MD 15694 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 15694 MEDION in PDF-formaat.
| Producttype | Elektronische naaimachine |
| Merk | Medion |
| Model | MD 15694 |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz, 0.4 A |
| Motorvermogen | 30 W |
| Verlichting | LED-lamp 24 V, 1 W |
| Pedaal | Type ES01FC, 15 V, beschermingsklasse II |
| Afmetingen (ong.) | 40 x 18 x 30 cm |
| Gewicht (ong.) | 7 kg |
| Aantal programma's | 99 steekprogramma's + 100 tekens |
| Steektypes | Rechte steek, zigzag, elastisch, onzichtbaar, satijn, knoopsgat, decoratief, alfabet |
| Knoopsgaten | Automatisch in één stap (5 programma's) |
| Naaldinrijger | Geïntegreerd automatisch |
| Naaldstopstand | Instelbaar (hoog/laag) |
| Naaisnelheid | Variabele bediening via pedaal |
| Vrije arm | Ja (met afneembaar verlengblad) |
| Inclusief accessoires | Voetjes (standaard, rits, knoop, knoopsgat, satijn, onzichtbare zoom), naalden (normaal + tweeling), spoelen (4), tornmes, schroevendraaier, borstel, olieflesje, extra garenkloshouder, dop |
| Onderhoud | Reiniging van transporteur en spoelhuis, smering met speciale olie |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling, kinderbeveiliging (8+), noodstop |
| Garantie | 2 jaar (volgens Medion voorwaarden) |
| Repareerbaarheid | Reserveonderdelen beschikbaar via Medion service |
Veelgestelde vragen - MD 15694 MEDION
Gebruikersvragen over MD 15694 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 15694 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 15694 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 15694 MEDION
Overzicht van het apparaat
Vooraanzicht
Esquema del aparato
Vista de frente
1) Opspoeldraadgeleiding
2) Draadheffer
3) Regelaar voor bovendraadspanning
4) Display
5) Spoelspindel
6) Spoelaanslag
7) Eindpositie van naald
8) Achteruit-knop
9) Draadgeleiding
10) Naaldplaat
11) Accessoirevak
12) Vrije arm
13) Afdekking van spoelcassette
14) Hendel voor functie voor automatisch knoopsgaten
15) Draadmesje
16) Voorklep
17) Bovendraadgeleiding
2. Achteraanzicht
18) Omklapbare handgreep
19) Klospen
20) Naaivoethendel
21) Hendel voor stoftransporteur
22) Hoofdschakelaar (motor en licht)
23) Stekkerbehuizing voor het pedaal
24) Stekkerbehuizing voor netkabel
25) Ventilatiesleuven
26) Handwiel
27) Bevestigingsas voor tweede klospen
3. Naaimechanisme
28) Naaldklemschroef
29) Persvoethouder
30) Persvoetontgrendeling
31) Klemschroef voor persvoet
32) Persvoet
33) Stoftransporteur
34) Naald
35) Inrijgmechanisme
36) Hendel voor automatisch inrijgen
37) Draadgeleiding naaldhouder
4. Bedieningspaneel en display
38) Zenderkeuzetoetsen
39) Selectietoetsen voor steeklengte
40) Selectietoetsen voor steekbreedte
41) Selectietoets voor lettermodus
42) Selectietoets voor tweelingsnaaldmodus
43) Persvoetindicator
44) Indicator voor eindpositie van naald
45) Indicator voor standaard steeklengte
46) Weergave van steeklengte
47) Weergave van steekbreedte
48) Indicator voor standaard steekbreedte
49) Tweelingsnaaldindicator
50) Indicator voor lettermodus
51) Programmaweergave
Inhoudsopgave
- Hoofdcomponenten 105
- Achteraanzicht.... 105
- Naaimechanisme 105
- Bedieningspaneel en display 105
- Over deze handleiding.... 109
5.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden ....109
5.2. Gebruik voor het beoogde doel....109
5.3. Verklaring van conformiteit ....110
- Veiligheidsinstructies....111
6.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed 111
6.2. Netsnoer en netaansluiting....111
6.3. Basisinstructies ....111
6.4. Repareer de machine nooit zelf....112
6.5. Veilige omgang met de machine....112
6.6. Reinigen en opbergen 112
- Kennismaken met uw machine.... 113
7.1. Inhoud van de verpakking 113
7.2. Inhoud van het accessoirevak 114
7.3. Elektrische aansluitingen....115
7.4. Regelen van de naaisnelheid....115
7.5. Bevestigen en verwijderen van het afneembare werkblad....116
7.6. Accessoirevak....116
- Voorbereidende werkzaamheden 116
8.1. Plaatsen van een draadklos....116
8.2. Opspoelen van de onderdraadspoel....117
8.3. Verwijderen van de spoel 118
8.4. Plaatsen van de spoel....118
8.5. Inrijgen van bovendraad....120
8.6. Weergave van bovendraadgeleiding 122
8.7. Functie voor automatisch inrijgen van de naald....122
8.8. Ophalen van de onderdraad....124
- Instellingen 125
9.1. Instelling van de draadspanning....125
9.2. Regeling van de bovendraadspanning....125
9.3. Controleren van de draadspanningen....126
9.4. Instelling van de eindpositie van de naald....127
- Naaien.... 128
10.1. Algemeen 128
10.2. Selecteren van de juiste naald 128
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen 129
10.4. Achterwaarts naaien/Patroonafsluiting....129
10.5. Stof uit de naaimachine verwijderen....129
10.6. Omwisselen van naairichting....130
10.7. Afsnijden van de draad....130
10.8. Programmaselectie 130
10.9. Instelling van steekbreedte....131
10.10. Instelling van steeklengte....131
10.11. Soorten steken instellen....131
10.12. Siersteken .... 136
10.13. Beeldpatroonsteken 136
10.14. Letterpatronen....136
10.15. Knoopsgaten....137
10.16. Knopen en oogjes aannaaien....138
10.17. Ritssluitingen innaaien 139
10.18. Rimpelen....140
10.19. Opnaaien van applicaties....141
10.20. Naaien met tweelingnaald 141
10.21. Naaien op de vrije arm....142
11. Onderhoud, verzorging en reiniging.... 143
11.1. Vervangen van de naald....143
11.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet....144
11.3. Verwijderen en inzetten van de persvoethouder 144
11.4. Onderhoud van de naaimachine 144
12. Storingen.... 146
12.1. Nuttige meldingen....148
13. Stof-, garen- en naaldentabel.... 148
13.1. Handige naaitips....149
14. De programmakeuze.... 150
14.1. Steekprogramma's....150
14.2. Letterprogramma's....152
15. Afvoer 153
16.1. Symbolen op het typeplaatje en het apparaat/de netadapter ....153
17. Colofon 154
18. Index 155
5. Over deze handleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u deze machine voor het eerst in gebruik neemt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht!
Alle handelingen aan en met dit apparaat zijn alleen toegestaan zoals deze in de handleiding zijn beschreven.
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Geef deze handleiding mee wanneer u de machine doorgeeft aan een andere eigenaar!
5.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden

GEVAAR!
Waarschuwing voor acuut levensgevaar!

