DXZ948RMP - Autoradio CLARION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DXZ948RMP CLARION in PDF-formaat.

Page 146
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CLARION

Model : DXZ948RMP

Categorie : Autoradio

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DXZ948RMP - CLARION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DXZ948RMP van het merk CLARION.

GEBRUIKSAANWIJZING DXZ948RMP CLARION

SpueI2paN Hartelijk dank voor uw aankoop van dit Clarion-product. In ho ud * Gelieve deze gebruiksaanwijzing in zin geheel door te lezen alvorens het apparaat te bedienen.

+ Nadat u deze gebruiksaanwijzing hebt gelezen, adviseren wi u deze op een handige plaats te 1. VOORZORGSMAATREGELEN bewaren (bijv. in het handschoenenkastie). Kantelend bedieningspaneel

+ Controleer de informatie op de bijgeleverde garantiekaart en bewaar deze tezamen met deze Omgaan met compact discs gebruiksaanwijzing.

+ Deze gebruiksaanwijzing bevat tevens de bedieningsprocedures voor een CD-wisselaar, DAB en BEDIENINGSPANEEL TEN TV-tuner, die is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel. De CD-wisselaar en TV-tuner De namen en functies van de bédioningsclementen

hebben een eigen gebruiksaanwijzing, maar hierin worden geen bedieningsinstructies gegeven. Functies van de belangrikste toetsen in geval externe apparatuur IS aangesioien op dit apparaat

Displayonderdelen . Displaybedieningen 4. VOORPANEEL … 5. AFSTANDSBEDIENING De batterijen plaatsen .… Functies van de toetsen op de afstandsbediening 6. BEDIENING. Basisbediening Bediening van de AC-Processor Il Bediening van de radio Bediening van RDS … Bediening van de CD/MP3/WMA-speler Meerdere personen luisteren naar twee verschillende muziekbronnen (2-ZONE-functie) Gemeenschappelike bedieningen in iedere functie 7. BEDIENING VAN ACCESSOIRES Bediening van de CD-wisselaar Bediening van de TV Bediening van de digitale radio/DAB De 5.1-kanalen surrounddecoder bedienen . 8. PROBLEMEN OPLOSSEN . 9. FOUTMELDINGEN .… 10. TECHNISCHE GEGEVENS

1. VOORZORGSMAATREGELEN

1. Dit apparaat is uitsuitend geschikt voor onderdelen van de CD-speler, mag u deze wegvoertuigen met 4 wielen. Het is niet gedurende ongeveer een uur niet gebruiken. geschikt voor gebruik in een trekker, Het condens zal vanzelf verdwinen, waarna vorkheftruck, bulldozer, terreinvoertuig, normale bediening weer mogelik is. moiriels merluee 0! dr Wielen. boot of 3. Als u op een bijzonder hobbelige weg ri, ander gespecialiseerd voeruig. kan door de sterke trillingen het geluid

2. Als het binnenin de auto erg koud is en de overslaan.

CD-speler kort nadat de verwarming is aangezet wordt gebruikt, kan zich condens

vormen op de disc of op de optische INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS:

onderdelen van de CD-speler, waardoor HET ZONDER TOESTEMMING VAN DE normaal weergeven niet mogelik is. AIS zich … FABRIKANT VERANDEREN OF WIUZIGEN condens op de disc heeft gevormd, veegt u VAN DIT APPARAAT MAAKCT DE GARANTIE

dit eraf met een zachte doek. Als zich

condens heeft gevormd op de optische ONGELDIG.

À WAARSCHUWING Voor uw eigen veiligheid mag u tijdens het rijden niet naar het aanraakscherm kijken of dit bedienen.

2 DXz2948RMP DX2948rMP 3

SpUe|I8p2N SpueI2paN Kantelend bedieningspaneel

Dit apparaat is uitgerust met een KANTELEND BEDIENINGSPANEEL zodat groter display kon worden toegepast.

Als u het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL wilt bedienen, moet u het eerst sluiten.

WEES VOORZICHTIG DAT UW VINGERS NIET BEKNELD RAKEN BIJ HET OPENEN EN SLUITEN VAN HET KANTELEND BEDIENINGSPANEEL.

1. Om veiligheidsredenen moet u het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL altijd sluiten voordat u het apparaat lange ti niet gebruikt of met de contactsleutel de stroom onderbreekt.

Als u met de contactsleutel de stroom onderbreekt terwi]l het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL open staat, wordt het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL niet gesloten.

Omgaan met compact discs

2. Bij het sluiten van het KANTELEND BÉDIENINGSPANEEL kunt u een krakend geluid horen van het beveiligingsmechanisme. Dit is echter normal.

3. Als u het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL met de hand beweegt, kan de weergave beginnen. Om de weergave te stoppen, drukt ü, terwil het apparaal is ingeschakeld, op de [@] toets zodat het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL wordt gesloten.

4. Nadat een disc is uitgeworpen, keert het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL automatisch terug naar de geopende of gesloten stand. Bij de geringste tegendruk tijdens het sluiten van het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL, zal een beveiligingsmechanisme in werking treden en zal het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL terugkeren naar de geopende stand. Als dit gebeurt, heft u de oorzaak op en drukt u vervolgens op de [Æ] toets.

5. Om te voorkomen dat de 12-cm of 8-cm CD bij het plaatsen en verwijderen bekrast wordt, moet u deze horizontaal houden

Gebruik ui GES o Plaats geen hartvormige of achthoekige discs, of andere disc met een speciale vorm in het apparaat.

Het is mogelik dat sommige CD's opgenomen in de CD-R/CD-RW-functie niet bruikbaar zijn.

nd compact discs waarop het

+ In vergeliking met gewone CD-DA-discs (muziek- CD'), zijn zowel CD-R-discs als CD-RW-discs gevoelig voor hoge temperatuur en luchtvochtigheid, en kan bi) sommige CD-R-discs en CD-RW-discs weergave onmogelik zijn. Laat 2e daarom niet gedurende een lange tid in een auto liggen

Het is mogelik dat een nieuwe disc ruwe randen heeft. As u een dergelike disc plaatst, is het mogelik dat de cd- speler niet werkt of het geluid overslaat. Gebruik een balpen of iets dergeliks om de ruwe randen van de disc glad te maken:

Plak nooit stickers op de compact discs en schrijf er nooit op met een potlood of balpen.

Plaats nooit een compact disc met plakband of limresten erop of waarvan het etiket is losgelaten in het apparaat. AIS u een dergelike disc in het apparaat plaatst, is het mogelik dat u deze niet

meer uit de CD-speler kunt verwijderen of dat de CD-speler beschadigd wordt.

Plaats geen compact disc in het apparaat waarop grote krassen staan, die misvormd is, die gebarsten is, enz. Als u een dergelike disc in het apparaat plaatst, kan een storing optreden of het apparaat beschadigd worden.

Als u een compact disc uit het doosje wilt halen, drukt u op het midden van het doosje en tilt u de disc voorzichtig met uw vingers aan de randen op.

Gebruik geen in de handel verkrijgbare CD- beschermvellen of discs voorzien van een stabilisator, enz. Hierdoor kan de compact disc beschadigd worden of het inwendige mechanisme van het apparaat kapot gaan.

+ Stel compact discs niet bloot aan rechtstreeks Zonlicht of een warmtebron.

+ Stel compact discs niet bloot aan hoge vochtigheid of veel stof.

+ Stel compact discs niet bloot aan rechtstreekse warmtestraling van verwarmingsapparatuur.

+ Als ü vingerafdrukken of stof van de compact disc wilt vegen, gebruikt u een zachte doek en veegt u vanuit het midden van de disc in een rechte lin naar de buitenrand.

Gebruik geen oplosmiddelen, zoals in de handel verkrijgbare discreinigers, antistatische spray of spiritus om compact discs schoon te maken.

Na gebruik van speciale compact-discreiniger, moët u de disc goed laten drogen voordat u deze in het apparaat plaatst.

2. BEDIENINGSELEMENTEN Vooraanzicht van het apparaat

Met het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL in de geopende

3. BEDIENINGSPANEEL De namen en functies van de bedieningselementen

[RELEASE] toets + Druk deze knop diep in om het afneembare voorpaneel eraf te halen.

+ Deze sensor meet de lichtsterkte in uw auto. Als de automatische displaydimmer is ingesteld op “AUTO”, wordt de helderheid van het display gedimd afhankelijk van de lichtsterkte gemeten door deze sensor.

+ Druk op deze knop om het apparaat in te schakelen. Met iedere druk op deze knop, wordt het apparaat beurtelings in- en uitgeschakeld.

Houd de knop gedurende 1 seconde of langer ingedrukt om het apparaat uit te schakelen.

U kunt deze knop ook draaien om het volumeniveau in te stellen, of om diverse instellingen te maken in de instelfunctie.

Druk op deze toets om het bedieningspaneel te openen of sluiten.

Als reeds een disc is geplaatst, wordt deze uitgeworpen nadat het bedieningspaneel is geopend.

Als de disc niet wordt uitgeworpen, houdt u de [A] toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt.

+ Druk op deze toets om diverse instellingen te maken in de instelfunctie.

+ Druk op deze toets voor het invoeren van de zendernamen in de radiofunctie, of de disctitels in de CD-functie.

+ Druk op deze toets om diverse instellingen te maken, zoals audioruimte.

+ Houd deze toets 1 seconde of langer ingedrukt om de 2-ZONE-functie beurtelings in en uit te schakelen.

+ Druk op deze toets om de TA-functie {verkeersinformatie) op standby te zetten (als de 2-ZONE-functie is ingesteld op “OFF”). Druk op deze toets om de werking van de 2- ZONE-functie om te schakelen. Als u deze toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt houdi, wordt het 2-ZONE-type omgeschakeld (als de 2-ZONE-functie is ingesteld op “ON”).

+ Druk op deze toets om een track te pauzeren en te hervatten (in de CD-functie).

+ Druk op deze toets om de PTY-standbyfunctie in te stellen of een programmatype te kiezen.

Hierop wordt de informatie afgebeeld die de bedieningstoestand van het apparaat aangeeft, zoals aanduidingen voor afstemmen/ weergeven en hun indicators.

Raak met uw vinger het display aan met +54 om bediening mogelijk te maken. (zie biz. 8)

Functies van de belangrijkste toetsen in geval externe apparatuur is aangesloten op dit apparaat

@Als een CD- of DVD-wisselaar

+ Voor verdere informatie, zie het hoofdstukje “Bediening van de CD-wisselaar” (zie biz. 51). Voor de DVD-wisselaar, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing die bij de DVD- wisselaar werd geleverd.

+ Druk op deze toets om een CD of DVD weer te geven of te pauzeren.

[A] toets + Druk op deze toets om de disctitels in te voeren in de CD-wisselaarfunctie.

@Als een TV of DAB is

+ Voor verdere informatie, zie het hoofdstukje “Bediening van de TV” (zie biz. 54) of “Bediening van de digitale radio/DAB” (zie biz. 58).

+ Druk op deze toets om de TA-standbyfunctie (verkeersinformatie) in te stellen op de DAB- functie. (Deze functie is alleen beschikbaar voor een DAB-tuner.)

+ Houdt deze toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt om de INFO-functie in of uit te schakelen. (in de DAB-functie)

+ Druk op deze toets om te schakelen tussen de TV-unctie en de VTR-functie voor externe beelden. (in de TV-functie)

+ Druk op deze toets om de PTY-standbyfunctie in te stellen of een programmatype te kiezen in de DAB-functie.

[A] toets + Druk op deze toets om de naam van een TV- zender in te voeren. (in de TV-functie)

: Handmatig-indicator

: INFO (informatie)-indicator

: TA (verkeersinformatie)-indicator

: TP (verkeersprogramma)-indicator

: Automatisch-volume-indicator

Het display op dit apparaat is een aanraakscherm. U kunt dit display bedienen door het met uw vingertoppen aan te raken. Op het display kunt u de volgend vier bedieningsmethoden uitvoeren:

Raak met uw vingertop het display aan en laat dit binnen 1 seconde weer los. Dit is de eenvoudigste bedieningsmethode van het display.

Raak met uw vingertop het display aan en houdt deze gedurende 1 of 2 seconden of langer op het display. Beweeg uw vinger niet terwill deze het display aanraakt.

Door het display gedurende 1 seconde of langer aan te raken, wordt bijvoorbeeld een lijst afgebeeld, of worden andere handige functies opgeroepen.

Door het display gedurende 2 seconden of langer aan te raken, kunt u voorkeurzenders of andere informatie in het geheugen opslaan.

Raak met uw vingertop het display aan en beweeg uw vinger naar links ( € ) of rechts (> ) terwil uw vingertop nog steeds het display aanraakt, en laat binnen 1 seconden het display los. Met deze bediening kunt u een voorkeurgeheugen (1 tm 6) of tracks kiezen.

Raak met uw vingertop het display aan en beweeg uw vinger naar links ( € ) of rechts (> ) terwil uw vingertop nog steeds het display aanraakt, en houdt uw vingertop op het display. Deze bediening wordt voortgezet olang u uw vingertop op het display houdt. Met deze bediening kunt u bijvoorbeeld handmatig afstemmen of tracks vooruit-/achteruitspoelen.

4. VOORPANEEL Het voorpaneel kan eraf worden gehaald om diefstal van het apparaat te voorkomen. Nadat u het voorpaneel eraf hebt gehaald, bewaart u deze in de voorpaneelhoes om te voorkomen dat er krassen op komen.

Wij adviseren u het voorpaneel mee te nemen wanneer u uit de auto stapt.

Het voorpaneel eraf halen

1. Schakel het apparaat uit terwijl het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL gesloten is.

2. Druk de [RELEASE] knop diep in om het voorpaneel te ontgrendelen.

8. Trek het voorpaneel naar u toe en haal het van het apparaat af.

+ Sluit altijd eerst het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL voordat u het voorpaneel eraf haalt.

+ Als u het voorpaneel eraf haalt terwijl het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL geopend is, wordt het kantelend bedieningspaneel onmiddellijk gesloten. Wees voorzichtig dat uw vingers niet bekneld raken.

Het voorpaneel bevestigen

1. Plats het voorpaneel op het apparaat zodat het gedeelte @ A aan de rechterzikant van het voorpaneel grijpt in haak ® op het apparaat.

2. Druk de linkerzijkant van het voorpaneel © voorzichtig op het apparaat.

À VOORZICHTIG Het voorpaneel kan gemakkelijk door schokken worden beschadigd. Nadat u het voorpaneel eraf hebt gehaald, moet u voorzichtig zijn het niet te laten vallen of aan sterke schokken bloot te stellen. Als de [RELEASE] knop ingedrukt waardoor het voorpaneel niet op zijn plats vergrendeld is, kan het door de trillingen van het voertuig eraf vallen. Hierdoor kan het voorpaneel kapot gaan. Het is dus belangrijk het voorpaneel, nadat het eraf is gehaald, in de voorpaneelhoes op te bergen of weer te bevestigen op het apparaat.

De aansluiting waarmee het voorpaneel op het apparaat is aangesloten is een bijzonder belangrijk onderdeel. Wees voorzichtig dat u deze niet beschadigt door erop te drukken met uw vingernagel, een schroevendraaier, enz.

Opmerking: + Als het voorpaneel vuil is, mag u het alleen schoonvegen met een zachte, droge dock.

SpUe|I8p2N SpueI2paN AFSTANDSBEDIENING Ontvanger voor afstandsbedieningssignalen

De batterijen plaatsen

Functies van de toetsen op de afstandsbediening

Et) CD-wisselaar > Radio (RDS) / DAB CD/MP3 TT Dan ol TV IFUNC] Schakelt om tussen radio, DAB, CD/MP3, AUX, CD-wisselaar, DVD-wisselaar en TV. [BAND] Schakelt de Geeft de eerste track | Gaat naar de Schakelt de frequentieband om. weer. volgende disc in frequentieband om. Beginweergave. oplopende volgorde. LA], [w] | Verhoogt en verlaagt het volumeniveau (in alle functies). [K], >] | Gaat naar de vorige | Gaat naar de vorige en volgende track. Gaat naar de vorige

en volgende voorkeurzender. seconde of langer:

Achter- en vooruitspoelen.

Indien ingedrukt gehouden gedurende 1

en volgende voorkeurzender.

Schakelt om tussen pauze en weergave.

1. Draai de afstandsbediening om en schuif het deksel van het batterijvak in de richting van de pil.

2. Plaats de twee batterijen van het type AA (SUM-3, R-6/1,5 V) die bij het apparaat werden geleverd, met de polen in de richting aangegeven in de afbeelding, en bevestig daarna het deksel weer op het batterijvak.

AIS u de battenjen op een onjuiste manier gebruikt, kunnen

deze exploderen. Let goed op de volgende punten:

+ AIS ü de batterjen vervangt, vervangt u beide

batterjen tegelik door nieuwe.

+ U mag de batterjjen niet kortsluiten, openmaken of

+ Gooi de batterjjen niet in het vuur.

+ Lever de batterijen in als kca.

Batterijen, type AA (SUM-3, R-6/1,5 V)

Deksel van het batterijvak

MUTE] _ | Schakelt de geluidsonderbreking in en uit. [TA] | SchakeltTA in en uit. Houd de toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt om te wisselen tussen de hoofdzone en de subzone (alleen als de 2-ZONE-functie is ingeschakeld).

{piSP] | Schakelt om tussen het hoofddisplay en het klokdisplay.

(PS/AS] | Voorkeurzender- Scanweergave. Scanweergave. Voorkeurzender- scannen. Indien Houd de toets Indien ingedrukt scannen. Indien ingedrukt gehouden | gedurende 1 gehouden ingedrukt gehouden gedurende 2 Seconde of langer | gedurende 1 gedurende 2 seconden of langer: | ingedrukt om seconde of langer: | Seconden of langer: Voorkeurzenders mapscanweergave | Discscanweergave. _ | Voorkeurzenders automatisch opslaan. | uit te voeren op een automatisch opslaan.

MP3/WMA-disc. IAF] | Schakelt de AF- Herhaalde weergave. | Herhaalde weergave. | Geen functie. functie in en uit. Houd de toets Indien ingedrukt Indien ingedrukt gedurende 1 seconde of | gehouden gehouden gedurende | langer ingedrukt om gedurende 1 1 seconde of langer: | herhaalde mapweergave | seconde of langer: Schakelt de REG- | uit te voeren op een Herhaalde functie in en uit. MPS/WMA-disc. discweergave. [PTY] | Schakelt PTYinen |Wilekeurige weergave. | Willekeurige Schakelt om tussen uit. Houd de toets gedurende | weergave. Indien TV en VTR. 1 seconde of langer ingedrukt gehouden ingedrukt om willekeurige | gedurende 1 mapweergave uit te seconde of langer: voeren op een Willekeurige MP3WMA-disc. discweergave. 12-ZONE] | Houdt deze toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt om de 2-ZONE-functie in of uit te

Druk op deze toets om de bedieningszone om te schakelen tussen de hoofdzone en de

subzone, als de 2-ZONE-functie is ingeschakeld.

* Sommige van de toetsen op het apparaat en de afstandsbediening die overeenkomen hebben verschillende functies.

SpUe|I8p2N SpueI2paN

6. BEDIENING Basisbediening

À VOORZICHTIG Vergeet niet het volumeniveau te verlagen voordat u het apparaat uitschakelt of met de contactsleutel de stroom onderbreekt. Het apparaat onthoudt de laatste volume- instelling. AIS u de stroom uitschakelt op een hoog volumeniveau, kan de eerstvolgende keer dat u het apparaat inschakelt het hoge volumeniveau uw gehoor pijn doen en het apparaat beschadigen.

Het apparaat in- en uitschakelen

+ Wees voorzichtig wanneer u dit apparaat lange td gebruikt zonder dat de motor heeft gelopen. Als de accu van de auto te leeg raakt, kan het onmogelÿk zin de motor te starten waardoor de levensduur van de accu terugloopt.

1. Druk op de [ROTARY] knop.

De functie die de laatste keer werd gebruikt wordt afgebeeld.

De eerste keer dat het apparaat wordt ingeschakeld nadat de draden zijn aangesloten, controleert het apparaat welke apparatuur is aangesloten. (Dit heet de “System Check”.) Als het apparaat wordt ingeschakeld en “System Check” wordt afgebeeld, volgt u onderstaande procedure om de systeemcontrole uit te voeren.

1. Als “System Check” op het display wordt afgebeeld, drukt u op de [ROTARY] knop. De systeemcontrole start. Nadat de systeemcontrole klaar is, wordt “Completed” afgebeeld op het display.

2. Druk nogmaals op de [ROTARY] knop. Het hoofddisplay van de radiofunctie wordt afgebeeld.

Wanneer “CODEMATIC" is ingesteld op “ON”, en het apparaat wordt ingeschakeld met de DCP erop bevestigd, wordt het aanraakcodedisplay afgebeeld. Raak het display aan in de volgorde die werd ingesteld in de instelfunctie.

Voor verdere informatie over de CODEMATIC- functie, leest u “De beveiligingsfunctie gebruiken (CODEMATIC)" (zie biz. 50).

1. Houd de [ROTARY] knop gedurende 1 seconde of langer ingedrukt.

1. Druk op de [ROTARY] knop om de bedieningsfunctie te veranderen.

2. Metiedere druk op de [ROTARY] knop, verandert de bedieningsfunctie in de onderstaande volgorde:

Radiofunctie > DAB-functie + CD/MP3- functie + CD-wisselaarfunctie -> DVD- wisselaarfunctie -> TV-functie -» AUX- functie + Radiofunctie..

+ Externe apparatuur die niet is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel, wordt niet afgebeeld.

Het volumeniveau instellen

1. Draai de [ROTARY] knop rechtsom om het volumeniveau te verhogen, en linksom om het volumeniveau te verlagen.

+ Het volumeniveau kan worden ingesteld tussen 0 (minimum) en 33 (maximum).

De bedieningsfunctie omschakelen

Er zijn twee basisbedieningsfuncties: standaardbediening en simpele bediening.

1. Op het hoofddisplay, raakt u de linkerkant van het display gedurende 1 seconde of langer aan.

De bedieningsfunctie wordt omgeschakeld.

In de simpele bedieningsfunctie zijn de bedieningen met +45 # en +45 op het hoofddisplay van de radiofunctie of CD-functie niet noodzakelijk, en wordt de bediening van het apparaat dus eenvoudiger.

Merk echter op dat de volgende bedieningen niet mogelik ziin in de simpele bedieningsfunctie.

