Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Bloeddrukmeter

SPBDM 1.5 A1 - Bloeddrukmeter Sensiplast - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SPBDM 1.5 A1 Sensiplast in PDF-formaat.

📄 374 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - page 111
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over SPBDM 1.5 A1 Sensiplast

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SPBDM 1.5 A1 - Sensiplast en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SPBDM 1.5 A1 van het merk Sensiplast.

GEBRUIKSAANWIJZING SPBDM 1.5 A1 Sensiplast

  1. Inleiding 108

  2. Gebruik in overeenstemming met het beoogde, toegelaten gebruiksdoel 108

  1. Inhoud van de levering 109

  2. Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen 109

  3. Veiligheidsaanwijzingen 112

5.1. Veiligheidsaanwijzingen voor de omgang met batterijen ..... 1 1 7

  1. Apparaatbeschrijving 119

  2. Ingebruikname 120

7.1. Batterijen plaatsen/vervangen 1 2 0
7.2. Werking op netvoeding 1 2 0
7.3. Instellingen uitvoeren 1 2 1

  1. Bloeddruk meten 123

8.1. Manchet omdoen 123
8.2. Correcte lichaamshouding aannemen 1 2 4
8.3. Gebruiker selecteren en meetproces starten 1 2 5

  1. Bloeddruk beoordelen 126

9.1. Algemene informatie over de bloeddruk 127
9.2. Richtwaarden van de WHO 128
9.3. Risico-indicator....129
9.4. Hartritmestoornissen 129

  1. Opgeslagen meetwaarden aflezen/wissen 130

  2. Problemen oplossen 132

  3. Reinigen 134

  4. Opbergen 134

  5. Afvoeren 134

14.1. Apparaat afvoeren na afdanking 134
14.2. Verpakking afvoeren.... 135
14.3. Batterijen afvoeren 135

Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe apparaat.

U hebt hiermee gekozen voor een hoogwaardig product. De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van dit product. Zij bevat belangrijke aanwijzingen voor de veiligheid, het gebruik en het afvoeren van dit product. Maak u vertrouwd met alle bedienings- en veiligheidsaanwijzingen voordat u het product in gebruik neemt. Gebruik het product uitsluitend op de voorgeschreven wijze en voor de aangegeven doeleinden. Bewaar de gebruiksaanwijzing altijd als naslagwerk in de buurt van het product. Geef alle documenten mee als u het product doorgeeft aan derden.

2. Gebruik in overeenstemming met bestemming

Dit apparaat dient voor de niet-invasieve meting van systolische en diastolische bloeddruk en hartslag op de bovenarm van volwassenen.

Het apparaat is niet geschikt voor gebruik bij pasgeborenen en kleine kinderen of voor mensen met ernstige hartritmestoornissen.

Het apparaat is geschikt voor zelfmeting. Er is geen speciale vakkennis nodig; de patiënt kan het apparaat zelf bedienen.

Het apparaat is geschikt voor elke armomtrek zoals aangegeven op de manchet.

Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor gebruik in particuliere huis-houdens. Gebruik het apparaat niet voor commerciële of industriele doeleinden.

Tijdens de zwangerschap raden we aan om vóór gebruik een arts te raadplegen. Patiënten met zwangerschapsvergiftiging mogen het apparaat niet gebruiken.

Het apparaat is niet geschikt voor patiënten met geïmplanteerde elektrische apparaten zoals pacemakers of defibrillators. Gebruik het apparaat niet als u metalen implantaten hebt.

3. Inhoud van de levering

De levering omvat de volgende onderdelen:

  • Bovenarm-bloeddrukmeter
    • Drukmanchet met slang
  • Bloeddrukpaspoort
  • 3 x alkalinebatterijen Micro AAA (LRO3)
    • Opbergtasje
  • Gebruiksaanwijzing

4. Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen

In deze gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het apparaat worden de volgende waarschuwingen en pictogrammen gebruikt (indien van toepassing):

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 1GEVAAR! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaalwoord “GEVAAR” duidt op een onmiddellijk aanwezige gevaarlijke situatie, die dodelijk of ernstig letsel tot gevolg heeft als deze niet wordt vermeden.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 2WAARSCHUWING! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaalwoord “WAARSCHUWING” duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie, die dodelijk of ernstig letsel tot gevolg kan hebben als deze niet wordt vermeden.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 3VOORZICHTIG! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaalwoord “VOORZICHTIG” duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie, die licht of matig letsel tot gevolg kan hebben als deze niet wordt vermeden.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 4Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 5LET OP! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaalwoord “LET OP” duidt op een mogelijke situatie die materiële schade tot gevolg kan hebben als deze niet wordt vermeden.Opmerking: Een opmerking bevat extra informatie die de omgang met het apparaat eenvoudiger maakt.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 6Lees de gebruiksaanwijzing.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 7Gelijkstroom/-spanning
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 8Beschermingsklasse II: bescherming door dubbele of versterkte isolatie tussen spanningvoerende en aanraakbare delen.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 9Medisch product
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 10Gemachtigd EU-vertegenwoordiger voor fabrikanten van medische hulpmiddelen
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 11Importeur
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 12Type BF: het apparaat, de manchet en de slang zijn ontworpen om de patiënt te beschermen tegen elektrische schokken.
IP21Beschermd tegen vaste vreemde voorwerpen met een diameter van 12,5 mm of meer en tegen verticaal druppelend water.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 13Productiejaar/-maand
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 14Unique Device Identifier: code voor unieke product-identificatie
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 15Serienummer
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 16Typenummer
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 17Temperatuurbereik
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 18Luchtvochtigheidsbereik
Luchtdrukbereik
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 19Elektrisch apparaat niet met het gewone huisvuil meegeven!
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 20Voer de verpakking af in overeenstemming met de milieuvoorschriften.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 21Verpakking van recyclebare materialen. Neem de aan- duiding van de verpakkingsmaterialen in acht bij de afvalscheiding: deze zijn gemarkeerd met afkortingen (a) en cijfers (b) met de volgende betekenis: 1-7: kunststoffen, 20-22: papier en karton, 80-98: composietmaterialen.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 22
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 23De verpakking bevat bestanddelen van papier en/of karton.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 24De verpakking bevat bestanddelen van plastic en/of metaal.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 25
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 26Dit product voldoet aan de eisen van de toepasselijke Europese en nationale richtlijnen.
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 27Adres fabrikant
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 28Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 29
Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen - 30FR: Het product, de verpakking en de gebruiksaanwijzing zijn recycleerbaar, vallen onder de uitgebreide producenten verantwoordelijkheid en worden gescheiden ingezameld.

