LS1216 - Afkortzaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LS1216 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Afkortzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LS1216 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LS1216 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING LS1216 MAKITA
Voor dit gereedschap worden de volgende symbolen gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis van deze symbolen begript alvorens het gereedschap te gebruiken.
+ Om verwonding door weggeslingerd zaagafval te voorkomen, dient u na het voltooien van een snede de zaagkop omlaag te houden totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
+ Bij drukkend (gljdend) zagen, dient u eerst de slede volledig naar u toe te trekken en het hand- vat omlaag te drukken. Duw daarna de slede naar de geleider toe.
+ Kom met uw handen of vingers niet te dicht bij het zaagblad.
+ Kijk nooît in de laserstraal. Een directe laserstraal kan oogletsel veroorzaken.
Secondo la Direttiva Europea 2002/96/CE sui rifiuti di apparecchiature elettriche ed elettroniche e la sua attuazione _in conformità alle norme nazionali, le apparecchiature elettriche esauste devono essere raccolte separatamente, al fine di essere riciclate in modo eco-compatibile.
+ Alleen voor EU-landen Geef elektrische apparaten niet met het huisvuil meel
Volgens de Europese richlin 2002/9/EG inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recycle bedrif dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.
+ Sélo para paises de la Unién Europea iNo deseche los aparatos eléctricos junto con los residuos domésticos!
NEDERLANDS (originel instructies)
13. Draaibaar voetstuk
16. Bovenviak van draaibaar voetstuk
17. Omtrek van zaagblad
28 Ontgrendelknop 29 Trekschakelaar 30. Gat voor hangslot 31 Lampschakelaar 32 Lamp
33 Laserschakelaar 34 Dopsieutel
35. Sleutelhouder 36. Middenkap
Verklaring van algemene gegevens
53 Draaïbaar voetstuk
55 Bovenste geleider
56 Onderste geleider
57 Rood indicatievlak
65 Kroon-profiellist met een wand- hoëk van 52/38°
66 Kroon-profiellist met een wand- hoëk van 45°
67. Kwarthol-profielljst met een wandhoek van 45°
70 Kroon-profiellistaanslag L (los verkrijgbaar accessoire)
71. Kroon-profiellistaanslag R (los verkrijgbaar accessoire)
72. Kroon-profiellistaanslag L
73. Kroon-profiellistaanslag R
74. Kroon-profiellist
77. Aluminium werkstuk
82 Groeven zagen met het zaagblad
83 Schroeven (twee aan elke kant)
84 Onderste geleider
89 Schaalverdeling voor schuine hoek
90 Stelbout voor hoëk van 0°
92. Stelbout voor linkse 45° schuine hoek
93 Stelbout voor rechtse 45° schuine hoek
98 Schroef (één stuk)
100 Limietmerkstreep
101 Borstelhouderdop
TECHNISCHE GEGEVENS Model
Diameter zaagblad Diameter zaagbladgat Max. verstekhoek Max. schuine hoëk. . Max. zaagcapaciteiten (H x B)
LS1216/LS1216L/LS1216F/LS1216FL
… 805 mm mm, niet-Europese landen: 25,4 mm
= 87 mm x 233 mm = - 102 mm x 220 mm - 52° (rechts en | Dikte van houten | 25mm = 115 mm x 178 mm = links) bekleding op de geleider voor extra | 35 mm - 120 mm x 155 mm - Zaaghoogte = 87 mm x 185 mm = - 102 mm x 178 mm - 60° (rechts) | Dikte vanhouten | 25mm = 115 mm x 140 mm = bekleding op de geleider voor extra | 35 mm - 120 mm x 122 mm - Zaaghoogte
Speciale max. zaagdikte
Kroon-profielljst van 45° (met gebruik van kroon-profielljstaanslag)
Plint (H) (met gebruik van horizontale spanschroef)
Speciale max. zaagbreedte (met gebruik van een grondplaat met een dikte van 38 mm (1-1/2"))
Raadpleeg de BEDIENING voor de zaagprocedure. Toerental onbelast (min”"). Lasertype (Alleen voor LStetéLLS1216FL) Afmetingen (L x B x H) Netto gewicht Voor alle niet-Europese landen LS1216 LS1216L/LS1216F LS1216FI Voor alle Europese landen LS1216 LS1216L/LS1216F LS1216FL.. Veiligheidsklasse …
- 3 200 jode laser 650 nm, <1.6mW (Laser Klasse 2M) 806 mm x 640 mm x 721 mm
+ In verband met ononderbroken research en ontwikke- Iing, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisge- Ving te wijzigen.
+ De technische gegevens kunnen van land tot land ver- schillen.
+ Gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2003 Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Bij gebruik van de geschikte zaagbladen kan ook aluminium worden gezaagd. Stroomvoorziening Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom worden gebruikt. Het gereedschap is dubbel-geisoleerd volgens de Europese standaard en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden gebruikt.
Algemene velligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
Â\WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaar- schuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP
1. Draag oogbescherming.
2. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Raak het freewheelende zaagblad niet aan, aan- gezien dit nog ernstige verwonding kan veroor- zaken.
3. Gebruik de zaag niet zonder dat de veiligheids-
kappen zijn aangebracht. Controleer véér elk gebruik of de veiligheidskap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de veilig- heidskap niet goed beweegt en niet snel over het zaagblad sluit. Klem of bind de veiligheidskap nooit in de geopende stand vast.
4. Zaag nooit met het werkstuk in uw hand. Gebruik
altijd de spanschroef om het werkstuk goed vast te
zetten op het draaibaar voetstuk en tegen de gelei- der. Gebruik nooit uw hand om het werkstuk tjdens het zagen vast te houden.
Reik nooit in de nabijheid van het zaagblad.
Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen alvo-
rens het werkstuk te verwijderen of instellingen te veranderen.
7. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens het zaagblad te verwisselen of onderhoud aan het gereedschap uit te voeren.
8. Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvo- rens het gereedschap te dragen.
9. De aanslagpen die de zaagkop in de omlaagposi- tie vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen.
. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid van ontvlambare gassen of vloeistoffen. Door de elektrische werking van het gereedschap kan een explosie en brand worden veroorzaakt indien bloot- gesteld aan brandbare vioeistoffen of gassen.
11. Controleer het zaagblad zorgvuldig op barsten of beschadiging, alvorens het gereedschap te gebruiken.
Éen gebarsten of beschadigd zaagblad dient onmiddellijk te worden vervangen.
. Gebruik alleen flenzen die voor dit gereedschap zijn bestemd.
. Pas op dat u de as, de flenzen (vooral hun mon- tagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadi- ging van deze onderdelen kan zaagbladbreuk veroorzaken.
. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vastgezet
is, zodat het tijdens het agen niet kan bewegen.
Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval,
stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te
. Vermijd het zagen op spijkers. Inspecteer het werkstuk en verwijder alle eventuele spijkers alvorens met het zagen te beginnen.
. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens de trekschakelaar in te drukken.
.. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste po: tie niet in aanraking komt met het draaibaar voet- stuk.
. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de
zaag bij het starten en stoppen even op- en neer- gaat.
. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet in
contact is met het werkstuk.
. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens
het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste installatie of op een slecht gebalanceerd zaag- blad kunnen wijzen.
. Wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait,
alvorens het werkstuk te zagen.
. Stop onmiddellik met zagen indien u iets abnor-
. Probeer niet om de trekschakelaar in de INGE-
SCHAKELD positie te vergrendelen.
. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet
wanneer het werk saai is en uit herhalingen bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van vi ligheid misleiden, aangezien zaagbladen ali uiterst gevaarlijk zijn.
Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan verwonding veroorzaken. Gebruik de zaag niet voor het zagen van ande: materialen dan aluminium, hout of soortgeli material.
Sluit verstekzagen tijdens het zagen aan op een stofvanginrichting.
Selecteer de zaagbladen in overeenstemming met het te zagen material.
Wees voorzichtig wanneer u gleuven zaagt. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze ver- sleten is.
Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn gemaakt.
