MEDION MD 15694 - Naaimachine

MD 15694 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 15694 MEDION in PDF-formaat.

📄 266 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MEDION MD 15694 - page 114
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MEDION

Model : MD 15694

Categorie : Naaimachine

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 15694 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 15694 van het merk MEDION.

GEBRUIKSAANWIJZING MD 15694 MEDION

1) Opspoeldraadgeleiding

3) Regelaar voor bovendraadspanning

7) Eindpositie van naald

14) Hendel voor functie voor automatisch

17) Bovendraadgeleiding

21) Hendel voor stoftransporteur

22) Hoofdschakelaar (motor en licht)

23) Stekkerbehuizing voor het pedaal

24) Stekkerbehuizing voor netkabel

27) Bevestigingsas voor tweede klospen

30) Persvoetontgrendeling

31) Klemschroef voor persvoet

35) Inrijgmechanisme

36) Hendel voor automatisch inrijgen

37) Draadgeleiding naaldhouder

39) Selectietoetsen voor steeklengte

40) Selectietoetsen voor steekbreedte

41) Selectietoets voor lettermodus

42) Selectietoets voor tweelingsnaaldmodus

43) Persvoetindicator

44) Indicator voor eindpositie van naald

45) Indicator voor standaard steeklengte

46) Weergave van steeklengte

47) Weergave van steekbreedte

48) Indicator voor standaard steekbreedte

49) Tweelingsnaaldindicator

50) Indicator voor lettermodus

51) Programmaweergave

105 van 260 Hoofdcomponenten

  • Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen. Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
  • Breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
  • Gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.
  • Neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke an- dere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
  • Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden. 109 van 260 Over deze handleiding

15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 10915694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 109 27.04.2017 11:14:5927.04.2017 11:14:595.3. Verklaring van conformiteit Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:

  • EMC-richtlijn 2014/30/EU
  • Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
  • Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
  • RoHS-richtlijn 2011/65/EU. 110 van 260 Over deze handleiding 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11015694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 110 27.04.2017 11:14:5927.04.2017 11:14:596. Veiligheidsinstructies 6.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed
  • Deze machine kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met be- perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van de machine zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mo- gen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onder- houd mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan.
  • Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het net- snoer worden gehouden. GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor be- staat gevaar voor verstikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 6.2. Netsnoer en netaansluiting
  • Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (230 V~ 50 Hz) dichtbij de plaats van de installatie. Zorg ervoor dat het stopcontact altijd goed toegankelijk is zo- dat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.
  • Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel trekken.
  • Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
  • Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen.
  • De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.
  • Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, trekt u de stekker uit het stopcontact om ongelukken door onopzettelijke inschakeling van de machine te vermijden.
  • Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, persvoet instel- len, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, aan het einde van naaiwerk- zaamheden en wanneer de werkzaamheden worden onderbroken. 6.3. Basisinstructies
  • De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor en elektrisch schok!
  • Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.
  • Gebruik de naaimachine nooit in de open lucht.
  • Gebruik de naaimachine nooit als deze vochtig is of in een vochtige omgeving.
  • De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type ES- 01FC. 111 van 260 Veiligheidsinstructies

15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11115694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 111 27.04.2017 11:14:5927.04.2017 11:14:596.4. Repareer de machine nooit zelf WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok! Probeer in geen geval de machine te openen of zelf te repareren! Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is, contact op met het Servicecentrum of een andere vakkundige reparatiedienst.

  • Trek bij beschadigingen van de machine of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
  • Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de ma- chine zelf of het netsnoer niet worden gebruikt.
  • Als het netsnoer van de machine beschadigd is geraakt moet deze, om gevaar te voorko- men, worden vervangen door de klantenservice van de fabrikant of een andere deskun- dige persoon. 6.5. Veilige omgang met de machine
  • Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.
  • Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingen binnendringen.
  • Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
  • Plaats nooit iets op het pedaal.
  • Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
  • Gebruik voor het oliën alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistof- fen.
  • Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aange- sloten!
  • Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
  • Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.
  • Hou de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen bre- ken.
  • Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.
  • Schakel de machine na werkzaamheden of voor onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact. 6.6. Reinigen en opbergen
  • Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Reinig de machi- ne met een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmidde- len. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen.
  • Gebruik voor het opbergen van de naaimachine altijd de meegeleverde kap zodat de machine beschermd is tegen stof. 112 van 260 Veiligheidsinstructies 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11215694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 112 27.04.2017 11:14:5927.04.2017 11:14:597. Kennismaken met uw machine 7.1. Inhoud van de verpakking Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:

53) Afneembaar werkblad met accessoirevak

Voor de volgende onderdelen ontbreekt de afbeelding:

  • Standaardvoet (Indicator J) (rechte steek/zigzagsteek) (reeds gemonteerd)
  • Handleiding en garantiebewijs GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor be- staat gevaar voor verstikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 113 van 260 Kennismaken met uw machine

56) Assortiment naalden

59) Schroevendraaier (klein)

60) Speciale schroevendraaier voor steekplaat

62) 4 spoelen (3 in accessoirevakje en 1 voorgemonteerd)

67) Satijnsteekvoet (Indicator Z)

68) Knoop aannaaivoet (Indicator O)

69) Blindsteekvoet (Indicator H)

70) Knoopsgatvoet (Indicator B)

7.3. Elektrische aansluitingen OPMERKING! Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type ES01FC. Stroomschakelaar Stekkerdoos Netsnoer Pedaal Aansluiting Netsnoer Aansluitkabel Pedaal Aansluiting Pedaal VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bedie- ning van het pedaal. Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact. Sluit het pedaal aan op de aansluiting voor het pedaal op de naaimachine. Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in de daarvoor bestemde aansluiting op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact. Schakel de naaimachine in met de stroomschakelaar (22). De stroomschakelaar schakelt zowel de naaimachine als de naaiverlichting in. 7.4. Regelen van de naaisnelheid De naaisnelheid wordt geregeld met het pedaal. De naaisnel- heid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11515694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 115 27.04.2017 11:15:0027.04.2017 11:15:00116 van 260 Voorbereidende werkzaamheden 7.5. Bevestigen en verwijderen van het afneembare werkblad De machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneem- baar werkblad. Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven. Als u het afneembare werkblad wilt plaatsen, zet u het werkblad tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vastklikt. 7.6. Accessoirevak Het accessoirevakje is geïntegreerd in het afneembare werk- blad. U opent het door het deksel van het afneembare werkblad naar beneden te klappen. Hierdoor krijgt u toegang tot de hierin opgenomen accessoires.

