MTP750 - Trekker SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MTP750 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MTP750 SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Trekker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MTP750 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MTP750 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING MTP750 SCHEPPACH
- Inleiding....95
- Productbeschrijving (afb. 1-14)....95
- Meegeleverd (afb. 1 + 1a)....96
- Beoogd gebruik....96
- Veiligheidsvoorschriften 97
- Technische gegevens....100
- Uitpakken....101
- Montage....101
- Voor de ingebruikname.... 103
- Bediening.... 104
- Grondbewerking 106
- Transport.... 106
- Reiniging en onderhoud 107
- Opslag.... 109
- Afvalverwerking en hergebruik.... 110
- Verhelpen van storingen.... 111
- Conformiteitsverklaring.... 156
Verklaring van de symbolen op het product
![]() | Waarschuwing - Lees de handleiding door om het risico op letsel te verminderen. | ![]() | Let op! Draaiende oppervlakken niet aanraken. Er bestaat gevaar voor ernstig letsel! |
![]() | Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. | ![]() | Waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen! |
![]() | Draag een stofmasker. Tijdens het bewerken van hout en andere materialen kan stof ontstaan die schadelijk is voor de gezondheid. Asbesthoudend materiaal mag niet worden bewerkt! | ![]() | Het is verboden om veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen. |
![]() | Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan of vrijkomende houtsplinters, houtkrullen en stof uit het product kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermogen. | ![]() | Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden! |
![]() | Werkhandschoenen dragen! | ![]() | Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor.Neem absoluut de veiligheidsafstand in acht. |
![]() | Stevig schoeisel dragen! | ![]() | Houd onbevoegde personen uit de buurt van het product. |
![]() | Roken of open vuur verboden. | ![]() | Oliepeil controleren, evt. motorolie bijvullen. |
![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensniveau in dB | ![]() | Gashendel START (haas) en STOP (schildpad) |
![]() | Brandstoftank | ![]() | Koppelingshendel: Mes draait / STOP (mes staat stil) |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. | ![]() | Achteruitversnelling/stationair/2e versnelling/1e versnelling |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding
| GEVAAR | Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. |
| WAARSCHUWING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. |
| VOORZICHTIG | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. |
| LET OP | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. |
| AANWIJZING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. |
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Niet-beoogd gebruik
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
2. Productbeschrijving (afb. 1-14)
- koppelingshendel
- Greep
- Stuurstang
3a. Stuurbrug
3b. Zeskantbout M8 x 20 mm met kraag
3c. Kabelklem - spangreep
- Versnellingspook
5a. Rubberen handvat
6. Diepteaanslag
7. Riemafdekking
7a. Zeskantbout met kraag M5
8. Houder (diepteaanslag)
9. Uitbreiding beschermplaat (links)
10. schoor
11. Mes (links)
11a. Mesuitbreiding (links)
11b. Mes (rechts)
11c. Mesuitbreiding (rechts)
12. Mesbescherming
13. Gashendel
14. Aan/uit-schakelaar
15. Benzinekraan
16. Choke
17. Vulplug transmissieolie
17a. Aftapplug transmissieolie
18. Uitbreiding beschermplaat (rechts)
19. Uitlaat
20. Luchtfilterdeksel
20a. Vleugelmoer
21. Brandstoftank
22. Startmotor met trekkabel
23. Olievuldop met oliepeilstok
24. Olieaftapplug
25. transportwiel
25a. Bout
25b. pen
25c. Splitpen
26. Motorfreeseenheid
27. Loopwiel
28. Wielas
28a. Zeskantbout M10 x 25 mm
28b. Veerring voor M10
28c. Zeskantmoer M10
29. Bout voor houder (diepteaanslag)
30. Splitpen
31. Bout ∅ 4 mm x 40 mm
32. Splitpen
33. Bout ∅ 6 mm x 20 mm
34. Splitpen
35. Zeskantbout M8 x 45 mm
36. Onderlegring voor M8
37. Zeskantmoer M8
38. Zeskantbout met kraag M6 x 16 mm
39. Zeskantmoer met kraag M6
40. Trillingsdemper
3. Meegeleverd (afb. 1 + 1a)
Pos. Aantal Aanduiding
| 3 1x Stuurstang | |
| 3c 2x Kabelklem | |
| 5 1x Versnellingspook | |
| 5 a | 1x Rubberen handvat |
| 6 1x Diepteaanslag | |
| 7 1x Beschermkap V-snaar | |
| 7 a | 2x Zeskantbout met kraag M5 |
| 8 1x Houder diepteaanslag | |
| 9 1x Uitbreiding beschermplaat (links) | |
| 10 1x schoor | |
| 11 | 1x Mes (links) |
| 11 a | 1x Mesuitbreiding (links) |
| 11b | 1x Mes (rechts) |
| 11c | 1x Mesuitbreiding (rechts) |
| 12 2x Mesbescherming | |
| 18 1x Uitbreiding beschermplaat (rechts) | |
| 25 1x transportwiel | |
| 26 1x Motorfreeseenheid | |
| 27 2x Loopwiel | |
| 28 2x Wielas | |
| 28 a | 8x Zeskantbout M10 x 25 mm |
| 28b | 8x Veerring voor M10 |
| 28c | 8x Zeskantmoer M10 |
| 29 1x Bout voor houder diepteaanslag | |
| 30 1x Splitpen | |
| 31 2x Bout ∅ 4 mm x 40 mm | |
| 32 2x Splitpen | |
| 33 5x Bout ∅ 6 mm x 20 mm | |
| 34 5x Splitpen | |
| 35 4x Zeskantbout M8 x 45 mm | |
| 36 4x Onderlegring voor M8 |
| 37 4x Zeskantmoer M8 |
| 38 10x Zeskantbout met kraag M6 x 16 mm |
| 39 10x Zeskantmoer met kraag M6 |
| 40 6x Trillingsdemper |
| A 2x Kabelbinder |
| B 1x Schroevendraaier |
| C 1x Bougiesleutel |
| D 1x Inbussleutel 5 mm |
| E 1x Steeksleutel SW13/16 |
| F 1x Steeksleutel SW12/14 |
| G 1x Steeksleutel SW8/10 |
| 1x Gebruikshandleiding |
Optionele accessoires, niet per se meegeleverd
• Aardappelploeg
• Ploeg
- IJzeren wiel
• Verstelbare sleuvengraver
4. Beoogd gebruik
Het product is ontworpen voor het versnipperen en verkleinen van grove grond en voor het verwerken van meststoffen, turf en compost in huishoudelijke toepassingen.
