LS1040FS - Elektrische zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LS1040FS MAKITA in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MAKITA LS1040FS - page 45
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : LS1040FS

Categorie : Elektrische zaag

SKIP

Veelgestelde vragen - LS1040FS MAKITA

Download de handleiding voor uw Elektrische zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LS1040FS - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LS1040FS van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING LS1040FS MAKITA

Gecombineerde verstekzaag Gebruiksaanwijzing

  • Lees de gebruiksaanwijzing.
  • Om verwonding door weggeslingerd zaagafval te voorkomen, dient u na het voltooien van een snede de zaagkop omlaag te houden totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
  • Kom met uw handen of vingers niet te dicht bij het zaagblad.
  • Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval, stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan zagen.
  • Zet de HULPGELEIDER altijd in de linkse positie wanneer u linkse schuine sneden wilt zagen. Als u dit niet doet, kan de gebruiker ernstige verwonding oplopen.
  • Alleen voor EU-landen Geef elektrische apparaten niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn, inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu- eisen.
  • In verband met ononderbroken research en ontwikke- ling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisge- ving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land ver- schillen.
  • Gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2003 ENE004-1 Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Bij gebruik van de geschikte zaagbladen kan ook aluminium worden gezaagd. ENF002-2 Stroomvoorziening Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom worden gebruikt. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact wor- den aangesloten. Voor de model LS1040F ENF100-1 Voor openbare laagspanningsverdeelsystemen van tussen 220 V en 250 V. Schakelbedieningen van elektrische toestellen veroorza- ken spanningsschommelingen. De bediening van dit gereedschap onder ongunstige lichtnetomstandigheden kan een nadelige invloed hebben op de bediening van andere apparatuur. Het kan worden aangenomen dat er geen negatieve effecten zullen zijn wanneer de netimpe- dantie gelijk is aan of minder is dan 0,34 Ohm. Het stop- contact dat voor dit gereedschap wordt gebruikt, moet beveiligd zijn door een zekering of een stroomonderbre- ker met trage afschakelkarakteristieken. GEA010-1 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaar- schuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. ENB034-10

1. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad.

Raak het freewheelende zaagblad niet aan, aan- gezien dit nog ernstige verwonding kan veroor- zaken.

2. Controleer vóór het gebruik het zaagblad zorg-

vuldig op barsten of vervorming. Vervang een beschadigd zaagblad onmiddellijk.

3. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze ver-

4. Gebruik alleen zaagbladen voorgeschreven door

de fabrikant, die voldoen aan de norm EN847-1.

5. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal

7. Draag oorbeschermers om aantasting van uw

gehoor te voorkomen.

8. Draag handschoenen wanneer u zaagbladen of

ruw materiaal hanteert (zaagbladen dienen zo vaak als praktisch mogelijk is in een houder te worden gedragen).

9. Sluit verstekzagen tijdens het zagen aan op een

met het te zagen materiaal.

11. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere

materialen dan aluminium, hout of soortgelijk materiaal.

12. Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvo-

rens het gereedschap te dragen. Gebruik voor optillen of meedragen van het gereedschap nooit de veiligheidskap als handvat.

13. Gebruik de zaag niet zonder dat de veiligheids-

kappen zijn aangebracht. Controleer vóór elk gebruik of de veiligheidskap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de veiligheidskap niet goed beweegt en niet snel over het zaagblad sluit. Klem of bind de veiligheidskap nooit in de geo- pende stand vast.

14. Zorg dat de werkvloer vrij is van losliggend

materiaal zoals spaanders of afgezaagde stuk- ken.

15. Gebruik alleen zaagbladen gemarkeerd met een

maximumsnelheid die gelijk is aan of hoger dan het onbelast toerental dat staat aangegeven op het gereedschap.

16. Als het gereedschap is toegerust met een laser

of LED, vervang dan nooit de laser of LED door één van een ander type. Als reparatie nodig is, ver- zoekt u een erkend servicecentrum om dat te ver- richten.

17. Ga nooit afgezaagde stukken of andere delen

van het werkstuk verwijderen uit de werkplaats terwijl de zaag nog draait met een zaagblad zon- der afscherming.

