PHD 110 F2 - Hogedrukreiniger PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PHD 110 F2 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PHD 110 F2 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PHD 110 F2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PHD 110 F2 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PHD 110 F2 PARKSIDE
Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing

TOSAERBA A BENZINA
Vouw voor het lezen de pagina met de afbeeldingen uit en maak u vervolgens vertrouwd met alle functies van het product.
ES
NL / BE Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften Pagina 66
| ES | Instrucciones de servicio y seguridad | Página | 87 |
| IT / MT / CH | Indicazioni sul funzionamento e la sicurezza | Pagina | 110 |
| CZ | Pokyny k obsluze a bezpečnostní pokyny | Strana | 132 |
| SK | Upozornenia k obsluhe a bezpečnostné upozornenia | Strana | 152 |
| HU | Kezelési és biztonsági utasítások | Oldal | 173 |
| PL | Wskazówki dotyczące obsługi i bezpieczeństwa | Strona | 194 |
| DK | Betjenings- og sikkerhedsforskrifter | Side | 215 |
1

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 26 25 24a 24 23 22 21 20a 20 19 18 17
text_image
2 75 1 6 A D E F 24 20a 28 27
E 2 x Kunststoffscheibe
F 2 x Klettband
1 Verklaring van de symbolen op het product.... 67
2 Inleiding.... 68
3 Productbeschrijving (afb. 1-28) 68
4 Meegeleverd (afb. 1-2)....68
5 Beoogd gebruik 69
6 Veiligheidsvoorschriften 69
7 Technische gegevens.... 72
8 Uitpakken.... 73
9 Montage 73
10 Voor de ingebruikname.... 74
11 In gebruik nemen.... 75
12 Bedrijf 76
13 Reiniging.... 78
14 Transport.... 79
15 Opslag.... 80
16 Onderhoud 80
17 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen.... 83
18 Afvalverwerking en hergebruik.... 83
19 Verhelpen van storingen.... 84
20 EU-conformiteitsverklaring.... 85
21 Garantiebewijs 86
22 Explositietekening 235
1 Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedieningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. | ![]() | LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken. |
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | ![]() | Tankinhoud |
![]() | Maai op hellingen nooit omhoog of omlaag. | ![]() | Motorolie |
![]() | Verwijder voor het bedrijf van de grasmaaier de omliggende kleine onderdelen, die rondgeslingerd kunnen worden. | ![]() | Lange messen. Max. zaagbreedte. |
![]() | Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor. | ![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensni-veau van het product. |
![]() | Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. | ![]() | Oliepeil controleren. |
![]() | Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. | ![]() | DRIVE - Beugel rijaandrijving STOP - Motorremhendel |
![]() | Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende messen. | ![]() | Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventi-leerde ruimten. |
![]() | Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden. | ![]() | Het product voldoet aan de gelden-de EU-bepalingen. |
![]() | Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril. | ||
2 Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDEvoorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw product te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uits-paart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht, bij het product. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het product mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het product geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van producten van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
3 Productbeschrijving (afb. 1-28)
- Stuur
- Beugel rijaandrijving
- Motorremhendel
- Elektrische start
- Bovenste duwbeugel
- Elektrische starter
- Snelspanhendel
- Stergreepmoer
- Onderste duwbeugel
- Kabelklem
- Geleiding voor duwbeugel
- Tankdop
- Brandstoftank
- Luchtfilterdeksel
14a. Luchtfilter - Wateraansluiting
- Loopwiel
- Bougiestekker
17a. Bougie - Uitlaat
- Oliepeilstok
- Zij-uitworpklep
20a. Zij-uitworp - Maaihoogteverstelling
- Aandrijfwiel
- Uitwerpklep
- Grasopvangzak
24a. Grasopvangzak vulpeil - Kabelhaak
- Startmotor met trekkabel
- Mulchinzetstuk
- Accu
28a. Accu-ontgrendelhendel
28b. Accu-laadindicator
28c. Toets voor de laadindicator - Accu-oplader
- Mes
- Messchroef
- Volgring
- Motorspil
- Carburateurschroef
- V-snaar
Pos. Aantal Aanduiding
5 1 x Benzine grasmaaier met bovenste duwbeugel
7 2 x Snelspanhendel
8 4 x Stergreepmoer
9 1 x Onderste duwbeugel
10 1 x Kabelklem
11 2 x Geleiding voor duwbeugel
20 a 1 x Zij-uitworp
24 1 x Grasopvangzak
27 1 x Mulchinzetstuk
28 1 x Accu
29 1 x Accu-oplader
A 2 x Bout M8
B 2 x Volgring klein
C 2 x Volgring groot
D 4 x Bout
E 2 x Kunststof ring
F 2 x Klittenband
2 x Gebruikshandleiding (PBRM 53 A1, accu, accu-oplader)
5 Beoogd gebruik
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

WAARSCHUWING
Lees voor de ingebruikname van het product deze handleiding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het product aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruikshandleiding altijd mee te leveren.
Het product maakt deel uit van de serie Parkside X 20 V TEAM en kan met accu's van de serie Parkside X 20 V TEAM worden gebruikt. De accu's mogen alleen met opladers van de serie Parkside X 20 V TEAM worden opgeladen.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding

GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

WAARSCHUWING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
6 Veiligheidsvoorschriften
Wie mogen het product niet gebruiken:
- Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen).
- Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn.
Veiligheidsvoorschriften voor handgevoerde grasmaaier
- Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg ervoor dat u bekend bent met de instellingen en het correcte gebruik van de machine.
-
Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen. Lokale voorschriften kunnen de minimum-leeftijd van de gebruiker definiëren.
-
Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendommen.
- Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit de buurt blijven.
- Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding a.u.b.
- Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en een lange broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote voeten of in lichte sandalen.
- Controleer het terrein, waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, speelgoed, stokken en draden, enz., die vastgegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
-
Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat en koppel de bougiestekker los als
-
u het apparaat verlaat.
- u blokkades of verstoppingen verwijdert.
- het apparaat in aanraking komt met vreemde voorwerpen.
- storingen en ongewone trillingen aan het apparaat optreden.

