LIFE SD36 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LIFE SD36 MEDION in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LIFE SD36 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIFE SD36 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIFE SD36 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING LIFE SD36 MEDION
Bedienungsanleitung Notice d'utilisation Gebruiksaanwijzing
Manual de instrucciones Istruzioni per l'uso User Manual

Digitale naaimachine
Máquina de coser digital
1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing....99
1.1. Betekenis van de symbolen....99
2. Gebruiksdoel....99
3. Verklaring van overeenstemming 99
4. Veiligheidsvoorschriften....99
4.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen....99
4.2. Netsnoer en adapteraansluiting....100
4.3. Algemene instructies....100
4.4. Nooit zelf repareren....100
4.5. Veilig omgaan met het apparaat 100
4.6. Reinigen en opbergen....101
5. Inhoud van de levering....101
6. Overzicht van het apparaat....102
7. Elektrische aansluitingen....107
7.1. Naaisnelheid regelen.... 107
7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen....108
7.3. De accessoires 108
8. Voorbereidende werkzaamheden 109
8.1. Garenklos plaatsen 109
8.2. Onderdraadspoel opspoelen 109
8.3. Verwijderen van de spoel....110
8.4. Plaatsen van de spoel....111
8.5. Bovendraad inrijgen 112
8.6. Weergave van de bovendraadgeleiding 113
8.7. Functie voor automatisch inrijgen van de naald....114
8.8. Onderdraad ophalen....115
9. Instellingen 116
9.1. Draadspanning instellen.... 116
9.2. Bovendraadspanning regelen 116
9.3. Draadspanningen controleren....117
9.4. Instelling van de naaldeindpositie.... 118
10. Naaien.... 119
10.1. Algemeen 119
10.2. Juiste naald kiezen 119
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen.... 119
10.4. Achterwaarts naaien/patroonafwerking....120
10.5. Stof uit de naaimachine halen 120
10.6. Van naairichting wisselen.... 120
10.7. Draad afsnijden 120
10.8. Programmaselectie....121
10.9. Instelling steekbreedte 121
10.10. Steeklengte instellen.... 121
10.11. Soorten steken instellen.... 121
10.12. Siersteken....126
10.13. Patroonsteken....126
10.14. Letterpatroon .... 126
10.15. Knoopsgaten 127
10.16. Knopen en oogjes aannaien....128
10.17. Ritssluitingen innaaien....129
10.18. Rimpelen.... 130
10.19. Applicaties opnaaien.... 130
10.20. Met tweelingnaald naaien.... 130
10.21. Naaien op de vrije arm 131
11. Onderhoud, verzorging en reiniging....132
11.1. Naald vervangen....132
11.2. Persvoet weghalen en plaatsen....133
11.3. Persvoethouder weghalen en plaatsen....133
11.4. Onderhoud van de naaimachine 133
12. Storingen....135
12.1. Nuttige meldingen....136
13. Stof-, garen- en naaldentabel 137
13.1. Handige naaitips....137
14. Programma kiezen....138
14.1. Steekprogramma's....138
14.2. Letterprogramma's....139
15. Afvalverwerking 140
16. Technische gegevens 140
17. Verklaring van overeenstemming 140
18. Service-informatie.... 141
19. Colofon.... 141
1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat.
Lees de veiligheidsvoorschriften en de volle-
dige gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht.
Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik.
Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwijzing mee, omdat deze een essentieel onderdeel van het product is.
1.1. Betekenis van de symbolen
Als een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de volgende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst beschreven gevaar worden vermeden om de daar genoemde mogelijke risico's te voorkomen.

Gevaar!
Waarschuwing voor direct levensgevaar!

Waarschuwing!
Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig blijvend letsel!

Voorzichtig!
Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of licht letsel!

Let op!
Neem de aanwijzingen in acht om materiele schade te voorkomen!

Meer informatie over het gebruik van het apparaat!

Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht!

Tip
Naaitips om het werk gemakkelijker te maken

Symbool van veiligheidsklasse II

Symbool voor geteste veiligheid
2. Gebruiksdoel
Het apparaat heeft veel gebruiksmogelijkheden:
De naaimachine kan worden gebruikt voor het stikken en afwerken van de naden van licht tot zwaar naaiwerk.
Het naaiwerk kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik.
Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aansprakelijkheid vervalt:
- Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.
- Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. ledere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het toestel niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
3. Verklaring van overeenstemming
Hierbij verklaart Medion AG dat het product overeenstemt met de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesignrichtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.

4. Veiligheidsvoorschriften
4.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen
■ Dit product kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits er iemand toezicht op hen houdt of als hun is geleerd hoe ze het product veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het product met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze ouder zijn dan 8 jaar en er iemand toezicht op hen houdt.
■ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat en de aansluitkabel worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
■ Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
4.2. Netsnoer en adapteraansluiting
■ Sluit de machine alleen aan op een goedvaar voor elektrische schokken.
bereikbaar stopcontact (230 V \~ 50 Hz) dat zich in de buurt van de machine bevindt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
■ Als u de stekker uit het stopcontact haalt, pak dan altijd de stekker zelf vast en trek niet aan het snoer.
■ Zorg ervoor dat het snoer tijdens gebruik helemaal afgerold is.
■ Het netsnoer en de verlengkabel moeten zo worden gelegd dat er niemand over kan struikelen.
■ Het snoer mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken.
■ Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact als u klaar bent en voorkom zo dat de machine per ongeluk wordt ingeschakeld en daardoor ongelukken gebeuren.
■ Schakel voor de volgende werkzaamheden de naaimachine uit en trek de stekker uit het stopcontact: draad inrijgen, naald verwisselen, persvoet instellen, reinigingsen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, als u stopt met uw naaiwerk en als u het werk onderbreekt.
4.3. Algemene instructies
■ De naaimachine mag niet nat worden. Er bestaat gevaar voor elektrische schokken!
■ Laat de naaimachine nooit aanstaan zonder dat er iemand bij is.
■ Gebruik de naaimachine niet buiten.
■ Gebruik de naaimachine niet in een vochtige omgeving of als deze vochtig is.
■ De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde voetpedaal-type ES01FC.
4.4. Nooit zelf repareren

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er ge-
■ Probeer in geen geval om het apparaat te openen of zelf te repareren.
■ Neem in geval van storing of als de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd is contact op met het Service Center of een andere geschikte gespecialiseerde werkplaats.
■ Trek bij beschadiging van de machine of de aansluitkabel onmiddellijk de stekker uit het stopcontact.
■ Om risico's te voorkomen, mag de naai-machine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of aan de aansluitkabel niet worden gebruikt.
■ Als het netsnoer van het apparaat beschadigd is, moet dit worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst van de fabrikant of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon om gevaar te voorkomen.
4.5. Veilig omgaan met het apparaat
■ Zet de naaimachine op een stevig, vlak werkblad.
■ Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: zorg ervoor dat er niets (bijv. stof, restjes garen, enz.) in de openingen terechtkomt.
■ Houd het voetpedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
■ Zet nooit iets op het voetpedaal.
■ Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires.
■ Gebruik voor het smeren uitsluitend speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
■ Wees voorzichtig bij het bedienen van de bewegende delen van de machine en vooral van de naald. Er bestaat ook gevaar voor letsel als de machine niet is aangesloten op het elektriciteitsnet.
■ Let er tijdens het naaien op dat u niet m uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
■ Gebruik geen verbogen of botte naalden.
■ Houd de stof tijdens het naaien niet vast- en trek er niet aan. De naalden kunnen breken.
■ Zet de naald als u klaar bent met het naaiwerk, altijd in de hoogste stand.
■ Schakel als u klaar bent, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren de machine altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
4.6. Reinigen en opbergen
■ Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen. Gebruik voor het reinigen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.
■ Gebruik voor het opbergen van de naai-machine altijd de meegeleverde afdek-kap, zodat de machine beschermd is te-gen stof.
5. Inhoud van de levering

