LS1013FL - Elektrische zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LS1013FL MAKITA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - LS1013FL MAKITA
Download de handleiding voor uw Elektrische zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LS1013FL - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LS1013FL van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING LS1013FL MAKITA
Radiaal-/afkortzaag Gebruiksaanwijzing
- Chiave a bussola (per LS1013L/LS1013FL)54 NEDERLANDS Verklaring van algemene gegevens 1 Aanslagpen 2Bout 3 Veiligheidskap 4 Knop 5 Zaagsnedeplaat 6 Zaagblad 7 Zaagbladtanden 8 Linkse verstek snede 9 Rechte snede 10 Rechtse verstek snede 11 Stelbout 12 Draaibaar voetstuk 13 Bovenvlak van draaibaar voetstuk 14 Omtrek van zaagblad 15 Geleider 16 Stelschroef 17 Aanslagarm 18 Ingedrukt houdt 19 Greep 20 Wijzer 21 Verstekschaal 22 Hendel 23 Arm 24 Schuine-hoek schaal 25 Ontgrendelknop 26 Trekschakelaar 27 Handvat 28 Laserschakelaar 29 Dopsleutel 30 Sleutelhouder 31 Middenkap 32 Zeskante bout 33 Zaagbladkast 34 Pijltje 35 Asvergrendeling 36 Binnenflens 37 As 38 Ring 39 Buitenflens 40 Zeskantbout (linkse schroefdraad) 41 Stofuitlaat 42 Stofzak 43 Sluitstrip 44 Steun 45 Draaibaar voetstuk 46 Hulpgeleider 47 Hulpgeleider R 48 Schroeven 49 Spanschroefarm 50 Spanschroefstang 51 Schroef 52 Spanschroefknop 53 Geleider 54 Spanschroefplaat 55 Spanschroefmoer 56 Houder 57 Knop 58 Spanschroef 59 Vulblok 60 Aluminium werkstuk 61 Vulblok 62 Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar accessoire) 63 Groeven zagen met het zaagblad 64 Zeskante bout 65 Driehoeksliniaal 66 Schroef 67 Verstekschaalverdeling 68 Wijzer 69 Schuine-hoek schaalverdeling 70 Wijzer 71 Armhouder 72 Stelbout voor rechtse 45° schuine hoek 73 Stelbout voor linkse 45° schuine hoek 74 Zeskant borgmoer 75 Zaagsnedeblok 76 Werkstuk 77 Zaaglijn 78 Verticale spanschroef 79 Schroevendraaier 80 Schroef (één stuk) 81 Laserstraallens 82 Limietmerkstreep 83 Borstelhouderdop 84 Lamp 85 Lampschakelaar 86 Naar buiten trekken 87 Drukken 88 Lampkast 89 Schroeven 90 TL-buis 91 Stofvanger 92 Afdekking 93 Knop 94 Cilinder 95 Zaagsel TECHNISCHE GEGEVENS Model LS1013/LS1013F/LS1013L/LS1013FL Diameter zaagblad .................................................................................................................................... 250 – 260 mm Diameter zaagbladgat Voor alle niet-Europese landen ..................................................................................................... 25,4 mm en 25 mm Voor alle Europese landen ................................................................................................................................ 30 mm Max. zaagkapaciteiten (H x B) met een zaagblad van 260 mm in diameter Toerental onbelast (min
- In verband met ononderbroken research en ontwikke- ling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisge- ving te wijzigen.
- Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Bij gebruik van de geschikte zaagbladen kan ook aluminium worden gezaagd. Stroomvoorziening Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom worden gebruikt. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd volgens de Europese standaard en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden gebruikt. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids- voorschriften nauwkeurig op te volgen. AANVULLENDE
1. Draag oogbescherming.
2. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad.
Raak het freewheelende zaagblad niet aan, aange- zien dit nog ernstige verwonding kan veroorzaken.
3. Gebruik de zaag niet zonder dat de veiligheids-
kappen zijn aangebracht. Controleer vóór elk gebruik of de veiligheidskap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de veilig- heidskap niet goed beweegt en niet snel over het zaagblad sluit. Klem of bind de veiligheidskap nooit in de geopende stand vast.
4. Zaag nooit met het werkstuk in uw hand. Gebruik
altijd de spanschroef om het werkstuk goed vast te zetten op het draaibaar voetstuk en tegen de gelei- der. Gebruik nooit uw hand om het werkstuk tijdens het zagen vast te houden.
5. Reik nooit in de nabijheid van het zaagblad.
6. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen alvo- rens het werkstuk te verwijderen of instellingen te veranderen.
7. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens het
zaagblad te verwisselen of onderhoud aan het gereedschap uit te voeren.
8. Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvo-
rens het gereedschap te dragen.
9. De aanslagpen die de zaagkop in de omlaagposi-
tie vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen.
10. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid van
ontvlambare gassen of vloeistoffen.
11. Controleer het zaagblad zorgvuldig op barsten of
beschadiging, alvorens het gereedschap te gebrui- ken. Een gebarsten of beschadigd zaagblad dient onmiddellijk te worden vervangen.
12. Gebruik alleen flenzen die voor dit gereedschap zijn
vlak) of de bout niet beschadigt. Beschadiging van deze onderdelen kan zaagbladbreuk veroorzaken.
14. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vastgezet is,
zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen.
15. Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval, stukjes
hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan zagen.
16. Vermijd het zagen op spijkers. Inspecteer het werk-
stuk en verwijder alle eventuele spijkers alvorens met het zagen te beginnen.
17. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens de
trekschakelaar in te drukken.
18. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste positie
niet in aanraking komt met het draaibaar voetstuk.
19. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de
zaag bij het starten en stoppen even op- en neer- gaat.
20. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet in con-
tact is met het werkstuk.
21. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens het
op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillin- gen of schommelingen die op onjuiste installatie of op een slecht gebalanceerd zaagblad kunnen wij- zen.
22. Wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait,
alvorens het werkstuk te zagen.
23. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets abnor-
24. Probeer niet om de trekschakelaar in de INGE-
SCHAKELD positie te vergrendelen.
25. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet wan-
neer het werk saai is en uit herhalingen bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van veiligheid mis- leiden, aangezien zaagbladen altijd uiterst gevaarlijk zijn.
26. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze
gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan verwonding veroorzaken.
27. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere
materialen dan aluminium, hout of soortgelijk materiaal.
28. Sluit verstekzagen tijdens het zagen aan op een
met het te zagen materiaal.
30. Wees voorzichtig wanneer u gleuven zaagt.
31. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze ver-
32. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal
33. Sommig stofafval van de zaagbediening bevat
chemicaliën die kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsdefecten kunnen veroorza- ken. Een paar voorbeelden van deze chemicaliën zijn:
- llood van materiaal dat met loodhoudende inkt is geverfd
- larseen en chroom van chemisch behandeld timmerhout Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe vaak u dit soort werk uitvoert. Om blootstelling aan deze chemicaliën tot een minimum te beper- ken, dient u in een goed geventileerde omgeving te werken en gebruik te maken van goedge- keurde veiligheidsapparatuur zoals stofmaskers die speciaal ontworpen zijn voor het filtreren van microscopische deeltjes.56
34. Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is
om het voortgebrachte geluid tot een minimum te beperken.
35. De gebruiker dient volledig vertrouwd te zijn met
het gebruik, de afstelling en de bediening van het gereedschap.
36. Gebruik juist aangescherpte zaagbladen. Neem
altijd de maximale snelheid, die op het zaagblad is aangeduid, in acht.
37. Probeer niet om afgezaagde stukken of andere
delen van het werkstuk uit het zaaggebied te ver- wijderen terwijl het gereedschap nog draait en de zaagkop niet in de uitgangspositie staat.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN
INSTALLEREN Het gereedschap op de werktafel monteren Bij de verscheping uit de fabriek is het handvat door mid- del van de aanslagpen in de omlaagpositie vergrendeld. Ontgrendel de aanslagpen door het handvat ietwat omlaag te drukken en aan de aanslagpen te trekken. (Fig. 1) Dit gereedschap dient op een vlak en stabiel oppervlak te worden gemonteerd door middel van vier bouten die u vastdraait in de boutgaten in de voet van het gereed- schap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelijk verwondingen veroorzaakt. (Fig. 2)
- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. Veiligheidskap (Fig. 3 en 4) Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de veiligheidskap automatisch omhoog. De veiligheidskap keert terug naar haar oorspronkelijke positie wanneer het zagen is voltooid en het handvat omhoog wordt gebracht. ZET DE BESCHERMKAP NOOIT VAST EN VERWIJ- DER NOOIT DE BESCHERMKAP OF DE VEER DIE ERAAN IS BEVESTIGD. Voor uw persoonlijke veiligheid dient de veiligheidskap altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onregel- matigheid in de werking van de veiligheidskap dient onmiddellijk te worden hersteld. Controleer of de veer goed werkt zodat de veiligheidskap goed terugkeert.
WONDINGEN VEROORZAKEN. Als de doorzichtige veiligheidskap vuil is of met zaagsel is bedekt zodat het zaagblad en/of het werkstuk niet meer goed zichtbaar is, haal dan de stekker uit het stop- contact en maak de veiligheidskap met een bevochtigde doek goed schoon. Gebruik voor het reinigen van de plastic veiligheidskap nooit oplosmiddelen of benzine- houdende schoonmaakmiddelen. Als de veiligheidskap erg vuil is zodat het zaagblad moei- lijk te zien is, gebruik dan de dopsleutel om de zeskante bout van de middenkap los te draaien. Draai de zeskante bout linksom los en breng de veilig- heidskap en de middenkap omhoog. In deze positie kan de veiligheidskap grondiger en gemakkelijker worden schoongemaakt. Voer de bovenstaande procedure in de omgekeerde volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het schoonmaken is voltooid. Verwijder de veer van de veiligheidskap niet. Wanneer de veiligheidskap door ouderdom of blootstelling aan UV-licht verkleurd is geraakt, neem dan contact op met een Makita service- centrum voor een nieuwe veiligheidskap. DE VEILIG- HEIDSKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN. Afstellen van de zaagsnedeplaten (Fig. 5 en 6) Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in de draaitafel. De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het zaagblad niet met de zaagsnedeplaten in contact komt. Stel de zaagsnedeplaten als volgt af alvorens het gereedschap in gebruik te nemen. Haal eerst de stekker van het gereedschap uit het stop- contact. Draai alle schroeven (2 aan de linkerzijde en 2 aan de rechterzijde) waarmee de zaagsnedeplaten zijn vastgemaakt los. Trek de schroeven vervolgens weer aan in zulke mate dat de zaagsnedeplaten nog gemakkelijk met de hand kunnen worden bewogen. Breng het hand- vat volledig omlaag en druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omlaagpositie te vergrendelen. Draai de knop waarmee de glijstangen zijn vastgemaakt los. Trek de slede helemaal naar u toe. Stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aan- raking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de voorste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagblad- tanden. Trek de achterste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Nadat de zaagsnedeplaten zijn afgesteld, ontgrendelt u de aanslagpen en brengt u het handvat omhoog. Trek vervolgens alle schroeven stevig aan. LET OP:
- Telkens voordat of nadat u de schuine hoek wijzigt, dient u de zaagsnedeplaten op de bovenstaande manier af te stellen. Handhaven van de maximale zaagcapaciteit (Fig.7 en 8) Trek de stekker van de machine uit het stopcontact alvo- rens afstellingen te maken. Deze machine is in de fabriek ingesteld voor het leveren van maximale zaagcapaciteit met een 255 mm zaagblad. Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, moet u altijd de laagste positie van het zaagblad controleren en zono- dig als volgt afstellen: Trek eerst de stekker uit het stopcontact. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en breng het handvat helemaal omlaag. Gebruik de dopsleutel en draai de stel- bout naar links of naar rechts totdat de omtrek van het zaagblad ietwat onder het bovenvlak van het draaibaar voetstuk komt te zitten op het punt waar het voorvlak van de geleider in aanraking komt met het bovenvlak van het draaibaar voetstuk.57 Draai met de hand het zaagblad rond (met de stekker uit het stopcontact verwijderd!) terwijl u het handvat volledig neergedrukt houdt, en controleer of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig. LET OP:
- Na het installeren van een nieuw zaagblad, dient u altijd te controleren of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt wan- neer het handvat volledig omlaag is gebracht. Voer deze controle altijd uit met de stekker uit het stopcon- tact gehaald. Aanslagarm (Fig. 9) Met de aanslagarm kunt u de laagste positie van het zaagblad gemakkelijk instellen. Om in te stellen draait u de aanslagarm in de richting van het pijltje zoals afge- beeld. Stel de stelschroef zodanig in dat het zaagblad bij de gewenste positie stopt wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht. Instellen van de verstekhoek (Fig. 10) Draai de greep naar links los. Verdraai het draaibaar voetstuk terwijl u de aanslagpen ingedrukt houdt. Beweeg de greep naar de positie waar de wijzer de gewenste hoek op de verstekschaal aanwijst, en draai dan de greep weer stevig naar rechts vast. LET OP:
- Voor het verdraaien van het draaibaar voetstuk dient u het handvat volledig omhoog te brengen.
- Na het wijzigen van de verstekhoek, dient u het draai- baar voetstuk altijd vast te zetten door de greep goed vast te draaien. Instellen van de schuine hoek (Fig. 11 en 12) Om de schuine hoek in te stellen, draait u de hendel op de achterkant van het gereedschap naar links los. Ont- grendel de arm door het handvat tamelijk krachtig in de richting te duwen waarin u het zaagblad wilt schuinzet- ten. Kantel het zaagblad totdat de wijzer naar de gewenste hoek op de schuine-hoek schaalverdeling wijst. Draai daarna de hendel weer stevig naar rechts vast om de arm te vergrendelen. LET OP:
- Wanneer u het zaagblad schuin zet, dient u het hand- vat volledig omhoog te brengen.
- Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u de arm altijd vast te zetten door de hendel naar rechts vast te draaien.
- Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u de zaagsnedeplaten weer in de juiste positie te zetten vol- gens de aanwijzingen in de paragraaf “Afstellen van de zaagsnedeplaten.” Werking van de schakelaar LET OP:
- Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de “UITGESCHAKELD” (OFF) positie terugkeert.
- Verwijder de ontgrendelknop en bewaar deze op een veilige plaats wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Hierdoor voorkomt u ongeoorloofd gebruik van het gereedschap.
- Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ont- grendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Voor Europese landen (Fig.13) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om de het- gereedschap te starten, duw de hendel naar links, druk de ontgrendelknop in en druk daarna de trekschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekscha- kelaar los. Voor alle niet-Europese landen (Fig. 14) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, druk de ontgrendelknop in en druk vervolgens de trekschakelaar in. Om het gereed- schap te stoppen, laat u de trekschakelaar los. WAARSCHUWINGEN:
- Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trek- schakelaar. Elk gereedschap met een defecte schake- laar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd alvorens het verder wordt gebruikt.
- Voor uw veiligheid is dit gereedschap voorzien van een ontgrendelknop die ongewild starten van het gereed- schap voorkomt. Gebruik het gereedschap NOOIT indien het gaat draaien wanneer u gewoon de trek- schakelaar indrukt zonder de ontgrendelknop in te drukken. Breng het naar een Makita servicecentrum voor reparatie ALVORENS het verder te gebruiken.
- Zet de ontgrendelknop NOOIT vast met plakband en belemmer nooit het doel en de functie ervan. Aanzetten van de lampen (Fig.15 en 16) Alleen voor Model LS1013F, LS1013FL LET OP:
- De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet in water en gebruik hem niet in de regen of in een natte omge- ving. Dit kan namelijk een elektrische schok en uitwa- seming veroorzaken.
- Raak de lens van de lamp niet aan, aangezien deze tij- dens of onmiddellijk na het gebruik uiterst heet is en brandwonden kan veroorzaken.
- Stel de lamp niet bloot aan schokken of stoten, aange- zien de lamp daardoor beschadigd kan raken of minder lang zal meegaan.
- Richt de stralenbundel van de lamp niet langdurig naar uw ogen. Dit kan namelijk oogletsel veroorzaken.
- Bedek de brandende lamp niet met een doek, karton of soortgelijke voorwerpen. Dit kan namelijk brand of ont- branding veroorzaken. Druk op het bovenste gedeelte van de schakelaar om de lamp aan te zetten, en op het onderste gedeelte om de lamp uit te doen. Beweeg de lamp om de gewenste plek te verlichten. OPMERKING:
- Gebruik een droge doek om vuil op de lens van de lamp eraf te vegen. Pas op dat u geen krassen maakt op de lens, omdat de verlichtingssterkte daardoor kan verminderen.58 Zaagsnedeblok ( los verkrijgbaar accessoire
- Zaag altijd met dezelfde verstekhoek wanneer u het zaagsnedeblok gebruikt.