WAARSCHUWING
Brandstof is zeer ontvlambaar:
- Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde containers (jerrycans).
- Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
- Brandstof moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.
- Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen geval gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet het product uit de buurt van met brandstof vervuilde oppervlakken worden gehouden. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
- Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.
- Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekingsbronnen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleerde container. Houd brandstof uit de buurt van kinderen.
• Vervang defecte geluiddempers.
- Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het mes en de bevestigingsbouten versleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermijden, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten altijd per set worden vervangen.
Elektrische veiligheid
- De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
- Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
- Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
Neem de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor het opladen en het juiste gebruik in acht zoals in de gebruikshandleiding van uw accu en oplader van de serie Parkside X 20 V Team aangegeven.
Een gedetailleerde beschrijving voor het laadproces en overige informatie vindt u in deze afzonderlijke gebruikshandleiding.
Onjuist gebruik van de accu en de oplader kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Dit product genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dode- lijk letsel te beperken, raden we personen met medi-sche implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het product wordt gebruikt.
Gebruik:
- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de tank binnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.
-
Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
-
Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slijtage of verlies van de functies.
- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren.
- Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
- Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het product bij nat gras worden vermeden.
- Het gebruik van het product bij onweer is verboden - Bliksemgevaar!
- Let altijd op een goede positie op hellingen.
- Geleid het product alleen in looppas.
- Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op de helling, nooit op- en neerwaarts. Wees met name voorzichtig als u uw rijrichting op de helling verandert.
- Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met name voorzichtig als het product moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.
- Stop de messen indien de grasmaaier moet worden gekanteld, bij transport of op andere oppervlakken als gras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaien oppervlak wordt verplaatst.

VOORZICHTIG
De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de volledige grasopvanginrichting of de zelfsluitende veiligheidsvoorziening voor de uitwerpopening is aan- gebracht.
- Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde veiligheidsvoorzieningen of veiligheidsroosters of zonder aangebouwde veiligheidsvoorzieningen bijv. stootplaat en/of inrichtingen om het gras op te van-gen.
- Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast.
- Activeer de motorrem en koppel alle snijgereedschappen en aandrijvingen los, voordat u de motor start.
- Start de motor voorzicht, overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant. Let op voldoende afstand van de voeten tot de messen.
-
Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij het proces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener is gekeerd.
-
Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.
- Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uitwerpopening.
- Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.
-
Zet de motor uit en controleer of alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en de contact-sleutel, indien voorhanden, is geactiveerd:
-
Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost.
- Voordat u het product controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert.
- Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Controleer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.
- Indien u zich van het product verwijdert.
- Voor het bijtanken.
- Bij het nalopen van de motor moet de smoorklep worden gesloten. Als de motor over een benzineafsluitklep beschikt, moet deze na het gebruik worden gesloten.
- Het gebruik van het product met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.
- Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het product en voorkom het inklemmen van vingers tussen de bewegende messen en stijve apparaatdelen.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien op oneffen ondergrond, op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken.
- Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het maaien niet stabiel is.
- Let in de buurt van straten op het wegverkeer.

GEVAAR
Struikelgevaar!
Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trekken van het product.
Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kinderen achter u aanwezig zijn.
- De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in het toepassen, instellen en bedienen van de machine (inclusief verboden handelingen).
- Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed werken voor elk gebruik.
- Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan schade aan het product en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
- Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen van het product niet gemanipuleerd of gedeactiveerd mogen worden. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
- Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipuleren.
- Gebruik alleen messen en accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij gebruik van andere inzetstukken en accessoires bestaat gevaar voor verwonding.
- Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand.
- Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen om lawaai en trillingen te verminderen.
Restgevaren en voorzorgsmaatregelen
Het niet naleven van de ergonomische basisprincipes
Nalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)
Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke beschermingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.
• Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen.
Menselijk gedrag, incorrect gedrag
- Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig geconcentreerd.
Restgevaar
- Kan niet worden uitgesloten
Gevaar door lawaai
Gehoorschade
Langere werkzaamheden met het product zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade.
- Altijd gehoorbescherming dragen.
Gedrag bij noodgevallen
Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts.
| Tankinhoud 1,2 l | |
| Motorolie SAE 10W-30/SAE 10W-40 | |
| Tankinhoud/Olie | 0,4 l |
| Maaihoogteverstelling | 25-75 mm/7-voudig |
| Inhoud grasopvangzak | 55 l |
| zaagbreedte | 53 cm |
| Gewicht | 33,3 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Accu/oplader
De technische gegevens van de accu en de oplader kunt u in de meegeleverde gebruikshandleiding vinden.
LET OP
Het product maakt deel uit van de serie Parkside X 20 V TEAM en kan met accu's van de serie Parkside X 20 V TEAM worden gebruikt. De accu's mogen alleen met opladers van de serie Parkside X 20 V TEAM worden opgeladen.
Geluid en trilling

WAARSCHUWING
Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving.
Informatie over de geluidsproductie gemeten volgens de relevante normen (EN ISO 5395-1:2013 bijlage F):
Geluidswaarden
| Geluidsdrukniveau L_pA | 75,0 dB |
| Meetonnauwkeurigheid K_pA | 2,15 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_wA | 95,0 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 2,15 dB |
Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke.
Trillingseigenschappen
| Trilling a_hv | 5,7 m/s ^2 |
| Meetonnauwkeurigheid K_h | 2,3 m/s ^2 |
Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini- mum!
- Gebruik alleen optimale producten.
- Onderhoud en reinig het product regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het product aan.
• Zorg dat het product niet overbelast raakt. - Laat het product eventueel controleren.
- Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
- Draag handschoenen.

