SCHEPPACH HS254 - Zaag

HS254 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HS254 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 540 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH HS254 - page 96
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Scheppach
Model HS254
Producttype Tafelcirkelzaag
Opgenomen vermogen 2000 W (S1) / 2200 W (S6 25%)
Spanning 220-240 V ~ 50 Hz
Onbelast toerental 5300 min⁻¹
Zaagblad diameter 254 x 30 x 2,6 mm (asgat 30 mm)
Aantal tanden 24
Dikte van het splijtmes 2,5 mm
Maximale zaagdiepte bij 90° 85 mm
Maximale zaagdiepte bij 45° 63 mm
Bladhelling 0° tot 45° naar links
Tafelafmetingen 630 x 545 mm
Tafelafmetingen met verlengingen 630 x 935 mm
Minimale werkstukafmetingen 10 x 50 x 1 mm
Stofafzuigaansluiting Ø 34 mm
Gewicht ca. 21,5 kg
Beschermingsklasse II (dubbele isolatie)
Overbelastingsbeveiliging Resetknop (Reset)
Veiligheidsinrichtingen Bladbescherming, splijtmes, tafelinzet
Bewerkbare materialen Hout en kunststof (geen metaal)
Inbegrepen accessoires Evenwijdige geleider, dwarsaanslag, duwstok, sleutels
Slijtdelen Koolborstels, tafelinzet, duwstok, zaagblad

Veelgestelde vragen - HS254 SCHEPPACH

Welke materialen kan ik zagen met de Scheppach HS254 zaag?
De tafelcirkelzaag HS254 is ontworpen voor het zagen van hout en kunststoffen. Gebruik geen HSS-bladen of doorslijpschijven en zaag geen metalen.
Hoe stel ik de zaagdiepte in?
Draai de knop (12) met de klok mee om de zaagdiepte te vergroten, of tegen de klok in om deze te verkleinen. Maak een proefsnede om de instelling te controleren.
Hoe vervang ik het zaagblad?
Koppel het apparaat los van het stroomnet. Verwijder de bladbescherming en de tafelinzet. Gebruik de meegeleverde sleutels (SW13 en SW21) om de flensschroef los te draaien en het blad te vervangen. Let op de draairichting. Raadpleeg de handleiding voor meer details.
Wat doe ik bij overbelasting van de motor?
De motor stopt automatisch. Laat het apparaat afkoelen en druk vervolgens op de resetknop (Reset) voordat u opnieuw start.
Welke beschermingsmiddelen moet ik dragen?
Draag altijd een veiligheidsbril, gehoorbescherming en een stofmasker. Gebruik handschoenen bij het hanteren van het blad.
Hoe stel ik de zaaghoek in?
Maak de hoekverstelling (11) los, kantel het blad met de knop (12) naar de gewenste hoek (0°-45° links) en draai de verstelling weer vast. Let op dat de parallelgeleider niet klemt.
Kan ik de zaag gebruiken voor verstekzagen?
Ja, voor verstekzagen gebruikt u de parallelgeleider aan de rechterkant van het blad. Stel de bladhoek in zoals beschreven. Gebruik altijd de duwstok voor smalle werkstukken.
Hoe onderhoud ik de zaag?
Verwijder spanen na elk gebruik. Smeer draaiende delen één keer per maand. Controleer regelmatig de koolborstels (na 50 uur, daarna om de 10 uur). Vervang ze als ze versleten zijn tot 6 mm.
Wat zijn de resterende risico's?
Risico's van contact met het blad, terugslag, wegvliegende spanen, hoog geluidsniveau. Volg de veiligheidsinstructies: ga nooit in lijn met het blad staan, gebruik de duwstok en het splijtmes.
Waar kan ik reserveonderdelen vinden?
De slijtdelen (zaagblad, koolborstels, tafelinzet, duwstok) zijn verkrijgbaar via de Scheppach klantenservice. Gebruik de referenties in de handleiding (bijv. zaagblad 3901203703).

Gebruikersvragen over HS254 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HS254 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HS254 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING HS254 SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het product

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.

SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 1WAARSCHUWING: Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 2Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 3Draag een veiligheidsbril.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 4Draag gehoorbescherming.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 5Draag een stofmasker.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 6LET OP: Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 7Zaaghoogte bij 90°: 85 mm
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 8Zaaghoogte bij 45°: 63 mm
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 9Dikte van de splijtwig: 2,5 mm
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 10Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd)
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 11Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
SCHEPPACH HS254 - Verklaring van de symbolen op het product - 12Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.

Inhoudsopgave: Pagina:

  1. Inleiding....96
  2. Beschrijving van het apparaat....96
  3. Leveringsomvang 96
  4. Beoogd gebruik....97
  5. Veiligheidsvoorschriften 98
  6. Technische gegevens 103
  7. Uitpakken....104
  8. Opbouw....104
  9. Voor de ingebruikname.... 106
  10. Bediening.... 107
  11. Zagen.... 108
  12. Reiniging.... 110
  13. Transport.... 110
  14. Onderhoud.... 110
  15. Reparatie & bestellen van reserveonderdelen.... 112
  16. Opslag.... 112
  17. Elektrische aansluiting.... 113
  18. Afvalverwerking en hergebruik.... 113
  19. Verhelpen van storingen.... 114
  20. Conformiteitsverklaring....533

1. Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Günzburger Str. 69

D-89335 Ichenhausen

Geachte klant,

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.

Uitsluiting van aansprakelijkheid

De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:

• Ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- Inbouw en vervanging van niet-originele onderdelen,
- Niet-beoogd gebruik.
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en-voorschriften 0100, DIN 57113 / 0113.

Let op:

De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.

2. Beschrijving van het apparaat

  1. Zaagbladbescherming
    1a. Borgbout
  2. Splijtwig
    2a. Bevestigingsschroef
  3. Zaagblad
    3a. Binnenflens

3b. Buitenflens
3c. Flensbout
4. Zaagtafel
5. Aanslagrail
6. Parallelaanslag
6a. Peilglas
6b. Vleugelmoeren
6c. Volgring
6d. Slotbout
6e. Inbusbouten
7. Tafelverbreding
8. Dwarsarm tafelverbreding
9. Geleiding parallelaanslag rechts (incl. schaal-verdeling)
10. Reset-knop
11. Klemming hoekafstelling
12. Handwiel
13. Aan/uit-schakelaar
14. - -
15. Onderstelvoet
16. Dwarsarm onderstel (kort)
16a. Dwarsarm onderstel (lang)
17. Kantelbeveiligingsbeugel
18. Rubbervoet
19. Klemming parallelaanslag
20. Geleiding parallelaanslag links (incl. schaalverdeling)
21. afschuiningsaanslag
21a. vastzetgreep
21b. Aanslagrail
21c. Vleugelmoer
22. Afzuigmof
23. Tafelinzetstuk
23a. kruiskopschroeven
24. Opslag zaagblad + ringsleutel

3. Leveringsomvang

Pos. AantalAanduiding
11xZaagbladbescherming
61xParallelaanslag
72xTafelverbreding
84xDwarsarm tafelverbreding
91xGeleiding parallelaanslagrechts (incl. schaalverdeling)
154xOnderstelvoet
162xDwarsarm onderstel (kort)
16 a2xDwarsarm onderstel (lang)
17 2x Kantelbeveiligingsbeugel
18 4x Rubbervoet
20 1xGeleiding parallelaanslag links (incl. schaalverdeling)
21 1x Afschuiningsaanslag
A 42x Borgtandmoer
B 16x Inbusbout (M6x12)
C 26xSlotbout (M6x12)
D1xRingsleutel (SW10/SW13)
E1xRingsleutel (SW10/SW21)
F1xSchuifstok
1xGebruiksaanwijzing

4. Beoogd gebruik

De tafelcirkelzaag dient voor het in de lengte en dwars (alleen met afschuiningsaanslag) zagen van alle soorten hout en kunststof, overeenkomstig de machine-grootte. Rondhout, van welke soort dan ook, mag niet gezaagd worden.

Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbladen (HM- of CV-zaagbladen) worden gebruikt. Het gebruik van alle typen HSS-zaagbladen en snijwielen is verboden.

Aanwijzingen:

Voor het juiste gebruik van de installatie dienen de voorschriften, veiligheidsvoorschriften, beschrijvingen en aanwijzingen en in deze gebruikshandleiding te worden opgevolgd.

De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de gebruikshandleiding aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. Er mogen uitsluitend werkzaamheden aan het product worden uitgevoerd die in deze gebruikshandleiding zijn beschreven.

Alle overige onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven, moeten door een servicecentrum worden uitgevoerd. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.

LET OP

Bij het gebruik van het product moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom zorgvuldig deze gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft. Als het product aan een derde wordt overhandigd, dient u tevens deze gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften te overhandigen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze gebruikshandleiding of de veiligheidsvoorschriften.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico-factoren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kunnen de volgende risico's optreden:

  • Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
  • In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden).
  • Terugslag van werkstukken en delen van werkstukken.
    • Zaagbladbreuk.
  • Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad.
  • Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbescherming niet wordt gedragen.
  • Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in afgesloten ruimtes.

Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding

GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
WAAR-SCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
VOORZICH-TIGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OPSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
OPMERKINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

5. Veiligheidsvoorschriften

Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten

⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd.

Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.

Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

1. Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.

2. Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. On-gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.

3. Veiligheid van personen

a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten.

Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.

b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.

c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.

d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.

e) Voorkom een onnatuurlijke lichamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.

f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.

g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.

h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat.

Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.

  1. Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap

a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.

b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.

c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.

d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.

e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.

f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.

g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot ge-vaarlijke situaties.

h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.

5. Service

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar door elektrische elektromagnetisch veld Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.

- Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.

Veiligheidsvoorschriften voor tafelcirkelzagen

Veiligheidsafdekkingsgerelateerde veiligheids- voorschriften

a) Laat de veiligheidsafdekkingen gemonteerd. Veiligheidsafdekkingen moeten functionerend en juist gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet juist functionerende veiligheidsafdekkingen moeten worden gerepareerd of worden vervangen.
b) Gebruik voor eindsnedes altijd de zaagblad-veiligheidsafdekking en de splijtwig. Voor eindsnedes waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, reduceert de veiligheidsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op letsel.
c) Bevestig na het voltooien van afgedekte sne- den, zoals vouwen, opdelen tijdens het om- slaan of gutsen, de splijtwig weer in de boven- ste eindstand. Plaats de veiligheidsafdekking terug, terwijl de splijtwig zich in de bovenste eindstand bevindt. De veiligheidsafdekking en de splijtwig verminderen het risico op letsel.
d) Controleer voor het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad niet de veiligheidsafdekking, de splijtwig of het werkstuk raakt. Onvoorziene aanraking van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze gebruikshandleiding.
Onjuiste afstanden, positie en uitlijning kunnen de reden er voor zijn dat de splijtwig een terugslag niet vermijdt.
f) Opdat de splijtwig kan functioneren, moet deze zich in de zaagsnede bevinden. Bij snedes in werkstukken die te kort zijn, om de splijtwig te laten functioneren, is de splijtwig niet actief. Onder deze voorwaarden kan een terugslag niet door de splijtwig worden voorkomen.

g) Gebruik het zaagblad dat bij de splijtwig past. Om ervoor te zorgen dat de splijtwig goed werkt, moet de diameter van het zaagblad dunner zijn dan bij de splijtwig passen, moet het basisblad van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de bandbreedte dikker zijn dan de dikte van de splijtwig.

Veiligheidsvoorschriften voor het zagen

a) △ GEVAAR: Kom met uw vingers en handen nooit in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. Een moment van onachtzaamheid of bij wegslippen kan uw hand in het zaagblad schie- ten wat kan leiden tot ernstig letsel.

b) Geleid het werkstuk alleen tegen de draairichting van de het zaagblad of snijwerktuig in. Aanvoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan er toe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad wordt getrokken.

c) Gebruik bij langssneden nooit de verstekaanslag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik bij dwarssnedes met de verstekaanslag nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Het gelijktijdig aanvoeren van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de risico dat het zaagblad komt vast te zitten en er een terugslag ontstaat.

d) Houd bij langssneden het werkstuk altijd volledig in contact met de aanslagrail en voer de aanvoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen de aanslagrail en het zaagblad. Gebruik een schuifstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder is dan 150 mm en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen er voor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.

e) Gebruik uitsluitend de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of een die overeenkomstig de instructies is vervaardigd. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad.

f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde schuifstok. Een beschadigde of ingezaagde schuifstok kan breken en er toe leiden dat uw hand in het zaagblad terecht komt.

g) Werk niet "zonder handbescherming". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden.

"Zonder handbescherming" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verstekaanslag met de handen wordt ondersteund of geleid. Het zagen zonder handbescherming leidt tot onjuiste uitlijning, vastklemmen en terugslag.

h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan tot onvoorzien aanraken van het draaiende zaagblad leiden.

i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo- dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken kunnen aan de rand van de zaagtafel kantelen; dit leidt tot minder controle, vastklem- men van het zaagblad en terugslag.

j) Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Verbuig, verdraai of verschuif het werkstuk niet. Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrisch gereedschap direct uit, trekt u de voedingsstekker los en verhelpt u de oorzaak voor het vastklemmen. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan leiden tot terugslag of het blokkeren van de motor.

k) Verwijder niet het afgezaagde materiaal terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich vastzetten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de veiligheidsafdekking vast komen te zitten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen, voordat u het materiaal verwijdert.

I) Gebruik voor langssneden aan de werkstukken die dunner zijn dan 2 mm, een extra parallelaanslag die contact heeft met het tafeloppervlak. Dunnere werkstukken kunnen vastlopen achter de parallelaanslag wat tot terugslag kan leiden.

Terugslag - Oorzaken en overeenkomstige veiligheidsvoorschriften

Een terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een hakend, vastklemmend zaagblad of een door het zaagblad schuin uitgevoerde zaagsnede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vast object wordt vastgeklemd.