5. Veiligheidsaanwijzingen

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Veiligheidsaanwijzingen - 1

WAARSCHUWING!

- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met gebrek aan ervaring en/of gebrek aan kennis, tenzij deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van die persoon aanwijzingen krijgen voor het gebruik van het product.

■ Bij kinderen is supervisie noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
■ Berg de luchtslang op buiten het bereik van kinderen, om gevaar voor verwurging te voorkomen.
■ Gebruik het apparaat niet als u een elektrisch implantaat hebt (bijv. een pacemaker).
■ Gebruik het apparaat niet als u metalen implantaten hebt.
■ Gebruik het apparaat niet bij pasgeboren baby's, kinderen of huisdieren.

■ De bloeddrukmeter mag niet worden gebruikt in combinatie met een chirurgisch apparaat met hoge frequenties.

■ Gebruik het apparaat alleen bij personen met een bovenarmomtrek binnen het gespecificeerde bereik.

■ Leg de manchet niet op wonden, omdat dit verder letsel kan veroorzaken.

■ Vermijd het omdoen en oppompen van de manchet om een arm waar een intravasculaire toegang resp. een intravasculaire therapie of een arterioveneuze (A-V) nevenaansluiting (shunt) aanwezig is. Een tijdelijke onderbreking van de bloedstroom kan namelijk letsel veroorzaken.

■ Patiënten die een mastectomie (borstamputatie) of een lymfeklierverwijdering hebben ondergaan, mogen de manchet niet om de arm leggen en oppompen aan de kant van het lichaam waar de operatie is uitgevoerd.

■ De meetwaarden die u zelf vaststelt, kunnen alleen worden gebruikt voor zelfcontrole, ze vervangen geen medisch onderzoek! Bespreek uw waarden met uw arts. Baseer hier nooit uw eigen medische beslissingen (medicatie en dosering) op!

■ Hart- en vaatziekten kunnen leiden tot onjuiste metingen of een verminderde meetnauwkeurigheid. Dit geldt ook voor zeer lage bloeddruk, diabetes, hartritmestoornissen en koude rillingen of tremor.

■ Houd er rekening mee dat het oppompen van de manchet de werking van andere medische meetapparaten die gelijktijdig op dezelfde arm worden gebruikt ter bewaking, tijdelijk kan be-invloeden.

⚠️ VOORZICHTIG!

■ Houd er rekening mee dat de werking van de betreffende arm beperkt kan zijn tijdens de drukopbouw.
■ Controleer, bijv. door observatie van het betreffende lichaamsdeel, of de werking van de bloeddrukmeter niet tot een langdurige negatieve beïnvloeding van de bloedsomloop leidt.
■ De bloedsomloop mag door de bloeddrukmeting niet onnodig lang worden onderbroken. Als het apparaat niet goed werkt, schakel het dan uit en haal de manchet van de arm.
■ Vermijd mechanische vernauwing, beknelling of knikken van de luchtslang tijdens de meting. De daardoor ontstane, continue manchetdruk kan

doorbloedingsstoornissen en ernstig letsel tot gevolg hebben.

■ Voorkom langdurige druk in de manchet en frequent herhaalde metingen. Dit kan de bloeddoorstroming belemmeren en resulteren in letsel.

LET OP!

■ Gebruik uitsluitend accessoires die zijn meegeleverd of die door de fabrikant worden aanbevolen.

■ Bescherm het apparaat tegen vocht, stof, hoge temperaturen en rechtstreeks zonlicht.

■ Wanneer het apparaat opgeborgen is bij een temperatuur in de buurt van de grenswaarden voor de opslag- en transporttemperatuur en naar een omgeving met een temperatuur van 20 °C wordt overbracht, zou u voor gebruik ca. 2 uur moeten wachten om het apparaat op ruimtetemperatuur te laten komen.

■ Voorkom beschadiging van de manchet en de luchtslang.

■ Open, demonteer of repareer de behuizing van het apparaat nooit. Anders wordt de door de fabrikant gespecificeerde drukkalibratie niet gehandhaafd. Bovendien is dan de veiligheid niet gegarandeerd en vervalt de garantie.

■ Laat het apparaat niet vallen en stel het niet bloot aan sterke schokken.
■ Aangezien het apparaat gevoelige elektronische onderdelen bevat, moet direct gebruik in een sterk elektromagnetische omgeving (bijv. mobie-le telefoon, magnetron, enz.) worden vermeden, omdat dit kan leiden tot onnauwkeurige resultaten.
■ Extreme temperatuur-, luchtvochtigheids- en hoogte-omstandigheden kunnen de prestaties van het meetapparaat beïnvloeden. De boven-arm-bloeddrukmeter voldoet onder dergelijke omstandigheden mogelijk niet aan de aange-geven prestatiespecificaties.
■ Repareer of kalibreer het apparaat niet zelf, omdat anders de correcte werking niet meer gegarandeerd is.

5.1. Veiligheidsaanwijzingen voor de omgang met batterijen

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Veiligheidsaanwijzingen voor de omgang met batterijen - 1

WAARSCHUWING!

Een verkeerde omgang met batterijen kan resulteren in brand, explosies, weglekken van gevaarlijke stoffen en andere gevaarlijke situaties!

