38.2 Li Comfort - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 38.2 Li Comfort AL-KO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 38.2 Li Comfort AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 38.2 Li Comfort - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 38.2 Li Comfort van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING 38.2 Li Comfort AL-KO
1 Speciale veiligheidsinstructies .... 49
2 Over deze gebruiksaanwijzing...... 49
2.1 Symbolen op de titelpagina...... 49
2.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden.... 49
3 Productomschrijving 49
3.1 Beoogd gebruik 50
3.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 50
3.3 Overige risico's.... 50
3.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen 50
3.5 Symbolen op het apparaat 50
3.5.1 Veiligheidstekens.... 50
3.5.2 Bedieningstekens 51
3.6 Productoverzichten 51
3.6.1 Productoverzicht (01) – easy...... 51
3.6.2 Productoverzicht (02, 03) – comfort en premium .... 51
4 Veiligheidsinstructies 52
4.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaai- er 52
4.1.1 Training.... 52
4.1.2 Voorbereidende maatregelen..... 52
4.1.3 Gebruik 53
4.1.4 Onderhoud en opslag.... 53
4.2 Belasting door trillingen.... 54
4.3 Geluidsbelasting.... 54
4.4 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader 54
5 Montage.... 55
6 Ingebruikname 55
6.1 Accu laden 55
6.2 Accu's plaatsen en uittrekken (05)..... 55
6.3 Voeding in- en uitschakelen (06)...... 55
6.4 Cockpit in- en uitschakelen*...... 55
7 Bediening 56
7.1 Maaihoogte instellen.... 56
7.1.1 Maaihoogte instellen (07) – easy en comfort .... 56
7.1.2 Maaihoogte instellen (08) – premium 56
7.2 Maaien met de grasopvangbak (09, 10) 56
7.3 Maaien zonder grasopvangbak (26)... 56
7.4 Maaien met gazonwals (11)* ...... 56
7.5 Mulchen met het mulchinzetstuk (12, 13) ^* 56
7.6 Duwboom op lichaamlengte aanpassen* 57
7.6.1 Duwboom aanpassen – easy (14).... 57
7.6.2 Duwboom aanpassen – comfort (15, 24).... 57
7.6.3 Duwboom aanpassen – premium (16).... 57
7.7 Duwboom in- en uitklappen*...... 57
7.7.1 Duwboom in- en uitklappen – comfort (17, 24).... 57
7.7.2 Duwboom in- en uitklappen – premium (18, 25).... 57
7.8 Maaiwerk starten en stoppen (19, 20)* 58
7.9 Acculaadtoestand controleren (21, 22)* 58
7.10 Eco-Mode in- en uitschakelen (23)* ... 58
8 Werkinstructies.... 58
9 Onderhoud en verzorging.... 59
9.1 Regelmatige onderhoudswerkzaam- heden.... 59
9.2 Apparaat en maaiwerk reinigen...... 59
9.3 Messen controleren en vernieuwen.... 59
9.4 Reparatiewerkzaamheden.... 59
10 Hulp bij storingen.... 60
11 Transport....61
12 Opslag 62
12.1 Accugrasmaaier opslaan.... 62
12.2 Accu en oplader opslaan.... 62
13 Verwijderen.... 62
14 Klantenservice/service centre.... 63
15 Garantie 63
1 SPECIALE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, mits zij onder toezicht staan of voorgelicht zijn over het veilige gebruik van het apparaat, en de gevaren begrijpen die ervan uit kunnen gaan. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden.
Personen met zeer sterke en complexe beperkingen kunnen behoeften hebben die boven de hier beschreven aanwijzingen uit gaan.
2 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
2.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing
Symbool Betekenis

Ga voorzichtig met Li-Ion accu's om! Neem met name de aanwijzingen voor transport, opslag en afvalverwijdering in acht!
2.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden
⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.
H OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
Deze gebruikshandleiding beschrijft verschillende modellen van met de hand geleide accu-grasmaiers met verschillende uitvoeringen. De uitvoeringen van de afzonderlijke modellen staan in de technische gegevens.
Sommige modellen zijn uitgevoerd met een gazonwals. Door bij het maaien gelijkmatig op-enneer te lopen maakt u hiermee een elegant strepenpatroon op uw gazon.
Het apparaat mag alleen met de in de technische gegevens vermelde lithium-ionen-accu's en opladers worden gebruikt. Zie voor verdere informatie over de accu's en opladers de aparte handleidingen:
■ Gebruikshandleiding 443130: Accu's
■ Gebruikshandleiding 443131: Opladers
LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met ongeschikte accu's, kunnen apparaat en accu's beschadigd raken.
