BLS713 - Elektrische zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BLS713 MAKITA in PDF-formaat.

📄 136 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA BLS713 - page 61
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : BLS713

Categorie : Elektrische zaag

Download de handleiding voor uw Elektrische zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BLS713 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BLS713 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING BLS713 MAKITA

Sega composita a slitta a batteria Istruzioni per l’uso NL Schuifbare accu-afkortverstekzaag Gebruiksaanwijzing

  • Om verwonding door weggeslingerd zaagafval te voorkomen, dient u na het voltooien van een snede de zaagkop omlaag te houden totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
  • Bij drukkend (glijdend) zagen, dient u eerst de slede volledig naar u toe te trekken en het handvat omlaag te drukken. Duw daarna de slede naar de geleider toe.
  • Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap of accu's niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EC inzake oude elektrische en elektronische apparaten, richtlijn 2006/66/EC inzake batterijen en accu's en wegwerpbatterijen, en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen gebruikte elektrisch apparaten en accu's die het einde van hun levensduur hebben bereikt, gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recyclebedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.

Aanslagpen Bout Stelbout Rode deel Knop Accu Ster-merkteken Beschermkap Beschermkap A Beschermkap B Vleugelschroef Zaagsnedeplaat Zaagblad Zaagbladtanden Linkse schuine snede Rechte snede Geleider Draaitafel Bovenvlak van draaitafel Omtrek van zaagblad Stelschroef Aanslagarm Wijzer Verstekschaal Vergrendelnok Handgreep Hendel Vrijmakingsknop Schuine-hoek schaal Arm

Schroef Trekschakelaar Ontgrendelknop Gat voor hangslot Sleutelhouder Stanghouder Middenkap Dopsleutel Zeskante bout Veiligheidskap Asblokkering Pijltje Zaagbladkast Zeskante bout (linkse schroefdraad) Buitenflens Binnenflens Stofzak Verbindingsstuk Sluitstrip Steun Spanschroefarm Spanschroefstang Houder Houdermontage Spanschroefknop Uitsteeksel Spanschroefas Voetstuk 60 Stang 12 61 Klemschroef 62 Kroon-profiellijst met een wandhoek van 52/38° 63 Kroon-profiellijst met een wandhoek van 45° 64 Kwarthol-profiellijst met een wandhoek van 45° 65 Binnenhoek 66 Buitenhoek 67 Meer dan 15 mm (5/8”) 68 Meer dan 420 mm (16-1/2”) 69 Gaten 70 Stelplaat 71 Groeven zagen met het zaagblad 72 Driehoeksliniaal 73 Armhouder 74 Stelbout voor 0° schuine hoek 75 Stelbout voor 45° linkse schuine hoek 76 Limietmarkering 77 Borstelhouderdop 78 Schroevendraaier TECHNISCHE GEGEVENS Model BLS713 Diameter zaagblad .............................................................................................................................................. 190 mm Diameter zaagbladgat (asgat) ............................................................................................................................... 20 mm Max. verstekhoek ...........................................................................................................................Links 47°, Rechts 57° Max. schuine hoek............................................................................................................................Links 45°, Rechts 5° Max. zaagcapaciteiten (H x B) met een zaagblad van 190 mm diameter. Verstekhoek

  • Toerental onbelast (min–1) p. 2
  • 200 Afmetingen (L x B x H) p. 655
  • mm x 430 mm x 454 mm Netto gewicht p. 12
  • ,7 kg Nominale spanning V gelijkstroom (Opmerking) Het * teken duidt aan dat een houten hulpstuk van de volgende dikte wordt gebruikt. 1: Bij gebruik van een houten hulpstuk met een dikte van 20 mm. 2: Bij gebruik van een houten hulpstuk met een dikte van 15 mm. 3: Bij gebruik van een houten hulpstuk met een dikte van 10 mm. p. 18
  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens de accu kunnen van land tot land verschillen.
  • Gewicht, inclusief accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003 ENE076-1 Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. GEA010-1 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. ENB118-2 AANVULLENDE

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET

Draag oogbescherming. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Raak het freewheelende zaagblad niet aan, aangezien dit nog ernstige verwonding kan veroorzaken.

3. Gebruik de zaag niet zonder dat de beschermkappen zijn aangebracht.

Controleer vóór elk gebruik of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de beschermkap niet goed beweegt en niet snel over het zaagblad sluit. Klem of bind de beschermkap nooit in de geopende stand vast.

4. Zaag nooit met het werkstuk in uw hand. Gebruik

altijd de spanschroef om het werkstuk goed vast te zetten op het draaibaar voetstuk en tegen de geleider. Gebruik nooit uw hand om het werkstuk tijdens het zagen vast te houden.

5. Reik nooit in de nabijheid van het zaagblad.

6. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het

zaagblad volledig tot stilstand is gekomen alvorens het werkstuk te verwijderen of instellingen te veranderen.

7. Verwijder de accu voordat u het zaagblad vervangt of het gereedschap onderhoudt.

8. Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen.

9. De aanslagpen die de zaagkop in de omlaagpositie vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het

dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen.

10. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid

van ontvlambare gassen of vloeistoffen. Door de elektrische werking van het gereedschap kan een explosie en brand worden veroorzaakt indien blootgesteld aan brandbare vloeistoffen of gassen.

11. Controleer het zaagblad zorgvuldig op barsten of

beschadiging, alvorens het gereedschap te gebruiken. Een gebarsten of beschadigd zaagblad dient onmiddellijk te worden vervangen.

12. Gebruik alleen flenzen die voor dit gereedschap

zijn bestemd. 13. Pas op dat u de as, de flenzen (vooral hun montagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadiging van deze onderdelen kan zaagbladbreuk veroorzaken.

14. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vastgezet

is, zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen.

15. Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval,

stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan zagen.

16. Vermijd het zagen op spijkers. Inspecteer het

werkstuk en verwijder alle eventuele spijkers alvorens met het zagen te beginnen.

17. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens

de trekschakelaar in te drukken.

18. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste positie niet in aanraking komt met het draaibaar voetstuk.

19. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de

zaag bij het starten en stoppen even op- en neergaat.

20. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet in

contact is met het werkstuk.

21. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens

het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste installatie of op een slecht gebalanceerd zaagblad kunnen wijzen.

22. Wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait,

alvorens het werkstuk te zagen.

23. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets abnormaals opmerkt.

24. Probeer niet om de trekschakelaar in de INGESCHAKELD positie te vergrendelen.

25. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet

wanneer het werk saai is en uit herhalingen bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van veiligheid misleiden, aangezien zaagbladen altijd uiterst gevaarlijk zijn.

26. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze

gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan verwonding veroorzaken.

27. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere

materialen dan hout.

28. Sluit verstekzagen tijdens het zagen aan op een

29. Selecteer de zaagbladen in overeenstemming

met het te zagen materiaal.

30. Wees voorzichtig wanneer u gleuven zaagt.

31. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze versleten is.

32. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal

33. Sommige stofafval van de zaagbediening bevat

chemicaliën die kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsdefecten kunnen veroorzaken. Een paar voorbeelden van deze chemicaliën zijn:

  • lood van materiaal dat met loodhoudende inkt is geverfd
  • arseen en chroom van chemisch behandeld timmerhout Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe vaak u dit soort werk uitvoert. Om blootstelling aan deze chemicaliën tot een minimum te beperken, dient u in een goed geventileerde omgeving te werken en gebruik te maken van goedgekeurde veiligheidsapparatuur zoals stofmaskers die speciaal ontworpen zijn voor het filtreren van microscopische deeltjes.

34. Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is

om het voortgebrachte geluid tot een minimum te beperken.

35. De gebruiker dient volledig vertrouwd te zijn met

het gebruik, de afstelling en de bediening van het gereedschap.

36. Gebruik juist aangescherpte zaagbladen. Neem

altijd de maximale snelheid, die op het zaagblad is aangeduid, in acht.

37. Probeer niet om afgezaagde stukken of andere

delen van het werkstuk uit het zaaggebied te verwijderen terwijl het gereedschap nog draait en de zaagkop niet in de uitgangspositie staat.

38. Gebruik alleen zaagbladen die worden aanbevolen door de fabrikant en voldoen aan EN847-1.

39. Draag handschoenen wanneer u zaagbladen of

ruw materiaal hanteert (zaagbladen dienen zo vaak als praktisch mogelijk is in een houder te worden gedragen). BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. ENC007-6 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ACCU

Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de acculader in gebruik te nemen. Neem de accu niet uit elkaar. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken. Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen met schoon water en roep onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken. Voorkom kortsluiting van de accu: (1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.

(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet blootstelt aan schokken of stoten. Gebruik nooit een beschadigde accu. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. Tips voor een maximale levensduur van de accu

Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Als u de accu te veel oplaadt, zal hij minder lang meegaan. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. INSTALLEREN Op een werktafel monteren Bij de verzending uit de fabriek is het handvat door middel van de aanslagpen in de omlaagpositie vergrendeld. Ontgrendel de aanslagpen door het handvat iets omlaag te drukken en aan de aanslagpen te trekken. (Fig. 1) WAARSCHUWING:

  • Zorg ervoor dat het gereedschap niet kan bewegen op de ondergrond. Als de verstekzaag tijdens het zagen beweegt ten opzichte van de ondergrond, kan dat leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel. Dit gereedschap dient op een effen en stabiel oppervlak te worden gemonteerd door gebruik te maken van de boutgaten in de voet van het gereedschap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelijk verwondingen veroorzaakt. (Fig. 2) Draai de stelbout naar rechts of naar links totdat deze met het vloeroppervlak in contact komt om het gereedschap stabiel te houden. (Fig. 3)

BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES

  • Zorg ervoor dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat de accu is verwijderd voordat u de werking van het gereedschap aanpast of controleert. Als het gereedschap niet wordt uitgeschakeld en de accu niet uit het gereedschap wordt verwijderd, kan dat na per ongeluk inschakelen leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

De accu aanbrengen en verwijderen (Fig. 4)

  • Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
  • Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en trekt u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.
  • Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. Steek de accu zo ver mogelijk erin tot het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
  • Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de accu. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. Accubeveiligingssysteem (accu met een stermerkteken) (Fig. 5) Een accu waarop het ster-merkteken staat is voorzien van een beveiligingssysteem dat automatisch het uitgangsvermogen onderbreekt voor een langere levensduur. Het gereedschap stopt tijdens het gebruik wanneer het gereedschap en/of de accu zich in de volgende situatie bevinden. Dit wordt veroorzaakt door de inwerkingtreding van het beveiligingssysteem en duidt niet op een defect van het gereedschap.
  • Bij overbelasting van het gereedschap: Als dit het geval is, laat u de trekschakelaar los, heft u de oorzaak van de overbelasting op en knijpt u daarna de trekschakelaar weer in om verder te gaan.
  • Als de accucellen heet zijn geworden: Als de trekschakelaar wordt bediend, blijft het gereedschap stilstaan. Als dit het geval is, bedient u het gereedschap niet meer, verwijdert u de accu van het gereedschap, en laat u de accu afkoelen of laadt u hem op.
  • Als de resterende acculading laag is: Als de trekschakelaar wordt bediend, blijft het gereedschap stilstaan. Als dit het geval is, verwijdert u de accu van het gereedschap en laadt u hem op. Beschermkap Voor alle niet-Europese landen (Fig. 6) Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de beschermkap automatisch omhoog. De beschermkap is veerbelast zodat zij naar haar oorspronkelijke positie terugkeert wanneer het zagen voltooid is en het handvat wordt opgeheven. WAARSCHUWING:
  • Zet de beschermkap nooit vast en verwijder nooit de beschermkap of de veer die eraan is bevestigd. Een blootliggend zaagblad als gevolg van een buiten werking gestelde beschermkap kan tijdens gebruik leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Voor uw persoonlijke veiligheid dient de beschermkap altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onregelmatigheid in de werking van de beschermkap dient onmiddellijk te worden gerepareerd. Controleer of de veer goed werkt zodat de beschermkap goed terugkeert.
  • Gebruik het gereedschap nooit wanneer de beschermkap of de veer beschadigd, defect, of verwijderd zijn. Het gebruik van het gereedschap met een beschadigde, defecte of verwijderde beschermkap kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Voor Europese landen (Fig. 7) Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat beschermkap A automatisch omhoog. Beschermkap B gaat omhoog zodra deze het werkstuk raakt. De beschermkappen zijn veerbelast zodat zij naar hun oorspronkelijke positie terugkeren wanneer het zagen voltooid is en het handvat omhoog wordt gebracht. WAARSCHUWING:
  • Zet de beschermkap nooit vast en verwijder nooit de beschermkap of de veer die eraan is bevestigd. Een blootliggend zaagblad als gevolg van een buiten werking gestelde beschermkap kan tijdens gebruik leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Voor uw persoonlijke veiligheid dient iedere beschermkap altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onregelmatigheid in de werking van de beschermkappen dient onmiddellijk te worden gerepareerd. Controleer of de veren goed werken zodat de beschermkappen goed terugkeren. WAARSCHUWING:
  • Gebruik het gereedschap nooit wanneer de beschermkap of de veer beschadigd, defect, of verwijderd zijn. Het gebruik van het gereedschap met een beschadigde, defecte of verwijderde beschermkap kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Als de doorzichtige beschermkap vuil is geworden of er zaagsel aan kleeft zodat het zaagblad en/of het werkstuk niet meer goed zichtbaar is, verwijdert u de accu en maakt u de beschermkap voorzichtig schoon met een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen of een schoonmaakmiddel op petroleumbasis op de kunststoffen beschermkap omdat hierdoor de beschermkap kan worden beschadigd. Als de beschermkap vuil is geworden en voor correct gebruik moet worden schoongemaakt, volgt u de onderstaande stappen: Terwijl het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd, gebruikt u de bijgeleverde dopsleutel om de zeskante bout waarmee de middenkap is bevestigd los te draaien. Draai de zeskante bout linksom los en breng de beschermkap en de middenkap omhoog. (Fig. 8) In deze positie kan de beschermkap grondiger en gemakkelijker worden schoongemaakt. Voer deze procedure in de omgekeerde volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het schoonmaken is voltooid. Verwijder de veer van de beschermkap niet. Als de beschermkap beschadigd is door ouderdom of blootstelling aan ultraviolet licht, neemt u contact op met een Makita-servicecentrum om een nieuwe beschermkap te bestellen. DE BESCHERMKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN. Afstellen van de zaagsnedeplaten (Fig. 9 en 10) Aanslagarm (Fig. 13) Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in de draaitafel. De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het zaagblad niet met de zaagsnedeplaten in aanraking komt. Stel de zaagsnedeplaten als volgt af alvorens de zaag in gebruik te nemen: Verwijder eerst de accu. Draai alle schroeven (2 aan de linkerzijde en 2 aan de rechterzijde) waarmee de zaagsnedeplaten zijn vastgemaakt los. Trek de schroeven weer aan in zulke mate dat de zaagsnedeplaten nog gemakkelijk met de hand kunnen worden bewogen. Breng het handvat volledig omlaag en druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omlaagpositie te vergrendelen. Draai de twee klemschroeven waarmee de sledestangen zijn vastgemaakt los. Trek de slede helemaal naar u toe. Stel de positie van de zaagsnedeplaten af zodat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de voorste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de achterste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Nadat de zaagsnedeplaten zijn afgesteld, ontgrendelt u de aanslagpen en brengt u het handvat omhoog. Trek vervolgens alle schroeven stevig aan. Met de aanslagarm kunt u de laagste positie van het zaagblad gemakkelijk instellen. Stel in door de aanslagarm in de richting van het pijltje te bewegen, zoals afgebeeld. Stel de stelschroef zodanig in dat het zaagblad bij de gewenste positie stopt wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht. KENNISGEVING:
  • Zorg na het instellen van de schuine hoek ervoor dat de zaagsnedeplaten goed worden afgesteld. Een juiste afstelling van de zaagsnedeplaten zorgt voor een goede ondersteuning van het werkstuk waarbij splinteren wordt geminimaliseerd. Handhaven van de maximale zaagcapaciteit (Fig. 11 en 12) Deze zaag is in de fabriek ingesteld voor het leveren van maximale zaagcapaciteit met een 190 mm zaagblad. Verwijder de accu voordat u probeert het gereedschap af te stellen. Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, dient u altijd de laagste positie van het zaagblad te controleren en indien nodig als volgt af te stellen: Verwijder eerst de accu. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en breng het handvat volledig omlaag. Gebruik de dopsleutel en verdraai de stelbout totdat de omtrek van het zaagblad een beetje onder het bovenvlak van de draaitafel komt te zitten op het punt waar het voorvlak van de geleider in aanraking komt met het bovenvlak van de draaitafel. Met de accu verwijderd, houdt u het handvat helemaal omlaag gedrukt en draait u het zaagblad met de hand rond om u ervan te verzekeren dat het zaagblad geen enkel onderdeel van het onderste voetstuk raakt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig. WAARSCHUWING:
  • Na het monteren van een nieuw zaagblad controleert u, terwijl de accu is verwijderd, altijd dat het zaagblad geen enkel onderdeel van het onderstel raakt wanneer de handvat zo ver mogelijk omlaag wordt geduwd. Als het zaagblad het onderstel raakt, kan dit een terugslag veroorzaken en leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Instellen van de verstekhoek (Fig. 14) Draai de handgreep naar links los. Verdraai de draaitafel terwijl u de vergrendelnok ingedrukt houdt. Beweeg de handgreep naar de positie waar de wijzer de gewenste hoek op de verstekschaal aanwijst en draai dan de handgreep weer stevig naar rechts vast. LET OP:
  • Na het wijzigen van de verstekhoek, dient u de draaitafel altijd vast te zetten door de handgreep stevig vast te draaien. KENNISGEVING:
  • Voor het verdraaien van het draaibaar voetstuk dient u het handvat volledig omhoog te brengen. Instellen van de schuine hoek (Fig. 15 en 16) Om de schuine hoek in te stellen, draait u de hendel op de achterkant van het gereedschap naar links los. Duw het handvat naar links om het zaagblad te kantelen totdat de wijzer naar de gewenste hoek op de schuinehoek schaal wijst. Draai daarna de hendel weer stevig naar rechts vast om de arm te vergrendelen. Om het zaagblad naar rechts te kantelen, drukt u de vrijmakingsknop op de achterkant van het gereedschap in terwijl u het zaagblad ietwat naar links kantelt nadat de hendel is losgedraaid. Houd de vrijmakingsknop ingedrukt en kantel het zaagblad naar rechts. LET OP:
  • Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u altijd de arm vast te zetten door de hendel naar rechts vast te draaien. KENNISGEVING:
  • Bij het kantelen van het zaagblad moet het handvat helemaal omhoog staan.
  • Wanneer u de schuine hoek wijzigt, dient u de zaagsnedeplaten in de juiste positie te zetten zoals beschreven in “Afstellen van de zaagsnedeplaten”. Afstellen van de hendelpositie (Fig. 17) Indien de hendel niet stevig kan worden vastgedraaid, kunt u de positie ervan bij elke hoek met 30° afstellen. Draai de bevestigingsschroef van de hendel op de achterkant van het gereedschap los en verwijder de schroef. Verwijder de hendel en installeer hem opnieuw zodat hij ietwat boven het niveau komt. Maak de hendel stevig vast met de schroef. Werking van de schakelaar Voor Europese landen (Fig. 18) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, duwt u eerst de hendel omhoog, drukt u vervolgens op de ontgrendelknop, en knijpt u tenslotte de trekschakelaar in. Laat de trekschakelaar los om het gereedschap te stoppen.
  • Controleer altijd, voordat u de accu op het gereedschap aanbrengt, of de trekschakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uitstand nadat deze is losgelaten. Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Het gereedschap gebruiken zonder dat de trekschakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel. In de trekschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten. Voor alle niet-Europese landen (Fig. 19) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, druk de ontgrendelknop in en druk vervolgens de trekschakelaar in. Laat de trekschakelaar los om het gereedschap te stoppen. WAARSCHUWING:
  • Controleer altijd, voordat u de accu op het gereedschap aanbrengt, of de trekschakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uitstand nadat deze is losgelaten. Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Het gereedschap gebruiken zonder dat de trekschakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel. In de trekschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten.

