ASP 100 - Motorfrees accessoire STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ASP 100 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ASP 100 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfrees accessoire in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ASP 100 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ASP 100 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING ASP 100 STIHL
NL Gebruiksaanwijzing
Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting.
STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding.
Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product.

Dr. Nikolas Stihl
BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN.
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 60
Algemeen 60
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 60
Beschrijving van het apparaat 60
Voor uw veiligheid 61
Algemeen 61
Vóór het werken 61
Tijdens het werken 61
Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen 62
Afvoer 62
Toelichting van de symbolen 62
Leveringsomvang 62
Frame monteren 63
Algemene informatie over het monteren van het opzetframe 63
Modelcode op de zitmaaier aflezen en montagevariant bepalen 63
Frame monteren variant 1 63
Frame monteren variant 2 63
Sneeuwruimschild in elkaar zetten 63
Sneeuwruimschild in elkaar zetten 63
Montage en demontage sneeuwruimschild 64
Afdekking monteren 64
Sneeuwruimschild monteren 64
Uitneemstang monteren 65
Zwenkstang monteren 65
Sneeuwruimschild demonteren 65
Afdekking demonteren 66
Bedieningselementen 66
Uitneempedaal 66
Zwenkstang 67
Aanwijzingen voor werken 67
Sneeuwruimen over een grote oppervlakte 67
Sneeuwruimen op wegen 67
Zitmaaier winterklaar maken 67
Maatregelen voor gebruik in de winter 67
Apparaat in gebruik nemen 68
Zitmaaier klaarmaken voor gebruik 68
Sneeuwruimschild in transportstand zetten 68
Sneeuwruimschild tot in de werkstand laten zakken 68
Sneeuwruimschild zwenken 68
Sneeuw ruimen 68
Zitmaaier met sneeuwruimschild stallen 69
Onderhoud 70
Algemeen 70
Onderhoudsschema 70
Smeren 70
Glijstrip omkeren of vervangen 71
Drukveer afstellen 71
Sneeuwruimschild instellen 71
Drukwielen instellen 71
Klapveren instellen 72
Uitneemstang instellen 72
Transport 72
Sneeuwruimschild optillen 72
Zitmaaier met gemonteerd sneeuwruimschild transporteren 73
Standaard reserveonderdelen 73
Accessoires 73
Sneeuwkettingen 73
Milieubescherming 73
Verklaring voor het inbouwen van een onvolledige machine 73
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
STIHL werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden.
Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Het is mogelijk dat in deze gebruiksaanwijzing modellen worden beschreven die niet in elk land verkrijgbaar zijn.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht op het kopiëren, vertalen en het verwerken met elektronische systemen.
2.2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik 'links' en 'rechts' in de gebruiksaanwijzing: de gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren.
Hoofdstukverwijzing:
naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (⇔ 3.)
Markeringen van tekstpassages:
de beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn.
Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
- productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden.

Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel.

Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.

Aanwijzing
Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

3. Beschrijving van het apparaat
1 Sneeuwruimschild compleet
2 Blokkeerhefboom
3 Uitneempedaal
4 Zwenkstang
5 Uitneemstang
6 Vergrendelingshendel
7 Handgreep
8 Klapveren
9 Glijstrip
10 Drukwielen

4. Voor uw veiligheid
4.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met deze zitmaaier en met gemonteerd toebehoren moeten de voorschriften ter
preventie van ongevallen beslist in acht worden genomen.

Vóór de eerste inbedrijfstelling moet u de hele gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de
gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Neem ook de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier ter harte – met name de veiligheidsaanwijzingen in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid".
De veiligheidsaanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing zijn een aanvulling op de veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier.
Let op – Gevaar voor ongevallen!
Het sneeuwruimschild mag alleen voor het ruimen van sneeuw worden gebruikt. Een andere toepassing is niet toegestaan.