WAARSCHUWING
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.
8 Uitpakken
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
LET OP
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9 Montage

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door draaiend mes. Voer de werkzaamheden aan het product uitsluitend uit bij een uitgeschakeld en stilstaand mes!
Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De montage is eenvoudig, indien de volgende aanwijzingen in acht worden genomen.
AANWIJZING
Bij de montage en voor onderhoudswerkzaamheder heeft u het volgende extra gereedschap nodig, dat niet is meegeleverd:
- Olieopvangcarter plat (voor olieverversing)*
• Maatbeker 1 liter (olie-/brandstoftest)* - Brandstofcontainer*
- Trechter*
- Doek*
- Brandstof-afzuigpomp*
- Oliekan met handpomp*
• Tang*
• Kruiskopschroevendraaier*
• Steeksleutel / moersleutel SW 10 mm*
• Steeksleutel / moersleutel SW 17 mm*
• Moersleutel SW 21 mm*
9.1 Montage van de duwbeugel (afb 3-6, 10)
LET OP
Let op dat bij de montage van de duwbeugels de gas-kabel niet bekneld raakt.
-
Houd de onderste duwbeugel (9) met elk een geleiding voor de duwbeugel (11) op de hiertoe aangebrachte boorgaten op de grasmaaier.
-
Monteer de onderste duwbeugel (9) met de geleiding voor de duwbeugel (11), door telkens een bout M8 (A), vanaf de binnenkant in de hiertoe aangebrachte boorgaten te schuiven.
- Borg de bout M8 (A) met een kunststofschijf (E) en een stergreepmoer (8). Let er daarbij op dat de kabels, die later met een kabelklem (10) worden bevestigd, niet in de weg zitten.
- Schroef de bovenste duwbeugel (5) op de onderste duwbeugel (9) met telkens een snelspanhendel (7), een volgring groot (C), een volgring klein (B) en stergreepmoer (8) vast aan beide zijden.
9.2 Montage van de elektrische starter (6) (afb. 1, 7-11)
De gaskabel is bij levering op de motorremhendel (3) voorgemonteerd. Voor montage van de elektrische starter moet u deze eerst losmaken.
- Druk voor een trekontlasting van de gaskabel, de rechterzijde van de motorremhendel (3) uit de kunststofhouder op de bovenste duwbeugel (5).
- Beweeg nu de motorremhendel (3) naar voren om de gashendel los te maken uit de houder van de motorremhendel (3).
- Borg de elektrische starter (6) met behulp van de schroeven (D) op de bovenste duwbeugel (5).
- Draai de bouten (D) met behulp van een kruiskop-schroevendraaier* aan.
- Bevestig de kabel van de elektrische starter (6) met telkens twee klittenbandjes (F) op de onderste duwbeugel (9).
- Trek de gaskabel door de elektrische starter (6), zoals in afb. 8 weergegeven.
- Plaats de gaskabel in de motorremhendel (3) en druk de rechterzijde van de motorremhendel (3) weer in de kunststofhouder op de bovenste duwbeugel (5).
- Hang de greep van het starterkoord (26) in de ka-belhaak (25).
- Fixeer de gaskabel met de meegeleverde kabelklem (10) op de onderste duwbeugel (9).
* = niet meegeleverd!
10 Voor de ingebruikname
LET OP
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
LET OP
Productbeschadiging!
Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
- Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissie olie geleverd.
LET OP
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
LET OP
Risico op materiële schade!
Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brand- stoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstop- pen of de werking van de motor beïnvloeden.
- Giet de niet benodigde brandstof in een luchtdicht reservoir en bewaar dit in een donkere, koele ruimte.
Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet minstens halfvol zijn.
-
Controleer de conditie van het luchtfilter.
-
Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Controleer of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
10.1 Motorolie bijvullen (afb. 12)
LET OP
Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multifunctionele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).
Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
- Plaats de grasmaaier op een vlak, recht oppervlak.
- Schroef de oliepeilstok (19) los.
- Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet meegeleverd). Let op de max. vulhoeveelheid van 0,4 l.Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Veeg de oliepeilstok (19) met een schone, pluisvrije doek schoon.
- Voer de oliepeilstok (19) weer in en controleer het oliepeil zonder de oliepeilstok (19) weer vast te schroeven.
- Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok (19) staan.
- Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 0,4 l).
- Schroef de oliepeilstok (19) vervolgens weer vast.
10.2 Brandstof bijvullen (afb. 13)