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
■ Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:
- Naaimachine
• Afneembaar werkblad - Netsnoer
Voetpedaal (type ES01FC)
- Accessoires in het accessoirevakje (overzicht van de inhoud op de volgende pagina)
• Beknopte gebruiksaanwijzing
6. Overzicht van het apparaat

text_image
1 23 7 18 17 16 15 00 1 25 35 8 9 10 11 121Afb. 1 - Vooraanzicht
- Opspoeldraadgeleiding
- Bovendraadgeleiding
- Draadgeleiding
- Naaldeindpositie/achteruitknop
- Garenpennen
- Spoelspindel
- Spoelaanslag met draadsnijder
- Display
-
Automatisch starten/stoppen
-
Knop voor bovendraadspanning
- Naaisnelheidsregelaar
- Afneembaar werkblad
- Spoelcassetteafdekking
- Vrije arm
- Hendel knoopsgatautomaat
- Draadsnijder
- Frontklep
- Draadheffer

text_image
19 26 20 25 24 21 23 22Afb. 2 - Achteraanzicht
- Draaggreep
- Persvoethendel
- Stoftransporteurneerlaathendel
-
Stekkerbehuizing voor netsnoer
-
Stekkeraansluiting voor voetpedaal
- Ventilatieopeningen
- Hoofdschakelaar (motor en licht)
- Handwiel

text_image
27 28 29 30 31 32 33 34 38 37 363Afb. 3 - Naaimechanisme
- Hendel voor automatisch inrijgen
- Inrijgmechanisme
- Naaldhouderdraadgeleiding
- Naaldklemschroef
- Persvoetontgrendeling
-
Persvoethouder
-
Klemschroef voor persvoet
- Persvoet
- Steekplaat
- Ontgrendelt de spoelcassetteafdekking
- Stoftransporteur
- Naald

text_image
394 41 AJHO 88 2.5 A 3.5 52 42 43 44 51 45 50 ▼ ▲ — + + 46 47 49 48Afb. 4 - Display en bedieningspaneel
- Persvoetindicator
- Naaldeindpositie-indicator
- Tweelingnaaldindicator
- Standaard steeklengte-indicator
- Weergave steeklengte
- Weergave steekbreedte
-
Standaard steekbreedte-indicator
-
Steeklengtekeuzeknoppen
- Steekbreedtekeuzeknoppen
- Moduskeuzeknop tweelingnaald
- Lettermoduskeuzeknop
- Programmakeuzeknoppen
- Lettermodusindicator
- Programmaweergave

text_image
53 545 575 59 60 616 63Afb. 5 – Overzicht van accessoires
- Naaldenassortiment
3 standaardnaalden (één al voorgemonteerd)
1 tweelingnaald
-
Schroevendraaier (klein)
-
Tornmesje met reinigingskwast
-
Speciale schroevendraaier voor steekplaat
-
Extra garenpen
Volgende onderdelen zonder illustratie:
- Standaardvoet (indicator J) (rechte steek/zigzagsteek) (reeds gemonteerd)
- Afdekkap
-
3 spoelen (één al voorgemonteerd)
-
2 viltglijders
-
Ritsvoet (indicator I)
-
Knoopaannaaivoet (indicator O)
-
Blindsteekvoet (indicator H)
-
Knoopsgatvoet (indicator B)
7. Elektrische aansluitingen

LET OP
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van ongeschikte accessoires kan schade aan het apparaat veroorzaken.
■ Gebruik uitsluitend het meegeleverde voetpedaal type ES01FC.

text_image
Hoofdschakelaar Aansluiting netsnoer Stopcontact Aansluiting voetpedaal Netsnoer Voetpedaal Aansluitkabel voetpedaal
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voetpedaal.
■ Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
- Sluit het voetpedaal aan op de aansluiting voor het voetpedaal op de naaimachine.
▶ Steek het netsnoer van het meegeleverde voetpedaal in de stekke-raansluiting op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact.
▶ Schakel de naaimachine in met de hoofdschakelaar (25). Met de stroomschakelaar schakelt u zowel de naaimachine zelf als de verlichting van de machine in.
7.1. Naaisnelheid regelen
7.1.1. Normale werking met voetpedaal
De naaisnelheid wordt geregeld met het voetpedaal. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het voetpedaal uit te oefenen.

7.1.2. Handmatige bediening zonder voetpedaal
De naaisnelheid kan ook handmatig worden geregeld met de snelheidsregelaar (5).
▶ Verwijder het voetpedaal om de handmatige bediening te activeren.

Druk op de START/STOP-knop (10) op de naaimachine om het naai- en te starten of te stoppen.

▶ Schuif tijdens het naaien de snelheidsregelaar naar rechts om de snelheid te verhogen of naar links om de snelheid te verlagen.

7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen
De machine wordt geleverd met een bevestigd werkblad.
- Het afneembare werkblad kan worden weggehaald door het voorzichtig naar links te schuiven.
Als u het afneembare werkblad wilt bevestigen, houd u het voorzichtig tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, tot u het hoort vastklikken.
7.3. De accessoires
De accessoires vindt u in een plastic zak achter het afneembare werkblad.
8. Voorbereidende werkzaamheden
8.1. Garenklos plaatsen

TIP
De meeste garenklossen hebben een inkeping die dient voor het vastzetten van het garen als u klaar bent. Let erop dat deze inkeping omlaag wijst om ervoor te zorgen dat het garen gelijkmatig en goed wordt geleid.
- Trek de garenpennen (7) naar boven uit de machine, tot u ze hoort vastklikken.
Plaats de viltglijder op de garenpen.
Plaats de garenklos op de garenpen.

8.2.Onderdraadspoelopspoelen
De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld.
Hiervoor trekt u de draad van de garenklos door de opspoeldraadgeleiding naar de spoel.
Hoe u de draad precies moet opspoelen, wordt in de volgende punten beschreven:
▶ Steek de extra garenpen in de bijbehorende opening.
Draai de draad van de garenklos door de opspoeldraadgeleiding, zoals op de afbeelding te zien is.

Haal het uiteinde van het garen, zoals op de afbeelding te zien is, door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel. Zet de spoel op de spoelspindel, waarbij het uiteinde van de draad boven op de spoel ligt.

