LIFE SM70 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LIFE SM70 MEDION in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LIFE SM70 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIFE SM70 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIFE SM70 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING LIFE SM70 MEDION
Bedienungsanleitung Notice d'utilisation Gebruiksaanwijzing
Manual de instrucciones Istruzioni per l'uso User Manual

- Over deze gebruiksaanwijzing 81
1.1. Betekenis van de symbolen....81
-
Gebruiksdoel....81
-
Verklaring van overeenstemming 81
-
Veiligheidsvoorschriften....82
4.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen....82
4.2. Netsnoer en adapteraansluiting....82
4.3. Algemene instructies....82
4.4. Nooit zelf repareren 82
4.5. Veilig omgaan met het apparaat 83
4.6. Reinigen en opbergen 83
-
Inhoud van de levering....83
-
Overzicht van het apparaat....84
-
Elektrische aansluitingen....87
7.1. Naaisnelheid regelen....87
7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen....87
- Voorbereidende werkzaamheden 88
8.1. Garenklos plaatsen 88
8.2. Onderdraadspoel opspoelen 88
8.3. Spoelhuis weghalen....89
8.5. Spoelhuis plaatsen....90
8.6. Bovendraad inrijgen 90
8.7. Weergave van de bovendraadgeleiding 91
8.8. Inrijgen van de bovendraden bij tweelingnaalden 92
8.9. Weergave van de bovendraadgeleiding 93
8.10. Onderdraad ophalen....94
- Instellingen 95
9.1. Draadspanning instellen....95
9.2. Bovendraadspanning regelen....95
9.3. Onderdraadspanning regelen....95
9.4. Draadspanningen controleren....96
- Naaien....97
10.1. Algemeen 97
10.2. Juiste naald kiezen 97
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen....97
10.4. Achterwaarts naaien....98
10.5. Stof uit de naaimachine halen 98
10.6. Van naairichting wisselen....98
10.7. Draad afsnijden 98
10.8. De programmakeuzeknop 98
10.9. Steeklengte instellen....99
10.10. Soorten steken instellen....99
10.11. Knoopsgaten .... 101
10.12. Rimpelen....103
10.13. Naaien op de vrije arm 103
10.14. Met tweelingnaald naaien....104
- Onderhoud, verzorging en reiniging....105
11.1. Naald vervangen.... 105
11.2. Persvoet weghalen en plaatsen.... 105
11.3. Persvoethouder weghalen en plaatsen.... 106
11.4. Onderhoud van de naaimachine .... 106
11.5. Machine smeren....109
- Storingen....111
12.1. Stof-, garen- en naaldentabel 112
12.2. Handige naaitips 113
13. Technische gegevens....113
14. Afvalverwerking 113
15. Service-informatie.... 114
16. Colofon.... 114
1. Over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat.
Lees de veiligheidsvoorschriften aandachtig door voordat u het product in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht.
Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik.
Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwijzing mee, omdat deze een essentieel onderdeel van het product is.
1.1. Betekenis van de symbolen
Als een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de volgende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst beschreven gevaar worden vermeden om de daar genoemde mogelijke risico's te voorkomen.

GEVAAR!
Waarschuwing voor direct levensgevaar!

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig blijvend letsel!

VOORZICHTIG!
Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of licht letsel!

LET OP!
Neem de aanwijzingen in acht om materiele schade te voorkomen!

Meer informatie over het gebruik van het apparaat!

Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht!

TIP
Naaitips om het werk gemakkelijker te maken

Symbool van veiligheidsklasse II

Gebruik binnenshuis
2. Gebruiksdoel
Het apparaat heeft veel gebruiksmogelijkheden:
De naaimachine kan worden gebruikt voor het stikken en afwerken van de naden van licht tot zwaar naaiwerk.
Het naaiwerk kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik.
- Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aansprakelijkheid vervalt:
- Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.
- Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. ledere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het toestel niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
3. Verklaring van overeenstemming
Hierbij verklaart Medion AG dat het product overeenstemt met de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesignrichtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.

4. Veiligheidsvoorschriften
4.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen
- Dit product kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits er iemand toezicht op hen houdt of als hun is geleerd hoe ze het product veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het product met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze ouder zijn dan 8 jaar en er iemand toezicht op hen houdt.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat en de aansluitkabel worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door
het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
■ Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
4.2. Netsnoer en adapteraansluiting
- Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220 - 240 V \~ 50 Hz) dat zich in de buurt van de machine bevindt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- Als u de stekker uit het stopcontact haalt, pak dan altijd de stekker zelf vast en trek niet aan het snoer.
- Zorg ervoor dat het snoer tijdens gebruik helemaal afgerold is.
-
Het netsnoer en de verlengkabel moeten zo worden gelegd dat er niemand over kan struikelen.
-
Het snoer mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken.
- Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact als u klaar bent en voorkom zo dat de machine per ongeluk wordt ingeschakeld en daardoor ongelukken gebeuren.
- Schakel voor de volgende werkzaamheden de naaimachine uit en trek de stekker uit het stopcontact: draad inrijgen, naald verwisselen, persvoet instellen, reinigingsen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, als u stopt met uw naaiwerk en als u het werk onderbreekt.
4.3. Algemene instructies
- De naaimachine mag niet nat worden. Er bestaat gevaar voor elektrische schokken!
- Laat de naaimachine nooit aanstaan zonder dat er iemand bij is.
- Gebruik de naaimachine niet buiten.
- Gebruik de naaimachine niet in een vochtige omgeving of als deze vochtig is.
- De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde voetpedaal type HKT72C.
4.4. Nooit zelf repareren

