LS0714FL - Afkortzaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LS0714FL MAKITA in PDF-formaat.

Page 54
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : LS0714FL

Categorie : Afkortzaag

Download de handleiding voor uw Afkortzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LS0714FL - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LS0714FL van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING LS0714FL MAKITA

NL Radiaal-/afkortzaag

Aanslagpen Bout Stelbout Beschermkap Vleugelschroef Zaagsnedeplaat Zaagblad Zaagbladtanden Linkse schuine snede Rechte snede Draaitafel Geleider Bovenvlak van draaitafel Omtrek van zaagblad Stelschroef Aanslagarm Vergrendelnok Verstekschaal Wijzer Handgreep Hendel Vrijmakingsknop Schuine-hoek schaal Arm Schroef Ontgrendelknop Trekschakelaar Handvat Lamp Lampschakelaar Laserschakelaar

32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58

Sleutelhouder Stanghouder Middenkap Dopsleutel Zeskante bout Veiligheidskap Asblokkering Pijltje Zaagbladkast Zeskante bout (linkse schroefdraad) Buitenflens Binnenflens As Stofzak Verbindingsstuk Sluitstrip Steun Spanschroefarm Spanschroefstang Houder Houdermontage (los verkrijgbaar accessoire) Spanschroefknop Uitsteeksel Spanschroefas Voetstuk Stang 12 Twee klemschroeven voor bevestiging van de sledestang

59 Twee klemschroeven voor bevestiging van de sledestang 60 Spanschroef 61 Vulblok 62 Aluminium werkstuk 63 Meer dan 15 mm 64 Meer dan 420 mm 65 Gaten 66 Stelplaat 67 Groeven zagen met het zaagblad 68 Driehoeksliniaal 69 Armhouder 70 Stelbout voor 0° schuine hoek 71 Stelbout voor 45° linkse schuine hoek 72 Werkstuk 73 Zaaglijn 74 Verticale spanschroef 75 Naar buiten trekken 76 Duwen 77 Lampkast 78 Schroeven 79 TL-buis 80 Schroevendraaier 81 Schroef (één stuk) 82 Laserstraallens 83 Limietmarkering 84 Borstelhouderdop

TECHNISCHE GEGEVENS Model LS0714/LS0714F/LS0714FL/LS0714L Diameter zaagblad 190 mm Diameter zaagbladgat (asgat) 20 mm Max. verstekhoek Links 47°, Rechts 57° Max. schuine hoek Links 45°, Rechts 5° Max. zaagcapaciteiten (H x B) met een zaagblad van 190 mm diameter Schuine hoek Verstekhoek 45° (links)

52 mm x 163 mm (Opmerking) Het * teken duidt aan dat een houten hulpstuk van de volgende dikte wordt gebruikt. 1: Bij gebruik van een houten hulpstuk met een dikte van 20 mm. 2: Bij gebruik van een houten hulpstuk met een dikte van 15 mm. 3: Bij gebruik van een houten hulpstuk met een dikte van 10 mm.

Toerental onbelast (min–1) 6 000 Lasertype (LS0714FL/L) Rode laser 650 nm, <1mW (Laser Klasse 2) Afmetingen (L x B x H) 670 mm x 430 mm x 458 mm Netto gewicht LS0714: 12,5 kg, LS0714F: 12,8 kg, LS0714FL: 13,1 kg, LS0714L: 13,0 kg • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. • Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Bij gebruik van de geschikte zaagbladen kan ook aluminium worden gezaagd. Stroomvoorziening Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom worden gebruikt. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd volgens de Europese standaard en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden gebruikt. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op te volgen.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP 1. 2.

Draag oogbescherming. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Raak het freewheelende zaagblad niet aan, aangezien dit nog ernstige verwonding kan veroorzaken. 3. Gebruik de zaag niet zonder dat de veiligheidskappen zijn aangebracht. Controleer vóór elk gebruik of de veiligheidskap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de veiligheidskap niet goed beweegt en niet snel over het zaagblad sluit. Klem of bind de veiligheidskap nooit in de geopende stand vast. 4. Zaag nooit met het werkstuk in uw hand. Gebruik altijd de spanschroef om het werkstuk goed vast te zetten op het draaibaar voetstuk en tegen de geleider. Gebruik nooit uw hand om het werkstuk tijdens het zagen vast te houden. 5. Reik nooit in de nabijheid van het zaagblad. 6. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen alvorens het werkstuk te verwijderen of instellingen te veranderen. 7. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens het zaagblad te verwisselen of onderhoud aan het gereedschap uit te voeren. 8. Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. 9. De aanslagpen die de zaagkop in de omlaagpositie vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen. 10. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid van ontvlambare gassen of vloeistoffen. 11. Controleer het zaagblad zorgvuldig op barsten of beschadiging, alvorens het gereedschap te gebruiken. Een gebarsten of beschadigd zaagblad dient onmiddellijk te worden vervangen.