Draai de spoelspindel naar rechts in de richting van de spoelaanslag tot u deze hoort vastklikken.
i
Zodra de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, verandert de ledindicatie van het programmanummer in het symbool. Tegelijkertijd wordt ook het naaimechanisme uitgeschakeld, zodat de naald niet beweegt tijdens het opspoelen.
Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het voetpedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Spoel de draad op tot de spoelspindel niet meer verder draait.
Draai de spoelspindel naar links en haal de spoel weg.
i
De ledindicatie schakelt van het symbool weer terug naar de programmanummerweergave en het naaimechanisme wordt opnieuw geactiveerd.
▶ Snijd draden die uitsteken weg.

8.3. Verwijderen van de spoel
Zet de naald in de bovenste positie door aan het handwiel en de persvoethendel te draaien.
- Open de spoelcassette door de ontgrendelschuif naar rechts te drukken.
▶ Verwijder de afdekking van de spoelcassette.
- Til nu voorzichtig de spoel uit de spoelcassette.

8.4. Plaatsen van de spoel
Houd de spoel tussen duim en wijsvinger en laat ongeveer 15 cm van de draad eruit hangen.
Plaats de spoel voorzichtig in de spoel cassette zodat de draad vanaf de onderkant van de spoel wordt gewikkeld en de spoel tegen de klok in draait wanneer u aan de draad trekt.
▶ Steek nu de draad van rechts naar links in de spanveer (opening A).
Houd de spoel voorzichtig vast met de vinger en leid de draad door de opening links van de spoel cassette, zoals aangegeven op de naaldplaat. Knip de draad aan het einde van de opening af met de geïntegreerde draadsnijder.
Sluit de afdekking van de spoelcassette weer door de afdekking eerst aan de linkerkant in te zetten en dan stevig aan te drukken tot deze hoorbaar vastklikt.

8.5.Bovendraadinrijgen
Lees de volgende instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij het inrijgen ertoe kan leiden dat de draad breekt, steken uitvallen of de stof samentrekt.
Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel te draaien.

Zet ook de persvoethendel in de bovenste stand, hierdoor wordt de draadspanning opgeheven en kan de bovendraad gemakkelijk worden ingeregen.

Zet een garenklos op een van de garenpennen.
- Breng de draad nu onder de klemveer van de bovenste bovendraadgeleiding.

▶ Laat de draad vervolgens door de opening naar de bovenste bovendraadspanningsregelaar lopen.

Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bovendraadspanning niet direct te zien. Let er daarom zeer goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt.
Haal de draad onder de bovendraadspanningsregelaar door en trek deze naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhooggeschoven.
TIP
Een bovendraadspanning van 3 - 4 is ideaal voor de meeste toepassingen.
Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer.

Draai eventueel aan het handwiel om de draadheffer in de hoogste stand te zetten.
Leid de draad nu weer naar onderen in de richting van de naald. Hierbij wordt de draad door de draadgeleiding van de naaldhouder gelegd.

8.6. Weergave van de bovendraadgeleiding
Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.
Met de cijfers wordt de volgorde van de stappen bij het inrijgproces aangegeven.
De cijfers vindt u eveneens op de behuizing van de naaimachine.

8.7. Functie voor automatisch inrijgen van de naald
De naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme waarmee de bovendraad gemakkelijk kan worden ingeregen.

LET OP
Gevaar voor beschadiging!
De functie voor het automatisch inrijgen kan alleen voor het inrijgen van een normale naald worden gebruikt.
■ Een tweelingnaald moet handmatig worden ingeregen.

text_image
ADraai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te zetten. Plaats de draad rond draadgeleiding A.

- Trek de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk naar beneden.

Draai de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig linksom naar achteren.

De draadhaak B wordt automatisch door het oog van de naald gehaald. Leg de draad onder de draadhaak B.
Zet de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald.
▶ Schuif de hendel van het inrijgmechanisme weer omhoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen.

8.8. Onderdraad ophalen
Zet de persvoet omhoog. Draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, tot de naald zich in de bovenste positie bevindt.
Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, tot de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft bewogen.
Stop dan het handwiel zodra de naald in de hoogste stand staat.

▶ Trek de bovendraad iets omhoog, zodat de onderdraad een lus vormt.

- Trek circa 15 cm van beide draden onder de persvoet aan de achterkant naar buiten.

Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.
Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning juist te laag.
In beide gevallen moet de draadspanning worden versteld.
Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning ten opzichte van elkaar goed zijn ingesteld.
9.2.Bovendraadspanningregelen
De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt met de regelaar voor de bovendraadspanning geregeld.
Hoe hoger de waarde, hoe groter de spanning.

text_image
Draadspanning verlagen Draadspanning verhogen
Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt.
De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd als de persvoet omlaag wordt gezet.
Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden geregeld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een andere spanning worden gebruikt.
De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.
Zorg ervoor dat de spanning van de boven- en onderdraad gelijk is, omdat de stof anders kan worden samengetrokken.
Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een restje stof.
9.3. Draadspanningen controleren
9.3.1. Juiste naad
De boven- en onderdraadspanning is goed gekozen als de draden in het midden van de stof de naad vormen.
De stof blijft glad en er ontstaan geen plooien.

text_image
Onderkant Bovenkant9.3.2. Onzuivere naden
De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad omhoog. De onderdraad is te zien op de bovenste stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een lagere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.

flowchart
graph TD
A["Bovenkant"] --> B["Draad-spanning te strak"]
C["Onderkant"] --> D["Draad-spanning te los"]
B --> E["Draadspanning verlagen"]
D --> F["Draadspanning verhogen"]
Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad omlaag. De bovendraad is te zien aan de onderkant van de stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een hogere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.
9.4. Instelling van de naaldeindpositie
De naaimachine heeft een automatisch naaldpositiesysteem dat de naald altijd naar de bovenste of onderste positie verplaatst wanneer het naaien is voltooid.
U kunt instellen of de naald naar de bovenste of onderste positie moet worden verplaatst.
Aan het begin van elk naaiwerk is het automatische naaldpositiesysteem op de bovenste positie ingesteld. Dit is zinvol voor het meeste naaiwerk. Ga als volgt te werk als u de eindpositie van de naald wilt wijzigen:

Druk eenmaal op de multifunctionele knop _1 om de positionering in te stellen voor de onderste positie.
De naald wordt naar de onderste positie gebracht.
- Door nogmaals op de naaldpositioneringsknop te drukken wordt de naald weer in de bovenste positie gebracht.
Het display toont de huidige positie van de naald.

TIP
Voor naaiwerk waarbij de naairichting vaak moet worden veranderd, is het verstandig om de naaldpositie in de onderste positie in te stellen, omdat de stof dan gemakkelijker kan worden gedraaid.
10. Naaien
10.1. Algemeen
- Schakel de hoofdschakelaar in.
- Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet. Laat de boven- en onderdraad circa 10 cm naar achteren uitsteken.
- Laat de persvoethendel zakken. Houd de draad met uw linkerhand vast, draai het handwiel naar u toe en plaats de naad op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.
- Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt. Duw de stof bij het naaien langzaam en voorzichtig door de machine. Gebruik de achteruitknop om een paar achterwaartse steken te naaien en zo de eerste steken van de naad vast te zetten.