Werk niet in hellingen met een hellingspercentage van meer dan 10%.
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die het product bedienen of onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico-factoren niet volledig worden vermeden.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
5. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit product zijn meegeleverd.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Algemene veiligheidsvoorschriften
Leer uw product kennen.
De gebruikshandleiding en de aanduidingen op het product moeten zijn gelezen en worden begrepen.
Ervaar hoe en voor welke doeleinden het product kan worden gebruikt. Zorg dat u bekend bent met de potentiële gevaren van het product.
Leer hoe het product wordt bestuurd en conform de voorschriften moet worden bediend. Leer hoe het product en de besturingen snel kunnen worden gestopt resp. worden uitgeschakeld.
Alle instructies en veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijk geleverde gebruikershandleiding, moeten worden gelezen en begrepen. Probeer het product niet te bedienen als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiele schade kunt voorkomen.
Veiligheid op de werkplek
- De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas.
Dit product uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken.
-
Gebruik het product nooit als er onvoldoende zicht resp. onvoldoende licht is.
-
Het product nooit gebruiken op steile hellingen.
-
Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden.
Veiligheid van personen
-
Gebruik het product nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw vermogen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden.
-
Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lang haar kan vast komen te zitten in bewegende delen.
-
Draag beschermende uitrusting. Draag altijd oog-bescherming.
-
Beschermende uitrusting, zoals stofmaskers, veiligheidshelm of gehoorbescherming, die onder relevante omstandigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermindering van lichamelijk letsel.
-
Controleer het product voor het starten. Afschermingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald.
-
Bedien het product in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme beschadigd is.
-
Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functionerende onderdelen voor gebruik van het product. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor het product zijn.
-
Manipuleer in geen enkele geval de veiligheids- voorzieningen. Controleer regelmatig de werking.
-
Het product mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Producten die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.
-
Controleer voor het starten regelmatig of de sleutel, resp. moersleutel uit het product zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.
-
Blijf alert en gebruik uw gezond verstand bij het bedienen van het product.
- Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik het product niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.
- Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan het product in onverwachte situaties beter worden gecontroleerd.
- Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de motor voor het transport van het product of bij onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan het product of deze is uitgeschakeld.
- Het transport van het product of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan het product bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden.
Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen
- Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kunnen bij ontsteking exploderen. Neem bij het gebruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen.
- Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en gebruik een goedgekeurde brandstoftank.
- Niet roken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van het product. De tank in geen geval in een gebouw vullen.
- Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen. Ze kunnen rookgassen of dampen doen ontbranden.
- Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is. Het product mag niet worden bediend als de brandstofinstallatie lekt.
- Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen.
- Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vu- lopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte).
-
De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. Het product mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht.
-
Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemorste brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan het product uit het betreffende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
- Brandstof moet in de juiste containers worden bewaard die geschikt zijn voor dit doeleinde.
- Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
- Bewaar de brandstof of het product nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing.
Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van het product
- Het product niet optillen of dragen bij een draai- ende motor.
- Het product nooit met geweld bedienen.
- Gebruik het juiste product voor de gewenste toepassing. Het juiste product zal de taak op een betere en veilige manier uitvoeren.
- Verander de instellingen van de motortoerenregelaar niet en laat de motor niet met een te hoog toerental draaien. De toerenregelaar regelt het maximale bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor.
- Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt.
- Geleid het product alleen in looppas.
- Wees met name voorzichtig als het product moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.
- Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen.
- Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als het product is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden of instellingen laten afkoelen.
-
Als het product ongewone geluiden maakt of ongewoon trilt, moet de motor direct worden uitgeschakeld, de ontstekingskabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.
-
Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aan-sluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.
- Om eventueel onbalans te vermijden moeten versleten of beschadigde gereedschappen en bouten altijd per set worden vervangen.
- Het product onderhouden. Controleer of onderdelen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van het product zou kunnen beïnvloeden. Het product bij schade voor gebruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhouden apparatuur.
- Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opge- hoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.
- Zorg dat snijgereedschap scherp en schoon blijft. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is eenvoudiger te bedienen.
- Het product in geen geval natspuiten met of onderdompelen in water of andere vloeistof. Houd het stuur droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen.
- Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie, etc. ter bescherming van het milieu in acht nemen.
- Houd het product buiten het bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het product of deze aanwijzingen het product niet bedienen. Het product is gevaarlijk in de handen van niet-geïinstrueerde gebruikers.
- Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank en tankdeksel (regelmatig) worden vervangen. Neem hiervoor contact op met een gespecialiseerde werkplaats.
- Laat beschadigde dempers door een gespecialiseerde werkplaats vervangen.
Aanwijzingen voor de instandhouding
Schakel de motor uit voordat u het product reinigt, repareert, inspecteert of afstelt en zorg ervoor dat alle onderdelen stilstaan. Maak de bougiekabel los en plaats de kabel uit de buurt van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen.
Laat het product onderhouden door gekwalificeerd personeel met uitsluitend het gebruik van originele reserveonderdelen.
Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het product behouden blijft.
