SCHEPPACH MTP370 - Trekker

MTP370 - Trekker SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MTP370 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 184 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH MTP370 - page 136
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MTP370 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Trekker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MTP370 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MTP370 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING MTP370 SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het apparaat

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 1

Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 2

Draag gehoorbescherming!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 3

Draag een veiligheidsbril!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 4

Werkhandschoenen dragen!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 5

Stevig schoeisel dragen!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 6

Open vuur verboden!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 7

Let op! Draaiende oppervlakken niet aanraken. Er bestaat gevaar voor ernstig letsel!

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 8

Het is verboden om beschermingsinrichtingen en veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen.

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 9

Let op! Hete oppervlakken - niet aanraken

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 10

Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor. Neem absoluut de veiligheidsafstand in acht.

SCHEPPACH MTP370 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 11

Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat.

Inhoudsopgave:

  1. Inleiding.... 136
  2. Beschrijving van het apparaat (Abb. 1/20).... 136
  3. Leveringsomvang (Abb. 2)....136
  4. Doelmatig gebruik....137
  5. Veiligheidsaanwijzingen 137
  6. Technische Gegevens....140
  7. Montage 140
  8. Functie....140
  9. Inbedrijfstelling 140
  10. Werkaanwijzingen 141
  11. Opslag 142
  12. Afvalverwijdering en recyclage 143
  13. Herstellen van de fout 144

Pagina:

1. Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.

Advies:

  • Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
  • Onjuist gebruik,
  • Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
  • Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
  • Installatie en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,

Aanbevelingen:

Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat.

Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.

De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kan besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten.

Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat.

Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.

Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.

Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.

2. Beschrijving van het apparaat (Abb. 1/20)

  1. Trekstarter
  2. Brandstoftankdop
  3. Koppelingshendel
  4. Greep
  5. Blokkering koppelingshendel
  6. Stuurmontage
  7. Brandstoftank
  8. Brandstofleiding
  9. Mesbescherming
  10. Diepteaanslag
  11. Mes
  12. Veiligheidsafdekking uitlaat
  13. Veerwielvergrendeling
  14. Olieaftapplug
  15. Oliepeilstok/olievulopening
  16. Gashendel
  17. Wiel
  18. Brandstofaftapklep
  19. Carburateur
  20. Uitlaat
  21. Luchtfilterdeksel
  22. Luchtfilter

3. Leveringsomvang (Abb. 2)

• Motorfrees MTP560 (G) (1x)
- Bougiesleutel (H) (1x)
• Diepteaanslag (10) (1x)
• Zak met montagemateriaal (L)
- Stuur (M) (2x)
- Gebruikershandleiding

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamatis op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruiksaanwijzing.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw dealer.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.

⚠ LET OP!

Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

Het apparaat is geschikt voor het omgraven van perken en velden. Houd absoluut rekening met de beperkingen in de aanvullende veiligheidsvoorschriften.

Het apparaat mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit ontstane schade of allerlei letsels is de gebruiker/bediener aansprakelijk en niet de fabrikant.

Let erop, dat onze apparaten reglementair niet voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik geconstrueerd zijn. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid, wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen evenals bij soortgelijke werkzaamheden ingezet wordt.

5. Veiligheidsaanwijzingen

Algemene veiligheidsinstructies

Leer uw machine kennen.

De gebruikshandleiding en de aanduidingen op de machine moeten zijn gelezen en worden begrepen.

Ervaar hoe en voor welke doeleinden de machine kan worden gebruikt. Zorg dat u bekend bent met de potentiële gevaren van de machine.

Leer hoe de machine wordt bestuurd en conform de voorschriften moet worden bediend. Leer hoe de machine en de besturingen snel kunnen worden gestopt resp. worden uitgeschakeld.

Alle instructies en veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke gebruikshandleiding die bij de machine wordt geleverd, moeten worden gelezen en begrepen. Probeer de machine niet te bedienen als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen.

Veiligheid op de werkplek

De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas. Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken.

Gebruik de machine nooit als er onvoldoende zicht resp. voldoende licht is.

