naar een volumestand om de ouderunit in te schakelen. (fig. 16)
- Het SYSTEM CHECK-lampje begint groen te branden zodra er verbinding is tussen de twee units.
Opmerking: Het duurt ongeveer 30 seconden voordat de verbinding tot stand is gebracht.
Zorg dat de babyunit ten minste 1 meter van uw baby verwijderd is. (fig. 17) 8 Plaats de ouderunit binnen het bereik van de babyunit. Zorg dat de babyunit ten minste 1 meter van de ouderunit verwijderd is. (fig. 18)
Zie 'Bereik' hieronder voor meer informatie over het bereik.
Bereik
Het bereik van de babyfoon is 200 meter in de open lucht. Dit bereik kan, afhankelijk van de omgeving en andere storingsfactoren, kleiner zijn. Binnenshuis is het bereik maximaal 50 meter.
Droge materialen Dikte van het materiaal Vermindering bereik
Hout, pleisterwerk, karton, glas < 30 cm 0-10% (zonder metaal, draden of leidingen)
Steen, triplex < 30 cm 5-35%
Gewapend beton < 30 cm 30-100%
Metalen roosters of stangen < 1 cm 90-100%
Metaal- of aluminiumplaten < 1 cm 100%
Voor natte en vochtige materialen kan het verlies van het bereik oplopen tot 100%.
Functies in normale babyfoonmodus
Kanaalselectie
Zorg dat de CHANNEL-schuifknoppen van beide units op dezelfde stand staan. U kunt vier verschillende kanalen selecteren. Ondervindt u storing van andere babyfoons, radioapparatuur enz., kies dan een ander kanaal.
1 Schuif de CHANNEL-schuifknop op de babyunit naar het gewenste kanaal (1, 2, 3 of 4). (fig. 19) 2 Schuif de CHANNEL-schuifknop op de ouderunit naar hetzelfde kanaal. (fig. 20)
Gevoeligheid microfoon
Met behulp van de SENSITIVITY-schuifknop voor de microfoon op de babyunit kunt u het gewenste niveau instellen voor het geluid dat door de microfoon moet worden opgemerkt: laag, middel of hoog. Als de microfoongevoeligheid op 'hoog' staat, worden alle geluiden door de babyunit opgemerkt. U kunt de microfoongevoeligheid alleen veranderen als er verbinding is tussen de babyunit en de ouderunit. Dit is het geval als het SYSTEM CHECK-lampje op de ouderunit continu groen brandt.
1 Verschuif de SENSITIVITY-schuifknop om de microfoongevoeligheid van de babyunit op het gewenste niveau in te stellen. (fig. 21)
U kunt uw eigen stem gebruiken om de microfoongevoeligheid te testen.
Stille babyfoon
1 Draai de volumeregelaar van de ouderunit naar het laagste niveau. (fig. 22)
Pas op dat u de ouderunit niet volledig uitschakelt door de volumeregelaar naar de uit-positie te draaien.
De geluidsniveauampjes op de ouderunit geven een visuele waarschuwing bij elk geluid dat de baby maakt. Hoe harder het geluid, hoe meer lampjes gaan branden.
Als er geen geluid wordt waargenomen, zijn alle geluidsniveaulampjes UIT.
Systeemcontrolealarm
De standaardinstelling van het systeemcontrolealarm is 'uit'. Wanneer het systeemcontrolealarm is ingesteld op 'aan', piept de ouderunit en knippert het SYSTEM CHECK-lampje rood wanneer de verbinding met de babyunit is verbroken.
1 Draai de vergrendelknop aan de onderzijde van de ouderunit een kwartslag (1) met een schroevendraaier. Schuif vervolgens de klep van het batterijvak omlaag om deze te verwijderen (2). (fig. 23) Zet de schakelaar van het systeemcontrolealarm in het batterijvak op 'aan' (fig. 24) 3 Schuif de klep van het batterijvak terug op de ouderunit (1). Draai vervolgens de vergrendelknop met een schroevendraaier een kwartslag om de klep vast te maken (2). (fig. 25)
Opmerking: Bij de standaardinstelling knippert het SYSTEM CHECK-lampje alleen rood als de verbinding is verbroken.