18. Zaag nooit met het werkstuk in uw hand. Gebruik

altijd de spanschroef om het werkstuk goed vast te zetten op het draaibaar voetstuk en tegen de gelei- der. Gebruik nooit uw hand om het werkstuk tijdens het zagen vast te houden.

19. Zorg vóór elke zaagsnede dat het gereedschap

20. Monteer het gereedschap aan een werkbank

wanneer dat nodig is.

21. Ondersteun lange werkstukken met geschikte

extra steunen of schragen.

22. Ga nooit zagen in een werkstuk dat te klein is om

stevig in de spanschroef te klemmen. Een werk- stuk dat niet goed vast zit kan terugslag en daardoor ernstige verwondingen veroorzaken.

23. Reik nooit in de nabijheid van het zaagblad.

24. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het

zaagblad volledig tot stilstand is gekomen alvo- rens het werkstuk te verwijderen of instellingen te veranderen.

25. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens het

zaagblad te verwisselen of onderhoud aan het gereedschap uit te voeren.

26. De aanslagpen die de zaagkop in de omlaagposi-

tie vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen.46

27. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid

van ontvlambare gassen of vloeistoffen. Door de elektrische werking van het gereedschap kan een explosie en brand worden veroorzaakt indien bloot- gesteld aan brandbare vloeistoffen of gassen.

28. Gebruik alleen flenzen die voor dit gereedschap

tagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadi- ging van deze onderdelen kan zaagbladbreuk veroorzaken.

30. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vastgezet

is, zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen.

31. Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval,

stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan zagen.

32. Vermijd het zagen op spijkers. Inspecteer het

werkstuk en verwijder alle eventuele spijkers alvorens met het zagen te beginnen.

33. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens

de trekschakelaar in te drukken.

34. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste posi-

tie niet in aanraking komt met het draaibaar voet- stuk.

35. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de

zaag bij het starten en stoppen even op- en neer- gaat.

36. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet in

contact is met het werkstuk.

37. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens

het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste installatie of op een slecht gebalanceerd zaag- blad kunnen wijzen.

38. Wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait,

alvorens het werkstuk te zagen.

39. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets abnor-

40. Probeer niet om de trekschakelaar in de inge-

schakeld positie te vergrendelen.

41. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet

wanneer het werk saai is en uit herhalingen bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van vei- ligheid misleiden, aangezien zaagbladen altijd uiterst gevaarlijk zijn.

42. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze

gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan verwonding veroorzaken.

43. Wees voorzichtig wanneer u gleuven zaagt.

44. Sommige stofafval van de zaagbediening bevat

chemicaliën die kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsdefecten kunnen veroorza- ken. Een paar voorbeelden van deze chemicaliën zijn:

  • lood van materiaal dat met loodhoudende inkt is geverfd
  • arseen en chroom van chemisch behandeld timmerhout Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe vaak u dit soort werk uitvoert. Om blootstelling aan deze chemicaliën tot een minimum te beper- ken, dient u in een goed geventileerde omgeving te werken en gebruik te maken van goedge- keurde veiligheidsapparatuur zoals stofmaskers die speciaal ontworpen zijn voor het filtreren van microscopische deeltjes.

45. Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is

om het voortgebrachte geluid tot een minimum te beperken.

46. De gebruiker dient volledig vertrouwd te zijn met

het gebruik, de afstelling en de bediening van het gereedschap. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: LAAT NIET uw vertrouwdheid met het gereedschap (na regelmatig gebruik) omslaan in slordigheid of onachtzaamheid omtrent de strikt na te leven veilig- heidsvoorschriften voor dit product. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoor- schriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen. INSTALLEREN De hulpplaat installeren (Fig. 1 en 2) Installeer de hulpplaat op de inkeping in de voet van het gereedschap en zet hem vast door de zeskante bout vast te draaien. De houders aanbrengen (Fig. 3 en 4) Bevestig de houders op beide uiteinden van de voet en zet ze met schroeven vast. Verstel de afstelvoetjes zodat ze de ondergrond raken. OPMERKING:

  • In sommige landen kunnen de houders niet zijn toege- rust met voetjes. Het gereedschap op de werktafel monteren Bij de verscheping uit de fabriek is het handvat door mid- del van de aanslagpen in de omlaagpositie vergrendeld. Ontgrendel de aanslagpen door het handvat ietwat omlaag te drukken en aan de aanslagpen te trekken. (Fig. 5) Dit gereedschap dient op een vlak en stabiel oppervlak te worden vastgezet door middel van twee bouten die u vastdraait in de boutgaten in de voet van het gereed- schap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelijk verwondingen veroorzaakt. (Fig. 6)
  • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. Veiligheidskap (Fig. 7 en 8) Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de veiligheidskap automatisch omhoog. De veiligheidskap is veerbelast zodat zij naar haar oorspronkelijke positie terugkeert wanneer het zagen voltooid is en het handvat wordt opgeheven. ZET DE VEILIGHEIDSKAP NOOIT

Voor uw persoonlijke veiligheid dient de veiligheidskap altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onregel- matigheid in de werking van de veiligheidskap dient onmiddellijk te worden hersteld. Controleer of de veer goed werkt zodat de veiligheidskap goed terugkeert.

WONDINGEN VEROORZAKEN. Als de doorzichtige veiligheidskap vuil is of met zaagsel is bedekt zodat het zaagblad niet meer goed zichtbaar is, verwijder dan de stekker uit het stopcontact en maak de veiligheidskap met een bevochtigde doek goed schoon. Gebruik voor het reinigen van de plastic veiligheidskap nooit oplosmiddelen of benzinehoudende schoonmaak- middelen. Als de veiligheidskap erg vuil is zodat het zaagblad moei- lijk te zien is, gebruik dan de dopsleutel om de zeskante bout van de middenkap los te draaien. Draai de zeskante bout linksom los en breng de veiligheidskap en de mid- denkap omhoog. In deze positie kan de veiligheidskap grondiger en gemakkelijker worden schoongemaakt. Voer de bovenstaande procedure in de omgekeerde volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het schoonmaken is voltooid. Verwijder de veer van de veilig- heidskap niet. Wanneer de veiligheidskap door ouder- dom of blootstelling aan UV-licht verkleurd is geraakt, neem dan contact op met een Makita servicecentrum voor een nieuwe veiligheidskap. DE VEILIGHEIDSKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN. Zaagsnedeplaat (Fig. 9) Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van een zaagsnedeplaat in het draaibaar voetstuk. Als de zaaggroef nog niet in de fabriek in de zaagsnedeplaat is gezaagd, dient u de groef eerst te zagen alvorens het gereedschap te gebruiken voor het zagen van werkstuk- ken. Schakel het gereedschap in en breng het zaagblad langzaam omlaag om een groef in de zaagsnedeplaat te zagen. Handhaven van de maximale zaagcapaciteit (Fig. 10 en 11) Dit gereedschap is in de fabriek ingesteld voor het leve- ren van maximale zaagcapaciteit met een 260 mm zaag- blad. Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, moet u altijd de laagste positie van het zaagblad controleren en zono- dig als volgt afstellen: Trek eerst de stekker uit het stopcontact. Druk het hand- vat volledig neer. Gebruik de dopsleutel en draai de stel- bout naar links of naar rechts totdat de omtrek van het zaagblad ietwat onder het bovenvlak van het draaibaar voetstuk komt te zitten op het punt waar het voorvlak van de geleider in aanraking komt met het bovenvlak van het draaibaar voetstuk. Draai met de hand het zaagblad rond (met de stekker uit het stopcontact verwijderd!) terwijl u het handvat volledig neergedrukt houdt, en controleer of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig. LET OP:

  • Na het installeren van een nieuw zaagblad, dient u altijd te controleren of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt wan- neer het handvat volledig omlaag is gebracht. Voer deze controle altijd uit met de stekker uit het stopcon- tact gehaald. Instellen van de verstekhoek (Fig. 12) Draai de greep naar links los. Verdraai het draaibaar voetstuk terwijl u de aanslagpen ingedrukt houdt. Beweeg de greep naar de positie waar de wijzer de gewenste hoek op de verstekschaal aanwijst, en draai dan de greep weer stevig naar rechts vast. LET OP:
  • Voor het verdraaien van het draaibaar voetstuk dient u het handvat volledig omhoog te brengen.
  • Na het wijzigen van de verstekhoek, dient u het draai- baar voetstuk altijd vast te zetten door de greep goed vast te draaien. Instellen van de schuine hoek (Fig. 13 en 14) Om de schuine hoek in te stellen, draait u de hendel aan de achterzijde van het gereedschap naar links los. Druk het handvat naar links om het zaagblad schuin te zetten totdat de wijzer naar de gewenste hoek op de schuine-hoek schaal wijst. Draai daarna de hendel weer naar rechts vast om de arm vast te zetten. LET OP:
  • Wanneer u het zaagblad schuin zet, dient u het hand- vat volledig omhoog te brengen.
  • Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u de arm altijd vast te zetten door de hendel naar rechts vast te draaien. Werking van de schakelaar LET OP:
  • Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de “UITGESCHAKELD” (OFF) positie terugkeert.
  • Verwijder de ontgrendelknop en bewaar deze op een veilige plaats wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Hierdoor voorkomt u ongeoorloofd gebruik van het gereedschap.
  • Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ont- grendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Voor Europese landen (Fig. 15) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, breng de hendel omhoog, druk de ontgrendelknop in, en druk daarna de trekschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekschakelaar los. Voor alle niet-Europese landen (Fig. 16) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, drukt u de ontgrendel- knop in en daarna drukt u de trekschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekschakelaar los. WAARSCHUWINGEN:
  • Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trek- schakelaar. Elk gereedschap met een defecte schake- laar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd alvorens het verder wordt gebruikt.48
  • Voor uw veiligheid is dit gereedschap voorzien van een ontgrendelknop die ongewild starten van het gereed- schap voorkomt. Gebruik het gereedschap NOOIT indien het gaat draaien wanneer u gewoon de trek- schakelaar indrukt zonder de ontgrendelknop in te drukken. Breng het naar een Makita servicecentrum voor reparatie ALVORENS het verder te gebruiken.
  • Zet de ontgrendelknop NOOIT vast met plakband en belemmer nooit het doel en de functie ervan. Aanzetten van de lampen (Fig. 17 en 18) LET OP:
  • De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet in water en gebruik hem niet in de regen of in een natte omge- ving. Dit kan namelijk een elektrische schok en uitwa- seming veroorzaken.
  • Raak de lens van de lamp niet aan, aangezien deze tij- dens of onmiddellijk na het gebruik uiterst heet is en brandwonden kan veroorzaken.
  • Stel de lamp niet bloot aan schokken of stoten, aange- zien de lamp daardoor beschadigd kan raken of minder lang zal meegaan.
  • Richt de stralenbundel van de lamp niet langdurig naar uw ogen. Dit kan namelijk oogletsel veroorzaken.
  • Bedek de brandende lamp niet met een doek, karton of soortgelijke voorwerpen. Dit kan namelijk brand of ont- branding veroorzaken. Druk op het bovenste gedeelte van de schakelaar om de lamp aan te zetten, en op het onderste gedeelte om de lamp uit te doen. Beweeg de lamp om de gewenste plek te verlichten. OPMERKING:
  • Gebruik een droge doek om vuil op de lens van de lamp eraf te vegen. Pas op dat u geen krassen maakt op de lens, omdat de verlichtingssterkte daardoor kan verminderen. INEENZETTEN LET OP:
  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Installeren of verwijderen van het zaagblad LET OP:
  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens het zaagblad te installeren of te verwijderen.
  • Gebruik voor het installeren of verwijderen van het zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dopsleutel. Doet u dit niet, dan kan de zeskante bout te vast of te los worden aangedraaid, hetgeen persoonlijke verwon- ding kan veroorzaken. Gebruik de dopsleutel om de zeskante bout, die de mid- denkap op zijn plaats houdt, naar links los te draaien. Breng de veiligheidskap en de middenkap omhoog. (Fig. 19) Druk de asvergrendeling in om de as te vergrendelen en draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechts los. Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en het zaagblad. (Fig.20) Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad op de as, ervoor zorgend dat de pijltjes op het zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wijzen. Mon- teer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout (linkse schroefdraad) stevig naar links vast terwijl u daarbij de asvergrendeling inge- drukt houdt. (Fig.21) LET OP: Voor alle niet-Europese landen
  • De zilverring met een buitendiameter van 25,4 mm is in de fabriek op de as gemonteerd. De zwarte ring met een buitendiameter van 25 mm is als standaard toebe- horen meegeleverd. Alvorens het blad op de as te mon- teren, moet u altijd ervoor zorgen dat de juiste ring, voor het asgat van het blad dat u gaat gebruiken, op de as is gemonteerd. Voor Europese landen
  • De ring met een buitendiameter van 30 mm is in de fabriek op de as gemonteerd. De ring met een buiten- diameter van 25 mm is inbegrepen als standaard toe- behoren. Alvorens het blad op de as te monteren, moet u altijd ervoor zorgen dat de juiste ring, voor het asgat van het blad dat u gaat gebruiken, op de as is gemon- teerd. Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout stevig naar links vast terwijl u daarbij de asvergrendeling ingedrukt houdt. Breng de veiligheidskap en de middenkap terug naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de zeskante bout naar rechts vast om de middenkap vast te zetten. Breng het handvat naar omlaag om te controleren of de veilig- heidskap goed beweegt. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens te gaan zagen. (Fig. 22) Stofzak (Fig. 23) Door de stofzak te gebruiken wordt het zaagsel opgevan- gen en kunt u schoon werken. Om de stofzak te bevesti- gen, monteert u hem op de stofuitlaat op het gereedschap. Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, verwijdert u hem van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak de stofzak leeg en tik er lichtjes op voor het verwijderen van achtergebleven stofdeeltjes die de stofopvanging zouden kunnen belemmeren. OPMERKING:
  • U kunt doeltreffender en schoner werken door een Makita stofzuiger op het gereedschap aan te sluiten. Vastzetten van het werkstuk (Fig. 24) WAARSCHUWING:
  • Het is uiterst belangrijk dat u het werkstuk altijd juist en stevig vastzet met behulp van de spanschroef. Als u dit nalaat, kan het gereedschap beschadiging oplopen en/ of het werkstuk worden vernield. OOK KAN PER- SOONLIJK LETSEL HET GEVOLG ZIJN. Nadat het zagen is voltooid, mag u de zaag NIET omhoog bren- gen voordat het zaagblad volledig tot stilstand is geko- men. LET OP:
  • Bij het zagen van lange werkstukken, moet u steunen gebruiken die even hoog zijn als het bovenvlak van het draaibaar voetstuk. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werkstuk op zijn plaats te houden.49 Dun materiaal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het zaagblad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen. Hulpgeleider (Fig. 25 en 26) Dit gereedschap is voorzien van een hulpgeleider die normaal in de afgebeelde positie in Fig. 25 moet staan. LET OP:
  • Wanneer u linkse schuine sneden wilt zagen, moet u de hulpgeleider naar de linkse positie schuiven zoals afgebeeld in Fig. 26. Als u dit niet doet, zal de hulpge- leider in aanraking komen met het zaagblad of een ander deel van het gereedschap, hetgeen ernstige ver- wonding van de gebruiker kan veroorzaken.