De machine nooit gebruiken op steile hellingen.

Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden.

Veiligheid van personen

  1. Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw vermogen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden.

  2. Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.

  3. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.

  4. Beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers, veiligheidshelm of gehoorbescherming, die onder relevante omstandigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermindering van lichamelijk letsel.

  5. Controleer de machine voor het starten. Afschermingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald.

  6. Bedien de machine in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme beschadigd is.

  7. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functionerende onderdelen voor gebruik van de machine. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor de machine zijn.

  8. Manipuleer in geen enkele geval de veiligheids- voorzieningen. Controleer regelmatig de werking.

  9. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.

  10. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.

  11. Controleer voor het starten regelmatig of de sleutel, resp. moersleutel uit de machine zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.

  12. Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.

  13. Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan de machine in onverwachte situaties beter worden gecontroleerd.

  14. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de mo-

tor voor het transport van de machine of bij onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld. Het transport van de machine of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden.

Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen

  1. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kunnen bij ontsteking exploderen. Neem bij het gebruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen.
  2. Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en gebruik een goedgekeurde brandstoftank. Niet roken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een gebouw vullen.
  3. Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen. Ze kunnen rookgassen of dampen doen ontbranden.
  4. Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is. De machine mag niet worden bediend als de brandstofinstallatie lekt.
  5. Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen.
  6. Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vulopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte).
  7. De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht.
  8. Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemors- te brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betreffende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brand- stofdampen zijn verdampt.
  9. Brandstof moet in de juiste containers worden bewaard die geschikt zijn voor dit doeleinde.
  10. Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
  11. Bewaar de brandstof of de machine nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontste-

kingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing.

Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine

  1. De machine niet optillen of dragen bij een draai- ende motor.
  2. De machine nooit bedienen met geweld.
  3. Gebruik de juiste machine voor de gewenste toe- passing. De juiste machine zal de taak op een be- tere en veilige manier uitvoeren.
  4. Verander de instellingen van de motortoerenregelaar niet en laat de motor niet met een te hoog toerental draaien. De toerenregelaar regelt het maximale bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor.
  5. Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt.
  6. Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen.
  7. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als de eenheid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden of instellingen laten afkoelen.
  8. Als de machine ongewone geluiden maakt of ongewoon trilt, moet de motor direct worden uitgeschakeld, de bougiekabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.
  9. Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aan-sluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.
  10. De machine onderhouden. Controleer of onderdelen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kunnen beïnvloeden. De machine bij schade voor gebruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhouden apparatuur.
  11. Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opgehoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.
  12. Zorg dat snijgereedschap scherp en schoon blijft. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is eenvoudiger te bedienen.
  13. De eenheid in geen geval natspuiten met of onderdompelen in water of andere vloeistof. Houd het stuur droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen.

  14. Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie, enz. ter bescherming van het milieu in acht nemen.

  15. Houd de machine buiten het bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met de machine of deze aanwijzingen de machine niet bedienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers.

Aanwijzingen voor de instandhouding

Schakel de motor uit voordat u de machine reinigt, repareert, inspecteert of afstelt en zorg ervoor dat alle onderdelen stilstaan. Maak de bougiekabel los en plaats de kabel uit de buurt van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen.

Laat de machine onderhouden door gekwalificeerd personeel met uitsluitend het gebruik van originele reserveonderdelen.

Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de machine behouden blijft.