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
• Draag veiligheidshandschoenen. - Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt.
LET OP
Het product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.
- Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de brandstoftank (13) veroorzaken bedrijfsstoringen.
- Open voorzichtig de tankdop (12) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
- Vul de brandstoftank (13) met behulp van een trechter (niet meegeleverd) met brandstof. Let op de max. vulcapaciteit van 1,2 liter. Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Sluit de tankdop (12) weer. Controleer of de tankdop (12) goed sluit.
- Reinig de tankdop (12) en de omgeving.
- Controleer de brandstoftank (13) en de brandstofleidingen op lekkages.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
10.3 Laadstatus van de accu (28) (afb. 14)
De grasmaaier is voorzien van een elektrische starter (4). Als startaccu wordt een lithium-ionen accu (28) gebruikt. Het gebruik van de accu (28) en de oplader (29) wordt beschreven in de meegeleverde gebruikshandleiding.
- Ter controle van de laadstatus drukt u op de toets voor de laadindicator (28c) op de accu (28). De accu-laadindicator (28b) geeft de laadstatus van de accu (28) weer.
- De accu (28) mag alleen met de meegeleverde opla- der (29) worden opgeladen. Tijdens het gebruik van de grasmaaier wordt de accu (28) niet opgeladen.
11 In gebruik nemen
AANWIJZING
Enige geluidsoverlast van dit product is onvermijdelijk. Stel werkzaamheden met la-waai uit tot goedgekeurde en aangewezen tijden. Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke.
Voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in de buurt, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.
11.1 Messtopinrichting
Voor elke ingebruikname moet u de messtopinrichting controleren. Start de motor zoals beschreven onder 12.4.
- Laat de motorremhendel (3) los. De motor schakelt uit en het mes (30) wordt afgeremd.
- Het mes (30) moet binnen 7 seconden stoppen.
11.2 Instellen van de maaihoogte (afb. 17)
LET OP
Het verstellen van de maaihoogte mag alleen bij uitgeschakelde motor en verwijderde bougiestekker worden uitgevoerd.
- In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte in en maait u langzamer. Voor de eerste keer maaien in het seizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stel de maaihoogte zo in dat het product niet overbelast raakt.
- Selecteer de maaihoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte.
- Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.
- De juiste maaihoogte is bij
- een siergazon ca. 30 mm - 45 mm
- een gebruiksgazon ca. 40 mm - 65 mm.
Het instellen van de maaihoogte gebeurt via de hendel voor de maaihoogteverstelling (21). Er kunnen verschillende maaihoogten worden ingesteld.
- Trek de hendel voor de maaihoogteverstelling (21) naar buiten.
- Verschuif de hendel voor de maaihoogteverstelling (21) in de gewenste maaihoogtepositie.
- Laat de hendel voor de snijhoogteverstelling (21) weer los. De hendel klikt vast in de gewenste positie.
11.3 Accu (28) plaatsen/verwijderen (afb. 18)
- Om de accu (28) uit het product te halen, drukt u op de ontgrendelingsknop (28a) van de accu (28) en trekt de accu (28) eruit.
- Om de accu (28) te plaatsen, schuift u de accu (28) langs het geleideblad in het product. Hij klikt hoorbaar vast.
11.4 Maaivlak voorbereiden
- Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig voorafgaand aan het maaien.
-
Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speel- goed en andere voorwerpen, die door het product weggeslingerd kunnen worden.
-
Let erop dat er geen personen op het te maaien oppervlak aanwezig zijn.
12 Bedrijf
Werkinstructies
- Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodat de grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel wordt.
- Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaaier in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven.
- Houd de onderzijde van de maabehuizing schoon en verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen verzwaren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras.
- Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen.
12.1 Maaien met grasopvangzak
LET OP
Gebruik het product niet zonder volledig aangebrachte grasopvangzak of zonder mulchinzetstuk.
LET OP
Grasopvangzak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen of aanbrengen.
12.1.1 Plaatsen van de grasopvangzak (24) (afb. 19)
- Til de achterste uitwerpklep (23) op.
- Grijp de grasopvangzak (24) vast aan de hand-greep.
- Hang de grasopvangzak (24) in de daarvoor bestemde ophanging van de grasopvangzak aan de achterkant van het product.
- Verwijder de achterste uitwerpklep (23), hierdoor wordt de grasopvangzak (24) in positie gehouden.
12.1.2 Vulpeilindicator (24a) op de grasopvangzak (24) (afb. 19)
De door het mes (30) gegenereerde luchtstroom laat de vulpeilindicator (24a) stijgen. Als de grasopvangzak (24) is gevuld, stopt de luchtstroom. Als de luchtstroom te laag is, daalt de vulpeilindicator (24a). Dit is een aanwijzing dat de grasopvangzak (24) moet worden geleegd.
De onbegrensde werking van de vulpeilindicator (24a) is uitsluitend mogelijk bij een optimale luchtstroom. Externe invloeden zoals nat, dicht of hoog gras, lage snijniveaus, verontreiniging of dergelijke kunnen de luchtstroom en de werking van de vulpeilindicator (24a) beïnvloeden.
- Klep openen: Grasopvangzak (24) wordt gevuld
- Klep dicht: Grasopvangzak (24) is gevuld
12.1.3 Legen van de grasopvangzak (24) (afb. 19)