12. Gebruik alleen flenzen die voor dit gereedschap zijn bestemd. 13. Pas op dat u de as, de flenzen (vooral hun montagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadiging van deze onderdelen kan zaagbladbreuk veroorzaken. 14. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vastgezet is, zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen. 15. Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval, stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan zagen. 16. Vermijd het zagen op spijkers. Inspecteer het werkstuk en verwijder alle eventuele spijkers alvorens met het zagen te beginnen. 17. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens de trekschakelaar in te drukken. 18. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste positie niet in aanraking komt met het draaibaar voetstuk. 19. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de zaag bij het starten en stoppen even op- en neergaat. 20. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet in contact is met het werkstuk. 21. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste installatie of op een slecht gebalanceerd zaagblad kunnen wijzen. 22. Wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait, alvorens het werkstuk te zagen. 23. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets abnormaals opmerkt. 24. Probeer niet om de trekschakelaar in de INGESCHAKELD positie te vergrendelen. 25. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet wanneer het werk saai is en uit herhalingen bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van veiligheid misleiden, aangezien zaagbladen altijd uiterst gevaarlijk zijn. 26. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan verwonding veroorzaken. 27. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere materialen dan aluminium, hout of soortgelijk materiaal. 28. Sluit verstekzagen tijdens het zagen aan op een stofvanginrichting. 29. Selecteer de zaagbladen in overeenstemming met het te zagen materiaal. 30. Wees voorzichtig wanneer u gleuven zaagt. 31. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze versleten is. 32. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn gemaakt. 33. Sommig stofafval van de zaagbediening bevat chemicaliën die kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsdefecten kunnen veroorzaken. Een paar voorbeelden van deze chemicaliën zijn: • llood van materiaal dat met loodhoudende inkt is geverfd • larseen en chroom van chemisch behandeld timmerhout

Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe vaak u dit soort werk uitvoert. Om blootstelling aan deze chemicaliën tot een minimum te beperken, dient u in een goed geventileerde omgeving te werken en gebruik te maken van goedgekeurde veiligheidsapparatuur zoals stofmaskers die speciaal ontworpen zijn voor het filtreren van microscopische deeltjes. Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om het voortgebrachte geluid tot een minimum te beperken. De gebruiker dient volledig vertrouwd te zijn met het gebruik, de afstelling en de bediening van het gereedschap. Gebruik juist aangescherpte zaagbladen. Neem altijd de maximale snelheid, die op het zaagblad is aangeduid, in acht. Probeer niet om afgezaagde stukken of andere delen van het werkstuk uit het zaaggebied te verwijderen terwijl het gereedschap nog draait en de zaagkop niet in de uitgangspositie staat.

BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.

Als de transparante beschermkap vuil is of met zaagsel is bedekt zodat het zaagblad niet meer goed zichtbaar is, verwijder dan de stekker uit het stopcontact en maak de beschermkap met een bevochtigde doek goed schoon. Gebruik voor het reinigen van de plastic beschermkap nooit oplosmiddelen of benzinehoudende schoonmaakmiddelen. Als de beschermkap erg vuil is zodat het zaagblad moeilijk te zien is, gebruik dan de bijgeleverde dopsleutel om de zeskante bout van de middenkap los te draaien. Draai de zeskante bout linksom los en breng de beschermkap en de middenkap omhoog. In deze positie kan de beschermkap grondiger en gemakkelijker worden schoongemaakt. Voer deze procedure in de omgekeerde volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het schoonmaken is voltooid. Verwijder de veer van de beschermkap niet. Wanneer de beschermkap door ouderdom of blootstelling aan ultraviolet-licht verkleurd is geraakt, neem dan contact op met een Makita servicecentrum voor een nieuwe beschermkap. DE BESCHERMKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN.

Afstellen van de zaagsnedeplaten (Fig. 6 en 7)

INSTALLEREN Op een werktafel monteren Bij de verzending uit de fabriek is het handvat door middel van de aanslagpen in de omlaagpositie vergrendeld. Ontgrendel de aanslagpen door het handvat ietwat omlaag te drukken en aan de aanslagpen te trekken. (Fig. 1) Dit gereedschap dient op een effen en stabiel oppervlak te worden gemonteerd door gebruik te maken van de boutgaten in de voet van het gereedschap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelijk verwondingen veroorzaakt. (Fig. 2) Draai de stelbout naar rechts of naar links totdat deze met het vloeroppervlak in contact komt om het gereedschap stabiel te houden. (Fig. 3)

BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen.

Beschermkap (Fig. 4 en 5) Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de beschermkap automatisch omhoog. De beschermkap is veerbelast zodat zij naar haar oorspronkelijke positie terugkeert wanneer het zagen is voltooid en het handvat omhoog wordt gebracht. ZET DE BESCHERMKAP NOOIT VAST EN VERWIJDER NOOIT DE BESCHERMKAP OF DE VEER DIE ERAAN IS BEVESTIGD. Voor uw persoonlijke veiligheid dient de beschermkap altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onregelmatigheid in de werking van de beschermkap dient onmiddellijk te worden gerepareerd. Controleer of de veer goed werkt zodat de beschermkap goed terugkeert. GEBRUIK HET GEREEDSCHAP NOOIT WANNEER DE BESCHERMKAP OF DE VEER BESCHADIGD, DEFECT, OF VERWIJDERD ZIJN. DIT IS NAMELIJK BIJZONDER GEVAARLIJK EN KAN ERNSTIGE VERWONDINGEN VEROORZAKEN.

Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in de draaitafel. De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het zaagblad niet met de zaagsnedeplaten in aanraking komt. Stel de zaagsnedeplaten als volgt af alvorens de zaag in gebruik te nemen: Trek eerst de stekker uit het stopcontact. Draai alle schroeven (2 aan de linkerzijde en 2 aan de rechterzijde) waarmee de zaagsnedeplaten zijn vastgemaakt los. Trek de schroeven weer aan in zulke mate dat de zaagsnedeplaten nog gemakkelijk met de hand kunnen worden bewogen. Breng het handvat volledig omlaag en druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omlaagpositie te vergrendelen. Draai de twee klemschroeven waarmee de sledestangen zijn vastgemaakt los. Trek de slede helemaal naar u toe. Stel de positie van de zaagsnedeplaten af zodat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de voorste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de achterste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Nadat de zaagsnedeplaten zijn afgesteld, ontgrendelt u de aanslagpen en brengt u het handvat omhoog. Trek vervolgens alle schroeven stevig aan. LET OP: • Stel de zaagsnedeplaten altijd op de bovenstaande manier af telkens voordat of nadat u de schuine hoek wijzigt.

Handhaven van de maximale zaagcapaciteit (Fig. 8 en 9) Deze zaag is in de fabriek ingesteld voor het leveren van maximale zaagcapaciteit met een 190 mm zaagblad. Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, dient u altijd de laagste positie van het zaagblad te controleren en indien nodig als volgt af te stellen: Trek eerst de stekker uit het stopcontact. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en breng het handvat volledig omlaag. Gebruik de dopsleutel en verdraai de stelbout totdat de omtrek van het zaagblad een beetje onder het bovenvlak van de draaitafel komt te zitten op het punt waar het voorvlak van de geleider in aanraking komt met het bovenvlak van de draaitafel. Zorg dat de stekker uit het stopcontact is verwijderd en draai met de hand het zaagblad rond terwijl u het handvat volledig omlaag gedrukt houdt, en controleer of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig. LET OP: • Na het installeren van een nieuw zaagblad, dient u altijd te controleren of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt wanneer het handvat volledig omlaag is gebracht. Trek voor deze controle altijd de stekker van het gereedschap uit het stopcontact.

Aanslagarm (Fig. 10) Met de aanslagarm kunt u de laagste positie van het zaagblad gemakkelijk instellen. Stel in door de aanslagarm in de richting van het pijltje te bewegen, zoals afgebeeld. Stel de stelschroef zodanig in dat het zaagblad bij de gewenste positie stopt wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht.

Instellen van de verstekhoek (Fig. 11) Draai de handgreep naar links los. Verdraai de draaitafel terwijl u de vergrendelnok ingedrukt houdt. Beweeg de handgreep naar de positie waar de wijzer de gewenste hoek op de verstekschaal aanwijst en draai dan de handgreep weer stevig naar rechts vast. LET OP: • Voor het verdraaien van de draaitafel dient u het handvat in de hoogste positie te plaatsen. • Na het wijzigen van de verstekhoek, dient u de draaitafel altijd vast te zetten door de handgreep stevig vast te draaien.

Instellen van de schuine hoek (Fig. 12 en 13) Om de schuine hoek in te stellen, draait u de hendel op de achterkant van het gereedschap naar links los. Duw het handvat naar links om het zaagblad te kantelen totdat de wijzer naar de gewenste hoek op de schuinehoek schaal wijst. Draai daarna de hendel weer stevig naar rechts vast om de arm te vergrendelen. Om het zaagblad naar rechts te kantelen, drukt u de vrijmakingsknop op de achterkant van het gereedschap in terwijl u het zaagblad ietwat naar links kantelt nadat de hendel is losgedraaid. Houd de vrijmakingsknop ingedrukt en kantel het zaagblad naar rechts.

LET OP: • Voor het schuin zetten van het zaagblad dient u het handvat in de hoogste positie te plaatsen. • Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u altijd de arm vast te zetten door de hendel naar rechts vast te draaien. • Wanneer u de schuine hoek wijzigt, dient u de zaagsnedeplaten in de juiste positie te zetten zoals beschreven in “Afstellen van de zaagsnedeplaten”.

Afstellen van de hendelpositie (Fig. 14) Indien de hendel niet stevig kan worden vastgedraaid, kunt u de positie ervan bij elke hoek met 30° afstellen. Draai de bevestigingsschroef van de hendel op de achterkant van het gereedschap los en verwijder de schroef. Verwijder de hendel en installeer hem opnieuw zodat hij ietwat boven het niveau komt. Maak de hendel stevig vast met de schroef.

Werking van de schakelaar LET OP: • Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de “OFF” (uitgeschakeld) positie terugkeert. • Verwijder de ontgrendelknop en bewaar hem op een veilige plaats wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Hierdoor voorkomt u ongeoorloofd gebruik van het gereedschap. • Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Voor Europese landen (Fig. 15) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, duw de hendel naar links, druk de ontgrendelknop in, en druk vervolgens de trekschakelaar in. Laat de trekschakelaar los om het gereedschap te stoppen. Voor alle niet-Europese landen (Fig. 16) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, druk de ontgrendelknop in en druk vervolgens de trekschakelaar in. Laat de trekschakelaar los om het gereedschap te stoppen. WAARSCHUWINGEN: • Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trekschakelaar. Elk gereedschap met een defecte schakelaar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd alvorens het verder wordt gebruikt. • Voor uw veiligheid is dit gereedschap voorzien van een ontgrendelknop die ongewild starten van het gereedschap voorkomt. Gebruik het gereedschap NOOIT indien het gaat draaien wanneer u gewoon de trekschakelaar indrukt zonder de ontgrendelknop in te drukken. Breng het naar een Makita servicecentrum voor reparatie ALVORENS het verder te gebruiken. • Zet de ontgrendelknop NOOIT vast met plakband en belemmer nooit het doel en de functie ervan.

