PS-220 TH - MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PS-220 TH MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PS-220 TH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PS-220 TH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING PS-220 TH MAKITA
NL) Gebruiksaanwijzing (Pagina 50 - 58)
Osservare attentamente le norme di sicurezza. Errori nell'uso della motosega possono essere causa di incidenti! Questa motosega va utilizzata esclusivamente da “operatori appositamente addestrati per eseguire lavori con motoseghe e addestratiinoltre per eseguire lavori in ceste sollevabili o di conduzione e con impianti ascensionali con funi”. Conservare accuratamente le istruzioni d'impiego!
Belangi Voordat u de machine de eerste keer in gebruik neemt moet u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doomemen. U dient er vooral op te letten dat u alle veiligheidsvoorschriften goed heeft begrepen zodat u die strikt in acht kunt nemen! Deze motorzaag mag uitsluitend door ,motorzaagbestuurders met extra scholing voor het werken in hef- of ladderkooien, resp. bekend zijn met de touwklimtechniek“ worden bediend.
Berg de gebruiksaanwijzing goed op!
De kettingzaag is voorzien van stickers met symbolen die ook in de handleiding gebruikt worden. Hier volgt de ljst van symbolen die voor dit apparaat gebruikt worden: Simbolos
+ Lees de handleïding en volg de waarschuwings- en veiligheidsinstructies opl
+ Gebruik geschikte beschermingsmiddelen voor benen/voeten en armen/handen.
+ Verboden vuur te maken!
+ Hendel voor de choke
+ OPPASSEN.: Gevaar voor ,Kickback*
+ Houd de kettingzaag ti-dens het zagen met bei-de handen vast! Met één hand werken is ui-terst gevaarijk!
+ Schroef voor het afstellen van het oliedebiet voor de zaagketting + Tomillo de ajuste para el aceite de la cadena de sierra + Parafuso de regulagem doéleo da corrente de serra
NEDERLANDS Dank u voor de aankoop van dit DOLMAR product!
Gefeliciteerd met uw keuze van deze DOLMAR kettingzaag! Wij zin ervan overtuigd dat u tevreden zult zin met dit geavanceerde gereedschap.
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH (Tophandie) is een uiterst lichte en handige kettingzaag met het handvat bovenop de zaag gemonteerd. Dit model is special voor boomchirurgie en boomverzorging ontwikkeld. Deze kettingzaag mag enkel wor- den bediend door personen die geschoold zin voor het werken vanaf een verhoogd platform (kraankooï, hijskooi) of ladderkooïen, of die vertrouwd zijn met de touwklim- techniek.
De kettingzaag kan zonder problemen worden bediend omdat de toevoer van smeerolie voor de ketting automatisch wordt geregeld en de elektronische ontsteking geen onderhoud vereist. Bovendien is de zaag uitgerust met een trilingabsorberend systeem ter bescherming van de polsgewrichten en met ergonomische handgrepen en bedieningselementen. Deze voorzieningen maken het werk eenvoudiger, veiliger en minder vermoeiend.
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH is voorzien van de allernieuwste veiligheidsin- richtingen die voldoen aan alle nationale en internationale veiligheidsnormen. De veiligheïdsinrichtingen omvatten onder meer handbeschermers op beide hand- grepen, handgrepen met een veilige grip, een kettingvanger, een veiligheidszaagket- ting en een kettingrem. De kettingrem kan niet alleen handmatig bediend worden, maar treedt ook automatisch in werking door de terugslagkracht (inertie) in geval van terugslag. Om een optimale werking en optimale prestaties van uw nieuwe kettingzaag te garanderen en uw persoonlijke veiligheid te waar- O borgen, is het absoluut noodzakelijk dat u deze gebruiksaanwij- zing aandachtig leest alvorens het gereedschap voor de eerste Keer te gebruiken. Let vooral op dat u alle veiligheidsvoorschriften A in acht neemt! Niet-inachtneming kan levensgevaarlijke verwon- dingen veroorzaken!
EU-conformiteitsverklaring De ondergetekenden, Shigeharu Kominami en Rainer Bergfeld gevolmachtigd door, verklaren hiermede dat de DOLMAR gereedschappen,
Type: 023 EU-modelkeuringsattest Nr.
PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH M6 04 10 24243 059
vervaardigd door Makita Corporation, 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, Japan, vol- doen aan de veiligheids- en gezondheïdseisen van de toepasselike EU-richtlinen: EU-machinerichilijn 98/37/EG,
EU EMC richtlin 89/336/ EWG (gewijzigd door 91/263/ EWG, 92/31/ EWG en 93/68/ EWG),
Geluidsemissie 2000/14/EG.
Om te voldoen aan de vereisten van deze EU-richtlinen werden hoofdzakelik de vol- gende normen toegepast: EN 14982, EN ISO 11681-2, EN 61000-4-2, EN 61000- 3, CISPR 12.
Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgens Appendix V uitgevoerd. Het gemeten geluidsniveau (Lwa) bedraagt 106 dB(A). Het gegarandeerde geluidsni- veau (Ld) is 107 dB(A).
De EG-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG werd uitgevoerd door: TÜV Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstr. 31, D-80339 Munich.
EU-conformiteitsverklaring Verpakking. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Algemene voorzorgsmaatregelen Beschermingsuitrusting. Brandstoffen / Bitanken Ingebruiknemin Terugslag (‘kickback”) Werkomstandigheden / Werktochnieken: Transport en opslag. Onderhoud Eerste hulp (EHBO) Technische gegevens… Benaming van de onderdelen INGEBRUIKNEMING De kettinggeleider en de zaagketing monteren. De zaagketting spannen . Kettingrem . Brandstoffen / Bitanken De kettingsmering afstellen. De kettingsmering controleren De motor starten Koud starten…. Warm starten… De motor afzetten
De carburator afstellen ONDERHOUD De zaagketiing slipen De kettinggeleider reinigen, het kettingwiel smeren De zaagketting vervangen. De zuigkop vervanger Het luchtfiter reinigen De bougie vervangen De knaldemper reinigen De cilinderruimte reinigen Instructies voor periodiek onderhoud Service, reserveronderdelen en garantie Problemen oplossei
Verpakking Ter bescherming tegen transportschade wordt uw DOLMAR kettingzaag in een doos uit versterkt karton geleverd.
Karton is een basisgrondstof en is derhalve opnieuw bruikbaar of geschikt voor recy-
cling (oudpapierhandel). Ÿ 7 sr ZŸ
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LET OP: Deze kettingzaag is speciaal ontworpen voor de verzorging en chirurgie van bomen. Alleen deskundig geschoolde personen mogen met deze zaag werken. Volg alle relevante literatuur, procedures en aanbevelingen van de betreffende beroepsorganisaties op. AIS u dat niet doet, loopt u een verhoogd risico op ongevallen! Wij raden u aan om voor het zagen in boomkruinen steeds een ver- hoogplatform (kraankooi, hijskooi) te gebruiken. Werken in een hangende pos tie (bergbeklimmerstechniek) is uiterst gevaarlijk en vergt speciale opleiding! Als er op deze manier wordt gewerkt, dient de gebruiker van het gereedschap getraind te zijn in het gebruik van klimveiligheidsuitrusting en kliimtechnieken! Gebruik bij het werken in boomkruinen aitijd de geschikte riemen, touwen en beschermingsmiddelen. Gebruik altijd de vereiste uitrusting voor het onder- steunen en opvangen van zowel de gebruiker als de zaag zelf!
Algemene voorzorgsmaatregelen (Afb. 1 en 2)
- Om een correcte bediening te verzekeren dient de gebrulker deze gebruiks- aanwijzing grondig te lezen om zich vertrouwd te maken met de kenmerken en werking van de kettingzaag. Slecht geïnformeerde gebruikers stellen zichzelf en anderen in gevaar door verkeerd gebruik van het gereedschap.