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar let- sel!

VOORZICHTIG!
Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel!

OPMERKING!
Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen! Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat!

OPMERKING!
Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht!

TIP
Naaitips om het werk gemakkelijker te maken
5.2. Gebruik voor het beoogde doel
Dit apparaat biedt vele gebruiksmogelijkheden:
De naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden van licht tot zwaar naaigoed.
Het naaigoed kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen.
Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
- Breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.
- Neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
5.3. Verklaring van conformiteit
Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.

6. Veiligheidsinstructies
6.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed
- Deze machine kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïinstrueerd in het gebruik van de machine zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan.
- Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het netsnoer worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
6.2. Netsnoer en netaansluiting
- Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (230 V\~ 50 Hz) dichtbij de plaats van de installatie. Zorg ervoor dat het stopcontact altijd goed toegankelijk is zo- dat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.
- Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel trekken.
- Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
- Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen.
- De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.
- Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, trekt u de stekker uit het stopcontact om ongelukken door onopzettelijke inschakeling van de machine te vermijden.
- Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, persvoet instellen, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, aan het einde van naaiwerkzaamheden en wanneer de werkzaamheden worden onderbroken.
6.3. Basisinstructies
- De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor en elektrisch schok!
- Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.
- Gebruik de naaimachine nooit in de open lucht.
- Gebruik de naaimachine nooit als deze vochtig is of in een vochtige omgeving.
- De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type ES-01FC.
6.4. Repareer de machine nooit zelf

WAARSCHUWING!
Gevaar voor een elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok!
▶ Probeer in geen geval de machine te openen of zelf te repareren!
Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is, contact op met het Servicecentrum of een andere vakkundige reparatiedienst.
- Trek bij beschadigingen van de machine of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of het netsnoer niet worden gebruikt.
- Als het netsnoer van de machine beschadigd is geraakt moet deze, om gevaar te voorkomen, worden vervangen door de klantenservice van de fabrikant of een andere deskundige persoon.
6.5. Veilige omgang met de machine
- Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.
- Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingen binnendringen.
- Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
- Plaats nooit iets op het pedaal.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
- Gebruik voor het oliën alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
- Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aangesloten!
- Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
- Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.
- Hou de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen breken.
- Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.
- Schakel de machine na werkzaamheden of voor onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
6.6. Reinigen en opbergen
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Reinig de machine met een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen.
- Gebruik voor het opbergen van de naaimachine altijd de meegeleverde kap zodat de machine beschermd is tegen stof.
7. Kennismaken met uw machine
7.1. Inhoud van de verpakking
Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:

52) Naaimachine
53) Afneembaar werkblad met accessoirevak
54) Netsnoer
55) Pedaal (type ES01FC)
Voor de volgende onderdelen ontbreekt de afbeelding:
- Standaardvoet (Indicator J) (rechte steek/zigzagsteek) (reeds gemonteerd)
- Afdekkap
- Letterblad
- Handleiding en garantiebewijs

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
7.2. Inhoud van het accessoirevak

56) Assortiment naalden
57) Tweelingsnaald
58) Tornmesje
59) Schroevendraaier (klein)
60) Speciale schroevendraaier voor steekplaat
61) Oliespuitje
62) 4 spoelen (3 in accessoirevakje en 1 voorgemonteerd)
63) Draadgeleider
64) Reinigingskwastje
65) Extra klospen
66) Ritsvoet
67) Satijnsteekvoet (Indicator Z)
68) Knoop aannaaivoet (Indicator O)
69) Blindsteekvoet (Indicator H)
70) Knoopsgatvoet (Indicator B)
7.3. Elektrische aansluitingen
OPMERKING!
Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type ES01FC.


text_image
Aansluiting Pedaal Stroomschakelaar Aansluiting Netsnoer Stekkerdoos Aansluitkabel Pedaal Netsnoer PedaalVOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bedie- ning van het pedaal.

▶ Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact.
▶ Sluit het pedaal aan op de aansluiting voor het pedaal op de naaimachine.
▶ Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in de daarvoor bestemde aansluiting op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact.
▶ Schakel de naaimachine in met de stroomschakelaar (22). De stroomschakelaar schakelt zowel de naaimachine als de naaiverlichting in.
7.4. Regelen van de naaisnelheid
De naaisnelheid wordt geregeld met het pedaal. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen.


7.5. Bevestigen en verwijderen van het afneembarewerkblad
De machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneembaar werkblad.
- Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven.
Als u het afneembare werkblad wilt plaatsen, zet u het werkblad tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vastklikt.
7.6. Accessoirevak
Het accessoirevakje is geïntegreerd in het afneembare werkblad.
U opent het door het deksel van het afneembare werkblad naar beneden te klappen. Hierdoor krijgt u toegang tot de hierin opgenomen accessoires.
8. Voorbereidende werkzaamheden
8.1. Plaatsen van een draadklos
Voor de meeste draadklossen gebruikt u de horizontale klospen (19). Als een draadklos te groot is voor deze klospen, kunt u de extra klospen uit de accessoires als verticale klospen gebruiken.
Plaats de draadklos op de klospen (19) en zet de klos vast met de draadgeleider.

text_image
Draadgeleider Klos Klospen Inkeping voor vastzetten van draad
TIP
De meeste draadklossen bevatten een inkeping die voor het vastzetten van de draad na het gebruik dient. Zorg voor een gelijkmatige en storingsvrije geleiding van de draad door erop te letten dat deze inkeping omlaag wijst.
8.2. Opspoelen van de onderdraadspoel
De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld.
Hiervoor voert u de draad van de draadklos door de opspoeldraadgeleiding (1) naar de spoel.
De exacte procedure voor het opwinden gaat als volgt:
▶ Steek de extra klospen in de daarvoor bestemde opening.
▶ Voer nu de draad vanaf de draadklos door de opspoeldraadgeleiding (1), zoals op de afbeelding weergegeven.

▶ Voer het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.
Plaats de spoel op de spoelspindel (5), waarbij het uiteinde van de draad bovenop de spoel ligt. Draai de spoelspindel (5) naar rechts richting spoelaanslag (6), totdat deze hoorbaar vastklikt.

Nadat de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, ver- andert de LED-weergave van het programmanummer in het symbool "][". Tegelijkertijd wordt ook het naaimechanisme uit- geschakeld, zodat de naald tijdens het opspoelen niet meebeweegt.
Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het pedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Spoel op totdat de spoelspindel (5) niet meer verder draait.
Draai de spoelspindel (5) naar links en verwijder de spoel.
▶ Snijd de uitstekende draden af.
OPMERKING
De LED-weergave schakelt van het symbool "]][" weer terug naar de weergave van het programmanummer (51) en het naaimechanisme wordt weer geactiveerd.


8.3. Verwijderen van de spoel
Zet de naald in de bovenste stand door aan het handwiel (26) resp. de persvoethendel te draaien.
▶ Open de spoelcassette door de ontgrendelingsschuif naar rechts te drukken.

▶ Verwijder de afdekking van spoelcassette (13).
- Til nu voorzichtig de spoel uit de spoelcassette

8.4. Plaatsen van de spoel
Houd de spoel tussen duim en wijsvinger en laat de draad ca. 15 cm naar beneden hangen.
Leg de spoel voorzichtig in de spoelcassette zodat de draad beneden van de spoel wordt gewikkeld en de spoel linksom draait als u aan de draad trekt.