Aanzetten van de lampen (Fig. 17) Voor de modellen LS0714F, LS0714FL LET OP: • De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet in water en gebruik hem niet in de regen of in een natte omgeving. Dit kan namelijk een elektrische schok en uitwaseming veroorzaken. • Raak de lens van de lamp niet aan, daar deze tijdens of onmiddellijk na het gebruik uiterst heet is en brandwonden kan veroorzaken. • Stel de lamp niet bloot aan schokken of stoten, aangezien de lamp hierdoor beschadigd kan raken of minder lang zal meegaan. • Richt de stralenbundel van de lamp niet langdurig naar uw ogen. Dit kan namelijk oogletsel veroorzaken. • Bedek de brandende lamp niet met een doek, papier, karton of soortgelijke voorwerpen. Dit kan namelijk brand of ontbranding veroorzaken.

Afstellen van de laserlijn (Fig. 20) U kunt de laserlijn verplaatsen naar de linker- of rechterzijde van het zaagblad, afhankelijk van de zaagbewerking. Voor het verplaatsen van de laserlijn, zie de uitleg onder “Werking van de laserstraal”. OPMERKING: • Plaats een houten hulpstuk tegen de geleider wanneer u de zaaglijn instelt met de laserlijn aan de zijkant van de geleider voor gecombineerd zagen (45° schuine hoek en 45° rechtse verstekhoek). A) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de linkerzijde van het werkstuk • Verplaats de laserlijn naar de linkerzijde van het zaagblad. B) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de rechterzijde van het werkstuk • Verplaats de laserlijn naar de rechterzijde van het zaagblad.

Druk op het bovenste gedeelte van de schakelaar om de lamp aan te zetten, en op het onderste gedeelte om de lamp uit te doen. Beweeg de lamp om de gewenste plek te verlichten.

Doe de zaaglijn op het werkstuk overeenkomen met de laserlijn.

OPMERKING: • Gebruik een droge doek om vuil op de lens van de lamp eraf te vegen. Pas op dat u geen krassen maakt op de lens, omdat de verlichtingssterkte hierdoor zal verminderen.

LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.

Werking van de laserstraal (Fig. 18 en 19) Voor de modellen LS0714FL, LS0714L LET OP: • Kijk nooit in de laserstraal. Een directe laserstraal kan oogletsel veroorzaken. Om de laser in te schakelen, drukt u op de bovenkant (I) van de schakelaar. Druk op de onderkant (O) om de laser uit te schakelen. U kunt de laserlijn verplaatsen naar de linker- of rechterzijde van het zaagblad door de stelschroef als volgt in te stellen. 1. Draai de stelschroef naar links los. 2. Schuif de losgedraaide stelschroef zo ver mogelijk naar links of rechts. 3. Draai de stelschroef stevig vast bij de positie waar deze niet verder kan worden verschoven. De laserlijn is in de fabriek zodanig ingesteld dat deze zich binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad (zaagpositie) bevindt. OPMERKING: • Wanneer de laserlijn duister is en moeilijk of helemaal niet zichtbaar is vanwege direct zonlicht in de werkplek binnenshuis of buitenshuis, dient u een andere werkplek die niet blootstaat aan direct zonlicht te kiezen.

INEENZETTEN Opbergen van de dopsleutel (Fig. 21) De dopsleutel wordt opgeborgen zoals afgebeeld. Trek de dopsleutel uit de sleutelhouder om hem te gebruiken. Berg hem na het gebruik weer op in de sleutelhouder. Installeren of verwijderen van het zaagblad LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens het zaagblad te installeren of te verwijderen. • Gebruik voor het installeren of verwijderen van het zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dopsleutel. Doet u dit niet, dan kan de zeskante bout te vast of te los worden aangedraaid. Dit kan leiden tot persoonlijke verwonding. Druk de aanslagpen in om het handvat in de omhoogpositie te vergrendelen. (Fig. 22) Om het zaagblad te verwijderen, gebruik de dopsleutel om de zeskante bout, die de middenkap op haar plaats houdt, naar links los te draaien. Breng de beschermkap en de middenkap omhoog. (Fig. 23) Druk de asblokkering in om de as te vergrendelen en draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechts los. Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en het zaagblad. (Fig. 24) Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad zorgvuldig op de as, ervoor zorgend dat de pijltjes op het zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wijzen. Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout (linkse schroefdraad) stevig naar links vast terwijl u daarbij de asblokkering ingedrukt houdt.