Nachtlampje
1 Druk op de knop voor het nachtlampje om het nachtlampje in of uit te schakelen. (fig. 26) Schakel het nachtlampje uit als de babyunit op batterijen werkt om energie te besparen.
Belmodus
In deze modus belt de babyunit een voorgeprogrammeerd telefoonnummer als een geluid wordt waargenomen. U kunt ook het telefoonnummer bellen waarop de babyunit is aangesloten om even naar uw baby te luisteren.
De babyfoon in belmodus zetten
1 Schakel de babyunit en de ouderunit in. 2 Controleer of:
- de bijgeleverde telefoonkabel op de aansluitopening telefoonlijn-in van de babyunit is aangesloten.
- Er is ten minste één telefoonnummer opgeslagen in het geheugen van de babyunit.
3 Druk op de MODE-knop van de babyunit om de unit in de belmodus te zetten. (fig. 15)
Opmerking: Als het symbool op het display gaat branden, is er geen verbinding met het telefoonnetwerk. Maak verbinding met het telefoonnetwerk aan de hand van de stappen in 'Klaarmaken voor belmodus'.
4 Druk op de M-knop (geheugen) om het telefoonnummer te kiezen. (fig. 12)
Hebt u Snelinstallatie gebruikt om een telefoonnummer in het geheugen op te slaan, druk dan op M1. Hebt u de babyunit met de PRG-knop geprogrammeerd, kies dan een van de telefoonnummers die in het geheugen zijn opgeslagen (M1-M5).
5 Schuif de SENSITIVITY-schuifknop naar het gewenste gevoeligheidsniveau van de microfoon. (fig. 21)
- Zie 'Gevoeligheid microfoon' voor instructies voor het instellen van de microfoongevoeligheid van de babyunit.
Tip: We raden u aan om de belfunctie te testen voordat u vertrekt door een geluid nabij de babyunit te maken. Dit is natuurlijk het eenvoudigst wanneer u uw mobiele telefoonnummer hebt geprogrammeerd.
Een oproep van de babyfoon beantwoorden
Als de babyunit geluid waarneemt, belt deze na de vooraf ingestelde gevoeligheidstijd het voorgeprogrammeerde telefoonnummer. Indien de oproep niet wordt beantwoord, belt de babyunit na 1 minuut opnieuw het telefoonnummer.
1 Beantwoord de telefoon om naar uw baby te luisteren. 2 Druk op de #-knop van de telefoon om tegen uw baby te praten.
- Na 3 minuten verbreekt de babyunit de verbinding. 3 Druk op de *-knop van de telefoon of hang op om de verbinding te verbreken.
Als de babyunit weer geluid waarneemt, dan belt deze het voorgeprogrammeerde telefoonnummer opnieuw.
De babyfoon bellen om naar uw baby te luisteren
Opmerking: Gebruik een telefoon met druktoetsen die geschikt is voor toonbellen om de babyunit te bellen. Deze functie werkt niet bij pulstelefoons en telefoons met een draaischijf.
1 Bel het nummer van de telefoonlijn waarop de babyunit is aangesloten. Nadat de telefoon 3 keer is overgegaan, wordt de babyunit geactiveerd en moet u uw pincode invoeren. 2 Voer uw pincode in met de nummertoetsen van de telefoon.
U kunt nu naar uw baby luisteren.
Opmerking: Wanneer u drie keer een foutieve pincode invoert, wordt de verbinding met de babyunit verbroken. 3 Druk op de #-knop van de telefoon om tegen uw baby te praten.
- Na 3 minuten verbreekt de babyunit de verbinding. 4 Druk op de *-knop van de telefoon of hang op om de verbinding te verbreken.
Telefoonnummers uit het geheugen wissen
Wanneer het geheugen vol is of als een opgeslagen telefoonnummer niet meer correct of nodig is, kunt u telefoonnummers volgens de onderstaande procedure uit het geheugen van de babyunit wissen.