Sommig stofafval van de zaagbediening bevat chemicaliën die kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsdefecten kunnen vero! ken. Een paar voorbeelden van deze chemicaliën
lood van materiaal dat met loodhoudende inkt is geverfd + arseen en chroom van chemisch behandeld timmerhout Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe vaak u dit soort werk uitvoert. Om blootstelling aan deze chemicalin tot een minimum te beper- ken, dient u in een goed geventileerde omgeving te werken en gebruik te maken van goedge- heidsapparatuur zoals stofmaskers die special ontworpen zijn voor het filtreren van microscopische deelties. Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om het voortgebrachte geluid tot een minimum te beperken. De gebruiker dient volledig vertrouwd te zijn met het gebruik, de afstelling en de bediening van het gereedschap. Gebruik juist aangescherpte zaagbladen. Neem altijd de maximale snelheid, die op het zaagblad is aangeduid, in acht. Probeer niet om afgezaagde stukken of andere delen van het werkstuk uit het zaaggebied te ver- wijderen terwijl het gereedschap nog draait en de zaagkop niet in de uitgangspositie staat.
38. Gebruik alleen zaagbladen die worden aanbevo- len door de fabrikant en voldoen aan EN847-1.
39. Draag handschoenen wanneer u zaagbladen of ruw materiaal hanteert (zaagbladen dienen zo vaak als praktisch mogelik is in een houder te worden gedragen).
40. Indien uitgerust met een laser, mag de laser niet worden verwisseld met een ander type laser. Reparaties moeten correct worden uitgevoerd.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
INSTALLEREN Het gereedschap op de werktafel monteren
Bij de verscheping uit de fabriek is het handvat door mid-
del van de aanslagpen in de omlaagpositie vergrendeld.
Ontgrendel de aanslagpen door het handvat iets omlaag
te drukken en aan de aanslagpen te trekken. (Fig. 1)
+ Zorg ervoor dat het gereedschap niet kan bewegen op de ondergrond. Als de verstekzaag tidens het zagen beweegt ten opzichte van de ondergrond, kan dat leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoontik letsel.
Dit gereedschap dient op een vlak en stabiel opperviak
te worden gemonteerd door middel van vier bouten die u
vastdraait in de boutgaten in de voet van het gereed-
schap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelik venwondingen veroorzaakt.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES WAARSCHUWING:
+ Controleer altijd of het gereedschap is uitgescha- keld en zijn stekker uit het stopcontact is verwij- derd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. Als het gereedschap niet wordt uitgeschakeld en de stekker niet uit het stopcon- tact wordt getrokken, kan dat leiden tot ernstig per- soonlik letsel na per ongeluk inschakelen.
Veiligheïdskap (Fig. 3 en 4)
Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de
veiligheidskap automatisch omhoog. De veiligheidskap
Keert terug naar haar oorspronkelike positie wanneer het
zagen is voltooid en het handvat omhoog wordt gebracht.
+ Zet de beschermkap nooit vast en verwijder nooit de beschermkap of de veer die eraan is bevestigd. Een blootiggend zaagblad als gevolg van een buiten werking gestelde veiligheidskap kan tijdens gebruik lei- den tot ernstig persoonlik letsel.
Voor uw persoonijke veiligheid dient de veiligheidskap
altid in goede staat te worden gehouden. Elke onregel-
matigheid in de werking van de veiligheidskap dient onmiddelljk te worden hersteld. Controleer of de veer goed werkt zodat de veiligheidskap goed terugkeert.
+ Gebruik het gereedschap nooit wanneer de veili heïdskap of de veer beschadigd, defect, of verwij- derd zijn. Het gebruik van het gereedschap met een beschadigde, defecte of verwijderde veiligheidskap kan leiden tot ernstig persoontik letsel.
As de doorzichtige veiligheidskap vuil is of met zaagsel is bedekt zodat het zaagblad en/of het werkstuk niet meer goed zichtbaar is, haal dan de stekker uit het stop- contact en maak de velligheïdskap met een bevochtigde doek goed schoon. Gebruik geen oplosmiddelen of een schoonmaakmiddel op petroleumbasis op de kunststof- fen veiligheidskap omdat hierdoor de veiligheidskap kan worden beschadigd.
Als de veiligheidskap vuil is geworden en voor correct gebruik moe worden schoongemaakt, volgt u de onder- Staande stappen:
Terwijl het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken, gebruikt u de bijgele- verde sleutel om de zeskante bout waarmee de midden- kap is bevestigd los te draaien. Draai de zeskante bout linksom los en breng de veiligheidskap en de middenkap omhoog.
In deze positie kan de veiligheidskap grondiger en gemakkeljker worden schoongemaakt. Voer de boven- Staande procedure in de omgekeerde volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het schoonmaken is vol- tooid. Verwijder de veer van de veiligheidskap niet. Als de veiligheïdskap beschadigd is door ouderdom of bloot- Stelling aan ultraviolet licht, neemt u contact op met een Makita-servicecentrum om een nieuwe veiligheidskap te bestellen.
DE VEILIGHEIDSKAP NOOIT VASTZETTEN OF VER- WIJDEREN.
Afstellen van de zaagsnedeplaten (Fig. 5, 6 en 7) Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in de draaitafel. De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het zaagblad niet met de zaagsnedeplaten in contact komt. Stel de zaag- snedeplaten als volgt af alvorens het gereedschap in gebruik te nemen.
Haal eerst de stekker van het gereedschap uit het stop-
contact. Draai alle schroeven (3 aan de linkerzijde en 3
aan de rechterzide) waarmee de zaagsnedeplaten zijn
vastgemaakt los. Trek de schroeven vervolgens weer aan in zulke mate dat de zaagsnedeplaten nog gemakkelik met de hand kunnen worden bewogen. Breng het hand- vat volledig omlaag en druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omlaagpositie te vergrendelen. Draai de borgschroef waarmee de bovenste schuifstan- gen zin vastgezet linksom los en duw de borghendel waarmee de onderste schuifstangen zin vastgezet naar voren. Trek de slede helemaal naar u toe. Stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aan- raking komen met de zjkanten van de zaagbladtanden
‘Trek de voorste schroeven aan (niet te hard aantrekken)
Duw de slede zo ver mogelik naar de geleider en stel de
positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net
in aanraking komen met de zikanten van de zaagblad- tanden. Trek de achterste schroeven aan (niet te hard aantrekken).
Nadat de zaagsnedeplaten zin afgesteld, ontgrendelt u
de aanslagpen en brengt u het handvat omhoog. Trek
vervolgens alle schroeven stevig aan
+ Zorg na het instellen van de schuine hoëk ervoor dat de zaagsnedeplaten goed worden afgesteld. Een juiste afstelling van de zaagsnedeplaten zorgt voor een goede ondersteuning van het werkstuk waarbij splinteren wordt geminimaliseerd.
Handhaven van de maximale zaagcapaciteit
Dit gereedschap is in de fabriek ingesteld voor het leve-
ren Van maximale zaagcapaciteit met een 305 mm zaag-
Trek de stekker van het gereedschap uit het stopcontact
voordat u afstellingen maakt.
Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, moet u ltd
de laagste positie van het zaagblad controleren en zono-
dig als volgt afstellen:
Trek eerst de stekker uit het stopcontact. Breng de aan-
slaghendel omlaag om het zaagblad in de positie te zet-
ten die is aangegeven in de afbeelding. Duw de slede zo ver mogelifk naar de geleider en breng het handvat hele- maal omlaag. Gebruik de dopsleutel en draai de stelbout naar links of naar rechts totdat de omtrek van het zaag- blad ietwat onder het bovenviak van het draaibaar voet-
Stuk komt te zitten op het punt waar het voorvlak van de
geleïder in aanraking komt met het bovenviak van het
Draai met de hand het zaagblad rond (met de stekker uit
het stopcontact verwijderd!) terwijl u het handvat volledig
neergedrukt houdt, en controleer of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig.
Zet na het maken van afstellingen altid de aanslaghen-
del terug in de oorspronkelike stand door deze linksom
+ Na het monteren van een nieuw zaagblad contro- leert u, terwijl de stekker van het gereedschap uit het stopcontact is getrokken, altijd dat het zaag- blad geen enkel onderdeel van het onderstel raakt wanneer de handvat zo ver mogelijk omlaag wordt geduwd. Als het zaagblad het onderstel raakt, kan dit een terugslag veroorzaken en leiden tot ernstig per- soonijk letsel.
Aanslagarm (Fig. 11)
Met de aanslagarm kunt u de laagste positie van het zaagblad gemakkelik instellen. Om in te stellen draait u de aanslagarm in de richting van het piltje zoals afge- beeld. Stel de stelschroef zodanig in dat het zaagblad bij de gewenste positie stopt wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht.