WAARSCHUWING
Voor het wegnemen van de grasopvangzak de motor uitschakelen en de stilstand van het mes afwachten.
LET OP
Gevaar voor letsel!
Grasopvangzak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen.
Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moet de grasopvangzak worden geleegd.
- Om de grasopvangzak (24) weg te nemen, tilt u de achterste uitwerpklep (23) op.
- Neem de grasopvangzak (24) aan de handgreep er uit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valt de uitwerpklep (23) bij het uithangen van de grasopvangzak (24) dicht en sluit de achterste uitwerpopeningen af.
Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen, dan is het voor het makkelijker starten van de motor doelmatig om de grasmaaier ongeveer 1m terug te trekken.
LET OP
Resten snijgoed in de maierbehuizing en op het werkgereedschap niet met de hand of met de voeten verwijderen, maar met geschikte hulpmiddelen, bijv borstels of een veger.
Om een goede verzameling te garanderen, moeten de grasopvangzak (24) en in het specifiek het luchtfilter (14a) na gebruik worden gereinigd.
12.2 Maaien met zij-uitworp
Met de zij-uitworp (20a) kunt u ook hoog en wild gras, dat slechts zelden wordt gemaaid, maaien.
12.2.1 Zij-uitworp (20a) plaatsen (afb. 20)
- Verwijder vervolgens de grasopvangzak (24) en plaats de mulchinzet (27) in (zie 12.3).
- Klap de zij-uitworpklep (20) omhoog en houd deze vast.
- Plaats de zij-uitworp (20a) er in.
- Sluit langzaam de zij-uitworpklep (20). De zij-uitworpklep (20) borgt de zij-uitworp (20a) tegen er uit vallen.
12.2.2 Zij-uitworp (20a) verwijderen (afb. 20)
- Klap de zij-uitworpklep (20) omhoog en houd deze vast.
- Verwijder de zij-uitworp (20a) en sluit de zij-uit-worpklep (20).
12.3 Maaien met mulchinzetstuk
Bij het mulchen wordt het snijgoed in de gesloten maai-erbehuizing verkleind en weer over het gras verdeeld. Het opnemen van gras en de verwijdering vervallen. Het fijne groene maaisel valt als een natuurlijke meststof terug in de grasmat en brengt vocht in het gazon en voorziet het van belangrijke voedingsstoffen.
AANWIJZING
Mulchen is alleen mogelijk bij relatief kort gras.
12.3.1 Mulchinzet (27) plaatsen (afb. 21)
- Til de achterste uitwerpklep (23) op.
- Neem de grasopvangzak (24) (indien geplaatst) aan de handgreep er uit.
- Til de uitwerpklep (23) op en plaats het mulchinzetstuk (27).
- Stel de maaihoogte in (zie 11.2).
Tips voor het mulchen:
- Maai het gras ca. 2 cm terug bij een grashoogte van 4-6 cm.
12.4 Motor starten
AANWIJZING
Het mes draait, als de motor wordt gestart.
Product niet starten, als het uitwerpkanaal niet door een van de volgende onderdelen is afgedekt:
- Grasopvangzak
- Mulchinzetstuk
12.4.1 Motor starten met E-start (afb. 15)
- Controleer de laadtoestand van de accu (28) (zie 10.3) en laad deze zo nodig op.
- Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil (zie paragraaf 10.1 en 10.2). Controleer of de bougiestekker (17) op de bougie (17a) is aangesloten.
- Schuif de opgeladen accu (28) langs het geleideblad in het apparaat. De accu (28) klikt hoorbaar vast.
- Sta achter de grasmaaier.
- Druk de motorremhendel (3) richting het stuur (1) in en houd deze ingedrukt.
- Druk de elektrische starter (4) in en houd deze vast.
- De motor start.
12.4.2 Motor starten zonder elektrische starter (afb. 16)
- Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil (zie paragraaf 10.1 en 10.2). Controleer of de bougiestekker (17) op de bougie (17a) is aangesloten.
- Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de motorremhendel (3) naar het stuur (1), de andere hand moet op het starterkoord (26) liggen.
- Start de motor met starterkoord (26). Trek hiertoe de greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er uit. En trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (26) trekken.
- Op basis van een beschermplaat op de motor kan er een lichte rookvorming ontstaan, indien u het product voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normal proces.
LET OP
- Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
- Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.
12.5 De motor uitzetten

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn.
- Wacht tot de stilstand van het messen.
– Rem het mes niet af met de hand.
– Draag veiligheidshandschoenen. -
Houd het mes uit de buurt van uw voeten.
-
Om de motor uit te schakelen, laat u eerst de beugel rijaandrijving (2) en vervolgens de motorremhendel (3) los. Wacht tot het mes (30) stilstaat.
-
Verwijder de bougiestekker (17) uit de bougie (17a) om ongewenst starten van de motor te voorkomen.
-
Verwijder de accu (28) (zie het gedeelte 11.3).
12.6 Rijden
De grasmaaier is voorzien van een achterwielaandrijving.
12.6.1 Rijaandrijving inschakelen
- Start de grasmaaier (zie 12.4).
-
Trek en houd de beugel van de rijaandrijving (2) richting het stuur (1).
-
De rijaandrijving wordt ingeschakeld (waaier (16) beweegt) en de grasmaaier beweegt naar voren.
LET OP
Beschadigingen aan het product vermijden! Beugel rij-aandrijving altijd volledig (tot aan de aanslag) bedienen, om vervolgschade aan de aandrijving te vermijden.
12.6.2 Rijaandrijving uitschakelen
- Laat de beugel rijaandrijving (2) los. De rijaandrijving wordt uitgeschakeld en de grasmaaier blijft staan.
- De motor loopt verder.
12.7 Na het maaien
- Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de grasmaaier in een gesloten ruime parkeert. Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier bewaren.
- Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Haal losse schroeven aan.
- Leeg de grasopvangzak voor het hernieuwde gebruik.
- Neem ook het hoofdstuk "Opslag" in acht.
13 Reiniging

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwondingen en brandwon- den!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat de motor afkoelen.
– Trek de bougiestekker van de bougie. - Verwijder de accu.