Levensgevaar door verstikking!
Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met verpakkingsmateriaal. Houd verpakkingsmateriaal altijd buiten het bereik van kinderen.
Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw STIHL vakhandelaar door nieuwe originele
stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien.
4.2 Vóór het werken
Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen.
Maak uzelf vóór het gebruik met alle bedieningselementen van de toebehoren vertrouwd.
Monteer sneeuwkettingen op de wielen als u de zitmaaier op een met sneeuw of ijs bedekte rijbaan gebruikt.
Sneeuwkettingen zijn als accessoire verkrijgbaar (zie hoofdstuk "Aanbevolen accessoires").
Zorg tijdens het ruimen altijd voor voldoende verlichting.
Maak uzelf vóór het ruimen vertrouwd met de vorm van het te ruimen oppervlak. Vermijd kuilen zoals gaten en putten te allen tijde.
Controleer het volledig te ruimen oppervlak en markeer of verwijder alle uitstekende obstakels zoals terrassen, tegels, begrenzingen, grote stenen, enz. Obstakels kunnen door sneeuw gemakkelijk verborgen zijn.
Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsvoorzieningen.
Let er vóór elk gebruik op dat bij een gemonteerd sneeuwruimschild de vergrendelingshendel helemaal vastgeklikt is. (⇒ 9.2)
Kans op letsel!
Neem het apparaat alleen in goed gemonteerde toestand in gebruik.
De correcte toestand moet visueel worden gecontroleerd alvorens het apparaat in te schakelen!
Correct betekent dat het apparaat volledig in elkaar is gezet, in het bijzonder betekent dit:
– beide drukwielen zijn gemonteerd,
- de beschermkap aan het sneeuwruimschild moet gemonteerd en in orde zijn,
- de glijstrip moet gemonteerd en in orde zijn,
- alle borgsplitpennen moeten volgens de voorschriften gemonteerd zijn,
- alle schroefverbindingen moeten aanwezig en goed aangetrokken zijn.
4.3 Tijdens het werken
Opgelet – kans op letsel!
Door de montage van het opzetframe en het sneeuwruimschild verandert het rijgedrag van de zitmaaier als gevolg van de grotere lengte, het extra gewicht op de vooras (bandenspanning) en het gewijzigde zwaartepunt.
Pas de rijsnelheid hierop aan.
Opgelet – kans op letsel!
Onder de te ruimen sneeuwlaag kunnen zich onzichtbare obstakels bevinden. Houd het stuurwiel daarom tijdens het sneeuwruimen altijd met beide handen stevig vast.
Voorkom abrupt sturen en remmen.
Pas de rijsnelheid altijd aan de omgevingsomstandigheden aan. Kies op sneeuw of ijs vanwege de verminderde tractie van de wielen altijd een langzame rijsnelheid (stapvoets).
De verminderde tractie van de wielen op sneeuw of ijs heeft onder andere het volgende effect op de rijeigenschappen:
- Langere remweg.
- Sterke neiging tot onderstuur. Bij stuurbewegingen kan de zitmaaier niet in het spoor blijven en schuift met ingedraaide voorwielen rechtdoor of maakt een grotere bocht.
- Bij het rijden op hellingen kan de zitmaaier gemakkelijker naar beneden glijden.
Het sturen gaat bij een gemonteerd sneeuwruimschild door het extra gewicht moeilijker. Pas de rijsnelheid hierop aan.
Opgelet – kans op letsel!
Vermijd het rijden op hellingen bij gebruik in de winter, vooral bij lage temperaturen en op sneeuw en ijs, om te voorkomen dat de zitmaaier door de verminderde grip van de wielen wegglijdt.
Om deze reden kan in de winter vooral bij het sneeuwruimen doorgaans alleen op hellingen met een veel kleinere hellingsgraad dan 10° veilig worden gereden.
4.4 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Gebruik voor het reinigen van het sneeuwruimschild geen hogedrukreiniger. Reinig het sneeuwruimschild alleen onder stromend water (bijv. met een tuinslang).
Sla het apparaat in een veilige staat op.
Verricht voor het opslaan alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden (o.a. smeren). (⇒ 14.2)
Stal het apparaat in een droge, afgesloten ruimte.
Bewaar het sneeuwruimschild op een veilige plaats in een veilige positie. In een veilige positie staat het sneeuwruimschild op de glijstrip en op beide drukwielen. Zorg er bovendien voor dat het sneeuwruimschild niet kan omvallen of vanzelf in beweging kan komen.
4.5 Afvoer
Afvalproducten kunnen schadelijk zijn voor mens, dier en milieu en moeten daarom deskundig worden afgevoerd.
Neem contact op met het milieupark of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
5. Toelichting van de symbolen

Let op!
Lees vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing.

Opgelet! Kans op kneuzingen!
Houd handen of voeten nooit tegen of onder bewe- gende delen.

Kans op letsel!
Houd andere personen uit de gevarenzone.

Kans op brandwonden!
Raak hete oppervlakken niet aan. Onderdelen van de verbrandingsmotor, met name de uitlaat en omringende onderdelen, worden extreem heet.

ASP 125:
Draag bij alle werkzaamhe- den aan het sneeuwruimschild, het opzetframe of de ophanging met greep werkhandschoenen!
6. Leveringsomvang

Pos. Omschrijving Stk. ASP 100:
A Sneeuwruimschild 1
compleet
B Opzetframe 1
C Uitneemstang 1
ASP 125:
A Sneeuwruimschild 1 compleet
B Opzetframe 1
Pos. Omschrijving Stk.
C Uitneemstang 1
D Afdekking 1
ASP 100, ASP 125:
E Ophanging 1
sneeuwruimschild
F Bout 4
G Borgmoer 4
H Zwenkstang 1
- Gebruiksaanwijzing 1
7. Frame monteren
7.1 Algemene informatie over het monteren van het opzetframe
De montage van het opzetframe is afhankelijk van de modelcode van de zitmaaier. Het opzetframe kan in twee varianten worden gemonteerd. Voor het bepalen van de juiste montagevariant moet eerst de modelcode op de zitmaaier worden afgelezen. Aan de hand van deze modelcode kan de juiste montagevariant worden bepaald. (7.2)
7.2 Modelcode op de zitmaaier aflezen en montagevariant bepalen
- Klap de stoel op en lees op het typeplaatje de modelcode (het type) af.
Montagevariant 1: ( 7.3)
RT 4082
Montagevariant 2: ( 7.4)
RT 4097 S, RT 4097 SX, RT 4112 S, RT 4112 SZ /
RT 5097, RT 5097 C, RT 5097 Z, RT 5112 Z /
RT 6112 C, RT 6127 ZL, RT 6112 ZL
7.3 Frame monteren variant 1

Bij het model RT 4082 kan het opzetframe van het sneeuwruimschild als volgt aan de zitmaaier worden gemonteerd:
- Schuif het opzetframe (B) erop en steek de bouten (F) van buiten door de gaten.
- Draai de borgmoeren (G) erop (niet aanhalen). Herhaal de procedure aan andere zijde.
- Houd de borgmoeren (G) met een steeksleutel tegen en draai de bouten (F) met 17-23 Nm vast. Voer dit bij alle vier bouten uit.
7.4 Frame monteren variant 2