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor elektrische schokken.
■ Probeer in geen geval om het apparaat te openen of zelf te repareren.
■ Neem bij storingen of als de aansluitkabel beschadigd is, contact op met het Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf om risico's te voorkomen.
- Trek bij beschadiging van de machine of de aansluitkabel onmiddellijk de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen, mag de naai-machine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of aan de aansluitkabel niet worden gebruikt.
4.5. Veilig omgaan met het apparaat
- Zet de naaimachine op een stevig, vlak werkblad.
- Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: zorg ervoor dat er niets (bijv. stof, restjes garen, enz.) in de openingen terechtkomt.
- Houd het voetpedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
- Zet nooit iets op het voetpedaal.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires.
- Gebruik voor het smeren uitsluitend speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
- Wees voorzichtig bij het bedienen van de bewegende delen van de machine en vooral van de naald. Er bestaat ook gevaar voor letsel als de machine niet is aangesloten op het elektriciteitsnet!
- Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
- Gebruik geen verbogen of botte naalden.
- Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek er niet aan. De naalden kunnen breken.
- Zet de naald als u klaar bent met het naaiwerk, altijd in de hoogste stand.
- Als u klaar bent en voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, schakelt u de machine altijd uit en trekt u de stekker uit het stopcontact.
4.6. Reinigen en opbergen
- Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.
- Reinig de machine met een licht bevochtigde, zachte doek.
- Gebruik geen chemische oplos- en reini-gingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.
- Berg de machine op een droge plaats buiten het bereik van kinderen op. Berg de naaimachine altijd in de meegeleverde afdekkap op, zodat de machine beschermd is tegen stof.
5. Inhoud van de levering

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
■ Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14 dagen na aankoop indien de levering niet compleet is.
- Naaimachine
• Voetpedaal type HKT72C - Accessoires in het accessoirevakje (overzicht van de inhoud op de volgende pagina)
• Beknopte gebruiksaanwijzing
6. Overzicht van het apparaat

text_image
1 23 5 20 19 18 17 16 15 6 7 8 9 10 11 14 13 12Afb. 1 - Overzicht van het apparaat
- Draadheffer
- Opspoeldraadgeleiding
- Bovendraadgeleiding
- Steeklengteregelaar
- Omklapbare draaggreep
- Opening voor optionele garenpen
- Garenpennen
- Spoelspindel
- Handwiel
-
Behuizing voor stekker
-
Hoofdschakelaar (motor en licht)
- Spoelaanslag
- Achteruithendel
- Programmakeuzeknop
- Afneembaar werkblad
- Spoelhuis (achter het afneembare werkblad)
- Voorste draadgeleider
- Draadafsnijder (aan de achterkant)
- Knop voor bovendraadspanning
- Frontafdekking

text_image
21 22 30 29 23 24 25 262Afb. 2 - Naaimechanisme
- Naaldstang
- Naaldklemschroef
- Persvoethendel
- Persvoetontgrendeling (aan de achterkant)
-
Naald
-
Steekplaat
- Stoftransporteur
- Persvoet
- Klemschroef voor persvoet
- Draadgeleider

text_image
31 323 353Afb. 3 – Accessoires (zakje in het afneembare werkblad)
- 3 spoelen (2 in accessoirevak en 1 voorgemonteerd)
- Stofkwast met tornmesje
- Knoopsgatvoet
- Naaldenkoker met inhoud:
3 naalden 90/14
1 tweelingnaald
- Viltglijder voor garenpen
- Multifunctionele schroevendraaier
- Optionele garenpen
Niet afgebeeld
- Standaardvoet (rechte steek / zigzagsteek) (al gemonteerd)
- Afdekkap
7. Elektrische aansluitingen

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voetpedaal.
■ Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
▶ Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in het stekkerhuis (10) op de machine.
▶ Steek de stekker in het stopcontact.
▶ Schakel de naaimachine in met de hoofdschakelaar (11). Met de hoofdschakelaar schakelt u zowel de naaimachine zelf als de verlichting van de machine in.

Gebruik uitsluitend het meegeleverde voetpedaal type HKT72C.
7.1. Naaisnelheid regelen
De naaisnelheid wordt geregeld met het voetpedaal.
De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het voetpedaal uit te oefenen.