8. Voorbereidende werkzaamheden

8.1. Plaatsen van een draadklos Voor de meeste draadklossen gebruikt u de horizontale klospen (19). Als een draadklos te groot is voor deze klospen, kunt u de extra klospen uit de accessoires als verticale klospen gebruiken. Plaats de draadklos op de klospen (19) en zet de klos vast met de draadgeleider. TIP De meeste draadklossen bevatten een inkeping die voor het vastzetten van de draad na het gebruik dient. Zorg voor een gelijkmatige en storingsvrije geleiding van de draad door erop te letten dat deze inkeping omlaag wijst. Klospen Klos Inkeping voor vastzetten van draad Draadgeleider 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11615694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 116 27.04.2017 11:15:0027.04.2017 11:15:00117 van 260 Voorbereidende werkzaamheden

8.2. Opspoelen van de onderdraadspoel De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld. Hiervoor voert u de draad van de draadklos door de opspoel- draadgeleiding (1) naar de spoel. De exacte procedure voor het opwinden gaat als volgt: Steek de extra klospen in de daarvoor bestemde opening. Voer nu de draad vanaf de draadklos door de opspoel- draadgeleiding (1), zoals op de afbeelding weergegeven. Voer het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele sla- gen om de spoel. Plaats de spoel op de spoelspindel (5), waarbij het uitein- de van de draad bovenop de spoel ligt. Draai de spoelspin- del (5) naar rechts richting spoelaanslag (6), totdat deze hoorbaar vastklikt.

OPMERKING Nadat de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, ver- andert de LED-weergave van het programmanummer in het symbool “][“. Tegelijkertijd wordt ook het naaimechanisme uit- geschakeld, zodat de naald tijdens het opspoelen niet meebe- weegt. Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het pedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uit- einde van de draad los. Spoel op totdat de spoelspindel (5) niet meer verder draait. Draai de spoelspindel (5) naar links en verwijder de spoel. Snijd de uitstekende draden af. OPMERKING De LED-weergave schakelt van het symbool “][“ weer terug naar de weergave van het programmanummer (51) en het naaimechanisme wordt weer geactiveerd. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11715694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 117 27.04.2017 11:15:0027.04.2017 11:15:00118 van 260 Voorbereidende werkzaamheden 8.3. Verwijderen van de spoel Zet de naald in de bovenste stand door aan het hand- wiel (26) resp. de persvoethendel te draaien. Open de spoelcassette door de ontgrendelingsschuif naar rechts te drukken. Verwijder de afdekking van spoelcassette (13). Til nu voorzichtig de spoel uit de spoelcassette 8.4. Plaatsen van de spoel Houd de spoel tussen duim en wijsvinger en laat de draad ca. 15 cm naar beneden hangen. Leg de spoel voorzichtig in de spoelcassette zodat de draad beneden van de spoel wordt gewikkeld en de spoel links- om draait als u aan de draad trekt. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11815694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 118 27.04.2017 11:15:0127.04.2017 11:15:01119 van 260 Voorbereidende werkzaamheden

Leid nu de draad van rechts naar links in de spanveer (ope- ning A) Trek nu de draad door inkeping B via de spoel naar buiten. Laat ca. 15 cm draad uitsteken. Houd het uiteinde van de draad vast en sluit de afdekking van de spoelcassette (13) weer door de afdekking eerst aan de linkerkant van te zetten en vervolgens vast te drukken, totdat deze hoorbaar vastklikt. OPMERKING Voor een beter overzicht ziet u hieronder nog een keer de grij- perbaanring met de beide inkepingen voor draadgeleiding.

15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 11915694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 119 27.04.2017 11:15:0127.04.2017 11:15:01120 van 260 Voorbereidende werkzaamheden 8.5. Inrijgen van bovendraad Lees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij de draadgeleiding kan leiden tot het breken van de draad, het uitvallen van steken en het samen- trekken van de stof. Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel (26) te draaien. Zet de persvoethendel (19) eveneens in de bovenste stand. Hierdoor wordt de draadspanning verminderd en kan de bovendraad probleemloos worden ingeregen. Plaats een draadklos op een van de klospennen en zet de draadklos vast met de draadgeleider. Leid nu de draad onder de klemveer van de bovendraadge- leiding (17) door, zoals weergegeven: Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de regelaar voor de bovendraadspanning (3) lopen, zoals afge- beeld. OPMERKING Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spannings- schijven van de bovendraadspanning niet direct zichtbaar. Let er daarom heel goed op dat de draad tussen de spannings- schijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt. TIP Een bovendraadspanning van 3 tot 4 is ideaal voor de meeste toepassingen. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12015694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 120 27.04.2017 11:15:0127.04.2017 11:15:01121 van 260 Voorbereidende werkzaamheden

Voer de draad onder de voorste draadgeleiding (9) door naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer auto- matisch omhoog geschoven. Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer (2). OPMERKING Draai eventueel aan het handwiel (26) om de draadheffer (2) helemaal naar boven te zetten. Leid de draad nu weer naar beneden in de richting van de naald, waarbij deze door de interne draadgeleiding en de draadgeleiding (9) van de naaldhouder (37) wordt gevoerd. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12115694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 121 27.04.2017 11:15:0127.04.2017 11:15:01122 van 260 Voorbereidende werkzaamheden 8.6. Weergave van bovendraadgeleiding Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het draadverloop van de bovendraad. De cijfers geven de volgorde van de stap bij het inrijgproces aan.

8.7. Functie voor automatisch inrijgen van de naald De naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme (35), dat het inrijgen van de bovendraad vereenvoudigd. OPMERKING Gevaar voor beschadiging! Het inrijgmechanisme kan niet worden gebruikt voor het inrijgen van een tweelingnaald. Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de boven- ste stand te plaatsen. Leg de draad om draadgeleiding B heen.