Breng de beschermkap en de middenkap terug naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de zeskante bout naar rechts vast om de middenkap vast te zetten. Trek de aanslagpen naar buiten om de omhoogpositie van het handvat te ontgrendelen. Breng het handvat omlaag om te controleren of de beschermkap goed beweegt. Zet de asblokkering in de vrije stand alvorens te gaan zagen. (Fig. 25 en 26)

Stofzak (Fig. 27) Door de stofzak te gebruiken wordt het zaagsel opgevangen en kunt u schoon werken. Om de stofzak te bevestigen, monteert u hem op het verbindingsstuk. Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, maakt u hem los van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak de stofzak leeg en tik er zachtjes op voor het verwijderen van achtergebleven stofdeeltjes die verdere stofopvanging zouden kunnen belemmeren. OPMERKING: U kunt doeltreffender en schoner werken door een Makita stofzuiger op het gereedschap aan te sluiten.

Vastzetten van het werkstuk (Fig. 28) WAARSCHUWING: • Het is uiterst belangrijk dat u het werkstuk altijd juist en stevig vastzet met behulp van de spanschroef. Als u dit niet doet, kan het gereedschap beschadiging oplopen en/of het werkstuk worden vernield. OOK PERSOONLIJK LETSEL KAN HET GEVOLG ZIJN. Nadat het zagen is voltooid, mag u de zaag NIET omhoogbrengen voordat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. LET OP: • Bij het zagen van lange werkstukken moet u steunen gebruiken die even hoog zijn als het bovenvlak van de draaitafel. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werkstuk op zijn plaats te houden. Dun materiaal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het zaagblad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen.

Verticale spanschroef (Fig. 29) De verticale spanschroef kan in twee posities, aan de linkerzijde of rechterzijde van de geleider of de houdermontage (los verkrijgbaar accessoire), worden geïnstalleerd. Steek de stang van de spanschroef in het gat in de geleider of houdermontage en trek de schroef aan om de stang vast te zetten. Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Indien de bevestigingsschroef van de arm in aanraking komt met de geleider, moet u de schroef op de tegenovergestelde zijde van de arm monteren. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht en de zaagslede zo ver mogelijk wordt getrokken of geduwd. Indien dit wel het geval is, moet u de positie van de spanschroef veranderen. Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en de draaitafel. Plaats het werkstuk in de gewenste zaagpositie en zet het stevig vast door de knop van de spanschroef vast te draaien.

LET OP: • Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen de draaitafel en de geleider worden gedrukt.

Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 30) De horizontale spanschroef kan aan de linkerzijde van de gereedschapsvoet worden geïnstalleerd. Door de knop van de spanschroef naar links te draaien wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u de spanschroefas snel naar binnen en naar buiten bewegen. Door de knop van de spanschroef naar rechts te draaien wordt de spanschroef vastgezet. Om het werkstuk te grijpen, draait u de knop van de spanschroef langzaam naar rechts totdat het uitsteeksel zijn hoogste positie bereikt, en daarna draait u de knop stevig vast. Indien de spanschroefknop naar binnen of naar buiten wordt getrokken terwijl u hem naar rechts draait, kan het uitsteeksel in een schuine positie stoppen. In dit geval draait u de spanschroefknop terug naar links totdat de spanschroef los komt, en dan draait u hem weer langzaam naar rechts. De maximale breedte van werkstukken die met de horizontale spanschroef kunnen worden vastgezet is 120 mm. LET OP: • Grijp het werkstuk alleen wanneer het uitsteeksel in zijn hoogste positie staat. Als u dit niet doet, zal het werkstuk mogelijk niet goed vastgezet zijn. Het werkstuk kan dan weggeslingerd worden, hetgeen beschadiging van het zaagblad, verlies van controle over het gereedschap en mogelijke PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken.

Houders en houdermontage (los verkrijgbare accessoires) (Fig. 31 en 32) U kunt de houders en de houdermontage aan beide zijden van het gereedschap aanbrengen om de werkstukken horizontaal te ondersteunen. Installeer deze accessoires zoals afgebeeld. Draai daarna de schroeven goed vast om de houders en de houdermontage vast te zetten. Gebruik de houder/stang montage (los verkrijgbaar accessoire) voor het zagen van lange werkstukken. Deze bestaat uit twee houdermontages en twee stangen 12. LET OP: • Ondersteun lange werkstukken altijd op gelijke hoogte met het bovenvlak van de draaitafel, om nauwkeurige zaagsneden te krijgen en gevaarlijk controleverlies over het gereedschap te voorkomen.

BEDIENING LET OP: • Voordat u het gereedschap inschakelt, dient u het handvat uit zijn omlaagpositie te halen door de aanslagpen naar buiten te trekken. • Zorg dat het zaagblad niet in aanraking is met het werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt. • Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen. Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zonder dat de draaisnelheid van het zaagblad aanzienlijk vermindert. • Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen. Indien het handvat met geweld omlaag wordt gedrukt of zijwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede minder nauwkeurig zijn. • Voor glijdend zagen duwt u de zaagslede langzaam en zonder te stoppen naar de geleider. Als de slede tijdens het zagen wordt gestopt, zal een merkteken in het werkstuk achterblijven en zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn. 1.