7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen
De machine wordt geleverd met een afneembaar werkblad (15).
- Het afneembare werkblad kan worden weggehaald door het voorzichtig naar links te schuiven.
Als u het afneembare werkblad wilt bevestigen, houd u het voorzichtig tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, tot u het hoort vastklikken.

8. Voorbereidende werkzaamheden
8.1. Garenklos plaatsen

TIP
De meeste garenklossen hebben een inkeping die dient voor het vastzetten van het garen als u klaar bent. Let erop dat deze inkeping omlaag wijst om ervoor te zorgen dat het garen gelijkmatig en goed wordt geleid.

- Trek de garenpennen (7) naar boven uit de machine, tot u ze hoort vastklikken.
▶ Steek de garenklos op de garenpen.
8.2.Onderdraadspoelopspoelen
De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld.
▶ Hiervoor trekt u de draad van de garenklos door de opspoeldraadgeleiding (2) naar de spoel.
Hoe u de draad precies moet opspoelen, wordt in de volgende punten beschreven:
▶ Steek de garenklos op de garenpen.
Draai de draad van de garenklos om de opspoeldraadgeleiding, zoals op de afbeelding te zien is.
Haal het uiteinde van het garen door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.

Zet de spoel op de spoelspindel (8), waarbij het uiteinde van de draad boven op de spoel ligt. Draai de spoelspindel naar rechts in de richting van de spoelaanslag (12), tot u deze hoort vastklikken.
Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het voetpedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Spoel de draad op tot de spoelspindel niet meer verder draait.
i
Nadat de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, wordt het naaimechanisme uitgeschakeld, zodat de naald tijdens het opspoelen niet meebeweegt.
Draai de spoelspindel naar links en haal de spoel weg.
▶ Snijd draden die uitsteken weg.
▶ Haal het afneembare werkblad weg.
Zet de naald (25) in de bovenste stand door aan het handwiel (9) en de persvoet te draaien en open het spoelhuis (16) achter het afneembare werkblad (15), zoals op de afbeelding te zien is.
▶ Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek het spoelhuis uit de machine.
Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis.
Houd de spoel tussen de duim en wijsvinger van uw rechterhand en trek de draad circa 15 cm uit de spoel.
Houd het spoelhuis in uw linkerhand en zet de spoel in het huis.
Haal het uiteinde van het garen door de inkeping aan de rand van het spoelhuis naar binnen.

Haal nu het garen onder de spanningsveer door en duw het door het draadgat. Zorg ervoor dat het uiteinde van de draad circa 15 cm lang is.

Controleer of de spoel goed is geplaatst en linksom in het spoelhuis kan worden gedraaid.

text_image
A B8.5. Spoelhuis plaatsen
Houd het spoelhuis zo vast dat de vinger (A) van het huis naar boven wijst.
▶ Open de kantelhendel van het spoelhuis.
Zet het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig naar binnen tot de vinger van het spoelhuis in de uitsparing (B) in de grijperbaanringschuift.
Laat de kantelhendel los en druk deze op het spoelhuis.
▶ Sluit het spoelhuis (16).
8.6.Bovendraadinrijgen
Lees de volgende instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij het inrijgen ertoe kan leiden dat de draad breekt, steken uitvallen of de stof samentrekt.
Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel te draaien.
Zet ook de persvoethendel (23) in de bovenste stand (2). Hierdoor staat de draad minder strak en kan de bovendraad zonder problemen worden ingeregen.

Zet een garenklos op een van de garenpennen.
Haal nu de draad door de bovendraadgeleiding (3).
Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsregelaar voor de bovendraad (19) lopen.
Haal de draad onder de voorste draadgeleiding door en trek deze naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhooggeschoven.
i
Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bovendraadspanning niet direct te zien. Let er daarom zeer goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt.
Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer (1).
i
Draai eventueel aan het handwiel om de draadheffer in de hoogste stand te zetten.
▶ Leid de draad weer naar onderen in de richting van de naald.
▶ Haal de draad door de draadgeleiding van de naaldhouder (28).
Haal de draad tot slot nog door het oog van de naald.

8.7. Weergave van de bovendraadgeleiding
Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.
Met de cijfers wordt de volgorde van de stappen bij het inrijgproces aangegeven.
De eerste drie cijfers vindt u eveneens op de naaimachine.

8.8. Inrijgen van de bovendraden bij tweelingnaalden
Lees de volgende instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij het inrijgen ertoe kan leiden dat de draad breekt, steken uitvallen, de stof samentrekt en de naalden breken.

Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel te draaien.
Zet ook de persvoethendel in de bovenste stand (2). Hierdoor staat de draad minder strak en kan de bovendraad zonder problemen worden ingeregen.

▶ Steek de optionele garenpen (37) in de daarvoor bestemde opening (6) aan de bovenkant van de naaimachine.
Zet een garenklos op een van de garenpennen.
i
Herhaal de volgende stappen voor elke bovendraad afzonderlijk.
Haal nu de draad door de bovendraadgeleiding.

Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsregelaar voor de bovendraad lopen. Haal de draad onder de voorste draadgeiding door en trek deze naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhooggeschoven.

Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bovendraadspanning niet direct te zien. Let er daarom zeer goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt.
Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer.
i
Draai eventueel aan het handwiel om de draadheffer in de hoogste stand te zetten.
▶ Leid de draad weer naar onderen in de richting van de naald.
Leid de draad van de eerste garenklos door de draadgeleider van de naaldhouder.
Rijg tot slot de eerste draad nog door het oog van de linkernaald.
De draad voor de rechternaald hoeft niet door de draadgeleider van de naaldhouder te worden gehaald; de draad kan direct in het oog van de rechternaald worden geregen.

8.9. Weergave van de bovendraadgeleiding
Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.
Met de cijfers wordt de volgorde van de stappen bij het inrijgproces aangegeven.
De eerste drie cijfers vindt u eveneens op de naaimachine.

8.10. Onderdraad ophalen
Zet de persvoet (28) omhoog.

Draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, tot de naald zich in de bovenste positie bevindt.
Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, tot de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft bewogen.
Stop het handwiel zodra de naald in de hoogste stand staat.

▶ Trek de bovendraad iets omhoog, zodat de onderdraad een lus vormt.
- Trek circa 15 cm van beide draden onder de persvoet aan de achterkant naar buiten.
9. Instellingen
9.1.Draadspanninginstellen
Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.
Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning juist te laag.
In beide gevallen moet de draadspanning worden versteld.
Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning ten opzichte van elkaar goed zijn ingesteld.
9.2.Bovendraadspanningregelen
i
Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt.
De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt met de regelaar voor de bovendraadspanning (19) geregeld.
Hoe hoger de waarde, hoe groter de spanning.
De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd als de persvoet omlaag wordt gezet.
Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden geregeld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een andere spanning worden gebruikt.
De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.
Zorg ervoor dat de spanning van de boven- en onderdraad gelijk is, omdat de stof anders kan worden samengetrokken.
Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een restje stof.
9.3. Onderdraadspanning regelen
De spanning van de onderdraad wordt geregeld door de veer van het spoelhuis.
Draai de schroef van de veer linksom om de spanning van de veer te verhogen.
Draai de schroef van de veer rechtsom om de spanning van de veer te verlagen.

De boven- en onderdraadspanning is goed ingesteld als de draden in het midden van de stof de naad vormen.
De stof blijft glad en er ontstaan geen plooien.

De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad omhoog. De onderdraad is te zien op de bovenste stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een lagere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.

Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad omlaag. De bovendraad is te zien aan de onderkant van de stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een hogere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.
10. Naaien
10.1. Algemeen
• Schakel de hoofdschakelaar (11) in.
- Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand.
- Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet (28).
Laat de boven- en onderdraad circa 10 cm naar achteren uitsteken.
- Zet de persvoethendel (23) omlaag. Houd de draad met uw linkerhand vast, draai het handwiel (9) naar u toe en plaats de naad op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.
- Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt. Duw de stof bij het naaien langzaam en voorzichtig door de machine.
- Gebruik de achteruithendel (13) om een paar achterwaartse steken te naaien en zo de eerste steken van de naad vast te zetten.

TIP
Weet u niet zeker of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is? Probeer deze instellingen dan uit op een lapje stof.
De stof loopt automatisch onder de persvoet door: deze mag niet met de handen worden tegengehouden en er mag ook niet aan worden getrokken, maar moet voorzichtig door de machine worden geduwd, zodat de naad in de gewenste richting loopt.
10.2.Juistenaaldkiezen

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van een defecte naald kan tot schade aan het naaiwerk leiden.
■ Vervang defecte naalden onmiddellijk.
Het nummer waarmee de sterkte van de naad wordt aangegeven, is op de schacht te vinden.
Hoe hoger het nummer, hoe sterker de naald.
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen
De persvoet gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel omhoog of omlaag te bewegen.
Positie 1: de persvoet drukt de stof op de transporteurs. De draadspanning is ingeschakeld.
U kunt beginnen met naaien.
Positie 2: de persvoet bevindt zich in de bovenste positie. De draadspanning is uitgeschakeld.
U kunt de stof uit de machine halen, voorzichtig door de machine duwen of de persvoet vervangen.

10.4. Achterwaarts naaien
Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te ver- stevigen.
Druk de achteruithendel in en houd deze ingedrukt.
Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt.
▶ Laat de achteruithendel gewoon los als u weer vooruit wilt naaien.
10.5. Stof uit de naaimachine halen
Als u klaar bent met naaien, moet u er altijd voor zorgen dat de naald in de hoogste positie staat.
U kunt de stof weghalen door de persvoet omhoog te duwen en de stof van u weg naar achteren te trekken.
10.6. Van naairichting wisselen
Als u in de hoeken van het naaiwerk van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk:
- Stop de machine en draai het handwiel zo ver naar u toe tot de naald in de stof steekt.
▶ Duw de persvoet omhoog.
Draai de stof zo om de naald tot u de gewenste naairichting heeft gevonden.
Laat de persvoet weer zakken en ga verder met naaien.