Speciale veiligheidsvoorschriften voor grondfrezen met benzinemotor

  1. Controleer de te bewerken grond zorgvuldig en verwijder afzettingen en harde of scherpe voorwerpen zoals stenen, stokken, glas, draad, botten en dergelijke.
  2. Gebruik de motorfrees niet op grond met grote stenen en vreemde voorwerpen die de machine kunnen beschadigen.
  3. Werk niet over ondergrondse elektriciteitskabels, telefoonlijnen, water- en gasleidingen, leidingen of slangen. Neem in geval van twijfel contact op met het plaatselijke nutsbedrijf of de telefoon-maatschappij om ondergrondse servicelijnen te vinden.
  4. Toeschouwers, kinderen en dieren moeten op een minimumafstand van 23 m blijven. Stop de eenheid onmiddellijk wanneer een persoon nadert.
  5. Pas uw werkwijze aan de plaatselijke omstandigheden en het vermogen van het apparaat aan.
  6. Deze eenheid is voorzien van een koppeling. Druk de koppelingshendel in en controleer of deze automatisch terugkeert in de uitgangspositie. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwalificeerd personeel opnieuw worden ingesteld.
  7. Loskoppelen, voordat de motor wordt gestart.
  8. De motor voorzichtig volgens de gegevens starten. Hierbij de voeten op een passende afstand van de grondfrees plaatsen.
  9. De grondfrees beweegt zich niet, als de koppeling is losgekoppeld. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwalificeerd personeel opnieuw worden ingesteld.

  10. De machine altijd van achteren bedienen. In geen geval voorbij de machine gaan of staan, als de motor draait.

  11. De eenheid tijdens het bedrijf altijd met beide handen vasthouden. Het stuur goed vasthouden.
  12. Houd er rekening mee dat de machine onverwacht omhoog of vooruit kan springen als de grondfrees op ondergrondse obstakels zoals grote stenen, wortels of boomstronken terechtkomt.
  13. Als de eenheid in aanraking komt met een vreemd voorwerp, moet u de motor stoppen, de bougie loskoppelen, de machine controleren op mogelijke schade en de schade repareren voordat u de machine opnieuw start en in bedrijf stelt.
  14. Wees uiterst voorzichtig wanneer u achterwaarts werkt of de machine naar u toe trekt.
  15. Overbelast de capaciteit van de machine niet door in één keer te laag of te snel te werken.
  16. Gebruik de motorfrees in geen geval met te hoge transportsnelheden op harde of gladde oppervlakken.
  17. Wees voorzichtig bij het werken op harde grond. De grondfrees kan vast komen te zitten in de grond en de motorfrees voorwaarts drijven. Als dit het geval is, het stuur loslaten en de machine niet vasthouden.
  18. Bij werkzaamheden in de buurt van hekken, gebouwen en ondergrondse serviceleidingen dient u voorzichtig te werk te gaan. De draaiende grondfrees kan materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaken.
  19. Wees uiterst voorzichtig bij werkzaamheden bo- ven of op grindopritten, -wegen of -straten. Let op niet-zichtbare gevaren en het verkeer. Vervoer geen personen.
  20. De werkpositie in geen geval verlaten als de motor draait.
  21. De motor altijd stoppen als de bewerking wordt vertraagd of wanneer u zich van het ene bewerkingspunt naar een volgende verplaatst.
  22. De eenheid schoonhouden van planten en andere materialen. Deze kunnen verstrikt raken in de grondfrees. Stop de motor en koppel de bougie los voordat de grondfrees wordt gereinigd.

Reparaties

Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires en reserveonderdelen. Mocht het apparaat ondanks onze kwaliteitscontroles en uw zorg een keer uitvallen, laat reparaties dan alleen door een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren.

Milieubescherming

Gooi het apparaat, de accessoires en de verpakking niet zomaar weg bij het huishoudelijk vuil, maar recycle het op een milieuvriendelijke manier. Deze kleine

inspanning komt ons milieu ten goede.

Restrisico's

Ook bij een juiste wijze van gebruik van het apparaat blijven er altijd bepaalde restrisico's bestaan, die niet kunnen worden uitgesloten. Uit het soort en de constructie van het apparaat kunnen de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:

  • Wegslingeren van onderdelen van het maaisel
  • Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen.
  • Inademen van uitlaatgassen
  • Dit apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld!

Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het apparaat wordt gebruikt.

Let Op: De trilwaarde tijdens het gebruik kan, afhankelijk van de omstandigheden, afwijken van de aangegeven waarde.

De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de

operator zijn gebaseerd op de geschatte blootstelling onder normale bedrijfsomstandigheden (rekening houdend met alle gebruikscycli, bijvoorbeeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld, stationair draait of in gebruik is).