Drukkend zagen (zagen van kleine werkstukken) (Fig. 33) Werkstukken die maximaal 50 mm hoog en 97 mm breed zijn kunt u als volgt zagen. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en zet de slede vast door de twee klemschroeven van de sledestangen naar rechts vast te draaien. Zet het werkstuk vast met de spanschroef. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie om het werkstuk te zagen. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen. LET OP: • Draai de twee klemschroeven van de sledestangen stevig naar rechts vast zodat de slede tijdens het zagen niet kan bewegen. Als deze schroeven niet goed vastzitten, kan het zaagblad onverwachts terugslaan, hetgeen ernstige PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken. 2.

Glijdend (duwend) zagen (zagen van brede werkstukken) (Fig. 34) Draai de twee klemschroeven van de sledestangen naar links los zodat de slede vrij kan bewegen. Zet het werkstuk vast met de spanschroef. Trek de slede zo ver mogelijk naar u toe. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Druk het handvat omlaag en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen.

LET OP: • Voor glijdend zagen DIENT U EERST DE SLEDE ZO VER MOGELIJK NAAR U TOE TE TREKKEN. Druk dan het handvat omlaag tot in de laagste positie en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER TOE. BEGIN NOOIT MET ZAGEN WANNEER DE SLEDE NIET VOLLEDIG NAAR U TOE IS GETROKKEN. Als u de slede niet zo ver mogelijk naar u toe trekt of zaagt naar uw richting toe, kan het zaagblad onverwachts worden teruggeslagen, hetgeen ernstige PERSOONLIJKE VERWONDING kan veroorzaken. • Glijdend zagen mag nooit worden uitgevoerd wanneer het handvat in de laagste positie is vergrendeld door het indrukken van de aanslagpen. • Draai de klemschroef van de slede nooit los terwijl het zaagblad draait. Dit kan leiden tot ernstige verwonding. 3. Verstekzagen Zie het gedeelte “Instellen van de verstekhoek” hierboven. 4. Schuine sneden zagen (Fig. 35) Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de schuine hoek in te stellen (zie “Instellen van de schuine hoek” hierboven). Draai daarna de hendel weer stevig vast om de gekozen schuine hoek goed vast te houden. Zet het werkstuk vast met een spanschroef. Zorg dat de slede volledig naar u toe is getrokken. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie door druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen. LET OP: • Controleer tijdens het zagen van schuine sneden altijd of het zaagblad in schuine richting naar beneden beweegt. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. • Tijdens het zagen van schuine sneden kan het gebeuren dat het afgezaagde stuk tegen de zijkant van het zaagblad komt te liggen. Indien het zaagblad omhoog wordt gebracht terwijl het nog draait, kan dit stuk door het draaiende zaagblad worden gegrepen zodat brokstukken in het rond worden geslingerd, hetgeen natuurlijk gevaarlijk is. Breng daarom het zaagblad omhoog ALLEEN nadat het volledig tot stilstand is gekomen. • Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien de druk tijdens het zagen niet evenwijdig is met het zaagblad, kan de hoek van het zaagblad verschuiven zodat de zaagsnede minder nauwkeurig zal zijn.

5. Gecombineerd zagen Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelijk met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoeken aangegeven in de onderstaande tabel. Verstekhoek

Voor de bedieningen voor gecombineerd zagen, zie de beschrijvingen onder “Drukkend zagen”, “Glijdend (duwend) zagen”, “Verstekzagen”, en “Schuine sneden zagen”. 6. Zagen van aluminium werkstukken (Fig. 36) Gebruik vulblokken of afgedankte blokstukken voor het vastzetten van aluminium werkstukken, zoals afgebeeld, om vervorming van de aluminium te voorkomen. Gebruik voor het zagen ook zaagolie, om te voorkomen dat aluminium zaagsel zich op het zaagblad vastzet. LET OP: • Probeer nooit om dikke of ronde aluminium werkstukken te zagen. Dikke aluminium werkstukken kunnen tijdens het zagen los komen, terwijl ronde aluminium werkstukken op dit gereedschap niet goed kunnen worden vastgezet. 7. Houten hulpstuk (Fig. 37) Het gebruik van een houten hulpstuk helpt om splintervrije sneden te krijgen. Gebruik de gaten in de geleider om een houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. Zie de afbeelding voor de afmetingen van een dergelijk houten hulpstuk. LET OP: • Gebruik als houten hulpstuk een recht stuk hout van gelijke dikte. • Gebruik schroeven om het houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. Zorg dat de schroefkoppen niet uit het bovenvlak van het houten hulpstuk steken. • Draai de draaitafel na het bevestigen van het houten hulpstuk niet met het handvat in de omlaagpositie. Als u dit doet, kan het zaagblad en/of het houten hulpstuk worden beschadigd. 8. Stukken van gelijke lengte zagen (Fig. 38) Wanneer u verschillende stukken van dezelfde lengte tussen 220 mm en 385 mm wilt zagen, kunt u gemakkelijker werken door de stelplaat (los verkrijgbaar accessoire) te gebruiken. Monteer de stelplaat op de houder (los verkrijgbaar accessoire) zoals afgebeeld. Breng de zaaglijn op uw werkstuk op één lijn met de linkerzijde of de rechterzijde van de groef in de zaagsnedeplaat. Houd het werkstuk vast zodat het niet kan bewegen, en plaats de stelplaat vlak tegen het einde van het werkstuk. Zet daarna de stelplaat vast met de schroef. Wanneer u de stelplaat niet gebruikt, draait u de schroef los en draait u de stelplaat uit de weg. OPMERKING: • Door de houder/stang montage (los verkrijgbaar accessoire) te gebruiken kunt u stukken van dezelfde lengte van ongeveer maximaal 2 200 mm zagen.