U mag de kettingzaag alleen uitlenen aan personen die ervaring hebben met ket- tingzagen voor boomchirurgie. Geef altjd ook de gebruiksaanwijzing mee wanneer u het gereedschap uitleent
Het gebruik van de kettingzaag door kinderen of personen onder de 18 jaar is ver- boden. Jongeren boven de 16 jaar mogen de kettingzaag bedienen in het kader van een opleiding, maar uitsluitend onder het toezicht van een bevoegde opleider. Het werken met een kettingzaag vergt altijd een hoge mate van voorzichtigheid en concentratie.
Gebruïk de kettingzaag alleen wanneer u in goede lichamelike conditie verkeert Bij vermoeidheid verslapt de aandacht. Wees vooral op uw hoede tegen het einde van een dag hard werken. Voer alle werkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. De gebruiker is namelik verantwoordelik voor schade toegebracht aan derden
Werk nooït onder de invloed van alcohol, drugs of medicamenten.
Ü moet een brandblusser bij de hand hebben wanneer u werkt in de buurt van gemakkelik ontvlambare vegetatie of wanneer het al geruime tijd niet meer gere- gend heeft (brandgevaar)
Beschermingsuitrusting (Afb. 3 en 4)
- Tijdens het werken met de kettingzaag moet de hieronder beschreven beschermingsuitrusting worden gedragen om verwondingen aan het hoofd, gen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen:
Draag aangepaste kleding, dwz. goed aansluitend maar zonder te hinderen Draag geen sieraden of Keding die aan takken of struiken kunnen haken. Als u lang haar heeft, draag dan altjd een haarnetjel
Wanneer u met de kettingzaag werkt, moet u altjd een veiligheidshelm dragen. De veiligheidshelm (1) moet regelmatig op beschadiging gecontroleerd worden en dient na maximaal 5 jaar gebruik te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goed- gekeurde veiligheidshelmen.
De doorzichtige beschermkap (2) van de veiligheidshelm (eventueel een veilig- heïdsbri) beschermt de gebruiker tegen rondvliegend zaagsel en houtsplinters. Draag tijdens het werken met de kettingzaag altijd een beschermkap of een veilig- heïdsbril om oogletsel te voorkomen.
Draag gepaste gehoorbescherming (oorbeschermers (3), oordopjes, enz.).
Het velligheidsvest (4) is gemaakt uit 22 lagen nylon en biedt bescherming tegen snijwonden. Draag altid een veiligheïdsvest wanneer u werkt vanaf een verhoogd platform (kraankooi, hijskooi) of werkt met Klimtouwen,
De veiligheidsgordel en het beschermende werkpak (5) zin gemaakt uit een nylonweefsel van 22 lagen en bieden bescherming tegen snijwonden. Het dragen van deze kleding wordt ten zeerste aangeraden.
Werkhandschoenen (6) van dik leder behoren tot de verplicht voorgeschreven uitrusting bi het werken met de kettingzaag.
Tijdens het werken met de kettingzaag is het dragen van veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen (7) met antislip profielzolen, stalen neuzen en beenbescher- mers verplicht. Dit soort veiligheidsschoeisel biedt bescherming tegen snijwonden en geeft vaste steun voor de voeten. Bij het werken in boomkruinen dient het schoeisel eveneens aangepast te zijn voor het nodige klimwerk.
Brandstoffen / Bijtanken
-_ Zet de motor af voordat ü de kettingzaag bijtankt.
= Rook niet en tank niet bij in de buurt van een open vuur (Afb. 5).
Laat de motor afkoelen alvorens bij te tanken.
Brandstoffen kunnen oplosmiddelen bevatten. Vermijd huid- en oogcontact met minerale oliën. Tijdens het bijtanken moet u steeds veiligheidshandschoenen dra- gen. Reinig en vervang uw beschermende kleding regelmatig. Adem geen brand- Stofdampen in
Mors geen brandstof of kettingolie. Als u toch brandstof of olie gemorst heeft, maak dan de kettingzaag onmiddellik schoon. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurd is, kleed u dan onmiddellijk om.
Zorg dat er geen brandstof of ketiingolie in de grond wegloopt (bescherming van het milieu). Gebruik een geschikte onderplaat wanneer u bijtankt
Bijtanken in een gesloten ruimte is verboden. Brandstofdampen zullen zich name- lik bij de vloer verzamelen (explosiegevaar!).
Draai na het bijtanken de doppen van de brandstof- en olietank goed vast.
Start de kettingzaag niet op dezelfde plaats waar u getankt heeft (verwijder u ten- minste 3 meter van de plaats van bijtanken) (Afb. 6).
Brandstoffen zijn maar voor beperkte tjd houdbaar. Koop daarom nooït meer dan het geschatte verbruik voor een redelijke periode.
Vervoer en bewaar de brandstof en kettingolie alleen in goedgekeurde en gewaar- merkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie buiten het bereik van kinderen op.
= Werk nooit alleen. In geval van nood moet er iemand in de buurt zijn.
+ Zorg dat er zich geen kinderen of andere personen in de werkomgeving bevinden. Let ook op dat er geen dieren in de werkomgeving komen (Afb. 7).
Voordat u met het werk begint, moet u controleren of de kettingzaag goed functioneert en of alle veiligheidsvoorschriften zijn nageleefd.
Controleer in het bijzonder of de kettingrem goed werkt, of de kettinggeleider juist gemonteerd is, of de zaagkettng correct geslepen en gespannen is, of de beschermkap van het kettingwiel stevig vastzit, of de gashendel soepel beweegt en zijn veiligheidsschakelaar goed werkt, of de handgrepen droog en schoon zijn, en of de ON/OFF schakelaar functioneert.
Neem de kettingzaag pas in gebruik wanneer deze volledig gemonteerd is. Gebruik de kettingzaag nooit wanneer deze niet volledig gemonteerd is.
Zorg ervoor dat u stevige steun voor de voeten hebt voordat u begint met zagen. Start de kettingzaag uitsluitend op de manier die in deze gebruiksaanwijzing is beschreven (Afb. 8). Het gebruik van andere startmethoden is verboden.
Bij het starten moet u de kettingzaag goed ondersteunen en stevig vasthouden. De kettinggeleider en de keting mogen met geen enkel voorwerp in aanraking komen.
Tijdens het zagen moet u de kettingzaag altijd met beide handen vasthou- den. Houd de hoofdhandgreep vast met de rechterhand, en de beugelgreep met de linkerhand. Houd de handgrepen stevig vast met uw duimen eromheen in de richting van de vingers. Het werken met één hand is uiterst gevaarlik, omdat u dan bij het doorzagen van een tak de controle over het gereedschap kunt verliezen (gevaar van zware verwondingen!). Bovendien is het niet mogelik om het gevaar van terugslag met één hand op te vangen.
LET OP: Wanneer u de gashendel loslaat, zal de ketting nog een tijdje vrij doorlopen (ireewheelen).
Zorg dat ü stevig op beide voeten staat.
Houd de kettingzaag zodanig dat u geen uitlaatgassen zult inademen. Werk niet in gesloten ruimten (vergiftigingsgevaarl).
Schakel de kettingzaag onmiddellijk uit wanneer u een abnormale verande- ring in de werking ervan vaststelt.
Zet altijd eerst de motor uit voordat u de kettingspanning controleert, de ket- ing aanspant of vervangt, of probeert om storingen op te lossen (Afb. 9). Als de zaag met harde voonwerpen (stenen, spikers, enz.) is aanraking is geko- men, moet u de motor onmiddelljk uitzetten en controleren of de zaag niet beschadigd is.
Wanneer u het werk stopzet of onderbreekt en de werkplaats verlaat, moet u de Kettingzaag uitschakelen (Afb. 9) en dusdanig opbergen dat niemand gevaar kan lopen.