WAARSCHUWING: Gebruik geen slot met een beugel of kabel met een diameter kleiner dan 6,35 mm (1/4”). Met een dunnere beugel of kabel wordt het gereedschap mogelijk niet goed in de uit-stand vergrendeld, waardoor onbedoelde bediening kan plaatsvinden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trekschakelaar. Ieder gereedschap met een defecte trekschakelaar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd voordat het gereedschap wordt gebruikt of ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. Voor uw veiligheid is dit gereedschap voorzien van een ontgrendelknop die ongewild starten van het gereedschap voorkomt. Gebruik het gereedschap NOOIT indien het gaat draaien wanneer u gewoon de trekschakelaar indrukt zonder de ontgrendelknop in te drukken. Een trekschakelaar die moet worden gerepareerd kan leiden tot onbedoelde bediening en ernstig persoonlijk letsel. Breng het naar een Makita servicecentrum voor reparatie ALVORENS het verder te gebruiken. NOOIT de uit-vergrendelknop vastplakken of op een andere manier buiten werking stellen. Een trekschakelaar met een buiten werking gestelde uit-vergrendelknop kan leiden tot onbedoelde bediening en ernstig persoonlijk letsel.

INEENZETTEN WAARSCHUWING:

  • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd voordat u aan het gereedschap gaat werken. Als u het gereedschap niet uitschakelt en de accu ervan niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Opbergen van de dopsleutel (Fig. 20) De dopsleutel wordt bewaard op de plaats aangegeven in de afbeelding. Als u de dopsleutel nodig hebt, trekt u deze uit de sleutelhouder. Na gebruik van de dopsleutel, plaatst u deze terug in de sleutelhouder. Installeren of verwijderen van het zaagblad WAARSCHUWING:
  • Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd, voordat u het zaagblad aanbrengt of verwijdert. Als het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. LET OP:
  • Gebruik voor het installeren of verwijderen van het zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dopsleutel. Doet u dit niet, dan kan de zeskante bout te vast of te los worden aangedraaid. Dit kan leiden tot persoonlijke verwonding. Druk de aanslagpen in om het handvat in de omhoogpositie te vergrendelen. (Fig. 21) Om het zaagblad te verwijderen, gebruik de dopsleutel om de zeskante bout, die de middenkap op haar plaats houdt, naar links los te draaien. Breng de beschermkap en de middenkap omhoog. (Fig. 22) Druk de asblokkering in om de as te vergrendelen en draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechts los. Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en het zaagblad. (Fig. 23) OPMERKING:
  • Als de binnenflens verwijderd is, vergeet u niet deze aan te brengen op de as met zijn uitsteeksel van het zaagblad af gericht. Als de binnenflens verkeerd wordt aangebracht, zal de flens tegen het gereedschap aanlopen. Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad zorgvuldig op de as, ervoor zorgend dat de pijltjes op het zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wijzen. Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout (linkse schroefdraad) stevig naar links vast terwijl u daarbij de asblokkering ingedrukt houdt. Breng de beschermkap en de middenkap terug naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de zeskante bout naar rechts vast om de middenkap vast te zetten. Trek de aanslagpen naar buiten om de omhoogpositie van het handvat te ontgrendelen. Breng het handvat omlaag om te controleren of de beschermkap goed beweegt. Zet de asblokkering in de vrije stand alvorens te gaan zagen. (Fig. 24 en 25) Stofzak (accessoire) (Fig. 26) Om de sluitstrip te bevestigen, lijnt u de bovenrand van de sluitstrip uit met de driehoekmarkering op de stofzak. Door de stofzak te gebruiken werkt u schoner en kan het zaagsel eenvoudiger worden opgeruimd. Om de stofzak te bevestigen, monteert u hem op het verbindingsstuk. Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, maakt u hem los van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak de stofzak leeg en tik er zachtjes op voor het verwijderen van achtergebleven stofdeeltjes die verdere stofopvanging zouden kunnen belemmeren. OPMERKING:
  • U kunt schoner werken door een stofzuiger op de zaag aan te sluiten. Vastzetten van het werkstuk (Fig. 27) WAARSCHUWING:
  • Het is uiterst belangrijk om het werkstuk altijd goed vast te klemmen in het juiste type spanschroef. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel en schade aan het gereedschap en/of het werkstuk.
  • Nadat u klaar bent met zagen, mag u het handvat pas omhoog brengen nadat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Als u het handvat omhoog brengt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel en schade aan het werkstuk.
  • Wanneer u een werkstuk zaagt dat langer is dan het voetstuk van de cirkelzaag, moet het werkstuk worden ondersteund over de gehele lengte buiten het voetstuk en op dezelfde hoogte zodat het werkstuk horizontaal blijft. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelijke terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werkstuk op zijn plaats te houden. Dun materiaal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het zaagblad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen. Verticale spanschroef (Fig. 28) De verticale spanschroef kan in twee posities, aan de linkerzijde of rechterzijde van de geleider of de houdermontage (los verkrijgbaar accessoire), worden geïnstalleerd. Steek de stang van de spanschroef in het gat in de geleider of houdermontage en trek de schroef aan om de stang vast te zetten. Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Indien de bevestigingsschroef van de arm in aanraking komt met de geleider, moet u de schroef op de tegenovergestelde zijde van de arm monteren. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht en de zaagslede zo ver mogelijk wordt getrokken of geduwd. Indien dit wel het geval is, moet u de positie van de spanschroef veranderen. Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en de draaitafel. Plaats het werkstuk in de gewenste zaagpositie en zet het stevig vast door de knop van de spanschroef vast te draaien. WAARSCHUWING:
  • Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen het draaibaar voetstuk en de geleider worden gedrukt. Als het werkstuk niet goed is vastgeklemd tegen de geleiders, kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en zo mogelijk schade aan het zaagblad veroorzaken, waardoor het werkstuk weggeslagen kan worden en u de controle kunt verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 29) De horizontale spanschroef kan aan de linkerzijde van de gereedschapsvoet worden geïnstalleerd. Door de knop van de spanschroef naar links te draaien wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u de spanschroefas snel naar binnen en naar buiten bewegen. Door de knop van de spanschroef naar rechts te draaien wordt de spanschroef vastgezet. Om het werkstuk te grijpen, draait u de knop van de spanschroef langzaam naar rechts totdat het uitsteeksel zijn hoogste positie bereikt, en daarna draait u de knop stevig vast. Indien de spanschroefknop naar binnen of naar buiten wordt getrokken terwijl u hem naar rechts draait, kan het uitsteeksel in een schuine positie stoppen. In dit geval draait u de spanschroefknop terug naar links totdat de spanschroef los komt, en dan draait u hem weer langzaam naar rechts. De maximale breedte van werkstukken die met de horizontale spanschroef kunnen worden vastgezet is 120 mm. WAARSCHUWING:
  • Grijp het werkstuk alleen wanneer het uitsteeksel in zijn hoogste positie staat. Als u dit niet doet, zal het werkstuk mogelijk niet goed vastgezet zijn. Het werkstuk kan dan weggeslingerd worden, hetgeen beschadiging van het zaagblad, verlies van controle over het gereedschap en mogelijke PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken. Houders en houdermontage (los verkrijgbare accessoires) (Fig. 30 en 31) U kunt de houders en de houdermontage aan beide zijden van het gereedschap aanbrengen om de werkstukken horizontaal te ondersteunen. Installeer deze accessoires zoals afgebeeld. Draai daarna de schroeven goed vast om de houders en de houdermontage vast te zetten. Gebruik de houder/stang montage (los verkrijgbaar accessoire) voor het zagen van lange werkstukken. Deze bestaat uit twee houdermontages en twee stangen 12. WAARSCHUWING:
  • Ondersteun een lang werkstuk altijd zodanig dat het horizontaal ligt met de draaibaar voetstuk om een nauwkeurige zaagsnede te verkrijgen en om gevaarlijk verlies van controle over het gereedschap te voorkomen. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelijke terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