■ Lack batterijen nooit in kinderhanden terechtkomen.
■ Let erop dat niemand batterijen inslikt.
■ Zoek onmiddellijk medische hulp als u of iemand anders een batterij heeft ingeslikt.
■ Gebruik uitsluitend het gespecificeerde type batterij.
■ Pr-beer niet-oplaadbare batterijen nooit opnieuw op te laden.
■ Haal oplaadbare batterijen uit het apparaat voordat u ze oplaadt.
Gooi batterijen nooit in het vuur of in water.
■ Stel batterijen niet bloot aan hoge temperaturen en direct zonlicht.
■ Maak batterijen nooit open en vervorm ze nooit.
■ Slon de aansluitklemmen niet kort.

■ Haal lege batterijen uit het apparaat en voer ze op veilige wijze af.
- Gebruik geen verschillende batterij- typen of nieuwe en gebruikte batterijen samen.
■ Ploet, batterijen altijd met de juiste stand van de polen in het apparaat.
■ Haal de batterijen uit het apparaat als u het langere tijd niet gebruikt.
■ Controleer de batterijen regelmatig. Lekkende batterijen kunnen letsel tot gevolg hebben en schade aan het apparaat veroorzaken.
■ Gebruik veiligheidshandschoenen bij lekkende batterijen! Reinig de contacten van de batterijen en het apparaat en het batterijvak met een droge doek. Voorkom contact van huid en slijmvliezen, in het bijzonder de ogen, met de chemicaliën. Bij contact spoelt u de chemicaliën er met veel water af en zoekt u onmiddellijk medische hulp.

6. Apparaatbeschrijving

(afbeeldingen: zie uitvouwpagina)

Afbeelding A:

① Display
② Start/stop-toets ①
3 Geheugentoets
④ Klepje batterijvak (aan de achterzijde)
5 USB-C-aansluiting
6 Ontluchtingsopening
7 Risico-indicator

Afbeelding B:

8 Tijd en datum
9 Systolische druk
10 Diastolische druk
⑪ Hartslagwaarde
12 Symbool hartslag♥
13 Symbool hartritmestoornis♥)
14 Gebruikersgeheugen ① ②
15 Indicatie bloeddrukbereik
16 Controle manchetbevestiging
17 Bewegingsindicatie
's ochtends 🔍, 's avonds 🔍
19 Symbool batterijen vervangen

18 Geheugenindicatie: gemiddelde waarde AVG

20 Geheugensymbool met geheugenplaatsnummer

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Afbeelding B: - 1

Afbeelding C:

21 Luchtslang
22 Luchtslangaansluiting
23 Manchet
24 Opbergtasje

7. Ingebruikname

1) Haal alle delen van het apparaat en de gebruiksaanwijzing uit de verpakking.
2) Verwijder alle verpakkingsmaterialen en eventuele folie en stickers van het apparaat.

7.1. Batterijen plaatsen/vervangen

i Opmerking

- Plaats uitsluitend 3 alkalinebatterijen van het type AAA (LRO3) in het batterijvak.

3) Neem het klepje van het batterijvak ④ af.
4) Als de lege batterijen nog in het batterijvak zitten, verwijdert u ze.
5) Plaats 3 nieuwe batterijen met de positie van de polen zoals aangegeven in het batterijvak.
6) Schuif het klepje van het batterijvak ④ weer zo terug, dat het vastklikt.
7) Vervang de batterijen wanneer op het display ① het symbool "Batterijenvervangen"⑲ knippert. Anders kan het apparaat niet werken.

i Opmerkingen

Wanneer de batterijen bijna leeg zijn, verschijnt op het display ① de tekst Lø en gaat het apparaat uit. Vervang de batterijen onmiddellijk of gebruik het apparaat op netvoeding.
▶ Na elke batterijvervanging moet u de datum en tijd opnieuw invoeren. De opgeslagen meetwaarden blijven behouden.

7.2. Werking op netvoeding

Naast of als alternatief voor batterijvoeding kan het apparaat ook werken op netvoeding (gelijkstroom). Daarvoor hebt u een USB-kabel nodig (type A-C of type C-C, niet meegeleverd), die via de USB-C-aansluiting ⑤ en een netvoedingsadapter (niet meegeleverd) op het lichtnet wordt aangesloten.

Gebruik uitsluitend een netvoedingsadapter van beschermingsklasse II met een uitgangsspanning van 5 V --- en een uitgangsstroom van max. 1 A die is goedgekeurd voor medische apparaten.

1) Sluit de USB-kabel met het ene uiteinde aan op de USB-C-aansluiting ⑤ en met het andere uiteinde op een netvoedingsadapter.
2) Steek de netvoedingsadapter in een stopcontact.
3) Schakel het apparaat in met de start/stop-toets ② ①.

U kunt ook een netvoedingsadapter gebruiken als er batterijen in het apparaat geplaatst zijn. In dat geval wordt de voeding geleverd via de netvoedingsadapter en niet via de batterijen.

7.3. Instellingen uitvoeren

Bij de eerste ingebruikname en na elke batterijvervanging moet u de datum en tijd instellen. Stel het apparaat vóór gebruik correct in om alle functies te kunnen gebruiken, bijv. uw opgeslagen meetwaarden oproepen met datum en tijd.

Nadat de batterijen zijn geplaatst, licht het display ① kort op en verschijnen alle symbolen. Met de geheugentoets ③ stelt u de gewenste waarden in, en met de start/stop-toets ② ① bevestigt u uw invoer.

i Opmerking

Bij elke druk op de geheugentoets ③ wordt de waarde met 1 verhoogd. Wanneer u de geheugentoets ③ eingedrukt houdt, worden de waarden snel achter elkaar weergegeven.

■ De volgorde van de instellingen luidt: Uurnotatie > Datum > Tijd.

Uurnotatie

De uurnotatie 24h knippert. Druk op de geheugentoets ③ om de 12-uursnotatie 12h in te stellen en/of bevestig met de start/stop-toets ② .1

Datum

■ Het jaartal knippert. Stel het jaar in en bevestig uw invoer.

i Opmerking

▶ Standaard is 2025 ingesteld. Bij elke druk op de geheugentoets ③ gaat de waarde omhoog tot maximaal 2099. Daarna begint het jaartal weer bij 2025.