Trek de hendel (36) van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk naar beneden. Draai de hendel (36) van het inrijgmechanisme voorzichtig linksom naar achter. De draadhaak A wordt automatisch door het oog van de naald geleid. Leg de draad onder de draadhaak A.

Zet de hendel (36) van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12315694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 123 27.04.2017 11:15:0127.04.2017 11:15:01124 van 260 Voorbereidende werkzaamheden Schuif de hendel (36) van het inrijgmechanisme weer om- hoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen. 8.8. Ophalen van de onderdraad Zet de persvoet (32) omhoog. Draai het handwiel (26) met de rechterhand naar u toe totdat de naald zich in de boven- ste positie bevindt. Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel (26) met de rechterhand naar u toe, totdat de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft bewogen. Vervolgens stopt u het handwiel (26) zodra de naald in de hoogste stand staat. Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt. Trek ca. 15 cm van beide draden onder de persvoet (32) aan de achterkant naar buiten. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12415694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 124 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02125 van 260 Instellingen

9.1. Instelling van de draadspanning Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog. Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspan- ning te laag. In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld. Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning de juiste onderlinge verhouding hebben. 9.2. Regeling van de bovendraadspanning De spanning ontstaat door de schijven waar de draad door- heen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning (3). Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning. Draadspanning verlagen Draadspanning verhogen OPMERKING Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt. De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet. Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden geregeld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een verschillende spanning worden gebruikt. De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden ge- naaid en de gekozen steek. Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijk- matig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken. Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een lapje. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12515694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 125 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02126 van 260 Instellingen 9.3. Controleren van de draadspanningen

De instelling van boven- en onderdraadspanning is juist als de kronkels van de draden zich in het midden van de stof bevin- den. De stof blijft glad en vertoont geen plooien. Onderkant Bovenkant

9.3.2. Onzuivere naden

De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad naar boven. De onderdraad verschijnt op de bovenste stoflaag. Oplossing: Stel de bovendraadspanning op een laag nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning (3) te draaien. Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad naar beneden. De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stoflaag. Oplossing: Stel de bovendraadspanning op een hoger nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning (3) te draaien. Draadspanning verlagen Draadspanning verhogen Onderkant Bovenkant Draad- spanning te hoog Draad- spanning verhogen 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12615694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 126 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02127 van 260 Instellingen

9.4. Instelling van de eindpositie van de naald De naaimachine beschikt over een mechanisme voor het po- sitioneren van de naald die de naald steeds in de bovenste of onderste positie plaatst als het naaiproces is voltooid. U kunt instellen of de naald in de bovenste of onderste positie moet worden geplaatst. Aan het begin van elk naaiwerk is het mechanisme voor het positioneren van de naald op de bovenste positie ingesteld. Dit is zinvol voor de meeste naaiklussen. Als u de eindpositie van de naald wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk: Druk eenmaal op de toets voor het positioneren van de naald (7) om de positionering voor de onderste stand in te stellen. De naald wordt in de onderste positie geplaatst. Als u nogmaals op de toets voor het positioneren van de naald (7) drukt, wordt de naald weer in de bovenste stand geplaatst. Op het display wordt de huidige stand van de naald (44) weer- gegeven. TIP Bij naaiwerk waarbij vaak van naairichting moet worden ver- anderd is het zinvol de naaldpositie op de onderste stand in te stellen omdat de stof dan gemakkelijker kan worden gedraaid. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12715694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 127 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02128 van 260 Naaien

  • Schakel de hoofdschakelaar (22) in.
  • Zet de naald (36) bij het veranderen van het soort steek al- tijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet (32). Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken.
  • Zet de persvoethendel (20) omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel (26) naar u toe en plaatst u de naald op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.
  • Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Voer de stof bij het naaien met zachte hand door de machine. Naai door omzetten van de achteruithen- del (8) enkele terugwaartse steken om de eerste steken van de naad vast te zetten. TIP Als u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje. De stof loopt automatisch onder de persvoet (32) door: de stof mag niet met de handen worden tegengehouden of worden getrokken, maar moet soepel worden geleid zodat de naad de door u gewenste richting krijgt. 10.2. Selecteren van de juiste naald OPMERKING! Gevaar voor beschadiging! Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden. Vervang defecte naalden onmiddellijk. Het nummer dat de sterkte van de naald aangeeft, is op de schacht aangebracht. Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald. Sterkere naalden worden voor dikkere en compactere stoffen gebruikt (zie ook “9. Stof-, garen- en naaldentabel” op pagina 148) 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12815694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 128 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02129 van 260 Naaien

10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen De persvoet (32) gaat omhoog of omlaag door de pers- voethendel (20) omhoog of omlaag te bewegen. De persvoet (32) kan iets omhoog worden verplaatst voor ex- tra bewegingsruimte, zodat u dikke stoffen kunt naaien. 10.4. Achterwaarts naaien/ Patroonafsluiting Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te versterken.

10.4.1. Achterwaarts naaien bij rechte en

zigzagsteken Druk op de achteruittoets (8) en houd deze ingedrukt. Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller de machine loopt. Als u weer vooruit wilt naaien, laat u eenvoudig de achter- uittoets (8) los.