In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste gedeelte van het zaagblad vastgegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven.

a) Sta nooit direct in lijn met het zaagblad. Verblijf altijd aan de zijde van het zaagblad waar de aanslagrail zich bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die voor en op lijn met het zaagblad staan.

b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk aan te trekken of te steunen. Hierdoor kan het zaagblad onvoorzien worden aangeraakt of kan een terugslag ontstaan waardoor uw vingers in het zaagblad kunnen worden getrokken.

c) Houd en druk het werkstuk, dat wordt afgezaagd, nooit tegen het draaiende zaagblad. Door het werkstuk, dat wordt afgezaagd, tegen het zaagblad te drukken, wordt deze vastgeklemd en ontstaat er een terugslag.

d) Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaagblad. Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en genereert zo een terugslag.

e) Gebruik bij afgedekte zaagsnedes (bijv. vouwen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan) een drukkam om het werkstuk tegen de tafel en de aanslagrail te geleiden. Met een drukkam kunt u het werkstuk bij terugslag beter onder controle houden.

f) Weeg met name voorzichtig bij het zagen in verborgen bereiken van samengevoegde werkstukken. Het invallende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.

g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag door een ingeklemd zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar deze uitsteken ten opzichte van het tafelblad.

h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van werkstukken die verdraaid, los zitten of vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken waarmee ze met een verstekaan-slag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid.

Een vervormd, losgeraakt of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot onjuiste uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, zal vastklemmen en een terugslag veroorzaken.

i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer onderdelen vastgrijpen en een terugslag veroorzaken.

j) Als u een zaag, die in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagsnede dusdanig dat de zaagtanden niet in het werkstuk vastzitten. Als het zaagblad vastklemt, kan deze het werkstuk optillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart.
k) Zorg dat de zaagbladen schoon blijven, scherp en voldoende geschrankt is. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met scheuren of afgebroken tanden. Scherpe en juist geschrankte zaagbladen minimaliseren het vastklemmen, blokkeren of terugslag.

Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de tafelcirkelzagen

a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel deze los van de stroomvoorziening voordat u het tafelinzetstuk verwijderd, het zaagblad vervang, instellingen aan de splijtwig of de afdekking van het zaagblad aanbrengt en als de machine zonder toezicht is. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga pas weg als deze volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een locatie op die waterpas is en goed wordt geventileerd en waar u veilig kunt staan en het evenwicht kunt bewaren. De opstellingslocatie moet voldoende ruimte bieden om de maat van uw werkstukken goed te kunnen hanteren. Rommel en slecht verlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
d) Verwijder regelmatig het zaagsel en zaagmeel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opgehoopt zaagmeel is brandbaar en kan uit zichzelf gaan ontbranden.
e) Borg de tafelcirkelzaag. Een tafelcirkelzaag die niet volgens de voorschriften is geborgd, kan gaan bewegen of kantelen.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten etc. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt. Afleiding of mogelijk vastklemmen kan gevaarlijk zijn.
g) Gebruik altijd zaagbladen van het juiste formaat en met passende opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen, die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot verlies van de controle.

h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist montage- materiaal voor het zaagblad, zoals bijv. flen- sen, onderlegringen, schroeven of moeren. Het montagemateriaal van dit zaagblad is speciaal afgestemd op uw zaag en staat garant voor opti- maal vermogen en bedrijfsveiligheid.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als opstapkrukje. Er kan ernstig letsel ontstaan als het elektrisch gereedschap kantelt of als u onvoorzien met het zaagblad in aanraking komt.
j) Controleer of het zaagblad in de juiste draairichting is gemonteerd. Gebruik geen slijpschijf of staalborstel met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires kan tot ernstig letsel leiden.

Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen

  1. Gebruik alleen inzetstukken als u weet hoe u er-mee om moet gaan.
  2. Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale toerental dat op het inzetstuk staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.
  3. Let op de draairichting van de motor en het zaagblad.
  4. Gebruik geen inzetstukken dat barsten vertoont. Gooi het inzetstukken weg als het barsten vertoont. Reparatie is niet toegestaan.
  5. De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
  6. Gebruik geen losse pasringen of -bussen om het boorgat van cirkelzaagbladen te verkleinen.
  7. Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging van het inzetstuk dezelfde parameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
  8. Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan elkaar.
  9. Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstukken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking en of in speciale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
  10. Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of de veiligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.
  11. Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzetstuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.

  12. Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.

  13. Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken materiaal.
  14. Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die op de zaag staat aangegeven.
  15. Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of hoger toerental dan op het elektrisch gereedschap gemarkeerd zijn.
  16. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen, die, indien deze voor het zagen van hout of gelijksoortige materialen zijn bedoeld, overeenkomen met EN 847-1.
  17. Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals bijv.:

- Gehoorbescherming;

- Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.

  1. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen die voldoen aan EN 847-1. Waarschuwing! Let er bij het wisselen van het zaagblad op, dat de zaagbreedte niet geringer en de dikte van het stamblad niet groter is dan de dikte van de splijtwig!
  2. Voorkom bij het zagen van hout en kunststoffen een oververhitting van de zaagtanden. Reduceer de aanvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt.
  3. Houd er rekening mee dat gecompliceerde processen met verborgen sneden en het snijden van afschuiningen/wiggen niet zijn toegestaan.
  4. Voer lengtesneden met een neiging niet op de zij- de uit, waarnaar de neiging is gericht.
  5. Controleer bij de montage of instelling van de parellelaanslag of de parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staat.
Tafelgrootte 630 x 545 mm
Tafelverbreding links/rechts630 x 935 mm
Zaaghoogte max. 45° 63 mm
Zaaghoogte max. 0° 85 mm
Zaagblad zwenkbaar 0 tot 45° links
Afzuigaansluiting ø 34 mm
Beschermingsklasse II
Beschermingsgraad IPX0
Gewicht ca. 21,5 kg

*S1: Continubedrijf met constante belasting **S6 25%:

Continubedrijf met tussenbelasting (cyclusduur 10 min.). Om de motor niet ontoelaatbaar te verwarmen, mag de motor 25% van de cyclusduur met het aangegeven nominale vermogen worden gebruikt en moet vervolgens 75% van de cyclusdoor zonder last doorlopen.

Geluid

De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.

Geluidsdrukniveau L _pA 94 dB

Onzekerheid K_pA 3 dB

Geluidsvermogensniveau L _WA 107 dB

Onzekerheid K_WA 3 dB

⚠ WAARSCHUWING

Overmatige en frequente geluidsbelasting kan leiden tot gehoorbeschadiging of gehoorverlies.

  • Draag gehoorbescherming;
  • Las regelmatig pauzes in.

Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841.

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaard testmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.

De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.

WAARSCHUWING: De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrische apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.

Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen.

Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het elektrisch gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is. Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhouden en verzorgen van het elektrisch gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.

7. Uitpakken

GEVAAR

Gevaar op inslikken en verstikking!

Verpakkingsmateriaal, verpakkings- en transportbeveiligingen zijn geen speelgoed. Kunststofzakken, folie en kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en tot verstikking leiden.

- Zorg dat verpakkingsmateriaal, verpakkings- en transportbeveiligingen buiten het bereik van kinderen worden gehouden.

  • Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal, de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien aanwezig).
  • Controleer de volledigheid van de leveringsomvang. Reclamaties moeten onmiddellijk worden gemeld aan de klantenservice. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Controleer de leveringsomvang op transportschade. Reclamaties moeten direct bij de "expediteur" worden gemeld. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Lees de gebruikshandleiding volledig door.
  • Gebruik alleen originele reserveonderdelen of accessoires. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
  • Controleer of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.

8. Opbouw

⚠ WAARSCHUWING: Voor alle onderhouds-, ombouw- en montagewerkzaamheden aan de tafelcirkelzaag moet de voedingsstekker worden losgekoppeld.

⚠ Let op!

Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

Voor de montage heb je nodig:

1x ringsleutel (SW10/SW13) (D)

1x ringsleutel (SW10/SW21) (E)

1x kruiskopschroevendraaier (niet meegeleverd)

  • Plaats alle meegeleverde onderdelen op een vlakke ondergrond.
    • Groepeer gelijke delen.

OPMERKING:

  • Als verbindingen met een bout (ronde kop of zeskant), zeskantmoeren en onderlegring worden geborgd, moet de onderlegring onder de moer worden aangebracht.
  • Schroeven van buiten naar binnen aanbrengen, verbindingen met moeren van binnenuit vastzetten.
  • Haal de moeren en bouten tijdens de montage alleen handvast aan, zodat ze er niet uitvallen. Als u de moeren en schroeven als voor de eindmontage aanhaalt, kan de eindmontage niet correct en stabiel worden opgesteld.

8.1 Onderstel monteren (afb. 2, 3)

  1. Draai de tafelcirkelzaag andersom (d.w.z. op de zaagtafel) op een vlak oppervlak.
  2. Steek de vier onderstelpoten (15) in de betreffende uitsparingen in de machinebehuizing.
  3. Schroef deze telkens met een inbusbout (B) en een borgtandmoer (A) vast. Gebruik hiertoe de ringsleutel (D) en de ringsleutel (E).
  4. Plaats telkens een dwarsarm onderstel (kort) (16) en een dwarsarm onderstel (lang) (16a) tussen de onderstelpoten (15) aan de binnenzijde. Let op dat de lange zijde naar voren en de korte zijde aan de zijkant wordt geplaatst.
  5. Bevestig de dwarsarmen onderstel (kort) (16) en een dwarsarmen onderstel (lang) (16a) met telkens vier slotbouten (C) en vier borgtandmoeren (A) op de onderstelpoten (15). Gebruik hiertoe de bijgevoegde ringsleutel (D) om deze aan te halen.

  6. Plaats een rubbervoet (18) op elke onderstelpoot (15).

  7. Monteer telkens een kantelbeveiligingsbeugel (17) aan de achterste onderstelpoten (15). Schroef hiertoe telkens twee slotbouten (C) en twee borgtandmoeren (A) vast. Haal deze met de meegeleverde ringsleutel (D) aan.

8.2 Tafelverbredingen monteren (afb. 4)

  1. Monteer de beide tafelverbredingen (7) met in to-taal twee inbusbouten (B) en twee borgtandmoeren (A) op de zaagtafel (4). Neem hierbij de betreffende boorgaten op de zaagtafel (4) in acht. Gebruik hier-toe de ringsleutel (D) en de ringsleutel (E).

  2. Opmerking: Let bij deze stap op de correcte uitlijning van de tafelverbredingen (7) tot de zaagtafel (4).

8.3 Dwarsarmen monteren (afb. 3, 4, 5)

  1. Verwijder de zijdelings op de machinebehuizing aangebrachte inbusbouten (B) en borgtandmoeren (A) vast.
  2. Positioneer de dwarsarmen (8) aan de binnenzijde van de tafelverbredingen en aan beide zijden van de machinebehuizing.
  3. Maak de dwarsarmen (8) en de onderstelpoten (15) met de eerder verwijderde inbusbouten (B) en de borgtandmoeren (A) vast.
  4. Bevestig de vier dwarsarmen (8) op de tafelverbredingen (7) met telkens een inbusbout (B) en een borgtandmoer (A).
  5. Haal aansluitend alle inbusbouten (B) op de tafel-verbredingen (7) met de meegeleverde ringsleutel (D) en de ringsleutel (E) aan.
  6. Draai het product voorzichtig om en leg deze op de grond.
  7. Haal alle schroefverbindingen op het onderstel van de machine aan.

8.4 Geleiding parallelaanslag (incl. schaalverdeling) links/rechts (9 + 20) monteren (afb. 6)

  1. Steek de beide geleidingen parallelaanslag (9 + 20) in elkaar.
  2. Steek zes slotbouten (C) vanaf de buitenkant door de voorste gaten en bevestig deze losjes met een borgtandmoer (A).
  3. Schuif nu de geleiding parallelaanslag (incl. schaal-verdeling) links/rechts (9 + 20) over de koppen van de slotbouten (C) tot deze in het midden van de zaagtafel (4) staat.
  4. Draai de borgtandmoer (A) aansluitend met de ringsleutel (D) vast.

Opmerking:

Vervolgens worden de beide samengevoegde geleidingen parallelaanslag (9 + 20) geleideblad genoemd.

8.5 Zaagbladbescherming

8.5.1 Zaagbladbescherming (1) monteren (afb. 1, 7)

  1. Schuif het zaagblad (3) maximaal naar buiten, door het handwiel (12) met de klok mee tot aan de aanslag te draaien.
  2. Druk de borgbouten (1a) op de zaagbladbescherming (1).
  3. Breng de ingedrukte borgbouten (1a) in de groef van de splijtwig (2) en laat deze weer los.
  4. Zorg ervoor dat de zaagbladbescherming (1) vrij kan bewegen.
  5. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door verkeerd gemonteerde zaagbladbescherming

- Voordat u begint met zagen, moet u ervoor zorgen dat de zaagbladbescherming (1) automatisch op het te zagen materiaal wordt neergelaten.

8.5.2 Zaagbladbescherming controleren (afb. 1, 7)

Controleer de zaagbladbescherming (1) na de montage op de correcte werking.

  1. Til de zaagbladbescherming (1) op en laat deze los.
  2. De zaagbladbescherming (1) moet zelfstandig terugkeren naar de uitgangspositie.

8.5.3 Tafelinzetstuk verwijderen (afb. 7, 8)

  1. Druk de borgbouten (1a) op de zaagbladbescherming (1).
  2. Houd de borgbouten (1a) ingedrukt en neem de zaagbladbescherming (1) uit de groef van de splijtwig (2).
  3. Stel het zaagblad (3) in op max. zaagdiepte, breng deze in de 0°-positie en borgen het (zie 11.2 en 11.3).
  4. Draai de beide kruiskopschroeven (23a) los met behulp van een kruiskopschroevendraaier.
  5. Verwijder het tafelinzetstuk (23) van de zaagtafel (4).

8.5.4 Splijtwig plaatsen en instellen (afb. 7, 8) Opmerking:

De splijtwig (2) moet voor de ingebruikname zijn ingesteld.