Laat de nog hete kettingzaag nooit in droog gras of op een brandbare ondergrond achter. De knaldemper is namelik zeer heet (brandgevaarl)
LET OP: Na het afzetten van de kettingzaag kan er olie van de ketting of ketting- geleïder druppelen met als gevolg bodemverontreiniging. Zorg voor een gepaste opvangmogelikheïd.
Terugslag (“kickback”)
-_ Bi het werken met een kettingzaag bestaat er gevaar voor gevaarlike terugslag. Terugslag ontstaat wanneer het bovenste uiteinde van de kettinggeleider door onoplettendheid in aanraking komt met hout of andere harde voonwerpen {Afb. 10).
Voordat de zaag “de snede inzel” kan hij ongewild zijwaarts slippen of wegsprin- gen (let op: in dit geval is er groot gevaar voor terugslagl).
In beide situaties kan de zaag ongecontroleerd en met grote krach in de richting van de gebruiker worden teruggeslagen. Gevaar voor lichamelijk letsel!
Om terugslag te voorkomen, dient u de volgende regels in acht te nemen: Invalzaagwerk, d.w.z. het uiteinde van de zaag direct op het hout aanzetten, mag uitsluitend door speciaal daarvoor opgeleid personeel worden uitgevoerd!
Houd het uiteinde van de kettinggeleïder altijd goed in het oog. Wees vooral voor- Zichtig wanneer ü in een reeds aangezette snede verder wilt zagen.
De ketting moet lopen wanneer u een snede inzet.
Zorg dat de ketting altid goed geslepen is. Let vooral goed op de hoogte van de dieptebegrenzing.
Probeer nooït om meerdere takken tegelik door te zagen. Let op dat ü bij het zagen van een tak niet per toeval een andere tak raakt.
Bij het dwarszagen van een stam moet u op andere nabije stammen letten.
Werkomstandigheden / Werktechnieken
= Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bijzonder op gladheïd, nattigheïd, is en sneeuw (slipgevaarl). Er is Vooral groot slipgevaar wanneer u werkt op vers ontbast hout (schilhout).
Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Zorg dat er geen obstakels zijn in de werkomgeving (gevaar voor struikelen!). Zorg dat u altid vaste en veilige steun voor de voeten hebt.
Zaag nooït boven schouderhoogte (Afb. 11).
Zaag nooït vanop een ladder (Afb. 11).
Klim nooît in een boom om er te werken zonder de nodige steun- en veiligheids- voorzieningen voor uzelf en voor de zaag. Wij raden u aan om steeds vanaf een hoogteplatform (kraankoo!, hijskooi) te werken.
Buig tjdens het werk niet te ver voorover.
Houd de kettingzaag zodanig dat geen enkel deel van uw lichaam zich in het ver- lengde van het zwenkbereik van de zaag bevindt (Afb. 12)
Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout
Zorg dat de kettingzaag de grond niet raakt terwi! de ketting nog loopt.
Gebruik de kettingzaag nooit voor het optillen of verwideren van stukken hout of andere voonwerpen.
Verwijder vreemde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers e.d. uit de werkomge- ving. Vreemde voorwerpen kunnen de zaag beschadigen en gevaarlike terugslag veroorzaken.
Voor het inkorten van reeds gezaagde stukken hout moet u een stevige steun {zaagbok, (Afb. 13)) gebruiken. Probeer niet om het werkstuk met uw voet op zin plats te houden en laat het niet door iemand anders vasthouden.
Zet ronde stukken goed vast om te voorkomen dat ze kunnen draaien.
Om dwars door te zagen, dient u de voorkant van het zaaghuis eerst stevig tegen het stuk hout te drukken. Pas daarna kunt u de snede inzetten met de lopende zaagkettng. U doet dit door de kettingzaag met de hoofdhandgreep omhoog te halen terwij! u met de beugelgreep leidt. De voorkant van het zaaghuis dient hierbij als het schamnierpunt. Met een lichte druk op de beugelgreep zaagt u nu dieper terwill u tegelik de kettingzaag met de hoofdhandgreep een weinig achteruit trekt. Zet vervolgens de voorkant van het zaaghuis iets dieper aan en breng de hoofd- handgreep opnieuw iets verder omhoog.
Wanneer invalzaagsneden of langssneden nodig zijn, is het ten zeerste aan te raden dat deze alleen door special geschoold personeel worden uitge- voerd (vanwege het groot gevaar voor terugslag).
Langssneden moeten onder de kleinst mogelike hoek ingezet worden (Afb. 14). Wees bij dit soort sneden uiterst voorzichtig, omdat de voorkant van het zaaghuis geen greep op het werkstuk heeft
De zaagketting moet lopen wanneer u de zaag uit het hout haalt.
Als u meerdere zaagsneden maakt, moet u de gashendel tussendoor loslaten. Let op bij het zagen van gesplinterd hout. Rondvliegende houtsplinters kunnen meegetrokken worden (gevaar voor lichamelijk letsel!).
Als u zaagt met de bovenkant van de kettinggeleider en de zaagketting komt klem te zitten, dan kan de kettingzaag teruggestoten worden in de richting van de gebruiker. Zaag daarom, in de mate van het mogelike, altjjd met de onderkant van de kettinggeleïder. Als de zaagketting klem komt te zitten, zal de zaag dan van u weg worden gestoten (Afb. 15).
Bij hout dat onder spanning staat (Afb. 16), moet u altijd eerst inzetten aan de zijde van de drukspanning (À). Pas daarna kunt u doorzagen vanaf de zijde van de trekspanning (B). Op deze manier wordt voorkomen dat de kettinggeleïder inge- klemd raakt.
Alleen special getrainde personen mogen bomen vellen of takken uit boom- kruinen afzagen. Groot gevaar voor persoonlijk letsel!
= Bij het afzagen van takken dient de kettingzaag op de stam ondersteund te wor- den. Gebruik voor dit soort werk nooit het vooreinde van de kettinggeleider (gevaar voor terugslag).
Pas goed op bij het zagen van taken die onder spanning staan. Zaag nooit vrij- hangende takken vanaf de onderkant.
Ga nooit op de stam staan om takken die onder spanning staan door te zagen. Voordat u begint met het vellen van een boom, dient u er zeker van te zijn dat 2) _enkel de personen, die bij het vellen betrokken zijn, zich op de werkplek bevin- den
ongehinderd uitwiken mogelik is voor iedere werkman die bij het vellen betrokken is (d.wz. dat iedere werkman schuin naar achteren bij een hoek van ongeveer 45° moet kunnen uitwijken).
de voet van de stam vrij is van vreemde voorwerpen, struikgewas en takken. Zorg dat u stevige steun voor de voeten hebt (struikelgevaarl).
de volgende werkplek tenminste 2 1/2 boomiengtes verwiderd is (Afb. 17). Voordat u de boom gaat vellen, moet u de valrichting bepalen en ervoor zorgen dat er zich geen personen of voorwerpen binnen een afstand van 2 1/2 boom- lengtes bevinden.
Beoordeling van de boom:
Richting van overhelling? Losse of dore taken? Hoogte van de boom? Natuurljke overhanging? ls de boom rot?
Houd rekening met de windrichting en windsnelheïd. Bi sterke windstoten mogen er geen bomen worden geveld. Vermijd dat het zaagsel door de wind wordt mee- genomen (houd rekening met de windrichting!).
Inzagen van de worteluitlopers:
Begin bi de grootste worteluitloper. Breng eerst een zaagsnede in verticale en ver- volgens in horizontale richting aan. De valkerf aanbrengen (Afb. 18, A) De valkerf bepaalt de valrichting en dwingt de boom in de gewenste richting. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht tot een zaagdiepte van 1/3 tot 1/5 van de stamdoorsnede. Breng de valkerf zo dicht mogelik bij de grond aan. Eventuele correcties van de valkerf moëten over de gehele breedte van de valkerf aangebracht worden.
De valzaagsnede (Afb. 19, B) moet hoger dan de valkeribasis (D) worden aange- bracht. De valzaagsnede moet helemaal horizontaal zijn. Het breukvlak (het niet doorgezaagde deel tussen beide zaagsneden) moet ongeveer 1/10 van de stam- diameter bedragen.