9. Groeven zagen (Fig. 39) Sokkel-type zaagsneden kunnen als volgt worden gemaakt: Stel de laagste positie van het zaagblad in met behulp van de stelschroef en de aanslagarm, om de zaagdiepte van het zaagblad te beperken. Zie “Aanslagarm” hierboven. Nadat de laagste positie van het zaagblad is ingesteld, kunt u evenwijdige groeven over de breedte van het werkstuk zagen door gebruik te maken van de methode voor glijdend (duwend) zagen, zoals afgebeeld. Verwijder daarna het werkstukmateriaal tussen de groeven met behulp van een beitel. Probeer niet om dit soort zaagsnede uit te voeren door gebruik te maken van een breed (dik) zaagblad of een dado-zaagblad. Deze kunnen controleverlies en verwonding veroorzaken. LET OP: • Breng de aanslagarm terug naar zijn oorspronkelijke positie voor andere zaagbedieningen dan het zagen van groeven.

Het gereedschap dragen (Fig. 40 en 41) Zorg dat de stekker uit het stopcontact is getrokken. Zet het zaagblad vast op de 0° schuine hoek en zet de draaitafel vast op de maximale rechtse verstekhoek. Trek de slede volledig naar de geleider en zet de sledestangen vast. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen naar binnen te duwen. Draag het gereedschap door beide zijden van de gereedschapsvoet vast te houden, zoals afgebeeld. Het gereedschap is gemakkelijker om dragen wanneer u de houders, stofzak, enz., ervan verwijdert. LET OP: • Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. • De aanslagpen dient alleen voor het dragen en opbergen van het gereedschap, en niet voor zaagbedieningen.

ONDERHOUD LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: • Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen.

Afstellen van de zaaghoek Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlijning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelijnd: 1. Verstekhoek Duw de slede naar de geleider toe en draai twee klemschroeven vast om de slede vast te zetten. Draai de handgreep los om de draaitafel los te maken. Draai de draaitafel zodat de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Draai daarna de draaitafel een beetje naar rechts en naar links zodat hij in de 0° verstek-inkeping komt te zitten. (Laat de draaitafel zoals hij is indien de wijzer niet naar 0° wijst.) Draai de zeskante bouten van de geleider los met de dopsleutel. (Fig. 42)

Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Gebruik een driehoeksliniaal of een winkelhaak e.d. om de zijde van het zaagblad haaks te zetten ten opzichte van het vlak van de geleider. Draai vervolgens de zeskante bouten op de geleider stevig vast, beginnend vanaf de rechterzijde. (Fig. 43) Controleer of de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Indien de wijzer niet naar 0° wijst, draait u de bevestigingsschroef van de wijzer los en stelt u de wijzer juist in zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 44)

Afstellen van de laserlijn aan de linkerzijde van het zaagblad

Schuine hoek 0° schuine hoek Duw de slede naar de geleider toe en draai twee klemschroeven vast om de slede vast te zetten. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Draai de hendel op de achterkant van het gereedschap los. Draai de 0° schuine-hoek stelbout (onderste bout) op de rechterzijde van de arm twee of drie slagen naar links om het zaagblad naar rechts te doen hellen. (Fig. 45) Zet de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het bovenvlak van de draaitafel door de 0° schuine-hoek stelbout voorzichtig naar rechts te draaien; gebruik hiervoor een driehoeksliniaal, een winkelhaak, e.d. Draai vervolgens de hendel stevig vast. (Fig. 46) Controleer of de wijzer op de arm wijst naar 0° op de schuine-hoek schaal op de armhouder. Indien niet, draai dan de bevestigingsschroef van de wijzer los en verstel de wijzer zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 47) 45° schuine hoek Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0° schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van de linkse 45° schuine hoek, draait u de hendel los en doet u het zaagblad volledig naar links hellen. Controleer of de wijzer op de arm wijst naar 45° op de schuinehoek schaal op de armhouder. Indien niet, dan draait u de 45° schuine-hoek stelbout (bovenste bout) op de rechterzijde van de arm totdat de wijzer naar 45° wijst. (Fig. 48)

Afstellen van de positie van de laserlijn (Fig. 49 en 50) Voor de modellen LS0714FL, LS0714L WAARSCHUWING: • Bij het afstellen van de laserlijn is het gereedschap op het stopcontact aangesloten. Let daarom goed op dat u de trekschakelaar niet indrukt. Bij toevallig indrukken van de trekschakelaar zal de zaag beginnen draaien en kan de gebruiker verwondingen oplopen. LET OP: • Kijk nooit direct in de laserstraal. Een directe laserstraal kan oogletsel veroorzaken. • Stel het gereedschap nooit bloot aan stoten of schokken. Stoten of schokken kunnen leiden tot een onjuiste positie van de laserlijn. Bovendien kan de laserstraalzender hierdoor beschadigd raken en zal het gereedschap minder lang meegaan.