▶ Leid nu de draad van rechts naar links in de spanveer (opening A)

▶ Trek nu de draad door inkeping B via de spoel naar buiten. Laat ca. 15 cm draad uitsteken.

text_image
A BHoud het uiteinde van de draad vast en sluit de afdekking van de spoelcassette (13) weer door de afdekking eerst aan de linkerkant van te zetten en vervolgens vast te drukken, totdat deze hoorbaar vastklikt.

Voor een beter overzicht ziet u hieronder nog een keer de grijperbaanring met de beide inkepingen voor draadgeleiding.


text_image
B A8.5.Inrijgenvanbovendraad
Lees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij de draadgeleiding kan leiden tot het breken van de draad, het uitvallen van steken en het samen-trekken van de stof.
Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel (26) te draaien.

Zet de persvoethendel (19) eveneens in de bovenste stand. Hierdoor wordt de draadspanning verminderd en kan de bovendraad probleemloos worden ingeregen.
Plaats een draadklos op een van de klospennen en zet de draadklos vast met de draadgeleider.
Leid nu de draad onder de klemveer van de bovendraadgeleiding (17) door, zoals weergegeven:
Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de regelaar voor de bovendraadspanning (3) lopen, zoals afgebeeld.

OPMERKING
Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spannings- schijven van de bovendraadspanning niet direct zichtbaar. Let er daarom heel goed op dat de draad tussen de spannings- schijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt.

TIP
Een bovendraadspanning van 3 tot 4 is ideaal voor de meeste toepassingen.
▶ Voer de draad onder de voorste draadgeleiding (9) door naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhoog geschoven.

Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer (2).

Draai eventueel aan het handwiel (26) om de draadheffer (2) helemaal naar boven te zetten.

Leid de draad nu weer naar beneden in de richting van de naald, waarbij deze door de interne draadgeleiding en de draadgeleiding (9) van de naaldhouder (37) wordt gevoerd.

8.6. Weergave van bovendraadgeleiding
Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het draadverloop van de bovendraad.
De cijfers geven de volgorde van de stap bij het inrijgproces aan.

8.7. Functie voor automatisch inrijgen van de naald
De naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme (35), dat het inrijgen van de bovendraad vereenvoudigd.

OPMERKING
Gevaar voor beschadiging!
Het inrijgmechanisme kan niet worden gebruikt voor het inrijgen van een tweelingnaald.
Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te plaatsen. Leg de draad om draadgeleiding B heen.

text_image
B▶ Trek de hendel (36) van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk naar beneden.

Draai de hendel (36) van het inrijgmechanisme voorzichtig linksom naar achter.

De draadhaak A wordt automatisch door het oog van de naald geleid. Leg de draad onder de draadhaak A.

Zet de hendel (36) van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald.

▶ Schuif de hendel (36) van het inrijgmechanisme weer omhoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen.

8.8. Ophalen van de onderdraad

Zet de persvoet (32) omhoog. Draai het handwiel (26) met de rechterhand naar u toe totdat de naald zich in de bovenste positie bevindt.
Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel (26) met de rechterhand naar u toe, totdat de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft bewogen.
Vervolgens stopt u het handwiel (26) zodra de naald in de hoogste stand staat.

▶ Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt.

▶ Trek ca. 15 cm van beide draden onder de persvoet (32) aan de achterkant naar buiten.
9. Instellingen
9.1. Instelling van de draadspanning
Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.
Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning te laag.
In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld.
Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning de juiste onderlinge verhouding hebben.
9.2. Regeling van de bovendraadspanning
De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning (3).
Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning.

text_image
Draadspanning verlagen Draadspanning verhogenOPMERKING
Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt.
De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet.
Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden geregeld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een verschillende spanning worden gebruikt.
De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.
Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijkmatig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken.
Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een lapje.

9.3. Controleren van de draadspanningen
9.3.1. Juiste naad
De instelling van boven- en onderdraadspanning is juist als de kronkels van de draden zich in het midden van de stof bevin- den.
De stof blijft glad en vertoont geen plooien.

text_image
Onderkant Bovenkant9.3.2. Onzuivere naden
De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad naar boven. De onderdraad verschijnt op de bovenste stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een laag nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning (3) te draaien.
Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad naar beneden. De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een hoger nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning (3) te draaien.

flowchart
graph TD
A["Onderkant"] --> B["Draad-spanning te hoog"]
C["Bovenkant"] --> D["Draad-spanning verhogen"]
E["Draad-spanning verlagen"] --> F["Draad-spanning verhogen"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
style B fill:#cff,stroke:#333
style D fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
9.4. Instelling van de eindpositie van de naald
De naaimachine beschikt over een mechanisme voor het positioneren van de naald die de naald steeds in de bovenste of onderste positie plaatst als het naaiproces is voltooid.
U kunt instellen of de naald in de bovenste of onderste positie moet worden geplaatst.
Aan het begin van elk naaiwerk is het mechanisme voor het positioneren van de naald op de bovenste positie ingesteld.
Dit is zinvol voor de meeste naaiklussen.
Als u de eindpositie van de naald wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk:
Druk eenmaal op de toets voor het positioneren van de naald (7) om de positionering voor de onderste stand in te stellen.
De naald wordt in de onderste positie geplaatst.
Als u nogmaals op de toets voor het positioneren van de naald (7) drukt, wordt de naald weer in de bovenste stand geplaatst.
Op het display wordt de huidige stand van de naald (44) weergegeven.
TIP
Bij naaiwerk waarbij vaak van naairichting moet worden veranderd is het zinvol de naaldpositie op de onderste stand in te stellen omdat de stof dan gemakkelijker kan worden gedraaid.

• Schakel de hoofdschakelaar (22) in.
- Zet de naald (36) bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet (32). Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken.
- Zet de persvoethendel (20) omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel (26) naar u toe en plaatst u de naald op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.
- Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Voer de stof bij het naaien met zachte hand door de machine. Naai door omzetten van de achteruithendel (8) enkele terugwaartse steken om de eerste steken van de naad vast te zetten.

TIP
Als u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje. De stof loopt automatisch onder de persvoet (32) door: de stof mag niet met de handen worden tegengehouden of worden getrokken, maar moet soepel worden geleid zodat de naad de door u gewenste richting krijgt.
10.2. Selecteren van de juiste naald

OPMERKING!
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden.
▶ Vervang defecte naalden onmiddellijk.
Het nummer dat de sterkte van de naald aangeeft, is op de schacht aangebracht.
Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald.
Sterkere naalden worden voor dikkere en compactere stoffen gebruikt (zie ook "9. Stof-, garen- en naaldentabel" op pagina 148)
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen
De persvoet (32) gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel (20) omhoog of omlaag te bewegen.