1. Verticale spanschroef (Fig.27)

De verticale spanschroef kan in twee posities aan de lin- kerzijde of de rechterzijde van de geleider of de houder- montage (optioneel accessoire) worden geïnstalleerd. Steek de stang van de spanschroef in het gat in de gelei- der of houdermontage en trek de schroef aan om de stang vast te zetten. Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Indien de schroef in aanraking komt met de geleider, moet u de schroef op de tegenovergestelde zijde van de spanschroefarm monte- ren. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht. Indien dit wel het geval is, moet u de positie van de spanschroef veran- deren. Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en het draai- baar voetstuk. Plaats het werkstuk in de gewenste zaag- positie en zet het stevig vast door de knop van de spanschroef vast te draaien. LET OP:

  • Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen het draaibaar voetstuk en de geleider worden gedrukt.

2. Horizontale spanschroef (optioneel accessoire)

(Fig. 28) De horizontale spanschroef kan in twee posities aan de linkerzijde of de rechterzijde van de gereedschapsvoet worden geïnstalleerd. Voor het maken van versteksne- den van 15° of meer, installeert u de horizontale span- schroef aan de tegenovergestelde zijde van de richting waarin het draaibaar voetstuk zal worden gedraaid. Door de knop van de spanschroef naar links te draaien wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u deze snel naar binnen en naar buiten bewegen. Door de knop van de spanschroef naar rechts te draaien wordt de spanschroef vastgezet. Om het werkstuk te grijpen, draait u de knop van de spanschroef langzaam naar rechts totdat het uitsteeksel zijn hoogste positie bereikt, en daarna zet u de spanschroefknop vast. Indien de spanschroefknop naar binnen of naar buiten wordt getrokken terwijl u hem naar rechts draait, kan het uit- steeksel in een schuine positie stoppen. In dat geval draait u de spanschroefknop terug naar links totdat de spanschroef los komt, en dan draait u hem weer lang- zaam naar rechts. De maximale breedte van werkstukken die met de hori- zontale spanschroef kunnen worden vastgezet is 130 mm. LET OP:

  • Grijp het werkstuk alleen wanneer het uitsteeksel in zijn hoogste positie staat. Als u dit niet doet, zal het werkstuk mogelijk niet goed vastgezet zijn. Het werk- stuk kan dan weggeslingerd worden, hetgeen bescha- diging van het zaagblad, gevaarlijk verlies van controle over het gereedschap en mogelijke PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken.

3. Houders en houdermontage (optionele

accessoires) (Fig.29) U kunt de houders en de houdermontage aan beide zij- den van het gereedschap aanbrengen om de werkstuk- ken horizontaal te ondersteunen. Installeer deze accessoires zoals afgebeeld in Fig. 29. Draai daarna de schroeven goed vast om de houders en de houdermon- tage vast te zetten. Gebruik de houder/stang montage (optioneel accessoire) voor het zagen van lange werkstukken. Deze bestaat uit twee houdermontages en twee stangen 12. (Fig.30) LET OP:

  • Ondersteun lange werkstukken altijd op gelijke hoogte met het bovenvlak van het draaibaar voetstuk, om nauwkeurige zaagsneden te krijgen en gevaarlijk con- troleverlies van het gereedschap te voorkomen. BEDIENING LET OP:
  • Alvorens het gereedschap wordt ingeschakeld, dient het handvat uit zijn laagste positie te worden gehaald door de aanslagpen naar buiten te trekken.
  • Zorg ervoor dat het zaagblad niet in aanraking is met het werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt.
  • Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen. Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zon- der dat de draaisnelheid van de zaag aanzienlijk ver- mindert.
  • Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen. Indien het handvat met geweld naar beneden wordt gedrukt of zijwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.

1. Drukkend zagen (Fig. 31)

Zet het werkstuk vast met de spanschroef. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werk- stuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng daarna het handvat langzaam naar de laagste positie om het werkstuk te zagen. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit.

WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT

STILSTAND IS GEKOMEN avorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten.

Zie de paragraaf “Instellen van de verstekhoek” hierbo- ven.50

3. Schuine sneden zagen (Fig. 32)

Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de schuine hoek in te stellen (zie “Instellen van de schuine hoek” hierboven). Draai daarna de hendel weer stevig vast om de gekozen schuine hoek goed vast te houden. Zet het werkstuk vast met een spanschroef. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werk- stuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng daarna het handvat langzaam naar de laagste positie door druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN avorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten. LET OP:

  • Controleer tijdens het zagen van schuine sneden altijd of het zaagblad in schuine richting naar beneden beweegt. Houd uw handen uit de buurt van het zaag- blad.
  • Tijdens het zagen van schuine sneden kan het gebeu- ren dat het afgezaagde stuk tegen de zijkant van het zaagblad komt te liggen. Indien het zaagblad omhoog wordt gebracht terwijl het nog draait, kan dit stuk door het draaiende zaagblad worden gegrepen zodat brok- stukken in het rond worden geslingerd, hetgeen natuur- lijk gevaarlijk is. Breng daarom het zaagblad omhoog ALLEEN nadat het volledig tot stilstand is gekomen.
  • Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien de druk tijdens het zagen niet evenwijdig is met het zaagblad, kan de hoek van het zaagblad verschuiven zodat de zaagsnede minder nauwkeurig zal zijn.
  • Voor linkse schuine sneden dient de hulpgeleider altijd naar de linker positie te worden geschoven.

4. Gecombineerd zagen

Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelijk met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoe- ken aangegeven in de onderstaande tabel.

Voor de bedieningen voor gecombineerd zagen, zie de uitleg onder “Drukkend zagen”, “Verstekzagen” en “Schuine sneden zagen.”

5. Zagen van aluminium werkstukken (Fig. 33)

Gebruik vulblokken of afgedankte blokstukken voor het vastzetten van aluminium werkstukken, zoals afgebeeld in Fig. 33, om vervorming van de aluminium te voorko- men. Gebruik voor het zagen ook zaagolie, om te voor- komen dat aluminium zaagsel zich op het zaagblad vastzet. LET OP:

  • Probeer nooit om dikke of ronde aluminium werkstuk- ken te zagen. Dikke aluminium werkstukken kunnen tij- dens het zagen los komen, terwijl ronde aluminium werkstukken op dit gereedschap niet goed kunnen wor- den vastgezet.

6. Houten hulpstuk (Fig. 34)

Het gebruik van een houten hulpstuk helpt om splinter- vrije sneden te krijgen. Gebruik de gaten in de geleider om een houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. Zie Fig. 34 voor de afmetingen van een dergelijk houten hulpstuk. LET OP:

  • Gebruik als houten hulpstuk een recht stuk hout van gelijke dikte.
  • Gebruik schroeven om het houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. Zorg dat de schroefkoppen niet uit het bovenvlak van het houten hulpstuk steken.
  • Verdraai het draaibaar voetstuk na het bevestigen van het houten hulpstuk niet met het handvat naar beneden gebracht. Als u dit doet, kan het zaagblad en/of het houten hulpstuk worden beschadigd.

7. Stukken van gelijke lengte zagen (Fig. 35)

Wanneer u verschillende stukken van dezelfde lengte tussen 240 mm en 400 mm wilt zagen, kunt u gemakkelij- ker werken door de stelplaat (optioneel accessoire) te gebruiken. Monteer de stelplaat op de houder (optioneel accessoire) zoals afgebeeld in Fig. 35. Breng de zaaglijn op uw werkstuk op één lijn met de lin- kerzijde of de rechterzijde van de groef in de zaagsnede- plaat. Houd het werkstuk vast zodat het niet kan bewegen, en plaats de stelplaat vlak tegen het einde van het werkstuk. Zet daarna de stelplaat vast met de schroef. Wanneer u de stelplaat niet gebruikt, draait u de schroef los en draait u de stelplaat uit de weg. OPMERKING:

  • Door de houder/stang montage (optioneel accessoire) te gebruiken kunt u stukken van dezelfde lengte van ongeveer maximaal 2 200 mm zagen. Dragen van het gereedschap Zorg dat de stekker uit het stopcontact is verwijderd. Zet het zaagblad vast op de 0° schuine hoek en het draaibaar voetstuk op de uiterst linkse verstekhoek. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen naar binnen te drukken. (Fig. 36) Draag het gereedschap bij de handgreep zoals afge- beeld in Fig. 37. Het gereedschap is gemakkelijker om dragen wanneer u de houders, de stofzak, enz., ervan verwijdert. (Fig. 37) LET OP:
  • Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen.
  • De aanslagpen dient alleen voor het dragen en opber- gen van het gereedschap, en niet voor zaagbedienin- gen. ONDERHOUD LET OP:
  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud.
  • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor het verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. WAARSCHUWING:
  • Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen. Afstellen van de zaaghoek Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlij- ning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelijnd: Schuine hoek Verstekhoek 45° Links en Rechts 0° – 45°51