1 Druk op de M-knop (geheugen). (fig. 12) Op het display begint M1 te knipperen en het bijbehorende telefoonnummer verschijnt. 2 Druk op de M-knop (geheugen) totdat het telefoonnummer dat u wilt wissen op het display verschijnt. 3 Druk op 0.
4 Druk kort op C (wissen) op het toetsenpaneel. (fig. 11) - Het geheugenicoon (M1-M5) begint te knipperen en 0 verschijnt op het display. Het telefoonnummer is gewist en de geheugenlocatie is weer vrij. 5 Herhaal bovenstaande stappen om andere telefoonnummers te wissen.
Opmerking: Om alle telefoonnummers in één keer te wissen, drukt u op de RESET-knop. Alle andere instellingen worden eveneens gewist. Zie 'De babyunit resetten'.
De gevoeligheidstijd wijzigen
1 Druk op PRG voor de programmeermodus.
2 Druk op de ① knop. en 10 beginnen op het display te knipperen. 3 Voer een nieuwe gevoeligheidstijd van 10 tot 360 in met het numerieke toetsenpaneel. 4 Druk op OK om de instelling te bevestigen.
De babyunit resetten
Opmerking: Als u op RESET drukt, worden alle instellingen uit het geheugen van de babyunit gewist.
1 Houd RESET gedurende 5 seconden ingedrukt.
U hoort ter bevestiging een kort piepje. Wanneer u twee piepjes hoort, is de babyunit teruggezet naar de standaardinstellingen. Na enkele seconden begint M1 op het display te knipperen. De babyunit bevindt zich nu in de Snelinstallatiemodus. 2 Voer indien gewenst nieuwe instellingen in.
Schoonmaken en onderhoud
1 Maak de babyfoon schoon met een vochtige doek.
Dompel de ouderunit en de babyunit niet in water en maak ze niet schoon onder de kraan.
Vervangen
Ouderunit
Als het batterijpak van de ouderunit vaker dan gebruikelijk moet worden opgeladen, moet u het door een nieuw vervangen. Een nieuw oplaadbaar batterijpak is verkrijgbaar bij de winkel waar u de babyfoon hebt aangeschaft.
Opmerking: Vervang het batterijpak altijd door een batterijpak van hetzelfde type: SBC EB4880, 4,8V, 800 mAh.
1 Draai de vergrendelknop aan de onderzijde een kwartslag (1) en schuif vervolgens de klep van het batterijvak omlaag om deze te verwijderen (2). (fig. 22) 2 Verwijder het oude batterijpak uit het batterijvak en trek de connector van het oude batterijpak uit het aansluitpunt. 3 Steek de connector van het nieuwe batterijpak in het aansluitpunt en plaats het nieuwe batterijpak in het batterijvak. 4 Schuif de klep van het batterijvak terug op de ouderunit (1). Draai vervolgens de vergrendelknop een kwartslag om de klep vast te maken (2).
Tip: Verwijder het batterijpak uit het batterijvak als u de babyfoon gedurende langere tijd niet gebruikt om de levensduur van het batterijpak te verlengen.
Babyunit
Wanneer het aan-lampje knippert en het 'batterij leeg'-symbool op het display verschijnt, moet u de batterijen vervangen.
1 Draai de schroef van de klep van het batterijvak met een schroevendraaier los en verwijder de klep. 2 Verwijder de oude batterijen uit het batterijvak. 3 Plaats vier nieuwe 1,5V AA-batterijen.
Opmerking: Zorg ervoor dat de + en - polen van de batterijen in de juiste richting wijzen.
4 Plaats de klep van het batterijvak terug op de babyunit en draai de schroef met een schroevendraaier vast.
Milieu
Gooi het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet weg met het normale huisvuil, maar lever het in op een door de overheid aangewezen inzamelpunt om het te laten recyclen. Op die manier levert u een bijdrage aan een schonere leefomgeving. (fig. 27) Batterijen bevatten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor het milieu. Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever deze in bij een officieel aangewezen inzamelpunt. Verwijder de batterijen altijd voordat u het apparaat afdankt en inlevert op een officieel aangewezen inzamelpunt.