De persvoet (32) kan iets omhoog worden verplaatst voor extra bewegingsruimte, zodat u dikke stoffen kunt naaien.
10.4. Achterwaarts naaien/Patroonafsluiting
Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te versterken.
10.4.1. Achterwaarts naaien bij rechte en zigzagsteken
Druk op de achteruittoets (8) en houd deze ingedrukt.
Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller de machine loopt.
▶ Als u weer vooruit wilt naaien, laat u eenvoudig de achter-uittoets (8) los.

text_image
U ↑ n10.4.2. Patroonafsluiting bij siersteken
▶ Druk op de achteruittoets (8).
De machine voert automatisch vier kleine steken uit om het patroon af te sluiten.
▶ De positie van deze hechtsteken is steeds precies waar de naad eindigt.
10.5. Stof uit de naaimachine verwijderen
Zorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald in de hoogste stand staat. U kunt de stof verwijderen door de persvoet (26) omhoog te tillen en de stof bij u vandaan naar achteren te trekken.

text_image
Ingebouwd draadmesje
text_image
Programmanummer omhoog 2.5 3.5 Programmanummer omlaag10.6. Omwisselen van naairichting
Als u in de hoeken van het naaigoed van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk:
▶ Stop de machine en draai het handwiel (24) zo ver naar u toe totdat de naald in de stof steekt.
▶ Til de persvoet (26) op.
Draai de stof om de naald om de richting naar wens te veranderen.
Laat de persvoet (26) weer zakken en ga verder met naaien.
TIP
U kunt ook de plaatsing van de naald voor de onderste positie instellen. Voer hiertoe de procedure uit die in hoofdstuk "5.4. Instelling van de eindpositie van de naald" op pagina 127 wordt beschreven.
10.7. Afsnijden van de draad
Snijd de draad af met het draadmesje (15) achter aan de naai-machine of met een schaar. Laat ca. 15 cm van de draad uitsteken achter het oog van de naald.
10.8.Programmaselectie
Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de toetsen voor programmakeuze (38) kunt u eenvoudig het gewenste steekpatroon instellen.
- Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald in de bovenste stand staat.
Stel met de toetsen " en " de gewenste steek in.
Als u de toetsen voor programmaselectie (38) ca. 5 seconden ingedrukt houdt, lopen de programanummers in stappen van tien op. Bij het bereiken van het gewenste programmabereik laat u de toetsen eenvoudig los.
Een overzicht van alle steeksoorten vindt u op het bedie- ningspaneel van de naaimachine of in het hoofdstuk "10. De programmakeuze" op pagina 150 .
10.9. Instelling van steekbreedte
Met de instelling voor de steekbreedte (40) kunt u de breedte van het door u ingestelde steekpatroon selecteren.
Druk op de toets „-“ om de steekbreedte te verkleinen of op de toets „+“ om de steekbreedte te vergroten.
De standaard steekbreedte wordt op het display aangeduid met het symbool (48). Als de standaard steekbreedte verandert, verdwijnt het ovaal om het symbool voor de steekbreedte
Als bij het instellen van de steekbreedte een waarschuwingstoon klikt (herhaald geluidssignaal), heeft u de minimale of maximale steekbreedte bereikt.
10.10.Instellingvansteeklengte
Met de instelling voor de steeklengte (39) kunt u de lengte van het door u ingestelde steekpatroon selecteren.
Druk op de toets „-“ om de steeklengte te verkleinen of op de toets „+“ om de steeklengte te vergroten.
De standaard steeklengte wordt op het display aangeduid met het symbool ⚠ (45). Als de standaard steeklengte verandert, verdwijnt het ovaal om het symbool voor de steeklengte !
Als bij het instellen van de steeklengte een waarschuwingstoon klikt (herhaald geluidssignaal), heeft u de minimale of maximale steeklengte bereikt.
10.11. Soorten steken instellen
De soorten steken worden ingesteld met de toetsen voor programmaselectie (38). Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u voordat u van steek verandert.
Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaiproef op een lapje uit.
OPMERKING
Een overzicht van alle steekpatronen kunt u vinden in de programmatabel in hoofdstuk "10. De programmakeuze" op pagina 150.
Afhankelijk van de programmaselectie moet een geschikte persvoet worden gebruikt. Voor het plaatsen en verwijderen van de persvoet raadpleegt u "7.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet" op pagina 144.

text_image
2.5 3.5 - + - + Insteltoetsen voor steekbreedte
text_image
Insteltoetsen voor steeklengte - + - - +
Geschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken.
Persvoet:....Standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 0
Steeklengte: 0,5 tot 4,5
Steekbreedte: 0,5 tot 6,5
OPMERKING
Gevaar voor beschadiging!
Een verkeerd draaipunt kan bij gebruik van een tweelingnaald tot beschadiging leiden.
▶ Stel de naald in dit geval in het draaipunt hoog in.
10.11.2. Zigzagsteek
De zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze biedt een groot aantal toepassingsmogelijkheden, zoals omzomen en het opnaaien van applicaties en monogrammen.
Voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken, naait u ter versterking van de naad enkele rechte steken.
Persvoet: ....Standaardvoet
Persvoetindicator: J
Programma: 3
Steeklengte: 0,2 tot 3
Steekbreedte:0,5 tot 7

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN
Om betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken.
De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.
10.11.3. Satijnsteek
De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is bijzonder geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken.
Aangezien diverse programma's kunnen worden gebruikt voor de satijnsteek, kunt u alle mogelijke programma's vinden in de programmatabel in hoofdstuk "10. De programmakeuze" op pagina 150.
Persvoet: ....Satijnsteekvoet
Persvoetindicator: Z
Steeklengte: 0,5 tot 1,5
Steekbreedte:0,7 tot 6

TIP
Steeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bovendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe breder de steek moet zijn, hoe lager de bovendraadspanning. Bij het naaien van zeer dunne of tere stoffen legt u een dun papier onder de stof en naait u dit mee. Daarmee voorkomt u het overslaan van steken en het rimpelen van de stof.

Voor het zogenaamde blindzomen.
Persvoet:......Blindsteekvoet
Persvoetindicator:....H
Programma: 4 of 7
Steeklengte: 0,8 tot 3
Steekbreedte: 2 tot 7
Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past.
Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nyondraad.
▶ Vouw de stof zoals op de afbeelding getoond.
Stel de persvoet met de stelschroef B zo in dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken telkens alleen in de bovenste vouw van de stof steken.
Naai op de vouw zoals in de afbeelding wordt weergegeven.
Haal daarna de stof van de machine en strijk de stof glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek.

text_image
Onderkant Onderkant
Het naaien van blindzomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden geoefend.

10.11.5. Mosselzoom
De mosselzoom is een gespiegelde blindsteek voor decoratieve zomen. Bijzonder geschikt voor dwarsgesneden stoffen.
Persvoet:....Standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma: 8
Steeklengte: 1 tot 3
Steekbreedte:....1 tot 7
De naald moet zo in het stuk stof rechts worden gestoken dat de steken langs de buitenste rand van de zoom lopen.