Bij de volgende modellen kan het opzetframe van het sneeuwruimschild als volgt aan de zitmaaier worden gemonteerd:
RT 4097 S, RT 4097 SX, RT 4112 S, RT 4112 SZ /
RT 5097, RT 5097 C, RT 5097 Z, RT 5112 Z /
RT 6112 C, RT 6112 ZL, RT 6127 ZL:
- Gebruik de gaten (X) in het frame voor de schroefverbinding.
- Schuif het opzetframe (B) erop en steek de bouten (F) van buiten helemaal door de gaten. Draai de borgmoeren (G) aan de binnenkant van het frame erin (niet aanhalen).
• Herhaal de procedure aan andere zijde. - Houd de borgmoeren (G) met een steeksleutel tegen en draai de bouten (F) met 25-35 Nm vast. Voer dit bij alle vier bouten uit.
8. Sneeuwruimschild in elkaar zetten
8.1 Sneeuwruimschild in elkaar zetten

- Trek de borgringen (1) aan één kant van de bouten (2) eraf. Trek de bouten (2) uit de ophanging van het sneeuwruimschild (E) en verwijder deze bouten.
- Plaats de ophanging van het sneeuwruimschild (E) op het sneeuwruimschild (3). Steek de bouten (2) tot aan de aanslag in de boringen van het sneeuwruimschild (3) en van de ophanging van het sneeuwruimschild (E). Schuif de borgringen (1) tot aan de aanslag (2) op beide bouten.
- ASP 100: Steek de uitneemstang (C) van binnen in de boring van de houder (4). Steek de borgsplitpen (5) in de boring van de uitneemstang (C).
- ASP 125:
Steek de uitneemstang (C) van buiten in de boring van de houder (4). Steek de borgsplitpen (5) in de boring van de uitneemstang (C).
9. Montage en demontage sneeuwruimschild
9.1 Afdekking monteren


Aanwijzing!
Om schade aan het uitwerpkanaal bij een niet-gemonteerd maaiwerk te voorkomen, moet deze bij de modellen RT 4082, RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z en RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL worden gedemonteerd. Bij een niet-gemonteerd uitwerpkanaal moet als veiligheidsvoorziening de afdekking worden gemonteerd.
- RT 4082, RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z en RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL: Demonteer het uitwerpkanaal. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z: Breng de afdekking (D) met de binnenste boringen (1) op de bouten (2) aan. Bevestig de afdekking (D) door de moeren (3) erop te draaien.
- RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL: Breng de afdekking (D) met de buitenste boringen (4) op de bouten (2) aan. Bevestig de afdekking (D) door de moeren (3) erop te draaien.
9.2 Sneeuwruimschild monteren


Kans op letsel!
Til het sneeuwruimschild (A) bij het monteren niet op. Let op het gewicht van het complete sneeuwruimschild. (⇒ 21.)
Uit veiligheidsoverwegingen wordt aanbevolen om het sneeuwruimschild alleen met hulp van een tweede persoon op te tillen. (⇒ 16.1)
Bij het monteren van het sneeuwruimschild mogen zich geen andere personen in de directe omgeving ophouden.
ASP 125:
Draag bij het monteren van het sneeuwruimschild werkhandschoenen. Kans op brandwonden door hete onderdelen (uitlaat, enz.) van de zitmaaier!
- Schakel de verbrandingsmotor uit (zie de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Trek de handrem aan (zie de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Demonteer het maaiwerk. (Voer de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier nauwgezet en volledig uit.)
• Monteer de afdekking. (⇒ 9.1)

Houd het sneeuwruimschild bij het monteren met één hand aan de handgreep (2) vast. Bedien met de andere hand de vergrendelingshendel (6).
Kans op verbranding!
Raak de hete uitlaat bij het bedienen van de vergrendelingshendel niet aan. Een uitzondering is het model RT 4082. Hierbij bevindt de uitlaat zich niet in de buurt van de vergrendelingshendel.
Kans op knellen!
Houd het sneeuwruimschild bij het monteren niet tegen bewegende delen.
- Kantel het sneeuwruimschild (A) iets zodat het op beide drukwielen staat. Til de ophanging van het sneeuwruimschild (1) aan de handgreep (2) op. Schuif het sneeuwruimschild naar het bevestigingsgat (3) van het opzetframe (4). Steek de bout (5) in het bevestigingsgat (3).
- Schuif de vergrendelingshendel (6) naar buiten tot de pijl op de vergrendelingshendel bij de buitenste markering (A) staat.
- Schuif het sneeuwruimschild (A) tot de aanslag naar het opzetframe (4). Laat de vergrendelingshendel (6) weer los en let erop dat deze volledig vastklikt. In vastgeklikte toestand staat de pijl op de vergrendelingshendel bij de binnenste markering (B).
• Monteer de uitneemstang. (⇒ 9.3)
• Monteer de zwenkstang. (⇔ 9.4)
9.3 Uitneemstang monteren

- Monteer het sneeuwruimschild. (⇒ 9.2)
- Lees vóór het monteren van de uitneemstang het hoofdstuk "Uitneemstang instellen". (⇒ 15.3)
- Steek de uitneemstang (C) in een van de drie boringen van de uitneemarm (1). Steek de borgsplitpen (2) in de boring van de uitneemstang.
9.4 Zwenkstang monteren


Aanwijzing!
Knip bij eerste montage de kabelbinder met behulp van een zijsnijtang bij de houder door en verwijder de kabelbinder – Opgelet! Kans op snijwonden!
- Monteer het sneeuwruimschild. (⇒ 9.2)
- Schuif de zwenkstang (I) van boven in de ringmoer (1).
- Schuif de zwenkstang (1) in de houder (2) en in de veer (3) op het sneeuwruimschild. Haak de ontgrendelingsstang (4) in de zwenkstang (1). Steek de borgsplitpen(5) door de boring van de zwenkstang (1).
9.5 Sneeuwruimschild demonteren