Garantie en service
Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de Philips-website www.philips.com, of neem contact op met het Philips Customer Care Centre in uw land (u vindt het telefoonnummer in het 'worldwide guarantee'-vouwblad). Als er geen Customer Care Centre in uw land is, gaat u naar uw Philips-dealer of neemt u contact op met de afdeling Service van Philips Domestic Appliances and Personal Care BV.
Veelgestelde vragen
Vraag Antwoord
Waarom heeft de babyfoon Het opgegeven bereik is alleen geldig buitenshuis en in de open een kleiner bereik dan het lucht. Binnenshuis wordt het bereik beperkt door het aantal en het bereik van 200 meter dat in soort muren en/of plafonds tussen de babyunit en de ouderunit. het hoofdstuk 'Bereik' staat? Het maximale bereik binnenshuis is 50 meter.
Waarom valt de verbinding De ouderunit zit waarschijnlijk op de rand van het bereik. Plaats nu en dan weg? de ouderunit dichter bij de babyunit in een omgeving met een betere ontvangst. Het duurt ongeveer 30 seconden voordat de verbinding is hersteld als u een of beide unit(s) verplaatst.
Wat gebeurt er als de Hebt u batterijen in de babyunit geplaatst, dan schakelt de stroom uitvalt? babyunit over op batterijen. Als het batterijpak van de ouderunit voldoende is opgeladen, gaat de ouderunit werken op het batterijpak.
Waarom werkt de ouderunit Wanneer het oplaadbare batterijpak van de ouderunit bijna leeg is, niet terwijl deze wel in de moet u de ouderunit gedurende maximaal 20 minuten opladen oplader is geplaatst? voordat u deze kunt laten werken op netspanning.
Waarom kan ik de ouderunit U moet het nieuwe batterijpak drie keer opladen en ontladen niet 12 uur lang draadloos voordat deze de volledige capaciteit bereikt.
Waarom werkt de ouderunit Misschien is het volume te hoog gezet. Bij een hoge minder dan 12 uur terwijl volumeinstelling verbruikt de ouderunit meer stroom. Zet het het batterijpak wel volledig is volume lager. opgeladen?
| Vraag Antwoord | |
| Wonneer het oplaadbare batterijpak al geruime tijd meegaat, neemt de capacititeit langzaam af. Als dit gebeurt, verminder de gebruiksduur van het volgeladen batterijpak. | |
| Als u de ouderunit na lange tijd werk waar gaat gebruiken, kan de batterijlading zijn verminderd. Plaats de ouderunit in de oplader om het batterijpak opnieuw op te laden. | |
| Waarom gaan het aan-lampje en het display van de babyunit Niet aan als ik op POWER druk? | De batterijen� leeg. Vervang de batterijen. |
| U hebt de babyunit Niet op netspanning aangesloten. Steek dekleine stekker in de aansluitopening van de babyunit en steek deadapter in een stopcontact. | |
| Waarom is het 'batterij leeg'-symbol verlicht op hetdisplay van de babyunit enwaarom knippert het aan-lampje? | De batterijen� waar bijna leeg. Vervang de batterijen. |
| Waarom raken de batterijenvan de babyunit zo snel leeg? | Misschien hebt u de microfoongevoeligheid te hoog gezet. Zet de microfoongevoeligheid lager. |
| Het volume staat te hoog. Zet het volume lager. | |
| Waarom gaan het aan-lampje en het SYSTEMCHECK-lampje van deouderunit Niet aan als ik aande volumeregelaar draai omde ouderunit in te schakelen? | Het batterijpak is leeg. Laad het batterijpak op. |
| Het oplaadbare batterijpak heeft het einde vanijken levensduurbereikt. Vervang het batterijpak. | |