BEDIENING KENNISGEVING:

  • Voordat u het gereedschap inschakelt, dient u het handvat uit zijn omlaagpositie te halen door de aanslagpen naar buiten te trekken.
  • Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen. Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zonder dat de draaisnelheid van het zaagblad aanzienlijk vermindert.
  • Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen. Indien het handvat met geweld omlaag wordt gedrukt of zijwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
  • Voor glijdend zagen duwt u de zaagslede langzaam en zonder te stoppen naar de geleider. Als de slede tijdens het zagen wordt gestopt, zal een merkteken in het werkstuk achterblijven en zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn. WAARSCHUWING:
  • Zorg ervoor dat het zaagblad niet in aanraking is met het werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt. Wanneer u het gereedschap inschakelt terwijl het zaagblad reeds het werkstuk aanraakt, kan dat leiden tot een terugslag en ernstig persoonlijk letsel.

Drukkend zagen (zagen van kleine werkstukken) (Fig. 32) Werkstukken die maximaal 52 mm hoog en 97 mm breed zijn kunt u als volgt zagen. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en zet de slede vast door de twee klemschroeven van de sledestangen naar rechts vast te draaien. Klem het werkstuk vast met het juiste type spanschroef. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie om het werkstuk te zagen. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit.

WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT

STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen. WAARSCHUWING:

  • Draai de twee klemschroeven die de sledestangen vergrendelen stevig rechtsom vast zodat de slede niet kan bewegen tijdens het gebruik. Door een onvoldoende vast aangedraaide borgschroef kan een terugslag worden veroorzaakt, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Glijdend (duwend) zagen (zagen van brede werkstukken) (Fig. 33) Draai de twee klemschroeven van de sledestangen naar links los zodat de slede vrij kan bewegen. Zet het werkstuk vast met de spanschroef. Klem het werkstuk vast met het juiste type spanschroef. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Druk het handvat omlaag en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen.

  • Bij het glijdend zagen, trekt u eerst de slede helemaal naar u toe en brengt u het handvat helemaal omlaag, waarna u de slede helemaal naar de geleider duwt. Begin nooit met zagen zonder de slede helemaal naar u toe te trekken. Als u glijdend zaagt zonder dat de slede helemaal naar u toe is getrokken, kan een onverwachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Probeer nooit glijdend te zagen door de slede naar u toe te trekken. Door de slede zagend naar u toe te trekken, kan een onverwachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Glijdend zagen mag nooit worden uitgevoerd terwijl het handvat in de laagste positie is vergrendeld.
  • Draai de vastzetknop van de slede nooit los terwijl het zaagblad nog draait. Dit kan ernstige verwonding veroorzaken. Een losse slede tijdens het zagen kan een onverwachte terugslag veroorzaken die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Zie het gedeelte “Instellen van de verstekhoek” hierboven.

4. Schuine sneden zagen (Fig. 34)

Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de schuine hoek in te stellen (zie “Instellen van de schuine hoek” hierboven). Draai daarna de hendel weer stevig vast om de gekozen schuine hoek goed vast te houden. Zet het werkstuk vast met een spanschroef. Zorg dat de slede volledig naar u toe is getrokken. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie door druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit.

WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT

STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen. WAARSCHUWING:

  • Nadat het zaagblad is ingesteld op een schuine snede, controleert u voordat u begint te zagen of de slede en het zaagblad vrij kunnen bewegen over de hele lengte van de te maken zaagsnede. Wanneer de beweging van de slede of het zaagblad tijdens het zagen wordt onderbroken, kan een terugslag worden veroorzaakt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Houd bij het maken van een schuine snede uw handen uit de buurt van het pad van het zaagblad. De hoek van het zaagblad kan verwarrend werken op de gebruiker met betrekking tot het werkelijke zaagpad dat tijdens het zagen beschreven wordt, en aanraking van het zaagblad zal leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Het zaagblad mag niet omhoog gebracht worden voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Tijdens het zagen van een schuine snede kan het afgezaagde deel van het werkstuk tegen het zaagblad aanliggen. Als het zaagblad omhoog wordt gebracht terwijl het nog ronddraait, kan het afgezaagde deel door het zaagblad weggeslingerd worden waardoor het uiteenvalt en ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. KENNISGEVING:
  • Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien u verticale druk op het draaibaar voetstuk uitoefent of de drukrichting tijdens het zagen verandert, zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn. Verstekhoek Schuine hoek Links en Rechts 45° Links 0° – 45° Kroon-profiellijsten en kwarthol-profiellijsten zagen Kroon-profiellijsten en kwarthol-profiellijsten kunnen worden gezaagd op een gecombineerd-verstekzaag waarbij de sierlijsten plat op het draaibaar voetstuk liggen. Er zijn twee veelvoorkomende typen kroon-profiellijsten en één veelvoorkomend type kwarthol-profiellijsten: kroon-profiellijsten met een wandhoek van 52/38°, kroonprofiellijsten met een wandhoek van 45°, en kwartholprofiellijsten met een wandhoek van 45°. Zie de afbeeldingen. (Fig. 35) Er zijn verbindingen van kroon-profiellijsten en van kwarthol-profiellijsten die passen in binnenhoeken van 90° (zie (1) en (2) in Fig. 36 en 37), en om buitenboeken van 90° (zie (3) en (4) in Fig. 36 en 37). Rechts 50° Links 0° – 40° Opmeten Rechts 55° Links 0° – 30° Rechts 57° Links 0° – 25° Meet de lengte van de wand en leg het werkstuk op het draaibaar voetstuk om de kant die tegen de wand komt af te zagen op de gewenste lengte. Zorg er altijd voor dat de lengte van het afgezaagde werkstuk gemeten op de achterkant hetzelfde is als de lengte van de wand. Zaag de uiteinden onder de benodigde hoek af. Gebruik altijd meerdere proefwerkstukken om de benodigde zaaghoek te controleren. Bij het zagen van kroon-profiellijsten en kwarthol-profiellijsten stelt u de verstekhoek en schuine hoek in, zoals aangegeven in tabel (A), en legt u de sierlijst op het bovenoppervlak van het draaibaar voetstuk, zoals aangegeven in tabel (B).