10.7. Draadafsnijden
Snijd de draad af met de draadsnijder (18) achter op de naaimachine of knip deze door met een schaar. Doe dit zodanig dat er achter het oog van de naald nog circa 15 cm draad uitsteekt.

10.8. De programmakeuzeknop
LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
De programmakeuzeknop kan niet 360° worden gedraaid. Te ver doordraaien kan tot mechanische schade leiden.
■ Draai de programmakeuzeknop niet verder dan de eindpuntmarkeringen '→' en '←

Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de programmakeuzeknop (14) kunt u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen.
- Controleer voordat u van steek verandert, altijd of de naald in de bovenste stand staat.
Draai de programmakeuzeknop zo dat de gewenste soort steek bij het markeringsteken staat.
10.9. Steeklengte instellen
Met de steeklengteknop (4) kunt u de lengte van het ingestelde steekpatroon selecteren.
Draai de steeklengteknop zo dat de gewenste steeklengte bij het mar- keringsteken staat.
Met de nummers wordt de steeklengte bij benadering aangegeven.

10.10. Soorten steken instellen
De soorten steken worden ingesteld met de programmakeuzeknop. Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u van steek verandert.
Voer voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaitest op een lapje stof uit.

Zie hoofdstuk "11.2. Persvoet weghalen en plaatsen" op blz. 105 voor het plaatsen en weghalen van de persvoet.
Geschikt voor algemeen gebruik en afstikken.

Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 0 t/m 3,6
10.10.2. Zigzagsteek

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN
Om betere zigzagsteken te krijgen, moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken.
De bovendraad moet deels zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.
De zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze steek kan voor veel verschillende toepassingen worden gebruikt, zoals omzomen en applicaties en monogrammen opstikken.
Naai eerst enkele rechte steken om de naad te verstevigen voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken.

Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 1 t/m 3,6
10.10.3. Satijnsteek

De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is uitermate geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken.
Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 0 t/m 1

TIP
Steeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bo- vendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe breder de steek moet worden, hoe lager de bovendraadspanning moet zijn. Bij het naaien van zeer dunne of gevoelige stoffen moet u een dun papier onder de stof leggen en dit meenaaien. Daarmee voorkomt u dat steken worden overgeslagen of de stof samentrekt.
Het naaien van blinde zomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden uitgeprobeerd.
Voor zogenaamde blinde zomen.

Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 0 t/m 3,6
Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past.
Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylon draad.
Leg de stof met de bovenkant naar beneden vóór u.
Vouw de naadtoeslag naar de onderkant (A) van de stof, zoals op de afbeelding te zien is.
Vouw nu ook de zoomtoeslag naar de onderkant en zet de naad- en zoomtoeslag vast met spelden (zie afbeelding hiernaast).
Klap nu de volledige blinde zoom bij de stofrand om, zoals op de afbeelding te zien is. De stofrand moet de naadtoeslag iets overlappen.

▶ Naai voorzichtig langs de vouw.
Let er daarbij op dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken telkens alleen in de bovenste vouw van de stof steken.
Haal nu de stof uit de machine en strijk hem glad.
De uitgevouwen stof heeft nu een blinde zoomsteek.
Deze steek is uitermate geschikt om twee stukken stof met een platte naad mee te stikken.
De elastische steek kan ook worden gebruikt om elastische stoffen te ver- stevigen en stukken stof op te naaien. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (bijvoorbeeld elastische bandjes).
Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 0 - 3,6

TIP
Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar.
10.10.6. Elastiek opnaaien
Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof.
Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij met de hand voor en na de persvoet. Hoe meer spanning is ingesteld, hoe meer plooien er ontstaan.
Deze steek is uitermate geschikt om jersey en joggingpakken mee te naaien en herstellen. Deze steek is zowel decoratief als praktisch.
Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 0 - 3,6
Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechteruitslag nog net de rand van de stof raakt en er zo met de linkeruitslag een zigzagsteek wordt genaaid.
10.11. Knoopsgaten

TIP
Om de passende steeklengte te vinden, wordt aangeraden om een proef-knoopsgat op een stofrest te naaien.
Persvoet:....knoopsgatvoet
Programma: knoopsgatprogramma's
Steeklengte: 0,5 t/m 1
Zet de voet en de naald in de hoogste stand.
▶ Vervang de voet door de knoopsgatvoet.
Zie hiervoor hoofdstuk "11.2. Persvoet weghalen en plaatsen" op blz. 105.
- Markeer op de stof waar het knoopsgat moet worden genaaid de gewenste knoopsgatlengte. Gebruik een potlood of kleermakerskrijt.
▶ Stel de knoopsgatvoet zo in dat de slede aan de achterkant van het knoopsgat is uitgelijnd.