Bedieningen voor het afstemmen op een voorkeurzender, het kiezen van een map, het kiezen van een disc, en andere bedieningen waarbij u aanraakt met #44 op de rechterkant van het display.

Bedieningen voor het omschakelen van het display (zie blz. 13).

Bedieningen voor het omschakelen van het titeldisplay (zie biz. 14).

Bedieningen voor het afbeelden van het titelinvoerdisplay.

Op andere displays dan het hoofddisplay (bijv. listdisplay, instelfunctie, enz.) is er geen verschil tussen de standaardbedieningsfunctie en de simpele bedieningsfunctie.

De beschrivingen in deze gebruiksaanwijzing Zin hoofdzakelik voor stanaardbediening. Voor beschrijvingen van bedieningen in de simpele bedieningsfunctie, raadpleegt u de beschrijvingen van de displays in de radio- en CD-functies.

Het display omschakelen

1. Raak het midden van het display aan. Met iedere aanraking van het display, verandert dit als volgt:

gl Als de schermbeveiliging is ingesteld op “ON” en u het apparaat gedurende ongeveer 30 seconden niet bedient, wordt de schermbeveiliging afgebeeld. Voor verdere informatie, zie bladzide 41.

Door het midden van het display gedurende 1 seconde of langer aan te raken, schakelt u om naar het achtergronddisplay.

Door op het spectrumanalysatordisplay (S/A) de rechterkant van het display gedurende 1 seconde of langer aan te raken, worden de spectrumanalysatordisplays doorlopen.

S/A 1, SIA 2 en S/A 3 worden ieder S'A gedurende 10 seconden of langer SCAN | aigebeeld. SA S/A2 S/A3

Het titeldisplay omschakelen U kunit disctitels en andere informatie afbeelden die op de discs zijn opgeslagen wanneer u deze weergeeft in de CD-functie of CD- wisselaarfunctie.

1. Raak op het titeldisplay de rechterkant van het display gedurende 1 seconde of langer aan.

Met iedere aanraking van het display, schakelt het display als volgt om: CD-text-disc

User title (disc) + CD-text title (disc) -> Artist name - CD-text title (track) -> User title (disc)...

+ Mp3 ondersteunt ID3-tags V2.3/2.2/1.1/1.0.

+ De tag-displays geven voorrang aan V2.3 / 2.2.

+ In het geval van album-tags voor wma worat de

informatie afgebeeld die in de extensie is opgenomen.

+ Allen ASCI-tekens kunnen worden afgebeeld in tags.

M Een titel over het display laten lopen

Raak het titeldisplay met 4 4 aan terwil de titel wordt afgebeeld

De titel loopt naar links over het display.

EH Het lopen over het display stoppen Raak het titeldisplay met #4 aan.

CT-functie (kloktijdfunctie)

De CT-functie stelt u in staat CT-informatie te ontvangen vanaf een RDS-zender en de tid af te beelden. Raak het midden van het display aan om het CT-display af te beelden. nformatie wordt ontvangen, CT” afgebeeld op het display.

+ In sommige landen en door sommige zenders wordt geen CT-informatie uitgezonden. Bovendien is het mogeljk dat in sommige gebieden de CT- informatie niet juist wordt afgebeela.

Instellen van het ADF

+ ADF is de afkorting van Anti Distortion Filter (antivervormingsilter).

De ingestelde functies “Liveliness

Enhancement Filter” en “Sound Tone

Compensation” maken een goed

gemoduleerde en realistische weergave

mogelik, zonder de eigenschappen van het oorspronkelike geluid aan te tasten.

Dit apparaat is uitgerust met vier verschillende

geluidseffecten, opgeslagen in het geheugen

Kies het gewenste geluidseffect.

ADF-1 : Geschikt voor de

standaardluidsprekers.

ADF-2 : Geschikt voor afzonderlike

ADF-3 : Geschikt voor coaxiale luidsprekers.

USER : Deze instelling kan door de gebruiker

zelf worden aangepast aan Zijn of haar persoonlike voorkeuren.

OFF: Geen geluidseffect.

+ De fabrieksinstelling is “OFF”.

+ Aangezien het volumeniveau verandert wanneer het ADF wordt in- of uitgeschakeld, schakelt u het ADF in of uit terwij! het volumeniveau en "SW VOLUME” (subwoofer) en “CTR VOLUME” (middenluidspreker) zo laag mogeljk zijn ingesteld.

+ Op sommige luidsprekersystemen kan het onmogelik voldoende effect te krigen. AIs dit het geval is, stelt u de ADF-parameter of het volumeniveau in.

+ Als het ADF is ingesteld op “USER”, “1”, “2” of * zijn bi EQ-SELECT de functies VSE en BASS/ TREB uitgeschakeld.

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak ADF aan.

G <OFF= POSITION Dolby PLII

3. Raak de rechterkant van het display met +454 aan om de ADF-functie te kiezen.

Als ADF is ingesteld op “OFF”, heeft de ADF-instelling geen invioed op het weergavegeluid. Hiermee is de ADF- instelling voltooid. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

+ Kies een instelling uit USER, 1, 2, 3 of OFF.

4. Als ü de afzonderljke items van de ADF- instelling wilt veranderen, drukt u op de [A] toets.

5. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies het gewenste instelitem.

Met iedere aanraking met & #54, doorloopt u het instelitemdisplay als volgt:

@instelitem (als USER is gekozen in stap 3) BASS + TREBLE -> COMP -> BASS... ©instelitem (als 1, 2 of 3 is gekozen in stap 3)

LEVEL + COMP + LEVEL...

6. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan en verander de instelling van het item.

+ “BASS” en ‘TREBLE” kunnen worden ingesteld binnen het bereik van 1 tm 13.

+ “LEVEL kan worden ingesteld binnen het bereik van -3 Um +3.

+ Kies voor “COMP” “ON” of “OFF”.

7. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

middenluidspreker instellen

+ “SW VOLUME” (subwoofer) kan alleen worden ingesteld als “SUB-WOOFER’ is ingesteld op “ON”.

“CTR VOLUME” (middenluidspreker) kan alleen worden ingesteld als de Dolby Pro Logic Il functie is ingesteld op “MUSIC” of “MATRIX”, als “SP-SETTING is ingesteld op “CTR+SW”, en als “CENTER-SP” is ingesteld op “ON”.

De fabrieksinstelling van SW VOLUME is “0” en van CTR VOLUME is “0”.

3. Raak het instelitemdisplay met #4 aan en kies “SW VOLUME of “CTR VOLUME”.

AUDIO MODE a SW VOLUME» o

4. Raak de rechterkant van het display met +454 aan en stel het item naar wens in. + Dit item kan worden ingesteld binnen het bereik van -5 Um +5.

5. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De balans/fader instellen

BALANCE: Hiermee stelt u de balans van het volumeniveau in tussen de linker en rechter luidsprekers.

Hiermee stelt u de balans van het volumeniveau

in tussen de voor- en achterluidsprekers.

+ De fabrieksinstelling van BALANCE is “" en van FADER is “0”.

+ Balans/ader kan iet worden ingesteld als “PRO” is ingesteld bj AC-PRO Ill (zie biz. 44) en de positiefunctie is ingesteld op “ON”. Stel de balans/ fader in aan de hand van “Het positiemenu kiezen” (zie biz. 17).

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak A-MODE aan.

3. Raak het instelitemdisplay met #4 aan en kies “BALANCE” of “FADER”.

AUDIO MODE BALANCE » o

4. Raak de rechterkant van het display met

445 4 aan en stel het item naar wens in.

+ “BALANCE” kan worden ingesteld binnen het bereik van L13 (linkerkanalen versterkt) Um R13 (rechterkanalen versterkt).

+ “FADER" kan worden ingesteld binnen het bereik van R12 (achterkanalen versterkt) t/ m F12 (voorkanalen versterkt).

5. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De hoge en lage tonen instellen

De hoge en lage tonen kunnen alleen worden ingesteld als Dolby Pro Logic Il is ingesteld op “OFF” (zie biz. 17) en “EQ SELECT" is ingesteld op “BAS/TREB” (zie biz. 44).

3. Raak het instelitemdisplay met #4 aan en kies “BASS” of “TREBLE”.

AUDIO MODE « «! BASS __» o

4. Raak rechterkant van het display met 4454 aan en stel het item naar wens in. + Dit item kan worden ingesteld binnen het bereik van -6 Um +6. 5. Herhaal de stappen 3 en 4 om het gewenste item in te stellen.

6. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Bediening van de AC-Processor III Dolby Pro Logic II Dolby Pro Logic Il is een matrix- decodeertechnologie waarin verbeterde, digitale matrixtechnologie is toegepast en waarmee Dolby Pro Logic verder werd verbeterd. Dolby Pro Logic Il realiseert uitstekende 5.1-kanalen reproductie van zowel Dolby-surroundbronnen als stereogeluidsbronnen, zoals CD's, waarbij het surroundkanaal over het volledige frequentiebereik (20 Hz tm 20 KHz) krijgt en stereo wordt. Hierdoor kunt u naar iedere stereobron luisteren met het dynamische geluid van 5.1 kanalen. U kunt de muziekfunctie of matrixfunctie kiezen overeenkomstig de bron die u wilt weergeven.

Dit product is gemaakt onder licentie van Dolby Laboratories. “Dolby”, “Pro Logic” en het dubbel-D-symbool zin handelsmerken van Dolby Laboratories.

Het PL Il-menu (Dolby PL Il)

Kies de MUSIC-functie of de MATRIX-functie overeenkomstig de bron die u wilt weergeven in de Dolby Pro Logic Il-functie.

+ De fabrieksinstelling is “OFF”.

E MUSIC (muziekfunctie)

+ Deze functie is geschikt voor stereogeluidsbronnen, zoals CD's.

+ Een andere instelfunctie, waarmee u meer gedetailleerde instellingen kunt maken, is ook beschikbaar omdat het geluidsveld zich anders gedraagt afhankelijk van de toestand van de opgenomen muziekbron. (Zie biz. 47.)

E MATRIX (matrixfunctie)

+ Deze functie is geschikt voor geluidsbronnen zoals AM/FM-radio.

+ De Dolby Pro Logic Il-functie wordt niet gebruikt, maar de AC-PROIII-functie wordt gebruikt. Voor verdere informatie over de AC- PROIII-functie, raadpleegt u “Een functie kiezen” (zie biz. 44).

1. Druk op de [SOUND] toets.

2. Raak Dolby PLII aan.

3. Raak de rechterkant van het display met 445 4 aan en kies de Dolby Pro Logic I- functie.

De functiedisplays worden als volgt

MUSIC (muziekfunctie) -> MATRIX

{matrixfunctie) + OFF (PL II uit) -> MUSIC

* Voor verdere informatie over het instellen van het volumeniveau van de middenluidspreker/subwoofer, raadpleegt u bladzijde 45.

Het positiemenu kiezen

Met POSITION kunt u kiezen uit vif mogelikheden waarop het geluid uit de luidsprekers naar uw zitpositie Komt. Bovendien kunt u met de tijduitlinfunctie de luidsprekers zeer precies instellen, zodat hetzeltde geluidseffect wordt verkregen uit iedere luidspreker voor alle luisteraars. In de procedure “Een functie kiezen” (zie bIz. 44) stelt u AC-PROII in op “PRO”. + De fabrieksinstelling van POSITION is “OFF” en op het positie-basismenu is “FRONT”.

Deze functie is vooraf geprogrammeerd met vijf positiemenu's. Kies het gewenste menu overeenkomstig uw voorkeuren.

1. Druk op de [SOUND] toets.

2. Raak POSITION aan.

3. Raak het ON/OFF-display met #44 aan. Het positie-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

POSITION MODE FRONT, Basic

D Als het positie-effect is ingesteld op “OFF”, heeft de positie-instelling geen effect op de geluidsbron. Hiermee is de positie-instelling voltooid. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

4. Raak B/U aan en kies “BASIC”.

Met iedere aanraking van B/U, wisselt de instelling tussen “BASIC” en “USER”.

5. Raak het positie-basismenunummer met 4454 aan en kies het positie-basismenu.

Het positie-basismenu

Nr. ] Naam op het display | Zitposi

1 FRONT-L Linkervoorstoel 2 |FRONT-R Rechtervoorstoel 3 |FRONT Voorstoelen

4 |REAR Achterstoelen

5 [FULL SEAT Alle stoelen

6. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Posities instellen en opslaan (gebruikersgeheugen)

In het gebruikersgeheugen is zeer precies instellen van de luidsprekers mogelijk, zodat hetzelide geluidseffect wordt verkregen uit iedere luidspreker voor alle luisteraars, gebaseerd op het positie-basismenu. Maximaal vijf gebruikersinstellingen kunnen in het gebruikersgeheugen worden op geslagen. T-ALIGN (tijduitlinfunctie):

De afstand van de luisteraar tot iedere luidspreker kan worden ingevoerd in stappen van 2,3 cm, en de benodigde tijdsduur voor het geluid om de luisteraar te bereiken kan worden ingesteld.

SP GAIN (uitgangsniveau van de luidsprekers):

Hiermee stelt ü het uitgangsniveau van de luidspreker in. Stel het uitgangsniveau voor iedere luidspreker zodanig in dat de uitvoer uit iedere luidspreker hetzelfde is.

Druk op de [SOUND] toets. Raak POSITION aan.

Raak het ON/OFF-display met 4154 aan. Het positie-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

Raak B/U aan en kies “BASIC” of “USER”. Raak de rechterkant van het display met 454 aan en kies het menu waarop u instellingen wilt maken.

Druk op de [A] toets.

Raak de linkerkant van het display met 4154 aan en kies ‘T-ALIGN" of “SP GAIN”. Raak het midden van het display met 854 aan en kies een instelitem.

Met iedere aanraking met # #4 worden de instelitems als volgt doorlopen:

# FRONT L SP (linkervoorluidspreker) +

FRONT R SP (rechtervoorluidspreker)

[— | - SUB-WOOFER (subwoofer)! (als “SP-SETTING" is in gesteld

op“SW[E+ SW”) SUB-W L (Iinkerkanaal van de subwoofer)"

L SUB-W R (rechterkanaal van de subwoofer)*2

Dit wordt alleen afgebeeld als in de instelfunctie bij *SOUND” het item “SUB- WOOFER" is ingesteld op “ON”.

Dit wordt alleen afgebeeld als in de instelfunctie bij *SOUND” het item “SUB- WOOFER" is ingesteld op “ON” en in stap 7 “T-ALIGN" is gekozen.

Raak de rechterkant van het display met ÆH54 aan en stel het item naar wens in.

POSITION EDIT ne FRONT L SP» 085.1cm

+ “T-ALIGN” kan worden ingesteld binnen het bereik van 0 cm tot 501,4 cm in stappen van 2,3 cm.

+ “SP GAIN” kan worden ingesteld binnen het bereik van -20 dB tm 0 dB.

10. Herhaal de stappen 7 tm 9 om het

gewenste item in te stellen.

. Nadat ü klaar bent met het instellen van

ieder item, raakt u RTN aan.

Het apparaat keert terug naar het oorspronkelike display en “>” wordt afgebeeld op het BASIC- of USER-display. Met deze bediening is het instellen van de positie voltooid. Om verder te gaan en de instelwaarden voor het positie- gebruikersmenu op te slaan, voert u de volgende stappen uit.

12. Raak RTN gedurende 1 seconde of langer aan.

De positie-menulijst wordt afgebeeld.

13. Raak het gebruikersgeheugen waarin u de instelwaarden wilt opslaan gedurende 2 seconden of langer aan.

U hoort een lange pieptoon en de waarden die u tot en met stap 10 hebt ingesteld, worden opgeslagen in het positie- gebruikersmenu.

Âls ü een korte pieptoon hoort, worden de instelwaarden tot en met stap 10 gewist. Stel deze waarden opnieuw in, indien gewenst.

15. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

+ AIS ü een opgeslagen gebruikersgeheugen wi kiezen, raakt u B/ Ü aan zodat “USER” wordt afgebeeld, en raakt u vervolgens het gebruikersmenunummer met & #54 aan.

Met VSE (Virtual Space Enhancer) bent u in stat de geluidsdrukbalans in uw auto te compenseren zodat hetzelfde geluidseffect wordt verkregen, ongeacht op welke stoel u zit, zoals aangetoond met compensatiesimulaties. In de procedure “Een functie kiezen” (zie biz. 44) stelt u AC-PROIII in op “STD”. + De fabrieksinstelling van VSE is “OFF” en op het VSE-basismenu is “FLAT”.

Deze functie is vooral geprogrammeerd met zes basismenu's. Kies het basismenu overeenkomstig uw voorkeuren.

3. Raak het ON/OFF-display met 4154 aan. Het VSE-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

Als VSE is ingesteld op “OFF”, heeft de VSE- instelling geen invloed op het weergavegeluid. Hiermee is de VSE-instelling voltooid. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

4. Raak B/U aan en kies “BASIC”.

Met iedere aanraking van B/U, wisselt de instelling tussen “BASIC” en “USER”.

5. Raak het VSE-basismenunummer met + #4 aan en kies het gewenste VSE-basismenu.

Nr. | Functienaam | Beschrijving 5 leur Viakke niveauregeling van de geluidsbron.

6. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

VSE instellen en opslaan (gebruikersgeheugen)

Door het maken van instellingen in het gebruikersgeheugen is het mogelijk de geluidsdrukverdeling te compenseren overeenkomstig uw Voorkeuren, gebaseerd op het VSE-basismenu. Maximaal zes gebruikersinstellingen kunnen in het gebruikersgeheugen worden opgeslagen. DIFFUSE:

Hiermee stelt u de afwijking van de verstrooide geluidsdruk in.

Hiermee stelt u de afwijking van de geluidsdruk in de breedterichting van de auto in.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de AC-Processor III Bediening van de AC-Processor III CAR LENGTH: Hiermee stelt u de afwijking van de geluidsdruk in de lengterichting van de auto in.

1. Druk op de [SOUND] toets.

3. Raak het ON/OFF-display met #44 aan. Het VSE-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

… Raak B/U aan en kies “BASIC of “USER”.

… Raak de rechterkant van het display met 4454 aan en kies het menu waarop u instellingen wilt maken.

6. Druk op de [A] toets.

7. Raak het instelitemdisplay met +854 aan en

kies “DIFFUSE”, “CAR WIDTH" of “CAR LENGTH".

8. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan en stel het item naar wens in.

+ Dit item kan worden ingesteld binnen het bereik van 1 tm 10.

9. Herhaal de stappen 7 en 8 om het gewenste item in te stellen.

10. Nadat u klaar bent met het instellen van

ieder item, raakt u RTN aan.

Het apparaat keert terug naar het oorspronkelike display en “>>” wordt afgebeeld op het BASIC- of USER-display. Met deze bediening is het instellen van de VSE voltooid. Om verder te gaan en de instelwaarden voor het VSE-gebruikersmenu op te slaan, voert u de volgende stappen uit.

. Raak RTN gedurende 1 seconde of langer

aan. De VSE-menulijst wordt afgebeeld.

12. Raak het gebruikersgeheugen waarin u de instelwaarden wilt opslaan gedurende 2 seconden of langer aan.

U hoort een lange pieptoon en de waarden die u tot en met stap 9 hebt ingesteld, worden opgeslagen in het VSE- gebruikersmenu.

Als ü een korte pieptoon hoort, worden de instelwaarden tot en met stap 9 gewist. Stel deze waarden opnieuw in, indien gewenst.

14. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

+ AIS ü een opgeslagen gebruikersgeheugen wilt kiezen, raakt u B/ Ü aan zodat “USER wordt afgebeeld, en raakt u vervolgens het gebruikersmenunummer met +454 aan.

Het P.EQ-menu kiezen

P.EQ (Parametrische Equalizer) stelt u in staat

het gehele frequentiebereik nauwkeurig te

compenseren tot een vloeiende kromme met

behulp van frequentiecompensatie

overeenkomstig het type auto dat u hebt.

In de procedure “Een functie kiezen” (zie bIz.

44) stelt u EQ SELECT in op “P.EQ".

+ De fabrieksinstelling van P.EQ is “OFF” en op het P.EQ-basismenu is “SEDAN-1”.

E Het P.EQ basismenu

Deze functie is vooraf geprogrammeerd met zes types P.EQ-basismenu, overeenkomstig het type auto dat u hebt en de montageposities van de luidsprekers. Kies het basismenu overeenkomstig uw type auto.

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak PEQ aan.

A- MODE DFE P.EQ GFF POSITION

3. Raak het ON/OFF-display met 454 aan. Het P.EQ-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

Als het P.EQ-effect is ingesteld op “OFF”, heeft de P.EQ-instelling geen effect op de geluidsbron. Hiermee is de P.EQ-instelling voltooid. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

4. Raak B/U aan en kies “BASIC”.

A Met iedere aanraking van B/U, wisselt de instelling tussen “BASIC” en “USER”.

5. Raak het P.EQ-basismenunummer met #45 4 aan en kies het P.EQ-basismenu.

Naam op het | Montagepositie van

6. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

P.EQ instellen en opslaan (gebruikersgeheugen)

In het gebruikersgeheugen kunt u de frequentiekarakteristieken compenseren overeenkomstig uw type auto, gebaseerd op het P.EQ-basismenu. Maximaal zes gebruikersinstellingen kunnen in het gebruikersgeheugen worden op geslagen. Voor verdere informatie, raadpleegt u “P.EQ instellen” .

1. Druk op de [SOUND] toets.

3. Raak het ON/OFF-display met #44 aan. Het P.EQ-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

4. Raak B/U aan en kies “BASIC” of “USER”.

5. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan en kies het menu waarop u instellingen wilt maken.

6. Druk op de [A] toets.

7. Raak de linkerkant van het display met 454 aan en kies “FRONT” of "REAR".

8. Raak het midden van het display met #84 aan en kies een instelitem. Met iedere aanraking met +454 worden de instelitems als volgt doorlopen: Instelitems

BAND + FREQ + Q + GAIN + BAND...

9. Raak de rechterkant van het display met #4#;4 aan en stel het item naar wens in.

+ “BAND” kan worden ingesteld binnen het bereik van 1 tm 3.

+ “FREQ" kan worden ingesteld binnen het bereik van 20 HZ Ym 20 kHz.

+ Kies een instelling voor “Q” uit 1, 3,5, 7 of 20.

+ “GAIN” kan worden ingesteld binnen het bereik van -12 dB Vm +12 dB.

10. Herhaal de stappen 7 Um 9 om het

gewenste item in te stellen.

. Nadat u klaar bent met het instellen van ieder

item, raakt u RTN aan.