5. Gecombineerd zagen

Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelijk met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoeken aangegeven in de onderstaande tabel. Voor de bedieningen voor gecombineerd zagen, zie de beschrijvingen onder “Drukkend zagen”, “Glijdend (duwend) zagen”, “Verstekzagen”, en “Schuine sneden zagen”.

Voor het zagen van een schuine snede links Tabel (A) Sierlijst-gedeelte in Fig. 36 en 37 Schuine hoek Hoek 52/38° Hoek 45° (1) Verstekhoek Hoek 52/38° Hoek 45° Rechts 31,6° Rechts 35,3° Links 31,6° Links 35,3° Rechts 31,6° Rechts 35,3° Binnenhoek (2) Links 33,9° Links 30° (3) Buitenhoek (4) Tabel (B) Sierlijst-gedeelte in Fig. 36 en 37 (1) Binnenhoek (2) (3) Buitenhoek (4) Kant van de sierlijst die tegen de geleider moet liggen Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen. Afgewerkt werkstuk Het afgewerkte werkstuk ligt aan de linkerkant van het zaagblad. Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen. Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen. Het afgewerkte werkstuk ligt aan de rechterkant van het zaagblad. Voorbeeld: In het geval u een kroon-profiellijst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (1) in Fig. 36 en 37:

  • Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° LINKS.
  • Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
  • Leg de kroon-profiellijst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de geleider.
  • Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd LINKS van het zaagblad nadat het zagen klaar is.

Voor het zagen van een schuine snede rechts Tabel (A) Sierlijst-gedeelte in Fig. 36 en 37 Schuine hoek Hoek 52/38° Hoek 45° (1) Verstekhoek Hoek 52/38° Hoek 45° Rechts 31,6° Rechts 35,3° Links 31,6° Links 35,3° Rechts 31,6° Rechts 35,3° Binnenhoek (2) Rechts 33,9° Rechts 30° (3) Buitenhoek (4) Tabel (B) Sierlijst-gedeelte in Fig. 36 en 37 (1) Binnenhoek (2) (3) Buitenhoek (4) Kant van de sierlijst die tegen de geleider moet liggen Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen. Afgewerkt werkstuk Het afgewerkte werkstuk ligt aan de rechterkant van het zaagblad. Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen. Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen. Het afgewerkte werkstuk ligt aan de linkerkant van het zaagblad. Voorbeeld: In het geval u een kroon-profiellijst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (1) in Fig. 36 en 37:

  • Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° RECHTS.
  • Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
  • Leg de kroon-profiellijst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider.
  • Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd RECHTS van het zaagblad nadat het zagen klaar is.

7. Houten hulpstuk (Fig. 38)

Het gebruik van een houten hulpstuk helpt om splintervrije sneden te krijgen. Gebruik de gaten in de geleider om een houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. Zie de afbeelding voor de afmetingen van een dergelijk houten hulpstuk. LET OP:

  • Gebruik als houten hulpstuk een recht stuk hout van gelijke dikte. WAARSCHUWING:
  • Bevestig het houten hulpstuk aan de geleider met behulp van schroeven. De schroeven moeten zodanig worden gemonteerd dat de schroefkoppen onder het oppervlak van het houten hulpstuk vallen zo dat ze niet in de weg zitten van het werkstuk dat wordt gezaagd. Als het werkstuk dat wordt gezaagd verkeerd is uitgelijnd, kan het tijdens het zagen onverwacht gaan bewegen, wat kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel. KENNISGEVING:
  • Draai de draaitafel na het bevestigen van het houten hulpstuk niet met het handvat in de omlaagpositie. Als u dit doet, kan het zaagblad en/of het houten hulpstuk worden beschadigd.

8. Stukken van gelijke lengte zagen (Fig. 39)

Wanneer u verschillende stukken van dezelfde lengte tussen 220 mm en 385 mm wilt zagen, kunt u gemakkelijker werken door de stelplaat (los verkrijgbaar accessoire) te gebruiken. Monteer de stelplaat op de houder (los verkrijgbaar accessoire) zoals afgebeeld.

Breng de zaaglijn op uw werkstuk op één lijn met de linkerzijde of de rechterzijde van de groef in de zaagsnedeplaat. Houd het werkstuk vast zodat het niet kan bewegen, en plaats de stelplaat vlak tegen het einde van het werkstuk. Zet daarna de stelplaat vast met de schroef. Wanneer u de stelplaat niet gebruikt, draait u de schroef los en draait u de stelplaat uit de weg. OPMERKING:

  • Door de houder/stang montage (los verkrijgbaar accessoire) te gebruiken kunt u stukken van dezelfde lengte van ongeveer maximaal 2 200 mm zagen.