  1. Draai de bevestigingsschroef (2a) los. Gebruik hiervoor de ringsleutel SW10 (D).
  2. Duw de splijtwig (2) in de houder. OPMERKING: Deze stap is niet nodig als de splijtwig (2) al is aan- gebracht.
  3. Lijn de splijtwig (2) zodanig uit dat a) de afstand tussen het zaagblad (3) en de splijtwig (2) max. 5 mm (afb. 7) is en b) het zaagblad (3) evenwijdig aan de splijtwig (2) is. c) de uitsparingen in de splijtwig (2) in de tappen van de splitwighouder grijpen.
  4. Draai de bevestigingsschroef (2a) weer vast. Gebruik hiervoor de ringsleutel SW10 (D).

8.5.5 Tafelinzetstuk plaatsen (afb. 8)

  1. Plaats het tafelinzetstuk (23) in de uitsparing.
  2. Schroef de beide kruiskopschroeven (25a) vast met behulp van een kruiskopschroevendraaier.

8.6 Parallelaanslag plaatsen (afb. 11, 13)

  1. Plaats de parallelaanslag (6) met een geopende klemming parallelaanslag (19) op de onder het 9.4 samengevoegde geleideblad geleiding parallelaanslag links/rechts (incl. schaalverdeling) (9 + 20) op de zaagtafel (4).
  2. Om de positie van de parallelaanslag (6) te veranderen, verschuift u de parallelaanslag (6) met geopende klemming parallelaanslag (19) langs het geleideblad.
  3. Om de parallelaanslag (6) in de gewenste positie te fixeren, drukt u de klemming parallelaanslag (19) volledig naar beneden.

8.6.1 Afstellen van de parallelaanslag

LET OP: Zaagbladbescherming (2) wegnemen (zie 9.5).

  1. Stel het zaagblad (3) in op de maximale zaagdiepte.
  2. Plaats de parallelaanslag (6) zo dat de aanslagrail (5) het zaagblad (3) raakt.

Indien de parallelaanslag (6) niet in een lijn met het zaagblad (3) loopt, als volgt te werk gaan:

  1. De inbusbouten (6e) op de parallelaanslag (6) met in inbussleutel 5 mm (niet meegeleverd) zo ver losdraaien, dat de parallelaanslag (6) parallel ten opzichte van het zaagblad (3) kan worden uitgelijnd.
  2. Draai de inbusbouten (6e) weer vast.

8.7 Afschuiningsaanslag monteren (afb. 1)

  1. Duw de afschuiningsaanslag (21) in de groef van de zaagtafel (4).
  2. Maak de vastzetgreep (21a) los door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien.

  3. Draai de afschuiningsaanslag (21) tot de pijl naar de gewenste hoek wijst.

  4. Zet deze positie vast door de vastzetgreep (21a) met de wijzers van de klok mee te draaien.

8.8 Afzuiginstallatie aansluiten (afb. 10) ⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor oogletsel door ronddwarrelende spaanders

  • Draag een veiligheidsbril.
  • Bedien het product alleen met een geschikte spanenafzuiginstallatie. Gebruik geen huishoudstofzuiger.

  • Sluit een geschikte spanenafzuiginstallatie (niet meegeleverd) aan op de afzuigmof (22).

  • Sluit de afzuigslang van een geschikte spanenafzuiginstallatie (bijv. een multifunctionele stofzuiger) aan op de afzuigmof (22).

LET OP

Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.

9. Voor de ingebruikname

9.1 Algemene aanwijzingen

  • Controleer of het product geheel gemonteerd is.
  • Controleer of de veiligheidsafdekkingen aanwezig, geïnstalleerd en gebruiksklaar zijn.
  • Controleer of de schakelaar conform de voorschriften functioneren.
  • Controleer of het product stabiel is opgesteld.
  • Controleer of de stickers op het product aanwezig en leesbaar zijn. Ontbrekende of beschadigde stickers moeten worden vervangen of verwisseld.

- Controleer of de netspanning en de bedrijfsspanning overeenkomen, zie Technische gegevens.

  • Controleer of de toevoerleidingen, verlengstukken, kabelhaspel, etc. niet te lang zijn.
    Anders kan er een spanningsval of een vertraagde start van de motor optreden.
  • Controleer of de omgevingstemperatuur in acht wordt genomen.

9.2 Productspecifieke opmerkingen

  • De machine moet stabiel staan.
    • Het zaagblad (3) moet vrij kunnen draaien.

- Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven etc.

- Voordat u de aan/uit-schakelaar (13) bedient, controleert u of het zaagblad (3) correct is gemonteerd en dat de bewegende delen soepel bewegen.

- Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstalleerd geaard stopcontact dat met minimaal 16 A is gezekerd.

10. Bediening

10.1.1 Aan/uit-schakelaar

  1. Om de zaag in te schakelen, drukt u op de "l"-toets van de aan/uit-schakelaar (13). Wacht met zagen tot het zaagblad (3) zijn maximale toerental heeft bereikt.
  2. Om de zaag uit te schakelen, drukt u op de "0"-toets van de aan-/uitschakelaar (13).

10.1.2 Overbelastingsbeveiligings (afb. 1)

Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.

  1. Laat het product afkoelen.
  2. Druk op de reset-knop (10).
  3. Schakel de machine weer in zoals beschreven onder 11.1.1.

10.2 Zaagdiepte instellen (afb. 1)

Door te draaien aan het handwiel (12) kan het zaagblad (3) op de gewenste zaagdiepte worden ingesteld.

  • Met de klok mee: grotere zaagdiepte
    • Tegen de klok in: kleinere zaagdiepte
    Controleer de instelling aan de hand van een testsnede.

Met de tafelcirkelzaag kunnen versteksneden naar links worden gemaakt van 0° tot 45° tot aan de parallelaanslag (6).

⚠ Controleer voor elke snede of er geen botsing mogelijk is tussen de parallelaanslag (6), afschuinings-aanslag (21) en het zaagblad (3).

  1. Draai de klemming hoekafstelling (11) los.
  2. Stel de gewenste hoek op de schaalverdeling in door tegelijkertijd het handwiel (12) in te drukken en te draaien.
  3. Vergrendel de klemming hoekafstelling (11) in de gewenste hoekstand.

10.4 Gebruik van de parallelaanslag

10.4.1 Aanslaghoogte (afb. 15)

  • De aanslagrail (5) van de parallelaanslag (6) heeft twee geleidingsvlakken met verschillende hoogte.
  • Afhankelijk van de dikte van het te zagen materiaal, moet de aanslagrail (5) voor dik materiaal (meer dan 25 mm werkstukdikte) en voor dun materiaal (minder dan 25 mm werkstukdikte) worden gebruikt.

10.4.2 Aanslagrail instellen (afb. 11, 15)

  1. Om de aanslagrail (5) naar het onderste geleideoppervlak te verplaatsen, maakt u de twee vleugelmoeren (6b) los om de aanslagrail (5) van de parallelaanslag (6) los te maken.
  2. Trek de aanslagrail (5) langs de groef naar buiten.
  3. Draai de aanslagrail (5) en schuif groefblokjes langs de tweede sleuf in.
  4. De omzetting naar het hoge geleidingsvlak moet analoog worden uitgevoerd.

10.4.3 Zijde van de parallelaanslag wisselen (afb. 11, 15)

  1. Draai de vleugelmoeren (6b) volledig los.
  2. Verwijder de aanslagrail (5) en plaats de slotbouten (6d) op de tegenoverliggende zijde van de parallelaanslag (6) weer terug.
  3. Plaats de volgringen (6c) en de vleugelmoeren (6b) weer terug en haal deze aan.