TIP
Weet u niet zeker of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is? Probeer deze instellingen dan uit op een lapje stof.
De stof loopt automatisch onder de persvoet door: deze mag niet met de handen worden tegengehouden en er mag ook niet aan worden getrokken, maar moet voorzichtig door de machine worden geduwd, zodat de naad in de gewenste richting loopt.
10.2.Juistenaaldkiezen

LET OP
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van een defecte naald kan tot schade aan het naaiwerk leiden.
■ Vervang defecte naalden onmiddellijk.
Het nummer waarmee de sterkte van de naald wordt aangegeven, is op de schacht te vinden.
Hoe hoger het nummer, hoe sterker de naald.
Voor dikkere en compactere stoffen worden sterkere naalden gebruikt (zie ook "13. Stof-, garen- en naaldentabel" op blz. 137).
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen
De persvoet gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel omhoog of omlaag te bewegen.
Om dikke stoffen te kunnen naaien, kan de persvoet iets omhoog worden gezet voor extra ruimte.

10.4.Achterwaartsnaaien/patroonafwerking
Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te ver- stevigen.
10.4.1. Achterwaarts naaien met rechte en zigzagsteken
Druk op de multifunctionele knop, en houd deze ingedrukt.
Druk op het voetpedaal.
Als u weer vooruit wilt naaien, laat u gewoon de multifunctionele knop los.
10.4.2. Patroonafwerking bij siersteken
Druk op de multifunctionele knop _1 .
De machine maakt automatisch vier kleine steken om het patroon af te werken.
- De positie van deze aanhechtsteken is altijd precies waar de naad eindigt.
10.5. Stof uit de naaimachine halen
Als u klaar bent met naaien, moet u er altijd voor zorgen dat de naald in de hoogste positie staat. U kunt de stof weghalen door de persvoet omhoog te duwen en de stof van u weg naar achteren te trekken.
10.6. Van naairichting wisselen
Als u in de hoeken van het naaiwerk van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk:
- Stop de machine en draai het handwiel zo ver naar u toe tot de naald in de stof steekt.
▶ Duw de persvoet omhoog.
Draai de stof zo om de naald tot u de gewenste naairichting heeft gevonden.
Laat de persvoet weer zakken en ga verder met naaien.

U kunt de naaldpositie ook instellen voor de onderste positie. Ga hiervoor te werk zoals beschreven in het hoofdstuk "9.4. Instelling van de naaldeindpositie" op blz. 118.

10.7. Draadafsnijden
Snijd de draad af met de draadsnijder achter op de naaimachine of knip deze door met een schaar. Doe dit zodanig dat er achter het oog van de naald nog circa 15 cm draad uitsteekt.
10.8.Programmaselectie
Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de programmakeuzeknoppen kunt u gewoon het gewenste steekpatroon instellen.
- Controleer voordat u van steek verandert, altijd of de naald in de bovenste stand staat.
▶ Stel met de knoppen "▲" en "▼" de gewenste steek in.
Als u de programmakeuzeknoppen ongeveer 5 seconden ingedrukt houdt, lopen de programmanummers in stappen van tien door. Wanneer u het gewenste programmagebied bereikt, laat u de knoppen gewoon los.
Een overzicht van alle steeksoorten vindt u op het bedieningspaneel van de naaimachine of in het hoofdstuk "14. Programma kiezen" op blz. 138.
10.9. Instelling steekbreedte
Met de instelling van de steekbreedte kunt u de breedte van het door u ingestelde steekpatroon kiezen.
Druk op de knop "-" om de steekbreedte te verkleinen of op de knop "+" om de steekbreedte te vergroten.
De standaard steekbreedte wordt op het display aangegeven met het symbool. Als de standaard steekbreedte wordt gewijzigd, verdwijnt de ovaal rond het steekbreedtesymbool.
Als u een waarschuwingssignaal (meerdere piepsignalen) hoort tijdens het instellen van de steekbreedte, hebt u de minimale of maximale steekbreedte bereikt.

text_image
Persvoet- indicator AJZHO 88 Steeknummer Steekselectie
text_image
35 Steek- breedte Steekbreedte selecteren - +10.10.Steeklengteinstellen
Met de steeklengte-instelling kunt u de lengte van het door u ingestelde steekpatroon kiezen.
Druk op de knop "-" om de steeklengte te verkleinen of op de knop "+" om de steeklengte te vergroten.
De standaard steeklengte wordt op het display aangegeven met het symbool ⚠. Als de standaard steeklengte wordt gewijzigd, verdwijnt de ovaal rond het steeklengtesymbool .!
Als u een waarschuwingssignaal (meerdere piepsignalen) hoort tijdens het instellen van de steeklengte, hebt u de minimale of maximale steeklengte bereikt.

text_image
Steek- lengte 25 Steeklengte selecteren10.11. Soorten steken instellen
De steeksoorten worden ingesteld met de programmakeuzeknoppen. Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u van steek ver- andert.
Voer voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaitest op een lapje stof uit.

Een overzicht van alle steekpatronen is te vinden in de programmatabel in hoofdstuk "14. Programma kiezen" op blz. 138.
Afhankelijk van het geselecteerde programma moet een geschikte persvoet worden gebruikt. Zie "11.2. Persvoet weghalen en plaatsen" op blz. 133voor het plaatsen en verwijderen van de persvoet.
Geschikt voor algemeen gebruik en afstikken.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 0
Steeklengte: 0,5 t/m 4,5
Steekbreedte: 0,5 t/m 6,5

LET OP
Gevaar voor beschadiging!
Een verkeerd draaipunt kan bij het gebruik van een tweelingnaald leiden tot schade.
■ Stel in dit geval de naalden hoog in op het draaipunt.
10.11.2.Zigzagsteek
De zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze steek kan voor veel verschillende toepassingen worden gebruikt, zoals omzomen en applicaties en monogrammen opstikken.
Naai eerst enkele rechte steken om de naad te verstevigen voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 3
Steeklengte: 0,2 tot 3
Steekbreedte: 0,5 t/m 7

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN
Om betere zigzagsteken te krijgen, moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken.
De bovendraad moet deels zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.
10.11.3. Satijnsteek
De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is uitermate geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken.
Omdat er verschillende programma's kunnen worden gebruikt voor de satijnsteek, zijn alle mogelijke programma's te vinden in de programmatabel in het hoofdstuk "14. Programma kiezen" op blz. 138.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Steeklengte: 0,5 t/m 1,5
Steekbreedte: 0,7 tot 6

TIP
Steeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bo- vendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe breder de steek moet worden, hoe lager de bovendraadspanning moet zijn. Bij het naaien van zeer dunne of gevoelige stoffen moet u een dun papier onder de stof leggen en dit meenaaien. Daarmee voorkomt u dat steken worden overgeslagen of de stof samentrekt.
10.11.4.Blindesteek
Voor zogenaamde blinde zomen.
Persvoet:......Blindsteekvoet
Persvoetindicator:....H
Programma: 4 of 7
Steeklengte: 0,8 tot 3
Steekbreedte: 2 t/m 7
Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past.
Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylon draad.
Vouw de stof samen zoals op de afbeelding weergegeven.
Stel de persvoet zo in met de stelschroef B dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken alleen in de bovenste vouw van de stof komen.
Naai de vouw vast zoals op de afbeelding weergegeven.
Haal nu de stof uit de machine en strijk hem glad.
De uitgevouwen stof heeft nu een blinde zoomsteek.