- Gebruik het apparaat alleen met de voorge-schreven accu's.
3.1 Beoogd gebruik
Dit apparaat is bedoeld voor het maaien van gazons en mag alleen op gedroogde gazons worden gebruikt.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toegestane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
3.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerciële toepassing in openbare parken en sportfaciliteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.
■ Het apparaat niet gebruiken bij regen of op nat gazon.
■ Veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden gedemonteerd of overbrugd.
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
■ Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen.
Inademen van deeltjes van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
■ Snijwonden als gevolg van het reiken naar het draaiende maaiimes.
3.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
■ De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.
Veiligheidssleutel
Om het onbedoeld inschakelen te voorkomen is het apparaat van een veiligheidssleutel voorzien. Schakel vóór alle werkzaamheden het apparaat uit en verwijder altijd de veiligheidssleutel.
Veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel
Het apparaat is uitgerust met een veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel. In geval van gevaar de veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel gewoon loslaten. De motor en het maaimechanisme vallen stil.
Start-knop
Om de motor door middel van de veiligheids-handgreep / veiligheidsbeugel te kunnen inschakelen, moet eerst op de Start-knop worden gedrukt.
Klep
De klep beschermt bijv. tegen maaigoed-deeltjes en stenen die eruit kunnen worden geslingerd.
3.5 Symbolen op het apparaat
3.5.1 Veiligheidstekens
Symbool Betekenis

Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

Gevaar voor letsel! Handen en voeten uit de buurt van het maaimechanisme houden!

Schakel het apparaat voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uit en neem de veiligheidssleutel uit!

Schakel het apparaat voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uit en verwijder de accu's uit het apparaat!

Gevaar door uitslingerende voor- werpen!

Houd derden uit de buurt van de gevarenzone!
Symbool Betekenis

Neem voor werkzaamheden aan het apparaat altijd de veiligheids-sleutel uit!

Bij een beschadigde stroomkabel bestaat gevaar voor elektrische schokken!

Houd het netkabel uit de buurt van het snijwerk en rijd er niet overheen!
3.5.2 Bedieningstekens
Symbool Betekenis

Aanpak voor het starten van de motor (zie Hoofdstuk 7.8 "Maaiwerk starten en stoppen (19, 20)*", pagina 58)

Indien niet in gebruik: Haal de veiligheidssleutel uit het slot en verwijder de accu uit het apparaat.
3.6 Productoverzichten
3.6.1 Productoverzicht (01) – easy
Nr. Onderdeel
1 Handgreep
2 Veiligheidsbeugel
3 Start-knop
4 Centrale snijhoogteverstelling
5* Gazonwals*
6 Snijblad
7 Deksel van het accuvak
8 Accuvak 1 en 2
9 Sleutelschakelaar met veiligheidssleutel
10 Draaghandgreep
Nr. Onderdeel
11 Klep
12 Niveau-indicator
13 Handgreep van de grasopvangbak
14 Grasopvangbak
In hoogte verstelbare geleideboom, bestaat uit:
15 Onderste duwboom
16 Hoogteverstellingsbout
17 Bovenste duwboom
18** Accu (2x)**
19** Oplader**
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
** afhankelijk van de leveringsomvang.
3.6.2 Productoverzicht (02, 03) – comfort en premium
Nr. Onderdeel
1 Handgreep
2 Veiligheidsbeugel
3 Start-knop
4 Centrale snijhoogteverstelling
5* Gazonwals*
6 Snijblad
7 Deksel van het accuvak
8 Accuvak 1 en 2
9 Sleutelschakelaar met veiligheidssleutel
10 Draaghandgreep
11 Klep
12 Niveau-indicator
13 Handgreep van de grasopvangbak
14 Grasopvangbak
In hoogte verstelbare en klapbare duwboom, bestaat uit:
15 Draai-/vastklikscharnieren met snel-spanner
16 Onderste duwboom
Nr. Onderdeel
| 17 comfort: Draaischarnier met snelspanner premium: snelspanner voor bovenste duwboom |
| 18 comfort: Bovenste duwboom, draaibaar premium: Bovenste duwboom, inschuif-baar |
| 19** Accu (2x)** |
| 20** Oplader** |
| 21 premium: Cockpit |
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
** afhankelijk van de leveringsomvang.
3.7 Leveringsomvang
Bij de leveringsomvang horen de hierna vermelde posities. Controleer of alle posities aanwezig zijn:
Nr. Onderdeel
| 1 Gazonmaaier |
| 2 Grasopvangbak (niet gemonteerd/ge-deeltelijk gemonteerd)* |
| 3 Duwboom (niet gemonteerd/gedeeltelijk gemonteerd)* |
| 4 Mulchinzetstuk* |
| 5 Accu** |
| 6 Oplader** |
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
** afhankelijk van het artikelnummer, zie technische gegevens.
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Bedieningselementen
Nr. Betekenis
| 1 Start-knop |
| 2 Veiligheidsbeugel |
| 3 Aan-/Uit-toets voor cockpit, met sta-tus-LED |
Nr. Betekenis
| 4 "Eco-Mode"-toets, met status-LED |
Weergaven
Nr. Betekenis
| 5 Laadtoestandsweergave van accu 1 |
| 6 Laadtoestandsweergave van accu 2 |
4 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
4.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier
4.1.1 Training
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van het apparaat.
■ Laat kinderen of andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de grasmaaier nooit gebruiken.
-
Kinderen dienen onder toezicht te staan zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen.
■ Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd.
De lokale voorschriften kunnen de mini- mumleeftijd van de bediener vastleggen. -
Dit apparaat mag worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen voor een veilig gebruik van het apparaat en inzicht hebben in de daaruit voortvloeiende gevaren.
■ Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen, met name kinderen, in de nabijheid zijn.
■ Vergeet niet dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken met andere personen of hun eigendommen.
Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
4.1.2 Voorbereidende maatregelen
Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u het apparaat bedient. Gebruik het apparaat niet met blote voeten of in lichte sandalen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende veters of riemen.
■ Controleer het gebied waar het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen
die door het apparaat kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.
- Controleer voor het gebruik van het apparaat altijd of de maaimessen, de bevestigingsbouten en het gehele maaimechanisme versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten mogen alleen in sets worden vervangen om onbalans te voorkomen. Versleten of beschadigde tekens moeten worden vervangen.
4.1.3 Gebruik
Maai alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
Vermijd – indien mogelijk – het gebruik van het apparaat op nat gras.
■ Zorg altijd voor een goede ligging op hellingen.
■ Verplaats het apparaat alleen op loopsnelheid.
■ Maai dwars op de helling, nooit omhoog of omlaag.
■ Wees vooral voorzichtig wanneer u van rijrichting verandert op een helling.
■ Maai niet op te steile hellingen.
■ Wees vooral voorzichtig als u de grasmaaier draait of naar u toe trekt.
- Stop het maaimes (de maaimessen) als de grasmaaier moet worden gekanteld voor transport over andere terreinen dan gras en als de grasmaaier van en naar het te maaien gebied wordt verplaatst.
- Gebruik het apparaat nooit met beschadigde afschermingen of beschermroosters of zonder gemonteerde afschermingen, bijv. keerschotten en/of grasvangers. Beschadigde beschermingsvoorzieningen en -afdekkingen moeten worden vervangen, ontbrekende beschermingsvoorzieningen en -afdekkingen moeten goed worden aangebracht.
■ Start de motor voorzichtig en volgens de instructies van de fabrikant. Zorg voor voldoende afstand tussen de voeten en het maaimes (de maaimessen).
Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, behalve als de grasmaaier tijdens het proces moet worden opgetild. Kantel hem in dit geval alleen voor zover dit absoluut noodzakelijk is en til alleen de van de gebruiker af gerichte kant op.
■ Start de motor niet wanneer u voor de uit-werpschacht staat.
Plaats nooit handen of voeten op of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
- Til het apparaat nooit op met een draaiende motor.
Zet de motor af en verwijder de veiligheids-sleutel. Overtuig uzelf ervan dat alle bewegen-de delen volledig tot stilstand zijn gekomen:
■ wanneer u de grasmaaier verlaat,
■ voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen uit de uitwerpschacht verwijdert,
■ voordat u de grasmaaier controleert, schoonmaakt of eraan werkt,
als een vreemd voorwerp is geraakt. Zoek naar schade aan de grasmaaier en voer de vereiste reparaties uit voordat u de grasmaaier opnieuw in gebruik neemt en ermee werkt.
■ Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen, is een onmiddellijke controle vereist:
■ Zoek naar schade.
■ Voer de vereiste reparaties aan beschadigde onderdelen uit.
Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid.
■ Werk niet met het apparaat in slechte weersomstandigheden, vooral niet bij regen of dreigend onweer.
4.1.4 Onderhoud en opslag
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangehaald zijn en dat het apparaat zich in een veilige werkpositie bevindt.
- Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage of verlies van functionaliteit.
■ Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
Houd er rekening mee dat bij apparaten met meerdere maaimessen de draaiing van één maairnes tot draaiing van de andere maai-messen kan leiden.
Let er bij het afstellen van het apparaat op dat er geen vingers klem komen te zitten tussen bewegende maaimessen en vaste delen van het apparaat.
■ Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat opbergt.
■ Let er bij het onderhoud van de maaimessen op dat de maaimessen zelfs wanneer de
stroom is uitgeschakeld kunnen worden bewogen.
Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen. Gebruik alleen originele reserveonderdelen en accessoires.
4.2 Belasting door trillingen
■ Gevaar door trillingen
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
- Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
- Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn,
vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
- Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10 °C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
4.3 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.
4.4 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader
- Verwijder de accu's voor het opladen uit het apparaat.
Plaats geen verschillende accutypes of nieuwe en gebruikte accu's samen in het apparaat.
Plaats accu's met de juiste polariteit in het apparaat.
■ Verwijder de accu's uit het apparaat als u het voor een langere periode opbergt.
■ Maak geen kortsluiting tussen de aansluit-klemmen van het apparaat.
Gebruikshandleidingen
Neem de veiligheidsinstructies voor de accu en de oplader in de aparte gebruikshandleidingen in acht.
Zie:
■ Gebruikshandleiding 443130: Accu's
■ Gebruikshandleiding 443131: Opladers
5 MONTAGE
WAARSCHUWING! Gevaren door onvol-
ledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!
Plaats de accu's pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is!
6 INGEBRUIKNAME
6.1 Accu laden
i OPMERKING Neem de gedetailleerde gegevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.
6.2 Accu's plaatsen en uittrekken (05)
De grasmaaier werkt alleen als beide accu's zijn geplaatst.
U kunt accu's met een verschillende laadtoestand plaatsen.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de accu's. Als de accu's na gebruik in het apparaat worden gelaten kunnen ze beschadigd raken.
- Trek de accu's direct na gebruik uit het apparaat en bewaar ze beschermd tegen vorst.
Plaats de accu's pas weer voor werkbegin in het apparaat.
Accu plaatsen
- Accuvakdeksel (05/1) openklappen (05/a).
- Accu 1 en 2: Accu van bovenaf in een accuschacht (05/2) schuiven totdat hij vastklikt.
- Accuvakdeksel dichtklappen.
Accu verwijderen
- Ontgrendelingsknop op de accu indrukken en vasthouden.
- Accu verwijderen.
6.3 Voeding in- en uitschakelen (06)
Met de sleutelschakelaar kan de voeding van het maaiwerk in- en uitgeschakeld worden. De sleutelschakelaar wordt bediend met de veiligheids-sleutel.

WAARSCHUWING! Risico op letsel. On-
bedoeld inschakelen kan leiden tot ernstig letsel.
Altijd voor pauzes en onderhoudswerkzaamheden: Om de stroom uit te schakelen, zet u de veiligheidssleutel in de stand Off en verwijdert u de veiligheidssleutel.
Voeding inschakelen
- Accuvakdeksel openklappen.
- Veiligheidssleutel (06/1) in de sleutelschakelaar steken.
- Veiligheidssleutel naar de stand On (pos. I) draaien (06/a). Daardoor wordt het apparaat van bedrijfsspanning voorzien, begint echter nog niet te werken.
- Accuvakdeksel dichtklappen.
- Apparaat inschakelen: zie Hoofdstuk 7.8 "Maaiwerk starten en stoppen (19, 20)*", pagina 58.
Voeding uitschakelen
- Veiligheidssleutel naar de stand Off (pos. 0) draaien (06/b) en uitnemen.
- Trek de accu's direct na gebruik uit het apparaat, laad ze op en bewaar ze beschermd tegen vorst. Plaats de accu's pas weer voor het volgende gebruik in het apparaat.
6.4 Cockpit in- en uitschakelen\*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Voorwaarde: Beide accu's zijn geplaatst.
Cockpit inschakelen
- Aan/Uit-toets (04/3) op de cockpit indrukken.
Cockpit uitschakelen
- Aan/Uit-toets (04/3) op de cockpit indrukken. Als de cockpit niet wordt gebruikt schakelt hij na 10 minuten automatisch uit.
7 BEDIENING
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel!
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
- Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
7.1 Maaihoogte instellen
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
■ Pas de maaihoogte alleen aan wanneer de motor is uitgeschakeld en het maaimechanisme stilstaat.
7.1.1 Maaihoogte instellen (07) – easy en comfort
- Hendel (07/1) om te ontgrendelen naar buiten trekken (07/a) en vasthouden.
■ Duw voor laag gras de hendel in de richting van het voorwiel (07/b).
■ Duw voor hoger gras de hendel in de richting van de grasopvangbak (07/b).
- Hendel loslaten totdat hij in de gewenste stand wordt vergrendeld.