10.4.2. Patroonafsluiting bij siersteken

Druk op de achteruittoets (8). De machine voert automatisch vier kleine steken uit om het patroon af te sluiten. De positie van deze hechtsteken is steeds precies waar de naad eindigt. 10.5. Stof uit de naaimachine verwijderen Zorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald in de hoogste stand staat. U kunt de stof verwijderen door de persvoet (26) omhoog te tillen en de stof bij u vandaan naar achteren te trekken. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 12915694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 129 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02130 van 260 Naaien 10.6. Omwisselen van naairichting Als u in de hoeken van het naaigoed van naairichting wilt ver- anderen, gaat u als volgt te werk: Stop de machine en draai het handwiel (24) zo ver naar u toe totdat de naald in de stof steekt. Til de persvoet (26) op. Draai de stof om de naald om de richting naar wens te ver- anderen. Laat de persvoet (26) weer zakken en ga verder met naaien. TIP U kunt ook de plaatsing van de naald voor de onderste positie instellen. Voer hiertoe de procedure uit die in hoofdstuk “5.4. Instelling van de eindpositie van de naald” op pagina 127 wordt beschreven. 10.7. Afsnijden van de draad Snijd de draad af met het draadmesje (15) achter aan de naai- machine of met een schaar. Laat ca. 15 cm van de draad uitste- ken achter het oog van de naald. 10.8. Programmaselectie Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de toetsen voor programmakeuze (38) kunt u eenvoudig het gewenste steekpatroon instellen. Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald in de bovenste stand staat. Stel met de toetsen „ “ en „“ de gewenste steek in. Als u de toetsen voor programmaselectie (38) ca. 5 secon- den ingedrukt houdt, lopen de programanummers in stap- pen van tien op. Bij het bereiken van het gewenste pro- grammabereik laat u de toetsen eenvoudig los. Een overzicht van alle steeksoorten vindt u op het bedie- ningspaneel van de naaimachine of in het hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagina 150 . Ingebouwddraadmesje Programmanummer omhoog Programmanummer omlaag 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13015694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 130 27.04.2017 11:15:0227.04.2017 11:15:02131 van 260 Naaien

10.9. Instelling van steekbreedte Met de instelling voor de steekbreedte (40) kunt u de breedte van het door u ingestelde steekpatroon selecteren. Druk op de toets „-“ om de steekbreedte te verkleinen of op de toets „+“ om de steekbreedte te vergroten. De standaard steekbreedte wordt op het display aangeduid met het symbool (48). Als de standaard steekbreedte veran- dert, verdwijnt het ovaal om het symbool voor de steekbreed- te . Als bij het instellen van de steekbreedte een waarschu- wingstoon klikt (herhaald geluidssignaal), heeft u de minimale of maximale steekbreedte bereikt. 10.10. Instelling van steeklengte Met de instelling voor de steeklengte (39) kunt u de lengte van het door u ingestelde steekpatroon selecteren. Druk op de toets „-“ om de steeklengte te verkleinen of op de toets „+“ om de steeklengte te vergroten. De standaard steeklengte wordt op het display aangeduid met het symbool (45). Als de standaard steeklengte veran- dert, verdwijnt het ovaal om het symbool voor de steekleng- te . Als bij het instellen van de steeklengte een waarschu- wingstoon klikt (herhaald geluidssignaal), heeft u de minimale of maximale steeklengte bereikt. 10.11. Soorten steken instellen De soorten steken worden ingesteld met de toetsen voor pro- grammaselectie (38). Let er altijd op dat de naald in de hoog- ste stand staat voordat u voordat u van steek verandert. Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaiproef op een lapje uit. OPMERKING Een overzicht van alle steekpatronen kunt u vinden in de pro- grammatabel in hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagi- na 150. Afhankelijk van de programmaselectie moet een geschikte persvoet worden gebruikt. Voor het plaatsen en verwijderen van de persvoet raadpleegt u “7.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet” op pagina 144. Insteltoetsen voor steekbreedte Insteltoetsen voor steeklengte 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13115694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 131 27.04.2017 11:15:0327.04.2017 11:15:03132 van 260 Naaien

10.11.1. Rechte steek

Geschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: .......................................................................................................................... 0 Steeklengte: ........................................................................................................ 0,5 tot 4,5 Steekbreedte: ...................................................................................................... 0,5 tot 6,5 OPMERKING Gevaar voor beschadiging! Een verkeerd draaipunt kan bij gebruik van een tweeling- naald tot beschadiging leiden. Stel de naald in dit geval in het draaipunt hoog in.

Om betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspan- ning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken. De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onder- kant van de stof.

10.11.3. Satijnsteek

De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is bijzonder geschikt voor applicaties, monogrammen en ver- schillende siersteken. Aangezien diverse programma's kunnen worden gebruikt voor de satijnsteek, kunt u alle mogelijke programma's vinden in de programmatabel in hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagina 150. Persvoet: .................................................................................................... Satijnsteekvoet Persvoetindicator: ...............................................................................................................Z Steeklengte: ........................................................................................................ 0,5 tot 1,5 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,7 tot 6 TIP Steeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bovendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe bre- der de steek moet zijn, hoe lager de bovendraadspanning. Bij het naaien van zeer dunne of tere stoffen legt u een dun pa- pier onder de stof en naait u dit mee. Daarmee voorkomt u het overslaan van steken en het rimpelen van de stof. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13215694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 132 27.04.2017 11:15:0327.04.2017 11:15:03133 van 260 Naaien

Voor het zogenaamde blindzomen. Persvoet: ..................................................................................................... Blindsteekvoet Persvoetindicator: ..............................................................................................................H Programma: ..................................................................................................................4 of 7 Steeklengte: ............................................................................................................0,8 tot 3 Steekbreedte: ............................................................................................................. 2 tot 7 Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past. Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transpa- rante nylondraad. Vouw de stof zoals op de afbeelding getoond. Stel de persvoet met de stelschroef B zo in dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken telkens alleen in de bovenste vouw van de stof steken. Naai op de vouw zoals in de afbeelding wordt weergege- ven. Haal daarna de stof van de machine en strijk de stof glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek. TIP Het naaien van blindzomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden geoefend.

Deze steek is bijzonder geschikt om twee aan elkaar te naaien. De elastische steek kan ook voor het versterken van elastische stoffen en voor het opnaaien van stofdelen worden gebruikt. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (zoals rubberen banden). Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: ................................................................................................................ 1 en 6 Steeklengte: ........................................................................................................ 0,2 tot 2,1 Steekbreedte: ............................................................................................................. 3 tot 7 TIP Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna on- zichtbaar.

10.11.7. Opnaaien van elastiek

Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof. Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij voor en na de persvoet met de hand. Hoe meer spanning hoe meer plooien.