Deze steek is bijzonder geschikt om twee aan elkaar te naaien. De elastische steek kan ook voor het versterken van elastische stoffen en voor het opnaaien van stofdelen worden gebruikt. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (zoals rubberen banden).
Persvoet:....Standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma:.... 1 en 6
Steeklengte: 0,2 tot 2,1
Steekbreedte: 3 tot 7

TIP
Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar.
10.11.7. Opnaaien van elastiek
Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof.
Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij voor en na de persvoet met de hand. Hoe meer spanning hoe meer plooien.
10.11.8. Veersteek
Met de veersteek kunnen twee stukken stof stomp aan elkaar genaaid worden.
Persvoet: ......Standaardvoet
Persvoetindicator:......J
Programma: 9
Steeklengte: 1 tot 3
Steekbreedte: 3 tot 6
Leg de twee stukken stof onder de persvoet. Let er op dat beide randen bij elkaar blijven en dat de naald links en rechts even breed in de stof steekt.

De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bv. voor het opnaaien van kant of elastiek of voor het naaien van stretch en andere elastische stoffen.
Persvoet:....Standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma: 10 of 32
Steeklengte: 1,5 tot 3
Steekbreedte: 3 tot 6
Let bij het naaien van smoksteken op het volgende:
▶ Rimpel het naaiwerk gelijkmatig.
Leg een smalle strook stof onder de rimpels en naai er overheen met de smoksteek.
Maak het smokwerk helemaal af voordat u het zo versierde deel in het hele kledingstuk zet.
Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elastische draad op de spoel te wikkelen.
10.11.10. Gesloten overlocksteek
Deze steek is speciaal bedoeld voor het naaien en herstellen van jersey en joggingpakken. Deze steek is zowel decoratief als praktisch. De steek bestaat uit gladde zijlijnen met dwars-verbindingen en is volledig elastisch.
Persvoet:....Standaardvoet
Persvoetindicator: J
Steeklengte: 1,5 tot 3
Steekbreedte: 3 tot 7
Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechter uitslag rechte steken naait en net nog de rand van de stof raakt en er zo met de linker uitslag een zig-zagsteek genaaid wordt.
10.11.11. Langettensteken
Langettensteken zijn steekpatronen met decoratieve maar ook praktische toepassingen.
Persvoet: ....Standaardvoet of satijnsteekvoet
Persvoetindicator:....J of Z
Programma: 45 tot 59
Steeklengte: 0,3 tot 1,5
Steekbreedte: 3 tot 7
De schelpsteek (programma 54 of 55) is bijvoorbeeld ideaal voor het naaien van decoratieve patronen op tafelkleden, servetten, kragen, manchetten etc.

Siersteken zijn steekpatronen met decoratieve toepassingen die vergelijkbaar zijn met die van langettensteken.
Persvoet: ....Standaardvoet of satijnsteekvoet
Persvoetindicator: J of Z
Programma: 35 tot 90
Steeklengte: 0,3 tot 4
Steekbreedte:0,5 tot 7
10.13. Beeldpatroonsteken
Beeldpatroonsteken zijn geschikt voor het versieren van kinderkleding of als siernaden op sets, schorten etc.
Persvoet: ......Standaardvoet of satijnsteekvoet
Persvoetindicator:....J of Z
Programma:....74 tot 89
Steeklengte: 1,7 tot 2,5
Steekbreedte: 6,5

OPMERKING
Probeer bij de sier- en beeldpatroonsteken verschillende steekbreedten uit op een stuk stof om een optimaal resultaat te verkrijgen.
10.14.Letterpatronen

OPMERKING
Een overzicht van alle lettersteken vindt u op de meegeleverde patroonplaat of in de programmatabel in hoofdstuk "10.2. Letterprogramma's" op pagina 152.
- Om de letters eenvoudig terug te vinden steekt u de patroonplaat op de handgreep (18) van de machine. Zo zijn de programmanummers altijd beschikbaar.
10.14.1. Letters selecteren
▶ Door op de toets A(41) te drukken schakelt u over naar de lettermodus. Op het display wordt het symbool A(50) weergegeven.
▶ Selecteer nu met de toetsen " of " " het gewenste programma of de gewenste letter.
Druk op de toetsen "of „" en houd deze ingedrukt om snel vooruit of terug te gaan.
Bij snel vooruit of teruggaan verandert het programma in stappen van tien.
Begin langzaam met naaien. De machine stopt automatisch na elke voltooide letter.
10.14.2. De afstand tussen de letters instellen
▶ De afstand tussen de letters kan worden beïnvloed via de steeklengte.
Druk op de toets „-“ om de steeklengte te verkleinen of op de toets „+“ om de steeklengte te vergroten.
10.15. Knoopsgaten
De naaimachine beschikt over vijf volautomatische knoops-gatprogramma's, die in één bewerking een knoopsgat naaien.
TIP
Om de passende steeklengte en -breedte te vinden wordt aangeraden om een proefknoopsgat op een lapje te maken.
Persvoet: Knoopsgatvoet
Persvoetindicator:....B
Programma: 92 tot 99
Steeklengte: 0,4 of 1,2
Steekbreedte: 4
Leg eerst de knoop in de knoophouder van de knoopsgatvoet.
▶ Vervang de geplaatste persvoet door de knoopsgatvoet. Let erop dat de bovendraad door de knoopsgatvoet wordt geleid.
Geef de plek aan waar het knoopsgat moet worden genaai en breng daar de knoopsgatvoet aan.
Als u zeer fijne stof of synthetische materialen naait, vermindert u de druk van de persvoet en legt u een stuk papier op de stof om te voorkomen dat de draden in de war raken.
10.15.1. Werkwijze
- Breng de knoopsgatvoet aan op de gewenste en gemarkeerde plek op uw naaigoed en laat de persvoethendel zakken.
- Trek hendel C van de functie voor automatisch knoopsgaten voorzichtig naar beneden. Let erop dat de hendel binnen de begrenzingsnokjes A en B van de knoopsgatvoet staat.
Kies een knoopsgatpatroon en stel de gewenste steeklengte en -breedte in.
Begin langzaam met naaien. De naaimachine maakt nu het complete knoopsgat in één naaibewerking.
De hendel (14) van de functie voor automatische knoops-gaten zorgt ervoor dat het knoopsgat de gewenste lengte krijgt en dat van naairichting wordt veranderd.
Houd het pedaal ingedrukt totdat de naaimachine vanzelf stopt met naaien.
Zet de persvoethendel in de hoogste positie en verwijder het naaigoed.
▶ Snijd het knoopsgat open met het meegeleverde tornmesje.
TIP
Om het doorsnijden van de bovenste rups te voorkomen is het raadzaam daarvoor een speld door te stof te steken.

10.15.2. Knoopsgaten met garenversterking
Bij knoopgaten die aan grotere belastingen worden blootgesteld is het zinvol het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te versterken.

TIP
Gebruik voor knoopsgaten met meeloopgaren alleen de knoopsgatprogramma's met rechte uiteinden.
▶ Snijd een eind meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgat-voet heen.
Haak het garen in de doorn achter aan de persvoet en leid het garen vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn.
Naai het knoopsgat op de gebruikelijke manier. Let er daarbij op dat de steken meeloopgaren volledig omsluiten.
Als het knoopsgatprogramma beëindigd is, haalt u het naaigoed uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uit-einden van het meeloopgaren dicht bij het naaiwerk af.