Instellen van de verstekhoek (Fig. 12) Duw het handvat in tot de nok aangript en draai deze rechtsom tot hij stopt. Houd de vergrendelknop ingedrukt en verdraai het draaibaar voetstuk. Wanneer u het hand- vat hebt verdraaid naar de positie waarop de aanwispunt de gewenste hoek op de verstekschaalverdeling aan- geeft, draait u het handvat 90° linksom om het draaibaar voetstuk te vergrendelen.
+ Nadat u de verstekhoek hebt veranderd, zet u altijd het draaibaar voetstuk vast door het handvat 90° linksom te draaïen.
+ Voor het verdraaien van het draaibaar voetstuk dient u het handvat volledig omhoog te brengen.
Instellen van de schuine hoek (Fig. 13, 14 en 15) Om de schuine hoëk in te stellen, draait u de hendel op de achterkant van het gereedschap naar links los. Duw de vergrendelingshendel helemaal naar voren, zoals aangegeven in de afbeelding, terwi]l u het gewicht van de zaagkop ondersteunt zodat de druk van de vergrendel- pen wordt afgehaald.
Wanneer u de slede naar rechts kantelt, kantelt u de
slede iets naar links nadat u de hendel hebt losgezet en
drukt u op de ontgrendelknop. Terwil u de ontgrendel- knop ingedrukt houdi, kantelt u de slede naar rechts.
Kantel het zaagblad totdat de wijzer naar de gewenste
hoek op de schuine-hoëk schaalverdeling wijst. Draai
daarna de hendel weer stevig naar rechts vast om de arm te vergrendelen.
Wanneer de vergrendelingshendel naar de voorkant van
de zaag is getrokken, kunt u het zaagblad vergrendelen
met behulp van de klikstops onder linkse en rechtse hoe- ken van 22,5° en 33,9° ten opzichte van het draaibaar voetstuk.
Wanneer de vergrendelingshendel naar de achterkant
van de zaag is geduwd, zoals aangegeven in de afbeel-
ding, kan het zaagblad onder iedere gewenste hoek wor- den vergrendeld binnen het opgegeven bereik voor de schuine hoëk.
+ Na het wijzigen van de schuine hoëk, dient u de arm altid vast te zetten door de hendel naar rechts vast te draaien.
+ Bij het kantelen van het zaagblad moet het handvat helemaal omhoog staan.
+ Na het wijzigen van de schuine hoëk, dient u de zaag- snedeplaten weer in de juiste positie te zetten volgens de aanwizingen in de paragraaf “Afstellen van de zaagsnedeplaten”
Schuifvergrendeling afstellen (Fig. 16)
Om de onderste schuifstang te vergrendelen, trekt u de borghendel naar de voorkant van de zaag.
Om de bovenste schuifstangen te vergrendelen, draait u de borgschroef rechtsom.
Werking van de schakelaar
Voor Europese landen (Fig. 17)
Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de
trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om de het-
gereedschap te starten, duw de hendel naar links, druk de ontgrendelknop in en druk daarna de trekschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekscha-
+ Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de “UITGESCHA- KELD" (OFF) positie terugkeert. Druk de trekscha- Kelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar nameli
breken. Het gereedschap gebruiken zonder dat de
trekschakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel.
In de trekschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten.
Voor alle niet-Europese landen (Fi Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, druk de ontgrendelknop in en druk vervolgens de trekschakelaar in. Om het gereed- schap te stoppen, laat u de trekschakelaar los.
+ Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de “UITGESCHA- KELD” (OFF) positie terugkeert. Druk de trekscha- Kelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Het gereedschap gebruiken zonder dat de trekschakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlik letsel.
In de trekschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten.
+ Gebruik geen slot met een beugel of kabel met een diameter kleiner dan 6,35 mm. Met een dunnere beu- gel of kabel wordt het gereedschap mogeljk niet goed in de uit-stand vergrendeld, waardoor onbedoelde bediening kan plaatsvinden die kan leiden tot ernstig persoonlik letsel.
Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trekschakelaar. leder gereedschap met een defecte trekschakelaar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd voordat het gereedschap wordt gebruikt of ernstig persoonlik letsel wordt veroorzaakt. Voor uw veiligheid is dit gereedschap voorzien van een ontgrendelknop die ongewild starten van het gereed- schap voorkomt. Gebruik het gereedschap NOOIT indien het gaat draaïen wanneer u gewoon de trek- schakelaar indrukt zonder de ontgrendelknop in te drukken. Een trekschakelaar die moet worden gerepa- reerd kan leiden tot onbedoelde bediening en ernstig persoonlik letsel. Breng het naar een Makita service- centrum voor reparatie ALVORENS het verder te gebruiken.
NOOIT de uit-vergrendelknop vastplakken of op een andere manier buiten werking stellen. Een trekschake- laar met een buiten werking gestelde uit-vergrendel- knop kan leiden tot onbedoelde bediening en ernstig persoonlik letsel.
Aanzetten van de lampen (Fig. 19)
Alleen voor modellen LS1216F en LS1216FL LET OP:
+ De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet in water en gebruik hem niet in de regen of in een natte omge- Ving. Dit kan namelijk een elektrische schok en uitwa- Seming veroorzaken.
Raak de lens van de lamp niet aan, aangezien deze tij- dens of onmiddellik na het gebruik uiterst heet is en brandwonden kan veroorzaken.
Stel de lamp niet bloot aan schokken of stoten, aange- zien de lamp daardoor beschadigd kan raken of minder lang zal meegaan.
Rich de stralenbundel van de lamp niet langdurig naar uw ogen. Dit kan namelik oogletsel veroorzaken. Bedek de brandende lamp niet met een doek, karton of Soortgelijke voorwerpen. Dit kan namelik brand of ont- branding veroorzaken.
Om de lamp in te schakelen, drukt u op het bovenste deel (1) van de schakelaar. Om de lamp uit te schakelen, drukt u op het onderste deel (0) van de schakelaar. Beweeg de lamp om de gewenste plek te verlichten. OPMERKING:
+ Gebruik een droge doek om vuil op de lens van de lamp eraf te vegen. Pas op dat u geen krassen maakt op de lens, omdat de verlichtingssterkte daardoor kan verminderen.
Elektronische aansturing
Constante-snelheidsregeling
+ Het gereedschap is uitgerust met een elektronische toerentalregeling die ervoor zorgt dat ook onder belas- ting het zaagblad op constante snelheid ronddraait. Een constante draaisnelheid van het zaagblad levert een zeer gladde zaagsnede op.
Zachte-startfunctie + Deze functie laat het gereedschap geleideljk starten door het startkoppel te beperken.
Werking van de laserstraal
Alleen voor modellen LS1216L en LS1216FL LET OP:
+ Kik nooit in de laserstraal. Een directe laserstraal kan oogletsel veroorzaken.
+ LASERSTRALING. KIJK NIET IN DE LASERSTRAAL EN GEBRUIK GEEN OPTISCHE_INSTRUMENTEN OM ER RECHTSTREEKS NAAR TE KIJKEN. LASER- PRODUCT VAN KLASSE 2M.
Om de laser in te schakelen, drukt u op de bovenkant (1)
van de schakelaar. Om de laserstraal uit te schakelen,
drukt u op het onderste deel (0) van de schakelaar.
Ü kunt de laserlin verplaatsen naar de linker- of rechter-
zijde van het zaagblad door de stelschroef als volgt in te
1. Draai de stelschroef naar links los.
2. Schuïf de losgedraaïde stelschroef zo ver mogelik
naar links of rechts.
3. Draai de stelschroef stevig vast bij de positie waar
deze niet verder kan worden verschoven.
De laserlin is in de fabriek zodanig ingesteld dat deze
zich binnen 1 mm vanaf het ziviak van het zaagblad
(zaagpositie) bevinal
+ Wanneer de laserlin vaag en slecht zichtbaar is van- wege direct zonlicht, verplaatst u het werkgebied naar een plaats met minder direct zonlicht.
Afstellen van de laserlijn (Fig. 22)
U kunt de laserlin verplaatsen naar de linker- of rechter-
zijde van het zaagblad, afhankeljk van de zaagbewer-
King. Voor het verplaatsen van de laserlin, zie de uitleg
onder “Werking van de laserstraal".
+ Plaats een houten hulpstuk tegen de geleider wanneer u de zaaglin instelt met de laserlin aan de zijkant van de geleider voor gecombineerd zagen (45° schuine hoek en 45° rechtse verstekhoek).
A) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de linker- zijde van het werkstuk + Verplaats de laserlin naar de linkerzijde van het zaagblad.
B) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de rechter- zijde van het werkstuk + Verplaats de laserlin naar de rechterzide van het zaagblad. Doe de zaaglin op het werkstuk overeenkomen met de laserlin.
INEENZETTEN WAARSCHUWING:
+ Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zin stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens het gereedschap te gebruiken. AIS u het gereedschap niet uitschakelt en zijn stekker niet uit het stopcontact trekt, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Opbergen van de dopsleutel (Fig. 23)
De dopsleutel wordt bewaard op de plaats aangegeven in de afbeelding.
Als u de dopsieutel nodig hebt, trekt u deze uit de sleutel- houder.
Na gebruik van de dopsleutel, plaatst u deze terug in de sleutelhouder.
Installeren of verwijderen van het zaagblad
WAARSCHUWING: + Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en ziin stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens het zaagblad te installeren of te verwijderen. Als het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Gebruik voor het installeren of verwijderen van het zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dop- sleutel. Als u de sleutel niet gebruikt kan de zeskante bout te strak of onvoldoende strak worden aange- draaid, waardoor ernstig persoonlik letsel kan ont- staan.
Druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de
omhoogpositie te vergrendelen. (Fig. 24)
Gebruik de dopsleutel om de zeskante bout, die de mid-
denkap op zijn plaats houdt, naar links los te draaien.
Breng de veiligheidskap en de middenkap omhoog.
Druk de asvergrendeling in om de as te vergrendelen en
draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechits los.
Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en
het zaagblad. (Fig. 26)
+ Als de binnenflens verwijderd is, vergeet u niet deze aan te brengen op de as met zijn uitsteeksel van het zaagblad af gericht. Als de binnenflens verkeerd wordt aangebracht, zal de flens tegen het gereedschap aan- lopen
+ Voordat het zaagblad op de as wordt aangebracht, moet u ervoor zorgen, dat de juiste ring, passend voor het asgat van het zaagblad, is aangebracht tussen de binnen- en buitenflens. Als een ring met een verkeerd asgat wordt gebruikt, kan het zaagblad verkeerd worden gemonteerd waardoor het zaagblad kan verschuiven en sterke trilingen worden veroor- zaakt, wat kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel.
Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad op de as, ervoor zorgend dat de pijtjes op het zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wijzen. Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de dopsleutel de zeskante bout (linkse schroef- draad) stevig naar links vast terwijl u daarbi de asver- grendeling ingedrukt houdit. (Fig. 27 en 28)
Breng de veiligheidskap en de middenkap terug naar hun oorspronkelike positie. Draai daarna de zeskante bout naar rechts vast om de middenkap vast te zetten. Trek de aanslagpen naar buiten om het handvat uit de omhoog- positie te halen. Breng het handvat naar omlaag om te controleren of de veiligheidskap goed beweegt. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens te gaan zagen. (Fig. 29)
Door de stofzak te gebruiken werkt u schoner en kan het
zaagsel eenvoudiger worden opgeruimd. Bevestig de
Stofzak op de stofmond.
Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, verwijdert u hem
van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak
de stofzak leeg en tik er lichtjes op voor het venmijderen
van achtergebleven stofdeelties die de stofopvang zou-
den kunnen belemmeren.
+ U kunt schoner werken door een stofzuiger op de zaag aan te sluiten.
Stofvanger (los verkrijgbaar accessoire)
Steek de stovanger in de stofuitlaat.
Leeg de stofvanger wanneer dat nodig is.
Als ü de stofvanger wilt legen, drukt u op de knop om het
deksel te openen zodat u het zaagsel kan weggooien.
Plaats het deksel terug in zijn oorspronkelike stand tot
het op zin plaats wordt vergrendeld. De stofvanger kan
eenvoudig worden verwijderd door eraan te trekken en
tegeljkertid te draaien bij de stofuitlaat op het gereed-
+ Als ü een Makita-stofzuiger aansluit op uw gereed- Schap, kunt u nog schoner werken
+ Maak de stofvanger leeg voordat het opgevangen zaagsel de cilinder bereikt.
Vastzetten van het werkstuk
WAARSCHUWING: + Het is uiterst belangrijk om het werkstuk altijd goed vast te klemmen in het juiste type spanschroef of kroon-profiellijstaanslagen. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot ernstig persoonljk letsel en schade aan het gereedschap enlof het werkstuk.
Nadat u klaar bent met zagen, mag u het handvat pas omhoog brengen nadat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Al u het handvat omhoog brengt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan dat lei- den tot ernstig persoonlik letsel en schade aan het Werkstuk.
+ Wanneer u een werkstuk zaagt dat langer is dan het voetstuk van de cirkelzaag, moet het werkstuk wor- den ondersteund over de gehele lengte buiten het voetstuk en op dezelfde hoogte zodat het werkstuk horizontal blijft. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelike terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlik letsel. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werk- stuk op zin plaats te houden. Dun material hangt gemakkelik door. Ondersteun het werkstuk over zin hele lengte om vastklemmen van het zaagblad en mogeljke TERUGSLAG te voorkomen. (Fig. 34)
Geleiders instellen (VERSCHUIFBARE GELEIDERS, elk bestaande uit een bovenste en onderste geleider)
WAARSCHUWIN( + Alorens het gereedschap te gebruiken, controleert u dat de bovenste en onderste geleiders stevig vastgezet zin.
Alvorens een schuine snede te zagen, controleert u of geen enkel onderdeel van het gereedschap, met name het zaagblad, in geen enkele stand de boven- ste en onderste geleiders raakt wanneer het hand- vat helemaal omlaag en omhoog wordt gebracht, of de slede door het hele bereik wordt bewogen. Al het gereedschap of zaagblad de geleider raakt, kan dat leiden tot een terugslag of een onverwachte beweging van het werkstuk en ernstig persoontik letsel.
De onderste geleiders kunnen naar binnen en naar bui- ten worden verschoven door de klembouten los te draaien. (Fig. 35)
Een rood indicatieviak wordt zichtbaar wanneer de onderste geleiders naar binnen worden bewogen, en ver- dwijnt wanneer de onderste geleiders naar buiten wor- den bewogen.
De bovenste geleiders kunnen worden verwijderd of naar binnen en buiten worden verschoven door de hendels los te draaïen. (Fig. 36)
Bij zagen van een schuine snede stelt u de stand van de onderste en bovenste geleiders zo dicht mogelik bij het zaagblad af voor een zo goed mogelike ondersteuning van het werkstuk en controleert u of geen enkel onder- deel van het gereedschap, met name het zaagblad, in geen enkele stand de bovenste en onderste geleiders raakt wanneer het handvat geheel omlaag en omhoog wordt gebracht, of de slede in de onderste stand geheel naar voren of naar achteren wordt getrokken of geduwd. (Fig. 37)
Maak, voordat u echt begint te zagen, eerst een proefbe- weging met uitgeschakelde cirkelzaag en de stekker uit het stopcontact getrokken, om de speling tussen de bewegende delen en de geleiders te controleren. Alvorens te zagen, zet u de onderste geleiders goed vast door de klembouten vast te draaien, en zet u de bovenste geleiders goed vast door de hendels vast te draaien. Nadat het zagen van de schuine snede klaar is, moet u niet vergeten de bovenste geleiders terug te schuiven naar hun oorspronkelike plaatsen en vast te zetten.
Verticale spanschroef (Fig. 38) De verticale spanschroef kan op twee plaatsen worden gemonteerd: aan de linkerkant of aan de rechterkant van het draaibaar voetstuk. Steek de spanschroefstang in het gat in het draaibaar voetstuk. Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Als de schroef waarmee de spanschroef arm is vastgezet de slede raakt, monteert u de schroef aan de tegenoverliggende zijde van de arm. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht en de slede helemaal naar achteren of naar voren wordt getrokken of geduwd. Indien dit wel het geval is, moet u de positie van de spanschroef veranderen. Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en het draai- baar voetstuk. Plaats het werkstuk in de gewenste zaag- positie en zet het stevig vast door de knop van de Spanschroef vast te draaien. Door de spanschroefknop 90° linksom te draaien, kan de spanschroefknop omhoog en omlaag worden bewogen zodat snel plaatsen en verwideren van het werkstuk mogelik is. Om na het plaatsen het werkstuk vas te zet- ten, draait u de spanschroefknop rechtsom. WAARSCHUWIN + Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen het draaibaar voetstuk en de geleider worden gedrukt. Als het werkstuk niet goed is vastgeklemd tegen de geleiders, kan het werk- Stuk tijdens het zagen verschuiven en 20 mogelik schade aan het zaagblad veroorzaken, waardoor het werkstuk weggeslagen kan worden en u de controle kunt verliezen, wat kan leiden tot emstig persoontik let- sel.
Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 39 en 40)
De horizontale spanschroef kan in twee posities aan de linkerzijde of de rechterzide van het voetstuk worden geinstalleerd.
Voor het maken van versteksneden van 15° of meer, installeert u de horizontale spanschroef aan de tegen- overgestelde zide van de richting waarin het draaibaar voetstuk zal worden gedraaid.
Door de moer van de spanschroef naar links te tiken wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u deze snel naar binnen en naar buiten bewegen. Om het werkstuk te gripen, duwt u de knop van de spanschroef naar voren totdat de spanschroeplaat in aanraking komt met het werkstuk en dan tikt u de spanschroefmoer naar rechts. Draai vervolgens de spanschroefknop naar rechts om het werkstuk vast te zetten
Met de horizontale spanschroef kunt u werkstukken met een maximale breedte van 215 mm vastzetten.
+ Draai de spanschroefmoer altijd rechtsom tot het werkstuk stevig klem zit. Als het werkstuk niet goed is vastgeklemd, kan het werkstuk tidens het zagen ver- schuiven en zo mogelijk schade aan het zaagblad ver- oorzaken, waardoor het werkstuk weggeslagen kan worden en u de controle over het gereedschap kunt verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlik letsel.
+ Bij het zagen van een dun werkstuk, zoals een plint, tegen de geleider, gebruikt u altijd de horizontale span- schroet.
Houders (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 41) U kunt de houders aan beide zijden van het gereedschap aanbrengen om de werkstukken goed horizontaal te hou- den. Steek de houderstangen in de gaten in het voetstuk en stel hun lengte af in overeenstemming met het werk- stuk. Zet vervolgens de houders stevig vast met de schroeven.
+ Ondersteun een lang werkstuk altijd zodanig dat het horizontal ligt met de draaibaar voetstuk om een nauwkeurige zaagsnede te verkrijgen en om gevaarlijk verlies van controle over het gereed- Schap te voorkomen. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vast- loopt en een mogelike terugslag optreedt die kan lei- den tot ernstig persoonlik letsel.
BEDIENING KENNISGEVING:
+ Alorens het gereedschap wordt ingeschakeld, dient het handvat uit zijn laagste positie te worden gehaald door de aanslagpen naar buiten te trekken.
+ Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het
handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor
overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen.
Druk alleen 20 hard als nodig is voor soepel zagen zon-
der dat de draaisnelheid van de zaag aanzienljk ver-
Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen.
Indien het handvat met geweld naar beneden wordt
gedrukt of ziwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal
het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
Voor glidend zagen duwt u de slede langzaam en zon-
der te stoppen naar de geleider. Als de slede tijdens
het zagen wordt gestopt, zal een merkteken in het werkstuk achterbliven en zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
+ Zorg ervoor dat het zaagblad niet in aanraking is met het werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt. Wanneer u het gereedschap inschakel terwijl het zaagblad reeds het werkstuk aanraakt, kan dat lei- den tot een terugslag en ernstig persoonlik letsel.
1. Drukkend zagen (zagen van kleine werkstukken) (Fig. 42)
Werkstukken die maximaal 87 mm hoog en 183 mm breed zin kunt u als volgt zagen.
Nadat u de aanslaghendel rechtsom hebt gedraaid en de slede in de gewenste stand hebt geduwd, duwt u de slede helemaal in de richting van de geleider en draait u de borgschroef rechtsom vast, en trekt u de borghendel naar de Voorkant van de zaag om de slede te vergrende- len. Klem het werkstuk goed vast met het juiste type spanschroef of kroon-profiellistaanslagen
Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie om het werkstuk te zagen. Nadat het zagen is beëindigd, schakelt u de machine uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLE- DIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaag- blad in zijn hoogste positie terug te zetten.
+ Draai de borgschroef stevig rechtsom vast en trek de borghendel stevig naar de voorkant van de zaag zodat de slede niet beweegt tijdens het zagen. Door een onvoldoende vast aangedraaide borgschroef kan een terugslag worden veroorzaakt, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
2. Glijdend (duwend) zagen (zagen van brede werk- stukken) (Fig. 43 en 44)
Draai de borgschroef linksom en duw de borghendel naar voren zodat de slede weer vrij kan bewegen. Klem het werkstuk vast met het juiste type spanschroef.
Trek de slede volledig naar u toe. Schakel het gereed- schap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Druk het handvat omlaag en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT_ HET. ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten.
WAARSCHUWING: + Bij het glijdend zagen, trekt u eerst de slede hele- maal naar u toe en brengt u het handvat helemaal omlaag, waarna u de slede helemaal naar de gelei- der duwt. Begin nooit met zagen zonder de slede helemaal naar u toe te trekken. Als u gljdend zaagt zonder dat de slede helemaal naar u toe is getrokken, kan een onverwachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlik letsel.
Probeer nooit glijdend te zagen door de slede naar
u toe te trekken. Door de slede zagend naar u toe te
trekken, kan een onvenwachte terugslag optreden die
kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Gljdend zagen mag nooit worden uitgevoerd terwijl het
handvat in de laagste positie is vergrendeld.
+ Draai de vastzetknop van de slede nooit los terwijl het zaagblad nog draait. Dit kan ernstige verwon- ding veroorzaken. Een losse slede tidens het zagen kan een onverwachte terugslag veroorzaken die kan leiden tot ernstig persoonlik letsel.
3. Verstekzagen Zie de paragraaf “instellen van de verstekhoek" hierbo- ven.
4. Schuine sneden zagen (Fig. 45) Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de schuine hoek in te stellen (Zie “instellen van de schuine hoek" hierboven). Draai de hendel weer goed vast om de gekozen schuine hoek vast te houden. Zet het werkstuk vast met een spanschroef. Zorg dat de slede volledig naar de gebruiker toe is getrokken. Schakel het gereed- schap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng het handvat langzaam omlaag tot in de laagste positie door druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad, en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOT- DAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten.
+ Nadat het zaagblad is ingesteld op een schuine snede, controleert u voordat u begint te zagen of de slede en het zaagblad vrij kunnen bewegen over de hele lengte van de te maken zaagsnede. Wanneer de beweging van de slede of het zaagblad tidens het zagen wordt onderbroken, kan een terugslag worden veroorzaakt die kan leiden tot ernstig persoonlik letsel. Houd bij het maken van een schuine snede uw han- den uit de buurt van het pad van het zaagblad. De hoek van het zaagblad kan verwarrend werken op de gebruiker met betrekking tot het werkelike zaagpad dat tijdens het zagen beschreven wordt, en aanraking van het zaagblad zal leiden tot ernstig persoonlik letsel. Het zaagblad mag niet omhoog gebracht worden voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Ti- dens het zagen van een schuine snede kan het afge- zaagde deel van het werkstuk tegen het zaagblad aanliggen. Als het zaagblad omhoog wordt gebracht terwil het nog ronddraait, kan het afgezaagde deel door het zaagblad weggeslingerd worden waardoor het uiteenvalt en ernstig persoonlik letsel kan veroorzaken.
KENNISGEVIN! + Wanneer ü het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien u verti- cale druk op het draaibaar voetstuk uitoefent of de drukrichting tijdens het zagen verandert, zal de zaag- snede minder nauwkeurig zijn.
Voordat u een schuine snede kunt zagen, kan het noodzakelik zin de bovenste en onderste geleiders in te stellen. Raadpleeg de tekst onder het kopje “Gelei- ders instellen”.
5. Gecombineerd zagen
Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelik met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoe- ken aangegeven in de onderstaande tabel.