Het breukvlak (C) werkt als valscharnier. Zaag dit gedeelte nooit door, daar de boom anders ongecontroleerd zal vallen. Breng tidig velspieën aan.
Gebruik uitsluitend kunststof of aluminium spieën om de zaagsnede te borgen. Gebruik geen ijzeren spieën. Als de zaag een ijzeren spie raakt, kan de zaagket- ‘ing zwaar beschadigd raken of scheuren.
Wanneer u een boom velt, moet u altid zijdelings staan van de plaats waar de boom gaat vallen.
Wanneer de boom gaat vallen en u zich terugtrekt, moet u oppassen voor vallende takken.
Wanneer er op een helling wordt gewerkt, moet de gebruiker van de kettingzaag altijd bergopwaarts of ziwaarts van de te vellen boom of reeds gevelde boom Staan.
-_ Pas op dat de gevelde boomstam niet naar u toe rolt.
-_Als u tijdens het werken van werkplek verandert, moet ü de kettingzaag afzetten en de kettingrem aanzetten om ongewild starten van de kettingzaag te voorkomen.
-_ Draag of vervoer de kettingzaag nooit terwijl de zaagketting loopt.
Als u de kettingzaag over een lange afstand vervoert, moet u de beschermkap
{meegeleverd) over de kettinggeleider aanbrengen.
Draag de kettingzaag altid bi] de beugelgreep met de kettinggeleider naar achte-
ren (Afb. 20). Pas op dat u de nog hete knaldemper niet aanraakt (gevaar voor
Zet de kettingzaag tijdens transport met een voerluig goed vast om lekkage van
brandstof of kettingolie te voorkomen.
Bewaar de kettingzaag op een veilige en droge plaats. De kettingzaag mag niet in
de buitenlucht bewaard worden. Houd de ketingzaag buiten het bereik van kinde-
Voordat u de kettingzaag gedurende langere tijd gaat opslaan of met een vervoer-
firma meegeeft, moet u de brandstoftank en de olietank helemaal leeg maken.
-_ Voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint, moet u de kettingzaag uit- zetten (Afb. 21) en de bougiedop eruit trekken.
Controleer voordat u met het werk begint of de zaagketting veilig werkt, en let vooral op het juist functioneren van de kettingrem. Controleer ook of de zaagket- ‘ing goed geslepen en gespannen is (Afb. 22)
Gebruik de kettingzaag alleen bij een laag geluidsniveau en emissieniveau. U kunt dit bereiken door de carburator juist af te stellen.
Reinig de kettingzaag regelmatig.
Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten.
Volg de voorschriften ter voorkoming van ongevallen, uitgevaardigd door de betretfende handelsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen, strict op. Breng nooit veranderingen aan in de constructie van de kettingzaag. As u dat doet, brengt u uw eigen veiligheid in gevaar.
Voer alleen de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uit die in deze gebruiksaan- wijzing zin beschreven. Alle andere werkzaamheden moeten door een DOLMAR Servicecentrum worden uitgevoerd. (Afb. 23)
Gebruik uitsluitend originele vervangstukken en accessoires van DOLMAR.
Het gebruik van andere dan originele DOLMAR vervangstukken of accessoires en niet-goedgekeurde kettinggeleider/ketting combinaties of lengtes verhoogt het risico op ongevallen. DOLMAR wist iedere aansprakeljkheid af voor ongevallen en schade die voortvioeien uit het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of accessoires.
Eerste hulp (EHBO) (Afb. 24)
Wees voorbereid op eventuele ongelukken en zorg dat er steeds een verbandtrom- mel op de werkplek voorhanden is. Eventueel gebruikt material moet onmiddelljk aangevuld worden.
Als u om hulp vraagt, geef dan de volgende informatie:
-_ Plaats van het ongeluk
= Aard van het ongeluk
= Soort ventondingen
OPMERKING Personen met bloedcirculatiestoornissen kunnen door herhaalde sterke vibraties beschadiging van de bloedvaten of van het zenuwstelsel oplopen.
Overdreven vibraties kunnen aan vingers, handen of polsen de volgende symptomen veroorzaken: gevoelloosheid, tintelen, pin of pijnlike steken, verandering van de huidskleur of van de huid.
AIS u een van deze symptomen waarneemt, raadpleeg dan een dokter!
Maximaal koppel bij toerental Nm/min 0,97/6 500
Stationair toerental/max. motortoerental met kettinggeleïder en ketting min! 4 00 oo fPa222 Li 3 000/10 500 (PS-221 TH), Koppeltoerental min 4 500
Geluidsdrukniveau op de werkplek L,4 av vigs. ISO/CD 228681 dB (A) 95,0
Trilversnelling ay ay VI9S. ISO 75051)
- Hoofdhandgreep m/s? 5,6
Carburator (membraancarburator) Type Walbo WYL Ontstekingssysteem Type elektronisch
Bougie Type NGK CMR 6A Elektrodenafstand mm 06-07
Brandstofverbruik bij max. vermogen vigs. ISO 7293 kg 04
Kettingrem Activering met de hand of door terugslag Kettingsnelheid2) m/s 14,9 (91VG) 13,6 (25AP)
Steek van kettingwiel duim (inch) 3/8 (91VG) 1/4 (25AP)
Aantal tanden a 6 (B1VG) 8 (25AP)
SteeW/Sterkte aandrijfelement duim (inch) 3/8 /0,050 (91VG) 1/4 /0,050 (25AP) Snijlengte kettinggeleider cm 25
Gewicht (brandstoftank leeg, zonder Ketting en kettinggeleider) kg 25
1) De opgegeven waarden houden in gelijke mate rekening met stationair toerental, volle belasting en maximaal toerental.
2) Bij max. vermogen
Benaming van de onderdelen Hoofdhandgreep Veiligheidsschakelaar (gashendel vergrendelen) Gashendel Handbescherming (ontkoppeling voor kettingrem) Zaagketting Kettinggeleider Beschermkap van kettinggeleider Borgmoeren Kettingvanger (veiligheidsinrichting) . Kettingwielbeschermkap : Knaldemper . Bougie . Beugelgreep (voorste greep) . Starterhendel . STOP schakelaar (kortsuitschakelaar) . Bevestigingsoog voor veiligheidstouw of veiligheidshaak Olietankdop . Ventilatorkast met starterblok . Brandstoftankdop . Luchttilterdeksel . Chokehendel . Voorinspuitpomp
INGEBRUIKNEMING (Afb. 25)
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie “De bougie vervangen”). Draag altijd veiligheidshandschoenen!
Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geïnspecteerd is!
De kettinggeleider en de zaagketting monteren (Afb. 26)
Gebruik voor de onderstaande werkzaamheden de bijgeleverde combinatiesleutel. Plaats de kettingzaag op een stabiele ondergrond en monteer de kettinggeleider en de zaagketting als volgt
Ontkoppel de kettingrem door de handbeschermingshendel (1) in de richting van de pil te trekken.
Draai de borgmoer (2) los.
Trek de kettingwielbeschermkap (3) voorzichtig los van zijn bevestiging (4) en verwij der hem.
Draai de kettingspanschroef (5) linksom (tegen de klok in) totdat de pen (6) tegen de rechter aanslag zit. (Afb. 27 en 28)
Monteer de kettinggeleider (7). (Afb. 29)
Leg de zaagketting (9) op het kettingwiel (10). Voer de zaagketting met uw rechter- hand in de bovenste geleidegroef (11) van de kettinggeleider. (Afb. 30)
De snijkanten bovenaan de zaagketting moeten in de richting van de pijl wijzen! Trek de zaagketting (9) in de richting van de pijl over de neus (12) van de kettinggelei- der. Trek de kettinggeleider met de hand volledig naar zin neus toe. Zorg dat de ket- tingmesjes goed in de groeven van de kettinggeleider zitten. (Afb. 31)
Druk eerst de kettingwielbeschermkap (3) in zijn bevestiging (4). Controleer of de pen (8) van de kettingspanner in het gat in de kettinggeleider zit. Duw daarna de kap over de borgbout terwil u tegelik de zaagkettng (9) over de kettingvanger (13) naar omhoog brengt.