TIP
Het naaien van blinde zomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden uitgeprobeerd.

text_image
Onderkant BovenkantDe geschulpte zoom is een gespiegelde blinde steek voor decoratieve zo- men. Uitermate geschikt voor schuin gesneden stoffen.
Persvoet: ......standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 8
Steeklengte: 1 t/m 3
Steekbreedte: 1 t/m 7
De naald moet zodanig de stofrand rechts insteken dat de steken langs de buitenste rand van de zoom lopen.

Deze steek is bijzonder geschikt voor het naaien van blinde naden (aan elkaar naaien van twee stukken stof).
De elastische steek kan ook worden gebruikt om elastische stoffen te ver- stevigen en stukken stof op te naaien. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (bijvoorbeeld elastische bandjes).
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 1 en 6
Steeklengte: 0,2 tot 2,1
Steekbreedte: 3 tot 7

TIP
Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar.
10.11.7. Elastiek opnaaien
Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof.
Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij met de hand voor en na de persvoet. Hoe meer spanning is ingesteld, hoe meer plooien er ontstaan.
10.11.8. Veersteek
De veersteek kan worden gebruikt om twee stukken stof stomp aan elkaar te naaien.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 9
Steeklengte: 1 t/m 3
Steekbreedte:....3 tot 6
Leg de twee stofranden onder de persvoet. Zorg ervoor dat beide randen bij elkaar blijven en dat de naald links en rechts gelijkmatig in de stof steekt.

De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bijvoorbeeld om kant of elastiek op te naaien of stretch en andere elastische stoffen te naaien.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma: 10 of 32
Steeklengte: 1,5 tot 3
Steekbreedte:....3 tot 6
Let bij het naaien van smoksteken op het volgende:
▶ Plooi het naaiwerk gelijkmatig.
Leg een smalle strook stof onder de plooien en naai eroverheen met de smoksteek.
Maak het smokwerk helemaal af voordat u dit versierde deel in het hele kledingstuk naait.
Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elastische draad op de spoel te wikkelen.
10.11.10. Gesloten overlocksteek
Deze steek is uitermate geschikt om jersey en joggingpakken mee te naai- en en herstellen. Deze steek is zowel decoratief als praktisch. De steek be- staat uit gladde zijlijnen met dwarsverbindingen en is volledig elastisch.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Steeklengte: 1,5 tot 3
Steekbreedte: 3 tot 7
Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechteruitslag rechte steken naait en nog net de rand van de stof raakt en er zo met de linkeruitslag een zigzagsteek wordt genaaid.
10.11.11. Langett ensteken
Langettensteken zijn steekpatronen met decoratieve maar ook nuttige toepassingen.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma: 45 tot 59
Steeklengte: 0,3 tot 1,5
Steekbreedte:....3 tot 7
De schulprand (programma 54 of 55) is bijvoorbeeld ideaal voor het naaien van decoratieve patronen voor tafelkleden, servetten, kragen, manchetten, enz.

Siersteken zijn steekpatronen met een decoratieve toepassing, vergelijkbaar met langettensteken.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma: 35 tot 90
Steeklengte: 0,3 tot 4
Steekbreedte: 0,5 t/m 7
10.13. Patroonsteken
Patroonsteken zijn geschikt voor het ontwerpen van kinderkleding of als decoratief stiksel op sets, schorten, enz.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma:....74 tot 89
Steeklengte: 1,7 tot 2,5
Steekbreedte: 6,5

Bij de sier- en patroonsteken moet u verschillende steekbreedtes uitprobe- ren op een stuk stof om het beste resultaat te krijgen.
10.14. Lett erpatroon

Een overzicht van alle lettersteken vindt u in de programmatabel in hoofdstuk "14.2. Letterprogramma's" op blz. 139.
10.14.1. Lett ers selecteren
Druk op de knop Ⓐ om de lettermodus in te schakelen, het symbool ⚠ verschijnt op het display.
▶ Selecteer nu met de toetsen "▲" of "▼" het gewenste programma of de gewenste letter.
Houd de toetsen "▲" of "▼" ingedrukt om het snel doorlopen van het programma te starten.
In de snelzoekmodus veranderen de programma's in stappen van tien.
Begin langzaam te naaien, de machine stopt automatisch na elke voltooide letter.
10.14.2. Instellen van de afstand tussen de letters
De afstand tussen de letters kunt u via de steeklengte beïnvloeden.
Druk op de knop "-" om de steeklengte te verkleinen of op de knop "+" om de steeklengte te vergroten.
10.15. Knoopsgaten
De naaimachine heeft vijf volautomatische knoopsgatprogramma's die in één keer een knoopsgat naaien.

TIP
Om de juiste steeklengte en -breedte te vinden, is het aan te raden om een proefknoopsgat te naaien op een restje stof.
Persvoet: Knoopsgatvoet
Persvoetindicator:......B
Programma: 92 tot 99
Steeklengte: 0,4 of 1,2
Steekbreedte: 4
Leg eerst de knoop in de knoophouder van de knoopsgatvoet.
▶ Vervang de gemonteerde persvoet door de knoopsgatvoet. Zorg ervoor dat de bovendraad door de knoopsgatvoet wordt geleid.
- Markeer de plaats waar het knoopsgat moet worden genaaid en plaats de knoopsgatvoet daar.
Als u heel fijne stof of synthetische stof naait, verminder dan de druk van de persvoet en leg een stuk papier op de stof om te voorkomen dat de draad in de war raakt.
10.15.1. Werkwijze
Plaats de knoopsgatvoet op de gewenste en gemarkeerde plaats van uw naaimateriaal en laat de persvoethendel zakken.
- Trek hendel C van de knoopsgatautomaat voorzichtig naar beneden. Zorg ervoor dat de hendel zich binnen de begrenzingspennen A en B van de knoopsgatvoet bevindt.
▶ Selecteer een knoopsgatenpatroon en stel de gewenste steeklengte en -breedte in.
Begin langzaam te naaien, de naaimachine maakt nu het volledige knoopsgat in één naaistap.
De hendel van de knoopgasautomaat zorgt ervoor dat de gewenste lengte van het knopsgat behouden blijft en dat de naairichting wordt veranderd.
Houd het voetpedaal ingedrukt tot de naaimachine vanzelf stopt met naaien.
Zet de persvoethendel in de hoogste stand en verwijder het naaigoed.
Maak nu het knoopsgat los met het bijgeleverde tornmesje.

TIP
Om te voorkomen dat de bovenste pat wordt doorgesneden, is het aan te raden daarvoor een speld door de stof te steken.