De ingestelde maaihoogte wordt aan het linkervoorwiel aangegeven.
7.1.2 Maaihoogte instellen (08) – premium
- Ontgrendelingsknop (08/1) indrukken (08/a).
- Grasmaaier aan de handgreep (08/2) omhoog tillen of omlaag drukken tot de gewenste maaihoogte is bereikt (08/b).
- De grasmaaier op de gewenste maaihoogte vast laten klikken.
De ingestelde maaihoogte wordt aan het linkervoorwiel aangegeven.
7.2 Maaien met de grasopvangbak (09, 10)
Het apparaat kan worden gebruikt met of zonder grasopvangbak.
Grasopvangbak vasthaken
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Klep (09/1) optillen (09/a).
- Grasopvangbak (09/2) in de houders hangen (09/b).
- Klep loslaten.
Vulniveau controleren
De niveau-indicator (10/1) wordt door de lucht-stroom tijdens het maaien naar boven geduwd (10/a). Als de grasopvangbak (10/2) vol is, ligt de vulpeilweergave tegen de grasopvangbak aan (10/b). De grasopvangbak moet worden geleegd.
De grasopvangbak loshaken en legen
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
■ Verwijder de grasopvangbak alleen als het maaiwerk stilstaat.
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Klep (09/1) optillen.
- Grasopvangbak (09/2) uit de houders tillen en naar achteren toe wegnemen.
- Leeg de grasopvangbak.
- Uitblaasopeningen (09/3) van de vulpeilweergave reinigen.
- Grasopvangbak ophangen (zie boven).
7.3 Maaien zonder grasopvangbak (26)
Het apparaat kan zonder grasopvangbak worden gebruikt. Om te voorkomen dat de uitwerpschacht niet verstopt raakt, moet de stootklep iets gekanteld worden.
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Klep (26/1) optillen (26/a).
- Kleppenstein (26/2) omhoogzetten (26/b) tot hij vastklikt.
- Klep loslaten.
7.4 Maaien met gazonwals (11)\*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Met de gazonwals maakt u bij het maaien een elegant strepenpatroon in uw gazon.
- Loop bij het maaien met de grasmaaier in gelijkmatige stroken op-en-neer.
7.5 Mulchen met het mulchinzetstuk (12, 13)\*
* afhankelijk van het model, zie montagehandleiding.
Bij het mulchen wordt het maaigoed niet verzameld maar blijft op het gazon achter. De mulch beschermt de grond tegen uitdrogen en voorziet hem van voedingsstoffen. De beste resultaten worden met het regelmatige terugsnijden van ca.
2 cm bereikt. Alleen jong gras met zacht blad-weefsel verrot snel.
■ Grashoogte voor het mulchen: max. 8 cm
■ Grashoogte na het mulchen: min. 4 cm
i OPMERKING De snelheid aan het mulchen aanpassen, niet te snel stappen.
Mulchwig plaatsen (12)
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
Schakel het apparaat uit en trek de veiligheidssleutel uit het apparaat, voordat u het mulchinzetstuk plaatst resp. verwijdert.
- Apparaat uitschakelen: Veiligheidssleutel naar de stand Off (pos. 0) draaien en uitne- men.
- Grasopvangbak loshaken.
- Til de stootklep (12/1) op en plaats het mul-chinzetstuk (12/2) in het uitwerpkanaal (12/3) (12/a). De vergrendeling moet vastklikken.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Als het mulchinzetstuk niet vastklikt, kunnen mulchinzetstuk en maaiwerk worden beschadigd.
■ Let erop dat de vergrendeling vastklikt.
Mulchwig verwijderen (13)
- Apparaat uitschakelen: Veiligheidssleutel naar de stand Off (pos. 0) draaien en uitne- men.
- Stootklep optillen.
- Maak de vergrendeling (13/1) van het mul-chinzetstuk (13/a) los.
- Trek het mulchinzetstuk (13/2) uit het apparaat (13/b).
7.6 Duwboom op lichaamlengte aanpassen\*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
7.6.1 Duwboom aanpassen – easy (14)
- Aan beide kanten van de duwboom:
■ Hoogteverstelbout (14/1) losdraaien.
■ Bout (14/2) uittrekken.
- Bovenste duwboom (14/3) naar het volgende gat aan de onderste duwboom (14/4) verschuiven (14/a).
- Bovenste duwboom in omgekeerde volgorde weer vastdraaien.
7.6.2 Duwboom aanpassen – comfort (15, 24)
- De snelpanners (15/1) openklappen (15/a).
- Duwboom (15/2) rond de draai-/vastklik-scharnieren (15/3) tot de gewenste hoogte draaien (15/b).