Kans op letsel!
Til het sneeuwruimschild bij het demonteren niet op. Let op het gewicht van het complete sneeuwruimschild. (⇒ 21.)
Uit veiligheidsoverwegingen wordt aanbevolen om het sneeuwruimschild alleen met hulp van een tweede persoon op te tillen. (⇒ 16.1)
Bij het demonteren van het sneeuwruimschild mogen zich geen andere personen in de directe omgeving ophouden.
ASP 125:
Draag bij het demonteren van het sneeuwruimschild werkhandschoenen. Kans op brandwonden door hete onderdelen (uitlaat, enz.) van de zitmaaier!
- Schakel de verbrandingsmotor uit (zie de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Trek de handrem aan (zie de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Zwenk het sneeuwruimschild in de middelste stand. (⇒ 13.4)
- Laat het sneeuwruimschild tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)
Stap 1
Zwenkstang demonteren:
- Zwenkstang van het sneeuwruimschild losshaken:
trek de borgsplitpen (1) aan de zwenkstang (2) eruit, trek de ontgrendelingsstang (3) van de zwenkstang en leg deze weg. Trek de zwenkstang (2) uit de veer (4) en de houder (5). - Zwenkstang van het frame demonteren:
trek de zwenkstang (2) naar boven toe uit de ringmoer (6).
Stap 2
Uitneemstang losshaken:
- trek de borgsplitpen (7) aan de uitneemstang (8) eruit. Maak de uitneemstang (8) van de uitneemarm (9) los. Draai de uitneemstang (8) naar voren en zet deze tegen het sneeuwruimschild.
Stap 3
Sneeuwruimschild demonteren:

Houd het sneeuwruimschild bij het demonteren met één hand aan de handgreep (10) vast. Bedien met de andere hand de vergrendelingshendel (11).
Kans op verbranding!
Raak de hete uitlaat en de omringende delen bij het bedienen van de vergrendelingshendel niet aan. Een uitzondering is het model RT 4082. Hierbij bevindt de uitlaat zich niet in de buurt van de vergrendelingshendel.
Kans op knellen!
Houd het sneeuwruimschild bij het demonteren niet tegen bewegende delen.
- Trek de vergrendelingshendel (11) tot de markering (A) naar buiten en houd deze vast. Trek het sneeuwruimschild (12) naar voren, tot de bout (13) gemakkelijk bereikbaar is.
- Laat de vergrendelingshendel (11) weer los.

Voorkom schade aan het apparaat!
Bij het monteren van het maaiwerk moet altijd de afdekking worden gedemonteerd en moet het uitwerpkanaal worden gemonteerd. Gebruik het maaiwerk alleen met gemonteerd uitwerpkanaal.
9.6 Afdekking demonteren


Aanwijzing
Bij de modellen RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z en RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL moet na demontage de afdekking van het uitwerpkanaal worden gemonteerd.
- Draai de moeren (1) er helemaal af en verwijder deze.
- Trek de afdekking (2) van de bouten (3) af en verwijder deze.
- Monteer het uitwerpkanaal (zie de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
10. Bedieningselementen
10.1 Uitneempedaal


Kans op kneuzingen!
Bedien het uitneempedaal alleen vanuit de bestuurdersstoel van de zitmaaier.
Bij het laten zakken van het sneeuwruimschild mogen zich geen andere personen in de directe omgeving ophouden. Bedien het uitneempedaal alleen als de zitmaaier stilstaat. Houd het uitneempedaal tijdens het bedienen (heffen of laten zakken) altijd stevig met de voet tegen en bedien het pedaal gecontroleerd tot de werkstand of de transportstand is bereikt. Laat het sneeuwruimschild bij het laten zakken niet abrupt op de grond vallen.

Aanwijzing!
Voor het bedienen van de uitneemstang kunnen afhankelijk van de instelling de volgende maximale krachten vereist zijn:
ASP 100: 255N (26kg)
ASP 125: 294N (30kg)
Het sneeuwruimschild heeft twee standen: de transportstand en de werkstand. Als het sneeuwruimschild in de transportstand staat, is het sneeuwruimschild opgeheven en raakt de grond niet. Als het sneeuwruimschild in de werkstand staat, rust het sneeuwruimschild met het volle gewicht op de grond.
Met behulp van het uitneempedaal kan het sneeuwruimschild heel eenvoudig vanuit de bestuurdersstoel in een andere stand worden gezet.
Sneeuwruimschild heffen:
- Druk het uitneempedaal (1) met de voet naar beneden tot de klemnok (2) van de blokkeerhendel (3) op de bout (4) vastklikt.
Sneeuwruimschild laten zakken:
- Druk met de voet licht op het uitneempedaal (1). Druk daarbij de blokkeerhendel (3) met de punt van de voet tot de aanslag naar voren en houd de blokkeerhendel in deze positie. Laat het uitneempedaal (1) langzaam opkomen tot het sneeuwruimschild helemaal op de grond ligt. Haal uw voet van het uitneempedaal (1).
10.2 Zwenkstang


Kans op kneuzingen!
Bedien de zwenkarmontgrendeling alleen vanuit de bestuurdersstoel van de zitmaaier.
Bij het zwenken van het sneeuwruimschild mogen zich geen andere personen in de directe omgeving ophouden. Na het bedienen van de zwenkarmontgrendeling kan het sneeuwruimschild met behulp van de zwenkstang in 3 posities worden gezwenkt.
Bedien de zwenkarmontgrendeling niet tijdens het sneeuwruimen.
Hef het sneeuwruimschild steeds voor het bedienen van de zwenkarmontgrendeling tot in de transportstand om het te ontlasten.
Door het draaien van de zwenkstang (1) wordt het sneeuwruimschild ontgrendeld. Het sneeuwruimschild kan worden gezwenkt.
Na het loslaten van de zwenkstang (1) klikt het sneeuwruimschild in een van de 3 posities vast. Na het vastklikken is het sneeuwruimschild vergrendeld.
Sneeuwruimschild ontgrendelen en zwenken:
- Draai de zwenkstang (1) aan de greep naar binnen (rechtsom) en houd deze vast. Het vergrendelmechanisme is ontgrendeld en het sneeuwruimschild kan worden gezwenkt door aan de zwenkstang te trekken of te schuiven.
Sneeuwruimschild vergrendelen:
- Laat de zwenkstang (1) los, Als het sneeuwruimschild in een van de 3 posities staat, klikt het vergrendelmechanisme automatisch vast. Het sneeuwruimschild is vergrendeld en kan niet meer worden gezwenkt tot het eerst weer wordt ontgrendeld.
11. Aanwijzingen voor werken