10.15.2. Knoopsgaten met garenversteviging
Bij knoopsgaten waar meer druk op staat, is het aan te raden het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te verstevigen.

TIP
Gebruik voor knoopsgaten met vulgaren alleen de knoopsgatprogramma's met rechte uiteinden.
▶ Snijd een eindje meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgatvoet heen.
Haak het garen in de doorn achter de persvoet, trek het vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn.
Naai het knoopsgat op de gewone manier. Let er daarbij op dat de steken het meeloopgaren volledig omsluiten.
Als het knoopsgatprogramma is beëindigd, haalt u het naaiwerk uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uiteinden van het meeloopgaren dicht bij het naaiwerk af.

TIP
Het gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening. Maak enkele knoopsgaten op een lapje stof om hier handigheid in te krijgen.
10.16. Knopen en oogjes aannaaien
Knopen, haakjes en oogjes kunnen moeiteloos worden vastgenaaid met de transparante blauwe persvoet.
▶ Selecteer het knoopsgatprogramma en stel de steekbreedte zo in dat deze overeenkomt met de afstand tussen de gaatjes.
▶ Laat de stoftransporteur zakken met de hendel aan de achterkant van de machine.
Persvoet: knoopaannaaivoet
Persvoetindicator: 0
Programma: 91
Steeklengte: 0
Steekbreedte: 2 t/m 7

Laat de persvoet zakken en leg daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt, zoals op de afbeelding te zien is.
- Controleer de juiste positie van de knoop door aan het handwiel te draaien. De naald moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te voorkomen. Verander indien nodig de breedte van de zigzagsteek.
▶ Naai op lage snelheid 6 tot 7 steken per gat.
Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het weghalen van de stof trekt u de ruim afgesneden bovendraad naar de onderkant van de stof en knoopt u deze vervolgens vast aan de onderdraad.
10.16.1. Knopen met steel aannaaien
Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.
Leg een naald of bij een zwaardere steel een lucifer op de knoop en ga daarna op dezelfde manier te werk als bij het aannaaien van een nor- male knoop.
Haal uw naaiwerk na circa 10 steken uit de machine.
▶ Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk.
▶ Laat de bovendraad iets langer en snijd deze af.
Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Trek de bovendraad vervolgens naar de onderkant van de stof en knoop deze aan de onderdraad vast.
10.17. Ritssluitingen innaaien
Afhankelijk van welke kant van de rits u naait, moet de persvoet altijd op de stof liggen.
Daarom wordt de persvoet op de linker- of rechterkant en niet in het midden bevestigd, zoals bij alle andere voeten.
Persvoet:....Ritsvoet
Persvoetindicator:....
Programma:....1
Steeklengte: 1,5 tot 3
Steekbreedte: 0,5 t/m 6,5
Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen.
▶ Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet.
- Om de rechterkant van de ritssluiting vast te naaien, zet u de ritsvoet zo vast dat de naald aan de linkerkant naait.
Naai op de rechterkant van de ritssluiting, waarbij de naad zo dicht mogelijk tegen de tanden aan moet komen.
Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een tussenstuk vast.
- Om de linkerkant van de ritssluiting vast te naaien, wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder.
Naai op dezelfde manier als bij de rechterkant van de ritssluiting.

Voordat de voet bij de trekker van de rits komt, heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald in de stof blijft.
10.17.1. Koorden innaaien
Met de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals op de afbeelding te zien is.
▶ Sla de stof één keer om, zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord. Daarbij moet de ritsvoet achter het koord liggen.

text_image
Naald
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma:....1
Steeklengte: 4
Steekbreedte: 3
Verlaag de bovendraadspanning (zie blz. 116) zo dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en door de bovendraad wordt omstrengeld.
Naai een of meerdere rijen steken. Snijd de draden niet direct bij de stofrand af, maar laat de uiteinden van de draden circa 10 centimeter uitsteken.
Leg nu aan het begin van elke rij een knoop in de boven- en onderdraad.
Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meerdere onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de delen stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is gerimpeld, knoopt u de boven en onderdraden van de tweede kant vast.
▶ Verdeel de plooien gelijkmatig.
▶ Naai de plooien met een of meerdere rechte naden vast.
10.19. Applicaties opnaaien
De applicaties kunnen worden gebruikt op tafelkleden, shirts, gordijnen en kinderkleding.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 3
Steeklengte: 0,2 tot 3
Steekbreedte: 0,5 t/m 7
▶ Speld de applicatie op de stof.
Naai met een dichte zigzagsteek langs de rand van het vastgespelde motief. Voor fijne stoffen raden we aan een borduurring te gebruiken.
Draai de stof bij hoeken en rondingen van de applicatie pas als de naald zich aan de buitenkant van de applicatie bevindt.
▶ Verwijder ten slotte de stikdraad.
10.20. Met tweelingnaald naaien
De tweelingnaald is verkrijgbaar in de betere vakhandel. Let er bij de aankoop op dat de afstand tussen beide naalden niet groter is dan 4 mm. Met de tweelingnaald kunnen prachtige tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garen met verschillende kleuren gebruikt.
Persvoet: ...... standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma:....1
Steeklengte: 1 t/m 4
Steekbreedte: 0,5 t/m 3
LET OP
Gevaar voor beschadiging!
Door gebruik van een verkeerd naaiprogramma kan de tweelingnaald verbuigen of breken.
■ Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aangegeven programma.
Zet de tweelingnaald op dezelfde manier als een enkele naald in (zie blz. 132).
Steek de tweede garenpen in de uitsparing aan de achterkant van de naaimachine.
Zet twee even volle garenklossen op de garenpennen.
Rijg beide draden door de draadhouder, zoals bij een enkele draad.
Leid beide draden in de interne draadgeleiding.
Rijg een draad rechts en een draad links in voor de naaldogen.

▶ Selecteer met de knop de tweelingnaaldmodus, op het display verschijnt het symbool

Gevaar voor beschadiging!
Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbuigen of breken.
- Til de naald altijd uit de stof.
10.21. Naaien op de vrije arm
Met de vrije arm kunt u gemakkelijker ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen.
U kunt van uw naaimachine gemakkelijk een machine met een vrije arm maken door het afneembare werkblad van de naaimachine te halen.
De vrije arm is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
- Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken
- Applicaties, borduursels of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.
11. Onderhoud, verzorging en reiniging

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voetpedaal.
■ Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
11.1. Naald vervangen
▶ Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
▶ Draai de naaldklemschroef los door hem naar u toe te draaien.
▶ Haal de naald uit de naaldhouder.
▶ Steek de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in de naaldhouder. Schuif de naald tot de aanslag naar boven.
▶ Draai de naaldklemschroef weer vast.

