LM 2146 M - Kettingzaag JONSERED - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LM 2146 M JONSERED in PDF-formaat.

📄 61 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice JONSERED LM 2146 M - page 20
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : JONSERED

Model : LM 2146 M

Categorie : Kettingzaag

Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM 2146 M - JONSERED en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM 2146 M van het merk JONSERED.

GEBRUIKSAANWIJZING LM 2146 M JONSERED

Handleiding voor de gebruiker Lees de handleiding aandachtig door zodat u de inhoud goed begrijpt voordat u de grasmaaimachine in gebruik neemt.

- INHOUD Motorrembeugel Boven-duwboom Beneden-duwboom Startgreep Olie Gebruiksaanwijzing Productlabel Waarschuwingsetiket Gashendel (omdoem aamwezig)

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Indien deze grasmaaimachine niet op de juiste wijze wordt gebruikt, kan de machine gevaar opleveren. De machine kan ernstig letsel veroorzaken aan de bediener en omstanders; voor redelijke veiligheid en efficientie bij het gebruik van de grasmaaier, dienen de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften nauwkeurig te worden opgevolgd. De bediener draagt de verantwoordelijk voor het opvolgen van de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften, die in deze handleiding en op de grasmaaimachine vermeld staan. Verklaring van symbolen op uw Jonsered LM2146M Waarschuwing Lees de handleiding voor de gebruiker aandachtig door, zodat u volledig vertrouwd bent met de verschillende bedieningselementen en de werking daarvan. Zorg dat de maaimachine tijdens het maaien altijd in contact blijft met de grond. Als de machine wordt opgetild of gekanteld, kunnen er onder hoge snelheid stenen naar buiten worden geworpen. Zorg dat omstanders uit de buurt blijven. Gebruik de maaimachine niet als er zich mensen, en vooral kinderen of huisdieren, op het te maaien terrein bevinden. Wees voorzichtig met uw voeten en handen. Houd uw handen of voeten veilig uit de buurt van het roterende mes. Alvorens onderhoud uit te voeren aan de machine of de machine te reinigen of af te stellen, of wanneer de machine gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, dient de bougie te worden verwijderd. STOP Het mes blijft nog een tijdje roteren nadat de machine uitgeschakeld werd. Wacht totdat alle machine-onderdelen volledig stilliggen voordat u ze aanraakt. Algemeen

1. De grasmaaimachine mag nooit worden gebruikt

door kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van de instructies voor gebruik. Volgens plaatselijke wettelijke voorschriften kan er een minimum leeftijd van toepassing zijn voor bedieners van deze machine.

2. De grasmaaier is uitsluitend bestemd voor gebruik

op de wijze waarop en voor de doeleinden die in deze instructies worden beschreven.

3. Gebruik de grasmaaier nooit als u moe, ziek of

onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen.

4. De bediener of gebruiker is aansprakelijk voor

eventuele ongevallen of gevaren die worden veroorzaakt aan andere personen of hun eigendom. Veiligheid van brandstof WAARSCHUWING - benzine is uiterst brandbaar Draag beschermende kleding wanneer u werkt met brandstoffen en smeeroliën. NEDERLANDS - 1

Voorkom contact met de huid. Verwijder benzine en machine-olie voordat u het product vervoert. Benzine dient te worden bewaard in een speciaal voor dit doel bestemde container. Over het algemeen zijn plastic containers ongeschikt voor dit doel. De tank dient altijd buitenshuis te worden bijgevuld en er mag niet worden gerookt. De tank dient te worden bijgevuld VOORDAT de motor wordt gestart. De tankdop mag nooit wordt geopend en de tank mag ook niet worden bijgevuld als de motor loopt of heet is. Indien er benzine wordt gemorst, mag de motor niet worden gestart en dient de machine uit de buurt van de gemorste vlek te worden geduwd; elke vorm van ontsteking moet worden vermeden totdat de vlek geheel is vervlogen. Zorg, dat de tankdop en dop van de container altijd goed vast worden gedraaid. Voordat u de motor start, dient u de machine uit de buurt te duwen van de plaats waar u de tank heeft bijgevuld. Brandstof moet op een koele plaats worden opgeslagen, uit de buurt van open vlammen. Voorbereiding

1. Tijdens het gebruik van dit apparaat altijd degelijke

schoenen en een lange broek dragen.