De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bv. voor het opnaai- en van kant of elastiek of voor het naaien van stretch en ande- re elastische stoffen. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: ............................................................................................................ 10 of 32 Steeklengte: ............................................................................................................1,5 tot 3 Steekbreedte: ............................................................................................................. 3 tot 6 Let bij het naaien van smoksteken op het volgende: Rimpel het naaiwerk gelijkmatig. Leg een smalle strook stof onder de rimpels en naai er over- heen met de smoksteek. Maak het smokwerk helemaal af voordat u het zo versierde deel in het hele kledingstuk zet. Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elastische draad op de spoel te wikkelen.

10.11.10. Gesloten overlocksteek

Deze steek is speciaal bedoeld voor het naaien en herstellen van jersey en joggingpakken. Deze steek is zowel decoratief als praktisch. De steek bestaat uit gladde zijlijnen met dwars- verbindingen en is volledig elastisch. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: ..................................................................................................... 11, 12 of 14 Steeklengte: ............................................................................................................1,5 tot 3 Steekbreedte: ............................................................................................................. 3 tot 7 Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechter uitslag rechte steken naait en net nog de rand van de stof raakt en er zo met de linker uitslag een zig- zagsteek genaaid wordt.

10.11.11. Langettensteken

Langettensteken zijn steekpatronen met decoratieve maar ook praktische toepassingen. Persvoet: .................................................................Standaardvoet of satijnsteekvoet Persvoetindicator: .......................................................................................................J of Z Programma: .......................................................................................................... 45 tot 59 Steeklengte: ........................................................................................................ 0,3 tot 1,5 Steekbreedte: ............................................................................................................. 3 tot 7 De schelpsteek (programma 54 of 55) is bijvoorbeeld ideaal voor het naaien van decoratieve patronen op tafelkleden, ser- vetten, kragen, manchetten etc. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13515694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 135 27.04.2017 11:15:0327.04.2017 11:15:03136 van 260 Naaien 10.12. Siersteken Siersteken zijn steekpatronen met decoratieve toepassingen die vergelijkbaar zijn met die van langettensteken. Persvoet: .................................................................Standaardvoet of satijnsteekvoet Persvoetindicator: .......................................................................................................J of Z Programma: ........................................................................................................... 35 tot 90 Steeklengte: ............................................................................................................0,3 tot 4 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,5 tot 7 10.13. Beeldpatroonsteken Beeldpatroonsteken zijn geschikt voor het versieren van kin- derkleding of als siernaden op sets, schorten etc. Persvoet: .................................................................Standaardvoet of satijnsteekvoet Persvoetindicator: .......................................................................................................J of Z Programma: ........................................................................................................... 74 tot 89 Steeklengte: ........................................................................................................ 1,7 tot 2,5 Steekbreedte: ....................................................................................................................6,5 OPMERKING Probeer bij de sier- en beeldpatroonsteken verschillende steekbreedten uit op een stuk stof om een optimaal resultaat te verkrijgen. 10.14. Letterpatronen OPMERKING Een overzicht van alle lettersteken vindt u op de meegelever- de patroonplaat of in de programmatabel in hoofdstuk “10.2. Letterprogramma’s” op pagina 152. Om de letters eenvoudig terug te vinden steekt u de pa- troonplaat op de handgreep (18) van de machine. Zo zijn de programmanummers altijd beschikbaar.

10.14.1. Letters selecteren

Door op de toets (41) te drukken schakelt u over naar de lettermodus. Op het display wordt het symbool (50) weergegeven. Selecteer nu met de toetsen „ “ of „“ het gewenste pro- gramma of de gewenste letter. Druk op de toetsen „ “ of „“ en houd deze ingedrukt om snel vooruit of terug te gaan. Bij snel vooruit of teruggaan verandert het programma in stappen van tien. Begin langzaam met naaien. De machine stopt automatisch na elke voltooide letter.

10.14.2. De afstand tussen de letters instellen

De afstand tussen de letters kan worden beïnvloed via de steeklengte. Druk op de toets „-“ om de steeklengte te verkleinen of op de toets „+“ om de steeklengte te vergroten. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13615694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 136 27.04.2017 11:15:0427.04.2017 11:15:04137 van 260 Naaien

10.15. Knoopsgaten De naaimachine beschikt over vijf volautomatische knoops- gatprogramma’s, die in één bewerking een knoopsgat naaien. TIP Om de passende steeklengte en -breedte te vinden wordt aangeraden om een proefknoopsgat op een lapje te maken. Persvoet: .................................................................................................... Knoopsgatvoet Persvoetindicator: ...............................................................................................................B Programma: .......................................................................................................... 92 tot 99 Steeklengte: ..........................................................................................................0,4 of 1,2 Steekbreedte: ........................................................................................................................4 Leg eerst de knoop in de knoophouder van de knoopsgat- voet. Vervang de geplaatste persvoet door de knoopsgatvoet. Let erop dat de bovendraad door de knoopsgatvoet wordt geleid. Geef de plek aan waar het knoopsgat moet worden genaai en breng daar de knoopsgatvoet aan. Als u zeer fijne stof of synthetische materialen naait, vermin- dert u de druk van de persvoet en legt u een stuk papier op de stof om te voorkomen dat de draden in de war raken.

Breng de knoopsgatvoet aan op de gewenste en gemar- keerde plek op uw naaigoed en laat de persvoethendel zak- ken. Trek hendel C van de functie voor automatisch knoopsga- ten voorzichtig naar beneden. Let erop dat de hendel bin- nen de begrenzingsnokjes A en B van de knoopsgatvoet staat. Kies een knoopsgatpatroon en stel de gewenste steekleng- te en -breedte in. Begin langzaam met naaien. De naaimachine maakt nu het complete knoopsgat in één naaibewerking. De hendel (14) van de functie voor automatische knoops- gaten zorgt ervoor dat het knoopsgat de gewenste lengte krijgt en dat van naairichting wordt veranderd. Houd het pedaal ingedrukt totdat de naaimachine vanzelf stopt met naaien. Zet de persvoethendel in de hoogste positie en verwijder het naaigoed. Snijd het knoopsgat open met het meegeleverde tornmes- je. TIP Om het doorsnijden van de bovenste rups te voorkomen is het raadzaam daarvoor een speld door te stof te steken.