Verstekhoek Schuine hoek
Links en rechts 0°—45° | Links en rechts 0° - 45°
Als u gecombineerd zagen wilt uitvoeren, raadpleegt u de beschrijvingen onder “Drukkend zagen”, ‘Glijdend zagen”, “Verstekzagen” en “Schuine sneden zagen”
6. Kroon-profiellisten en kwarthol-profiellijsten zagen Kroon-profielljsten en kwarthol-profielljsten kunnen wor- den gezaagd op een gecombineerd-verstekzaag waarbij de sierljsten plat op het draaïbaar voetstuk liggen. Er zin twee veelvoorkomende typen kroon-profielljsten en één veelvoorkomend type _kwarthol-profelljsten: kroon-profiellisten met een wandhoek van 52/38°, kroon- profiellisten met een wandhoek van 45°, en kwarthol- profiellisten met een wandhoek van 45°. Zie de afbeel- dingen. (Fig. 46) Er zin verbindingen van kroon-profiellisten en van kwarthot-profielljsten die passen in binnenhoeken van 90° (zie (1) en (2) in Fig. 47 en 48), en om buitenboeken van 90° (zie (3) en (4) in Fig. 47 en 48)
Meet de lengte van de wand en leg het werkstuk op het draaibaar voetstuk om de kant die tegen de wand komit af te zagen op de gewenste lengte. Zorg er altijd voor dat de lengte van het afgezaagde werkstuk gemeten op de achter- Kant hetzelfde is als de lengte van de wand. Zaag de uiteinden onder de benodigde hoek af. Gebruik altid meerdere proefwerkstukken om de benodigde zaaghoek te controleren.
Bij het zagen van kroon-profiellisten en kwarthol-profielljsten stelt u de verstekhoek en schuine hoëk in, zoals aange- geven in tabel (A), en legt u de sierlijst op het bovenoppervlak van het draaibaar voetstuk, zoals aangegeven in tabel (B).
Voor het zagen van een schuine snede links
Tabel (A) Sierijst-gedeelte Schuine hoek Verstekhoek in Fig. 47 en 48 |" Hoek 52/38° Hoëk 45° Hoek 52/38° Hoek 45° (1) Rechts 31,6° Rechts 35,3° Binnenhoek l 2) l ) Links 33,9° Links 30° Links 31,6° Links 35,3° 8) Buitenhoek ) (4) Rechts 31,6° Rechis 35,3° Tabel (B)
Sierlist-gedeelte | Kant van de sierlijst die tegen de
in Fig. 47 en 48 geleider moet liggen Afgewerkt werkstuk
« Kant die tegen het plafond komt ct atgouerkte Werkstuk gt aan d moet tegen de geleider liggen. et afgewerkte werkstuk ligt aan de Binnenhoëk linkerkant van het zaagblad
(2) Kant die tegen de wand komt moet @ tegen de geleider liggen.
Buitenhoek Het afgewerkte werkstuk ligt aan de «) Kant die tegen het plafond komt rechterkant van het zaagblad. moet tegen de geleider liggen.
In het geval u een kroon-profielljst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (1) in Fig. 47 en 48:
+ Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° LINKS.
+ Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
+ Leg de kroon-profielljst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de geleider.
+ Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altid LINKS van het zaagblad nadat het zagen klaar is.
Voor het zagen van een schuine snede rechts
Tabel (A) Sierijst-gedeelte Schuine hoëk Verstekhoek in Fig. 47 en 48 | Hoek 52/38° Hoëk 45° Hoek 52/38° Hoek 45° (1) Rechts 31,6° Rechts 35,3° Binnenhoek l 2) l ) Rechts 33,9° Rechts 30° Links 31,6° Links 35,3° 3) Buitenhoek (4) Rechts 31,6° Rechis 35,3°
Sierljst-gedeelte | _ Kant van de sierlijst die tegen de in Fig. 47 en 48 geleider moet liggen Afgewerid werkstuk @ Kant di tegen de wand kom moat | tegen de geleider lggen. et afgewerkte werkstuk ligt aan de Binnenhoek 9 ss rechterkant van het zaagblad (2) Kant die tegen het plafond komt ES moe tegen de geleider lggen. Het afgewerkte wrerkstuk ligt aan de Buitenhoek a Kant die tegen de wand komt moet Tant van het Zsagblad, ) tegen de geleider liggen. Voorbeeld:
In het geval u een kroon-profielljst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (1) in Fig. 47 en 48:
+ Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° RECHTS.
+ Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
+ Leg de kroon-profielljst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider.
+ Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd RECHTS van het zaagblad nadat het zagen klaar is.
Kroon-profielljstaanslagen (los verkrijgbaar accessoire) maken het gemakkeliker profiellisten te zagen doordat het niet nodig is het zaagblad te kantelen. Breng ze aan op het voetstuk van het gereedschap, zoals aangegeven in de afbeeldingen. (Fig. 49 en 50)
Fig. 49: met verstekhoek van 45° rechts
Fig. 50: met verstekhoek van 45° links
Leg de kroon-profielljst met de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de kroon-profielljstaanslagen, zoals aangegeven in de afbeelding (Fig. 51). Stel de kroon- profiellistaanslagen in overeenkomstig het formaat van de kroon-profiellijst. Draaï de schroeven vast om de kroon-pro-
fielijstaanslagen vast te zetten. Raadpleeg tabel (C) voor de verstekhoek.
Tabel (C) Sierlist-gedeelte in Fig, 47 en 48 Verstekhoek Afgewerkt werkstuk «) Rechts 45° | Werkstuk rechts naast zaagblad Binnenhoek E] Werkstuk links naast zaagblad Links 45° (8) Werkstuk rechts naast zaagblad Buitenhoek (4) Rechts 45° | Werkstuk links naast zaagblad
7... Zagen van aluminium werkstukken
Gebruik vulblokken of afgedankte blokstukken voor het
vastzetten van aluminium werkstukken, zoals afgebeeld
in Fig. 52, om vervorming van de aluminium te Voorko-
men. Gebruik voor het zagen ook zaagolie, om te voor-
komen dat aluminium zaagsel zich op het zaagblad
+ Probeer nooit om dikke of ronde aluminium werk- stukken te zagen. Dikke of ronde aluminiumprofielen kunnen moelljk vast te zetten zin en kunnen zich tij- dens het zagen loswerken, wat kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlik letsel.
8. Houten hulpstuk (Fig. 53)
Het gebruik van een houten hulpstuk helpt om splinter-
vrie sneden te krijgen. Gebruik de gaten in de geleider
en 6 mm schroeven om een houten hulpstuk aan de
geleider te bevestigen.
Zie de afbeelding voor de afmetingen van een dergelik
+ Gebruik als houten hulpstuk een stuk recht hout van gelike dikte.
+ Om door werkstukken met een hoogte van 102 mm tot 120 mm geheel te kunnen doorzagen, dient op de geleider een houten hulpstuk te worden gebruikt. Het houten hulpstuk houdt het werkstuk weg van de gelei- der zodat het zaagblad dieper in het werkstuk kan zagen.
Wanneer u werkstukken met een hoogte van 115 mm en
120 mm gaat zagen, gebruik dan een houten hulpstuk
van de volgende dikte.
Dikte van houten hulpstuk Verstekhoek 115 mm 120 mm 0° 35 mm 60 mm Links en Rechts 45° 30 mm 45 mm Links en Rechts 52° 25 mm 35 mm Rechts 60° 25 mm 35 mm
+ Gebruik schroeven om het houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. De schroeven moeten zoda- nig worden gemonteerd dat de schroefkoppen onder het opperviak van het houten hulpstuk vallen 20 dat ze niet in de weg zitten van het werkstuk dat wordt gezaagd. Als het werkstuk dat wordt gezaagd verkeerd is uitgelind, kan het tidens het zagen onver- wacht gaan bewegen, wat kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel.
+ Verdraai het draaibaar voetstuk na het bevestigen van het houten hulpstuk niet met het handvat naar omlaag gebracht. Als ü dit doet, kan het zaagblad en/of het houten hulpstuk worden beschadigd.
9. Zagen van groeven (Fig. 54)
Sokkel-type zaagsneden kunnen als volgt worden gemaakt:
Stel de laagste positie van het zaagblad in met behulp van de stelschroef en de aanslagarm, om de snidiepte van het zaagblad te beperken. Zie de paragraaf “Aan- slagarm" hierboven.
Nadat de laagste positie van het zaagblad is ingesteld, kunt u evenwidige groeven over de breedte van het werkstuk zagen door gljdend (duwend) te zagen zoals afgebeeld. Verwijder daarna het zaagmateriaal tussen de groeven met behulp van een beitel.
+ Probeer niet dit type zaagsnede uit te voeren met een breder zaagblad of sokkelzaagblad. Als u pro- beert een groef te zagen met een breder zaagblad of een sokkelzaagblad, kan dat resulteren in een onver- wacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoontik letsel.