2. Het gebruik van oorbeschermers wordt aanbevolen.

3. Controleer of er geen stokken, botten, ijzerdraad en

rommel in het gras liggen; deze kunnen door het mes onder hoge snelheid naar buiten worden geworpen.

4. Controleer de machine vóór gebruik en na harde

schokken altijd op eventuele slijtage en beschadigingen en repareer deze zo nodig.

5. Om de juiste balans te behouden, dient men bij

vervanging van het mes altijd de hele bevestigingsset te vervangen.

6. Defecte geluiddempers dienen vervangen te worden.

1. Gebruik de machine niet in een afgesloten ruimte,

waar de uitlaatgassen (koolmonoxide) zich kunnen ophopen.

2. Gebruik de maaimachine alleen bij daglicht of goed

3. Vermijd waar mogelijk gebruik van de machine als

4. Wees voorzichtig dat u niet uitglijdt als het gras nat is.

5. Wees op hellingen extra voorzichtig dat u niet

uitglijdt en draag niet-slippend schoeisel.

6. Hellingen dienen altijd in overdwarse richting te

worden gemaaid, en niet van boven naar beneden of andersom.

7. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling

van richting verandert.

8. Grasmaaien op hellingen en taluds kan gevaarlijk

zijn. Niet maaien op taluds of steile hellingen.

9. Loop niet achteruit met de grasmaaier, omdat u dan

zou kunnen struikelen. Altijd lopen, nooit rennen.

10. Maai het gras nooit door de maaimachine naar u toe

11. Schakel de motor uit voordat u de grasmaaimachine

over andere oppervlakken dan gras wilt duwen en voor transport van de maaimachine van en naar het te maaien terrein.

12. De machine mag niet worden gebruikt als de

beschermplaten beschadigd of afwezig zijn. Safety Precautions

13. De motor mag niet te hard lopen en de instellingen

van de toerenregelaar mogen niet worden gemodificeerd. Te hard rijden is gevaarlijk en verkort de levensduur van de maaimachine.

14. Voordat de motor wordt gestart, dienen alle mes

aandrijfkoppelingen vrij te worden gezet.

15. Houd uw handen en voeten altijd uit de buurt van de

snij-inrichting, vooral wanneer u de motor aanzet.

16. De grasmaaimachine mag niet worden gekanteld bij

het starten van de motor.

17. De maaimachine mag niet worden opgetild of

gedragen met lopende motor.

18. De bougiekabel kan heet worden - wees voorzichtig.

19. Voer nooit onderhoud uit aan de machine als de

20. Schakel de motor uit en wacht tot het maaimes

helemaal tot stilstand is gekomen:als u de machine enige tijd onbeheerd wilt achterlaten.

21. Zet de regeling voor aanwezigheid van gebruiker in

zijn vrij om de machine te stoppen, wacht totdat het mes is uitgedraaid, koppel de kabel van de bougie los en wacht totdat de motor is afgekoeld:voordat u de benzinetank bijvult; voordat u een verstopping verwijdert; voordat u controles, reiniging of onderhoud uitvoert aan het apparaat;

als u een vreemd voorwerp raakt. Gebruik de machine niet totdat u zeker bent dat de hele grasmaaimachine veilig is voor gebruik; als de maaimachine abnormaal trilt, moet u stoppen. Te grote trillingen kan letsel veroorzaken. Onderhoud en opslag

1. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven goed

zijn aangedraaid zodat de maaier altijd veilig kan worden gebruikt.