Waarschuwing! Kans op letsel!
Lees vóór het in bedrijf stellen het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇔ 4.) Neem alle informatie door voor het veilig werken met het apparaat. U mag met de zitmaaier niet aan het verkeer deelnemen.
Houd bij het sneeuwruimen rekening met de sneeuwhoogte en de structuur van de sneeuw (hangt af van de temperatuur). Deze twee factoren hebben een grote invloed op de werking van het apparaat.
11.1 Sneeuwruimen over een grote oppervlakte
Voorbeelden: brede oprit, parkeerplaats, binnenplaats, enz.
Tips:
- Zet het sneeuwruimschild recht (90° ten opzichte van de rijrichting).
- Maak eerst afhankelijk van de sneeuwhoogte en de structuur van de sneeuw in het midden van het te ruimen oppervlak met de zitmaaier of met een sneeuwschep een spoor vrij.
- Verwijder steeds een aan de sneeuwhoogte, de structuur van de sneeuw en de tractie van de wielen aangepaste hoeveelheid sneeuw van het linker- en rechtersneeuwoppervlak. Herhaal dit tot het complete oppervlak is geruimd.
11.2 Sneeuwruimen op wegen
Voorbeelden:
smalle weg in een park, enz.
Tip:
- Zwenk het sneeuwruimschild naar links of naar rechts en laat het vastklikken. Let bij het sneeuwruimen op het verloop van de weg.
12. Zitmaaier winterklaar maken
12.1 Maatregelen voor gebruik in de winter

Aanwijzing
Voor het gebruik van de zitmaaier in de winter zijn vanwege de koude en natte omstandigheden extra maatregelen nodig. Hierdoor blijft de zitmaaier te allen tijde gereed voor gebruik en voorkomt u schade aan het apparaat.
Aanbevelingen voor het veilige gebruik van de zitmaaier in de winter:
- Gebruik bij lage temperaturen motorolie met de aanduiding HD 15 W40.
- Berg de zitmaaier na gebruik op in een afgesloten en goed geventileerde ruimte (garage). Laat het apparaat indien mogelijk niet buiten staan.

Kans op letsel!
Explosiegevaar door benzine! Plaats de zitmaaier niet in de buurt van een warmtebron.
13. Apparaat in gebruik nemen

Kans op letsel!
Lees vóór het in bedrijf stellen het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 4.) Neem alle informatie door voor het veilig werken met het apparaat. Ook moet u alle veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier in acht nemen. Door de montage van het sneeuwruimschild aan de zitmaaier verandert het rijgedrag van de zitmaaier als gevolg van het extra gewicht, de gewijzigde gewichtsverdeling (gewijzigd zwaartepunt) en de gewijzigde totale lengte.
- Controleer vóór het in bedrijf stellen de instellingen van het sneeuwruimschild en wijzig deze zo nodig. (⇒ 15.)
- Maak uzelf vóór het in bedrijf stellen vertrouwd met alle bedieningselementen van het sneeuwruimschild. (⇒ 10.)
- Maak uzelf vóór het in bedrijf stellen vertrouwd met alle bedieningselementen van de zitmaaier.
13.1 Zitmaaier klaarmaken voor gebruik
- RT 4097 S/ SX, RT 4112 S/ SZ: Demonteer het maaiwerk. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- RT 4082, RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z, RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL: Demonteer het maaiwerk, neem de grasopvangbox weg en demonteer het uitwerpkanaal. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z, RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL: Afdekking monteren ( 9.1).
- Maak de zitmaaier winterklaar. (⇒ 12.)
13.2 Sneeuwruimschild in transportstand zetten
- Rem de zitmaaier af totdat deze helemaal stil staat. (Zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Hef het sneeuwruimschild. (⇒ 10.1)
13.3 Sneeuwruimschild tot in de werkstand laten zakken
- Rem de zitmaaier af totdat deze helemaal stil staat. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Laat het sneeuwruimschild zakken. (⇒ 10.1)


13.4 Sneeuwruimschild zwenken
- Rem de zitmaaier af totdat deze helemaal stil staat. (Zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Hef het sneeuwruimschild tot in de transportstand.
- Draai de zwenkstang en houd deze vast. (⇒ 10.2)
- Zwenk het sneeuwruimschild in de gewenste positie door aan de zwenkstang te trekken of te schuiven. (⇒ 10.2)
- Laat de zwenkstang los en let erop dat het vergrendelmechanisme aan het sneeuwruimschild vastklikt.
13.5 Sneeuw ruimen

Kans op letsel!
Voer het sneeuwruimen alleen stapvoets en niet met maximale rijsnelheid uit. Controleer het te ruimen oppervlak eerst op uitstekende voorwerpen (terrassen, stoepen, tegels, enz.) en verwijder of markeer deze indien nodig. Nader grote sneeuwhopen (bijv. al bijeengeschoven sneeuw) alleen met een lage snelheid.