10.4.4 Peilglas(6a) en schaalverdeling controle- ren (afb. 6, 11)

- Er bevindt zich een schaalverdeling op het geleideblad aan de voorkant van de zaagtafel (4).

Om de parallelaanslag (6) op een specifieke afmeting in te stellen, gaat u als volgt te werk:

  1. Draai de klemming parallelaanslag (19) los.
  2. Verschuif de parallelaanslag (6) tot de gewenste afmeting op de schaalverdeling van het geleideblad in het kijkglas (6a) zichtbaar is.
  3. Druk de klemming parallelaanslag(19) volledig naar beneden om deze te fixeren.
  4. Voer een testsnede uit en meet het afgezaagde werkstuk.
  5. Als de maat niet met de schaalverdeling (6a) overeenkomt, gaat u als volgt te werk.
  6. Draai de klemming parallelaanslag (19) los.
  7. Draai de borgtandmoeren (A) achter het geleideblad op de zaagtafel (4) los.

  8. Houd de parallelaanslag (6) vast en verschuif het geleideblad, tot het kijkglas (6a) op de schaalverdeling de maat van het zojuist afgezaagde werkstuk weergeeft.

  9. Haal de borgtandmoeren (A) vervolgens weer vast.

10.4.5 Zaagbreedte instellen (afb. 11)

- Bij het in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (6) worden gebruikt.

- De parallelaanslag (6) kan op beide zijden van de zaaqtafel (4) worden gemonteerd.

- Er bevindt zich een schaalverdeling op het geleideblad aan de voorkant van de zaagtafel (4).

Om de parallelaanslag (6) op een specifieke afmeting in te stellen, gaat u als volgt te werk:

  1. Draai de klemming parallelaanslag (19) los.

  2. Verschuif de parallelaanslag (6) tot de gewenste afmeting op de schaalverdeling van het geleideblad in het kijkglas (6a) zichtbaar is.

  3. Druk de klemming parallelaanslag(19) volledig naar beneden om deze te fixeren.

10.5 Instellen van de afschuiningsaanslag (21) (afb. 1, 12)

Schuif de aanslagrail (21b) niet te ver in de richting van het zaagblad (3). De afstand tussen aanslagrail (21b) en zaagblad (3) moet ca. 2 cm bedragen.

10.5.1 Afschuiningsaanslag instellen (afb. 1, 12)

  1. Bevestig de aanslagrail (21b) op de afschuinings-aanslag (21) door de vleugelmoer (21c) aan te draaien.

  2. Schuif de afschuiningsaanslag (21) in een van de beide geleidingsgroeven van de zaagtafel (4).

  3. Maak de vastzetgreep (21a) los en draai de afschui- ningsaanslag (21) tot de gewenste hoek is ingesteld.

  4. Draai de vastzetgreep (21a) weer vast.

11. Zagen

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door verkeerde installatie

- Controleer of het product correct is geïnstalleerd.

- Controleer het zaagblad op beweegbaarheid en controleer de bewegende delen op soepel lopen.

LET OP

Na het inschakelen van de zaag moet u wachten tot het zaagblad (3) het maximum toerental heeft bereikt, voordat u de zaagsnede uitvoert.

11.1 Werkinstructies

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel!

Onjuist gebruik kan leiden tot ernstig letsel.

- Neem de veiligheidsvoorschriften en werkin- structies in acht en volg ze op.

- Ga bij het uitvoeren van langssneden niet voor de tafelcirkelzaag staan, maar plaats uzelf in een hoek ten opzichte van het zaaqverloop.

- Gebruik altijd de parallelaanslag voor versteksneden.

- Gebruik een schuifstok of duwhout om het werkstuk langs het zaagblad te geleiden. Vervang direct een beschadigde of versleten schuifstok.

- Beveilig lange werkstukken tegen omkantelen aan het einde van het snijproces. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een rolstaander.

- Wacht na het inschakelen van de tafelcirkelzaag tot het zaagblad zijn maximale snelheid heeft bereikt alvorens de zaagsnede te maken.

- Bedien de tafelcirkelzaag alleen met een afzuiginstallatie

- Voer na elke nieuwe instelling een testsnede uit om de ingestelde afmetingen te controleren.

- Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.

11.2 Langssneden uitvoeren (afb. 16) Gevaar!

Zaag rechthoekige werkstukken altijd met de langste zijde langs de parallelaanslag. Nooit met de korte zijde! Gevaar voor terugslag!

Met een langssnede zaagt u een werkstuk in de lengte-richting. Een kant van het werkstuk moet hierbij tegen de parallelaanslag (6) worden gedrukt, terwijl de platte zijde op de zaagtafel (4) rust.

  1. Stel de parallelaanslag (6) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).

  2. Tijdens het zagen wordt de zaagbladbescherming (1) door het werkstuk omhoog geschoven.

  3. Schakel eerst de afzuiginstallatie in en daarna de tafelcirkelzaag.

  4. Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (6) langs het zaagblad (3).

  5. Geef het werkstuk een zijdelingse geleiding door het met de linkerhand slechts tot aan de voorste rand van de zaagbladbescherming (1) vast te houden.

  6. Schuif het werkstuk altijd tot het einde van de splijtwig (2) met de schuifstok (F) door.

11.2.1 Versteksneden uitvoeren (afb. 17)

Versteksneden worden altijd gemaakt met behulp van de parallelaanslag (6). De parallelaanslag (6) moet altijd rechts van het zaagblad (3) worden gemonteerd.

Anders kunnen werkstukken tijdens het zagen tussen de parallelaanslag (6) en het zaagblad (3) worden vastgeklemd en worden weggeslingerd.

  1. Stel het zaagblad (3) in op de gewenste hoek (zie 11.3).
  2. Stel de parallelaanslag (6) in op basis van de breedte en hoogte van het werkstuk (zie 11.4).
  3. Laat de zaagbladbescherming (1) op de zaagtafel (4) zakken.
  4. Voer de snede uit volgens de breedte van het werkstuk (zie 12.2).

11.3 Dwarssneden uitvoeren (afb. 18)

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door draaiende delen en scherpe randen

  • Houd het geleide werkstuk vast.
  • Schuif het werkstuk met de afschuiningsaanslag naar voren tot het volledig is doorgezaagd.

  • Stel de afschuiningsaanslag (21) naar wens in (zie 11.5.1). Als het zaagblad (3) ook gekanteld moet worden, schuift u de afschuiningsaanslag (21) in de rechter geleidingsgroef.
    Zo voorkomt u dat noch uw hand, noch de afschui- ningsaanslag (21) in contact komt met de zaag- bladbescherming (1).

  • Laat de zaagbladbescherming (1) op de zaagtafel (4) zakken.
    Tijdens het zagen wordt de zaagbladbescherming (1) door het werkstuk omhoog geschoven.

  • Druk het werkstuk stevig tegen de afschuinings-aanslag (21).

  • Schakel de afzuiginstallatie en vervolgens de tafelcirkelzaag in.

  • Om de snede uit te voeren, schuift u de afschui- ningsaanslag (21) en het werkstuk in de richting van het zaagblad (3).