2. Vervang versleten of beschadigde onderdelen

3. Gebruik voor vervanging uitsluitend originele, voor

deze machine bestemde maaimessen, bladbouten, vulplaatjes en rotorbladen.

4. Zet de maaier nooit in een ruimte/gebouw waar

benzinedampen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken als er nog benzine in de tank zit.

5. Laat de motor altijd eerst afkoelen voordat de

machine wordt opgeborgen in een afgesloten ruimte.

6. Om brandgevaar te vermijden, dienen de motor,

geluiddemper, accubak en de brandstoftank vrij te zijn van gras, bladeren of overmatig veel vet.

7. Als de benzinetank moet worden geleegd, dient dit

8. Wees voorzichtig bij het afstellen van de machine

dat uw vingers niet bekneld raken tussen bewegende messen en vaste onderdelen van de grasmaaier. MONTAGE-INSTRUCTIES

1. Zet de onderste handvaten in de houders. (A)

2. Monteer de onderkant van de duwboom zo dat de

gevormde uiteinden op de juiste manier in de overeenkomstige gleuven aan beide zijden van de gazonmaaier zitten.(B)

3. Druk de plastic pluggen in aan beide kanten.(C)

4. Monteer het bovengedeelte van de duwboom.

Vergeet niet het ringetje te monteren tussen de moer en de duwboom.(D) Stuurstangstop

  • DE TWEE STUURSTANGSTOPPEN DIENEN

2. Om de stuurstang in positie te vergrendelen dienen

de stoppen volgens illustratie (E) te worden geplaatst.

3. Plaats -H- aan de rechterkant en -V- aan de .

1. Verwijder de bougiekabel.

Voordat u aan het starterkoord trekt, moet u eerst de OPC tegen de duwboom aantrekken zodat de rem van de motor af is.

2. Trek aan de OPC-hendel (Operator Presence

Control) om de motorrem los te koppelen.(F)

3. Trek het starterkoord in de uiterste stand.

4. Voer het snoer nu door de kabelgeleider op de

handgreep.(G) Bijvullen van olie

1. Vul het carter met de bijgeleverde motorolie SAE 30.

HET INSTELLEN VAN DE MAAIHOOGTE

1. Maak altijd de bougiekabel los tijdens

werkzaamheden aan de grasmaaier.

2. Verzet de assen naar een van de uitsparingen voor

de gewenste maaihoogte. (H1) & (H2) MOTOR-INFORMATIE Olie

1. Controleer het oliepeil regelmatig en na elke vijf

2. Vul de olie bij indien noodzakelijk om het oliepeil op

de aanduiding FULL op de peilstok te houden.

3. Gebruik SAE 30 vier takt-olie van goede kwaliteit.

4. Olie bijvullen: (J)

a. Verwijder de oliedop. b. Vul de tank tot de aanduiding FULL op de peilstok wordt bereikt.

  • Ververs de olie na de eerste vijf gebruiksuren; vervolgens dient de olie na elke 25 gebruiksuren te worden ververst.

5. Ververs de olie altijd als de motor warm is, maar niet

heet - voer echter nooit onderhoud aan de machine uit als de motor heet is. Benzine

1. Gebruik nieuwe, standaard loodvrije benzine.

2. NOOIT LOODHOUDENDE BENZINE GEBRUIKEN

Het gebruik van loodhoudende benzine zal de uitlaat doen roken en zal motoren die zijn uitgerust met een katalysator onherstelbaar beschadigen.

3. Vul de benzinetank nooit bij als de motor heet is.

4. Bij het vullen van de benzinetank mag niet worden

5. Vul de benzinetank nooit met lopende motor.

6. Veeg eerst alle gras en vuil van de dop van de

benzinetank voordat u deze verwijdert om te voorkomen dat er vuil in de tank komt.

7. Het wordt aanbevolen om de benzine door een

trechter met een filter in de tank te gieten.