| Ik wil de ouderunit opnetspanning gebruiken, maarhet aan-lampje en hetSYSTEM CHECK-lampjegaan Niet aan als ik deouderunit in de opladerplaats. Hoe komt dit? | Misschien bent u vergeten om de oplader op netspanning aan te sluiten. Sluit de oplader aan op netspanning. Als het batterijpakhelemaal leeg is, moet u de ouderunit 20 minuten opladenvoordat u deze op netspanning kunt gebruiken. |
| Waarom piept de ouderunit? | Dit geeft aan dat de units Niet in elkaars bereik staan. Plaats deouderunit dichter bij de babyunit. |
| Mogelijk� zijn de batterijen van de babyunit bijna leeg. Vervang de batterijen. | |
| Het oplaadbare batterijpak van de ouderunit is bijna leeg. Laad het batterijpak op. | |
| De ouderunit kan geen verbinding makesen met de babyunit, verwijdeze wel zich bij elkaar staan. Reset de babyunit. | |
Vraag Antwoord
| De babyunit is nicht ingeschakeld. Druk op POWER op de babyunit om deze in te schakelen. | |
| Waarom knippert het SYSTEM CHECK-lampje op de babyunit rood? | Dit geeft aan dat de units Niet in elkaars bereik staan. Plaats de ouderunitDICHER bij de babyunit. |
| De batterijen van de babyunit zijn bijna leeg, Vervang de batterijen. | |
| Het oplaadbare batterijpak van de ouderunit is bijna leeg. Laad het batterijpak op. Als dit Niet werkt, moet u het batterijpak verrangen. | |
| De ouderunit kan geen verbinding maken met de babyunit, verwijl.Deze wel zich bij elkaar staan. Reset de babyunit. | |
| De babyunit is Niet ingeschakeld. Druk op POWER op de babyunit om deze in te schakelen. | |
| Waarom worden het batterijpak van de ouderunit Niet opgeladen? | De oplader is möglichniet goed op netspanning aangesloten.Steek dekleine stekker in de oplader en steek deadapter in het stopcontact. |
| Als het batterijpak Niet wordt opgeladen hoewel de opladerWel goed op netspanning is aangesloten, heeft het batterijpak het eind van de levensduurbereikt. Vervang het batterijpak. | |
| Waarom duurt het opladen van het batterijpak van de ouderunitveel langer dan 14aar? | Tijdens het opladen was de ouderunit ingeschakeld op netspanning. Schakel de ouderunit tildens het opladenuit om een langere laadtijd dan normal te voorkomen. |
| Waarom.gaat de gebruiksduur van het oplaadbare batterijpak steeds verderchteruit naiedere opplaadcyclus? | Het oplaadbare batterijpak nadert het eind van de levensduur en要去 binnenkort worden verrangen. De levensduur van het batterijpak neemt ook af wanner u de ouderunit voortdurend in de op netspanning aangesloten opladeraat staan. |
| Waarom reageert de ouderunit te langzaam op geluiden van de baby? | De microfoongevoeligheid van de babyunit staat te laag. Zet de gevoeligheid op een hogere stand. |
| Plaats de babyunitDICHER bij de baby.Zorg dat de babyunit ten minste 1 meter van uw baby verwijderd is. | |
| Waarom reageert de ouderunit te snel op omgevingsgeluid? | De microfoongevoeligheid van de babyunit staat te laag. Zet de gevoeligheid op een hogere stand. |
| Plaats de babyunitDICHER bij de baby.Zorg dat de babyunit ten minste 1 meter van uw baby verwijderd is. | |
| Waarom voor ik geen geluid van de ouderunit? | De ouderunit staat op een ander kanaal dan de babyunit. Zet beiden units op hetzelfde kanaal. |
| De babyunit is Niet ingeschakeld. Druk op POWER op de babyunit om deze in te schakelen. | |
| Vraag Antwoord | |
| De microfoongevoeligheid van de babyunit staat te laag. Zet de gevoeligheid op een hogere stand. | |
| Het volume van de ouderunit staat te laag. Zet het volume hoger. | |
| Waarom maakt de ouderunit een snerpend/hoog geluid? | De ouderunit staat te dicht bij de babyunit. Zorg dat de ouderunit ten minste 1 meter van de babyunit verwijderd is. |