+ Breng de aanslagarm terug naar zijn oorspronke- lijke positie voor andere zaagbedieningen dan het zagen van groeven. Als u een zaagsnede probeert te zagen met de aanslagarm in de verkeerde positie, kan dat resulteren in een onverwacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonljk letsel.
10. Werkwijze voor speciale maximale zaagbreedte
De maximale zaagbreedte van dit gereedschap kan wor-
den bereikt door de onderstaande stappen te volgen:
Voor de maximale zaagbreedte van dit gereedschap
raadpleegt u TECHNISCHE GEGEVENS onder “Speci-
ale max. zaagbreedte”.
1) Stel het gereedschap in op een horizontaal-verstek- hoëk van 0° of 45° en org ervoor dat de draaitafel vast staat. (Raadpleeg de tekst onder “Instellen van de verstekhoek".)
Bij een horizontaal-verstekhoek van 0° meer dan 450 mm (17-3/4°) Bij een horizontaal-verstekhoek van 45° meer dan 325 mm (12-3/4")
2) Verwijder tjdelik de bovenste geleiders links en rechts, en leg ze aan de kant.
3) Zaag een grondplaat met de afmetingen aangege- ven in de bovenstaande afbeelding en een dikte van 38 mm uit een viakke plaat van bijvoorbeeld hout, multiplex of spaanplaat.
+ Zorg ervoor dat de grondplaat viak is. Als de grond- plaat niet vlak is, kan deze tidens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot kickback en ernstig per- soonijk letsel.
+ De maximale zaagdikte wordt verminderd met dezelfde afstand als de dikte van de grondplaat.
4) Plaats de grondplaat op het gereedschap zodat het even ver uitsteekt over beide zijkanten van de zoo! van het gereedschap.
Bevestig de grondplaat op het gereedschap met behulp van vier houtschroeven van 6 mm door de vier gaten in de onderste geleiders. (Fig. 55)
+ Zorg ervoor dat de grondplaat viak ligt op de zoo! van het gereedschap en bevestig hem stevig aan de onderste geleiders met gebruikmaking van de vier schroefgaten. Als u de grondplaat niet stevig bevestigt, kan deze tidens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot kickback en ernstig persoanlik letsel.
+ Zorg ervoor dat het gereedschap stevig is beves- tigd op een stabiele en vlakke ondergrond. AIS het gereedschap niet goed wordt bevestigd, kan het gereedschap instabiel worden, waardoor ü de controle over het gereedschap kan verliezen, en/of vallen, wat kan leiden tot ernstig persoontik letsel.
5) Monter beide verwijderde bovenste geleiders weer
+ Gebruik het gereedschap niet zonder dat de boven-
ste geleiders zijn aangebracht. De bovenste gelei- ders bieden voldoende steun vereist voor het zagen van het werkstuk. Als het werkstuk niet voldoende wordt gesteund, kan het tidens het zagen gaan bewegen, waardoor u de controle over het gereedschap kan verliezen, wat kan leiden tot kickback en ernstig persoonlik letsel.
6) Plaats het werkstuk dat u wilt zagen op de grond-
plaat die aan het gereedschap is bevestigd.
7). Kilem het werkstuk stevig tegen de bovenste gelei- ders met behulp van de bankschroef voordat u begint te zagen.
Meer dan 760 mm (30°)
8) Zaag het werkstuk langzaam door volgens de bedie- ning beschreven onder “Glijdend (duwend) zagen {zagen van brede werkstukken)". (Fig. 56)
+ Zorg ervoor dat het werkstuk wordt vastgeklemd door de bankschroef en zaag langzaam. Als het werkstuk niet goed wordt vastgeklemd of u niet lang- zaam zaagt, kan het tjdens het zagen gaan bewegen, waardoor u de controle over het gereedschap kan ver- liezen, wat kan leiden tot kickback en ernstig persoon- lijk letsel.
Wees erop bedacht dat na meerdere zaagsneden onder verschillende horizontaal-verstekhoeken de grondplaat verzwakt kan zijn. Als de grondplaat ver- zwakt is als gevolg van meerdere kerfsneden die in de grondplaat zin gemaakt, moet de grondplaat worden vervangen. Als de verzwakte grondplaat niet wordt ver- vangen, kan het werkstuk tijdens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot kickback en ernstig per- Soonlik letsel.
Dragen van het gereedschap Zorg dat de stekker van het gereedschap uit het stopcon- tact is getrokken. Zet het zaagblad vast op een verticaal- verstekhoek van 0° en de draaitafel op de maximale hori- zontaal-verstekhoek naar rechts. Zet de schuifstangen zodanig vast dat de onderste schuifstang is vergrendeld in de stand waarbi de slede geheel naar de gebruiker is getrokken, en de bovenste schuifstangen zin vergren- deld in de stand waarbij de slede geheel naar voren is getrokken in de richting van de geleider (zie het gedeelte “Schuifvergrendeling afstellen”). Breng het handvat volle- dig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen naar binnen te drukken. (Fig. 57) WAARSCHUWIN( + De aanslagpen is uitsluitend bedoeld te worden gebruikt tijdens het dragen en bewaren van het gereedschap, en mag nooit worden gebruikt tijdens het zagen. Het gebruik van de aanslagpen tijdens het zagen kan onverwachte bewegingen van het zaagblad veroorzaken die kunnen leiden tot een terugslag en ernstig persoonlik letsel.
Draag het gereedschap door beïde zijden van de gereed-
schapsvoet vast te houden zoals afgebeeld. Het gereed-
schap is gemakkeliker om dragen wanneer u de
houders, stofzak, enz., ervan verwidert. (Fig. 58)
+ Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. Als tijdens het dragen onder- delen van het gereedschap bewegen of verschuiven, kunt u uw balans of de controle over het gereedschap verliezen, wat kan leiden tot persoonlik letsel.
ONDERHOUD WAARSCHUWIN(
+ Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en ziin stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens te beginnen met inspectie of onderhoud. Als u het gereedschap niet uitschakelt en zijn stekker niet uit het stopcontact trekt, kan het gereedschap per ongeluk tarten, wat kan leïden tot ernstig persoonlik letsel.
+ Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen. Als u probeert te zagen met een bot en/of vuil zaagblad, kan een terugslag optreden die kan leiden tot ernstig per- Soonijk letsel.
+ Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor het verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Afstellen van de zaaghoek
Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld en uitgelind, maar door ruwe behandeling kan de uitlij- ning ervan verslechterd zin. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelind: 1. Verstekhoek
Duw de slede in de richting van de geleider en draai de borgschroef rechtsom vas, en trek de borghendel naar de voorkant van de zaag om de slede te vergrendelen. Draai het handvat waarmee het draaibaar voetstuk is vastgezet linksom. Draai de draaïtatel zodat de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Draai daarna de draai- tafel een beetje naar rechts en naar links zodat hij in de 0° verstek-inkeping komt te zitten. (Laat de draaitatel zoals hij is indien de wijzer niet naar 0° wijst.) Draai de zeskante bouten van de geleider los met de dopsleutel. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Gebruik een driehoeksliniaal of een winkelhaak e.d. om de zide van het zaagblad haaks te zetten ten opzichte van het viak van de geleider. Draai vervolgens de zes- kantbouten van de geleider op volgorde vast vanaf de rechterkant. (Fig. 59)
Controleer of de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Indien de wijzer niet naar 0° wijst, draait u de bevesti- gingsschroef van de wijzer los en stelt u de wijzer juist in Zodat hi naar 0° wijst. (Fig. 60)
Duw de vergrendelingshendel helemaal naar voren om
de arm uit zi stand te ontgrendelen.