7. Montage

  1. Controleer eerst alle onderdelen van het apparaat en leg deze voor u op de grond (afb. 2+3).
  2. Om de stabiliteit van de machine te verhogen, monteert u de diepteaanslag (10) en bevestigt u deze met de splitpen (B) (afb. 5).
  3. Monteer het stuur (M) op de stuuropname (6) met de meegeleverde schroeven (afb. 6).
  4. Monteer de gashendel (16) op het stuur zoals in de afbeelding (9) weergegeven.

8. Functie

Gashendel (16)

Deze regelt het motortoerental. Door de gashendel in de aangegeven richtingen te duwen, draait de motor sneller of langzamer. (Afb. 14.)

Wiel (17)

De veer vergrendelt de wielhouder op verschillende hoogtes en afstanden tot de grondfrees.

Zet het wiel omhoog als u wilt werken met de motorfrees.

Zet het wiel omlaag als de motorfrees wordt getransporteerd. Tijdens het transport moet de machine naar achteren worden gekanteld, zodat de grondfrees niet in aanraking komt met de grond. U kunt de motorfrees naar de volgende locatie trekken of duwen. (Afb. 13)

Diepte-instelling (10)

Hiermee wordt de werkdiepte ingesteld. Deze ondersteunt de operator bij de richtings- en snelheidsregeling van de motorfrees.

Door het neerlaten van de diepte-instelling wordt de motorfrees afgeremd en wordt de werkdiepte verhoogd. Door het heffen van de diepte-instelling wordt de snelheid verhoogd en de werkdiepte gereduceerd. (Afb. 5)

Instelling van de werkdiepte (afb. 5):

  1. Verwijder de splitpen (pos. B).
  2. Verhoog of verlaag de diepte-instelling (pos. 10) tot de gewenste positie.
  3. Plaats de splitpen (pos. B) weer terug.

9. Inbedrijfstelling

Motorolie en benzine bijvullen

⚠ LET OP! DE MOTOROLIE WERD VOOR TRANSPORT AFGETAPT.

De motor kan permanent beschadigd raken en de ga-

rantie op de motor vervalt als het carter van de motor niet wordt bijgevuld met olie voordat de motor wordt gestart.

  1. Controleer het oliepeil en vul eventueel olie bij. (Max. markering op de oliepeilindicatie) (afb. 11).
  2. Open de tankdop (2) en vul het apparaat met normale loodvrije benzine (min. 90 octaan; max. 5% bio-ethanol) (afb. 12).

Motor starten

  1. Draai het wiel (17) omhoog totdat de vergrendeling in de hiervoor aangebrachte uitsparing vastklikt (afb. 13). Zet de gashendel (16) in de vereiste positie (afb. 14) A=vol gas B=stationair C=stop

  2. Zet de gashendel in positie "A". Start de motor met behulp van de trekstarter (1). Trek hiertoe eerst voorzichtig aan, totdat u enige weerstand voelt en vervolgens krachtig tot het einde. Herhaal deze werkwijze tot de motor aanspringt. Als de motor na tien pogingen nog niet is aangesprongen, dient u het hoofdstuk "VERHELPEN VAN STORIN-GEN" in deze gebruikshandleiding te raadplegen.

  3. Om de messen te bedienen, trekt u de gashendelblokkering (5) terug en drukt u vervolgens de koppelingshendel (3) in om de rotatie van de messen in te schakelen. Houd de koppelingshendel (3) ingedrukt. Laat de koppeling los om de messen te stoppen (afb. 15/16).

Zet de gashendel (16) in positie "B" om het motor-toerental te verlagen wanneer de grond niet wordt bewerkt. Het verlagen van het motortoerental tot stationair toerental verlengt de levensduur van de motor, bespaart brandstof en vermindert het geluidsniveau van de machine.

9.2 Uitschakelen (afb. 14+15)

Zet de koppelingshendel (3) in de uitgangspositie om de grondfrees te stoppen. Zet de gashendel in positie "C" om de motor te stoppen.