Aanwijzing
Lees vóór het ruimen het hoofdstuk "Aanwijzingen voor werken" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 11.)
Wegrijden (hydrostatische transmissie):
Aanwijzing
Of de zitmaaier met een hydrostatische transmissie of met een schakeltransmissie is uitgerust, vindt u in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier.
- Start de verbrandingsmotor. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Schakel zo nodig het licht in. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Hef het sneeuwruimschild tot in de transportstand. (⇒ 13.2)
- Rijd met de zitmaaier het te ruimen oppervlak op. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Zet de gashendel in de stand MAX. De gashendel moet tijdens het ruimen altijd in de stand MAX staan. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Zwenk het sneeuwruimschild in de gewenste stand. (⇒ 10.2)
- Laat het sneeuwruimschild tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)
- Trap het aandrijfpedaal voorzichtig en langzaam in. De zitmaaier zet zich langzaam in beweging. Verhoog zo nodig de rijsnelheid. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
Remmen (hydrostatische transmissie):
- Laat het aandrijfpedaal opkomen tot de zitmaaier tot stilstand komt. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Trap zo nodig de rem in. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Hef het sneeuwruimschild zo nodig tot in de transportstand. (⇒ 13.2)
Wegrijden (schakeltransmissie):

Aanwijzing
Of de zitmaaier met een hydrostatische transmissie of met een schakeltransmissie is uitgerust, vindt u in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier.
- Start de verbrandingsmotor. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Schakel zo nodig het licht in. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Hef het sneeuwruimschild tot in de transportstand. (⇒ 13.2)
- Rijd met de zitmaaier het te ruimen oppervlak op. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Zet de gashendel in de stand MAX. De gashendel moet tijdens het ruimen altijd in de stand MAX staan. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Zwenk het sneeuwruimschild in de gewenste stand. (⇒ 10.2)
- Laat het sneeuwruimschild tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)

Kans op letsel!
Het sneeuwruimen mag bij modellen met schakeltransmissie om veiligheidsredenen alleen in de 1e versnelling worden uitgevoerd.
- Schakel bij ingetrapt koppelings-/rempedaal de 1e versnelling in. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Laat het koppelings-/rempedaal langzaam opkomen. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
Remmen (schakeltransmissie):
- Trap het koppelings-/rempedaal gelijkmatig in en houd het ingetrapt. De zitmaaier stopt. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Hef het sneeuwruimschild zo nodig tot in de transportstand. (⇒ 13.2)
13.6 Zitmaaier met sneeuwruimschild stallen

Kans op letsel!
Als de zitmaaier na gebruik wordt gestald, moet u het sneeuwruimschild uit veiligheidsoverwegingen altijd helemaal laten zakken.
- Stal de zitmaaier op een veilige wijze. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Trek de handrem aan. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Laat het sneeuwruimschild helemaal zakken. (Werkstand) (⇒ 13.3)
14. Onderhoud

Kans op letsel!
Lees voorafgaand aan alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 4.) Lees bovendien het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier aandachtig door en volg de instructies op. Trek voorafgaand aan alle onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden de contactsleutel eruit en bewaar deze op een veilige plek (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
Kans op brandwonden!
Laat het apparaat (zitmaaier) vóór alle onderhoudswerkzaamheden helemaal afkoelen. Houd vooral rekening met het gebied rondom de uitlaat.

Aanwijzing
Laat het sneeuwruimschild altijd helemaal zakken voordat u de motorkap opent. (⇔ 13.3)
14.1 Algemeen
Het hoofdstuk Onderhoud betreft uitsluitend het sneeuwruimschild.
De volgende punten moeten voorafgaand aan onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden te allen tijde worden opgevolgd:
- Plaats de zitmaaier op een vlakke en stevige ondergrond.
- Schakel de verbrandingsmotor uit (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Laat het sneeuwruimschild helemaal zakken (werkstand). (⇒ 13.3)
- Trek de contactsleutel eruit en bewaar deze op een veilige plek (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Trek de handrem aan. (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier)
- Laat de verbrandingsmotor afkoelen.
- Trek de contactsleutel eruit (zie gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
- Lees het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 4.)
14.2 Onderhoudsschema
Houd de opgegeven onderhoudsintervallen nauwkeurig aan.
Onderhoudswerkzaamheden na de eerste 5 bedrijfsuren:
- Alle schroefverbindingen op correcte montage controlleren.
Onderhoudswerkzaamheden vóór elk gebruik:
- Beide drukwielen en de glijstrip op slijtage controleren.
Onderhoudswerkzaamheden na elk gebruik:
- Sneeuwruimschild en zitmaaier goed reinigen en strooizout verwijderen. Sneeuwruimschild zo nodig smeren. (⇔ 14.3)
14.3 Smeren
Wij raden aan om alle bewegende delen naar behoefte met een in de handel verkrijgbare smeervetspray (bijvoorbeeld smeervetspray van Teroson) te smeren.
Als het sneeuwruimschild voor langere tijd wordt gestald, moeten eerst alle bewegende delen met een in de handel verkrijgbare smeervetspray worden gesmeerd.

Verbrandingsgevaar!
Laat het apparaat vóór alle smeerwerkzaamheden helemaal afkoelen. Let met name op de geluiddemper en alle omringende onderdelen (uitgezonderd het model RT 4082).
Afdekking demonteren 1:
• Draai de dopmoeren (1) eraf.
• Draai de moeren (2) eraf.
- Trek de bouten (3) uit de gaten van het sneeuwruimschild (4) en haak de veren (5) los.
- Draai de twee moeren (6) eraf. Verwijder de bouten (7) en de moeren (6).
- Trek de afdekking (8) er naar boven af.
Smering van het sneeuwruimschild 2:
- Vet alle smeerpunten (A) aan beide kanten met een in de handel verkrijgbare smeervetspray in.
Afdekking monteren 3:
- Plaats de afdekking (8).
- Steek beide bouten (7) van boven door de gaten en draai de moeren (6) erop. Haal de moeren (6) met 2-4 Nm aan.
- Haak de veren (5) in en steek de bouten (3) door de bijbehorende gaten in het sneeuwruimschild (4).
- Draai de moeren (2) erop en haal deze aan.
- Draai de dopmoeren (1) erop en haal deze aan.
- Controleer de instelling van de klapveren. (⇒ 15.2)
Smering van het opzetframe 4:
- Vet alle smeerpunten (B) aan beide kanten met een in de handel verkrijgbare smeervetspray in.