text_image
Naaldstang Vastdraaien Losdraaien Naaldklemschroef Vlakke kant naar achteren
Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
Meer informatie over typen en diktes is te vinden in hoofdstuk "13. Stof-, garen- en naaldentabel" op blz. 137.
11.2. Persvoet weghalen en plaatsen
11.2.1. Verwijder
▶ Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Zet de persvoet omhoog door de persvoethendel omhoog te drukken.
- Door op de persvoetontgrendeling achter de persvoethouder te duwen, valt de persvoet naar beneden.
11.2.2. Plaatsen
Plaats de persvoet zo dat de pen bij de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel zakken.
Druk nu de persvoetontgrendeling omhoog. De persvoet valt nu automatisch in de juiste positie.
11.3. Persvoethouder weghalen en plaatsen
De persvoethouder hoeft niet te worden verwijderd, tenzij u iets wilt stoppen, borduren of ruimte wilt maken voor het reinigen van de stoftransporteur.
11.3.1. Verwijder
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te zetten.
Haal de voet van de persvoethouder en draai de klemschroef van de persvoet met de meegeleverde schroevendraaier los.
11.3.2. Plaatsen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te zetten.
Duw de persvoethouder bij het plaatsen zover mogelijk naar boven en draai de klemschroef van de persvoet met de meegeleverde schroevendraaier vast.
11.4. Onderhoud van de naaimachine
De naaimachine is een fijnmechanische machine die regelmatig onderhoud nodig heeft om goed te blijven werken.
Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren.
Het onderhoud bestaat vooral uit: reinigen en smeren.
i
Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit, omdat andere soorten olie niet geschikt zijn.
Let erop dat er na het smeren olieresten in de machine aanwezig kunnen zijn. Deze resten haalt u weg door een paar steken te naaien op een restje stof. Op deze manier voorkomt u dat uw naaiwerk vies wordt door olieresten.
11.4.1. Behuizing en voetpedaal reinigen
Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.
Voor de reiniging van de behuizing en het voetpedaal gebruikt u een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.

11.4.2. Reinigen en oliën van de transporteur en de spoelbehuizing
Het is nodig de tanden van de stoftransporteur altijd schoon te houden om ervoor te zorgen dat er bij het naaien geen problemen ontstaan.
▶ Verwijder naald en persvoet (zie blz. 132 en volgende).
Draai de schroeven van de steekplaat los en haal de plaat van de machine.

text_image
30 55 mm
- Til de spoel uit de spoelcassette.
Haal de grijperbaanring weg.
Haal stof en stukjes draad met het borsteltje van de tanden van de stof-transporteur, de spoelcassette en de grijperbaanring.
▶ Smeer de gebieden die zijn gemarkeerd met de pijlen in met een druppel naaimachineolie.
- Plaats de grijperbaanring terug in de spoelcassette. Zorg er bij het plaatsen voor dat de bevestigingslip B in contact is met de eindpositie van de grijperring A. - Plaats de steekplaat weer terug.
TIP
Afhankelijk van het gebruik moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.
12.Storingen
Lees als er zich storingen voordoen in deze gebruiksaanwijzing na of u alle instructies goed hebt opgevolgd.
Neem pas contact op met onze klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt.
| Storing Oorzaak Bladzijde | ||
| De machine loopt niet goed | De machine moet worden gesmeerd blz. 134 | |
| Stof en garen in de grijperbaan blz. 134 | ||
| Er bevinden zich resten op de tanden van de stoftransporteur | blz. 134 | |
| De bovendraad breekt | De bovendraad is niet goed ingeregen blz. 112 | |
| De draadspanning is te hoog blz. 116 | ||
| De naald is verbogen of stomp blz. 119 | ||
| De dikte van het garen past niet bij de naald blz. 137 | ||
| De naald is niet goed ingezet blz. 132 | ||
| De stof is aan het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken | blz. 120 | |
| De steekplaat, spoel of persvoet is beschadigd | ||
| De onderdraad breekt | De onderdraad raakt verward door een niet goed opgespoelde spoel | blz. 109 |
| De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door | blz. 111 | |
| De naald breekt | De naald is verkeerd ingezet blz. 132 | |
| De naald is verbogen blz. 119 | ||
| De naald is te dun blz. 137 | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken | blz. 119 | |
| Een knoop in de draad blz. 112 | ||
| De bovendraad is verkeerd ingeregen blz. 112 | ||
| De machine laat steken vallen | De naald is verkeerd ingezet blz. 132 | |
| De bovendraad is verkeerd ingeregen blz. 112 | ||
| De naald en/of de draad past niet bij de stof | blz. 137 | |
| De stof is te zwaar of te hard blz. 137 | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken. | blz. 119 | |
| De draad trekt samen of rimpelt | De bovendraadspanning is te hoog | blz. 116 |
| De machine is verkeerd ingeregen | blz. 112 | |
| De naald is te dik voor de stof | blz. 137 | |
| De draad vormt lussen | De draadspanning is niet goed ingesteld blz. 116 | |
| De bovendraad is niet goed ingeregen en/of de onderdraad is niet goed opgespoeld | blz. 111 | |
| De dikte van het garen past niet bij de stof blz. 137 | ||
| De stof loopt onregelmatig door | De steeklengte staat op '0' blz. 121 | |
| Garenresten in de grijperbaan blz. 134 | ||
| De machine loopt niet | De naaimachine is niet goed aangesloten of het stopcontact levert geen stroom | blz. 107 |
| Garenresten in de grijperbaan blz. 134 |
12.1. Nutt ige meldingen
12.1.1. Geluidssignalen
| Geluidssignaal Reden aanwijzing | |
| 1 x pieptoon normale werking | |
| 2 x pieptoon ongeldige bewerking | |
| 3 x pieptoon ongeldige machine-instelling | |
| 4 x pieptoon | de machine is vastgelopen |
12.1.2. Nuttige displayaanduidingen
| Displayaanduiding | Reden | Oplossing |
![]() | De spoelspindel is nog in de positie voor het opspoelen. | Druk de spoelspindel naar links. |
![]() | De knoopsgathendel is niet neergelaten of opgetild. | Trek de knoopsgathendel omlaag.Schuif de knoopsgathendel omhoog. |
![]() | De machine is gestopt omdat draad- of stofresten het mechanisme blokkeren. | Schakel de machine uit en verwijder de draad- of stofresten. |
13. Stof-, garen- en naaldentabel
Over het algemeen worden fijn garen en fijne naalden gebruikt om dunne stoffen te naaien en dikker garen en dikke naalden om zwaardere stoffen te naaien. Test altijd de garen- en naalddikte op een rest van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor de naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof strechnaden naait, moet u daarvoor naalden met een blauwe schacht gebruiken (in de vakhandel verkrijgbaar). Zo wordt voorkomen dat steken uitvallen.
| Soort stof Garen Naald | |||
| Zeer lichte stoffen | Chiffon, georgette, fijne kant, organza, netstof, tule | 50Synthetische stof, zijde | 65 |
| Lichte stoffen | Batist, voile, nylon, satijn, licht linnen | 80Katoen | 65Zijde, crêpe de ch |
| 50Zijde, synthetische stof | |||
| Jersey, badstof, tricot | 60Synthetische stof | ||
| Wildleer | 80Katoen | 75(Leer- of jeans-naald) | |
| Middelzware stof-fen | Flanel, velours, fluweel, mousseline, popeline, linnen, wol, vilt, badstof, gabardine | 60 - 80Katoen, zijde | 75 - 90 |
| Gebreide stof, stretch, tricot | 60Synthetische stof | 90 | |
| Leer, vinyl, wildleer | 80Katoen | 90(Leer- of jeans-naald) | |
| Zware stoffen | Jeansstof, jassenstof | 50Katoen | 100Jersey |
| 50Synthetische stof | |||
| Wol, tweed | 50Zijde | ||
| Zeer zware stoffen Canvas, zeildoek, meubelstof | 80 - 100Katoen | 100 | |
13.1. Handige naaitips
13.1.1. Dunne en lichte stoff en naaien
Bij lichte en dunne stoffen kunnen er golven ontstaan omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden gegrepen.
Leg bij het naaien van deze soorten stof een stikvlies (in de vakhandel verkrijgbaar) of een stuk vloeipapier onder het naaiwerk om golfvorming te voorkomen.
13.1.2. Elastische stoff en naaien
Elastische stoffen kunnen gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren stikt en deze vervolgens zonder het materiaal op te rekken met kleine steken aan elkaar naait.
Goede resultaten kunnen ook worden behaald door met speciaal garen voor gebreid materiaal en elastische steken te naaien.
14. Programmakiezen
14.1. Steekprogramma's