9.3 Bedrijfstoerental (afb. 14)

Normale bedrijfstoerental:

- De gashendel (16) op “” zetten om de beste resultaten te verkrijgen. (pos. A)

Cultivering:

- De gashendel (16) moet op “” worden ingesteld. (pos. C)

10. Werkaanwijzingen

10.1 Diepteregeling

Naast de diepte-instelling wordt de besturing van de

werkdiepte en voorwaartse beweging ondersteund door de druk op het stuur. De neerwaartse druk op het stuur vermindert de werkdiepte en verhoogt de snelheid van de voorwaartse beweging. De opwaartse druk verhoogt de werkdiepte en verlaagt de snelheid van de voorwaartse beweging.

10.2 Inzaaien van grond

Bij het inzaaien wordt de grond gebroken en opgegraven en klaargemaakt voor het zaaibed.

De optimale werkdiepte liegt tussen 100 mm en 150 mm. Een motorfrees verwijdert bovendien ongewenste planten uit de grond.

Het verhakselen van deze plantaardige bestanddelen verrijkt de grond.

Bij te droge grond dat stoffig is en daardoor geen water opneemt, kan niet worden ingezaaid.

- Om deze reden moet gedurende enkele dagen voor het inzaaien worden beregend.

Te natte grond geeft bij het inzaaien ongewenste klonten.

- Om deze reden moet een of twee dagen worden gewacht na zware regenval zodat de grond iets kan opdrogen.

Een goed bewerkte en direct na het inzaaien gebruikt oppervlak bevordert de groei van platen omdat het vocht in de grond wordt gehouden.

De feitelijke werkdiepte wordt bepaald door de soort grond en de werkomstandigheden. Bij bepaalde grondsoorten is een bewerking voldoende om de gewenste diepte te verkrijgen. Bij andere grondsoorten wordt de gewenste diepte pas na twee of drie bewerkingen verkregen. In dit geval moet de diepte-instelling voor elke bewerking opnieuw worden verlaagd.

De bewerkingen moeten telkens afwisselend in de lengte en in de breedte worden uitgevoerd.

Probeer de grond bij de eerste bewerking niet te diep te bewerken. Als de machine springt of ratelt, moet het apparaat iets sneller over de grond worden gereden.

Beweeg het stuur heen en weer wanneer de motorfrees stopt en zich ingraaft tot de machine zich weer naar voren beweegt.

Uitgegraven stenen moeten worden verwijderd.

10.3 Teelt

Bij de teelt wordt het onkruid losgemaakt of gegraven in gebieden met groeiende planten om het onkruid te verwijderen en de grond los te maken. De optimale werkdiepte is meer dan 50 mm.

Onderhoud

Een regelmatig onderhoud zorgt voor een optimale conditie van uw motorfrees, verlengt de levensduur en ondersteunt optimale prestaties bij het werken in uw tuin.

Reiniging van de grondfrees

Reinig de motorfrees aan de onderzijde van de grondfrees-bescherming na elk gebruik. Vuil kan gemakkelijker worden afgewassen als het onmiddellijk met water wordt afgespoeld en niet kan indrogen.

  1. Schakel de motor uit. De motor moet koud zijn.
  2. Zet deze in positie "C" en koppel de bougiekabel los van de bougie.
  3. Verwijder planten, snoeren, draden en andere materialen die zich op de as tussen de grondfrees en de afdichting van de tandwielkast kunnen hebben opgehoopt.

Controle van de koppeling

  1. De koppeling kan afslijten. Door slijtage kan de opening van de hendel vergroten en de bediening ervan worden bemoeilijkt. Dit betekent dat het bowden-trekmechanisme moet worden afgesteld.
  2. Hiertoe de koppelingshendel terugzetten in oorspronkelijke positie en de instellingsinrichting en de contramoer overeenkomstig instellen.
  3. De motorfrees na elk gebruik droogwrijven en voorzien van een lichte laag vet of silicone om roestvorming en waterschade te voorkomen.
  4. Plaats de bougiekabel weer terug.