Aanwijzing:
Verwijder overtollig vet en voer dit conform de milieuregels af.
14.4 Glijstrip omkeren of vervangen


Aanwijzing
Voor een optimale werking van het sneeuwruimschild moet de glijstrip correct zijn ingesteld. Keer een sterk versleten of beschadigde glijstrip om of vervang deze.
Glijstrip demonteren:
- Zet het sneeuwruimschild in de transportstand.
- Leg om veiligheidsredenen een stevige ondersteuning (1) (bijv. een houten blok) onder beide drukwielen (2) (rechter- en linkerzijde van het sneeuwruimschild).
- Draai de moeren (3) eraf en de bouten (4) eruit. Verwijder vervolgens de glijstrip (5).
Glijstrip monteren:
- Keer de glijstrip (5) om (versleten kant naar boven) of vervang deze.
- Plaats de glijstrip (5) zo dat de onderrand evenwijdig met de ondergrond loopt (let op de positie van de afschuining).
- Steek de bouten (4) door de boringen van het sneeuwruimschild en de glijstrip (5). Schroef de moeren (3) erop en draai deze met 25-35 Nm vast.
- Zet het sneeuwruimschild in de transportstand.
- Verwijder de ondersteuning en laat het sneeuwruimschild tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)
14.5 Drukveer afstellen


Aanwijzing
Bij reparaties moet de drukveer worden afgesteld om het sneeuwruimschild zonder problemen te kunnen monteren.
Veer afstellen:
- Stel de juiste hoogte in door de schroef in of uit te draaien. Beide drukveren moeten gelijk worden gemonteerd.
Hoogte: 22 mm
15. Sneeuwruimschild instellen
15.1 Drukwielen instellen


Aanwijzing
Voor een veilige en goede werking moeten beide drukwielen altijd gelijk ingesteld zijn (dezelfde rangschikking van de schijven).
Hoe hoger de drukwielen zijn ingesteld, des te hoger is de slijtage van de glijstrip.
Voorafgaand aan het instellen van de drukwielen moet de glijstrip worden gecontroleerd en zo nodig worden omgekeerd of vervangen. (⇒ 14.4)
De hoogte van de drukwielen bij levering (spleet tussen glijstrip en ondergrond) geldt als optimale instelling voor een optimale werking.
Instelprocedure:
- Zet het sneeuwruimschild in de transportstand. (⇒ 13.2)
-
Plaats evenwijdig aan het sneeuwruimschild over de hele breedte een stevige ondersteuning (1) (bijv. een houten blok). Laat het sneeuwruimschild (2) zakken en let erop dat het sneeuwruimschild met de glijstrip op de ondersteuning ligt.
-
Trek de borgring (3) op het drukwiel (4) eraf. Verwijder het drukwiel en de schijven (5) naar beneden.
De hoogte van het drukwiel wordt bepaald met de rangschikking van de schijven (5). - Herhaal de procedure aan het andere drukwiel.
- Zet het sneeuwruimschild in de transportstand. (⇒ 13.2)
- Verwijder de ondersteuning en laat het sneeuwruimschild tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)
15.2 Klapveren instellen

De klapveren dienen als veiligheidsvoorziening.
Wanneer u met het sneeuwruimschild tegen een vast obstakel (bijvoorbeeld een stoep) rijdt, klapt het sneeuwruimschild naar voren. Daardoor wordt de botsing gedempt.

Kans op letsel!
Als de door STIHL aanbevolen instelling van de klapveren zodanig wordt veranderd dat de klapveren meer worden gespannen, neemt de kracht van de botsing overeenkomstig toe.

Aanwijzing
De instelling van beide klapveren moet gelijk zijn. Stel de klapveren niet verschillend in.
Aanbevolen instelling:
Beide klapveren moeten bij een optimale instelling licht voorgespannen zijn.
Instelprocedure:
- Zet het sneeuwruimschild in de transportstand. (⇒ 13.2)
- Houd de stelmoer (1) tegen en draai de contramoer (2) los.
- Span de veer licht voor door de stelmoer (1) te draaien.
• Draai de contramoer (2) vast.
• Herhaal de procedure aan andere zijde.
15.3 Uitneemstang instellen


Kans op kneuzingen!
Laat het sneeuwruimschild voorafgaand aan het instellen tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)
Met behulp van de uitneemstang kan de benodigde kracht voor het bedienen van het uitneempedaal worden ingesteld.
Instellingen:
- Maximale uitneempositie: de uitneemstang (1) wordt in de bovenste boring van de uitneemarm vastgehaakt.
- Middelste uitneempositie: de uitneemstang (1) wordt in de middelste boring van de uitneemarm vastgehaakt.
- Minimale uitneempositie: de uitneemstang (1) wordt in de onderste boring van de uitneemarm vastgehaakt.
Instelprocedure:
- Maak de borgsplitpen (2) van de uitneemstang (1) los.
- Plaats de uitneemstang (1) naar keuze in een van de drie gaten in de uitneemarm (3) en zet de uitneemstang met de borgsplitpen (2) vast.