Het apparaat keert terug naar het oorspronkelike display en “>>” wordt afgebeeld op het BASIC- of USER-display. Met deze bediening is het instellen van de P.EQ voltooid. Om verder te gaan en de instelwaarden voor het P.EQ-gebruikersmenu op te slaan, voert u de volgende stappen uit.

12. Raak RTN gedurende 1 seconde of langer aan. De P.EQ-menuljst wordt afgebeeld.

18. Raak het gebruikersgeheugen waarin u de instelwaarden wil opslaan gedurende 2 seconden of langer aan.

U hoort een lange pieptoon en de waarden die u

tot en met stap 10 hebt ingesteld, worden

opgeslagen in het P.EQ-gebruikersmenu.

Als u een korte pieptoon hoort, worden de

instelwaarden tot en met stap 10 gewist. Stel

deze waarden opnieuw in, indien gewenst.

15. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

+ AIS u een opgeslagen gebruikersgeheugen wilt kiezen, raakt u B/U aan zodat “USER” wordt afgebeeld, en raakt u vervolgens het gebruikersmenunummer met & #54 aan.

De instellingen die kunnen worden veranderd op het P.EQ-menu zijn de volgende: De middenfrequentie, versterking en Q-kromme kunnen worden opgeslagen in combinatie met een kanaal/band.

Bijvoorbeeld: middenfrequentie “250Hz”, versterkin! dB” en Q-kromme “3” kunnen worden opgeslagen voor band 1 voor. FRONT/REAR (keuze van het kanaal) Hiermee kiest u het kanaal (voor of achter) dat u wilt instellen.

BAND (keuze van de frequentieband) Hiermee kiest u de frequentieband (1 t/m 3) die u wilt instellen.

Stel de middenfrequentie (FREQUENCY), versterking (GAIN) en Q-kromme (Q) in voor iedere frequentieband.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de AC-Processor III FREQUENCY (keuze van de middenfrequentie)

Hiermee kiest u de middenfrequentie die moet worden gebruikt als het midden van de frequentieband die u wilt compenseren uit het bereik van 20 Hz Ym 20 kHz.

(in stappen van 1/3 octaaf, 81 punten)

GAIN (instelling van de versterking)

Hiermee stelt u de versterking (uitgangsniveau) in binnen het bereik van -12 dB /m +12 dB.

in stappen van 1 dB, 25 punten)

Q (keuze van de Q-kromme)

Hiermee stelt u de spitsheid van de Q-kromme in op 1, 8, 5, 7 of 20.

Het is niet nodig de frequentiekarakteristieken te compenseren als deze viak blijken (geen pieken of dalen) na meting van de frequentiekarakteristieken met een meetapparaat. Het gebeurt echter soms dat de frequentiekarakteristieken op bepaalde plaatsen omhoog lopen of omlaag vallen. AIS dat het geval is, moeten de frequentiekarakteristieken worden gecompenseerd. Creéer een frequentiekromme met karakteristieken die het tegenovergestelde zijn van de middenfrequenties van de delen waar de karakteristieken omhoog lopen en omlaag vallen om deze pieken en dalen op te heffen en de frequentiekarakteristieken zo viak mogelijk te maken.

Het 0 viak mogelik maken van de frequentiekarakteristieken wordt “compenseren” genoemd.

Op dit apparaat kunnen de frequentiekarakteristieken worden gecompenseerd door P.EQ (Parametrische Équalizer).

© Compensatie van frequentiekarakteristieken

Onderstaande figuur laat de verhouding zien

tussen de middenfrequentie, versterking en Q-

kromme Middentrequentie (F)_ Frequentie (Hz)

© a-kromme De Q-kromme wordt spitser als de numerieke waarde hoger wordt, en wordt ronder als de numerieke waarde lager wordt.

Viakke frequentiekarakteristieken kunnen worden verkregen door een Q-kromme te kiezen die het tegenovergestelde is van de kromme die u wilt compenseren.

Bediening van de radio

De displays in de radiofunctie

Het hoofddisplay wordt afgebeeld als u op de [ROTARY] knop drukt en de radiofunctie kiest.

Handmatig- indicator

Voorkeurnummer- display Frequentieband Titeldisplay Frequentiedisplay

Als u de linkerkant van het display gedurende 1 seconde of langer aanraakt, schakelt het display over naar de simpele bedieningsfunctie.

Titeldisplay. Frequentiedisplay

De frequentie die op dat moment wordt ontvangen wordt afgebeeld.

Als u het display van de standaardbedieningsfunctie met +-45+ of +454 aanraakt, kunt u zoek-afstemmen of handmatig afstemmen uitvoeren.

Hierop wordt de naam afgebeeld van de zender die op dat moment wordt ontvangen. Door deze naam aan te raken wordt het display omgeschakeld.

Frequentiebanddisplay AM: AM-frequentiebandnaam FM1:_ FMrequentiebandnaam

Voorkeurnummerdisplay Als u het display van de standaardbedieningsfunctie met + #54 aanraakt, kunt u een voorkeurgeheugen kiezen.

MODE Als u dit aanraakt, worden subfuncties afgebeeld. Door dit gedurende 1 seconde of langer aan te raken, wordt de voorkeurgeheugenlist afgebeeld.

P-SCAN: Dit wordt afgebeeld tjjdens het

voorkeurzender-scannen. AIs u dit aanraakt, stopt het voorkeurzender-scannen.

A-STORE: Dit wordt afgebeeld tjdens het automatisch opslaan. AIS u dit aanraakt, stopt het automatisch opslaan.

BAND Door dit aan te raken wordt de frequentieband

Als ü dit gedurende 1 seconde of langer

aanraakt, schakelt u om tussen de handmatige

afstemfunctie en de zoek-afstemfunctie.

<4D> (alleen op het display van de simpele bedieningsfunctie)

Door deze toetsen aan te raken kunt u zoëk-

afstemmen of stap-afstemmen (in de

handmatige afstemfunctie).

Door deze toetsen aan te raken en aangeraakt

te houden kunt u snel-afstemmen (in de

handmatige afstemfunctie).

H De voorkeurgeheugenlijst afbeelden

Deze lijst kunt u afbeelden door op het hoofddisplay gedurende 1 seconde of langer MODE aan te raken.

001 002 TT 008 87.5MHz 87. 9MHz » 98. 1MHz}"" 04. 1MHz__ 107. 9MHz _ 108. OMHz >

Zendernaam (of frequentie)

> Bezig met afstemmen RTN: Raak dit aan om terug te keren naar het hoofddisplay.

Naar de radio luisteren

1. Druk op de [ROTARY] knop om de radiofunctie te kiezen. Met iedere druk op de [ROTARY] knop, verandert de functie als volgt: Radio + (DAB) + CD / MP3 -> (CD-wisselaar) + (DVD-wisselaar) + (TV) + AUX + Radio... + De functie van een apparaat dat niet is aangesloten wordt niet afgebeeld. 2. Raak BAND aan om de frequentieband te veranderen. Met iedere aanraking van BAND, verandert de frequentieband als volgt: EM1 + FM2 + FM3 + AM (MW / LW) + FM...

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de radio

Bediening van de radio

Er zijn drie manieren waarop u kunt afstemmen: zoek-afstemmen, handmatig afstemmen en voorkeurzender-afstemmen.

Er zijn twee manieren voor zoek-afstemmen: DX SEEK en LOCAL SEEK.

Met DX SEEK stemt u automatisch af op alle zenders die ontvangen kunnen worden, terwi]l u met LOCAL SEEK alleen afstemt op zenders met een goede ontvangstkwaliteit.

1. Raak BAND aan om de gewenste frequentieband te kiezen (FM of AM (MW of LW).

2. Stem af op een zender.

+ Als MANU wordt afgebeeld, raakt u BAND aan gedurende 1 seconde of langer. “MANU" op het display gaat uit en zoëk- afstemmen is nu mogelik.

+ Als ‘TA’ op het display wordt afgebeeld, worden automatisch TP-zenders gezocht.

DX SEEK Als u het frequentiedisplay met & #54 aanraakt, begint het automatisch zoek-afstemmen op alle zenders.

Wanneer u met #4 aanraakt, wordt een zender

gezocht in de richting van hogere frequenties,

terwijl wanneer u met &H aanraakt, een zender

wordt gezocht in de richting van lagere

+ Nadat het zoek-afstemmen is begonnen, wordt “DX SEEK afgebeeld op het display.

LOCAL SEEK Als u het frequentiedisplay met +45+ aanraakt,

wordt zoek-afstemmen uitgevoerd, voor zenders

met een sterk signal. Er wort alleen afgestemd

op zenders met een goede ontvangstkwaliteit.

+ Nadat het zoek-afstemmen is begonnen, wordt “LO SEEK afgebeeld op het display.

Er zijn twee manieren waarop u handmatig kunt afstemmen: snel-afstemmen en stap- afstemmen.

In de stap-afstemfunctie verandert de frequentie stap voor stap. In de snel-afstemfunctie kunt u snel afstemmen op de gewenste frequentie.

1. Raak BAND aan gedurende 1 seconde of langer terwij! MANU niet wordt afgebeeld. Als MANU wordt afgebeeld is handmatig afstemmen mogelik.

2. Bedien het frequentiedisplay en stem af op een frequentie waarop wordt uitgezonden.

Raak het titeldisplay metÆ 4 # aan.

© Snel-afstemmen Raak het frequentiedisplay met ++ aan. Het afstemmen stopt zodra u uw vinger van het display afhaalt.

Een voorkeurzender oproepen Het oproepen van een voorkeurzender is een

bediening voor zenders die van tevoren in het geheugen zijn opgeslagen.

1. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan.

De voorkeurgeheugentist wordt afgebeeld.

2. Raak de zender aan waarnaar u wilt luisteren.

+ In de standaardbedieningsfunctie kunt u ook op een voorkeurzender afstemmen door het hoofddisplay aan te raken met 44.

E Het afstemmen annuleren 1. Raak RTN aan.

Voorkeurzenders handmatig

In totaal kunt u in het geheugen 24 afzonderlike voorkeurzenders opslaan (6-FM1, 6-FM2, 6- FM3, 6-AM).

1. Raak BAND aan om de frequentieband te veranderen.

2. Bedien het frequentiedisplay en stem af op de frequentie die u wit opslaan.

3. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan. De voorkeurgeheugenlijst wordt afgebeeld.

4. Raak het voorkeurnummer waaronder u de zender wilt opslaan gedurende 2 seconden of langer aan.

U hoort een lange pieptoon en de zender wordt in het geheugen opgeslagen.

Voorkeurzenders automatisch

U kunt automatisch één voor één afstemmen op maximaal zes zenders en deze automatisch opslaan.

2. Raak A-STORE gedurende 2 seconden of

MODE verandert in “A-STORE" en het

voorkeurnummer van het automatisch

opslaan wordt op het voorkeurnummerdisplay afgebeeld.

+ Zenders met een goede ontvangstkwaliteit worden automatisch gezocht en opgeslagen in het voorkeurgeheugen (onder voorkeumummers 1 tm 6) in oplopende volgorde vanaf de zender met de laagste frequentie.

+ Wanneer u automatisch voorkeurzenders opslaat, worden eerder opgeslagen zenders gewist.

+ AIS er minder dan zes zenders met een goede ontvangstkwaliteit worden gevonden met in de LOCAL SEEK-aistemfunctie, keert het apparaat automatisch terug naar de laagste frequentie en wordt het automatisch opslaan nogmaals uitgevoerd in de DX SEEK-afstemunctie. AIS daama nog steeds minder dan zes zenders worden gevonden, bljven de eerder opgeslagen zenders in het geheugen.

+ Als het automatisch opslaan wordt uitgevoerd op de FM-banden, worden de zenders opgeslagen in FMS, zelfs als FM of FM2 werd gekozen om de Zenders in op te slaan.

Voorkeurzender-scannen

Met voorkeurzender-scannen kunt u de voorkeurzenders één voor één controleren in de volgorde waarin ze in het geheugen zin opgeslagen.

1. Raak MODE aan. 2. Raak P-SCAN aan.

MODE verandert in “P-SCAN" en het

voorkeurnummer van het voorkeurnummer-

scannen wordt op het voorkeurnummerdisplay afgebeeld.

+ De huidig opgeslagen voorkeurzenders worden één voor één op volgorde ontvangen gedurende 7 seconden of langer elk. Zenders met een slechte ontvangst worden overgeslagen en de volgende zender wordt ontvangen.

Als het voorkeurzender-scannen op de FM-band wordt uitgevoerd, worden de FM- zenders in onderstaande volgorde ontvangen:

FM (1 6) -> FM2 (1 -> 6) -> FM3 (1 > 6)...

Als het voorkeurzender-scannen op de AM-band wordt uitgevoerd, worden de AM-zenders in onderstaande volgorde ontvangen:

AM (1 + 6) > AM (1 - 6) enzovoort.

Œ Het voorkeurzender-scannen

1. Raak P-SCAN aan. P-SCAN verandert in “MODE”, en de zender die werd ontvangen voordat op P-SCAN werd gedrukt, wordt weer ontvangen.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van RDS RDS (radio- informatiesysteem)

Dit apparaat is uitgerust met een ingebouwd RDS-decodersysteem zodat u gebruik kunt maken van de RDS-informatie die sommige zenders uitzenden.

Dit systeem kan de naam afbeelden van de zender die wordt ontvangen (PS) en kan automatisch overschakelen naar de zender met de beste ontvangstkwaliteit wanneer u grote afstanden aflegt.

Als verkeersinformatie of een verkeersprogramma wordt uitgezonden door een RDS-zender, kan automatisch overgeschakeld worden naar deze uitzending, ongeacht welke functie in werking is. Bovendien, als EON-informatie wordt ontvangen, kan automatisch worden overgeschakeld naar andere voorkeurzenders op hetzelfde netwerk, zodat de zender die wordt ontvangen kan worden onderbroken door het verkeersprogramma van andere zenders (TP). Deze functie is niet overal beschikbaar.

Als u de RDS-functie wilt gebruiken, moet u

altijd de radio eerst in de FM-ontvangstfunctie

Alternatieve frequentie

: Verbeterde overige netwerken Verkeersprogramma Programma-identificatie

+ Als dit apparaat een RDS-signaal ontvangt en de PS-informatie erin kan lezen, wordt de zendemaam op het display afgebeeld.

De AF-functie schakelt over naar een andere frequentie op hetzelide netwerk om een zo goed mogelik ontvangstkwaliteit te verkrijgen.

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

& De AF-functie in- en uitschakelen 1. Raak MODE aan.

2. RaakAF aan. Met iedere aanraking wisselt het AF-display tussen “ON” en “OFF”.

+ AIS de ontvangstkwaliteit van de huidige zender achteruit gaat, wordt “SEARCH” op het display afgebeeld en zoekt de radio naar hetzelfde radioprogramma op een andere frequentie.

M AF-functie tussen RDS en DAB Als hetzelide programma wordt uitgezonden door RDS en DAB, en deze functie is ingeschakeld, schakelt dit apparaat automatisch over zodat de uitzending met de beste ontvangstkwaliteit wordt ontvangen.

+ Deze functie werkt alleen als de DAB-eenheid DAH923 of DAH913 (optioneel) is aangesloten op het apparaat.

De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met &#,4 aan en kies bij “TUNER” het item “LINK ACT”.

ADJUST MODE LINK ACT. » _ ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4154 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

Het AF-overschakelen tussen DAB en RDS is ingeschakeld.

Het AF-overschakelen tussen DAB en RDS is uitgeschakeld.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

Bediening van RDS REG (regionaal programma)- functie

Als de REG-functie is ingeschakeld, kan automatisch worden afgestemd op de regionale zender met de beste ontvangstkwaliteit. Als deze functie is ingeschakeld en u tijdens het rijden het gebied van een andere regionale zender binnengaat, stemt het apparaat automatisch af op de zender met de beste ontvangstkwaliteit in die regio.

+ De fabrieksinstelling is OFF”.

+ Deze functie is uitgeschakeld wanneer een nationale zender, zoals BBC R2, wordt ontvangen.

+ De REG-functie ON/OFF-instelling is alleen van invloed als de AF-functie is ingeschakeld.

& De REG-functie in- en uitschakelen

2. Raak REG aan. Met iedere aanraking wisselt het REG- display tussen “ON” en “OFF”.

Handmatig op een regionale zender in hetzelfde netwerk afstemmen

+ Deze functie werkt alleen als de AF-functie is

De bediening verschilt afhankelik van de ON/

OFF-instelling van de REG-functie. Als de

REG-functie is ingesteld op ON, kunnen

uitzendingen met een exact overeenkomende

Pl-code worden ontvangen. Als de REG-

functie is ingesteld op OFF, kunnen

uitzendingen met hetzelfde soort Pl-code worden ontvangen.

+ Deze functie kan worden gebruikt wanneer een regionale uitzending van hetzelfde netwerk wordt ontvangen.

+ De Pl-code is een coderingssysteem dat een unieke code toekent aan iedere zender.

1. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan. De voorkeurgeheugenlijst wordt afgebeeld. 2. Raak het voorkeurnummer aan van de voorkeurzender die u wilt ontvangen.

TA (verkeersinformatie)

Als een uitzending met verkeersinformatie

begint in de TA-standbyfunctie, wordt die

uitzending met voorrang ontvangen, ongeacht de functie die in werking is, zodat u naar de verkeersinformatie kunt luisteren. Het is tevens mogelik automatisch op een verkeersprogramma (TP) af te stemmen.

+ Deze functie kan alleen worden gebruikt als “TP” op het display wordt afgebeeld. Als “TP” wordt afgebeeld betekent dit dat de RDS- zender die op dat moment wordt ontvangen programma's met verkeersinformatie uitzendt.

& De TA-standbyfunctie instellen

Als u op de [TA] toets drukt terwil alleen “TP” op het display wordt afgebeeld, worden zowel “TP” als ‘TA” op het display afgebeeld en wordt het apparaat in de TA-standbyfunctie gezet totdat een uitzending met verkeersinformatie begint. Zodra een uitzending met verkeersinformatie begint, wordt ‘TRA INFO” op het display afgebeeld. Als u op de [TA] toets drukt terwijl een uitzending met verkeersinformatie wordt ontvangen, stopt de ontvangst van de uitzending met verkeersinformatie en keert het apparaat terug naar de TA-standbyfunctie.

& De TA-standbyfunctie annuleren

Terwill ‘TP en ‘TA’ op het display worden

afgebeeld, drukt u op de [TA] toets. Op het

display gaat “TA” uit en de TA-standbyfunctie is

+ Als “TP” niet wordt afgebeeld, zal door op de [TA] toets te drukken de radio gaan zoeken naar een TP-zender.

M Een TP-zender zoeken

AIs ü op de [TA] toets drukt terwijl “TP” niet op het display wordt afgebeeld, wordt “TA” op het display afgebeeld en ontvangt het apparaat automatisch een TP-zender.

+ AIS een TP-zender niet kan worden ontvangen, wordt TP SEEK" afgebeeld en wordt het zoeken naar een TP-zender voortgezet. Als u nogmaals op de [TA] toets drukt, gaan “TA” en ‘TP SEEK” uit op het display en wordt het zoeken naar een TP-zender geannuleerd.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van RDS Bediening van RDS TP-zenders automatisch als voorkeurzender opslaan

U kunt automatisch maximaal zes TP-zenders in het voorkeurgeheugen opslaan. Als er minder dan zes TP-zenders kunnen worden ontvangen, zullen de zenders die eerder in het geheugen opgeslagen werden gehandhaafd bliven

1. Controleer dat “TA” wordt afgebeeld en raak MODE aan. Als “TA” niet wordt afgebeeld, drukt u op de [TA] toets zodat “TA” wordt afgebeeld.

2. Raak A-STORE gedurende 2 seconden of langer aan MODE verander in “A-STORE" en het voorkeurmummer van het automatisch opslaan wordt op het voorkeumummerdisplay afgebeeld. + TP-zenders met een goede ontvangstkwaliteit worden in het voorkeurgeheugen opgeslagen. + Zelis als u FM1 of FM2 hebt gekozen, wordt een TP-zender opgeslagen in het FM3- geheugen.

PTY Met deze functie kunt u naar een uitzending van

het gewenste programmatype luisteren, zelfs

als het apparaat in een andere

bedieningsfunctie staat dan de radio.

+ In sommige landen zijn PTY-uitzendingen nog niet beschikbaar.

+ In de TA-standbyfunctie, heeft een TP-zender voorrang boven een PTY-zender.

& De PTY-standbyfunctie instellen

Als u op de [BH1] toets drukt, wordt “PTY” op het display afgebeeld en wordt het apparaat in de PTY-standbyfunctie gezet. Zodra een uitzending van het gekozen programmatype begint, wordt de naam van het programmatype op het display afgebeeld.

E De PTY-standbyfunctie annuleren

Houd de [BH] toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt. Op het display gaat “PTY” uit en de PTY-standbyfunctie is geannuleerd

M Een PTY-onderbrekingsuitzending annuleren

Druk tijdens een PTY-onderbrekingsuitzending op de [HI] toets. De PTY- onderbrekingsuitzending wordt geannuleerd en dit apparaat keert terug naar de PTY- standbyfunctie.

Een programmatype (PTY) Programma type benaming kiezen ENGLISH DEUTSCH SVENSKA FRANÇAIS mhoud News Nachrich Nyheter Infos Nieuws 1. Als u op de [HI] toets drukt, roept het Affairs Aktuell Akiuellt Magazine Actualiteten apparaat de PTY-keuzefunctie op. Info Service Info Services Informatie 2. Raak de rechterkant van het display met Sport Sport Sport Sport Sport +454 aan of draai de [ROTARY] knop en Educate Bildung Utbilan Educatif Educatie Kies een programmatype. à | Drama Hôr + Lit Teater Fiction Drama ‘ D ongsagene de fabrieksinstellingen die Culture Kuïur Kuïtur Culture Cuituur Science Wissen Vetenskp Sciences Wetenschap Vooreur Programmatype Varied Unterh Underh Divers Varia en gesprekken| number [ENGLISH |Inhoud PopM Pop Pop M Pop Pop muziek 001 [News Nieuws Rock M Rock Rock M Rock Rock muziek 002 |Into Informatie Easy M U-Musik Lätiyss Chansons Melo: ontspanningsmuiek 003 [Pop M Pop muziek Light M L-Musik LKlass M CILég Licht Kassiek 004 | Sport Sport Classics E-Musik Klassisk Ciassiq Klassiek 005 Classics —|Klassiek Other M = Musik Ovrig m Autre M Overige muziek 006 |EasyM —|Melodiszontspanningsmuzien Weather Wetter Väder Météo Weerbericht Wirisch Ekonomi Economie Economie 8. De PTY-keuzefunclie wordt automatisch 7 Kinder For pam Enfants Voorknderen seconden nadat on programmatype is al Soziales Socialt Société Maatschappelik gekozen, of RTN is aangeraakt, geannuleerd. Religion Religion Andligt Religion Religie Phone In Anruf Telefon Forum Doe meel Travel Reise Resor Voyages Reizen Een programmatype (PTY) Leisure Freizeit Fritid Lois Vie tjd zoeken Jazz Jazz Jazz Jazz Jazz 1. Als u op de [BH] toets drukt, wordt de PTY- Country Country Country Country Country muziek Keuzetunctie opgeroepen Nation M Landes M Nation m Ch pays Nationale muziek 2. Raak het midden van het display met 454 Oldies Oldies Oidies Rétro Goune Ouwe aan of draai de (ROTARY] knop en kies een Folk M Folklore Folkm Folklore Volkmuziek programmatype. Document Feature Dokument Document Documentaires 3. Raak de linkerkant van het display met 4H54 aan. Wanneer het display met # iwordt 3. Raak RTN gedurende 1 seconde of langer Nooduitzending

aangeraakt, zoekt het apparaat met oplopende

frequentie naar een PTY-uitzending, en

wanneer het display met + 4: wordt aangeraakt,

Zoekt het apparaat met aflopende frequentie

naar een PTY-uitzending.