- Op de markeringspijlen (24/1) letten.
- Kunststof plaatjes (24/2) uitlijnen en de snel-spanners dichtklappen.
7.6.3 Duwboom aanpassen – premium (16)
Bovenste duwboom
- De snelpanners (16/1) openklappen.
- Bovenste duwboom (16/2) tot aan de ge-wenste hoogte omhoog trekken of omlaag drukken (16/a).
- De snelspanners vastklappen.
7.7 Duwboom in- en uitklappen\*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Na het inklappen van de duwboom kunt u het apparaat op de achterkant kantelen en daardoor het maaiwerk iets reinigen. In deze stand kan het apparaat ook plaatsbesparend opgeborgen worden.
⚠️ VOORZICHTIG! Risico op beknelling. Vingers en andere lichaamsdelen kunnen tussen de losse delen van de geleiderail ingekneld raken.
■ Houd de losse delen van de geleiderail goed vast.
■ Houd geen vingers of andere lichaamsdelen tussen de losse delen.
7.7.1 Duwboom in- en uitklappen – comfort (17, 24)
Duwboom inklappen
- De bovenste snelspanners (17/1) loszetten en de bovenste duwboom omlaagklappen.
- Onderste snelspanners (17/2) zover loszetten dat de hele duwboom naar voren toe in de horizontale stand geklapt kan worden.
- Kunststof plaatjes (24/2) uitlijnen en alle snel-spanners dichtklappen.
Duwboom uitklappen
Ga in de omgekeerde volgorde te werk.
7.7.2 Duwboom in- en uitklappen – premium (18, 25)
Duwboom inklappen
-
De bovenste snelspanners (18/1) loszetten en de bovenste duwboom tot de aanslag in-schuiven.
-
Onderste snelspanners (18/2) zover loszetten dat de onderste duwboom naar voren toe in de horizontale stand gedraaid kan worden.
- Kunststof plaatjes (25/2) uitlijnen en alle snelspanners dichtklappen.
Duwboom uitklappen
Ga in de omgekeerde volgorde te werk.
7.8 Maaiwerk starten en stoppen (19, 20)\*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Het maaiwerk alleen op effen ondergrond, niet in het hoge gras starten. De ondergrond moet vrij zijn van vreemde voorwerpen zoals bijv. stenen. Het apparaat voor het starten niet optillen of kantelen.
Maaiwerk starten
- Indien nog niet gedaan: Voeding inschakelen (zie Hoofdstuk 6.3 "Voeding in- en uitschakelen (06)", pagina 55).
- Start-toets (19/1, 20/1) indrukken en vasthouden.
- Veiligheidsbeugel (19/2, 20/2) naar de duwboom (19/3, 20/3) toe trekken (19/a, 20/a). De motor en het maaimechanisme gaan draaien.
- Start-toets loslaten en daarbij de veiligheidsbeugel verder vasthouden.
HOPMERKING De veiligheidsbeugel wordt niet vastgezet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast.
Maaiwerk stoppen
- Veiligheidsbeugel loslaten. Deze gaat automatisch naar de beginstand.
- Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
- Voeding uitschakelen (zie Hoofdstuk 6.3 "Voeding in- en uitschakelen (06)", pagina 55).
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
■ Wacht totdat het maaimechanisme stilstaat.
Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden: schakel het apparaat uit en wacht totdat het maaimechanisme stilstaat. Verwijder de beveiligingssleutel en de accu's.
7.9 Acculaadtoestand controleren (21, 22) ^*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
easy en comfort: De laadtoestandsweergave voor accu 1 (21/1) en accu 2 (21/2) bevinden zich onder aan de behuizing.
premium: De laadtoestandsweergave voor accu 1 (22/1) en accu 2 (22/2) bevinden zich op de cockpit.
De laadtoestandsweergave bestaat voor iedere accu uit 4 LEDs. De LEDs branden of knipperen afhankelijk van de laadtoestand.
LED Acculaadtoestand
| 4 LEDs branden. Accu volledig opgeladen. |
| 3 LEDs branden. Accu voor 75 % opgeladen. |
| 2 LEDs branden. Accu voor 50 % opgeladen. |
| 1 LED brandt. Accu voor 25 % opgeladen. |
| 1 LED knippert. Accu bijna leeg. Het apparaat schakelt binnenkort uit. |
7.10 Eco-Mode in- en uitschakelen (23)\*
* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
In de Eco-Mode draait het maairnes langzamer. Daardoor wordt de bedrijfsduur van de accu's langer.
- Cockpit inschakelen (zie Hoofdstuk 6.4 "Cockpit in- en uitschakelen*", pagina 55).