10.15.2. Knoopsgaten met garenversterking

Bij knoopgaten die aan grotere belastingen worden blootge- steld is het zinvol het knoopsgat met een draad (haak-, meel- oop- of knoopsgatgaren) te versterken. TIP Gebruik voor knoopsgaten met meeloopgaren alleen de knoopsgatprogramma's met rechte uiteinden. Snijd een eind meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgat- voet heen. Haak het garen in de doorn achter aan de persvoet en leid het garen vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn. Naai het knoopsgat op de gebruikelijke manier. Let er daar- bij op dat de steken meeloopgaren volledig omsluiten. Als het knoopsgatprogramma beëindigd is, haalt u het naaigoed uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uit- einden van het meeloopgaren dicht bij het naaiwerk af. TIP Het gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening. Maak enkele knoopsgaten op een oefenlapje om de procedure te le- ren. 10.16. Knopen en oogjes aannaaien Met de doorzichtig blauwe persvoet kunnen moeiteloos kno- pen, haakjes en oogjes worden aangenaaid. Kies het knoopsgatprogramma en stel de steekbreedte op basis van de afstand van de gaten. Laat de stoftransporteur (33) zakken met de hendel (21) aan de achterzijde van de machine. Persvoet: .................................................................Voet voor aannaaien van knopen Persvoetindicator: ..............................................................................................................O Programma: ........................................................................................................................91 Steeklengte: ..........................................................................................................................0 Steekbreedte: ............................................................................................................. 2 tot 7 Laat de persvoethendel zakken en plaats daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt, zoals in de afbeelding te zien is. Controleer de juiste positie van de knoop door het hand- wiel (26) met de hand te draaien. De naald moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te vermijden. Indien nodig, verandert u de breedte van de zigzagsteek. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13815694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 138 27.04.2017 11:15:0527.04.2017 11:15:05139 van 260 Naaien

Naai op lagere snelheid 6 tot 7 steken per gat. Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop ver- schoven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het verwijderen van de stof voert u de ruim afge- sneden bovendraad naar de onderkant van de stof en knoopt u deze vervolgens vast aan de onderdraad.

10.16.1. Knopen met steel aannaaien

Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig. Leg een naald of, bij een langere steel, een lucifer op de knoop en ga daarna op dezelfde wijze te werk als bij het aannaaien van een normale knoop. Haal uw naaiwerk na ca. 10 steken uit de machine. Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk. Laat de bovendraad iets langer en snij de bovendraad af. Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Voer de bovendraad vervolgens naar de onderkant van de stof en knoop het aan de onderdraad vast. 10.17. Ritssluitingen innaaien Afhankelijk van welke zijde van de rits die u naait moet de persvoet altijd op de stof drukken. Daarom wordt de persvoet op de linkerkant of de rechterkant bevestigd, niet in het midden zoals alle andere voeten. Persvoet: ...................................................................................................................Ritsvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: ...........................................................................................................................1 Steeklengte: ............................................................................................................1,5 tot 3 Steekbreedte: ...................................................................................................... 0,5 tot 6,5 Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen. Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet. Om de rechterkant van de ritssluiting te naaien zet u de rits- voet zo dat de naald aan de linkerzijde naait. Naai op de rechterkant van de ritssluiting waarbij de naad zo dicht mogelijk tegen de tanden aan moet komen. Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een lipje vast. Om de linkerkant van de ritssluiting te naaien wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder. Naai op dezelfde manier als op de rechterkant van de rits- sluiting. OPMERKING Voordat de voet bij de trekker van de rits komt heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald daarbij in de stof blijft. Lucifer/naald 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 13915694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 139 27.04.2017 11:15:0527.04.2017 11:15:05140 van 260 Naaien

10.17.1. Koorden innaaien

Met de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zo- als afgebeeld. Sla de stof eenmaal om zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord; daarbij moet de ritsvoet achter het koord komen. 10.18. Rimpelen Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: ...........................................................................................................................1 Steeklengte: ......................................................................................................................... 4 Steekbreedte: ........................................................................................................................3 Verminder de bovendraadspanning (zie Pagina 125) zodanig dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en wordt omstrengeld door de bovendraad. Naai een of meer rijen steken. Snijd de draden niet direct aan het stuk stof af maar laat de uiteinden van de draden ca. 10 centimeter uitsteken. Leg nu aan het begin van elke rij een knop in de boven- en onderdraad. Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meer onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is geplooid, knoopt u de bo- ven en onderdraden aan de tweede kant vast. Verdeel de plooien gelijkmatig. Naai de plooien met een of meer rechte naden vast. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14015694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 140 27.04.2017 11:15:0527.04.2017 11:15:05141 van 260 Naaien

10.19. Opnaaien van applicaties De applicaties kunnen worden gebruik op tafelkleden, hem- den, gordijnen of kinderkleding. Persvoet: ..................................................................................................... Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: .......................................................................................................................... 3 Steeklengte: ........................................................................................................... 0,2 tot 3 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,5 tot 7 Hecht de applicatie vast op de stof. Naai met dichte zigzagsteek langs de rand van het opge- hechte motief. Bij fijne stoffen adviseren wij gebruik te ma- ken van een naairaam. Bij hoeken en rondingen van de applicatie moet de stof pas worden gedraaid als de naald aan de buitenkant van de ap- plicatie steekt. Verwijder vervolgens de hechtdraad. 10.20. Naaien met tweelingnaald De tweelingnaald is verkrijgbaar in de goede vakhandel. Let er bij aanschaf op dat de afstand tussen de beide naalden niet groter is dan 4 mm. Met de tweelingnaald kunnen bijzonder fraaie tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garens met verschillende kleuren gebruikt. Persvoet: ..................................................................................................... Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: .......................................................................................................................... 1 Steeklengte: .............................................................................................................. 1 tot 4 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,5 tot 3 OPMERKING! Gevaar voor beschadiging! Door gebruik van een verkeerd naaiprogramma kan de tweelingnaald verbogen raken of breken. Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aan- gegeven programma. Zet de tweelingnaald op dezelfde manier in als een enkele naald (zie Pagina 143). Steek de tweede klospen in de uitsparing (25) aan de ach- terzijde van de naaimachine. Zet twee even volle klossen op de klospennen (19). Rijg de beide draden door de draadgeleiding, zoals bij een enkele draad. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14115694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 141 27.04.2017 11:15:0527.04.2017 11:15:05142 van 260 Naaien Voer beide draden in de interne draadgeleiding (9). Bij de ogen van de naalden rijgt u een draad rechts en een draad links in. Kies met de toets (42) de tweelingnaaldmodus. Op het display verschijnt het symbool (49). OPMERKING Gevaar voor beschadiging! Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbogen raken of breken. Til de naald altijd uit de stof. 10.21. Naaien op de vrije arm Met de vrije arm (12) kunt u eenvoudiger ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen. U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevak- je (11) van de naaimachine te verwijderen. De vrije arm (12) is vooral handig bij de volgende naaiwerk- zaamheden:

  • Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
  • Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken.
  • Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
  • Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken. Tweelingsnaald- indicator 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14215694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 142 27.04.2017 11:15:0527.04.2017 11:15:05143 van 260 Onderhoud, verzorging en reiniging

11. Onderhoud, verzorging en

reiniging VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bedie- ning van het pedaal. Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact. 11.1. Vervangen van de naald Draai het handwiel (26) naar u toe tot de naald in de hoog- ste stand staat. Draai de naaldklemschroef (28) los door de schroef naar u toe te draaien. Verwijder de naald uit de naaldhouder. Zet de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald tot de aanslag naar boven. Draai de naaldklemschroef (28) weer vast. Aantrekken Naaldklemschroef platte kant naar achteren Naaldstang Losmaken OPMERKING Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel. Verdere informatie over typen en diktes vindt u in het hoofd- stuk “9. Stof-, garen- en naaldentabel” op pagina 148. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14315694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 143 27.04.2017 11:15:0627.04.2017 11:15:06144 van 260 Onderhoud, verzorging en reiniging 11.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet

Draai het handwiel (26) naar u toe tot de naald in de hoog- ste stand staat. Til de persvoet op door de persvoethendel (20) omhoog te halen. Als op de persvoetontgrendeling (30) achter de pers- voethouder (29) wordt gedrukt, valt de persvoet naar bene- den.

Plaats de persvoet zodanig, dat de pen van de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel (20) zakken. Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling naar bo- ven. De persvoet valt dan automatisch in de juiste positie. 11.3. Verwijderen en inzetten van de persvoethouder De persvoethouder hoeft niet verwijderd te worden tenzij u wilt stoppen, borduren of ruimte nodig hebt voor het reinigen van de transporteur (33).

Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel (26) naar u toe te draaien en haal de persvoethendel (20) om- hoog. Verwijder de voet van de persvoethouder en draai de klem- schroef van de persvoet (31) los met de meegeleverde schroevendraaier.

Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel (26) naar u toe te draaien en haal de persvoethendel (20) om- hoog. Druk de persvoethouder bij het inzetten zover mogelijk naar boven en draai de klemschroef van de persvoet vast met de meegeleverde schroevendraaier. 11.4. Onderhoud van de naaimachine De naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft re- gelmatig onderhoud nodig om goed te blijven werken. Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren. Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren. 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14415694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 144 27.04.2017 11:15:0627.04.2017 11:15:06145 van 260 Onderhoud, verzorging en reiniging

OPMERKING Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit omdat andere soorten olie niet geschikt zijn. Let er op dat er na het smeren restjes olie in de machine aan- wezig kunnen zijn. Deze ruimt u op door een paar steken te naaien op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk door olieresten vervuild wordt.

11.4.1. Reinigen van de behuizing en het pedaal

Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Voor de reiniging van behuizing en pedaal gebruikt u een dro- ge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoon- maakmiddelen. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschrif- ten van de machine beschadigen.

11.4.2. De transporteur en het spoelhuis

reinigen en smeren Het is noodzakelijk om de tanden van de stoftransporteur al- tijd schoon te houden om verzekerd te zijn van probleemloos naaien. Verwijder de naald en de persvoet (zie Pagina 143 ev.). Draai de schroeven van de steekplaat (10) los en verwijder de plaat van de machine. Til de spoel uit de spoelcassette. Verwijder de grijperbaanring. Verwijder met het kwastje stof en draadresten van de tan- den van de stoftransporteur, van de spoelcassette en van de grijperbaanring. Smeer de naaimachine door een druppel naaimachineolie aan te brengen op de met pijlen gemarkeerde plekken. Plaats de grijperbaanring weer in de spoelcassette. Let er bij het aanbrengen op dat de fixeerlip B tegen de eindposi- tie van de grijperring A aanligt. Zet de naaldplaat (10) weer terug. TIP Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.

15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14515694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 145 27.04.2017 11:15:0627.04.2017 11:15:0612. Storingen Lees in geval van storingen in deze handleiding na of u alle aanwijzingen correct in acht heeft ge- nomen. Neem pas contact op met onze Klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt. Storing Oorzaak Pagina De machine loopt niet soepel De machine moet gesmeerd worden Pagina 145 Stof en garen in de grijperbaan Pagina 145 Stofresten op de tanden van de trans- porteur Pagina 145 De bovendraad breekt De bovendraad is niet goed ingere- gen Pagina 120 De draadspanning is te hoog Pagina 125 De naald is verbogen of stomp Pagina 128 De dikte van het garen past niet bij de naald Pagina 148 De naald is niet goed geplaatst Pagina 143 De stof is op het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken Pagina 129 Steekplaat, spoel of persvoet zijn be- schadigd De onderdraad breekt De onderdraad raakt verward door een niet goed opgespoelde spoel Pagina 117 De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door Pagina 118 De naald breekt De naald is verkeerd ingezet Pagina 143 De naald is verbogen Pagina 128 De naald is te dun Pagina 148 Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken Pagina 128 Een knoop in de draad Pagina 120 De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 120 De machine laat steken vallen De naald is verkeerd ingezet Pagina 143 De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 120 De naald en/of de draad past niet bij de stof Pagina 148 De stof is te zwaar of te hard Pagina 148 Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken. Pagina 128 146 van 260 Storingen 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14615694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 146 27.04.2017 11:15:0627.04.2017 11:15:06Storing Oorzaak Pagina Samentrekken of rimpelen van de naad De bovendraadspanning is te hoog Pagina 125 De machine is verkeerd ingeregen Pagina 120 De naald is te dik voor de stof Pagina 148 De draad vormt lussen De draadspanning is niet goed inge- steld Pagina 125 De bovendraad is niet goed ingere- gen en/of de onderdraad is niet goed opgespoeld Pagina 118 De dikte van het garen past niet bij de stof Pagina 148 De stof loopt onregelmatig door De steeklengte staat op "0" Pagina 131 Garenresten in de grijperbaan Pagina 145 De machine loopt niet De naaimachine is niet goed aange- sloten of het stopcontact levert geen stroom Pagina 115 Garenresten in de grijperbaan Pagina 145 147 van 260 Storingen