+ AIS geen zender wordt gevonden met de gekozen PTY-uitzending, keert het apparaat terug naar de Voorgaande functie.

Het PTY-voorkeurgeheugen

1. Als u op de [BH] toets drukt, wordt de PTY- keuzefunctie opgeroepen

2. Raak het midden van het display met 4454 aan en kies een programmatype. U kunt kiezen uit de 29 programmatypen in de volgende tabel.

De PTY-voorkeurgeheugenlist wordt

afgebeeld. Raak het voorkeurnummer waaronder u het

Als een nooduitzending wordt ontvangen, worden alle functiebedieningen afgebroken,

wordt “ALARM op het display afgebeeld, en

gekozen programmatype wilt opslaan gedurende 2 seconden of langer aan.

Ü hoort een lange pieptoon en het gekozen programmatype wordt in het PTY-

voorkeurgeheugen opgeslagen

wordt de nooduitzending ontvangen en weergegeven.

H De nooduitzending annuleren Als ü op de [AF] toets op de afstandsbediening

drukt, wordt de nooduitzending geannuleerd.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van RDS De taal van het PTY-display

U kunt een taal kiezen uit de vier beschikbare

talen (Engels, Duits, Zweeds of Frans) waarin

het programmatype op het display kan worden

+ De fabrieksinstelling is “ENGLISH”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met 4454 aan en kies bij “TUNER” het item “LANGUAGE”.

ADJUST MODE LANGUAGE » ENGLISH

3. Raak de rechterkant van het display met #44 aan of draai de [ROTARY] knop en kies een taal.

+ Kies een taal uit ENGLISH (Engels), DEUTSCH (Duits), SVENSKA (Zweeds) en FRANÇAIS (Frans).

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

De RDS-onderbreking instellen terwijl de 2-ZONE- functie in gebruik is (RDS-INT 22)

Al deze functie op wordt ingesteld “ON” en zich een RDS-onderbreking voordoet terwill de 2- ZONE-functie in gebruik is, kan de RDS- informatie worden ontvangen.

+ Als zich een RDS-onderbreking voordoet, wordt de 2-ZONE-functie uitgeschakeld.

+ Als zich een alarmonderbreking voordoet terwijl “RDS-INT 27" is ingesteld op “OFF”, wordt de RDS-informatie ontvangen.

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #42 # aan en kies bij “TUNER het item “RDS-INT 2Z”.

ADJUST MODE Œafl RS NTZ» ON

3. Raak de rechterkant van het display met Æ454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

De RDS-informatie wordt ontvangen

wanneer zich een RDS-onderbreking

voordoet terwijl de 2-ZONE-functie in gebruik is.

Wanneer de 2-ZONE-functie in gebruik is,

wordt geen RDS-informatie ontvangen,

uitgezonderd een alarmonderbreking.

+ AIS de radiofunctie is gekozen terwijl TA (verkeersinformatie) en PTY zjin ingeschakeld, worden de onderbrekingen ontvangen, zelfs als RDS onderbreking is uitgeschakeld.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

Volume-instelling van TA, nooduitzending (ALARM) en

PTY Het volume van de TA-, ALARM en PTY- onderbrekingsuitzendingen kan worden ingesteld tijdens de TA-, ALARM- en PTY- onderbrekingsuitzendingen.

+ De fabrieksinstelling is “15”.

Tijdens een TA-, ALARM- of PTY-

onderbrekingsuitzending, draait u de [ROTARY]

Knop rechtsom of linksom en stelt u het volume

in op het gewenste niveau (0 tm 33).

+ Als de TA-, ALARME of PTY- onderbrekingsuitzending is afgelopen, keert het volume terug naar het niveau dat was ingesteld véér de onderbrekingsuitzending.

Bediening van de CD/MP3/WMA-speler

De displays in de CD-functie

Het hoofddisplay wordt afgebeeld als u op de [ROTARY] knop drukt en de CD-functie kiest.

indicator Mapdisplay Titeldisplay Trackweergavetijd-

Als u de linkerkant van het display gedurende 1 seconde of langer aanraakt, wordt de bedieningsfunctie omgeschakeld.

Titeldisplay. Track/weergavetid-display

Trackweergavetijd-display 01/02: 00:

Het nummer van de track die wordt weergegeven en de weergavetijd worden afgebeeld.

AIS u in de standaardbedieningsfunctie het display met +154 of ++ aanraakt, kunt u de track die u wilt weergeven kiezen, of vooruit-/ achteruitspoelen.

Titeldisplay Als u het titeldisplay aanraakt, verandert het display.

Mapdisplay (in het geval van MP3/WMA) Als u in de standaardbedieningsfunctie het display met 4154 aanraakt, kunt u een map kiezen.

MODE: Als ü dit aanraakt, worden subfuncties afgebeeld. Als u in het geval van MP3/WMA dit gedurende 1 seconde of langer aanraakt, wordt de mappenlist afgebeeld.

+ Deze functie werkt alleen als een disc wordt weergegeven -SCAN/-SCAN: Dit wordt afgebeeld tijdens scanweergave. Door dit aan te raken, wordt de scanweergave gestopt. -RPT/lB-RPT. Dit wordt afgebeeld tijdens herhaalde weergave. Door dit aan te raken, wordt de herhaalde weergave gestopt. #-RDM/B-RDM: Dit wordt afgebeeld tijdens willekeurige weergave. Door dit aan te raken, wordt de willekeurige weergave gestopt.

Door dit aan te raken begint de weergave vanaf

de eerste track op de disc of in de map die

<4D> (alleen op het display van de simpele bedieningsfunctie)

Door deze toetsen aan te raken kunt u de track

kiezen die u wilt weergeven.

Door deze toetsen te bliven aanraken kunt u de

tracks vooruit-/achteruitspoelen.

& Mappenlijstdisplay (in het geval van MP3/WMA)

Deze lijst kunt u afbeelden door op het hoofddisplay gedurende 1 seconde of langer MODE aan te raken.

Mapnummer Als dit gris wordt afgebeeld, kunt u de map niet kiezen.

D): Bezig met kiezen

Als ü een mapnaam aanraakt, keert het display terug naar het hoofddisplay en begint de weergave vanaf de eerste track in de map die u hebt aangeraakt.

<PREV-RTN: Als ü dit aanraakt, wordt de voorgaande mappeniist afgebeeld. Door dit gedurende 1 seconde of langer aan te raken, keert het display terug naar het hoofddisplay.

NEXT: Als ü dit aanraakt, wordt de volgende mappenlijst afgebeeld.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de CD/MP3/WMA-speler

Bediening van de CD/MP3/WMA-speler

MP3 is een audiocompressiemethode die is geclassificeerd als audiolaag 3 van de MPEG- norm.

Deze audiocompressiemethode is populair geworden bij computergebruikers en uitgegroeid tot de standaardnorm.

MP3 heef als eigenschap de originele audiodata tot ongeveer 10% van de oorspronkelike grootte te comprimeren terwijl de hoge geluidskwaliteit behouden blijft. Dit betekent dat ongeveer 10 muziek-CD's kunnen worden opgenomen op een CD-R-disc of CD- RW-disc, waardoor lang naar muziek geluisterd kan worden zonder dat de CD moet worden verwisseld.

WMA is de afkorting van Windows Media Audio: een audiobestandsformaat ontwikkeld door Microsoft Corporation.

+ Als u een bestand weergeeft met DRM (Digital Rights Management = digitale-rechtenbeheer) ingeschakeld voor wma, zal er geen geluid worden uitgevoerd (de WMA-indicator knippert).

+ Windows Media en het Windows@-logo zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.

© DRM (Digital Rights Management) uitschakelen: + In het programma Windows Media Player 8, Klik op het TOOLS + OPTIONS -+ COPY MUSIC-tabblad, en klik vervolgens onder COPY SETTINGS in het selectievakje PROTECT CONTENT zodat het vinkje uitgaat. Bouw vervolgens de bestanden opnieuw op. In het programma Windows Media Player 9, Klik op het TOOLS + OPTIONS + MUSIC RECORD-tabblad, en kiik vervolgens onder COPY SETTINGS in het selectievakje PROTECT CONTENT zodat het vinkje uitgaat. Bouw vervolgens de bestanden opnieuw op. Gebruik door uzelf opgebouwde WMA- bestanden voor eigen verantwoording.

Voorzorgsmaatregelen voor het creëren van een MP3-disc of WMA-disc

© Bruikbare bemonsteringssnelheden en overdrachtsnelheden:

1. MP3: Bemonsteringsfrequentie: 11,025 KHz t/m 48 kHz Overdrachtsnelheid: 8 kbps tm 320 kbps / VBR

2. WMA: Overdrachtsnelheid: 48 kbps tm 192 kbps

1. Voeg altid een bestandsextensie (“.MP3” of “WMA') toe aan een MP3- of WMA-bestand met behulp van enkel-byte letters. Als u een andere dan de gespecificeerde bestandsextensie toevoegt, of vergeet een bestandsextensie toe te voegen, kan het bestand niet worden weergegeven.

2. Bestanden die geen MP3WMA-data bevatten kunnen niet worden weergegeven. De aanduiding “--: --" wordt op het weergavetijddisplay afgebeeld als u probeert bestanden weer te geven die geen mp3/ wma-data bevatten.

© Logisch formaat (bestandssysteem)

1. Bij het schrijven van een MP3AWMA-bestand op een CD-R-disc of CD-RW-disc, moet u “S09660 level 1, 2 of JOLIET of Romeo” kiezen als formaat van de schrifsoftware. Normale weergave is niet mogelik als de disc is opgenomen in een ander formaat.

2. De mapnaam en de bestandsnaam kunnen worden afgebeeld als de titel in het geval van MPS3/WMA-weergave, maar de titel moet korter zijn dan 128 enkel-byte alfanumerieke tekens (inclusief de bestandsextensie).

3. Geef een bestand niet dezelide naam als de map waarin deze zit.

© Mapstructuur 1. Een disc mag een mapstructuur van maximaal 8 hiérarchische niveaus diep hebben.

© Aantal bestanden of mappen

1. Maximaal 255 bestanden kunnen per map worden herkend. Maximaal 500 bestanden kunnen worden weergegeven.

2. De tracks worden weergegeven in de volgorde waarin deze op de disc werden opgenomen. (De tracks worden niet altijd weergegeven in dezelfde volgorde die op een computer wordt aangegeven.)

3. Enige ruis kan optreden afhankelik van het type codeersoftware dat voor de opname werd gebruikt.

Multisessies kiezen Met deze functie kunt u 6f CD-DA-bestanden, 6f MP3/WMA-bestanden kiezen in het geval een disc (bijv. een CD-EXTRA-disc) een combinatie van CD-DA:bestanden en MP3/WMA-bestanden bevat. 1. Raak MODE aan. 2. Raak M-SESS aan. Met iedere aanraking van M-SESS wisselt het M-SESS-display tussen “CD” (CD-DA- weergave) en “MP3/WMA” (MP3/WMA- weergave). + Als M-SESS niet wordt afgebeeld, raakt u NEXT aan. 3. Raak RTN aan. De instelling voor het kiezen van multisessies is van kracht de volgende keer dat u een CD in het apparaat plaatst. Opmerking: + Als u een CCCD (Copy Control CD) weergeeft, stelt u de instelling in op het CD-type. Als dit is

ingesteld op het MP3/WMA-type, kan in sommige gevallen de CD niet normaal worden weergegeven.

Wees voorzichtig dat uw hand of vingers niet bekneld raken bij het openen en sluiten van het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL.

+ Als het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL niet volledig wordt geopend, opent u het voorzichtig met uw hand.

+ Nadat u een CD hebt geplaatst, sluit u altjd eerst het KANTELEND BEDIENINGSPANEEL.

+ Probeer niet uw hand of vinger in de discgleut te steken. Steek ook nooit vreemde voorwerpen in de discgleuf.

+ Steek ook nooit discs in de discgleuf waarop liimresten onder plakband of verhuurstickers uitkomt, of discs waarop nog restanten van plakband of verhuurstickers zitten. Het kan onmogelijk ziün dergelijke discs uit het apparaat te werpen en ze kunnen tot storing leiden.

1. Druk op de [Æ] toets. Het bedieningspaneel gaat open. 2. Plaats de disc in de discgleuf. Nadat de disc is geplaatst gaat het bedieningspaneel automatisch dicht. Opmerkingen: + Steek nooit vreemde voonwerpen in de discgleuf. + Als de CD niet gemakkelik kan worden geplaatst, kan het zijn dat er reeds een andere CD in de discgleuf zit, of dat het apparaat moet worden gerepareerd.

+ Discs zonder het (NES of MES logo en CD- ROMS kunnen niet door dit apparaat worden weergegeven.

+ Het is mogeljk dat sommige CDS opgenomen in de GD-R/CD-RW-unctie niet bruikbaar zjn.

Een 8-cm CD plaatsen

U heeft geen adapterring nodig om een 8-cm CD weer te geven. Plaats de 8-cm CD in het midden van de discgleuf.

U kunt een CD uitwerpen door op de [A] toets te drukken, zelfs als het apparaat is uitgeschakeld of met de contactsleutel de stroom is onderbroken.

Nadat de disc is uitgeworpen, drukt u op de [4] toets om het bedieningspaneel te sluiten. AIS u het bedieningspaneel open laat staan, hoort u een dubbele pieptoon en gaat het bedieningspaneel automatisch dicht.

1. Druk op de [A] toets.

Het bedieningspaneel gaat open en de disc

wordt uitgeworpen. De functie wordt

automatisch ingesteld op de radiofunctie.

+ Zorg ervoor dat u een uitgeworpen disc uit het apparaat verwijdert. Als u de disc in de discgleuf laat zitten, wordt deze na 15 seconden of langer automatisch weer in het apparaat getrokken en gaat het bedieningspaneel dicht (automatisch opnieuw plaatsen).

+ Single-CD's worden niet automatisch opnieuw geplaatst. Zorg ervoor dat u een single-CD uit het apparaat haalt nadat deze is uitgeworpen.

| À VOORZICHTIG Als u buitensporige kracht gebruikt om een disc te plaatsen nadat deze is uitgeworpen, kan de disc worden bekrast. Haal de disc eruit voordat u deze weer plaatst.

Een disc beluisteren die al in het apparaat is geplaatst

1. Druk op de [ROTARY] knop om de CD- functie te kiezen. + De weergave begint automatisch nadat de functie is veranderd in de CD-functie.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de CD/MP3/WMA-speler

Bediening van de CD/MP3/WMA-speler

De weergave pauzeren 1. Druk op de [B-HI] toets.

HE De weergave hervatten .… Druk nogmaals op de [BI] toets.

Als een CD-R of CD-RW is geplaatst waarop een MP3-bestand of WMA-bestand is opgenomen, kunt u alleen tracks kiezen die in dezelfde map zijn opgenomen door het trackdisplay met +454 aan te raken.

1. Als u naar de volgende track wilt luisteren, raakt u het trackdisplay met 454 aan.

2. Als ü naar de voorgaande track wilt luisteren, raakt u het trackdisplay tweemaal met +48 aan.

Door met #54 aan te raken wordt de

volgende track weergegeven. Als u vaker

met 54 aanraakt, verspringt u hetzelide aantal tracks vooruit als u met #4 hebt aangeraakt, waama de weergave van de track begint.

Door met + I aan te raken wordt de

voorgaande track weergegeven. AIS u vaker

met #45 aanraakt, verspringt u hetzelde

aantal tracks achteruit als u met #45 hebt aangeraakt, waama de weergave van de track begint.

+ Als u het trackdisplay tweemaal met 445 aanraakt terwijl het begin van een track wordt weergegeven, wordt soms twee tracks achteruit gesprongen, en begint de weergave van die track.

Om een andere map te kiezen, raakt u het mapdisplay met + #54 aan of voert u de volgende stappen uit.

1. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan. De mappenlijst wordt afgebeeld. Door PREV of NEXT aan te raken wordt het voorgaande of volgende gedeelte van de mappenlist afgebeeld.

2. Raak de mapnaam aan.

M De afspeellijst weergeven

U kunt een afspeellijst (een M3U-bestand) weergeven.

Merk echter op dat van de M3U-bestanden die op dat moment tot vijf lagen diep (inclusief de

root) in de hiérarchie zijn opgeslagen, slechts de bovenste vijf bestanden met een nieuwe tijdstempel kunnen worden weergegeven.

+ Maximaal 255 bestanden van een enkele afspeelljst kunnen worden weergegeven.

+ Alleen MP3- of WMA-bestanden die op dat moment tot vif lagen diep (inclusief de root) in de hiérarchie zjn opgeslagen, kunnen worden weergegeven

Ga als volgt te werk om een afspeellijst weer te geven.

1. Raak MODE aan. 2. Raak NEXT aan.

3. Raak PLY LIST aan. Het lezen van de afspeellist begint. Wanneer het lezen van de afspeelljst klaar is, start de weergave van de afspeellist met de meest recente tijdstempel automatisch. De bediening voor het kiezen van de afspeellist of tracks op de afspeelljst is dezelfde als die voor het kiezen van een map of tracks in een map.

+ PLY LIST wordt niet afgebeeld als geen correcte afspeelljst (een MSU-bestand) is opgeslagen op de CD-R of CD-RW die in het apparaat is geplaatst.

H De weergave van de afspeellijst stoppen

1. Raak MODE aan. 2. Raak NEXT aan. 3. Raak PLY LIST aan.

Vooruit- en Achteruitspoelen

1. Om vooruit te spoelen raakt u het trackdisplay met #5+ aan.

2. Om achteruit te spoëlen raakt u het trackdisplay met +4 aan.

De beginfunctie doet de CD-speler terugkeren naar het begin van de eerste track op de CD.

1. Raak TOP aan. De weergave begint vanaf de eerste track (tracknummer 1).

In het geval van MP3/WMA, keert de CD- speler terug naar de eerste track in de map die wordt weergegeven.

Met deze functie kunt u de eerste 10 seconden van iedere track op de disc weergeven.

2. Raak Z-SCAN aaï MODE verandert in scanweergave begint.

+ De scanweergave begint vanaf de track die volgt op de track die op dat moment wordt weergegeven.

E De scanweergave stoppen

1. Raak Z-SCAN aan. 4-SCAN verandert in “MODE” en de track die werd weergegeven toen u Z-SCAN aanraakte, wordt weergegeven.

Mapscanweergave Met deze functie kunt u de eerste 10 seconden

weergeven van de eerste track in iedere map op een MP3-disc of WMA-disc.

2. Raak f-SCAN aan MODE verander in “-SCAN" en de mapscanweergave begint.

+ De mapscanweergave begint vanaf de map die volgt op de map die op dat moment wordt weergegeven.

HE De mapscanweergave stoppen

1. Raak B-SCAN aan. B-SCAN display changes toverandert in “MODE” en de weergave begint vanaf de track die werd weergegeven toen u B- SCAN aanraakte.

Met deze functie kunt u de huidige track herhaaldelik weergeven.

2. Raak Z-REPEAT aan. MODE verandert in “/-RPT' en de herhaalde weergave begint.

H De herhaalde weergave stoppen

1. Raak Z-RPT aan. æ-RPT verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u J-RPT aanraakte.

Herhaalde mapweergave

Met deze functie kunt u de map die op dat moment wordt weergegeven herhaaldelik weergeven. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer een CD-R of CD-RW waarop MP3- bestanden of WMA-bestanden zijn opgenomen, is geplaatst.

2. Raak B-REPEAT aan. MODE verandert in “B-RPT" en de herhaalde mapweergave begint.

H De herhaalde mapweergave stoppen

1. Raak B-RPT aan. I-RPT verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u B-RPT aanraakte.

Willekeurige weergave Met deze functie kunt u alle tracks die op een

disc zijn opgenomen in willekeurige volgorde weergeven.

2-RANDOM Hiermee geeft u alle tracks op de disc in willekeurige volgorde weer.

Als de disc twee of meer mappen bevat, worden alle tracks in de map in willekeurige volgorde weergegeven, gevolgd door alle tracks in de volgende map. Dit proces herhaalt zich voor alle mappen.

B-RANDOM Hiermee geeft u alle tracks op de disc in willekeurige volgorde weer.

Dee functie is alleen beschikbaar wanneer een CD-R of CD-RW waarop MP3-bestanden of MWA-bestanden zijn opgenomen, is geplaatst.

1. Raak MODE aan. 2. Raak Z-RANDOM of ig-RANDOM aan.

MODE verandert in “?-RDM" of “B-RDN', en de willekeurige weergave begint.

HE De willekeurige weergave stoppen

1. Raak 2-RDM of B-RDM aan. -RDM of B-RDM verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u #-RDM of B-RDM aanraakte.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Meerdere personen luisteren naar twee verschillende muziekbronnen (2-ZONE-functie)

De 2-ZONE-functie kan afzonderlijk geluid uitvoeren naar de MAIN-zone en de SUB-zone doordat het apparaat twee bronnen tegelijkertijd kan verwerken, zodat twee of meer luisteraars naar twee verschillende muziekbronnen kunnen luisteren.

Dit apparaat kan de interne bronnen (radio, CD, MP3, enz.) weergeven en kan daarnaast tegelikertijd material weergeven vanaf externe apparatuur, die is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel (biv. CD-wisselaar, enz.).