TIP
Het gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening. Maak enkele knoopsgaten op een oefenlapje om de procedure te le- ren.
10.16. Knopen en oogjes aannaaien
Met de doorzichtig blauwe persvoet kunnen moeiteloos knopen, haakjes en oogjes worden aangenaaid.
Kies het knoopsgatprogramma en stel de steekbreedte op basis van de afstand van de gaten.
Laat de stoftransporteur (33) zakken met de hendel (21) aan de achterzijde van de machine.
Persvoet: Voet voor aannaaien van knopen
Persvoetindicator:....O
Programma: 91
Steeklengte: 0
Steekbreedte: 2 tot 7

Laat de persvoethendel zakken en plaats daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt, zoals in de afbeelding te zien is.
- Controleer de juiste positie van de knoop door het handwiel (26) met de hand te draaien. De naald moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te vermijden. Indien nodig, verandert u de breedte van de zigzagsteek.
▶ Naai op lagere snelheid 6 tot 7 steken per gat.
Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het verwijderen van de stof voert u de ruim afgesneden bovendraad naar de onderkant van de stof en knoopt u deze vervolgens vast aan de onderdraad.
10.16.1. Knopen met steel aannaaien
Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.
Leg een naald of, bij een langere steel, een lucifer op de knoop en ga daarna op dezelfde wijze te werk als bij het aannaaien van een normale knoop.
Haal uw naaiwerk na ca. 10 steken uit de machine.
▶ Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk.
▶ Laat de bovendraad iets langer en snij de bovendraad af.
Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Voer de bovendraad vervolgens naar de onderkant van de stof en knoop het aan de onderdraad vast.

10.17. Ritssluitingen innaaien
Afhankelijk van welke zijde van de rits die u naait moet de persvoet altijd op de stof drukken.
Daarom wordt de persvoet op de linkerkant of de rechterkant bevestigd, niet in het midden zoals alle andere voeten.
Persvoet:....Ritsvoet
Persvoetindicator:....J
Programma:....1
Steeklengte: 1,5 tot 3
Steekbreedte: 0,5 tot 6,5


Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen.
▶ Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet.
Om de rechterkant van de ritssluiting te naaien zet u de ritsvoet zo dat de naald aan de linkerzijde naait.
Naai op de rechterkant van de ritssluiting waarbij de naad zo dicht mogelijk tegen de tanden aan moet komen.
Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een lipje vast.
- Om de linkerkant van de ritssluiting te naaien wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder.
▶ Naai op dezelfde manier als op de rechterkant van de rits-sluiting.

Voordat de voet bij de trekker van de rits komt heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald daarbij in de stof blijft.

10.17.1. Koorden innaaien
Met de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals afgebeeld.
▶ Sla de stof eenmaal om zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord; daarbij moet de ritsvoet achter het koord komen.
10.18. Rimpelen
Persvoet:....Standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma:....1
Steeklengte: 4
Steekbreedte:....3
Verminder de bovendraadspanning (zie Pagina 125) zodanig dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en wordt omstrengeld door de bovendraad.
Naai een of meer rijen steken. Snijd de draden niet direct aan het stuk stof af maar laat de uiteinden van de draden ca. 10 centimeter uitsteken.
Leg nu aan het begin van elke rij een knop in de boven- en onderdraad.
Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meer onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is geplooid, knoopt u de boven en onderdraden aan de tweede kant vast.
▶ Verdeel de plooien gelijkmatig.
Naai de plooien met een of meer rechte naden vast.
10.19. Opnaaien van applicaties
De applicaties kunnen worden gebruik op tafelkleden, hemden, gordijnen of kinderkleding.
Persvoet: ...... Standaardvoet
Persvoetindicator:......J
Programma: 3
Steeklengte: 0,2 tot 3
Steekbreedte:0,5 tot 7
Hecht de applicatie vast op de stof.
Naai met dichte zigzagsteek langs de rand van het opgehechte motief. Bij fijne stoffen adviseren wij gebruik te maken van een naairaam.
Bij hoeken en rondingen van de applicatie moet de stof pas worden gedraaid als de naald aan de buitenkant van de applicatie steekt.
▶ Verwijder vervolgens de hechtdraad.
10.20. Naaien met tweelingnaald
De tweelingnaald is verkrijgbaar in de goede vakhandel. Let er bij aanschaf op dat de afstand tussen de beide naalden niet groter is dan 4 mm.
Met de tweelingnaald kunnen bijzonder fraaie tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garens met verschillende kleuren gebruikt.
Persvoet:.... Standaardvoet
Persvoetindicator:....J
Programma:....1
Steeklengte: 1 tot 4
Steekbreedte:0,5 tot 3
OPMERKING!
Gevaar voor beschadiging!
Door gebruik van een verkeerd naaiprogramma kan de tweelingnaald verbogen raken of breken.
- Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aangegeven programma.
Zet de tweelingnaald op dezelfde manier in als een enkele naald (zie Pagina 143).
▶ Steek de tweede klospen in de uitsparing (25) aan de achterzijde van de naaimachine.
Zet twee even volle klossen op de klospennen (19).
Rijg de beide draden door de draadgeleiding, zoals bij een enkele draad.

▶ Voer beide draden in de interne draadgeleiding (9).
Bij de ogen van de naalden rijgt u een draad rechts en een draad links in.
Kies met de toe (42) de tweelingnaaldmodus. Op het display verschijnt het symbool (49).

OPMERKING
Gevaar voor beschadiging!
Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbogen raken of breken.
- Til de naald altijd uit de stof.
10.21. Naaien op de vrije arm
Met de vrije arm (12) kunt u eenvoudiger ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen.
U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevakje (11) van de naaimachine te verwijderen.
De vrije arm (12) is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
- Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken.
- Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.
11. Onderhoud, verzorging en reiniging
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bedie- ning van het pedaal.

▶ Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact.
11.1. Vervangen van de naald
Draai het handwiel (26) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Draai de naaldklemschroef (28) los door de schroef naar u toe te draaien.
▶ Verwijder de naald uit de naaldhouder.
Zet de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald tot de aanslag naar boven.
▶ Draai de naaldklemschroef (28) weer vast.

text_image
Naaldstang Aantrekken Losmaken Naaldklemschroef platte kant naar achterenOPMERKING
Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
Verdere informatie over typen en diktes vindt u in het hoofdstuk "9. Stof-, garen- en naaldentabel" op pagina 148.