Speciale veiligheidsvoorschriften voor de benzine motorfrees
-
Controleer de te bewerken grond zorgvuldig en verwijder afzettingen en harde of scherpe voorwerpen zoals stenen, stokken, glas, draad, botten en dergelijke.
-
Gebruik de benzine motorfrees niet op grond met grote stenen en vreemde voorwerpen die het product kunnen beschadigen.
-
Werk niet over ondergrondse elektriciteitskabels, telefoonlijnen, water- en gasleidingen, leidingen of slangen. Neem in geval van twijfel contact op met het plaatselijke nutsbedrijf of de telefoonmaatschappij om ondergrondse servicelijnen te vinden.
-
Toeschouwers, kinderen en dieren moeten op een minimumafstand van 23 m blijven. Stop het product onmiddellijk wanneer een persoon nadert.
-
Pas uw werkwijze aan de plaatselijke omstandigheden en het vermogen van het product aan.
-
Dit product is voorzien van een koppeling. Druk de koppelingshendel in en controleer of deze automatisch terugkeert in de uitgangspositie. Als dit niet het geval is, moet het product door gekwalificeerd personeel opnieuw worden ingesteld.
-
Loskoppelen, voordat de motor wordt gestart.
-
De motor voorzichtig volgens de gegevens starten. Hierbij de voeten op een passende afstand van de grondfrees plaatsen.
-
De grondfrees beweegt zich niet, als de koppeling is losgekoppeld. Als dit niet het geval is, moet het product door gekwalificeerd personeel opnieuw worden ingesteld.
-
Het product altijd van achteren bedienen. In geen geval voorbij het product gaan of staan, als de motor draait.
-
Het product tijdens het bedrijf altijd met beide handen vasthouden. Het stuur goed vasthouden.
-
Houd er rekening mee dat het product onverwacht omhoog of vooruit kan springen als de grondfrees op ondergrondse obstakels zoals grote stenen, wortels of boomstronken terechtkomt.
-
Als het product in aanraking komt met een vreemd voorwerp, moet u de motor stoppen, de bougie loskoppelen, het product controleren op mogelijke schade en de schade repareren voordat u het product opnieuw start en in bedrijf stelt.
-
Wees uiterst voorzichtig wanneer u achterwaarts werkt of het product naar u toe trekt.
-
Overbelast de capaciteit van het product niet door in één keer te laag of te snel te werken.
- Gebruik de benzine motorfrees in geen geval met te hoge transportsnelheden op harde of gladde oppervlakken.
- Wees voorzichtig bij het werken op harde grond. De grondfrees kan vast komen te zitten in de grond en de benzine motorfrees voorwaarts drijven. Als dit het geval is, het stuur loslaten en het product niet vasthouden.
- Bij werkzaamheden in de buurt van hekken, gebouwen en ondergrondse serviceleidingen dient u voorzichtig te werk te gaan. De draaiende grondfrees kan materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaken.
- Wees uiterst voorzichtig bij werkzaamheden bo- ven of op grindopritten, -wegen of -straten. Let op niet-zichtbare gevaren en het verkeer. Vervoer geen personen.
- De werkpositie in geen geval verlaten als de motor draait.
- De motor altijd stoppen als de bewerking wordt vertraagd of wanneer u zich van het ene bewerkingspunt naar een volgende verplaatst.
- Het product schoonhouden van planten en andere materialen. Deze kunnen verstrikt raken in de grondfrees. Stop de motor en koppel de bougie los voordat de grondfrees wordt gereinigd.
Reparaties
Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires en reserveonderdelen.
Mocht het product ondanks onze kwaliteitscontroles en uw zorg een keer uitvallen, laat reparaties dan alleen door een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren.
Restrisico's
Ook bij een juiste wijze van gebruik van het product blijven er altijd bepaalde restrisico's bestaan, die niet kunnen worden uitgesloten. Uit het soort en de constructie van het product kunnen de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
- Wegslingeren van onderdelen van het maaisel
- Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen
- Inademen van uitlaatgassen
⚠ Waarschuwing! Dit product genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het product wordt gebruikt.
Werktoerental 3600 min
Max. werkbreedte 750 mm
Diameter mes 315 mm
Startsysteem Trekstarter
Brandstof Super E10 benzine
Tankinhoud 3,61
Motorolie 0,6 l (15W40)
Transmissieolie 1 I (15W40)
CO _2 -uitstoot 767 g/kWh
Gewicht 70 kg
Bougie F7TC
Werkdiepte 310 mm
Technische wijzigingen voorbehouden!
Gemeten geluidsdrukniveau L _pA 71,12 dB
K Meetonnauwkeurigheid 0,03 dB
Gemeten geluidsvermogensniveau L_wA 73,03 dB
K Meetonnauwkeurigheid 0,05 dB
Gewaarborgd geluidsvermogensniveau L _wA 93 dB
Trillingswaarde a_hw (links) 11,08 m/s²
Trillingswaarde a_hw (rechts) 15,42 m/s ^2
K Meetonnauwkeurigheid 1,5 m/s ^2
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
LET OP: De trilwaarde tijdens het gebruik kan, afhankelijk van de omstandigheden, afwijken van de aangegeven waarde.
De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator zijn gebaseerd op de geschatte blootstelling onder normale bedrijfsomstandigheden (rekening houdend met alle gebruikscycli, bijvoorbeeld wanneer het product wordt uitgeschakeld, stationair draait of in gebruik is).
Beperk de geluidsproductie en trilling tot een minimum!
- Gebruik alleen optimale producten.
- Onderhoud en reinig het product regelmatig.
• Pas uw werkwijze aan het product aan.
• Zorg dat het product niet overbelast raakt.
- Laat het product eventueel controleren.
- Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
• Draag handschoenen.
⚠ Waarschuwing!
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.
7. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden). Gebruik hiervoor de inbussleutel 5 mm (D).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
⚠ GEVAAR!