Haal de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad naar links.
10.11.1. Werkwijze
Kies met de programmakeuzeknop het programma voor de linkerpat.
Laat de voet zakken en naai langzaam tot de gewenste lengte van de zijpat is bereikt.

Zet daarna de naald in de hoogste stand en schakel over op het programma voor de onderste pat.
▶ Naai daarna een paar steken van de onderste pat.

Zet de naald weer in de hoogste stand en schakel over op het programma voor de rechterpat.
▶ Naai nu de rechterzijpat op precies dezelfde lengte als links.

Zet de naald in de hoogste stand en kies opnieuw het programma voor de bovenste pat.

Naai dan, net als bij de onderste pat, ook het bovenste pat met een paar steken.
▶ Tot slot is het aan te bevelen de steeklengte op '0' te zetten en nog een paar steken te naaien, waardoor de draden beter worden verbonden en het knoopsgat minder snel rafelt.
▶ Snij als laatste met het meegeleverde tornmesje nog de stof tussen de naden open. Ga daarbij zeer voorzichtig te werk om de paten niet te beschadigen.
TIP
Om te voorkomen dat de bovenste pat wordt doorgesneden, is het aan te raden daarvoor een speld door de stof te steken.
10.11.2. Knoopsgaten met garenversteviging
Bij knoopsgaten waar meer druk op staat, is het aan te raden het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te verstevigen.
▶ Snijd een eindje meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgatvoet heen.
Haak het garen in de doorn achter de persvoet, trek het vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn.
Naai het knoopsgat op de gewone manier. Let er daarbij op dat de steken het meeloopgaren volledig omsluiten.
Als het knoopsgatprogramma is beëindigd, haalt u het naaiwerk uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uiteinden van het meeloopgaren dicht bij het naaiwerk af.

TIP
Het gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening. Maak enkele knoopsgaten op een lapje stof om hier handigheid in te krijgen.

Persvoet: ...... standaardvoet
Steeklengte: 4
Verlaag de bovendraadspanning (zie blz. 95) zo dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en door de bovendraad wordt omstrengeld.
Naai een of meerdere rijen steken. Snijd de draden niet direct bij de stofrand af, maar laat de uiteinden van de draden circa 10 centimeter uitsteken.
Leg nu aan het begin van elke rij een knoop in de boven- en onderdraad.
Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meerdere onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de delen stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is gerimpeld, knoopt u de boven en onderdraden van de tweede kant vast.
▶ Verdeel de plooien gelijkmatig.
Naai de plooien met een of meerdere rechte naden vast.
10.13. Naaien op de vrije arm
Met de vrije arm kunt u gemakkelijker ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen.
U kunt van uw naaimachine gemakkelijk een machine met een vrije arm maken door het afneembare werkblad met het accessoirevak (14) van de naaimachine te halen.
De vrije arm is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
- Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken
- Applicaties, borduursels of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.

10.14. Met tweelingnaald naaien
Let er bij de aankoop van nieuwe tweelingnaalden op dat de afstand tussen de beide naalden niet meer dan 4 mm bedraagt.
Met de tweelingnaald kunnen prachtige tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garen met verschillende kleuren gebruikt.
Persvoet: ...... standaardvoet
Programma: A tot L
Steeklengte: 1 t/m 4

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Door gebruik van een verkeerd naaiprogramma kan de tweelingnaald verbuigen of breken.
■ Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aangegeven programma.

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbuigen of breken.
- Til de naald altijd uit de stof.
11. Onderhoud, verzorging en reiniging

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voetpedaal.
■ Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
11.1. Naald vervangen
▶ Draai het handwiel (8) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Draai de naaldborgschroef (22) los door deze naar u toe te draaien (tegen de klok in).
Haal de naald uit de naaldhouder.
▶ Steek de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in de naaldhouder. Schuif de naald tot de aanslag naar boven.
Draai de naaldklemschroef (linksom) weer vast.

Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
Meer informatie over typen en diktes is te vinden in hoofdstuk "12.1. Stof-, garen- en naaldentabel" op blz. 112.
11.2. Persvoet weghalen en plaatsen
11.2.1. Verwijder
Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
▶ Duw de persvoet (28) omhoog door de persvoethendel (23) in de hoogste positie te zetten.

- Door op de persvoetontgrendeling (24) achter de persvoethouder te duwen, valt de persvoet naar beneden.