- Wanneer u de verstekhoek verandert, moet u een ander zaagsnedeblok gebruiken.
- Gebruik nooit het zaagsnedeblok wanneer u schuine sneden wilt zagen. Als u dit verzuimt, zal het blok splitsen zodat de gebruiker ernstige verwonding kan oplopen. Wanneer u het zaagsnedeblok gebruikt voor zagen bij 90°, kunt u splintervrije sneden zagen in het werkstuk aan de zijde van de geleider (de maximale hoogte van het werkstuk is 35 mm). Monteer het zaagsnedeblok op de geleider door middel van de twee schroeven. (Stel de geleider en het zaagsnedeblok zodanig af dat hun vlak- ken elkaar raken. Draai daarna de schroeven goed vast.) Werking van de laserstraal Alleen voor Model LS1013L, LS1013FL LET OP:
- Kijk nooit in de laserstraal. Een directe laserstraal kan oogletsel veroorzaken.
OM ER RECHTSTREEKS NAAR TE KIJKEN. LASER- PRODUCT VAN KLASSE 2M. Om de laser in te schakelen, drukt u op de bovenkant (I) van de schakelaar. Druk op de onderkant (O) om de laser uit te schakelen. (Fig. 19) U kunt de laserlijn verplaatsen naar de linker- of rechter- zijde van het zaagblad door de stelschroef als volgt in te stellen. (Fig. 20)
1. Draai de stelschroef naar links los.
2. Schuif de losgedraaide stelschroef zo ver mogelijk
naar links of rechts.
3. Draai de stelschroef stevig vast bij de positie waar
deze niet verder kan worden verschoven. De laserlijn is in de fabriek zodanig ingesteld dat deze zich binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad (zaagpositie) bevindt. OPMERKING:
- Wanneer de laserlijn duister is en moeilijk of helemaal niet zichtbaar is vanwege direct zonlicht in de werkplek binnenshuis of buitenshuis, dient u een andere werk- plek die niet blootstaat aan direct zonlicht te kiezen. Afstellen van de laserlijn (Fig. 21) U kunt de laserlijn verplaatsen naar de linker- of rechter- zijde van het zaagblad, afhankelijk van de zaagbewer- king. Voor het verplaatsen van de laserlijn, zie de uitleg onder “Werking van de laserstraal”. OPMERKING:
- Plaats een houten hulpstuk tegen de geleider wanneer u de zaaglijn instelt met de laserlijn aan de zijkant van de geleider voor gecombineerd zagen (45° schuine hoek en 45° rechtse verstekhoek). A) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de linker- zijde van het werkstuk
- Verplaats de laserlijn naar de linkerzijde van het zaagblad. B) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de rechter- zijde van het werkstuk
- Verplaats de laserlijn naar de rechterzijde van het zaagblad. Doe de zaaglijn op het werkstuk overeenkomen met de laserlijn. INEENZETTEN LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Opbergen van de dopsleutel (Fig. 22) Berg de dopsleutel op zoals afgebeeld. Trek de dopsleu- tel uit de sleutelhouder wanneer u hem wilt gebruiken. Breng hem na het gebruik weer aan in de sleutelhouder. Installeren of verwijderen van het zaagblad LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens het zaagblad te installeren of te verwijderen.
- Gebruik voor het installeren of verwijderen van het zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dopsleutel. Doet u dit niet, dan kan de zeskante bout te vast of te los worden aangedraaid, hetgeen persoonlijke verwon- ding kan veroorzaken. Druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omhoogpositie te vergrendelen. (Fig. 23) Gebruik de dopsleutel om de zeskante bout, die de mid- denkap op zijn plaats houdt, naar links los te draaien. Breng de veiligheidskap en de middenkap omhoog. (Fig. 24) Druk de asvergrendeling in om de as te vergrendelen en draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechts los. Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en het zaagblad. (Fig. 25) Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad op de as, ervoor zorgend dat de pijltjes op het zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wijzen. Mon- teer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout (linkse schroefdraad) stevig naar links vast terwijl u daarbij de asvergrendeling inge- drukt houdt. (Fig. 26) Voor alle niet-Europese landen LET OP:
- De zwarte ring (25 mm buitendiameter) en de zilverring (25,4 mm buitendiameter) zijn in de fabriek op de as gemonteerd zoals afgebeeld. Bij gebruik van een zaag- blad met een 25 mm asgatdiameter, dient u de zilver- ring door de zwarte ring te vervangen. Alvorens het zaagblad op de as te monteren, moet u altijd controle- ren of de juiste ring, voor het asgat van het blad dat u gaat gebruiken, tussen de binnenflens en buitenflens op de as is gemonteerd. (Fig. 27) Voor Europese landen LET OP:
- De ring met een buitendiameter van 30 mm werd in de fabriek tussen de binnenflens en buitenflens gemon- teerd. Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout stevig naar links vast terwijl u daarbij de asvergrendeling ingedrukt houdt. Breng de veiligheidskap en de middenkap terug naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de zeskante bout59 naar rechts vast om de middenkap vast te zetten. Trek de aanslagpen naar buiten om het handvat uit de omhoog- positie te halen. Breng het handvat naar omlaag om te controleren of de veiligheidskap goed beweegt. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens te gaan zagen. (Fig. 28) Stofzak (accessoire) (Fig. 29) Door de stofzak te gebruiken wordt het zaagsel opgevan- gen zodat u schoon kunt werken. Om de stofzak te bevestigen, steekt u het verbindingsstuk in de stofuitlaat op de zaagbladkast en monteert u de inlaat van de stof- zak over het verbindingsstuk. Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, verwijdert u hem van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak de stofzak leeg en tik er lichtjes op voor het verwijderen van achtergebleven stofdeeltjes die de stofopvang zou- den kunnen belemmeren. OPMERKING:
- U kunt doeltreffender en schoner werken door een stof- zuiger op de zaag aan te sluiten. Stofvanger (accessoire) (Fig. 30, 31 en 32) Steek de stofvanger in de stofuitlaat. Maak de stofopvanger tijdig leeg. Als u de stofvanger wilt legen, drukt u op de knop om het deksel te openen zodat u het zaagsel kan weggooien. Plaats het deksel terug in zijn oorspronkelijke stand tot het wordt vergrendeld. De stofvanger kan eenvoudig wor- den verwijderd door eraan te trekken en tegelijkertijd te draaien bij de stofuitlaat op het gereedschap. OPMERKING:
- Als u een Makita-stofzuiger aansluit op uw gereed- schap, kunt u nog efficiënter en schoner werken. LET OP:
- Maak de stofvanger leeg voordat het opgevangen zaagsel de cilinder bereikt. Vastzetten van het werkstuk WAARSCHUWING:
- Het is uiterst belangrijk dat u het werkstuk altijd juist en stevig vastzet met behulp van de spanschroef. Als u dit nalaat, kan het gereedschap beschadiging oplopen en /of het werkstuk worden vernield. OOK KAN PER- SOONLIJK LETSEL HET GEVOLG ZIJN. Nadat het zagen is voltooid, mag u de zaag NIET omhoog bren- gen voordat het zaagblad volledig tot stilstand is geko- men. LET OP:
- Bij het zagen van lange werkstukken, moet u steunen gebruiken die even hoog zijn als het bovenvlak van het draaibaar voetstuk. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werkstuk op zijn plaats te houden. Dun materiaal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het zaagblad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen. (Fig. 33) Hulpgeleider Dit gereedschap is voorzien van een hulpgeleider die normaal in de afgebeelde positie in Fig. 34 moet staan. Wanneer u echter linkse schuine sneden wilt maken, moet u deze geleider in de linkerpositie afgebeeld in Fig.35 zetten. LET OP:
- Wanneer u linkse schuine sneden wilt zagen, moet u de hulpgeleider naar de linkse positie schuiven zoals afgebeeld in Fig. 35. Als u dit niet doet, zal de hulpge- leider in aanraking komen met het zaagblad of een ander deel van het gereedschap, hetgeen ernstige ver- wonding van de gebruiker kan veroorzaken. Hulpgeleider R (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 36) De hulpgeleider R kan op de rechterzijde van de geleider worden gemonteerd. Steek de stangen van de hulpgelei- der R in de gaten in de geleider. Trek de schroeven aan die bij de hulpgeleider R werden geleverd om de hulpge- leider R vast te zetten. LET OP:
- Gebruik nooit de hulpgeleider R wanneer u rechtse schuine sneden wilt zagen. Als u dit doet, zal hij in aan- raking komen met het zaagblad of een ander deel van het gereedschap, hetgeen ernstige verwonding van de gebruiker kan veroorzaken. Verticale spanschroef (Fig. 37) De verticale spanschroef kan in twee posities, aan de lin- kerzijde of rechterzijde van de geleider of het voetstuk, worden gemonteerd. Steek de stang van de spanschroef in het gat in de geleider en zet de stang vast door de schroef op de achterzijde van de geleider vast te draaien. Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Indien de schroef in aanraking komt met de geleider, moet u de schroef op de tegenovergestelde zijde van de spanschroefarm monte- ren. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht en de slede helemaal naar achteren of naar voren wordt getrokken of geduwd. Indien dit wel het geval is, moet u de positie van de spanschroef veranderen. Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en het draai- baar voetstuk. Plaats het werkstuk in de gewenste zaag- positie en zet het stevig vast door de knop van de spanschroef vast te draaien. LET OP:
- Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen het draaibaar voetstuk en de geleider worden gedrukt. Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 38 en 39) De horizontale spanschroef kan in twee posities aan de linkerzijde of de rechterzijde van het voetstuk worden geïnstalleerd. Voor het maken van versteksneden van 15°of meer, installeert u de horizontale spanschroef aan de tegenovergestelde zijde van de richting waarin het draaibaar voetstuk zal worden gedraaid.60 Door de moer van de spanschroef naar links te tikken wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u deze snel naar binnen en naar buiten bewegen. Om het werkstuk te grijpen, duwt u de knop van de spanschroef naar voren totdat de spanschroefplaat in aanraking komt met het werkstuk en dan tikt u de spanschroefmoer naar rechts. Draai vervolgens de spanschroefknop naar rechts om het werkstuk vast te zetten. Met de horizontale spanschroef kunt u werkstukken met een maximale breedte van 200 mm vastzetten. Wanneer u de horizontale spanschroef aan de rechter- zijde van het voetstuk installeert, dient u ook de hulpge- leider R te gebruiken om het werkstuk steviger vast te zetten. Voor het installeren van de hulpgeleider R, zie de paragraaf “Hulpgeleider R” hierboven. LET OP:
- Zet de spanschroefmoer altijd zo ver mogelijk naar rechts wanneer u het werkstuk vastzet. Als u dit ver- zuimt, zal het werkstuk mogelijk niet goed vastzitten. Het werkstuk kan dan weggeslingerd worden, hetgeen beschadiging van het zaagblad, verlies van controle over het gereedschap en mogelijke PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken. Houders (Fig. 40) U kunt de houders aan beide zijden van het gereedschap aanbrengen om de werkstukken goed horizontaal te hou- den. Steek de houderstangen in de gaten in het voetstuk en stel hun lengte af in overeenstemming met het werk- stuk. Zet vervolgens de houders stevig vast met de schroeven. LET OP:
- Ondersteun lange werkstukken altijd op gelijke hoogte met het bovenvlak van het draaibaar voetstuk, om nauwkeurige zaagsneden te krijgen en gevaarlijk ver- lies van controle over het gereedschap te voorkomen. BEDIENING LET OP:
- Alvorens het gereedschap wordt ingeschakeld, dient het handvat uit zijn laagste positie te worden gehaald door de aanslagpen naar buiten te trekken.