Schroef voor verandering van het verplaatsingsbereik van de stelschroef Stelschroef Inbussleutel Laserlijn Zaagblad

Afstellen van de laserlijn aan de rechterzijde van het zaagblad 1

Schroef voor verandering van het verplaatsingsbereik van de stelschroef Zaagblad Laserlijn

Voer beide afstellingen als volgt uit. 1. Haal de stekker van het gereedschap uit het stopcontact. 2. Teken de zaaglijn op het werkstuk en plaats het werkstuk op de draaitafel. Zet het werkstuk voorlopig niet vast met een spanschroef of een soortgelijk bevestigingsmiddel. 3. Breng het zaagblad omlaag door het handvat omlaag te brengen en controleer de positie van het zaagblad in vergelijking met de zaaglijn. (Bepaal de te zagen positie op de zaaglijn.) 4. Nadat de te zagen positie is bepaald, brengt u het handvat terug naar de oorspronkelijke positie. Zet nu het werkstuk vast met de verticale spanschroef zonder daarbij het werkstuk te verschuiven uit de eerder gecontroleerde positie. 5. Steek de stekker in het stopcontact en zet de laserschakelaar aan. 6. Stel de positie van de laserlijn als volgt af. De positie van de laserlijn verandert wanneer u het verplaatsingsbereik van de stelschroef voor de laser verandert door twee schroeven te draaien met een inbussleutel. (Het verplaatsingsbereik van de laserlijn is in de fabriek ingesteld binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad.) Om het verplaatsingsbereik van de laserlijn verder weg van het zijvlak van het zaagblad in te stellen, draait u de stelschroef los en vervolgens draait u de twee schroeven naar links. Draai de stelschroef los en draai de twee schroeven naar rechts om het verplaatsingsbereik dichter bij het zijvlak van het zaagblad in te stellen. Zie het gedeelte “Werking van de laserstraal” hierboven en stel de stelschroef zodanig in dat de zaaglijn op het werkstuk precies overeenkomt met de laserlijn.

OPMERKING: • Controleer regelmatig of de positie van de laserlijn nauwkeurig is. • In geval van een defect in de laserinrichting dient u het gereedschap door een erkend Makita servicecentrum te laten repareren.

Vervanging van de TL-buis (Fig. 51) Voor de modellen LS0714F, LS0714FL LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens de TL-buis te vervangen. • Bescherm de TL-buis tegen stoten, krassen of schokken waardoor het glas van de TL-buis zou kunnen breken met mogelijke verwonding van uzelf of omstanders als gevolg. • Laat de TL-buis na het gebruik een tijdje afkoelen alvorens deze te vervangen. De buis is dan namelijk nog heet en kan brandwonden veroorzaken. Verwijder de schroeven van de lampkast. Trek de lampkast eruit terwijl u lichtjes blijft drukken op het bovenste gedeelte ervan, zoals afgebeeld. Trek de TL-buis eruit en vervang deze door een nieuwe originele Makita TL-buis.

Reinigen van de laserstraallens (Fig. 52 en 53) Voor de modellen LS0714FL, LS0714L Als de laserstraallens vuil is of met zaagsel is bedekt zodat de laserlijn niet meer goed zichtbaar is, verwijder dan de stekker uit het stopcontact en reinig de laserstraallens voorzichtig met een bevochtigde, zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen of benzinehoudende schoonmaakmiddelen op de lens. Om de laserstraallens te verwijderen, verwijdert u eerst het zaagblad volgens de aanwijzingen onder “Installeren of verwijderen van het zaagblad” en daarna verwijdert u de lens. Draai met een schroevendraaier de bevestigingsschroef van de lens los zonder de schroef te verwijderen. Trek de lens eruit zoals afgebeeld. OPMERKING: • Als de lens niet eruit komt, draai dan de schroef iets verder los zonder deze te verwijderen en probeer opnieuw om de lens eruit te trekken.

Na het gebruik • Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereedschap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de veiligheidskap schoon volgens de instructies die in de paragraaf “Veiligheidskap” werden beschreven. Smeer de glijdende onderdelen in met machine-olie om roestvorming te voorkomen. • Wanneer u de machine opbergt, moet u de slede zo ver mogelijk naar u toe trekken zodat de glijstangen helemaal in het draaibaar voetstuk komen te zitten. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van Makita vervangingsonderdelen.

ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemd doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita servicecentrum. • • • • • • • • • • • • •

Hardmetalen zaagbladen Spanschroefmontage (Horizontale spanschroef) Verticale spanschroef Dopsleutel 10 Houderset Houdermontage Houder/stang montage Stelplaat Stofzak Driehoeksliniaal Ontgrendelknop (2 stuks) TL-buis Inbussleutel

Vervangen van de koolborstels (Fig. 54 en 55) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Vervang de koolborstels wanneer deze tot aan de limietmerkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast.

NEDERLANDS SUOMI EG-VERKLARING VAN CONFORMITEIT VAKUUTUS EC-VASTAAVUUDESTA Wij verklaren hierbij uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen van genormaliseerde documenten, EN61029, EN55014, EN61000 in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad 89/336/EEC en 98/37/EC.

NEDERLANDS SUOMI Geluidsniveau en trilling De typische A-gewogen geluidsniveau’s zijn geluidsdrukniveau: 92 dB (A) geluidsenergie-niveau: 105 dB (A) – Draag oorbeschermers. – De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is niet meer dan 2,5m/s2.