Het maandcijfer knippert. Druk meermaals op de geheugentoets ③ (of houd deze ingedrukt), tot de gewenste maand is ingesteld. Bevestig uw invoer. Doe hetzelfde voor de instelling van de dag, zodra het dagcijfer knippert.

i Opmerking

▶ Als u de 12-uursnotatie hebt geselecteerd, is de datumweergave maand/dag, bij de 24-uursnotatie is het dag/maand.

Tijd

Eerst knippert het uurcijfer 0:00 (24-uursnotatie) resp. 12:00 (12-uursnotatie), daarna het minutencijfer. Stel de tijd in en bevestig elke keer uw invoer.

i Opmerking

Als u de 12-uursnotatie hebt geselecteerd, verschijnt naast de tijd AM of PM, om de tijd vóór of na 12 uur 's middags aan te geven. Stel de tijd correct in.

i Opmerking

Na 30 seconden zonder activiteit gaat het display ① automatisch uit om energie te besparen. Druk op de start/stop-toets ② ① om het apparaat weer in te schakelen.

■ Het apparaat is nu klaar voor gebruik.

8. Bloeddruk meten

■ Vermijd eten, roken of sporten voor de meting, omdat dit de meting kan beïnvloeden. Probeer te ontspannen in een rustige omgeving en rust ongeveer 10 minuten uit voor de meting.

■ Als u zware kleding draagt, maak de bovenarm dan vrij.

Kies de arm waarmee u de bloeddruk wilt meten (normaal gesproken de linkerarm) en meet de bloeddruk op dezelfde arm en in dezelfde zone.

■ Meet de bloeddruk regelmatig en elke dag op hetzelfde tijdstip, want de bloeddruk schommelt in de loop der tijd.

■ Vergelijkende bloeddrukmetingen moeten onder dezelfde omstandigheden worden uitgevoerd.

■ Wanneer de manchet ^23 zich boven het hartniveau bevindt, krijgt u te lage meetwaarden. Als deze zich onder het hartniveau bevindt, krijgt u te hoge bloeddrukwaarden.

■ Een loszittende manchet ^23 resulteert in een foutieve bloeddrukmeting.

De arm drukt bij herhaalde metingen de bloedvaten samen. Ook dit leidt tot een vertekende bloeddrukwaarde. Zorg er daarom voor dat u bij herhaalde metingen 3–5 minuten rust neemt of uw arm 3 minuten optilt om de stuwing te verminderen.

8.1. Manchet omdoen

⚠ WAARSCHUWING!

Leg de manche 23 niet op wonden, omdat dit verder letsel kan veroorzaken.
▶ Vermijd het omdoen en oppompen van de manche ^23 om een arm waar een intravasculaire toegang resp. een intravasculaire therapie of een arterioveneuze (A-V-) nevenaansluiting (shunt) aanwezig is.
▶ Patienten die een mastectomie (borstamputatie) of een lymfeklierverwijdering hebben ondergaan, mogen de manchet ② niet om de arm leggen waar de operatie is uitgevoerd.

- Tijdens de meting kan er een storing optreden in medische apparaten die tegelijkertijd op dezelfde arm in werking zijn.

LET OP!

- Gebruik alleen de originele manchet 23, die aan de klinische testeisen voldoet.

1) Verzeker u ervan dat de luchtslangaansluiting 22 volledig in de ont-luchtingsopening 6 van de bloeddrukmeter is ingebracht.
2) Trek dikke kledingstukken uit, draag geen accessoires, ontbloot uw bovenarm of draag een dun shirt voor de meting.
3) Schuif de tot een ring gevormde manchet 23 over de bovenarm, trek het in de metalen beugel geleide uiteinde aan en sluit de klittenband.
4) Sluit de manchet 23 niet te strak, zodat er nog twee vingers onder passen. De onderrand van de manchet 23 moet 2-3 cm van de binnenkant van de elleboog verwijderd zijn (zie afb. D).

i Opmerking

Na het omdoen van de manchet 23 moet de markering ▷ op de buitenkant van de manchet binnen het OK-bereik op de manchet 23 liggen. Anders is de manchet 23 voor u niet geschikt. De manchet 23 is bestemd voor een bovenarmomvang tussen 22 en 42 cm.

5) Nadat u de manchet 23 om de bovenarm hebt gewikkeld, plaatst u de luchtslang 21 op de binnenkant van de arm op één lijn met de middelvinger (zie afb. D). Zorg ervoor dat de arm niet op de luchtslang 21 drukt.

8.2. Correcte lichaamshouding aannemen

■ Ga tijdens de meting op een stoel zitten, zet uw voeten plat op de vloer en leg uw arm ontspannen en licht gebogen op tafel (zie afb. E).

Zorg ervoor dat de manchet 23 zich op hartniveau bevindt (zie afb. F).

■ Zit stil tijdens de meting en praat niet om het meetresultaat niet te beïnvloeden.

8.3. Gebruiker selecteren en meetproces starten

Het apparaat heeft twee gebruikersgeheugens voor elk 120 meetresultaten. Hierdoor kunnen twee personen hun meetresultaten afzonderlijk opslaan. Wanneer het apparaat door meerdere personen wordt gebruikt, moet voor elke meting de betreffende gebruiker worden ingesteld.

1) Druk op de start/stop-toets ② ① om het apparaat in te schakelen. Het display ① licht kort op en geeft alle symbolen weer.
2) Kort daarna verschijnt het gebruikersgeheugen 14. De laatste ingestelde gebruiker of knippert. Wanneer er nog geen instelling is uitgevoerd, of wanneer het geheugen is gewist, wordt gebruiker weergegeven.
3) Druk op de geheugentoets ③ om van gebruiker te wisselen.
4) Druk daarna op de start/stop-toets ② ① om de gebruiker te bevestigen en de meting te starten.