- Zorg ervoor dat het zaagblad niet in aanraking is met het werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt.
- Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen. Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zon- der dat de draaisnelheid van de zaag aanzienlijk ver- mindert.
- Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen. Indien het handvat met geweld naar beneden wordt gedrukt of zijwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
- Voor glijdend zagen duwt u de slede langzaam en zon- der te stoppen naar de geleider. Als de slede tijdens het zagen wordt gestopt, zal een merkteken in het werkstuk achterblijven en zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
(zagen van kleine werkstukken) (Fig. 41) Werkstukken die maximaal 91 mm hoog en 70 mm breed zijn kunt u als volgt zagen. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en draai de knop rechtsom vast om de slede vast te zetten. Zet het werkstuk vast met de spanschroef. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werk- stuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie om het werkstuk te zagen. Nadat het zagen is beëindigd, schakelt u de machine uit.
WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT
STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten. LET OP:
- Draai de knop stevig rechtsom vast zodat de slede tij- dens het zagen niet kan bewegen. Als de knop niet goed vastgedraaid is, kan het zaagblad onverwachts worden teruggeslagen, wat ernstige PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken.
2. Glijdend (duwend) zagen (zagen van brede werk-
stukken) (Fig. 42) Draai de knop naar links los zodat de slede vrij kan glij- den. Zet het werkstuk vast met de spanschroef. Trek de slede volledig naar u toe. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Druk het handvat omlaag en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit.
WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT
STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten. LET OP:
- Voor glijdend zagen DIENT U EERST DE SLEDE ZO VER MOGELIJK NAAR U TOE TE TREKKEN. Druk dan het handvat tot in de laagste positie omlaag en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER. BEGIN NOOIT MET ZAGEN VOORDAT DE SLEDE VOLLE- DIG NAAR U TOE IS GETROKKEN. Indien u begint te zagen wanneer de slede niet volledig naar u toe is getrokken of zaagt naar uw richting toe, kan het zaag- blad onverwachts worden teruggeslagen, wat ernstige PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken.
- Glijdend zagen mag nooit worden uitgevoerd terwijl het handvat in de laagste positie is vergrendeld door het indrukken van de aanslagpen.
- Draai de vastzetknop van de slede nooit los terwijl het zaagblad nog draait. Dit kan ernstige verwonding ver- oorzaken.
Zie de paragraaf “Instellen van de verstekhoek” hierbo- ven.61
4. Schuine sneden zagen (Fig. 43)
Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de schuine hoek in te stellen. (Zie “Instellen van de schuine hoek” hierboven.) Draai de hendel weer goed vast om de gekozen schuine hoek vast te houden. Zet het werkstuk vast met een spanschroef. Zorg dat de slede volledig naar de gebruiker toe is getrokken. Schakel het gereed- schap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng het handvat langzaam omlaag tot in de laagste positie door druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad, en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOT- DAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten. LET OP:
- Controleer tijdens het zagen van schuine sneden altijd of het zaagblad in schuine richting naar beneden beweegt. Houd uw handen uit de buurt van het zaag- blad.
- Tijdens het zagen van schuine sneden kan het gebeu- ren dat het afgezaagde stuk tegen de zijkant van het zaagblad komt te liggen. Indien het zaagblad omhoog wordt gebracht terwijl het nog draait, kan dit stuk door het draaiende zaagblad worden gegrepen zodat brok- stukken in het rond worden geslingerd, hetgeen natuur- lijk gevaarlijk is. Breng daarom het zaagblad omhoog ALLEEN nadat het volledig tot stilstand is gekomen.
- Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien u verti- cale druk op het draaibaar voetstuk uitoefent of de drukrichting tijdens het zagen verandert, zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
- Voor linkse schuine sneden dient de hulpgeleider altijd naar de linker positie te worden geschoven.
5. Gecombineerd zagen
Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelijk met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoe- ken aangegeven in de onderstaande tabel. Bij een verstekhoek van 45° links en een schuine hoek van 45° links, kunnen werkstukken die maximaal 50 mm hoog en 200 mm breed zijn worden gezaagd. Bij een verstekhoek van 45° rechts en een schuine hoek van 45° links, kunnen werkstukken die maximaal 50 mm hoog en 215 mm breed zijn worden gezaagd. Bij een verstekhoek van 45° links en rechts en een schuine hoek van 45° rechts, kunnen werkstukken die maximaal 31 mm hoog en 215 mm breed zijn worden gezaagd. Voor de bedieningen voor gecombineerd zagen, zie de uitleg onder “Drukkend zagen”, “Glijdend zagen”, “Ver- stekzagen” en “Schuine sneden zagen.”