De bronnen van de MAIN-Zone worden weergegeven via de luidsprekers in uw auto, en de bronnen van de SUB-Zone worden weergegeven via de hoofdtelefoon (WH143).

HOOFD SUB De bovenste twee afbeeldingen zin voorbeelden wanneer een geluidsbron wordt weergegeven door een interne bedieningsfunctie van het apparaat (radio, CD, AUX) via de luidsprekers.

De onderste afbeelding is een voorbeeld

wanneer een geluidsbron wordt weergegeven

door een externe bedieningsfunctie van het apparaat (CD-wisselaar, DVD-wisselaar, TV,

AUX) via de luidsprekers.

+ De fabrieksinstelling is “OFF”.

+ De 2-ZONE-functie is niet beschikbaar als DAB is aangesloten.

+ Door aan de [ROTARY] knop op het apparaat te draaien verandert alleen het volumeniveau van het geluid uit de luidsprekers.

De AUX-SENS-instelling heeft betrekking op zowel de luidsprekers als de hoofatelefoon.

& Het display bij gebruik van de 2- ZONE-functie

In het midden van het display wordt “INT.” (interne functie) of “EXT.” (externe functie) afgebeeld om aan te geven of u de weergave van een interne bedieningsfunctie of een externe bedieningsfunctie hoort in de huidige bedieningsfunctie van de 2-ZONE-functie.

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak 2-ZONE aan.

Dolby PLII P.E! 2-ZONE ADF 2OFFE <OFF=

3. Raak in het midden van het display ON/OFF aan gedurende 1 seconde of langer.

Als 2-ZONE is ingesteld op ON, wordt het huidige type 2-ZONE afgebeeld.

De 2-ZONE-functie kan niet worden gebruikt wanneer 2-ZONE is ingesteld op OFF. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

4. Raak het ON/OFF-display met + #4 aan en kies het type 2-ZONE.

2-ZONE-type vl Luidsprekers [Fu Hoofateletoon Intern Extem

TyPe 1 | {interne functie) | (externe tunctie) Extem Intern

Type 2 | {exteme functie) (interne functie)

5. Raak het luidsprekerdisplay of het hoofdtelefoondisplay aan en kies de bedieningsfunctie van de 2-ZONE-functie. Als u het luidsprekerdisplay aanraakt, kunt u de geluidsbron bedienen die via de luidsprekers wordt weergegeven.

Al u het hoofdtelefoondisplay aanraakt, kunt u de geluidsbron bedienen die via de hoofdtelefoon wordt weergegeven.

6. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Meerdere personen luisteren naar twee verschillende muziekbronnen (2-ZONE-functie)

M De 2-ZONE-functie in- en uitschakelen

1. Houd de [SOUND] toets op het apparaat gedurende 1 seconde of langer ingedrukt.

M Het 2-ZONE-type omschakelen

Houd de [TA] toets op het apparaat gedurende 1 seconde of langer ingedrukt terwijl de 2- ZONE-functie is ingeschakeld.

E De bedieningsfunctie van de 2-ZONE- functie omschakelen

Druk op de [TA] toets op het apparaat terwijl de 2-ZONE-functie is ingeschakeld.

De functie kiezen wanneer de 2-ZONE-functie is ingeschakeld

Als u een CD plaatst terwijl de 2-ZONE-functie is ingeschakeld, veranderen de bedieningsfuncties van de interne functie van dit

apparaat naar de CD-functie en begint de weergave automatisch.

1. Druk op de [TA] toets op het apparaat om de bedieningsfunctie van de 2-ZONE-functie om te schakelen.

Het (luidspreker- of hoofdtelefoon-) display van de geluidsbron die op dat moment kan worden bediend, wisselt om.

2. Houd de [TA] toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt en kies het 2-ZONE-type. Het display wisselt tussen "INT." en “EXT.

3. Druk op de [ROTARY] knop.

Met iedere druk op de [ROTARY] knop terwijl “INT.” wordt afgebeeld, verandert de functie in onderstaande volgorde:

Radio + CD -> AUX -> Radio...

Met iedere druk op de [ROTARY] knop terwi] “EXT." wordt afgebeeld, verandert de functie in onderstaande volgorde:

AUX + (CD-wisselaar) + (DVD-wisselaar) + (TV *) + AUX...

+ De functie van een apparaat dat niet is aangesloten wordt niet afgebeeld.

“Als de TV-functie is gekozen, verandert de functie automatisch naar de VTR-functie en kan niet worden veranderd.

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Het display in de titelinvoerfunctie

Dit wordt afgebeeld wanneer de titelinvoerfunctie is gekozen (zie blz. 14).

a: Kieine letters 0-9: Cijfers Leestekens

Titeldisplay De huïdig ingevoerde titel wordt afgebeeld. Raak dit display met #45 4 aan en kies de invoerpositie. Door dit display gedurende 2 seconden of langer aan te raken, verdwijnen alle tekens van de titeltekst.

SpUe|I8p2N Invoertekstdisplay Raak dit display met #44 aan en kies de tekst die u wilt invoeren.

RTN Door dit aan te raken wordt het invoeren van titels geannuleerd en keert het apparaat terug naar het oorspronkelijke display. Door dit gedurende 1 seconde of langer aan te raken wordt de tekstlist afgebeeld die hoort bij het huidige teksttype.

MEMO Door dit gedurende 2 seconden of langer aan te raken kunt ü de ingevoerde titel opslaan, en keert het apparaat terug naar het oorspronkelijke display.

Deze lijst kunt u afbeelden door op het hoofddisplay gedurende 1 seconde of langer RTN aan te raken.

SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Teksttype De tekst die wordt afgebeeld verandert aan de hand van de instelling op het teksttypedisplay. Als het teksttypedisplay is ingesteld op “A": AEIMQU X (spatie) Als het teksttypedisplay is ingesteld op “a”: aeimqu Als het teksttypedisplay is ingesteld op “0-9”, “7 of "À": Alle tekens worden afgebeeld. RTN Als u dit aanraakt, keert het display terug naar het hoofddisplay. NEXT Als ü dit aanraakt, wordt de volgende tekstlijst afgebeeld.

U kunt TV-zenders en CD's een titel van maximaal 10 tekens geven. Deze titels kunnen worden afgebeeld wanneer een TV-uitzending wordt ontvangen of een CD wordt weergegeven.

Het aantal titels dat u kunt invoeren is als volgt:

Functie Aantal titels CD-unctie 50 titles TVunctie 20 titles CD-wisselaarfunctie | Aantal titels DOZ628 aangesloten | 100 titles CDC655Tz aangesloten| 100 titles CDC1258z aangesloten| 50 tiles

1. Ontvang de TV-zender of geef de CD weer waarvan u de titel wilt invoeren.

2. Raak het midden van het display aan om het gebruikerstiteldisplay op te roepen. Het display verandert naar het gebruikerstiteldisplay en “USER” wordt afgebeeld boven het voorkeurmummerdisplay.

3. Houd de [A] toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt. De functie verandert naar de titelinvoerfunctie.

4. Raak dit display met +854 aan en kies de invoerpositie. De positie van de knipperende tekst wordt naar links of rechts verplaatst.

+ U kunt maximaal 10 tekens invoeren.

Als u op de terugsteltoets drukt wordt alle inhoud, waaronder de titels, uit de gebruikersgeheugens van dit apparaat gewist.

5. Raak het teksttypedisplay met +454 aan en kies het teksttype. Met iedere aanraking met & #4 verandert het teksttype als volgt: Hoofdietters (spatie) ABCDEFGHIJKLMNOPQ RSTUVWXYZ Kleine letters abcdefghijkimnopqrstuvwxyz Cijfers 0123456789 Leestekens, Accenten AÂÉÉEËÏÆODääééeéiôüæo

6. Raak de rechterkant van het display met +454 aan, of draai de [ROTARY] knop en Kies het teken dat u wilt invoeren.

7. Herhaal de stappen 4 tm 6 om de hele titel in te voeren. Als u het titeldisplay gedurende 2 seconden of langer aanraakt, verdwifnen alle tot dan toe ingevoerde tekens van de titeltekst.

8. Raak MEMO gedurende 2 seconden of langer aan. U hoort een lange pieptoon en de titel wordt in het geheugen opgeslagen.

EH Het titeldisplay veranderen in het klokdisplay of een ander display Raak het midden van het display aan.

M Als u een nieuwe titel opslaat terwijl het maximale aantal titels al is opgeslagen

In het geval van een TV-zender

De titels die niet zin opgeslagen in de voorkeurkanalen worden automatisch gewist en de nieuwe titel wordt in het geheugen opgeslagen.

In het geval van een CD Titels van CD's die het minst zijn weergegeven worden gewist en de nieuwe titel wordt in het geheugen opgeslagen.

1. Ontvang de TV-zender of geef de CD weer waarvan u de titel wilt wissen.

2. Raak het midden van het display aan om het gebruikerstiteldisplay op te roepen. Het display verandert naar het gebruikerstiteldisplay en “USER” wordt afgebeeld boven het voorkeurmummerdisplay.

3. Houd de [A] toets gedurende 1 seconde of langer ingedrukt. De functie verandert naar de titelinvoerfunctie.

4. Raak het titeldisplay gedurende 2 seconden of langer aan. Alle tekens van de titeltekst verdwinen.

5. Raak MEMO gedurende 2 seconden of langer aan. U hoort een lange pieptoon en de titel wordt gewist.

De instellingen veranderen

De instelitems kiezen

1. Druk op de [A] toets. De functie verandert naar de instelfunctie.

ADIUST MODE SCREEN SVR» _ ON

2. Raak het instelitemdisplay met #84 aan en kies het item dat u wilt instellen.

+ AIS ü de linkerkant van het display met 4454 aanraakt, worden de hoofditems één voor één doorlopen.

Als u de linkerkant van het display met ++ aanraakt, worden de hoofditems ononderbroken doorlopen. Als u het midden van het display met 4454 aanraakt, worden de subitems één voor één doorlopen. AIS u het midden van het display met <45+ aanraakt, worden de subitems ononderbroken doorlopen. 3. Als op de rechterkant van het display “EDIT” wordt afgebeeld, raakt u EDIT aan om over te schakelen naar het instellingendisplay.

> ADJUST MODE 3 MSG INPUT» EDIT

4. Raak de rechterkant van het display met #45 4 aan of draai de [ROTARY] knop en kies een instelling.

& Terugkeren naar de oorspronkelijke

1. Druk nogmaals op de [A] toets.

Hoofditem Subitem DISPLAY SCREEN SVR + Schermbeveiliging (zie biz. 41) MSG INPUT + Berichtinformatie-invoer (zie biz. 41) MESSAGE + Berichtdisplayinstelling bij in-/uitschakelen (zie biz. 42) SIA SENS + De gevoeligheid van de spectrumanalysator instellen (zie biz. 42) SCROLL + De doorloopsnelheid instellen (zie blz. 42) APPERNCE DIMMER IN

+ De automatische displaydimmer instellen (zie blz. 43)

+_Het niveau van de displaydimmer instellen (zie biz. 43)

+_Het displaycontrast instellen (zie blz. 43)

+ De LED laten knipperen wanneer de DCP wordt verwijderd (zie biz. 43)

+ De pieptoon instellen (zie biz. 44)

SpUe|I8p2N SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

De schermbeveiliging instellen (SCREEN SVR)

Met deze functie kunt u een schermbeveiliging

laten afbeelden als u het apparaat gedurende

ongeveer 30 seconden niet bedient.

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met & #4 aan en kies bij “DISPLAY” het item “SCREEN SVR”.

ADJUST MODE SCREEN SVR» ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

HE Het schermbeveiligingsdisplay wisselen

Raak PREV of NEXT aan terwi]l de schermbeveiliging wordt afgebeeld.

Met iedere aanraking hiervan wisselt het schermbeveiligingsdisplay.

Spectrumanalysepatroon 3

Bovenstaande 8 displays worden elk gedurende ongeveer 10 seconden

Hoofditem Subitem SOUND AC-PRO II + De VSE-functie kiezen (STD/PRO) (zie biz. 44) EQ SELECT + De equalizerfunctie kiezen (zie biz. 44) SP-SETTING + De luidsprekerconfiguratie instellen (zie biz. 44) CENTER-SP / SUB-WOOFER + De subwoofer in-/uitschakelen (zie biz. 45) HPF/SUB-W LPF + De filterfrequentie van de luidsprekers instellen (zie blz. 45) AMP CANCEL + De ingebouwde versterker in-/uitschakelen (zie biz. 46) SP GAIN + Het uitgangsniveau van de luidsprekers instellen (zie biz. 46) PL II DELAY SRD-SP + De vertragingstijd van de achteluidsprekers instellen (zie biz. 46) PLITCONT PANORAMA / DIMENSION / CTR WIDTH + De muziekfunctie in detail instellen (zie blz. 47) TUNER TV ARER + Het TV-zendergebied instellen (zie biz. 57) TV DIVER + De TV-diversiteit instellen (zie biz. 57) LINK ACT + De AF-functie tussen RDS en DAB instellen (zie biz. 26) LANGUAGE + De taal van het PTY-display instellen (zie biz. 30) RDS-INT 2Z + De RDS-onderbreking terwijl de 2-ZONE-functie is ingeschakeld instellen {zie biz. 30) SETTING AUX /TEL + AUX en TEL instellen (zie biz. 47) AUX SENS + Het ingangsniveau van de draagbare audio (AUX) instellen (zie biz. 48) TEL-SP + De autoluidsprekeruitgang voor de mobiele telefoon (TEL-002, optioneel) instellen (zie biz. 48) TEL-SWITCH + De mobiele-telefoononderbreking instellen (zie biz. 48) CALIBRATE / A-VOL SENS + De automatische volumeregeling instellen (zie biz. 49) SYSTEM CHECK + Een systeemcontrole uitvoeren (zie biz. 49) CODEMATIC + De beveiliging instellen (zie biz. 50)

DX2948RMP Berichten invoeren om af te beelden als berichtinformatie (MSG INPUT)

1 type schermbeveiliging is beschikbaar. Voor

verdere informatie over het wisselen van de

schermbeveiligingsdisplays, raadpleegt u “De

schermbeveiliging instellen”.

+ U kunt maximaal 30 tekens invoeren.

+ De fabrieksinstelling is “Active MatriX Control System”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met & #4 aan en kies bij “DISPLAY” het item “MSG INPUT”.

ADJUST MODE MSG INPUT» _ EDIT

3. Raak EDIT aan. De functie verandert naar de berichtinvoerfunctie.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

4. Raak het midden van het display met #4 aan en kies de invoerpositie.

+ Om het bericht te wissen, raakt u het midden van het display gedurende 2 seconden of langer aan.

Als ü de bediening van stap 8 uitvoert terwijl het bericht is gewist, keert het bericht terug naar de fabrieksinstelling.

5. Raak de linkerkant van het display met #45 4 aan en kies het teksttype.

Met iedere aanraking met #54 verandert

het teksttype. Voor verdere informatie, zie

6. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan, of draai de [ROTARY] knop en kies het teken dat u wilt invoeren.

7. Herhaal de stappen 4 tm 6 om het hele bericht in te voeren.

8. Raak MEMO gedurende 2 seconden of langer aan.

U hoort een lange pieptoon en het bericht

wordt in het geheugen opgeslagen.

9. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Berichten afbeelden (MESSAGE)

Met deze functie kunt u berichten afbeelden op

het display wanneer het apparaat wordt in- of

uitgeschakeld. “Hello” wordt afgebeeld wanneer

het apparaat wordt ingeschakeld, en “See you”

wordt afgebeeld wanneer het apparaat wordt

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “DISPLAY” het item “MESSAGE”.

ADJUST MODE MESSAGE » ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De gevoeligheid van de spectrumanalysator instellen (S/A SENS)

Met deze functie kunt u de gevoeligheid (grotte van de afwijking) van de spectrumanalysator instellen. Voor verdere informatie over het afbeelden van de spectrumanalÿsator, raadpleegt u “Het display omschakelen” (zie biz. 13) of “De schermbeveiliging instellen” (zie biz. 41).

+ De fabrieksinstelling is “MID”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met & #4 aan en kies bij “DISPLAY” het item “S/A SENS”.

ADJUST MODE SIA SENS >» MID

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en stel de gevoeligheid in.

+ Kies LOW (een kleine afwijking), MID of HIGH (een grote afwijking).

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar

de oorspronkelijke functie.

De doorloopsnelheid van het display instellen (SCROLL)

Met deze functie kunt u de doorloopsnelheid verlagen als de tekst te snel over het display loopt waardoor u deze niet kunt lezen.

+ De fabrieksinstelling is “SPEED 2”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met + #4 aan en kies bij “DISPLAY” het item “SCROLL”.

ADJUST MODE SCROLL >» SPEED2

3. Raak de rechterkant van het display met #54 aan of draai de [ROTARY] knop en stel de gevoeligheid in.

* Dit item kan worden ingesteld binnen het bereik van SPEED 1 tm SPEED 7. Stel het item in terwijl u kijkt hoe het display verandert.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De automatische displaydimmer instellen (DIMMER IN)

Met deze functie kunt u de displayverlichting verzwakken overeenkomstig de verlichting of helderheid in uw auto.

Stel de automatische displaydimmer in op

“AUTO” (gekoppeld aan de helderheid in uw

auto) of “ILLUMI (gekoppeld aan de verlichting

+ Als de automatische displaydimmer is ingesteld op “AUTO”, wordt de helderheid van het display gedimd afhankelik van de lichtsterkte gemeten door deze sensor.

+ Stel vervolgens het niveau van de displaydimmer in bij DMR LEVEL.

+ De fabrieksinstelling is “AUTO”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #45 4 aan en kies bi “APPERNCE” het item “DIMMER IN”.

ADJUST MODE DIMMER IN» AUTO

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “AUTO” of “ILLUM/”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Het niveau van de displaydimmer instellen (DMR LEVEL)

Met deze functie kunt u instellen hoeveel de aanduidingen op het display moeten worden gedimd.

+ De fabrieksinstelling is “3”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “APPERNCE" het item “DMR LEVEL".

ADJUST MODE DMR LEVEL» 3

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en stel het niveau van de displaydimmer in.

+ Kies een instelling uit OFF (displaydimmer uitgeschakeld, helder) en 1 (licht gedimd) Um 5 (donker).

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar

de oorspronkelike functie.

Het displaycontrast instellen (CONTRAST)

Met deze functie kunt u het contrast van het

display instellen afhankelik van de hoek

waaronder het apparaat is gemonteerd.

+ De fabrieksinstelling is “6”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “APPERNCE” het item “CONTRAST".

3. Raak de rechterkant van het display met 4154 aan of draai de [ROTARY] knop en stel het contrast in.

ADJUST MODE CONTRAST » 6

* Dit item kan worden ingesteld binnen het bereik van 1 Um 11. Stel het item in terwijl u kijkt hoe het display verandert.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

De LED laten knipperen wanneer de DCP wordt verwijderd (BLINK LED)

Met deze functie kunt u de LED van dit apparaat

laten knipperen wanneer de DCP wordt verwiderd.

+ De fabrieksinstelling is “OFF”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “APPERNCE" het item “BLINK RED”.

ADJUST MODE BLINK LED» OFF

SpUe|I8p2N SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar

de oorspronkelike functie.

De pieptoon instellen voor wanneer de toetsen worden bediend (BEEP)

Met deze functie kunt u de korte en lange hoge pieptonen (“BEEP” genaamd) instellen die u hoort wanneer een toets wordt bediend.

+ De fabrieksinstelling is “ON”. 1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met &4#4 aan en kies bij “APPERNCE" het item ‘BEEP”.

ADJUST MODE BEEP __» ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Dit item kan niet worden gekozen wanneer

Dolby Pro Logic Il is ingesteld op “MUSIC” of

“MATRIX” (zie biz. 17).

+ De fabrieksinstelling is “PRO” voor AC-PRO III en “P.EQ” voor EQ SELECT.

HAC-PROIII Als “STD” (standaardfunctie) is gekozen, kunnen de geluidskwaliteit en het geluidsveld worden ingesteld met VSE (Virtual Space Enhancer) zodat in iedere zitpositie hetzelfde geluidseffect kan worden verkregen.

Als “PRO” (professionele functie) is gekozen, kunnen de geluidskwaliteit en het geluidsveld in detail afzonderlik voor iedere zitpositie worden ingesteld.

MEQ SELECT Als “P.EQ" (equalizerfunctie) is gekozen, kan het hele frequentiebereik worden gecompenseerd door een gedetailleerde vloeiende kromme.

Als “BAS / TREB” (lagetonen-/ hogetonenfunctie) is gekozen, kan het frequentiebereik worden gecompenseerd door dit te verdelen in twee deelbereiken: lage tonen en hoge tonen.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met & #54 aan en kies bij “SOUND” het item “AC-PRO Ill”, en bij “SOUND" het item “EQ SELECT”.

ADJUST MODE AC-PROII » PRO

3. Raak de rechterkant van het display met +454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies de functie.

AC-PRO Ill | STD + Standaardfunctie (VSE-menu) PRO

+ Professionele functie (positiemenu) EQ SELECT | PEQ

+ Equalizerfunctie (P.EQ-menu) BAS /TREE

+ Lagetonen-/hogetonenfunctie

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

De luidsprekerconfiguratie instellen (SP-SETTING)

Met deze functie kunt u de configuratie van de luidsprekers in uw auto instellen zodat de geluidskarakteristieken van dit apparaat volledig tot hun recht komen.

+ De fabrieksinstelling is “SWIE + SW”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met & #54 aan en Kies bij “SOUND” het item “SP-SETTING".

ADJUST MODE SP-SETTING » SWI+SWE

3. Raak de rechterkant van het display met #54 aan of draai de [ROTARY] knop en Kies de luidsprekerconfiguratie.

Luidsprekerconfiguraties

CTR+SW Voor-achterluidsprekers (4 kanalen) 5.1-kanalen |Middenluidspreker (1 kanaal) configuratie _|Subwoofer (1 kanaal)

4 kan.+subwoofers| Subwoofer (2 kanalen) configuratie

+ Het geluid wordt niet door de middenluidspreker uitgevoerd, behalve als de onderstaande instellingen worden gemaakt wanneer *CTR+SW" is ingestela.

(1) Raadpleeg ‘Het PLil-menu (Dolby PL 1l) kiezen” (zie biz. 17) en stel de Dolby Pro Logic llfunctie in op “MUSIC” of "MATRIX".