8. Verwijder alle gemorste brandstof voordat de motor

  • NL Aspen is een milieuvriendelijke brandstof met vele voordelen. Informeer bij uw dealer. NEDERLANDS - 2

1. Zet de maaier op een vlakke ondergrond. Niet op

grind o.i.d. Vul de benzinetank met loodvrije benzine, geen oliemengsel. (K)

2. Vu geen benzine bij terwiji de motor draait.

Eventueel gemorste benzine met water wegspoelen. Zorg dater geen water in de motor komt.

3. De bougiekabel aansluiten.

Gashendel (omdoem aamwezig) Schu if de gashendel in de stand FAST ‘+’ voordat de machine wordt gestart (L)

1. Starten met koude motor

Druk de membraanpomp 3 maal stevig in voordat u de koude motor start. (Ook als de motor is gestopt door brandstoftekort, bijvullen en de membraanpomp 3 maal indrukken.).(M)

2. Starten met warme motor

LET OP: Voorpompen is normaal gesproken niet nodig bij het herstarten van een warme motor. Alleen bij koud weer (13ºC of lager) kan opnieuw voorpompen noodzakelijk zijn.

3. Trek de OPC-hendel omhoog tot de bovenste

handgreep, voordat u de motor start. U dient de OPC-hendel in deze positie vast te houden om de motor draaiende te houden. (N)

4. Als u de OPC-hendel loslaat, slaat de motor

5. Geef een flink ruk aan het starterkoord.(P)

6. Het stoppen van de motor

Laat de OPC-hendel los. GEBRUIK De grasmaaier niet gebruiken op hellingen of taluds met een hoek groter dan 30˚. Anders komen er problemen met de smering van de motor.(Q) Voordat u gaat maaien, stenen, takken, speelgoed etc. verwijderen van het gazon. (R) Voorkom dat het mes tegen stenen, wortels e.d. stoot, daar dit kan leiden tot beschadiging aan de motor. Maai het gazon twee maal per week in de periodes dat het het hardste grocit. Niet meer dan 1/3 van de totale lengte maaien, vooral niet in een droge periode.(S) Indien het gras erg lang is, eerst in de hoogste maaistand maaien, daarna op de gewenste maaihoogte instellen. Eventueel langzaam maaien of het gras twee maal maaien. ONDERHOUD Voordat u begint met schoonmaken, reparaties of afstellen, altijd eerst de bougiekabel losmaken. Bouten en moeren controleren na vijf gebruiksuren. Oliepeil controleren en zonodig bijvullen. Als de maaier op de zijkant wordt gelegd, druk de hendel dan helemaal in. Dit voorkomt morsen van olie en brandstof. Regelmatig

1. Al het gras, gebladerte e.d. van de maaier

afspoelen of afborstelen. (T)

2. Oliepeil controleren en zonodig bijvullen.

Wees altijd uiterst voorzichtig met het mes - de scherpe randen kunnen letsel veroorzaken. DRAAG HANDSCHOENEN Ongeacht de conditie, dient het metalen mes na 50 gebruiksuren - of 2 jaar, afhankelijk van wat u het eerst bereikt - te worden vervangen. Als het mes is gebarsten of beschadigd, dient dit te worden vervangen door een nieuw mes.

1. Jaarlijks (na einde van het seizoen)

Slijpen en balanceren van het maaimes. De bougiekabel losmaken. Schroef het mes er af en breng het naar de werkplaats omte laten slijpen en balanceren.Bij het weer aanbrengen de bout goed vastdraaien. Aandraai moment: 35–40 Nm (V)

2. Na 25 draaiuren of tenminste éénmaal per jaar

moet de olie ververst worden. Laat de motor warm draaien. De bougiekabel losmaken. Haal de peilstok eruit, de bodemdop openen en de olie eruit laten lopen. Vang de afgewerkte olie op in een blik of kan en breng dit naar een plaats waar olie wordt verzameld. De dop dichtschroeven en nieuwe olie er in doen, SAE 30.(W) NEDERLANDS - 3