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
13.1 Grasmaaier reinigen (afb. 1)
- Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te bevelen met een lage druk. Een hogedrukreiniger is niet geschikt om het product te reinigen.
- Hang de grasopvangzak uit en borstel deze met een handborstel schoon. De behuizing van de grasmaaier kunt u ook grof met een bezem reinigen.
- Bij grotere verontreinigingen kunt u het product met een vochtige doek schoonmaken.
AANWIJZING
Voordat u de grasmaaier kantelt, leegt u de brandstoftank volledig met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden worden gekanteld.
- U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kan- telen. Let er op dat de bougie (17a) hierbij naar bo- ven wijst. Als de bougie (17a) naar onderen wijst, kan er olie weglekken en grote schade aan de motor en carburateur veroorzaken.
- U kunt het product als alternatief ook op de zijkant kantelen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfilterafdekking (14) zich aan de bovenzijde bevindt.
- Reinig de onderkant van de grasmaaier met een spatel en handveger. De spatel helpt om grove en grotere plantenresten uit het bereik van het mes (30) te verwijderen. De reiniging van de onderkant is eenvoudiger direct na gebruik en kan daardoor grondiger worden uitgevoerd. Dan is het vuil en de plantenresten nog vers en laat dan eenvoudiger los.
- Indien nodig en bij moeilijk te verwijderen vuil, kunt u ook een speciale reiniging gebruiken. Agressieve reinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mogen niet worden gebruikt.
- Controleer of het uitwerpen van gras vrij is van grasresten en verwijder deze indien nodig.
13.2 Grasmaaier middels de wateraansluiting (15) reinigen (afb. 1, 22)
AANWIJZING
- Verwijder eerst het mulchinzetstuk (27) of de grasopvangzak (24).
- Sluit voor het reinigen via de ingebouwde steekkoppeling op de wateraansluiting (15) een tuinslang.
-
Draai het water open en start de grasmaaier (zie 12.4).
-
Met het draaiende mes (30) wordt het water verspreid.
- Na enkele minuten is de grasmaaier vrij van alle hechtende vuil- en grasresten.
- Laat de grasmaaier aansluitend nog enige tijd zonder water nadraaien, om door de circulerende lucht van het mes (30) een groot gedeelte van het vocht te verwijderen.
13.3 Reinig de V-snaar (35) (afb. 23)
- Kantel de grasmaaier naar achteren.
- Reinig de V-snaar (35) na elk gebruik met een borstel of perslucht.
14 Transport

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwondingen en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat de motor afkoelen.
– Trek de bougiestekker van de bougie. - Verwijder de accu.
AANWIJZING
Voor het transport moet u de maaihoogte altijd in de hoogste stand zetten.
- Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde container met behulp van een brandstofzuigpomp (niet meegeleverd).
- Leeg de motorolie uit de warme motor.
- Reinig de koelribben van de cilinder en de behui- zing.
- Klap de onderste duwbeugel (5) in (zie 15.3).
- Wikkel enkele lagen golfkarton tussen de bovenste (5) en onderste duwbeugel (9) en de motor om schuren te voorkomen.
- Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het product tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omvallen en wegglijden.
15 Opslag
LET OP
Reinig en onderhoud het product voordat u dit op-bergt.
LET OP
Bewaar het product niet met een volle grasopvangzak. Bij warm weer begint het gras door warmteontwikkeling te fermenteren. Er bestaat brandgevaar!
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen on-toegankelijke plaats.
De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.
Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de brandstoftank binnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.
- Leeg, bij langdurige opslag de brandstoftank met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
15.1 Voorbereiden voor de opslag van de grasmaaier

WAARSCHUWING
Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
- Leeg de brandstoftank (13) met een brandstof-af-zuigpomp (niet meegeleverd) (zie 16.4).
- Voer een olieverversing uit (zie 16.3).
- Verwijder de bougiestekker (17) van de bougie (17a). Verwijder de bougie (17a) met een bougiesleutel (niet meegeleverd).
- Vul met een oliekan ca. 20 ml olie in de cilinder.
- Trek langzaam aan het starterkoord (26), zodat de olie de cilinder aan de binnenkant beschermt.
- Schroef de bougie (17a) weer vast.
-
Reinig de koelribben van de cilinder en de behuizing (zie 13.1).
-
Reinig het gehele product om de lakverf te beschermen.
- Bewaar het product op een goed geventileerde plaats.
15.2 Accu (28) en oplader (29)
Neem de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor het opladen en het juiste gebruik in acht zoals in de gebruikshandleiding van uw accu (28) en oplader (29) van de serie Parkside X 20 V Team aangegeven. Een gedetailleerde beschrijving voor het laadproces en overige informatie vindt u in deze afzonderlijke gebruikshandleiding.
15.3 Duwbeugel dichtklappen

WAARSCHUWING
Klemgevaar!
Houd de duwbeugel altijd met een hand op het hoogste punt.
- Nooit vingers tussen de bovenste en onderste duwbeugel plaatsen.
Voor een plaatsbesparende opslag is de duwbeugel inklapbaar.
- Verwijder de grasopvangzak (24).
- Hang het starterkoord (26) aan de kabelhaak (25) los.
- Draai de snelspanhendel (7) aan de onderste duwbeugel (9) open.
- Draai de snelspanhendel (7) dwars naar de duwbeugel. Hiertoe moet de snelspanhendel (7) iets van de onderste duwbeugel (9) worden weggetrokken.
- Klap de beide duwbeugels omlaag. De kabels mo-gen hierbij niet worden vastgeklemd.
16 Onderhoud

WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Er bestaat gevaar voor ongevallen! Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd uit bij een uitgeschakelde motor en losgemaakte bougiestekker. Er bestaat gevaar voor verwonding! Laat het product altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat de motor afkoelen.
- Trek de bougiestekker van de bougie.
- Verwijder de accu.