(2) Raadpleeg ‘De luidsprekers in-/ uitschakelen (CENTER-SP/SUB-WOOFER)" (zie blz. 45) en stel de middenluidspreker in op ‘ON".

+ Het geluid wordt niet uitgevoerd uit de het linkerkanaal van de subwoofer als

“SWIE +SW£ "is ingesteld en de Dolby Pro

Logic ll-functie is ingesteld op “MUSIC” of

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De luidsprekers in-/

uitschakelen (CENTER-SP/

Met deze functie kunt u de middenluidspreker

(CENTER-SP) en de subwoofer (SUB-

WOOFER ) in- en uitschakelen.

Zorg ervoor dat deze instelling op “OFF” is

ingesteld als er geen middenluidspreker of

subwoofer is aangesloten.

De middenluidspreker (CENTER-SP) kan

worden ingesteld als de Dolby Pro Logic I1-

en “SP-SETTING” is ingesteld op “CTR-SW”.

De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met +454 aan en kies bij “SOUND” het item “CENTER-SP”, en bij “SOUND” het item “SUB-WOOFER".

v, ADIUST MODE Ces] CENTER-SP» _ ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en Kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

De filterfrequentie van de luidsprekers instellen (HPF/ SUB-W LPF)

Met deze functie kunt u de filterfrequentie instellen overeenkomstig de luidsprekers die u gebruikt.

+ De filters (HPF/SUB-W LPF) die u kunt

gebruiken verschillen afhankelik van de instelling van de Dolby Pro Logic Il-functie.

Dolby Pro Logic 1 [Filter

functie-instelling [HPF SUB-W LPF" MUSICIMATRIX_ [Net instelbaar |Instelbaar OFF Instelbaar [Instelbaar

“Instellen is alleen mogelijkk als “SUB- WOOFER' is ingesteld op “ON”.

+ De fabrieksinstelling is “THROUGH”.

& Filterinstelling HPF (instelling van hoogdoorlaattilter) Dit filter verwidert de lage tonen uit het geluid voor de voor- en achterluidsprekers. THROUGH + 50Hz + 80Hz + 120Hz Stel het filter in overeenkomstig uw luidsprekers als de luidsprekers een kleine diameter hebben. THROUGH Kies deze instelling als u luidsprekers gebruikt die lage tonen kunnen weergeven. SUB-W LPF (instelling van laagdoorlaatfilter voor subwoofer) Dit filter verwijdert de hoge tonen uit het geluid voor de subwoofer. THROUGH + 50Hz + 80Hz + 120Hz Stel de filterfrequentie in overeenkomstig uw subwoofer. THROUGH Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt met ingebouwde versterker uitgerust met een laagdoorlaatflter. 1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

2. Raak het instelitemdisplay met #4 aan en kies bij “SOUND” het item “HPF”, en bij “SOUND"” het item “SUB-W LPF”.

2 ADIUST MODE Cas] HPF __» THROUGH

3. Raak de rechterkant van het display met #14 aan of draai de [ROTARY] knop en kies de frequentie.

* Kies een instelling uit THROUGH, 50Hz, 80Hz en 120Hz.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De ingebouwde versterker in-/

uitschakelen (AMP CANCEL)

Met deze functie kunt u de ingebouwde

versterker in- en uitschakelen, al naar gelang

een externe versterker wordt gebruikt.

Stel AMP CANCEL in op “ON” (ingebouwde

versterker uitgeschakeld) als een externe

versterker is aangesloten en de ingebouwde

versterker niet wordt gebruikt.

+ De fabrieksinstelling is “OFF” (ingebouwde versterker ingeschakeld).

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op

2. Raak het instelitemdisplay met &#54 aan en kies bij “SOUND” het item “AMP CANCEL”.

ADJUST MODE AMP CANCEL» OFF

3. Raak de rechterkant van het display met 454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Het uitgangsniveau van de luidsprekers instellen (SP GAIN)

Gebruik de ingebouwde testtoonfunctie van het apparaat om het uitgangsniveau van de luidsprekers zodanig in te stellen dat het volumeniveau dat iedere luidspreker voortbrengt hetzelfde klinkt.

+ Dititem kan alleen worden ingesteld als de Dolby Pro Logic II-functie is ingesteld op “MUSIC” of “MATRIX”.

+ De fabrieksinstelling is “OdB”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met &4#54 aan en kies bij “SOUND” het item “SP GAIN”.

ADJUST MODE SP GAIN > EDIT

3. Raak EDIT aan. De functie verandert naar de instelfunctie voor SP GAIN.

4. Raak het instelitemdisplay met 4454 aan en kies het gewenste instelitem.

Met iedere aanraking met & #4 worden de instelitems als volgt doorlopen:

Instelitems FRONTIGAIN CTR GAIN {linkervoorluidspreker) {middenluidspreker) *! SUB-W GAIN FRONTEGAIN

{sub-woofer) +? {rechtervoorluidspreker)

SRD[AGAIN SRDEIGAIN (linkerachteruidspreken #—

(rechterachteruidspreker)

**CTR GAIN” wordt alleen afgebeeld als “SP-SETTING" is ingesteld op “CTR+SW”, en “CENTER-SP” is ingesteld op “ON”.

*?*SUB-W GAIN” wordt alleen afgebeeld als “SUB-WOOFER' is ingesteld op “ON”.

5. Raak de rechterkant van het display met 4154 aan of draai de [ROTARY] knop en stel het uitgangsniveau in.

Het uitgangsniveau kan worden ingesteld binnen het bereik van -10 dB tm +10 dB.

6. Herhaal de stappen 4 en 5 om ieder item in te stellen.

7. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De vertragingstijd van de achterluidsprekers instellen (PL II DELAY)

De tjdsduur waarna het geluid van iedere luidspreker aankomt op de luisterpositie verschilt afhankelik van de montagepositie van de achterluidsprekers en de grootte van uw auto. Als u de vertragingstijd van de achterluidsprekers instelt, kunt u deze tijdsduur instellen zodat het geluid van de achterluidsprekers tegelikertijd wordt gehoord als dat van de voorluidsprekers.

Dit item kan alleen worden ingesteld als de Dolby Pro Logic Il-functie is ingesteld op “MUSIC” of “MATRIX”.

De fabrieksinstelling is “Oms”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #4 aan en kies bij “PL 11 DELAY” het item “SRD-SP”.

ADJUST MODE SRD-SP » Oms

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en stel de vertragingstijd in.

+ “SRD-SP” kan worden ingesteld binnen het bereik van 0 ms t/m 15 ms.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De muziekfunctie in detail instellen (PL II CONT)

Met deze functie kunt u de muziekfunctie gedetailleerder instellen als de Dolby Pro Logic ILis ingesteld op “MUSIC”.

+ Dititem kan alleen worden ingesteld als de Dolby Pro Logic Il-functie is ingesteld op “MUSIC”.

De fabrieksinstelling van PANORAMA is “NO”, van DIMENSION is “3”, en van CTR WIDTH is “3”.

PANORAMA (instelling van panoramaregeling)

Dit item verbreedt het geluidsveldbeeld van de

voor- tot aan de achterluidsprekers. Stel dit item

in op “YES” als u geen surroundeffect hoort.

DIMENSION (instelling van dimensie) Dit item verplaatst het geluidsveldbeeld naar voren of achteren. Als het geluidsveldbeeld naar voren of naar achteren likt te liggen, kan deze afwiking worden gecompenseerd.

Instelling 3 is de middenpositie. De instellingen 2 im 0 verplaatsen het geluidsveldbeeld naar achteren, en de instellingen 4 tm 6 verplaatsen het geluidsveldbeeld naar voren.

CTR WIDTH (instelling van de middenbreedte)"* Dit item stelt de vaste positie van het middenkanaal in tussen de middenluidspreker en de linker- en rechtervoorluidsprekers.

Als het middengeluid gelikmatig is verdeeld

tussen links en rechts, neemt het hele

geluidsveldbeeld toe en produceert een

natuurlik uitdijend gevoel.

In de instelling O wordt al het middengeluid

weergegeven via de middenluidspreker.

In de instelling 7 is het middengeluid gelikmatig

verdeeld over de linker- en

rechtervoorluidsprekers.

“:*CTR WIDTH” wordt alleen afgebeeld als “SP- SETTING" is ingesteld op “CTR+SW", en “CENTER-SP" is ingesteld op “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op

2. Raak het instelitemdisplay met 4454 aan en kies bij “PL II CONT" het gewenste instelitem.

De instelitems zijn “PANORAMA", “DIMENSION" en “CTR WIDTH”.

ADJUST MODE sun PANORAMA » _ NO

3. Raak de rechterkant van het display met 4154 aan of draai de [ROTARY] knop en stel het item naar wens in.

+ Kies voor “PANORAMA” de instelling “YES” of “NO”.

+ “DIMENSION" kan worden ingesteld binnen het bereik van 0 tm 6.

+ “CTR WIDTH” kan worden ingesteld binnen het bereik van O tm 7.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

Dit systeem is uitgerust met een tulpingangen Zodat u kunt luisteren naar geluid en muziek van exteme apparaten aangesloten op dit apparaat.

U kunt via de luidsprekers luisteren naar geluid en muziek van externe apparaten, of naar uw telefoongesprekken, indien deze zijn aangesloten op dit apparaat.

Als TEL INT of een extern apparaat is

aangesloten op dit apparaat, kunt u de TEL-

functie of de AUX-functie kiezen.

+ De fabrieksinstelling is “AUX”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

2. Raak het instelitemdisplay met &#,4 aan en kies bij “SETTING” het item “AUX/TEL”.

ADJUST MODE AUX/TEL » AUX

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “AUX” of “TEL”.

De AUX/TEL-ingangskabel is voor de geluidsinvoer vanaf een extern apparaat. TEL:

De AUX/TEL-ingangskabel is voor de geluidsinvoer vanaf een mobiele telefoon.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

Het ingangsniveau van draagbare audio (AUX- functie) instellen (AUX SENS)

Met deze functie kunt u het ingangsniveau

instellen van optionele externe apparaten die

Zin aangesloten op dit apparaat.

+ Dit kan worden ingesteld als “AUX/TEL" is

+ De fabrieksinstelling is “MID”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met 44 aan en kies bij “SETTING" het item “AUX SENS”.

ADJUST MODE AUX SENS » MID

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en tel het ingangsniveau in.

+ Kies een instelling uit LOW, MID of HIGH.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De autoluidsprekeruitgang voor de mobiele telefoon (TEL-002, optioneel) instellen + Stel de mobiele telefoon in als u

telefoongesprekken wilt uitvoeren. + De fabrieksinstelling is “RIGHT”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met 4454 aan en kies bij “SETTING” het item ‘TEL-SP”.

ADJUST MODE TEL-SP_ > RIGHT

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies "LEFT" of “RIGHT”.

De telefoongesprekken kunnen worden gehoord via de linkervoorluidspreker die is aangesloten op dit apparaat.

De telefoongesprekken kunnen worden gehoord via de rechtervoorluidspreker die is aangesloten op dit apparaat.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

De mobiele- telefoononderbreking instellen

Als u dit apparaat en uw mobiele telefoon aansluit op een apparaatje (TEL-002, optioneel), kunt u luisteren naar uw

telefoongesprekken via de luidsprekers in uw auto.

+ De fabrieksinstelling is “OFF”. 1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met + #4 aan en kies bij “SETTING” het item ‘TEL-SWITCH”.

ADJUST MODE TEL: SWITCH» OFF

3. Raak de rechterkant van het display met 4154 aan of draai de [ROTARY] knop en kies de instelling.

Met iedere druk op de [ROTARY] knop, verandert de instelling in onderstaande volgorde:

OFF + ON -> MUTE -> OFF...

Dit apparaat blif normaal werken, zelfs als de mobiele telefoon wordt gebruikt.

+ Als u een handsfree-set aansluit, zorgt u ervoor deze instelling op ON te zetten om het geluid van de mobiele telefoon via het systeem te ontvangen.

U kunt naar uw telefoongesprekken luisteren

via de luidsprekers aangesloten op dit

+ Wanneer u naar uw telefoongesprekken luistert via de luidsprekers van uw auto, kunt u het volumeniveau instellen door de the [ROTARY] knop te draaien.

Het weergavegeluid van dit apparaat wordt

onderbroken tijdens telefoongesprekken.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

De automatische volumeregeling instellen (CALIBRATE/A-VOL SENS)

U kunt het volumeniveau automatisch

veranderen aan de hand van de rijsnelheid van

+ De fabrieksinstelling is “LOW”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “SETTING" het item “CALIBRATE”.

ADJUST MODE CALIBRATE » _ START

3. Versnel tot een snelheid van 50 km/h.

4. Als ü 50 km/h rijdt, drukt u op START. Het kalibreren wordt uitgevoerd. Na 2 seconden of langer hoort u een lange pieptoon, en op het display wordt “SUCCESSFUL" afgebeeld. Als ü een korte pieptoon hoort, is het kalibreren mislukt. Herhaal de procedure vanaf stap 8.

5. Stel vervolgens de gevoeligheid in. Raak het instelitemdisplay met & #4 aan en kies bij “SETTING het item “A-VOL SENS”.

ADJUST MODE AVOL SENS» _ LOW

6. Raak de rechterkant van het display met

4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies de gevoeligheid.

Met iedere druk op de [ROTARY] knop, verandert de instelling in onderstaande volgorde:

OFF (geen verandering in het volumeniveau) + LOW (kleine verandering in het volumeniveau) > MID-LOW + MID -+ MID-HIGH + HIGH (grote verandering in het volumeniveau) …

7. Druk op de [A] toets om terug te keren naar

de voorgaande functie.

Een systeemcontrole uitvoeren

Met deze functie kunt u een systeemcontrole uitvoeren van de instelfunctie indien dit nodig mocht zijn.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met & 4,4 aan en kies bij “SETTING” het item “SYSTEM CHECK.

ADJUST MODE SYSTEM CHECK» START

3. Raak START gedurende 1 seconde of langer aan. “System Check” wordt op het display afgebeeld.

4. Druk op de [ROTARY] knop. De systeemcontrole start. Nadat de systeemcontrole klaar is, wordt “Completed” afgebeeld op het display.

5. Druk nogmaals op de [ROTARY] knop. Het hoofddisplay van de radiofunctie wordt afgebeeld.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie

De beveiligingsfunctie gebruiken (CODEMATIC)

Met deze functie kunt u voorkomen dat personen die de juiste aanraakvolgorde niet kennen dit apparaat gemakkelik kunnen bedienen. Het aanraakcodedisplay wordt afgebeeld als het DCP wordt bevestigd en het apparaat wordt ingeschakeld terwi] “CODEMATIC" is ingesteld op “ON”.

Als u het display op de juiste locaties in de vooraf bepaalde volgorde aanraakt, wordt “SUCCESSFUL" afgebeeld en wordt het apparaat uitgeschakeld.

De volgende keer dat het apparaat wordt ingeschakeld, wordt het aanraakcodedisplay niet afgebeeld, maar wordt het hoofddisplay van de radiofunctie of CD-functie afgebeeld.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #42 4 aan en kies bij “SETTING" het item “CODEMATIC".

ADJUST MODE CODEMATIC> ON Er worden twee typen instelitems afgebeeld bi “CODEMATIC": items waarvoor aan de rechterkant van het display “ON of “OFF” wordt afgebeeld, en items waarvoor aan de rechterkant van het display “INPUT” wordt afgebeeld.

Kies hier een item waarvoor aan de rechterkant van het display “ON of “OFF” wordt afgebeeld.

3. Raak de rechterkant van het display met 454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “SETTING" het item “CODEMATIC". Kies hier een item waarvoor aan de rechterkant van het display “INPUT” wordt afgebeeld.

Het aanraakcodedisplay gaat uit.

6. Voer de aanraakcode in. + Raak één van de vif locaties op het display aan (links, midden, rechts, rechtsboven of rechtsonder). Met iedere aanraking van een locatie op het display, licht één van de aanraakcode- indicators op.

+ Bivoorbeeld, raak (1) midden, (2) rechtsboven, (3) links en (4) rechtsonder in die volgorde aan. U kunt ook dezelfde locatie meerdere keren aanraken.

Nadat u vier keer een locatie hebt aangeraakt, hoort u een lange pieptoon en keert het apparaat terug naar de oorspronkelike functie.

& CODEMATIC annuleren

Als ü de aanraakvolgorde bent vergeten, raakt u @ rechtsonder, @ links, ® rechtsboven en @ rechts in die volgorde aan, of drukt u op [SCN] op de afstandsbediening.

7. BEDIENING VAN ACCESSOIRE Bediening van de CD-wisselaar

Als een optionele CD-wisselaar is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel, kan dit apparaat de functies van de CD-wisselaar bedienen. Dit apparaat kan op maximaal twee, met behulp van een CeNET-kabel aangesloten, CD-wisselaars worden aangesloten.

Als een optionele DVD-wisselaar is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel, kan dit apparaat de functies van de DVD-wisselaar bedienen. Om een DVD te kunnen bekijken hebt u een optionele tv-monitor nodig.

De bediening en het display van de DVD- wisselaar op dit apparaat is slechts een vereenvoudigde versie en ondersteunt niet alle functies van de DVD-wisselaar. Als u de DVD- wisselaar wilt bedienen, gebruikt u de afstandsbediening van de DVD-wisselaar. Voor verdere informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de DVD-wisselaar.

M AIs twee CD-wisselaars zijn

Druk op de [ROTARY] knop en kies een CD-

wisselaar die op dit apparaat is aangesloten.

{Met iedere druk op de [ROTARY] knop

verandert de CD-wisselaar.)

+ Als de CD-wisselaar geen magazijn bevat, wordt “NO MAG” afgebeeld, en als het magazin geen CD bevat, wordt “NO DISC” niet afgebeeld voor dat discnummer.

+ Voor verdere informatie over het titeldisplay, raadpleegt u “Het titeldisplay omschakelen” (zie biz. 14).

De displays in de wisselaarfunctie

HE Hoofddisplay (CD-wisselaarfunctie)

Het hoofddisplay wordt afgebeeld als u op de [ROTARY] knop drukt en de CD- wisselaarfunctie kiest.

Discnummerdisplay Titeldisplay Track/weergavetijd-display

Als ü de linkerkant van het display gedurende 1 seconde of langer aanraakt, schakelt het display over naar de simpele bedieningsfunctie.

Titeldisplay Trackweergavetijd-display

Trackiweergavetijd-display TO4/02: 00: Het nummer van de track die nu wordt weergegeven en de weergavetijd worden afgebeeld.

Als ü het display van de standaardbedieningsfunctie met & #54 of +-H5-> aanraakt, kunt u de track kiezen die ü wilt weergeven of vooruit-/achteruitspoelen.

Titeldisplay Als ü dit aanraakt, wordt het display omgeschakeld.

Discnummerdisplay Als ü het display van de standaardbedieningsfunctie met 4 #54 aanraakt, kunt u een disc kiezen.

MODE AS u dit aanraakt, worden subfuncties afgebeeld. Als u dit gedurende 1 seconde of langer aanraakt, wordt de disclijst afgebeeld. T-SCAN/D-SCAN Dit wordt afgebeeld tijdens scanweergave. AIs u T-SCAN/D-SCAN aanraakt, stopt de scanweergave. T-RPT/D-RPT Dit wordt afgebeeld tijdens herhaalde weergave. ls u T-RPT/D-RPT aanraakt, stopt de herhaalde weergave. T-RDM/D-RDM Dit wordt afgebeeld tjdens willekeurige weergave. Âls u T-RDM/D-RDM aanraakt, stopt de willekeurige weergave. DISC* Als ü dit aanraakt, begint de weergave van de volgende disc. <4D> (alleen op het display van de simpele bedieningsfunctie) Door deze aan te raken kunt u de track kiezen die u wilt weergeven. Door deze te bliven aanraken kunt u de tracks vooruit-/achteruitspoelen.

SpueI2paN Bediening van de CD-wisselaar

Bediening van de CD-wisselaar

H Disclijstdisplay (CD-wisselaarfunctie)

Dee lijst kunt u afbeelden door op het hoofddisplay gedurende 1 seconde of langer MODE aan te raken.

3: Bezig met kiezen Als u een discnaam aanraakt, keert het display terug naar het hoofddisplay en begint de weergave vanaf de eerste track op de disc die u hebt aangeraakt.

<PREV-RTN: Als u dit aanraakt, wordt de voorgaande disclijst afgebeeld. Door dit gedurende 1 seconde of langer aan te raken, keert het display terug naar het hoofddisplay.

NEXT: Als u dit aanraakt, wordt de volgende discliist afgebeeld.

Niet iedere CD-wisselaar kan CD-ROMS weergegeven. Dit is afhankelijk van het model.

+ Het is mogelÿk dat sommige CD's opgenomen in de CD-R/CD-RW-functie niet bruikbaar zijn.

De wisselaarfunctie kiezen

1. Druk op de [ROTARY] knop om de wisselaarfunctie te kiezen. + De functie van een apparaat dat niet is aangesloten wordt niet afgebeeld. De weergave begint automatisch nadat de functie is veranderd in de wisselaarfunctie.

De weergave pauzeren 1. Druk op de [BH] toets.

HE De weergave hervatten 1. Druk nogmaals op de [B-H] toets.

1. Raak het discnummerdisplay met 444 aan en kies een disc. De weergave begin. + Als de gekozen disc niet in het magazin zit, wordt het discnummer niet afgebeeld. + AIS ü DISC # aanraakt, begint de weergave van de volgende disc.

M Een disc kiezen op het

1. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan.

De disclijst wordt afgebeeld. Als u NEXT

aanraakt, wordt het volgende deel van de

disclist afgebeeld. 2. Raak de discnaam aan.

+ Als de gekozen disc niet in het magazin zit, wordt “NO DISC” afgebeeld voor dat discnummer.

+ Als u dezelfde disc kiest als die op dat moment wordt weergegeven, keert de weergave terug naar en begint vanaf de eerste track op die disc (beginfunctie).

1. Als u naar de volgende track wilt luisteren, raakt u het trackdisplay met #54 aan.

2. Als ü naar de voorgaande track wilt

luisteren, raakt u het trackdisplay tweemaal met 4 aan. Door met #; #4 aan te raken wordt de volgende track weergegeven.Als u vaker metib # aanraakt, verspringt u hetzelfde aantal tracks vooruit als u met 454 hebt aangeraakt, waarna de weergave van de track begint.