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
8. Montage
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel en materiële schade!
Het gebruik van incorrecte reserveonderdelen en toebehoren kan tot verwondingen en beschadigingen leiden. Deze kunnen loskomen en worden weggeslingerd. Bovendien kunnen deze de prestaties van het product verminderen.
- Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
- Bij het niet in acht nemen kunnen de prestaties van het product verminderen en kunnen onderdelen evt. loskomen.
- Bij het niet in acht nemen vervalt de garantie van de fabrikant.
Aanwijzing:
Door het hoge productgewicht adviseren wij de montage uit te voeren met ten minste twee personen.
Benodigd gereedschap:
- Steeksleutel SW 8
• Steeksleutel SW 10
• 2x steeksleutel SW 13 - Punttang*
*Niet meegeleverd!
8.1 Messen (11 + 11b) monteren (afb. 2 + 3)
- Schuif het mes (links) (11) op de as.
- Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggende zijde met het mes (rechts) (11b).
- Steek de bout (31) en de splitpen (32) door de gaten van de mesassen en borg deze tegen eruit glijden.
- Schuif, als u geen mesuitbreiding gebruikt, nu aan beide kanten de mesbescherming (12) op de as en let erop, dat de boorgaten overeenkomen.
- Steek de zeskantbout (35) door de gaten van de mesassen en bevestig deze met de onderlegring (36) en de moer (37).
8.2 Mesuitbreidingen (links + rechts) (11a + 11c) monteren (afb. 2 + 3)
-
Plaats de mesuitbreiding (links) (11a) dusdanig in het reeds gemonteerde mes (links) (11) dat de rand van het mes naar de voorkant van het product is gericht.
-
Richt de boorgaten uit.
-
Schroef het mes (links) (11) vast op de mesuitbreiding (links) (11a). Gebruik daarvoor de zeskantbout M8 x 45 mm (35), de onderlegring (36) en de zeskantmoer M8 (37), evenals twee steeksleutels SW 13.
-
Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen- de zijde met het mes (rechts) (11b) en de mesuit- breiding (rechts) (11c).
-
Breng ten slotte de mesbescherming (12) aan.
-
Steek de zeskantbout M8 x 45 mm (35) door de gaten van de mesassen en bevestig deze met de onderlegring (36) en de zeskantmoer M8 (37).
-
Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen- de zijde.
⚠ WAARSCHUWING! Let bij de montage van de mes- sen op de juiste draairichting.
De messen zijn niet symmetrisch en kunnen daardoor niet worden verwisseld van rechts naar links. De messen moeten in de juiste draairichting worden gemonteerd.
8.3 Transportwiel (25) monteren (afb. 4)
-
Draai de bout (25b) en de voorgemonteerde schroef (25a) uit de wielopname. Opmerking: Haal de borgdraad uit het boorgat van de bout, voordat u de moer losdraait.
-
Zet het transportwiel (25) uit de wielopname, let daarbij op de boorgaten.
-
Bevestig het transportwiel (25) met de eerder losgedraaide schroef (25a) en de bout (25b).
-
Zet de bout (25a) weer vast met de borgdraad, nadat u de moer heeft gemonteerd.
-
Borg het transportwiel (25) met de splitpen (25c) tegen eruit glijden.
8.4 Beschermplaatverbredingen (9 + 17) monteren (afb. 5-7)
-
Zet de trillingsdemper (40) in de aanwezige langgaten van de aanwezige beschermplaatverbredingen. Plaats de beschermplaatverbredingen (9 + 18) van bovenaf op de reeds aanwezige beschermplaten.
-
Richt de boorgaten uit.
-
Bevestig de beschermplaatverbredingen (9 + 18) met de drie zeskantbouten met kraag M6 x 16 mm (38) en de zeskantmoeren met kraag M6 (39). Gebruik hiertoe een steeksleutel SW 8 mm en een steeksleutel SW 10 mm.
-
Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen- de zijde.
-
Richt ten slotte de schoor (10) voor de beschermplaatverbredingen uit aan de twee buitenste boorgaten en schroef ze vast met de zeskantbouten met kraag M6 x 16 mm (38) en de zeskantmoeren met kraag M6 (39). Gebruik hiertoe een steeksleutel SW 8 mm en een steeksleutel SW 10 mm.
8.5 Keuzehendel (5) monteren (afb. 8)
-
Schuif het rubberen handvat (5a) op de keuzehendel (5).
-
Schuif de keuzehendel (5) door de opening van de schakelplaat.
-
Bevestig de keuzehendel (5) eerst aan de schakelstangen met een bout (31) en een splitpen (32). Bovendien moet er een bout (31) onderaan de opening van de schakelplaat worden ingestoken.
Aanwijzing: Gebruik een punttang* om de splitpen (32) hier in te voeren.
8.6 Riemafdekking (7) monteren (afb. 9)
-
Plaats de riemafdekking (7) op de voorziene boringen.
-
Monteer de riemafdekking (7) met de twee zes- kantbouten met kraag M5 (7a). Gebruik hierbij een steeksleutel SW 8.
8.7 Diepteaanslag (6) monteren (afb. 10-11)
-
Zet de houder (diepteaanslag) (8) in de opname.
-
Fixeer de houder met de bout voor houder (diepte-aanslag) (29) en de splitpen (30).
-
Breng de diepteaanslag (6) van onderaf in de uit-sparing van het frame tot aan de onderste aanslag.
-
Borg de diepteaanslag (6) met een bout (33) en een splitpen (34).
8.8 Waaiers (27) monteren (afb. 12 + 13)
Aanwijzing:
Gebruik de loopwielen (27) voor het verdere transport of bij het gebruik van verder toebehoren (zoals bijv. de sleuvengraver, ploeg of aardappelploeg).