11.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet
11.2.1. Verwijderen
Draai het handwiel (26) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
- Til de persvoet op door de persvoethendel (20) omhoog te halen.
Als op de persvoetontgrendeling (30) achter de persvoethouder (29) wordt gedrukt, valt de persvoet naar beneden.
11.2.2. Plaatsen
Plaats de persvoet zodanig, dat de pen van de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel (20) zakken.
Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling naar boven. De persvoet valt dan automatisch in de juiste positie.
11.3. Verwijderen en inzetten van de persvoethouder
De persvoethouder hoeft niet verwijderd te worden tenzij u wilt stoppen, borduren of ruimte nodig hebt voor het reinigen van de transporteur (33).
11.3.1. Verwijderen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel (26) naar u toe te draaien en haal de persvoethendel (20) omhoog.
▶ Verwijder de voet van de persvoethouder en draai de klem-schroef van de persvoet (31) los met de meegeleverde schroevendraajer.
11.3.2. Plaatsen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel (26) naar u toe te draaien en haal de persvoethendel (20) om-hoog.
Druk de persvoethouder bij het inzetten zover mogelijk naar boven en draai de klemschroef van de persvoet vast met de meegeleverde schroevendraaier.
11.4. Onderhoud van de naaimachine
De naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft regelmatig onderhoud nodig om goed te blijven werken.
Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren.
Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren.
OPMERKING
Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit omdat andere soorten olie niet geschikt zijn.
Let er op dat er na het smeren restjes olie in de machine aanwezig kunnen zijn. Deze ruimt u op door een paar steken te naaien op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk door olieresten vervuild wordt.
11.4.1. Reinigen van de behuizing en het pedaal
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen.
Voor de reiniging van behuizing en pedaal gebruikt u een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen.
11.4.2. De transporteur en het spoelhuis reinigen en smeren
Het is noodzakelijk om de tanden van de stoftransporteur al- tijd schoon te houden om verzekerd te zijn van probleemloos naaien.
▶ Verwijder de naald en de persvoet (zie Pagina 143 ev.).
Draai de schroeven van de steekplaat (10) los en verwijder de plaat van de machine.
- Til de spoel uit de spoelcassette.
▶ Verwijder de grijperbaanring.
▶ Verwijder met het kwastje stof en draadresten van de tanden van de stoftransporteur, van de spoelcassette en van de grijperbaanring.
▶ Smeer de naaimachine door een druppel naaimachineolie aan te brengen op de met pijlen gemarkeerde plekken.
Plaats de grijperbaanring weer in de spoelcassette. Let er bij het aanbrengen op dat de fixeerlip B tegen de eindpositie van de grijperring A aanligt.
Zet de naaldplaat (10) weer terug.


Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.

12. Storingen
Lees in geval van storingen in deze handleiding na of u alle aanwijzingen correct in acht heeft genomen.
Neem pas contact op met onze Klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt.
| Storing Oorzaak Pagina | |||
| De machine loopt niet soepel De machine | moet gesmeerd worden Pagina 145 | ||
| Stof en garen in de grijperbaan Pagina | 145 | ||
| Stofresten op de tanden van de transporteur | Pagina 145 | ||
| De bovendraad breekt De bovendraad is niet goed ingere-gen | Pagina 120 | ||
| De draadspanning is te hoog Pagina 125 | |||
| De naald is verbogen of stomp Pagina 128 | |||
| De dikte van het garen past niet bij de naald | Pagina 148 | ||
| De naald is niet goed geplaatst Pagina 143 | |||
| De stof is op het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken | Pagina 129 | ||
| Steekplaat, spoel of persvoet zijn beschadigd | |||
| De onderdraad breekt De onderdraad raakt verward dooreen niet goed opgespoelde spoel | Pagina 117 | ||
| De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door | Pagina 118 | ||
| De naald breekt De naald is verkeerd ingezet Pagina 143 | |||
| De naald is verbogen Pagina 128 | |||
| De naald is te dun Pagina 148 | |||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken | Pagina 128 | ||
| Een knoop in de draad | Pagina 120 | ||
| De bovendraad is verkeerd ingeregen | Pagina 120 | ||
| De machine laat steken vallen | De naald is verkeerd ingezet Pagina 143 | ||
| De bovendraad is verkeerd ingeregen | Pagina 120 | ||
| De naald en/of de draad past niet bij de stof | Pagina 148 | ||
| De stof is te zwaar of te hard Pagina 148 | |||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken. | Pagina 128 | ||
| Storing Oorzaak Pagina | |||
| Samentrekken of rimpelen van de naad De bovendraadspanning is te hoog Pagina 125 | |||
| De draad vormt lussen De draadspanning is niet goed inge-steld | Pagina 125 | ||
| De stof loopt onregelmatig door De steek lengte staat op "0" Pagina 131 | |||
| De machine loopt niet De naaimachine is niet goed aange-sloten of het stopcontact levert geen stroom | Pagina 115 | ||
12.1. Nuttige meldingen
12.1.1. Akoestische signalen
| Akoestisch signaal Reden | |
| 1x piepen Normaal gebruik | |
| 2x piepen Ongeldige bewerking | |
| 3x piepen Ongeldige machine-instelling | |
| 4x piepen De machine zit vast |
12.1.2. Handige displayaanduidingen
| Displayaanduidingen | Oorzaak Oplossing | |
| JC | De spoelspindel bevindt zich nog in de positie voor opwinden. | Druk de spoelspindel naar links. |
| BL | De knoopsgathendel is niet omhoog of omlaag verplaatst. | Trek de knoopsgathendel omlaag Schuif de knoopsgathendel omhoog. |
| Lo | De machine is gestopt doordat draad- en stofresten het mechanisme blokkeren. | Schakel de machine uit en verwijder de draad- en stofresten. |
13. Stof-, garen- en naaldentabel
In het algemeen worden fijne garens en naalden gebruikt voor het naaien van dunne stoffen en dikkere garens en naalden voor zwaardere stoffen. Test altijd de garen- en naalddikte op een proeflapje van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretchnaden naait, moet u daarvoor naalden gebruiken met een blauwe schacht (in de vakhandel verkrijgbaar). Deze voorkomen het uitvallen van steken.
| Stofsoort Garen Naald | |||
| Zeer lichte stoffen chiffon, georgette, fijn kant, organza, netstof, tulle | 50Synthetisch, zij-de | 65 | |
| Lichte stoffen Batist, voile, nylon, satijn, licht linnen | 80Katoen | 65 | |
| Zijde, crêpe de chine; crêpe sheer | 50Zijde, synthetisch | ||
| Jersey, badstof, tricot 60 | Synthetisch | ||
| Wildleer 80 | Katoen | 75(Leer- of jeansnaald) | |
| Middelzware stoffen | Flanel, velours, fluweel,mousseline, popeline, linnen,wol, vilt, badstof, gabardine | 60 - 80Katoen, zijde | 75 - 90 |
| Gebreide stof, stretch, tricot 60 | Synthetisch | 90 | |
| Leer, vinyl, wildleer 80 | Katoen | 90(Leer- of jeansnaald) | |
| Zware stoffen Jeansstof, jassenstof 50 | Katoen | 100 | |
| Jersey 50 | Synthetisch | ||
| Wol, tweed 50 | Zijde | ||
| Zeer zware stoffen Canvas, zeildoek, meubelstof 80 - | 100Katoen | 100 | |
13.1. Handige naaitips
13.1.1. Naaien van dunne en lichte stoffen
Bij lichte en dunne stoffen kan er golfvorming optreden omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden doorgevoerd.
Leg bij het naaien van deze soorten stof een stikvlies (in de vakhandel verkrijgbaar) of een stuk zijdepapier onder het naaigoed om onregelmatig transport te verhinderen.
Elastische stoffen kunnen gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren aan elkaar naait en deze vervolgens zonder het materiaal op te rekken met kleine ste- ken aan elkaar naait.
Goede resultaten kunnen eveneens worden verkregen door met speciaal garen voor gebreid materiaal en elastische steken te naaien.
14. De programmakeuze
14.1. Steekprogramma's