- Eco-Mode inschakelen: "Eco-Mode"-toets (23/1) indrukken. LED (23/2) brandt.
- Eco-Mode uitschakelen: "Eco-Mode"-toets opnieuw indrukken. LED dooft.
8 WERKINSTRUCTIES
Volg de veiligheidsinstructies op!
i OPMERKING Neem de plaatselijke voorschriften in acht, wanneer de grasmaaier gebruikt mag worden.
■ Let op voorwerpen in het gras en verwijder ze uit het werkgedeelte.
■ Maai alleen bij goede zicht.
Maai alleen met scherpe maaimessen.
■ Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom.
■ Beweeg het apparaat alleen stapvoets.
Beweeg het apparaat altijd dwars t.o.v. de helling. Gebruik de grasmaaier niet de helling op of af en niet aan hellingen van meer dan 10°. Wees bijzonder voorzichtig bij het wijzigen van de werkrichting.
Maaiprestatie resp. werkingstijd van de accu's
De maaiprestaties, d.w.z. het oppervlak dat kan worden gemaaid, hangt af van de eigenschappen van het gazon. Factoren als de lengte van het gras, de dichtheid van het gras, de gewenste maaihoogte en een vochtig gazon hebben invloed op de maaiprestatie.
■ Een optimale bedrijfstijd wordt bereikt als er vaak wordt gemaaid en het gazon kort gehouden wordt.
■ Vaak in- en uitschakelen van de grasmaaiertijdens het maaien vermindert de maaiprestaties evenzeer als niet volledig geladen accu's.
■ Voor een optimale maaiprestaties wordt aanbevolen het gazon vaak te maaien, een hoge maaihoogte in te stellen het gras stapvoets te maaien.
i OPMERKING Om de draaitijd te verlengen kunnen er extra accu's worden verkregen.
Suggesties voor het maaien
Maaihoogte altijd 3–5 cm, niet meer dan de helft van de grashoogte maaien.
Grasmaaier niet overbelasten! Als het motortoerental door lang, zwaar gras merkbaar lager wordt, de maaihoogte opvoeren en vaker maaien.
Wind en zon kunnen het gazon na het maaien uitdrogen; maai daarom op de late middag.
9 ONDERHOUD EN VERZORGING
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu's.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
9.1 Regelmatige onderhoudswerkzaamheden
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangehaald zijn en dat het apparaat zich in een veilige werkpositie bevindt.
- Grasvanger regelmatig controleren op werking en slijtage.
9.2 Apparaat en maaiwerk reinigen
LET OP! Gevaar door water. Water in het apparaat leidt tot kortsluitingen en vernieling van de elektrische onderdelen.
■ Spuit het apparaat niet met water af.
- Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger of en borstel.
- Stop de motor.
- Accu's verwijderen.
- Grasopvangbak loshaken.
- Zorg ervoor dat de kleppensteun (26/2) is ingeklapt (26/c).
- Duwboom inklappen (zie Hoofdstuk 7.7 "Duwboom in- en uitklappen*", pagina 57).
- Apparaat kantelen* en maaiwerk reinigen.
* comfort en premium: Plaats het apparaat op de achterkant (27).
9.3 Messen controleren en vernieuwen
⚠ WAARSCHUWING! Ernstig letsel door wegslingerende mesdelen. Een versleten, gebroken of beschadigd snijmes kan breken en delen ervan kunnen veranderen in gevaarlijke projectielen.
■ Controleer het snijmes regelmatig op beschadigingen.
- Gebruik de grasmaaier niet als het snijmes versleten of beschadigd is.
Laat botte of beschadigde snijmessen alleen door een AL-KO service centre of door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpen of vernieuwen.
- Om trillingen te voorkomen, moeten het snijmes en de messchroef altijd samen worden vervangen.
■ Opnieuw geslepen messen moeten uitgebalanceerd worden. Niet-uitgebalanceerde messen leiden tot hevige trillingen en beschadigen het apparaat.
9.4 Reparatiewerkzaamheden
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij reparatiewerkzaamheden. Ondeskundige reparaties kunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren door servicepunten van de fabrikant of door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven!
Ga in de volgende gevallen naar een servicepunt van de fabrikant:
■ Motor start niet meer.
■ Apparaat is tegen een obstakel aan gereden.
■ Mes en/of motoras zijn verbogen.
■ Apparaat trilt en draait onrustig.
Accu's zijn leeggelopen of beschadigd.