Door met #45 aan te raken wordt de

voorgaande track weergegeven. AIs u vaker

met #5 aanraakt, verspringt u hetzelfde

aantal tracks achteruit als u met #45 hebt aangeraakt, waarna de weergave van de

+ AIS ü het trackdisplay tweemaal met & 4 aanraakt terwi] het begin van een track wordt weergegeven, wordt soms twee tracks achteruit gesprongen, en begint de weergave van die track.

Vooruit- en Achteruitspoelen

1. Om vooruit te spoelen raakt u het trackdisplay met 45+ aan.

2. Om achteruit te spoelen raakt u het trackdisplay met +4 aan.

De beginfunctie begint de weergave vanaf de eerste track op de disc die op dat moment wordt weergegeven.

1. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan.

De disclijst wordt afgebeeld. Als u NEXT.

aanraakt, wordt het volgende deel van de

disclist afgebeeld. 2. Raak de discnaam aan.

+ Als de gekozen disc niet in het magazin zit, wordt “NO DISC" afgebeeld voor dat discnummer.

+ Als u dezelfde disc kiest als die op dat moment wordt weergegeven, keert de weergave terug naar en begint vanaf de eerste track op die disc.

In de scanweergave worden de eerste 10 seconden van iedere track op een disc automatisch weergegeven. Deze functie blijft doorgaan totdat deze wordt uitgeschakeld. Scanweergave is handig wanneer u een gewenste track zoekt.

2. Raak T-SCAN aan. MODE verander in ‘T-SCAN" en de scanweergave begint.

+ De scanweergave begint vanaf de track die volgt op de track die op dat moment wordt weergegeven.

E De scanweergave stoppen

1. Raak T-SCAN aan. T-SCAN verandert in “MODE” en de weergave begint vanaf de track die werd weergegeven toen u T-SCAN aanraakte.

In de discscanweergave worden de eerste 10 seconden van de eerste track op iedere disc in de huidig gekozen CD-wisselaar automatisch weergegeven. Deze functie blift doorgaan totdat deze wordt uitgeschakeld.

Discscanweergave is handig wanneer u een gewenste CD zoekt.

2. Raak D-SCAN aan. MODE verandert in “D-SCAN" en de discscanweergave begint.

+ De discscanweergave begint vanaf de disc die volgt op de disc die op dat moment wordt weergegeven.

H De discscanweergave stoppen

1. Raak D-SCAN aan. D-SCAN verandert in “MODE” en de weergave begint vanaf de track die werd weergegeven toen u D-SCAN aanraakte.

In de herhaalde weergave wordt de track die op dat moment wordt weergegeven continu herhaald. Deze functie blijft doorgaan totdat deze wordt uitgeschakeld.

1. Raak MODE aan. 2. Raak T-REPEAT aan.

MODE verandert in “T-RPT" en de herhaalde weergave begint.

H De herhaalde weergave stoppen

1. Raak T-RPT aan. T-RPT verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u T-RPT aanraakte.

Herhaalde discweergave

In de herhaalde discweergave wordt, nadat alle tracks op de huidige disc zijn weergegeven, de disc opnieuw vanaf de eerste track weergegeven. Deze functie blijft doorgaan totdat deze wordt uitgeschakeld.

2. Raak D-REPEAT aan. MODE verandert in “D-RPT en de herhaalde discweergave begint.

M De herhaalde discweergave stoppen

1. Raak D-RPT aan. D-RPT verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u D-RPT aanraakte.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de CD-wisselaar

In de willekeurige weergave worden de afzonderlijke tracks op de disc automatisch willekeurig gekozen en weergegeven. Deze functie blijft doorgaan totdat deze wordt uitgeschakeld.

1. Raak MODE aan. 2. Raak T-RANDOM aan. MODE verander in ‘T-RDM' en de willekeurige weergave begint.

E De willekeurige weergave stoppen

. Raak T-RDM aan. T-RDM verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u T-RDM aanraakte.

Willekeurige discweergave

In de willekeurige discweergave worden de afzonderlike tracks of discs automatisch willekeurig gekozen en weergegeven. Deze functie blift doorgaan totdat deze wordt uitgeschakeld.

2. Raak D-RANDOM aan. MODE verandert in “D-RDM en de willekeurige discweergave begin.

1. Raak D-RDM aan. D-RDM verandert in “MODE” en de normale weergave begint vanaf de track die werd weergegeven voordat u D-RDM aanraakte.

Bediening van de TV TV-tuner

Als een optionele TV-tuner is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel, kan dit apparaat alle functies van de TV-tuner bedienen. Als u een TV-uitzending wilt bekijken, hebt u een TV- tuner en een tv-monitor nodig.

De displays in de TV-functie

Het hoofddisplay wordt afgebeeld als u op de IROTARY] knop drukt en de TV-functie kiest.

Voorkeurnummer- display

indicators Frequentieband- display Titeldisplay. Kanaaldisplay

Als ü de linkerkant van het display gedurende 1 seconde of langer aanraakt, schakelt het display over naar de simpele bedieningsfunctie.

Voorkeurnummerdisplay Kanaaldisplay

1ch: Het kanaal dat op dat moment wordt ontvangen wordt afgebeeld.

Als ü het display van de standaardbedieningsfunctie met & #54 of +k5-> aanraakt, kunt u zoek-afstemmen of handmatig afstemmen uitvoeren.

Titeldisplay 8ch: De naam van de zender die op dat moment wordt ontvangen wordt afgebeeld. VTR: In de videofunctie

Als ü deze aanraakt, wordt het display omgeschakeld.

Frequentiebanddisplay TV4: Frequentiebandnaam

Voorkeurnummerdisplay Als ü het display van de standaardbedieningsfunctie met + 854 aanraakt, kunt u een voorkeurgeheugen kiezen.

Bediening van de TV MODE As u dit aanraakt, worden subfuncties

afgebeeld. Door dit gedurende 1 seconde of

langer aan te raken, wordt de

voorkeurgeheugenlist afgebeeld. P-SCAN: Dit wordt afgebeeld tijdens het voorkeurzender-scannen. Als u dit aanraakt, stopt het voorkeurzender-scannen. A-STORE: Dit wordt afgebeeld tjdens het automatisch opslaan. Als u dit aanraakt, stopt het automatisch opslaan.

BAND Door dit aan te raken wordt de frequentieband

Als u dit gedurende 1 seconde of langer

aanraakt, schakelt de zoekfunctie beurtelings

tussen de handmatige afstemfunctie en de

<> (alleen op het display van de simpele bedieningsfunctie)

Door deze toetsen aan te raken kunt u zoëk-

afstemmen of stap-afstemmen in de

handmatige afstemfunctie).

Door deze toetsen aan te raken en aangeraakt

te houden kunt u snel-afstemmen (in de

handmatige afstemfunctie).

E De voorkeurgeheugenlijst afbeelden

Deze lijst kunt u afbeelden door op het hoofddisplay gedurende 1 seconde of langer MODE aan te raken.

Als u dit aanraakt, keert het display terug naar het hoofddisplay.

De TV-functie kiezen

1. Druk op de [ROTARY] knop om deTV-functie te kiezen. Met iedere druk op de [ROTARY] knop, verandert de functie als volgt: + De functie van een apparaat dat niet is aangesloten wordt niet afgebeeld.

De frequentieband wisselen

1. Raak BAND aan om de frequentieband te veranderen. Met iedere aanraking van BAND verandert de frequentieband in onderstaande volgorde.

Zoek-afstemmen Met zoek-afstemmen kunt u automatisch

afstemmen op zenders met een goede ontvangstkwaliteit.

1. Raak BAND aan gedurende 1 seconde of langer terwij! MANU wordt afgebeeld.

Als MANU uit is, is automatisch afstemmen mogelik.

2. Raak het kanaaldisplay met +45+ aan. SEEK UP/SEEK DOWN wordt afgebeeld en het afstemmen begint. Het afstemmen stopt automatisch bij zenders met een goede ontvangstkwaliteit.

HE Het afstemmen annuleren

1. Raak nogmaals het kanaaldisplay met +R» aan.

Er zijn twee manieren waarop u handmatig kunt afstemmen: snel-afstemmen en stap- afstemmen.

In de stap-afstemfunctie verandert de frequentie stap voor stap. In de snel-afstemfunctie Kunt u snel afstemmen op de gewenste frequentie.

1. Raak BAND aan gedurende 1 seconde of langer terwij! MANU niet wordt afgebeeld. Als MANU wordt afgebeeld is handmatig afstemmen mogelik.

2. Bedien het kanaaldisplay en stem af op een kanaal waarop wordt uitgezonden.

Er zijn twee methoden voor handmatig

afstemmen: stap-afstemmen en snel-

+ In de stap-afstemfunctie verandert het kanaal stap voor stap.

Raak het titeldisplay met & 454 aan.

+ In de snel-afstemfunctie kunt u het kanaalsnel ononderbroken veranderen. Raak het kanaaldisplay met +45+ aan. Het afstemmen stopt zodra u uw vinger van het display afhaalt.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de TV Bediening van de TV Oproepen van een voorgeprogrammeerd station

Met deze functie kunt u een voorkeurzender kiezen.

1. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan. De voorkeurgeheugenlijst wordt afgebeeld. 2. Raak de zender aan waarnaar u wilt luisteren. + U kunt ook op de zender afstemmen door het voorkeurnummer met +4; # aan te raken.

M Het afstemmen annuleren 1. Raak RTN aan.

Voorkeurzenders handmatig

U kunt maximaal 12 TV-zenders opslaan (6-TV1 en 6-TV2). Hiermee kunt u uw favoriete TV- zenders in het geheugen opslaan en later weer oproepen.

1. Raak BAND aan om de frequentieband te veranderen.

2. Bedien het kanaaldisplay en kies de zender die u wilt opslaan.

3. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan. De voorkeurgeheugenlijst wordt afgebeeld. 4. Raak het voorkeurnummer waaronder u de zender wilt opslaan gedurende 2 seconden of langer aan. U hoort een lange pieptoon en de zender wordt in het geheugen opgeslagen. Als ü een korte pieptoon hoort, is de zender niet in het geheugen opgeslagen. Herhaal de procedure vanaf stap 1.

Voorkeurzenders automatisch

U kunt automatisch 6 TV-zenders in het voorkeurgeheugen opslaan.

Als er minder dan zes zenders met een goede ontvangstkwaliteit gevonden worden, zullen de zenders die eerder in het geheugen werden opgeslagen gehandhaafd bliven en alleen de zenders met een sterk signaal in het geheugen worden opgeslagen.

1. Raak MODE aan. 2. Raak A-STORE gedurende 2 seconden of

MODE verandert in “A-STORE" en het

voorkeurnummer van het automatisch

opslaan wordt op het voorkeurnummerdisplay afgebeeld.

+ Zenders met een goede ontvangstkwaliteit worden automatisch gezocht en opgeslagen in het voorkeurgeheugen {onder voorkeumummers 1 Vm 6) in oplopende volgorde vanaf de zender met de laagste frequentie.

+ Wanneer u automatisch voorkeurzenders opslaat, worden eerder opgeslagen zenders gewist.

+ As er minder dan zes zenders met een goede ontvangstkwaliteit worden gevonden, keert het apparaat automatisch terug naar de laagste frequentie en wordt het automatisch opslaan nogmaals uitgevoerd. Als daarna nog steeds minder dan zes zenders worden gevonden, bliven de eerder opgeslagen zenders in het geheugen.

Voorkeurzender-scannen

Met voorkeurzender-scannen kunt u de voorkeurzenders één voor één controleren in de volgorde waarin ze in het geheugen zin opgeslagen.

1. Raak MODE aan. 2. Raak P-SCAN aan.

MODE verandert in “P-SCAN" en het

voorkeurnummer van het voorkeurzender-

scannen wordt op het voorkeurnummerdisplay afgebeeld.

+ De huidig opgeslagen voorkeurzenders worden één voor één op volgorde ontvangen gedurende 7 seconden of langer elk. Zenders met een slechte ontvangst worden overgeslagen en de volgende zender wordt ontvangen.

De TV-zenders worden in onderstaande volgorde ontvangen:

TVA (1+ 6) - TV2 (1 - 6) + TV1 (1 + 6) enzovoort.

E Het voorkeurzender-scannen annuleren

1. Raak P-SCAN aan. P-SCAN verandert in “MODE”, en de zender die werd ontvangen voordat op P-SCAN werd gedrukt, wordt weer ontvangen.

Naar een video kijken

De TV-tuner is uitgerust met een VTR- ingangsaansluiting waarop u één extern apparaat kunt aansluiten. Sluit een 12-volt videocassettespeler (VCP) of videocassetterecorder (VCR) aan op de ingangsaansluiting van de TV-tuner.

1. Druk op de [B-HI] toets. VTR wordt afgebeeld en het apparaat wordt in de VTR-functie gezet.

+ Het TV-scherm roept de video- ingangsfunctie op, waarna u een video kunt weergeven.

= Terugkeren naar de TV-functie 1. Druk nogmaals op de [B-HH] toets.

Het TV-zendergebied instellen (TV AREA)

Als u het TV-zendergebied (waarin het tv-

signaal kan worden ontvangen) instelt,

verandert de gebiedsinstelling van de TV-tuner.

+ De fabrieksinstelling is “GERMANY”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met 44 aan en kies bij “TUNER het item ‘TV AREA”.

ADJUST MODE TV AREA GERMANY

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies het zendergebied.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

De TV-diversiteit instellen (TV DIVER)

U kunt de ontvangstinstelling van de TV- antenne die op de TV-tuner is aangesloten instellen.

+ Stel dit item in op “OFF” als u geen TV- antenne voor meervoudige ontvangst gebruikt.

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op

2. Raak het instelitemdisplay met &4#54 aan en kies bij “TUNER” het item ‘TV DIVER"”.

ADJUST MODE TVDIVER » ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4154 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

SpUe|I8p2N SpueI2paN Bediening van de digitale radio/DAB De DAB-bedieningsfunctie

Als een DAB (optioneel, DAH913 of DAH923) is aangesloten met behulp van een CeNET-kabel, kan dit apparaaît alle functies van de DAB bedienen.

Naar een DAB-zender luisteren

1. Druk op de [ROTARY] knop om de

bedieningsfunctie te veranderen.

+ Het display dat wordt afgebeeld wanneer een DAB-zender wordt ontvangen is hetzelfde als dat wanneer een zender handmatig wordt ontvangen of een voorkeurzender wordt ontvangen.

+ Het aantal programma's en de uitzendtijden verschillen per DAB-zender.

+ Als het DAB-signaal zwak is, wordt de geluidsuitvoer onderbroken.

1. Druk op de [ROTARY] knop en kies de DAB- functie.

2. Raak de linkerkant van het display met <+H5+ aan.

Als het apparaat een DAB-zender ontvangt,

wordt “DAB” afgebeeld op het display.

+ Het apparaat stopt het zoek-afstemmen als het geen DAB-Zender kan vinden. Het display keert terug naar de voorgaande functie.

1. Druk op de [ROTARY] knop en kies de DAB- functie.

2. Als “MANU” niet wordt afgebeeld, raakt u BAND aan gedurende 1 seconde of langer. Als “MANU” wordt afgebeeld, is handmatig afstemmen mogelik.

3. Raak de linkerkant van het display met 4454 aan en stem af op de zender.

+ AIS gedurende 7 seconden of langer geen bediening wordt uitgevoerd, wordt het handmatig afstemmen beëindigd en keert het display terug naar de voorgaande functie.

Wisselen tussen programma's

1. Druk op de [ROTARY] knop en kies de DAB- functie.

2. Raak de linkerkant van het display met ÆH54 aan om tussen de programma's van de DAB-zender te wisselen.

+ De programmanamen kunnen hetzelfde zijn,

afhankelÿk van de DAB-zender.

Met deze functie kunt u ieder ontvangbaar programma van de DAB-zender die wordt ontvangen één voor één gedurende 10 seconden elk scannen. Dit is handig wanneer u naar een gewenst programma wilt Zoeken.

1. Druk op de [ROTARY] knop en kies de DAB- functie.

3. Raak S-SCAN aan. *S-SCAN" wordt afgebeeld en dit apparaat begint de programma's één voor één gedurende 10 seconden elk te scannen.

Van ieder programma dat het apparaat scant wordt de naam op het display afgebeeld.

4. Als ü het scannen wilt stoppen wanneer het gewenste programma is gevonden, raakt u S-SCAN aan.

Handmatig opslaan in het geheugen

Het apparaat kan DAB-programma's handmatig in het geheugen opslaan. Maximaal 18 programma’s kunnen onder de voorkeurtoetsen (6 programma’'s elk) worden opgeslagen.

1. Druk op de [ROTARY] knop en kies de DAB- functie. 2. Raak BAND aan en kies een voorkeurtoets. 3. Raak MODE gedurende 1 seconde of langer aan. De voorkeurgeheugentist wordt afgebeeld. 4 Raak het voorkeurnummer waaronder u het programmatype wilt opslaan gedurende 2 seconden of langer aan. U hoort een lange pieptoon en de zender wordt in het geheugen opgeslagen. Al u een korte pieptoon hoort, is de zender niet in het geheugen opgeslagen. Herhaal de procedure vanaf stap 1. Opmerking: + Onderbrekingsprogramma's (PTY of INFO) kunnen niet handmatig in het opgeslagen worden opgeslagen.

Bediening van de digitale radio/DAB Een voorkeurprogramma oproepen

1. Druk op de [ROTARY] knop en kies de DAB- functie.

2. Raak BAND aan. Met iedere aanraking van BAND verander het display in de onderstaande volgorde.

MEMO1 + MEMO2 + MEMO3 + MEMO1...

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan om een voorkeurprogramma op te roepen.

De AF-functie schakelt over naar een andere frequentie op hetzelide netwerk om een zo goed mogelik ontvangstkwaliteit te verkrijgen.

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

+ Als de ontvangstkwaliteit van de huidige zender achteruit gaat, wordt “SEARCH” op het display afgebeeld en zoekt de radio naar hetzelfde radioprogramma op een andere frequentie.

+ Voor verdere informatie raadpleegt u de “AF- functie” (zie biz. 26) in het gedeelte “Bediening van RDS” van de betreffende gebruiksaanwijzing.

@ De AF-functie in- en uitschakelen

© AF-functie tussen RDS en DAB Als hetzelfde programma wordt uitgezonden door RDS en DAB, en deze functie is ingeschakeld, schakelt dit apparaat automatisch over zodat de uitzending met de beste ontvangstkwaliteit wordt ontvangen.

TA (verkeersinformatie)

Al een uitzending met verkeersinformatie begint in de TA-standbyfunctie, wordt die uitzending met voorrang ontvangen, ongeacht de functie die in werking is. Het is tevens mogelijk automatisch op een verkeersprogramma (TP) af te stemmen.

+ Deze functie kan alleen worden gebruikt als “TP” op het display wordt afgebeeld. As “TP” wordt afgebeeld betekent dit dat de DAB- of RDS-zender die op dat moment wordt ontvangen programma's met verkeersinformatie uitzendt.

Voor verdere informatie raadpleegt u “TA” (zie biz. 27) in het gedeelte “Bediening van RDS” van de betreffende gebruiksaanwfzing.

© De TA-standbyfunctie instellen

© De TA-standbyfunctie annuleren

© Een TP-zender zoeken

+ Als een TP-zender niet kan worden ontvangen, stopt het apparaat met zoeken.

+ “TP” kan op het display worden afgebeeld wanneer een verkeersprogramma wordt uitgezonden door een RDS-zender. Druk in dat geval op de [TA] toets om TP-zoek-afstemmen uit te voeren. Druk nogmaals op de [TA] toets om terug te keren naar de voorgaande functie.

In de INFO-standbyfunctie schakelt het apparaat automatisch over naar het gekozen aankondigingsprogramma zodra dit begint.

© De INFO-standbyfunctie instellen Als ü gedurende 1 seconde of langer de [TA] toets ingedrukt houdit, wordt “INFO” op het display afgebeeld en wordt het apparaat in de INFO-standbyfunctie gezet totdat de gekozen aankondiging wordt uitgezonden.

Zodra de gekozen aankondigingsuitzending begint, wordt de naam van de aankondiging op het display afgebeeld. Als u gedurende 1 seconde of langer de [TA] toets ingedrukt houdt terwil de gekozen aankondigingsuitzending wordt ontvangen, stopt de ontvangst van de gekozen aankondigingsuitzending en keert het apparaat terug naar de INFO-standbyfunctie.

© De INFO-standbyfunctie annuleren Als ü de INFO-standbyfunctie wilt annuleren, houdt u gedurende 1 seconde of langer de [TA] toets ingedrukt.

© Informatiekeuze Met deze functie kunt u INFORMATIE AAN of UIT kiezen in de informatie- onderbrekingsfunctie.

U kunt maximaal zes informatie-items op ON instellen

U kunt kiezen uit de onderstaande zes informatie-items:

INFORMATIE-item ENGLISH Inhoud

Travel Vervoersbericht

2. Raak INFO SEL aan om de ‘INFO SEL" functie op te roepen.

3. Raak het midden van het display met £ 854 aan of draai de [ROTARY] knop en kies een informatie-item.

U kunt kiezen uit zes informatie-items: Reizen + Waarschuwing Nieuws -> Weerbericht + Evenementen + Speciaal + Reizen..

4. Raak de rechterkant van het display met 454 aan en kies “ON” of “OFF”.

PTY Met deze functie kunt u naar het gekozen programmatype luisteren, ongeacht de functie die in werking is.

+ U kunt een gemeenschappelike PTY kiezen voor DAB en RDS.

+ Van de DAB-PTY en de RDS-PTY krijgt de PTY die het eerst wordt ontvangen voorrang boven de andere.

+ PTY-uitzendingen zijn nog niet in alle landen beschikbaar.

+ In de INFO-Standbyfunctie hebben INFO- zenders voorrang boven andere PTY-zenders.

+ In de TA-standbyfunctie hebben TP-zenders voorrang boven andere PTY-zenders.

+ Voor verdere informatie raadpleegt u “PT” (zie biz. 28) in het gedeelte “Bediening van RDS” van de betreffende gebruiksaanwijzing.

© De PTY-standbyfunctie instellen

© De PTY-standbyfunctie annuleren

© Een PTY-onderbrekingsuitzending annuleren

@ Een programmatype kiezen

© Een programmatype zoeken

© Het PTY-voorkeurgeheugen

Als een nooduitzending wordt ontvangen,

worden alle functiebedieningen afgebroken,

wordt “ALARM op het display afgebeeld, en wordt de nooduitzending ontvangen en weergegeven.

+ Voor verdere informatie raadpleegt u “Nooduitzending” (zie biz. 29) in het gedeelte “Bediening van RDS” van de betreffende gebruiksaanwijzing.