⚠ LET OP! Gebruik voor het reinigen van uw motorfrees nooit een hogedrukreiniger. Het water kan in krappe ruimtes van de motorfrees en in de behuizing van de aandrijving binnendringen en de spillen, tandwielen, lagers of de motor beschadigen. Door het gebruik van hogedrukreinigers wordt de levensduur en de werking gereduceerd.

Onderhoud van de bougie (afb. 17)

De bougie moet elke 50 bedrijfsuren worden gecontroleerd. Controleer de kleur van de afzettingen aan het einde van de bougie; de kleur moet lichtbruin zijn. Verwijder afzettingen met een harde borstel, gebruik hiervoor het beste een staalborstel. Controleer de afstand tussen de elektroden van de bougie en stel deze zo nodig opnieuw in. De afstand tussen moet tussen 0,7 en 0,8 mm liggen.

Verversen van de motorolie (afb. 10)

Wanneer:

Na 20 bedrijfsuren

Na 100 bedrijfsuren

Plaats het apparaat op een stevige, gladde onder-

grond en laat de motor enkele minuten draaien. Schakel de motor uit en trek de olievulplug (15) eruit. Plaats het reservoir onder de motor om de verbruikte olie op te vangen.

Draai de olieaftapschroef (14) open en laat de olie volledig weglopen. Gebruik een slang of een ander geschikt hulpmiddel. Controleer de toestand van de olieaftapschroef (14), de afdichting, de vuldop (15) en de torische afdichting en vervang defecte onderdelen. Schroef de olieaftapschroef (14) weer terug vast. Vul verse olie in de tank tot het maximum vulpeil is bereikt.

Luchtfilter (22) (afb. 18)

Controleer de toestand van het luchtfilter en reinig het elke 50 bedrijfsuren of elke 3 maanden. Gebruik voor de reiniging een milieuvriendelijk vetoplossend middel op waterbasis.

Laat het luchtfilter volledig drogen, plaats het weer terug en plaats het deksel terug. Let op! Gebruik de motor nooit zonder luchtfilter.

Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtageonderdelen*: Bougies, messen, luchtfilters, alle bedrijfsmiddelen

* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!

11. Opslag

Als de motorfrees gedurende een periode langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moeten de volgende maatregelen worden genomen om de motorfrees voor te bereiden voor opslag.

  1. Maak de tank volledig leeg. Opgeslagen brandstof bevat ethanol of MTBE en kan binnen 30 dagen worden afgezet. Afgezette brandstof heeft een hoog kunststofgehalte en kan de carburateur verstoppen en de brandstofstroom beperken.
  2. De motor starten en zo lang laten draaien tot deze stopt. Daarmee wordt gegarandeerd, dat er geen brandstof meer in de carburateur aanwezig is. Dit voorkomt dat er zich in de carburateur kunststo-fafzettingen vormen die de motor mogelijk kunnen beschadigen.
  3. De olie uit de motor aftappen, zolang de motor nog warm is. Vul met verse olie van de in de handleiding van de motor aanbevolen klasse.
  4. De motor laten afkoelen. Verwijder de bougie en vul de cilinder met 30 ml kwalitatief hoogwaardige motorolie. Trek vervolgens langzaam aan het starterkoord om de olie te verdelen. De bougie vervangen.

⚠ LET OP! Verwijder de bougie en laat alle olie uit de cilinder lopen voordat u de machine na opslag weer opstart.

  1. Reinig de buitenkant van de motorfrees met een schone doek en verwijder vuil uit de ventilatiesleuven.

⚠ LET OP! Gebruik geen scherpe reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen op minerale oliebasis om kunststofdelen te reinigen. Chemische stoffen kunnen kunststof beschadigen.