1. Verstekhoek (Fig.38)

Draai de greep los om het draaibaar voetstuk los te maken. Draai het voetstuk zodanig dat de wijzer naar 0° op de verstekschaal wijst. Draai de greep vast en draai met de dopsleutel de zeskante bouten van de geleider los. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Zet de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het vlak van de geleider door gebruik te maken van een drie- hoeksliniaal, een winkelhaak, e.d. Zet vervolgens de zes- kante bouten op de geleider stevig vast, beginnend vanaf de rechterzijde. (Fig.39)

Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te druk- ken. Draai de hendel aan de achterzijde van het gereedschap los. Draai de zeskante bout los en draai de stelbout voor de 0° schuine hoek op de rechterzijde van de arm twee of drie slagen naar rechts om het zaagblad naar rechts te kantelen. (Fig.40) Zet de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het bovenvlak van het draaibaar voetstuk (gebruik een driehoeksliniaal, een winkelhaak, e.d.) door de stel- bout voor de 0° schuine hoek voorzichtig naar links te draaien. Draai daarna de zeskante bout vast om de stelbout voor de 0° schuine hoek vast te zetten, en draai de hendel stevig vast. (Fig. 41) Controleer of de wijzer op het draaibaar voetstuk naar 0° op de schuine-hoek schaal op de arm wijst. Indien niet, draai dan de bevestigingsschroef van de wijzer los en verstel de wijzer zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 42)

Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0° schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van de linkse 45° hoek, draait u de hendel los en doet u het zaagblad volledig naar links hellen. Controleer of de wijzer op de arm naar 45° op de schuine-hoek schaal op de armhouder wijst. Indien niet, dan verdraait u de stel- bout voor de 45° schuine hoek op de linkerzijde van de arm totdat de wijzer naar 45° wijst. (Fig. 43) Vervangen van de TL-buis (Fig.44) LET OP:

  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens de TL-buis te vervangen.
  • Bescherm de TL-buis tegen stoten, krassen of schok- ken, waardoor het glas van de TL-buis zou kunnen bre- ken met mogelijke verwonding als gevolg.
  • Laat de TL-buis na het gebruik een tijdje afkoelen alvo- rens deze te vervangen. De buis is dan nog heet en kan brandwonden veroorzaken. Verwijder de schroeven van de lampkast. Trek de lamp- kast eruit terwijl u lichtjes blijft drukken op het bovenste gedeelte, zoals afgebeeld in Fig. 44. Trek de TL-buis eruit en vervang deze door een nieuwe originele Makita TL-buis. Vervangen van de koolborstels (Fig.45) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Ver- vang de koolborstels wanneer deze tot aan de limiet- merkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uit- sluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. (Fig. 46) Na het gebruik
  • Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereed- schap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de veiligheidskap schoon volgens de instructies die in de paragraaf “Veiligheidskap” werden beschreven. Smeer de glijdende onderdelen in met machine-olie om roest- vorming te voorkomen. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van Makita vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP:
  • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemd doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita service- centrum.
  • Sommige van de onderdelen in deze lijst kunnen bijge- leverd zijn als standaard-accessoires. Deze accessoi- res kunnen per land verschillend zijn. ENG905-1 Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld vol- gens EN61029: Geluidsdrukniveau (
  • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten vol- gens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereed- schappen.
  • De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING:
  • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
  • Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getrof- fen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). ENH003-15 Alleen voor Europese landen EU-Verklaring van Conformiteit Makita verklaart hierbij dat de volgende machine(s): Aanduiding van de machine: Gecombineerde verstekzaag Modelnr./Type: LS1040F, LS1040FS Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EC Ze zijn gefabriceerd in overeenstemming met de vol- gende norm of genormaliseerde documenten: EN61029 Het technisch documentatiebestand volgens 2006/42/EU is verkrijgbaar in: Makita, Jan-Baptist Vinkstraat 2, 3070, België