De manchet 23 pompt zichzelf langzaam op. De stijgende manchetdruk wordt aangegeven. Zodra er een hartslag wordt gedetecteerd, knippert het symbool hartslag 12 ♥

i Opmerking

▶ U kunt de meting op elk moment annuleren door op de start/stop-toets ② ① te drukken. Daardoor wordt de manchet ②3 automatisch ontlucht.
■ Het symbool van de manchetbevestigingscontrole 16 verschijnt op het display ①, wanneer de manchet 23 correct is aangebracht voor de meting. Als de manchet 23 te los is aangebracht, wordt Er03 samen met het symbool weergegeven en wordt de meting geannuleerd. Schakel het apparaat uit, corrigeer de zit van de manchet en herhaal de meting.
Als u tijdens de meting beweegt of praat, kan de meting niet correct worden uitgevoerd. Op het display ① verschijnt Er04 met het symbool van de bewegingsindicatie ⑰, en de meting wordt geannuleerd. Schakel het apparaat uit en herhaal de meting.

Wanneer de meting is geslaagd, wordt de manchet 23 meteen slap. De gemeten waarden verschijnen op het display 1, zoals in het voorbeeld op afb. 1:

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - i Opmerking - 1

text_image 20 03 8:32 PM 10/29 120 SYS mmHg 80 DIA mmHg 69 PUL/min 15 14

Afb. 1

Naast de bloeddrukwaarden ⑨+⑩ en de hartslagwaarde ⑪ worden de tijd en datum ⑧, het geheugenplaatsnummer ⑳, het gebruikersgeheugen ⑭ en het bloedrukbereik ⑮ weergegeven.

De waarden worden 30 seconden weergegeven en opgeslagen voor de geselecteerde gebruiker, waarna het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt het apparaat ook handmatig uitschakelen door op de start/stop-toets ② ① te drukken.

5) Doe de manchet 23 daarna af.

9. Bloeddruk beoordelen

De zelfmeting is een zelfcontrole, maar geen diagnose of behandeling. Als u afwijkende bloeddrukwaarden hebt, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts en volg diens instructies voor het gebruik van medicatie op.
■ De hartslag die door dit apparaat wordt aangegeven, is niet geschikt voor gebruik als frequentieregeling om de hartslag te regelen.

Als de gebruiker een voorgeschiedenis van ernstige hartritmestoornissen heeft, moet de bloeddruk die wordt gemeten door een arts worden bevestigd.

9.1. Algemene informatie over de bloeddruk

Wat is bloeddruk?

De bloeddruk is de kracht die het bloed uitoefent op de wanden van de slagaders. Hij wordt uitgedrukt in mmHg (millimeter kwikdruk).

Er worden twee verschillende bloeddrukwaarden onderscheiden:

  • De hoge waarde geeft de systolische druk in de vaten aan, wanneer het hart samentrekt en bloed in de vaten pompt.
  • De lage waarde geeft de diastolische druk aan, wanneer de hartspier ontpant en het hart zich weer vult met bloed.

Schommelingen in de bloeddruk zijn normaal. Zelfs bij herhaalde metingen kunnen er aanzienlijke verschillen optreden tussen de gemeten waarden. Eenmalige of onregelmatige metingen geven daarom geen betrouwbare indicatie van de werkelijke bloeddruk. Een betrouwbare beoordeling is alleen mogelijk als de bloeddruk regelmatig en onder vergelijkbare omstandigheden wordt gemeten.

Waarom is de bloeddruk die thuis wordt gemeten lager dan de bloeddruk die door de arts wordt gemeten?

Mensen hebben de neiging gestrest of nerveus te zijn wanneer de bloed-druk wordt gemeten in een medische omgeving, waardoor de gemeten waarde daar vaak hoger is. Omdat u meestal meer ontspannen bent als u thuis meet, is de waarde hier soms 20 tot 30 mmHg lager.

Zelfs als het meetpunt hoger ligt dan het hart, bijvoorbeeld omdat de manchet 23 verkeerd is geplaatst of omdat de tafel waarop het apparaat is geplaatst te hoog is, zal de gemeten bloeddrukwaarde te laag zijn.

9.2. Richtwaarden van de WHO

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de volgende algemene richtwaarden - zonder rekening te houden met geslacht en leeftijd - voor de beoordeling van de bloeddruk vastgelegd:

BeoordelingKleur van de risico-indicatorSystole (mmHg)Diastole (mmHg)Maatregel
Hypertonie graad 3 (ernstige hoge bloeddruk)rood ≥ 180 ≥ 110 Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Richtwaarden van de WHO - 1Huisarts raadplegen
Hypertonie graad 2 (gemiddeld hoge bloeddruk)oranje 160-179 100-109
Hypertonie graad 1 (licht verhoogde bloeddruk)geel 140 -159 90-99Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Richtwaarden van de WHO - 2Regelmatige controle bij de huisarts
Hoog normaal groen130-139 85-89
Normaal groen 120-129 80-84Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Richtwaarden van de WHO - 3Zelfcontrole
Optimaal ^1 groen<120<80
Bloeddruk te laag ^2 oranje<90<60Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Richtwaarden van de WHO - 4Huisarts raadplegen

^1 Bron: WHO, 1999; ^2 Bron: National Health Service, 2023

i Opmerking

Houd er rekening mee dat dit standaardwaarden zijn, die slechts zijn bedoeld als algemene richtlijn. De individuele bloeddruk kan van persoon tot persoon variëren, afhankelijk van geslacht, leeftijd, levensstijl en eventuele reeds bestaande aandoeningen.

Het is daarom belangrijk dat u regelmatig uw bloeddruk meet en dit aan uw arts meldt. Hierdoor kan de arts uw individuele normale waarden en het bloeddrukniveau dat als gevaarlijk wordt beschouwd vaststellen.

Ook een te lage bloeddruk kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid en kan duizeligheid of flauwvallen tot gevolg hebben. Raadpleeg een arts wanneer u plotseling een te lage bloeddruk hebt.