Plaats de persvoet zo dat de pen bij de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen.
▶ Laat de persvoethendel zakken. De persvoet valt nu automatisch in de juiste positie.
▶ Duw de persvoethendel weer omhoog.
11.3. Persvoethouder weghalen en plaatsen
De persvoethouder hoeft niet te worden weggehaald, tenzij u ruimte nodig hebt voor het reinigen van de stoftransporteur (27).
11.3.1. Verwijder
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te zetten.
Haal de voet van de persvoethouder en draai de klemschroef van de persvoet met de meegeleverde schroevendraaier los.
11.3.2. Plaatsen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te zetten.
Duw de persvoethouder bij het plaatsen zover mogelijk naar boven en draai de klemschroef van de persvoet met de meegeleverde schroevendraaier vast.
11.4. Onderhoud van de naaimachine
De naaimachine is een fijnmechanische machine die regelmatig onderhoud nodig heeft om goed te blijven werken.
Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren.
Het onderhoud bestaat vooral uit: reinigen en smeren.

Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit, omdat andere soorten olie niet geschikt zijn.
Let erop dat er na het smeren olieresten in de machine aanwezig kunnen zijn. Deze resten haalt u weg door een paar steken te naaien op een restje stof. Op deze manier voorkomt u dat uw naaiwerk vies wordt door olieresten.
11.4.1. Behuizing en voetpedaal reinigen
Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.
Voor de reiniging van de behuizing en het voetpedaal gebruikt u een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.
Het is nodig de tanden van de stoftransporteur altijd schoon te houden om ervoor te zorgen dat er bij het naaien geen problemen ontstaan.
Haal de naald en persvoet weg (zie blz. 105 en volgende).
Draai de schroeven van de steekplaat los en haal de plaat van de machine.
Haal stof en stukjes draad met het borsteltje van de tanden van de stof-transporteur.

▶ Plaats de steekplaat weer terug.
11.4.3. Spoelhuis reinigen en smeren
- Zet de naald in de hoogste stand omdat de grijper anders niet kan worden uitgenomen.
▶ Haal het spoelhuis weg.
Draai de klikhendels naar buiten, zoals aangegeven

▶ Haal de grijperbaanring weg.

Haal de grijper weg door de nok in het midden van de grijper vast te houden.

Haal alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grijperbaan en smeer de delen met een lap.

- Doe één tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals op de afbeelding is aangegeven.

- Plaats de grijper terug door de nok in het midden van de grijper vast te houden.

Plaats de grijperbaanring terug.
Draai de klikhendels naar binnen, zoals aangegeven
Plaats tot slot ook het spoelhuis weer terug.

TIP
Afhankelijk van het gebruik moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.
11.5.Machinesmeren

De naaimachine is af fabriek gesmeerd en is klaar voor gebruik.
11.5.1. Naaldmechanisme achter de voorklep smeren
Draai de schroeven van de voorklep los.

Vóór het smeren moeten de punten die op de afbeelding hieronder met pijltjes zijn gemarkeerd, worden gereinigd.

Smeer de gemarkeerde punten na de reiniging opnieuw.
▶ Breng één of twee druppels goede naaimachineolie op deze punten aan.