11.4 Smalle werkstukken snijden (afb. 19)

Langssneden van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm moet worden uitgevoerd met behulp van een schuifstok (F).

Voor korte werkstukken moet de schuifstok (F) al direct aan het begin van de snede worden gebruikt.

  1. Stel de parallelaanslag (6) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
  2. Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (6) langs het zaagblad (3).
  3. Schuif het werkstuk altijd tot het einde van de splijtwig (2) met de schuifstok (F) door.

11.5 Zagen van zeer smalle werkstukken (afb. 19)

Voor langssneden van zeer smalle werkstukken met een breedte van 50 mm en minder moet absoluut een duwhout worden gebruikt. Het duwhout is niet meegeleverd! (Verkrijgbaar bij uw lokale vakhandel)

Vervang een versleten duwhout op tijd.

Werkstukken kunnen bij het zagen tussen de parallelaanslag (6) en het zaagblad (3) vastgeklemd raken, door het zaagblad (3) worden vastgegrepen of worden weggeslingerd. Daarom moet de voorkeur worden gegeven aan het lage geleideoppervlak van de parallelaanslag (6) (zie afb. 15). Zet indien nodig de aanslag-rail (5) om (zie 11.4.2).

  1. Stel de parallelaanslag (6) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
  2. Druk het werkstuk met het duwhout tegen de aan- slagrail (5) en schuif het werkstuk met de schuif- stok (F) tot het einde van de splijtwig (2) door.

11.6 Spaanplaten zagen

Om te voorkomen dat de snijranden bij het zagen van spaanplaat afbreken, gaat u als volgt te werk: Het zaagblad (3) mag niet hoger dan 5 mm boven de dikte van het werkstuk worden ingesteld (zie ook 11.2).

11.7 Na het zagen

  1. Schakel eerst de tafelcirkelzaag en daarna de afzui-ginstallatie uit. Het zaagblad draait nog enige tijd na.
  2. Koppel de tafelcirkelzaag los van het stroomnet, door de voedingsstekker uit het stopcontact te trekken.
  3. Verwijder het zaagafval van de zaagtafel pas als het zaagblad zich weer in rustpositie bevindt.
  4. Laat de tafelcirkelzaag volledig afkoelen.

11.8 Vastgelopen materiaal verwijderen ⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel aan vingers en handen door scherpe randen

- Draag veiligheidshandschoenen.

- Als het zaagblad in het werkstuk zich heeft vastgeklemd of als er andere blokkades optreden, gaat u als volgt te werk: Schakel de tafelcirkelzaag direct uit en trek de voedingsstekker uit het stopcontact.

- Gebruik veiligheidshandschoenen, grijp het zaagblad niet vast met blote handen.

12. Reiniging

GEVAAR

Gevaar voor elektrische schokken door het binnendringen van water in het inwendige gedeelte van het apparaat

- Spuit het product nooit af met water.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine

- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.

12.1 Product en zaagbladbescherming reinigen LET OP

Productschade door onvoldoende reiniging

- Reinig het product na elk gebruik.

LET OP

Productbeschadiging door agressieve oplos- of reini- gingsmiddelen

- Verwijder grof vuil met een borstel.

- Maak het product schoon met een vochtige, scho- ne, pluisvrije doek en wat zachte zeep.

  1. Verwijder stof en spaanders met een borstel na elke werkstap.

  2. Reinig de ventilatieopeningen zorgvuldig met een pluisvrije doek.

12.2 Product met perslucht reinigen LET OP

Productbeschadiging door het gebruik van een te hoge druk op het persluchtinstallatie

Door met een hoge druk op de persluchtinstallatie het product te reinigen, kunnen elektrische componenten beschadigd raken.

- Gebruik een persluchtinstallatie met een lage druk van max. 2 bar.

  1. Zorg voor een geschikte afstand tot het product.

  2. Verwijder zware verontreinigingen met een persluchtinstallatie (max. 2 bar).

12.3 Spanenafzuiginstallatie reinigen

Een spanenafzuiginstallatie is niet meegeleverd. Volg voor de correcte reiniging van de afzuiginstallatie altijd de gebruikshandleiding van de desbetreffende fabrikant.

13. Transport

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine

- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.

13.1 Algemene aanwijzingen

- Draag het product niet aan de tafelverbredingen (7), maar aan de zaagtafel (4).

- Verpak het product om transportschade t te voorkomen. Gebruik de originele verpakking.

- Bescherm het product tegen trillingen en schokken, met name wanneer u het in een voertuig vervoert.

- Let op voldoende borging van de lading, tijdens transport in een voertuig.

13.2 Productspecifieke opmerkingen

  1. Let bij het tillen van het product op het gewicht, zie technische gegevens.

  2. Schakel het elektrisch apparaat altijd uit voor transport en koppel het los van de voeding.

  3. Draag het elektrisch gereedschap in ieder geval met twee personen, grijp het niet vast bij de tafelverbredingen. Om te transporteren, tilt u het elektrische apparaat op aan de machinebehuizing.

  4. Bescherm het elektrische apparaat tegen schokken, stoten en sterke trillingen, bijvoorbeeld bij het transport in voertuigen.

  5. Beveilig het elektrisch apparaat tegen kantelen en wegglijden.

  6. Gebruik nooit de veiligheidsvoorzieningen om het apparaat te hanteren of te transporteren.

14. Onderhoud

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine

- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.

⚠ WAARSCHUWING

Waarschuwing voor onvoorzienbare gevaren en productschade

  • Voer nooit ongeoorloofde wijzigingen of reparaties aan het product uit die niet zijn beschreven in de gebruikshandleiding.
  • Laat de hier niet beschreven werkzaamheden uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats.

14.1 Algemene aanwijzingen

  • Controleer het product op losse, versleten of beschadigde componenten.
  • Controleer de stevige bevestiging van moeren, bouten en schroeven.
  • Controleer afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen op beschadigingen en juiste bevestiging.
  • Controleer de elektrische aansluitingen. Reparaties aan de elektrische aansluitingen mogen alleen door een gespecialiseerde werkplaats worden uitgevoerd.

14.2 Product oliën

  1. Olie om de levensduur van het apparaat te verlen-gen eenmaal per maand de draaiende delen.
  2. De motor niet oliën.

14.3 Koolborstels controleren en onderhouden (afb. 20)

Controleer de koolborstels bij een nieuwe machine na de eerste 50 bedrijfsuren of wanneer nieuwe koolborstels worden gemonteerd. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren.

Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is of de veer of shuntdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen.

  1. Draai de tafelcirkelzaag op de zijkant op een vlak oppervlak.
  2. Open de vergrendeling (zoals in afb. 20 weergegeven) linksom met een kruiskopschroevendraaier (niet meegeleverd).
  3. Verwijder vervolgens de koolborstels.
  4. Controleer de koolborstels zoals hierboven beschreven.
  5. Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde terug.

14.4 Zaagblad vervangen

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel! Bij ondeskundig gebruik van de tafel- cirkelzaag bestaat er gevaar op ernstige verwondingen.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine

- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel aan vingers en handen door scher- pe randen

- Draag veiligheidshandschoenen.