Om de loopwielen (27) te kunnen monteren, moeten de messen (links +rechts) (11 + 11b) evenals de mesuitbreidingen (links + rechts) (11a + 11c) zijn gedemonteerd.
Het ventiel moet zich aan de buitenkant van het loopwiel (27) bevinden. Let bovendien op de looprichting van de wielen.
- Steek het loopwiel (27) op de wielas (28).
- Schroef de wielas (28) vast met de zeskantbouten M10 x 25 mm (28a), de veerringen (28b) en de zes- kantmoeren M10 (28c).
- Richt het loopwiel (27) uit, tot de boorgaten in de wielnaaf en de as op elkaar liggen.
- Steek de bout (31) in het middelste gat van de wiel- as en de aandrijfas en plaats dan de splitpen (32).
- Herhaal deze werkwijze aan de andere zijde.
9. Voor de ingebruikname
LET OP!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren!
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
AANWIJZING!
Productbeschadiging
Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront-reiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
-
Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
-
Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden.
- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een lucht-dichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.
Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-stoflekken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank (21) moet minstens halfvol zijn.
- Controleer de toestand van het luchtfilter (zie hoofdstuk 14.2).
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Controleer of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
Benodigd gereedschap:
- Trechter*
- Doek*
*Niet meegeleverd!
9.1 Transmissieolie bijvullen (afb. 1)
⚠️ Let op!
De benzine-motorfrees wordt zonder transmissie- olie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor de multifunctione- le olie (SAE 15W-40).
Een te laag oliepeil kan de transmissie beschadigen.
- Plaats de benzine-motorfrees op een effen, recht oppervlak.
- Schroef de vulplug voor transmissieolie (17) er uit.
- Vul de tank met behulp van een trechter* met olie. Let op de max. vulcapaciteit van 1 liter. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Schroef de vulplug voor transmissieolie (17) er weer in.
9.2 Motorolie bijvullen (afb. 1)
⚠ Let op!
De benzine-motorfrees wordt zonder motorolie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor de multifunctionele olie (SAE 15W-40).
Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
- Plaats de benzine-motorfrees op een effen, recht oppervlak.
- Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) weer los.
- Vul de tank met behulp van een trechter* met motorolie. Let op de max. vulhoeveelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Veeg de olievuldop met oliepeilstok (23) met een schone, pluisvrije doek schoon.
- Voer de olievuldop met oliepeilstok (23) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven.
- Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok staan.
- Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml).
- Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) aan-sluitend weer vast.
9.3 De luchtfilterbehuizing met olie vullen (afb. 14)
Gebruik hiervoor olie van het type SAE 10W-30 /10W-40. Schenk de olie uitsluitend in de hiervoor bedoelde tank.
- Draai de vleugelmoer (20a) op het luchtfilterdeksel (20) los.
- Verwijder het luchtfilterdeksel (20).
- Vul het reservoir tot de markering bij met olie.
- Monteer het luchtfilterdeksel (20) weer met de vleugelmoer (20a).
9.4 Benzine bijvullen (afb. 1)
⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even-tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er benzine uitloopt.
⚠ Let op!
De benzine-motorfrees wordt zonder benzine geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.
- Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
- Open de tankdop voorzichtig, zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
- Vul de brandstoftank (21) met behulp van een trechter* met benzine. Let op de max. vulhoeveelheid van 3,6 l. Vul de benzine voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Sluit de tankdop weer. Controleer of de tankdop goed is afgesloten.
- Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
- Controleer de brandstoftank (21) en de brandstofleidingen op lekkages.
- Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.
10. Bediening
10.1 Transportwiel (25) (afb. 1)
Klap het transportwiel (25) omhoog, als u met de benzine-motorfrees wilt werken.
Klap het transportwiel (25) omlaag als de benzine-motorfrees wordt getransporteerd. Tijdens het transport moet het product zodanig naar voren worden gekanteld, dat de grondfrees niet in aanraking komt met de grond.
U kunt de benzine-motorfrees naar de volgende locatie trekken of duwen.
Voor het verdere transport wordt aanbevolen om de loopwielen (27) te monteren (zie hiervoor 9.8).
Tijdens het transporteren:
- Verwijder de bout (25b) en de splitpen (25c) en klap het transportwiel (25) naar beneden.
- Plaats het transportwiel (25) in de voorste wielhouder en bevestig het met de bout (25b) en de splitpen (25c).
Bij de uitvoering van werkzaamheden:
- Verwijder de bout (25b) en de splitpen (25c) en trek het transportwiel (25) naar boven.
- Steek de bout (25b) in het onderste gat van het transportwiel (25) en zet vast met de splitpen (25c).
10.2 Diepteaanslag (6)
⚠️ VOORZICHTIG! Zet de motor uit en wacht tot het mes volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de diepteaanslag (6) instelt!
Met de diepteaanslag (6) wordt de werkdiepte ingesteld. Deze ondersteunt de operator bij de richtings- en snelheidsregeling van de benzine-motorfrees.
Door het neerlaten van de diepte-instelling wordt de benzine-motorfrees afgeremd en wordt de werkdiepte vergroot. Door het heffen van de diepte-instelling wordt de snelheid verhoogd en de werkdiepte gereduceerd. (afb. 11)
10.3 Instelling van de werkdiepte (afb. 11):
-
Haal de bout (33) en de splitpen (34) van de diepteaanslag (6).
-
Verschuif de diepte-instelling in de gewenste positie.
-
Fixeer de diepte-instelling met de bout (33) en de splitpen (34).
Voor zware grond (diepte 100 mm of meer) verwijdert u de diepteaanslag (6) en laat u de messen door lichte voorwaartse en achterwaartse bewegingen in de diepte van 100 mm werken. Trek de benzine-motorfrees langzaam terug naar achter en laat de grond naar vo-ren over de messen glijden.