Vergeet niet om eerst op een stofrest te naaien om eventueel vrijkomende olie op te nemen.
12.Storingen
Lees als er zich storingen voordoen in deze gebruiksaanwijzing na of u alle instructies goed hebt opgevolgd.
Neem pas contact op met onze klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt.
| Storing Oorzaak Bladzijde | ||
| De machine loopt niet goed De ma | machine moet worden gesmeerd blz. 107 | |
| Stof en garen in de grijperbaan blz. 107 en vol- | gende | |
| Er bevinden zich stofresten op de tanden van de stoftrans-porteur | blz. 107 | |
| Er is verkeerde olie gebruikt, waardoor de machine is ver-stopt | blz. 109 en vol-gende | |
| De bovendraad breekt De bovendraad braad is niet goed ingeregen blz. 90 | ||
| De draadspanning is te hoog blz. 95 | ||
| De naald is verbogen of stomp blz. 97 | ||
| De dikte van het garen past niet bij de naald blz. 112 | ||
| De naald is niet goed ingezet blz. 105 | ||
| De stof is aan het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken | ||
| De steekplaat, spoel of persvoet is beschadigd Neem contact op met de klanten-service | ||
| De onderdraad breekt De onderdraad raakt verward door een niet goed opge-spoelde spoel | blz. 88 | |
| De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoel-huis door | ||
| De naald breekt De naald is verkeerd ingezet blz. 105 | ||
| De naald is verbogen | ||
| De naald is te dun | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken | ||
| Een knoop in de draad blz. 90 | ||
| De bovendraad is verkeerd ingeregen | ||
| De machine laat steken vallen | De naald is verkeerd ingezet | blz. 105 |
| De bovendraad is verkeerd ingeregen | blz. 90 | |
| De naald en/of de draad past niet bij de stof | blz. 112 | |
| De stof is te zwaar of te stevig | blz. 112 | |
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken. | blz. 97 | |
| De draad trekt samen of rimpelt | De bovendraadspanning is te hoog | blz. 95 |
| De machine is verkeerd ingeregen | blz. 90 en vol-gende | |
| De naald is te dik voor de stof | blz. 112 | |
| De draad vormt lussen De draadsp | anning is niet goed ingesteld blz. 95 | |
| De bovendraad is niet goed ingeregen en/of de onderdraad is niet goed opgespoeld | blz. 88, 12 | |
| De dikte van het garen past niet bij de stof blz. 112 | ||
| De stof loopt onregelmatig door De | steeklengte staat op '0' blz. 99 | |
| Garenresten in de grijperbaan blz. 107 | ||
| De machine loopt niet De naaimach | chine is niet goed aangesloten of het stopcontact levert geen stroom | blz. 87 |
| Garenresten in de grijperbaan blz. 107 | ||
12.1. Stof-, garen- en naaldentabel
Over het algemeen worden fijn garen en fijne naalden gebruikt om dunne stoffen te naaien en dikker garen en dikke naalden om zwaardere stoffen te naaien. Test altijd de garen- en naalddikte op een rest van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor de naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretchnaden naait, moet u daarvoor naalden met een blauwe schacht gebruiken (in de vakhandel verkrijgbaar). Zo wordt voorkomen dat steken uitvallen.
| Soort stof Garen Naald | |||
| Zeer lichte stof-fen | Chiffon, georgette, fijne kant, organza, netstof, tule | 50Synthetische stof, zijde | 65 |
| Lichte stoffen | Batist, voile, nylon, satijn, licht linnen | 80Katoen | 65 |
| Zijde, crêpe de chine; crêpe sheer | 50Zijde, syntheti-sche stof | ||
| Jersey, badstof, tricot | 60Synthetische stof | ||
| Wildleer | 80Katoen | 75(Leer- of jeans-naald) | |
| Middelzware stoffen | Flanel, velours, fluweel, mousseline, popeline, linnen, wol, vilt, badstof, gabardine | 60 - 80Katoen, zijde | 75 - 90 |
| Gebreide stof, stretch, tricot | 60Synthetische stof | 90 | |
| Leer, vinyl, wildleer | 80Katoen | 90(Leer- of jeans-naald) | |
| Zware stoffen | Jeansstof, jassenstof | 50Katoen | 100 |
| Jersey | 50Synthetische stof | ||
| Wol, tweed | 50Zijde | ||
| Zeer zware stof-fen | Canvas, zeildoek, meubelstof | 80 - 100Katoen | 100 |
12.2. Handige naaitips
12.2.1. Dunne en lichte stoff en naaien
Bij lichte en dunne stoffen kunnen er golven ontstaan omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden gegrepen.
Als u dit soort stof naait, leg dan een borduurstabilisator (verkrijgbaar bij de vakhandel) of een stuk vloeipapier onder de stof. Dit voorkomt onregelmatig transport.
12.2.2. Elastische stoff en naaien
Elastische stoffen kunnen gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren stikt en deze vervolgens zonder het materiaal op te rekken met kleine steken aan elkaar naait.
Goede resultaten kunnen ook worden behaald door met speciaal garen voor gebreid materiaal en elastische steken te naaien.
Het apparaat zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn gemaakt van materialen die milieuvriendelijk kunnen worden afgevoerd en vakkundig kunnen worden gerecycled.

APPARAAT
Afgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd.
Volgens richtlijn 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van de levensduur op een passende manier worden afgevoerd.
Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecycled, zodat belasting van het milieu en negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid worden voorkomen.
Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch afval of bij een afvalsorteercentrum.
Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkingsdienst of met uw gemeente.
15. Service-informatie
Wanneer uw apparaat niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan contact op met onze klantenservice. U heeft verschillende mogelijkheden, om met ons contact op te nemen:
- In onze Service-Community vindt u andere gebruikers en onze medewerkers en daar kunt u uw ervaringen uitwisselen en uw kennis delen.
U vindt onze Service-Community onder community.medion.com. - U kunt natuurlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
- En bovendien staat ons serviceteam ook via de klantenservice of per post ter beschikking.
| Nederland | |
| Openingstijden klantenservice Klantenservice | |
| Ma - vr: 08.30 - 17.00 uur 1 0900 - 2352534 | |
| Buiten deze tijden kunt u op het genoemde nummer te allen tijde gebruik maken van onze voicemaildienst met terugbeloptie. | |
| België & Luxemburg | |
| Openingstijden klantenservice Klantenservice (België) | |
| Ma - vr: 09:00 - 19:00 1 02 - 200 61 98 | |
| Klantenservice (Luxemburg) | |
| 1 34 - 20 808 664 | |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V.John F.Kennedylaan 16a5981 XC PanningenNederland | |

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal www.medionservice.com.
Om redenen van duurzaamheid hebben wij geen gedrukte garantievoorwaarden. U vindt onze garantievoorwaarden ook in ons serviceportaal.
Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.
16.Colofon
Copyright 2024
Stand: 28. mei 2024
Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
MEDION AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Houd er rekening mee dat het bovenstaande adres geen retouradres is. Neem eerst contact op met onze klantenservice.