9.3. Risico-indicator

Na de meting verschijnt aan de linkerrand van het scherm de indicatie van het bloeddrukbereik 15 conform het niveau van de bloeddruk-waarde. Aan de hand van de bijbehorende risico-indicator 7 ziet u in welk bereik uw bloeddruk zich volgens de WHO-definitie bevindt (zie de tabel).

i Opmerking

Als de systolische en diastolische waarden in twee verschillende bereiken van de beoordelingsschaal liggen (bijv. systolisch "hoog normaal" en diastolisch "normaal"), wordt altijd het hogere bereik (in dit voorbeeld "hoog normaal") aangegeven.

9.4. Hartritmestoornissen

Het apparaat kan tijdens de meting eventuele onregelmatigheden in de hartslag (aritmie) identificeren. In dat geval wordt na de meting het hartritmestoornissymbool 13 weergegeven (het symbool wordt ook weer-gegeven wanneer de meting wordt opgeroepen uit het geheugen).

Hartritmestoornissen treden op wanneer de elektrische signalen naar het hart, die de hartslagen coördineren, niet correct functioneren. Dan klopt het hart te snel, te langzaam, te vroeg of onregelmatig.

Hartritmestoornissen kunnen een indicatie zijn van een hartziekte, maar kunnen ook worden veroorzaakt door factoren zoals leeftijd, aanleg, overmatig gebruik van stimulerende middelen zoals alcohol, tabak of koffie, maar ook door stress of slaapgebrek. Alleen medisch onderzoek kan de pathologische oorzaken van een hartritmestoornis aan het licht brengen.

■ Wanneer na de meting het symbool 13 ♥) verschijnt, herhaalt u de meting na één minuut. Zorg ervoor dat u tijdens de meting niet beweegt of praat.
■ Mocht het symbool ⑬ ♥) vaker verschijnen, raadpleeg dan uw huisarts. Vermijd zelfdiagnose of zelfbehandeling op basis van meetresultaten en volg de aanwijzingen van uw huisarts op.

10. Opgeslagen meetwaarden aflezen/wissen

De meetresultaten worden samen met de datum en tijd opgeslagen in het geselecteerde gebruikersgeheugen 14. Bij meer dan 120 metingen van één gebruiker worden de oudste metingen gewist.

Druk terwijl het apparaat is uitgeschakeld op de geheugentoets ③. Wanneer er nog geen meting is uitgevoerd, wordt “--” weergegeven. Anders worden de gegevens van de laatst ingestelde gebruiker weer-gegeven.

■ Om van gebruiker te wisselen, drukt u nogmaals op de geheugen-toets ③.

Bevestig de gebruikersselectie met de start/stop-toets ② ①.

Gemiddelde waarden

- Op het display ① verschijnt de geheugenindicatie ⑱ AVG en de gemiddelde waarden van alle opgeslagen metingen van de gebruiker worden weergegeven.

Bij elke volgende druk op de geheugentoets ③ wordt achtereenvolgens het volgende aangegeven:

- de a vge gemiddelde waarden van de laatste 7 ochtendmetingen ('s morgens: 5:00–9:00 uur);

- AVG de gemiddelde waarden van de laatste 7 avondmetingen ('s avonds: 18:00-20:00 uur).

Afzonderlijke metingen

Wanneer u nogmaals op de geheugentoets ③ drukt, verdwijnt het symbool AVG en wordt de laatste afzonderlijke meting weergegeven. Bij elke druk op de geheugentoets ③ kunt u de overige afzonderlijke metingen bekijken, tot aan de oudste meting. Het betreffende geheugenplaatsnummer ②0 wordt steeds aangegeven. U kunt de geheugentoets ③ ingedrukt houden om de metingen snel achter elkaar weer te laten geven.

■ Om het geheugenmenu te verlaten drukt u op de start/stop-toets ② ①.

Geheugen wissen

Om alle opgeslagen waarden voor een gebruiker te wissen, selecteer u in het geheugenmenu de betreffende gebruiker ♦ of . Ⓞ

Houd de geheugentoets ③ en de start/stop-toets ② ca. 3 seconden lang gelijktijdig ingedrukt.

Bij het geheugenplaatsnummer, systole, diastole en hartslag wordt steeds “--” aangegeven. De waarden van de andere gebruiker blijven behouden.

■ Herhaal de procedure voor de andere gebruiker om alle waarden te wissen.

Waarden registreren in het bloeddrukpaspoort

Voer elke individuele waarde in uw bloeddrukpaspoort in.

■ Roep uw gemiddelde waarde op na elke 30 ingevoerde bloeddrukmetingen.

■ Voer de gemiddelde waarde in het daarvoor bestemde veld in uw bloeddrukpaspoort in.

11. Problemen oplossen

Foutmeldingen op het display

Het display ① geeft een foutwaarschuwing aan in een van de volgende gevallen:

FoutcodeOorzaak Oplossing
Er-01Hartslag kon niet correct worden be-paaldHerhaal de meting na 1 minuut. Vermijd bewegingen en praten tijdens de meting.
Er-02De gemeten bloed-druk ligt buiten het meetbereik
Er-03 Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Foutmeldingen op het display - 1Oppompen niet mogelijkHerhaal de meting. Zorg ervoor dat de manchet 23 en de luchtslang 21 correct zijn aangebracht. Vermijd bewegingen en praten tijdens de meting.
Er-04 Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Foutmeldingen op het display - 2Meting kon niet wordenuitgevoerdHerhaal de meting na 1 minuut. Vermijd bewegingen en praten tijdens de meting.
Er-05Oppompdruk hoger dan 295 mmHgVoer een nieuwe meting uit om te controleren of de manchet 23 correct kan worden opgepompt. Let erop dat uw arm niet op de luchtslang 21 ligt, dat er geen zware voorwerpen op rusten en dat zij niet geknikt wordt.
Er-06SysteemfoutNeem contact op met de klanten-service.
LoBatterijspanning lager dan de vereiste bedrijfsspanningVervang de batterijen.