Draai de borgmoer (2) handvast aan. (Afb. 32)
Draai de kettingspanschroef (5) rechtsom (met de klok mee) tot de zaagketting in de geleidegroef op de onderzijde van de kettinggeleider zit (zie detail in de cirkel). Breng het vooreinde van de kettinggeleider iets omhoog en draai de kettingspan- schroef (5) rechtsom (met de klok mee) tot de zaagketting weer tegen de onderzide van de kettinggeleider aanligt.
Houd het vooreinde van de kettinggeleider nog steeds omhoog en draai de borgmoe- ren (2) vast met de combinatiesleutel. (Afb. 33)
De kettingspanning controleren (Afb. 34)
De zaagketting is juist gespannen indien hj nog gemakkelijk met de hand kan worden bewogen terwi] hij tegen de onderzijde van de kettinggeleider aanligt.
Hierbij moet de kettingrem ontkoppeld zijn.
Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwe zaagkettingen na verloop van tid uitrekken en langer worden!
Wanneer u de kettingspanning controleert, moet de motor afgezet zijn. OPMERKING:
Het is aan te raden dat u 2 tot 3 zaagkettingen afwisselend gebruikt.
Om een gelikmatige slitage van de kettinggeleider te krijgen, moet u hem omkeren {onderzide boven en bovenzijde onder) telkens wanneer u de ketting verwisselt.
Kettingrem (Afb. 35)
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH is standaard uitgerust met een traagheidsbe- stuurde kettingrem. Als er terugslag optreedt doordat het vooreinde van de kettingge- leider met het hout in aanraking komt (zie “VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN"), zal de ketingrem bij voldoende sterke terugslag door traagheidskracht in werking treden. De zaagketting wordt dan in een fractie van een seconde stilgezet.
De kettingrem is aangebracht om de zaagketting véér het starten te blokkeren en om hem onmiddellik stop te zetten in noodgevallen.
BELANGRUK: Bedien de kettingzaag NOOIT terwijl de kettingrem is aangezet! Als u dat toch doet, kan de motor na zeer korte tijd zwaar beschadigd raken!
= @: ) Zet ALTID de kettingrem vrij alvorens met het werk te beginnent
OPMERKING: De kettingrem is een zeer belangrijke veiligheidsinrichting en is zoals ieder ander onderdeel onderhevig aan slijtage. Laat voor uw eigen veiligheid de ket- grem regelmatig inspecteren en nazien door een DOLMAR servicecentrum.
De kettingrem aanzetten (remming) (Afb. 36)
Als de terugslagkracht sterk genoeg is, zal de plotselinge versnelling van de ketting- geleider in combinatie met de inertie van de handbeschermingshendel (1) de ket- tingrem automatisch aanzetten.
Om de kettingrem handmatig aan te zetten, drukt u met de linkerhand de handbe- schermingshendel (1) gewoo n naar voren (pill 1) (naar het vooreinde van de zaag t0e).
De kettingrem lossen
Trek de handbeschermingshendel (1) naar u toe (pijl 2) tot u voelt dat de hendel aan- grijpt. De kettingrem is nu gelost.
Brandstoffen (Afb. 37) LET OP: Deze zaag werkt op aardolieproducten (benzine en olie).
Wees vooral voorzichtig bij het omgaan met benzine. Vermijd vlammen of open vuur. Rook niet (ontploffingsgevaar!).
Brandstofmengsel De motor van de kettingzaag is een hoogvermogen tweetaktmotor. Hij werkt op een mengsel van benzine en tweetaktmotorolie. De motor is ontworpen voor gebruik op loodvrije normale benzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Als deze brandstof niet beschikbaar is, mag u ook brandstof met een hoger octaangetal gebruiken. Dit heeft geen nadelig effect op de motor. Gebruik uitsluitend loodvrije brandstof om optimale motorprestaties te krijgen en om zowel uw gezondheïd als het leefmilieu te beschermen. Voor de smering van de motor wordt tweetakimotorolie (kwaliteitsklasse JASO FC, ISO EGO) gebruikt, die bij de benzine wordt gevoegd. Let op: Gebruik nooit een kant-en-klaar brandstofmengsel van benzine- stations.
Juiste mengverhouding: 25:1 d.w.z. 25 delen brandstof mengen met 1 deel olie.
Om het benzine/olie mengsel gereed te maken, meng eerst de totale hoeveelheid olie met de helft van de benodigde hoeveelheid benzine en voeg daarna de rest van de benzine toe. Schud het mengsel goed voordat u het in de tank doet.
Het is niet aan te raden dat u uit veiligheidsoverwegingen meer dan de voorge- schreven hoeveelheid motorolie gebruikt. Dit zal enkel leiden tot meer verbran- dingsresten die het milieu vervuilen en het uitiaatkanaal in de cilinder evenals de knaldemper verstoppen. Bovendien zal het brandstofverbruik daardoor gen en zullen de prestaties minder goed zijn.
Opslag van brandstof Brandstoffen kunnen enkel voor een beperkte tijd worden opgeslagen. Brandstof en brandstofmengsels verouderen. Het gebruik van te lang opgeslagen brandstof en brandstofmengsels kan daarom leiden tot problemen bij het starten. Koop niet meer brandstof in dan in enkele maanden wordt verbruikt.
Sla brandstof uitsluitend op een droge en veilige plaats en in goedgekeurde containers op!
VERMIJD HUID- EN OOGCONTACT Aardolieproducten ontvetten de huid. Bi, herhaaldelik en langdurig contact van de huid met dergelike producten, zal de huid uitdrogen. Verschillende huidziekten kun- nen hiervan het gevolg zin. Ook allergische reacties kunnen worden veroorzaakt. Contact van de ogen met olie kan oogirritaties veroorzaken. Als er olie in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen onmiddellik met schoon water.
Bij aanhoudende iritatie onmiddelik een dokter raadplegen!
Zaagkettingolie Gebruik olie met ljmadditief voor het smeren van de zaagketting en de kettinggeleider. Het ljmadditief voorkomt dat de olie te snel van de ket- o ting wordt weggeslingerd. Ter bescherming van het milieu wordt het gebruik van biologisch afbreekbare zaagkettingolie aangeraden. In sommige landen is het
La gebruik van biologisch afbreekbare olie wettelik verplicht.
De door DOLMAR aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordt vervaardigd op basis van speciale plantaardige oliën en is 100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP werd bekroond met de ‘Blauwe Milieu-Engel pris omwille van zijn grote milieuvriendelik- heid (RAL UZ 48).
BIOTOP zaagkettingolie is beschikbaar in de volgende hoeveelheden: 1 | Bestelnummer 980 008 210
51 Bestelnummer 980 008 211
Biologisch afbreekbare olie is slechts beperkt houdbaar. Dergelike olie dient binnen 2 jaar na de fabricagedatum (gedrukt op de verpak- king) te worden opgebruikt.
ToP Belangrijke opmerking betreffende afbreekbare kettingoliën:
As u de zaag voor geruime td niet gaat gebruiken, moet u de olietank leegmaken, een kieine hoeveelheid gewone motorolie (SAE 30) erin doen, en dan de zaag een tidie laten lopen. Op deze manier worden alle resten afbreekbare olie uit de olietank, de olieleidingen, de ketting en de kettinggeleider weggespoeld. Deze maatregel is nodig omdat vele afbreekbare oliën na verloop van tijd plakkerige resten nalaten die schadeljk kunnen zijn voor de oliepomp of andere onderdelen.
Vul de tank weer met BIOTOP kettingolie voordat u de zaag later opnieuw in gebruik neemt. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte Kettingolie vervalt iedere aanspraak op garantie.