6. Zagen van aluminium werkstukken
Gebruik vulblokken of afgedankte blokstukken voor het vastzetten van aluminium werkstukken, zoals afgebeeld in Fig. 44, om vervorming van de aluminium te voorko- men. Gebruik voor het zagen ook zaagolie, om te voor- komen dat aluminium zaagsel zich op het zaagblad vastzet. LET OP:
- Probeer nooit om dikke of ronde aluminium werkstuk- ken te zagen. Dikke aluminium werkstukken kunnen tij- dens het zagen los komen, terwijl ronde aluminium werkstukken op dit gereedschap niet goed kunnen wor- den vastgezet. (Fig. 45)
7. Zagen van groeven (Fig. 46)
Sokkel-type zaagsneden kunnen als volgt worden gemaakt: Stel de laagste positie van het zaagblad in met behulp van de stelschroef en de aanslagarm, om de snij- diepte van het zaagblad te beperken. Zie de paragraaf “Aanslagarm” hierboven. Nadat de laagste positie van het zaagblad is ingesteld, kunt u evenwijdige groeven over de breedte van het werkstuk zagen door glijdend (duwend) te zagen zoals afgebeeld. Verwijder daarna het zaagmateriaal tussen de groeven met behulp van een beitel. Probeer niet om dit soort zaagsnede uit te voeren door gebruikmaking van een breed (dik) zaagblad of een sokkelzaagblad (dado- zaagblad). Deze kunnen controleverlies en eventuele verwonding veroorzaken. LET OP:
- Breng de aanslagarm terug naar zijn oorspronkelijke positie voor andere zaagbedieningen dan het zagen van groeven. Dragen van het gereedschap Zorg dat de stekker van het gereedschap uit het stopcon- tact is getrokken. Zet het zaagblad vast op de 0°schuine hoek en het draaibaar voetstuk op de maximale rechtse verstekhoek. Trek de slede zo ver mogelijk naar u toe en zet de glijstangen vast. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen naar binnen te drukken. (Fig. 47) Draag het gereedschap door beide zijden van de gereed- schapsvoet vast te houden zoals afgebeeld. Het gereed- schap is gemakkelijker om dragen wanneer u de houders, stofzak, enz., ervan verwijdert. (Fig. 48) LET OP:
- Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen.
- De aanslagpen dient alleen voor het dragen en opber- gen van het gereedschap, en niet voor zaagbedienin- gen. ONDERHOUD LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING:
- Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen. Verstekhoek Schuine hoek Links 0°–47°, rechts 0°–45° Links en rechts 0°–45° Rechts 52° Links 0°–40° en rechts 0°–45°62 Afstellen van de zaaghoek Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlij- ning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelijnd:
Duw de slede naar de geleider toe en draai de knop vast om de slede vast te zetten. Draai de handgreep los om de draaitafel los te maken. Draai de draaitafel zodat de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Draai daarna de draaitafel een beetje naar rechts en naar links zodat hij in de 0° verstek-inke- ping komt te zitten. (Laat de draaitafel zoals hij is indien de wijzer niet naar 0° wijst.) Draai de zeskante bouten van de geleider los met de dopsleutel. (Fig. 49) Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Gebruik een driehoeksliniaal of een winkelhaak e.d. om de zijde van het zaagblad haaks te zetten ten opzichte van het vlak van de geleider. Draai vervolgens de zes- kante bouten op de geleider stevig vast, beginnend vanaf de rechterzijde. (Fig. 50) Controleer of de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Indien de wijzer niet naar 0° wijst, draait u de bevesti- gingsschroef van de wijzer los en stelt u de wijzer juist in zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 51)
Duw de slede naar de geleider toe en draai de knop vast om de slede vast te zetten. Breng het handvat helemaal omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Draai de hendel aan de achterzijde van de machine los. Zorg ervoor dat de arm is vergrendeld. (Fig. 52) Draai de zeskant bout op de linkerzijde van de arm twee of drie slagen naar links. Draai de zeskant bout op de rechterzijde van de arm twee of drie slagen naar links om het zaagblad naar links te doen hellen. (Fig. 53) Zet de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het bovenvlak van het draagbaar voetstuk door de zeskant bout op de rechterzijde van de arm voor- zichtig naar rechts te draaien; gebruik hiervoor een driehoekslineaal of een winkelhaak e.d. Draai de zeskant bout op de linkerzijde van de arm zo ver mogelijk naar rechts vast. Draai daarna de hendel stevig vast. (Fig. 54) Controleer of de twee wijzers op de arm allebei 0° op de schuine-hoek schaalverdeling op de armhou- der aanwijzen. Indien niet, maak dan de bevesti- gingsschroeven van de wijzers los en verstel de wijzers zodanig dat zij naar 0° wijzen. (Fig. 55)
2) 45° schuine hoek (Fig. 56)
Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0° schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van de linkse 45° schuine hoek, draait u de hendel los en kantelt u het zaagblad volledig naar links. Controleer of de wijzer op de arm wijst naar 45° op de schuine-hoek schaalverdeling op de armhouder. Indien niet, dan verdraait u de stelbout voor de linkse 45° schuine hoek op de zijkant van de armhouder totdat de wij- zer naar 45° wijst. Ga op dezelfde wijze te werk voor het instellen van de rechtse 45° schuine hoek. Afstelling voor soepel schuinzagen (Fig. 57) De zeskant borgmoer die de arm en de armhouder aan- een houdt is in de fabriek ingesteld voor maximaal soe- pele werking en nauwkeurigheid tijdens schuinzagen. Doe dus geen pogingen om deze instelling te wijzigen. Indien de arm losser van de armhouder raakt, draai dan de zeskant borgmoer met een sleutel vast. Afstellen van de positie van de laserlijn (Fig. 58 en 59) Alleen voor Model LS1013L, LS1013FL WAARSCHUWING:
- Bij het afstellen van de laserlijn is het gereedschap op het stopcontact aangesloten. Let daarom goed op dat u de trekschakelaar niet indrukt. Bij toevallig indrukken van de trekschakelaar zal de zaag beginnen draaien en kan de gebruiker verwondingen oplopen. LET OP:
- Kijk nooit direct in de laserstraal. Een directe laser- straal kan oogletsel veroorzaken.