Kleine storingen zelf oplossen

Als er tijdens het gebruik storingen (of abnormale omstandigheden) optreden, kunnen deze worden gecontroleerd en verholpen aan de hand van de punten in de volgende tabel:

Storing Mogelijke oplossing
Na plaatsing van de batterijen en inschakeling van het apparaat blijft het display 1 donker.Controleer of het apparaat stroom krijgt.
De luchtpomp begint te werken, maar de druk in de manchet 23 stijgt niet.Controleer of de luchtslangaansluiting 22 lekt en of de luchtslang 21 volledig in de ontluchtingsopening 6 steekt.
De gemeten bloeddrukwaarden zijn erg onregelmatig of de bloeddruk is ongewoon hoog of laag.Breng de manchet 23 correct aan. Als de bovenarm bedekt is door mouwen of andere kledingstukken, verwijder deze dan. Meet de bloeddruk opnieuw.
De zelf gemeten waarde verschilt van de door de huisarts gemeten waarde.Noteer de dagelijkse metingen en raadpleeg uw huisarts.
Nadat het apparaat onder druk is gezet, bouwt de luchtdruk in de manchet 23 zich slechts langzaam of helemaal niet op.De luchtslangaansluiting 22 is losge-komen uit de ontluchtingsopening 6. Bevestig de luchtslangaansluiting 22 weer.

Als u de storing ondanks deze maatregelen niet kunt verhelpen, neem dan contact op met de serviceafdeling.

12. Reinigen

GEVAAR!

▶ Dompel het apparaat nooit onder in water of andere vloeistoffen!

LET OP!

- Gebruik geen schurende of bijtende schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen. Deze kunnen het oppervlak aantasten en het apparaat onherstelbaar beschadigen.

■ Reinig het apparaat, de manchet 23 en de luchtslang 21 met een licht bevochtigde doek. Voor desinfectie van de manchet 23 raden we aan deze te reinigen met een zachte doek die is gedrenkt in medische alcohol van 75 procent. Laat het apparaat volledig drogen voordat u het opnieuw gebruikt of voordat u het opbergt. Het verdient aanbeveling om het apparaat minimaal eens per maand te reinigen.

■ Wis het opbergtasje zo nodig af met een vochtige doek.

13. Opbergen

■ Verwijder de luchtslang 21 van het apparaat. Buig de luchtslang 21 voorzichtig zonder haar te knikken, en voer haar in de manchet 23 in.

■ Haal de batterijen uit het apparaat wanneer u het langere tijd niet gebruikt.

Berg het apparaat in het opbergtasje 24 op een stofvrije en droge plaats op. Neem de opslag- en transportomstandigheden in acht (zie 15. Technische gegevens).

14. Afvoeren

14.1. Apparaat afvoeren na afdanking

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Apparaat afvoeren na afdanking - 1

Het symbool met een doorstreepte vuilnisbak betekent dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het normale huisvuil meegegeven mag worden. Het apparaat moet worden ingeleverd bij speciaal hiervoor bestemde inza-melpunten, milieustraten of afvalverwerkingsbedrijven.

Verwijder alle persoonlijke gegevens voordat u het product inlevert. Breng batterijen of accu's die niet in het oude apparaat zitten, en lampen die kunnen worden verwijderd zonder ze te vernietigen, naar een apart inzamelpunt.

14.2. Verpakking afvoeren

De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen, die u via de plaatselijke recyclingpunten kunt afvoeren.

Voer de verpakking af volgens de milieuvoorschriften.

14.3. Batterijen afvoeren

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Batterijen afvoeren - 1

Batterijen/accu's moeten als gevaarlijk afval worden behandeld en moeten daarom worden ingeleverd bij een bevoegde organisatie (winkels, vakhandel, gemeentelijke milieustraten, commercieel afvalverwerkingsbedrijf).

Batterijen/accu's kunnen giftige zware metalen bevatten.

De zware metalen worden aangeduid met behulp van letters onder een symbool: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood.

Gooi batterijen/accu's daarom niet bij het huisvuil, maar lever ze gescheiden in.

Apparaatnaam, model SPBDM 1.5 A1, FDBP-A16
MeetmethodeOscillometrische, niet-invasieve bloeddruk-meting aan de bovenarm
MeetbereikNominale druk manchet0-295 mmHgsystolisch: 60-250 mmHgdiastolisch: 30-195 mmHg
Meetdruk
Hartslag40-199 slagen/min.
Max. meetafwijking van de manchetdruk± 3 mmHg
Max. meetafwijking van de hartslagindicatie± 5%
Max. standaardafwijking volgens klinisch onderzoeksystolisch: 8 mmHgdiastolisch: 8 mmHg
Geheugen 2 gebruikers, elk 120 metingen
Gebruiksomstandigheden+5 °C tot +40 °C omgevingstemperatuur15%-90% relatieve luchtvochtigheid (niet-condenserend)700-1060 hPA luchtdruk
Transport-/opslagomstandigheden-25 °C tot +55 °C omgevingstemperatuur < 93% relatieve luchtvochtigheid (niet-condenserend)
Stroomvoorziening3 x 1,5 V = AAA batterijen (LR03)Netvoeding met USB-kabel en netvoedingsadapter (niet meegeleverd):5,0 V = max. 1.0 A
Levensduur batterijenCa. 150 meetcycli, afhankelijk van het bloeddrukniveau of de oppompdruk
Afmetingen (I x b x h) 125x 95 x 55 mm
GewichtCa. 210 g (hoofdapparaat zonder batterijen)
ClassificatieInterne voeding, IP21, geen AP of APG, continubedrijf, toepassingsdeel type BF

Informatie over elektromagnetische compatibiliteit

■ Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die zijn aangegeven in deze gebruiksaanwijzing, inclusief een thuisomgeving.

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Informatie over elektromagnetische compatibiliteit - 1

WAARSCHUWING!

- Dit apparaat voldoet aan de norm EN 60601-1-2 en is onderworpen aan speciale voorzorgsmaatregelen met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. Houd er rekening mee dat draagbare en mobiele HF-communicatieapparaten (inclusief randapparatuur zoals antennekabels en externe antennes) invloed kunnen hebben op de werking van dit apparaat. Vermijd bij gebruik sterke elektromagnetische storingen, bijv. in de buurt van mobiele telefoons, magnetrons e.d. Houd alle onderdelen van de bovenarm-bloeddrukmeter SPBDM 1.5 A1, inclusief alle meegeleverde kabels, op een afstand van minstens 30 cm van dergelijke apparaten.