Alle steekpatronen gemarkeerd met een sterretje kunnen niet worden genaaid met een tweelingnaald. In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer.
| Programma-nummer | 00 01 | 02 03 04 | 05 06 07 | 08 09 | ||||||
| Steekpatroon | [7W6] | [17EA] | [1CTT] | [5A13] | [42YI] | [37X2] | [7470] | [CHD] | [42W4] | [5V23] |
| Programma-nummer | 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 | |||||||||
| Steekpatroon | ![]() | [15A8] | [30C8] | [22W6] | [6308] | ![]() | [48CZ] | ![]() | [4688] | [2C8E] |
| Programma-nummer | 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29* | |||||||||
| Steekpatroon | [KBA] | ![]() | [12HC] | ![]() | [55CV] | [148A] | [6V7X] | [48VT] | [63YT] | [122A] |
| Programma-nummer | 30 | 31 | 32 | 33* | 34 | 35* | 36* | 37* | 38* | 39* |
| Steekpatroon | [8248] | [23W42] | [426A] | [347W] | [59W3W] | [CYWDC] | [4WWC] | [74VT] | [707W] | [74A0] |
| Programma-nummer | 40 41* | 42 43 44 45 46 47 | 48* | 49* | ||||||
| Steekpatroon | [7026] | ![]() | [07CX] | [337B] | ![]() | [AWSY] | [KCBS] | [WADC] | ![]() | ![]() |
| Programma-nummer | 50* | 51 52 53* | 54 55 56 57 58 59 | |||||||
| Steekpatroon | [3W60] | [HK22] | [120H] | [701A] | [A1CY] | [5W17] | [37HM] | [6470] | [543X] | [7C29C] |
| Programma-nummer | 60 | 61 | 62* | 63* | 64* | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 |
| Steekpatroon | [14W2] | [5430] | [12W4] | [4238] | ![]() | [7228] | [3821] | [7802] | ![]() | [7YAA] |
| Programma-nummer | 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 | |||||||||
| Steekpatroon | [THX3] | [AYX0] | ![]() | [23AC] | [ABCA] | [248A] | [80HK] | ![]() | [KXY] | ![]() |
| Programma-nummer | 80 81* | 82 83 84 | 85 86* | 87* | 88* | 89* | |||||
| Steekpatroon | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | [TY6T] | ![]() | [27AT] | ![]() | ![]() | ![]() | |
| Programma-nummer | 90* | 91* | 92* | 93* | 94* | 95* | 96* | 97* | 98* | 99* | |
| Steekpatroon |
14.2. Lett erprogramma's
In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer.
| Programma-nummer | 00 01 | 02 03 04 | 05 06 07 | 08 09 | ||||||
| Steekpatroon | [6023] | [H0Y0] | ![]() | ![]() | ![]() | [62AX] | [ZC0D] | [X784] | ![]() | ![]() |
| Programma-nummer | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| Steekpatroon | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J |
| Programma-nummer | 20 | 21 | 22 23 | 24 25 26 | 27 | 28 29 | ||||
| Steekpatroon | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T |
| Programma-nummer | 30 | 31 | 32 33 | 34 35 36 | 37 | 38 39 | ||||
| Steekpatroon | U | V | W | X | Y | Z | a | b | c | d |
| Programma-nummer | 40 41 | 42 | 43 44 45 | 46 47 48 | 49 | |||||
| Steekpatroon | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n |
| Programma-nummer | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 |
| Steekpatroon | o | p | q | r | s | t | u | v | w | x |
| Programma-nummer | 60 | 61 | 62 63 | 64 65 66 | 67 68 69 | |||||
| Steekpatroon | y | z | @ | ! | ? | & | ' | " | , | |
| Programma-nummer | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 |
| Steekpatroon | . | - | . | / | : | ; | Ä | Å | Æ | à |
![]() |
15.Afvalverwerking

VERPAKKING
Uw naaimachine zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn onbewerkte materialen en zijn dus geschikt voor hergebruik of kunnen worden teruggebracht in de grondstoffenkringloop.

APPARAAT
Afgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd.
Volgens richtlijn 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van de levensduur op een passende manier worden afgevoerd.
Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecycled, zodat belasting van het milieu en negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid worden voorkomen.
Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch afval of bij een afvalsorteercentrum.
Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkingsdienst of met uw gemeente.
Hierbij verklaart Medion AG dat het product in overeenstemming is met de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesignrichtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.
18. Service-informatie
Wanneer uw apparaat niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan contact op met onze klantenservice. U heeft verschillende mogelijkheden, om met ons contact op te nemen:
- In onze Service-Community vindt u andere gebruikers en onze medewerkers en daar kunt u uw ervaringen uitwisselen en uw kennis delen.
U vindt onze Service-Community onder community.medion.com. - U kunt natuurlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
- En bovendien staat ons serviceteam ook via de klantenservice of per post ter beschikking.
| Nederland | |
| Openingstijden klantenservice Klantenservice | |
| Ma - vr: 08.30 - 17.00 uur Ⓤ 0900 - 2352534 | |
| Buiten deze tijden kunt u op het genoemde nummer te allen tijde gebruik maken van onze voicemaildienst met terugbeloptie. | |
| België & Luxemburg | |
| Openingstijden klantenservice Klantenservice (België) | |
| Ma - vr: 09:00 - 19:00 Ⓤ 02 - 200 61 98 | |
| Klantenservice (Luxemburg) | |
| Ⓧ 34 - 20 808 664 | |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V.John F.Kennedylaan 16a5981 XC PanningenNederland | |

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal www.medionservice.com.
Om redenen van duurzaamheid hebben wij geen gedrukte garantievoorwaarden. U vindt onze garantievoorwaarden ook in ons serviceportaal.
Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.
19. Colofon
Copyright 2024
Stand: 28. mei 2024
Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
MEDION AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Houd er rekening mee dat het bovenstaande adres geen retouradres is. Neem eerst contact op met onze klantenservice.






