Uw handelaar of verkoper zal u graag informeren over het gebruik van geschikte ket- tingolie.
GEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE (Afb. 38)
Afgewerkte olie is zeer Schadelik voor het milieu.
Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van kankerverwekkende stoffen. De vervui- Iing in afgewerkte olie veroorzaakt snelle slitage van de oliepomp en het zaagmecha- nisme.
Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte kettingolie vervalt iedere aanspraak op garantie.
Uw handelaar of verkoper zal u graag informeren over het gebruik van geschikte ket- tingolie.
VERMIJD HUID- EN OOGCONTACT Aardolieproducten ontvetten de huid. Bi, herhaaldelik en langdurig contact van de huid met dergelike producten, zal de huid uitdrogen. Verschillende huidziekten kun- nen hiervan het gevolg zin. Ook allergische reacties kunnen worden veroorzaakt. Contact van de ogen met olie kan oogirritaties veroorzaken. Als er olie in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen onmiddellik met schoon water.
Bij aanhoudende irrtatie onmiddellik een dokter raadplegen!
NEEM DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT!
Wees voorzichtig en oplettend bij het omgaan met brandstoffen.
Maak de omgeving rond de vuldoppen goed schoon, zodat er geen vuil in de brand- Stof- of olietank kan komen.
Draai de vuldop los en vul de tanks respectievelik met brandstof (brandstof/olie mengsel) of zaagkettingolie. Vul bij tot aan de onderrand van de vulhals. Pas op dat u geen brandstof of kettingolie morst!
Draai de vuldop zo stevig mogelik weer vast.
Veeg de vuldop en de tank na het bijvullen schoon.
Smering van de ketting
Om de zaagketting goed te kunnen smeren moet de kettingolietank tijdens het gebruik altijd voldoende gevuld zin. Met een volledig gevulde tank kunt u ongeveer een half uur continu werken. Contro- leer tidens het werk of er nog voldoende kettingolie in de tank is en vul desnoods bij. Controleer de olie alleen terwijl de motor is afgezet!
1 brandstof/olie mengsel
De kettingsmering afstellen (Afb. 40)
U kunt de olietoevoer van de oliepomp instellen met de afstelschroef (1). Gebruik de combinatiesleutel om de hoeveelheid olietoevoer in te stellen.
Om een probleemloze werking van de oliepomp te verzekeren, die- nen de olieleigroef bij het huis (2) en het olie-inlaatgat in de ketting- geleider (3) regelmatig te worden gereinigd. (Afb. 41)
De kettingsmering controleren (Afb. 42)
Zaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Als u dit doet, zullen de ketting en de kettinggeleider minder lang meegaan.
Controleer véér het begin van het werk altijd het oliepeil in de tank en ook de olietoe- voer.
Controleer de olietoevoer als volgt: Start de kettingzaag (zie “De motor starten”). Houd de lopende kettingzaag ongeveer 15 cm boven een boomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming)
Als de smering voldoende is, zult u een licht oliespoor zien dat ontstaat doordat er olie van de ketting afspat. Let op de windrichting en vermid onnodige blootstelling aan de oliemistl
Na het uitschakelen van de zaag is het normaal dat resten van kettingolie nog een tijdje uit het olietoevoersysteem, de kettinggeleider en de ketting lopen. Dit is geen defectl
Leg de zaag op een geschikte onderlegger.
De motor starten (Afb. 43)
Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geïnspecteerd is! Verwijder u tenminste 3 meter van de plaats waar getankt werd.
Zorg dat u stabiel staat en leg de zaag zo op de grond dat de zaagketting en de ket- ‘inggeleider de grond niet raken:
Zet de kettingrem aan (blokkeren).
Pak de hoofdhandgreep met één hand goed vast en druk de kettingzaag stevig tegen de grond. Zet daarbij ook uw knie op het achterste van de handgreep. BELANGRIJK: De chokehendel (5) is aan de gashendel (1) gekoppeld. Hi] keert automatisch terug naar zijn uitgangspositie zodra de gashendel wordt ingedrukt.
Als de gashendel wordt ingedrukt voordat de motor is gestart, moet de chokehendel (5) weer naar de geschikte positie worden gedraaid. (Afb. 44)
Draai de chokehendel (5) naar de positie N @ ©
Druk de voorinspuitpomp 710 maal in.
Trek de starterhendel (4) langzaam uit tot u weer-
stand voelt (de zuiger staat dan net voor het boven-
ste dode punt). (Afb. 44)
Trek vervolgens snel en krachtig. Na 2 tot 4 pogingen zal de motor starten en blij- ven draaien (bij lage temperaturen kan het nodig zijn om meermaals te trekken).
LET OP: Trek de starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uit en breng hem altid lang- zaam terug met de hand. Voor een goede start is het belangrik dat de starterkabel snel en krachtig wordt doorgetrokken:
Zodra de motor soepel draait, drukt u eenmaal zachtjes op de gashendel (1) (houd daarbi de beugelgreep vast, de veiligheidsschakelaar (2) zal de gashendel vrizet- ten). Hierdoor zal de chokehendel (5) naar zijn uitgangspositie terugspringen, waarna de motor onbelast zal lopen. (Afb. 44)
Los nu de kettingrem. el @/
Koud starten: Druk de kortsluitschakelaar (3) naar voren.
Warm starten Ga te werk zoals bij koud starten, maar zet de chokehendel (5) in de positie
Belangrijk: Als de brandstoftank helemaal leeg gewerkt is en de motor bij gebrek aan brandstof tot stilstand is gekomen, moet u de voorinspuitpomp 7 — 10 maal indrukken. (Afb. 44)
De motor afzetten Zet de kortsluitschakelaar (3) in de “STOP” stand. (Afb. 44)
De kettingrem controleren (Afb. 45)
Begin nooit te werken met de kettingzaag zonder dat u eerst de kettingrem hebt gecontroleerd!
Start de motor zoals beschreven op de vorige pagina (20rg dat u stabiel staat en leg de zaag 20 op de grond dat de zaagketting en de kettinggeleider de grond niet raken). Houd de beugelgreep stevig vast met één hand en de hoofdhandgreep met uw andere hand.
Laat de motor op halve snelheïd lopen en druk de handbescherming (6) met de rug van uw hand in de richting van de pij tot de kettingrem is aangezet. De zaagketting moet nu onmiddellik stoppen.
Laat de gashendel onmiddelljk los en zet de kettingrem weer los.
BELANGRIJK: Indien de zaagketting in deze controle niet onmiddellijk stopt,
mag u in geen geval met het werk beginnen. Neem contact op met een DOL- MAR servicecentrum.
De zaagketting slijpen
De carburator afstellen (Afb. 46) De carburator is een injectiecarburator met vaste sproeiers. Afstelling van de vriloop- en hoofdsproeier is dus overbodig en kan ook niet worden uitgevoerd.
De carburator is in de fabriek uitgerust met vaste sprogiers voor luchtdrukwaarden op zeeniveau. Bij hoogten boven de 1000 meter kan het noodzakelik zijn om de carburatorsproeiers te ver- Stel de carburator af met een schroevendraaier (7, klingbreedte). Laat de motor 3 tot 5 minuten warm lopen (niet met hoog toerentall) voordat u afstelt. Het stationair toerental afstellen
Wanneer u hem linksom uitdraait: het stationair toerental vermindert.
Let op: De zaagketting mag in geen geval meelopen.
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie “De bougie vervan- gen”). Draag altijd veiligheidshandschoenen!
Meelachtig zaagsel ontstaat bij het zagen van vochtig hout.
De ketting trekt enkel bij grote druk in het hout. De snijkant is zichtbaar beschadigd. De zaag trekt naar links of rechts tijdens het zagen. Dit is te wijten aan een ongelik- Belangrijk: Slijp de ketting regelmatig, maar zonder te veel metal eraf te slij- pen!