3. De motorremkabel dient altijd zodanig afgesteld te

zijn dat de motor binnen 3 sec. stopt. LET OP! Gebruik voor het afstellen een erkende dealer. (X)

4. Verwijder het deksel en haal het filterelement eruit.

5. Maak het filter schoon met een warm sopje en

maak het goed droog. Doe daarna een beetje olie op het schoongemaakte filter en verdeel dit. Vervoer De bougiekabel losmaken. Maak de kabel los van de handgreep voordat u deze voorzichtig inklapt. Voorkom beschadiging van de kabel. Ledig de benzinetank. Bij openbaar vervoer dienen zowel olieals benzinetank geledigd te worden. Service Bij het bestellen van onderdelen altijd het modelnummer en het productnummer opgeven. Controleer na een servicebeurt altijd het oliepeil. Aan het einde van het maaiseizoen

1. Vervang, indien noodzakelijk, het mes en de

bouten, moeren of schroeven.

2. Reinig de maaimachine grondig.

3. Laat het luchtfilter grondig reinigen door uw

plaatselijke service-centrum, en laat daar indien noodzakelijk ook de benodigde service- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren.

4. Tap alle olie en benzine in de motor af.

De maaimachine opbergen

1. Berg uw maaimachine nooit direct na gebruik op.

2. Wacht altijd tot de motor voldoende is afgekoeld

om potentieel brandgevaar te vermijden.

3. Reinig uw maaimachine.

4. Berg de machine op een koele, droge plaats op

waar de maaier niet kan worden beschadigd. ONDERHOUD Aanbevelingen voor onderhoud Uw product is voorzien van een unieke identificatie in de vorm van een zilver en zwart gekleurd productkwaliteitslabel. U wordt ten zeerste aangeraden uw product ten minste elke twaalf maanden een service-beurt te geven, vaker indien het beroepshalve veelvuldig wordt gebruikt. Schema voor motoronderhoud Volg het schema van het aantal gebruiksuren of tijdsduur - welke het eerste van toepassing is. Indien de machine in ongunstige omstandigheden wordt gebruikt, dient het onderhoud eerder te worden uitgevoerd. Eerste 5 uur - olie verversen. Elke 5 uur of dagelijks - oliepeil controleren. Vingerbeveiliger reinigen. Reinigen om de geluiddemper. Elke 25 uur of elk seizoen - olie verversen indien machine wordt gebruikt voor zware belasting of bij hoge omgevingstemperaturen. Service uitvoeren aan luchtreiniger. Elke 50 uur of elk seizoen - olie verversen. Vonkafleider inspecteren, indien van toepassing. Elke 100 uur of elk seizoen - Koelsysteem reinigen*. Bougie vernieuwen.

  • Bij stoffige omstandigheden, of als de machine langdurig wordt gebruikt voor hoog, droog gras en er veel stof- en grasresten in de lucht zweven, dient dit vaker te worden uitgevoerd. Motoronderhoud en garantie De motor die in uw grasmaaimachine is gemonteerd, valt onder garantie van de fabrikant van de motor. Storingen en oplossingen Motor start niet

1. Controleer of de OPC-hendel in de startpositie

2. Controleer of de tank voldoende benzine bevat en

of het luchtventiel in de tankdop niet is verstopt.

3. Verwijder de bougie en maak deze goed droog.

4. Benzine is misschien oud, vul met nieuwe

benzine. Nadat de benzine is vervangen, kan het even duren voordat de nieuwe benzine helemaal door het systeem gefilterd is.

5. Controleer of de bout van het mes goed vastzit. Als

de bout los zit, kunnen er startproblemen ontstaan.

6. Als de motor niet start, dient u onmiddellijk de

2. Verwijder alle restanten gras die zich om de motor

en luchtinlaten en de onderkant van het dek bevinden.