WAARSCHUWING
Voordat er met werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische componenten wordt gestart, moet de accu worden verwijderd.
- Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.
- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Controleer regelmatig de grasopvangzak op slijtage of verlies van werking.
- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Controleer de veilige bevestiging van de voor- en achterwielen.
- Om de soepelheid van de wielen te garanderen, raden wij aan om de wielassen en de wielnaven minimaal eenmaal per seizoen te reinigen.
- Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.
16.1 Vervangen van de messen (30) (afb 24)

WAARSCHUWING
Bij het werken met een beschadigd mes bestaat er gevaar voor persoonlijk letsel.
– Draag veiligheidshandschoenen!
- Laat het mes vanwege veiligheidsredenen alleen door een gespecialiseerde werkplaats slijpen en afstellen. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes eenmaal pe jaar te laten controleren.
- Bij het vervangen van het mes mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.
-
Leeg de brandstoftank (13) met een brandstof-afzuig-pomp (niet meegeleverd), voordat u het zaagblad verwijdert. Kantel de grasmaaier nooit met een volle brandstof- of olietank naar de zijkant of naar voren! De motor wordt daardoor beschadigd waardoor de garantie vervalt.
-
Houd het mes (30) met één hand vast.
- Draai de messchroef (31) linksom met behulp van een steeksleutel SW17 (niet meegeleverd) van de motorspil (33). Verwijder de volgring (32).
- Plaats het nieuwe mes (30) in de omgekeerde volgorde terug. Bevestig de messchroef (31) conform de voorschriften. Let op dat het mes (30) juist is geplaatst en goed tegen de motorspil (33) ligt.
- Het aanhaalmoment van de messchroef (31) is 45Nm. Vervang ook de messchroef (31) als u het mes (30) vervangt.
16.1.1 Beschadigde messen (30)
Als het mes (30) ondanks alle voorzichtigheid met een obstakel in aanraking komt, direct de motor uitschakelen en de bougiestekker (17) eruit trekken.
- Mes (30) op beschadiging controleren.
- Beschadigde of verbogen messen (30) moeten worden vervangen.
- Nooit een verbogen mes (30) weer rechtbuigen.
- Nooit met een verbogen of sterk versleten mes (30) werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigingen aan de grasmaaier leiden.
16.2 Controle van het oliepeil (afb. 12)

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
LET OP
Productbeschadiging!
Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
- Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissie olie geleverd.
- Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30 of SAE 10W-40.
LET OP
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
-
Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
-
Plaats de grasmaaier op een vlak, recht oppervlak.
- Schroef de oliepeilstok (19) los door naar links te draaien en veeg deze met een schone pluisvrije doek af.
- Voer de oliepeilstok (19) weer in en controleer het oliepeil zonder de oliepeilstok (19) weer vast te schroeven.
- Trek de oliepeilstok (19) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen max. en min. van de oliepeilstok (19) bevinden.
- Schroef de oliepeilstok (19) vervolgens weer vast.
16.3 Olieverversing
Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
Gebruik uitsluitend motorolie (SAE 10W-30/SAE 10W-40).
- Plaats de grasmaaier op een vlak, recht oppervlak.
- Schroef de oliepeilstok (19) door naar links te draaien los.
- Zuig met een oliepomp (niet meegeleverd) en de slang de motorolie door de vulpijp af.
- Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 10.1.).
16.4 Tap de brandstof af met een brandstof-afzuigpomp (afb. 25)
- Houd een opvangbak onder de slang van de brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
- Schroef de tankdop (12) los en haal deze van de opening af.
- Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de brandstoftank (13) en tap de brandstof met behulp van de brandstof-afzuigpomp volledig af.
-
Schroef de tankdop (12) er weer op.
-
Om ervoor te zorgen dat er geen brandstof in de carburateur achterblijft, moet de resterende brandstof uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt reservoir (niet meegeleverd) onder de carburateur en open de carburateurschroef (34) met behulp van een steeksleutel SW10 (niet meegeleverd).
16.5 Onderhoud van het luchtfilter (14a) (afb. 26)