- Stel het gereedschap nooit bloot aan stoten of schok- ken. Stoten of schokken kunnen leiden tot een onjuiste positie van de laserlijn. Bovendien kan de laserstraal- zender hierdoor beschadigd raken en zal het gereed- schap minder lang meegaan. Afstellen van de laserlijn aan de linkerzijde van het zaagblad 1 Schroef voor verandering van het verplaatsingsbe- reik van de stelschroef 2 Stelschroef 3 Inbussleutel 4 Laserlijn 5 Zaagblad Afstellen van de laserlijn aan de rechterzijde van het zaagblad 1 Schroef voor verandering van het verplaatsingsbe- reik van de stelschroef 2 Zaagblad 3 Laserlijn Voer beide afstellingen als volgt uit.
1. Haal de stekker van het gereedschap uit het stop-
2. Teken de zaaglijn op het werkstuk en plaats het
werkstuk op de draaitafel. Zet het werkstuk voorlopig niet vast met een spanschroef of een soortgelijk bevestigingsmiddel.
3. Breng het zaagblad omlaag door het handvat
omlaag te brengen en controleer de positie van het zaagblad in vergelijking met de zaaglijn. (Bepaal de te zagen positie op de zaaglijn.)
4. Nadat de te zagen positie is bepaald, brengt u het
handvat terug naar de oorspronkelijke positie. Zet nu het werkstuk vast met de verticale spanschroef zon- der daarbij het werkstuk te verschuiven uit de eerder gecontroleerde positie.
5. Steek de stekker in het stopcontact en zet de laser-
6. Stel de positie van de laserlijn als volgt af.
De positie van de laserlijn verandert wanneer u het ver- plaatsingsbereik van de stelschroef voor de laser veran- dert door twee schroeven te draaien met een inbussleutel. (Het verplaatsingsbereik van de laserlijn is in de fabriek ingesteld binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad.) Om het verplaatsingsbereik van de laserlijn verder weg van het zijvlak van het zaagblad in te stellen, draait u de stelschroef los en vervolgens draait u de twee schroeven naar links. Draai de stelschroef los en draai de twee schroeven naar rechts om het verplaatsingsbereik dich- ter bij het zijvlak van het zaagblad in te stellen. Zie het gedeelte “Werking van de laserstraal” hierboven en stel de stelschroef zodanig in dat de zaaglijn op het werkstuk precies overeenkomt met de laserlijn. OPMERKING:
- Controleer regelmatig of de positie van de laserlijn nauwkeurig is.
- In geval van een defect in de laserinrichting dient u het gereedschap door een erkend Makita servicecentrum te laten repareren. Reinigen van de laserstraallens (Fig. 60 en 61) Alleen voor Model LS1013L, LS1013FL Als de laserstraallens vuil is of met zaagsel is bedekt zodat de laserlijn niet meer goed zichtbaar is, verwijder dan de stekker uit het stopcontact en reinig de laser- straallens voorzichtig met een bevochtigde, zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen of benzinehoudende schoonmaakmiddelen op de lens. Om de laserstraallens te verwijderen, verwijdert u eerst het zaagblad volgens de aanwijzingen onder “Installeren of verwijderen van het zaagblad” en daarna verwijdert u de lens. Draai met een schroevendraaier de bevestigingsschroef van de lens los zonder de schroef te verwijderen. Trek de lens eruit zoals afgebeeld. OPMERKING:
- Als de lens niet eruit komt, draai dan de schroef iets verder los zonder deze te verwijderen en probeer opnieuw om de lens eruit te trekken. Vervangen van de TL-buis (Fig. 62) Alleen voor Model LS1013F, LS1013FL LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens de TL-buis te vervangen.
- Bescherm de TL-buis tegen stoten, krassen of schok- ken, waardoor het glas van de TL-buis zou kunnen bre- ken met mogelijke verwonding als gevolg.
- Laat de TL-buis na het gebruik een tijdje afkoelen alvo- rens deze te vervangen. De buis is dan nog heet en kan brandwonden veroorzaken. Verwijder de schroeven van de lampkast. Trek de lamp- kast eruit terwijl u lichtjes blijft drukken op het bovenste gedeelte, zoals afgebeeld in Fig. 62. Trek de TL-buis eruit en vervang deze door een nieuwe originele Makita TL-buis. Vervangen van de koolborstels (Fig. 63 en 64) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Ver- vang de koolborstels wanneer deze tot aan de limiet- merkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uit- sluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. Na het gebruik
- Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereed- schap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de veiligheidskap schoon volgens de instructies die in de paragraaf “Veiligheidskap” werden beschreven. Smeer de glijdende onderdelen in met machine-olie om roest- vorming te voorkomen.
- Wanneer u de machine opbergt, moet u de slede zo ver mogelijk naar u toe trekken zodat de glijstangen hele- maal in het draaibaar voetstuk komen te zitten. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van Makita vervangingsonderdelen. ACCESSOIRES LET OP:
- Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemd doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita service- centrum.
- Zaagbladen met stalen, hardmetalen tanden
Questi valori sono stati ottenuti in conformità EN61029. Alleen voor Europese landen Geluidsniveau en trilling De typische A-gewogen geluidsniveau’s zijn geluidsdrukniveau: 88 dB (A) geluidsenergie-niveau: 101 dB (A) Onzekerheid is 3 dB (A). – Draag oorbeschermers. – De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is niet meer dan 2,5 m/s
Notice-Facile