10 HULP BIJ STORINGEN
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
H OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motor draait niet. Voeding aan de sleutelschake- laar is uitgeschakeld. | Voeding aan de sleutelschakelaar inschake- len. | |
| Accu ontbreekt of is niet goed geplaatst. | Accu correct plaatsen. | |
| Accu is leeg. Accu opladen. | ||
| Maaimes is geblokkeerd. | Mes vrijmaken.Grasmaaier op laag gras starten. | |
| Kabels of schakelaars zijn de- fect. | Apparaat niet gebruiken! Ga naar een servi- cepunt van de fabrikant. | |
| Motorvermogen wordt minder. | Accu is leeg. Accu opladen. | |
| Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa- brikant laten slijpen. | ||
| Te veel gras is in de uitworp. | Gras verwijderen.Stootklep reinigen. | |
| Motor stopt tijdens het maaien. | Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa- brikant laten slijpen. | |
| Motor is overbelast. Accugrasmaaier uitschakelen, op een vlak- ke ondergrond of laag gras plaatsen en op- nieuw starten. | ||
| Grasopvangbak vult niet voldoende | Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. | |
| De grasopvangbak is verstopt. Reinig het rooster van de grasopvangbak. | ||
| Er zit te veel gras in de uit- werpschacht of in de behui- zing. | Uitwerpkanaal / huis reinigen.Maaihoogte corrigeren. | |
| Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa- brikant laten slijpen. | ||
| Bedrijfstijd van de accu wordt duidelijk minder. | Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen. | |
| Gras te hoog of te vochtig. Omstandigheden verbeteren: laten drogen, maaihoogte hoger instellen. | ||
| Maaisnelheid is te hoog. | ■ Maaisnelheid verminderen.■ Uitwerpschacht / behuizing reinigen, het maairmes moet vrij draaibaar zijn. | |
| Maaien met een volle grasopvangbak. | Leeg de grasopvangbak en de uitwerpschacht. | |
| Levensduur van de accu is af-gelopen. | Accu vervangen. Alleen originele accessoires van de fabrikant gebruiken. | |
| Accu kan niet opge-laden worden. | Accucontacten zijn vervuild. Accucontacten met een niet-metalen voor-werp reinigen en met contactspray inspui-ten.Let op:De accucontacten niet met een me-talen voorwerp kortsluiten! | |
| Accu of oplader is defect. Bestel reserveonderdelen bij de fabrikant. | ||
| Accu is te heet. Accu af laten koelen. | ||
| Cockpit is ingeschakeld maar motor draait niet. | Voeding aan de sleutelschake-laar is uitgeschakeld. | Voeding aan de sleutelschakelaar inschake-len. |
11 TRANSPORT
Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
- Apparaat uitschakelen.
- Accu's verwijderen uit het apparaat.
- Accu's volgens voorschrift verpakken (zie hierna).
i OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het transport in acht!
De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
■ Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.
- Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of demonstraties), kunnen ook van deze vereenvoudigde maatregel gebruik maken.
In beide hierboven vermelde gevallen moeten absoluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht nemen kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen.
Bijkomende instructies voor transport en verzending
- Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu's alleen in onbeschadigde hoedanigheid!
- Gebruik voor het vervoer van de accu uitsluitend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu's met minder dan 100 Wh nominale energie).
Plak open contacten af om kortsluiting te voorkomen.
■ Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.
Zorg voor een correcte aanduiding en documentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).
■ Informeer vooraf of een transport met de gekozen dienstverlener mogelijk is en of de verzending wordt weergegeven.
Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere nationale voorschriften in acht.
12 OPSLAG
Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
12.1 Accugrasmaaier opslaan
⚠️ VOORZICHTIG! Risico op letsel. Als kinderen en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.
■ Bewaar het apparaat op een plek die ontoegankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.
■ Berg het apparaat alleen op nadat de accu's verwijderd zijn.
- Apparaat uitschakelen: Trek de veiligheids-sleutel uit het apparaat.
- Stel de maaihoogte af op de maximale hoogte.
- Accu's verwijderen.
- Motor laten afkoelen.
- Apparaat grondig reinigen.
- Alle metalen delen ter bescherming tegen corrosie dun met olie of silicone insmeren.
- Duwboom inklappen.
- Apparaat op een droge, schone en tegen vorst beschermde plek opbergen. Dek de machine met een luchtdoorlatend zeil af om het tegen stof te beschermen. Gebruik geen plasticfolie om vochtophoping te voorkomen.
12.2 Accu en oplader opslaan
iOPMERKING Neem de gedetailleerde gegevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.
13 VERWIJDEREN
Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!
- Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
- Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.
Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.
Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.
Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu's niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.
Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005 % kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium
■ Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood
Accu's en batterijen kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van batterijen en accu's
■ Een verzamelpunt van het gemeenschappelijke recycling systeem voor gebruikte apparaten en batterijen
■ Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recycling systeem)
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.
14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres:
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.