10.4 Aan/uit-schakelaar (14) (afb. 1)
De aan/uit-schakelaar (14) activeert of deactiveert het ontstekingssysteem. De aan/uit-schakelaar (14) moet in de stand ON staan om de motor te kunnen starten. De motor stopt wanneer de aan/uit-schakelaar (14) in de OFF-stand wordt gezet.
10.5 Keuzehendel (5) (afb. 1)
Via de keuzehendel (5) kunt u tussen één achteruitversnelling (-1), stationair draaien (0) en twee vooruitversnellingen (2 en 1) kiezen.
Stel de gewenste versnelling in met behulp van de keuzehendel (5). LET OPI Laat voor het schakelen de koppelingshendel (1) los.
Aanwijzing:
• Wissel alleen bij stilstand van versnelling.
- Wissel de versnelling nooit in een helling.
LET OP! Zet de keuzehendel op „0“. Als de keuzehendel op 1 of 2 staat, accelereert de motor, waardoor de messen van het product gaan draaien met kans op ongelukken of letsel. Wikkel het koord van het startkoord nooit om uw hand.
LET OP! Laat voor het schakelen de koppelingshendel (1) los.
- Zet het transportwiel (25) naar boven.
- Zet de keuzehendel (5) op „0“.
-
Koude motor: Zet de chokehendel (16) in de stand „open“.
-
Open de benzinekraan (15).
-
Zet de aan/uit-schakelaar (14) op ON.
-
Zet de gashendel (13) op halve kracht (d.w.z. half geopende positie).
-
Trek krachtig aan de trekstarter (22) en laat deze weer laat deze langzaam oprollen. Laat de trekstarter (22) niet terugschieten. Trek, indien nodig, meerdere keren aan de trekstarter (22), totdat de motor start.
-
Laat de motor enkele seconden warmdraaien.
-
Zodra de motor loopt, sluit u langzaam de choke-hendel (16).
-
Stel de gewenste versnelling in met behulp van de keuzehendel (5).
-
Pak de twee grepen (2) stevig met beide handen vast.
-
Zet de gashendel (13) op volle kracht (haas).
-
Druk de koppelingshendel (1) omlaag. Daardoor worden de messen gestart en de grondfrees gaat naar voren.
AANWIJZING!
Bij het opnieuw starten van een motor die al warm is door eerdere werking, hoeft de choke normaal gesproken niet te worden gebruikt.
Warme Motor: Choke (16) niet gebruiken en sluiten.
- Zet de gashendel (13) op halve kracht (d.w.z. half geopende positie).
- Zet de aan/uit-schakelaar (14) op ON.
- Open de benzinekraan (15).
-
Trek krachtig aan de trekstarter (22) en laat deze weer laat deze langzaam oprollen. Laat de trekstarter (22) niet terugschieten. Trek, indien nodig, meerdere keren aan de trekstarter (22), totdat de motor start.
-
Zet de gashendel (13) op volle kracht (haas).
LET OP: Het product mag niet te ver worden gekanteld! Er kan olie weglopen of in de carburateur, verbrandingskamer etc. terechtkomen en het product beschadigen! Uitzonderingen hierop is de olieverversing of bij onderhoudswerkzaamheden! Als het product voor onderhouds-, reinigings- of reparatiewerkzaamheden gekanteld moet worden, kantel hem dan altijd zo, dat de bougie omhoog wijst.
10.8 Uitschakelen (afb. 1)
-
Laat de koppelingshendel (1) los, om de messen en de aandrijving te stoppen.
-
Zet de gashendel (13) op halve kracht (d.w.z. half geopende positie).
-
Zet de aan/uit-schakelaar (14) op OFF.
11. Grondbewerking
△ Let op! Geleid het product alleen in looppas. Wees met name voorzichtig als het product moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.
11.1 Inzaaien van grond
Bij het inzaaien wordt de grond gebroken en opgegraven en klaargemaakt voor het zaaibed.
De optimale werkdiepte ligt tussen 100 mm en 150 mm. Een benzine-motorfrees verwijdert bovendien onge wenste planten uit de grond.
Het verhakselen van deze plantaardige bestanddelen verrijkt de grond.
Bij te droge grond dat stoffig is en daardoor geen water opneemt, kan niet worden ingezaaid.
- Om deze reden moet gedurende enkele dagen voor het inzaaien worden beregend.
Te natte grond geeft bij het inzaaien ongewenste klonten.
- Om deze reden moet een of twee dagen worden gewacht na zware regenval zodat de grond iets kan opdrogen.
- Een goed bewerkte en direct na het inzaaien gebruikt oppervlak bevordert de groei van platen omdat het vocht in de grond wordt gehouden.
- De feitelijke werkdiepte wordt bepaald door de soort grond en de werkomstandigheden. Bij bepaalde grondsoorten is een bewerking voldoende om de gewenste diepte te verkrijgen. Bij andere grondsoorten wordt de gewenste diepte pas na twee of drie bewerkingen verkregen. In dit geval moet de diepte-instelling voor elke bewerking opnieuw worden verlaagd.
De bewerkingen moeten telkens afwisselend in de lengte en in de breedte worden uitgevoerd.
- Probeer de grond bij de eerste bewerking niet te diep te bewerken. Als het product springt of ratelt, moet het product iets sneller over de grond worden gereden.
- Beweeg het stuur heen en weer als de benzine-motorfrees stopt en zich ingraaft, tot het product zich weer naar voren beweegt.
- Uitgegraven stenen moeten worden verwijderd.
⚠ WAARSCHUWING! Als u vreemde voorwerpen te- genkomt, moet het product direct worden gestopt en moet de bougiestekker worden losgekoppeld en de benzine-motorfrees worden gecontroleerd op eventu- ele schade. Start het product pas weer als u zeker weet dat alles onberispelijk functioneert.