OPMERKING
Alle steekpatronen die zijn voorzien van een sterretje kunnen niet met een tweelingnaald worden genaaid.
In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer.
| Programma-nummer | 00 01 | 02 03 | 04 05 06 | 07 08 09 | |||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 10 11 | 12 13 | 14 15 16 | 17 18 19 | |||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 20 21 | 22 23 | 24 25 26 | 27 28 29* | |||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 30 31 | 32* 33* | 34 35* | 36* 37* | 38* 39* | ||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 40* 41 | 42 43 | 44 45 | 46 47 48* | 49* | ||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 50 51 | 52 53* | 54 55 56 | 57 58 | 59 | ||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 60 61 | 62* 63* | 64* 65 | 66 67 | 68 69 | ||||
| Steekpatroon | |||||||||
| Programma-nummer | 70 71 | 72 73 | 74 75 76 | 77 78 79 | |||||
| Steekpatroon |
| Programma-nummer | 80 81* 82 83 | 84 85 86* 87* 88* 89* | ||||||||
| Steekpatroon | [WHK] | [SHK] | [HCK] | ![]() | ![]() | [SAYA] | [KAX] | ![]() | ![]() | [T8ZW] |
| Programma-nummer | 90 91* 92* 93* 94* 95* 96* 97* 98* 99* | |||||||||
| Steekpatroon | [TSA3] | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | [YS0G] | ![]() | ![]() | [ABXH] | ![]() |
14.2.Letterprogramma's
In de onderstaande tabel ziet u alle letters en het bijbehorende programmanummer.
| Programma-nummer | 00 01 | 02 03 | 04 05 06 | 07 08 09 | ||||||
| Steekpatroon | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
| Programma-nummer | 10 11 | 12 13 | 14 15 16 | 17 18 19 | ||||||
| Steekpatroon | A | B | C | D | E | F | G | H | I | |
| Programma-nummer | 20 21 | 22 23 | 24 25 26 | 27 28 29 | ||||||
| Steekpatroon | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T |
| Programma-nummer | 30 31 | 32 33 | 34 35 36 | 37 38 39 | ||||||
| Steekpatroon | U | V | W | X | Y | Z | a | b | c | d |
| Programma-nummer | 40 41 | 42 43 | 44 45 46 | 47 48 49 | ||||||
| Steekpatroon | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n |
| Programma-nummer | 50 51 | 52 53 | 54 55 56 | 57 58 59 | ||||||
| Steekpatroon | o | p | q | r | s | t | u | v | w | x |
| Programma-nummer | 60 61 | 62 63 | 64 65 66 | 67 68 69 | ||||||
| Steekpatroon | y | z | @ | ! | ? | & | ' | " | ||
| Programma-nummer | 70 71 | 72 73 | 74 75 76 | 77 78 79 | ||||||
| Steekpatroon | . | - | · | / | : | ; | Ä | Å | Æ | à |
| Programma-nummer | 80 | 81* | 82 | 83 | 84 | 85 | 86* | 87* | 88* | 89* |
| Steekpatroon | ä | å | è | é | ê | ë | Ç | œ | ç | ì |
| Programma-nummer | 90 | 91* | 92* | 93* | 94* | 95* | 96* | 97* | 98* | 99* |
| Steekpatroon | Ñ | ñ | Ö | ∅ | ò | ö | ø | Ü | ù | ü |
15. Afvoer

VERPAKKING
Uw naaimachine is verpakt ter bescherming tegen schade bij het transport. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grondstoffenkringloop.

APPARAAT
Voer uw naaimachine aan het einde van de levensduur in geen geval af als gewoon huisvuil. Informeer bij uw gemeente hoe u het apparaat milieubewust en correct kunt afvoeren.
Technische wijzigingen voorbehouden!
16.1. Symbolen op het typeplaatje en het apparaat/de netadapter
Veiligheidsklasse II

Elektrische apparaten van veiligheidsklasse II zijn elektrische apparaten die volledig zijn omgeven met dubbele en/of versterkte isolatie en geen aansluitmogelijkheden voor een aarddraad hebben. De behuizing van een elektrisch apparaat van veiligheidsklasse II dat volledig door isolatiemateriaal is omgeven kan gedeeltelijk of volledig de extra of versterkte isolatie vormen.

Gebruik in binnenruimten
Apparaten met dit symbool zijn uitsluitend geschikt voor gebruik in binnenruimten.
17. Colofon
Copyright © 2017
Uitgave: 27. april 2017, 11:25 AM
Alle rechten voorbehouden.
Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd.
Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
Medion AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Technische wijzigingen voorbehouden.
De handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal beschikbaar voor download.
U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het serviceportal naar uw mobiele toestel downloaden.
| URL QR Code | ||
| NL www.medion.com/nl/service/start/ | ![]() | |
| BE www.medion.com/be/nl/service/start/ | ![]() | |
| LUX www.medion.com/lu/fr/ | ![]() | |
18. Index
A
Aanschuifblad ....113, 116, 142
Accessoirevak 116
Achterwaarts naaien 129
Afsnijden van de draad ....130
Akoestische signalen ....148
B
Beeldpatroonsteken....136
Blinde steek 133
Bovendraadgeleiding 122
Bovendraadspanning ....125
D
Draadspanning....125
E
Eindpositie van naald ....127
Functie voor automatisch inrijgen ....122
Functie voor automatisch inrijgen van de naald 122
G
Gesloten overlocksteek ....135
|
Inrijgen van bovendraad ....120
Instelling van steekbreedte ....131
Instelling van steeklengte ....131
J
Juiste naad ....126
K
Knoopaannaaivoet ....114
Knoopsgaten....137
Knoopsgaten met garenversterking ....138
Knoopsgatvoet....114
Knopen en oogjes aannaaien ....138
Knopen met steel aannaaien ....139
L
Langettensteken....135
Letterpatronen....136
Letterprogramma's 152
M
Mosselzoom....133
N
Naaien met tweelingnaald ....141
Naaitips....149
Naaien van dunne en lichte stoffen .....149
Naaien van elastische stoffen ....149
0
Omwisselen van naairichting ....130
Onzuivere naden ....126
Ophalen van de onderdraad ....124
Opnaaien van applicaties ....141
Opnaaien van elastiek ....134
Opwinden van onderdraadspoel ....117
P
Patroonafsluiting 129
Pedaal....113,115
Persvoet....144
Persvoethouder....144
Persvoet omhoog en omlaag bewegen .....129
Plaatsen van de spoel ....118
Plaatsen van een klosje garen ....116
Regelen van de naaisnelheid ....115
Rimpelen 140
Ritssluitingen ....139
Ritsvoet 114
s
Satijnsteek....132
Satijnsteekvoet....114
Schermaanduidingen 148
Selecteren van de juiste naald ....128
Siersteken....136
Smoksteek....135
Soorten steken instellen ....131
Steekprogramma's 150
T
Transporteur....145
v
Veersteek....134
Veiligheidsinstructies....111
Verwijderen van de spoel ....118
Voet voor blinde zoom ....114
Z
Zigzagsteek 132