1) 0° schuine hoek Duw de slede in de richting van de geleider en draai de borgschroef rechtsom vast, en trek de borghen- del naar de voorkant van de zaag om de slede te vergrendelen. Breng het handvat helemaal omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aan- slagpen in te drukken. Draai de hendel aan de ach- terzide van de machine los. (Fig. 61) Draai de zeskant bout op de rechterzide van de armhouder twee of drie Slagen naar links om het zaagblad naar rechts te doen hellen. (Fig. 62) Zet de zide van het zaagblad haaks ten opzichte van het bovenvlak van het draagbaar voetstuk door de zeskant bout op de rechterzijde van de armhou- der voorzichtig naar rechts te draaien: gebruik hier- voor een driehoekslineaal of een winkelhaak e.d. Draai daarna de hendel stevig vast. (Fig. 63) Controleer of de wijzers op de armhouder 0° op de schuine-hoek schaalverdeling op de arm aanwijzen. Indien niet, maak dan de bevestigingsschroeven van de wijzers los en verstel de wijzers zodanig dat zij naar 0° wijzen. (Fig. 64)
2) 45° schuine hoek (Fig. 65)
Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0° schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van de linkse 45° schuine hoek, draait u de hendel los en kantelt u het zaagblad volledig naar links. Controleer of de wijzer op de armhouder wijst naar 45° op de schuine-hoek schaalverdeling op de arm. Indien niet, dan verdraait u de stelbout voor de linkse 45° schuine hoëk op de zijkant van de arm totdat de wij- 2er naar 45° wijst.
Ga op dezeltde wijze te werk voor het instellen van de rechtse 45° schuine hoek.
Afstellen van de positie van de laserlin (Fig. 66 en 67)
Alleen voor modellen LS1216L en LS1216FL WAARSCHUWING:
+ Aangezien de stekker van het gereedschap in het stopcontact moet zitten voor het afstellen van de laserlin, moet u bijzonder voorzichtig zijn het gereedschap niet per ongeluk in te schakelen. Al het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlik letsel.
+ Kijk nooit direct in de laserstraal. Rechistreeks o0g- contact met de laserstraal kan leiden tot ernstige beschadiging van de ogen
+ LASERSTRALING Kijk niet in de laserstraal.
+ Denk eraan dat stoten tegen het gereedschap ertoe kan leïden dat de uilining van de laserlin verandert, of de laser kan beschadigen waardoor de levensduur ervan korter wordt
Afstellen van de laserlin aan de linkerzijde van het
Schroef voor verandering van het verplaatsingsbe- reik van de stelschroef
2 Stelschroef 3 Inbussleutel 4 Laserin
Afstellen van de laserlijn aan de rechterzijde van het zaagblad
Voer beide afstellingen als volgt uit.
1. Haal de stekker van het gereedschap uit het stop- contact
2. Teken de zaaglin op het werkstuk en plaats het werkstuk op de draaitafel. Zet het werkstuk voorlopig niet vast met een spanschroef of een soortgelik bevestigingsmiddel.
3. Breng het zaagblad omlaag door het handvat omlaag te brengen en controleer de positie van het zaagblad in vergeliking met de zaaglin. (Bepaal de te agen positie op de zaaglin.)
4. Nadat ü de zaaglin in de juiste positie ten opzichte van het zaagblad hebt gebracht, brengt u het hand- vat weer omhoog. Klem het werkstuk vast met de verticale spanschroef zonder het werkstuk uit de gecontroleerde positie te verschuiven. Steek de stekker in het stopcontact en zet de laser- schakelaar aan. 6. Stel de positie van de laserlin als volgt af. De positie van de laserlin verandert wanneer u het ver- plaatsingsbereik van de stelschroef voor de laser veran- dert door twee schroeven te draaien met een inbussleutel. (Het verplaatsingsbereik van de laserlin is in de fabriek ingesteld binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad.) Om het verplaatsingsbereik van de laserlin verder weg van het zijviak van het zaagblad in te stellen, draait u de stelschroef los en vervolgens draait u de twee schroeven naar links. Draai de stelschroef los en draai de twee schroeven naar rechts om het verplaatsingsbereik dich- ter bij het zijvlak van het zaagblad in te stellen:
Zie het gedeelte “Werking van de laserstraal” hierboven
en stel de stelschroef zodanig in dat de zaaglin op het
werkstuk precies overeenkomt met de laserlin.
+ Controleer regelmatig of de positie van de laserlin
+ In geval van een defect in de laserinrichting dient u het
gereedschap door een erkend Makita servicecentrum te laten repareren.
Schoonmaken van de lens van de laser (Fig. 68 en 69)
Alleen voor modellen LS1216L en LS1216FL.
Als de laserstraallens vuil is of met zaagsel is bedekt zodat de laserlin niet meer goed zichtbaar is, verwijder dan de stekker uit het stopcontact en reinig de laser- straallens voorzichtig met een bevochtigde, zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen of. benzinehoudende schoonmaakmiddelen op de lens.
Om de laserstraallens te verwideren, verwijdert u eerst het zaagblad volgens de aanwizingen onder ‘“Installeren of verwijderen van het zaagblad” en daarna verwijdert u de lens.
Draai met een schroevendraaier de bevestigingsschroef van de lens los zonder de schroef te verwijderen.
Trek de lens eruit zoals afgebeeld
+ Als de lens niet eruit komt, draai dan de schroef iets verder los zonder deze te verwideren en probeer opnieuw om de lens eruit te trekken.
Vervangen van de koolborstels (Fig. 70 en 71) Verwider en controleer regelmatig de koolborstels. Ver- vang de koolborstels wanneer deze tot aan de limiet- merkstreep versleten zin. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders gliden. Beide koolborstels dienen tegelikertid te worden vervangen. Gebruik uit- sluitend identieke koolborstels.
Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwideren. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast.
Nadat de koolborstels vervangen zijn, steekt u de stekker van het netsnoer in het stopcontact en laat u de koolbor- tels inlopen door het gereedschap gedurende 10 minu- ten onbelast te laten draaien. Test vervolgens de werking van de elektrische rem van het gereedschap door de aanuit-schakelaar los te laten. AÏs de elektrische rem niet goed werkt, laat u het gereedschap repareren door een Makita-servicecentrum.
+ Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereed- schap eraf met een doek of iets dergeliks. Houd de veiligheidskap schoon volgens de instructies die in de paragraaf “Veiligheidskap” werden beschreven. Smeer de glidende onderdelen in met machine-olie om roest- vorming te voorkomen.
+ Wanneer u de machine opbergt, moet u de slede 0 ver mogeljk naar u toe trekken zodat de schuifstangen helemaal in het draaibaar voetstuk komen te zitten.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van
Makita vervangingsonderdelen.
ACCESSOIRES WAARSCHUWINI
+ Deze Makita-accessoires of -hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereed- schap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschre- ven. Het gebruik van enige andere accessoires of hulpstukken kan leiden tot ernstig persoonlik letsel.
+ Gebruik de Makita-accessoires of -hulpstukken uit- Sluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Misbruik van een accessoire of hulpstuk kan leïden tot ernstig persoonlik letsel.
Wenst u meer bizonderheden over deze accessoires,
neem dan contact op met het plaatseljke Makita service
+ Zaagbladen met stalen, hardmetalen tanden
Zaagblad voor soepel en nauwkeurig zagen in diverse materialen.
Zaagblad voor algemeen gebruik voor sel langszagen, afkorten en verstekzagen.
Zaagblad voor soepeler zagen dwars op de houtnerl. Zaagt schoon dwars op de houtnerf.
Zaagblad voor zaagsneden dwars op de houtnert die niet meer geschuurd hoeven te worden
Zaagblad voor verstekzagen in aluminium, koper, messing, buizen en andere non-ferrometalen.
Verstekzagen van non-ferrometalen
+ Spanschroef complet (Horizontale spanschroef) + Verticale spanschroef
[ PORTUGUËS Alleen voor Europese landen EU-Verklaring van Conformiteit
Wi Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makita-machine( Aanduiding van de machine: Schuifbare afkortverstekzaag Modelnr/Type: LS1216, LS1216L, LS1216F, LS1216FL in serie zin geproduceerd en Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen:
2006/42/EC En zin gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten:
EN61029 De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten:
Makita International Europe Ltd.,
Trilling De emissiewaarde van de trilingen vastgesteld volgens EN61029 Trillingsemissie (an): 2,5 m/s? of lager Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s? De opgegeven trlingsemissiewaarde is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergeliken met andere gereedschappen De opgegeven trilingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootsteling
+ De trlingsemissie tjdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktik kan verschillen van de opgegeven _trilingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
Zorg ervoor dat veligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de operator die zin gebaseerd op een schatting van de blootstellng onder praktikomstandigheden {rekening houdend met alle fasen van de bedrifscyclus, zoals de tjdsduur gedurende welke
ENG1023 Ruido À caracteristica do nivel de ruido À determinado de acordo com EN61029:
het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast funcionar em marcha lenta além do tempo de de ingeschakelde tijdsduur). accionamento).
Notice-Facile