Normaal zijn 2 tot 3 streken van de vi] voldoende.
Juiste manier van slijpen: (Afb. 48)
LET OP: Gebruik uitsluitend kettingen en kettinggeleiders die voor deze zaag Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Zaagtanden van ongelike lengte zijn oorzaak van een ongelikmatige kettingloop en kunnen ook kettingbreuk veroor- zaken
deze minimumlengte is bereikt; u dient dan een nieuwe ketting op te leggen.
De zaagdiepte wordt bepaald door het hoogteverschil tussen de dieptebegrenzer ronde neus) en de snijkant.
LET OP: A Een te grote zaagdiepte verhoogt het gevaar voor terugslag! =) ©
Alle zaagtanden moeten met dezelide hoek van 30° worden geslepen. Verschil in de hoëken veroorzaakt een ruwe en onregelmatige kettingloop, vergroot de slitage en De 85° hoëk van de zaagtand volgt uit de indringdiepte van de rondvijl. Als de voor- geschreven vil op de juiste manier wordt gebruikt, zal de correcte hoek automatisch worden verkregen. (Afb. 49)
Slijp de ketting met een speciale ronde vil! (4 mm diameter) voor zaagkettingen. Nor- male ronde villen zin niet geschikt voor dit sort werk.
De vil mag alleen bij de voonwaartse streek (pij) vijlen. Breng de vi] bij het terugha- Slijp eerst de kortste zaagtand. De lengte van deze tand is dan de maatstaf voor alle andere tanden van de ketting.
Houd de vi] altid horizontal (90° ten opzichte van de kettinggeleider).
de correcte slijphoek van 30° (houd de markeringen tijdens het vijlen evenwijdig met de ketting, zoals afgebeeld) en begrenst ook de insteekdiepte tot de correcte 4/5 van de vijldoorsnee. (Afb. 51)
ren met een kettingmaat.
Zelis de geringste uitsteekhoogte dient met een speciale platte vil (12) te worden verwijderd.
Indien nodig kunt u het onbelaste toerental afstellen met de afstelschroef (11).
vangen. Wanneer u de afstelschroef (11) rechtsom indraait: het stationair toerental vermeer- ONDERHOUD (Afb. 47)
O De zaagketting moet worden geslepen wanneer: matige scherpte van de zaagketting. Laat de ketting in een servicecentrum naslipen nadat u hem al meerdere malen zelf zijn ontworpen! De minimumlengte van de zaagtanden is 3 mm. Slijp de ketting niet meer wanneer De beste resultaten worden verkregen bij een begrenzerdiepte van 0,65 mm (.025°). kan leïden tot kettingbreuk. Geschikte vilen en hun gebruik (Afb. 50) len omhoog. De vilhouder vergemakkelikt de villgeleiding. Hij is voorzien van markeringen voor Na het naslipen van de ketting, moet u de hoogte van de dieptebegrenzers controle- Rond de voorzide van de dieptebegrenzer (13) af. (Afb. 52)
Het binnenste van het kettingwiel reinigen, de kettingvanger controleren en vervangen (Afb. 53)
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie “De bougie vervan- gen). Draag aitijd veiligheidshandschoenent
LET OP: Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geïnspec- teerd is!
Verwijder de kettingwielbeschermkap (4) (zie het hoofdstuk “INGEBRUIKNEMING:) en reinig de binnenruimte met een borstel.
Verwijder de ketting (3) en de kettinggeleïider (2).
Zorg dat er geen vuiresten achterblijven in de olieleigroef (1) en de kettingspanner (6)
Voor het opnieuw monteren van de kettinggeleider, ketting en kettingwiel, zie het hoofdstuk “INGEBRUIKNEMING".
Inspecteer de kettingvanger (5) op zichtbare beschadiging en vervang deze indien nodig.
De kettinggeleider reinigen, het kettingwiel smeren (Afb. 54)
LET OP: U moet veiligheidshandschoenen dragen. Controleer regelmatig de loopviakken van de kettinggeleider op beschadiging, en maak deze schoon met een geschikt gereedschap.
Kettingwielneustype:
Als de zaag intensief wordt gebruikt, moeten de lagers van het voorste tandwiel {keerrol) regelmatig (eens per week) worden gesmeerd. Hiertoe dient u eerst het 2- mm gaafje aan het vooreind van de kettinggeleider grondig schoon te maken. Spuit daarna een kleine hoeveelheid universeelvet in het gaatje.
Universeelvet en vetspuiten zijn beschikbaar als accessoires.
Universeelvet 944 360 000
Vetspuiten 944 350 000
De zaagketting vervangen (Afb. 55)
LET OP: Gebruik uitsluitend kettingen en kettinggeleiders die voor deze zaag ziin ontworpen!
Controleer eerst het kettingwiel (10) alvorens een nieuwe ketting te monteren.
LET OP: Versleten kettingwielen kunnen de nieuwe zaagketting beschadigen en die- nen daarom vervangen te worden.
De zuigkop vervangen (Afb. 56) Het vilten filter (12) van de zuigkop kan verstopt raken. Om een onbelemmerde brandstoftoevoer naar de carburator te garanderen, is het aan te bevelen dat de zuig- Kop eens per drie maanden wordt vervangen.
Om de oude zuigkop te verwijderen, trekt u hem met een draadhaak door de tankvul- hals.
Het luchtfilter reinigen (Afb. 57)
Draai de schroef (14) los en verwijder het deksel van de fiterkast (13).
BELANGRIJK: Dek de inlaatopening af met een schone doek om te voorkomen dat er vuil in de carburator kan vallen. Verwijder het luchtfilter (15).
LET OP: Blaas de vuildeeltjes NIET eruit, omdat u anders uw ogen kunt verwon- den! Gebruik geen brandstof om het luchttilter te reinigen.
Reinig het luchtfilter met een zachte borstel.
Als het filter erg vuil is, was het dan in lauw water met een gewoon afwasschoon- maakmiddel.
Laat het luchtfilter volledig drogen.
Als het filter erg vuil is, dient u het vaak (meermaals per dag) te reinigen, omdat het volle motorvermogen alleen met een schoon luchttiter wordt verkregen.
Een beschadigd luchtfilter dient onmiddellijk te worden vervangen! Afgescheurde stukken weefsel en grof vuil kunnen de motor onherstelbaar
De bougie vervangen (Afb. 58) LET OP:
Raak de bougie of de bougiedop niet aan terwijl de motor loopt (hoogspan- ningl).
Zet de motor af voordat u met de onderhoudswerkzaamheden begint. Een hete motor kan brandwonden veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen!
De bougie moet vervangen worden wanneer de isolator beschadigd is, de elektroden verbrand zijn, of de elektroden erg vuil of vettig zijn.
Verwijder het deksel van de filterkast (zie “Het luchtfiter reinigen”).
Trek de bougiedop (1) af van de bougie. Gebruik uitsluitend de meegeleverde combi- natiesleutel om de bougie te venwijderen.
LET OP: Gebruik uitsluitend de volgende bougies: NGK CMR6A.
Elektrodenafstand (Afb. 59) De elektrodenafstand moet 0,6 — 0,7 mm zijn.
De inlaatopening voor koellucht reinigen (Afb. 60) Verwijder vier schroeven (2). Verwijder de terugloopstarter (3). Reinig de inlaatopening (4) en de koelribben.
LET OP: Zolang de motor nog heet is, bestaat er gevaar voor brandwonden. Draag veiligheidshandschoenen.
Verwijder de kettingwielbeschermkap (zie “INGEBRUIKNEMING").
Verwijder koolaanslag uit de uitlaatopeningen (11) van de knaldemper.
De knaldemper reinigen (Afb. 61)
De cilinderruimte reinigen (Afb. 62)
Verwijder de kettingwielbeschermkap (zie “INGEBRUIKNEMING").
Verwijder desnoods de knaldemper door de twee schroeven (14) los te draaien en te verwijderen.