11.2 Loswoelen van grond
VOORZICHTIG! Als de grond te hard is, moet deze voor de teelt worden losgemaakt om een beschadiging van het mes of andere componenten van het product te voorkomen.
Bij de teelt wordt het onkruid losgemaakt of gegraven in gebieden met groeiende planten om het onkruid te verwijderen en de grond los te maken. De optimale werkdiepte is meer dan 50 mm.
12. Transport
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.
- Schakel voor het laden het product uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.
- Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwondingen door beknelling veroorzaken.
- Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen.
- Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden.
-
Houd de benzine-motorfrees aan beide handgrepen (2) vast en kantel hem naar voren, tot het product op het transportwiel (25) staat (zie ook het hoofdstuk 11.1). Trek of schuif de benzine-motorfrees langzaam (stapvoets). Op gladde en vlakke ondergrond moet het product worden geduwd, op onregelmatige ondergrond kan het beter worden getrokken.
-
Monteer bij het duwen over langere afstanden de loopwielen (27).
- Zorg dat het product niet kan omrollen, wegglijden of omvallen op het transporterende voertuig.
- Zorg ervoor dat het product bij het transport niet te- gen hindernissen stoot of deze op het product kunnen vallen. Leg geen voorwerpen op het product en laat niets tegen de machine aanleunen.
13. Reiniging en onderhoud
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor verwondingen en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80 °C worden bereikt.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat de motor afkoelen.
- Trek de bougiestekker van de bougie.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem benzine-/smeeroliedampen niet in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het gevolg zijn. Bovendien kan de staal van een hoge- drukreiniger delen van het product beschadigen.
- Reinig het product met een doek, een handveger, etc.
- Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.
| Onderhoudsschema | |
| Controle voor instandhouding | Interval |
| Losse schroeven Voor de ingebruikname | |
| Controle op beschadiging | Voor de ingebruikname |
| Brandstoftank op dichtheid controleren | Voor de ingebruikname |
| Product reinigen Na de ingebruikname | |
| Bougie reinigen/vervangen | Elke 100 bedrijfsuren |
| Luchtfilter reinigen Elke 50 | bedrijfsuren |
| Oliewissel (motor en transmissie) | Elke 100 bedrijfsuren |
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
Benodigd gereedschap:
- Opvangbak*
• Steeksleutel SW 10 - Trechter*
*Niet meegeleverd!
13.1 Verversen van de motorolie (afb. 1)
Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
Gebruik alleen motorolie (SAE 15W-40).
- Plaats de benzine-motorfrees op een effen, recht oppervlak.
- Houd een geschikte opvangbak onder de olieaf- tapplug (24).
- Gebruik een steeksleutel SW 10 mm om de olie-aftapplug (24) te openen en de motorolie af te tappen.
- Nadat u de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de olieaftapplug (24) weer vast.
- Draai nu de olievuldop met een oliepeilstok (23) linksom er uit.
- Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 10.1). Gebruik hiervoor een trechter*.
- Draai aansluitend de olievuldop met oliepeilstok (23) rechtsom weer vast.
13.2 Verversen van de transmissieolie (afb. 13)
Het verversen van de transmissieolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
Gebruik alleen olie (SAE 15W-40).
- Plaats de benzine-motorfrees op een effen, recht oppervlak.
- Houd een geschikte opvangbak onder de aftap- plug voor transmissieolie (17a).
- Open de transmissieolie-aftapplug (17a) om de transmissieolie te laten weglopen.
- Nadat u de transmissieolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de transmissieolie-aftapplug (17a) weer vast.
- Draai nu de vulplug voor transmissieolie (17) linksom uit.
- Vul bij met verse transmissieolie (zie 10.1). Gebruik hiervoor een trechter*.
- Schroef de vulplug voor transmissieolie (17) er weer in.
13.3 Onderhoud van het luchtfilter (20) (afb. 1)
⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Reinig het luchtfilter uitsluitend door het uit te kloppen of uit te blazen met perslucht.
- Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draaien.
Een vervuild luchtfilterelement vermindert het motorvermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is dus essentieel.
Het luchtfilter moet elke 50 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.
- Open de vleugelmoer (20a) van het luchtfilterdeksel (20), om het te openen.
- Controleer het luchtfilterdeksel (20) op gaten of scheuren. Vervang elk beschadigd element.
- Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt.
-
Haal het filterelement eraf. Controleer het op beschadigingen en vervang het indien nodig.
-
Blaas het filterelement met perslucht grondig uit.
- Vul eventueel olie bij in de luchtfilterbehuizing. (zie 10.3).
- Plaats het schone filterelement terug en schroef het luchtfilterdeksel (20) met de vleugelmoer (20a) vast.
13.4 Bougie reinigen/vervangen
⚠ LET OP!
Vervang de bougie alleen als de motor koud is!
Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig haar zo nodig met een koperdraadborstel.
De bougie daarna elke 100 bedrijfsuren of indien nodig vervangen.
- Trek de bougiestekker los en verwijder het eventuele vuil rondom de bougie.
- Draai de bougie er met de meegeleverde bougies-leutel (C) uit en kijk de bougie na.
- Controleer de isolator. Vervang de bougie bij beschadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
- Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
- Controleer de elektrodenafstand en stel deze af met een voelermaat. Om de motor efficiënt te laten draaien, moet de bougie de juiste elektrodenafstand (0,7 - 0,8 mm) hebben.
- Schroef de bougie er met de hand weer in en draai haar ongeveer 1/4 slag vast met de bougiesleutel (C).
- Zet de bougiestekker op de bougie.
⚠ LET OP!
Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. Als de bougie te strak wordt aangehaald, kan het schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.
13.5 Benzine met een afzuigpomp voor benzine aftappen
Bij opslag voor langere periode of bij transport moet de benzine worden afgetapt.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
-
Tap brandstof alleen af in de open lucht.