9. Groeven zagen (Fig. 40)

Sokkel-type zaagsneden kunnen als volgt worden gemaakt: Stel de laagste positie van het zaagblad in met behulp van de stelschroef en de aanslagarm, om de zaagdiepte van het zaagblad te beperken. Zie “Aanslagarm” hierboven. Nadat de laagste positie van het zaagblad is ingesteld, kunt u evenwijdige groeven over de breedte van het werkstuk zagen door gebruik te maken van de methode voor glijdend (duwend) zagen, zoals afgebeeld. Verwijder daarna het werkstukmateriaal tussen de groeven met behulp van een beitel. WAARSCHUWING:

  • Probeer niet dit type zaagsnede uit te voeren met een breder zaagblad of sokkelzaagblad. Als u probeert een groef te zagen met een breder zaagblad of een sokkelzaagblad, kan dat resulteren in een onverwacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Breng de aanslagarm terug naar zijn oorspronkelijke positie voor andere zaagbedieningen dan het zagen van groeven. Als u een zaagsnede probeert te zagen met de aanslagarm in de verkeerde positie, kan dat resulteren in een onverwacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Het gereedschap dragen (Fig. 41 en 42) Zorg ervoor dat de accu is verwijderd. Zet het zaagblad vast op een schuine hoek van 0° en de draaitafel op de maximale verstekhoek naar rechts. Vergrendel de sledestangen nadat u de slede helemaal naar de geleider toe hebt getrokken. Breng het handvat omlaag en vergrendel deze in de laagste stand door de aanslagpen in te duwen. Draag het gereedschap door beide zijden van de gereedschapsvoet vast te houden, zoals afgebeeld. Het gereedschap is gemakkelijker om dragen wanneer u de houders, stofzak, enz., ervan verwijdert. LET OP:
  • Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. Als tijdens het dragen onderdelen van het gereedschap bewegen of verschuiven, kunt u uw balans of de controle over het gereedschap verliezen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel. Afstellen van de zaaghoek Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlijning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelijnd:

Duw de slede naar de geleider toe en draai twee klemschroeven vast om de slede vast te zetten. Draai de handgreep los om de draaitafel los te maken. Draai de draaitafel zodat de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Draai daarna de draaitafel een beetje naar rechts en naar links zodat hij in de 0° verstek-inkeping komt te zitten. (Laat de draaitafel zoals hij is indien de wijzer niet naar 0° wijst.) Draai de zeskante bouten van de geleider los met de dopsleutel. (Fig. 43) Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Gebruik een driehoeksliniaal of een winkelhaak e.d. om de zijde van het zaagblad haaks te zetten ten opzichte van het vlak van de geleider. Draai vervolgens de zeskante bouten op de geleider stevig vast, beginnend vanaf de rechterzijde. (Fig. 44) Controleer of de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Indien de wijzer niet naar 0° wijst, draait u de bevestigingsschroef van de wijzer los en stelt u de wijzer juist in zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 45)

  • De aanslagpen is uitsluitend bedoeld te worden gebruikt tijdens het dragen en bewaren van het gereedschap, en mag nooit worden gebruikt tijdens het zagen. Het gebruik van de aanslagpen tijdens het zagen kan leiden tot onverwachte bewegingen van het zaagblad, wat kan leiden tot een terugslag en ernstig persoonlijk letsel. ONDERHOUD LET OP:
  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. WAARSCHUWING:
  • Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen. Als u probeert te zagen met een bot en/of vuil zaagblad, kan een terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. KENNISGEVING:
  • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor het verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.

Schuine hoek 0° schuine hoek Duw de slede naar de geleider toe en draai twee klemschroeven vast om de slede vast te zetten. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Draai de hendel op de achterkant van het gereedschap los. Draai de 0° schuine-hoek stelbout (onderste bout) op de rechterzijde van de arm twee of drie slagen naar links om het zaagblad naar rechts te doen hellen. (Fig. 46) Zet de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het bovenvlak van de draaitafel door de 0° schuine-hoek stelbout voorzichtig naar rechts te draaien; gebruik hiervoor een driehoeksliniaal, een winkelhaak, e.d. Draai vervolgens de hendel stevig vast. (Fig. 47) Controleer of de wijzer op de arm wijst naar 0° op de schuine-hoek schaal op de armhouder. Indien niet, draai dan de bevestigingsschroef van de wijzer los en verstel de wijzer zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 48) 45° schuine hoek Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0° schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van de linkse 45° schuine hoek, draait u de hendel los en doet u het zaagblad volledig naar links hellen. Controleer of de wijzer op de arm wijst naar 45° op de schuinehoek schaal op de armhouder. Indien niet, dan draait u de 45° schuine-hoek stelbout (bovenste bout) op de rechterzijde van de arm totdat de wijzer naar 45° wijst. (Fig. 49)

Vervangen van de koolborstels (Fig. 50 en 51) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Vervang de koolborstels wanneer deze tot aan de limietmerkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. Na het gebruik

  • Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereedschap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de beschermkap schoon volgens de instructies die in de paragraaf “Beschermkap” werden beschreven. Smeer de glijdende onderdelen in met machine-olie om roestvorming te voorkomen.
  • Wanneer u de machine opbergt, moet u de slede zo ver mogelijk naar u toe trekken zodat de glijstangen helemaal in het draaibaar voetstuk komen te zitten. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van Makita vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES WAARSCHUWING:
  • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Het gebruik van enige andere accessoires of hulpstukken kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Gebruik de Makita-accessoires of -hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Misbruik van een accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita servicecentrum.
  • Sommige van de onderdelen in deze lijst kunnen bijgeleverd zijn als standaard-accessoires. Deze accessoires kunnen per land verschillend zijn. ENG905-1 Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN61029: Geluidsdrukniveau (LpA): 88 dB (A) Geluidsenergie-niveau (LWA): 98 dB (A) Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A) Draag oorbeschermers ENG900-1 Trilling De totaalwaarde van de trillingen (triaxiale vectorsom) vastgesteld volgens EN61029: Trillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lager Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2 ENG901-1
  • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
  • De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING:
  • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
  • Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). ENH003-13 Alleen voor Europese landen EU-Verklaring van Conformiteit Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makitamachine(s): Aanduiding van de machine: Schuifbare accu-afkortverstekzaag Modelnr./ Type: BLS713 in serie zijn geproduceerd en Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EC En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten: EN61029 De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, Engeland