© De nooduitzending annuleren

De taal van het PTY- en INFO-

U kunit een taal kiezen uit de vier beschikbare

talen (Engels, Duits, Zweeds of Frans) waarin

het programmatype en de informatie op het display kan worden afgebeeld.

+ De fabrieksinstelling is “ENGLISH”.

+ Voor verdere informatie over “De taal van het PTY-display veranderen’” (zie biz. 30), raadpleegt u het gedeelte over “De RDS bedienen” in de betreffende gebruiksaanwijzing.

Volume-instelling van TA, INFO, nooduitzending

(ALARM) en PTY Het volume van de TA., INFO-, ALARM- en PTY-onderbrekingsuitzendingen kan worden ingesteld tijdens de TA-, INFO-, ALARM- en PTY-onderbrekingsuitzendingen. Voer de volgende bediening uit, afhankelijk van het aangesloten model.

+ De fabrieksinstelling is “15”.

Tijdens een TA:, INFO-, ALARM- of PTY- onderbrekingsuitzending, draait u de [ROTARY] knop rechtsom of linksom en stelt u het volume in op het gewenste niveau (0 t/m 33).

+ Als de TA-, INFO-, ALARM: of PTY- onderbrekingsuitzending is afgelopen, keert het volume terug naar het niveau dat was ingesteld véér de onderbrekingsuitzending.

De 5.1-kanalen surrounddecoder bedienen

Als een optionele, met behulp van een CeNET- kabel aangesloten, compatibele 5.1-kanalen surrounddecoder is aangesloten, kan dit apparaat de functies van de 5.1-kanalen surrounddecoder bedienen.

De volgende functies veranderen als een 5.1-

kanalen surrounddecoder is aangesloten.

+ Twee functies, “MOVIE en “VIRTUAL", worden toegevoegd aan de Dolby Pro Logic I-functie.

+ De VSE/POSITION-functie verandert in de DSF (digital geluidsveld)-functie.

+ In de P.EQ (parametrische equalizer)-functie, kunnen de instellingen van iedere luidspreker in nog groter detail worden ingesteld.

+ De instellingen van de instelitems (zie blz. 39) die betrekking hebben op de muziek, veranderen.

PL Il (Dolby PL Il) kiezen

Kies één van de vier beschikbare functies overeenkomstig de bron die u wilt weergeven in de Dolby Pro Logic Il-functie.

+ De fabrieksinstelling is “OFF”.

E MUSIC (muziekfunctie)

Zie “Het PLil-menu kiezen (Dolby PLII)" (zie biz. 17).

E MATRIX (matrixfunctie)

Zie “Het PLil-menu kiezen (Dolby PLII)" (zie biz. 17).

EH MOVIE (filmfunctie) Geschikt voor DVD-films.

E VIRTUAL (virtuele functie) Geschikt voor films en andere geluidsbronnen.

OFF De Dolby Pro Logic Il-functie wordt niet gebruikt.

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak Dolby PLII aan.

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan en kies de Dolby Pro Logic I- functie.

De functiedisplays worden als volgt doorlopen:

MUSIC (muziekfunctie) -> MATRIX {matrixfunctie) + MOVIE (filmfunctie) VIRTUAL (virtuele functie) + OFF (PL Il uit) + MUSIC (muziekfun!

+ Voor verdere informatie over het instellen van het volumeniveau van de middenluidspreker/subwoofer, raadpleegt u bladzijde 45.

Met DSF (digitaal geluidsveld) is het vis

geluidssimulatie mogelik een geluidservaring te

creëren alsof u zich in een concertzaal bevindt

of een liveoptreden bijwoont.

+ Als het DSF-menu wordt gekozen, wordt het volumeniveau soms lager.

+ De fabrieksinstelling van DSF is “OFF” en op het DSF-basismenu is “HALL”.

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak DSF aan.

3. Raak het ON/OFF-display met #45 4 aan. Het DSF-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

Als DSF is ingesteld op “OFF”, heeft de DSF-instelling geen invioed op het weergavegeluid. Hiermee is de DSF- instelling voltooid. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

SpUe|I8p2N SpueI2paN De 5.1-kanalen surrounddecoder bedienen

4. Raak het DSF-menunummer met #44 aan en kies het gewenste DSF-menu.

Nr. |Functienaam | Beschrijving 1 [HALL Een grote concertzaal

2 |CHURCH |Eenkerk meteen gewelfd plafond

3 |STADIUM | Een groot stadion zonder dak of muren

Een zaal voor Iveopiredens, groter dan een jazzclub

5 |JAZZCLUB| Een jazzclub met een laag plafond

6 |THEATER | Een bioscoop of theater

5. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

Het parametrische- equalizermenu kiezen De parametrische equalizer (P.EQ) stelt u in staat het gehele frequentiebereik nauwkeurig te compenseren tot een vloeiende kromme met behulp van frequentiecompensatie overeenkomstig het type auto dat u hebt. + De fabrieksinstelling stelt alle luidsprekers in op de volgende instellingen: FREQ = 1kHz, Q =1, GAIN = OdB

1. Druk op de [SOUND] toets. 2. Raak P.EQ aan.

ZOFFE P. EQ OFF Dolby PLII A - MODE

3. Raak het ON/OFF-display met #44 aan. Het P.EQ-effect wordt beurtelings in- en uitgeschakeld.

P£G MODE LS SIGNAL » _ P-NOIS Als het P.EQ-effect is ingesteld op “OFF”, heeft de P.EQ-instelling geen effect op de geluidsbron. Hiermee is de P.EQ-instelling voltooid. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

4. Raak het P.EQ-menunummer met & #4 aan en kies het P.EQ-menu.

P£G MODE SP-SEL » FRONT PS De P.EQ-menu’s zijn: SIGNAL + SP-SEL + BAND -> FREQ + Q + GAIN + SIGNAI

5. Raak de rechterkant van het display met #4#54 aan en stel het item naar wens in. SIGNAL (Kies het in te stellen signaal.):

Kies “P-NOIS” of “MUSIC”.

+ P-NOIS: Kies deze instelling wanneer pingelgeluid wordt gebruikt.

+ MUSIC: Kies deze instelling wanneer muzieksignalen worden gebruikt.

SP-SEL (Kies de luidsprekers waarvan u de

P.EQ-waarde wilt instellen.):

Kies een instelling uit “FRONT”, “CENTER" of “SURROUND”".

+ FRONT: voorluidspreker

+ CENTER: middenluidspreker

+ SURROUND: surroundiuidspreker

Kies één van de banden 1 tm 3.

FREQ (Kies de middenfrequentie.):

Het instelbereik loopt van 20 Hz tm 20 kHz.

Q (Stel de Q-kromme in.):

Hiermee stelt u de spitsheid van de Q- kromme in op 1, 8, 5, 7 of 20.

GAIN (Stel het uitgangsniveau in.): Hiermee stelt u de versterking {uitgangsniveau) in binnen het bereik van -12 dB tm +12 dB. (in stappen van 1 dB, 25 punten)

6. Herhaal de stappen 4 en 5 om het gewenste item in te stellen.

7. Druk op de [SOUND] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De instellingen die kunnen worden veranderd op het P.EQ-menu zijn de volgende: De middenfrequentie, versterking en Q-kromme kunnen worden opgeslagen in combinatie met een kanaal/band.

Bijvoorbeel iddenfrequentie “250Hz”, versterking “-8dB” en Q-kromme “3” kunnen worden opgeslagen voor band 1 voor.

Voor verdere informatie over de P.EQ-functie, raadpleegt u “De P.EQ instellen” (zie biz. 21).

De instellingen veranderen

Al een 5.1-kanalen surrounddecoder is aangesloten, veranderen de instellingen die betrekking hebben op de muziek.

De instelitems kiezen

Hieronder volgt een beschrijving van de items waarvan de instelling wordt veranderd.

Voor verdere informatie over de andere items die niet worden veranderd, raadpleegt u “De instellingen veranderen” (zie blz. 39) onder “Gemeenschappelijke bedieningen in iedere functie”.

1. Druk op de [A] toets. De functie verandert naar de instelfunctie.

ADJUST MODE CENTER-SP» _ ON

2. Raak het instelitemdisplay met & #54 aan en kies het item dat u wilt instellen.

+ Al ü de linkerkant van het display met 4454 aanraakt, worden de hoofditems één voor één doorlopen.

Als u de linkerkant van het display met ++ aanraakt, worden de hoofditems ononderbroken doorlopen.

Als ü het midden van het display met 4454 aanraakt, worden de subitems één voor één doorlopen. AIS u het midden van het display met +45+ aanraakt, worden de subitems ononderbroken doorlopen. 3. Al op de rechterkant van het display

“THROUGH wordt afgebeeld, raakt u

THROUGH aan om over te schakelen naar

het instellingendisplay.

4. Raak de rechterkant van het display met

4154 aan of draai de [ROTARY] knop en

kies een instelling.

& Terugkeren naar de oorspronkelijke functie

1. Druk nogmaals op de [A] toets.

+ Het uitgangsniveau van de luidsprekers instellen (zie biz. 46)

DELAY CENTER-SP / SRD-SP + De vertragingstijd van de luidsprekers instellen (zie biz. 65)

+ Het dynamisch bereik instellen (zie biz. 65)

PLII CONT PANORAMA / DIMENSION / CTR WIDTH + De muziekfunctie in detail instellen (zie biz. 47)

SpUe|I8p2N SpueI2paN De 5.1-kanalen surrounddecoder bedienen

De 5.1-kanalen surrounddecoder bedienen

De luidsprekers in-/ uitschakelen (CENTER-SP/ SRD-SP/SUB-WOOFER)

Met deze functie kunt u de middenluidspreker (CENTER-SP), de surroundluidspreker (SRD- SP) en de subwoofer (SUB-WOOFER) in- en uitschakelen.

Zorg ervoor dat deze instelling op “OFF” is ingesteld als er geen middenluidspreker, surroundiuidspreker of subwoofer is aangesloten.

+ De fabrieksinstelling is “ON”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #4 aan en kies bij “SOUND” het item “CENTER-SP”, bij “SOUND"” het item “SRD-SP”, en bij “SOUND"” het item “SUB-WOOFER”.

ADJUST MODE CENTER-SP» _ ON

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan of draai de [ROTARY] knop en kies “ON” of “OFF”.

+ In het geval van “SUB-WOOFER', kiest u “ON+",“ON-” of “OFF”. Normaal gesproken kies u “ON+”. Wanneer u echter “ON-" instelt, krijgt u een sterk effect van de lage tonen.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De filterfrequentie van de luidsprekers instellen (FRONT HPF/CENTER HPF/ SRD HPF/SUB-W LPF)

Met deze functie kunt u de filterfrequentie instellen overeenkomstig de luidsprekers die u gebruikt.

+ Luidsprekers die bij “De luidsprekers in-/ uitschakelen (CENTER-SP/SRD-SP/SUB- WOOFER)" werden uitgeschakeld, worden niet afgebeeld.

+ De fabrieksinstelling van “FRONT HPF” en “SRD HPF” is “THROUGH” (geen filter), en van “CENTER HPF' en “SUB-W LPF' is “120Hz".

FRONT HPF/CENTER HPF/SRD HPF instelling van hoogdoorlaatfilter) Dit filter verwijdert de lage tonen uit het geluid voor de voor:, midden- en surroundluidsprekers. THROUGH > 50Hz -> 80Hz -> 120Hz Stel het filter in overeenkomstig uw luidsprekers als de luidsprekers een kleine diameter hebben. THROUGH Kies deze instelling als u luidsprekers gebruikt die lage tonen kunnen weergeven. CENTER HPF kan niet worden ingesteld op THROUGH. SUB-W LPF (instelling van laagdoorlaatfilter voor subwoofer) Dit filter verwijdert de hoge tonen uit het geluid voor de subwoofer. 50Hz -> 80Hz -> 120Hz Stel de filterfrequentie in overeenkomstig uw subwoofer.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met &#;4 aan en kies bij “SOUND” het item “FRONT HPF”, bij “SOUND” het item “CENTER HPF”, bij “SOUND” het item “SRD HPF” en bij “SOUND” het item “SUB-W LPF”.

ADJUST MODE FRONT HPF > THROUGH

3. Raak de rechterkant van het display met 4ib 4 aan of draai de [ROTARY] knop en Kies de frequentie.

+ Kies een instelling uit THROUGH"!, 50Hz, 80Hz en 120Hz.

* THROUGH wordt alleen afgebeeld als “FRONT HPF" of “SRD HPF' is gekozen.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

De vertragingstijd van de luidsprekers instellen (CENTER-SP/SRD-SP)

De tijdsduur waarna het geluid van iedere luidspreker aankomt op de luisterpositie verschilt afhankelijk van de montagepositie van de luidsprekers en de grootte van uw auto. Stel de vertragingstijd van iedere luidspreker zodanig in dat het geluid van alle luidsprekers tegelijk met het geluid van de voorluidsprekers de luisterpositie bereikt.

+ De fabrieksinstelling is “Oms”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met #44 aan en kies bij “DELAY” het item “CENTER-SP”, en bij “DELAY" het item “SRD-SP”.

3. Raak de rechterkant van het display met 4454 aan en stel de vertragingstid in. + “CENTER-SP” kan worden ingesteld binnen het bereik van O ms tm 5 ms. + “SRD-SP” kan worden ingesteld binnen het bereik van O ms t/m 15 ms. 4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelike functie.

De Dolby Digital functies

Deze functie comprimeert het dynamisch bereik

van Dolby Digital om geluid met een laag

volumeniveau, zoals bijvoorbeeld de stem van

een acteur, te behouden, maar geluid met een

hoog volumeniveau te onderdrukken.

Deze functies zijn alleen beschikbaar op dvd's

opgenomen in Dolby Digital.

+ De fabrieksinstelling is “MAX”.

1. Druk op de [A] toets om de instelfunctie op te roepen.

2. Raak het instelitemdisplay met &#4 aan en kies bij “D-RANGE” het item “DOLBY D”.

D-RANGE >» MAX < D æ

3. Raak de rechterkant van het display met ##54 aan en stel het gewenste item van het dynamisch bereik naar wens in.

MAX: het maximale dynamisch bereik van de oorspronkelike geluidsbron.

STD: de aanbevolen functie voor normaal luisteren.

MIN: het sterkst gecomprimeerde dynamisch bereik, waarbij zelfs zachte geluiden goed te horen zijn.

4. Druk op de [A] toets om terug te keren naar de oorspronkelijke functie.

Het apparaat wordt niet ingeschakeld. (Er wordt geen geluid voortgebracht.)

De zekering is doorgebrand.

Vervang de zekering door een nieuwe van dezelfde sterkte. Als de zekering weer doorbrandt, neemt u contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.

Neem contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.

Er wordt geen geluid voortgebracht wanneer het apparaat bediend wordt terwi]l versterkers of een vermogensantenne is aangesloten.

De kabel van de elektrische antenne is kortgesloten naar massa of een te hoge stroomsterkte is nodig voor het inschakelen van de versterkers of de elektrische antenne.

1. Schakel het apparaat uit.

2. Maak alle draden los die aan de kabel van de elektrische antenne vastzitten. Controleer iedere draad met behulp van een ohm-meter op mogelike kortsluiting naar massa.

3. Schakel het apparaat weer in.

4. Sluit iedere draad één voor één weer aan op de Kabel van de elektrische antenne. Als de versterkers uitgaan voordat alle draden zin aangesloten, gebruikt u een extern relais om de inschakelspanning te leveren (de vereist stroomsterkte is te hoog).

CD/MP3/WMA De geluidskwaliteit is slecht

Er kunnen zich waterdruppels hebben gevormd op de lens in het

Schakel het apparaat in en laat het ongeveer een uur drogen.

onmiddelijk apparaat terwi] de auto op nadat het een vochtige plaats

apparaat is geparkeerd stond.

De Het bestandssysteem is niet | Gebruik het bestandsysteem ISO9660 level 1, 2, of bestandsnamen | juist. JOLIET of Romeo.

De afspeellijst kan niet worden weergegeven.

De bestandsnamen of de afspeeljst-extensie zijn niet juist.

Gebruik alleen alfanumerieke of ASCII-tekens in de namen van MP3/WMA-bestanden. Gebruik voor de afspeellist de extensie “MU”.

Als op de toetsen wordt gedrukt, gebeurt er niets.

Het display geeft verkeerde indicators, enz., aan

De microprocessor is gestoord door ruis, enz.

Schakel het apparaat uit, druk daama op de [RELEASE] knop en haal het voorpaneel eraf. Druk op de terugstelknop met een dun izerdraadie.

De aansluiting tussen het voorpaneel en het apparaat is vies.

Veeg het vuil eraf met een zachte doek bevochtigd met alcohol.

CD/MP3/WMA Er is geen geluid

Een ongeschikte disc (geen

Met het kantelend bedieningspaneel geopend, houdt

hoorbaar. compact disc) of een vreemd | u de [Æ] toets gedurende 3 seconden of langer voorwerp bevindt zich in het | ingedrukt. apparaat. Het vreemde voonwerp wordt gedwongen

Er staan geen MP3/WMA- | Neem op de juiste manier MP3/WMA-bestanden op bestanden op de disc. de disc op. De bestanden worden niet | Zorg ervoor dat de MP3/WMA-bestanden op de juiste herkend als MP3/WMA- manier zijn gecodeerd. bestanden. Het bestandssysteem is niet | Gebruik het bestandsysteem ISO9660 level 1, 2, of juist. JOLIET of Romeo.

Het geluid slaat _ | De disc is vuil. Maak de disc schoon met een zachte doek.

veel ruis. De disc is emstig bekrast of | Vervang de disc door een disc zonder krassen.

Het geluid wordt onderbroken of slaat over. Er treedt ruis op of de ruis is vermengd met het geluid.

De MP3/WMA-bestanden zijn niet op de juiste manier gecodeerd.

Zorg ervoor dat de MP3/WMA-bestanden op de juiste manier zijn gecodeerd.

9. FOUTMELDINGEN Als zich een probleem voordoet, wordt één van de volgende foutmelding afgebeeld. Volg de gegeven instructies om het probleem op te lossen.

Foutmelding Oorzaak Oplossing ERROR2 | Een disc is binnenin de CD-speler Dit is een storing van het mechanisme in de vastgelopen en kan niet worden CD-speler. Neem contact op met de winkel £ uitgeworpen. waar u het apparaat hebt gekocht. ë ERROR3 | Een disc in de CD-speleris bekrast, enz.. | Vervang de disc door een disc zonder È en kan niet worden weergegeven. krassen die niet verbogen is. à © |'erRoR6 Een disc is ondersteboven in de CD-speler | Werp de disc uit en plaats deze vervolgens geplaatst en kan niet worden weergegeven. | op de juiste manier. AMP GUARD | De beveilgingsschakeling van de 1. Verlaag het volumeniveau. De juiste luidspreker is in werking getreden. werking kan ook worden hersteld door het Als tijdens deze bediening het apparaat uit en weer in te schakelen. £ volumeniveau wordt veranderd, wordt “AMP | (Wanncer de beveiligingsschakeling van Fi GUARD” op het display afgebeeld. de luidspreker in werking treedt, wordt $ “AMP GUARD" treedt soms in werking automatisch het volumeniveau van de à wanneer speciale testsignalen worden luidsprekers verlaagd.) gebruikt. 2. Als het volumeniveau weer wordt verlaagd, neemt ü contact op met onze servicealdeling ERROR2 | Een disc binnenin de CD.wisselaar wordt | Ditis sen storing van het mechanisme in de niet in positie gebracht voor weergave. CD-wisselaar. Neem contact op met de ë winkel waar ü het apparaat hebt gekocht. S|ERRORS3 | Een disc in de CD.wisselaar is bekrast, Vervang de disc door sen disc zonder È enz., en kan niet worden weergegeven. krassen die niet verbogen is. Q S|ERRORS | Een disc is ondersteboven in de CD- Werp de disc uit en plaats deze vervolgens wisselaar geplaatst en kan niet worden op de juiste manier. weergegeven. ERROR2 | Een disc in de DVD-wisselaar kan niet Dit is een storing van het mechanisme in de worden weergegeven. DVD.wisselaar. Neem contact op met de winkel waar ü het apparaat hebt gekocht. ERROR3 | Een disc in de DVD-wisselaaris bekrast, | Probeer de disc opnieuw weer te geven of ë enz., en kan niet worden weergegeven. vervang de disc door een disc zonder $ krassen die niet verbogen is. H | ERROR6 | Een disc is ondersteboven in de DVD- Werp de disc uit en plaats deze vervolgens $ wisselaar geplaatst en kan niet worden op de juiste manier. à weergegeven. ERRORP | Foutief kindersloiniveau. Stel het juiste kindersloiniveau in. ERRORR Foutieve regiocode. Werp de disc uit en plaats een disc met de juiste regiocode.

Als een andere foutmelding dan die hierboven worden beschreven wordt afgebeeld, drukt u op de terugsteltoets. AIS het probleem aanhoudit, schakelt u het apparaat uit en neemt u contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.

Afstemsysteem: PLL-synthesizertuner Uitgangsvermogen:

Ontvangstirequenties: 4x 31 W (DIN 45324, +B = 14,4 V) FM: Voedingsspanning:

87.5 Um 108 mHz (in stappen van 0.05 mHz) MG : 531 tm 1602 kHz (in stappen van 9 kHz) LG : 153 Vm 279 KHz (in stappen van 3 kHz)

14,4 V gelijkstroom (10,8 tm 15,6 V toegestaan), negatieve massa Stroomverbruik: Minder dan 15 A.

Luidsprekerimpedantie: 4 Q (4 Um 8 Q toelaatbaar)

Nominale stroomsterkte van autoantenne: 500 mA of minder

Gewicht: Hoofdtoestel: 1,7 kg Afstandsbediening: 80 g (inklusief batterij) Afmetingen: Hoofdtoestel: 178 (B) x 50 (H) x 155 (D) mm Afstandsbediening: 44 (B) x 110 (H) x 27 (D) mm

Systeem: Digitaal audiosysteem voor compact discs

Frequentiebereik: 5 Hz tm 20 kHz (+ 1 dB) Signaal-ruisverhouding: 100 dB (1 kHz) IHF-A Dynamisch bereik: 96 dB (1 kHz)

Opmerking: + De technische gegevens en het ontwerp zijn onderhevig aan veranderingen ten behoeve van productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving.

Snabbvalsstation nr.

Titeldisplayen Snabbvalsstation nr.

Snabbvalsstation nr.

Für att se pä en snabbvalsstation