Akoestisch signaal Reden 1x piepen Normaal gebruik 2x piepen Ongeldige bewerking 3x piepen Ongeldige machine-instelling 4x piepen De machine zit vast

12.1.2. Handige displayaanduidingen

Displayaandui- dingen Oorzaak Oplossing De spoelspindel bevindt zich nog in de positie voor opwinden. Druk de spoelspindel naar links. De knoopsgathendel is niet omhoog of omlaag verplaatst. Trek de knoopsgathendel omlaag Schuif de knoopsgathendel omhoog. De machine is gestopt doordat draad- en stofresten het mechanis- me blokkeren. Schakel de machine uit en verwijder de draad- en stofresten.

13. Stof-, garen- en naaldentabel

In het algemeen worden fijne garens en naalden gebruikt voor het naaien van dunne stoffen en dikkere garens en naalden voor zwaardere stoffen. Test altijd de garen- en naalddikte op een proeflapje van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretchnaden naait, moet u daarvoor naalden gebruiken met een blauwe scha- cht (in de vakhandel verkrijgbaar). Deze voorkomen het uitvallen van steken. Stofsoort Garen Naald Zeer lichte stoffen chiffon, georgette, fijn kant, organza, netstof, tulle

Zijde, synthe- tisch Jersey, badstof, tricot 60 Synthetisch Wildleer 80 Katoen

Jersey 50 Synthetisch Wol, tweed 50 Zijde Zeer zware stoffen Canvas, zeildoek, meubelstof 80 - 100 Katoen

13.1. Handige naaitips

13.1.1. Naaien van dunne en lichte stoffen

Bij lichte en dunne stoffen kan er golfvorming optreden omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden doorgevoerd. Leg bij het naaien van deze soorten stof een stikvlies (in de vakhandel verkrijgbaar) of een stuk zijdepapier onder het naaigoed om onregelmatig transport te verhinderen.

13.1.2. Naaien van elastische stoffen

Elastische stoffen kunnen gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren aan elkaar naait en deze vervolgens zonder het materiaal op te rekken met kleine ste- ken aan elkaar naait. Goede resultaten kunnen eveneens worden verkregen door met speciaal garen voor gebreid mate- riaal en elastische steken te naaien. 149 van 260 Stof-, garen- en naaldentabel

15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 14915694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 149 27.04.2017 11:15:0627.04.2017 11:15:0614. De programmakeuze 14.1. Steekprogramma’s OPMERKING Alle steekpatronen die zijn voorzien van een sterretje kunnen niet met een tweelingnaald worden genaaid. In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer. Programma- nummer

Steekpatroon .-·/:;ÄÅÆà Programma- nummer 80 81* 82 83 84 85 86* 87* 88* 89* Steekpatroon äåèéêëÇœç Ì Programma- nummer 90 91* 92* 93* 94* 95* 96* 97* 98* 99* Steekpatroon ÑñÖØòöøÜùü 152 van 260 De programmakeuze 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 15215694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 152 27.04.2017 11:15:0927.04.2017 11:15:0915. Afvoer VERPAKKING Uw naaimachine is verpakt ter bescherming tegen schade bij het transport. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grond- stoffenkringloop. APPARAAT Voer uw naaimachine aan het einde van de levensduur in geen geval af als gewoon huis- vuil. Informeer bij uw gemeente hoe u het apparaat milieubewust en correct kunt afvoe- ren.

16. Technische gegevens

Naaimachine: Nominale spanning: 230 V~ 50 Hz, 0,4 A Nominaal vermogen: Motor: 30 W Lamp: 24 V, 1 W Pedaal: Type: ES01FC Nominale spanning: 15V max. 3mA Beschermingsklasse: II Technische wijzigingen voorbehouden! 16.1. Symbolen op het typeplaatje en het apparaat/de netadapter Veiligheidsklasse II Elektrische apparaten van veiligheidsklasse II zijn elektrische apparaten die volle- dig zijn omgeven met dubbele en/of versterkte isolatie en geen aansluitmogelijkhe- den voor een aarddraad hebben. De behuizing van een elektrisch apparaat van vei- ligheidsklasse II dat volledig door isolatiemateriaal is omgeven kan gedeeltelijk of volledig de extra of versterkte isolatie vormen. Gebruik in binnenruimten Apparaten met dit symbool zijn uitsluitend geschikt voor gebruik in binnenruimten. 153 van 260 Afvoer

15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 15315694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 153 27.04.2017 11:15:1027.04.2017 11:15:1017. Colofon Copyright © 2017 Uitgave: 27. april 2017, 11:25 AM Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd. Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toe- stemming van de fabrikant is verboden. Het copyright berust bij de firma: Medion AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland Technische wijzigingen voorbehouden. De handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal beschikbaar voor download. U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het serviceportal naar uw mobiele toestel downloaden. URL QR Code NL www.medion.com/nl/service/start/ BE www.medion.com/be/nl/service/start/ LUX www.medion.com/lu/fr/ 154 van 260 Colofon 15694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 15415694 ML WE ML Content MSN 5005 6078 final.indb 154 27.04.2017 11:15:1027.04.2017 11:15:1018. Index

Functie voor automatisch inrijgen ....................122 Functie voor automatisch inrijgen van de naald ............................................................................122