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen.
- Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.
LET OP
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreinigingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen.
Vervuilde luchtfilters (14a) verminderen het motorvermogen door een te lage luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.
Het luchtfilter (14a) moet elke 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (14a) vaker worden gecontroleerd.
- Verwijder de afdekking van het luchtfilter (14) en verwijder het luchtfilter (14a).
- Reinig het luchtfilter (14a) uitsluitend door uitkloppen.
- Vervang een defecte luchtfilter (14a) door een nieuwe.
- Plaats het luchtfilter (14a) weer terug en brengt de afdekking van het luchtfilter (14) weer aan.
16.6 Onderhoud van de bougie (17a) (afb. 27+28)
Controleer de bougie (17a) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (17a) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
-
Trek de bougiestekker (17) er met een draaibeweging af.
-
Verwijder de bougie (17a) met een bougiesleutel (niet meegeleverd).
- Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand in op 0,75 mm (0,030"). Breng de bougie (17a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.
16.7 Motorremhendel (3) (afb. 1, 16)
De motor is voorzien van een mechanische rem, die regelmatig moet worden gecontroleerd. Bij het loslaten van de motorremhendel (3) moet het mes (30) binnen 7 seconden tot stilstand zijn gekomen.
Een draaiend mes (30) veroorzaakt duidelijk waarneembare windgeluiden. Het lopen van de messen (30) wordt door het veroorzaakte windgeluid aangegeven en kan zo worden gecontroleerd.
AANWIJZING
Als u vaststelt dat de messtopinrichting niet correct functioneert, moet u contact opnemen met de klantenservice resp. een gespecialiseerde werkplaats.
Zorg ervoor dat het product zich gedurende de gehele levensduur in een optimale staat bevindt. Een ondeskundig onderhoud kan leiden tot levensgevaarlijk letsel.
17 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.
LET OP
Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Neem contact op met een servicecentrum of een erkende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
AANWIJZING
Belangrijke aanwijzing bij reparatie
Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het product om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
17.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
| Mesinformatie: | |
| Fabrikant: DJ = CHONGQING DAJIANG POWER EQUIPMENT CO.,LTD., China | |
| Mescode: 602081 | |
| Mes - Artikelnr.: 7911 | 200627 |
| Motorolie - Artikelnr.: | 7850000025 |
17.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter, mes, V-snaar
* = niet meegeleverd!
18 Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver-wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- LIDL biedt u direct in de winkels en op de markten retourmogelijkheden aan. Terugzending en verwijdering zijn voor u gratis.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffen-de klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Aanwijzingen voor de lithium-ion accu's

Accu voor het afvoeren van het apparaat de- monteren!
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval, in open vuur (explosiegevaar) of in water. Beschadigde accu's kunnen het milieu en uw gezondheid schaden, als er giftige dampen of vloeistoffen gaan lekken.
- Defecte of verbruikte accu's moeten overeenkomstig richtlijn 2006/66/EG worden gerecycled.
- Lever het apparaat en de oplader in bij een afvalverwerkingsstation. De gebruikte kunststof- en metalen onderdelen kunnen per type gescheiden worden en zo worden gerecycled.
- Voer accu's in ontladen toestand af. Wij adviseren de polen af te plakken met tape om ze te bescher-men tegen kortsluiting. Open de accu niet.
- Gooi uw accu's weg volgens de lokale voorschriften. Lever accu's in bij een afvalverwerkingsstation voor verbruikte accu's, waar ze milieuvriendelijk kunnen worden gerecycled. Neem hiertoe contact op met het plaatselijke afvalverwerkingsstation.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
19 Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Onrustige loop, sterk trillen van het product | Bouten losdraaien Bouten controleren | |
| Mesbevestiging los Mesbevestiging controleren | ||
| Messen niet in balans Messen vervangen | ||
| Motor loopt niet | Motorremhendel niet ingedrukt | Motorremhendel indrukken |
| Gashendel in incorrecte stand | Instelling controleren | |
| Bougie defect | Bougie vervangen | |
| Brandstoftank leeg Brandstof bijvullen | ||
| Vervuilde brandstof | Brandstoftank legen en met schone brandstof vullen | |
| Motor defect | Erkende klantenservice raadplegen | |
| Motor loopt onrustig | Luchtfilter vervuild | Luchtfilter reinigen |
| Bougie vervuild | Bougie reinigen | |
| Gras wordt geel, snede onregelmatig L | Luchtfilter vervuild Lichtfilter reinigen | |
| Bougie vervuild Bougie reinigen | ||
| Uitwerping van het gras is rommelig Ma | Maaihoogte te laag Maaihoogte instellen | |
| Messen versleten Messen verwisselen | ||
| Grasopvangzak verstopt Grasopvangzak | legen of verstoppingverhelpen | |
20 EU-conformiteitsverklaring
Originele conformiteitsverklaring
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.
Merk: Parkside
Art.-aanduiding: BENZINE GRASMAAIER - PBRM 53 A1
Article name: PETROL LAWNMOWER - PBRM 53 A1
Nom d'article: TONDEUSE THERMIQUE - PBRM 53 A1
Art.nr. 3911256979, 3911256980, 39112569915
IAN-nr. 445178_2307
Serienr. 01001 - 06086
EU-richtlijnen:
2014/30/EU, 2006/42/EG, 2011/65/EU*
* Het hierboven beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Toegepaste normen:
EN ISO 5395-1:2013/A1:2018;
EN 5395-2:2013/A2:2017; EN 14982:2009
Conformiteitsbeoordelingsprocedure:
2000/14/EG\_2005/88/EG - Bijlage: VI
Gegarandeerd geluids-
vermogensniveau ( L_WA ): 98 dB
Gemeten geluidsvermo-
gensniveau (LWA): 95 dB
Vermogen (P): 4,4 kW
Vermelde instantie: TÜV SÜD Industrie Service
GmbH, Westendstrasse 199,
80686 München, Duitsland
Nummer: 0036
2016/1628/EU
Emissie. Nr.:
e24*2016/1628*2018/989SRA1/P*0456*00
Documentatie gevolmachtigde:
Tobias Ihle
Günzburger Str. 69
D-89335 Ichenhausen
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer.
Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schade-loosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondes-kundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 5 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
Op www.lidl-service.com kunt u deze en talloze andere handleidingen, productvideo's en installatiesoftware downloaden.
Met de QR-code komt u direct op de Lidl-Service-pagina (www.lidl-service.com) en kunt u met het invoeren van het artikelnummer (IAN) 445178_2307 uw gebruikshandleiding openen.


