| Is het probleem hiermee Niet verholpen, dan staat het volume te hoog. Draai de volumeregelaar maar een lager volume. | |
| Waarom hoor ik storing op de ouderunit? | De ouderunit is möglichbuiten het bereik van de babyunit. Plaats de ouderunit/DDchter bij de babyunit. |
| De babyunit of de ouderunit bevindt zich möglichk te dicht bij een mobiele of draadloze telefooN, radio of television. Plaats de unit uit de buurt van de storingsbron. | |
| Waarom vangt de ouderunit signalen op van een andere babyfoon? | De babyfoon staat op hetzelfde kanaal als een andere babyfoon in de buurt. Zet beiden units op een ander kanaal. Zorg dat beiden units op hetzelfde kanaal staan. |
| Waarom schakelt de babyunit Niet over op de belmodus? | Als op het display %verschijnt, heb u de telefoonkabel Niet goed aangesloten of nicht op de juiste aansluitopening aangesloten. Sluit de kabel goed aan. Als de babyunit goed op de telefoonkabel is aangesloten, verschijnt %op het display. |
| Waarom belt de babyunit Nietaar een telefoonnummer? | U hebt de belmodus Niet geseleeteerd. DruK op MODE om de belmodus te selecteren. |
| Misschien heb u de telefoonkabel Niet goed in de aansluitopening telefooNlijn-in van de babyunit gedaan. Bevestig de telefoonkabel. Als de babyunit goed op de telefoonkabel is aangesloten, verschijnt %op het display. | |
| De gevoeligheidstijd is te hoog. Stel een kortere gevoeligheidstijd in. Zie 'Klaarmaken voor belmodus' in hoofdstuk 'Klaarmaken voor gebruik'. We raden u aan om de belmodus te testen voor u vertrekt. | |
| U hebt geen telefoonnummers opgeslagen in het geheugen van de babyunit. Voer een telefoonnummer in en sla het op in een van de geheugenlocaties. Zie 'Klaarmaken voor belmodus' in hoofdstuk 'Klaarmaken voor gebruik'. We raden u aan om de belmodus te testen voor u vertrekt. | |
| U bent möglichk vergeten een telefoonnummer te selecteren. DruK op M (geheugen) om de gewenste geheugenlocatie (M1-M5) te selecteren. | |
| Waarom worden় oproep Niet door de babyunit beantwoord? | U probeert de babyunit waarschijnlijk te bellen met een pulsteleloon. Gebruik een toonteleloon of een mobiele teleloon. |
| Waarom belt de babyunit Niet maar het goede nummer? | U hebt Niet het goede nummer ingevoerd of u hebt de verkeerde geheugenlocatie (M1-M5) gekozen. |
| Uw telefoonnetwork herkent de belpulsen Niet. Zet de toon/pulsknop op toonbellen of gebruik een mobiele telefoon. | |
| Uw telefoonnetwork gebruikt pulsbellen, maar de toon/pulsknop staat op toonbellen. Zet de toon/pulsknop op pulsbellen of behoud de stand toonbellen en gebruik een mobiele telefoon. | |
| Waarom herkent de babyunit de pincode Niet? | U hebt een verkeerde pincode ingevoerd. Bel opnieuw en voer de goede code in. |
| U hebt geen pincode opgeslagen in het geheugen van de babyunit. Voer een pincode in. Zie 'Klaarmaken voor belmodus' in hoofdstuk 'Klaarmaken voor gebruik'. | |
| U gebruikt een pulsteleloon. Gebruik een mobiele telefoon om় aan te bellen. | |
| De telefoon staat op pulsbellen. Zet de telefoon op toonbellen. Volg de instructies in de gebruiksanawijzing van de telefoon. | |
Inleiding
Philips hecht veel belang aan het produceren van betrouwbare producten die ouders de zekerheid bieden die ze nodig hebben. Deze babymonitor bestaat uit een oudereenheid en een baby-eenheid. Hij werkt 24 uur per dag, zodat je de baby altijd kunt horen.