Aanwijzing
Hoe hoger de uitneemstang is ingesteld, des te meer kracht is er nodig voor het bedienen van het uitneempedaal.
Een lage instelling van de uitneemstang verkleint de hefhoogte van het sneeuwruimschild.
16. Transport
16.1 Sneeuwruimschild optillen


Kans op letsel!
Til het sneeuwruimschild alleen met behulp van een tweede persoon op. Let daarbij op het gewicht van het sneeuwruimschild. (⇒ 21.)
Houd het sneeuwruimschild bij het optillen niet tegen bewegende delen.
Draag bij het optillen altijd veiligheidsschoenen met stroeve zolen.
- Houd het sneeuwruimschild bij het optillen aan de grepen (A) vast.
16.2 Zitmaaier met gemonteerd sneeuwruimschild transporteren

Gevaar voor ongevallen! Lees vóór het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" door en volg de instructies op. (⇒ 4.) Volg bovendien de instructies in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" in de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier op. Als de zitmaaier met gemonteerd sneeuwruimschild op een laadoppervlak of op een aanhanger wordt getransporteerd, moet het sneeuwruimschild tijdens het transport altijd in de werkstand staan. Let op het totale gewicht bij het laden.
- Zet de uitneemstang in de maximale uitneempositie. (⇒ 15.3)
- Zet het sneeuwruimschild in de transportstand en rijd de zitmaaier op het laadoppervlak. Trek vervolgens de handrem aan. (⇒ 13.2)
- Laat het sneeuwruimschild tot in de werkstand zakken. (⇒ 13.3)
- Maak de zitmaaier vast met hiervoor geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, touwen, enz.).
17. Standaard reserveonderdelen
Glijstrip: 6907 731 8305
Drukwielen: 6170 704 9700
18. Accessoires

Aanwijzing
Voor een veilig en optimaal gebruik van de zitmaaier in de winter (andere omgevingsomstandigheden) wordt extra toebehoren aanbevolen.
18.1 Sneeuwkettingen
Sneeuwketting zorgen voor een betere tractie van de achterwielen op een met ijs of sneeuw bedekte rijbaan.
Sneeuwkettingen 16 inch ASK 016:
6907 730 3445
Sneeuwkettingen 18 inch ASK 018:
6907 730 3432
Sneeuwkettingen 20 inch ASK 020:
6907 730 3437

Aanwijzing
Houd er bij het gebruik van sneeuwkettingen rekening mee dat de ondergrond (straatstenen, asfalt, enz.) beschadigd kan raken (krassen).
De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn met recycleerbaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden
verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u het hergebruik van waardevolle stoffen. Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Onjuiste verwijdering kan de gezondheid schaden en het milieu belasten. Raadpleeg bij het afvoeren de informatie in het hoofdstuk "Afvoeren". (⇒ 4.5)
Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten.
20. Verklaring voor het inbouwen van een onvolledige machine
STIHL Tirol GmbH
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat de onvolledige machine
Sneeuwruimschild,
Merk: STIHL
Type: ASP 100.1
Productiecode 6907
Merk: STIHL
Type: ASP 125.1
Productiecode 6907
overeenstemt met de volgende EU- richtlijnen: 2006/42/EC
Voor de ontwikkeling en fabricage van de producten gelden de op de productiedatum van kracht zijnde versies van de normen.
Samenstelling en bijhouden van de technische documentatie: Sven Zimmermann STIHL Tirol GmbH
Het bouwjaar en het serienummer staan op het typeplaatje van het apparaat.
De speciale technische documenten zijn opgesteld conform bijlage VII deel B (2006/42/EC).
Landspecifieke instanties ontvangen op gemotiveerd verzoek de speciale documenten van de onvolledige machine in gedrukte of digitale vorm.
Het sneeuwruimschild mag alleen in bedrijf worden genomen als de zitmaaier veilig voor gebruik is. De veiligheidsaanwijzingen in de betreffende gebruiksaanwijzingen moeten in acht worden genomen.
Langkampfen, 2022-01-02 (JJJJ-MM-DD)
STIHL Tirol GmbH
namens

Matthias Fleischer, Hoofd Onderzoek en Ontwikkeling
namens

Sven Zimmermann, Hoofd Kwaliteit
sneeuwruimschild 1000 mm
Hoogte
sneeuwruimschild 500 mm
Werkbreedte in mid-
delste stand 1000 mm
Werkbreedte in
schuine stand 872 mm
Gewicht 46 kg
ASP 125.1:
Breedte
sneeuwruimschild 1250 mm
Hoogte
sneeuwruimschild 500 mm
Werkbreedte in mid-
delste stand 1250 mm
Werkbreedte in
schuine stand 1088 mm
Gewicht 50 kg
Afmetingen:
ASP 100.1:
Totale lengte: 637 mm
ASP 125.1:
Totale lengte: 637 mm
22. Defectopsporing
✗ Neem eventueel contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
Storing:
RT 5097/ C/ Z, RT 5112 Z,
RT 6112 C/ ZL, RT 6127 ZL:
De startmotor werkt niet. De
verbrandingsmotor kan niet worden
gestart.
Mogelijke oorzaak:
- Afdekking niet gemonteerd (bij gebruik van het sneeuwruimschild).
- Veiligheidsvoorzieningen blokkeren de startmotor.
Oplossing:
- Controleer de veiligheidsvoorzieningen (zie de gebruiksaanwijzing van de zitmaaier).
Storing:
Ruimt slecht.
Mogelijke oorzaak:
- Te grote hoeveelheid sneeuw.
Oplossing:
– Breedte van het te ruimen oppervlak verkleinen of sneeuwkettingen monteren (niet meegeleverd).
Storing:
Geen of slechte tractie van de achterwielen.
Mogelijke oorzaak:
- Te grote hoeveelheid sneeuw.
Oplossing:
- Breedte van het te ruimen oppervlak verkleinen of sneeuwkettingen monteren (niet meegeleverd).