14.4.1 Zaagbladbescherming en tafelinzetstuk verwijderen (afb. 7, 8)

  1. Druk de borgbouten (1a) op de zaagbladbescherming (1).
  2. Houd de borgbouten (1a) ingedrukt en neem de zaagbladbescherming (1) uit de groef van de splijtwig.(2).
  3. Stel het zaagblad (3) in op max. zaagdiepte, breng deze in de 0°-positie en borgen het (zie 113).
  4. Draai de beide kruiskopschroeven (23a) los met behulp van een kruiskopschroevendraaier.
  5. Verwijder het tafelinzetstuk (23) van de zaagtafel (4).

14.4.2 Zaagblad verwijderen (afb. 7, 8, 9)

VOORWAARDE: Het zaagblad (3) moet op de maxi-male zaagdiepte worden ingesteld (zie 11.2).

  1. Steek de ringsleutel SW21 (E) op de buitenste zaagbladflens (3b) en bevestig zo de aandrijfas.
  2. Draai de flensbout (3c) met de ringsleutel SW13 (D) tegen de klok in, om de flensbout (3c) te openen.
  3. Houd het zaagblad (3) voorzichtig met één hand vast.
  4. Haal de flensbout (3c) en de buitenste zaagbladflens (3b) van de aandrijfas af.
  5. Haal nu het zaagblad (3) van de aandrijfas en trek dit voorzichtig naar boven uit de zaagtafel (4).

14.4.3 Zaagblad plaatsen (afb. 9)

  1. Reinig zorgvuldig de buitenste zaagbladflens (3b) voordat u een nieuw zaagblad (3) monteert.
  2. Reinig de binnenflens (3a) en plaats deze weer terug.

  3. Plaats een nieuw zaagblad (3) op de aandrijfas. Let op de draairichting: De versteksneden van de tanden moet in de looprichting (naar voren) wijzen. Normaal gesproken wordt de looprichting ook op het zaagblad (3) aangegeven.

  4. Plaats de buitenste zaagbladflens (3b) terug op de aandrijfas. Zorg ervoor dat de buitenste zaagbladflens (3b) correct is uitgelijnd.

  5. Schroef de flensbout (3c) met de hand op de aan- drijfas.

  6. Draai voorzichtig het zaagblad (3) in de looprichting: Het moet nauwkeurig gecentreerd zijn en mag geen "ei" zijn. Controleer op juiste bevestiging van het zaagblad (3) en de buitenste zaagbladflens (3b). Lijn de onderdelen opnieuw uit als het zaagblad niet precies gecentreerd is.

⚠ WAARSCHUWING

Waarschuwing voor onvoorzienbare gevaren en productschade

- Controleer de instelling van het zaagblad na elke zaagbladvervanging.

  1. Houd de buitenste zaagbladflens (3b) met de ringsleutel SW21 (E) vast.

  2. Draai de flensbout (3c) met de ringsleutel SW13 mm (D) met de klok mee vast.

  3. Monteer de zaagbladbescherming (1) en het tafelinzetstuk (23) (zie 9.5).

  4. Controleer de juiste instelling van de splijtwig (2) (zie 9.5.4).

15. Reparatie & bestellen van reserve-onderdelen

Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, on-toegankelijk bewaren.

Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.

Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.

Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.

Aansluitingen en reparaties

Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Geef bij vragen de volgende gegevens door:

  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

15.1 Bestelling van reserveonderdelen

Bij de bestelling van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Modelaanduiding
  • Artikelnummer
  • Gegevens op het typeplaatje

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtdelen*: Koolborstels, tafelinzetstuk, schuifstok, zaagblad

* niet persé meegeleverd!

16. Opslag

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine

- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.

LET OP

Productbeschadiging door verkeerde opslag

  • Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
  • Bewaar het product in de originele verpakking.

  • Bewaar het product op een donkere, droge en vorstvrije locatie buiten het bereik van onbevoegden.

  • De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.
  • Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
  • U kunt het zaagblad (3) en de beide ringsleutels (D en E) op de hiervoor bestemde opslagplaats (26) (afb. 6) bewaren.

17. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting ter plaatse en de gebruikte verlengsnoeren moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.

  • Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt onder de speciale aansluitvoorwaarden. Dit betekent dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
  • Het product kan tijdelijke spanningsschommelingen veroorzaken bij ongunstige condities van het elektriciteitsnet.
  • Het product is uitsluitend voorzien voor het gebruik op aansluitpunten, die a) een maximaal toelaatbare netimpedantie "Z" (Zmax. = 0.292 Ω) mag niet worden overschreden, of b) een duurstroombelastbaarheid van het netwerk van ten minste 100 A per fase hebben.
  • Als gebruiker moet u, zo nodig in overleg met uw energiebedrijf, ervoor zorgen dat het aansluitpunt dat u voor het product wilt gebruiken aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet.

17.1 Defect elektrisch netsnoer

Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deu- openingen worden geleid
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer
  • Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken
  • Scheuren door veroudering van de isolatie

Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.

Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.

Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding.

Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.

Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.

17.2 Wisselstroommotor

  • De netspanning moet 220–240 V\~ zijn.
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 mm ^2 .
  • Verlengsnoeren met een lengte van meer dan 25 m moeten een doorsnede van 2,5 mm ^2 hebben.

Aansluittype Y

Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen.

18. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH HS254 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH HS254 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH HS254 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.

Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

SCHEPPACH HS254 - Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) - 1

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver-wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!

- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.

- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:

- Openbare afvalverwijderings- of inzamelingspunten (b.v. gemeentewerven).

- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.

- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.

- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.

- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.

- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

19. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Zaagblad laat los na het uitschakelen van de motorBevestigingsmoer te licht aangedraaid Bevestigingsmoer rechts schroefdraad vastdraaien
Motor start nietUitval netzekeringNetzekering controleren
Verlengsnoer defect Verlengsnoer vervangen
Aansluitingen op de motor of schakelaar niet OKDoor elektricien laten controleren
Motor of schakelaar defectDoor elektricien laten controleren
Motor heeft geen vermogen, de zekering wordt geactiveerdOnvoldoende doorsnede van het verlengsnoerZie "Elektrische aansluiting
Overbelasting door stomp zaagbladZaagblad vervangen
Brandplekken op de zaagsnedeStomp zaagbladZaagblad slijpen (alleen door een geautoriseerde slijper) of vervangen
Onjuist zaagbladZaagblad vervangen
Motor onjuiste draairichtingCondensator defectDoor elektricien laten controleren
Onjuiste aansluitingLaat een elektricien de polariteit van de wandcontactdoos veranderen

Galda ieliktnis 5901313036

Bīdstienis 5901313021

Oglu sukas 5901308021

Merknad om emballasjen

SCHEPPACH HS254 - Verhelpen van storingen - 1

SCHEPPACH HS254 - Verhelpen van storingen - 2

SCHEPPACH HS254 - Verhelpen van storingen - 3

Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje på en miljøvennlig måte.

Merknader om elektro- og elektronikkenhetsloven (ElektroG)

SCHEPPACH HS254 - Verhelpen van storingen - 4

- Purtati manusi de protectie.

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.

Garantía ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : HS254

Categorie : Zaag