3. Reinig het luchtfilter (uw plaatselijke service-centrum

kan een grondige reiniging voor u uitvoeren).

4. Benzine is misschien oud, vul met nieuwe

benzine. Nadat de benzine is vervangen, kan het even duren voordat de nieuwe benzine helemaal door het systeem gefilterd is.

5. Als de motor nog steeds niet genoeg kracht

heeft en/of oververhit raakt, dient u de bougiekabel onmiddellijk los te maken.

1. Maak de bougiekabel los.

2. Controleer of het mes goed is gemonteerd.

3. Als het mes is beschadigd of versleten, dient u

een nieuw mes te plaatsen.

4. Als de trilling blijft aanhouden, dient u het mes

180° te draaien door de mesbout los te draaien, het mes te draaien en de bout vervolgens weer vast te zetten.

5. Als de trillingen hierdoor niet minder worden,

dient u de bougiekabel onmiddellijk los te maken.

6. RAADPLEEG UW PLAATSELIJKE ERKENDE

INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET MILIEU

Electrolux Outdoor Products worden gefabriceerd onder de richtlijnen van een Environmental Management System (ISO 14001) waarbij men, voor zover dat praktisch is, gebruik maakt van componenten die op de meest milieuverantwoordelijke manier zijn gefabriceerd, volgens bedrijfsprocedures en met de mogelijkheid voor recycling aan het einde van hun levensduur.

  • De verpakking kan gerecycled worden en plastic componenten zijn van een label voorzien (voor zover dat mogelijk was) voor recycling op categorie.
  • Milieubewuste overwegingen dienen mee te spelen bij het weggooien van een product aan het einde van haar levensduur.
  • Indien nodig, neemt u contact op met de gemeentelijke autoriteit voor informatie over de verwerking.

VERWERKING VAN BRANDSTOFFEN EN

  • Draag beschermende kleding wanneer u werkt met brandstoffen en smeeroliën.
  • Voorkom contact met de huid.
  • Verwijder benzine en machine-olie voordat u het product vervoert.
  • Neem contact op met de gemeentelijke autoriteit voor informatie over het dichtstbijzijnde recycling/verwerkingsstation. Gooi brandstoffen en oliën NIET weg met het huishoudelijk afval. Afgewerkte brandstoffen of oliën zijn schadelijk voor het milieu en dienen te worden verwerkt via de erkende recyclingfaciliteiten. Gooi afgewerkte brandstoffen of oliën NIET weg in water. NIET verbranden. NEDERLANDS - 4 SIKKERHETSREGLER Hvis denne gressklipperen ikke blir brukt riktig, kan den være farlig! Gressklipperen kan forårsake alvorlig skade på brukeren og andre, advarslene og sikkerhetsanvisningene må følges slik at det sørges for rimelig sikkerhet og effektivitet når gressklipperen er i bruk. Brukeren er ansvarlig for å følge advarslene og sikkerhetsanvisningene i denne håndboken og på gressklipperen. Forklaring av symbolene på din Jonsered LM2146M Advarsel Les bruksanvisningen nøye for å være sikker på at du er kjent med samtlige betjeningsknapper og hvordan de virker. Gressklipperen må holdes på bakken hele tiden mens du klipper. Hvis gressklipperen vippes eller løftes, kan det gjøre at steiner slenges ut. Hold tilskuere unna. Ikke klipp mens andre, særlig barn eller dyr, oppholder seg i området der du klipper. Vær forsiktig så ikke tær eller hender kuttes av. Hold hender og føtter unna den roterende kniven. Kople fra tennpluggen før du gjør forsøk på noe vedlikehold, rengjøring eller justeringer, eller hvis du lar gressklipperen være uten tilsyn, selv for en kort stund. STOP Kniven forsetter å rotere en kort stund etter at maskinen er slått av. Vent til samtlige av maskinens deler har stoppet helt før du berører dem. Generelt