  1. Controleer op losgeraakte of beschadigde onderdelen. Beschadigde onderdelen repareren of vervangen en losgeraakte schroeven en moeren aanhalen.
  2. De grondfrees demonteren. De grondfrees en de assen van de grondfrees reinigen en insmeren tegen roestvorming. De grondfrees op de grondfrees-assen monteren.
  3. De wielassen licht invetten. De gashendel en alle zichtbaar bewegende delen insmeren. De motorafdekking niet afbouwen.
  4. De motorfrees rechtop op een schone, droge locatie met goede ventilatie opslaan.

△ LET OP! Bewaar de motorfrees nooit met een met brandstof gevulde tank in een slecht geventileerd gebouw waar brandstofdampen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, signaal-lampen of overige ontstekingsbronnen. Alleen toegestane brandstoftanks gebruiken.

12. Afvalverwijdering en recyclage

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH MTP370 - Afvalverwijdering en recyclage - 1

SCHEPPACH MTP370 - Afvalverwijdering en recyclage - 2

SCHEPPACH MTP370 - Afvalverwijdering en recyclage - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk

worden afgevoerd.

13. Herstellen van de fout

Probleem Oorzaak Oplossing
De motor start niet.1. De koppelingshendel bevindt zich niet in de juiste positie2. De tank is leeg3. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd4. De bougie is los5. Bougiekabel is niet goed bevestigd of losgekop-peld van de uitgang6. Onjuiste elektrodenafstand van de bougie7. Bougie defect8. Te veel brandstof in de carburateur - de gas-schakelaar staat op UIT (OFF).1. De koppelingshendel in de juiste positie zetten2. De tank vullen3. De luchtfiltercomponenten reinigen.4. De bougie op 25-30 Nm aanhalen5. De kabel op de bougie bevestigen.6. De afstand van de elektroden instel-len op 0,7 tot 0,8 mm7. Een nieuwe bougie in de juiste posi-tie plaatsen8. Het luchtfilter verwijderen en her-haaldelijk aan de startkabel trekken totdat de carburateur schoon is en het luchtfilter weer terugplaatsen - Zet de gasschakelaar in positie [IMAGE]
Motor start slecht of heeft verminderd vermogen1. Bougiemodule defect2. Vuil, water of schimmel in de brandstoftank3. Het gat in de tankafvoer is verstopt4. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.1. Neem contact op met de klanten-service.2. Leeg, reinig de tank en vul deze met schone brandstof3. De tankafvoer reinigen of vervangen4. De luchtfiltercomponenten reinigen
De motor loopt onregelmatig1. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.2. De koppelingshendel wordt geblokkeerd door vreemde deeltjes3. De koelribben en luchtinlaten onder de motor zijn verstopt1. De luchtfiltercomponenten reinigen2. Vreemde deeltjes verwijderen3. Verwijder vreemde deeltjes uit koel-ribben en luchtinlaten
Motor schokt bij hoge snelheden1. De elektrodenafstand op de bougie is te laag1. De afstand van de elektroden instellen op 0,7 tot 0,8 mm
Motor oververhit 1. Dekoelluchtstroom wordt gehinderd2. Bougie defect1. Verwijder alle vreemde deeltjes uit het frame, de ventilator, de luchtinla-ten en koelribben2. Installeer een LG F6TC-bougie
Motor trilt ongewoon1. De frees is niet juist gemonteerd. De motorfree-sconstructie is niet uitgebalanceerd1. Controleer of alle onderdelen van de machine juist zijn gemonteerd

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-

teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.

Garantia ES

Zichtbare gebreken moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper elk recht op aanspraak voor dergelijke gebreken. Bij een juiste behandeling van onze machines en gedurende de wettelijke garantietermijn vanaf de aflevering bieden wij garantie door elk machineonderdeel, dat tijdens deze periode door materiaal- of productiefoute

onbruikbaar zou worden, gratis te vervangen. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, bieden wij enkel garantie in de mate die de toeleveranciers ons bieden. De kosten voor de plaatsing van de nieuwe onderdelen draagt de koper. Aanspraken voor wijzigingen, waardevermindering en overige schadeloosstelling zijn uitgesloten.

Garanti DK

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : MTP370

Categorie : Trekker