  • Het gebruik van deze bovenarm-bloeddrukmeter direct naast of samen met andere apparaten moet worden vermeden, omdat dit kan leiden tot een incorrecte werking. Wanneer dergelijk gebruik noodzakelijk is, moeten het apparaat en de andere apparaten worden geobserveerd om er zeker van te zijn dat ze correct werken.
  • Het gebruik van accessoires, omvormers en kabels die niet door de fabrikant zijn gespecificeerd of geleverd, kan leiden tot verhoogde elektromagnetische emissies of een verminderde elektromagnetische storingsbestendigheid van het apparaat. Dit kan resulteren in een incorrecte werking.
    ■ Als dit niet in acht wordt genomen, kunnen de prestaties van het apparaat afnemen.
    ■ Deze bovenarm-bloeddrukmeter mag niet worden gebruikt in een MRT-omgeving.
    ■ Het apparaat voldoet aan de volgende normen, wetgevingen en richtlijnen:

-EU-richtlijn voor medische producten MDR (EU) 2017/745

-Wet op medische hulpmiddelen (MPDG)

-EN 60601-1

-EN 60601-1-2

-EN 60601-1-11

-EN IEC 80601-2-30

Melding van ongewenste gebeurtenissen voor gebruikers/patiënten in EU-landen

Wanneer gebruikers/patiënten van mening zijn dat zich bij hen een ernstig voorval met betrekking tot het product heeft voorgedaan, worden deze verzocht het voorval te melden aan de fabrikant en/of diens gevolmachtigde, en ook aan de verantwoordelijke instanties in de lidstaat waarin de gebruiker/patiënt zich bevindt.

16. Garantie van Kompernaß Handels GmbH

Geachte klant,

U hebt op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. In geval van ge breken in dit product hebt u wettelijke rechten tegenover de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna beschreven garantie niet beperkt.

Garantievoorwaarden

De garantieperiode geldt vanaf de datum van aankoop. Bewaar de kassabon zorgvuldig. U hebt hem nodig als bewijs van aankoop.

Als er binnen drie jaar vanaf de aankoopdatum van dit product een materiaal- of fabricagefout optreedt, wordt - naar onze keuze - het product door ons kosteloos gerepareerd of vervangen of wordt de koopprijs terugbetaald. Voorwaarde voor deze garantie is dat het defecte apparaat en het aankoopbewijs (kassabon) binnen de termijn van drie jaar worden overlegd en dat kort wordt omschreven waaruit het gebrek bestaat en wanneer het is opgetreden.

Wanneer het defect door onze garantie wordt gedekt, krijgt u het gerepa-reerde product of een nieuw product retour. Met de reparatie of vervan-ging van het product begint er geen nieuwe garantieperiode.

Garantieperiode en wettelijke aanspraken bij gebreken

De garantieperiode wordt door deze waarborg niet verlengd. Dat geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Eventueel al bij aan- koop aanwezige schade en gebreken moeten meteen na het uitpakken worden gemeld. Voor reparaties na afloop van de garantieperiode wor- den kosten in rekening gebracht.

Garantieomvang

Het apparaat is op basis van strenge kwaliteitsnormen met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd.

De garantie geldt voor materiaal- of fabricagefouten. Deze garantie geldt niet voor productonderdelen die onderhevig zijn aan normale slijtage en die daarom als slijtonderdelen worden beschouwd, of voor schade aan breekbare onderdelen zoals schakelaars of onderdelen die van glas zijn gemaakt.

Deze garantie vervalt wanneer het product is beschadigd, ondeskundig is gebruikt of is gerepareerd. Voor deskundig gebruik van het product moeten alle in de gebruiksaanwijzing beschreven aanwijzingen precies worden opgevolgd. Gebruiksdoeleinden en handelingen die in de gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waarvoor wordt gewaarschuwd, moeten beslist worden vermeden.

Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor bedrijfsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons erkend service-filiaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie.

Afhandeling bij een garantiekwestie

Voor een snelle afhandeling van uw aanvraag neemt u de volgende aan- wijzingen in acht:

■ Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (IAN) 487612_2501 als aankoopbewijs bij de hand.
■ Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje van het product, op het product gegraveerd, op de titelpagina van de gebruiksaanwijzing (linksonder) of op de sticker op de achter- of onderkant van het product.
■ Als er fouten in de werking of andere gebreken optreden, neemt u eerst contract op met de hierna genoemde serviceafdeling, telefonisch of via e-mail.

■ Een als defect geregistreerd product kunt u dan zonder portokosten naar het aan u doorgegeven serviceadres sturen. Voeg het aan-koopbewijs (kassabon) bij en vermeld waaruit het gebrek bestaat en wanneer het is opgetreden.

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Afhandeling bij een garantiekwestie - 1

text_image PDF ONLINE www.idl-service.com

Op www.lidl-service.com kunt u deze en vele andere handleidingen, productvideo's en installatiesoftware downloaden.

Met deze QR-code gaat u direct naar de website van Lidl Service (www.lidl-service.com) en kunt u met het invoeren van het artikelnummer (IAN) 487612_2501 de gebruiksaanwijzing openen.

16.1. Service

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Service - 1

ServiceNederland

Tel.: 0800 0249630

E-Mail: kompernass@lidl.nl

Sensiplast SPBDM 1.5 A1 - Service - 2

ServiceBelgië

Tel.: 0800 12089

E-Mail: kompernass@lidl.be

IAN 487612_2501

16.2. Importeur

Let op: het volgende adres is geen serviceadres. Neem eerst contact op met het opgegeven serviceadres.

informations · Stand van de informatie · Stav informaci · Stan informacji

Stav informácií · Estado de las informaciones · Tilstand af information

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Sensiplast

Model : SPBDM 1.5 A1

Categorie : Bloeddrukmeter