Sluit de cilinderopening (15) af met een lap.
Gebruik een geschikt werktuig (houten schraper) om de cilinderruimte (16), in het bijzonder de koelribben, schoon te maken. Verwijder de lap uit de cilinderopening en breng de knaldemper weer aan, zoals getoond op het schema.
Vervang zo nodig de pakking (13). Verwijder alle eventuele resten van de oude pakking voorzichtig van de knaldemper.
Let goed op de juiste montageposi De warmtegeleïplaat moet overeenkomen met de contouren van de cilinder, om een correcte warmte-overdracht te verzekeren Draai de schroeven (14) met 10 Nm vast terwij! de motor koud is.
Instructies voor periodiek onderhoud
De onderstaande onderhoudswerkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd om een lange levensduur te verzekeren, schade te voorkomen, en het optimaal functione- ren van de veiligheidsinrichtingen te waarborgen. Garantieclaims worden alleen in overweging genomen indien dit onderhoudswerk regelmatig en correct werd uitgevoerd. Het niet uitvoeren van de voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden kan leiden tot ongelukken!
De gebruiker van de kettingzaag mag geen onderhoudswerk uitvoeren dat niet in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Alle dergelijk werk mag alleen door een DOLMAR servicecentrum worden uitgevoerd
Algemeen Kettingzaag De buitenkant schoonmaken en op beschadiging controleren. In geval van beschadiging, direct laten repareren door een erkend servicecentrum. Zaagketting Regelmatig naslipen, tjdig vernieuwen. Kettingrem Regelmatig in een erkend servicecentrum laten inspecteren. Kettinggeleider Omkeren om gelikmatige slitage van de draagvlakken te verzekeren. Tijdig vernieuwen. Telkens véér het starten | Zaagketting Inspecteren op beschadiging en juiste scherpte. Kettingspanning controleren: Kettinggeleider Controleren op beschadiging. Kettingsmering Werking controleren. Kettingrem Werking controleren.
OFF-schakelaar, Veiligheidsschakelaar, Gashendel
Werking controleren.
Dop van brandstof/olie tank Controleren op goede afsluiting.
Dagelijks Luchtiter Reinigen Kettinggeleider Controleren op beschadiging, olie-inlaatgat reinigen. Steun van kettinggeleider Reinigen, in het bijzonder de oliegeleigroef. Stationair toerental Controleren (ketting mag niet meelopen).
Wekelijks Ventilatorhuis Reinigen om ongehinderde toevoer van koellucht te waarborgen.
Cilinderruimte Reinigen.
Bougie Controleren en desnoods vervangen.
Knaldemper Controleren op stevige bevestiging.
Beschermhuls van kettingvanger
GControleren op beschadiging, desnoods vervangen.
ledere 3 maanden Zuigkop Vervangen.
Carburator Leeg draaien.
De buitenkant schoonmaken en op beschadiging controleren. In geval van beschadiging, direct laten repareren door een erkend servicecentrum.
Verwijderen, reinigen en licht oliën. Geleidingsgroef van kettinggeleider reinigen.
Leegmaken en reinigen.
Service, resrveronderdelen en garantie Onderhoud en reparaties
Het onderhoud en de reparatie van een geavanceerde motor en van alle veiligheids- inrichtingen vereisen een gediplomeerde technische opleiding en een gespeciali- seerde werkplaats die voorzien is van speciaal gereedschap en testapparatuur. DOLMAR adviseert daarom dat u alle werkzaamheden die niet in deze gebruiksaan- wijzing zijn beschreven laat uitvoeren door een DOLMAR servicecentrum.
De DOLMAR servicecentra beschikken over al de nodige apparatuur en over geschoold en ervaren personeel om u steeds met zo weinig mogelik kosten een oplossing te bieden en met raad en daad bij te staan.
Aarzel niet om contact op te nemen met het dichtstbijzinde servicecentrum.
De betrouwbaarheid, lange levensduur en veiligheïd van uw kettingzaag zin onder meer ook afhankeljk van de kwaliteit van de gebruikte resrveronderdelen. Gebruik uitsluitend originele DOLMAR resrveronderdelen.
Alleen originele reserveonderdelen en accessoires garanderen de beste kwaliteit van materiaal, nauwkeurigheid van afmetingen, feilloze werking en veiligheid.
Originele reserveonderdelen en accessoires zijn bij uw plaatselike vakhandelaar ver- krijgbaar. Deze beschikt ook over de listen van reserveonderdelen om de juiste onderdeelnummers te bepalen, en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen.
Houdt u er tevens rekening mee dat de garantie van het DOLMAR product automa- tisch ongeldig wordt wanneer andere dan originele DOLMAR reserveonderdelen wor- den gebruikt
DOLMAR garandeert de hoogste kwaliteit en vergoedt daarom alle reparatiekosten voor het vervangen van beschadigde onderdelen ten gevolge van materiaal- of fabri- cagefouten die binnen de garantieperiode na de datum van aankoop optreden. Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Voor vragen of twijfels, gelieve u te wenden tot de verkoper die verantwoordelik is voor de garantie van het product.
Beschadiging die voortvloeit uit een van de volgende oorzaken valt buiten de garan- tie:
+ Het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
+ Het niet uitvoeren van de voorgeschreven onderhouds- en reinigingswerkzaamhe- den.
+ Onjuiste afstelling van de carburator.
+ Duidelike overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toege- stane belasting.
+ Gebruik van niet-goedgekeurde kettinggeleiders en zaagkettingen.
+ Het gebruik van kettinggeleiders en zaagkettingen waarvan de lengte niet is goed- gekeurd
+ Gebruik van geweld, verkeerd gebruik, misbruik of ongevallen.
+ Schade door oververhitting als gevolg van vervuiling van de terugloopstarter.
+ Werk aan de kettingzaag door onbevoegde personen of slechte reparaties.
+ Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen die geen originele DOLMAR onderde- len zijn, voorzover deze de schade hebben voortgebracht.
+ Gebruik van ongeschikte of oude olie.
+ Schade die betrekking heeft op de voonwaarden van een verhuurcontract e.d.
Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen niet onder de garantie. Alle reparaties die onder de garantie vallen, moeten door een DOLMAR servicecentrum worden uitgevoerd.
Buitenzide van de zaag
Starter grijpt niet aan
Storing Systeem Waarmeming Oorzaak Ketting loopt niet Kettingrem Motor loopt Kettingrem is ingeschakeld. Motor start niet of start Ontstekingssysteem Ontstekingsvonk aanwezig | Fout in brandstoftoevoer, compressiesysteem, mechanisch defect. moeizaam Geen ontstekingsvonk STOP-schakelaar ingedrukt, fout of kortsluiting in de bedrading, bougiedop of bougie defect. Brandstoftoevoer Brandstoftank is gevuld Choke in onjuiste stand, carburator defect, zuigkop vuil, brandstofleiding geknikt of
Pakking van krukkast defect, afdichtingen van radiaalas beschadigd, cilinder- of zuigerringen beschadigd.
Bougie niet goed afgedicht. Veer in de starter gebroken, kapotte onderdelen binnenin de motor.
Problemen bij warm starten | Carburator Brandstoftank is gevuld Foute carburatorafstelling. Ontstekingsvonk aanwezig Motor slaat aan, maar slaat | Brandstoftoevoer Brandstoftank is gevuld Stationair toerental slecht afgesteld, zuigkop of carburator vervuild. Tankontluchting
defect, brandstofleiding onderbroken, kabel beschadigd, STOP-schakelaar defect.
Onvoldoende vermogen
Er kunnen meerdere systemen tegelikertijd betrokken zijn
De motor loopt stationair
Luchtfiter vervuild, foute carburatorafsteling, knaldemper verstopt, uitlaatkanaal in cilinder verstopt.
Geen olie op de ketting
Olietank is leeg. Oliegeleidegroef vervuild.
- ZwAnvoetôhs AaBñ m/s? 43
Notice-Facile