-
Houd een opvangbak onder de slang van de afzuigpomp voor benzine (niet meegeleverd).
- Schroef de brandstoftankdop los en verwijder deze.
- Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de brandstoftank (21) en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
- Schroef de brandstoftankdop weer vast.
13.6 Instellen van de koppeling
De speling van de koppeling wijzigt met slijtage van de koppeling. Om een beoogd gebruik mogelijk te maken, moet de koppelingskabel worden afgesteld.
- Stel de koppelingshendel (1) via het verstelmechanisme in de oorspronkelijke positie.
- Draai hiertoe de contramoer met een steeksleutel SW 10 mm vast, tot de koppeling weer goed vastgrijpt.
13.7 Spanning bijstellen en vervangen V-snaar
Neem hiervoor contact op met een gespecialiseerde werkplaats.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Gegevens van het typeplaatje van het product
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
Belangrijke aanwijzing bij reparatie:
Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het product om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
13.8 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Soort product
- Artikelnummer van het product
Reservedelen / accessoires Artikelnr.:
| Benzine-afzuigpomp | 7907600001 |
| Aardappelploeg | 7912301702 |
| Ploeg | 7912301703 |
IJzeren wiel 7912301704
Verstelbare sleuvengraver 7912301705
13.9 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Bougies, messen, luchtfilters, alle bedrijfsmiddelen
* niet persé meegeleverd!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
14. Opslag
⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
14.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:
Als de benzine-motorfrees gedurende een periode langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moeten de volgende maatregelen worden genomen om de benzine-motorfrees voor te bereiden voor opslag.
-
Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk 14.4). Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat zal binnen 30 dagen schraal worden. Schrale benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carburateur verstoppen en de brandstoftoevoer beperken.
-
Start de motor en laat hem draaien tot hij stopt. Dit zorgt ervoor dat er geen benzine in de carburateur achterblijft. Dit voorkomt de vorming van afzettingen in de carburateur en mogelijk schade aan de motor.
-
Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog warm is. Vul nieuwe olie bij (zie hoofdstuk 14.1.).
-
De motor laten afkoelen. Verwijder de bougie en vul de cilinder met 30 ml kwalitatief hoogwaardige motorolie. Trek langzaam aan de trekstarter (22) om de olie te verdelen. De bougie vervangen.
△ LET OP! Verwijder de bougie en laat alle olie uit de cilinder lopen voordat u het product na opslag weer opstart.
- Reinig de buitenkant van de benzine-motorfrees met een schone doek en verwijder vuil uit de ventilatiesleuven.
⚠ LET OP! Gebruik geen scherpe reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen op minerale oliebasis om kunststofdelen te reinigen. Chemische stoffen kunnen kunststof beschadigen.
- Controleer op losgeraakte of beschadigde onderdelen. Beschadigde onderdelen repareren of vervangen en losgeraakte schroeven en moeren aanhalen.
- Demonteer de messen. Reinig de messen en smeer ze in tegen roestvorming. Monteer de messen weer.
- Vet de wielassen lichtjes in. Vet de gashendel en alle zichtbaar bewegende delen in. Demonteer niet de motorafdekking.
- Bewaar de benzine-motorfrees rechtop in een schoon en droog gebouw met goede ventilatie.
⚠ LET OP! Bewaar de benzine-motorfrees nooit met een met brandstof gevulde tank in een slecht geventileerd gebouw waar brandstofdampen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, signaallampen of overige ontstekingsbronnen. Alleen toegestane brandstoftanks gebruiken.
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen on-toegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30 °C.
Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
15. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van het versleten product kunt u inwinnen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
16. Verhelpen van storingen
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| De motor start niet. | 1. De koppelingshendel bevindt zich niet in de juiste positie.2. De tank is leeg.3. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.4. De bougie is los.5. Kabel van de bougie is niet goed bevestigd.6. Onjuiste elektrodenafstand van de bougie.7. Bougie defect.8. Er zit te veel brandstof in de carburateur. | 1. De koppelingshendel in de juiste positie zetten.2. De tank vullen.3. De luchtfiltercomponenten reinigen.4. De bougie op 25-30 Nm aanhalen.5. De kabel op de bougie bevestigen.6. De afstand van de elektroden instellen op 0,7 tot 0,8 mm.7. Een nieuwe bougie in de juiste positie plaatsen.8. Het luchtfilter verwijderen en herhaaldelijk aan de startkabel trekken totdat de carburateur schoon is. Plaats het luchtfilter weer terug. |
| Motor start slecht of heeft verminderd vermogen. | 1. Bougiemodule defect.2. Vuil, water of schimmel in de brandstoftank.3. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd. | 1. Neem contact op met de klantenservice.2. Leeg, reinig de tank en vul deze met schone brandstof.3. De luchtfiltercomponenten reinigen. |
| De motor loopt onregelmatig. | 1. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.2. De koppelingshendel wordt geblokkeerd door vreemde deeltjes.3. De koelribben en luchtinlaten onder de motor zijn verstopt. | 1. De luchtfiltercomponenten reinigen.2. Vreemde deeltjes verwijderen.3. Verwijder ongerechtigheden uit de koelribben en luchtinlaten. |
| Motor hapert bij hoge snelheden. | 1. De elektrodenafstand op de bougie is te laag. | 1. De elektrodenafstand instellen op 0,7 tot 0,8 mm. |
| Motor oververhit. | 1. De koelluchtstroom wordt gehinderd.2. Bougie defect. | 1. Verwijder alle ongerechtigheden uit het frame, de ventilator, de luchtinlaten en de koelribben.2. Plaats een F7TC-bougie. |
| Motor trilt abnormaal. | 1. De messen zijn niet juist gemonteerd. De messen zijn niet uitgebalanceerd. | 1. Controleer of alle onderdelen van het product juist zijn gemonteerd. |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.




















